CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording raadsvragen Jaarstukken 2022.pdf

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Beantwoording raadsvragen en erratum Jaarstukken 202220.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vraagnummer: 50 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Economie en werkgelgenheid voor iedereen

Bladzijde (in pdf)

182

Verbijzondering

Ondersteunen circulaire bedrijven

Vraag

Het college geeft aan dat ze circulaire bedrijven hebben geholpen en begeleidt. 1. Hoe kan het college ervoor zorgen dat dit duidelijker zichtbaar wordt zodat het een inspiratiebron kan zijn voor de (nu nog) minder circulaire ondernemers?

Antwoord Het college laat op diverse manieren nu al duidelijk zien hoe (nu nog minder circulaire) ondernemers zijn te inspireren om circulair te gaan ondernemen. Zo wordt er jaarlijks in het duurzaamheidsverslag gerapporteerd over de resultaten van Utrecht Circulair. Daarin wordt ook aangegeven wat er is gedaan om circulaire bedrijven te ondersteunen en worden voorbeelden genoemd. Daarnaast maakt 'De Circulaire stad' onderdeel uit van de gemeentelijke website. Hier worden tips gegeven over circulair ondernemen voor Utrechtse ondernemers en links naar andere relevante circulaire organisaties met websites. Denk daarbij aan de Alliantie Cirkelregio Utrecht en aan het landelijk Versnellingshuis. Beide geven ook inspirerende voorbeelden van circulair ondernemen.

Vraagnummer: 51 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman, Dennis de Vries

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

145

Verbijzondering

Subsidie watervriendelijk maatschappelijk vastgoed

Vraag

Er zijn ongeveer 362 subsidieaanvragen ontvangen. Met behulp van de subsidies zijn 698 daken en twee schoolpleinen vergroend. 1. Wat zijn de lessen gedurende dit traject en kunnen we dit meenemen om een pro-actiever beleid te voeren om deze subsidie voor zoveel mogelijk mensen te laten gebruiken?

Antwoord De belangrijkste constatering is dat de regeling voor groene daken nog steeds heel populair is. Het aantal aanvragen was in 2022 veel hoger dan in 2019 en de jaren daarvoor en maar iets lager dan in 2020 en 2021. Voor de subsidie watervriendelijk maatschappelijk vastgoed die we per 1 mei 2022 hebben ingesteld, hebben we ondertussen geleerd dat het voorbereiden van projecten bij maatschappelijk vastgoed een aanzienlijke voorbereiding vraagt, waardoor deze regeling in 2022 nog nauwelijks gebruikt is.

Vraagnummer: 52 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

158

Verbijzondering

Waterkwaliteit

Vraag

Er staat dat dit jaar 60% van de maatregelen die vallen onder de impulsregeling uitgevoerd zijn. 1. Wat voor maatregelen waren dit? 2. Wat zijn hier de effecten van geweest op de waterkwaliteit? 3. Was de impuls regeling eenmalig of blijk dat deze maatregelen nogmaals periodiek uitgevoerd moeten worden? 3. Wat zijn hierover de afspraken met het HDSR?

Antwoord

1. Dit waren voornamelijk maatregelen ter vermindering van de gevolgen van extreme buien (piekbuien), langdurige droogte en hitte in het stedelijk gebied (klimaatadaptatie) en een drietal maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit en waternatuur in stedelijk gebied (gezond water). Zie voor een overzicht van de maatregelen Impuls Water in de Leefomgeving - HDSR 2. Twee van de maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit (vervangen duikers en vervangen stuw) zorgen voor een betere doorstroming en daarmee minder kans op kroos of andere waterkwaliteitsproblemen. Bij de derde maatregel, het plaatsen van Rifblokken in de Catharijnesingel, is nog onbekend wat het effect is Monitoring hiervan door het waterschap HDSR volgt in de tweede helft van 2023. 3. De impulsregeling is een jaarlijkse bijdrage van waterschap HDSR die gemeenten binnen het beheergebied jaarlijks kunnen aanvragen. Het betreft over het algemeen eenmalige bijdrages aan investeringsmaatregelen. 4. In elk geval is ook voor 2023 en 2024 de impulsregeling beschikbaar. Onze aanvraag voor 2023 is door HDSR toegekend en de aanvraag voor 2024 is in de afrondende fase.

Vraagnummer: 53 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

169

Verbijzondering

Bankjes

Vraag

Er staat dat er sinds 1 januari een indicator voor bankjes ontwikkeld is waarmee bijgehouden wordt hoeveel bankjes worden verwijderd en toegevoegd in de openbare ruimte. 1. Klopt het dat bankjes die verwijderd worden ook op een gelijkwaardige en nabijgelegen plek teruggeplaatst worden? Wat wordt er verstaan onder "gelijkwaardig" en nabijgelegen? 2. Klopt het dat het uitgangspunt is dat er altijd meer toegevoegd wordt dan verwijderd? 3. Zijn er het afgelopen jaar meer bankjes toegevoegd dan dat er verwijderd zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord Op 1 januari 2023 is een nulmeting uitgevoerd naar het aantal bankjes in het beheersysteem. Dit aantal stond op 3877. In de loop van 2023 ontwikkelen we een methode waarmee we de mutaties in het systeem kunnen bijhouden. Op dit moment is dat systeem nog in ontwikkeling, daarmee is nog niet te zeggen hoeveel bankjes er afgelopen jaar geplaatst dan wel verwijderd zijn. Het uitgangspunt is dat het aantal bankjes in de openbare ruimte minimaal gelijk blijft aan de nulmeting.

Vraagnummer: 54 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

170

Verbijzondering

Dierenwelzijn

Vraag

1. Valt onder prestatiedoelstelling 2.2.3 (Wij zorgen goed voor onze dieren in de stad) ook de realisatie van hondenuitlaat mogelijkheden (groene wandelingen, losloopgebieden, hondentoiletten)? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

We maken ruimte voor alle dieren in de stad. Voor het realiseren van toiletten en speelweides voor honden in bestaande wijken doen we wanneer bewoners hiernaar vragen. We bieden hiervoor mogelijkheden vanuit het initiatievenfonds, dit is opgenomen onder het Programma Bewoners en Bestuur, doelstelling 3. Bij nieuwe ontwikkelingen nemen we ook voorzieningen voor honden mee.

Vraagnummer: 55 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

170

Verbijzondering

Dierenwelzijn

Vraag

De gemeente heeft dierenartsen en hulpverleners die zich bezighouden met huiselijk geweld geinformeerd over hoe ze dierenmishandeling kunnen herkennen. 1. Heeft dit iets opgevelerd? 2. Zijn er meer meldingen gedaan? 3. Was dit gesprek eenmalig?

Antwoord 1. Heeft dit iets opgeleverd Dit onderwerp is meegenomen in de accountgesprekken met aanbieders. Daarbij is ook de routekaart met daarin informatie over het herkennen van dierenmishandeling van de dierenbescherming onder de aandacht gebracht bij aanbieders. De informatie is vervolgens intern verspreid. Wij beschouwen het herkennen van dierenmishandeling en hier correct naar handelen als onderdeel van kwalitatief goede zorg net als bij mensen. Dit heeft bewustzijn bij de dierenartsen en hulpverleners opgeleverd. 2. Zijn er meer meldingen gedaan? Wij hebben geen inzicht in het aantal meldingen dat er bij 114 wordt gedaan en door wie deze meldingen zijn gedaan. Hiermee hebben we ook geen inzicht in een eventuele stijging van het aantal meldingen door de partijen die werken met mensen die te maken hebben met huiselijk geweld. 3. Was dit gesprek eenmalig? Ja, dit gesprek was eenmalig.

Vraagnummer: 56 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Eelco Eerenberg, Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Bijlage 2 Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

3

Verbijzondering

RSU

Vraag

Waarom wordt ervoor gekozen om zoveel geld in de reserve "Investeringsimpuls RSU" te storten, puur omdat de lasten minder hoog zijn dan gedacht? Waarom dit geld niet naar de algemene reserve doen of besteden aan andere ruimtelijke opgaven in de stad?

Antwoord Zie ook het antwoord op vraag 86. De afwijkingen in de lasten en baten betreffen schommelingen in het kasritme van de projecten uit de investeringsimpuls RSU, die jaarlijks worden verrekend met de bestemmingsreserve. De geheime bijlage bij het MPR ‘Programmering ruimtelijke ontwikkelingsprojecten 2023’ geeft een actueel beeld van alle projecten en van de begrote kosten. De storting voor ‘betaalbaar wonen’ is gebaseerd op motie 2017/191. De geheime bijlage bij het MPR 2023 ‘Overzicht voorstellen betaalbaar wonen (opbrengsten conversieregeling Erfpacht 2017)’ geeft de geïnventariseerde projecten weer als richtinggevend kader voor het nog te bestemmen bedrag uit de reserve.

Vraagnummer: 57 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg, Rachel Streefland

Hoofdstuk

Bijlage 2 Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

4

Verbijzondering

Dwangsommen

Vraag

Waarop is de verwachting gebaseerd nog eens 300.000 euro nodig te hebben voor dossier Oude Gracht? Hoe verhoudt dit zich tot eerder nieuws over bezwaarprocedures waar de gemeente geen grip op had en daardoor ook extra boetes moest betalen?

Antwoord Er is geen sprake van € 300.000 extra aan kosten. Het betreft alleen een administratieve overheveling van 2022 naar 2023. De verwachting is dus dat het oorspronkelijk geraamde bedrag voldoende is.

Vraagnummer: 58 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk, Eva Oosters

Hoofdstuk

Bijlage 2 Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

4

Verbijzondering

Duurzaamheid

Vraag

Hoe verklaart het college dat zij veel budget van het Rijk nog niet heeft weten te besteden aan klimaat? Ligt dit alleen aan capaciteitstekort? En gaat het geld straks alleen naar extra personeel, of ook andere investeringen? Is dit alleen gerelateerd aan energietransitie, of ook bijvoorbeeld de beweging naar een circulaire economie?

Antwoord De middelen van het Rijk voor de uitvoering van het Klimaatakkoord zijn halverwege het jaar beschikbaar gekomen en in de begroting opgenomen in de jaren 2022 en 2023. Van de 1,2 miljoen euro voor 2022 is circa 0,8 miljoen euro besteed. De lagere besteding komt voornamelijk door een langere doorlooptijd voor aantrekken van personeel in de huidige arbeidsmarkt. De middelen worden grotendeels ingezet voor personele capaciteit, het inhuren van externe expertise of onderzoek. Daarnaast wordt een deel hiervan besteed aan inzet op laadinfrastructuur en Duurzame Mobiliteit.

Vraagnummer: 59 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Bijlage 2 Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

5

Verbijzondering

Bereikbaarheid

Vraag

Hoe kan het zo zijn dat we lasten niet hadden begroot, maar nu toch vallen en dat een onttrekking van 2,173 miljoen euro nodig is? Is dit een technische fout of iets anders? En wat zijn de gevolgen van deze tegenvaller voor het programma Bereikbaarheid?

Antwoord Op basis van de nota WAAVA zijn een deel van de projectkosten niet activeringswaardig. Dit betreffen de kosten gemaakt in de initiatieffase en de definitiefase. Deze kosten worden direct ten laste van het resultaat van het betreffende boekjaar gebracht. Dit betekent dat over die lasten niet kan worden afgeschreven. Afgelopen jaren is dit niet gebeurd en daarom is dit nu gerepareerd. Voor het programma bereikbaarheid betekent het alleen een verschuiving van de lasten van de toekomst naar 2022. Het betekent ook dat we in de toekomst geen afschrijvings- en rentelasten hebben die ten laste van deze reserve gaan. Per saldo hebben we uiteindelijk lagere lasten omdat we over dit bedrag geen rente hoeven te betalen (hoeven deze kosten niet meer te financieren omdat we ze nu meteen dekken).

Vraagnummer: 60 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Bijlage 2 Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

11

Verbijzondering

Algemene middelen en corona

Vraag

Het college stelt dat er nu opeens een meevaller is van 2,820 miljoen euro vanwege minder gemaakte onvermijdelijke kosten door corona. Bij de Programmabegroting is een fel debat gevoerd in de raad over een veel kleinere meevaller waar de wethouder toen mee kwam, waarbij de consensus ontstond om dit mee te nemen naar de VJN. Hoe verhouden deze twee zich met elkaar, en wat stelt het college nou precies voor om met dit geld te doen?

Antwoord In reactie op de uitbraak van het coronavirus, zijn er in het voorjaar van 2020 twee soorten kosten onderscheiden: onvermijdelijke kosten (uitgaven en inkomstenderving als gevolg van de lockdowns en anderhalvemeterfase) en maatregelen om de stad zo goed mogelijk door de crisis te helpen. De onvermijdelijke kosten zijn in de jaren 2020, 2021 en 2022 ten laste van de algemene dekkingsreserve gebracht, voor de maatregelen is in 2020 een bestemmingsreserve ingesteld. De Jaarrekening 2022 laat zien dat de onvermijdelijke kosten in 2022 2,820 miljoen euro lager waren dan het bedrag dat voor de onvermijdelijke kosten in de actuele begroting 2022 was verwerkt. Bij de resultaatbestemming stellen wij voor dit bedrag vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen. Dit bedrag maakt daarmee deel uit van het te bestemmen resultaat 2022, dat is verwerkt in de Voorjaarsnota 2023 (blz. 36). Tijdens het debat over de Programmabegroting 2023 van 10 november 2022 hebben wij toegezegd bij de Voorjaarsnota een bedrag van 400.000 euro beschikbaar te stellen ter dekking van wensen van de gemeenteraad, uit de (op dat moment) verwachte vrijval van de bestemmingsreserve maatregelen corona. In de Tweede bestuursrapportage 2022 was te lezen dat deze vrijval zich waarschijnlijk zou voordoen en dat deze middelen zoals gebruikelijk zouden worden bestemd bij de eerstkomende voorjaarsnota.

Deze vrijval uit de bestemmingsreserve maatregelen corona hebben wij verwerkt in de Voorjaarsnota 2023, op blz. 41. In overeenstemming met de wens van de raad is het voorstel dat daaruit het bedrag van 362.000 euro gedekt, dat is overgemaakt aan giro 555, zoals toegezegd op de mondelinge vraag MV3 “slachtofferhulp naar aanleiding van aardbeving Turkije en Syrië, op 8 februari 2023.

Vraagnummer: 61 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Samenvatting

Bladzijde (in pdf)

15

Verbijzondering

Grondexploitaties

Vraag

Er is veel meer geld onttrokken uit reserves dan bedacht, en het college geeft aan dat dit met name komt door grondexploitaties. Hoe zit dit? Klopten de prognoses niet? Vielen opbrengsten tegen, en zo ja, hoe kwam dat? Kwam dit puur door vertraging van geplande uitgiften (zie ook toelichting op pagina 17) of is er meer aan de hand?

Antwoord De hogere onttrekking aan de reserve grondexploitaties betreft de vrijval van de robuuste posten in de grondexploitatie Leidsche Rijn (zie pagina 71). In de technische bijeenkomst grondexploitaties op 8 juni wordt uitleg gegeven over de verwerking van deze posten.

Vraagnummer: 62 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg, Lot van Hooijdonk, Eva Oosters

Hoofdstuk

Samenvatting per programma

Bladzijde (in pdf)

20

Verbijzondering

Binnenstad

Vraag

Het college stelt: "In de Binnenstad werken we toe naar een vergroot centrum dat beter toegankelijk is in 2040." Waar doelt het college op? De Binnenstad is niet toegankelijker geworden voor de auto en fietser (voetgangersgebied), en ook de mate van toegankelijkheid voor mensen met een beperking (zoals slechtzienden) laat nog te wensen over (denk aan hinderlijk geparkeerde fietsen, afval, weinige geleidelijnen, etc)

Antwoord Hiermee bedoelen we enerzijds dat we aan een vergroot centrum werken door de ontwikkelingen in het Stationsgebied, Beurskwartier, Lombokplein en Jaarbeurs. Samen met de historische binnenstad leidt dit tot een vergroot centrum. In de door uw raad vastgestelde Omgevingsvisie Binnenstad 2040 staan de voetganger en fietser centraal. De uitbreiding van het voetgangersgebied en recente herinrichtingen zoals de Tolsteegbarrière en -brug zijn hier voorbeelden van. Daarbij is de binnenstad niet alleen toegankelijker geworden voor voetgangers maar ook voor fietsers. Fietsers mogen in de rustige perioden bijvoorbeeld langer in het hele voetgangersgebied fietsen, namelijk tot 12:00, eerder was dit tot 10:00. Ook de nieuwe stallingsmogelijkheden en het realiseren van fietsstraten binnen en buiten de binnenstad dragen bij aan een betere toegankelijkheid voor fietsers.

Vraagnummer: 63 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Bewoners en bestuur

Bladzijde (in pdf)

40 en 41

Verbijzondering

Betrokkenheid inwoners bij buurt, wijk, stad

Vraag

We zien dat de prestatieindicator door de jaren heen gelijk blijft. Ook staat vermeld dat netwerken kleiner zijn geworden omdat vrijwilligers zijn vertrokken ivm corona. Het initiatievenfonds is daarentegen meer gevonden dan rekening mee gehouden. Welke conclusie trekt het college, hoe tevreden kunnen we zijn over 2022 op dit onderwerp? Is er dan niet veel meer nodig op dit vlak de komende tijd, om het weer aan te trekken?

Antwoord U geeft aan dat de indicator gelijk blijft door de jaren heen. We hebben echter voor 2022 geen realisatiecijfers omdat de inwonersenquête een keer per twee jaar wordt afgenomen. Dit schrijven wij ook in de jaarstukken. We kunnen dus over 2022 niet oordelen of het gelijk is gebleven en er daardoor ook geen conclusie aan verbinden. Bij de herijking van Samen stad maken zullen wij aangeven hoe wij de betrokkenheid van bewoners bij hun buurt, wijk en stad willen versterken en meer helderheid geven over hun invloed en zeggenschap. Hierover stuurden wij u op 22 maart 2023 de brief de brief Focus en koers herijking Samen stad maken. Het Initiatievenfonds is een van de middelen om deze betrokkenheid te stimuleren. In 2022 kregen 967 initiatieven een subsidie uit het Initiatievenfonds en is 97% van het budget toegekend. Het wordt dus veel gebruikt. Bij de herijking van het Initiatievenfonds kijken we naar de effectiviteit en de doelen van het Initiatievenfonds. Deze herijking ontvangt u voor de programmabegroting 2024, zoals toegezegd in de raadsvergadering van 10 november 2022. Meer informatie over het Initiatievenfonds kunt u lezen in de raadsbrief Initiatievenfonds voorjaar 2023 die u op 31 mei 2023 kreeg.

Vraagnummer: 64 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Linda Voortman

Hoofdstuk

Ruimtelijke Ontwikkeling

Bladzijde (in pdf)

87

Verbijzondering

Ouderen

Vraag

Er wordt beschreven dat er een Actieplan "Een (t)huis voor ouderen" is opgesteld. Dit is bekrachtigd met een intentieovereenkomst in maart 2022, maar welke investeringen heeft het college sindsdien concreet gedaan, of welke middelen zijn gereserveerd?

Antwoord

Er is geïnvesteerd in de samenwerking met de partners in de stad (o.a. zorg- en marktpartijen, woningcorporaties, belangenorganisaties). Dit is verankerd in een Kopgroep bestaande uit vertegenwoordigers van partijen die de intentieovereenkomst hebben getekend. De Kopgroep werkt aan het realiseren van de doelen van het actieplan. Afgelopen jaar is er verder gewerkt aan concrete acties uit het actieplan. Zo is o.a. de pilot buurtvoorrang 65+ uitgevoerd en geëvalueerd, de pilot Lunetten geconcretiseerd, hebben partijen leerlessen gedeeld tijdens de excursie woonconcepten in Utrecht en is gewerkt aan doorstroming, marketing en communicatie richting de doelgroep. Er zijn daarnaast middelen geïnvesteerd (€40.000) voor de voorzetting van de verhuisadviseur senioren. Dit is gedekt uit de structurele middelen binnen het programma Wonen.

Vraagnummer: 65 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Hoofdstuk

Ruimtelijke Ontwikkeling

Bladzijde (in pdf)

87

Verbijzondering

Doorstroming

Vraag

Er wordt teruggeblikt op meerdere pilots. Bij de technische sessie over de Voorjaars-nota werd door de wethouder vermeldt dat er in het kader van bezuinigingen gestopt wordt met pilots. Wat betekent dat voor dit onderwerp, ook qua financiële dekking? Is in de Jaarstukken ook gekeken naar financiële borging van structurele middelen straks?

Antwoord Het gaat om doorstroming bevorderen met diverse doelen: pilot buurtvoorrang 65+ in nieuwbouw met Woonin (twee locaties), pilot/experiment van twee jaar met toekennen extra inschrijfjaren voor selecte groep kwetsbare bewoners van Place2BU; en de doorstroomregel: middeninkomens krijgen voorrang naar middenhuurwoningen en daarbinnen voorrang als zij sociale huurwoning achterlaten. Al deze activiteiten zijn verbonden aan het experimenteerartikel uit de Huisvestingsverordening en gericht op eerlijke woonruimteverdeling, waarover de raad per 1 juli bevoegd is om te beslissen. Een mogelijke generieke uitspraak over het opstarten, dan wel stoppen met pilots wordt per beleidsveld afgewogen. In het geval van woonruimteverdeling is de kans reëel dat er nieuwe pilots zullen opstarten. Het bevorderen van doorstroming op de huidige krappe woningmarkt valt namelijk onder trede 3 genoemd in de raadsbrief Aanpak realisatie van huisvestingsmogelijkheden in het sociaal segment (14-04-2023). Het vinden van aanknopingspunten voor verbeteren doorstroming in de vorm van pilots - samen met partners - is daarmee opnieuw onder de aandacht gekomen. Indien er investeringen nodig zijn voor pilots op volkshuisvestelijk gebied, dan zal dat via bestaande dekking gefinancierd worden. Het betreffen op dit moment alleen incidentele middelen en geen structurele middelen.

Vraagnummer: 66 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf)

100

Verbijzondering

Energiebesparing

Vraag

Er zijn veel energieboxen uitgedeeld en via collectieve inkoopacties veel maatregelen 'aangevraagd', maar kan het college ook een inschatting maken van de mate waarin energiebesparing is gerealiseerd in 2022 in de gebouwde omgeving (met name woningen)? En in hoeverre acties vanuit de gemeente daar ook aan hebben bijgedragen, en welke acties daarin effectief waren? En in hoeverre dit autonoom gebeurde door o.a. stijgende energiekosten?

Antwoord De bereikte besparing door de energieboxen is ongeveer €1.280.000 per jaar / 3.000.000 kg CO2 per jaar. Deze kwam voor 65% terecht bij sociale huurders, 30% bij particuliere huurders en 5% bij overige woonvormen. De bereikte besparing als gevolg van de inkoopacties is niet bekend, we monitoren alleen op genomen maatregelen. Wij hebben met campagnes, via briefings, door inzet netwerk en huis-aan-huis de energiebox onder de aandacht gebracht. Daardoor was er een enorme stijging in de vraag naar energieboxen. Uiteraard werd die vraag gevoed door de hoge energieprijzen. Dus de besparingen waren een samenspel tussen gevoelde urgentie bij bewoners en op gerichte wijze de energiebox onder de aandacht brengen. Ook hebben we d.m.v. campagnes de inkoopactie onder de aandacht gebracht en gericht brieven gestuurd naar koopwoningen met een hoog besparingspotentieel. De besparing was ook hierbij een samenspel van gevoelde urgentie en gerichte communicatie/actie Deze cijfers zijn opgesplitst in ‘geadviseerde’ besparing en ‘bereikte’ besparing. Totale geadviseerde besparing: €2.490.000 per jaar. Totale bereikte besparing: €1.280.000 per jaar / 3.000.000 kg CO2 per jaar. Deze kwam voor 65% terecht bij sociale huurders, 30% bij particuliere huurders en 5% bij overige woonvormen.

Wij hebben met campagnes, via briefings, door inzet netwerk en huis-aan-huis de energiebox onder de aandacht gebracht. Daardoor was er een enorme stijging in de vraag naar energieboxen. Uiteraard werd die vraag gevoed door de hoge energieprijzen. Dus de besparingen waren een samenspel tussen gevoelde urgentie bij bewoners en op gerichte wijze de energiebox onder de aandacht brengen.

Vraagnummer: 67 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf)

107

Verbijzondering

Circulair

Vraag

De beschreven alinea benoemt vooral de nieuwe visie die eraan komt, maar welke resultaten zijn nu bereikt in 2022 op dit thema? Er worden verderop wat projecten benoemd, o.a. Utrechtse Bazaar en Cultuurcluster Berlijnplein. Hoe passen deze eerste ervaringen in het bredere kader van de eerdere basecamps die in het beleid staan beschreven? Wat waren de kosten van deze inspanningen en was dit toereikend gezien onze beleidsdoelen? En tot slot: we hebben in 2022 ook het jaarlijkse Circulaire Compliment gemist.

Antwoord

In het jaarplan zijn een aantal resultaten genoemd op het Utrecht Circulair in 2022, zonder daarmee compleet te willen zijn. Op alle vijf prioriteiten zijn allerlei resultaten geboekt. Aanvullend op de voorbeelden in het jaarplan zijn, op basis van het totaal en/of de prioriteiten, nog de volgende resultaten te noemen. Ook dit weer zonder compleet te willen zijn: • Circulaire bedrijvigheid: Circulaire gebiedsontwikkeling Strijkviertel is qua planvorming en uitgifte van grond verder voorbereid, zowel gericht op de vestiging van arbeidsintensieve circulaire bedrijven, de circulair bouw van gebouwen en circulaire inrichting van de openbare ruimte. Er zijn circa 25 circulaire bedrijven begeleid met hun vragen. Te denken valt aan circulaire bedrijven als LOOS, De Clique, Fungi Factory; • Investeringsklimaat en circulaire inkoop: Vanuit investeringsfondsen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) is geïnvesteerd in innovatieve concepten op het gebied van circulariteit. Bijvoorbeeld Wastewatchers, een bedrijf tegen voedselverspilling. Daarnaast startte de ROM het programma ‘Digitalisering van de circulaire bouweconomie’. Met het door de gemeente gesubsidieerde initiatief Innofest zijn circulaire concepten, zoals van de innovatieve ontwerpbureaus WeLLdesign en Beton-Lab getest in evenementen en festivalomgeving.

• Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen: Een flat van woningbouwvereniging BOEX aan de Ivoordreef is circulair gedemonteerd, onder andere zo’n 500 betonnen gevelelementen. Die zullen weer als gevelelementen worden hergebruikt in de nieuwbouw van woningen op diezelfde locatie. • Van afval naar grondstoffen: In 2022 was gemiddeld de totale hoeveelheid afval per inwoner 375 kg. Dat is 38 kg minder dan in 2021. Na nascheiding van plastic, blik, pak en grof huishoudelijk afval is de hoeveelheid restafval in 2022 21 kg per inwoner lager dan in 2021 (203 kg/jaar i.p.v. 224 kg/jaar per inwoner). • Opleiden tot circulair en kennisagenda: De gemeente is een samenwerking begonnen met Talenthub. Bij Talenthub ontwikkelen mensen zich via een leerstages. Ze voegen waarde toe aan rest- en afvalstromen in de bouw in circulaire producten.

Op alle prioriteiten zijn evaluaties uitgevoerd om vooral te leveren van het experimenten in de eerste fase naar ‘het basiscamp’ eind 2023. Daarbij zijn op hoofdlijnen de volgende zaken te constateren ten aanzien van: • Utrecht Circulair: Afgelopen jaren is circulair vooral geëxperimenteerd met pilot- en demonstratieprojecten. Om de ontwikkeling naar een circulaire stad in de volgende fase (naar ‘het tussenkamp in 2030’) te versnellen en op te schalen is het nodig zaken structureel te verankeren beleid en (plan)processen binnen in de gemeentelijke organisatie. • Circulaire bedrijvigheid: Er is geconstateerd dat er voor circulaire bedrijven ruimte nodig is in stad en regio. Zowel fysiek als milieutechnisch. Er wordt gewerkt aan ‘De Groene Loper’. Daarbij worden de praktijkervaringen bij de begeleiding van circulaire bedrijven vertaald in structurele belemmeringen, vragen en daarbij benodigde systeemveranderingen en oplossingen; • Investeringsklimaat en circulaire inkoop: Evaluatie op het gebied van Utrecht Circulair was onderdeel van de evaluatie Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Daarbij zijn negen aanbevelingen uit naar voren gekomen. De O van opdrachtgever betreft één van de aanbevelingen.

Die is toegevoegd, omdat bleek dat inkoop alleen gericht op de verantwoordelijkheid van de afdeling inkoop in de gemeentelijke organisatie te weinig verantwoordelijkheid gaf voor het onderwerp bij de opdrachtgevers. Bovendien werden daarmee veel kansen gemist in het voortraject van de inkoop. Een andere aanbeveling richt zicht op het inzetten van effectmonitoring in plaats van percentage uitvraag, zoals nu het geval is met circulair inkopen. De negen aanbevelingen vormen de basis voor het nieuw op te stellen ‘Uitvoeringsplan MVOI’; • Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen: Vanuit de twintig gebiedsontwikkelingen en projecten is geleerd dat het enorm uitmaakt welk type project een ontwikkeling is; de rolverdeling tussen gemeente en private partijen is doorslaggevend in de mate van succes. Zo staat de gemeente relatief snel met lege handen bij private initiatieven; we mogen hen formeel geen strenge ambities opleggen die verdergaan dan het bouwbesluit. Tegelijkertijd kunnen we bij gronduitgifte ambitieuze partijen belonen door via een selectieleidraad circulariteit punten toe te kennen. Bij het tenderen in de gebiedsontwikkelingen in Leidsche Rijn (met name in Leeuwensteijn en Leidsche Rijn Centrum) en Stationsgebied is afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met de circulaire uitvraag.

Bij die gebiedsontwikkelingen zijn met mooie praktijkvoorbeelden te zien onder andere gericht op biobased bouwen (o.a. houtbouw). • Van afval naar grondstoffen: Afgelopen jaren heeft het accent bij deze prioriteit nog veel gelegen bij effectieve en efficiënte scheiding van huishoudelijk afval. Voor de ontwikkeling naar een circulaire stad zal er meer aandacht nodig zijn voor preventie zowel bij de inwoners, bedrijven en andere organisaties.. • Opleiden tot circulair en kennisagenda: Via Circohub Midden Nederland zijn bedrijven begeleid middels trainingsprogramma’s. In 2022 is er inderdaad geen circulair compliment uitgereikt. Er wordt bekeken in welke vorm er weer in 2024 een circulair compliment kan worden uitgereikt. De kosten voor het organiseren van Utrecht Circulair met daarbij de transitie naar een circulaire stad bedragen in 2022 circa 1 miljoen euro.

Vraagnummer: 68 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf)

108

Verbijzondering

Geluid

Vraag

De voorbereidingsprocessen voor geluidsisolerende maatregelen duren langer dan ingeschat. Ook is pas een deel goedgekeurd. Hoe is de subsidie van het Rijk terug te vinden in de cijfers van de Jaarstukken? En hoe prognotiseren we de investeringen?

Antwoord We hebben vanuit het Rijk een aantal voorbereidingssubsidies ontvangen om - in deelprojecten - voor in totaal circa 5.000 woningen een uitvoeringssubsidie aan te vragen. Het gaat in totaal om een bedrag van 3,2 miljoen euro aan voorbereidingssubsidie, waarvan tot nu toe € 115.000 is besteed. Deze bestedingen worden in de Jaarstukken verantwoord in het programma Duurzaamheid, doelstelling 2.1. 2.1 ‘Utrecht is een stad met een gezonde, stille en veilige leefomgeving’ (p. 111). De uiteindelijke hoogte van de uitvoeringssubsidie is mede afhankelijk van de hoogte van de genormeerde subsidiebedragen én het aantal woningen dat daadwerkelijk in aanmerking komt en mee wil doen. De fase van het aanvragen van de uitvoeringssubsidie voor de eerste deelprojecten neemt meer tijd dan verwacht, doordat de beoordeling van aanvragen door het landelijke Bureau Sanering Verkeerslawaai een lange doorlooptijd heeft. Pas als uitvoeringssubsidie per deelproject wordt toegekend door het Rijk, kunnen we per deelproject een planning en prognose maken van de investeringen voor een bepaalde periode.

Vraagnummer: 69 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Bereikbaarheid

Bladzijde (in pdf)

132-133

Verbijzondering

Fietsparkeren

Vraag

Er wordt aangegeven dat er vooral veel onderzoek is gedaan naar stallingen, o.a. bij de Neude, maar ook dat er bijv. 1 i.p.v. 3 buurtstalling is gerealiseerd. Kan er een overzicht worden gegeven van aantal fietsparkeerplekken dat het college per gebied/buurt wilde realiseren, en wat daarvan is bereikt? En in hoeverre geld is gegaan naar onderzoek t.o.v. daadwerkelijke stallingen? En waarom worden hogere lasten als gevolg van overlast onder het Bollendak (inclusief verkeersmaatregelen, toezicht en schoonmaak) hierbij betrokken?

Antwoord We realiseerden op 77 locaties in de stad een nieuw fietsenrek via het fietsparkeerloket. Een uitwerking van de opgave per gebied/buurt naar jaarsnedes met aantallen te realiseren fietsparkeerplekken is er nu (nog) niet. Voor de aanpak van fietsparkeren in de vooroorlogse buurten is een aanpak in ontwikkeling. Ook voor de binnenstad werken we aan een aanpak fietsparkeren en voegen we waar mogelijk fietsparkeerplaatsen toe. Dit doen we bijvoorbeeld op de Neude en op de Mariaplaats (realisatie 2023), maar ook met het opheffen van autoparkeerplaatsen op de Oudegracht en Janskerkhof en verder door het toevoegen van rekken op andere nog vrije plekken in de openbare ruimte. Over het totaal aantal fietsparkeerplekken in de binnenstad rapporteren we via de Utrecht monitor. Bij het onderzoek naar nieuwe buurtstallingen is geld besteed aan personele inzet en aan de realisatie van 1 stalling in plaats van drie nieuwe buurtstallingen. Voor buurtstallingen geldt dat het in de gemeente Utrecht lastig is om überhaupt geschikte panden te vinden en vervolgens moet uit onderzoek blijken of het ruimtelijk en financieel mogelijk is om een buurtstalling te realiseren. Daarnaast is actieve acquisitie noodzakelijk om als eerste de keuze te krijgen.

Deze onderzoeken en acquisitie moeten in 2023 en 2024 leiden tot projecten om nieuwe (buurt)stallingen te realiseren De Jaarstukken gaan ook over de lasten voor de exploitatie van fietsenstallingen. De overlast onder het bollendak heeft gezorgd voor hogere kosten, onder andere door extra schoonmaak en toezicht in het stationsgebied als geheel, maar ook in de fietsenstallingen. Deze hogere kosten komen, volgens de beheerafspraken die gelden voor de stationsstallingen, voor rekening van de gemeente Utrecht, ProRail en NS.

Vraagnummer: 70 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Bereikbaarheid

Bladzijde (in pdf)

140

Verbijzondering

Verkeersveiligheid

Vraag

De inwonersenquête is niet uitgevoerd in 2022. We ontvangen veel signalen van inwoners dat zij de verkeersveiligheid niet op orde vinden, ook op plekken die bij de gemeente slecht in het vizier zijn. Hoe reflecteert het college op 2022 en kunnen we hier anders op gaan monitoren (en bijsturen)?

Antwoord Tot 2019 hielden we een jaarlijkse peiling onder inwoners van Utrecht. In het kader van ‘’Begroten in Balans’ besloten we in 2019 om de wijkenquête te schrappen en een tweejaarlijkse peiling onder bewoners te doen op subwijkniveau. Bij de meeste indicatoren in de inwonersenquête leert de ervaring dat de beantwoording niet aan grote fluctuaties onderhevig is. Daarnaast biedt de enquête op subwijkniveau meer relevante informatie dan de enquête op wijkniveau. Dit jaar vragen we bewoners weer naar de tevredenheid over de verkeersveiligheid. De tevredenheid over de verkeersveiligheid is tussen 2019 en 2021 toegenomen, waarbij eind 2021 in totaal 63% van de ondervraagden (zeer) tevreden was over de verkeersveiligheid. Daarnaast is het aantal geregistreerde slachtoffers en ongevallen in de gemeente vanaf 2014 tegen de landelijke trend in gedaald. De cijfers over 2022 laten voor een eerst stijging in het aantal ongevallen zien, wij komen daarom later dit jaar terug op de ontwikkeling van de verkeersveiligheid en de achterliggende oorzaken. Verkeersonveilige locaties komen in beeld door ongevallen, meldingen of onderzoeken. Door het jaar heen komen er veel meldingen binnen over verkeersonveilige situaties. We beoordelen elke melding die we binnenkrijgen. Afhankelijk van het eerste oordeel starten we een nadere analyse op en kijken of verbetermaatregelen nodig en mogelijk zijn.

De laatste jaren zien we dat ongevallen steeds meer verspreid over de stad plaatsvinden. We gaan daarom onderzoeken of we risicolocaties nog beter preventief in beeld kunnen brengen. We weten bijvoorbeeld dat de meeste dodelijk ongevallen plaatsvinden op 50 km per uur wegen bij oversteken voor voetgangers en fietsers. Daarom gaan we risicovolle oversteken voor fietsers en voetgangers op 50 km per uur in beeld brengen en onderzoeken welke verbeteringen mogelijk zijn.

Vraagnummer: 71 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

154-156

Verbijzondering

Water

Vraag

Op alle nieuwe indicatoren van de Visie Water en Riolering haalt het college geen enkele doelstelling. In de toelichting staan redenen vermeld als meer voorbereidingstijd die nodig was voor een integrale aanpak. Tegelijkertijd zijn er wel veel goede dingen gebeurd of in gang gezet. Ziet het college dat doelen bijgesteld moeten worden of hergeformuleerd moeten worden? Eerder hebben wij al aandacht gevraagd over het apart bijhouden van meldingen van inwoners rondom klimaatdaptatie. Dit lijkt ons van andere aard dan het aantal meters riool vervangen, wat vertraging kan oplopen door personeelstekorten. Herkent het college dit?

Antwoord We delen uw conclusie dat de kwantitatieve doelstellingen in 2022 niet helemaal gehaald zijn. We streven naar een gezond, robuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem in Utrecht. De effectindicatoren sluiten hierbij aan. We zien daarom geen aanleiding de doelstellingen te herformuleren. Hieronder vallen ook de meldingen over wateroverlast en problemen met de waterkwaliteit, waarmee we invulling geven aan uw wens om meldingen over klimaatadaptatie te registreren. Eind dit jaar komen de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI beschikbaar. Op basis daarvan voeren we in 2024 en 2025 nieuwe klimaatstresstesten uit. Zo nodig zullen we de Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering daarop actualiseren, waarbij we ook zullen kijken of de doelstellingen bijgesteld moeten worden.

Vraagnummer: 72 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

163

Verbijzondering

Schoon

Vraag

We lezen dat er lagere baten zijn omdat het programma vanuit de zwerfafval- vergoeding niet is uitgevoerd (niet opgestart of gecontinueerd) omdat de voortzetting ervan niet gegarandeerd kon worden. Wij hebben hier als CDA Utrecht eerder voor gewaarschuwd om een goede overbrugging te regelen en vinden het jammer dat dit toch zo gelopen is. Kan het college ons een helder overzicht geven hoe het in 2022 is aangepakt met deze projecten? En wat er nu van is overgebleven in 2023? Het viel ons op dat deze Koningsnacht- en dag er veel meer afval langer bleef liggen op straat dan voorgaande jaren. Is hier een verklaring voor vanuit het college?

Antwoord Er zijn lagere baten omdat een deel van het programma Schoon in 2022 niet is uitgevoerd; doordat we minder kosten hebben gemaakt, hebben we ook een kleinere bijdrage uit de zwerfafvalvergoeding ontvangen. In 2022 zijn de meeste projecten doorgezet, waaronder het educatieprogramma, communicatie, aanpak hotspot – bijplaatsingen Voor 2022 was globaal een budget beschikbaar van €400.000, hiervan is ruim €230.000 besteed. Een klein aantal programma's die in 2022 voor het eerst opgestart zouden worden, of uitdrukkelijke lange termijn-projecten, zijn door onduidelijkheid over de afvalvergoeding in 2023 niet uitgevoerd. Dit zijn: nieuwe snoep- en snackroutes (de bestaande routes zijn in het reguliere werkproces opgenomen) en de peukenaanpak. In de Raadsbrief Diverse toezeggingen openbare ruimte van oktober 2022 beschrijven wij de schoon projecten in het overbruggingsjaar 2023, en welke projecten niet zijn gecontinueerd. Ook hier hebben we ervoor gezorgd dat de belangrijkste projecten doorgezet kunnen worden. Het opruimen van het afval van Koningsnacht en Koningsdag heeft geen relatie met de middelen die verkregen werden vanuit de zwerfafvalvergoeding. Dit zijn reguliere reinigingswerkzaamheden, en reguliere werkzaamheden worden niet gefinancierd vanuit de zwerfafvalvergoeding.

Direct na Koningsdag is er op grote schaal menskracht en materieel ingezet om de stad schoon te maken. De inzet is hetzelfde georganiseerd als voorgaande jaren. Ook nu hebben we de nacht na Koningsnacht de doorgaande routes en pleinen schoon gemaakt en hebben we de dagen erna verder gereinigd. Van diverse kanten zijn er complimenten ontvangen dat de stad er weer snel spic en span uitzag.

Vraagnummer: 73 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

164

Verbijzondering

Gladheid

Vraag

Er is 245.000 euro bespaard dankzij de milde winter in 2022. Als CDA Utrecht hadden we eerder voorgesteld om een soort klimaat- of seizoensfonds in te stellen zodat dit geld besteed kan worden aan zaken als hitte of droogte. Is dit een technisch uitvoerbaar idee voor de gemeentelijke organisatie?

Antwoord We zien in de afgelopen periode de kosten voor watergeven stijgen als gevolg van hitte en droogte. Aan de andere kant zien we, vanwege zachtere winters, dat de kosten voor gladheidbestrijding dalen. We stellen daarom in de Voorjaarsnota 2023 voor om de extra kosten die we verwachten voor het watergeven op te vangen met de middelen die we hebben voor de gladheidsbestijging. Het voorstel in de Voorjaarsnota is om de begrotingspost groenonderhoud structureel te verhogen met 0,17 mln. om de extra kosten van watergeven te dekken en de begrotingspost gladheidsbestrijding met 0,17 mln. te verlagen.

Vraagnummer: 74 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Openbare ruimte en groen

Bladzijde (in pdf)

174-175

Verbijzondering

Afval

Vraag

Er wordt gesproken over de Binnenstad. Welk effect hebben die nieuwe regels voor het bedrijfsafval tot nu toe? En welke kosten zijn daarmee gemoeid vanuit de gemeente? En hoe zit het met aanpassingen in inzameling van huishoudelijk afval in de binnenstad, iets waar we vanuit de PvdD en CDA Utrecht vaker om hebben gevraagd? Is daarover wellicht al meer te melden dan 'kijken naar mogelijkheden' en 'onderzoek naar'?

Antwoord Op 25 mei j.l. hebben we u via een raadsbrief geïnformeerd over de evaluatie van de nieuwe aanbiedregels bedrijfsafval: Raadsbrief Voortgang Aanpak Hotspots - Bijplaatsingen, evaluatie regels bedrijfsafval en Pilot doneerringen Utrecht - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)De nieuwe regels zijn door de meeste ondernemers positief ontvangen. Men voelt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het schoonhouden van de openbare ruimte, waar bewoners, ondernemers en bezoekers profijt van hebben. Sinds 1 augustus 2022 zetten we handhaving in om te controleren op aanbiedtijden en adreslabels op de containers. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten: • 267 containers zonder adresstickers gelabeld; • 47 containers verwijderd; • 97 ondernemers gewaarschuwd voor het aanbieden van bedrijfsafvalcontainers buiten de aanbiedtijden; • 45 ondernemers zijn aangeschreven over het opleggen van een last onder dwangsom; • 0 dwangsommen verbeurd. Een risico is dat ondernemers overstappen op het aanbieden van losse vuilniszakken in plaats van containers. Hier hebben we minder grip op. We gaan actief in gesprek met ondernemers op locaties waar dit voor overlast zorgt. In de toekomst streven we ernaar om het aanbieden van losse vuilniszakken uit te faseren. Er zijn geen significante kosten gemaakt bij het invoeren van de nieuwe aanbiedregels en de handhaving daarop.

De investering betreft met name interne uren en kosten die we maken voor communicatie en afstemming met stakeholders. De staande overlegstructuur en de reguliere budgetten voorzien hierin. De inzet van handhaving betreft een verschuiving van uren. Meldingen over bijgeplaatst afval gaan direct naar de medewerkers die zich bezighouden met het schoonmaken van de stad, waardoor uren bij handhaving vrijkomen effectiever kunnen worden benut en o.a. worden ingezet op de handhaving van verkeerd aangeboden bedrijfsafval in de binnenstad. In de Grondstoffennota 2020 staat de focus van ons afval- en grondstoffenbeleid: het afronden van de uitrol van Het Nieuwe Inzamelen (HNI), de overstap op nascheiding, en de ontwikkeling van een GFE inzamelsysteem. Daarna gaat de aandacht uit naar de afvalinzameling in de binnenstad. In 2022 zijn we overgestapt op nascheiding, na de zomer 2023 is HNI in alle wijken ingevoerd en het GFE inzamelsysteem wordt samen met de gemeente Rotterdam ontwikkeld. Inmiddels hebben we een intern uitvoeringsprogramma opgesteld voor een integrale gebiedsaanpak voor de afval- en grondstoffeninzameling in de binnenstad voor de periode 2023-2040. Op de korte termijn richten we ons op de optimalisatie van het huidig inzamelsysteem en werkprocessen:

• Verminderen van overlast van los afval op straat, zoals op dit moment in de Drakenburgstraat speelt; • Plaatsing van ondergrondse containers; • Creëren van overslaghubs dicht bij de binnenstad; • Opzetten van een pilot voor meer transport over water; • Verbeteren van de inzameling van oud papier en karton en glas; • Vervangen van het materieel, zodat dat voldoet aan de capaciteitsbehoefte, de aslastbeperkingen en de zero emissie zone; Op de lange termijn werken we aan een systeemverandering, waarbij we op een andere manier grondstoffen inzamelen. Passend binnen een circulaire economie, waarbij afval niet meer bestaat en grondstoffen maximaal worden hergebruikt.

Vraagnummer: 75 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Rachel Streefland, Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Financiële hoofdlijnen

Bladzijde (in pdf)

16

Verbijzondering

Doorgeschoven kosten ICT

Vraag

In 2022 wordt een voordeel van €10,7 miljoen behaalt op Overhead. Hiervan wordt € 4,2 miljoen voor ICT doorgeschoven naar 2023. Kunt nader onderbouwen om welke andere uitgaven het gaat en waarom deze zijn vertraagd? Leidt de doorschuiving voor ICT tot verdere vertraging in opvolgende jaren?

Antwoord De voordelen op de IT-middelen zijn het gevolg van het feit dat de wijze van meerjarige budgettering en het daadwerkelijke uitgavenpatroon in de uiteenlopende projectfases van de diverse grote ICTopgaven en -projecten niet geheel synchroon lopen en van vertragingen in 2022 in de grote ITprojecten. De financiële afwijkingen die daardoor per boekjaar ontstaan worden door middel van storting dan wel door middel van onttrekking aan de IT-reserve geëgaliseerd. Het per boekjaar egaliseren van financiële schommelingen in de grote IT-opgaven was destijds ook het doel van het instellen van de IT-reserve. Het voordelig verschil op Overhead tussen baten en lasten van € 10,7 miljoen betreft IT-activiteiten. • Voor een bedrag van € 975.000 heeft dit voordeel betrekking op het slechts ten dele reeds in 2022 kunnen besteden van de POK-gelden ad. € 1,1 miljoen. Deze POK-gelden zijn in het 4e kwartaal 2022 bij de 2e BERAP door de raad toegekend. Na de toekenning is direct in 2022 gestart met de activiteiten, maar het gros van de activiteiten loopt door in 2023. Dat is dan ook de reden dat voor dit onderwerp een bestedings- en dekkingsvoorstel ingediend is. • Voor ca. € 9,6 miljoen is het voordeel toe te schrijven aan de fasering van de besteding van middelen voor grote ICT-projecten en opgaven.

Van het bedrag ad € 9,6 miljoen was € 5,4 miljoen begroot als besteding in 2022 van doorgeschoven middelen uit eerdere jaren. Het door u genoemde bedrag ad. € 4,2 miljoen heeft betrekking op niet bestede IT-middelen 2022 die gereserveerd worden voor besteding door de IT-projecten in 2023 en verder. Op voorhand kan niet worden gezegd dat de gehele duur van deze projecten vertraging zal oplopen.

Vraagnummer: 76 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Financiële hoofdlijnen

Bladzijde (in pdf)

16

Verbijzondering

Armoederegelingen

Vraag

Hoeveel compensatie heeft de gemeente ontvangen als compensatie van de uitgekeerde energietoeslag? Waarom zijn deze middelen ten gunste gevallen aan de algemene middelen?

Antwoord In totaal heeft de gemeente 37,9 miljoen euro ontvangen voor de energietoeslag 2022. Hiervan heeft het Rijk 13,4 miljoen euro pas in de Septembercirculaire gemeentefonds 2022 verstrekt. Doordat op dat moment de Tweede Bestuursrapportage 2022 al aan de Raad was aangeboden, kon dit budget niet meer worden toegevoegd aan het programma Werk en Inkomen en maakt het in de Jaarstukken 2022 onderdeel uit van het programma Algemene Middelen. Dit betekent niet dat dit budget ook echt is ingezet ten gunste van de algemene middelen. Van de 13,4 miljoen euro is in 2022 in het programma Werk en Inkomen 10,7 miljoen euro uitgegeven. Zie blz. 205 van de Jaarstukken 2022. Voor het restant (2,7 miljoen euro) is in de Resultaatsbestemming 2022 een bestedingsvoorstel opgenomen (beslispunt 50). Tot slot heeft het Rijk in de Decembercirculaire gemeentefonds 2022 13,8 miljoen euro verstrekt voor de energietoeslag in 2023. Ook dit budget maakt in de Jaarstukken 2022 onderdeel uit van het programma Algemene Middelen. Dit budget is bestemd voor de energietoeslag in 2023. In de Resultaatsbestemming 2022 is daarom een bestedingsvoorstel opgenomen (beslispunt 51).

Vraagnummer: 77 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

2.2 Utrechters die financieel niet in staat zijn....

Bladzijde (in pdf)

202

Verbijzondering

Stijging bereik U-Pas

Vraag

Betekent de stijging van het percentage bij het gebruik van de Upas dat ook het bereik is vergroot, of dat indivduele gebruikers voor een hoger bedrag gebruik maken van de pas door ontschotting? Welk percentage verwacht u komende jaren te bereiken?

Antwoord Dit betekent dat de U-pashouder voor een hoger bedrag gebruik maakt van de U-pas. Oftewel, een groter gedeelte van het beschikbare tegoed wordt daadwerkelijk uitgegeven, onder andere door het gezinstegoed. Op basis van huidige cijfers en ontwikkelingen verwachten we een significante stijging van het uitputtingspercentage de komende jaren.

Vraagnummer: 78 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Sharon Dijksma

Hoofdstuk

Veiligheid

Bladzijde (in pdf)

290

Verbijzondering

Pilot Verkeershandhaving

Vraag

Er staat dat "boa's gedurende de pilot bevoegd waren". De pilot loopt toch nog steeds en is door het Rijk uitgebreid? Wordt deze in 2023 op dezelfde manier voortgezet? En wordt er nog gesproken over uitbreiding van bevoegdheden?

Antwoord De pilot Verkeershandhaving is in 2021 gestart en wordt in Utrecht nog steeds uitgevoerd. Eind 2023 wordt de pilot geëvalueerd waarna de minister een besluit neemt of de bevoegdheden definitief aan het takenpakket van de boa worden toegekend en uitgebreid. Hierover wordt de gemeenteraad geïnformeerd.

Vraagnummer: 79 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Sport

Bladzijde (in pdf)

331

Verbijzondering

Bezettingsgraad Binnensportaccomodaties

Vraag

Hoe verhoudt de bezettingsgraad van binnensporthallen van 52% zich tot voorgaande jaren? Welke ontwikkeling is daar te zien?

Antwoord In 2017 was de bezetting 52% en in 2018 51%. In oktober 2018 is sporthal Loevenhout in gebruik genomen waardoor de totale hoeveelheid uren over 1 sporthal meer verdeeld kon worden. In 2019 is de bezetting 51% en na de coronajaren in 2022 53%. De ontwikkeling is stabiel en wordt de komende jaren beïnvloed door de balans tussen groei van de stad/ vraag naar binnensport enerzijds en realisatie van nieuwe binnensportaccommodaties anderzijds.

Vraagnummer: 80 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Sport

Bladzijde (in pdf)

338

Verbijzondering

Verhoogde verhuurcapaciteitsportaccomodaties

Vraag

Hoe is de verhoogde verhuurcapaciteit van zowel binnen- als buitensportaccomodaties te verklaren? Waarom waren deze extra opbrengsten niet voorzien?

Antwoord De hoeveelheid en daarmee totale absolute bezetting van de gemeentelijke sportaccommodaties is de afgelopen jaren toegenomen, maar de daarbij behorende opbrengstenstijging was in 2022 nog niet structureel begroot in verband met onzekerheden vanwege de corona-uitbraak. Naast de niet-begrote meeropbrengsten was de begroting in 2022 voor een deel nog niet aangepast op de indexering van de verhuurtarieven vanwege personeelswisselingen. Vanaf 2023 is de opbrengstenstijging structureel begroot door het verhogen van de baten met 0,8 miljoen euro. Het overeenkomstige bedrag van 0,8 miljoen euro aan lasten is, als onderdeel van de financiële keuzes binnen het coalitieakkoord 2022-2026, als besparing ingezet.

Vraagnummer: 81 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Sharon Dijksma

Hoofdstuk

Veiligheid

Bladzijde (in pdf)

287

Verbijzondering

Iconographic Veiligheid

Vraag

Is de forse stijging bij de persoonsgerichte aanpak zuiver te verklaren door uitbreiding van capaciteit? Wat wordt in dit verband bedoeld met "aard, omvang en capaciteit van de veiligheidsproblematiek" die heeft geleid tot opschaling?

Antwoord Door onderzoek en het ondermijningsbeeld van de politie hebben we meer zicht gekregen op wie we moeten bereiken met de persoonsgerichte aanpak (PGA). Omdat dit een groot probleem vormt, hebben we de PGA capaciteit uitgebreid onder meer op jeugd en personen met verward en gevaarlijk gedrag. Een zorgelijke groep zijn de zogeheten doorgroeiers in ondermijnende drugscriminaliteit die we te weinig in beeld hadden: jongeren die al met één been in de criminaliteit staan en die op het punt staan daarin door te groeien). We hebben de eerste stappen gezet door op basis van zorg en politiesignalen de PGA lijst aan te passen en zijn ondertussen gestart met enkele tientallen (nieuwe) gespecialiseerde trajecten.

Vraagnummer: 82 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Sharon Dijksma

Hoofdstuk

Veiligheid

Bladzijde (in pdf)

292

Verbijzondering

Ondermijning steviger aanpakken

Vraag

Wat waren in 2022 de belangrijkste successen in de aanpak van ondermijning?

Antwoord De opgave om de ontwrichtende effecten van drugsgerelateerde criminaliteit in de stad tegen te gaan, is groot. Binnen de aanpak "Grenzen stellen, perspectief Bieden", richten we ons op twee sporen: doorbreken criminele carrières en doorbreken criminele geldstromen. In 2022 hebben we fors ingezet om meer zicht te krijgen op (de omvang van) de problematiek in onze stad, door onderzoek en ondermijningsbeelden van politie. Hierdoor kwam een groep in beeld waar we ons veel zorgen over maken, namelijk de potentiële doorgroeiers in drugscriminaliteit. Hier hebben we de persoonsgerichte aanpak op kunnen verstevigen. Verder waren we in staat om ons bestuurlijk instrumentarium effectiever in te zetten bij drugscriminaliteit en hebben we bijvoorbeeld professionals gericht kunnen trainen in het herkennen van signalen van ondermijnende criminaliteit. Ook heeft het beter in beeld hebben van de (omvang) van de problematiek geholpen bij de lobby voor Rijksmiddelen, die in 2022 zijn toegekend, om de aanpak te intensiveren en daardoor de zaken kunnen doen zoals ook in de raadsbrief beschreven. https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/8a387c90-0f98-44e4-99df391307e70e5c?documentId=6421eabe-bfe3-4a32-9222-114a0a95e099

Vraagnummer: 83 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Weerstandsvermogen

Bladzijde (in pdf)

369

Verbijzondering

Weerstandsvermogen

Vraag

Hoe is te verklaren dat het weerstandsvermogen 1,16 bedraagt, terwijl de doelstelling was dit terug te brengen naar 1,0? Ligt hieraan de verlaagde risicoinschatting ten grondslag? Zo ja, was het niet mogelijk dit bij te sturen?

Antwoord In afstemming met de accountant tijdens de jaarrekeningcontrole is een voorziening gevormd voor diverse claims waardoor het berekende risicobedrag en daarmee de benodigde weerstandscapaciteit bij de Jaarstukken 2022 met 10,1 miljoen euro verlaagd kon worden. Hierdoor is de weerstandratio per eind 2022 gestegen van 1,0 naar 1,16. De jaarrekeningcontrole vond plaats na afronding van het jaar 2022 waardoor bijsturen niet meer mogelijk was. Bij de Resultaatbestemming 2022 verlagen we de algemene reserve met 10,1 miljoen euro, zodat de beschikbare weerstandscapaciteit weer gelijk is aan de benodigde weerstandscapaciteit (weerstandsratio van 1,0).

Vraagnummer: 84 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Hoofdstuk

Volksgezondheid

Bladzijde (in pdf)

231

Verbijzondering

Effect Corona

Vraag

Op basis welke cijfers trekt u de conclusie dat corona geen effect heeft gehad op ervaren gezondheid en gezondheisverschillen?

Antwoord

Het is niet zo dat corona geen effect op de gezondheid heeft gehad. In de verantwoording staat dat corona weinig invloed had op de ervaren gezondheid en gezondheidsverschillen. Uit de resultaten van de gezondheidspeiling 2020 bleek dat een groter deel van de Utrechtse volwassenen een goed ervaren gezondheid had dan daarvoor. Ook waren gezondheidsverschillen soms kleiner geworden. Dat was anders dan we op dat moment hadden verwacht. Zie ook de raadsbrief. Op 20 juni verschijnen nieuwe resultaten van de Gezondheidsmonitor uitgevoerd in het najaar van 2022. Daarin zal de latere impact van corona worden weerspiegeld.

Vraagnummer: 85 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Hoofdstuk

Volksgezondheid

Bladzijde (in pdf)

231

Verbijzondering

Benchmark

Vraag

Kunt u voor de tien grootste gemeente zichtbaar maken wat netto wordt uitgegeven aan volksgezondheid? Klopt het dat Utrecht in deze statistiek netoo het meest uitgeeft per inwoner? Zo ja, wat is hiervoor de verklaring?

Antwoord In uw vraag verwijst u naar de benchmark, die tijdens de raadstoets over jaarstukken 2022 programma Volksgezondheid, door de raadsrapporteurs werd aangehaald. De benchmark kennen wij niet en maakt geen onderdeel uit van de verantwoording 2022. Wij hebben aangegeven aan de raadsrapporteurs dat de manier waarop de tien grootste gemeenten de inzet op volksgezondheid hebben georganiseerd sterk van elkaar verschillen. Zonder nadere analyse kunnen uit deze benchmark dan ook geen conclusies worden getrokken over de uitgaven per inwoner.

Vraagnummer: 86 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Eelco Eerenberg

Hoofdstuk

Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

3

Verbijzondering

Resultaatbestemming RSU

Vraag

Wat is de verklaring voor lagere lasten bij de investeringsimpuls RSU?

Antwoord Zie de Jaarstukken 2022, onderdeel “wat heeft dat gekost” van het programma Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en erfgoed (pagina 67 en 69). Voor de uitvoering van de projecten uit de investeringsimpuls RSU zijn bijdragen ontvangen. Deze bijdragen worden via de resultaatbestemming toegevoegd aan de reserve investeringsimpuls RSU. In het voorstel voor de resultaatbestemming staat abusievelijk dat er lagere lasten zijn. Dit is niet het geval. In plaats daarvan zijn er hogere baten dan vooraf verwacht. Via het erratum zal dit worden gecorrigeerd. In de jaarstukken staat dit wel correct toegelicht. Tekst voor het erratum (Resultaatbestemming pagina 3): De werkelijke baten voor de investeringsimpuls RSU (Ruimtelijke Strategie Utrecht) zijn hoger dan begroot. Deze worden verrekend met de bestemmingsreserve.

Vraagnummer: 87 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

6

Verbijzondering

Egalisatiereserve Rioolheffing

Vraag

Wat is de ratio om hier meer dan % 1,5 miljoen toe te voegen aan de Egalisatiereserve Rioolheffing, terwijl hier bij de Voorjaarsnota een veel hoger bedrag wordt onttrokken?

Antwoord

Met de Resultaatbestemming 2022 (beslispunt 21) wordt er 1,6 miljoen euro in de Egalisatiereserve Rioolheffing gestort. Dit is het bedrag wat in 2022 meer is binnen gekomen dan uitgegeven. Met de storting wordt de totale omvang van de egalisatiereserve 8,6 miljoen euro. De Nota Reserves van de gemeente stelt dat voor elke reserve een maximale omvang moet worden vastgesteld. Dit is voor de egalisatiereserve riolering tot op heden nooit gebeurd. In het Raadsvoorstel Programma Water en Riolering 2024-2028 stellen we u voor om deze lancune in te vullen en voortaan als streefbedrag voor de reserve 4,0 miljoen euro aan te houden en het bedrag daarboven in te zetten voor het eenmalig dempen van het tarief of te gebruiken om een tekort op de algemene middelen te dekken (beslispunt 2). We kiezen in 2024 ervoor om het overschot van 4,6 miljoen (boven de 4 miljoen euro) in te zetten voor de laatste optie. Om die reden wordt in het Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 voorgesteld om het bedrag boven dit maximum (4,6 miljoen) uit de Egalisatiereserve riolering te onttrekken als bijsturingsmaatregel op de huidige begroting (beslispunt 3 Voorjaarsnota).

Vraagnummer: 88 Fractie

CDA Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Resultaatbestemming

Bladzijde (in pdf)

9

Verbijzondering

Reserve vervanging zwembaden

Vraag

Waarom is de budgettaire bandbreedte voor sport & spel in 2022 niet volledig benut? Waarvoor waren deze middelen bestemd? Hoe groot is het knelpunt bij Den Hommel en De Kwakel?

Antwoord We veronderstellen dat in de vraag 'Samenleven en Sport' wordt bedoeld. De budgettaire bandbreedte van het programma samenleven en sport is nodig voor toekomstige vervangingsinvesteringen van sportvoorzieningen zoals opgenomen in het Meerjarenprogramma Utrechts Vastgoed (Utrecht Meerjaren Perspectief Utrechts Vastgoed 2023). Een aantal grote voorziene vervangingsinvesteringen de komende jaren zijn sporthal Lunetten (2027), sporthal Hoograven (2028), zwembad Den Hommel (2032) en zwembad De Kwakel (2036). We kijken elk jaar kritisch naar noodzakelijke vervangingen en door planningsoptimisme zijn er incidenteel middelen over. Een precieze kostenraming voor de vervanging van beide zwembaden moet nog worden uitgevoerd. Wel is duidelijk dat de huidige generatie zwembaden door strengere wet- en regelgeving (onder andere duurzaamheidseisen) om een hogere investering gaat vragen. De incidentele ruimte in de budgettaire bandbreedte 2022 is gestort in de reserve vervanging zwembaden om de hogere investering deels te kunnen opvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6c6c0c95-c600-480e-b6e4-7c2dad8a2f3f