CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Jeugd 'samen opgroeien, samen opvoeden' 2025-2034

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel beleidsnota Jeugd 'Samen opgroeien, samen opvoeden' 2025-203424.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsnota Jeugd

Samen opgroeien, samen opvoeden 2025 - 2034

Utrecht.nl

2

Inhoudsopgave

A B C D

Inleiding

10

Opgave

16

Monitoren, sturen en verantwoorden

54

Bijlagen

68

1. Ambitie & Doelstellingen

14

Context Opgave 1: Het belang van kinderen voorop Opgave 2: Het versterken van de pedagogische basis Opgave 3: Kansrijke start voor jonge kinderen Opgave 4: Een goede aansluiting onderwijs-jeugdhulp Opgave 5: Collectief werken Opgave 6: Jeugdhulp in de buurt Opgave 7: Wel Thuis Opgave 8: Als je 18 wordt

1. Indicatoren 2. Risico’s 3. Financiën 4. Voortgang en verantwoording 5. Utrechts sturingsmodel

Bijlage 1 Samenhang in beleid en uitvoering in het sociaal domein Bijlage 2 Begrippenlijst Bijlage 3 De pedagogische basis Bijlage 4 Participatieverslag

17 22 25 32 35 38 41 46 51

55 60 62 65 66

69 70 75 77

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 3

Voorwoord ‘It takes a village to raise a child’, want opgroeien en opvoeden doen we samen. Naast de ouders zijn er ook de leraar, de voetbaltrainer, de jongerenwerker of gewoon andere inwoners in de buurt. Ik geloof erin dat we er in de buurt voor elkaar kunnen zijn. Ik vind weinig dingen belangrijker dan bijdragen aan het opgroeien van kinderen. Dat is ook waarom ik jarenlang in het onderwijs heb gewerkt. Eerst als leraar, later als schoolhoofd. Als leerkracht keek ik vanuit mijn rol mee naar de ontwikkeling van kinderen en wat zij daarin nodig hebben. Ik probeerde op te letten wie hun ouders en vrienden zijn en in welke buurt, wijk, dorp of stad zij woonden. Want een vraag over opgroeien of opvoeden komt altijd voort uit de directe omgeving van het kind. Als deze vraag niet in de directe omgeving van het kind of met het onderwijs kan worden opgelost, dan is het belangrijk dat er goede en toegankelijke jeugdhulp is. Als wethouder Jeugd zet ik me in voor naadloze aansluiting tussen jeugdhulp en onderwijs. Dit vraagt om continue reflectie op ieders rol. Meer dan ooit is er de mogelijkheid voor kinderen en ouders om te kiezen voor een leven dat bij hen past. Maar deze vrijheid heeft ook een keerzijde. De verantwoordelijkheid om die eigen keuzes tot een succes te brengen, doet vaak iets met kinderen en ouders.

Prestatiedruk, groepsdruk op sociale media of bijvoorbeeld faalangst kunnen dan tot problemen leiden. We zien het allemaal terug in de groeiende hulpvraag, eerst landelijk maar nu ook in Utrecht, terwijl het tij niet meezit. Landelijk, en ook in onze stad, worstelen we met grote tekorten aan geld, ruimte en (zorg-)personeel. Volgens experts is meer jeugdhulp niet het antwoord op de toegenomen vraag op jeugdhulp. Jeugdhulp is steeds meer een vangnet geworden voor oorzaken die elders ontstaan, zoals bestaanszekerheid, psychische problemen van ouders of het aantal toegenomen scheidingen. Of zoals orthopedagoog dr. Tom van Yperen het stelt in zijn Mulock Houwer lezing: “Kinderen en jongeren hebben het recht op goede jeugdzorg. En ze hebben het recht om die jeugdzorg minder nodig te hebben.” Het roer moet dus om. En daar gaat deze nota over. Over sámen aan dat roer staan, omdat we die draai niet alleen kunnen maken. Samen met de ouders en kinderen, hun netwerk, school, andere partners in de pedagogische basis en jeugdhulporganisaties. We geloven in buurtgerichte hulp, dicht bij de leefwereld van kinderen en hun ouders. Dat willen we versterken. Niet iedere opgroei -en opvoedvraag moet en kán met professionele hulp opgelost worden. Ook moeten we accepteren en omarmen dat ieder kind anders is en wat anders nodig heeft. En voorkomen dat we kinderen (te snel) in aparte hokjes stoppen.

Zo willen we opgroei- en opvoedvragen normaliseren. Meer dan ooit moeten we hierover het maatschappelijke gesprek voeren met elkaar. Alleen zo kunnen we jeugdhulp beschikbaar houden voor kinderen en ouders die dat nodig hebben.

4

Wat daarbij helpt is elkaar de goede vragen blijven stellen. Hoe willen we onze kinderen opvoeden en hoe maken we vragen over opgroeien en opvoeden hanteerbaar? Wat is er nodig om kinderen en jongeren – met al hun unieke eigenschappen – te laten opgroeien in een omgeving die bij hen past? Als we daarin slagen, bouwen we aan een rijke, diverse en meer inclusieve samenleving. Denken vanuit de leefwereld van het kind is daarbij een goed uitgangspunt. Veel vragen over opgroeien en opvoeden kunnen we in de directe omgeving van kinderen en jongeren beantwoorden. Hierbij is er niet alleen een rol weggelegd voor professionals, maar juist ook voor de ouders en de mensen die een vertrouwensrelatie met een kind of jongere hebben. Dit betekent ook dat we goede afspraken maken over wie wat kan betekenen, vanuit zijn of haar eigen rol. En daarbij beginnen we bij de stem van de kinderen en jongeren zelf. Dit alles willen we versterken met de ontwikkeling van collectief werken, waarmee we samen met kinderen, ouders en partners groepsgericht werken waar dat kan, en alleen individueel hulp bieden als dat nodig is. Dit zijn de juiste keuzes, maar we zullen er wél aan moeten wennen. Ik realiseer me heel goed dat we in deze tijd van schaarste keuzes moeten maken die voelbaar en soms pijnlijk zijn. Maar ook daar trekken we samen in op.

We maken daar heldere afspraken over, zodat kinderen, ouders, partners in de sociale basis en professionals weten waar zij aan toe zijn. Kortom: we hebben elkaar de komende tijd hard nodig bij het opgroeien en opvoeden van de jeugd in onze stad. Ik geloof erin dat deze nota daarbij helpt. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat kinderen in Utrecht kansrijk en veilig opgroeien.

Wethouder Jeugd Dennis de Vries

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 5

Samenvatting Ambitie

De nota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’ heeft als ambitie dat kinderen en jongeren in Utrecht kansrijk opgroeien in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Bij ouders - of waar dit niet lukt, zo thuis mogelijk met vaste opvoeders - die veiligheid en geborgenheid bieden. Opgroeien en opvoeden doen we samen: ‘It takes a village to raise a child’.

Doelstellingen en leidende principes

We willen dat kinderen en ouders veerkrachtig zijn en elkaar vaker ondersteunen om binnen de pedagogische basis oplossingen te vinden voor opvoed- en opgroeivragen. Een sterke pedagogische basis waarin kinderen en ouders toegang hebben tot relaties, contacten en hulpbronnen in hun directe omgeving is belangrijk. Goede samenwerking met onderwijs is daarbij essentieel. Waar nodig bieden we tijdig passende hulp. Dit doen onze partners - in de pedagogische basis, het buurtteam, de aanvullende hulp en de jeugdbescherming - in nauwe samen­ werking met elkaar. Onveiligheid in gezinnen wordt vroegtijdig herkend; er wordt tijdig passende hulp ingezet die nodig is om de onveiligheid te verminderen. In beleid en uitvoering zijn deze leidende principes richtinggevend: ‘niet over ons, zonder ons’, ‘grondoorzaken aanpakken in het belang van kinderen’, ‘uitgaan van mogelijkheden’, ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’, ‘buurt- en wijkgericht (samen)werken en gemeenschap centraal’, ‘eenvoud in de uitvoering’ en ‘veiligheid is de ondergrens’. Deze leidende principes zijn startpunt voor het gesprek met onze partners in de stad. We laden ze met taal uit de praktijk om professionals handvatten te geven in de praktijk. We hebben een wettelijke taak om de Jeugdwet uit te voeren.

De inhoudelijke keuzes die we hierbij maken vormen het vertrekpunt van deze beleidsnota, die de Kadernota Zorg voor Jeugd uit 2013 vervangt. De middelen die we hiervoor beschikbaar krijgen vormen het financiële kader. Zoals de Jeugdwet beschrijft, kan ons beleid en de ambitie om kinderen kansrijk te laten opgroeien alleen goed vorm krijgen door nauwe samenwerking met andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld wonen, werk en inkomen, volksgezondheid, veiligheid) en partners in de pedagogische basis, zoals het onderwijs.

Context

Deze nota schrijven we in een periode waarin het tij niet meezit. De vraag naar jeugdhulp is groter dan ooit, terwijl het financieel kader krimpt. We willen de vraag naar jeugdhulp afbuigen door te investeren in een sterke pedagogische basis. Daarom moeten we scherpe keuzes maken. Tegelijkertijd willen we zorgvuldig omgaan met alles dat we met elkaar hebben opgebouwd. We verstevigen en verbeteren – waar nodig – het fundament dat we samen hebben gebouwd. Dat fundament bestaat bijvoorbeeld uit de buurtteams die verspreid over de stad generalistische basishulp bieden. En het bestaat uit het buurtgericht organiseren van

6

aanvullende jeugdhulp, zodat specialistische expertise laagdrempelig én aanvullend beschikbaar is voor andere partners in de wijk. Daarbij hebben we flink geïnvesteerd in de samenwerking tussen professionals in de wijk, zoals jeugdhulpprofessionals, leerkrachten, huisartsen en jongerenwerkers. Maar we gaan ook dingen ‘anders doen’. De focus ligt nog te vaak en te veel binnen het jeugddomein, op het kind, diens problemen en de jeugdhulp die dat moet ‘fixen’. In plaats daarvan moet de focus meer liggen op de context en omgeving waarin het kind opgroeit. Jeugdhulp kan dit niet alleen doen, maar wel helpen bij het antwoord op de vraag: wat hebben kinderen nodig om kansrijk op te groeien? We investeren in een sterke pedagogische basis en collectief werken. Ons doel is om vragen van inwoners zoveel mogelijk te beantwoorden in de buurt en binnen het gewone leven. Alleen zo kunnen we jeugdhulp beschikbaar houden voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben.

Opgaven

Via acht opgaven, die we onszelf als gemeente Utrecht stellen, geven we ons beleid in samenwerking met de hele stad vorm. Via de eerste opgave Het belang van kinderen voorop zetten we in op gelijkwaardige samenwerking, vertrouwen in het oplossend vermogen en de eigen regie van kinderen, gezinnen, hun informele netwerk en leefomgeving. We dragen ook bij aan het versterken van zeggenschap van kinderen en hun ouders. We werken steeds meer vanuit de context van het kind en gezin en pakken samen grondoorzaken aan. De kinderrechtentoets kan bijdragen aan het borgen van de rechten van kinderen in beslissingen die worden genomen en impact hebben op hun leven. De tweede opgave gaat over Het versterken van de pedagogische basis. Vanuit die basis is opvoeden en opgroeien iets wat we samendoen met de wijk, de buurt en de hele stad. Daarom werken we vanuit één pedagogisch kader: Vreedzaam. We investeren in gemeenschapskracht en willen daarmee onder andere bevorderen dat ouders steun en hulp zoeken bij elkaar en bij partners uit de pedagogische basis, zoals het onderwijs. Deze samenwerking tussen partners in de pedagogische basis, maar ook met de buurtteams, versterken we komende jaren. Ook zorgen we dat partners in de pedagogische basis beter vindbaar en benaderbaar zijn voor elkaar en voor ouders.

“Via de opgave Kansrijke start voor jonge kinderen leggen we de focus op het jonge kind; de eerste 1000 dagen maken een wereld van verschil op een mensenleven. We vinden het belangrijk dat er voldoende toegankelijke voorzieningen zijn voor ouder(s) en kinderen om samen te spelen, leren en ontwikkelen en waar nodig passende hulp. Met partners in de stad werken we intensief samen om kinderen een passende plek binnen de kinderopvang te bieden: zo dichtbij huis en regulier als mogelijk, met leeftijdsgenootjes en/of eigen broertjes/zusjes.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 7

Binnen de opgave Een goede aansluiting onderwijs-jeugdhulp sluiten we aan bij de Utrechtse Onderwijs Agenda en bouwen we voort op de kernpartneraanpak. Met de Utrechtse kernpartneraanpak investeren we fors in de samenwerking tussen gemeente, onderwijs en jeugdhulpaanbieders. Deze samenwerking versterken en verbreden we komende jaren verder met andere partners uit de pedagogische basis (zoals sport, welzijnswerk en jongerenwerk). Doel van deze samenwerking is om met elkaar de beweging naar inclusief onderwijs te maken. Elk kind met en zonder hulpvraag kan zo dichtbij huis als mogelijk, samen naar school. Een belangrijke verandering is dat Collectief werken vanaf 2025 steeds meer de norm wordt. Partners werken daarbij integraal samen - ook met ouders en kinderen – en bieden zoveel mogelijk groepsgerichte hulp en ondersteuning. Dit biedt veel voordelen: het sluit beter aan bij de hulpvraag, werkt normaliserend en het draagt bij aan het ondersteunend netwerk voor kinderen en ouders. Vanwege deze voordelen zetten we versneld in op collectief werken. Ook is het, mits passend bij de hulpvraag, goedkoper. We nemen onze inwoners mee in deze manier van werken, steunen onze jeugdhulppartners en zetten in op continu samen leren. Het is niet vanzelfsprekend en passend om bij elke opvoed- en opgroeivraag jeugdhulp te bieden.

We zetten daarom in op ‘de beweging naar voren’, waarmee we bedoelen dat we de pedagogische basis versterken en de vraag naar de basis- en aanvullende hulp willen verminderen. Maar als het nodig is bieden we Jeugdhulp in de buurt. De buurtteams bieden basishulp, waarin zij zich meer richten op hun kerntaken en samen­werking met de pedagogische basis. We verwachten dat de hulpvraag dan meer ‘aan de voorkant’ wordt opgepakt. Dit doen we om te zorgen dat de (aanvullende) hulp beschikbaar blijft voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. We bieden hulp groeps­gericht aan en werken via e-health, in plaats van individuele hulp. Belangrijk is ook dat partners in de aanvullende hulp hun expertise delen met partners in de pedagogische basis en basishulp. Zo werken zij in gezamenlijke verantwoordelijkheid en nauwe samenwerking met elkaar aan tijdige en passende jeugdhulp in de buurt. Onze opgave Wel Thuis betekent dat kinderen opgroeien in een gezin, bij voorkeur in hun eigen vertrouwde omgeving. Ook als de situatie zo complex of onveilig is dat de ontwikkeling van kinderen ernstig wordt bedreigd, onderzoeken we wat nodig en mogelijk is om kinderen zo thuis mogelijk en veilig te laten opgroeien. We willen het aantal uithuisplaatsingen zo veel mogelijk verkleinen. Door het buurtgericht werken zijn de uithuisplaatsingen en jeugdbeschermingsmaatregelen relatief laag.

Binnen deze opgave is het aanpakken van grondoorzaken belangrijk; in de meeste gevallen ligt de oorzaak van problemen in de omgeving van het kind, en binnen de context waarin het opgroeit. Daarnaast willen we de manier waarop we de jeugdbescherming hebben georganiseerd veranderen en aansluiten bij de landelijke beweging van het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming. Ook is het nodig om alternatieven voor residentiële jeugdhulp te creëren. In Utrecht willen we dat iedere jongvolwassene (16-23 jaar) zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan de samenleving. In de opgave Als je 18 wordt zetten we in op een soepele overgang voor jongeren naar een leven met meer verantwoordelijkheden en een overstap van de Jeugdwet naar wetgeving voor volwassenen. Voor de nieuwe aankomende wet van School naar Duurzaam Werk is het belangrijk dat we integraal werken rondom bestaanszekerheid. We organiseren de belangrijke overgangsmomenten

8

pro-actiever, zoals de overgang van onderwijs naar werk of van jeugdhulp met verblijf naar zelfstandig wonen. Daarnaast organiseren we samenhang in de ondersteuning aan jongvolwassenen tussen onder andere (passend) onderwijs, (jeugd)hulp, werk en inkomen en wonen.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 9

A

10

Inleiding

De meeste Utrechtse kinderen groeien op in een stad waar ze tot hun recht komen en de ontwikkelkansen krijgen om te worden wie ze zijn. Dat doen we samen. Samen met kinderen, ouders, leerkrachten en andere opvoeders in de buurt. En als het nodig is doen we dat samen met de partners uit de stad die ondersteuning en hulp bieden, of het nou vanuit de pedagogische basis, basishulp of aanvullende hulp is. Veel gaat goed en we doen al veel samen, maar dit lukt nog niet overal en voor ieder kind. We werken er iedere dag samen aan om te zorgen dat uiteindelijk ieder kind kansrijk opgroeit. Kinderen uit Overvecht en Zuidwest worden vaker te vroeg geboren en/of met een te laag geboortegewicht. Zij hebben ook relatief een grotere kans om rond de geboorte te overlijden (10,4 per 1000 geboorten in Zuidwest en 8,7 per 1000 in Overvecht). Ook groeien kinderen in Overvecht en Zuidwest vaker op in armoede. (De eerste 1000 dagen van kinderen, 2024). De eerste 1.000 dagen zijn cruciaal voor de gezondheid en het welzijn van kinderen tijdens die eerste periode, maar ook gedurende de rest van het leven. Bovenstaande cijfers laten zien dat niet elk kind in Utrecht gelijke kansen heeft op een goede start van hun leven. Sinds de decentralisatie van jeugdhulptaken naar de gemeente in 2015 zijn er grote stappen gezet in het neerzetten van een stevig fundament.

Hulp en ondersteuning aan inwoners in onze stad wordt zoveel mogelijk in samenhang en dichtbij geboden. Er zijn buurtteams gestart die basishulp bieden verspreid over de stad. Sinds 2020 wordt ook aanvullende jeugdhulp buurtgericht geboden, zodat specialistische expertise laagdrempelig én aanvullend beschikbaar is voor andere partners in de wijk. Er is geïnvesteerd in de samenwerking tussen professionals in de wijk, met onder andere scholen, huisartsen en jongerenwerkers. Hierdoor lukt het om vragen van inwoners zoveel mogelijk te beantwoorden in hun gewone leven. In vergelijking tot landelijke cijfers zijn de kosten die we maken op aanvullende jeugdhulp relatief laag. Daarentegen zien we, in lijn met landelijke ontwikkelingen, de laatste jaren óók in Utrecht een toenemend beroep op jeugdhulp. Ondanks de goede stappen die zijn gezet, zijn er verbeteringen nodig in het Utrechts model om kinderen en gezinnen die dit nodig hebben tijdig passende hulp te bieden. Zo geven bijvoorbeeld ouders van kinderen met een beperking aan dat passende ondersteuning, zoals jeugdhulp, onderwijs, vervoer en langdurige ondersteuning, niet altijd voorhanden is en dat zij zich onvoldoende gehoord en geholpen voelen. Dit vraagt om continue reflectie, leren en verbeteren. Ook zien we dat de scheidslijnen in onze stad verder toenemen.

Dit monitoren we in het scheidslijnenrapport1, dat op basis van data en onderzoek de verschillen in de stad zichtbaar maakt. Op basis van deze uitkomsten kunnen we gerichte keuzes maken op bijvoorbeeld het vlak van ongelijk investeren voor gelijke kansen. De uitdagingen richting de toekomst stapelen zich op. Naast het gegeven dat niet alle kinderen in Utrecht de mogelijkheid hebben om kansrijk op te groeien, hebben we ook te maken met een krimpend financieel kader en toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Dat plaatst ons voor een dilemma: De vraag naar jeugdhulp willen we afbuigen door te investeren in een sterke pedagogische basis, maar ondertussen groeit de vraag naar jeugdhulp en krimpt het financieel kader. Daarom moeten we scherpe keuzes maken. Tegelijkertijd willen we waken voor ‘boemerangbeleid’2, waarbij hervormingen vooral worden ingegeven door de onbedoelde effecten van de daaraan voorafgaande. 1

https://utrecht-monitor.nl/scheidslijnen-utrecht

2

Boemerangbeleid: Over aanhoudende tragiek in passend onderwijs- en jeugdzorgbeleid — Vrije Universiteit Amsterdam (vu.nl)

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 11

Met deze beleidsnota anticiperen we op deze ontwikkelingen in de maatschappij. We verstevigen en verbeteren waar nodig het fundament dat we samen hebben gebouwd. Maar we gaan ook dingen ‘anders doen’ om de genoemde uitdagingen aan te kunnen. Zo moeten we meer aandacht hebben voor de grondoorzaken van het toenemend beroep op jeugdhulp. Oplossingen voor deze oorzaken liggen ook vaak buiten de jeugdhulp. Problematiek van ouders is ook problematiek van kinderen (Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, 2023). Bijvoorbeeld onvoldoende middelen om rond te komen, onzekerheid over je woning of mentale problematiek van ouders. Om kinderen kansrijk te laten opgroeien is het van belang om op deze problematiek in te zetten. Jeugdhulp kan dit niet alleen en zal de aandacht meer verschuiven van het kind naar de context: het creëren van een stevige pedagogische basis. Dit vraagt om samenwerking met veel partijen in de stad, zoals het onderwijs en andere partijen in de pedagogische basis. En uiteindelijk van ons allemaal: it takes a village to raise a child. We hebben een wettelijke taak om de Jeugdwet uit te voeren. De inhoudelijke keuzes die we hierbij maken vormen het vertrekpunt van deze beleidsnota, die de Kadernota Zorg voor Jeugd uit 2013 vervangt. De middelen die we hiervoor beschikbaar krijgen, vormen het finan­ ciële kader.

Zoals de Jeugdwet ook beschrijft kan ons beleid alleen goed vorm krijgen door nauwe samenwerking met andere partners in de pedagogische basis, zoals het onderwijs. Het kansrijk opgroeien van kinderen in onze stad bereiken we dus niet alleen met jeugdhulpbeleid, maar juist ook met breder gemeentelijk beleid door: • Het versterken van gelijkwaardige samenwerking met kinderen en hun ouders door struc­ turele participatie, inzet van ervaringsdeskundigheid en aansluiten op de beleidsnota’s Samen Stad Maken, geen Utrecht zonder U en Inclusie en Diversiteit • Het versterken van inclusief onderwijs. Zo leveren we een belangrijke bijdrage aan gelijke kansen en het tegengaan van segregatie. Daarnaast weten we dat wanneer kinderen in een inclusieve omgeving en vanuit een sterke pedagogische basis opgroeien, vragen en ondersteuningsbehoeften eerder aan het licht kunnen komen, waardoor deze sneller in het gewone leven en de context van buurt en school kunnen worden opgepakt (Utrechtse Onderwijs Agenda, werkagenda 2024-2027).

• In te zetten op maatschappelijke druk bij jongeren (prestatiedruk en mentale gezondheid), een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling en een gezond voeding- en beweegpatroon van de Utrechtse jeugd in een ondersteunende omgeving (Nota Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027 en het uitvoeringsprogramma gezond gewicht Utrechtse jeugd) • Passende ondersteuning te organiseren voor jongvolwassenen die 18 worden. (Nota Samen leven, samen zorgen 2024-2034) • Ervoor te zorgen dat alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen voldoende financiële middelen en mogelijkheden hebben om mee te doen (Nota Financiële bestaanszekerheid 2024-2028) • Bijstandsgerechtigde huishoudens met kinderen extra dienstverlening te bieden, bovenop de basis dienstverlening die voor iedereen beschikbaar is. We focussen ons op de arbeidstoeleiding van de ouders, zodat zij financieel zelfstandig kunnen worden of een hoger inkomen kunnen krijgen. Behalve impact op de ouders, maken we hier tegelijkertijd ook impact op hun kinderen. Zodat ook zij een kansrijke toekomst tegemoet kunnen zien.

12

•

(Nota Werk en Re-integratie: met vertrouwen naar een zeker bestaan 2024-2032) Het steviger verbinden van het veiligheidsdomein en sociaal domein, om zo criminele carrières van jongeren te doorbreken (Nota Grenzen Stellen Perspectief Bieden). Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van het perspectief bij het terugkeren na detentie en nazorg voor jeugdigen na een verblijf in een justitiële jeugdinrichting.

Figuur: Beleid en uitvoering sociaal domein 2023/2024

Uit v

oe r i n g s p r o g r a m m

B e l e i d s n o t a ’s

Nota Gezondheid

V is

S oc

le

Landelijke akkoorden Integraal Zorg Akkoord (IZA)

Nota Jeugd

ie Utrec ht

Hervormingsagenda Jeugd

Nota Financiële Bestaanszekerheid

40 20

Nota van Uitgangspunten (onderdelen sociale basis en basiszorg)

ia

Nota Inclusie en Diversiteit

a ’s

Sportakkoord II

Nota Samen Stad Maken

Utrechtse Onderwijs Agenda

Nota Wmo Nota Sport en bewegen

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

Nota Werk en Re-integratie

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) Werkagenda route naar inclusief onderwijs

De samenhang van dit beleid wordt verder toegelicht in Bijlage 1

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 13

1. Ambitie & Doelstellingen Kinderen die opgroeien in kwetsbare omstandigheden lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van problemen, niet alleen tijdens hun jeugd maar ook op latere leeftijd. Als het gaat om het voorkomen van kansenongelijkheid kunnen we het meest verschil maken door preventief in te zetten op kinderen - het liefst zo vroeg mogelijk (0 tot 5 jaar). Daarom komen we tot de volgende ambitie die aansluit bij de ambitie van de Sociale Visie Utrecht die in ontwikkeling is: Kinderen en jongeren in Utrecht groeien kansrijk op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Bij ouders - of waar dit niet lukt, zo thuis mogelijk met vaste opvoeders - die veiligheid en geborgenheid bieden. Opgroeien en opvoeden doen we samen: ‘It takes a village to raise a child’. De huidige ambitie in het programma kansrijk opgroeien (We willen dat alle kinderen en jongeren in Utrecht kansrijk kunnen opgroeien) vervangen we door de korte versie van deze nieuwe ambitie: Kinderen en jongeren in Utrecht groeien kansrijk op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Met deze beleidsnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’ zetten we belangrijke stappen in het realiseren van deze ambitie.

We hebben daarbij niet alleen oog voor het kind als individu in een kwetsbare situatie, maar vooral ook voor een sterke pedagogische basis en (problematiek van) ouders. We willen vragen over opgroeien en opvoeden normaliseren en goed aansluiten bij wat gezinnen zelf, met elkaar en hun netwerk of omgeving kunnen organiseren. Waar nodig bieden we tijdig passende hulp. Dit doen onze partners - in de pedagogische basis, het buurtteam, de aanvullende hulp en de jeugdbescherming - in gezamenlijke verantwoordelijkheid en nauwe samenwerking met elkaar. Door samen op te voeden blijft jeugdhulp van voldoende kwaliteit beschikbaar voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Deze nota richt zich daarom op de volgende doelstellingen (die de huidige doelstellingen uit het programma Kansrijk opgroeien in de programmabegroting3 vervangen):

Doelstellingen Veerkracht en de pedagogische basis

Kinderen en ouders zijn veerkrachtig en ondersteunen elkaar om binnen de pedagogische basis oplossingen te vinden voor opvoed- en opgroeivragen.

Basishulp

Voor kinderen en ouders die dat nodig hebben is tijdig passende hulp vanuit de buurtteams jeugd en gezin beschikbaar. Deze hulp sluit goed aan op de eigen kracht van het gezin en de ondersteuning vanuit de pedagogische basis.

Aanvullende hulp

Voor kinderen die dat nodig hebben is tijdig passende aanvullende hulp beschikbaar. Deze hulp sluit goed aan op de eigen kracht van het gezin en de ondersteuning vanuit de pedagogische basis en de buurtteams. 3

14

https://utrecht.begroting-2024.nl/p53136/overzicht

Veilig opgroeien

Kinderen groeien zo veilig mogelijk op. Onveiligheid in gezinnen wordt vroegtijdig herkend, er wordt tijdig passende hulp ingezet die nodig is om de onveiligheid te verminderen.

Opgaven Om onze ambitie en doelstellingen te realiseren hebben we met partners leidende principes geactualiseerd en acht opgaven uitgewerkt. De acht opgaven zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Het belang van kinderen voorop, Het versterken van de pedagogische basis, Een kansrijke start voor jonge kinderen, Een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp, Collectief werken, Jeugdhulp in de buurt, Wel thuis Als je 18 wordt.

In het volgende deel (B) worden deze leidende principes en opgaven uitgebreid toegelicht.

n

l l e l li n g lp n d e

de

D

Ve oe peda erk ls go r gi s

Sam

te

u nv u a h A

ulp in de buurt eugdh 6: J

| Op g a v e7 :W el th ui s

|

el s

ave pg |O

ls

Do

n ke er w

opvoe

wijs en jeugdhulp | O p nder g ave 4: O 5: C o lle ct ief

rdt | Opgave 1: B 18 wo elan gv an kin de re n

ve ga Op

m

en

ien

opgro en e

g lin

Ambitie

Sa e Do e V gr t

e il i lli n g g oe ie n

Do

Ba els si

l te ulp sh

ac he b c

|

g n llin te ht e asis

op

ls je :A e8 v ga Op

t ar

|

sche basis | O dagogi pga e pe ve terk 3: S : Ka 2 ns e v rijk a g e p O st

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 15

B

16

Opgave

Context Onze ambitie en doelstellingen hebben we te realiseren binnen een uitdagende context. We schetsen daarom kort de landelijke en lokale context, voordat we de leidende principes en opgaven toelichten die bijdragen aan het realiseren van onze ambitie en doelstellingen.

Landelijke context Zorgstelsel onder druk

Het zorgstelsel staat in Nederland steeds meer onder druk. Net als in veel andere sectoren zien we binnen de jeugdhulp een toenemende vraag en personeelstekort. In het begin van deze eeuw ontving 1 op de 27 kinderen hulp, in 2023 was dit 1 op 7. Het gevolg van de toenemende vraag en het personeelstekort is dat kinderen en gezinnen langer moeten wachten op hulp. Ook stijgen de kosten door de (externe, vaak dure) inhuur van personeel. De uitgaven van de jeugdhulp zijn dan ook flink gestegen: in 2019 werd landelijk ongeveer 1,9 miljard meer uitgegeven dan in 2015, het jaar van de decentralisatie.

Landelijke Hervormingsagenda Jeugd

Landelijk hebben het Rijk, de VNG, aanbieders, professionals en cliëntenorganisaties daarom een groot pakket afspraken gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028. Naast inhoudelijke afspraken met als doel betere en tijdige zorg en ondersteuning, is ook een structurele besparing van €1 miljard vanaf 2027 afgesproken. Om de doelen van de Hervormingsagenda te bereiken, moeten gemeenten in de eerste fase op drie punten actie ondernemen: het formeren van stevige lokale teams, het organiseren van een schaalniveau voor specialistische jeugdhulp (verplichte regiovorming) en afbouw van residentieel verblijf. Voor Utrecht geldt dat we op deze punten al veel stappen hebben gezet. Utrecht Stad vormt tegelijkertijd één jeugdhulpregio.

Lokale context Ontwikkeling aantal Utrechtse kinderen

In Utrecht wonen ongeveer 70.600 kinderen (0 t/m 17 jaar) Dit is ongeveer 19 %van de Utrechtse bevolking. Ondanks de vergrijzing blijft Utrecht een jonge stad. De totale omvang van deze groep blijft tot 2030 redelijk stabiel en gaat daarna naar verwachting sterk groeien. Volgens de prognose heeft Utrecht in 2040 ruim 80.000 kinderen t/m 17 jaar (ongeveer 17% van de verwachtte Utrechtse bevolking).1

Vraag naar jeugdhulp

De instroom van kinderen met een nieuwe vraag naar jeugdhulp neemt de laatste jaren licht af. De ingestroomde kinderen ontvangen wel langer (aanvullende) hulp, waardoor het beroep op jeugdhulp en de kosten toch toenemen. De grafiek over jeugdhulpgebruik op de volgende pagina laat zien dat er in 2022 en 2023 bijna 20% meer ambulante aanvullende hulp is ingezet dan in 2020 en 2021.

1

Bevolkingsgroei naar leeftijd | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 17

Jeugdhulpgebruik 5000 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

2017

2018

2019

Ambulante aanvullende jeugdhulp

2020

2021

2022

2023

Buurtteam jeugd en gezin

Figuur 1: Jeugdhulpgebruik

In vergelijking met andere gemeenten worden Utrechtse kinderen en ouders vaker geholpen door het buurtteam. Dit verschil wordt deels veroorzaakt doordat in Utrecht, in tegenstelling tot sommige andere gemeenten, het buurtteam zelf ook basishulp biedt, en niet alleen de toegang tot aanvullende jeugdhulp vormt. Ook zien we dat in Utrecht minder kinderen aanvullende jeugdhulp en/of jeugdhulp met verblijf krijgen ten opzichte van de rest van Nederland. 2023 (voorlopige cijfers) Utrecht

Nederland

Totaal jeugdhulp

11,6%

10,8%

Jeugdhulp door wijkteam

7,7%

1,6%

Jeugdhulp niet door wijkteam (ambulante specialistische jeugdhulp)

5,4%

9,2%

Jeugdhulp met verblijf

0,5%

0,9%

Uitgaven jeugdhulp

Toch zien we dat de uitgaven voor jeugdhulp afgelopen jaren fors zijn gestegen, vooral in de aanvullende jeugdhulp. Dit heeft met een aantal landelijke ontwikkelingen te maken (nieuw woonplaatsbeginsel en af- en ombouw residentiële zorg), maar we zien ook dat kinderen en gezinnen langer beroep doen op aanvullende jeugdhulp.

18

Uitgaven jeugdhulp 90 80

(x € 1.000.000)

70 60 50 40 30 20 10 0

2015

2016

2017

2018

Buurtteam jeugd en gezin

2019

2020

2021

2022

2023

Aanvullende jeugdhulp

Figuur 2: Uitgaven jeugdhulp

Leidende principes Sinds het begin van de decentralisaties in 2015 werken we in Utrecht vanuit leidende principes. Deze principes geven houvast bij keuzes in beleid en praktijk. De leidende principes waarborgen dat we vanuit een gezamenlijk perspectief werken en elkaar gericht kunnen aanspreken als het lastiger gaat. In deze beleidsnota presenteren we enkele nieuwe leidende principes. Deze leidende principes zijn startpunt voor het gesprek met onze partners in de stad. We laden ze met taal uit de praktijk om professionals handvatten te geven voor hun werk. De leidende principes blijven onderwerp van gesprek: we evalueren ze regelmatig met onze partners en stellen ze bij waar nodig.

1. Niet over ons, zonder ons

Dit leidend principe is toegevoegd, omdat we zeggenschap en eigenaarschap van kinderen en gezinnen nog steviger willen verankeren. We zetten dit leidend principe vanuit het Inter­natio­nale Verdrag voor de Rechten van het Kind en het VN-verdrag Handicap daar­ om boven­aan. Deze verdragen stellen dat ieder kind of persoon het recht heeft om diens mening te geven over zaken die hen aangaan en dat die mening serieus moet worden genomen. Niet over ons zonder ons betekent niet ‘u vraagt wij draaien’ of ‘als u niks vraagt dan draaien we niet’. Het vraagt een nieuwe manier van samenwerken waarbij we kinderen en ouders zien als gelijkwaardige partners. Samen maken we de stad. We gaan meer in dialoog met inwoners, ervaringsdeskundigen en cliëntvertegenwoordigers voor het verbeteren van de uitvoeringspraktijk én benutten hun kennis en ervaring bij het maken van keuzes in het beleid. We versterken bestaande initiatieven en moedigen nieuwe initiatieven van kinderen en ouders aan die ontmoeting stimuleren. Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 19

2. Grondoorzaken aanpakken in het belang van kinderen

Oorzaken voor het beroep op jeugdhulp liggen vaak in andere domeinen die volwassenen aangaan, zoals wonen, relaties, gezondheid en werk & inkomen. De context waarin kinderen opgroeien is cruciaal en van invloed op hun welzijn. Een kwetsbare context belemmert een kansrijke en gezonde ontwikkeling. Niet het kind moet zich dus aanpassen aan de context, maar de context aan het kind. Door grondoorzaken aan te pakken stellen we het belang van kinderen voorop en dringen we het beroep op jeugdhulp terug. Samen met onze partners leggen we daarom nog meer focus op grondoorzaken van problemen en de preventie daarvan. Om scherp te krijgen wat de grondoorzaken zijn benutten we de kennis vanuit de praktijk en wetenschap. Dat geeft richting aan andere oplossingen en keuzes in uitvoering en beleid. Dit betekent een fundamenteel andere benadering, namelijk het verschuiven van de focus van interventies gericht op individuen naar veranderingen aanbrengen in het systeem dat problemen veroorzaakt. Jeugdhulp kan dit niet alleen oplossen. Een goed samenspel is nodig tussen partners uit verschillende domeinen. Jeugdhulppartners adresseren op tijd en scherp wat nodig is vanuit andere domeinen om grondoorzaken van problemen op te lossen. En dragen hun steentje bij waar nodig.

Veiligheid vormt hierin altijd een ondergrens: als grondoorzaken van problemen - bijvoorbeeld bij gebrek aan passende woonruimte, inkomen, problemen bij echtscheiding, psychische of verslavingsproblematiek of huiselijk geweld – niet kunnen worden opgelost vanuit andere domeinen, stelt jeugdhulp alles in het werk om de veiligheid van kinderen te borgen.

3. Uitgaan van mogelijkheden

Uitgaan van mogelijkheden gaat over hulp en opvoedmogelijkheden binnen de context van kinderen en niet (meteen) jeugdhulp bieden, zodat deze hulp beschikbaar blijft voor de kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Uitgaan van mogelijkheden gaat over ‘normaliseren’ en (alleen) doen wat nodig is, over aansluiten bij wat de inwoner en de gemeenschap nodig hebben om naar elkaar om te kijken en samen op te voeden in de buurt. Het betekent soms ook dat iets juist niet gedaan wordt, wanneer vragen kunnen worden opgelost in het eigen netwerk. Maar uitgaan van mogelijkheden mag niet betekenen ‘zoek het zelf maar uit’. We sluiten aan bij wat inwoners, hun netwerk en de gemeenschap zelf kunnen en wat zij nodig hebben om er voor elkaar te kunnen zijn. We kijken kortom naar wat kinderen en gezinnen wél kunnen of willen en problematiseren niet.

4. Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Ongelijk investeren voor gelijke kansen betekent: dat we gemeentelijke investeringen ongelijk verdelen, in situaties waar sprake is van ongelijke kansen of uitgangsposities van ouders en hun kinderen waardoor ze zich niet kunnen ontwikkelen tot wie ze kunnen en willen zijn. In sommige wijken en voor sommige doelgroepen zijn meer of andere inspanningen nodig om zo de meest kwetsbare ouders en kinderen een eerlijke kans te geven. Dat betekent ook dat gemeentelijke investeringen niet in elke wijk of voor elke doelgroep in dezelfde mate beschikbaar zijn. Dit kan onder andere gaan om het ongelijk inzetten van geld, capaciteit, ruimte in de stad of beheer van bijvoorbeeld de openbare ruimte. We richten onze aandacht daarbij vooral op ouders en kinderen die minder hun weg vinden als het gaat om jeugdhulp of hun rechtsbescherming. Daar waar ouders en kinderen jeugdhulp nodig hebben, bieden we die. De gemeente heeft hierin jeugdhulpplicht. 20

5. Buurt- en wijkgericht (samen)werken en gemeenschap centraal

Utrecht wil een stad zijn met buurten en wijken met een stevige sociale samenhang. Buurten en wijken waar mensen elkaar kennen, prettig samenleven en het normaal is om elkaar te helpen. De gemeenschap staat centraal. Een sterke en betrokken gemeenschap vormt het sociale fundament van de stad. Het biedt inwoners de kans erbij te horen en mee te doen en het geeft kinderen de mogelijkheid om kansrijk op te groeien. We gaan uit van wat de inwoner met het eigen sociaal netwerk zelf kan en nodig heeft en bouwen gezamenlijk aan gemeenschapskracht. Daarbij hoort een verschuiving van individuele naar gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat geldt zowel voor inwoners als organisaties. Initiatieven en organisaties in de pedagogische basis, basishulp en aanvullende jeugdhulp werken buurt- of wijkgericht samen op basis van gelijkwaardigheid. Samen met kinderen en ouders stellen partners gezamenlijk vast wat passende hulp en ondersteuning is. Dat betekent ook een omslag in denken van hulpverleners, van: ‘Wat kan het netwerk doen in de ondersteuning van mijn cliënt’ naar: ‘wat kan ik als professional bijdragen om het sociale netwerk te versterken’. Daarbij hoort aandacht voor het versterken van de eigen kracht van inwoners, collectief en individueel.

6. Eenvoud in de uitvoering

De dienstverlening, hulp en ondersteuning richten we in vanuit de leefwereld van inwoners. Eenvoud staat centraal in alles wat we organiseren. Als goede oplossingen niet passen binnen de regels of procedures dan kijken we wat wel passend is vanuit de bedoeling van die regel of procedure. We werken samen en sturen niemand van het kastje naar de muur. Inwoners weten waar zij in hun buurt terecht kunnen met hun hulpvraag en hebben eenvoudig toegang tot hulp en ondersteuning. De inwoner heeft daarbij zoveel mogelijk eigen regie, tenzij dat niet mogelijk is. Dit vraagt een vereenvoudiging in de organisatie van de hulp en ondersteuning en een sterkere samenwerking in welzijn, zorg en aanpalende domeinen. We faciliteren eenvoud in de uitvoering en verkomen stapeling van ambities en regelingen.

7. Veiligheid is de ondergrens

Gemeente en jeugdhulppartners stellen alles in het werk voor een veilige omgeving waarin ouders hun kinderen kunnen opvoeden en waarin kinderen veilig kunnen opgroeien. Tegelijker­ tijd moeten we accepteren dat de samenleving niet maakbaar is en gemeente en jeugdhulp­ partners niet in alle gevallen de veiligheid van ouders en kinderen kunnen garanderen. We hebben met elkaar het gesprek te voeren over wat een aanvaardbare ondergrens is als het gaat om kwaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en beschikbaarheid van jeugdhulp.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 21

Opgave 1: Het belang van kinderen voorop 1.

Wat is de opgave?

Het belang van kinderen staat altijd voorop, daarom is dit onze eerste opgave. Dit belang staat voorop in ons beleid én in de manier waarop professionals met kinderen en ouders omgaan. Dit lijken open deuren, maar de praktijk laat zien dat kinderen en hun ouders nog niet altijd betrokken worden bij de beslissingen die hen aangaan. Ook is een gelijkwaardige samenwerking niet vanzelfsprekend. Deze opgave sluit aan bij de leidende principes ‘Niet over ons, zonder ons’ en ‘Grondoorzaken aanpakken in het belang van kinderen’. Gelijkwaardigheid Kinderen en hun ouders worden door professionals en gemeente als gelijkwaardig beschouwd. Nog te vaak spreken we over kinderen en ouders in plaats van mét hen. Weten wat er leeft begint bij luisteren. Luisteren vanuit gelijkwaardigheid en zonder oordeel, zodat kinderen en ouders echt gezien en gehoord worden. Dit betekent ‘samen beslissen’ en niet ‘u vraagt wij draaien’.

Waarom moet het eerst heel slecht met me gaan voordat ze me horen? Ik heb liever dat iemand me helpt als het nog wel oké met me gaat. - Een student tijdens een bijeenkomst over prestatiedruk Stimuleren van participatie en (mede) zeggenschap In Utrecht is jeugdparticipatie een speerpunt. We organiseren jeugdparticipatie die zo passend mogelijk is bij de doelgroep. Bij participatie praten, denken en beslissen kinderen mee. Denk aan zaken die voor hen belangrijk zijn, de ondersteuning die zij krijgen of de plekken waar zij komen. Zij ontwikkelen hierdoor bewustzijn en hebben invloed op hun leven nu en in de toekomst. Dit draagt bij aan het zelfvertrouwen en de zelfstandigheid van kinderen. Jeugdparticipatie zorgt voor effectiever gemeentelijk beleid; het beleid sluit immers beter aan op wat kinderen zélf belangrijk vinden en bij oplossingen die zij zelf aandragen. Belang van het kind meewegen Nederland, en dus Utrecht, heeft de verantwoordelijkheid om de rechten van het kind te borgen op basis van het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind2. Daarmee staat het belang van het kind altijd voorop in wet- en regelgeving en maatregelen die getroffen worden. Binnen de gemeente Utrecht wordt het meewegen van het belang van kinderen gestimuleerd - in alle besluitvorming die op hen van invloed is. Dit kan door het structureel invoeren van de Kinderrechtentoets.

2

22

Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind - Kinderrechten.nl

Diversiteit en inclusie Ieder kind heeft het recht te worden wie die is. We hebben aandacht voor ieder kind, ongeacht leeftijd, sekse, beperking, seksuele voorkeur, genderidentiteit, opleidingsniveau, etniciteit of godsdienst. Ieder kind krijgt de kans zich te ontplooien en ontwikkelen. Wij werken in lijn met de nota Inclusie en Diversiteit. We staan voor bewustwording, ongelijk investeren voor gelijke kansen en veiligheid. Het hoofddoel van de nota Inclusie en Diversiteit van de gemeente Utrecht is: “Utrechters kunnen zichzelf zijn, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld en hebben gelijke kansen.”3.

2.

Waar bouwen we op voort?

2.1.

Jeugdparticipatie

2.2.

Kinderrechtenstad

3.

Wat kan beter?

3.1.

Gelijkwaardigheid

3.2.

Versterken zeggenschap van kinderen én hun ouders

Utrecht doet al veel op het vlak van jeugdparticipatie: er is een grote diversiteit aan initiatieven om (structurele) participatie van kinderen en ouders te stimuleren. Daarnaast zijn we voortdurend bezig om kinderen te betrekken en participatie zo laagdrempelig mogelijk te maken zodat we iedereen bereiken. Het gaat om de vraag: hoe betrek je hen direct en hoe verzeker je dat er ruimte is voor hun stem? Dit doen we door kinderen op te zoeken en mee te laten denken, maar ook door digitaal aanwezig te zijn via sociale media. We doen dit om bewustzijn te creëren en bij de doelgroep op te halen wat er speelt. Utrecht is een kinderrechtenstad en besteedt steeds meer aandacht aan kinderrechten, specifiek voor ‘de stem van de kinderen’. In Utrecht doet iedereen mee, dus ook de kinderen in de stad. We betrekken kinderen en hun ouders bij beleid en projecten via bijvoorbeeld wijkkinderraden, jeugdpanels en belangengroepen. Beleidsmakers en professionals luisteren actief naar hen en geven duidelijk aan wat zij doen met vragen, signalen, adviezen of oplossingen die kinderen en ouders zélf aandragen. Ook bestaat sinds 2023 de kinderrechtenwinkel en is er een kinderombudsman in Utrecht.

We zetten nog steviger in op gelijkwaardige samenwerking tussen inwoners, professionals en gemeente door a) altijd eerst kinderen en ouders te horen voordat beslissingen worden genomen over de inzet van jeugdhulp, b) jeugd- en ouderparticipatie (verder) te versterken en c) meer gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid. We gaan anders werken in lijn met Samen Stad Maken4. We versterken de zeggenschap van kinderen én hun ouders door verschillende initiatieven op gebied van jeugd- en ouderparticipatie met elkaar te verbinden. Zo bundelen we krachten. We benutten de ervaring van deze initiatieven in overleg met onze jeugdhulppartners in de stad (ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van kinderen en ouders).

3

Beleidsota Inclusie en diversiteit

4

https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid-en-omgevingsvisie/beleid-voor-samenwerken-met-bewoners

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 23

Recentelijk is hiertoe het initiatief ontstaan van een actief netwerkplatform van ouders, jongeren en professionals die ook inhoudelijke bijdroegen aan deze beleidsnota en het participatieproces. Utrecht wil dit initiatief een structurele plek geven binnen de stad. Zie bijlage 4 voor meer informatie over het participatieproces rondom deze nota.

3.3.

Structureel invoeren van de Kinderrechtentoets

Het rapport Kinderen uit de Knel van de Raad van Volksgezondheid en Samenleving laat zien dat belangen van kinderen onvoldoende consequent mee worden gewogen bij beslissingen over ouders in andere domeinen – zoals hulp bij (mentale) gezondheid, scheiding, schulden en wonen – die invloed hebben op het kind. De aanbeveling van de RVS is om de impact van wetgeving en beleid op kinderen consequent in beeld te brengen met een Kinderrechtentoets5. De Nationale Ombudsman ontwikkelt de Kinderrechtentoets voor het maken en evalueren van wetgeving en beleid6. Naar verwachting is deze klaar voor gebruik in 2025. Door het structureel invoeren van de Kinderrechtentoets zorgen we ervoor dat het belang van het kind meeweegt in alle beleid en besluitvorming. Zo verhogen we bewustwording over kinderrechten en hun belangen en handelen we daarnaar. Het kader van kinder- en mensen­ rechten biedt de (juridische) legitimiteit, een gezamenlijke morele bril én gemeen-schappelijke taal om ons handelen als overheidsinstantie te toetsen en te spiegelen aan onze inwoners.

Kinderen hebben het recht om gehoord te worden in belangrijke beslissingen die hen aangaan. Als Kinderombudsman woon en werk ik dichtbij de Utrechtse kinderen. Samen met mijn team ga ik graag met kinderen en jongeren in gesprek om direct van hen te horen wat belangrijk voor hen is. - Jory Hoogendam, per januari 2025 Kinderombudsman van Utrecht

3.4.

Rechtsbescherming

We vinden het belangrijk dat we een betrouwbare overheid zijn. We zorgen daarom voor rechtsbescherming en heldere en transparante communicatie naar de inwoner. Voor de inwoner moet duidelijk zijn wie de hulpvraag behandelt, hoe dit gedaan wordt en wat de rechten, plichten en mogelijkheden van de inwoner zijn in het vervolgproces. De betrokken professionals communiceren tijdig en transparant over hun keuzes, leggen deze schriftelijk vast en wijzen de inwoner op de mogelijkheden voor cliëntondersteuning. Transparante communicatie en cliëntondersteuning zijn belangrijk in iedere stap van het pro­ ces, en zeker op het moment dat professional en inwoner het niet eens zijn over de vraag of jeugdhulp nodig is of wat de best passende hulp is. Professionals worden, vanuit hun organi­ satie, ondersteund met de juiste handvatten om deze gesprekken te voeren. Dat vraagt naast normaliseren ook aandacht voor het goed kunnen motiveren van keuzes en beslissingen. 5

Kinderen uit de knel

6

Programma Kinderrechten 2023 | Nationale ombudsman

24

Opgave 2: Het versterken van de pedagogische basis 1.

Wat is de opgave?

“It takes a village to raise a child”, want opvoeden doe je samen en niet alleen. Dit is een taak waarbij, naast ouders, veel andere mede-opvoeders een rol hebben. Dat zijn bijvoorbeeld de leerkracht op school, de voetbaltrainer, de jongerenwerker, of gewoon een ouder in de buurt die op andere kinderen let. Zij zijn onderdeel van ‘het dorp’. Met hen heb je goed contact wanneer alles goed gaat, maar je kan ook op ze terugvallen als dat nodig is. Het zijn de mensen die een luisterend oor bieden, of bijspringen met praktische hulp of advies. Het dorp bestaat naast mensen ook uit fysieke plekken. Denk hierbij aan de speeltuin, de school, de jongerenhuiskamer, de plek waar je naartoe gaat voor tekenof dansles en ook uit online omgevingen. Die combinatie van sociale, fysieke en online factoren noemen we de pedagogische basis7. Dat is het deel van de sociale basis8 dat te maken heeft met opgroeien en opvoeden en dat is waar deze opgave over gaat. De pedagogische basis is bepalend voor de ontwikkeling van kinderen. Een sterke pedagogische basis draagt bij aan veerkracht, fysieke en mentale gezondheid en schoolprestaties. Voor de ontwikkeling van ieder kind is het belangrijk dat zij – en hun opvoeders – toegang hebben tot verschillende relaties, contacten, onderlinge hulp en ondersteuning in de directe omgeving.

Naast het belang van een sociale en veilige omgeving is het belangrijk in de omgeving van het kind gezonde leefgewoonten zoals een gezond voeding- en beweegpatroon worden gestimuleerd, bijvoorbeeld via de wijknetwerken Jeugd. Hoe rijker deze omgevingen, hoe groter de kans dat kinderen kansrijk opgroeien. Zie bijlage 3 voor meer informatie over de pedagogische basis.

Hoe meer wij met elkaar het normale leven - de sociale basis - versterken, hoe minder mensen het buurtteam of andere partijen nodig hebben. Vraag mensen maar eens waar zij de meeste steun vonden. Dan gaat het al snel over de muziekgroep in het buurthuis, de meester op school of de vrijwilliger die elke week even kwam praten. - Een manager Jeugdgezondheidszorg bij de gemeente

7

Opgroeien doe je samen | Nederlands Jeugdinstituut

8

Voor meer informatie over de sociale basis zie de Nota van Uitgangspunten, de Wmo-Nota.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 25

De pedagogische basis is het fundament onder kansrijk opgroeien en omgaan met alledaagse problemen. In Utrecht is het fundament voor de pedagogische basis al best stevig. Toch is de pedagogische basis niet overal even sterk. Dat betekent dat niet ieder kind en iedere ouder in Utrecht dezelfde kansen heeft om zich te ontwikkelen, contacten en ervaringen op te doen, of ondersteuning te vinden bij familie of buren. Samen hebben we de taak en verantwoordelijkheid om dit te veranderen. De pedagogische basis krijgt vorm door hoe inwoners zich verenigen en elkaar opzoeken en ondersteunen. Daar waar dit niet vanzelf gebeurt, ondersteunt de gemeente door ontmoeting en onderlinge steun te faciliteren. Kortom, we ondersteunen alleen daar waar het anders (nog) niet gebeurt. Iedere (mede)opvoeder, vereniging, (informele) hulporganisatie én de gemeente heeft dus een eigen rol te spelen en te pakken. We zetten daarbij in op: • Het versterken van de gemeenschapskracht en gelijkwaardige samenwerking tussen formele en informele partijen, kinderen en ouders, met respect voor ieders positie en expertise. • Het faciliteren van ontmoeting en ervaringen, waarmee we ook bijdragen aan het elkaar kennen, aanspreken en het bespreken van alledaagse problemen bij het opvoeden en opgroeien. Zo normaliseren we opgroei- en opvoedvragen en problemen.

• Het werken vanuit een gezamenlijke pedagogische visie, taal en aanpak volgens de visie Vreedzaam. • De verbinding versterken tussen partners en initiatieven in de pedagogische basis, en de basis- en aanvullende jeugdhulp. • Het verminderen van de negatieve effecten van online leefwereld en prestatiedruk.

26

Mijn begeleider deelt ook over haar eigen leven en ervaringen. Dat maakt dat het gelijkwaardig voelt. Zij beantwoordt mijn kwetsbaarheid met de hare. En vertelt over dingen die moeilijk zijn met haar kinderen. Soms heeft dat ook overlap met de speciale behoeften die mijn kinderen hebben.’ - Een ouder tijdens een leertraject voor ouders, professionals en beleidsambtenaren, bij De Kenniswerkplaats Pedagogische Basis

Reikwijdte en samenwerking De pedagogische basis is van de stad en de gemeente faciliteert waar kan en nodig. In deze nota staat maar een deel van wat wij als gemeente hierbinnen doen. In deze nota beperken wij ons tot plannen die we maken met middelen voor uitvoering van de Jeugdwet. Daarom zoeken we aansluiting en samenwerking met alle andere gemeentelijke beleidsterreinen die actief zijn in (de ondersteuning van) de pedagogische basis en de bredere sociale basis. Waaronder de beleidsnota’s ‘Samen Leven, samen Zorgen9’,‘Samen Gezondheidsverschillen Verkleinen’10, ‘Samen Stad Maken’11, ‘De Kracht van Cultuur12’, de ‘Utrechtse Onderwijs Agenda13’, en de nieuwe Sportnota die momenteel geschreven wordt.

2.

Waar bouwen we op voort?

2.1. Vreedzaam: werken vanuit een gezamenlijke pedagogische visie, taal en aanpak

Utrecht is een Vreedzame stad en daar bouwen we op voort. De visie vreedzaam staat voor actief leren samenleven, samen opgroeien en opvoeden – ook digitaal.14 Door Vreedzaam leren kinderen wat het betekent om in een democratische samenleving op te groeien. Ze leren hun stem te laten horen en hun steentje bij te dragen aan het gemeenschappelijk belang. Vreedzaam geeft ons een gezamenlijke pedagogische visie, taal en aanpak die van grote waarde is voor de pedagogische basis in de hele stad. Het doel is dat alle kinderen, ouders én alle mede- opvoeders en organisaties in Utrecht die met kinderen werken in aanraking komen met de visie van Vreedzaam. Daarom vragen wij van onze partners, maar ook gemeenteambtenaren die actief zijn met kinderen en ouders, dat zij werken vanuit de Vreedzame aanpak. Dit zorgt ervoor dat we elkaar goed begrijpen, prettiger samenleven en gemeenschappen in de stad versterken.

9

Beleidsnota Wmo ‘Samen leven, samen zorgen’

10

Beleidsnota gezondheid - Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027

11

Beleidsnota Samen stad maken Geen Utrecht zonder U

12

Kadernota Cultuurparticipatie 2022-2030

13

UOA (utrechtseonderwijsagenda.nl)

14

De Vreedzame Wijk | KIS

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 27

2.2.

Betrokken bewoners(initiatieven) en netwerken

Er zijn en ontstaan in Utrecht veel bewonersinitiatieven en netwerken. Bijvoorbeeld oudernetwerken, buurthuizen en speeltuinen (in zelfbeheer) en (ouder)initiatieven die een bijdrage leveren aan het bevorderen van de pedagogische basis in hun buurt of wijk. Ook organiseren deze initiatieven zich in verschillende sterke stedelijke netwerken en zoeken zij het contact en de samenwerking met institutionele (jeugdhulp)partijen. We blijven deze initiatieven, netwerken en verbinders ondersteunen. Denk hierbij aan informele zorg, mantelzorg, gemeenschapskracht, meedoen, vrijwillige inzet, belangenbehartigers-organisaties, de aanpak van eenzaamheid en het versterken van taal- en digitale vaardigheden. De komende jaren realiseren we meer vrijwillige inzet. Zo willen we onderzoeken of we ook binnen de informele zorg meer stageplekken kunnen creëren. Zo leren studenten ook de kracht en waarde van informele zorg kennen uit eigen ervaring. Ook werven we onder groepen die traditioneel minder vrijwilligerswerk doen, waaronder ook jongeren en inwoners die zelf gebruik maken van hulp of ondersteuning. Ten slotte zetten we ons in om jonge mantelzorgers beter te ondersteunen. Hiervoor sluiten we aan bij de Wmo nota15.

2.3.

Fysieke en digitale ontmoetingsplekken

Voldoende uitnodigende ontmoetingsplekken zijn een belangrijke randvoorwaarde voor versterking van de pedagogische basis, zeker in een groeiende stad die steeds dichter bebouwd raakt. Het is daarom belangrijk dat we de welzijnsaccommodaties, buurtcentra16 en speeltuinen17 laten meegroeien met de stad. Wat er nodig en (financieel) mogelijk is wegen we af op basis van het investeringspakket ‘Groei in balans’18. In die afweging nemen we het belang van ontmoetingsplekken nadrukkelijk mee, voor het versterken van de gemeenschapskracht én het verlichten van de druk op jeugdhulp. Bij het opzetten van plekken voor jongeren (15-27 jaar) werken we vanuit de ‘Visie van jongeren over ontmoetingsplekken voor Jongeren’.19 Het uitgangspunt daarbij is dat de plekken in de stad inclusief en veilig zijn en dus toegankelijk voor iedereen. Jongeren krijgen ook meer inspraak in de activiteiten die daar plaatsvinden, zoals koken, sporten en muziek maken. Oók kijken we naar digitale manieren om kinderen, jongeren en ouders op een fijne en veilige manier duurzaam bij elkaar te brengen. Ook vanuit de participatiesessies die de gemeente organiseert geven inwoners aan dat de behoefte hieraan groot is. Het is een manier om online informatie te delen, aan te sluiten bij de leefwereld en in contact te staan met de inwoner.

2.4.

Jongerenwerk

Het jongerenwerk zet zich in voor de jongeren in Utrecht en ondersteunt hen in hun identiteitsontwikkeling, stimuleert tot meedoen in de maatschappij en verbindt verschillende leefwerelden van jongeren - zoals de straat, school en online. Het jongerenwerk heeft een signalerende en preventieve rol en werkt vanuit de vreedzame visie. Het jongerenwerk ondersteunt bij en organiseert groepsactiviteiten door en voor jongeren, daar waar jongeren zijn en samenkomen in de wijk. Denk aan de straat, online, op scholen, sportverenigingen en cultuur. Het jongerenwerk is op een groeiend aantal scholen aanwezig. Ook zijn er jongerenhuiskamers verspreid door de stad, waar het jongerenwerk ontmoeting 15

Beleidsnota Wmo ‘Samen leven, samen zorgen’

16

Meerjarig perspectief buurtcentra 2022-2032

17

Beleidskader beheerde speeltuinen (utrecht.nl)

18

Meerjarenbeeld Groei in Balans | Begroting 2023

19

Visie van jongeren over ontmoetingsplekken voor Jongeren - Young Connected

28

mogelijk maakt. Het jongerenwerk heeft daarnaast een belangrijk rol in de integrale aanpak van jeugdoverlast, jeugdgroepen en persoonsgerichte aanpakken van jongeren die in de criminaliteit terecht zijn gekomen. We bouwen met het jongerenwerk voort op de beweging van collectief werken. Samen met het jongerenwerk maken we keuzes wat dit betekent voor hun inzet in specifieke wijken en voor specifieke doelgroepen.

3.

Wat kan beter?

3.1.

Sterke en veerkrachtige gemeenschappen

We streven de komende jaren naar het verstevigen van de sociale samenhang in buurten en wijken zodat het er prettig wonen is, mensen elkaar weer leren kennen en het weer normaal wordt om naar elkaar om te kijken en elkaar te helpen. Het samenbrengen van mensen en het creëren van mogelijkheid tot ontmoeting is daarom een belangrijk onderdeel van alles van wat we doen, of er nu sprake is van een hulp- of ondersteuningsvraag, of (nog) niet. Dat doen we in de hele stad, maar in het kader van ongelijk investeren voor gelijke kansen doen we de grootste investeringen in die wijken waar de pedagogische basis het minst sterk is. Daar kan die investering juist bijdragen aan het vergroten van kansen voor de opgroeiende jeugd. De kracht van de buurt en de wijk We geven onze partners in de pedagogische basis de opdracht om aan te sluiten bij en te versterken wat er al is in de buurt en wijk. Zij ondersteunen bij de initiatieven die inwoners willen opzetten, of al hebben opgezet, om iets te betekenen voor anderen in hun eigen buurt. Ze stellen zich terughoudend op in het zelf opzetten van nieuwe activiteiten. Als onze partners wel zelf activiteiten opzetten, doen zij dit samen met de kinderen, jongeren en ouders die gebruik maken van het aanbod. Zij krijgen een actieve, medebepalende en medeverantwoordelijke rol. Hetzelfde geldt voor lokale initiatieven.

Pedagogische basis op school Nergens komen kinderen buitenshuis zo vaak als op school. Een van de meest logische plekken om laagdrempelige ontmoeting te organiseren (om de gemeenschapskracht te versterken) is op de school in de wijk. We sluiten daarbij aan op de ontwikkelingen vanuit de Utrechtse onderwijsagenda20. Denk hierbij aan ouderkamers, cultuureducatie en bibliotheken op school. En ook aan het verkennen van nieuwe concepten als buurten familiescholen21. Gelijkwaardig samenwerken We zetten ons in op gelijkwaardige samenwerking tussen formele en informele partijen, met respect voor ieders expertise en positie. Daarom nemen we dit op in de opdrachten van onze partners in de pedagogische basis (de sociaal makelpartij en het jongerenwerk). Voor de verdere acties hierop, zie opgave 1. Collectief werken De partijen in de pedagogische basis leveren een belangrijke bijdrage aan het ‘collectief 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5368bf43-bff9-43bc-88e6-0414a7e79d54