CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Utrecht Circulair 203018.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Utrecht.nl

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Colofon September 2024 Kenmerk 12697788 Uitgave in opdracht van Anouk Teuns, Ontwikkelorganisatie Ruimte, gemeente Utrecht Internet: www.utrecht.nl/wonen-en-leven/duurzame-stad/circulair/circulaire-stad Rapportage: Team Utrecht Circulair Informatie: Circulair@utrecht.nl Fotografie: Gerbrand Langenberg, Has Bakker, collega’s gemeente Utrecht Vormgeving: Enof creatieve communicatie 2024-042.ENOF

2

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Inhoud Samenvatting4

B.4.

Circulaire materiaal- en reststromen B.4.1 Huishoudelijke reststromen B.4.2 Materialen uit de openbare ruimte van de gemeente B.4.3 Materialen uit demontage- en bouwwerkzaamheden B.4.4 Bedrijfsreststromen

31 32 33 33 34

Inleiding6 A.

Doelen voor 2030

8

A.1

Transitiedoel

8

C.

Monitoren, sturen en verant­woorden

35

A.2

Effectdoel

9

C.1

B.

Uitwerking van doelen binnen de vier prioriteiten

11

B.1

Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap B.1.1 Ruimte voor circulaire bedrijvigheid B.1.2 Aantrekkelijk ondernemersklimaat voor circulair ondernemen B.1.3 Weerbare en wendbare circulaire arbeidsmarkt

11 12 15 19

Juridische context en samenhang met overig relevant beleid C.1.1 Europees beleid, wetten en regelgeving C.1.2 Nationale beleid, wetgeving en omgevingsvisie C.1.3 Provinciaal beleid en omgevingsvisie C.1.4 Gemeentelijk beleid en omgevingsvisie C.1.5 Participatie

35 35 36 36 36 36

C.2

Indicatoren, voortgang en verantwoording

37

Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen B.2.1 Circulaire openbare ruimte B.2.2 Circulaire woning- en utiliteitsbouw B.2.3 Circulair maatschappelijk vastgoed

21 21 23 25

C.3

Risicobeheersing

41

C.4

Financiën C.4.1 Overzichtstabel financiën

43 43

Circulair opdrachtgeven en inkoop B.3.1 Circulair opdrachtgeven verankeren in de organisatie B.3.2 Circulair inkopen met minimale ecologische voetafdruk B.3.3 Samenwerken in ketens voor circulaire innovaties en kennisontwikkeling

28 28 29 31

B.2

B.3

3

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Samenvatting

In de gemeente Utrecht gaan veel grondstoffen om. In 2023 brachten we dit in beeld met een materiaalstroomanalyse. Jaarlijks gaat er z’n 3,8 megaton grondstoffen de stad in, wordt er 1,3 megaton aan exportproducten gemaakt en gaat er zo’n 1 megaton aan ‘afval’ de stad uit. Deze Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is de uitwerking van de Visie Utrecht Circulair 2050, zoals die op 29 februari 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. In deze beleidsnota zijn aan de hand van de vier prioriteiten en ambities uit de Visie Utrecht Circulair 2050 doelen opgesteld voor 2030. Hierbij maken we onderscheid tussen transitie- en effectindicatoren. Dit doen we omdat de transitie naar een circulaire economie nog in een vroege fase is en daardoor niet overal al een effect meetbaar is. Per prioriteit zetten we in op de volgende transitie- en effectdoelen: 1. Bij circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap is het van belang om vooral op de circulaire bedrijvenzone (Lage Weide, Werkspoorkwartier en nieuw te ontwikkelen Strijkviertel), zowel fysieke als milieuruimte, te houden en te creëren voor circulaire bedrijven. Ook het stimuleren en ondersteunen van circulair ondernemerschap, samenwerken met onderwijsinstellingen en het creëren van circulaire banen, blijft voor de ontwikkeling naar een circulaire stad belangrijk.

Bij het creëren van circulaire banen onderscheiden we faciliterende-, kern- en indirecte banen. Als het om circulaire bedrijvigheid gaat, heeft Utrecht drie circulair, bijzonder waardevolle sectoren, blijkt uit de materiaalstroomanalyse en marktverkenning. Dat zijn de bouw-, voedsel- en zorgsector. In de ontwikkeling naar een circulaire stad ligt daar qua bedrijfssectoren de/onze focus. 2. Bij circulaire gebiedsontwikkeling en bouw wordt ingezet op de aanpak van duurzame openbare ruimte met het principe

‘hergebruik, tenzij’. Bij gebiedsontwikkelingen is de ketensamenwerking een belangrijk onderwerp. Zowel bij het vormen van ketens rondom biobased bouwen met Building Balance, en hergebruik van materialen met de Circulaire Grondstoffencorridor. Intern bij de gemeente worden veel medewerkers circulair opgeleid, onder andere voor de inzet van de Milieu Kosten Indicator (MKI). We willen 50% circulair bouwen in 2030 bereiken in gronduitgifte via tenders. Bij maatschappelijk vastgoed zetten we in op het opzetten van een structurele aanpak circulair bouwen en renoveren. 3. De gemeente koopt jaarlijks voor zo’n 770 miljoen euro in. Daarom zetten we in op circulair opdrachtgeven en inkopen. Er is inmiddels een Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). Circulair opdrachtgeven en inkopen is daar een belangrijk onderdeel van. Het opdrachtgeven krijgt naast het inkopen daarbij hogere prioriteit, omdat je daarmee nog beter in de beginfase van planprocessen circulariteit aan de orde kan stellen. 4. Bij circulaire materiaal- en reststromen werken we als gemeente samen met vele partijen om te zorgen dat die materiaal- en reststromen zo duurzaam en hoogwaardig mogelijk op de R-ladder worden verwerkt en weer worden hergebruikt als grondstoffen. In samenwerking met de upcycle-partners worden twee upcyclecentra gerealiseerd en daarna in gebruik genomen.

Van de vier prioriteiten is in hoofdstuk C aangegeven hoe wordt gemeten, gerapporteerd en of de benodigde middelen gedekt zijn. De financiële consequenties zijn tot en met 2028 en structureel in beeld gebracht. Daarbij gaat het om de kosten die gemoeid zijn met de activiteiten om de doelen te halen (A), om de kosten die gedekt zijn (B), de externe bekostiging die beschikbaar is (C) en de financiële

4

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

middelen waarvoor nog dekking gevonden moet worden (D). Uit de financiële paragraaf blijkt dat er in 2025 nog redelijk wat financiële middelen beschikbaar zijn, maar daarna veel minder. In de loop van de jaren (dus vanaf 2026) zijn veel van de benodigde acties om de circulaire doelen te halen dan ook nog niet gedekt. Er wordt ingezet op het vinden van externe financiering, zoals subsidies en fondsen. Wanneer dekking voor deze doelen is georganiseerd, start de uitvoering ervan of schalen we lopende activiteiten op.

5

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Inleiding

Als samenleving gebruiken wij binnen de gemeente Utrecht veel grondstoffen. De voor de Visie Utrecht Circulair 2050 gemaakte Circulaire Nulmeting toont aan dat er jaarlijks zo’n 3,8 megaton aan grondstoffen de stad in gaat. In de stad wordt 1,3 megaton aan exportproducten gemaakt en 1,0 megaton aan ‘afval’ gaat de stad uit. Om een beeld te geven van de omvang van 3,8 megaton aan grondstoffen, heb je een karavaan aan Utrechtse vuilniswagens nodig van Barcelona tot Utrecht om die grondstoffen te vervoeren. Als gemeentelijke organisatie gebruiken we een deel van deze totale hoeveelheid grondstoffen. We kopen jaarlijks gemiddeld voor zo’n 770 miljoen euro aan producten, diensten en activiteiten, in. De grondstoffen hiervoor worden op dit moment grotendeels onttrokken aan de aarde, geproduceerd en getransporteerd met gebruik van fossiele brandstoffen en na gebruik gerecycled, weggegooid of verbrand. Eindige grondstoffen raken hierdoor uitgeput, en de grote hoeveelheden afval en vervuilende productieprocessen beschadigen mensen, de natuur en onze directe leefomgeving. Dit kunnen we niet voor altijd blijven doen. Op 29 februari 2024 is de Visie Utrecht Circulair 2050 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is onze definitie van de circulaire economie en de ambitie om in 2050 een circulaire stad te zijn, uitgewerkt in een gewenst toekomstbeeld waar we gezamenlijk naartoe werken.

De ambitie om een circulaire stad te zijn, is namelijk niet alleen hard nodig om verschillende maatschappelijke opgaven op te lossen, maar ook een wens en kans op een inclusieve, rechtvaardige en gezonde samenleving. De overgang naar een circulaire stad raakt iedereen, waaronder de inwoners van Utrecht, de bedrijven, en ook de gemeentelijke organisatie Utrecht.

Definitie circulaire economie De circulaire economie is een economisch systeem, ontworpen om zo min mogelijk eindige grondstoffen te gebruiken en de waarde van materialen en grondstoffen zo lang mogelijk te behouden in gesloten kringlopen. Daarbij wordt afval en vervuiling voorkomen en worden natuurlijke ecosystemen ondersteund. Het is daarmee een middel om in de behoefte van onze huidige en toekomstige generaties te kunnen voorzien, binnen de draagkracht van de planeet.

In de Visie Utrecht Circulair 2050 stelden we vier prioriteiten vast: 1. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap, 2. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen, 3. Circulair opdrachtgeven en inkoop en 4. Circulaire materiaal- en reststromen (afval naar grondstof). Per prioriteit zijn ambities vastgesteld, waarbij in deze beleidsnota tussendoelen worden uitgewerkt tot 2030. Zo geven we sturing aan hoe we de beschikbare middelen inzetten en maken we de voortgang, lessen en resultaten, inzichtelijk. De overgang naar een circulaire stad Utrecht vraagt een vergaande maatschappelijke verandering. Onderweg naar 2050 zal veel veranderen. Een verandering in denken en doen binnen de samenleving kost tijd en gaat stap voor stap. Zowel de consument, de producent als de gemeente, kunnen sturing geven en het proces van verandering versnellen. Deze sturing uit zich doordat consumenten andere keuzes maken, doordat bedrijven gemotiveerd kansen benutten en circulaire

6

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

verdienmodellen ontwikkelen, en doordat de gemeente Utrecht ervoor kiest in te zetten op de ontwikkeling naar een circulaire stad. Vooral aan het begin van een dergelijke verandering is het lastig om binnen de bestaande werkelijkheid verandering te realiseren. Bedrijfs- en verdienmodellen en de productie van producten is nog lineair ingericht en de wet- en regelgeving alsook het gedrag van mensen is hierop afgestemd. Dat we uitdagingen ervaren om uit de hedendaagse situatie los te komen, hoort erbij, en die uitdagingen kunnen zeker overwonnen worden. Dit vraagt wel dat er naast het kiezen voor circulaire oplossingen waar dat kan, ook wordt gewerkt aan de verandering van de lineaire maatschappij naar een circulaire maatschappij. Daar hoort ook bij dat we inzetten op het actief afbouwen van zaken, bijvoorbeeld het niet meer storten of verbranden van afval. Dit is waar we ons in de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 op richten: waar nodig werken we aan randvoorwaarden om circulair denken en doen voor iedereen zo makkelijk mogelijk te maken. Waar mogelijk zetten we in op het gebruik van minder nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen.

Dit resulteert in een uitwerking van onze aanpak en doelstellingen op twee sporen: 1. Richting geven aan en versnellen van de benodigde maatschappelijke verandering; waar nodig werken we aan randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken en doen voor iedereen zo makkelijk mogelijk te maken. Richting geven aan maatschappelijke verandering is een transitiedoel. 2. Verminderen grondstoffengebruik; we hebben direct invloed op ons eigen grondstoffengebruik en een deel van het grondstoffengebruik in de stad. Waar mogelijk kiezen we voor circulair grondstoffengebruik. Hier geven we het goede voorbeeld en dragen de lessen en resultaten uit om anderen te inspireren en te helpen. Vermindering van grondstoffengebruik is een effectdoel. De infographic hiernaast toont de aanpak van deze beleidsnota in één oogopslag.

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 Bevat vier prioriteiten: 1. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap. 2. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen. 3. Circulair opdrachtgeverschap en inkopen. 4. Circulaire materiaal- en reststromen.

Waar nodig

Waar mogelijk

Transitiespoor

Effectspoor

Versnellen, verbeteren, voorwaarden scheppen

50% minder nieuw, niet-hernieuwbaar grondstoffengebruik

Versnellen en richting geven aan transitiebeweging naar circulaire economie.

Minder nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen in tenders, inkoop en aanbestedingen.

Figuur 1: Infographic Beleidsnota Utrecht Circulair 2030.

Samenwerking

Ketens

Trasitiesturing

Meer circulaire materialen

Langer behoud

Minder uitgaand

50%

2030

Zo versnellen we de transitie naar een circulaire economie!

7

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

A. Doelen voor 2030

De gemeente zet in op een transitiespoor en een effectspoor. Beide sporen bevatten doelen tot het jaar 2030. Deze zijn anders van aard: transitiedoelen richten zich op de zachtere kant van een transitie, zoals het maken van netwerken, samenwerkingsverbanden, lobby en regelgeving, waarmee voorwaarden worden geschapen om te versnellen. Het effectspoor heeft een concrete, meetbare doelstelling: 50% minder grondstoffengebruik in 2030. Hoofddoelstellingen lichten we hier toe. In hoofdstuk B worden de doelstellingen binnen de vier prioriteiten geconcretiseerd.

gebouwde omgeving is. De Verenigde Naties zien bij rivierzand de komende jaren toenemende uitputting ontstaan: er ontstaat schaarste. Toenemende schaarste leidt tot stijgende grondstofprijzen, waarmee ‘de armen’ op lokaal- en wereldniveau het onderspit delven tegenover ‘de rijken’. Dit kan geleidelijk gaan, maar ook via prijsschokken, zoals we hebben ervaren met de gascrisis van 2022. Het is daarom van belang niet te wachten tot grondstoffen zo schaars en onbetaalbaar worden dat het onze economie verstoort, maar vooraf sturing te geven aan grondstoffengebruik.

A.1 Transitiedoel

Dit besef van schaarste schetst waarom het relevant is in te zetten op veranderingen die kwetsbaarheid voor grondstoffenuitputting op duurzame wijze beperken; de circulaire economie. Dit doen we door te werken aan de randvoorwaarden die de overgang van een lineaire naar een circulaire economie mogelijk maken: transitiedoelen.

We werken aan de randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken, organiseren en doen voor iedereen mogelijk te maken. Zo geven we richting aan en versnellen we de transitie naar een circulaire stad.

Voor 2030 stellen we waar nodig het volgende transitiedoel: Grondstoffengebruik heeft negatieve effecten, zoals beschadiging van landschappen door grondstoffenwinning, en uitstoot van CO2 en andere schadelijke stoffen door transport. Dit veroorzaakt wereldwijde uitdagingen, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, maar heeft ook directe gevolgen voor het gezonde leefklimaat, de natuur en waterkwaliteit, in Utrecht. Daarnaast zullen in de toekomst eindige grondstoffen door uitputting schaarser worden. Een actueel voorbeeld hiervan is rivierzand, wat een belangrijke grondstof is voor onder andere beton, waarvan de materiaalstroomanalyse aantoont dat deze ruim 70% van het huidige materiaalgebruik in de Utrechtse

Door het versnellen van het veranderproces naar een circulaire economie kunnen we de maatschappelijke opgaven oplossen, voordat ze te groot worden. Ook kunnen circulaire oplossingen bijdragen aan doelstellingen van andere transities en maatschappelijke opgaven, zoals de klimaat-, en energietransitie, de eiwittentransitie, vergroening van de stad, het tegengaan van biodiversiteitsverlies en stikstofdoelen. Zo zorgen we dat de circulaire stad van 2050 ook klimaatneutraal, (natuur)inclusief, sociaal en gezond is. De afgelopen jaren is als eerste stap al ingezet op de ontwikkeling naar een circulaire stad. En met resultaat. De raadsbrief - afronding Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 licht deze resultaten toe. De afronding van het actieprogramma 2020-2023 is echter slechts het basiskamp. De komende jaren zal de ontwikkeling naar een circulaire stad in een versnelling komen en zorgen voor

8

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

opschaling. Hierin staat samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie, met inwoners en partners in de stad, regio en land, centraal. De ontwikkeling naar een circulaire stad vraagt nadrukkelijk om een andere manier van denken en doen dan we gewend zijn. Dit noemen we transitiedenken.

Transitiedenken is een benadering, waarbij we grote veranderingen bekijken en aanmoedigen voor een betere toekomst. Hierbij kijken we naar de interactie tussen economische, sociale en ecologische factoren. Transitiedenken omvat het heroverwegen van normen en waarden en het aanmoedigen van samenwerking en innovatie op verschillende niveaus, van individuen tot organisaties en overheden. Het doel is om positieve impact te hebben op de maatschappij en het milieu door de overgang naar een duurzamere en veerkrachtigere samenleving te versnellen.

We onderscheiden daarbij drie soorten activiteiten die nodig zijn voor die ontwikkeling: 1. Cultuur- en gedragsverandering: verandering van denken en doen is nodig bij ons als overheid, bij inwoners en bij ondernemers. We inspireren elkaar om de verandering te maken, door resultaten te delen, samen te werken en eerlijk en duidelijk te zijn over wat we van elkaar kunnen verwachten. We nemen het voortouw en geven het goede voorbeeld waar mogelijk, en

ondersteunen markt- en wijkinitiatieven waar we die zien ontstaan. Waar mogelijk sturen we op het aanpassen van de regels die het nieuwe gewenste gedrag mogelijk maken. 2. Lobby- en ketensamenwerking: de spelregels moeten veranderen. Er is op diverse vlakken aanpassing van wetgeving nodig. Bijvoorbeeld meer ruimte in (afval)wetgeving voor het principe voortgezet gebruik. Ook op financieel vlak vergt het aanpassing van de spelregels. Bijvoorbeeld door de focus meer te leggen op levensduurkosten in plaats van investeringskosten, minder financieel belasten van arbeid in relatie tot grondstoffen. Als gemeente Utrecht werken we samen met en treden we op als verbinder tussen de Rijksoverheid en bedrijven en inwoners in Utrecht. Zo zorgen we dat de lokale kennis en behoeftes vanuit de stad in beeld zijn om de stap naar een circulaire economie te kunnen maken. Daarnaast vindt er regelmatig overleg plaats in G4- en G40-verband, met buurgemeenten, de provincie Utrecht en Europa, in verschillende consortia en andere (in)formele bijeenkomsten. Daarin delen we kennis en stemmen we als gemeenten lobbypunten af. Naast inzet op lobby is er ketenopbouw nodig. Met verschillende doelgroepen in de stad en regio zetten we in op het opbouwen van benodigde ketens om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. 3.

Experimenten: de circulaire stad is een aantrekkelijk, maar nog grotendeels abstract toekomstbeeld. Om het beeld van de circulaire stad concreter en tastbaar te maken, zullen we veel innovaties moeten ontwikkelen en testen. Experimenten helpen om ruimte te bieden, waar delen van de gewenste toekomst ontwikkeld en getest kunnen worden. We scheppen de voorwaarden, waaronder juridisch, financieel, geografisch en mentaal, om deze experimenten uit te gaan voeren.

Naast inspanning op de transitiedoelen zetten we waar mogelijk in op effectdoelen die een meetbaar effect vormen in de overgang naar een 100% circulaire stad.

A.2 Effectdoel We gebruiken in 2030 maximaal de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen.

Voor 2030 stellen we als gemeentelijke organisatie Utrecht waar mogelijk het volgende effectdoel: Het overkoepelende effectdoel voor 2030 gaat over het gewenste tussenresultaat richting 2050. Dat is dat we als gemeente minimaal 50% minder eindige grondstoffen gebruiken. Als stad hebben we echter ook een divers aantal andere doelen die bereikt moet worden, zoals bijvoorbeeld de bouw van vele woningen. Verminderen van het absolute grondstoffengebruik zou dat ernstig belemmeren. We willen dus aan de consumptievraag van de stad kunnen voldoen op circulaire wijze. Daarom maken we onderscheid in het soort grondstoffengebruik dat we willen verminderen. Dat doen we door 50% minder ‘nieuwe’ grondstoffen en minder ‘niet-hernieuwbare’ grondstoffen te gebruiken ten opzichte van hedendaags gebruik. Dit kunnen we niet alleen. We zijn hierbij deels afhankelijk van de circulaire oplossingen die de markt aanbiedt en van Europese en landelijke wetgeving die helpt om circulair denken en doen te standaardiseren. Per prioriteit geven we aan hoe en in welke mate we bijdragen aan dit effectdoel.

9

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Nieuwe grondstoffen zijn na winning uit de aarde voor de eerste keer in gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan ijzererts dat is verwerkt in staal dat voor het eerst wordt gebruikt om een auto of gebouw te maken. Of aan grondstoffen die voor de eerste keer worden gebruikt om een plastic fles te maken. Hergebruikte grondstoffen (ook wel ‘secundaire’ grondstoffen genoemd) zijn na de eerste keer gebruik teruggewonnen en voor een tweede (of derde, vierde, enzovoorts) keer verwerkt in een product. Bij gebruik van secundaire grondstoffen zijn dus minder nieuwe grondstoffen nodig. Niet hernieuwbare grondstoffen zijn niet binnen een voor mensen relevante tijdschaal hernieuwbaar. Ze ontstaan in lange cycli die duizenden of zelfs miljoenen jaren tijd nodig hebben om nieuwe grondstoffen te vormen. Denk aan aardolie, of rivierzand. Deze grondstoffen zijn afhankelijk van trage geologische processen. Hernieuwbare grondstoffen (ook wel ‘biotische’ grondstoffen genoemd) zijn op relatief korte termijn hernieuwbaar, zoals gewassen of bomen die bij duurzaam beheer binnen (enkele tientallen) jaren groeien.

10

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B. Uitwerking van doelen binnen de vier prioriteiten

Per prioriteit uit de Visie Utrecht Circulair 2050 lichten we in dit hoofdstuk de ambities toe en geven we aan hoe en voor welke transitie- en effectindicatoren in 2030 doelen worden bereikt. De transitie- en effectdoelen worden eerst per prioriteit puntsgewijs benoemd en vervolgens toegelicht.

B.1 Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap We stimuleren Utrechtse ondernemers onderdeel te zijn van de circulaire transitie en deze aan te jagen vanuit ondernemerschap. We creëren randvoorwaarden, zoals ruimte, netwerken, ondersteuning, financiering, kennis en talent in samenwerking met organisaties op verschillende schaalniveaus. Hierdoor kunnen bedrijven circulaire producten en diensten ontwikkelen, zo min mogelijk eindige grondstoffen gebruiken en grondstoffen zo lang mogelijk behouden in gesloten kringlopen. Voor circulaire bedrijvigheid en ondernemen zetten we tot 2030 in op de volgende transitie- en effectdoelen:

Bijdrage aan effectdoel voor 2030: Het vergroten van het aantal circulaire bedrijven en ondernemers door te werken aan de randvoorwaarden versterkt de arbeidsmarkt, innovatiekracht en (toekomstige) economie. Dit maakt het mogelijk voor consumenten, inclusief onze eigen organisatie, om steeds vaker te kiezen voor circulaire producten en diensten wat het gebruik van nieuwe niet-hernieuwbare grondstoffen verkleint.

Transitiedoelen voor prioriteit 1: Ruimte voor circulaire bedrijvigheid 1. We optimaliseren de fysieke en milieuruimte voor de bedrijventerreinen Lage Weide, werkspoorkwartier, De Wetering (Noord en Zuid), Oudenrijn, Haarrijn, Nieuw-Overvecht, Hooggelegen, de Koffieknoop, het Demkaterrein, Westraven en straks Strijkviertel, ten behoeve van de circulaire economie en zien het behoud van de fysieke en milieuruimte van deze bedrijventerreinen als het absolute minimum. 2. We maken gedragsverandering naar circulair makkelijker door Utrechters kennis te laten maken met circulaire activiteiten via behoud en creatie van ruimte voor circulaire activiteiten bij gebiedsontwikkelingsprojecten bij OV, winkelcentra en in woonwijken. Aantrekkelijk ondernemersklimaat voor circulair ondernemen 3. We nemen een actieve rol in versterking van circulair ondernemerschap via kennisdeling, ontmoeting en ondersteuning, bij het vinden van financiering voor circulaire businessmodellen, opschaling en het wegnemen van belemmeringen hierbij. Weerbare en wendbare circulaire arbeidsmarkt 4. We stimuleren de ontwikkeling van samenwerkingsverbanden tussen overheid, onderwijs en ondernemers, die bijdragen aan de ontwikkeling van circulair opleidingsaanbod, waarbij we ook communiceren en informeren over de veranderingen op de arbeidsmarkt en de benodigde vaardigheden als gevolg van de circulaire transitie.

11

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Als Utrecht hebben we een sterke concurrentiepositie in Europa en zijn we trots op onze sterke economie. Dit willen we, tijdens de overgang naar een circulaire economie, zo houden. Onze ambitie onderweg naar een circulaire stad in 2050 is voldoende ruimte, een aantrekkelijk ondernemersklimaat en een weerbare en wendbare arbeidsmarkt voor circulaire bedrijven en ondernemers, te bieden. De transitiedoelen sluiten aan op de circulaire doelen uit andere beleidsdocumenten, waaronder de Actieagenda Utrechtse Economie, de in de maak zijnde beleidsnota’s werklocaties, en de beleidsnota Arbeidsmarkt.

waterwegen, die niet gebruikt worden voor watergebonden activiteiten. Ook zoeken we meer ruimte voor circulaire activiteiten door bedrijvigheid te intensiveren, de lineaire en fossiele industrie geleidelijk af te bouwen en door te sturen op clustering van overeenkomstige activiteiten of ketens. Leidend principe is het juiste bedrijf op de juiste plaats door milieuruimte voor bedrijven in Utrecht optimaal te benutten, niet zonder zwaarwegende redenen naar beneden bij te stellen voor het mogelijk maken van andere functies.

B.1.1 Ruimte voor circulaire bedrijvigheid De overgang naar een circulaire stad vraagt nú om ruimtelijke no-regret maatregelen. In lijn met de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) reserveert Utrecht locaties voor alle soorten circulaire activiteiten. De belangrijkste locaties voor circulaire activiteiten zijn bedrijventerreinen en in het bijzonder terreinen aan waterwegen, met milieuruimte en aan stadsranden. Ook bedrijfslocaties bij OV, winkelcentra en in woonwijken, vallen hieronder. Het strategisch benutten van deze locaties is extra belangrijk omdat het plannen van nieuwe locaties in stad en regio tientallen jaren duurt én ver achterblijft bij de behoefte aan bedrijfslocaties. Het behouden van huidige werklocaties is het minimum. Het PBL verwacht namelijk dat er voor de circulaire economie tot 40% meer ruimte nodig is dan voor de huidige lineaire activiteiten. We zetten in op meer ruimte voor circulaire activiteiten door onderbenutting op Utrechtse bedrijventerreinen tegen te gaan. Dit noemen we het optimaliseren van bedrijfslocaties. Voorbeelden van onderbenutting zijn zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen, onderbenutting van milieucategorieën, parkeren op maaiveld en bedrijfskavels aan

12

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Utrecht werkt aan een ecosysteem van circulaire bedrijventerreinen. De terreinen versterken elkaar, bedienen de gehele R-ladder en alleen samen maken zij Utrecht een circulaire stad.

Werkspoorkwartier • Binnenstedelijk, stadsverzorgend bedrijventerrein. • Ontmoeten, leren en experimenteren. • Utrechters maken kennis met circulaire activiteiten, zoals het upcyclecentrum en het Hof van Cartesius (zie afbeelding). • Activiteiten rondom hergebruik en reparatie.

Lage Weide • HMC-locaties met ‘natte’ bedrijfskavels (multimodaal). • Circulaire, watergebonden industrie en maakindustrie (MKB). • Machinekamer van Utrecht. • Activiteiten, zoals grondstoffen-bedrijven of bedrijven rond revisie en reparatie met zware materialen of chemicaliën.

Strijkviertel • Stedelijk bedrijventerrein aan de stadsrand. • Hoogwaardige circulaire (maak)bedrijven. • Activiteiten gericht op innovatie en deeleconomie. • Circulaire koplopers en pioniers die streven naar een hoge positie op de R-ladder.

Afbeelding 1: Hof van Cartesius in het werkspoorkwartier.

Afbeelding 2: Lage Weide, terrein Theo Pouw Groep.

Afbeelding 3: Het nog lege circulaire bedrijvenpark Strijkviertel.

13

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Producten zullen in Utrecht als circulaire stad met minder nieuwe grondstoffen of met meer hernieuwbare materialen worden gemaakt. Hiervoor is er ruimte voor ondernemers nodig die werken aan zulke innovaties. Circulair bedrijvenpark Strijkviertel gaat hier een voortrekkersrol in spelen.

eindverwerkers voor huishoudelijk afval herbergt. Hierdoor zijn we afhankelijk van industrieclusters elders in het land. Om toekomstige afvalproblemen te voorkomen, is het cruciaal om de verbinding via het water met deze verwerkers van buiten de provincie te behouden. Lage Weide is hiervoor dé geschikte locatie in Utrecht.

Ook zullen producten zo lang mogelijk in gebruik zijn door het zo hoog mogelijk op de R-ladder te houden, bijvoorbeeld via reparatie. Om deze activiteiten uit te kunnen voeren, is er in de stad ruimte nodig voor werkplaatsen, productiehallen, magazijnen en distributie- en ambachtscentra. Dergelijke locaties zijn veelal te vinden op bedrijventerreinen aan de stadsrand. Omdat deze activiteiten inwoners of lokale bedrijven als klant hebben, is de nabijheid van het stedelijk gebied en de bereikbaarheid van belang. Het Werkspoorkwartier speelt hier een voortrekkersrol in door Utrechters kennis te laten maken met de circulaire activiteiten, via bijvoorbeeld het Hof van Cartesius en het upcyclecentrum.

Ook op andere plekken in stad en regio bevinden zich bedrijventerreinen met milieuruimte en kavels aan het water. Voorbeelden zijn Westraven, het Werkspoorkwartier en de Koffieknoop. Op dergelijke plekken zijn in de toekomst ook meer circulaire watergebonden activiteiten mogelijk en nodig.

Grondstoffen en producten zijn na verloop van tijd niet meer te hergebruiken of te repareren. Om de keten rond te maken, moeten deze materialen zo hoogwaardig mogelijk worden verwerkt, door activiteiten gericht op recycle en recover. Ondanks dat het duurzame activiteiten zijn, hebben ze enige milieuruimte nodig. In een circulaire stad worden daarnaast zware goederen en materiaalstromen, waar mogelijk, over het water vervoerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van plekken voor op- en overslag van grondstoffen en verwerking van secundaire grondstoffen (zogenaamde circulaire bouw- en grondstoffenhubs). Dit bespaart CO2- en stikstootuitstoot, verlaagt kosten en levert minder vrachtvervoersbewegingen in de stad op. Daarmee blijft, met de grote binnenstedelijke bouwopgave, de stad bereikbaarder en leefbaarder. Bovendien is het benutten van bedrijfskavels die aan het water liggen in Utrecht extra belangrijk, omdat de provincie weinig tot geen

Via onze gebiedsontwikkelingen, bouwprojecten en (her)inrichting van de openbare ruimte, proberen we bewoners van de stad te verleiden om circulaire keuzes te maken. Dit wordt gedaan door het creëren van faciliteiten voor circulaire activiteiten op kleinschalige locaties, zoals winkelcentra, woonwijken en bij ov-punten, waar gedeeld gebruik, reparatie, revisie, recycling en upcycling, mogelijk zijn. Instrumentarium De ontwikkeling naar circulaire bedrijventerreinen vraagt om een instrumentarium, waarbij proactief circulair ruimtelijk beleid is te voeren. Hoewel uitvoering altijd maatwerk per terrein of kavel is, zijn er in de stad bij de bedrijventerreinen verschillende instrumenten die kunnen worden ingezet om te sturen op de gewenste circulaire ruimtelijke ontwikkeling, zoals een omgevingsplan, gronduitgifte, aankoop van grond, cofinanciering en subsidies en vormen van samenwerking, zoals bijvoorbeeld met de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU). Er is bij de instrumenten onderscheid te maken tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke maatregelen die circulair kunnen normeren

of stimuleren. Het is goed om te vermelden dat grond in eigendom van de gemeente en grond niet in eigendom van de gemeente ander instrumentarium vraagt om tot de gewenste circulaire ontwikkeling te komen. Immers, het direct sturen op circulaire bedrijvigheid via de publiekrechtelijke weg zonder gemeentelijk grondeigendom, is complex. Ook kan de gemeente samen met de andere overheden en private partners een ondersteunende rol spelen bij de benodigde ontwikkeling naar circulaire bedrijventerreinen in stad en regio. Tot slot zijn er nog twee belangrijke randvoorwaarden om tot een circulaire stad te komen: 1. Schuifruimte. Door schaarse ruimte voor bedrijventerreinen en zeer lage leegstand van bedrijfslocaties is het voor circulaire bedrijven zeer moeilijk om zich te vestigen, te verplaatsen of uit te breiden binnen de stad en regio. Om meer (schuif)ruimte te creëren, zijn regionale bedrijventerreinen in samenwerking met de provincie en regio benodigd. Ook kan er gekeken worden hoe er weer meer circulaire bedrijfsactiviteiten in de wijken zijn terug te brengen zonder dat dit hinder veroorzaakt.

In ieder geval behouden we de fysieke en milieuruimte van de bedrijventerreinen Lage Weide, Werkspoorkwartier, De Wetering (Noord en Zuid), Oudenrijn, Haarrijn, Nieuw-Overvecht, Hooggelegen, de Koffieknoop, het Demkaterrein, Westraven en straks Strijkviertel, voor de stad voor bedrijvigheid. 2. Infrastructuur. Materialen en producten zullen vaker wisselen tussen werklocaties en woonwijken, omdat deze gerepareerd en hergebruikt worden. Dit vraagt om het goed verbinden van werklocaties met het stedelijk weefsel. Daarnaast worden spoor, weg en water, optimaal benut in een circulaire stad. Voldoende infrastructuur is ook randvoorwaardelijk voor de gewenste intensivering van bedrijventerreinen.

14

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.1.2 Aantrekkelijk ondernemersklimaat voor circulair ondernemen Circulair ondernemerschap zal in 2050 de standaard zijn. Op dit moment is dat nog niet het geval en is ongeveer 10% van de bedrijven in de provincie Utrecht circulair. Dat betekent dat er nog flinke stappen nodig zijn. Dit vraagt binnen de spelregels voor een vrije markt om stimulerende maatregelen en passende regelgeving, zodat de juiste randvoorwaarden voor die overgang ontstaan. Maar ook de vraag van de markt naar circulaire producten, van consumenten, bedrijven en de overheid, is hierbij cruciaal. Momenteel stuiten circulaire pioniers vaak op obstakels in de huidige samenleving die circulair ondernemerschap nog niet voldoende beloont. Denk aan het feit dat het nieuw kopen van een product goedkoper kan zijn dan reparatie of het gebruik van gerecyclede materialen, bijvoorbeeld gerecycled plastic, duurder is dan nieuw geproduceerd plastic. Dit komt onder andere door het vaak nog ontbreken van passende wet- en regelgeving, stimulerende subsidies en communicatie, waardoor circulaire ondernemingen niet kunnen concurreren met de meer traditionele, lineaire markt.

economie en wijze van bedrijfsvoering, met de ambitie om voorop te lopen in deze ontwikkeling. Als onderdeel hiervan is de Utrechtse Nieuwe Economie Index geïntroduceerd, en is een externe raad ingesteld om advies te verlenen over onze aanpak op dit gebied (zie pagina 12 van Voortgangsrapportage 2024 Uitvoeringsagenda Acteplan Utrechtse Economie). In het stimuleren van een aantrekkelijk circulair ondernemersklimaat zetten we in op de volgende aspecten: digitalisering, startups, circulaire netwerken, bewustzijn, financiering en ondersteuning overige bedrijven. Deze worden hieronder afzonderlijk toegelicht. Daarbij richten we ons op de sectoren bouw-, voedsel-, en zorgsector, zoals voortgekomen uit de Visie Utrecht circulair 2050, als de meest waardevolle sectoren.

Het is daarom van belang dat de vraag vanuit de markt wordt vergroot, zodat circulaire bedrijven op eigen kracht kunnen bestaan en aan de toekomst kunnen bouwen. Als gemeente bieden we waar mogelijk ondersteuning aan ondernemers die willen starten met circulair ondernemen, vaak in samenwerking met andere organisaties, zoals de Alliantie Cirkelregio, ROM Utrecht Region en diverse andere netwerken en organisaties, zoals ondernemersverenigingen en banken.

Innovatieve circulaire businessmodellen en digitalisering Om de samenleving meer circulair te maken, is innovatie essentieel en zijn schaalbare oplossingen op diverse fronten nodig. Een voorbeeld is het gebruik van digitale tools die kunnen bijdragen aan oplossingen voor minder materiaalgebruik en langer gebruik van materialen en producten of informatie over het gebruik en de beschikbaarheid van grondstoffen. Met onder meer de digitalisering van data, zoals materialenpaspoorten, circulaire modellering en slimme platformen, wordt hieraan bijgedragen. In onze regio zien wij dat het innovatieprogramma Digitalisering in de circulaire bouweconomie (DigiC) door publiek-private samenwerking digitale circulaire oplossingen ontwikkelt, die schaalbaar zijn. Omdat de regio Utrecht een groot aantal dienstverlenende en IT-gedreven bedrijven heeft, liggen er kansen om juist in onze regio digitale tools voor de circulaire economie te ontwikkelen en in te zetten, bijvoorbeeld door startups.

In lijn met de Actieagenda Utrechtse Economie proberen we met lokale initiatieven ondernemers te inspireren over een duurzame

Wij ondersteunen startende circulaire bedrijven door zogenaamde ‘incubatieprogramma’s’, die ondernemers helpen met netwerken,

kennis en ondernemerschap. In de netwerken wordt ook samengewerkt met kennisinstellingen om meer circulaire kennisontwikkeling om te zetten in praktische toepassingen en ondernemerschap, maar ook om circulaire vaardigheden te ontwikkelen. Daarnaast helpen wij circulaire bedrijven op weg op onderwerpen waar wij als gemeente zelf actief in zijn of een netwerk op hebben, zoals huisvestingsvraagstukken, vragen over vergunningen of samenwerking met de gemeente. We verkennen ook hoe hubs voor innovatieve circulaire ondernemers kunnen worden opgezet, waar zij elkaar kunnen ontmoeten en waar programma’s worden aangeboden. Circulaire netwerken Netwerken spelen een belangrijke rol in het versterken van circulair ondernemerschap. Regionaal onderzoeken wij hoe we circulaire initiatieven en netwerken kunnen versterken. Een voorbeeld van een regionaal netwerk waar wij bij zijn aangesloten, is Cirkelstad. Binnen dergelijke netwerken ontmoeten ondernemers elkaar, doen inspiratie op, en ontwikkelen gezamenlijke initiatieven, bijvoorbeeld op materiaalstromen. Door verschillende initiatieven samen te brengen en te ondersteunen, wordt een basis gecreëerd voor ontmoeting en ondersteuning bij circulair ondernemerschap. Van pilotprojecten is het de bedoeling om op te schalen naar een bredere implementatie.

Hierbij is het belangrijk om belemmeringen voor circulaire bedrijven aan te pakken, zoals het aantrekken van financiering en het creëren van een gelijk speelveld, via wet- en regelgeving. Bewustzijn en ondersteuning bedrijven Het bewustzijn van circulair ondernemen bij bestaande bedrijven is over het algemeen nog beperkt, omdat zij vaak directe uitdagingen hebben te managen, zoals kostenbesparingen, schulden, personeelstekorten, verduurzaming (met name energiebesparing) en

15

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

netcongestie. Daarom is het belangrijk om het voor hen aantrekkelijker te maken om met circulariteit aan de slag te gaan, bijvoorbeeld door laagdrempelige ondersteuning beschikbaar te stellen. Het open innovatieplatform U-forward is een van de initiatieven die bedrijven uitdaagt om met Utrechtse (circulaire) vraagstukken aan de slag te gaan. We onderzoeken of lokale en regionale instrumenten kunnen worden opgezet om circulair ondernemerschap te stimuleren, zoals vouchers voor onderzoek, advies en ondersteuning bij het ontwikkelen van circulaire bedrijfsmodellen en samenwerking in de keten. Ook het aanstellen van ketenregisseurs kan helpen bij het versterken van samenwerking tussen bedrijven, het ontwikkelen van kennis en het stimuleren van circulariteit in diverse sectoren, zoals bouw, voedsel en zorg. Door publiek-private samenwerking kunnen concrete projecten worden ontwikkeld die op den duur kunnen worden opgeschaald. Financiering circulaire concepten en bedrijfsmodellen Financiering blijft een uitdaging voor circulaire concepten en bedrijfsmodellen. Dat heeft verschillende redenen, bijvoorbeeld dat de markt eigenlijk nog niet klaar is voor de circulaire oplossing doordat het verdienmodel zich niet richt op zoveel mogelijk producten verkopen, maar zo lang mogelijk van een product gebruik blijven maken.

Of omdat het concept uitgaat van deelgebruik of ook de restwaarde van de grondstoffen in de totale businesscase meeneemt. Ook vraagt het uitproberen van nieuwe oplossingen vaak een investering aan de voorkant, wat risicovol is. Er worden stappen gezet om op andere manieren in te springen op dit soort financieringsvraagstukken, onder meer vanuit de Kopgroep circulair financieren. Wij willen hieraan bijdragen door samen te werken met financiële instellingen en projectmatig subsidies te verkennen. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) Utrecht Region, waar de gemeente Utrecht als aandeelhouder sturing op heeft en waar we

bijdragen aan het fondsvermogen, heeft inmiddels in een aantal innovatieve circulaire bedrijven uit onze regio geïnvesteerd om opschaling mogelijk te maken, zoals Neffa, Bikeflip en Wastewatchers. Daarnaast zetten we in op het werven van andere financieringsmogelijkheden voor vernieuwende concepten en bedrijfsmodellen, zowel op Europees niveau, via beschikbare fondsen als LIFE, Interreg EFRO en Horizon, als lokaal via bijvoorbeeld de ROM Utrecht Region, private fondsen, goede doelen en investeerders. Ook zetten we een Social Impact Fonds op, van waaruit onder meer startende circulaire verdienmodellen ondersteund kunnen worden. Impact ondernemers en MKB’ers krijgen hiermee toegang tot groeikapitaal om duurzaam, inclusief en impactvol te ondernemen. Het Impact Fonds draagt daarmee bij aan een duurzame economie. We dragen bij aan de actualisatie van de Regionale Economische Agenda, met als doel om opschalingsfaciliteiten voor circulaire ondernemers te verankeren. Dit omvat onder meer het nader verkennen van financieringsmogelijkheden en het stimuleren van samenwerking tussen bedrijven in diverse sectoren. Drie waardevolle sectoren voor Utrecht De bouw-, voedsel- en zorgsector zijn in de Visie Utrecht Circulair 2050 vastgesteld als sectoren die in Utrecht veel lokale waarde vertegenwoordigen en waarop we met focus inzetten om kansen te verzilveren en uitdagingen te overwinnen.

Dat blijkt uit de grondstoffenanalyse en uit de marktverkenning voor circulaire bedrijven die we in 2023 lieten uitvoeren. We namen de doelen en activiteiten daarvoor in de vier prioriteiten op. Binnen het hoofdstuk ‘circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen’ staan we uitgebreid stil bij de bouw. De streefbeelden voor de circulaire voedselsector en zorgsector en de kansen voor sturing hierop, zien we als volgt.

16

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Voedselsector Streefbeeld uit de Visie Utrecht Circulair 2050 Voedselproductie gaat niet meer ten koste van de natuur en de bodems, maar versterkt en behoudt de biodiversiteit. Ons voedsel legt niet alleen kortere afstanden af, maar bereikt ons ook met minder tussenschakels tussen producent en consument. In deze korte ketens met duurzame en gezonde voedselproducten zijn tussenstappen en partijen geminimaliseerd en wordt intensief samengewerkt tussen boeren, inwoners, voedselverwerkers, supermarkten en horecagelegenheden.

Eetbare woonwijk Rijnvliet De woonwijk Rijnvliet is de eerste eetbare woonwijk in Utrecht. In de openbare ruimte zijn een voedselbos, eetbare heggen en bermen. Bewoners kunnen voedsel maken van de planten en bomen in de wijk. Ook delen zij voedsel via deelkastjes in de wijk. Dat gaat voedselverspilling tegen en stimuleert lokale voedselproductie en -consumptie en daarmee de circulaire economie. Er zijn afspraken met de gemeente over onderhoud door bewoners.

We hebben invloed op circulaire voedselproductie en consumptie door onder andere: • Ruimte te bieden voor circulaire ondernemers in de voedselketen. • Ruimte te bieden voor voedsel in de wijk. • Stimuleren van ondernemerschap in de verwerking van reststromen. • Tegengaan van voedselverspilling door voorwaarden op te nemen bij de inkoop en verlening van vergunningen bij evenementen en subsidies. • Samen te werken met initiatieven in stad en regio die productie en consumptie van lokaal, duurzaam en gezond voedsel stimuleren. • Samen te werken met voedselbedrijven en onderwijsinstellingen om bij te dragen aan voldoende en goed gekwalificeerd personeel voor circulaire werkzaamheden. • Lobby voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Afbeelding 4: Eetbare woonwijk Rijnvliet.

17

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Zorgsector Streefbeeld uit de Visie Utrecht Circulair 2050 Voorheen was de zorgsector een grootverbruiker van (plastic) wegwerpmaterialen, maar tegenwoordig kunnen we materialen hergebruiken zonder daarbij in te leveren op zorgkwaliteit. Er zijn inmiddels vele circulaire bedrijven die zorgen dat afval in de zorgsector wordt voorkomen, onder andere door medische instrumenten na gebruik niet weg te gooien, maar weer steriel te maken. Machines en apparatuur voor medische zorg hebben een langere levensduur doordat ze modulair en eenvoudig te repareren zijn.

Circulaire zorgsector Momenteel wordt er nog veel afval geproduceerd in de zorgsector. Door meer circulariteit te stimuleren, verkleinen we deze hoeveelheid afval.

We hebben invloed op circulariteit in de zorg door onder andere: • Ruimte te bieden voor circulaire ondernemers in de zorgsector. • Samen te werken aan innovatie van producten voor langere levensduur en stimuleren van hergebruik van materialen. • Voorwaarden te stellen bij financieringsinstrumenten over gebruik van materialen en tegengaan van verspilling. • Samen te werken met de provincie Utrecht die een ketenregisseur aanstelt voor de zorg/gezondheidssector. Doel is inzicht te krijgen in de kansen en knelpunten in de hele keten en interventies te doen. • Samen te werken met bedrijven, partijen in de zorg en onderwijsinstellingen, om bij te dragen aan voldoende en goed gekwalificeerd personeel voor circulaire werkzaamheden. • Het meewerken aan initiatieven uit de sector zelf, zoals de Green Deal voor een duurzame en circulaire zorg en initiatieven als de ‘Groene O.K.’ Afbeelding 5: Circulaire zorgsector.

18

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.1.3 Weerbare en wendbare circulaire arbeidsmarkt Met nieuwe circulaire bedrijvigheid ontstaan nieuwe banen. Zo creëert het repareren en hergebruiken van producten dergelijke nieuwe duurzame banen, ook voor mensen zonder specifieke opleiding of met een afstand tot de arbeidsmarkt. Uiteindelijk veranderen alle banen, kopen inkopers circulair in en dragen technici bij aan het verlengen van de levensduur van producten. Veranderende arbeidsmarkt door de circulaire transitie De veranderingen op de arbeidsmarkt vragen om een andere manier van denken en doen in alle sectoren. Coöperatie Leren voor Morgen (een groep samenwerkende organisaties voor duurzaam onderwijs)

ontwikkelde het model Circular Skills in Context voor de benodigde vaardigheden in de circulaire economie. De invulling hiervan is sectoren beroepsafhankelijk. Het aanbieden van (om- en bij-)scholing over de circulaire economie in het beroepsonderwijs aan zowel werkenden als werkzoekenden is cruciaal. De ambitie van een volledig circulaire stad valt of staat met voldoende goed geschoold personeel, maar op dit moment is er een tekort aan kennis, vaardigheden en opleidingsmogelijkheden. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat 56% van de bedrijven niet bezig is met bijscholing van hun personeel rondom circulaire economie. Het zwaartepunt van kennistekorten ligt in het MBO en HBO.

Circulaire banen zijn volledige of deeltijdbanen, waarbij minimaal één van de zeven circulaire kernelementen, zoals afgebakend volgens Circle Economy, in de kern van de activiteit zit óf die dergelijke activiteiten indirect ondersteunt. (Circle Economy). • Een directe circulaire baan is een baan die kern- en/of faciliterende circulaire strategieën toepast. • Een indirecte circulaire baan is een baan die de directe circulaire banen ondersteunt of mogelijk maakt. Dit zijn Utrechtse voorbeelden van bestaande circulaire banen: Faciliterende banen

Kernbanen circulair

Indirecte banen

Een product­ontwikkelaar die meubels ontwerpt

Een reparateur die laptops en mobiele telefoons

Een docent bouwkunde in het MBO die

met een langere levensduur, met gerecyclede

repareert door onderdelen te repareren of

studenten alles leert over het circulair ontwerpen

materialen en modulaire onderdelen.

vervangen en schade te herstellen.

en bouwen van woningen.

En: architecten, data-analisten, ketenregisseurs,

En: afvalcoaches, leasing managers, recycling-

En: adviseurs, beleidsmakers, koeriers

inkopers, software­ontwikkelaars

en demontage­medewerkers

Voor onderwijsinstellingen is het een uitdaging om het onderwijsaanbod vorm te geven in samenwerking met de praktijk en aansluitend op de circulaire trends. Daarbij is het voor bedrijven niet altijd mogelijk te investeren in de ontwikkeling van werknemers. Dit geldt met name bij het midden- en kleinbedrijf. Ook is een meer inclusieve benadering nodig om iedereen een kans te bieden op circulair werk. In regionale publiek-private samenwerkingen wordt gewerkt aan versterking van onderwijs, kennisontwikkeling en innovatie. Deze samenwerking blijkt een succesvolle manier om de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt te maken. De uitdaging ligt in het verder verduurzamen van die samenwerking en het meer betrekken van werkgevers. Ons beleid voor de arbeidsmarkt komt in brede zin aan bod in de nog in ontwikkeling zijnde beleidsnota Arbeidsmarkt. De circulaire ontwikkelingen zijn hier ook onderdeel van. In deze Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 richten we ons op de specifieke uitdagingen van circulair werk, namelijk de kwalitatieve mismatch tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs, kennisgebrek over de circulaire economie en het tekort aan opleidingsmogelijkheden. Binnen het circulaire beleid voor Utrecht ligt de focus op de sectoren bouw, voedsel en zorg.

In de bouw is er potentie voor groei in werkgelegenheid, met name in ontwerp, onderhoud, ontmanteling, hergebruik en marktplaatsen voor grondstoffen. In de zorg ligt de groei van werkgelegenheid onder meer in schoonmaakwerkzaamheden en in sterilisatie en assemblage van medische instrumenten. De ontwikkeling van werkgelegenheid in de voedselsector is nog minder bekend en onderzoeken we nog. De vraag naar benodigde kennis en vaardigheden is sector- en beroepsafhankelijk. In eerste instantie lijkt een grotere behoefte te ontstaan in praktische en verwerkende functies. Maar als gevolg van toenemende complexiteit is er ook

19

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

behoefte aan meer kennis over de circulaire economie, onder meer theoretisch geschoolden. Regionale samenwerking voor de ontwikkeling van circulair opleidingsaanbod en duurzaam werk De gemeente is niet de enige speler op de arbeidsmarkt. Op regionaal niveau werken we al samen op het gebied van arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in de Utrecht Talent Alliantie en de Utrechtse Werktafel, en in sectorale samenwerkingen, zoals de Technologieraad Utrecht en de U-TECH community. Ook werken we al veel samen met de onderwijsinstellingen (zowel MBO als HBO). Binnen de Alliantie Cirkelregio Utrecht werken we samen aan de circulaire overgang, maar daar staat de arbeidsmarkt nog onvoldoende op de agenda. Een nauwe samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden, vormt vaak de basis van regionaal succes. Echter, de combinatie van de circulaire overgang en de arbeidsmarkt krijgt nog niet altijd de aandacht die het verdient binnen bestaande samenwerkingsverbanden. Wij willen het onderwijs en werkgevers hierbij ondersteunen door te agenderen, verbinden, aan te jagen, te initiëren en te organiseren. De samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid noemen we de triple helix.

Het stimuleren van die triple helix samenwerking is van essentieel belang, niet alleen voor het samenwerken op zich, maar vooral om circulair opleidingsaanbod te ontwikkelen, personeel op te leiden en leerwerkplekken te creëren met uitzicht op circulaire duurzame banen. We willen hierbij ook het netwerk van inclusieve en sociale ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekken om inclusie en diversiteit te bevorderen bij circulaire werkgevers. Met meer middelen en capaciteit kunnen we ook projecten opzetten om werkgevers samen te brengen met beroepsopleidingen

en werknemers, met als doel circulair opleidingsaanbod en duurzame arbeidsrelaties te creëren. Dit gaat ook samen met onze rol als opdrachtgever in relatie tot het stimuleren van ketensamenwerking. Communiceren, informeren en agenderen Het delen van goede voorbeelden en het lobbyen voor de integratie van circulair onderwijs in het curriculum, zijn ook cruciale stappen. Monitoring van de ontwikkelingen in de stad is van groot belang om

Opleiden in bouwhubs Circulaire Grondstoffencorridor

tijdig te herkennen welke kennis en vaardigheden nodig zijn voor de overgang naar een circulaire economie en welke groepen mogelijk moeite zullen hebben om werk te vinden of te behouden. Door bewustwordingsacties, nieuwsbrieven en loopbaanoriëntatieprogramma’s willen we mensen informeren en motiveren om deel te nemen aan de ontwikkeling naar een circulaire economie in Utrecht. Daarbij is het van belang om samenwerking te zoeken met de Rijksoverheid en Europese Unie voor financiering en kennisdeling.

mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen worden opgeleid tot circulair experts, met veel ruimte om te (her)ontdekken waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden. Door mee te doen in het arbeidsproces pakken mensen de regie over hun leven weer op. Dit soort innovatieve initiatieven, waar ruimte is voor de ontwikkeling van mensen, willen we stimuleren en ondersteunen in de stad.

Afbeelding 6: Blokken van circulair beton op Level vijf. Binnen de Circulaire Grondstoffencorridor Utrecht werken we met partners in de stad om materialen uit circulaire demontage­ projecten opnieuw hoogwaardig te gebruiken. Deels gebeurt dat op circulaire hubs of ontwikkelcentra. Hier worden nieuwe producten gemaakt met restmaterialen uit de bouw, zoals hout, beton en textiel. Centraal staat het experimenteren en opleiden van

Afbeelding 7: Circulaire hub Level Vijf.

20

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

B.2 Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen Voor circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen zetten we tot 2030 in op de volgende transitie- en effectdoelen:

Transitiedoelen voor prioriteit 2: Openbare ruimte: 1. We werken als organisatie aan de openbare ruimte met het waarderen van circulariteit, het wegen van milieu-impact, en het werken volgens het principe ‘hergebruik, tenzij’. 2. We stimuleren hergebruik in de openbare ruimte door logistieke randvoorwaarden in te vullen. Woning- en utiliteitsbouw: 3. We dragen actief bij aan (regionale) ketensamenwerkingen om circulair bouwen te versnellen en op te schalen. 4. We dragen actief bij aan landelijke indicatoren en raamwerken om circulair bouwen te versnellen en op te schalen. 5. We ontwikkelen een intern opleidingsaanbod om ambtenaren op te leiden in het vakgebied circulair bouwen. Maatschappelijk vastgoed: 6. We werken met circulariteit als onderdeel van aanbestedingen van nieuwbouw en renovaties van maatschappelijk vastgoed. 7. We vergroten de betaalbaarheid van circulair bouwen door ontwikkeling van een circulair businessmodel, waarmee we een randvoorwaarde voor de realisatie van circulair maatschappelijk vastgoed scheppen. 8. We vergroten de meetbaarheid van circulair bouwen door een circulair toetsingskader te ontwikkelen en hanteren, waarmee de milieubaten van circulair bouwen integraal worden meegewogen in nieuwbouw en renovatie van maatschappelijk vastgoed.

Bijdrage aan effectdoel voor 2030: Openbare ruimte: 1. Minimaal 50% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in openbare ruimte. Woning en utiliteitsbouw: 2. Minimaal 55% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in tenders. Maatschappelijk vastgoed: 3. Minimaal 55% hernieuwbare en/of hergebruikte materialen in nieuwbouw en renovatie van maatschappelijk vastgoed.

B.2.1 Circulaire openbare ruimte We zetten in op circulaire openbare ruimte via twee aspecten. Als eerste sturen we op circulariteit in projecten en werkprocessen en als tweede zorgen we voor de logistieke randvoorwaarden die nodig zijn.

1. We werken als organisatie aan de openbare ruimte met het waarderen van circulariteit, het wegen van milieu-impact, en het werken volgens het principe ‘hergebruik, tenzij’. Het realiseren en beheren van een circulaire openbare ruimte vraagt continu om afwegingen bij beleidsvorming, programmering, voorbereiding en uitvoering van projecten en bij het beheer. Wat betreft circulariteit maken we die afwegingen op basis van de R-ladder. Dat begint bij heroverwegen: soms is niets doen de meest duurzame optie. We implementeren de aanpak Duurzame Grond-, Weg- en Waterbouw. Daarmee wordt duurzaamheid, waaronder circulariteit, integraal onderdeel van openbare ruimte projecten. Een belangrijk uitgangspunt van die aanpak is dat we de kansen voor duurzaamheid (waaronder circulariteit) vroeg in het project in kaart brengen, onder andere via het ambitieweb. Ook organiseren we bewustwording en kennisontwikkeling. Een ander belangrijk uitgangspunt van de aanpak is dat we waarde toekennen aan vermindering van grondstoffengebruik en het verlagen van de milieu-impact van materialen en werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit doen we door: • Te sturen op hergebruik van vrijkomende materialen (met als belangrijk principe ‘hergebruik, tenzij’). • De milieu-impact van het project mee te wegen bij ontwerpvarianten en in de aanbesteding.

De komende jaren maken we de financiële consequenties van een lagere Milieu Kosten Indicator (MKI) en meer hergebruik inzichtelijk.

21

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

We starten met monitoren van de kwantitatieve resultaten (waaronder circulariteit) in de openbare ruimte. Voor deze monitoring onderzoeken en ontwikkelen we een systematiek, via het landelijk project ‘Samen Versnellen’ met Het Nieuwe Normaal (HNN). Infrastructuur is een van de thema’s van dit raamwerk voor circulair bouwen. We verkennen het gebruik van diverse indicatoren om eenduidig te gaan rapporteren over resultaten. Indicatoren als de milieu- en klimaat­ impact, de materiaalgebonden CO2-uitstootmilieu- en klimaatimpact, materiaalgebonden CO2-uitstoot en de herkomst van materialen.

Vanuit onze rol als duurzaam opdrachtgever brengen we de kansen per assetgroep in beeld om beter te sturen op circulariteit en om concrete maatregelen uit te werken. We passen het handboek openbare ruimte aan, zodat het goed aansluit op circulaire principes. Daardoor houden we bij het maken van plannen voor de openbare ruimte al rekening met het ‘presteren’ ervan in de toekomst. De commissie BInG (Beheer, Inrichting, Gebruik) controleert of projecten volgens het handboek openbare ruimte voldoen.

De MKI (Milieu Kosten Indicator) van een product geeft een indicatie hoe milieuvervuilend iets is. Dit wordt uitgedrukt in een € per eenheid. Het geldbedrag – schaduwprijs genoemd – geeft aan welke milieukosten er aan een product zijn verbonden. Als het ware hoeveel het ‘kost’ om de milieuschade ongedaan te maken. Een product met hoge MKI heeft dus meer milieuschade dan een product met lage MKI.

2. We stimuleren hergebruik in de openbare ruimte door logistieke randvoorwaarden in te vullen. Om hergebruik van grondstoffen en materialen bij projecten in de openbare ruimte te stimuleren, zorgen we voor de juiste logistieke randvoorwaarden. We werken toe naar een meerjaren grondstoffenen materiaalplanning, gekoppeld aan de programmering voor projecten. Daarvoor is het belangrijk dat we weten welke type materialen er waar liggen, wanneer en waar materiaal vrijkomt en wat waar nodig is. Voor de benodigde opslag van her te gebruiken materialen is op Lage Weide een locatie verworven voor een grondstoffendepot. Dit richten we de komende tijd in. Hoe we dit doen beschrijven we in hoofdstuk B.4.2. Om vraag en aanbod van materialen in de openbare ruimte aan elkaar te kunnen koppelen, nemen we een digitaal platform in gebruik.

Het principe ‘hergebruik, tenzij’ betekent dat aanwezig materiaal wordt hergebruikt, tenzij dit niet mogelijk is. Assetgroepen zijn categorieën objecten in de openbare ruimte die de gemeente beheert. Zoals wegen, riolen, bruggen en straatverlichting.

22

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bbccfad4-f9fe-4caf-a7e0-0ce493640287