Beleidsnota Jeugd 'samen opgroeien, samen opvoeden' 2025-2034
Tekst van het document
UOA (utrechtseonderwijsagenda.nl)
21
Utrechtse Onderwijs Agenda pagina 20 en 34
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 29
werken’. Dit staat uitgebreid toegelicht in opgave 5. Deze manier van werken brengt mensen met elkaar in contact rondom dezelfde opvoed- en opgroeivragen. Naast het bieden van hulp en ondersteuning, draagt dit bij aan het bouwen en versterken van netwerken. Daardoor draagt deze manier van werken bij aan het versterken van de pedagogische basis in de stad. Subsidiëring We subsidiëren activiteiten die de gemeenschapskracht in de wijk versterken. We herijken de subsidieregelingen Vrijwillige Inzet Voor Elkaar en Sociale Prestatie en Dagondersteuning. We maken scherpere keuzes in welke activiteiten we wel en niet (meer) faciliteren vanuit deze subsidieregelingen. Activiteiten die onvoldoende bijdragen aan deze opgave, worden niet meer gefinancierd. Informatieverstrekking Er wordt al veel informatie over welzijn en hulp verstrekt aan inwoners en beroepskrachten van Utrecht, zowel digitaal als fysiek. Dit gebeurt op stedelijk- en op wijkniveau. Wij willen dat deze informatie, met name binnen de pedagogische basis, nog beter aansluit bij de behoefte van inwoners en beroepskrachten in de wijken. We onderzoeken met huidige partners, bewonersinitiatieven en wijkinformatiepunten hoe we de informatie over de pedagogische basis het beste kunnen delen. Dit doen we zodat inwoners in de stad beter op de hoogte zijn van wat er is en kan in hun eigen buurt.
Zo verbeteren we de toegankelijkheid van de pedagogische basis en de samenwerking tussen de pedagogische basis en basishulp.22
3.2.
Online leefwereld en prestatiedruk
De komende jaren hebben we blijvend aandacht voor de online leefwereld en prestatiedruk. Deze twee thema’s zijn vervlochten met de levens van opgroeiende kinderen. Naast veel positieve invloeden en mogelijkheden, zorgen deze twee thema’s voor uitdagingen en problemen die steeds meer op de voorgrond komen te staan. Een groeiende groep kinderen ervaart een afname van welbevinden en functioneren als gevolg daarvan. Als samenleving hebben we hier nog geen goed antwoord op. De online leefwereld De online leefwereld is bijvoorbeeld snel opgekomen en verandert voortdurend. Het overgrote deel van ouders is er niet mee opgegroeid. Hoe leer je kinderen ‘wijs’ om te gaan met de online wereld? Prestatiedruk Een groeiende groep kinderen ervaart negatieve effecten van prestatiedruk. Dit leidt soms tot faalangst, een burn-out of piekeren. Ze besteden ook minder tijd aan sporten, ontspannen en ontmoeten. Dit terwijl een gezonde prestatiedruk leidt tot motivatie, focus en goede prestaties.
22 Dit is een ontwikkelopgave in de nota van uitgangspunten, uitgeschreven op p. 45. Nota van uitgangspunten (bestuurlijkeinformatie.nl)
30
Voor een sterkere opvoedomgeving voor kinderen is het van belang dat ouders en professionals structureel op de hoogte zijn en blijven van hun online leefwereld en prestatiedruk. Zij moeten ook weten hoe hiermee om te gaan in de opvoeding. We zetten ons daarom de komende jaren in op het vergroten van kennis over hoe we de negatieve effecten van de online leefwereld en prestatiedruk kunnen tegengaan en brengen deze in de praktijk. Dat doen we in samenwerking met kinderen, jongeren, ouders en professionals en in aansluiting op ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen’ en de ‘Utrechtse Onderwijsagenda’23.
23 ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen’ en de ‘Utrechtse Onderwijsagenda’
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 31
Opgave 3: Kansrijke start voor jonge kinderen 1.
Wat is de opgave?
Elk kind moet zijn leven zo kansrijk en gezond mogelijk kunnen starten. Maar niet alle kinderen krijgen evenveel kansen. Het vergroten van kansengelijkheid in de stad is het meest effectief als je er op jonge leeftijd bij bent. Achterstanden die kinderen op jonge leeftijd oplopen, zijn moeilijk later in te halen24. Al tijdens de zwangerschap wordt de basis gelegd voor de lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling van kinderen. Ouders hebben hierin een centrale rol. Met de meeste gezinnen met jonge kinderen gaat het goed. Toch zijn er ook gezinnen waarbij het opvoeden en opgroeien soms wat moeizamer gaat. Die het soms lastig vinden om hulp te vragen of de hulp niet weten te vinden. We willen er graag voor deze kinderen en ouders zijn, want investeren in de kwaliteit van de eerste levensjaren van kwetsbare kinderen voorkomt problemen en het leidt tot maatschappelijke en economische voordelen in de toekomst. Zo investeren we ongelijk voor gelijke kansen. Kansrijke Start, de eerste 1000 dagen. Een kind ontwikkelt zich in de eerste 1000 dagen, van de zwangerschap tot twee jaar oud, razendsnel. Daarom is het juist in deze periode belangrijk dat de ontwikkeling van kinderen voorspoedig verloopt. Deze periode heeft invloed op kansen binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt, en daarmee ook op de generaties die volgen.
We zorgen voor passende ondersteuning en zorg tijdens de eerste 1000 dagen. Dit doen we samen met organisaties die betrokken zijn bij (aanstaande) ouders en jonge kinderen. We investeren in goede samenwerkingsafspraken tussen alle betrokkenen tijdens deze periode. Denk aan samenwerkingspartners zoals de verloskundigen, de jeugdgezondheidszorg, buurtteams, huisartsen en informele zorgverleners. Collectieve voorzieningen Al vanaf de zwangerschap is het belangrijk dat er toegankelijke mogelijkheden zijn voor (aanstaande) ouders en kinderen om hun vragen, onzekerheden en ervaringen te delen met elkaar. En met elkaar in contact te komen om te spelen en te ontwikkelen. Wanneer nodig, is er hulp van professionals die steun en advies kunnen geven. Dit gebeurt bijvoorbeeld via ouder-kind groepen of spelinlopen. Deze groepen moeten toegankelijk zijn en aansluiten bij wat gezinnen nodig hebben. Vragen over opgroeien en opvoeden worden dan zo veel mogelijk in de eigen omgeving opgepakt. Als dit goed gaat voorkomen we hiermee soms het beroep op (duurdere) jeugdhulp. Passende plek We willen voor jonge kinderen met een extra ondersteuningsvraag dat zij zo thuisnabij naar de kinderopvang kunnen. We willen voorkomen dat we kinderen op jonge leeftijd al van de ene naar de andere opvang verplaatsen. En dat zij uiteindelijk in een specialistische jeugdhulpsetting terecht komen.
Dit zou onwenselijk zijn, omdat kinderen hierdoor op jonge leeftijd al in aanraking komen met de ervaring van “het niet voldoen aan de norm”.
24
32
Kinderen uit de knel, RVS, 2023
Daarnaast is het soms nog lastig te bepalen wat de ondersteuningsbehoefte is en wat het kind nodig heeft. We willen onderzoeken om welke kinderen dit gaat en hoe we goed bij hen kunnen aansluiten, ook gezien de diversiteit in culturele achtergrond.
2.
Waar bouwen we op voort?
2.1.
Kansrijke Start - de eerste 1000 dagen
2.2.
Beschikbaarheid collectieve voorzieningen voor kinderen en ouders
We investeren in (bestuurlijke) samenwerkingsafspraken tussen alle partijen in het medische en de pedagogische basis die betrokken zijn tijdens de eerste 1000 dagen in het leven van een kind. Met deze opgave werken we aan: • Het gezin staat centraal. Hulp en ondersteuning sluiten beter aan bij de behoeften van ouders en kind. • Versterken van de eigen kracht van ouders en hun netwerk. • Verstevigen van de basis. We zetten in op grondoorzaken die van invloed zijn op het welzijn van (aanstaande) ouders in Utrecht. Professionals dragen hieraan bij door ook aandacht te hebben voor thema’s zoals bestaanszekerheid, sociale relaties en de verbanden die dit heeft met gezondheid en welbevinden. • Professionals leren van elkaar, zoals de geboortezorgnetwerken en het platform eerste 1000 dagen. We blijven inzetten op de beschikbaarheid en toegankelijkheid van collectieve voorzieningen voor kinderen en ouders. Denk aan spelinlopen, ouder-kind groepen en themabijeenkomsten. We doen dit waar kan in samenwerking met kinderen en ouders. We blijven inzetten op het bereiken van gezinnen die hier het meeste baat bij hebben en sluiten hierin aan op het collectief werken (Opgave 5).
Dit is veel beter dan therapie, ik kom hier altijd met een licht hart vandaan. - Moeder bij de Moeder-Babygroep in Overvecht
3.
Wat kan beter?
3.1.
Passende plekken voor kinderen
Voor een groot deel van de jonge kinderen met een extra ondersteuningsvraag vinden we thuisnabij een passende plek binnen reguliere voorzieningen. Voorbeelden van deze voorzieningen zijn de kinderopvang(+), de voorschool of de BSO(+). De voorschool biedt extra ondersteuning bij taal en/of ontwikkelachterstanden voor kinderen tussen de 2,5 – 4 jaar. De plusopvang ondersteunt ook kinderen met een hulpvraag vanwege bijvoorbeeld gedragsproblematiek en/of verstandelijke of fysieke beperking(en) (zie ook nota Passende Kinderopvang Utrecht25).
25 Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang Utrecht vanaf 2024
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 33
Toch zien we dat een groeiende groep jonge kinderen beroep doet op specialistische dagbehandeling. Deze tendens willen we keren. We versterken daarom de samenwerking tussen de voorschool, de jeugdgezondheidszorg, het buurtteam, het samenwerkingsverband primair onderwijs en de aanvullende jeugdhulp en kijken hoe we jonge kinderen sneller en passender kunnen ondersteunen op de juiste plek. Dit doen we binnen de kernpartneraanpak voorschoolse educatie (KPA VE) die we waar nodig willen uitbreiden. We willen onderzoeken of kinderen met een extra ondersteuningsvraag, die nu beroep doen op specialistische dagbehandeling, een passender plek kunnen krijgen in meer reguliere voorzieningen, soms met extra ondersteuning vanuit jeugdhulp.
Ik had last van een postnatale depressie, maar had dit zelf niet door. Ik schaamde me heel erg, want wie was ik nou als moeder? Inmiddels weet ik dat er meer moeders zijn die dit hebben en erover praten helpt echt. Ik was eerst bang dat ze bij het consultatiebureau iets zouden zien in de computer, maar ze waren begripvol en vroegen of ik de U-pas kende. Daardoor kan ik nu beter rondkomen, hoe moeilijk dat ook blijft. Ik ben een blije mama en trots op hoe goed hij groeit. - moeder bij de Moeder-Baby groep in Overvecht Uitdagingen voor onze ambities zijn schaarste in personeel voor de kinderopvang en schaarste in het beschikbare budget voor jeugdhulp. Wij monitoren of het realiseren van meer passende plekken voor kinderen in de reguliere voorzieningen, leidt tot een verminderd beroep op (specialistische) jeugdhulp én afnemende kosten.
34
Opgave 4: Een goede aansluiting onderwijs-jeugdhulp We willen ervoor zorgen dat de ontwikkeling van kinderen zo vloeiend mogelijk verloopt, waarbij de overgangen geen hoge drempels zijn, maar logische fases die elkaar opvolgen en aanvullen. Dat vraagt om samenwerking: leerlijnen die op elkaar aansluiten, professionals die effectief samenwerken, ouders die in elke fase betrokken worden en ondersteuning die goed wordt georganiseerd. - Wethouder Onderwijs Eelco Eerenberg
1.
Wat is de opgave?
School is belangrijk! Het is dé plek waar kinderen de meeste tijd doorbrengen als ze niet thuis zijn. School is eigenlijk een tweede huiskamer, waar kinderen zich ontwikkelen en leren worden wie ze zijn. Daarom is het belangrijk dat er op elke school een sterk onderwijsaanbod is en een goed pedagogisch klimaat dat dit proces ondersteunt. Passende ontwikkelkansen Om te ontwikkelen hebben kinderen ‘passende ontwikkelkansen’ nodig. Ieder kind leert anders en soms is er iets extra’s nodig. Goede samenwerking tussen ouders, het onderwijs, de pedagogische basis en de jeugdhulp is dan heel belangrijk. Gezamenlijk sluiten we aan bij de behoefte van kinderen. We zoeken samen naar kansen binnen het onderwijs, de pedagogische basis en soms de jeugdhulp. Áls een kind extra jeugdhulp nodig heeft, is dit op maat, tijdig, efficiënt en dichtbij. Passend onderwijs Kinderen krijgen altijd passend onderwijs26. Scholen zorgen daarvoor met behulp van het Samenwerkingsverband. Als er lichte ondersteuningsvragen zijn, wordt dit opgepakt in de school. Als er iets extra’s nodig is, organiseren scholen dat met hun kernpartners (het samenwerkingsverband, de buurtteams, jeugdgezondheidszorg en leerplicht). De kernpartners bieden óf zelf ondersteuning, óf - als dat niet genoeg is - organiseren dat er aanvullende jeugdhulp komt.
Het motto van de kernpartners is dat hulp en ondersteuning ‘zo gewoon mogelijk’ is en dat iedereen thuisnabij opgroeit.
26
Wet passend onderwijs en onderwijs-zorgarrangementen | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 35
Werkwijze afstemmen We zien grote verschillen tussen jeugdhulp en onderwijs als het gaat om werkwijze, wettelijke kaders en financiering. Dat is niet efficiënt. In Utrecht willen we deze verschillen verkleinen en de werelden van jeugdhulp en onderwijs bij elkaar brengen. We willen integraal en slimmer (samen)werken, zodat kinderen de juiste ondersteuning krijgen om zich te kunnen ontwikkelen naar eigen vermogen. Wat is de rol van onderwijs en jeugdhulp? Het onderwijs heeft een belangrijke rol bij het opgroeien en opvoeden van kinderen in deze stad. Wij vinden het belangrijk daar het gesprek over te blijven voeren. Veel vragen over opgroeien en opvoeden kunnen namelijk beantwoord worden binnen de pedagogische basis en de zorgstructuur van het onderwijs. Jeugdhulp sluit waar nodig hier goed op aan. We móeten samen met onze partners scherpe keuzes maken: in welke gevallen zetten we aanvullende jeugdhulp in en wanneer niet? En wat is de rol van jeugdhulp? Jeugdhulp moet beschikbaar blijven voor de kinderen binnen het onderwijs die iets extra’s nodig hebben. In het maken van deze scherpe keuzes is de kernpartneraanpak cruciaal (zie 2.2).
2.
Waar bouwen we op voort?
2.1.
Samenwerking van onderwijs en jeugdhulp
2.2.
Kernpartneraanpak
In Utrecht bouwen we voort op een sterke cultuur van samenwerken tussen onderwijs en jeugdhulppartners27. Een voorbeeld is de Utrechtse Onderwijsagenda28 waar de onderwijsen jeugdhulppartners samen aan werkten. Hun gezamenlijke visie en samenwerkingsdoelen zijn daarin vastgelegd. Op de werkvloer bestaat dit al langer; school en (kern)partners werken al jaren goed samen. Dit zie je bijvoorbeeld aan de samenwerking tussen professionals én met ouders. Ook zijn de scholen waar leer- en ontwikkellijnen goed op elkaar aansluiten een goed voorbeeld. Soms is er iets extra’s nodig voor de ontwikkelkansen van het kind. Met de kernpartneraanpak stemmen onderwijs en jeugdhulp af op een manier waarop kinderen zo thuisnabij mogelijk naar school kunnen. Binnen de kernpartneraanpak werken de kernpartners samen in en rond de school. We werken vanuit de leefwereld van het kind, en vanuit het principe van een sterke pedagogische basis. We ontwikkelen de kernpartneraanpak door, ook buiten school en versterken de samen werking met de pedagogische basis en het veiligheidsdomein. We willen dat de aanpak zo goed aansluit bij de leefwereld van kinderen en jongeren buiten school(tijd) in hun buurt of wijk. Ook zetten we de kernpartneraanpak in voor het jonge kind.
Al op de kinderopvang worden eventuele ondersteuningsbehoeften vroeg(er) gesignaleerd en als de kernpartner aanpak ook hier aansluit, kan tijdig de juiste ondersteuning georganiseerd worden. Ook op de Utrechtse Mbo’s is het buurtteam actief voor het ondersteunen van de studenten.
27
Dit noemen professionals het onderwijs-zorgcontinuüm
28
UOA werkagenda 2024-2027
36
3.
Wat kan beter?
3.1.
Contextgerichte benadering
Het is onze visie dat ondersteuning van leerlingen niet niet alleen gericht is op hen, maar ook op hun situatie of context (bijvoorbeeld de woonsituatie of schulden van ouders). Voor contextgericht werken is goede samenwerking nodig tussen kinderen, ouderen en professionals. Het doel is dat professionals vanuit een breed perspectief kijken en handelen. Bij de contextgerichte manier van werken hoort ook collectiever denken en handelen (zie opgave 5. Collectief werken).
3.2.
Inclusief onderwijs
In Utrecht werken we aan inclusief onderwijs29 waar verschillen tussen kinderen de norm zijn. Op deze scholen werken onderwijs en jeugdhulpprofessionals, ouders en sociale basispartners zij aan zij samen. Zo draagt een school bij aan gelijke kansen voor kinderen, aan gelijkwaardige deelname aan de samenleving én zorgt deze ervoor dat vragen en ondersteuningsbehoeften eerder zichtbaar worden. Kinderen en ouders kunnen sneller met hun vragen terecht in het gewone leven, binnen de context van de buurt en school. Hierdoor is er minder vaak specialistische jeugdhulp nodig.
Op onze school wordt de jeugdhulp collectief gefinancierd. Dat betekent dat ouders geen indicatie meer hoeven aan te vragen voor hun kind bij een buurtteam of sociaal werker. Eén organisatie, biedt op onze school alle benodigde jeugdhulp aan. Voor onze leerlingen betekent dit altijd vertrouwde gezichten om hen heen. - Pien van Gendt, directeur Rafael, school voor speciaal onderwijs voor kinderen uit de regio
3.3.
Gespecialiseerd onderwijs
Voor een kleine groep leerlingen is gespecialiseerd onderwijs tijdelijk of permanent nodig. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen met een lichamelijke beperking, kinderen die moeilijk lerend zijn of gedragsproblemen hebben. Ook in deze scholen werken we zo collectief mogelijk aan de ondersteuning van leerlingen, de klas en de school. Scholen voor gespecialiseerd onderwijs hebben vaak een regionale functie. Dat vraagt om regionaal samenwerken met meerdere gemeenten en samenwerkingsverbanden om de bekostiging van zorg in onderwijs goed te organiseren. Hierover wordt een wetswijziging verwacht. Daar lopen wij alvast op vooruit door in de regio te zorgen dat de financiering goed georganiseerd is, zodat de regeldruk afneemt.
29
Zie Utrechtse Onderwijsagenda 2024-2027, p.12: Kansenwerkplaatsen
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 37
Opgave 5: Collectief werken 1.
De opgave
Komende jaren maken we in Utrecht een flinke slag in de beweging ‘collectief werken’. Met collectief werken signaleren we veelvoorkomende opgroei- of opvoedvragen in de wijk of buurt. Denk aan onderwerpen zoals weerbaarheid, eenzaamheid, chronische stress en gebrek aan netwerk. Partners werken nauw samen, in co-creatie met ouders en kinderen, aan oplossingen voor deze vragen. Deze oplossingen krijgen zoveel mogelijk vorm in een groep. Daardoor leidt het collectieve werken tot een verschuiving van individuele naar groepsgerichte hulp. Daarbij putten we zoveel mogelijk de kracht uit de pedagogische basis. Met collectief werken worden kinderen en ouders meer ondersteund vanuit de dagelijkse leefomgeving en minder vanuit jeugdhulptrajecten. Ook sluit dit beter aan bij hun behoefte en vraag. Deze manier van werken leidt tot een betere kwaliteit van hulp en biedt daarnaast langdurige voordelen. Door nauw samen te werken met kinderen en ouders sluit de hulp beter aan bij hun vragen. Ook voelen zij zich hierdoor meer eigenaar van hun eigen hulptraject. Door kinderen en ouders samen te brengen, ervaren zij dat anderen dezelfde vragen hebben. Met deze manier van werken dragen we bij aan het bouwen van een sociaal (ondersteunend) netwerk. Deelnemers van groepen zoeken elkaar na afloop nog regelmatig op.
Ze delen ervaringen, vinden begrip en leren van anderen die soortgelijke uitdagingen doormaken. Ze voelen zich hierdoor meer zelfverzekerd en ervaren minder stress en eenzaamheid.
In een groep zijn is veel makkelijker dan een gesprek met één iemand - Jongere over de BuKoJou jongerengroep Voor zowel kinderen, ouders als professionals is collectief werken een grote verandering. Voor kinderen en ouders was individuele jeugdhulp vanuit één partij gebruikelijk; vanaf nu wordt collectieve hulp op steeds meer thema’s de norm. Van professionals vraagt het een nieuwe manier van samenwerken met zowel kinderen, ouders en andere partners in de pedagogische basis en/of de jeugdhulp.
38
2.
Waar bouwen we op voort?
De beweging van collectief werken is in 2019 begonnen. We werkten toen al samen met de jeugdgezondheidszorg, de buurtteams jeugd en gezin, de gemeente en ouders. Inmiddels zijn ook andere partners zoals het jongerenwerk, welzijnswerk en aanvullende jeugdhulp hierbij aangesloten. Er bestaan al verschillende succesvolle collectieve vormen in Utrecht. Dat komt door de breed gedragen visie, het buiten de kaders denken en de durf om samen nieuwe vormen te ontdekken. We bouwen de komende jaren voort op deze ambitieuze omslag. De geleerde lessen van de afgelopen jaren nemen we mee en we blíjven leren en ontwikkelen met elkaar.
De gedachte ‘ik ben de enige die dit heeft’ heb ik niet meer - Jongere over de BuKoJou jongerengroep
3.
Wat kan beter?
Collectief werken de norm Vanaf 2025 wordt collectief werken steeds meer de norm als passende, effectieve en duurzame vorm van (preventieve) ondersteuning en hulp. Wat is geschikt voor collectief werken? We onderzoeken welke opgroei- en opvoedvragen geschikt zijn voor collectief werken. We zoeken de komende jaren meer samenwerking met andere partners in de pedagogische basis, bijvoorbeeld rondom sport, onderwijs en andere partijen in de wijk en buurt. Passende randvoorwaarden De gemeente zorgt voor passende randvoorwaarden voor collectief werken. Denk hierbij aan duidelijke opdrachten voor de partners en passende kaders. Ook werken we met de partners samen aan allerlei praktische zaken die nodig zijn om het collectieve werken te bestendigen en versnellen. Denk bijvoorbeeld aan training en scholing van professionals. Samen leren Gezamenlijk evalueren, leren en bijsturen is doorlopend nodig. Zo zullen we bijvoorbeeld komende jaren leren in welke situaties collectieve vormen de norm worden, en wanneer (ook) een individuele vorm nodig is. Monitoren Per 2025 gaan we kwalitatief en kwantitatief monitoren op collectief werken. Denk hierbij aan hoeveel kinderen en ouders gebruik maken van collectieve hulp of ondersteuning, hoe zij dit hebben ervaren en of ze hierna nog individuele hulp nodig hebben.
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 39
Financiële besparing Met collectief werken komen inhoudelijke en financiële ambities samen: we zien de inhoudelijke voordelen én we willen er een financiële besparing mee bereiken. Om zo snel mogelijk de inhoudelijke en financiële voordelen te realiseren veranderen we zo snel mogelijk naar een collectieve manier van werken. De aanname die we hierbij doen is dat collectief werken een besparing oplevert vanwege een afnemend beroep op jeugdhulp. De verwachting is wel dat dit rendement op korte termijn nog niet zichtbaar zal zijn door de benodigde investeringen.
40
Opgave 6: Jeugdhulp in de buurt 1.
Wat is de opgave?
Soms is er professionele hulp nodig bij opgroei- en opvoedvragen. Deze hulp moet goed aansluiten bij wat gezinnen zelf, met elkaar en hun netwerk of omgeving kunnen organi seren. Waar nodig bieden we aansluitend hierop tijdig passende hulp. Dit doen onze partners - in de pedagogische basis, het buurtteam, de aanvullende hulp en de jeugd bescherming - in gezamenlijke verantwoordelijkheid en nauwe samenwerking met elkaar. Het is onze opgave ervoor te zorgen dat jeugdhulp beschikbaar blijft, voor gezinnen die dit nodig hebben (denk aan kinderen met een beperking of gezinnen met complexe hulpvragen op meerdere leefgebieden). Dat vraagt om scherpe keuzes wanneer jeugdhulp nodig is: niet iedere hulpvraag vraagt om een antwoord vanuit de basis- of aanvullende hulp. Basishulp en aanvullende hulp Het buurtteam jeugd en gezin biedt basishulp. Denk bij deze hulp aan vragen rondom opvoeden, maar ook (psychische) zorg, welzijn, woonbegeleiding, verslaving, werk en inkomen. De buurtteams kijken dus niet alleen naar de vraag naar jeugdhulp maar ook breder. Als het nodig is schakelt het buurtteam (of een wettelijke verwijzer) aanvullende hulp in. Aanvullende hulp is er voor specialistische vragen en expertise, bijvoorbeeld bij ernstige gedragsproblemen, depressieve gevoelens, of een intensieve hulpvraag bij een (licht) (verstandelijke) beperking van het kind.
Partners in de stad bieden deze aanvullende hulp. Zij werken met eigen teams in de wijk én met andere aanvullende jeugdhulp organisaties en vrijgevestigden. Hulp op maat Om deze hulp op maat te bieden is goede samenwerking nodig. Ons motto is: ‘in de buurt vormen we een netwerk en zijn we collega’s van elkaar’. We vinden het belangrijk dat er een gelijkwaardig samenwerking is tussen ouders, hun netwerk, partners in de pedagogische basis, de buurtteams, huisartsen, en aanvullende hulp. Vanuit die samenwerking zorgen we voor de juiste mix van inzet vanuit ieders rol, zodat we elkaar aanvullen en versterken. Zo bieden we het meest passende antwoord op een specifieke hulpvraag in een specifieke context. Een drukkende context Deze opgave voeren we uit in een context van een toenemend beroep op jeugdhulp en schaarste aan financiën en personeel. Om jeugdhulp beschikbaar te houden zoeken we naar mogelijkheden om de duur en intensiteit van hulp te verminderen. We monitoren de jeugdhulp, blijven in gesprek met onze partners om continu te leren en waar nodig ook scherp bij te sturen. We voeren het gesprek over de vraag wat een aanvaardbare ondergrens is van kwaliteit. Kunnen de buurtteams of partners in de pedagogische basis het antwoord bieden in een specifieke situatie? Of is er echt aanvullende hulp nodig?
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 41
2.
Waar bouwen we op voort?
2.1.
De buurtteams: sterke lokale teams en goed vindbaar
Sinds 2015 heeft Utrecht een netwerk van buurtteams door de hele stad. De buurtteams zijn sterk neergezet, makkelijk vindbaar en staan in verbinding met de buurt. Het buurtteam is aanwezig waar kinderen en ouders zijn. Het buurtteam is voor iedereen toegankelijk, nabij en laagdrempelig. Gezinswerkers (de professionals van het buurtteam jeugd en gezin) zijn aanwezig op scholen voor leerlingen, hun ouders en/ of leerkrachten. Dit geldt voor scholen in het (speciaal) primair en voortgezet onderwijs en voor diverse Mbo-locaties. Ook staan zij in nauw contact met huisartsen in hun praktijk en/of op gezondheidscentra.
Samen met het gezin kijken we naar welke hulp de meeste impact heeft op de kansen van het kind of de jongere. - Een medewerker van het buurtteam
2.2.
Aanvullende hulp en consultatie
2.3.
De integrale aanpak voor aanvullende hulp
Onze aanvullende jeugdhulppartners hebben ook een consultatiefunctie voor professionals. Partners delen hun kennis met het buurtteam en met organisaties in de pedagogische basis. Een verwijzing naar aanvullende hulp is hierdoor soms niet meer nodig. Dit draagt bij aan het verlagen van de druk op aanvullende hulp. We vinden het belangrijk dat de consultatiefunctie optimaal ingezet wordt. Of en welke aanvullende hulp nodig is, beslist het buurtteam (of een wettelijke verwijzer). Deze afweging maakt het buurtteam na een gezamenlijke vraagverheldering samen met ouders en betrokken partners zoals de aanvullende jeugdhulp en/ of wettelijke verwijzers. Op basis hiervan bepaalt het buurtteam (namens de gemeente) wat het probleem is, wat er nodig is, wat ouders zelf of met hulp van hun netwerk kunnen doen en wie wat verder gaat doen. Het buurtteam legt dit vast in een gemotiveerd besluit volgens het beoordelingskader van de Centrale Raad van Beroep (het stappenplan). In een integraal plan maken de partners onderling én met het kind en zijn ouders heldere samenwerkingsafspraken, die regelmatig worden geëvalueerd en bijgesteld waar nodig. De regievoering van het overkoepelende proces ligt bij de het buurtteam, tenzij het buurtteam hier andere afspraken over maakt met betrokken partners.
Deze samenwerkingsafspraken zijn niet nieuw, maar we zien dat het nog niet altijd lukt om ze uit te voeren, terwijl we ook zien dat waar dit goed gaat, kinderen en ouders beter worden geholpen en de vraag naar (aanvullende) jeugdhulp kan afnemen. Het is daarom belangrijk om gemaakte afspraken regelmatig met elkaar te evalueren. We spreken af met de jeugdhulp partners dat zij op tijd opschalen als de samenwerking niet verloopt zoals afgesproken.
42
2.4.
Wijkgericht werken en gemeenschap centraal
Iedere buurt en wijk is anders. Daarom versterken we het context- en wijkgericht werken, en werken we we per wijk samen aan wijkopgaven. Dit doen we met het buurtteam, de partners in de pedagogische basis, de aanvullende hulppartners en (bewoners) initiatieven. Daarbij maken we ook gebruik van wijk en buurtdata en blijven we kijken hoe dat effectief te benutten. Met maatwerk per buurt of wijk bereiken we dat de hulp daar terecht komt waar de vraag urgent is. Bijvoorbeeld naar kwetsbare buurten waar de gemeenschapskracht niet zo sterk is maar de hulpvraag wel groot. Dat betekent ook dat de inzet van het buurtteam of de aanvullende hulp per wijk kan verschillen. Zo investeren we ongelijk voor gelijke kansen, en sluiten we aan bij wat gezinnen nodig hebben.
3.
Wat kan beter?
3.1.
De reikwijdte van basis- en aanvullende hulp
De komende jaren richt het buurtteam zich op de kerntaken. De kerntaken zijn het versterken van de context van kinderen en gezinnen, het bieden van generalistische basishulp en het waar nodig verlenen van toegang naar aanvullende hulp. De taken van het buurtteam zijn de laatste jaren steeds verder uitgebreid. Schaarste in personeel en financiën vragen om opnieuw kritisch te kijken naar wat de reikwijdte van die basishulp werkelijk is. Ook zetten we de kwaliteiten van de medewerkers van het buurtteam gerichter in. Dat betekent allereerst zorgen voor een samenhangend en werkbaar pakket aan taken. Daarnaast begrenzen we waar mogelijk vraag naar basis- en aanvullende jeugdhulp. Niet voor iedere opvoed- of opgroeivraag is jeugdhulp een passend antwoord, zo blijkt uit de praktijk. Het oplossen of hanteerbaar maken van opgroei- en opvoedvragen lukt soms ook met inzet van (in)formele partners vanuit de pedagogische basis (zie opgave 2 en opgave 5). Zo dragen we bij aan het normaliseren en het verminderen van het beroep op jeugdhulp. Zo willen we jeugdhulp beschikbaar houden voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Bijvoorbeeld voor kinderen en gezinnen met complexe hulpvragen, een specifieke hulp behoefte of kinderen met een beperking.
Vaak is het gedrag een volkomen normale reactie op de situatie waarin een kind of jongere zich bevindt. Samen met het buurtteam, scholen en huisartsen richten we ons op wat een gezin nodig heeft, in plaats van op diagnoses. - Een GGZ-psycholoog
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 43
3.2. Samenwerking van het Buurtteam en aanvullende hulp met de pedagogische basis.
Het is dus belangrijk dat het buurtteam en de aanvullende hulppartners nauw samenwerken met (in)formele partners uit de pedagogische basis, die soms een passender antwoord hebben op een opgroei- of opvoedvraag dan het buurtteam. Denk aan sociaal makelaars, jongerenwerkers, scholen, kinderopvang, en jeugd- en huisartsen. We willen de “beweging naar voren” maken door te kijken wat ouders zelf, met hulp van hun netwerk of vrijwilligers, kunnen doen. Zo kijken we of eenvoudige opgroei- en opvoedvragen eerst kunnen worden opgepakt in de pedagogische basis (zie opgave 2). Als het nodig is biedt het buurtteam aansluitend hierop basishulp. Ook zetten we erop in dat de rol van het buurtteam jeugd en gezin als kernpartner voor voorschoolse educatie en onderwijs (naast jeugdgezondheidszorg, leerplicht en Samenwerkingsverbanden) stevig overeind blijft. (Zie toelichting kernpartneraanpak in opgave 4.)
3.3
E-health onderdeel van jeugdhulp.
De komende jaren stimuleren we e-health. Denk aan het gebruik van digitale dagboeken en zelfhulp- en psycho-educatiemodules als onderdeel van jeugdhulp. We zorgen daarbij voor toegankelijke digitale middelen en taalgebruik. Op deze manier kunnen kinderen en ouders aan de slag op het moment dat het hen uitkomt. e-health zorgt ervoor dat we meer kinderen en ouders sneller kunnen helpen. Het sluit ook aan bij een bredere behoefte van kinderen en ouders om (ook) online informatie en handvatten te vinden over het oplossen of hanteerbaar maken van opvoed- en opgroeivragen.
44
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 45
Opgave 7: Wel Thuis 1.
De opgave
Kansrijk opgroeien betekent zo thuis mogelijk opgroeien. Onze opgave ‘Wel Thuis’ betekent dat kinderen opgroeien in een gezin, bij voorkeur in hun eigen vertrouwde omgeving. In het eigen gezin waar dit kan, in een andere gezinsvorm wanneer nodig. Dit vergroot de kans op positieve ontwikkeling en verkleint de negatieve effecten van uithuisplaatsingen zoveel mogelijk. Bij sommige kinderen en gezinnen is sprake van dusdanig zware of complexe problematiek dat de veiligheid in het geding is of de ontwikkeling van kinderen ernstig wordt bedreigd. Dan is er ondersteuning nodig om de veiligheid van kinderen in het gezin te waarborgen. Waar mogelijk willen we de (grond)oorzaken van onveiligheid aanpakken. Veiligheid Onder veiligheid verstaan we fysieke en emotionele veiligheid die nodig is voor een goede ontwikkeling van het kind. De veiligheid kan onder druk komen te staan door problematiek bij het kind zelf en/of diens context. Denk aan de persoonlijke veiligheid door ernstige psychische problemen, of aan situaties in gezinnen waarbij het ouders door problemen op meerdere leefgebieden (zoals: financiën en schulden, verslaving en psychische problematiek, conflictscheiding) niet goed lukt om hun kinderen in veiligheid te laten opgroeien. Hulpverlening en veiligheid Soms is er extra inzet nodig om de veiligheid van kinderen in een gezin te waarborgen.
Er zijn veel verschillende interventies mogelijk. Denk aan basis- en aanvullende jeugdhulp, een ondertoezichtstelling, inzet vanuit verslavingszorg of ggz en bestuursrechtelijke maatregelen (zoals het huisverbod voor één van ouders en inzet van vrouwenopvang). In uitzonderlijke gevallen lukt het zelfs met deze ondersteuning niet om kinderen thuis veilig te laten verblijven. Dan is een verblijf bij familie, een pleeggezin, een gezinshuis of opname in een residentiële instelling nodig. Voor alle kinderen en gezinnen die te maken hebben met de hierboven beschreven problematiek zetten we ons in vanuit het credo ‘Wel Thuis’. Waarom deze opgave? Uit onderzoek blijkt dat de effecten van een uithuisplaatsing groot en traumatisch zijn en problemen meestal vergroten. Opgroeien in het eigen gezin heeft de voorkeur. Dit vraagt van ons dat we kritisch zijn; welke zorg en welke maatregelen zijn passend en nodig voor het kind/gezin? Helpt het hen verder? De beslissing van een rechter tot uithuisplaatsing gebeurt alleen als het echt nodig is, en wordt – nadat kind(eren) en ouders zijn gehoord – zorgvuldig en goed onderbouwd. Het is een ingrijpende interventie, waarbij jeugdbeschermers, hulpverleners en de Raad voor de Kinderbescherming in hun advies aan de rechtbank de mogelijke positieve en negatieve effecten tegen elkaar moeten afwegen.
Daarnaast is de afgelopen jaren veel discussie geweest over de manier waarop we kinderen die uit huis zijn geplaatst zorg bieden en beschermen. Ervaringsdeskundigen en wetenscha ppers hebben aan de bel getrokken bij de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de politiek. Zij hebben hun ervaringen en zorgen over de kwaliteit van zorg in residentiële instellingen gemeld.
46
We laten alle betrokken partijen de koppen bij elkaar steken om te kijken wat het gezin op dit moment nodig heeft. Samen met de ouders en de kinderen bepalen we wie wat kan doen en zoeken we naar de onderliggende oorzaken van onveiligheid, zodat we daarmee aan de slag kunnen. - Een professional van een gecertificeerde instelling
2.
Waar bouwen we op voort?
Utrecht heeft hulpverlening en begeleiding buurtgericht georganiseerd en heeft al grote stappen gezet om kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien. We weten inmiddels dat het effect van de buurtteams positief én groot is. De buurtteams werken generalistisch en vraaggericht in gezinnen waar onveilig opgroeien, kindermishandeling of huiselijk geweld dreigt of plaatsvindt. Dit werkt preventief omdat er in een veel eerder stadium met het kind/ ouders gesproken kan worden over wat nodig is. Door deze inzet zijn de jeugdbescher mingsmaatregelen en uithuisplaatsingen sinds 2015 sterk gedaald. In Utrecht had in 2023 0,8% van de jongeren een jeugdbeschermingsmaatregel.
1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Figuur 2. Ontwikkeling van het aantal kinderbeschermingsmaatregelen (OTS + voogdij) in de jeugdzorgregio Utrecht Stad tussen 2015 en 2023. *2023 voorlopige cijfers (Bron: CBS)
Ook het aantal jongeren in residentiële zorg is tussen 2019 en 2022 flink afgenomen. Vanaf 2022 is er een toename. Dit komt door de wijziging van het woonplaatsbeginsel waardoor Utrecht voor een grotere groep kinderen verantwoordelijk is geworden die eerder tot een andere gemeente werd gerekend.
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 47
40 35 30 25 20 15 10 5 0
2019
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Figuur 3. Aantal cliënten in residentiële jeugdhulp
3.
Wat kan beter?
3.1.
Achterliggende oorzaken aanpakken
3.2.
Eenvoudiger kind- en gezinsbescherming
We willen de oorzaken van onveiligheid waar het kan voorkomen of verhelpen. Vaak gaan huiselijk geweld en kindermishandeling samen met één of meer stressoren bij ouders. Denk aan geldproblemen, verslaving, psychische problemen en relatieproblemen. Het liefst nemen we, om de veiligheid in gezinnen te herstellen, de oorzaak weg. We werken daarin samen met andere terreinen binnen het sociaal domein zoals Werk en Inkomen om de bestaansonzekerheid en schuldproblematiek te verkleinen30, volwassen-ggz vanwege psychiatrische- verslavingsproblematiek bij ouders, en wonen. We weten ook dat juist problemen rond huiselijk geweld, kindermishandeling en onveiligheid in de gezinssituatie niet altijd oplosbaar zijn, zeker niet op een snelle manier. Het gaat namelijk om patronen die zijn ingesleten, soms al vele generaties worden doorgegeven en daardoor niet makkelijk te veranderen. De manier waarop op we de jeugdbescherming hebben georganiseerd willen we veranderen. We sluiten aan bij de landelijke beweging van het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming31. We gaan anders werken; we vereenvoudigen en ontdubbelen, verruilen het estafette-model voor een eenvoudigere werkwijze, zetten tijdiger passende hulp en ondersteuning in en willen meer aandacht besteden aan volwassenproblematiek.
We investeren in een professionele grondhouding en in een werkwijze waarin de rechtsbescherming beter is geborgd en kinderen en gezinnen beter worden geholpen omdat de werkwijze lerend is.
30
Beleidsnota Financiele bestaanszekerheid (armoedecoalitie-utrecht.nl)
31
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming | voor Jeugd & Gezin (voordejeugdenhetgezin.nl)
48
Stevige buurtteams begeleiden gezinnen en huishoudens die te maken hebben met onveiligheid. Zij doen dit samen met de regionale veiligheidsteams die expertise hebben in het doorbreken van geweldsdynamieken en onveiligheid. De regionale veiligheidsteams sluiten aan wanneer nodig en kunnen specifieke bevoegdheden inzetten. Bijvoorbeeld het inwinnen van informatie en delen voor onderzoek of het uitvoeren van diverse juridische maatregelen. Hoe deze regionale veiligheidsteams er precies uit gaan zien en wat de werkwijze van buurtteams en regionaal veiligheidsteam en de bevoegdheden gaan worden, wordt in diverse proeftuinen en het landelijk programma uitgewerkt. Daarbij zal ook worden onderzocht hoe de samenwerking met het veiligheidsdomein goed kan worden georganiseerd, zoals bijvoorbeeld de persoonsgerichte aanpak (PGA), de groepsaanpak of de aanpak van ernstig overlast gevende gezinnen (MDA++). Utrecht draagt met de proeftuin actief bij door kennis en ervaring landelijk in te brengen en zo de beweging mede vorm te geven. Uiteindelijk gaat dit tot nieuwe wetgeving leiden die naar verwachting medio 2030 vastgesteld wordt. We streven naar nóg minder jeugdbeschermingsmaatregelen door bredere (andere inzet dan een jeugdbeschermingsmaatregelen) en meer integrale (hulp en ondersteuning voor het gezin als geheel, ook voor de ouder) hulp in te zetten die nodig is om geweld te voorkomen.
Hulp die door een rechter is opgelegd, is op tijd beschikbaar en door de rechter opgelegde maatregelen worden binnen de wettelijke termijnen uitgevoerd.
3.3.
Alternatieven voor residentiële jeugdhulp
Kinderen groeien bij voorkeur op in het eigen gezin. We zetten daarom stevig in op het ontwikkelen van passende ambulante jeugdhulp voor kinderen en gezinnen met complexe hulpvragen. Deze jeugdhulp moet een alternatief gaan bieden voor kinderen die nu soms nog uit huis worden geplaatst in een pleeggezin, gezinshuis, of kleinschalige vorm van residentiële jeugdhulp. Als de onveiligheid zo groot is dat kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en zij niet thuis kunnen blijven wonen, worden kinderen buiten het gezin geplaatst volgens het credo ‘zo thuis mogelijk’. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ambitie die is opgenomen in de (landelijke) Hervormingsagenda Jeugd. Idealiter krijgen kinderen een plek bij naasten die het kind kennen, zoals een netwerk pleegzorgplaats. Of een plek die lijkt op een gezin zoals een pleegzorgplek of een gezinsvervangend huis. En het liefst in de wijk, waar kinderen langdurig of tijdelijk gezinsgericht en in de wijk kunnen wonen. Voor sommige jongeren blijkt het in de praktijk niet mogelijk om in een gezinsvervangend huis te wonen, bijvoorbeeld vanwege sterk externaliserend gedrag (op een extreme manier emoties uiten, zoals woede of agressie). Deze jongeren willen we een passende, stabiele woonplek bieden. Bijvoorbeeld in een woongroep of in een vorm van kamertraining leren om zelfstandig te wonen.
In uitzonderlijke gevallen zijn kinderen gebaat bij een tijdelijke opname in een (gesloten) residentiële voorziening, waar zij intensieve behandeling en begeleiding krijgen. Deze kinderen hebben een (zeer) complexe hulpvraag. Ook voor deze hoog complexe jeugdhulp zoeken we een plek die zo dicht mogelijk bij huis en de context van het kind is, zodat die niet van school hoeft te wisselen en dicht bij diens ouders blijft. Hulp wordt geboden in kleinschalige groepen in een huiselijke, kindvriendelijke omgeving. Het vraagt veel om passende, meer gezinsgerichte residentiële jeugdhulp te bieden. De landelijke ambitie om het aantal plekken terug te brengen, maakt dat we voldoende
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 49
goede alternatieven beschikbaar moeten hebben. We werken bovenregionaal samen met omliggende regio’s om te zorgen voor een dekkend jeugdhulpaanbod. We blijven scherp op de kwaliteit van de hulp die geboden wordt, ook als nieuwe aanbieders zich aandienen om alternatieven vorm te geven. De overgang naar ambulante of kleinschalige gezinsgerichte jeugdhulp betekent een enorme verbetering in de kwaliteit van jeugdhulp. Voor deze jeugdhulp is echter meer inzet van personeel nodig dan in de ‘klassieke’ residentiële jeugdhulp in grote groepen, met inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen. Dat maakt de hulp ook duurder.
3.4.
Wel of geen maatregelen bij conflictscheidingen
Het lijkt erop dat de afgelopen jaren conflicten rond scheidingen steeds meer als een ontwikkelingsbedreiging van kinderen wordt gezien. In 2012 kwam volgens experts in 20 tot 25% van alle ondertoezichtstellingen voort uit een vechtscheiding. In 2020 rapporteerden jeugdbeschermers van gecertificeerde instellingen dat 70% tot 80% van alle ondertoezichtstellingen te maken hadden met scheidingsproblematiek.32 Toch is het niet aangetoond dat een jeugdbeschermingsmaatregel effectief is bij scheidingsconflicten. De gemeente Utrecht werkt samen met de rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming in het ‘Uniforme Hulpaanbod’ waarbij er bij complexe scheidingen hulp wordt ingezet vanuit de jeugdhulp zonder dat er een jeugdbeschermingsmaatregel wordt uitgesproken. De komende periode onderzoeken we hoe we beter onderscheid kunnen maken tussen conflicten waar daadwerkelijk sprake is van ontwikkelingsbedreiging die een jeugdbeschermingsmaatregel rechtvaardigt. Het doel is om zo min mogelijk jeugdbeschermingsmaatregel in te zetten bij een conflictscheiding.
32
50
Van Montfoort en Bruning Nederlands Juristenblad 03-11-2023 afl.34 pag. 2950
Opgave 8: Als je 18 wordt 1.
Wat is de opgave?
In Utrecht willen we dat iedere jongvolwassene (16-23 jaar) zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan de samenleving. De overgang naar volwassenheid brengt verandering met zich mee. Zo krijgen jongvolwassenen een aantal taken op hun bordje waar zij, nu zij volgens de wet volwassen zijn, zelf de verantwoordelijkheid voor krijgen. Jongvolwassenen die jeugdhulp krijgen maken daarnaast de overstap van de Jeugdwet naar wetgeving gericht op volwassenen, bijvoorbeeld de Zorgverzekeringswet. Wanneer jongeren bij deze overgang te maken krijgen met verschillende wetten die niet op elkaar aansluiten, of afhaken doordat zij bijvoorbeeld eigen risico moeten betalen, bestaat de kans dat zij tussen wal en schip belanden. Het is belangrijk aandacht te hebben voor deze overgangsperiode omdat problemen die hier ontstaan zich snel kunnen opstapelen en voor de lange termijn gevolgen kunnen hebben. Voor de meeste jongeren geldt dat hun ouders of netwerk hen ondersteunen bij deze overgang, maar sommigen hebben hierbij extra hulp nodig. Om hieraan bij te dragen krijgen jongvolwassenen die dat nodig hebben samenhangende ondersteuning op maat, passend bij hun leefwereld. Door hulp in deze periode kan een zwaardere hulpvraag op latere leeftijd worden voorkomen en dragen we bij aan een sterkere start, een stevigere basis en daarmee een kansrijke(re) start voor een volgende generatie.
Ik dacht eerlijk gezegd niet aan dit soort dingen zoals verzekeringen en zo. Fijn dat die informatie op een rijtje wordt gezet voor jongeren. - Een jongere die meedacht met de gemeente over wat er allemaal op je afkomt als je 18 wordt
2.
Waar bouwen we op voort?
Opgave jongvolwassenen De opgave jongvolwassenen is in 2018 ontwikkeld met aandacht op betere samenwerking en meer integraliteit tussen de gemeentelijke afdelingen zoals wonen, zorg, onderwijs, leerlingzaken en Werk & Inkomen. Hier bouwen op voort in de opgave ‘Als je 18 wordt’.
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 51
Belangrijke thema’s als je 18 wordt De thema’s waar we op blijven inzetten zijn: voorkomen dakloosheid, soepele overgang van wetgeving en duidelijke informatievoorziening. Deze opgave zal nu verder worden toegespitst richting de Wet van school naar duurzaam werk. Informatievoorziening Voor heldere informatievoorziening hebben wij de informatievoorziening 18worden (www.utrecht.nl/18worden). Jongeren die achttien worden krijgen een verjaardagskaart met de belangrijkste informatie erop en de link naar de website met alle informatie.
3.
Wat kan beter?
Integraal werken Voor de nieuwe aankomende wet van School naar Duurzaam Werk is het belangrijk dat we integraal werken rondom bestaanszekerheid, een belangrijk thema voor jongvolwassenen. Dit gaan we gezamenlijk uitwerken met onderwijs, leerlingzaken, jeugd, meedoen en ook Werk & Inkomen. We organiseren de belangrijke overgangsmomenten pro-actiever, zoals de overgang van onderwijs naar werk of van jeugdhulp met verblijf naar zelfstandig wonen. Daarnaast organiseren we samenhang in de ondersteuning aan jongvolwassenen tussen onder andere (passend) onderwijs, (jeugd)zorg, werk en inkomen en wonen. Daarbij richten we onze inzet op: • Bestaanszekerheid. De Wet van school naar duurzaam werk richt zich op bestaanszekerheid. Via de nota Financiële bestaanszekerheid is er speciale aandacht voor kwetsbare jongeren.33 • Wonen. Binnen het programma (T)huis voor iedereen zijn jongvolwassenen een belangrijke doelgroep waar specifieke aandacht voor is. Daarnaast maken we ons hard voor meer jongerenhuisvesting en niet alleen studentenhuisvesting. • Mentale gezondheid. Vanuit het Uitvoeringsprogramma Mentale gezondheid, dat voortkomt uit de nota Samen Gezondheidsverschillen Verkleinen, is er aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen. • Integraal werken op alle 5 leefgebieden.
Wonen, inkomen, welzijn, support en netwerk en school en werk vormen de fundering voor de rest van je leven. Door hier integraal op samen te werken en te zorgen voor goede ondersteuning en een doorlopende lijn in de hulpverlening, kun je drempels voor deze kwetsbare doelgroep wegnemen. • Oog voor kwetsbare jongeren. Vanuit het perspectief van de jongere kijken we per situatie of (verlengde) hulp vanuit de Jeugdwet of andere wettelijke kaders zoals de Wmo of de Zorgverzekeringswet het meest passend is. Professionals maken deze afweging integraal en ruim voordat de jongere achtien wordt. We versterken de samenwerking tussen jeugdhulp en hulp aan volwassenen. En geven professionals ruimte om passende ondersteuning te organiseren.
33
52
Beleidsnota Financiele bestaanszekerheid (armoedecoalitie-utrecht.nl)
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 53
C
54
Monitoren, sturen en verantwoorden
1. Indicatoren We vinden het belangrijk om de beweging van basis- en aanvullende jeugdhulp naar de pedagogische basis goed in kaart te brengen. Deze beweging willen we altijd in de juiste context bezien en is geen doel op zich. Afname van basishulp vinden we bijvoorbeeld alleen gewenst als kinderen en ouders met hun opgroei- en opvoedvragen terecht kunnen in de pedagogische basis. Maar niet als blijkt dat basishulp onvoldoende toegankelijk of passend is waardoor het beroep op aanvullende hulp toeneemt. Dit lichten we verder toe in 4. Voortgang en verantwoording. Onderstaande indicatoren geven daarom niet zonder meer aan of een doel is behaald of niet. De cijfers spreken niet voor zich. Het is steeds nodig om de cijfers te duiden en er betekenis aan te geven. Dat doen we met partners, professionals en inwoners in de stad (zie ook 4. Voortgang en verantwoording). Op die manier houden we samen zicht op de realisatie van de doelstellingen en sturen we bij als dat nodig is.
Doelstelling
Effect-indicator
0-meting
Vervolgmeting 1
Vervolgmeting 2
Begroting ja/nee
1. Kinderen en ouders zijn veerkrachtig en ondersteunen elkaar om in de pedagogische basis oplossingen te vinden voor opvoed- en opgroeivragen.
a. % ouders dat in de afgelopen 12 maanden advies en/ of hulp over de opvoeding van hun kind(eren) heeft gevraagd aan familie, vrienden, kennissen, buren en/of buurtbewoners.
a. 2023: 60%
a. 2025: hoger %
a. 2027: hoger %
a. ja
b. 2023: 58%
b. 2025: hoger %
b. 2027: hoger %
b. ja
c. 2023: 15%
c. 2025: lager %
c. 2027: lager %
c. ja
Bron: inwonersenquête b. % kinderen dat er vaak/altijd goed mee om kan gaan als iets vervelends gebeurt. Bron: Jeugdmonitor Utrecht c. % kinderen met verhoogd risico op psychosociale problemen Bron: Jeugdmonitor Utrecht
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 55
Vervolgmeting 1
Vervolgmeting 2
Begroting ja/nee
Vervolgmeting 1: lager %
a. Vervolg meting 2: lager %
a. ja
b. 2023: 8406
b. Vervolg meting 1: lager aantal
b. Vervolg meting 2: lager aantal
b. ja
Bereik c. 2023: 3846 c. Aantal gezinnen/ jongeren dat in het kalenderjaar instroomt in hulp van de buurtteams jeugd en gezin
b. Vervolg meting 2: lager aantal
c. Vervolg meting 2: lager aantal
c. ja
c. Vervolg meting 1: hoger aantal
d. Vervolg meting 2: hoger aantal
d. ja
Vervolgmeting 2: minder wachtenden
ja
Doelstelling
Effect-indicator
0-meting
2. Voor kinderen en ouders die dat nodig hebben is tijdig passende hulp vanuit de buurtteams jeugd en gezin beschikbaar. Deze hulp sluit goed aan op de eigen kracht van het gezin en de ondersteuning vanuit de pedagogische basis.
Bereik a. 2023: a. Aandeel gezinnen 21,6% dat in het kalenderjaar hulp krijgt van de buurtteams jeugd en gezin. Bron: dashboard Jeugdhulp Bereik b. Aantal gezinnen/ jongeren dat in het kalenderjaar hulp krijgt van de buurtteams jeugd en gezin. Bron: dashboard Jeugdhulp
Bron: dashboard Jeugdhulp Bereik d. 2023: 4417 d. Aantal Utrechtse gezinnen/jongeren dat in het kalenderjaar uitstroomt uit hulp van de buurtteams jeugd en gezin. Bron: dashboard Jeugdhulp Beschikbaar-heid Aantal gezinnen/jongeren dat langer dan 10 werkdagen wacht op het eerste kennismakingsgesprek met het buurtteam jeugd en gezin per tertaal per kalenderjaar* Bron: rapportages buurtteams
56
Geen nulmeting, Vervolgmeting deze wijze van 1: minder registreren start wachtenden in 2025.
Doelstelling
3. Voor kinderen die dat nodig hebben is tijdig passende aanvullende hulp beschikbaar. Deze hulp sluit goed aan op de eigen kracht van het gezin en de ondersteuning vanuit de pedagogische basis en de buurtteams.
Vervolgmeting 1
Vervolgmeting 2
Begroting ja/nee
Kwaliteit: Gezin/ 2023: jongere en buurtteam uitkomsten komen samen tot een Ervaringwijzer oplossing, gezin/ jongere kan zich beter redden na de hulp. Bron: Ervaringwijzer
Streefpercen tage respons: hoger
Streefpercen tage respons: hoger
ja
Bereik a. 2023: 5499 a. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar aanvullende jeugdhulp krijgt.
a. Vervolgmeting a. Vervolgmeting a. ja 1: lager aantal 2: lager aantal
Effect-indicator
0-meting
Bron: dashboard Jeugdhulp
Bereik b. 2023: 2048 b. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar instroomt in aanvullende jeugdhulp.
b. Vervolgmeting 1: lager aantal
a. Vervolgmeting a. ja 2: lager aantal
Bron: dashboard Jeugdhulp Bereik c. 2023: 2030 c. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar uitstroomt uit aanvullende jeugdhulp.
c. Vervolgmeting c. Vervolgmeting c. ja 1: hoger aantal 2: hoger aantal
Bron: dashboard Jeugdhulp Bereik d. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar ambulante aanvullen de jeugdhulp krijgt, aantal dat instroomt, aantal dat uitstroomt. Bron: dashboard Jeugdhulp
d. 2023: Aantal in hulp: 5255 Instroom: 1866 Uitstroom: 1920
d. Vervolg meting 1. Aantal in hulp en instroom: lager aantal. Uitstroom: hoger aantal
d. Vervolg meting 2. Aantal in hulp en instroom: lager aantal. Uitstroom: hoger aantal
d. nee
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 57
Doelstelling
Effect-indicator
0-meting
Bereik e. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar pleegzorg krijgt, aantal dat instroomt, aantal dat uitstroomt. Bron: dashboard Jeugdhulp
e. 2023:
Bereik f. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar in gezinsgericht logeren en wonen verblijft, aantal dat instroomt, aantal dat uitstroomt. Bron: dashboard Jeugdhulp
f. 2023:
Bereik g. Aantal kinderen dat in het kalenderjaar in niet-gezinsgericht logeren en wonen verblijft, aantal dat instroomt, aantal dat uitstroomt. Bron: dashboard Jeugdhulp
g. 2023:
Beschikbaar-heid Aantal kinderen dat kennismakingsgesprek heeft gehad en wacht op start aanvullende jeugdhulp per tertaal per kalenderjaar*
2023:
Bron: rapportages aanbieders aanvullende jeugdhulp
58
Aantal in hulp: 364
Vervolgmeting 1
Vervolgmeting 2
Begroting ja/nee
e. Vervolg meting 1: geen streefcijfer.
e. Vervolg meting 2: geen streefcijfer.
nee
Instroom: 172 Uitstroom: 67
Aantal in hulp: 59
f. Vervolgmeting f. Vervolgmeting nee 1: geen streef2: geen streefcijfer. cijfer.
Instroom: 35 Uitstroom: 18
Aantal in hulp: 226 Instroom: 112 Uitstroom: 111
Q1: 339 Q2: 350 Q3: 338 Q4: 329 (in 2023 is per kwartaal, niet per tertaal gemeten)
g. Vervolg meting 1. Aantal in hulp en instroom: lager aantal. Uitstroom: hoger aantal
g. Vervolg meting 1. Aantal in hulp en instroom: lager aantal. Uitstroom: hoger aantal
nee
Vervolgmeting 1: minder wachtenden.
Vervolgmeting 2: minder wachtenden.
ja
Doelstelling
Effect-indicator
0-meting
Vervolgmeting 1
Vervolgmeting 2
Begroting ja/nee
Kwaliteit: Kind en aanvullende jeugdhulp komen samen tot een oplossing, kind kan zich beter redden na de hulp.
2023: uitkomsten Ervaringwijzer
Streefpercen tage respons: hoger
Streefpercen tage respons: hoger
ja
a. % Utrechtse jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermings maatregel in het kalenderjaar.** Bron: CBS
a. 2023: 0,8%
a. jaarlijks: lager %
a. jaarlijks: lager %
a. ja
b. % Utrechtse jongeren van 12 tot 23 jaar met een jeugd-reclassseringsmaatregel in het kalenderjaar.**
b. 2023: 0,3%
b. jaarlijks: lager %
b. jaarlijks, lager %
b. ja
e. geen nulmeting (monitor wordt ontwikkeld)
e. geen streefcijfer
e. geen streefcijfer
e. ja
Bron: Ervaringwijzer 4. Kinderen groeien zo veilig mogelijk op. Onveiligheid in gezinnen wordt vroegtijdig herkend, er wordt tijdig passende hulp ingezet die nodig is om de onveiligheid te verminderen.
Bron: CBS c. Aantal Utrechtse gezinnen dat in het kalenderjaar in beeld is bij de expertiseteams Veiligheid. Bron: monitor toekomst-scenario * Er vindt triage plaats, spoedeisende vragen (zoals veilig thuis-meldingen, ernstige somberheid, eetstoornissen, schooluitval, suïcidaliteit, jonge kind) worden direct opgepakt. Soms wordt er, op verzoek van ouders, gewacht met hulp. Jeugdhulppartners bekijken samen met jongeren/ouders die wachten, of (tijdelijk) andere hulp (zoals binnen de pedagogische basis) ingezet kan worden om de situatie deels te verlichten. ** De percentages jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringsmaatregelen zijn de afgelopen jaren gedaald. Het is de vraag in hoeverre een verdere daling reëel is. Inhoudelijk is dit wel het streven, al mag dit niet betekenen dat kinderen/gezinnen niet de hulp of bescherming krijgen die ze nodig hebben.
Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 59
2. Risico’s Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Door krapte op de arbeidsmarkt staat de personele capaciteit bij ons en onze partners (in preventie, jeugdhulp en kinderopvang) onder druk. Dit kan leiden tot: • Langere wachttijden waardoor kinderen en gezinnen niet tijdig de juiste hulp en ondersteuning kunnen krijgen. • Hogere werkdruk voor professionals, met risico op uitval of vertrek uit de sector. • Hogere kosten voor aanbieders aanvullende jeugdhulp als gevolg van inhuur van zzp-ers. • Vermindering van de kwaliteit van jeugdhulp.
Dit is een groot risico omdat krapte op de arbeidsmarkt direct impact heeft op de doelstellingen in deze nota.
• Gesprekken met jeugdhulppartners over flexibel inzetten van professionals op basis van vaardigheden/ vakbekwaamheid. • Inzet op behoud en werven van professionals. • Inzet van groepsgericht werken. • Inzet van e-health. • Inzet op ‘zorgen voor elkaar’ en normaliseren. Dit vraagt om slimme samenwerking en flexibele inzet van medewerkers binnen de domeinen jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang. En vooral ook om het goed betrekken van het netwerk van ouders en kinderen bij het hanteerbaar maken van opvoeden opgroeivragen.
Doordat we al het grootste deel van de Hervormingsagenda Jeugd hebben uitgevoerd is het risico dat we de taakstelling, die gepaard gaat met de Hervormingsagenda, alleen kunnen behalen door te bezuinigen op kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid. De Hervormingsagenda heeft juist als doel om deze aspecten te verbeteren.
Kans is reëel
• Versterken pedagogische basis en inzetten op collectief en groepsgericht werken om zo beroep op jeugdhulp te verminderen en beschikbaar te houden voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. • Via gesprekken/ monitoring met jeugdhulppartners scherp monitoren en sturen op kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid. • Lobby, in G4 en/ of VNG verband. • Dossieropbouw richting landelijke deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd die oordeelt over haalbaarheid van de taakstelling.
60
Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Als gemeente hebben we beperkt invloed op wat ouders en andere inwoners voor elkaar doen en wat de maatschappelijk norm is voor ‘normaal’. Daarom lukt het mogelijk niet om de beweging naar voren en de cultuuromslag naar normaliseren te maken. Kinderen en gezinnen die steun nodig hebben, kunnen dit onvoldoende in hun eigen netwerk en omgeving organiseren waardoor ze vaker een beroep doen op professionele hulp en de schaarste in de jeugdhulp toeneemt.
Onze nota en de Hervormingsagenda is voor een belangrijk deel gericht op deze beweging.
• Ouders en kinderen meer betrekken bij de ondersteuning die zij krijgen, door aan te sluiten bij wat zij zelf met hulp van hun netwerk en omgeving kunnen doen en dat te faciliteren. • Met inwoners en partners in gesprek (maatschappelijk dialoog) over normaliseren, waarbij jeugdhulp niet vanzelfsprekend het passende antwoord is op elke opvoed- of opgroeivraag. • Scherper kijken naar de grenzen van de Jeugdwet die beroep doet op de eigen kracht van ouders, hun netwerk en de omgeving.