CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Beleidsnota Ondergrond 2025-203519.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 34

Ambitie 3: Gebruik van de ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad Huidige situatie: wat doen we nu

De ruimte in de ondergrond is schaars en wordt steeds schaarser. Hierdoor komen opgaven en initiatieven elkaar tegen in de ondergrond en zitten zij elkaar in de weg. Het huidig beleid maakt een situatie van ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’ mogelijk: de opgave die ruimte in de ondergrond als eerste claimt, kan die hoogstwaarschijnlijk ook als eerste gerealiseerd krijgen. Nu is de businesscase van de individuele opgave op projectniveau (zowel gemeentelijke opgave als van een externe partij) daarbij leidend en niet de integrale afweging van alle (maatschappelijke) belangen op stedelijk of strategisch niveau. De gemeente heeft niet, zoals bij plannen voor de bovengrond, de bevoegdheid zelf de bestemming van de ondergrond te bepalen, omdat er altijd ruimte beschikbaar moet zijn voor de aanleg van nutsvoorzieningen en telecommunicatievoorzieningen (gedoogplicht). Er zijn nog nauwelijks mogelijkheden om investeringen in bundeling of ordening van infrastructuur af te dwingen. Daarbij komt dat wetten ten aanzien van telecom, energie, warmte en drinkwater niet onder de Omgevingswet vallen en de integrale regiemogelijkheden van de gemeente beperken.60

Toekomstige situatie: wat gaan we anders doen

Gezien de beperkte ruimte in de ondergrond en de grote ruimtevraag is de ordening van het gebruik van de ondergrond noodzakelijk. Daarbij gelden de volgende principes: • Bij een ingreep in de ondergrond gaan we zuinig om met de ondergrondse ruimte en zorgen we voor minimale effecten en gebruiksbeperkingen naar de omgeving. • We beperken ruimtebeslag in de ondergrond door toepassing van bijvoorbeeld slimme functie­combinaties, meervoudig ruimte­ gebruik en best beschikbare technieken. Dit vraagt flexibiliteit, innovaties en soms extra investeringen om meer opgaven tegelijkertijd te kunnen realiseren, of om prioriteit te geven aan een specifieke functie op een specifieke plek. • We ontwerpen zodanig dat nieuwe functies in de ondergrond een minimale belemmering vormen voor beheer of de omgeving, mini­ maal onderhoud vergen (waarbij liefst van natuurlijke eigenschappen van de ondergrond gebruik wordt gemaakt), robuust, en toekomst­bestendig zijn (zie ook doelstelling 2.1 beschermen en verbeteren van de kwaliteiten van de ondergrond).

•

Openbare grond is voor publieke of collectieve ondergrondfuncties. Gebruik van de openbare ondergrond voor een collectief doel gaat boven het gebruik van de ondergrond voor een individuele eigenaar of voor het belang van één perceel.

Graafwerkzaamheden Nieuw Welgelegen (2023) Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 35

Doelstelling 3.1 De huidige en toekomstige tracés of locaties van de ondergrondse hoofdinfrastructuur hebben prioriteit ten opzichte van andere opgaven. Kabel- en leidingstructuren hebben een fijn vertakt ondergronds stelsel: van hoofdtransportleidingen (‘aorta’s) tot huisaansluitingen (haarvaten). We overleggen met de (net)beheerders over de huidige en gewenste toekomstige ondergrondse tracés of locaties voor de hoofdinfrastructuur. De gemeente neemt daar een besluit over en legt die vast in het Omgevingsplan. Denk aan de hoofdwaterleiding, hoogspanningsleiding en een warmtenet, maar ook hoofdriolering, de hoofdboomstructuur, hoofd­ wegen­structuur of specifieke gebieden voor bodem­energie. Uitgangspunt is dat wijzigingen aan de hoofdinfrastructuur zoveel mogelijk worden voorkomen. Het verleggen of aanpassen van hoofdtracés is ingrijpend en kostbaar. Binnen de vast te stellen tracés of locaties heeft de hoofdinfrastructuur van de ondergrondse netwerken in beginsel prioriteit ten opzichte van andere opgaven. Op sommige tracés liggen meerdere hoofdstructuren die elkaar in de weg kunnen zitten. Wanneer verschillende hoofdstructuren elkaar raken, onderzoeken we combinatie- en andere maatwerkoplossingen in de aanleg- en beheerfase, rekening houdend met de wettelijk voorgeschreven veiligheidsruimte.

Vredenburg: verknoping van boom, kabels en leidingen (2022)

Ook kunnen werkzaamheden aan de hoofdinfra­ structuur ander gebruik van de ondergrond (negatief) beïnvloeden. Zo kunnen tijdelijke bemalingen (grondwateronttrekkingen) effect hebben op het rendement van WKO’s. De juridische consequenties van het prioriteit geven aan hoofdinfrastructuur voor ander gebruik zullen worden onderzocht. Bezien wordt of en in hoeverre het recht op schadevergoeding kan worden beperkt als reguliere werkzaamheden aan de gemeentelijke

hoofdinfrastructuur volgens de best uitvoerbare technieken worden uitgevoerd. Buiten de hoofdtracés van de ondergrondse netwerken is er sprake van maatwerk om de verschillende opgaven in samenhang in de ondergrond te realiseren. Daarbij behoort ook de mogelijkheid om bomen te planten in nabijheid van kabels en leidingen, wetende dat dit niet de ideale situatie is voor boom en/of netwerk.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 36

Bomen en leidingen In het verleden zijn veel bomen op kabels en leidingen geplant of zijn kabels onder bestaande bomen door aangelegd. Ons Handboek Openbare Ruimte (HOR) en Nadere regel kabels en leidingen (Handboek kabels en leidingen) bevat voorschriften en kwaliteitseisen met betrekking tot het beheer, de inrichting en het gebruik van objecten in de openbare ruimte. Hierin zijn ook afstanden tussen bomen en leidingen opgenomen, die gebaseerd zijn op de wensen van netbeheerders en de Bomen­monitor. Deze afstanden zijn bedoeld om: • een goede groeiplaats voor een boom te realiseren, zodat de boom gezond oud kan worden en veel waarde krijgt (voor bijvoorbeeld ecologie, klimaatadaptatie, omgevingskwaliteit), • schade bovengronds (wortelopdruk) en aan de ondergrondse infrastructuur door boomwortels te voorkomen • ruimte te houden voor onderhoudswerk­ zaamheden (beheerders van kabels en leidingen maken meer kosten voor aanleg en onderhoud door de aanwezigheid van boomwortels en de beschermende maatregelen die daarvoor nodig zijn) • te voorkomen dat bij onderhouds­ werkzaamheden aan kabels en leidingen de stabiliteitskluit van de boom dusdanig beschadigd raakt dat dit tot sterfte van bomen

Werkzaamheden aan de Talmalaan. Onwenselijke situatie: veel en ongeordende kabels en leidingen, geen ruimte voor boomwortels, slecht uitgevoerde boombeschermingsmaatregelen (2024)

en/of onveilige situaties leidt. Bomen met beschadigde zware wortels kunnen jaren later zomaar omvallen met alle gevolgen van dien. Hierin investeren op de korte termijn, leidt tot besparingen op de lange termijn. Door de drukte in de ondergrond wordt het slim ordenen of het combineren van functies echter steeds belangrijker. We onderzoeken of we hier vuistregels voor

afweging (‘ladder’) kunnen ontwikkelen, waarbij we prestaties, risico’s en kosten meewegen. Dit doen we onder meer samen met het netwerk van het Centrum voor Ondergronds Bouwen (COB).

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 37

Doelstelling 3.2 Natuurlijke momenten aangrijpen om de ondergrond te (her)ordenen. Bij grootschalige ingrepen zoals vervanging van de riolering, herinrichting van wegen of aanleg van warmtenetten kijken we breder dan de sectorale opgave. Dergelijke momenten benutten we om de infrastructuur in de ondergrond te herordenen/ bundelen op plekken waar de ruimte in de ondergrond voor de huidige en toekomstige opgaven kritiek is. Dit doen we onder andere door de samenwerking met de netwerkbeheerders te verbeteren in het gezamenlijk programmeren. Herordening vraagt om extra-investeringen als bestaande kabels en leidingen nog niet zijn afgeschreven. De (extra) kosten gaan hier voor de baten uit. Niet in alle gevallen zal herordening daarom mogelijk of nodig zijn.

Markeringslinten van kabels en leidingen

Werkzaamheden Zakkendragersteeg (1925)

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 38

Doelstelling 3.3 In de knooppunten van intensieve verstede­ lijking de voorkeur geven aan inpandige oplossingen en (verticale) ordening/ bundeling van netwerken en objecten. De ondergrond in de knooppunten van intensieve verstedelijking richten we doelmatig, ruimtelijk efficiënt en toekomstbestendig in om zoveel mogelijk opgaven van de stad te kunnen realiseren. In gebieden die sterk verdicht zijn (zoals de binnenstad) of waar intensieve verstedelijking plaatsvindt is (te) weinig ruimte in het straatprofiel voor een traditionele, horizontale ondergrondse ordening. Hier zijn van alle partijen (gemeente, netbeheerders, telecom) innovaties, compromissen en samenwerking nodig. Dit kost alle partijen tijd en geld. Echter, het niet overgaan tot geplande herordening levert uiteindelijk maatschappelijke meerkosten op: opgaven kunnen niet gerealiseerd worden of tegen hoge kosten omdat de plek al ingenomen is door andere functies en maatregelen genomen moeten worden om infrastructuur te verleggen en aan te passen. De herordening vraagt ook onderzoek naar financieringsstrategieën zoals voorfinanciering van ondergrondse kabelgoten. Bij nieuwe gebieds­ ontwikkelingen is de ordening gemakkelijker te realiseren dan in de binnenstad. Er zijn voorbeelden in de stad waar dit al gedaan is, zoals bij

Knooppunten van intensieve verstedelijking Ruimtelijke Strategie Utrecht (2040)

kruispunten in het stationsgebied en Leidsche Rijn. Voor knooppunten van intensieve verstedelijking genoemd in de RSU verkennen we de mogelijkheid om verplichte bundeling/verticale ordening

of inpandige oplossingen voor infrastructurele netwerken en objecten op te nemen in het Omgevingsplan. De afweging daarvan wordt op gebiedsniveau gemaakt.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 39

Doelstelling 3.4 Infrastructurele netwerken inrichten volgens voorkeursprofielen (ondergrond en bovengrond). Voorkeursstraatprofielen en systematieken van afweging, waarbij onder- en bovengrond in samenhang beschouwd worden, worden ambtelijk uitgewerkt als hulpmiddel bij de planvorming voor (her)inrichting van de (bestaande) openbare ruimte. Dit geldt zowel voor de horizontale als verticale ordening. De Nadere regels, Handboek Openbare Ruimte en Handboek Kabels en Leidingen, geven voorkeursprofielen die met het oog op het beleid voor de ondergrond herijkt worden. Het werken met voorkeursprofielen en afwegings­ systematieken voor verschillende typen straten voorkomt herhaling van discussies in projecten. Aan de andere kant zal maatwerk per herinrichtingsproject nodig blijven.

Expansievat Haverstraat (2023)

Vernieuwing in de Haverstraat In de Haverstraat werd door Eneco een warmteleiding aangelegd. In deze smalle straat was een expansielus vereist. Gezien de te beperkte ruimte is gekozen voor een duurdere oplossing (aanleg en onderhoud) in de vorm van een variant van een expansieput met toegang voor onderhoud. De extra kosten zijn afgewogen tegen die van alternatieven waarbij voor onderhoud de straat speciaal open moet.

Integrale aanpak openbare ruimte ambitie Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 40

Innovaties Het is op veel plekken in de stad onmogelijk om alle ruimtelijke functies naast elkaar een plek te geven. Daarom is in de RSU 2040 het principe geformuleerd dat ‘meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit’. Waar de gebruiksdruk in de ondergrond hoog is, kunnen innovatieve oplossingen verlichting bieden. We zullen in de komende jaren nieuwe werkwijzen moeten gebruiken om alle stedelijke ambities onder- en bovengronds ingepast te kunnen krijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gebruik en doorontwikkelen van het 3D-ondergrondmodel (zie p. 29). Daarnaast zullen we nieuwe technieken moeten toepassen, zoals natuurlijke vormen van bodemsanering (zie p. 31) en het bundelen van kabels in kabelgoten. Ten slotte moet onderzocht worden of bestaande beleidsregels, en ook wetgeving, moeten worden aangepast om ruimte te creëren voor innovatieve oplossingen. Op veel plekken wordt al aan innovaties gewerkt, veelal in pilotprojecten. Zo nemen we deel aan het Verticaal Kabels & Leidingen Systeem (VKLS) project. Dit is een gezamenlijk onderzoek van een aantal netbeheerders en gemeentes, onder wetenschappelijke begeleiding van de TU Eindhoven. Er wordt in de praktijk (in een ‘living lab’) onderzocht of verticale ordening van kabels en leidingen een kosteneffectieve manier is voor het

VKLS – verticaal kabels- en leidingensysteem

ruimtegebrek in de ondergrond van binnenstedelijke gebieden. Naast verticaal ordenen, zijn ook andere vormen van compacte leidingaanleg, leidingen in mantelconstructies (bundeling) of inpandige kabels en leidingen oplossingsrichtingen om ruimte vrij te spelen voor andere functies in de openbare ruimte, zoals bomen en waterberging.

om de WKO-bronnen (en warmtelevering aan de vergunninghouder) op te nemen in een collectief WKO-systeem. Dit collectief systeem is nodig om uiteindelijk het gehele gebied te kunnen voorzien van voldoende warmte. Met de optelling van een groot aantal individuele systemen zou dat niet kunnen worden gerealiseerd.

Een innovatief voorbeeld van (omgaan met) regel­ geving is de WKO-vergunning voor de Merwede­ kanaalzone Zuid. Een WKO-vergunning is gegeven aan één private partij op de voorwaarde dat de gemeente op termijn de vergunning kan overnemen

De uitdaging voor de komende jaren is om (de toe­ passing van) innovaties op te schalen en onderdeel te maken van reguliere werkprocessen.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 41

Uitwerking van beleid Om sturing te kunnen voeren op de kwaliteit en gebruik van ruimte van de ondergrond wordt het beleid uitgewerkt in het organiseren van de regiefunctie, aanpassen van werkprocessen en (updaten van) regels, onder andere ten aanzien van beschermen en benutten van kwaliteiten van de ondergrond (bodembeheer, grondwater, bodem­ energie) en ruimtegebruik. De regels worden vastgelegd in het Omgevingsplan. Daartoe worden de volgende activiteiten ondernomen. Prioritering en fasering in uitvoering van deze activiteiten wordt aangebracht op basis van beschikbare middelen en vormt onderdeel van de integrale afweging bij de voorjaarsnota en begroting. Excursie bij publieksbijeenkomst (2023)

Ambitie 1: De ondergrond is integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes Doelstelling 1.1 Doelmatig gebruik van de ondergrondse ruimte is onderdeel van de afweging bij het ontwikkelen en uitvoeren van ruimtelijke plannen.

Activiteit 1. Intern en extern organiseren en in stand houden van regiefunctie (organisatie; werkprocessen, incl. UPG/UPOR; bekostiging; afwegingskader; monitoring) 2. Afsluiten samenwerkingsovereenkomsten met netbeheerders 3. Interne en externe communicatie over regie op de ondergrond 4. Regievoeren op onder- en bovengrond in ruimtelijke plannen en projecten 5. Updaten Omgevingsvisie waarin ondergrond de contramal vormt van bovengrondse ruimtelijke ontwikkeling

1.2 Inzicht in beschikbare ruimte, kwaliteiten, mogelijkheden en kwetsbaarheden van de ondergrond is de basis voor plan- en uitvoeringsprocessen (waaronder UPG).

1. Doorontwikkeling, actueel houden en beheren van het 3D-ondergrondmodel 2. H  et 3D-ondergrondmodel gebruiken om met een zo compleet mogelijk inzicht in de ondergrond onze plannen in de plan- en uitvoeringsprocessen vorm te geven

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 42

Ambitie 2: Bodemkwaliteiten beschermen en verbeteren Doelstelling 2.1 De natuurlijke eigenschappen van de bodem en ondergrond zo veel mogelijk in stand houden en waar nodig verbeteren.

Activiteit 1. Uitvoeren van wettelijke taken in het kader van bodembescherming en -sanering, in samenwerking met de RUD 2. Lobby voor Rijkssubsidies t.b.v. inventarisatie en bescherming van vitale bodem 3. Plan voor inventarisatie en monitoring van vitale bodem en ‘nature based solutions’ 4. Experimenten vitale bodem en ‘nature based solutions’

2.2 De (beoogde) inrichting, eigenschappen en waarden van de bodem en ondergrond op elkaar afstemmen.

1. Onderdeel van het voeren van regie (zie ook 1.1) 2. Uitwerken van beleid en regels voor bodemenergie en infrastructurele ingrepen

2.3 Ondiepe ondergrond: in de vitale bodem in de hoofdgroen­structuur ingrepen/graven in de ondergrond tot een minimum beperken en de bodemkwaliteit waar mogelijk verbeteren.

1. Vastleggen in het Omgevingsplan waar vitale bodem in de hoofdgroenstructuur prioriteit heeft, hoe groeiplaatsen van bomen (tijdens werkzaamheden) te beschermen en hoe om te gaan met conflicten met andere gebruiksfuncties (zie ook 3.1) 2. V  erbeteren bodemkwaliteit hoofdgroenstructuur en aanpassing/omleiding infra in (delen van) de hoofdgroenstructuur bij nieuwe ingrepen Onderdeel van het voeren van regie (zie ook 1.1)

2.4 D  iepere ondergrond: prioriteit geven aan de bescherming van de grondwaterkwaliteit boven andere functies als deze functies de grondwaterkwaliteit onevenredig aantasten.

1. Actualiseren GGB (uitvoeringsprogramma), inclusief regels Onderdeel van het voeren van regie (zie ook 1.1 en 2.1)

Ambitie 3: Gebruik van de ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad Doelstelling 3.1 D  e huidige en toekomstige tracés of locaties van de ondergrondse hoofdinfrastructuur hebben prioriteit hebben ten opzichte van andere opgaven.

Activiteit 1. Vastleggen van tracés en locaties van ondergrondse hoofdinfrastructuur, van vitale bodem in hoofdgroenstructuur en gebieden voor bodemenergie, en hoe om te gaan met conflicten met andere gebruiksfuncties (in Omgevingsplan) (zie ook 2.3) 2. A  ls randvoorwaarde meenemen bij uitvoerings-projecten. Onderdeel van het voeren van regie (zie ook 1.1)

3.2 N  atuurlijke momenten aangrijpen om de ondergrond te (her)ordenen.

1. Onderdeel van het voeren van regie (zie ook 1.1 en 1.2)

3.3 In de knooppunten van intensieve verstedelijking de voorkeur geven aan inpandige oplossingen en (verticale) ordening/ bundeling van netwerken en objecten.

1. Vastleggen knooppunten van intensieve verstedelijking met aangescherpte regels voor ondergronds ruimtegebruik (in Omgevingsplan)

3.4 Infrastructurele netwerken inrichten volgens voorkeursprofielen (ondergrond en bovengrond).

1. Verkenning combineren bomen en kabels en leidingen 2. U  pdaten en uitwerken van (onder- en bovengrondse) voorkeursprofielen voor inrichting van typen straten in de nadere regels Handboek Openbare Ruimte en Handboek Kabels, Leidingen en Boomwortels

2. O  nderzoeken van mogelijke (financiële) koppeling aan vervangingsopgave van gemeentelijke infrastructuur (zoals rioolvervanging)

2. F  inanciële instrumenten voor voorfinanciering uitwerken voor (her)ordening ondergronds ruimtegebruik bij hoofdinfrastructuur en knooppunten

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 43

Uitgangspunten voor afweging Op basis van bovenstaande beleidsdoelstellingen tekent zich voor regie op de ondergrond een afwegingskader op hoofdlijnen af dat bij het organiseren van de regiefunctie nader uitgewerkt wordt. 1. Schaalniveaus Keuzes ten aanzien van (toekomstig) gebruik of bescherming van de ondergrond op hoger schaalniveau gaan boven keuzes op een lager schaalniveau (nationaal; regio; stedelijk; wijk/gebied; straat). De integrale afweging wordt gemaakt op gebiedsniveau waarbij de ruimtelijke keuzes op stedelijk niveau een kader vormen. 2. Integrale afweging Afweging van gebruik van de ondergrond wordt altijd integraal gedaan, dat wil zeggen: afweging tussen benutting en bescherming van ondergrondse waarden, tussen opgaven en tussen huidig en toekomstig gebruik. 3. Collectief versus privébelang Collectieve belangen gaan boven privéof perceelbelang. 4. Ruimtegebruik Bij gebruik van de ondergrond gaan oplossingen met minimaal ruimtegebruik boven oplossingen die meer ruimte kosten. 5. Natuurlijke oplossingen Bij gebruik van de ondergrond gaan ‘nature based solutions’ die de eigenschappen niet onherstelbaar aantasten boven technische oplossingen waarin niet natuurlijke materialen

of stoffen worden gebruikt en het risico hebben dat zij de eigenschappen van de ondergrond onherstelbaar beschadigen. 6. 2de Watervoerend pakket In het werkingsgebied van het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer (dynamische en bufferzone) en op plekken waar drinkwaterbescherming geldt (water­ wingebieden) kiezen we bij voorkeur voor oplossingen die de bescherming van het grondwater niet aantasten. 7. Vitale bodem Op de in het Omgevingsplan vast te stellen (onderdelen van de) hoofdgroenstructuur heeft ruimte en kwalitatief goede, vitale bodem voor bomen en ander groen voorrang boven andere functies. 8. Hoofdtracés en locaties van ondergrondse infrastructuur Op de in het Omgevingsplan vast te stellen hoofdtracés en locaties van de ondergrondse infrastructurele netwerken heeft ruimte in de ondergrond voor het desbetreffende netwerk voorrang boven andere functies. 9. Bundeling in gebieden van intensieve verstedelijking In gebieden van intensieve verstedelijking, vast te stellen in het Omgevingsplan, heeft vergaande bundeling (verticaal; inpandig) van ondergrondse infrastructurele netwerken en objecten de voorkeur. 10. Conflicten tussen opgaven Bij conflicten tussen de levende bodem in de hoofdgroenstructuur en hoofdtracés van

ondergrondse infrastructurele netwerken, en tussen hoofdtracés van ondergrondse infrastructurele netwerken onderling geven we de voorkeur aan bundeling (meervoudig ruimtegebruik) of scheiding tussen groen en/of infrastructurele netwerken met (innovatieve) technische oplossingen.

stad collectief belang

buurt

straat

perceel individueel belang

Beleidskeuze schema

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 44

C

Monitoring, sturing en verantwoording

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 45

C1 Voortgang en verantwoording Integraal regievoeren op beschermen, benutten, beter maken en beheren van de ondergrond is een nieuw beleidsthema. Het vormgeven en uitvoeren van regie op de ondergrond wordt onderdeel van de bovenen ondergrondse stedelijke sturing op ontwikkeling en beheer. Er is een beweging gaande op nationaal, regionaal en stedelijk niveau om de ondergrond te integreren in het beleid op de ruimtelijk ordening (‘water en bodem sturend’). Het is te verwachten dat de komende jaren lessen getrokken worden uit onze ervaringen en de ervaringen elders in den lande die ons beleid kunnen verrijken.

Wonderwoods in aanbouw (2024) Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 46

Beleidscyclus

Begrotingscyclus

We gaan ervan uit dat de beleidsnota na 10 jaar herzien wordt. Een eerste evaluatie van ons beleid plannen we twee jaar na het inregelen van de regiefunctie op de ondergrond in de gemeentelijke organisatie. De resultaten van de evaluatie worden in een raadsbrief met de raad gedeeld. Indien de uitkomsten aanleiding geven tot bijstelling van het beleid wordt dit ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Vervolgens vindt 4 jaar na de eerste evaluatie een tweede evaluatie plaats ter voorbereiding van een update van de beleidsnota. De raad wordt ook dan geïnformeerd over de resultaten van de evaluatie.

In het jaarverslag wordt gerapporteerd over de voortgang ten aanzien van de ambities en doel­ stellingen in deze beleidsnota. Beleid ten aanzien van de ondergrond raakt aan verschillende programma’s in de begroting. In de jaarlijkse programmabegroting- en verantwoording geven we de voortgang van de Beleidsnota Ondergrond aan in het Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed.

Stap in beleidscyclus

Planning

Betrokkenheid Gemeenteraad

1. Vastellen Beleidsnota Ondergrond

2025

Besluit

2. Start uitvoering beleidsnota

2025 - 2027

Informeren Raadsbrief

3. 1ste evaluatie

2029

Informeren Raadsbrief

4. 2de evaluatie

2033

Informeren Raadsbrief

5. Herziening Beleidsnota Ondergrond

2035

Besluit

Grondwerkzaamheden in de Haverstraat (2023)

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 47

C2 Indicator Regie op kwaliteit en gebruik van ruimte in de ondergrond is een nieuw beleidsveld. Voor monitoring van het beleid op de ondergrond voegen we 1 indicator toe in de programma­begroting onder het Programma aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed.

Ondergrondse container aan de Croeselaan (2024)

1. Ondergrond integraal onderdeel ruimtelijke keuzes

Effectindicator

0-meting

Meting 1 (2027)

Meting 2 (2029)

Begrotingsindicator

% ruimtelijke plannen (visie; beleid; uitvoering) waarin doelmatig gebruik van ondergrond expliciet wordt meegewogen

Nieuwe indicator: geen 0-meting

25%

50%

Ja

Noot: Assumptie voor de aangegeven waarden van deze indicator is dat na het vaststellen van deze Beleidsnota Ondergrond de processen en organisatie van regie op de ondergrond ingeregeld worden tussen 2025 en 2027, inclusief de monitoring. Bewust meewegen van de ondergrond in ruimtelijke beslissing wordt een standaard onderdeel van ruimtelijke plannen. Verbeteren van de ondergrond, gebruik maken van de kwaliteiten van de ondergrond of herordenen van de ondergrondse infrastructuur is niet in alle gevallen mogelijk, hetzij omdat dit technisch of financieel niet haalbaar is hetzij omdat ‘nature based solutions’ niet mogelijk zijn. Dit is dan een weloverwogen beslissing.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 48

C3 Risico’s In deze paragraaf beschrijven we de risico’s van het uitvoeren van het geschetste beleid alsmede de maatregelen om de risico’s te beperken. Daarbij zij aangetekend dat het niet hebben van beleid ten aanzien van regie op de kwaliteit en ruimte in de onder­grond een groter risico met zich meebrengt voor gezond stedelijk leven voor iedereen nu en in de toekomst.

Luchtfoto van de saneringswerkzaamheden in het Griftpark en aan de Blauwkapelseweg-Kleine Singel (boven) te Utrecht (1997) Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 49

Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

1. De ondergrond is integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes Onduidelijk op basis waarvan regie wordt gevoerd, waardoor willekeur kan ontstaan bij het ordenen van de ondergrond.

Wanneer er geen regels zijn voor de ordening van de ondergrond, blijft de ondergrond het ‘wilde westen’. Het vastleggen van regels voor ordening van de ondergrond in het Omgevingsplan geeft duidelijkheid aan opgaven en externe partijen en voorkomt dat in elk project het wiel opnieuw moet worden uitgevonden. Tevens voorkomt het ad-hoc beslissingen op projectniveau die gevolgen kunnen hebben voor de gehele stad.

Vastleggen van regels voor bescherming en benutting van de ondergrond in het Omgevingsplan om sturing te kunnen geven aan inrichting en beheer van de ondergrondse ruimte.

Gebrek aan samenwerking en afstemming tussen overheden, en daarmee ook tussen gebruik en bescherming van de ondiepe, diepere en echt diepe ondergrond leidt tot inefficiënt gebruik en conflicten tussen opgaven.

Verschillende overheden hebben diverse bevoegdheden in de ondergrond. Er is sprake van meerdere regisseurs op meerdere schaalniveaus en thema’s.

De gemeente neemt het initiatief om af te stemmen en te komen tot samenwerkingsafspraken met medeoverheden.

2. Bodemkwaliteiten beschermen en verbeteren Niet alles kan overal als je met de ruimtelijke inrichting de bodem en ondergrond niet onherstelbaar wil aantasten.

Wanneer de inrichting niet aansluit bij kwaliteiten en eigenschappen van de ondergrond kunnen knelpunten ontstaan in de uitvoering of na de realisatie van een project (bijvoorbeeld grondwateroverlast of onvoldoende beschikbare capaciteit voor bodemenergiesystemen).

Het planproces zodanig efficiënt inrichten dat plano­logen van de boven- en ondergrond vanaf het begin samen de analyse maken van de (on)mogelijkheden van een ruimtelijke ontwikkeling.

Prioriteit geven aan de bescherming van grondwaterkwaliteit geeft beperkingen aan andere opgaven m.n. energiewinning via WKO-systemen.

Het 2de watervoerend pakket is van belang voor drinkwaterwinning en is kwetsbaar voor vervuiling door doorboring.

Het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer wordt geactualiseerd en stelt regels op voor gebruik en bescherming van het grondwater.

3. Gebruik van de ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad Ondergrondse ruimte geven aan hoofd­ tracés en locaties van infrastructuur geeft beperkingen aan en potentieel conflicten met andere opgaven, m.n. van één netwerk ten opzichte van een andere en vergroening van de stad, wanneer er geen overeenstemming bestaat over prioriteiten in de ondergrond.

De hoofdinfrastructuur is van belang voor het functioneren van de stad, zoals water­ voor­ziening, energie, riolering, telecommunicatie. Opgaven komen elkaar tegen en compro­­missen zijn niet altijd mogelijk. Andere opgaven moeten dan een andere plek zoeken. Het niet vastleggen van de hoofdtracés en locaties dwingt tot meer overleg met potentiële conflicten tussen partijen. Dit werkt kostenverhogend.

a) In het Omgevingsplan vastleggen van hoofdtracés en locaties van netwerken waar het desbetreffende netwerk prioriteit heeft rekening houdend met gemeen­telijke ambities en plannen voor wegen, riolering, hoofdgroen­structuur en gebieden van herontwikkeling. b) Integrale planning van boven- en ondergrond om zo mogelijk alle opgaven een plek te geven.

De verplichting tot ruimtebesparende oplossingen voor het gebruik van de ondergrond in gebieden van intensieve verstedelijking (zoals RSU-knooppunten) legt beperkingen op aan individuele opgaven en externe partijen waardoor zij minder geneigd kunnen zijn mee te werken aan een ontwikkeling.

Opgaven zitten elkaar in de weg in de ondergrond, vooral in gebieden van intensieve verstedelijking. Dit betekent keuzes maken en prioriteit geven aan opgaven, en tegelijkertijd zoveel mogelijk ruimte creëren om opgaven gezamenlijk te kunnen realiseren. Daarvoor is regie op de ondergrond nodig waarvoor de gemeente een instrumentarium nodig heeft.

a) In het Omgevingsplan vastleggen op welke plekken van intensieve verstedelijking ruimtebesparende maatregelen in de ondergrond verplicht zijn. b) Integrale planning van boven- en ondergrond om zo mogelijk alle opgaven een plek te geven. c) Onderzoeken welke (financiële) instrumenten gebruikt kunnen worden om partijen te faciliteren om bij te dragen aan een gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld door voorfinanciering van mantelbuizen en kabelgoten.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 50

C4 Financiën In samenhang regievoeren op de kwaliteit en ruimte in de bodem en ondergrond is nieuw binnen de gemeentelijke organisatie. Wat niet nieuw is, is dat in de bestaande organisatie verschillende afdelingen van de Ontwikkelingsorganisatie Ruimte en Stadsbedrijven zich bezighouden met de ondergrond. De Beleidsnota Ondergrond betekent een scherpere invulling van bestaande taken om te komen tot regie op de ondergrond. De in onderstaande tabel genoemde kosten van de inzet van personeel worden derhalve gedekt vanuit bestaande budgetten. Met andere woorden: deze kosten worden nu ook al gemaakt.

Het budget voor regievoering wordt aangevuld met externe subsidies van het Rijk voor met name de innovaties. Daarnaast zullen kosten worden gedekt uit de ruimtelijke projectbudgetten. Binnen deze projecten moet rekening worden gehouden met kosten voor regie en advies over de ondergrond, om de juiste afweging te kunnen maken binnen het project. Het effect van de regie op de ondergrond betreft ook het voorkomen van kosten die zonder dit beleid in de toekomst gemaakt zouden moeten worden. Denk daarbij aan herstel- en aanpassingskosten in de ondergrond omdat er over het gebruik geen integrale afweging is gemaakt tussen opgaven (bijvoorbeeld: tussen aanbrengen van ondergrond bedekkende constructies en ruimte voor waterbuffering of afvloeien van overtollig regenwater in het kader van klimaatadaptatie), of tussen huidig gewenst en toekomstig gewenst gebruik (bijvoorbeeld: de aanleg nu van WKOsystemen op plekken in de ondergrond die in de toekomst nodig zijn voor de aanleg van een ondergrondse tram). Deze kosten of besparingen kunnen niet in harde cijfers gevangen worden, maar zijn wel een belangrijk argument om te investeren in regie op de ondergrond. Plekken voor ondergrondse containers in de nieuw ingerichte Kanaalstraat (2024)

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 51

Tabel Financiën (in €’000) 2025

2026

2027

2028

2029

Waarvan structureel jaarbedrag

1.1 Regie voeren op de ondergrond in het kader van doelmatig gebruik van de ondergrond

450

450

450

450

450

450

1.1.1 Werkzaamheden ten behoeve van specifieke projecten

PM

PM

PM

PM

PM

PM

1.2 Inzicht in ondergrond Doorontwikkeling en beheren 3D ondergrondmodel

260

110

110

110

110

0

2.1 Uitvoeren taken in het kader van bodembescherming en verbetering

1.170

1.170

1.000

1.000

1.000

1.000

Totaal benodigd budget

Totaal benodigd budget (A)

1.880

1.730

1.560

1.560

1.560

1.450

Reeds in begroting gedekt Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed – doelstelling Beheer Openbare Ruimte Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed – doelstelling Leefomgeving en Ondergrond Bijdragen vanuit ruimtelijke projecten Reeds in begroting gedekt (B)

400

400

400

400

400

400

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

PM

PM

PM

PM

PM

PM

1.450

1.450

1.450

1.450

1.450

1.450

260

110

110

110

110

0

Bijdragen van derden 1.2 Specifieke uitkering Rijk voor 3D ondergrondmodel (SPUK) 2.1 Specifieke uitkering Rijk voor vitale bodem (SPUK)

50

50

2.1 Specifieke uitkering Rijk voor aanpak diffuus verspreid lood (SPUK)

120

120

Bijdragen van derden (C)

0

430

280

110

110

110

3. Ordening ondergrondse ruimte

PM

PM

PM

PM

PM

Nog niet gedekte kosten (A-B-C)

PM

PM

PM

PM

PM

0

Nog niet gedekte kosten

Toelichting bij de tabel

De nummers in de tabel verwijzen naar de doelstellingen in deze beleidsnota. In de tabel zijn niet alle doelstellingen en activiteiten benoemd. De niet genoemde doelstellingen geven richting aan de regie die al is begroot onder 1.1 of vallen onder de taken begroot onder 2.1.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 52

Reeds in de gemeentelijke begroting gedekt Per ambitie en bijbehorende doelstellingen geven we aan welke onderdelen reeds gedekt zijn in de bestaande begroting.

onderdeel van het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) en het Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP). Benodigde bedragen zijn project afhankelijk en niet te schatten. Om deze investering zichtbaar te maken is dit benoemd als een PM-post in de tabel.

Ambitie 1: De ondergrond is integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes

Ambitie 2: Bodemkwaliteiten beschermen en verbeteren

1.1 Doelmatig gebruik van de ondergrondse ruimte is onderdeel van de afweging bij het ontwikkelen en uitvoeren van ruimtelijke plannen.

2.1 D  e natuurlijke eigenschappen van de bodem en ondergrond zo veel mogelijk in stand houden en waar nodig verbeteren.

De basiskosten van regievoeren op de ondergrond (plantontwikkeling, uitvoering en beheer) worden gedekt uit het Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed, doelstellingen Beheer Openbare Ruimte en Leefomgeving en Ondergrond. Het voeren van regie is voor een groot deel gekoppeld aan de ruimtelijke projecten (1.1.1). Bij het opstellen van projectbegrotingen is de inzet van capaciteit van planologen van de ondergrond een vereiste en worden specifieke fysieke maatregelen genomen om regie te voeren op de ondergrond (‘binnenplanse dekking’). Die ruimtelijke projecten vallen onder de Programma’s Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed; Ontwikkelen en wonen voor iedereen; Klimaatvriendelijke stad; en Duurzame bereikbaarheid. De ruimtelijke projecten zijn

Dit betreft de uitvoering van zowel bodem­ bescherming en -sanering, het ontwikkelen van een aanpak voor de bescherming van vitale bodem, als de aanpak van diffuse verspreiding van loodverontreiniging. Deze activiteiten vallen onder het Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed, doelstelling Leef­ omgeving en Ondergrond. 2.2 D  e (beoogde) inrichting, eigenschappen en waarden van de bodem en ondergrond op elkaar afstemmen. 2.3 O  ndiepe ondergrond: in de hoofdgroenstructuur ingrepen/graven in de ondergrond tot een minimum beperken en de bodemkwaliteit waar mogelijk verbeteren.

Deze beleidsdoelstellingen geven inhoudelijk richting aan het voeren van regie op de ondergrond en de kosten vallen onder punt 1.1. 2.4 Diepere ondergrond: prioriteit geven aan de bescherming van de grondwaterkwaliteit boven andere functies als deze functies de grondwaterkwaliteit onevenredig aantasten. De kosten voor het beschermen van de grondwaterkwaliteit zijn onderdeel van de wettelijke taken die uitgevoerd worden als onderdeel van het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer. Alle wettelijke taken zijn begroot onder punt 2.1.

Ambitie 3: Gebruik van de ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad 3.1 D  e huidige en toekomstige tracés of locaties van de ondergrondse hoofdinfrastructuur hebben prioriteit ten opzichte van andere opgaven. 3.2 N  atuurlijke momenten aangrijpen om de ondergrond te (her)ordenen. 3.3 In de knooppunten van intensieve verstedelijking de voorkeur geven aan inpandige oplossingen en (verticale) ordening/ bundeling van netwerken en objecten. 3.4 Infrastructurele netwerken inrichten volgens voorkeursprofielen (ondergrond en bovengrond).

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 53

Deze beleidsdoelstellingen geven inhoudelijk richting aan het voeren van regie op de ondergrond en de kosten vallen onder punt 1.1.

Bijdragen van derden Ambitie 1: De ondergrond is integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes 1.2 Inzicht in beschikbare ruimte, kwaliteiten, mogelijkheden en kwetsbaarheden van de ondergrond is de basis voor plan- en uitvoeringsprocessen (waaronder UPG). Het 3D-model van de ondergrond is grotendeels ontwikkeld uit bijdragen van het Rijk. Voor de doorontwikkeling, actualisering en beheer van het model is tot en met 2025, en voor beheer tot en met 2030 een SPUK-bijdrage van het Rijk beschikbaar. 2.1 De natuurlijke eigenschappen van de bodem en ondergrond zo veel mogelijk in stand houden en waar nodig verbeteren. Voor de ontwikkeling van een aanpak van vitale bodem is een SPUK-bijdrage van het Rijk beschikbaar gesteld, als ook de aanpak voor de diffuse verspreiding van loodverontreiniging.

Aanleg busbaan onder Beneluxlaan (2019) Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 54

Nog niet gedekte kosten Ambitie 3:

Gebruik van de ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad Kosten voor fysieke (herordening) van de ondergrond zijn project afhankelijk en kunnen niet in de begroting van de beleidsnota worden opgenomen. In de bestaande stad is er geen budget beschikbaar voor fysieke maatregelen boven op bestaande één-op-één vervangingen. Er zijn extra middelen nodig voor het herordenen van ondergrondse infrastructuur op natuurlijke momenten (zoals rioolvervanging), waardoor ruimte in de ondergrond ontstaat voor (toekomstige) gemeentelijke ambities en toekomstige kosten worden vermeden. Herordening is alleen mogelijk als er extra-budget beschikbaar is voor een project. Dit betekent dat de (technische) noodzaak voor herordening urgent en onoverkomelijk moet zijn om de gewenste politieke ambities te realiseren, en dat bij integrale afweging in de voorjaarsnota hiervoor budget kan worden vrijgemaakt. Onderdeel van de kosten zijn nadeel-compensatiekosten van met name netbeheerders conform de wettelijke eisen en gemeentelijke regel­ geving (beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen gemeente Utrecht). 61 In gebiedsontwikkelingen (waaronder ‘knoop­ punten RSU’) is fysieke herordening (verticale ordening; inpandige oplossingen) in principe

Werkzaamheden aan de Amsterdamsestraatweg (2024)

onderdeel van de ‘binnenplanse’ projectkosten. Ook hier is de noodzaak van ordening leidend voor het opnemen van deze kosten in de grondexploitaties. Ordening is op korte termijn kosten­ verhogend maar noodzakelijk om huidige en toekomstige ambities te kunnen realiseren. Het niet-ordenen leidt tot hogere kosten (en overlast) in de toekomst. Regie op ondergronds ruimtegebruik vraagt in veel gevallen voorfinanciering die meegenomen moet worden bij de business case van projecten.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 55

C5 Utrechts Sturingsmodel (voor complexe opgaven) Organiseren en voeren van regie op de ondergrond is een complexe opgave. De ondergrond raakt alle ruimtelijke programma’s uit de programmabegroting: • • • •

Aantrekkelijke groene leefomgeving en erfgoed Ontwikkelen en wonen voor iedereen Klimaatvriendelijke stad Duurzame bereikbaarheid

Voor sturing van de opgaven hanteren we het Utrechts Sturingsmodel.

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Gedeelde waarden zijn het startpunt

OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Sturingsmodel (complexe opgaven)

Data en informatie brengt de beweging in kaart

Aanleg zinker door de Vecht voor het warmtenet (2024) Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 56

Opgave

Ondergrond onderdeel maken van ruimtelijk keuzen van de stad waarbij we ondergrondkwaliteiten beschermen en verbeteren en de ruimte in de ondergrond ordenen om de opgaven zo mogelijk gezamenlijk te kunnen realiseren. (Zie voor details hoofdstuk B3)

Gedeelde waarden zijn het startpunt

1. 2. 3.

De ondergrond is de basis voor het ontstaan en de identiteit van de stad De ondergrond is de basis voor een gezonde stad De ondergrond is de basis voor het functioneren van de stad

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

•

Ruimtelijke planprocessen en organisatie zijn aangepast voor samenhangende regie op de boven- en ondergrondse openbare ruimte en worden toegepast door alle ruimtelijke opgaven Regelgeving is vastgelegd in Omgevingsplan om te kunnen sturen

• Data en informatie brengt de beweging in kaart

Zie indicator in hoofdstuk C2. Fundament is data over toepassing van regie op de ondergrond in ruimtelijke projecten

Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Extern: Jaarlijks overleg met netbeheerders, provincie en waterschappen Ambtelijk: Bespreking jaarlijkse rapportages en evaluaties in stuurgroep openbare ruimte, opgaveoverleg Ruimte en MT Beheer Openbare Ruimte Bestuurlijk: Bespreking jaarlijkse rapportages en evaluaties met wethouder Openbare Ruimte en informeren van Gemeenteraad door middel van raadsbrieven

Rioolvervanging Amsterdamsestraatweg (2024) Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 57

D

Bijlagen

DOMunder, zicht op het archeologische profiel

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 58

D1 De Ondergrond van Utrecht De ondergrond van Utrecht herbergt een ingewikkelde wereld. We kunnen niet zomaar in de bodem kijken maar we zijn als stad wel afhankelijk van haar voor ons bestaan en gebruiken haar voor veel functies in de stad. Denk aan het funderen voor gebouwen, ruimte voor boomwortels en voor kabels en leidingen.

Herinrichting kasteeltuin Nijevelt in de wijk Veldhuizen. Oude grachtjes uit de 14e eeuw en een oude moestuin worden teruggebracht en de Romeinse Limes worden zichtbaar (2021). Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 59

Productiekwaliteiten: deze kwaliteiten verwijzen naar de voorraden van bijvoorbeeld grondwater voor drinkwater en bodemwarmte, of de capaciteit om gewassen te produceren. Zij dragen bij aan de stad en het realiseren van haar opgaven.

De diepere ondergrond biedt ons mogelijkheden voor bodemenergie en het gebruik van grondwater voor drinkwater. Al die functies hebben we te danken aan een onregelmatige en complexe opeenstapeling van bijvoorbeeld zand, leem, klei en veenlagen. Ze zijn in de loop van de lange geologische geschiedenis ontstaan door afzetting van rivieren, zee en wind. Die lagen met grondwater, mineralen en kringlopen hebben eigenschappen die ieder op hun eigen wijze deel uitmaken van een delicaat systeem waarbij de onderdelen op verschillende wijze en schaal met elkaar in verbinding staan62. Dit geheel vormt een basis van het leven, ook in de stad.

•

•

Draagkwaliteiten: deze kwaliteiten hebben betrekking op het gebruik van de ruimte in de ondergrond voor aanleg van en plek geven aan bijvoorbeeld gebouwen, kabels, leidingen en wegen zonder dat ze zettingsschade krijgen, bijna letterlijk het fundament van de stad.

Sinds er mensen in Utrecht wonen hebben ze de bodem en ondergrond op heel verschillende wijzen gebruikt. De oudste voorbeelden treffen we aan als archeologische resten. De moderne stad maakt intensief gebruik van vele nuttige eigenschappen van de ondergrond. Die noemen we ook wel ‘ondergrondkwaliteiten’. We delen ze als volgt in (zie figuur pagina 61)63:

•

Informatiekwaliteiten: deze kwaliteiten leveren informatie en inzicht in onze geschiedenis en komaf en de fysieke basis van de stad. Ze geven belevingswaarde en identiteit aan het gebied erboven, en scheppen voorwaarden voor de biodiversiteit in de stad.

•

Regulatiekwaliteiten: deze kwaliteiten dragen bij aan filteren van grondwater, gezonde bomen en planten, afvoer van regenwater en afbraak of filtering van chemische stoffen. Zij zorgen op een natuurlijke wijze voor een stabiel leefmilieu, voor een gezonde, leefbare en veilige stad voor mens, plant en dier.

veranderingen kunnen we de ondergrond niet altijd meer op de oude wijze gebruiken en dat terwijl de ondergrond steeds belangrijker wordt voor alle opgaven van de stad. De figuur op pagina 18 geeft schematisch een dwarsdoorsnede van Utrecht en haar ondergrond weer en illustreert het belang van de ondergrond. Duidelijk is te zien voor hoeveel verschillende functies de ondergrond wordt gebruikt, tot welke diepte dit plaatsvindt en tot wat voor verande­ ringen dit leidt van bodem en grondwater.

In sommige gevallen gaan we erg ver in het gebruik van de kwaliteiten. Daardoor kan de bodem verdwijnen (afgegraven zijn of bedekt onder gebouwen of verharding) of (bijna) onherstelbaar veranderen qua samenstelling (verontreinigingen) en opbouw (cunetzand bij aanleg van kabels en leidingen; gaten in afsluitende kleilagen tussen grondwaterlagen), of met voorwerpen erin (funderingspalen of WKO-bronnen). Door deze

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 60

Bron: ruimtexmilieu

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 61

Boren in de bodem van Utrecht in de 19de eeuw In 1866 vonden in Utrecht de eerste diepe boringen naar drinkwater in de ondergrond plaats. Vergeleken met andere steden was dit betrekkelijk laat. In Amsterdam werd in 1605 al geboord tot 70 meter diep. In Utrecht was er tot 1866 goed pompwater beschikbaar en geen noodzaak om te investeren in een waterleiding. Dat veranderde met een uitbraak van cholera in 1866. Achtereenvolgens werden er putboringen gedaan op het Jacobikerkhof (1867), De Neude (1872) en Vredenburg (1876). In Vredenburg werd een diepte van 369 meter behaald. De boring door stadboormeester H. de Graaf leverde

Boorinstallatie van H. de Graaf op het Vredenburg (1878)

echter niet het gewenste resultaat op. Met een vernieuwde techniek, de boormethode Fauvelle, waarbij een boor een draaiende beweging kan maken door middel van ingeperste waterstralen in een boorgat, kon er gemakkelijker en goedkoper geboord worden. De Gemeente besloot daarop vijf welputten van 100 meter diep te maken. Uiteindelijk koos Utrecht in 1881 voor een waterleiding met heidewater als bron. De grondmonsters van de boringen zorgden wel voor een beter beeld van de ondergrond van Utrecht. Bron: Poppe, Pepijn, De zoektocht in de bodem naar ‘opspringend water’. In: Bodem, nummer 1, mei 2023

Boring Vredenburg tot 200 meter

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 62

D2 Juridische context De Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 schetst de strategische beleidskaders voor de ondergrond binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Utrecht. Deze beleidsnota maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie Utrecht. De Omgevingsvisie Utrecht is een omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet (hierna Ow). Hier is al het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving in opgenomen. In deze beleidsnota wordt op basis van de Omge­ vingswet, artikel 3.2, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1 lid 1 Ow een beschrijving van hoofdlijnen van de kwaliteit gegeven voor de ondergrond als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Ook bevat de beleidsnota de hoofdlijnen voor de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van de ondergrond en zijn in deze beleidsnota de hoofdzaken van het voor de ondergrond te voeren integrale beleid opgenomen. Op grond van artikel 2.1 lid 2 Ow houdt een bestuursorgaan van een gemeente rekening met

de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. In deze beleidsnota zijn de maatschappelijke doelen van de wet, artikel 1.3 Ow, verwerkt in de ambities en doelstellingen van de gemeente Utrecht.

Milieubeginselen

De Beleidsnota Ondergrond houdt rekening met de doorwerking van de milieubeginselen zoals bepaald is in artikel 3.3 Ow. Het betreft het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Het op­ stellen van deze beleidsnota vindt zijn grondslag in het aanbrengen van samenhang tussen het beschermen en benutten van de ondergrond vanuit een regiefunctie. Door beleid te maken met betrekking tot het benutten van de ondergrond ten voordele van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit wordt invulling gegeven aan het voorzorgbeginsel. De uitgangspunten voor afweging zijn mede gekoppeld aan planologische besluiten waarmee invulling wordt gegeven aan het beginsel van

preventief handelen. Het beginsel dat milieuaan­ tastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden is verankerd in de beleidsnota. Bronmaatregelen behoren tot de maatregelen die als eerste overwogen en onderzocht moeten worden. Verder zal veelal degene die activiteiten verricht, verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, beperken en zo nodig ongedaan maken van nadelige gevolgen van die activiteiten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het beginsel de vervuiler betaalt. Het voorgaande sluit ook aan bij de zorgplichten zoals zijn opgenomen in de artikelen 1.6 Ow en 1.7 Ow.

Overgangsrecht

In deze beleidsnota worden beleidsstukken vermeld die zijn vastgesteld voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op bepaalde beleidsstukken die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld kan geheel of deels het overgangsrecht van toepassing zijn.

Rechtsbescherming

De Omgevingsvisie is alleen bindend voor de gemeente en staat niet open voor beroep bij de rechter.

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 63

Opgaven

Stakeholders

Waar is het profiel?

Wie heeft regie? Wie verleent vergunningen?

Welke opgaven en wanneer?

Welke actoren zijn betrokken en wat zijn de belangen?

Onderhoud en herinrichting van het maaiveld

Weinig actoren: gemeente en bewoners

Korte termijn • straatmeubilair: 5 jaar • tuin: 7,5 jaar • verharding; 25 jaar • verlichtingsmast: 30 jaar • bomen: 40 jaar • bebouwing: vanaf 60 jaar

Grondeigenaar/ regievoerder • bewoner • gemeente

Onderhoud en herinrichting van ondergrondse infra en objecten

Veel actoren: scala aan individuele spelers

Middellange termijn • afvalcontainer: 10 jaar • telecom: 25 jaar • water: 40 jaar • parkeergarage: 50 jaar • gas: 50-70 jaar • riolering: 50-80 jaar • electra: 60-80 jaar • drinkwaterleiding: 60-100 jaar

Grondeigenaar/ regievoerder • bewoner • gemeente • waterschap • provincie

Bovengrond

0 meter diep

openbaar

Regie

privaat

Straatprofiel

bewoner

gemeente

Ondiepe ondergrond

tot 50 meter diep 3

50 waterschap provincie

Diepe ondergrond tot 500 meter diep 100

Piek in de vervangingsopgave • piek in de vervangingsopgave door aanleg in jaren ‘60-’70 • 1-2% van de totale ondergrondse infrastructuur

Beheerders • beheer openbare ruimte: - weg - groen - openbare verlichting - verkeer - kunstwerken - speelvoorzieningen - straatmeubilair - water

Beheerders • netbeheerder gas • netbeheerder elektriciteit • netbeheerder warmtenet • netbeheerder riolering • drinkwaterbedrijf • energieleveranciers • telecomleveranciers • afvalverwerkers • objecten, bijvoorbeeld parkeergarages

Gezond bodemsysteem en energie-/ delfstoffenwinning

Weinig actoren: rijk, waterschap en provincie

Lange termijn • drinkwaterwinning • delfstoffenwinning

Grondeigenaar / regievoerder • waterschap • provincie • rijk

rijk

500

Bron: De STRAADkrant, vijfde uitgave, voorjaar 202164

Kwetsbaar systeem • om winning veilig te stellen is er ook zorg nodig voor het tegengaan van negatieve effecten en verstoring van de diepe ondergrond, eenmaal aangetast is het lastig te herstellen

Beheerders • delfstoffenwinners • drinkwaterbedrijf

Planontwikkelaars • gemeente • projectontwikkelaars • (landschaps)architecten • specialisten

Planontwikkelaars • gemeente • projectontwikkelaars • (landschaps)architecten • specialisten

Uitvoerder • aannemer/ loonwerker

Grondroerders • aannemer / loonwerker

Planontwikkelaars • specialisten

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 64

D3 Gebiedsgericht Grondwaterbeheer (GGB) In het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer (GGB) uit 2015 is het eerste document waarin gesproken wordt over een samenhangende visie en beleid op gebruik van de ruimte in de ondergrond. De Beleidsnota Ondergrond werkt de ambities genoemd in het GGB verder uit. Het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer (GGB) is gericht op een gebiedsgerichte aanpak om verspreiding van verontreiniging in de bodem tegen te gaan. Het GGB benadrukt het belang van beschermen, verbeteren en benutten van de ondergrond ‘met het doel gebruik van de ondergrond mogelijk te maken mits dit duurzaam plaatsvindt. Dit betekent afwenteling van risico’s en kosten op anderen en naar de toekomst voorkomen’ (p. 22). Binnen het GGB wordt dit voor kwantiteit en kwaliteit van grondwater uitgewerkt. Het GGB beschrijft ook de ambities met betrekking tot gebruik van de ondergrond en water, energie en ruimte. In de Beleidsnota Ondergrond wordt dit perspectief verbreed en verder uitgewerkt. Daarnaast wordt het GGB aangepast aan de veranderde wetgeving en inzichten.

Schema GGB Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 65

Het GGB zegt: “Ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en de rol die de ondergrond daarbij kan innemen moeten twee belangrijke elementen om rekening mee te houden worden benoemd: 1) het ruimtegebruik onder de grond heeft invloed op het ruimtegebruik boven de grond en vice versa en 2) bindende kaders en voorwaarden voor het gebruik van de ruimte onder de grond ontbreken. Het eerste element, de beïnvloeding van ruimtegebruik boven en onder de grond op elkaar, leidt tot de behoefte aan een ruimtelijke ordening en planning van de ondergrond. Het tweede element, het ontbreken van bindende kaders, leidt, samen met een gebrek aan aandacht voor ruimtelijke en milieutechnische afwegingen, tot negatieve en schadelijke effecten. Voorbeelden van deze effecten zijn conflicten in ruimtegebruik, interferentie tussen WKO-systemen, zettingsschade als gevolg van onttrekkingen, hogere maatschappelijke kosten omdat kabels en leidingen verlegd moeten worden.

Ambities voor het gebruik van de ondergrond Om duurzaam gebruik en een ruimtelijke planning en ordening van de ondergrond te kunnen borgen zijn de volgende ambities geformuleerd: •

•

•

•

De ambitie een afwegingskader te bieden voor ondergronds ruimtegebruik in de hele stad, dat wordt gedragen door alle afdelingen in de gemeente en waarbij afweging plaats vindt in de eerste fase van ruimtelijke planprocessen; De ambitie om verschillende activiteiten zoals bouwen, energiegebruik en waterbeheer op elkaar af te stemmen; De ambitie om randvoorwaarden op te stellen voor de aanleg van leidingstraten, waarbij samenwerking wordt gezocht met de private partijen en waarbij gekeken wordt naar ander gewenst gebruik van de ondergrond (zoals boomwortels en archeologisch erfgoed); De ambitie om het heersende principe van wie het eerst komt wie het eerst maalt om te zetten in een geregisseerd en geordend systeem waar meer ondergrondse activiteiten naast elkaar mogelijk zijn.”

(Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer, 2015 pp. 27-28) D2 Juridische context

Drinkwaterput in Leidsche Rijn

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 66

D4 Begrippenlijst 3D-ondergrondmodel: een digitaal model dat alle databronnen met informatie over de ondergrond samenbrengt. Denk aan bodemlagen, leidingen, boomwortelzones, buizen van WKO-systemen. Met computerprogramma’s (tools ofwel algoritmen) kunnen de gegevens worden weergegeven of berekeningen worden gemaakt waar ruimte is in de ondergrond of wat theoretisch de beste ligging is van een nieuwe leiding. Bodem: de bovenste paar meter aan natuurlijke lagen aarde. Veelal wordt bij het gebruiken van ‘bodem’ verwezen naar het ecosysteem; de lagen waarin planten, dieren en schimmels groeien. De bodem herbergt een veelheid aan elementen of eigenschappen als (bio)chemische, bodemleven, fysische processen, organische stoffen en structuren. De definitie inclusief de diepte is niet altijd even scherp afgebakend en wordt niet altijd juist gebruikt (een ‘bodemenergiesysteem’ zou volgens deze definitie eigenlijk een ‘onder­ grondenergiesyteem’ moeten heten). Vaak is het gebruik afhankelijk van de context. Dat geldt ook voor deze beleidsnota. Bodem- en watersysteem: een samenhangend geheel van vaste en vloeibare delen van de ondergrond: bodem, grondwater en oppervlaktewater. Hierin spelen natuurlijke

processen, zoals infiltratie, grondwaterstroming en oppervlaktewaterafvoer.

Chemische bodemkwaliteit: de mate waarin verontreinigende stoffen in de bodem aanwezig zijn.

Bodemenergiesysteem: systeem waarmee seizoensgebonden warmte- of koudeoverschot uit een gebouw in de ondergrond wordt opgeslagen en zo beschikbaar is voor het gebouw in een ander seizoen. Er zijn twee soorten bodemenergiesystemen: open bodemenergiesystemen (OBES) en gesloten bodemenergiesystemen (GBES). Bij OBES, ook wel bekend als warmte-koudeopslag (WKO), wordt er water uit de bodem op- en teruggepompt. Dit gebeurt vaak op 100 tot 250 meter diepte. De provincie is het bevoegd gezag. Bij GBES wordt gebruik gemaakt van bodemlussen waarbij alleen warmte met de bodem wordt uitgewisseld door water – al dan niet met koelmiddel – in de buizen op en neer te pompen. Meestal gaat dit systeem niet dieper dan 200 meter diepte. De gemeente is het bevoegd gezag.

Cultuurhistorische kwaliteiten: de geschiedenis van alles dat door mensen gemaakt is en niet op natuurlijke wijze ontstaan is. Cultuurhistorie gaat over landschap en alles wat bij dat landschap hoort, zoals wegen, water, wallen, hagen, akkers en polders.

Bodemleven: de aanwezigheid van organismen: planten, bacteriën en schimmels, maar ook insecten en wormen in de bodem. Bodemlus: zie bodemenergiesysteem.

Cunet: een afgegraven strook ondergrond en vervangen door ander materiaal. Het wordt veelal toegepast als drager voor bijvoorbeeld een verharding of leiding. Damwand: verticale platte constructies die in de ondergrond worden gedreven om de omliggende grond of water buiten te houden. Energietransitie: de overgang van fossiele energie­­bronnen naar duurzame en CO2 neutrale energiebronnen. Erfgoed: nalatenschap van het verleden, zowel materieel (zoals in museum, oude binnensteden en landelijk gebied) als immaterieel (tradities, rituelen en verhalen). Expansievat: een onderdeel van een warmteleiding

Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 april 2025 | 67

die de leiding beschermt tegen schade door rekken en krimpen in de lengterichting.

Denk aan wegen of spoorlijnen, maar ook drinkwaterleidingen of een elektriciteitsnet.

Fysische bodemkwaliteit: eigenschappen en kenmerken van de bodem die van invloed zijn op de groei van planten, waterdoorlatendheid, beluchting, stevigheid en bewerkbaarheid van de bodem zoals structuur van de bodem, deeltjesgrootte, water bufferend vermogen.

KLIC: centrale, nationale database waarin de locaties van kabels en leidingen wordt vastgelegd. Bij een voorgenomen activiteit in de bodem dient deze hier te worden te worden gemeld om informatie over de ligging van kabels en leidingen te krijgen. Zo wordt graafschade tot een minimum beperkt.

Geothermie: aardwarmte die gebruik maakt van warm water uit de diepere ondergrond (van meer dan 500 meter tot enkele kilometers diep). Het Rijk is het bevoegd gezag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a35c9ab5-0ef0-41b7-b71c-6dea6a969c7d