CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Utrecht Circulair 203018.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Herinrichting Bernadottelaan Bij de herinrichting van de Bernadottelaan en omgeving in Kanaleneiland zetten we maximaal in op het hergebruiken van materialen die al in het plangebied aanwezig zijn. We zetten trottoirtegels, betonstraatstenen, trottoirbanden en lichtmasten opnieuw in en gebruiken zoveel mogelijk van het zand, de grond en het puin(wegfundering), dat er is. Dit bespaart grondstoffen, CO2-uitstoot en vermindert zwaar transport van bouwmaterialen door de wijk. Omdat het gebied vergroent, zijn straks minder trottoirtegels nodig dan nu. Zo kunnen we met de 80% beste trottoirtegels alle nieuwe trottoirs bestraten. Door slim te ontwerpen met de materialen die we al hebben en goede afspraken te maken met de aannemer in de aanbestedingsfase, zorgen we voor een zo hoog mogelijk percentage hergebruik, verlaging van CO2-uitstoot en tegelijk een heringerichte buurt die óók qua beeldkwaliteit toekomstbestendig is.

B.2.2 Circulaire woning- en utiliteitsbouw Om circulaire woning- en utiliteitsbouw te versnellen, zetten we in op drie onderwerpen: • Ten eerste op de mate van circulair bouwen binnen onze tenders en andere woning- en utiliteitsbouw in de stad. • Ten tweede op landelijke en ambtelijke kennisopbouw om de meetbaarheid en het draagvlak van circulair bouwen te vergroten. • Ten derde op de ketenopbouw van hernieuwbare en hergebruikte materialen om de overgang naar een circulaire bouwsector te versnellen. Bij woningbouw maken we gebruik van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen om circulair bouwen meetbaar te maken. Hierin staat een aantal indicatoren die bijdragen aan de versnelling naar hoogwaardig circulair bouwen. Samen met de provincie Utrecht en vele andere stakeholders ontwikkelen we het convenant door tot een versie 2.0 en verder. Het inbedden van Het Nieuwe Normaal (HNN) is daar onderdeel van.

Afbeelding 8: Impressie herinrichting Bernadottelaan door Studio Blad.

Het Convenant Toekomstbestendig Bouwen en HNN passen wij onder andere toe in de selectieleidraden van tenders. We belonen partijen daarmee meer circulair te bouwen door punten toe te kennen aan een hoge prestatie op dat thema. Tenders zijn daarom voor de gemeente een krachtig instrument om de overgang naar een circulaire bouwsector te versnellen. Ons doel is om vanaf 2030 gemiddeld in de tenders het materiaalgebruik met minimaal

55% hernieuwbare of hergebruikte grondstoffen te realiseren. Het effectdoel operationaliseren we op de volgende manier: we gebruiken hiervoor bij woningbouwtenders de parameter massapercentage hernieuwbaar of hergebruikt materiaalgebruik uit het Convenant Toekomstbestendig bouwen. Het doel voor 2030 komt overeen met niveau goud: een massapercentage van minimaal 55% hernieuwbaar of hergebruikt materiaalgebruik (biobased en/of non-virgin). Bij utiliteitsbouw gebruiken we niet het convenant toekomstbestendig bouwen, maar Het Nieuwe Normaal. De parameter herkomst materialen geeft daarbij eenzelfde waarde, met als doel een massapercentage van minimaal 55% in 2030.

Afbeelding 9: Oopen, ontwikkeld door EDGE.

23

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Het percentage van minimaal 55% hergebruikt of hernieuwbaar komt redelijk overeen met een verlaging van 50% minder nieuwe en niet-hernieuwbare grondstoffen ten opzichte van hedendaagse bouw. Reguliere bouw met beton, staal en andere dergelijke materialen hebben een massapercentage hernieuwbaar en hergebruikt van zo’n 3 tot 10 procent (bijvoorbeeld alleen houten deuren, kozijnen, kappen en geen of nauwelijks hergebruik). Naast een verlaging in nieuw, eindig grondstoffengebruik zetten we in op verlaging van materiaalgebonden CO2-uitstoot via Paris Proof bouwen, het verhogen van demontabiliteit en/of andere indicatoren. Hiermee draagt circulair bouwen ook sterk bij aan de Klimaatvisie voor de stad. We zetten in op hoogwaardige herbruikbaarheid bij tijdelijke woningbouw. De tijdelijke woningen hebben immers bij voorkeur een hoge kwaliteit zodat ze later in de permanente bouwstroom kunnen worden opgenomen. Dit kunnen we doen door hergebruik van deze tijdelijke woningen als randvoorwaarde voor tenders of stedenbouwkundige programma’s van eisen (spve’s) op te nemen. Dit binnen de geldende juridische kaders. Per tender stellen wij een optimale uitvraag op via maatwerk, in samenhang met andere projectspecifieke belangen en afwegingen. Dit doen we binnen de geldende aanbestedingsrechtelijke kaders.

Afbeelding 10: Circulair biobased bouwen in het project de Omloop te Leeuwesteyn. GeWOONhout in samenwerking met AM.

24

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Naast de tenders zetten wij ons in om circulair bouwen ook bij woning- en utiliteitsprojecten in de stad te versnellen, waarbij wij geen grondpositie hebben. Binnen de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties zetten we ons in om circulair bouwen te versnellen en op te schalen. Ook zetten we samen met Building Balance in op het biobased maken van de renovatieopgave. Recent onderzoek toont aan dat de potentiële milieu- en klimaatimpact van de renovatieopgave immers nog veel groter is dan die van nieuwbouw. In tenders zijn de afgelopen jaren al fraaie resultaten bereikt op het gebied van circulair bouwen, zoals in de wijk Leeuwesteyn. Om het effectdoel te bereiken, is naast een ambitieuze uitvraag ook kennis- en ketenopbouw nodig. We zetten hier op de volgende wijze op in: Kennisopbouw om tot 55% hernieuwbaar en hergebruik van materiaal te komen: • Regionaal en landelijk zijn er meerdere samenwerkingsverbanden om circulair bouwen meetbaar te maken, te versnellen en op te schalen. Twee belangrijke zijn de netwerken rondom het Convenant Toekomstbestendig Bouwen en Het Nieuwe Normaal. We dragen actief bij aan de ontwikkeling van deze netwerken en aan inhoud van de raamwerken die daarbinnen worden ontwikkeld. • Binnen de gemeentelijke organisatie zetten we actief in op kennisontwikkeling.

Dit doen we door het organiseren van een basiscursus circulair bouwen, waarin per cursus een tiental collega’s inhoudelijk wordt opgeleid. Deze cursus wordt enkele keren per jaar aangeboden, waarmee we jaarlijks tientallen collega’s bereiken. Daarnaast organiseren we kennissessies en presentaties

om laagdrempelig kennisdeling te ondersteunen en enthousiasme te kweken. Ketenopbouw om tot 55% hernieuwbaar en hergebruik van materiaal te komen: • Ketenopbouw toepassing hernieuwbaar materiaal. Samen met de uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen: Building Balance zetten we regionale en lokale biobased bouwketens op om biobased gewassen te kweken, om biobased isolatiematerialen te maken en te kunnen toepassen in de bouw. Hiermee wordt regionale en lokale werkgelegenheid versterkt, de bouw verduurzaamd, klimaatverandering tegengegaan, stikstof­ problematiek aangepakt en biodiversiteit en waterkwaliteit bevorderd. Biobased isolatiematerialen leveren ook een gezond binnenklimaat en zijn onschadelijk om mee te werken (in tegenstelling tot bijvoorbeeld glaswol). Dit biedt kansen voor de renovatieopgave van zowel particulieren als woningcorporaties. • Ketenopbouw hergebruik van materialen. Hergebruik van materialen in de bouw binnen Utrecht heeft prioriteit. We zetten hier als volgt op in: we belonen partijen die hergebruikte materialen toepassen in tenders en als gemeente namen we initiatief voor de circulaire grondstoffencorridor. We zijn daarin een van de zeven partners. De circulaire grondstoffencorridor is een projectoverstijgende samenwerking, waarmee hoogwaardig hergebruik van niche naar normaal beweegt.

De komende jaren vindt hier veel kennisuitwisseling en samenwerking in plaats. Een van de doelen is het stimuleren van de ontwikkeling van circulaire bouwhubs. Daarmee wordt upcycling van bouwmaterialen binnen de gemeente Utrecht gemakkelijker en zijn minder vervoersbewegingen nodig. Ook bij andere projecten zetten we in op meer hergebruik van bouwmateriaal, zoals bij sloop-nieuwbouwprojecten. We maken

hierover afspraken met ontwikkelende partijen in anterieure overeenkomsten. B.2.3 Circulair maatschappelijk vastgoed Voor circulair maatschappelijk vastgoed werken we tot 2030 toe naar een aanpak circulair bouwen. Hiermee gaan we minder nieuwe, niet-hernieuwbaar materialen gebruiken in de nieuwbouw en renovatie van maatschappelijk vastgoed. Dit vraagt een andere manier van aanbesteden, ontwikkelen en bouwen. Deze aanpak ontwikkelen we in samenhang met andere (duurzaamheids)ambities en binnen de juridisch geldende kaders. Het doel om 55% hernieuwbare en/ of hergebruikte grondstoffen te gebruiken in 2030 is zeer ambitieus en is alleen mogelijk als additionele investeringen in de toekomst worden gedaan. Circulaire en hernieuwbare bouwmaterialen zijn op dit moment vaak duurder en het ontbreekt de gemeente aan extra investeringsmogelijkheden. Er moet meer inzicht komen onder welke voorwaarden we tegen een zo laag mogelijk kostendekkende huur voor onze maatschappelijke huurders circulair kunnen bouwen. Alleen met extra investeringen zijn we er echter nog niet, ook zijn we afhankelijk van innovaties in de markt en van voldoende aanbod van circulaire oplossingen en hernieuwbare producten. Er moet nog meer ervaring worden opgedaan met bewezen circulaire bouwtechnieken.

Ook zal circulair bouwen meer wettelijk moeten worden opgelegd en zullen alternatieve circulaire en hernieuwbare bouwmaterialen de toetsing bij vergunning moeten doorstaan. Tot slot geldt dat circulariteit soms strijdig kan zijn met energetisch verduurzamen waarbij nieuwe materialen en installaties worden toegepast. Het kan voorkomen dat er wordt gekozen voor energetisch verduurzamen met nieuwe materialen als dit leidt tot een hogere CO2-reductie t.o.v. circulaire alternatieven.

25

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Belangrijk om te beseffen is dat maatschappelijk vastgoed tot doel heeft een maatschappelijke functie te huisvesten, bijvoorbeeld onderwijs, sport of een buurthuis. Het inhoudelijke programma dat gehuisvest wordt, is dus het allerbelangrijkst, immers: dat is waarom we bouwen. Minder programma ten gunste van duurzaam bouwen is daarom geen optie. Dit realiseren we financieel op doelmatige wijze waarbij we naar de kosten over de gehele levenscyclus van het vastgoed kijken. Circulair bouwen is (nog) geen wettelijke verplichting/ bouwnorm. Dit maakt dat circulariteit nu niet in kostprijs dekkende huur zit en dus vanuit andere middelen gefinancierd moet worden. Ook vraagt het toetsen op bouwvergunningen van circulaire bouwmethoden de aandacht aangezien het geen wettelijke norm is. Om tot circulair maatschappelijk vastgoed te komen vraagt dit daarom een gedegen en genuanceerde aanpak. Er zijn tot 2030 nog veel onderzoeksvragen te beantwoorden om tot een gedegen uitvoering te komen. Daarom willen we een leercyclus en implementatietraject opzetten. Dat traject gaat in op minimaal twee essentiële pijlers om circulair bouwen binnen de juridisch geldende kaders te versnellen en op te schalen: 1. Het ontwikkelen van een circulaire businesscase voor maatschappelijk vastgoed. Met deze pijler onderbouwen en verantwoorden we de kosten gemoeid met circulair bouwen.

Dit is essentieel om daadwerkelijk tot uitvoering over te kunnen gaan; we voeren geen plannen uit zonder financiële dekking. Doel is een businesscase te ontwikkelen waarmee de financiële middelen vrijgemaakt kunnen worden zonder te leiden tot (te veel) hogere kostprijs dekkende huur. 2. Het ontwikkelen van een afwegingskader voor circulair bouwen bij maatschappelijk vastgoed. Met dit kader kunnen we onderbouwde

afwegingen en keuzes maken en uiteindelijk de voortgang meten. Via CO2-beprijzing dragen we bij aan het effectdoel om grondstoffen toe te passen die tijdens de totale levenscyclus van een gebouw de minste CO2 uitstoten én aan het verlagen van de hoeveelheid toegepaste nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen. Bovenstaande twee pijlers, die hieronder verder worden toegelicht, vragen een projectoverstijgende aanpak met voldoende begeleiding. Om de doelen te behalen werken we op basis van bewijsgedreven onderzoek. Daarbij begeleiden we het proces via reflexieve monitoring of een vergelijkbare aanpak. Samen met Cirkelstad evalueren we de projecten op duurzaamheidsprestaties.

Reflexieve monitoring is een monitoringsmethode die vooral bij noodzakelijke systeeminnovaties toepasbaar is. Bijvoorbeeld bij de overgang naar een circulaire bouwsector. Systeeminnovaties kenmerken zich door een grote mate van complexiteit, veel actoren, nieuwe samenwerkingsverbanden, etc. Centraal daarin is dat het einddoel en de route daarnaartoe vaak niet helemaal helder zijn of gaandeweg het proces veranderen. Resultaten zijn vaak pas na jaren zichtbaar, waardoor een korte, traditionele evaluatie op basis van van tevoren bedachte doelen niet geschikt is om tijdig te sturen. Reflexieve monitoring helpt doordat het doorlopend reflecteert op acties gedurende projecten. Hiermee wordt voortdurend geëvalueerd, geleerd en bijgestuurd naar het overkoepelende doel. Het kan daarmee inspelen op veranderende omstandigheden. Meer informatie: Reflexieve monitoring in actie.

Pijler 1. Een circulaire businesscase. Bouwen met circulaire materialen en ontwerpstrategieën is nog geen gemeengoed, waardoor het vaak duurder is. Dit betekent een hogere investering aan de voorkant waar middelen voor vrijgemaakt moeten worden. We zien het volgende als kansrijke aanpak om verder te onderzoeken: door een langere afschrijvingstermijn te hanteren of te rekenen met reële restwaardes bij gelijkblijvende afschrijftermijnen op basis van objectieve circulaire voorwaarden wordt meer investeringsruimte vrijgemaakt. Hiermee hoeft de raad niet meer op subjectieve argumenten of per casus een beslissing te nemen. Deze verlenging van de afschrijvingstermijn borgen we als volgt: • Door een hoge mate van adaptief bouwen in een bouwplan te realiseren is de noodzaak tot sloop van een pand kleiner dan nu het geval is. Zo’n gebouw voldoet langer aan de wensen van de tijd; het kan immers gemakkelijk worden getransformeerd naar een andere gebruiksfunctie of wijzigingen in de huidige functie, zonder sloopnieuwbouw te plegen. We gebruiken voor het meten van de adaptiviteit van een gebouw de indicator adaptief vermogen van Het Nieuwe Normaal. Deze hoge mate van adaptiviteit stellen we als voorwaarde voor het toestaan van een langere afschrijvingstermijn dan de huidige 40 jaar zoals omschreven in de nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (waava).

Een langere afschrijvingstermijn bij gelijke of minimaal gestegen kapitaallast biedt meer investeringsruimte voor duurzaam, circulair bouwen. Deze investeringsruimte gebruiken we voor het realiseren van duurzaam maatschappelijk vastgoed op basis van maatschappelijke (milieu)kosten, zoals de eerdergenoemde CO2-kosten. Dit geldt voor circulair materiaalgebruik en ontwerp, maar ook energieverbruik en andere duurzaamheidsopgaven. Het Nieuwe Normaal biedt handvatten om adaptief vermogen en CO2-kosten meetbaar

26

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

te maken. Binnen enkele projecten in Utrecht wordt momenteel ervaring met het hanteren van een langere afschrijvingstermijn opgedaan, zoals bij het Cultuurcluster Berlijnplein. • Een alternatief voor het verlengen van de afschrijvingstermijn is het afschrijven naar een vooraf ingeschatte restwaarde groter dan €0,-. Dit kan door de restwaarde te verhogen via circulaire strategieën als demontabel bouwen en schone herbruikbare materialen toe te passen. Dit betekent wel dat de gemeente met een restwaarde eindigt, die pas wordt geïnd bij verkoop van de te oogsten bouwmaterialen. De theoretische mogelijkheid om restwaarde in te zetten om hogere investeringskosten te financieren (die nu dus worden terugverdiend met de restwaarde aan het einde van de levenscyclus) dient nader onderzocht te worden. Essentieel bij het maken van een circulaire businesscase is het in ogenschouw nemen van de volledige levenscyclus van een vastgoedobject bij het maken van ontwerpkeuzes. Andere materiaalkeuzes en ontwerpvormen hebben immers mogelijk andere onderhoudscycli en levensduur dan wat we gewend zijn, wat financiële en contractuele gevolgen heeft. Pijler 2. Een circulair afwegingskader voor verantwoorde keuzes. Naast het adaptief vermogen dat als randvoorwaarde geldt, zetten we in op het verlagen van eindig niet-hernieuwbaar materiaalgebruik.

Dit doen we door gebruik te maken van CO2-beprijzing in aanbestedingen. Door gebruik te maken van de door de Provincie Utrecht vastgestelde maatschappelijke CO2-prijs van €875/ton zijn we in staat de impact financieel en stuurbaar te maken. Door alternatieven af te wegen op de totale (kosten per) ton CO2-uitstoot kiezen we onderbouwd

voor de oplossing met de kleinste negatieve impact. Dit kunnen energiebesparende maatregelen zijn, maar ook een circulaire materiaalkeuze met lage materiaalgebonden CO2-emissies. Veelal zijn dit hergebruikte of hernieuwbare materialen die zeer lage CO2-uitstoot veroorzaken of zelfs CO2 in het materiaal zelf opslaan. Met indicatoren zoals materiaalgebonden CO2-uitstoot, en materiaalgebonden CO2opslag uit Het Nieuwe Normaal meten we de materiaalgebonden klimaatimpact van vastgoed. Door deze manier van werken draagt de realisatie van circulair maatschappelijk vastgoed nadrukkelijk bij aan de klimaatvisie. Aandachtspunt hierbij is dat we inschrijvende partijen bij aanbestedingen niet overvragen. Dat kan immers de kans op een succesvolle aanbesteding verkleinen.

deze twee gebouwen gaan we het ‘ontwikkelen van een circulaire businesscase’ en een ‘circulair afwegingskader voor verantwoorde keuzes’ toepassen in de praktijk. Dit doen we in aansluiting bij de Grondstoffencorridor om samen te leren met alle partijen in de keten.

CO2-beprijzing is een aanpak met resultaat die leidt tot minder nieuw, niet-hernieuwbaar materiaalgebruik. Gemeente Utrecht heeft als doel 50% minder grondstoffengebruik in 2030. Om dit te operationaliseren meten we dat doel met de indicator herkomst materialen uit Het Nieuwe Normaal. Deze indicator geeft een massapercentage van hernieuwbare en/of hergebruikte materialen in een gebouw weer. We streven ernaar om minimaal 55% hernieuwbare of hergebruikte materialen toe te passen in nieuwbouw en renovatie van maatschappelijk vastgoed. Dat komt min of meer overeen met 50% minder eindig niet-hernieuwbaar materiaalgebruik ten opzichte van hedendaagse bouw. In 2050 willen we 100% hernieuwbare of hergebruikte grondstoffen gebruiken. Naast de ontwikkeling van een aanpak circulair bouwen zetten we daar waar mogelijk in op kansen die zich in de dagelijkse praktijk voordoen. Voor de bouw van de twee Upcyclecentra werken we met de uitgangspunten voor circulair bouwen voor maatschappelijk vastgoed. Met de ervaringen die we opdoen met de bouw van

27

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.3 Circulair opdrachtgeven en inkoop Voor circulair opdrachtgeven en inkoop zetten we tot 2030 in op de volgende transitie- en effectdoelen:

Transitiedoelen voor prioriteit 3: We verankeren circulair inkopen en opdrachtgeven in de gemeentelijke organisatie, waarbij circulair inkopen de norm wordt. Circulair opdrachtgeven: 1. We verhogen het bewustzijns- en het kennisniveau over circulair opdrachtgeven en inkopen in de organisatie en helpen intern opdrachtgevers met sturen op circulaire doelstellingen. Circulair inkopen: 2. We introduceren en implementeren stapsgewijs effectmonitoring, zodat inzicht ontstaat in de ecologische voetafdruk en het grondstoffengebruik die gepaard gaan met onze inkopen en in de effectiviteit van ons beleid. Ketensamenwerking voor circulaire innovatie: 3. We nemen deel aan samenwerkingsverbanden met zowel andere opdrachtgevers als met marktpartijen. Daarmee vergroten we de marktkennis binnen onze organisatie en leidt het tot meer eenduidige sturing op circulariteit en verbeterde samenwerking met opdrachtnemers.

Bijdrage aan effectdoel voor 2030: Circulair opdrachtgeven en inkopen is een krachtig middel binnen projecten om te sturen op een lagere voetafdruk. De bijdrage van de prioriteit is daarmee ondersteunend in het halen van de effectdoelen van – in eerste instantie - impactvolle inkoopcategorieën zoals openbare ruimte, maatschappelijk vastgoed en afvalstromen.

B.3.1 Circulair opdrachtgeven verankeren in de organisatie Als organisatie willen we ons ontwikkelen als circulair opdrachtgever. Dit doen we door circulariteit te verankeren in de cultuur en werkprocessen van de hele organisatie en niet alleen binnen het inkoopproces. Uiteindelijk worden alle plan- en werkprocessen in een project ingericht om als opdrachtgever onze maatschappelijke doelen, waaronder circulariteit, waar te maken. Van beleidsadviseurs en inkopers, tot projectleiders en ontwerpers, dragen in de toekomst bij aan onze maatschappelijke, waaronder circulaire, doelen. Dit vraagt een grote verandering die in de tijd stap voor stap vorm moet gaan krijgen. Samen bewustzijn van en kennis hebben over de maatschappelijke doelstellingen en de aanpak en bijdragen die ieder vanuit zijn of haar rol kan leveren, is hierbij een belangrijke eerste stap. Inhoudelijk zullen we werkprincipes, zoals ‘hergebruik, tenzij..’ zoals vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en aanvullende principes en modellen zoals ‘herbruikbaar, tenzij ...’ of het bouw­waardemodel in bouwprojecten praktisch gaan toepassen en integreren in onze standaard werkwijze.

Ook is een andere zienswijze op waarde en inrichting van financiële structuren en modellen nodig. Waarde zal niet alleen financieel, maar ook ecologisch en maatschappelijk bepaald moeten worden om de keuze voor duurzame oplossingen te beargumenteren. Daarbij helpt het als niet alleen naar het investeringsmoment of de afschrijvingsperiode wordt gekeken, maar naar de hele levensduur van producten en objecten. Het verkennen van een andere omgang met de restwaarde aan het einde van de levensduur, zoals we doen bij het cultuurcluster Berlijnplein, is hierin van groot belang. Zo krijgen we meer inzicht in wat er mogelijk is zonder meerkosten en wat de meerkosten zijn van maatregelen die hierom vragen. Ook helpt dit om samen te bepalen wat de verlaging van milieukosten ons aan investering waard is, zoals is gedaan bij het bepalen van een CO2-reductie-prijs voor investeringen in gemeentelijk vastgoed, en inzicht in de bespaarde CO2 en grondstoffen bij projecten in de openbare ruimte die met MKI zijn aanbesteed. B.3.2 Circulair inkopen met minimale ecologische voetafdruk Bij het inkopen van producten en diensten sturen we via wensen, criteria en eisen in aanbestedingen op het verminderen van ons eigen grondstoffengebruik. Daarmee dragen we bij aan het effectdoel om in 2030 maximaal de helft aan nieuwe niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken.

Dit doen we op de eerste plaats door minder grondstoffen in te kopen, door producten en diensten in te kopen waar minder grondstoffen voor nodig zijn, die bestaan uit meer hergebruikte of hernieuwbare grondstoffen, producten die makkelijker te onderhouden of te repareren zijn zodat ze langer meegaan, of die bij het

28

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

einde van de levensduur makkelijk hoogwaardig te verwerken zijn tot nieuwe producten (door bijvoorbeeld verlijmende grondstoffen te minimaliseren). Verdere uitwerking van de aanpak om circulaire doelen te behalen, is uitgewerkt ihet Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen.

Stadshout

We kopen als gemeente Utrecht veel verschillende producten en diensten in. Elke inkoopcategorie heeft specifieke kenmerken en daarmee eigen kansen en uitdagingen voor circulair inkopen. Zo verschillen de complexiteit van de samenstelling en productieketens van bijvoorbeeld een baksteen in de openbare ruimte of een laptop binnen het inkoopsegment ICT sterk van elkaar. Ook de voorschriften op het gebied van (digitale) veiligheid en de snelheid van innovatie in een bepaald inkoopsegment verschillen sterk. Dit maakt dat onze inzet en voortgang per inkoopcategorie maatwerk is.

Afbeelding 11: Hergebruik van stadshout. We werken samen met stadshoutpartijen voor hoogwaardig gebruik van vers hout van gekapte bomen, voor zover dat noodzakelijk is in de stad, en gebruikt hout van circulaire demontages. Om de keten circulair te maken, zijn interventies nodig om de knelpunten voor droog- en zaagcapaciteit aan te pakken. Ook zijn er afspraken nodig met partijen in de hele keten, van opdrachtgever tot groenaannemer en van projectontwikkelaar tot houtbewerker. Zo kunnen we de vraag naar lokale houten producten vergroten, grondstoffen lokaal hergebruiken en werkgelegenheid creëren.

29

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

De ontwikkeling van inspanning naar effectmonitoring en de ontwikkeling van categorie (keten) management heeft prioriteit. Effectmonitoring maakt het mogelijk om (meer) inzicht te krijgen in de grondstoffen die we gebruiken en waar kansen liggen om dit te verlagen. Ook krijgen we door de effecten van onze inzet te monitoren meer inzicht in het succes van activiteiten en waar we kunnen bijsturen om de overgang te versnellen. We ontwikkelen actief meetbare indicatoren en zetten erop in om deze te integreren in ons werk- en inkoopproces. Binnen de openbare ruimte zetten we stevig in op de toepassing van de Milieukostenindicator (MKI). Deze indicator geeft inzicht in de kosten die nodig zijn om de negatieve milieueffecten van een product te herstellen. Daarbij zetten we in op een methodiek om data over grondstoffengebruik te verzamelen, bijvoorbeeld door het voorschrijven van het vastleggen van de gebruikte grondstoffen in een materiaalpaspoort.

Figuur 2: Grondstoffenuitputting per inkoopsegment gemeente Utrecht.

€

€

INKOOPVOLUME (miljoen euro)

GRONDSTOFFENUITPUTTING (gram uitputting/ euro)

GRONDSTOFFENUITPUTTING (ton uitputting/ inkoopsegment)

3g 11g 7g 12g

0% 2%

Personeelszaken

1% 2% 2% 3% 3% 5%

Facilitair & huisvesting

6%

INKOOPSEGMENT

Eigen vaar- en voertuigen Energie

Overig

0g

10g 4g 10g

1g

4% 2% 10%

1% 0%

10%

ICT

42g

Advies & onderzoek

11%

Flexibele arbeid

4g

66%

Overkoepelend zetten we in op de zaken die nodig zijn om de overgang naar circulair inkopen te ondersteunen. Denk hierbij aan ketensamenwerking en het ontwikkelen van effectmonitoring met breed gedragen indicatoren.

Vastgoed 18%

GWW Sociaal domein Afvalstromen

-147g

*De grondstofuitputting van ‘Flexibele arbeid’ is in de andere inkoopsegmenten verwerkt, en daarom is er voor dit specifieke inkoopsegment geen grondstofuitputting.

12%

37% -38%

Nullijn

3%

Inkoopvolume van alle producten, services en activiteiten die de gemeente Utrecht in één jaar inkoopt, in 12 inkoopsegmenten.

Uitputting van fossiele en minimale grondstoffen door de besteding van één euro. Uitgedrukt in kritieke grondstoffen-equivalent.

Totale grondstoffenuitputting per inkoopsegment: inkoopvolume x de grondstoffenuitputting per euro.

Nullijn

We kunnen in deze dynamiek niet alles tegelijk doen en onze inzet vraagt dan ook om een groeimodel, waarbij we klein, met de meest impactvolle en kansrijke inkoopcategorieën beginnen en dit over tijd uitbreiden. Zoals zichtbaar is in het uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen gebruiken we vooral in de openbare ruimte (Grond-, Weg en Waterbouw) en bij het beheer van maatschappelijk vastgoed veel grondstoffen. Dit zijn ook inkoopcategorieën waar de complexiteit van producten en hun keten relatief laag zijn én waar we als gemeente Utrecht relatief veel directe invloed hebben. We zetten daarom met prioriteit in op deze categorieën.

30

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.3.3 Samenwerken in ketens voor circulaire innovaties en kennisontwikkeling De circulaire stad maken we samen. Zo zijn we als circulair opdrachtgever en inkoper afhankelijk van het aanbod van marktpartijen en zijn marktpartijen gebaat bij een ambitieuze, duidelijke en ondernemende overheid. We geven als gemeente Utrecht het goede voorbeeld met onze eigen opdracht en inkoop. Ook nemen we deel aan samenwerkingsverbanden om marktkennis op te doen en onze bijdrage te leveren aan circulaire innovaties, bijvoorbeeld als organisatie die ruimte maakt voor de inkoop en toepassing van nieuwe producten en diensten. We hebben daarbij oog voor (Europese) innovatie- en projectsubsidies voor initiatieven, waar aanvullende financiering gewenst is. Ketensamenwerking vindt zowel binnen de gemeentelijk organisatie plaats als er buiten met andere opdrachtgevers en met marktpartijen. 1. Interne ketensamenwerking: door intern opdrachtgevers te verbinden aan beleidsmedewerkers en inkopers verbeteren we de sturing op circulaire innovaties. 2. Samenwerking met andere opdrachtgevers: door deelname in landelijke initiatieven, zoals de ‘buyer groups’, werken we mee aan de ontwikkeling van marktvisies. Het doel is gezamenlijke kennisopbouw, marktbenadering en meer eenduidige sturing op circulariteit vanuit overheden. 3.

Samenwerking met de markt: door deelname in diverse, brede ketenoverleggen, zoals onderdeel van Bouw Circulair, Convenant Lokaal en Duurzame Voedselketen Provincie Utrecht, en de Circulaire grondstoffencorridor, maar ook door regelmatige dialoog als onderdeel van aanbestedingen, blijft de marktkennis in de organisatie actueel.

4. Samenwerking met het onderwijs: we zetten in op het aanhaken van het onderwijs op onze initiatieven om studenten en werkenden op te leiden tot circulaire experts, met het doel ook het curriculum voor de circulaire economie verder te ontwikkelen.

B.4 Circulaire materiaal- en reststromen

Bijdrage aan effectdoel voor 2030: De hoogwaardige inzameling en verwerking van materiaal- en reststromen verkleint de hoeveelheid afval en verhoogt het aandeel grondstoffen die hergebruikt kunnen worden. Zo maken we het mogelijk steeds vaker te kiezen voor hergebruikte grondstoffen.

Voor circulaire materiaal- en reststromen zetten we tot 2030 in op de volgende transitie- en effectdoelen:

Transitiedoelen voor prioriteit 4: We werken actief samen met partijen in de stad, regio en landelijk met als doel: 1. Minimaal gebruik van (primaire) grondstoffen te stimuleren: door het waarderen van circulariteit in de openbare ruimte en het verankeren van circulair inkopen en opdrachtgeven in de gemeentelijke organisatie aan de voorkant van de keten. 2. Hoogwaardig hergebruik van materiaal- en reststromen: door reststromen van huishoudens, uit de openbare ruimte, van bouwwerkzaamheden en bedrijven aan de achterkant van de keten op een zo duurzaam en circulair mogelijke manier te verwerken.

In de Grondstoffennota wordt ingegaan op de kwantitatieve beleidsdoelstellingen omtrent afvalstromen. Daarnaast wordt bij prioriteit 2 – Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen – en prioriteit 3 – Circulair opdrachtgeven en inkoop – ingegaan op minimaal gebruik van (primaire) grondstoffen. Onderstaand wordt aanvullend beleid op specifieke circulaire aspecten, zoals de upcyclecentra en omgang met inzameling en verwerking van reststromen, verder toegelicht. Hoogwaardig hergebruik van reststromen en materialen stimuleren we via vier lijnen waar we direct en indirect invloed op kunnen uitoefenen: 1. Huishoudelijke reststromen; 2. Materialen uit de openbare ruimte van de gemeente; 3. Materialen uit demontage- en bouwwerkzaamheden; 4. Bedrijfsreststromen.

31

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.4.1 Huishoudelijke reststromen Materiaal- en reststromen slim en circulair inzamelen en verwerken In aanbestedingen voor de verwerking van ingezamelde huishoudelijk afvalstromen leggen we meer nadruk op circulaire toepassing en verwerking van grondstoffen. We vragen in de aanbestedingen meer openheid aan samenwerkingspartners in de verwerkingsketen en toepassing en afzet van teruggewonnen grondstoffen. Meer inzicht biedt meer mogelijkheden om hierop te sturen. Om materiaal- en reststromen hoogwaardig te kunnen verwerken, is echter ook een goede kwaliteit ingezameld materiaal nodig. Daarom zetten we ook in op meer bewustzijn bij bewoners en optimalisatie van het inzamelsysteem om hoge kwaliteit gescheiden materiaalstromen in te zamelen. Zo bestaat meer dan 30% van het ingezamelde restafval nog uit groente-, fruit- en etensresten (GFE). Dit is waardevol, organisch materiaal. Daarom ontwikkelen we (samen met de gemeente Rotterdam) een inzamelsysteem voor GFE in de hoogbouw en dicht stedelijk gebied. Naast brengvoorzieningen gaan we innovaties, zoals voedselrestenvermalers in keukens, toepassen in de nieuwbouw van het Beurskwartier. Het beleid voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is verder uitgewerkt in de Grondstoffennota.

Met de Gebiedsaanpak Grondstoffeninzameling Binnenstad 2023-2040 zorgen we ervoor dat het afval in de binnenstad niet meer ongescheiden in zakken wordt aangeboden en papier niet meer los in bundels op straat wordt gezet.

Op de korte en middellange termijn, tot aan 2030, optimaliseren we het huidige inzamelsysteem. We verkennen nieuwe manieren van inzameling, zoals inzameling op afspraak aan huis. Daarbij willen we gebruik maken van licht elektrisch vervoer. De grondstoffen en reststromen worden via een hub, bij voorkeur op het water, overgeslagen en de stad uit getransporteerd. Voor afvalinzameling in de binnenstad na 2040 werken we scenario’s uit voor de ontwikkeling van de binnenstad. Dit biedt ons handvaten om tijdig een richting te kiezen en hier een passend inzamelsysteem op te ontwerpen. Efficiëntie en circulariteit staan daarbij centraal. We ontwikkelen twee upcyclecentra voor meer en hoogwaardiger hergebruik van grof huishoudelijk afval. Die komen nabij de afvalscheidingsstations Tractieweg en Lunetten. Daar komt ruimte voor inname van spullen, demontage, reparatie, hoogwaardig hergebruik van reststromen en educatie door workshops en tentoonstellingen. We ontwikkelen de upcyclecentra samen met circulaire ondernemers en maatschappelijke partners uit de stad. Daarbij werken we ook samen in de regio en zijn we aangesloten bij een landelijk netwerk van circulaire ambachtscentra. Sommige grondstoffen (denk aan verwerking en hergebruik van laminaat) vragen om innovatie en kunnen beter regionaal verwerkt worden.

Doel is dat de upcyclecentra het ecosysteem van lokale upcyclepartijen verbindt, versterkt, innovatie aanjaagt en zorgt voor versnelling en opschaling van het weer hoogwaardig hergebruiken van goederen.

Upcyclecentra voor hoogwaardig hergebruik van grof huishoudelijk afval

Afbeelding 12: Repareren en upcyclen van producten. In de upcyclecentra kunnen bewoners hun bruikbare spullen inleveren voor hergebruik en om ze, samen met ondernemers, te laten repareren. Door de vraag naar gebruikte goederen te vergroten en samen te werken met de kringlopen verlagen we het volume grof huishoudelijk afval dat nu wordt afgevoerd via de afvalscheidingsstations. Tegelijk biedt dit kansen voor opleidingsplaatsen en werkplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

32

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.4.2 Materialen uit de openbare ruimte van de gemeente We zorgen voor de juiste logistieke randvoorwaarden om hergebruik van materialen mogelijk te maken. We zorgen dat we de juiste gegevens hebben over welke materialen waar liggen en wanneer deze vanwege onderhouds- of herinrichtingswerkzaamheden vrijkomen. Zo kunnen we vroegtijdig een koppeling maken met projecten waar dit materiaal mogelijk kan worden hergebruikt. Onze grondstoffendepots richten we zo in dat de materialen die daar worden opgeslagen, worden klaargemaakt voor hergebruik. Denk aan activiteiten als paletteren en schoonmaken. We verslepen materiaal zo min mogelijk om de negatieve impact van vervoersbewegingen te beperken. B.4.3 Materialen uit demontage- en bouwwerkzaamheden Het ontwikkelen van een circulaire bouwhub is geen doel op zich, maar een middel om hergebruik van secundaire materialen mogelijk te maken. Tussen het moment van oogsten van secundaire bouwmaterialen en het moment van toepassen in een nieuw project is tijd en dus ruimte nodig voor opslag en ook bewerking van de materialen. Daarmee vormen circulaire bouw- en grondstoffenhubs een onmisbare schakel om de kringlopen van materialen lokaal of regionaal zo veel mogelijk te sluiten.

Het hebben van een circulaire bouwhub dichtbij betekent ook minder bouwtransport door de bundeling van bouwlogistieke ritten en het verkorten van de rijafstand met bijbehorende vermindering van overlast en uitstoot.

Afbeelding 13: Dronefoto Grondstoffendepot Lage Weide.

33

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

De ontwikkeling van circulaire bouw- en grondstoffenhubs vraagt om extra gemeentelijke aandacht, omdat vraag en aanbod van secundaire bouwmaterialen niet vanzelf bij elkaar komt en de tijdelijke opslag en bewerking vereist bovendien fysieke ruimte die schaars is in de zich verdichtende stad Utrecht. Omdat opslag maar vooral de bewerking van secundaire bouwmaterialen gepaard kan gaan met de productie van geluid, stof en geur, zijn niet alle locaties in de stad ervoor geschikt, maar concurreert deze activiteit om betaalbare ruimte met andere activiteiten met een hoge milieucategorie. Ook heeft de gemeente een rol in het samenbrengen van vraag en aanbod van secundaire materialen via aanbestedingen en tenders. Bovendien zijn de complexe regelgeving en personeelstekorten in de bouw vaak een belemmering. Om de hiervoor genoemde belemmeringen weg te nemen, willen we samen met het bedrijfsleven de circulaire bouw- en grondstoffenhubs in Utrecht verder ontwikkelen. We willen goede en innovatieve initiatieven helpen richting verbetering en uitbreiding van hun activiteiten. Dit doen we vooral door ketensamenwerking, in onze rol als opdrachtgever en door het werken aan ruimte voor circulaire bedrijvigheid, in samenwerking met de partijen in de circulaire bouwketen in het netwerk, die we de Circulaire Grondstoffencorridor noemen.

In de Circulaire Grondstoffencorridor onderzoeken we samen met partijen uit de bouwketen (architecten, sloopbedrijven, bouwbedrijven, projectontwikkelaars en bouwhubs) wat ervoor nodig is om meer secundaire materialen toe te passen en welke samenwerkingsvormen daarvoor nodig zijn. Circulaire bouwhubs maken daar deel van uit.

B.4.4 Bedrijfsreststromen Voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval heeft de gemeente een wettelijke zorgplicht. Voor bedrijfsafval is die er niet. Ondernemers moeten zelf een contract afsluiten met een inzamelaar voor de inzameling en verwerking van hun afval. Gemeenten mogen die diensten aanbieden voor inzameling van bedrijfsafval in de KWDsector (kantoor-, winkel- en dienstenafval). Hier komt afval vrij dat lijkt op huishoudelijk afval. De gemeente Utrecht biedt ondernemers de mogelijkheid een contract af te sluiten voor inzameling en verwerking van bedrijfsafval. Vooral in de binnenstad doet de gemeente het grootste deel van de inzameling van bedrijfsafval. De regels voor scheiding van bedrijfsafval is anders geregeld dan huishoudelijk afval. We kunnen als gemeente bedrijven niet verplichten gescheiden afval aan te bieden. Daarnaast zijn we vanuit de Wet Markt en Overheid verplicht om minimaal kostendekkende tarieven in rekening te brengen. Wel stimuleren we het gescheiden aanbieden door ondernemers te informeren en te adviseren. Ook maken we het scheiden van afval door ondernemers zo aantrekkelijk mogelijk door tarieven voor gescheiden afvalstromen zo laag mogelijk te houden en (binnen de Wet Markt en Overheid) concurrerend ten opzichte van reststromen.

Daarnaast hebben we indirect invloed op hergebruik van bedrijfsafvalstromen door samenwerkingen met circulaire ondernemers die reststromen verwerken. We doen dit ook gebiedsgericht op grotere schaal, zoals bij de uitwerking en invulling van het thema circulaire economie bij de Green Deal Lage Weide. Bedrijven op Lage Weide kijken daarbij naar uitwisseling van grondstofstromen, materialen en producten.

34

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

C. Monitoren, sturen en verant­ woorden

C.1 Juridische context en samenhang met overig relevant beleid C.1.1 Europees beleid, wetten en regelgeving In Europa is in 2016 voor het eerst beleid op het gebied van circulaire economie geformuleerd. In maart 2020 is het Actieplan Circulaire Economie gepubliceerd. Dat Actieplan bevat een lijst met voornemens en voorstellen, waarvan sommige, zoals het Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), als EU-verordeningen direct bindend en rechtstreeks toepasbaar zullen zijn in Nederland. Ook via de Construction Product Regulation (CPR) kunnen prestatie- en informatie-eisen worden gesteld voor fabrikanten, importeurs en andere marktpartijen. Inmiddels bevindt het Actieplan zich in de implementatiefase met publicatie van wetgevingsvoorstellen en andere initiatieven. Qua beleid is er in Europa al veel ervaring met afvalregelgeving. Het EU-beleid ontwikkelt zich nu meer op preventie, sturen aan de voorkant van de keten, passend bij de overgang naar een circulaire economie. Eind 2020 is door de Europese Commissie het Green City Accord (GCA) initiatief gelanceerd. Met dit akkoord binden Europese steden zich aan de Europese Green Deal-doelstellingen om onder andere meer circulair te worden. Utrecht ondertekende het GCA.

Bij ondertekening van het GCA verbindt een stad zich aan specifieke Europese doelstellingen op de vijf milieuonderwerpen, waaronder circulaire economie en afval. Hiervoor monitoren en verantwoorden we voortgang op afvalinzameling en recycling.

Europese milieubeginselen Bij deze beleidsnota, onderdeel van de omgevingsvisie, dient op grond van art. 3.3. van de Omgevingswet rekening te worden gehouden met de (Europese) milieubeginselen. Deze beginselen zijn afkomstig uit het Verdrag over de werking van de Europese Unie (VwEU). Het betreft het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. De grondslag voor het opstellen van de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is de circulaire ambitie, zoals in het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen. Utrecht wil het grondstoffengebruik verminderen, ook voor de gezondheidseffecten van de bewoners en gebruikers van Utrecht. Door de vermindering van grondstoffengebruik ten gunste van de gezondheidsbescherming wordt invulling gegeven aan het voorzorgsbeginsel. De in de inleiding genoemde oplossingsrichtingen geven invulling aan het preventief handelen en voorrang aan het voorkomen van milieuaantastingen bij de bron. Door in te zetten op vermindering van het eigen grondstoffengebruik en het stimuleren en ondersteunen van vermindering van grondstoffengebruik bij consumenten en producenten, komen de kosten grotendeels voor rekening van de grondstofgebruikers (veroorzakers) van vervuilingen.

Hiermee wordt invulling gegeven aan het beginsel ‘de vervuiler betaalt’. Een van de sturende principes van de Beleidsnota is, dat wordt toegewerkt naar een emissievrije stad. Dit is ingegeven door het preventiebeginsel.

35

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

C.1.2 Nationale beleid, wetgeving en omgevingsvisie Nederland heeft vrij snel na het eerste Europese beleid op het gebied van circulaire economie ook beleid gemaakt op dat gebied. Dit is puntsgewijs als volgt: • Op 24 januari 2017 ondertekenden allerlei betrokken partijen, waaronder de gemeente Utrecht, het grondstoffenakkoord. Het Grondstoffenakkoord bevat afspraken van de Rijksoverheid met andere partijen over maatregelen om de overgang naar de circulaire economie te versnellen. • Op 28 juni 2019 presenteerde het kabinet het Klimaatakkoord, waarna dat in uitvoering werd gebracht. Circulaire economie is nodig om de klimaatdoelen te halen. • Op 15 september 2020 publiceerde het Rijk de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Daarin is een ruimtelijk toekomstbeeld geschetst voor Nederland; circulaire economie maakt daar thematisch deel van uit. • In 2023 is het Nationaal programma circulaire economie 20232030 opgesteld en in de Tweede Kamer besproken. • In november 2023 presenteerden de ministers Adema en De Jonge de Nationale aanpak biobased bouwen. Deze is gericht op verbinden van de landbouw en de bouw, waarbij gewassen worden gekweekt waar vervolgens materialen van worden gemaakt voor de bouw. • Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Utrecht heeft een omgevingsvisie, waarbij de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 de ruimtelijke koers is voor de stad.

Circulaire economie maakt daar deel vanuit. Komende jaren komt er, gebaseerd op en passend binnen de Europese initiatieven, nog de nodige regelgeving omtrent de circulaire economie: Circulair Materialenplan (2025), Nationaal Programma

Circulaire Economie (2025), Nationale Circulaire Plastic Norm (2027) en Circulaire Economie-wet (2027). C.1.3 Provinciaal beleid en omgevingsvisie In 2021 presenteerde de provincie Utrecht haar visie en beleid met de Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050. Dit maakt ook deel uit van de provinciale omgevingsvisie. De provincie draagt vanuit verschillende beleidsvelden met concrete acties bij aan het versnellen van de circulaire economie. Zo is er onder leiding van de provincie in 2022 door vele partijen, zowel gemeenten als markpartijen, het Convenant toekomstbestendig bouwen ondertekend. C.1.4 Gemeentelijk beleid en omgevingsvisie De Visie Utrecht Circulair 2050 is 29 februari 2024 vastgesteld door de raad en maakt daarmee deel uit van de omgevingsvisie Utrecht. Met deze beleidsnota wordt de Visie Utrecht Circulair in concreet beleid vastgelegd tot 2030. Voortgang op de in deze nota omschreven doelen wordt gerapporteerd via twee lijnen: 1. Via de beleids- en beheerscyclus met voorjaarsnota en programmabegroting; 2. Via het jaarlijkse gemeentelijke duurzaamheidsverslag.

1. Verantwoording via de beleids- en beheerscyclus met voorjaarsnota en programmabegroting Binnen het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid wordt gerapporteerd over de voortgang op de doelstelling circulair. Tot 2024 werd dit gedaan op twee indicatoren, namelijk circulair inkopen (uitvraag) en Milieu Prestatie Gebouwen voor de nieuwbouw van woningen (MPG). Ook in 2025 zal gerapporteerd worden op het percentage van het totale inkoopvolume

waarin een circulaire uitvraag is meegenomen. De MPG-methodiek is onderhevig aan een wijziging. Deze indicator zal worden vervangen door een indicator over het massapercentage hernieuwbare en/of hergebruikte materialen toegepast in gronduitgifte via tenders. 2. Verantwoording via het jaarlijkse gemeentelijke duurzaamheidsverslag De overige verantwoording van de ontwikkeling van een circulaire stad in 2050 blijft jaarlijks plaatsvinden via het gemeentelijke duurzaamheidsverslag, gebaseerd op de prioriteiten, ambities en transitie-indicatoren, zoals die in deze beleidsnota zijn aangegeven. Waar mogelijk kwantitatief, maar voor een deel zal het ook om kwalitatieve beschrijvingen gaan. C.1.5 Participatie Volgens de Utrechtse participatieleidraad is er bij het opstellen van deze beleidsnota participatie uitgevoerd. Deze participatie hebben we op niveau ‘raadplegen’ uitgevoerd.

Participatieniveau: raadplegen. De gemeente bepaalt zelf de agenda, maar ziet betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Meningen, ervaringen en ideeën worden geïnventariseerd, maar zijn voor de gemeente niet bindend. De rol van de participant is geconsulteerde. Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces. Meer informatie: Utrechtse participatieleidraad

36

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

In maart 2024 is een groep externe experts benaderd om feedback te geven op de toenmalige beleidsnotatekst. In mei 2024 organiseerden we een tweede participatieronde, waarbij nogmaals een groep experts reageerden. Beide groepen experts bestaan uit individuen van verschillende medeoverheden, adviesbureaus, kennisinstituten die allen expertise op de inhoud hebben. Deelname aan deze participatierondes is op basis van vrijwilligheid en collegialiteit uitgevoerd. Feedback vanuit deze twee rondes leidde tot aanscherping van de tekst en de ambities. Per participant is schriftelijk teruggekoppeld wat concreet met de feedback is gedaan in de beleidsnota.

C.2 Indicatoren, voortgang en verantwoording We rapporteren de voortgang op de prioriteiten genoemd in hoofdstuk B aan de hand van de bijdrage aan de twee overkoepelende transitie- en effectdoelen. We rapporteren dit op basis van daarvoor geschikte indicatoren wanneer die beschikbaar zijn, zoals aangegeven in onderstaande tabel. Omdat de circulaire economie een overgang is, is het lastig bij transitiedoelen concrete indicatoren toe te voegen. Bij sommige doelen kan dat wel, bij anderen minder goed. Het gaat hier vaak om kwalitatieve aspecten die zich lastig in een indicator laten vatten. Toch proberen we waar mogelijk concrete resultaten aan te geven.

Transitiedoel: we werken aan de randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken, organiseren en doen voor iedereen mogelijk te maken. Zo geven we richting aan en versnellen we de overgang naar een circulaire stad. We zetten in op een toename in bewustzijn en actieve betrokkenheid bij de circulaire transitie binnen de organisatie, bij consumenten en bij bedrijven. De betrokkenheid van consumenten meten we via de bewonersenquête. We streven hier naar een toename van bewustzijn én actieve betrokkenheid. Het aantal betrokken bedrijven wordt gemeten via de NEx (klik op de link en zie pagina 53). De interne betrokkenheid meten we via de prioriteit opdrachtgeven en inkopen. Prioriteit 1. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

We stimuleren Utrechtse ondernemers onderdeel te zijn

We werken aan een ecosysteem van circulaire

van de circulaire overgang en deze aan te jagen vanuit

bedrijventerreinen en het ondersteunen van circulaire

ondernemerschap. We creëren randvoorwaarden, zoals

activiteiten in de wijk; het ondersteunen van (startende)

ruimte, netwerken, ondersteuning, financiering, kennis en

circulaire bedrijven en netwerken; en het ontwikkelen van

talent in samenwerking met organisaties op verschillende

triple helix samenwerking voor het opleiden voor de

schaalniveaus.

circulaire economie. We monitoren deze ontwikkelingen op kwalitatieve wijze.

37

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Prioriteit 2. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

We werken als organisatie aan de openbare ruimte volgens het waarderen van

We maken circulariteit integraal onderdeel van alle projecten in de openbare

circulariteit, het wegen van milieu-impact en het principe ‘hergebruik, tenzij’.

ruimte. Dit doen we door het implementeren van de aanpak Duurzaam GWW.

We dragen actief bij aan (regionale) ketensamenwerkingen om circulair

We nemen actief deel in samenwerking met Building Balance en de Circulaire

bouwen te versnellen en op te schalen.

Grondstoffencorridor. In 2030 tien biobased ketensamenwerkingen en 1500 hectaren vezelteelt in provincie Utrecht. Minimaal vier pilotprojecten binnen de Grondstoffencorridor gericht op implementatie van circulaire concepten.

We dragen actief bij aan landelijke indicatoren en raamwerken om circulair

We ondertekenden het Convenant Toekomstbestendig Bouwen en Het

bouwen te versnellen en op te schalen.

Nieuwe Normaal en dragen bij aan de doorontwikkeling daarvan. Hier worden de komende jaren nieuwe versies van ontwikkeld, waar wij actief input voor leveren. Dit doen we onder andere via bijeenkomsten, feedback en evaluaties van projecten.

We hebben een intern opleidingsaanbod om ambtenaren op te leiden in het

Vanaf 2025 nemen jaarlijks minimaal 20 ambtenaren deel aan de

vakgebied circulair bouwen.

introductiecursus circulair bouwen.

We werken met circulariteit als onderdeel van aanbestedingen van nieuwbouw

We starten in 2025 met de aanpak circulair maatschappelijk vastgoed. We

en renovaties van maatschappelijk vastgoed.

schalen deze aanpak op tot 2030, waarbij gedurende het proces geleerd en bijgestuurd wordt via reflexieve monitoring. In 2030 is circulariteit in alle maatschappelijk vastgoedprojecten een onderdeel.

We vergroten de betaalbaarheid van circulair bouwen door het ontwikkelen

We starten in 2025 met het ontwikkelen van een circulair businessmodel om

van een circulair businessmodel, waarmee we een randvoorwaarde voor de

circulair maatschappelijk vastgoed te realiseren. Dit schalen we, afhankelijk

realisatie van circulair maatschappelijk vastgoed scheppen.

van de resultaten, zo snel mogelijk op tot 2030.

We vergroten de meetbaarheid van circulair bouwen door een circulair

We starten in 2025 met het ontwikkelen van een circulair toetsingskader om

toetsingskader te ontwikkelen en hanteren, waarmee de milieubaten van

circulair maatschappelijk vastgoed te realiseren. Dit schalen we, afhankelijk

circulair bouwen integraal worden meegewogen in nieuwbouw en renovatie

van de resultaten, zo snel mogelijk op tot 2030.

van maatschappelijk vastgoed.

38

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Effectdoel: we gebruiken in 2030 maximaal de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen. Prioriteit 3. Circulair opdrachtgeven en inkoop

Prioriteit 1. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap

Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

We vergroten het bewustzijn en het kennisniveau over

Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma MVOI

Door ruimte en circulaire bedrijvigheid en

Aantal circulaire bedrijven in provincie Utrecht.

circulair opdrachtgeven en inkopen in de organisatie.

werken we in 2024 aan een kennisontwikkelingsplan.

werkgelegenheid te prioriteren, maken we het mogelijk

2024: 10,1% (meting 2023 o.b.v. Utrechtse NEx).

Periodiek peilen we de kennis over en betrokkenheid bij

meer hergebruikte materialen in de stad te verwerken.

Beoogd effect: percentage neemt jaarlijks toe.

circulair opdrachtgeven en inkopen onder de eigen

Ook leidt dit tot meer (innovatieve) circulaire producten,

medewerkers.

die minder nieuwe, niet-hernieuwbare materialen

We introduceren en implementeren stapsgewijs

We starten met het implementeren van MKI als

gebruiken.

effectmonitoring, zodat inzicht ontstaat in de ecologische

effectindicator voor openbare ruimte projecten in 2024.

Vermindering van de hoeveelheid bedrijfsafval en

2024: 15,7 mln kg, waarvan gescheiden ingezameld

voetafdruk en het grondstoffengebruik die gepaard gaan

Het exacte groeipad is nog niet bekend. Dit hangt af van

toename van de mate waarin grondstoffen (papier,

17,3% (meting 2023 o.b.v. Utrechtse NEx).

met onze inkopen en in de effectiviteit van ons beleid.

de eerste leerervaringen in 2024.

karton, glas, gft enz.) apart van het restafval worden

Beoogd effect: afname totale hoeveelheid bedrijfsafval en

We nemen deel aan samenwerkingsverbanden met zowel

We nemen deel aan diverse ketenoverleggen en zorgen

ingezameld. Gescheiden ingezamelde stromen kunnen

toename van gescheiden ingezameld bedrijfsafval.

andere opdrachtgevers als met marktpartijen. Daarmee

dat deze deelname zo veel mogelijk bij de betreffende

vergroten we de marktkennis binnen onze organisatie;

afdelingen in de gemeente wordt belegd.

worden gekoppeld aan initiatieven die een hoogwaardige toepassing mogelijk maken.

ook leidt het tot meer eenduidige sturing op circulariteit en verbeterde samenwerking met opdrachtnemers.

Prioriteit 4. Circulaire materiaal- en reststromen Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

We werken actief samen met partijen in de stad, regio en

We bouwen twee upcyclecentra waar we huishoudelijke

landelijk om materiaal- en reststromen op een zo

goederen hoogwaardig hergebruiken en activiteiten

duurzaam en circulair mogelijke manier te verwerken.

organiseren voor bewoners. We meten vanaf 2026 jaarlijks hoeveel bewoners de upcyclecentra bezoeken. Minimaal vier pilotprojecten binnen de Grondstoffen­ corridor gericht op implementatie van circulaire concepten.

39

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Prioriteit 2. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouw

Prioriteit 3. Circulair opdrachtgeven en inkoop

Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

Minimaal 50% hernieuwbare en/of hergebruikte

2024: in 2025 maken we een nulmeting van 2024.

Toename circulair inkopen (percentage van totaal

2024: 47%

materialen in de openbare ruimte.

2026: ≥30%

inkoopvolume met circulaire uitvraag). Deze rapporteren

2026: 50%

2028: ≥40%

we jaarlijks in de P&C-cyclus aan de raad.

2027: herijking streefwaardes in verhouding tot potentiële impact in overig inkoopvolume.

2030: ≥50% Minimaal 55% hernieuwbare en/of hergebruikte

2024: in 2025 maken we een nulmeting op basis van

Circulair opdrachtgeven en inkoop draagt bij aan het

Vanuit het uitvoeringsprogramma MVOI wordt gewerkt

materialen in gronduitgifte via tenders. Deze rapporteren

gewonnen tenders van 2024.

verminderen van nieuw, niet-hernieuwbaar

aan het ontwikkelen van effectmonitoring. Het doel

we jaarlijks in de P&C-cyclus aan de raad.

2026: ≥30%

materiaalgebruik.

daarvan is dat we bij de grote grondstofstromen inzicht

2028: ≥45%

krijgen in het grondstoffenverbruik van onze inkopen en

2030: ≥55%

de besparingen.

Minimaal 55% hernieuwbare en/of hergebruikte

2024: in 2025 maken we een nulmeting op basis van

materialen in nieuwbouw en gerenoveerde delen van

projecten tot 2024.

maatschappelijk vastgoed.

2026: ≥30% 2028: ≥45% 2030: ≥55%

Prioriteit 4. Circulaire materiaal- en reststromen Prioriteit en doel

Activiteiten en beoogde resultaten

Hoogwaardig hergebruik van reststromen en materialen

Door het optimaliseren van het inzamelsysteem voor

draagt bij aan het verminderen van nieuw, niet-

huishoudelijk afval, het bewustzijn vergroten bij bewoners,

hernieuwbaar materiaalgebruik.

het stimuleren van afvalpreventie en hogere eisen in aanbestedingen voor het verwerken van reststromen, dragen we bij aan het verminderen van nieuw, niethernieuwbaar materiaalgebruik. Echter, we zijn afhankelijk van gedrag van bewoners en van de vraag naar en toepassing van hergebruikte materiaal- en reststromen door producenten verderop in de keten. Daarom kunnen we geen hard prestatiedoel toezeggen.

40

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

C.3 Risicobeheersing Risicobeheersing is essentieel in het behalen van doelstellingen. Onderstaande tabel geeft een inventarisatie van risico’s en van de bijbehorende beheersmaatregelen weer.

Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

We kunnen het als Utrecht niet alleen.

Samenwerking met andere organisaties en overheden is vereist om onze

We werken samen in regionale samenwerkingsverbanden, zoals de U10, Alliantie Cirkelregio

circulaire ambities haalbaar te maken. Een voorbeeld is het ruimtelijke vraagstuk:

Utrecht en netwerken als UCAN op thema’s als ruimte, regelgeving en aanpakken. Daarnaast

naar schatting is maximaal nog zo’n 40% extra ruimte voor circulaire

sluiten we aan bij landelijke initiatieven die inhaken op het Nationaal Programma Circulaire

bedrijvigheid nodig voor op- en overslag, verwerking en productie. Die ruimte

Economie die ingaan op de Rijk-regio samenwerking, de algemene governance van de

kunnen wij als stad beperkt bieden en we hebben weinig eindverwerkers.

transitie en specifieke thema’s. Belemmeringen, bijvoorbeeld in wet- en regelgeving,

Daarom moeten we voor bepaalde materiaalstromen in de regio afspraken

agenderen we in die verbanden.

maken om deze ketens te kunnen sluiten. Een ander voorbeeld is belemmerende en stimulerende wet- en regelgeving, waarbij we afhankelijkheid zijn van landelijk of Europees beleid om een gelijk speelveld voor bedrijven te creëren, bijvoorbeeld op het gebied van ‘Recht op reparatie’, ‘Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheden (UPV)’ en CO2beprijzing. Onvoldoende ambtelijke capaciteit en budget om alle doelen

Door een tekort aan ambtelijke capaciteit en budget dreigt een aantal doelen

tegelijk en op tijd tot uitvoering te brengen.

buiten bereik te raken. Zie hoofdstuk financiën.

Externe financiering aantrekken.

Te weinig samenwerking met ondernemers op gebied van

Ondernemers hebben een belangrijke rol in de circulaire overgang. Te weinig

In nauw contact met ondernemers voeling blijven houden met behoeften en verwachtingen.

ruimte, circulair ondernemen en opleiden.

samenwerking tussen de gemeente en ondernemers kan leiden tot een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bbccfad4-f9fe-4caf-a7e0-0ce493640287