CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording raadsvragen Jaarstukken 2022.pdf

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Beantwoording raadsvragen en erratum Jaarstukken 202220.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vraagnummer: 1 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s) Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

54

Verbijzondering Vraag

*hier is geen vraag opgenomen, dit is nagevraagd bij Stadsbelang Utrecht*

Antwoord *hier was geen vraag opgenomen*

Vraagnummer: 2 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg

Hoofdstuk

Doelenboom

Bladzijde (in pdf)

54

Verbijzondering

WoOnderzoek

Vraag

Onder de doelenboom Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed staat dat het college streeft naar "passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden". Vindt het college ook dat dit enkel mogelijk is door van aanbodgerichte naar een vraaggerichte woningbouw over te gaan en bouwen op basis van het WoOnderzoek van het Rijk? Zo nee, waarom wil het college dan niet bouwen zoals bewoners en woningzoekenden willen wonen?

Antwoord Het is een combinatie van beide: we willen woningen en buurten bouwen die zo goed mogelijk passen bij de woonwensen, maar ook betaalbaar zijn. Het WoON-onderzoek, samen met andere onderzoeken en prognoses, geven ons een indicatie van de vraag en woonwensen. Daarnaast hebben we een forse verdichtingsopgave als stad en in deze tijd van woningnood willen we zoveel mogelijk woningen toevoegen die een brede groep bedienen. Binnen de projecten maken we afgewogen keuzes om tot gevarieerde woonprogramma’s te komen die zoveel mogelijk met beide elementen rekening houden.

Vraagnummer: 3 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

1.1 Herontwikkeling van de fysieke leefomgeving draagt bij aan gezond stedelijk leven (GSL) voor iedereen 56-57

Verbijzondering

EU-subsidies

Vraag

Nu een aantal Europese subsidieaanvragen zijn afgewezen constateert het college dat dit geen probleem is, omdat er rondom dit bedrag "fluctuaties" bestaan. In hoeverre vindt het college dit begrotingstechnisch verantwoordlijk en zo ja, is het college voorbereid op een scenario van meerdere jaren van niet-toegekende subsidies?

Antwoord Door het jaar heen opent Europa een groot aantal subsidiemogelijkheden. Deze mogelijkheden houden we nauwlettend in de gaten. We kijken steeds of er mogelijkheden zijn om onze ambitie in de programma’s daaraan te verbinden. De grote lijnen van de mogelijkheden zijn langjarig in beeld, maar de exacte uitvragen van Europa worden in het algemeen gedurende het jaar pas duidelijk. Daarom is vooraf niet aan te geven welke exacte mogelijkheden gaan ontstaan. Om die reden worden de Europese subsidies ook niet vooraf als middelen opgenomen in de begroting. Hiermee voorkomen we ook het risico dat als er geen Europese middelen beschikbaar komen dit consequenties heeft voor de programma’s.

Vraagnummer: 4 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg, Sharon Dijksma

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

P1.1.3 Samenwerken met partners en invloed uitoefenen op verschillende niveaus 65-66

Verbijzondering

Groeien

Vraag

Volgens het coalitieakkoord is groeien "geen doel op zich." Tegelijkertijd wordt er samen met de G4 gewerkt aan de ontwikkeling van WestNederland. In hoeverre ziet het college dit als doel en zo ja, is groeien dan toch een doel op zich?

Antwoord Utrecht is aantrekkelijk, en dit zien we ook terug aan de vraag naar woningen. Ook Utrecht kent een tekort aan woningen, net als de andere steden uit de G4. Om aan deze behoefte tegemoet te komen is woningbouw een belangrijke opgave waar we aan werken. Echter: als Utrecht zetten we in op groei in balans. Dit houdt in dat we samen met wonen ook andere functies en voorzieningen toevoegen, die samen een gezonde en levendige stad maken. Denk hierbij aan voldoende groen, maatschappelijke voorzieningen, goede energie- en mobiliteitsnetwerken en arbeidsplaatsen. Hiermee dragen we zowel bij aan de kwaliteit van de nieuwe stukken stad, en aan het vergroten van de kwaliteit van de bestaande stad. Daarmee is groei geen doel op zich, en zetten we in op groei in balans. De randstad blijft een aantrekkelijke regio om te werken en dus ook om te wonen. Hierdoor blijft er druk op de woningmarkt en dus ook op de voornoemde voorzieningen. Utrecht maakt onderdeel uit van de randstad /west Nederland. Hierdoor ontstaat vanzelf de behoefte en de noodzaak om bepaalde vraagstukken regionaal op te pakken. Zoals mobiliteit, energie maar ook de verdeling van wonen, werken maar ook het recente vraagstuk opvang van vluchtelingen. We groeien niet om te groeien maar om zo goed als mogelijk de vraag die er ontstaat een plek te geven zowel in Utrecht maar ook daarbuiten.

Vraagnummer: 5 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Hoofdstuk

2.1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden

Bladzijde (in pdf)

83

Verbijzondering

Wachttijden

Vraag

Er wordt een wel een streefdoel voor de zoektijd naar een woning bijgehouden. Waarom wordt dit niet ook gedaan met betrekking tot wachttijden in deze paragraaf?

Antwoord ‘Wachttijd’ geeft aan hoe lang mensen, die een sociale huurwoning hebben gekregen, ingeschreven hebben gestaan. Daarin zit ook de tijd waarin mensen die nog prima wonen zich al voor de zekerheid inschrijven, terwijl ze nog niet opzoek zijn naar een woning. ‘Zoektijd’ geeft beter aan hoe lang mensen actief naar een woning hebben gezocht en is daarmee een betere indicator voor de druk op de woningmarkt. De afgelopen 7 jaar is alleen op zoektijd gerapporteerd. Voor de ontwikkeling van de gemiddelde wachttijd verwijs ik u naar 2. Beschikbaarheid | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)

Vraagnummer: 6 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg

Hoofdstuk

2.1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden

Bladzijde (in pdf)

84

Verbijzondering

Middenhuur

Vraag

Er zijn veel te weinig woningen in de middencategorie en nu wordt ook nog niet eens een derde van het streefdoel voor nieuwe bouw gehaald. Tegelijkertijd wordt de doelstelling flink verhoogd. Wat is hiervoor de toelichting en hoe denkt het college dit nu wel te kunnen realiseren.

Antwoord De aanstaande wet Betaalbare huur zorgt er voor dat alle nieuwbouwwoningen tot 186 woningwaarderingspunten niet boven de middenhuurgrens mogen worden verhuurd in zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Daarnaast wordt vanuit het Rijk aangestuurd op minimaal 2/3e betaalbare nieuwbouw (huur en koop). Tevens blijven we met ons Actieplan middenhuur sturen op productie in de middenhuur. Dit alles heeft een positief effect op het aantal woningen in de middenhuur. Tegelijkertijd zien we dat het steeds moeilijker wordt om betaalbare nieuwbouw te realiseren door de huidige marktomstandigheden. In totaliteit verwachten we toch dat het aandeel middenhuur toeneemt, mede ook doordat het enige tijd vergt voordat de werking van het Actieplan zichtbaar wordt door de lange doorlooptijd van gebiedsontwikkelingen (8-10 jaar). Daarom verwacht het college op de goede weg te zijn.

Vraagnummer: 7 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Hoofdstuk

2.1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden

Bladzijde (in pdf)

84

Verbijzondering

Middenhuur

Vraag

Er zijn veel te weinig woningen in de middencategorie en nu wordt ook nog niet eens een derde van het streefdoel voor nieuwe bouw gehaald. Tegelijkertijd wordt de doelstelling flink verhoogd. Hoe kijkt het college naar het feit dat de beoordeling van het actieplan middenhuur zo ver de toekomst in is geschoven, nu het beleid de afgelopen jaren zulke beperkte resultaten heeft geleverd? Moet er niet juist nu geconstateerd worden dat het beleid niet heeft geleverd?

Antwoord Zonder Actieplan middenhuur was er beduidend minder middenhuur geproduceerd en geprognotiseerd. Veel middenhuur, gebaseerd op het Actieplan moet nog worden ontwikkeld, zoals ook in het Rekenkamerrapport Middenhuur: meer grip op groei valt na te lezen. Daar staat ook dat het Actieplan goed functioneert en dat een gebiedsontwikkeling nu eenmaal een langdurig proces is en we daarom wellicht minder resultaat zien op dit moment dan wellicht gehoopt. De evaluatie van het Actieplan volgt nadat de wet Betaalbare huur inwerking is getreden. Dit is naar verwachting 1e helft 2024. Deze wet heeft aanzienlijke invloed op ons Actieplan. Eerder evalueren en aanpassen van het Actieplan heeft daarom geen nut zolang de wet nog niet is vastgesteld.

Vraagnummer: 8 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Rachel Streefland, Dennis de Vries

Hoofdstuk

P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 86

Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag

Afgelopen zomer heeft het college, zonder advies, debat of goedkeuring van de raad, de sociale huurwoningvoorraad enkel aan kwetsbare groepen, met name statushouders, opengesteld. Dit veroorzaakte veel commotie in de stad en ook in de raad. Kan het college garanderen dat soortgelijke maatregelen niet meer genomen gaan worden, zo niet, kan het college dan garanderen dat zij hiervoor altijd de raad mee zal nemen in dit proces.

Antwoord

Graag verwijzen wij u naar de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen 2022, nummer 132. Hierin schetsen we op welke wijze de besluitvorming met betrekking tot de versnelde huisvesting van statushouders tot stand is gekomen en welke invloed dat destijds had op het informeren van de raad. Het besluit dat genomen is, betrof een collegebevoegdheid. De versnelde huisvesting van statushouders was destijds een noodzakelijke korte-termijn-actie om incidenteel een oplossing te forceren voor een urgent (nationaal en lokaal) vraagstuk. Voor ons is het daarmee in principe niet voor herhaling vatbaar omdat het geen structurele oplossing biedt voor de huisvesting van aandachtsgroepen in de breedte en omdat reguliere woningzoekenden tijdelijk worden benadeeld. Tevens verwijzen we u naar de raadsbrief Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters (17-1-2023) waarin we de landelijke en lokale urgentie schetsen op dit vraagstuk, die maakt dat wij het uitsluiten van bepaalde maatregelen niet kunnen garanderen. Wel kunnen we u toezeggen dat we u daarover informeren.

Vraagnummer: 9 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg, Eva Oosters

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87

Verbijzondering

Tijdelijke woningen

Vraag

Nu het college in zal zetten op grootschalige tijdelijke woningen kan het haar niet zijn ontgaan dat dit voor verdere verdichting zal zorgen. Hoe ziet het college dit in combinatie met de beperkte wijkse voorzieningen (parkeerplaatsen, sportfaciliteiten, etc.)?

Antwoord

Ook bij binnenstedelijke verdichting wordt de uitbreiding van sportvoorzieningen zo veel als mogelijk meegenomen. Door de groei van het aantal inwoners is er meer vraag naar ruimte voor sport. Daarbij is het belangrijk dat de voorzieningen zo goed mogelijk verspreid zijn over de stad (10-minutenstad). Het is een ingewikkelde opgave om dit in de praktijk te realiseren. Sporten in de openbare ruimte en binnensportvoorzieningen worden vaak opgenomen bij gebiedsontwikkelingen. Vooral voor de grotere sportvoorzieningen zoals sportparken is dat geen eenvoudige opgave in een verdichtende stad. Zelfs uitbreiding van bestaande sportparken (met een sportveld) is een hele puzzel. Op sportparken kan echter ook nog capaciteit gevonden worden door efficiënter gebruik van bestaande veldcapaciteit. Het optimaliseren van de bezetting is een ingewikkelde puzzel en vraagt om veel afstemming met sportverenigingen en bonden om samen tot zo goed mogelijke oplossingen te komen. Verder worden aanvullende locaties gezocht voor uitbreiding (variantenstudies). Via de Mulier rapportages wordt tweejaarlijks gemonitord of de capaciteit voldoende meegroeit

Vraagnummer: 10 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87

Verbijzondering

Tijdelijke woningen

Vraag

Er bestaat een negatief beeld van tijdelijke woningen. Veel mensen zien ze als slecht onderhouden zeecontainers. Hoe gaat het college dit imago bestrijden en garanderen dat deze wonigen niet na hun plaatsing 15 jaar lang in verval raken?

Antwoord Dit negatieve imago is vooral veroorzaakt door de oudere generatie containerwoningen. Die waren esthetisch /architectonisch en bouwfysisch van mindere kwaliteit. De nieuwe generatie tijdelijke woningen heeft een betere kwaliteit. Via communicatie zullen we bij de ontwikkeling van nieuwe projecten aandacht besteden aan de goede kwaliteit van deze woningen. Met betrekking tot in verval raken van deze woningen: de corporaties zorgen voor de exploitatie en het onderhoud. De nieuwe generatie tijdelijke woningen is van substantieel hogere kwaliteit waardoor deze woningen langer mee kunnen.

Vraagnummer: 11 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s) Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87

Verbijzondering

Tijdelijke woningen

Vraag

*hier was geen vraag opgenomen, dit is nagevraagd bij Stadsbelang Utrecht*

Antwoord *hier was geen vraag opgenomen*

Vraagnummer: 12 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s) Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87

Verbijzondering

Tijdelijke woningen

Vraag

*hier was geen vraag opgenomen, dit is nagevraagd bij Stadsbelang Utrecht*

Antwoord *hier was geen vraag opgenomen*

Vraagnummer: 13 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk, Susanne Schilderman

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

1.1 In Utrecht besparen we energie, zetten we grondstoffen opnieuw in en wekken we energie duurzaam op 97

Verbijzondering

Energiebronnen

Vraag

Het college spreekt over "alternatieve duurzame warmtevoorziening" wanneer het over woningen gaat die van het gas af moeten. Wat zijn de huidige voornaamste bronnen die als alternatief gelden? Is het college blij met deze bronnen?

Antwoord We werken aan een overstap naar duurzame energie door drie transities parallel naast elkaar uit te voeren: 1) Energie besparen in gebouwen 2) Energiebronnen te verduurzamen 3) De energieinfrastructuur aan te passen Er zit geen volgordelijkheid in deze transities omdat we ze alle drie moeten gaan realiseren. Het betekent dus ook dat we niet wachten totdat de ene trransitie gereed is voordat we aan de slag gaan met de andere transities. We hebben niet de tijd niet op te wachten op de afronding van het ene transitiepad voordat we het andere transitiepad ingaan. Onder alternatieve duurzame warmtevoorziening wordt verstaan: Individuele warmtepompen op lucht of bodemenergie eventueel gecombineerd met zonthermie Collectieve warmtepompen gecombineerd met WKO (bodemenergie) eventueel gecombineerd met zonthermie Duurzame warmtenetten (bestaand en nieuw) met een mix van vele bronnen die over de tijd worden gerealiseerd op basis van elektriciteit, aquathermie, restwarmte, geothermie, duurzaam gas, reeds bestaande biomassa (als tijdelijke oplossing), bodemenergie Het college is zich ervan bewust dat Utrecht geen overschot aan warmte van hogere temperatuur beschikbaar heeft. Daarom is de ambitie om alle bronnen die haalbaar zijn te laten ontwikkelen door partijen die duurzame warmte in de stad kunnen aanbieden.

Daarbij onderzoeken we of de gemeente ook zelf een rol kan spelen hierin.

Vraagnummer: 14 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

1.1 In Utrecht besparen we energie, zetten we grondstoffen opnieuw in en wekken we energie duurzaam op 97

Verbijzondering

Van het gas af

Vraag

Het college constateert dat er 822 panden van het aardgas zijn afgesloten. Gemiddeld wordt ongeveer 80% van het gasgebruik van een woning gebruikt om de woning te verwarmen. Koken daarentegen is vaak nog geen 5%. Hoeveel van de panden die zijn afgesloten van het gas waren daadwerkelijk verwarmd door gas? Bij hoeveel van de panden die 'van het gas' af zijn gehaald zijn was er daadwerkelijk veel gasgebruik?

Antwoord Vanwege de privacyregels hebben we zelf geen inzicht in het verbruik van individuele gebruikers. Wij baseren ons dus op de analyse van Stedin. Van de afgesloten gebouwen heeft ongeveer een kwart zeker gas gebruikt voor ruimteverwarming (verbruik hoger dan 440m3 per jaar). De overige aansluitingen hadden gas voor koken en vaak ook voor een geiser of andere warmtapwaterbereiding. De waarde die Stedin gebruikt is 440m3 per jaar voor koken + warm tapwater. Stedin houdt niet bij wie gas alleen verbruikt voor koken (65m3 per jaar).

Vraagnummer: 15 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

2.1 Utrecht is een stad met een gezonde, stille en veilige leefomgeving

Bladzijde (in pdf)

103

Verbijzondering

Geluidsoverlast

Vraag

Er zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar uit de inwonersenquête, omdat deze maar eens in de twee jaar wordt gehouden. Kan het college toch delen hoe zij klachten met betrekking tot geluidsoverlast en de vrees daarvoor heeft ervaren? Zijn er specifieke wijken waar het college meer klachten heeft meegekregen of projecten waarover burgers hebben geklaagd?

Antwoord

Wij hebben in de jaren tussen de inwonersenquêtes geen compleet overzicht van de ervaren hinder en de spreiding ervan over de stad. Dit omdat meldingen en vragen met betrekking tot geluid bij vele gemeentelijke afdelingen en projecten - zowel in reguliere planprocessen als ad-hoc - worden gesteld. Daarnaast is de specialistische afhandeling van vragen verspreid over een groot aantal organisatieonderdelen, o.a. Klantcontactcentrum, VTH, politie, Stadswerken, Ruimte (mobiliteit, omgevingsrecht, geluid) en projecten. We stellen tussen de enquêtes het grootste belang in het zorgvuldig beantwoorden van melding/vragen en gebruiken juist de inwonersenquête om een goed en representatief stedelijk beeld, ook in de tijd, te verkrijgen. (Zie ook antwoord op vraag 107)

Vraagnummer: 16 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Prestatiedoelstellingen

Bladzijde (in pdf)

168

Verbijzondering

Wilde bijen

Vraag

Waarom heeft het college geen concrete meetbare prestatiedoelstellingen inzake het vergroten van de biodiversiteit in de stad zodat wilde bijen meer kans hebben om te overleven?

Antwoord We hebben geen meetbare prestatiedoelstellingen omdat er geen (beleids)ambities zijn vastgelegd met betrekking tot aantallen. We monitoren wel de ontwikkeling om vinger aan de pols te houden. Deze informatie vindt u terug in het Duurzaamheidsverslag, onder het kopje Natuur – de Utrechtse 30.

Vraagnummer: 17 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Prestatiedoelstellingen

Bladzijde (in pdf)

168

Verbijzondering

Wilde bijen

Vraag

Waarom heeft het college geen doelstellingen ten aanzien van bescherming van wilde bijen?

Antwoord We hebben geen meetbare prestatiedoelstellingen omdat er geen (beleids)ambities zijn vastgelegd. Wel zijn in de Utrechtse Soortenlijst een aantal soorten wilde bijen opgenomen waarvoor beschermingsmaatregelen moeten worden getroffen voor projecten van de gemeente Utrecht. We monitoren hoe het gaat met de wilde bijen uit de Utrechtse Soortenlijst als onderdeel van de Utrechtse 30. Deze informatie vindt u terug in het Duurzaamheidsverslag, onder het kopje Natuur – de Utrechtse 30.

Vraagnummer: 18 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Groen tenzij

Bladzijde (in pdf)

145

Verbijzondering

Biodiversiteit

Vraag

Waarom heeft het college geen doelstellingen ten aanzien van het verminderen of beter verbieden van niet inheemse planten in de openbare ruimte voor betere biodiversiteit?

Antwoord We hebben geen meetbare prestatiedoelstellingen omdat er geen (beleids)ambities zijn vastgelegd met betrekking tot inheemse of uitheemse soorten. Er is wel een voorkeur voor het toepassen van inheemse en ecologisch waardevolle beplanting. Deze voorkeur volgt uit de tijdens de behandeling van de voorjaarsnota 2022 overgenomen Motie 173 ‘Ook inheems en lokaal, dan pas zijn we er helemaal’. Dit zal worden overgenomen in het Handboek Openbare Ruimte.

Vraagnummer: 19 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Groen tenzij

Bladzijde (in pdf)

145

Verbijzondering

Biodiversiteit

Vraag

Waarom heeft het college geen doelstellingen ten aanzien van het verbieden van gebruik en verkoop van pesticiden om de biodiversiteit te beschermen?

Antwoord Gemeente Utrecht gebruikt geen pesticiden in de openbare ruimte. De bevoegdheid voor een (algeheel) verbod ligt bij de landelijke overheid.

Vraagnummer: 20 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Groen tenzij

Bladzijde (in pdf)

145

Verbijzondering

Biodiversiteit

Vraag

Waarom wordt bij biodiversiteit niet specifiek gemonitord op een diversiteit aan planten zodat van februari tot en met oktober op iedere stuk groen er voedsel is voor insecten?

Antwoord Om van februari tot en met oktober op iedere stuk groen te zorgen dat er voedsel is voor insecten, is naast de diversiteit vooral de beheervorm van belang. Voor insecten is niet zozeer de diversiteit aan planten van belang, als wel de beheervorm. We streven naar toename van ecologisch maaibeheer, dat is gericht op meer structuur, meer soorten kruiden en fasering. Fasering betekent dat niet alles tegelijk wordt gemaaid en er dus op ieder stuk groen voedsel en dekking is van vroeg tot laat in het jaar. De hoeveelheid ecologisch beheerd groen wordt bijgehouden door de dienst Stadsbedrijven van de gemeente Utrecht. Er vindt beperkte monitoring plaats door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging op de vegetatie-ontwikkeling van enkele hooilandjes. In het kader van de monitoring van de Utrechtse 30 wordt de monitoring in 2024 uitgebreid met graslandvlinders, als indicator van kwaliteit en diversiteit van onze hooilanden.

Vraagnummer: 21 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman, Linda Voortman

Hoofdstuk

Prestatiedoelstellingen

Bladzijde (in pdf)

168

Verbijzondering

Wilde bijen

Vraag

Waarom zorgt het college niet voor wadi's waar water lang blijft staan om wilde bijen meer kans te geven? Zonder water geen wilde bijen.

Antwoord Utrecht is rijk aan oppervlaktewater en een tekort aan water vormt momenteel geen bedreiging voor wilde bijen. Ons regenwaterbeleid is erop gericht regenwater zoveel mogelijk nuttig te gebruiken en te infiltreren in de bodem. Een wadi is hiervoor een zeer geschikt middel. We verkennen daarom bij elke vernieuwing van de openbare ruimte of hier ook wadi’s in kunnen komen. Dit is echter om diverse redenen niet altijd haalbaar. Zo vraagt een wadi ruimte en die is de bestaande openbare ruimte vaak beperkt. Ook moet een wadi lager liggen dan de weg. Bomen langs de weg staan echter veelal in de stoep en staan daarmee hoger dan de weg. Het uitgraven van wadi’s geeft daarmee een risico voor de wortels van bomen. In praktijk kan een wadi daarom vaak alleen worden toegepast als bij de vernieuwing van de openbare ruimte ook de bomen worden vernieuwd.

Vraagnummer: 22 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

RO, Wonen, Erfgoed

Bladzijde (in pdf)

20

Verbijzondering

Vergroot centrum

Vraag

Betekent dat betere faciliteiten voor het parkeren van fietsers en auto's?

Antwoord Hiermee bedoelen we dat we aan een vergroot centrum werken door de ontwikkelingen in het Stationsgebied, Beurskwartier, Lombokplein en Jaarbeurs. Samen met de historische binnenstad leidt dit tot een vergroot centrum. Fiets parkeren is hier inderdaad een onderdeel van. In de door uw raad vastgestelde Omgevingsvisie Binnenstad 2040 staan de voetganger en fietser centraal. Autoparkeren in de binnenstad wordt juist verminderd, conform het Mobiliteitsplan 2040.

Vraagnummer: 23 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk, Eva Oosters

Hoofdstuk

Duurzaamheid / Bereikbaarheid

Bladzijde (in pdf)

20/21

Verbijzondering

Duurzame mobiliteit

Vraag

Betekent dit naast een hoogwaardig OV systeem ook het bevorderen van het gebruik van de electrische Auto??

Antwoord Duurzame mobiliteit is de toekombestendige manier van vervoer die zo min mogelijk impact op de leefomgeving heeft en zo bijdraagt aan gezond stedelijk leven voor iedereen. We geven ruimte voor fiets en voetganger, hoogwaardig OV systeem en sturen we op reisgedrag - minder reizen, vaker buiten de spits reizen en meer gebruik van gezonde en gedeelde vervoerwijzen (lopen, fiets, OV en deelmobiliteit). En uiteraard werken we ook aan goede autobereikbaarheid voor noodzakelijk bestemmingsverkeer met een efficiënte benutting van het asfalt. Vanuit het perspectief van schone lucht en klimaat is het de ambitie dat zo veel mogelijk autoverkeer zero emissie is. Dit stimuleren we bijvoorbeeld door het plaatsen van oplaadpunten in de openbare ruimte. De elektrische auto draagt niet bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid en effectief ruimtegebruik. Daarom vraagt duurzame mobiliteit meer dan het elektrificeren van auto’s.

Vraagnummer: 24 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Hoofdstuk

Utrechts vastgoed

Bladzijde (in pdf)

23

Verbijzondering

Utrechts vastgoed

Vraag

In hoeverre is het College bereid om Utrechts Vastgoed in te zetten voor de realisatie voor het realiseren van woningen ende doorstroming

Antwoord In de Beleidsnota Maatschappelijk Vastgoed (actualisering van de Kaderbrief Maatschappelijk Vastgoed uit 2017) die de raad uiterlijk na de zomer ontvangt stelt het college voor om Wonen als beleidsdoel voor gemeentelijk vastgoed vast te stellen en integraal te wegen met de andere beleidsvelden bij de benutting van gemeentelijk vastgoed. Vanwege de hoge bezettingsgraad van het vastgoed en verkoopdoelstellingen in het verleden blijft de beschikbaarheid van gemeentelijk vastgoed voor wonen beperkt. Er is een kansenlijst opgesteld en bij de realisatie zoeken we samenwerking met corporaties. Vanuit het belang van maatschappelijk vastgoed voor de stad en wijk gaan we werken aan multifunctionele en flexibel aanpasbare concepten. Een overzicht van panden waar wel kansen zijn voor het toevoegen van woonruimte zal, zoals toegezegd, op de driemaandelijkse lijst locaties tijdelijk wonen worden toegevoegd.

Vraagnummer: 25 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters, Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Bereikbaarheid

Bladzijde (in pdf)

117

Verbijzondering

1.1

Vraag

Betekent het laten toenemen van de meest duurzame gezonde en efficiente vervoermiddelen een voorkeursbehandeling voor de fiets en de electrishe auto??

Antwoord We werken aan goede bereikbaarheid met duurzame mobiliteit. Hierbij geven we ruimte voor fiets en voetganger, een goed OV-aanbod en sturen we op reisgedrag - minder reizen, vaker buiten de spits reizen en meer gebruik van gezonde en gedeelde vervoerwijzen (lopen, fiets, OV en deelmobiliteit). Hiernaast werken we ook aan goede autobereikbaarheid voor noodzakelijk bestemmingsverkeer met een efficiënte benutting van het asfalt. Emissieloos autoverkeer is hierbij onze ambitie. We stimuleren dit door middel van het plaatsen van oplaadpunten in de openbare ruimte. Duurzame mobiliteit is de toekombestendige manier van vervoer die zo min mogelijk impact op de leefomgeving heeft en zo bijdraagt aan gezond stedelijk leven voor iedereen. We geven ruimte voor fiets en voetganger, hoogwaardig OV systeem en sturen we op reisgedrag - minder reizen, vaker buiten de spits reizen en meer gebruik van gezonde en gedeelde vervoerwijzen (lopen, fiets, OV en deelmobiliteit). En uiteraard werken we ook aan goede autobereikbaarheid voor noodzakelijk bestemmingsverkeer met een efficiënte benutting van het asfalt. Vanuit het perspectief van schone lucht en klimaat is het de ambitie dat zo veel mogelijk autoverkeer zero emissie is. Dit stimuleren we bijvoorbeeld door het plaatsen van oplaadpunten in de openbare ruimte.

De elektrische auto draagt niet bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid en effectief ruimtegebruik. Daarom vraagt duurzame mobiliteit meer dan het elektrificeren van auto’s.

Vraagnummer: 26 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Bereikbaarheid

Bladzijde (in pdf)

117

Verbijzondering

1.2

Vraag

Betekent het bijdragen aan een mobillteirsgedrag en parkeergedrag het voorzien in de noodzakelijke voorzieningen?

Antwoord Ja, we zetten in op voorzieningen die duurzaam mobiliteits- en parkeergedrag stimuleren zoals o.a. deelmobiliteit beschikbaar maken, fietsparkeervoorziening en goede fietsinfrastructuur, mogelijkheden voor parkeren op afstand in bijv. Westraven of de nieuw te ontwikkelen HubXL. Naast deze voorzieningen zetten we ook in op gedragsverandering door bijvoorbeeld campagnes voor het stimuleren van deelmobiliteit. Vanuit Goed op Weg maken we afspraken met werkgevers over duurzaam reis- en parkeergedrag van hun werknemers.

Vraagnummer: 27 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

121

Verbijzondering

1.3

Vraag

Wanneer wordt begonnen met de Noordelijke randweg??

Antwoord In het 4e kwartaal van 2023 verwachten we een voorstel aan de Raad te sturen over de kortetermijnmaatregelen die we kunnen combineren met het (asfalt)onderhoud dat gepland is in 2024. Verder hebben we afgesproken om in het BO MIRT in het najaar van 2023 met het Rijk te besluiten hoe we het project NRU vervolgen. Dit is een afspraak tussen gemeente Utrecht, provincie Utrecht en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Afhankelijk van dat besluit is ook meer te zeggen over hoe de lange termijn aanpak van de NRU eruit komt te zien en hoeveel tijd hiervoor nodig is.

Vraagnummer: 28 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg, Linda Voortman

Hoofdstuk

Volksgezondheid/Indicatoren Volksgezondheid

Bladzijde (in pdf)

232

Verbijzondering Vraag

Is het college het met ons eens dat het gaat om de bereikbaarheid van de zorg en niet om de ervaren gezondheid, aangezien de ervaren gezondheid ook een indicatie kan zijn van andere factoren dan de daadwerkelijke gezondheid? Zo niet, waarom niet?

Antwoord Nee, hier zijn we het niet mee eens. Gezondheid bestaat uit veel verschillende aspecten en we sluiten aan bij wat mensen zelf belangrijk vinden bij gezondheid. Dit wordt weergegeven in het Utrechts gezondheidsmodel. Bij het werken aan gezondheid gaat het daarom niet (alleen) over de bereikbaarheid van zorg. Gezondheid is een resultante van allerlei factoren: persoonlijke factoren zoals leefstijl, de leefomstandigheden of de sociaal economische positie. Zorg en ondersteuning is zo maar één van de factoren die gezondheid beïnvloedt.

Vraagnummer: 29 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg, Linda Voortman

Hoofdstuk

Volksgezondheid/Indicatoren Volksgezondheid

Bladzijde (in pdf)

233

Verbijzondering Vraag

Is het college het met ons eens dat de niet het dichten van de gezondheidskloof de prioriteit moet hebben maar juist de opwaartse mobiliteit van alle inwoners met betrekking tot hun gezondheid? Zo niet, waarom niet?

Antwoord We zetten in op het verkleinen van gezondheidsverschillen en tegelijkertijd op gezondheidswinst voor iedereen. Dus èn/èn. Gezondheidsverschillen zijn deels onrechtvaardig, want worden voor een groot deel bepaald door omstandigheden waar inwoners geen invloed op hebben en vormen een maatschappelijk probleem, omdat ze gepaard gaan met hogere zorguitgaven en een geringere (arbeids)particpatie en productiviteit (RVS, 2021). We stellen ons in Utrecht daarom als doel om de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% te verkleinen in 2040 ten opzichte van 2012. De ervaring leert dat inzetten enkel op een "opwaartse mobiliteit van alle inwoners met betrekking tot hun gezondheid" vooral ten goede komt aan de groepen waar het al beter mee gaat. Zo'n aanpak leidt daarom vaak tot grotere gezondheidsverschillen (RVS, 2021) en is daarom niet onze keuze.

Vraagnummer: 30 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Volksgezondheid/Leefstijl/Sport en bewegen

Bladzijde (in pdf)

234

Verbijzondering

Tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst 'Sport en bewegen op en rond school(tijd)' bleek dat de bereikbaarheid van sportfaciliteiten grote invloed heeft op hoeveel inwoners sporten. Inwoners in wijken met weinig sportfasciliteiten sporten significant minder

Vraag

Staat het willen fasciliteren van sport en beweging vanuit de gemeente niet op gespannen voet met de wens van het college om Utrecht te laten groeien en binnenstedelijk te verdichten? Zo niet, waarom niet? Dit betekent namelijk minder sportfasciliteiten in de buurt en dus minder sport en beweging.

Antwoord Ook bij binnenstedelijke verdichting wordt de uitbreiding van sportvoorzieningen zo veel als mogelijk meegenomen. Door de groei van het aantal inwoners is er meer vraag naar ruimte voor sport. Daarbij is het belangrijk dat de voorzieningen zo goed mogelijk verspreid zijn over de stad (10-minutenstad). Het is een ingewikkelde opgave om dit in de praktijk te realiseren. Sporten in de openbare ruimte en binnensportvoorzieningen worden vaak opgenomen bij gebiedsontwikkelingen. Vooral voor de grotere sportvoorzieningen zoals sportparken is dat geen eenvoudige opgave in een verdichtende stad. Zelfs uitbreiding van bestaande sportparken (met een sportveld) is een hele puzzel.. Op sportparken kan echter ook nog capaciteit gevonden worden door efficiënter gebruik van bestaande veldcapaciteit. Het optimaliseren van de bezetting is een ingewikkelde puzzel en vraagt om veel afstemming met sportverenigingen en bonden om samen tot zo goed mogelijke oplossingen te komen. Verder worden aanvullende locaties gezocht voor uitbreiding (variantenstudies). Via de Mulier rapportages wordt tweejaarlijks gemonitord of de capaciteit voldoende meegroeit.

Vraagnummer: 31 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Cultuur/Utrecht is een aantrekkelijke cultuurstad met internationale allure voor kunstenaars, bewoners, ondernemers en bezoekers 300

Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag

Waarom is de doelstelling voor het percentage Utrechters dat cultureel aanbod waardeert op buurtniveau weer naar beneden bijgesteld naar 60% nadat middels een amendement door de raad was besloten om deze naar 65% te verhogen?

Antwoord Het amendement betreft het doelpercentage voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Het doelpercentage is aangepast voor de betreffende jaren. De Jaarstukken 2022 maken gebruik van de doelpercentages zoals die zijn geformuleerd voor de Programmabegroting 2022, deze kunnen niet met terugwerkende kracht aangepast worden.

Vraagnummer: 32 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Ondersteuning op maat

Bladzijde (in pdf)

245-284

Verbijzondering Vraag

In hoeverre hebben de regelingen in de gemeente Utrecht een aanzuigende werking op hulpbehoevenden uit omliggende gemeenten? Graag per regeling de geschatte aantallen per jaar.

Antwoord De regelingen en voorzieningen uit het programma Ondersteuning op Maat zijn zeer divers en omvangrijk (Jeugd, Wmo, Asiel & Integratie). Het is niet mogelijk om per regeling of voorziening aan te geven of deze ruimer of aantrekkelijker zijn dan in de gemeenten in de regio. Het is dus ook niet mogelijk om per regeling of voorziening aan te geven of deze eventueel een aanzuigende werking zouden kunnen hebben op inwoners uit omliggende gemeenten. Op dit moment hebben we echter geen aanwijzingen dat er inwoners zijn van omliggende gemeenten die specifiek naar Utrecht verhuizen om hier gebruik te kunnen maken van de Utrechtse voorzieningen op het gebied van zorg en ondersteuning.

Vraagnummer: 33 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Subsidies

Bladzijde (in pdf)

649-674

Verbijzondering Vraag

Wat is de procentuele verdeling tussen horizonsubsidies en andere types subsidie? Graag zowel als percentage van de aantal subsidies als percentage van het totaalbedrag dat aan subsidies wordt verstrekt.

Antwoord

Wij kennen de term horizonsubsidies als type subsidies niet.

Vraagnummer: 34 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Subsidies

Bladzijde (in pdf)

649-674

Verbijzondering Vraag

Wat is de procentuele verdeling tussen subsidies voor huisvesting en andere types subsidie? Graag zowel als percentage van de aantal subsidies als percentage van het totaalbedrag dat aan subsidies wordt verstrekt.

Antwoord

Specifieke huisvestingssubsidies worden incidenteel verleend. In 2022 ging het om 6 aanvragen voor de volgende subsidieregelingen en bedragen: Huisvesting voorschoolse educatie (3 subsidies)

10.673.000

Huisvesting Berlijnplein

50.000

Huisvesting voedselbank

87.000

Huisvesting dierenvoedselbank

31.000

Totaal

10.841.000 (4% van het totaal bedrag subsidies, nog geen procent van het aantal toegekende subsidies.)

De kosten van huisvesting kunnen soms onderdeel zijn van de subsidieaanvraag. Met name als de aanvrager kosten maakt voor huisvesting en de huisvesting nodig is voor het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten. Het bedrag voor de huisvesting wordt niet apart geregistreerd in het subsidiesysteem, maar is onderdeel van de begroting bij de aanvraag. Voor deze aanvragen wordt dus niet separaat bijgehouden hoe hoog de huisvestingskosten zijn.

Vraagnummer: 35 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Subsidieverantwoording per ontvanger

Bladzijde (in pdf)

752

Verbijzondering

Stichting TivoliVredenburg is een van de subsidieontvangers. Tijdens commissiedebatten wordt vaak beweerd dat TivoliVredenburg laagdrempelig toegang verschaft tot cultuur aan bevolkingsgroepen die normaliter weinig met cultuur in aanraking komen.

Vraag

Welke indicatoren zijn er dat inwoners met een lager inkomen en/of inwoners die praktisch geschoold zijn via TivoliVredenburg in aanraking komen met cultuur? En welke vormen van cultuur zijn dat dan? Over wat voor percentages hebben we het?

Antwoord In de subsidieverantwoording geven we aan welke organisaties vanuit het programma cultuur subsidie hebben ontvangen. Dit betekent dat zij hebben voldaan aan de in een nadere regel gestelde voorwaarden en criteria voor het ontvangen van subsidie. Een pluriform dus veelzijdig aanbod en inclusieve cultuursector zijn twee van de vier pijlers van de Cultuurvisie en zijn vertaald naar beoordelingscriteria in de nadere regel Cultuurnota 2021-2024. Het beschikbaar stellen van specifieke informatie over het bereiken van inwoners met een lager inkomen en/of inwoners die praktisch geschoold zijn, is geen vereiste in de subsidieverantwoording. Wel wordt er in de Utrecht Monitor stadsbreed - niet op wijk- of instellingsniveau - onderzocht wat de deelname aan cultuur is van inwoners met een lager inkomen en/of inwoners die praktisch geschoold zijn. Van de inwoners die goed kunnen rondkomen neemt 79% deel aan cultuur, bij inwoners die precies kunnen rondkomen is dat 61%. Van de inwoners die niet goed kunnen rondkomen neemt 51% aan cultuur. 68% van de inwoners met havo/vwo/mbo doet aan cultuur, terwijl dit percentage bij inwoners met basis/vmbo opleidingsniveau 38% is. Gezien de aard en omvang van TivoliVredenburg, valt te verwachten dat deze percentages ook voor hun bereik representatief zijn.

TivoliVredenburg zet zich in om alle publieksgroepen te bereiken en richt haar inspanningen de huidige periode op groepen die nog niet zo makkelijk de weg naar haar activiteiten vinden of zich te weinig herkennen in hun programma. Daarvoor hanteren zij hun plan van aanpak ‘TivoliVredenburg Inclusief!’. Extra rekening houden ze met mensen met een kleine beurs. Hiervoor bieden ze onder andere gratis programma aan (denk aan lunchpauzeconcerten, Pop-O-Matic, workshops en activiteiten in Park 6, en Rabo Open Stage). Ook geven ze bij veel concerten korting: voor studenten, met CJP en met U-pas. Daarnaast werkt TivoliVredenburg in de wijken samen met partners die daar actief zijn, zoals de wijkcultuurhuizen en scholen.

Vraagnummer: 36 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed

Bladzijde (in pdf)

20

Verbijzondering

onvoldoende capatciteit elektriciteitsnetwerk

Vraag

Zullen de problemen met het elektriciteitsnetwerk effect hebben op de ontwikkelings plannen voor de Binnenstad, de Uithof/Utrecht Science Park Kanaleneiland en Transwijk? Zo ja, heeft het college dan een vastgestelde lijst die een overzicht zou kunnen bieden voor projecten die ook in de problemen komen door het elektriciteitsnetwerk?

Antwoord We gaan de impact van netcongestie op de stedelijke ambities in kaart te brengen. U wordt hierover uiterlijk in Q4 2023 geïnformeerd via een raadsbrief. In deze brief zal ook een eerste aanpak van netcongestie te lezen zijn. U bent eerder geïnformeerd over netcongestie en de impact ervan, via de raadsbrief Nieuwe transportschaarste op elektriciteitsnet (van 17 november 2022) en via de raadsinformatiebijeenkomst ‘Transportschaarste op het Net’ (van 7 februari 2023) en de raadsbrief van 7 juni jl.. Projecten met voorzieningen die nog geen aansluitingen toegewezen hadden gekregen, ondervinden sowieso hinder, niet alleen deze gebieden.

Vraagnummer: 37 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed

Bladzijde (in pdf)

55

Verbijzondering

Inhoudelijk

Vraag

Waarom is de grondprijzenbrief van 2019 gebruikt voor de Jaarstukken 2022?

Antwoord Er is gebruik gemaakt van de meest actuele grondprijzenbrief, voor 2022 was dat de grondprijzenbrief 2022 en voor het opstellen van de ramingen bij de actualisatie van 2023 is dat de grondprijzenbrief 2023. Abusievelijk is de link opgenomen naar de grondprijzenbrief 2019 in plaats van de link naar de grondprijzenbrief 2022. Grondprijzenbrief 2022

Vraagnummer: 38 Fractie

Stadsbelang Utrecht

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed

Bladzijde (in pdf)

63

Verbijzondering

Mobiliteitshub XL Papendorp

Vraag

Is er al een vasttelling voor de sneltramlijn die genoemt is in de plannen van Mobiliteitshub XL in Papendorp?

Antwoord Nee, nog niet. De tracékeuze is in onderzoek in het kader van de MIRT-verkenning OV en Wonen.

Vraagnummer: 39 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Hoofdstuk

1.1 Utrechters werken of participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam

Bladzijde (in pdf)

189

Verbijzondering

Het gaat om de doelstellingen 2023 in de tabel in relatie tot de realisatie in 2022 bij de arrangementen.

Vraag

1. Kan het college verklaren waarom de doelstelling voor 2023 lager ligt dan de realisatie van 2022, bijvoorbeeld bij arrangement 1?

Antwoord De doelstelling van 2023 is geformuleerd voordat de realisatie van 2022 bekend werd. In 2021 hebben we de doelstelling van 2023 vastgesteld. Toen was nog lastig te bepalen wat een reële doelstelling was, als gevolg van de coronamaatregelen. Voor de overige arrangementen zijn doelstelling 2023 en realisatie 2022 nagenoeg gelijk.

Vraagnummer: 40 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Dennis de Vries

Hoofdstuk

1.1 Utrechters werken of participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam

Bladzijde (in pdf)

193

Verbijzondering

"Aanpak jeugdwerkloosheid Om de dienstverlening te versterken, hebben we de methodiek lifecoaching ontwikkeld en zijn er vier lifecoaches aan de slag gegaan voor jongeren in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar."

Vraag

Wat is het resultaat van het werken met lifecoaches en wat heeft het opgeleverd?

Antwoord Het initiatief voor lifecoaching is ontstaan vanuit het regionale programma voortijdig schoolverlaten SchoolWerkt, daar is de pilot al gestart in september 2022 met vier lifecoaches (RMCtrajectbegeleiders) in de RMC-regio. Deze pilot wordt na afronding van schooljaar 2022-2023 geëvalueerd waarna de resultaten bekend zijn. Op 4 mei 2023 is de kick-off geweest van de pilot lifecoaching voor de arbeidsmarktregio. Lifecoaching is bedoeld voor jongeren zonder startkwalificatie die vastlopen op school (praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, mbo-entree) of in het vinden van een (eerste) baan. Het gaat om een pilot tot 1 januari 2024 die bij succes wordt verlengd. We volgen en evalueren de komende periode de resultaten van de pilot. Het is nog te vroeg om daar iets over te kunnen zeggen. De lifecoaches van de gemeente Utrecht werken vanuit team Jongeren en Banenafspraak van Werk en Inkomen. De pilot in de arbeidsmarktregio wordt gefinancierd vanuit de middelen van de Regionale aanpak jeugdwerkloosheid.

Vraagnummer: 41 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Subsidiemonitor 2022 pragraaf 3.4

Bladzijde (in pdf)

11

Verbijzondering

"De nadere regels worden in het subsidiesysteem EF vertaald naar een subsidieregeling waarvoor bewoners of organisaties een aanvraag kunnen indienen. Op het subsidieloket van de gemeente (www.utrecht.nl/subsidie) staat welke subsidieregelingen er beschikb

Vraag

In dit deel wordt verwezen naar de bijlage. Echter, in de bijlage ziet D66 Herstel en Veerkracht niet terug. 1. Is deze informatie wel meegenomen in de jaarstukken? 2. Heeft het college inzicht in wat er besteed is? 3. En is het college van mening dat dit voldoende heeft opgeleverd?

Antwoord

1. In de subsidiemonitor staan zowel aangevraagde subsidiedossiers als verleende subsidiedossiers. Voor Herstel en Veerkracht geldt dat er vanaf 2022 aangevraagd kon worden maar dat deze pas in 2023 zijn verleend. In de bijlage van de subsidiemonitor 2022 staan dus geen aantallen verleende subsidieaanvragen aangezien deze er niet zijn. Het klopt dus dat deze niet zichtbaar is in de jaarstukken. 2. In 2022 zijn er geen bestedingen voor Herstel en Veerkracht. 3. De activiteiten starten voornamelijk in 2023 dus daar wordt niets over vermeld in 2022.

Vraagnummer: 42 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Rachel Streefland

Hoofdstuk

Deel 1, cultuur

Bladzijde (in pdf)

300 e.v.

Verbijzondering

Bewonersenquetes over cultuur aanbod vinden 1x per twee jaar plaats

Vraag

Een raadsperiode kent vier jaar. Deze bewonersenquête, die ook bedoeld zijn om voor de raad vinger aan de pols te houden, worden 1x per twee jaar gehouden. Dit betekent dat per periode maar twee keer deze cijfers bekeken kunnen worden. 1. Deelt het college de visie dat het daarmee lastiger is om vinger aan de pols te houden, dan als er elk jaar of nog vaker deze enquete wordt uitgezet? En waarom? 2. Wat zijn de mogelijkheden om deze enquete vaker te houden? 3. En welk aantal ziet het college als het ideale aantal keren waardoor zowel college als raad goed vinger aan de pols kan houden?

Antwoord

We hebben in 2019 besloten tot een frequentie van eenmaal per twee jaar voor de Inwonersenquête Onderzoek & Advies. Inhoudelijke afwegingen daarbij waren: • Bij de meeste indicatoren in de Inwonersenquête leert de ervaring dat de beantwoording hiervan door bewoners niet aan grote fluctuaties onderhevig is. Een tweejaarlijkse meting levert voor monitoringsdoeleinden adequate actuele cijfers. Daarnaast sluit het aan bij de frequentie van andere metingen zoals de gezondheidspeiling van de afdeling Volksgezondheid (tweejaarlijks). Ook andere grote gemeenten (bijvoorbeeld Amsterdam) voeren de bewonerspeiling tweejaarlijks uit en de landelijke Veiligheidsmonitor is eveneens tweejaarlijks. • Naast de Inwonersenquête is er een veelheid aan databronnen (bijvoorbeeld registratiecijfers), die in combinatie tot nieuwe inzichten leidt. Daarbij is data op een zo laag mogelijk schaalniveau wenselijk. Voor het werken binnen de gemeente biedt de enquête op wijkniveau veel minder relevante gegevens dan de subwijkenquête, die we in stand houden met een tweejaarlijkse frequentie. Tot 2019 hielden we een jaarlijkse peiling onder inwoners van Utrecht. Het schaalniveau van deze inwonersenquête wisselde jaarlijks: het ene jaar op wijkniveau, het andere jaar op subwijkniveau. Vanaf 2019 houden we iedere twee jaar een Inwonersenquête waarmee we uitspraken kunnen doen op het niveau van de subwijk.

Gezien bovenstaande biedt het houden van een jaarlijkse enquête marginale meerwaarde ten opzichte van de kosten en inspanningen. Ook vanwege enquêtemoeheid zijn we terughoudend in het jaarlijks ondervragen van inwoners.

Vraagnummer: 43 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Hoofdstuk

Deel 1, cultuur

Bladzijde (in pdf)

307

Verbijzondering

"De UIT-agenda en de opening van het culturele seizoen waren gericht op een bredere diversiteit aan jonge makers. Op die manier hebben we een nieuw publiek bereikt."

Vraag

1. Deelt het college de doelstelling om o.a. met de UIT-agenda zoveel mogelijk te proberen om Utrechtse kunstenaars aan de wereld te laten zien, en zoveel mogelijk van de wereld aan Utrechters te laten zien in Utrecht? 2. In hoeverre draagt de UIT-agenda bij aan deze doelstelling? 3. Ziet het college nog manieren om door middel van de UIT-agenda die nu nog niet worden benut, Utrechtse kunstenaars bereikbaar te maken voor eenieder buiten Utrecht, en om interessante makers van buiten Utrecht bekender te maken bij het Utrechtse publiek? 4. En welke manieren zouden dat kunnen zijn en wat is er voor nodig om dit te realiseren?

Antwoord 1.en 2. De Uitagenda Utrecht is erop gericht bewoners en bezoekers van Utrecht te informeren over het cultuuraanbod in de stad Utrecht. Ook Utrechtse kunstenaars presenteren hun werk in Utrecht, wat in dat geval opgenomen is in de Uitagenda. Cultuuraanbod buiten Utrecht is niet onderdeel van de Uitagenda. 3. en 4. Utrecht Marketing presenteert via verschillende kanalen, waaronder het Uitagenda Utrecht magazine, de website www.uitagendautrecht.nl en diverse nieuwsbrieven, een breed aanbod en licht daarbij afwisselend thema’s, makers, organisaties en programma’s uit om die meer onder de aandacht te brengen. Utrecht Marketing heeft (redactionele) vrijheid om daarin zelf keuzes te maken. De keuzes en verantwoordelijkheid hiervoor liggen, zoals al aangegeven bij het antwoord hierboven, bij Utrecht Marketing. Als gemeente geven wij richting op hoofdlijnen.

Vraagnummer: 44 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eva Oosters

Hoofdstuk

Deel 1, vastgoed

Bladzijde (in pdf)

343

Verbijzondering

"De meeste initiatiefnemers hebben hun plek gevonden via de gemeentelijke leegstandsbeheerder Ad-Hoc, de gemeentelijke buurtcentra, onderwijslocaties, de VGU zelf en de externe samenwerkingspartij De Plaatsmaker."

Vraag

Utrechtse culturele ondernemers dragen bij aan het Utrechtse vestigingsklimaat voor zowel bewoners als andere ondernemers in Utrecht. Daarmee dragen zij indirect ook bij aan de waarde van grond en van panden in Utrecht en daarmee dus ook aan ons Utrechts vastgoed. De m2 prijs in een Utrecht zonder cultuur, zal lager liggen dan in een Utrecht waar cultuur floreert. Tegelijkertijd zien we dat er schreeuwend tekort is aan broedplaatsen in de zeer brede zin van het woord. En de locaties die we hebben, die vaak tijdelijk zijn, voelen de hete adem van woningbouw in hun nek. Daarom is het van wezenlijk belang dat ons vastgoed zoveel mogelijk gaat worden ingezet om o.a. op de maatschappelijke doelstellingen met betrekking tot cultuur te behalen. Tegelijkertijd zien we dat Ad-Hoc eerder een soort dozenschuiver is die op een zo'n simpel mogelijke manier vastgoed panden wil doorverhuren. Daarom de vragen: 1. Vindt het college ook niet dat het tijd wordt om ons vastgoed niet alleen maar via Ad-Hoc aan te bieden en het ook ruimte te geven aan andere beheer organisaties? 2. En welke mogelijkheden ziet het college hierbij om specifiek een partij die zich richt op het aanbieden van vastgoed aan culturele ondernemers de ruimte te geven? 3. Wat is hiervoor nodig om het monopolie van Ad-Hoc te doorbreken? 4.

En hoe kunnen we ervoor zorgen dat vastgoed nooit meer verhuurd zal worden omwille van de opbrengsten, maar ten alle tijden omwille van het maatschappelijke doel?

Antwoord 1) Ja. In de raadsvergadering van 15 juli 2021 heeft u ons bij de behandeling van het Raadsvoorstel Ambitiedocument Maatschappelijke Meerwaarde Vastgoed middels motie 290 ‘Divers Leegstandsbeheer’ opgedragen na het aflopen van het huidige contract met de leegstandsbeheerder te kiezen voor leegstandsbeheer door meerdere partijen met een verschillend profiel. Periodes korter dan een half jaar dienen ingevuld te worden met kortlopend leegstandsbeheer. Zoals aangegeven in onze raadsbrief van 31 mei jl. is het contract voor het kortlopende leegstandsbeheer gegund aan Ad Hoc. Zij gaan daarbij voor een zo hoog mogelijke maatschappelijke en buurtgerichte invulling van het leegstaande pand. Voor deze opdracht is recent een aanbestedingsprocedure doorlopen en is Ad Hoc opnieuw geselecteerd. Voor periodes langer dan een half jaar heeft u ons opgedragen één of meerdere partijen te selecteren die in staat zijn om leegstandsbeheer doelmatiger en met meer maatschappelijke waarde te organiseren. En daarbij ruimte te houden voor maatwerk en flexibiliteit, zodat er ingespeeld kan worden op initiatieven uit de wijk en er per pand en per duur van de leegstand de juiste keuze gemaakt kan worden.

2) Aanvullend op uw opdracht, om voor de langere periodes één of meerdere partijen te selecteren, hebben wij aangegeven dat waar sprake is van leegstand de gemeente vanuit haar eigen expertise zelf een rol wil gaan spelen zoals bijvoorbeeld bij het pand Magazijn de Zon.

Wij gaan een plan van aanpak opstellen waarbij wij kijken hoe het leegstandsbeheer voor de langere periode het best georganiseerd kan worden. Daarbij kijken we naar zowel de eigen als de externe mogelijkheden, de voor- en nadelen en randvoorwaarden en de mogelijke positieve of negatieve financiële consequenties hiervan om dit tot een succes te maken. Hierover zullen wij u in het najaar nader informeren. Als besloten wordt tot de selectie van één of meerdere externe partijen dan zal dat plaatsvinden middels (een) aanbesteding(en). Of het hierbij wenselijk is specifiek ruimte te geven aan partijen die zich richten op het aanbieden van vastgoed aan culturele ondernemers zullen wij nader onderzoeken. 3) Zie de antwoorden op vraag 1 en 2. 4) De gemeente zet haar vastgoed nu al in ten behoeve van ofwel beleidsdoelen ofwel maatschappelijke doelen. Opbrengstmaximalisatie is niet het doel. Vastgoed wordt wel zoveel als mogelijk kostprijsdekkend geëxploiteerd. In de Beleidsnota Maatschappelijk Vastgoed (actualisering van de Kaderbrief Maatschappelijk Vastgoed uit 2017) die de raad uiterlijk na de zomer ontvangt, wordt dit geadresseerd.

Vraagnummer: 45 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf)

97

Verbijzondering

aantal gasafsluitingen

Vraag

1. Hoe kan het dat de doelstellingen voor gasafsluitingen niet gehaald worden? 2. Welke acties kan het college ondernemen om deze doelstellingen te halen?

Antwoord Antwoord op 1 en 2: In 2022 vonden gasafsluitingen uitsluitend plaats door stappen van verhuurders (vaak woningcorporaties) en individuele eigenaren. Bewoners kunnen wel al met woning aan de slag. Gericht op met name besparingsmogelijkheden. Ook kunnen individuele bewoners kiezen om de laatste stap naar aardgasvrij te zetten door voor een alternatieve warmte-optie te kiezen. Dat zijn, voor zowel corporatiebezit als individuele woningen, elektrische opties (een warmtepomp) of een aansluiting op het aanwezige warmtenet. Vanuit de buurtaanpak zijn nog geen concrete en grootschalige plannen gereed. De aanpak voor Overvecht-Noord komt naar alle waarschijnlijkheid eind 2023 in de fase van besluitvorming. Wanneer de concrete uitvoering gaat starten wordt dan ook bekend, maar dat zal pas vanaf eind 2024 of begin 2025 zijn. In de buurtaanpak voor andere clusters vindt vanaf 2023 versnelling in de planvorming plaats, die zorgt dat in gebieden meer op collectieve basis alternatieve warmte-opties worden ontwikkeld. De uitvoering van die plannen zal pas kunnen starten na besluitvorming in 2025-2026. Daarbij zijn we ook afhankelijk van ontwikkelingen op wetgevingsgebied en de landelijke discussie over betaalbaarheid zodat iedereen een goed aanbod krijgt.

Het Rijk werkt nog aan de benodigde wet- en regelgeving die gemeenten nodig hebben om grootschalig met het uitfaseren van gas aan de slag te gaan. Dit betekent dat op dit moment de grote aantallen niet worden gerealiseerd en ook niet mogen worden verwacht. De gasafsluitingen die hier genoemd zijn, zijn het resultaat van bewoners die zelf van het gas zijn afgegaan en of corporaties die zijn overgestapt.

Vraagnummer: 46 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf)

97

Verbijzondering

elektriciteitsopwekking via kolen

Vraag

1. Op welke momenten kunnen er nog kolen worden verstookt om elektriciteit op te wekken in onze stad? 2. Welke acties onderneemt het college om dit versneld uit te faseren en welke extra stappen kan het college nog zetten?

Antwoord 1. Op geen moment wordt kolen gebruikt in onze stad. De elektriciteitscentrale werkt alleen op aardgas. 2. Er zijn dus geen acties nodig om kolen uit te faseren.

Vraagnummer: 47 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Hoofdstuk

Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf)

101

Verbijzondering

Voor de gebiedsontwikkeling Ockhuizen heeft het college een programmatisch vertrekpunt vastgesteld op basis waarvan met omgevingspartijen gewerkt is aan een Integraal Programma van Eisen.

Vraag

1. Hoe zou het college deze zin schrijven op een manier dat het begrijpelijk is voor iedereen? 2. Welke stappen onderneemt het college om zoveel mogelijk in begrijpelijke taal te schrijven?

Antwoord 1. Bij Ockhuizen werken we aan een gebiedsontwikkeling waarbij we natuur, recreatie en duurzame energie inpassen in een cultuurhistorisch landschap. Samen met grondeigenaren, bewoners, maatschappelijke organisaties en initiatiefnemers werkten we aan een Programma van Eisen waar deze gebiedsontwikkeling aan moet voldoen. 2. We schrijven inderdaad soms nog steeds ingewikkelde teksten. Communicatieadviseurs lezen mee met alle stukken die openbaar worden. Al deze stukken moeten in B1 geschreven worden, zodat het voor iedereen begrijpelijk is. We doen ons uiterste best om in begrijpelijke taal te schrijven, maar dat lukt nog niet altijd, zo blijkt ook hier. soms is het toch te ingewikkeld.

Vraagnummer: 48 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Economie en werkgelegenheid voor iedereen

Bladzijde (in pdf)

181

Verbijzondering

ontbrekende cijfers: aantal banen, overnachtingen, aanbod/opname ratio werklocaties

Vraag

1. Waarom zijn de cijfers niet tijdig bekend? 2. Hoe gaat het college dit de volgende keer voorkomen?

Antwoord Deze cijfers komen jaarlijks pas in april beschikbaar, na de ambtelijke deadline voor de jaarstukken. Op dat moment zijn de concept-jaarstukken al gecontroleerd door de accountant. De cijfers hadden in april alsnog moeten worden aangevuld (met toestemming van de accountant). Dit is door een fout niet gebeurd. Bij volgende edities zal dit later aanvullen wel tijdig gebeuren. Zoals in voorgaande jaren ook is gebeurd. De cijfers zijn gepubliceerd in de Utrecht monitor, onderdeel Economie & Inkomen. Voor 2022 betreft het: aantal banen per ha 32,1, aantal zakelijke overnachtingen 39% van alle hotelovernachtingen, aanbod/opname ratio: kantoorruimtes 2,9 (aanbod/opname), bedrijfsruimten 0,8 (aanbod/opname). Voor vergelijkende cijfers van voorgaande jaren zie Utrecht monitor onderdeel arbeidsmarkt, kantorenmarkt en bedrijfsruimten & bedrijventerreinen

Vraagnummer: 49 Fractie

D66

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman

Hoofdstuk

Economie en werkgelegenheid voor iedereen

Bladzijde (in pdf)

182

Verbijzondering

Omscholing utrechters

Vraag

1. Hoeveel inwoners zijn geholpen met omscholing?

Antwoord De regeling loopt ten einde, omdat het subsidieplafond bijna bereikt is. Tot nu toe hebben 1000 mensen interesse getoond in de regeling en zich aangemeld. Dit heeft na screening en adviesgesprekken door het Leerwerkloket geleid tot 116 subsidieverstrekkingen. Daarnaast zijn 89 inwoners naar een ander, passender loopbaantraject begeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6c6c0c95-c600-480e-b6e4-7c2dad8a2f3f