Agendabundel
Tekst van het document
Voor de herontwikkeling van gebouw A moet het gasverdeelstation aan de Graadt van Roggenweg verplaatst worden. Deze zal geplaatst worden binnen het zoekgebied zoals aangegeven in de uitgangspuntenkaart. Hierbij zal het station als losstaand volume in de ruimte geplaatst worden, afgestemd worden met de architectuur van de aangrenzende gebouwen en goed ingepast worden in het ontwerp van de openbare ruimte. De zogenoemde “Hojelstraat” verbindt Hojel I en Beurskwartier. Dit wordt een levendige groene woon- en werkstraat. De straat is vormgegeven als één doorgaande structuur, gekenmerkt door een asymmetrisch profiel met verdiepte groenstroken met doorlopend gestrooide bomen. Elk gebouwdeel van Hojel I heeft hier meerdere entrees en er zijn uitnodigende toegangen naar de binnenhoven. Het nabijgelegen park in Beurskwartier wordt verbonden met de Graadt van Roggenweg via een nieuwe groene doorsteek voor langzaam verkeer
SPVE - Hojel I - 15
Bron: De Zwarte hond
2.1.2 ‘Groen tenzij’ Het principe ‘groen tenzij’ houdt in dat we de Utrechtse buitenruimte in principe groen inrichten, tenzij de vereiste functionaliteit dit niet toestaat. Ook de buitenruimte rondom Hojel I wordt getoetst aan dit principe. Met de nieuwe inrichting wordt verwacht dat 40% van het horizontale oppervlak groen wordt ingericht. In vergelijking met 3% in de huidige situatie.
Een zorgvuldige omgang met bomen is vereist conform het Bomenbeleid van Gemeente Utrecht, Dat bepaalt onder meer dat als onderdeel van dit SPvE een bomenparagraaf is opgesteld conform de methode van de
5,4
0,2 3 0,2 3 0,2
6
1,60,3
10,4
eigendom Utrecht Central Plaza
De groene buitenruimte is geschikt voor verschillende vormen van gebruik, van spelen voor kinderen tot ontspannen voor volwassenen, en draagt bij aan klimaatadaptiviteit (koelte en wateropvang) en biodiversiteit. Het groen in al zijn vormen is met elkaar verbonden, zowel binnen de wijk als met de groenstructuren in de omgeving. Het groen in Hojel I sluit aan bij het groene Beurskwartier met zijn parken, groene straten en groen op en aan gebouwen, waardoor bewoners en bezoekers kunnen genieten van een groen uitzicht en de seizoenen kunnen ervaren. Groen in de buitenruimte en groen op en aan gebouwen versterken elkaar. Het groen op straat wordt dan ook verbonden met groen in binnenhoven, op setbacks en daken. Groen is robuust en levensvatbaar doordat de beplantingskeuze wordt afgestemd op de bezonning, past bij de bodemgesteldheid of gronddekking. Daarnaast biedt het groen de juiste omstandigheden voor de doelsoorten uit de Beursbiotoop, de huismus, de gierzwaluw, de vleermuis, wilde bijen en de egel. In het groene domein komen, buiten het gasverdeelstation, geen kastjes voor nutsvoorzieningen, deze functies worden volledig inpandig opgelost. Er is ook zeer beperkt ruimte voor laden en lossen.
0,3
Hojelstraat tussen Hojel I en Hojel II
0,3
5,4
variabel variabel
Afbeelding: Links profiel Hojelstraat met een groene doorlopende inrichting Rechts de tussenstraat tussen A en B ingericht volgens het ‘groen tenzij’ principe
variabel
Legenda
0,2 3 0,2 3 0,2
6
1,60,3
10,4
0,8 2,27 5,8
6 6
0,2 3,5 0,2 3 0,6 0,2 4,8 0,2
0,8
eigendom Utrecht Central Plaza
Bron: Gemeente Utrecht
tussen gebouwdelen B en C-D. Ook hier wordt binnen het karakter van Beurskwartier de ruimte ingericht met verdiepte regentuinen en ingezet op verblijfskwaliteit met groen en zitgelegenheid.
variabel
Afbeelding: Groenstructuur
Hojelstraat tussen Hojel I en Hojel II
Hojelstraat tussen C D en B eurskwartier (1A) T ussenstraat tussen A en B
16 - SPVE - Hojel I
Afbeelding: Plankaart locatie intermediaire zones Bron: De Zwarte Hond
Legenda
Afbeelding: Referentie intermediaire zone - Funenpark, Amsterdam Bron: LANDLAB
gemeentelijke commissie BING. De bomenparagraaf biedt de informatie die nodig is voor een zorgvuldige afweging over behoud, verplanten of kappen van bomen. Doordat bomen vanaf het begin van het planproces expliciet de aandacht krijgen, worden medewerkers van de gemeente, inwoners, het bestuur en alle andere betrokken partijen in een vroeg stadium gewezen op en deelgenoot gemaakt van de mogelijke consequenties van de plannen voor bomen. Ook is in de bomenparagraaf opgenomen hoe het eventuele kappen van bomen wordt gecompenseerd door de aanplant van grote en ecologisch waardevolle bomen binnen het plangebied. De bomenparagraaf kan geraadpleegd worden in het hoofdstuk Onderzoeken. 2.1.3 Levendige plinten en intermediaire zone Levendige plinten en de intermediaire zone, een smalle privé-buitenruimte aan de voorzijde van de werk- en woongebouwen, bevorderd levendige straten en de interactie tussen binnen en buiten. Op de randvoorwaardenkaart is aangegeven waar levendige plinten komen. Hier is ruimte voor 1.500-2.000 m² BVO met verschillende functies. Denk aan openbaar toegankelijke voorzieningen, maar ook entrees, collectieve ruimten van kantoren en leefruimtes van woongebouwen. Leefruimtes worden aan de gevel op de begane grond geplaatst (en niet bergingen of slaapkamers) en voorzien van een intermediaire zone.
Meer dan in de huidige situatie komen er gelijkvloerse entrees aan de openbare ruimte zodat de interactie tussen binnen en buiten wordt bevorderd. De intermediaire zone is een particuliere buitenruimte en maakt deel uit van de architectuur van het gebouw. De zone wordt zo vormgegeven dat deze uitnodigt tot het plaatsen van bankjes, het laten groeien van klimplanten, het neerzetten van potten of het uitstallen van terrassen. Dit creëert een plek voor ontmoetingen met buurtgenoten. Het gebruik van de intermediaire zone wordt versterkt door gedeeltelijk terugliggende gevels of verticaal klimgroen dat beschutting biedt. Ook de strook op de verdiepte parkeergarage aan de Graadt van Roggenweg, wordt vormgegeven als intermediaire zone behorend bij de
SPVE - Hojel I - 17
aangrenzende functies. Deze wordt alleen middels het hoogteverschil gescheiden van de aangrenzende buitenruimte en niet met een erfafscheiding. Levendige plinten zijn een belangrijk onderdeel van een gezond en aantrekkelijk centrumgebied. De gevels zijn transparant en maken verbinding mogelijk tussen buiten en binnen. Een variatie in functies in de plinten zorgt voor aanloop, ook buiten kantooruren. Plintfuncties langs de Graadt van Roggenweg zullen anders van karakter zijn dan functies langs de nieuwe groene verbindingsroutes en de Hojelstraat. Dienstverlenende functies als een tandarts, fitness of adviesbureau zijn geschikt langs de Graadt van Roggenweg aangezien dit niet direct verblijfgebied is (op het noorden, aan een drukke weg), terwijl de inprikkers en op de hoeken aan de Hojelstraat zich meer lenen voor functies als horeca, buurtkamer of retail. De functies zullen hierbij nooit zo groot zijn dat deze een hele gevel vullen, maar opgedeeld zijn in kleinere eenheden.
Afbeelding: Referentie groene binnentuin - Meelfabriek, Leiden Bron: LOLA
2.1.4 Binnenhoven Net als de bouwblokken van Beurskwartier krijgen blokken C en D een private groene binnenhoven voor collectief gebruik door bewoners en werknemers van de aangrenzende gebouwen. De binnenhoven bevorderen sociale samenhang en bieden ruimte voor zelfbeheer en collectieve activiteiten. Vanzelfsprekend sluit de architectuur van gebouwen, entrees, private terrassen, routes en de inrichting van de binnentuin goed op elkaar aan. Elk binnenhof is bereikbaar vanaf de entreehal van gebouwen aan de Graadt van Roggenweg, ook voor mensen met loophulpmiddelen of een rolstoel. De binnenhoven zijn overdag ook publiek toegankelijk vanaf de Hojelstraat. Het opgaande groen in de hof is al zichtbaar vanaf de straat. De binnenhoven bieden ruimte voor groen, ontmoeting en spelen. Met name voor kinderen onder de 6 jaar. De binnenhoven zijn minimaal 60% groen en dienen als groene verblijfsgebieden met grote bomen, struiken en lage beplanting, wat zorgt voor rustige en beschutte ruimtes voor
ontmoeting en ontspanning. Groen heeft voldoende wortelruimte in ruime substraatpakketten op voldoende draagkrachtig daken. Daarvoor is ruimte beschikbaar op daken: gronddekking minimaal 1m voor bomen, 0,5m voor struiken en klimplanten en 0,4m voor vaste planten. De beplanting heeft waarde voor mensen en de doelsoorten. Door de ligging en oriëntatie van de hoven zijn dit kansrijke plekken om in te zetten op goede groene gevels. Hierbij is het wenselijk om zo veel mogelijk aaneengesloten stukken groen te voorzien. Op daken kan hemelwater worden opgevangen en benut voor het groen in het blok. De binnenhoven maken een vanzelfsprekend deel uit van dagelijkse routes, zoals de route van de fietsenstalling naar de ingang van het gebouw. De inrichting van de hof maakt deze routes comfortabel en uitnodigend voor ontmoetingen met buurtgenoten.
18 - SPVE - Hojel I
2.3 Slim vervoer 2.3.1 Voetganger en fietser centraal Het plan voor Hojel I plaatst voetgangers en fietsers centraal, met als uitgangspunt een doorwaadbaar gebied voor deze gebruikers. Lopen is de eerste keuze voor verplaatsingen vanaf Hojel I, dankzij de nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoer. Werknemers en bewoners moeten worden verleid om gebruik te maken van het openbaar vervoer, hiervoor is een uitnodigende openbare ruimte nodig. Gebruikers kunnen straks prettig en zonder obstructie van Hojel I naar het Jaarbeursplein en station Utrecht Centraal lopen.
Afbeelding: Mobiliteitsstructuur Bron: Gemeente Utrecht / De Zwarte Hond Legenda
Fietsers worden uitstekend gefaciliteerd met comfortabele inpandige fietsenstallingen voor zowel gebruikers als bezoekers. Voor de gebouwdelen A en B zijn deze bereikbaar vanaf de Graadt van Roggenweg, voor gebouw C-D vanaf de Hojelstraat. De fietsroutes sluiten naadloos aan op omliggende doorgaande fietsroutes, zoals de Graadt van Roggenweg en de Croeselaan en ontsluiten de fietsenstallingen onder de gebouwen. Elk gebouwdeel voorziet in zijn eigen fietsenstalling. Zowel bewoners als werknemers hebben toegang tot deelmobiliteit. Aan de Graadt van Roggenweg wordt gezocht naar extra ruimte voor bomen en langzaam verkeer, mogelijk op het huidige eigendom van de ontwikkelende partij. 2.3.2 Mobiliteitsstructuur Voor de ontsluiting van blok A, B en de parkeergarage voor gemotoriseerd verkeer wordt een nieuwe inrit gerealiseerd vanaf de Graadt van Roggenweg. Het autoverkeer kan vanaf deze aansluiting de blokken A en B bereiken (logistiek) en de achtergelegen parkeergarage. Auto’s zijn toegestaan in het gebied, maar hebben een ondergeschikte rol; ze rijden naar de garage of verlaten het gebied direct.
Autoverkeer vanaf de parkeergarage achter blok B rijdt weg via of de Hojelstraat naar de aansluiting Koningsbergerstraat of via het Jaarbeursplein naar de aansluiting van de Croeselaan op het Westplein. Op de Hojelstraat mengt dit autoverkeer zich met het verkeer van Beurskwartier. Autoverkeer met de bestemming GalaxyTower (logistiek en bewonersparkeren) en voor blokken 1E, A en B (logistiek en deelauto’s) rijden vanaf de aansluiting Koningsbergerstraat via de Hojelstraat naar hun bestemming. Ten opzichte van het SP Beurskwartier is er een wijziging doorgevoerd. De route naar GalaxyTower en 1E wordt tussen blok 1A en de parkeergarage gelegd en geïntegreerd met 1A . Deze route ligt buiten het plangebied. Onder blok C en D blijft een parkeergarage beschikbaar. Autoverkeer van en naar deze garage gebruikt de aansluiting Koningsbergerstraat op de Graadt van Roggenweg en een gedeelte van de Hojelstraat tot aan de in-/ uitrit van deze garage. Elk bouwblok heeft een eigen oplossing voor bereikbaarheid, met aandacht voor deelmobiliteit, bevoorrading, fietsparkeren en afvalinzameling.
SPVE - Hojel I - 19
2.3.3 Parkeren • Uitgangspunt voor parkeren is de Parkeervisie 2021 met de daarbij behorende beleidsregels. • In de huidige situatie is er sprake van 816 autoparkeerplaatsen en 273 fietsparkeerplaatsen voor ca. 50.000 m2 kantoor. • Uitgaande van het maximale programma met gemengde functies en inzet van deelauto’s is sprake van 640 parkeerplaatsen. Afhankelijk van de exacte invulling van het programma kan dit aantal nog wijzigen. In de nieuwe situatie wordt het aantal parkeerplaatsen terug gebracht naar maximaal 700 bij een totaal maximaal programma van 105.000 m2 met een gemengd programma van kantoor, wonen en plintfuncties. • Het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen op basis van het parkeerbeleid en rechtens verkregen niveau bedraagt tussen de 2100 en 2600 fietsparkeerplekken. Het exacte aantal is afhankelijk van het uiteindelijke ontwikkelscenario dat wordt gerealiseerd. Het parkeerbeleid stelt dat er per woning rekening gehouden moet worden met twee lage rekken (eventueel in dubbellaagsrekken). Voor kleine woningen (tot 50 m2 gbo) wordt per woning minimaal 1 laag rek in de dubbellaags rekken aangeboden. Een eventueel tweede fiets kan in het bovenste rek worden aangeboden. • Het grootste deel van de parkeerplaatsen is gelegen in de parkeergarage aan de Hojelstraat. Een deel, te weten ca.
90 parkeerplaatsen bevinden zich onder blok C en D 2.3.4 Laden en lossen Laden lossen vindt voornamelijk inpandig plaats. Wanneer dit niet mogelijk is wordt er een beperkte ruimtereservering gemaakt in openbaar (toegankelijk) gebied.
2.3.5 Stadsdistributie • Logistiek wordt zo ingepast dat dit zo min mogelijk negatief effect heeft op de openbare ruimte, dit betekend voor gebouw B een inpandige laad- en losruimte, voor gebouw A een ruimtereservering in de tussenstraat tussen A en B voor incidenteel gebruik, voor C een ruimtereservering ter hoogte van de toren en voor D op de geplande laad- en losplaats in Beurskwartier. • Bevoorrading gebeurt met busjes van maximaal 7 meter en in uitzonderlijke gevallen met bakwagens van maximaal 10,5 meter in afstemming met de gemeente. 2.3.6 Afvalinzameling op maat • Het inzamelen is afgestemd op de dichtbebouwde omgeving. Glas, papier, restafval en textiel worden per bouwblok ingezameld in inpandige afvalruimten, bereikbaar vanuit de openbare ruimte. • Iedere woning of kantoor heeft een vermaler in de gootsteen voor groente-, fruit- en etensresten. Het afval hiervan wordt verzameld in de inpandige afvalruimte en hier opgehaald. • Innovatieve oplossingen, mits beproefd en bewezen toepasbaar, worden toegepast om afvalscheiding te bevorderen en om voldoende groen in de openbare ruimte te houden.
20 - SPVE - Hojel I
2.4 Gemengd en inclusief programma
2.4.1 Bouwprogramma • Op dit moment staat er circa 50.000 m² BVO kantoren excl. parkeren. • In het eindbeeld van het plan gaat het om maximaal 105.000 m² BVO bovengronds bouwvolume exclusief parkeren. Hiervoor zijn er twee uitwerkingsvarianten: • Variant 1 met 70.000 m² BVO kantoren, 30.000 m² BVO wonen en 1.500-2.000 m² BVO plintfuncties exclusief wonen/kantoor op de begane grond, maar inclusief gezamenlijke entreepartijen voor deze functies • Variant 2 met 52.000 m² BVO kantoren, 48.000 m² BVO wonen en 2.000 m² BVO plintfuncties exclusief wonen/kantoor op de begane grond, maar inclusief gezamenlijke entreepartijen voor deze functies • Markttechnisch zou verruiming van meer werkprogramma gunstig zijn. Toch kiezen we primair voor de mix met wonen en andere levendige functies. Zo verkrijgen we een betere gebiedskwaliteit en aansluiting op het Beurskwartier. • Kaderstellend wordt uitgegaan van: • Totaal maximaal 105.000 m2 BVO bovengrond programma. • Minimaal 50.000 tot maximaal 75.000 m² BVO kantoren. • Minimaal 1.500-2.000 m² BVO plintfuncties. • Minimaal circa 30% wonen, met mogelijkheid dit te vergroten naar circa 47% wonen, mits haalbaar. 2.4.2 Werken • De vraag naar werkruimte in het Stationsgebied is onverminderd hoog en geschikt aanbod blijft schaars. Werkgevers uit heel Nederland zich verplaatsen zich naar deze locatie waar schaars talent zich verzamelt.
Grote kantoren in het Stationsgebied hebben voor werknemers en bezoekers primair een functie om te ontmoeten en samen te werken. Werkgevers kiezen deze locatie vooral om werknemers aan te trekken en te verbinden met hun organisatie. Om die reden moeten zowel
•
•
omgeving als gebouw veelzijdig zijn, inspireren en veel comfort bieden. De grootschalige kantoorgebouwen zijn veelzijdig bruikbare/ indeelbare gebouwen met grote vloeren en veel licht. Zowel toegerust voor grote huurders als ook kleine. Waarbij gebouw B eventueel door één bedrijf gehuisvest kan worden. Gebouw A aan het Jaarbeursplein dient op de begane grond een toegankelijke hal te hebben, bij voorkeur gekoppeld aan een voorziening zoals receptie of een koffiebar. Dat kan worden bereikt door het gebouw aan meerdere huurders te verhuren, indien verhuurd aan één huurder dient de veiligheidsschil van de kantoorfunctie zich pas na genoemde hal te bevinden. Er zijn riante plinten en een open karakter op de begane grond met publieksgerichte, openbaar toegankelijke functies op de plekken zoals aangegeven in de randvoorwaardenkaart.
2.4.3 Wonen Toevoeging van woningen is een belangrijk uitgangspunt voor de herontwikkeling van Hojel I. Minimaal 30% wonen (van bouwprogramma exclusief parkeergarage). Als bouwblok C-D in fase 2 in zijn geheel wordt getransformeerd naar wonen is maximaal circa 47% van het programma wonen. Het gaat dan in totaal om circa 635 woningen. • Segmentering van de woningen verschilt per fase, maar behelst in alle gevallen minstens 40% sociaal. • In fase 2 (ontwikkeling gebouwdelen C-D) worden woningen gebouwd volgens de verdeling 40% sociaal, 25% middeldure koop en 35% vrije sector. Het uitgangspunt is vooralsnog dat dit middensegment bestaat uit betaalbare koopwoningen die in hetzelfde gebouw komen als de vrije sector woningen. Afhankelijk van de marktontwikkelingen kan dat nog veranderen naar middenhuur. • Als het aandeel woningen naar 50% stijgt in fase 3 (C/D is dan volledig wonen) volgt deze ontwikkeling de percentage 40% sociaal, 30% middeldure huur en 30% vrije sector
SPVE - Hojel I - 21
• • • •
In de eindfase zou dit totaal een segmentering betekenen van 40% sociaal, 27% middelduur en 33% vrije sector. Variatie in woningmaten is belangrijk. Hojel I krijgt (net als Beurskwartier) een mix van woningtypen, geschikt voor verschillende huishoudens. Onzelfstandige studentenwoningen zijn mogelijk. Hiervoor geldt minimaal 14m2 GBO plus minimaal 3m2 per eenheid voor gemeenschappelijke ruimte. Sociale huur gaat bij voorkeur naar één van de Utrechtse corporaties (STUW). Of naar een belegger, maar dan gelden aanvullende regels
• •
voor de sociale huurwoningen, namelijk 70% SH2 en 30% SH3 woningen. Stimuleer een mix van eigenaarschap, waaronder woningcorporaties en individuen, om een diverse eigendomsstructuur te waarborgen. Alle woningen, behalve de studentenwoningen, zijn rolstoeltoegankelijk en levensloopbestendig. Het inrichten van toegankelijke studentenwoningen wordt in vervolgfases nader onderzocht.
Afbeelding: Programma in volume A - max BVO 31.650m2 bovengronds
Bron: De Zwarte Hond
Legenda
B - max BVO 28.500m2 bovengronds
totaal max BVO 105.000m2 bovengronds
C-D - max BVO 50.000m2 bovengronds
22 - SPVE - Hojel I
2.5 Gezond stedelijk leven
Binnen Hojel I en het Beurskwartier is gezond stedelijk leven voor iedereen het doel. We gebruiken hiervoor de uitgangspunten uit de Nota Volksgezondheid ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’. Inwoners, werknemers en bezoekers van Hojel I worden beschermd tegen negatieve milieufactoren zoals slechte luchtkwaliteit en geluidsbelasting van met name de Graadt van Roggenweg. De inrichting van de gebouwen en hun omgeving moeten gezond leven en sociale kracht stimuleren. •
• •
• •
•
Het ontwerp van zowel de gebouwen en buiten ruimte stimuleert beweging, door trappen prominent te positioneren ten opzichte van liften. Afhankelijk van het programma en de doelgroepen worden er plekken toegevoegd waar kinderen kunnen spelen en volwassenen kunnen sporten of bewegen. Dit om de druk op schaarse sport- en speelmogelijkheden in Beurskwartier niet te vergroten. De buitenruimte nodigt uit tot ontspannen en er zijn voldoende groene plekken in en rondom de gebouwen waar bewoners tot rust kunnen komen. In de gebouwen en buitenruimten worden diverse ontmoetingsplekken gecreëerd om ontmoeting te stimuleren en anonimiteit tegen te gaan. Het delen van ruimtes zoals gezamenlijke daktuinen of fietsenstallingen kunnen bijdragen aan sociale samenhang in Hojel I. Alle woningen en kantoren hebben een gezond binnenmilieu, denk hierbij aan ventilatie, hitte en tocht. Het streven is dat alle woningtypen in Hojel I dezelfde gezondheidsdruk hebben wat betreft lucht- en geluidskwaliteit. Indien een gelijke verdeling niet haalbaar is, is het de bedoeling dat sociale huurwoningen niet op de ongezondste locaties geplaatst worden. Dit is in lijn met de Nota Volkgezondheid ‘Samen Gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’.
Bij de nieuwe woningen wordt ingezet op het delen van ruimtes en middelen, zoals collectieve daktuinen en deelvoertuigen, wat bijdraagt aan het besparen van ruimte en grondstoffen.
2.5.1 Geluid Het ontwerp moet rust, reuring en ruis in goede banen leiden. Reuring staat voor de geanimeerde levendigheid op het Jaarbeursplein en de drukkere Graadt van Roggenweg. Ruis staat voor de rauwere kanten van het gebied. Bijvoorbeeld waar ambachtelijk wordt gewerkt, waar groter verkeer komt voor laden, lossen of afvalinzameling. Rust wordt gevonden en gefaciliteerd binnen de (hoven van) de bouwblokken. De programmering in binnen- en buitenruimte moet aansluiten bij deze drie categorieën. Dat wil zeggen dat in rustige binnenhoven alleen functies komen zonder geluidshinder voor aangrenzende woningen, gebruik van daktuinen wordt afgestemd op de nabijheid van woningen, en kleinschalige horecaterrassen in de openbare ruimte vooral gezocht kunnen worden in de gebieden met reuring. Binnen 50 meter van de Graadt van Roggenweg plaatsen we geen voorzieningen of woningen waar kwetsbare groepen langdurig verblijven. (In dit geval gaat het om kinderopvanglocaties of verpleeg- of zorgwoningen) Uitgangspunt voor de realisatie van de woningen in Gebouw C- D is de herinrichting van de Graadt van Roggenweg waarbij de maximale snelheid 30 km/u bedraagt.
Indien de geluidswaarde dan alsnog de standaardwaarde van maximaal 53 dBA overschrijdt zijn de volgende eisen van toepassing: • Elke nieuwe woning moet een geluidluwe zijde krijgen (standaardwaarde max 53 dB) • Minimaal 30% van de verblijfsruimten of het verblijfsoppervlak is aan de luwe zijde gelegen. Dit zijn bij voorkeur de slaapkamers • Elke nieuwe woning (vanaf 50 m² gbo) moet de beschikking hebben over een geluidluwe buitenruimte – max 58 dB. • Voor woningen die ontstaan na transformatie geldt een 5 dB soepelere eis tav de luwe gevel. • Onzelfstandige studentenwoningen en woningen <30 m2 GBO hoeven geen geluidluwe gevel te hebben mits tenminste 50% van de wooneenheden in het gebouw is gesitueerd aan een gevel waar het geluid maximaal 5 dB boven de standaardwaarde is.
SPVE - Hojel I - 23
2.5.2 Zon Aan de ontwikkeling van Hojel I worden de volgende eisen gesteld op het gebied van bezonning: Zonnige plekken in de buitenruimte worden ingericht voor verblijf, met toevoeging van horeca in de plint van gebouwen. Een woning heeft in de periode van 21 maart tot en met 21 september minimaal twee uur zon per dag. Het aantal uren wordt bepaald door het aantal uren op 75 cm boven het vloerpeil van de bovenste bouwlaag, in het midden van de woning, van de woning te berekenen, op basis van de hoogte die de zon op 21 september heeft en zonder rekening te houden met bewolking. In het ontwerp wordt rekening gehouden met hittestress binnen de gebouwen. 2.5.3. Wind • Het ontwerp moet zorgen voor een comfortabel windklimaat, waarbij parken en binnenhoven geschikt zijn voor zitten en slenteren, aan te tonen door een windonderzoek. Een samenvatting van het windonderzoek uitgevoerd in het kader van het opstellen van dit SPvE staat in hoofdstuk 4. 2.5.4 Lucht • Voor vaststelling van het SPVE is onderzocht of de verwachte luchtkwaliteit voldoet voor het programma, resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 4.
2.6 Duurzaam en innovatief Hojel I ligt in het hart van Utrecht en is onderdeel van een stedelijke ontwikkeling in de stad, waar een diverse, hoogstedelijke wijk steeds meer vorm krijgt. Deze locatie biedt een unieke kans voor een combinatie van hoogstedelijke dichtheid, groene ruimtes en gezonde leefomgeving, met aandacht voor circulariteit, duurzame energieopwekking en klimaatadaptatie. 2.6.1 Circulariteit Het project zet in op circulariteit als leidend principe, met een sterke focus op het minimaliseren van de milieu-impact. De initiatiefnemer streeft naar een duurzame ontwikkeling van bouwblok A en B, waarbij kantoren voldoen aan de BREEAM ‘Excellent’ en WELL ‘Gold’ certificeringen (nieuwbouw 2020, versie 1.0). Voor gebouw A wordt een MPG van minder dan 0,75 gehanteerd, voor gebouw B minder dan 0,8, en voor het woongebouw en kantoorgebouw C-D minder dan 0,7. Deze MPGberekeningen zijn gebaseerd op de A1-dataset met de peildatum van goedkeuring van het schetsontwerp en omvatten alleen de benodigde PV-panelen om aan het Bbl te voldoen. De initiatiefnemer blijft alert op mogelijkheden om de MPG verder te verlagen, aansluitend bij de gemeentelijke ambitie van 0,7 voor kantoren en 0,5 voor gestapelde woningbouw. Daarnaast wordt een MKIberekening aangeleverd om de milieueffecten van de toegepaste bouwmaterialen inzichtelijk te maken en verdere optimalisatie te ondersteunen.
Materialen die vrijkomen tijdens het sloopproces worden zoveel mogelijk hergebruikt binnen het project; indien dat niet haalbaar is, wordt hergebruik elders gerealiseerd. Voor bestaande gebouwen, die van werk- naar woonfunctie worden getransformeerd, worden waar mogelijk entrees en liften opnieuw ingezet. Dit draagt bij aan een efficiënt gebruik van grondstoffen en minimaliseert de milieu-impact.
24 - SPVE - Hojel I
2.6.2 Demontabele (in)bouw Het ontwerp en de bouw worden gericht op een zo hoog mogelijke losmaakbaarheid, met de focus op het eenvoudig demonteren en hergebruiken van inbouwcomponenten. Tenminste 30% van het toe te voegen volume en her te gebruiken volume zal losmaakbaar zijn. Om dit mogelijk te maken, worden drager en inbouw gescheiden. Terwijl de casco’s van de gebouwen ontworpen zijn voor langdurig gebruik, wordt de inbouw regelmatig vernieuwd om te kunnen voldoen aan veranderende behoeften. Er wordt gekozen voor het gebruik van innovatieve en hernieuwbare materialen om de uitputting van natuurlijke hulpbronnen tegen te gaan. Gedurende het ontwerpproces bekijkt de initiatiefnemer in hoeverre de losmaakbaarheid nog vergroot kan worden en of het ontwerp voldoende flexibele en aanpasbaar is voor toekomstige behoeften. 2.6.3 Materiaalgebruik Duurzaam materiaalgebruik vermindert de milieubelasting door CO2opslag in biobased materialen en het gebruik van gerecyclede grondstoffen, wat de vraag naar nieuwe hulpbronnen beperkt, afval minimaliseert en een circulaire economie bevordert. Het draagt ook bij aan een gezondere leefomgeving door schadelijke stoffen te vermijden.
De initiatiefnemer past innovatieve en hernieuwbare materialen toe om uitputting van natuurlijke hulpbronnen tegen te gaan, waarbij minimaal 25% van de massa aan toegepaste grondstoffen bestaat uit non virgin en/ of biobased materialen, inclusief hergebruikt, gerecycled en biobased materiaal. Hierin worden ook gehandhaafd en secundair beton meegenomen. Al het hout dat wordt toegepast is 100% FSC of PEFC gecertificeerd, en Building Balance (NABB) wordt betrokken bij de planvorming om deze doelen te realiseren.
De materiaalgebonden CO2-uitstoot wordt beperkt tot: • Gebouw A: minder dan 275 kg CO2-eq/m² BVO • Gebouw B: minder dan 300 kg CO2-eq/m² BVO • Kantoorgebouw C-D: minder dan 260 kg CO2-eq/m² BVO • Woontoren D: minder dan 300 kg CO2-eq/m² BVO Met deze aanpak streeft de initiatiefnemer naar een innovatieve en duurzame bouwpraktijk die zowel de ecologische impact minimaliseert als de gezondheid en het welzijn van bewoners en gebruikers bevordert. 2.6.4 Energie Via het Utrechts Energie Protocol geven we in Utrecht vorm aan het realiseren van klimaatneutrale bebouwing. Voor Hojel I wordt gestreefd naar een zo hoogwaardig mogelijke invulling van het Utrechts Energieprotocol. Daarbij wordt ingezet op: • het minimaliseren van de energievraag door energiezuinig te bouwen en efficiënte installaties toe te passen; • het benutten van zoveel mogelijk lokale hernieuwbare bronnen voor warmte- en koudeopslag; • het op jaarbasis voorzien in eigen gebruik via hernieuwbare opwekking, ook buiten de kavel. Initiatiefnemer hanteert de volgende uitgangspunten: • initiatiefnemer streeft naar een minimalisatie van de energievraag (BENG 1) en gebruik van zo hoog mogelijk aandeel lokale hernieuwbare energiebronnen (BENG 3), voor BENG 3 gelden de volgende randvoorwaarden: • Voor de kantoren geldt een minimum van 65% mits aangesloten kan worden op een WKO met bronnen in het eerste watervoerende pakket.
Indien aangesloten kan worden op het tweede watervoerende pakket, geldt een minimum van 75%. • Voor de woningen in woontoren D geldt een minimum van 60% mits aangesloten kan worden op een WKO met bronnen in het
SPVE - Hojel I - 25
• •
•
• • • • • • •
eerste watervoerende pakket. Indien aangesloten kan worden op tweede watervoerende pakket dan geldt een minimum van 70%. Toepassing van energiezuinige bouwtechnieken en efficiënte installaties, samen met eigen opwekking van hernieuwbare energie. Streven naar gebruik van collectieve warmte-koude-opslag en thermische energie uit oppervlaktewater voor verwarming en koeling van gebouwen in Hojel I, aansluiten op het Beursnet, afhankelijk van o.a. marktconformiteit van kosten van levering, af te geven levergaranties, timing, contractvoorwaarden, etc. Duurzaam collectief warmte koude systeem Beursgebied, met monitoring van waterlagen voor verantwoord gebruik, afhankelijk van o.a. marktconformiteit van kosten van levering, af te geven levergaranties, timing, contractvoorwaarden, etc. Bij aansluiting op Beursnet komt de bestaande warmtenet aansluiting te vervallen. De kantoren en woningen voldoen over het algemeen aan energielabel A+++ (uitzonderingen worden gemotiveerd). Opwekking van zoveel mogelijk van de elektriciteitsvraag via zonneenergie, mogelijk ook windenergie, met vrijheid voor ontwikkelaars om geschikte technieken toe te passen. Integratie van zonnepanelen in architectonisch concept van gebouwen, hierbij is er aandacht voor esthetiek en de beeldkwaliteitseisen zoals omschreven in dit SPVE.
Alle benodigde technische voorzieningen (zoals trafohuisjes) worden, in de bouwmassa opgenomen (m.u.v. gasreduceerstation). Initiatiefnemer zal vóórafgaand aan vaststelling SPVE contact opnemen met nutspartijen (waar onder Stedin, voor zo ver nog niet gedaan). Het beschikbaar dakoppervlak zal worden benut; alle daken ingezet voor waterberging en de hoge daken voor energieopwekking.
2.6.5 Klimaatadaptie en hittestress • Initiatiefnemer stelt een plan op dat ten aanzien van water, riolering en klimaatadaptatie voldoet aan de ‘Visie water en riolering’ en ‘Visie klimaatadaptatie’ van de gemeente Utrecht, met als belangrijkste randvoorwaarden: • Regenwateropvang en infiltratie om te anticiperen op veranderend klimaat met meer piekbuien en droge periodes: buien tot aan 80mm per uur richten geen schade aan in panden en zorgen niet voor onbegaanbare wegen. • Groenvoorzieningen en waterberging in openbare ruimte om overstromingen te voorkomen en hittestress te verminderen: minimaal 40% groen in het horizontale oppervlak en vasthouden van minimaal 90% neerslag op de plek waar het valt. • Groen tenzij principe: groene (private) buitenruimte • Geen dak onbenut; lage daken (tot en met 30 meter) ingezet voor groen (substraatdikte 20-100mm). Hoge daken (uit zicht) mogen worden ingezet in combinatie met energiesystemen en installaties. • Gebruik van bomen en groen om water op te vangen, koeling te bieden en hittestress te voorkomen, met focus op juiste groeicondities voor volle wasdom: 30-40% schaduw op loop en fietspaden en ≥ 200 m2 groen binnen 200 meter loopafstand • Initiatiefnemer realiseert minimaal 1.000 m2 groen in Fase 1 en minimaal 2.000 m2 groen in Fase 2 om te komen tot minimaal 40% horizontaal groen oppervlak binnen het plangebied.
• Hittestress is een groot probleem in het stationsgebied, in het ontwerp wordt rekening gehouden met het voorkomen van meer hitte in het gebied en in de woningen of kantoren zelf. Externe zonwering is hierin een pré. Ook de mogelijkheid voor afkoelen in de nacht, de warmte moet in de avond weg kunnen. • In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met het voorkomen van meer hitte in het gebied en in de woningen of kantoren zelf. Ook de mogelijkheid voor afkoelen in de nacht, de warmte moet in de avond weg kunnen (rekeninghoudend met geluid indien ‘s nachts het raam open staat).
26 - SPVE - Hojel I
3
Beeldkwaliteit
De beeldkwaliteit van Beurskwartier is leidend voor de beeldkwaliteit voor Hojel I. Dat vergroot de samenhang van het gebied. Tegelijkertijd wordt de eigenheid van de te transformeren gebouwen van Hojel I niet uitgewist, maar benut om maximale diversiteit te realiseren. De afdeling Stedenbouw en Landschap van de gemeente begeleidt en toetst de ontwerpen van de panden in elke fase van het ontwerpproces. Na overeenstemming met Stedenbouw worden plannen in elke fase (voorlopig ontwerp, definitief ontwerp tot omgevingsvergunningaanvraag) ter beoordeling voorgelegd aan het Supervisieteam. Ook bij de aanvraag van een omgevingsvergunning ligt de inhoudelijke toetsing bij het Supervisieteam.
Afbeelding: Opdeling in herkenbare panden door middel van architectonische uitwerking
Binnen de kaders van dit SPvE zijn plannen te ontwikkelen. Uiteraard is het mogelijk dat er gedurende het vervolgproces door ontwerpers/ adviseurs plannen ontstaan, die aansluiten bij de kerndoelen en kaders, echter qua beeld en vorm afwijken van de in het SPvE vastgelegde beeld en vorm. De mogelijkheid bestaat om in dergelijke gevallen af te wijken van dit Stedenbouwkundig Plan mits daarover overeenstemming bestaat tussen de ontwikkelende partij en de gemeente Utrecht waarbij de toetsing en besluitvorming plaatsvindt via de hierboven beschreven procedure.
Bron: Gemeente Utrecht
3.1 Architectuur
3.1.1 Algemeen Elk bouwblok wordt met zorg ontworpen om architectonische variatie en kwaliteit te waarborgen. Dit wordt bereikt door de bouwblokken logisch in verschillende panden te verdelen en verschillende architecten in te schakelen voor de diverse panden. De architectuur van het vernieuwde Hojel I kenmerkt zich door het gebruik van materialen die mooi verouderen, in warme kleuren en met veel aandacht voor de detaillering, die is gericht op tactiliteit. Hojel I vindt aansluiting op de omgeving, de kleuren en materialen worden deels geïnspireerd op de bestaande (Croeselaan) en in aanbouw zijnde
bebouwing (Galaxy Tower en WonderWoods). Aan het stationsgebied wordt daarnaast nadrukkelijk een aspect toegevoegd, door in te zetten op warmte en tactiliteit, met name dichter bij het maaiveld. De torens in Hojel I gaan door hun plaatsing en setbacks een relatie aan met de geplande torens van Beurskwartier, Jaarbeurspleingebouw als ook Galaxy Tower en Wonderwoods. De kleuren en materialen vormen samen een palet, wat zorgt voor eenheid in het gebied. De verscheidenheid ontstaat door te sturen op verschillen tussen de naast elkaar gelegen panden, om zo de pandsgewijze opzet te versterken en goed tot uitdrukking te laten komen. 3.1.2 Volumes en panden • Er wordt nadrukkelijk gebroken met het huidige architectonische concept van Hojel I. Dat betekent dat het nieuwe ensemble is opgedeeld in losse panden zoals ook bij Beurskwartier het geval is. Verschil in architectuur en materiaal tussen de verschillende gebouwdelen is een vereiste;
SPVE - Hojel I - 27
• •
De toppen van de gebouwen hebben een samenhangende, bijzondere maar subtiele gevelbeëindiging van de bovenbouw, en mag zich over meerdere verdiepingen uitstrekken; Potentiële loopbruggen zijn in hoogte maximaal één verdieping en in doorsnede vierkant. Positionering is versprongen; op verschillende hoogtes en niet op dezelfde lijn. Materialisering en detaillering van de bruggen zorgt dat ze zo onopvallend mogelijk zijn.
3.1.3 Setbacks • Om wat meer lucht, afwisseling, menselijke maat en sculpturaliteit in de gevelwanden van gebouwen te krijgen worden bij de gebouwen, hoger dan 4 lagen, in de nieuwbouw setbacks toegepast op de 4e dan wel 8e laag. • De setbacks variëren in diepte tussen 5 meter (waar mogelijk) en 3 meter (minimum) met een gemiddelde van 3,6 meter. • De nieuw te bouwen torens springen altijd terug ten opzichte van de (al dan niet bestaande) onderbouw met de maten zoals bij de setbacks beschreven.
setbacks, referentie: BKP Beurskwartier
•
Overeenkomstig Beurskwartier is het principe is dat de setbacks goed afleesbaar zijn. Om die reden zijn balkons daarboven niet gewenst. Mocht hierdoor de mogelijkheden kwalitatief goede woningen met goede buitenruimte te maken aantoonbaar worden beperkt dan bestaat de mogelijkheid een voorstel te doen dat op een andere manier aan bovengenoemd principe voldoet mits daarover overeenstemming is met de gemeente.
3.1.4 Gevels • Alle gebouwen kennen naast een eigen identiteit ook dezelfde architectonische kenmerken voor een bindend effect voor het plangebied als geheel; • Werk- en woongebouwen zijn herkenbaar en hebben een verschillende uitstraling, passend bij de functie; • De gebouwen kennen een hoogwaardige uitstraling naar de (publieke) buitenruimte en naar elkaar; er zijn geen achterkanten.
Voorbeeld van pandgewijze architectuur, Oostenburg, Amsterdam, Urhahn
Voorbeeld van een materiaal die op een mooie manier verouderd, Lathouse, Birdseye
28 - SPVE - Hojel I
•
Gevels hebben een alzijdige uitstraling waarbij eventuele galerijen en trappartijen zijn geïntegreerd in de architectuur;
3.1.5 Materialisering, Detaillering • In de architectuur is veel aandacht voor een verfijnde detaillering; • Materialen hebben een natuurlijke kleur en tactiliteit passend bij Beurskwartier en de Graadt van Roggenweg. De gevels sluiten goed aan op de (kleuren van) naastliggende bebouwing. Nader onderzoek is nodig naar de kleuren en materialen in de omgeving; • De gevels zijn nooit ‘plat’, er zit diepte en tactiliteit in de gevel te bereiken met te onderscheiden elementen; zoals bijvoorbeeld banden, penanten, kozijnen, borstweringen, neggen, buitenruimten, erkers, loggia’s enz.; • De gevels worden tactieler naarmate ze dichter bij het maaiveld zijn; • Natuurinclusieve details zoals nestmogelijkheden zijn zorgvuldig vormgegeven en maken deel uit van de architectuur; • De stedenbouwkundige en architectonische beeldkwaliteit van de plandelen zijn afgestemd op elkaar, samenhang zit in het kleur- en materiaalpalet (palet wordt in de volgende fase samengesteld). Naast
Beëindiging torens
elkaar staande panden kunnen bijvoorbeeld een afwijkende kleur hebben, maar door ze in hetzelfde kleurenpalet te houden blijven ze toch verwant aan elkaar. Voor materialen worden hoogwaardige en “warme” materialen gebruikt, denk hier bijvoorbeeld aan materialen als baksteen, natuursteen, groene gevels en hout. Deze materialen worden alleen toegepast indien ze op een mooie manier verouderen, niet vervuilen en met de tijd aantrekkelijker worden; 3.1.6 Relatie buitenruimte • Entrees van woon- en werkfuncties liggen aan straatgevels op prominente plekken, deze zijn direct bereikbaar met een gelijkvloerse aansluiting, en bij renovatie soms ontsloten door luie trappen; • Exterieur en interieur in de gebouwen wordt ruimtelijk met elkaar verbonden door bijvoorbeeld voldoende openingen in de gevel, minimale drempels; • Parkeren en het stallen van fietsen gebeurt in de gebouwen, niet in de openbare ruimte. In- en uitritten zijn netjes opgenomen in het gevelbeeld waarbij componenten zoals slagbomen en poorten
Gelaagd en tactiel; De Nieuwe Kolk, Assen, De Zwarte Hond
dichter bij maaiveld tactieler, Cooltoren, Rotterdam, V8 Architects
SPVE - Hojel I - 29
• •
• •
Afbeeldingen links: Beeldkwaliteit plinten en gevels
Afbeeldingen midden: Sfeerbeeld levendige en transparante plint aan de Hojelstraat Afbeeldingen rechts: Beeldkwaliteit parkeergarage
zorgvuldig zijn geïntegreerd in het gevelvlak (niet losstaand in de buitenruimte); Logistiek blok B gebeurt inpandig. De buitenste rooilijn is verplicht. Trappen om hoogteverschillen op te lossen worden in de nieuwbouw binnen gepositioneerd. Voor de bestaande bouw kunnen er in sommige gevallen trappen in de openbare ruimte worden gerealiseerd; Bouwvolumes sluiten met de gevels qua rooilijn, schaal en uitstraling goed aan op de gevelwanden van de Graadt van Roggenweg; Technische ruimtes, waaronder trafo’s, dienen inpandig te worden ingepast (indien niet mogelijk wordt dit zorgvuldig ingepast in de inrichting van de openbare ruimte). Technische ruimten (zoals bijvoorbeeld trafo’s) worden zorgvuldig geïntegreerd in de minst representatieve geveldelen en niet los geplaatst in de buitenruimte, daktuinen of binnenhoven. Uitzondering is het gasverdeelstation dat verplaatst zal worden naar het zoekgebied zoals deze staat aangegeven in de uitgangspuntenkaart, zo wordt ingericht dat het als gebouw herkenbaar is en in materialisatie aansluit op de rest van het ensemble;
•
• • • • •
Het verbinden van mensen, routes, niveaus en in- en exterieur staat centraal en de architectuur draagt hieraan bij. Zaken als collectieve woonvormen en collectief gebruik van ruimte of van spullen (zoals gedeeld klusmateriaal) kunnen daarbij een positieve rol spelen. Bij het vorm geven aan wonen en werken is ook aandacht voor ontmoeten, ontspannen, sport en spel; De collectieve entrees van woon- en kantoorfuncties hebben een verbijzonderde entree en een minimale hoogte van 5 meter; Waar mogelijk de woningen op de openbare ruimte ontsluiten met individuele voordeuren (ook aan de binnentuin); De intermediaire zone is vormgegeven als onderdeel van de architectuur. De exacte kleur en textuur variëren dan ook per gebouw; De plinten aan de Graadt van Roggenweg hebben een open uitstraling met veel raampartijen en te openen delen in de gevel met zicht en voordeuren naar het attractief plintprogramma; Waar het programma dat toelaat hebben de gebouwen actieve plinten. Deze zijn zo transparant mogelijk met glas tot op de grond. Hierin opgenomen openingen en toegangen zijn zodanig geplaatst dat ze een optimale relatie aangaan met de openbare ruimte;
30 - SPVE - Hojel I
Afbeelding: Visualisatie openbare ruimte Beurskwartier met verdiepte groenvakken voor waterbuffering en intermediaire zones.
•
Bron: Gemeente Utrecht
• •
Afbeelding: Principes voor de groenen daken en setbacks Bron: Gemeente Utrecht
De bestaande vrijstaande parkeergarage wordt binnen het project door initiatiefnemer aan de noordzijde voorzien van een ventilerende gevel die de uitstraling verbetert en lichthinder van koplampen voor de omgeving tegengaat. De overige gevels zullen binnen de ontwikkeling van het Beurskwartier uitgevoerd worden. De gevel heeft hierbij één ontwerp voor het geheel waarbij warmte en tactiliteit een belangrijke randvoorwaarde is. Daar waar de gevel bereikbaar is vanuit de openbare ruimte dient deze in materialisering en detaillering robuust te zijn uitgevoerd om beschadigingen te voorkomen; Reclame en/of naamsaanduiding is geïntegreerd in het gevelontwerp: Installaties zijn in het gebouw geïntegreerd en komen dus niet voor op het dak. Uitzondering vormen de hoogste daken waarop geen zicht is. Eventuele installaties zijn hier onzichtbaar vanuit de openbare ruimte door een dakopstand van voldoende hoogte. Een eventuele uitloop van lift en trappenhuis kunnen gecombineerd worden met de toegankelijkheid van het dak en is daarom wel toegestaan mits onzichtbaar vanuit de openbare ruimte. Zonnepanelen (op daken hoger dan 30m) behoren ook tot de mogelijkheid;
3.2 Buitenruimte en groen domein
3.2.1 Algemeen De beeldkwaliteit versterkt de ambitie om Hojel I onderdeel te maken van het centrum. In plaats van vooral een transitieruimte wordt het een nieuwe stedelijke plek waar je je thuis voelt. Het ontleent zijn identiteit aan hoge leefkwaliteit, diversiteit van hoogwaardige architectuur en een groene buitenruimte. De groene buitenruimte heeft een logische relatie met het gebouwde, sluit aan op de omgeving en versterkt de relatie met de rest van het centrum van Utrecht. De ruimtes nodigen uit tot beweging en ontmoeting, de voetganger staat op één in het ontwerp. 3.2.2 Groene daken, gevels en setbacks • Groen op gevels en daken is een integraal onderdeel van het architectonische ontwerp.
groene daken en setbacks
5,4
0,2 0,3 3 5,4 0,2 3 0,2 0,2 3 0,26 3 0,21,60,3 6
1,6 10,4 0,3
10,4
varia
varia
vari
vari 0,3
0,8 2,27
0,8 6 2,270,2 3,5 6 0,2 30,2 0,8 3,5 0,2 3
0,8
eigendom Utrecht Central Plaza eigendom Utrecht Central Plaza
SPVE - Hojel I - 31
•
Bron: Beeldkwaliteitsplan Beurskwartier
•
•
Afbeeldingen: Straatprofielen Graadt van Roggenweg maximaal verzachten en vergroenen Links ter hoogte van bestaande bebouwing Rechts ter hoogte van de nieuwe entree Bron: De Zwarte hond
Het groen op daken, gevels en binnentuin/hofjes is ecologisch verbonden en staat in directe relatie tot de verblijfsplekken voor vogels en vleermuizen die in de gevels worden aangebracht; Voor de gebouwen zijn groene gevels een goed middel om de beeldkwaliteit van de gebouwen te verhogen, maar ook om het groen op de verschillende lagen van de ontwikkeling met elkaar te verbinden. Het kan voor blinde gevels een kansrijke manier zijn om gevels te verzachten en de uitstraling te verhogen. Setbacks hebben een groene uitstraling die zichtbaar is vanuit de openbare ruimte en zijn toegankelijk vanaf aangrenzende verblijfsruimtes.
3.2.3 Buitenruimte Naast groen wordt de openbare ruimte ingericht met materialen voor verharding en straatmeubilair die ook in de omliggende straten worden gebruikt, zodat de wijk naadloos aansluit op de omgeving. Dat wil zeggen dat er aansluiting wordt gezocht bij de planvorming voor Beurskwartier (IPVE/FO) en Graadt van Roggenweg (VO). Dat betekent dat gebakken klinkers toegepast worden als basismateriaal met (biobased) betontoevoegingen in de randen van de regentuinen. In het gebied wordt dezelfde vleermuisvriendelijke verlichting toegepast als in Beurskwartier. De buitenruimte is sociaal veilig met voldoende verlichting en zichtlijnen waardoor het ook prettig is om er ‘s avonds te verblijven. Groenstroken en gevels met nestgelegenheid worden zo min mogelijk verlicht. Het inrichtingsplan voor de buitenruimte volgt de richtlijnen van het ‘Handboek Openbare Ruimte’ en wordt getoetst door de Commissie BInG (beheer, inrichting en gebruik openbare ruimte) van de gemeente. Het deel van de Hojelstraat dat op het grondgebied van de initiatiefnemer ligt wordt door/namens de initiatiefnemer ontworpen en aangelegd in afstemming met de gemeente als ontwerper van het overige deel van de Hojelstraat. Uitgangspunt daarbij is dat de Hojelstraat in beeld, materialisering en beplanting als een samenhangend geheel wordt vormgegeven.
variabel
Afbeelding: Materialisatie Beurskwartier
variabel
Hojelstraat Hojelstraat tussentussen Hojel I Hojel en Hojel I enIIHojel II
5,8
5,8 6
watertuin watertuin 0,6 0,2
4,8 6
0,2 0,6 0,2
4,8
Gebakken klinkers
0,2
1,2 2,8 0,2
Beton toevoegingen
T ussenstraat T ussenstraat tussentussen A en B A en B
1.7
0.0
1.10.0
0,2 3,5 0,22,20,2 0,2 3,5 0,22,20,2
0.01.1 0.6 12-20
Hojelstraat Hojelstraat tussentussen CD C BD eurskwartier en B eurskwart (1A
0.01.1 0.6 12-20
1.1
0,2
4,2
-1.2
0,2
1,2 2,8 0,2 12,1
12,1 0,2
4
0,2
4
Bruggen over regentuinen in beton of houtussen T ussenstraat T ussenstraat tussen B en C B en C
1.7 -1.2
4,2
G raadtGvan raadt R oggenweg van R oggenweg thv. bestaande thv. bestaande bebouwing bebouwing
0,2 3,5 0,22,20,2 0,2 3,5 0,22,20,2
20
20
0,2
G raadtGvan raadt R oggenweg van R oggenweg thv. nieuwe thv. nieuwe entree entree G ra
5,4
0,2 3 0,2 3 0,2
6
1,60,3
10,4
0,8 2,27
6
0,2 3,5 0,2 3
0,8
eigendom Utrecht Central Plaza
0,3
variab
variab
32 - SPVE - Hojel I
Afbeelding: Referentie inrichting regentuin Bron: OKRA
6
0,6 0,2
4,8
0,2
3.2.5 Hojelstraat en de tussenstraten Aan de voormalige achterzijde van het complex grenst de projectlocatie T ussenstraat tussen A en B aan Beurskwartier. Doordat de gebouwen alzijdig worden zullen zij onderdeel worden van de openbare ruimte van de rest van de buurt. Daarnaast wordt de fijnmazigheid door twee nieuwe doorbraken richting de Graadt van Roggenweg verhoogd met tussenstraten. De Hojelstraat verbindt Hojel I en Beurskwartier en wordt een levendige groene woon- en werkstraat. De straat is vormgegeven als één 1.7 doorgaande structuur, gekenmerkt door een asymmetrisch profiel met -1.2 0.0 1.1 0.01.1 verdiepte groenstroken voor wateropvang en een0.6doorlopende gestrooide bomenrij. Elk gebouwdeel van Hojel I heeft hier meerdere entrees en er zijn uitnodigende toegangen naar de binnenhoven. De tussenstraten worden ook ingericht volgens het ‘groen tenzij’ principe, waarbij de tussenstraat tussen blok B en C-D een sterk groene uitstraling krijgt en zal fungeren als pocketpark. De uitstraling voegt zich naar de inrichting van de Hojelstraat en de andere straten in het Beurskwartier met een verdiepte watertuin met gestrooide bomen. Hier is voldoende ruimte om te verblijven op bankjes en zitranden met ruimte voor bescheiden en open gevelterrassen in de intermediaire zone. 0,2 3,5 0,22,20,2
12-20
0,2
4,2
G raadt van R oggenweg thv. bestaande bebouwing
0,3
5,4
2,8 0,2 6 0,2 3 0,2 1,2 3 0,2
variabel
12,1 1,6 0,3
0,2 10,4
4
0,8 2,27
6
0,2 3,5 0,2 3
0,8
eigendom Utrecht Central Plaza
Bron: De Zwarte hond
5,8
watertuin
Hojelstraat tussen Hojel I en Hojel II T ussenstraat tussen B en C
0,2 3,5 0,22,20,2
variabel
Rechts profiel Hojelstraat met een doorlopende groene inrichting
3.2.4 Graadt van Roggenweg Specifiek voor de vormgeving van de buitenruimte aan de Graadt van Roggenweg is de inpassing van bestaande hoogteverschillen door de halfverdiepte garage. Het hoogteverschil wordt zoveel als mogelijk geleidelijk opgevangen, zonder keermuren of trappen, waardoor de bestaande barrières tussen straat en gebouw verdwijnen en er een geleidelijke overgang is met representatieve en toegankelijke entrees in een groene setting. Het toepassen van keermuren wordt in dit geval enkel toegepast om bestaande bomen te kunnen handhaven. Om de lineaire wandwerking te doorbreken zijn trappen over grote lengte ongewenst. Op bepaalde locaties kunnen korte, open trappen worden toegepast die uitnodigend zijn, de verblijfskwaliteit verhogen en de ventilatie van de verdiepte parkeergarage niet nadelig beïnvloeden. variabel
Afbeelding: Links tussenstraat tussen B en C ingericht volgens het ‘groen tenzij’ principe met ruimte voor water buffering
Hojelstraat tussen C D en B eurskwartier (1A)
variabel
Hojelstraat tussen Hojel I en Hojel II
5,8
Hojelstraat tussen C D en B eurskwartier (1A)
watertuin 20 6
0,2 3,5 0,22,20,2 0,6 0,2
4,8
0,2
G raadt van R oggenweg thv. nieuwe entree T ussenstraat tussen A en B
6,6 1,2 2,8 0,2
3 12,1
0,2
4
G raadt van R oggenweg thv. blok B T ussenstraat tussen B en C
SPVE - Hojel I - 33
De tussenstraat tussen A en B heeft door de route naar de parkeergarage iets steniger karakter. Mogelijke ondergrondse constructies worden met dusdanige gronddeking ingericht dat de straat een groen karakter krijgt. De vormgeving van de ruimtes gaan naadloos over in het Beurskwartier door materialisatie en vormentaal, er is hierin geen onderscheid tussen openbare ruimte in eigendom van de gemeente en openbaar toegankelijke ruimtes in private eigendom (buiten de intermediaire zone). 3.2.6 Binnenhoven De binnenhoven dienen te worden ingericht als kwalitatief goede collectieve ruimtes, met aandacht voor verblijfskwaliteit en eventueel voorzien van speelvoorzieningen voor kinderen van 0-6 jaar oud. De collectieve inrichting loopt waar mogelijk tot de gevel; de buitenruimten van de woningen zijn zodanig ingekaderd dat bouwkundige erfafscheidingen worden voorkomen. Gelaagde en gemengde vegetatie verdient hier de voorkeur boven heggen. Het oppervlakte van de binnenhoven wordt omwille van de functie als fijne groene verblijfsruimte van voldoende groenmassa voorzien, ook in de vorm van grote bomen die passen bij de maat van het binnenhof.
voorbeeld van een binnenhof met voldoende groenmassa en passende grote bomen
Aandachtspunt hierbij is het maken van voldoende ruimte voor een zonnige verblijfsplek in elk hof. Voor de gebouwen zijn groene gevels een goed middel om de beeldkwaliteit van de gebouwen te verhogen, maar ook om het groen op de verschillende lagen van de ontwikkeling met elkaar te verbinden. Het kan voor blinde gevels een kansrijke manier zijn om gevels te verzachten en de uitstraling te verhogen. De binnenhoven bieden ruimte voor een verticale ecologische verbinding naar hoger gelegen dakvlakken en setbacks, ook wordt omwille van de mix van functies rondom de binnenhoven gezorgd voor goede akoestiek. Door de ligging en oriëntatie van de hoven zijn dit kansrijke plekken om daarom in te zetten op bijvoorbeeld goede groene gevels. Hierbij is het wenselijk om zo veel mogelijk aaneengesloten stukken groen te voorzien. Poorten kunnen onderdeel zijn van het ontwerp van de hof en kunnen worden gesloten in de avonduren. De overgang van private hof naar publieke ruimte aan de zijde van de Hojelstraat wordt met zorg vormgegeven, met comfortabele trappen of hellingbanen die het hoogteverschil overbruggen en bijdragen aan de ruimtelijke compositie, gebruik als verblijfsplek en ecologische verbinding tussen verschillende niveaus.
voorbeeld van goede privé terrassen in een binnentuin
voorbeeld groene gevel in binnentuin
34 - SPVE - Hojel I
4
Onderzoeken
4.1
Geluid
4.1.1 Akoestisch onderzoek DGMR heeft in opdracht van initiatiefnemer geluidsberekeningen uitgevoerd naar de belasting op de gevels van Hojel I vanuit de Graadt van Roggenweg en de Hojelstraat en zij heeft geluidsberekeningen uitgevoerd naar het effect van de realisatie van Hojel I op het achtergelegen Beurskwartier, onder andere in verband met de realisatie van een doorbraak tussen gebouw B en C. Het geluid vanwege de Jaarbeurs is in dit rapport nog niet opgenomen maar wordt toegevoegd als informatie van de geluidsbronnen van de Jaarbeurs bekend is. Het effect van geluidsproductie in de garage op de toekomstige woningen als gevolg van bijvoorbeeld dichtslaande autodeuren is geen onderdeel van het onderzoek geweest. De afstand tussen de parkeergarage en de woontorens is minimal 50 meter en de woningen in het Beurskwartier schermen het geluid van de parkeergarage naar de woningen binnen Hojel I af. De parkeergarage past ook in het vigerende omgevingsplan. Afbeelding: Geluid Bron: DGMR Legenda
4.1.2 Gevels Hojel I Het onderzoek laat zien dat het geluid op de noordgevels van Hojel I vanwege de gemeentelijke wegen (met name Graadt van Roggenweg inclusief trambaan) maximaal 62 dB is. Het geluid vanwege de Hojelstraat, gelegen aan de zuidzijde van Hojel I, is maximaal 53 dB ter plaatse van toren D. Bij toren C en de andere gebouwen is het geluid minder dan 53 dB. Het geluid vanaf de omliggende wegen voldoet aan de grenswaarde uit het Bkl en aan de Utrechtse ambitiewaarde. 4.1.3 Effecten Beurskwartier DGMR concludeert in haar onderzoek: • Het maken van een doorbraak tussen blok B en blok C van Hojel I creëert een open verbinding tussen Graadt van Roggenweg en Beurskwartier. Dat resulteert in meer geluid op het achterliggende (woon)gebied Beurskwartier. Het geluid daar neemt met circa 9 dB toe. Echter, ook met deze toename wordt nog steeds voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB. • Met de realisatie van toren D wordt de opening tussen Hojel I en het naastgelegen kantoor aan de Graadt van Roggenweg 400 verkleind. Hierdoor neemt het geluid op een beperkt deel van het achterliggende (woon)gebied Beurskwartier af. • Toren C en de optopping van de gebouwen hebben een beperkt geluidafschermende werking voor het achterliggende woongebied Beurskwartier, met name op de hogere bouwlagen. • Geluid van verkeer op de Hojelstraat op de aangrenzende bebouwing is maximaal 52 dB.
• Met de realisatie van de Hojelstraat wordt het geluid bij het meeste zuidelijke gebouw van het Beurskwartier 2 dB hoger dan in het voormalige bestemmingsplan is opgenomen. In het voormalige plan was destijds echter het extra verkeer vanuit de parkeergarage van Hojel I op de Hojelstraat niet opgenomen.
SPVE - Hojel I - 35
Het stedenbouwkundig plan van Hojel I, met daarin het doorbreken van de Hojelbebouwing, de optoppingen en de realisatie van de torens en de verkeersafwikkeling via onder andere de Hojelstraat, heeft geen nadelige effecten voor het geluid ter plaatse van het achterliggende Beurskwartier.
4.2
Luchtkwaliteit en geur
4.2.1 Wettelijk kader Onder de huidig geldende Omgevingswet toetst en monitort de overheid de luchtkwaliteit in zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). De hele gemeente Utrecht valt in een aandachtsgebied. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden (Europese grenswaarden) in acht nemen. Dit geldt voor de volgende besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied: • Omgevingsplanactiviteiten die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen, of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); • Een projectbesluit die in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van NO2 of PM10. Voor het huidige project moet gekeken worden of de luchtkwaliteit in betekenende mate toeneemt in de nieuwe situatie. Als het project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging, moet getoetst worden aan de omgevingswaarden. NIBM De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (μg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project ‘in betekenende mate’ de luchtkwaliteit.
De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: • woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen;
•
kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.
4.2.2 Relatie tot het plan DGMR heeft in opdracht van initiatiefnemer een luchtkwaliteit- en geuronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit wordt voldaan aan het wettelijk kader. Daarnaast draagt het plan door de verminderde verkeersgeneratie bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit in het algemeen. De advieswaarde ‘WHO 2021’, waar de gemeente Utrecht naar streeft, wordt op deze locatie niet behaald, als gevolg van de achtergrondconcentraties op deze locatie. Uit de berekening van de NIBM-tool volgt dat het plan door de afname van verkeer een positieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Hiermee draagt het wel bij aan het behalen van de WHO advieswaarden 2021. Het plan heeft geen relevante geurbelasting of produceert zelf geen geurbelasting.
4.3
Externe veiligheid
Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen leidt tot veiligheidsrisico’s voor omwonenden, bedrijven en passanten. Om deze risico’s te beheersen worden de relaties tussen deze activiteiten en hun omgeving conform Besluit kwaliteit leefomgevingverantwoord en vastgelegd. Daartoe moeten in de eerste plaats de risicovolle activiteiten in de omgeving worden geïnventariseerd. Vervolgens wordt een toets uitgevoerd aan het Besluit kwaliteit leefomgeving Op iets meer dan 250 meter van het plangebied bevindt het doorgaande spoor waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het explosieaandachtsgebied van het spoor bedraagt maximaal 200 meter en overlapt de locatie niet. Mechanische ventilatie in de gebouwen dient conform het Besluit bouwwerken leefomgeving afsluitbaar te worden uitgevoerd. Het is belangrijk dat deze afsluiters zich op een goed bereikbare plaats bevinden. Door het sluiten van deze ventilatie kan toetreding van giftige of schadelijke gassen in het gebouw worden
36 - SPVE - Hojel I