CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Adviescommissie Controle en Financiën 21 maart 2024, gemeente Utrecht30.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een veilige leefomgeving en een ervaren gevoel van veiligheid zijn basisvoorwaarden voor het stimuleren van gemeenschapsvorming, meedoen en ontmoeten. In de buurten en wijken waar we juist het grootste verschil willen maken, is sprake van (straat)criminaliteit, explosies, intimidaties en geweld van criminele individuen en groepen. Daarom blijven we inzetten met partners uit het veiligheidsdomein en uit de sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg op de uitvoering van de nota Grenzen stellen en perspectief bieden, het programma Detentie en Terugkeer, het programma Jeugd en Veiligheid en de aanpak van hoogrisico personen (verwarde mensen met gevaarlijk gedrag).

26

Ontwikkelopgave buurt- en wijkgericht werken: • Onderzoeken wat meer buurt- en wijkgericht en integraal werken vraagt van de gemeente en van onze toekomstige partners. Onderzoeken welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn.

2.3 Uitgangspunt 3: Groepsgericht tenzij én met inzet van blended care Uitgangspunt wordt dat iedereen die professionele zorg of ondersteuning nodig heeft dit in principe in groepsverband krijgt aangeboden. Dit betekent dat beroepskrachten de afweging maken of een groepsgericht aanbod passend is bij de ondersteuningsvraag van een inwoner. Indien dit niet het geval is, dan wordt de ondersteuning en hulpverlening (tijdelijk) individueel geboden. Als het mogelijk is, wordt in de hulpverlening in de vorm van blended care geboden (een combinatie van face-to-face en digitale hulpverlening en met inzet van e-health).

Groepsgericht werken

We zien kansen om meer steun te organiseren als we inwoners kunnen verbinden op de vraagstukken die er leven in de stad. Dit draagt bij aan de samenredzaamheid: er worden sociale contacten opgedaan, er ontstaat (h)erkenning en vertrouwen. Dit draagt ook bij aan gemeenschapsvorming, preventie en aan bewustwording en ‘normalisering’. Groepsgericht werken is alles wat met twee of meer personen gebeurt. In de hulpverlening kan je bijvoorbeeld groepsgericht werken door hulpvragers met een vergelijkbare op elkaar aansluitende vraag/situatie bij elkaar te plaatsen (in een groep) in plaats van of aanvullend op een individueel traject. Bijkomend voordeel is dat - als aanbod eenmaal ontwikkeld is een professional in hetzelfde tijdsbestek meer bewoners kan begeleiden. Daarmee biedt groepsgericht werken een antwoord op de personele en financiële krapte: voor hetzelfde budget en met hetzelfde aantal beroepskrachten, worden meer bewoners begeleid. De organisaties in deze uitvraag krijgen, net als in de aanvullende zorg, de opdracht om op zoek te gaan naar groepsgerichte oplossingen voor veelvoorkomende vraagstukken van bewoners. Hierbij is het belangrijk om deze groepen samen met de bewoners vorm te geven.

Ook is het van belang om de (sociale) veiligheid binnen deze groep te waarborgen: juist voor mensen die op basis van andere identiteiten en/of kenmerken niet behoren tot de ‘norm’ binnen de groep. Wij vragen alle partners waar mogelijk gebruik te maken van locaties waar groepen van nature samenkomen en vraagstukken zich voordoen zoals onderwijs, sport– en andere verenigingen in de stad. Hierbij is het ook van belang dat partners goed onderling afstemmen zodat aanbod beter benut kan worden. Dit alles vraagt van de partners en beroepskrachten nieuwe werkwijzen en nieuwe vaardigheden. Er zal een transitieperiode nodig zijn om hier te komen. Er zal een

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 27

transitieperiode nodig zijn om hier te komen. Voor bewoners en politiek betekent dit een verandering in verwachtingspatroon: ondersteuning en begeleiding zijn niet altijd individueel, maar zal steeds meer groepsgericht zijn.

Blended care

Als het mogelijk is, wordt hulpverlening geboden in de vorm van blended care. Met blended care wordt bedoeld de combinatie van face-to-face hulpverlening en digitale hulpverlening/ in combinatie met de inzet van e-health. Tijdens corona is in de stad (noodgedwongen) ervaring opgedaan met meer digitale vormen van hulpverlening. Voor zowel beroepskrachten als inwoners heeft dit tot het inzicht geleid dat hier kansen liggen om digitale hulpverlening, eventueel in de combinatie met face-to-face hulpverlening, vaker in te zetten. Verder verwachten we van onze partners dat ze inzetten op digitaal werken in alle contacten met bewoners. Dat betreft de manier waarop informatie wordt gedeeld, de bereikbaarheid, het maken van afspraken en het uitvoeren van begeleiding of ondersteuning. Daarnaast wordt ook een offline mogelijkheid geboden. We houden rekening met mensen die minder (digi)taalvaardig zijn. Het is aan de partners om een goed onderbouwde keuze te maken wanneer digitaal en blended werken (een combinatie van face-to-face, telefonisch en online) passend is en wanneer niet. Ontwikkelopgaven groepsgericht werken: • Aanscherping rollen en verantwoordelijkheden tussen sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg op het gebied van groepsgericht werken. • Ambitie en ingroeipad: samen met partners verkennen welke ambitie we hebben op groepsgericht werken.

Met elkaar verdiepen op vragen als: Welke mogelijkheden zien we? Welke elementen uit het individueel werken willen we behouden? Wat vraagt het van organisaties in bijvoorbeeld scholing van beroepskrachten? Hoe voorkomen we dat mensen die individuele zorg willen, beroep doen op aanvullende zorg? Welk ingroeipad kiezen we om de omslag te maken naar groepsgericht werken. • Locaties: het meer groepsgericht werken vraagt ook passende locaties waar dit geboden kan worden. Hoe gaan we slim om met het gebruik van ruimtes gezien de schaarste?

2.4 Uitgangspunt 4: Ongelijk investeren voor gelijke kansen Eén van de topprioriteiten uit het coalitieakkoord 2022 –2026 is het aanpakken van de groeiende ongelijkheid in onze stad. Ondanks het feit dat Utrecht in diverse onderzoeken hoog scoort, gaat achter hoge stedelijke scores een verdeelde stad schuil. Een stad waar lang niet iedereen gelijke kansen heeft. Waar de achtergrond van inwoners soms bepalend is voor de mate waarin iemand zich kan ontwikkelen en deelnemen aan het stedelijk leven. De middelen die we beschikbaar hebben, gaan naar de mensen en de plekken in de stad die dit het hardst nodig hebben. Om dit te kunnen doen, is het nodig te prioriteren.

28

Ongelijkheid in gezondheid

Ongelijke kansen worden in het bijzonder zichtbaar wanneer gekeken wordt naar gezondheid: In Nederland leven mensen met basisonderwijs of vmbo gemiddeld 4 jaar korter dan mensen met hbo of een universitaire opleiding. En zelfs 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Naast opleiding zijn ook inkomen en positie op de arbeidsmarkt belangrijke algemene indicatoren voor gezondheid. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de gezonde levensverwachting. Ook het hebben van bijvoorbeeld een bijstandsuitkering of schulden hangt samen met slechtere gezondheid. Ongelijkheid in gezondheid hangt dus nauw samen met ongelijke kansen. We streven naar het toepassen van het principe ‘health in all policies’. Daarmee is gezondheid dus ook een belangrijk thema binnen deze uitvraag. De huidige partners betekenen nu al veel op de zes dimensies van Positieve Gezondheid: ze dragen bij aan sport en bewegen; mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. We gaan onderzoeken welke kansen er nog liggen op dit terrein.

Investeren in de kwetsbaarste buurten

Dat kan enerzijds door extra te investeren in buurten die op meerdere parameters laag scoren. Die zijn in onderstaand figuur weergegeven. Maar we willen binnen buurten en wijken ook alert zijn op specifieke groepen, straten, of flatgebouwen, waar de kwetsbaarheid hoger is. Achter gemiddelden gaan immers vaak uitersten schuil.

Figuur: Buurten die op parameters laag scoren

3 lage scores 3 lage scores 2 lage scores 2 lage scores

Bron: Leefbarometer (2020)

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 29

Prioriteren binnen de wijken en binnen opdrachten

De gemeente wil periodiek met inwoners en partners beoordelen waar welke investering nodig is. Wij kunnen ons goed voorstellen dat we dat doen vanuit de samenwerking in de wijk. We willen dan zichtbaar maken welke beweging wij verwachten te realiseren op beïnvloedbare indicatoren. Van politiek en bewoners vraagt dit begrip: Het aanbod is niet meer voor iedereen gelijk. Er is een beperkter aanbod voor wie meer kansrijk is. Ontwikkelopgave • (Positieve) gezondheid: We onderzoeken welke logische kansen er door de toekomstige partners nog benut kunnen worden om gezondheid en gezonde leefgewoontes te bevorderen en gezondheidsverschillen te verkleinen. • Ongelijk investeren: Uitwerking op hoe we uitvoering geven aan ongelijk investeren: We willen de inzet richten op de groepen waar inzet het meest nodig is. Niet alleen op kwetsbare buurten en wijken. Maar ook op bijvoorbeeld doelgroepen (bijvoorbeeld jongvolwassenen of jonge kinderen). Op basis waarvan bepalen we onze inzet? Welke parameters kunnen gebruikt worden? Wie maakt de keuzes? Wie heeft regie? Hoe doen we dat stadsbreed en per wijk? Hoe doen we dat in afstemming met onze partners en inwoners? • Niet bereikte groepen: Onderzoeken wat we willen en kunnen doen om groepen te bereiken die we nu niet bereiken.

Dat kan betekenen dat onze toekomstige partners voor specifieke opgaves, voor specifieke groepen kiezen voor andere werkwijzen, andere locaties of samenwerking met andere partijen.

2.5 Uitgangspunt 5: Sturen vanuit heldere kaders Het financiële kader van de Wmo en Jeugdwet – en breder in het sociaal domein – staan onder druk: het beroep op de voorzieningen groeit harder dan het beschikbare budget. We hebben te maken met een combinatie van toenemende schaarste op het gebied van budgetten, woningen en personeel en een oplopende vraag onder mensen naar ondersteuning vanuit de gemeentelijke overheid. Door deze onbalans tussen hoge maatschappelijke ambities en beperkte gemeentelijke mogelijkheden, zien wij de druk geleidelijk toenemen. Van onze toekomstige partners verwachten wij dat zij met deze druk om kunnen gaan en daarbinnen zoeken naar mogelijkheden om scherp te sturen op maximale opbrengst binnen het budget. Daarbij hoort dat wij als gemeente zullen sturen vanuit heldere kaders en met passende financiële prikkels. Sinds 2015 werken we in Utrecht samen op basis van het Utrechts Model 2. Dit model is met onze partners in het sociaal domein ontwikkeld. Het Utrechts sturingsmodel biedt een handvat voor het gezamenlijk realiseren van opgaven/ambities in de praktijk. Het stelt ons in staat om keuzes te maken en daarop met onze partners in de uitvoeringspraktijk te sturen.

2.

30

Zie voor meer informatie over het Utrechts model bijlage 1

Gedeelde waarden zijn het startpunt

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Data en informatie brengt de beweging in kaart

Figuur: Het Utrechts sturingsmodel

In het opdrachtgeverschap kregen de ‘zachte’ factoren (de kwadranten aan de linkerkant van het model) de afgelopen jaren goed de aandacht. Dat blijkt ook uit de tussenevaluatie. De ontwikkeling van de ‘harde’ factoren (de kwadranten aan de rechterkant van het model) is de afgelopen jaren onvoldoende meegegroeid met de ‘zachte’ factoren. Door kaders en randvoorwaarden de komende jaren scherper te formuleren en dit aan te vullen met heldere sturingsinformatie brengen wij onze ambities en onze mogelijkheden beter met elkaar in balans. Wij zetten daarom extra in op: ࡟ Kaders, randvoorwaarden, doelstellingen en financiële prikkels scherper formuleren: De gemeente wil in de uitvraag en uiteindelijke opdrachtformulering concreet zijn in wat er wordt verwacht. De gemeente bouwt financiële mechanismen in om te sturen op effectieve inzet en resultaten. Daarbij vragen we aan partners om goed te onderbouwen ‘waarom je doet wat je doet’. Wat is de aanpak, welke processen zet je in gang en met welk doel. ࡟ Data en informatie meer gebruiken. De gemeente zal samen met de organisaties door ontwikkelen op betekenisvolle data en verantwoording. Dat vraagt van de partners in deze uitvraag ook scherpte op het benutten van de data binnen hun organisatie.

We streven daarbij altijd naar een combinatie van verschillende vormen van informatie: kwantitatieve informatie, kwalitatieve informatie en casuïstiek.

Leidende principes aanscherpen

De leidende principes staan nog steeds centraal en geven houvast bij de keuzes die we maken op verschillende niveaus. Ook voor beroepskrachten in de sociale basis, de basiszorg en de aanvullende zorg. In de tussenevaluatie wordt aangegeven dat aanscherping nodig is. Wij herkennen dat, omdat we ook in een andere fase zitten na de oorspronkelijke transitie en transformatie. Deze aangepaste leidende principes worden uitgewerkt in verschillende nota’s in het sociaal domein en in de Sociale Visie Utrecht 2040.

Opdrachtgeverschap

De inhoudelijke opdracht die de partners nu hebben is te breed. Dat is ontstaan vanuit de grote maatschappelijke opgaven die we zien in de stad, maar is niet realistisch. Dit blijkt ook uit de tussenevaluatie die in 2022 is gehouden. Daarom is het volgende nodig:

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 31

࡟

Kiezen wat de opdracht is. Vanuit de gemeente hebben we in het sociaal domein tot nu vanuit verschillende perspectieven (gezondheid, Wmo, jeugd, werk en inkomen, onderwijs etc.) ambitie op ambitie gestapeld. Hierdoor stapelen de vragen aan partners zich op, overvragen we hen en kiezen we niet voldoende waardoor de inzet ook minder effectief is. De schaarste in onder andere personeel en geld zijn extra reden om focus aan te brengen.

࡟

Integraal opdrachtgeverschap en integraal sturen. Partijen in de stad ervaren nu dat zij vanuit verschillende hoeken binnen de gemeente vragen gesteld krijgen. Ook hierdoor stapelen de vragen aan partners zich op. Hierop ondernemen we een aantal acties. Het is nodig om vanuit de gemeente via de accounthouder als één opdrachtgever op te treden waarbij voorkomen wordt dat partijen overvraagd worden. Ook is het streven om aan de hand van de generieke uitgangspunten in deze nota van uitgangspunten meer integraal te sturen op de verschillende opdrachten in de sociale basis en basiszorg. Dit vraagstuk is echter breder dan deze Nota van Uitgangspunten en vraagt dat we als gemeente meer integraal te kijken naar wat we vragen van de partners. We benutten deze uitvraag om hier stappen in te maken. We verdiepen bijvoorbeeld op het thema preventie. Hierop is winst te halen door meer vanuit hetzelfde concept en visie sturing te geven. We hanteren hierin nu verschillende definities. Door te concretiseren wat we verstaan onder preventie en wie hieraan welke bijdrage levert, kunnen we de inzet op preventie beter richten. We benutten daardoor optimaal de kansen die er zijn en voorkomen dubbelingen. Ontdubbelen. In opdrachten aan partners gaat de gemeente scherper kijken naar waar activiteiten dubbelen of overlappen.

Met hierbij aandacht voor dat inwoners met hun vragen niet ‘tussen wel en schip vallen’.

࡟

Sturingsinstrumenten

Om goed te kunnen sturen op de uitvoering van de opdrachten en het behalen van de doelen, zetten we verschillende instrumenten in. We zetten die instrumenten in op verschillende niveaus: het niveau van de individuele opdrachten en organisaties, het niveau van de opgaven binnen het stelsel en het niveau van het stelsel als geheel: ࡟ In de overeenkomsten met de uitvoeringspartners nemen we een duidelijke opdrachtomschrijving op, ondersteund door kwalitatieve en kwantitatieve kengetallen die iets zeggen over de mate waarin de doelen worden gehaald (resultaat) en hoe die worden behaald (prestaties). Hierbij denken we bijvoorbeeld aan: tijdigheid en volledigheid van aan te leveren gegevens cliëntervaring, succesvolle uitstroom, cliëntaantallen, zorgduur etc… samenwerking in de keten, bijvoorbeeld met huisartsen, onderwijs, aanvullende zorgpartners het uitvoeren van kwaliteitsonderzoeken en daaraan gekoppelde verbeterplannen ࡟ Daarbij hoort ook het maken van heldere afspraken over de omvang van het budget en de momenten of situaties waarop we het budget verhogen of verlagen, in lijn met wat de kengetallen laten zien. ࡟ We voeren voortgangsgesprekken met de uitvoeringspartners in een gestandaardiseerde cyclus, aan de hand van een gestandaardiseerde agenda, met rapportages en data die aansluiten bij de overeenkomsten.

Om die gesprekken goed te kunnen voeren versterken we het accounthouderschap, contract- en leveranciersmanagement. ࡟ We onderzoeken hoe we horizontale sturing een plek kunnen geven, hoe we het begrip laden en effectief inzetten.We kijken hierbij naar ervaringen op andere plekken, bijvoorbeeld in de (Zvw) zorg en bij andere gemeenten.

32

࡟

We zien twee mogelijke rollen voor horizontale sturing: Door met elkaar in gesprek te gaan laten organisaties aan elkaar zien welke keuzes ze maken en waarom. Zo zetten we het in als instrument om partners van elkaar te laten leren en begrip te kweken voor elkaars positie, niet om elkaar de maat te nemen. Dit zijn ook gesprekken waarin de raad een rol kan nemen. Het kan ook een manier zijn om met een –aantoonbaar- goede inrichting van de bedrijfsprocessen en risicomanagement bij de uitvoeringspartners de verantwoordingslast richting gemeenten te beperken. Wanneer de bedrijfsvoering in de basis in orde is, is het risico op fouten en verkeerde keuzes immers kleiner. We monitoren op stelselniveau de cliëntbewegingen en –aantallen op de verschillende sporen. Door met elkaar duidelijk af te spreken welke doelen en bewegingsrichting we nastreven, kunnen we die monitorgegevens inzetten om met alle partijen in het stelsel het gesprek te voeren. Onderwerp van gesprek zijn dan bijvoorbeeld het succes van deze beweging op stelselniveau en de knelpunten die partners daarin ervaren. De monitorgegevens, de opbrengst van de gesprekken en de vervolgacties naar aanleiding daarvan delen en bespreken we met de raad. Bespreking van deze inzichten in jaargesprekken kunnen ook aanleiding zijn om de (omvang) van de opdrachten aan te passen.

Ontwikkelopgaven: • Opdrachtgeverschap vanuit de gemeente scherper vormgeven We willen de kaders en randvoorwaarden voor onze partners scherper neerzetten en voorkomen dat opdrachten aan onze partijen te breed worden. De gemeente bouwt financiële mechanismen in om te sturen op effectieve inzet en resultaten. • Integraal sturen versterken: We concretiseren wat we verstaan onder preventie, en wie hieraan welke bijdrage levert. Dit benutten we om meer gezamenlijk te sturing te geven aan de gemeentelijke inzet en de opdrachten binnen en buiten deze nota van uitgangspunten en verminderen dubbelingen. • Ontwikkelen op betekenisvolle data en verantwoording: de gemeente wil samen met partners data en informatie beter benutten om bewegingen in kaart te brengen.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 14 november 2023 | 33

3

Specifieke uitgangspunten in de sociale basis

Specifieke uitgangspunten als voorloper op de te formuleren opdrachten

In dit hoofdstuk vertalen we de ambitie en algemene uitgangspunten naar de specifieke uitgangspunten voor de toekomstige partners in de sociale basis. Later (na de gezamenlijke uitwerking van de ontwikkelopgaven) worden deze specifieke uitgangspunten vertaald naar opdrachten voor onze toekomstige partners. Dan kan het zijn dat meerdere specifieke uitgangspunten samenvallen onder één opdracht. Het kan ook zijn dat één specifiek uitgangspunt verdeeld wordt over meerdere opdrachten.

Onderscheid sociale basis en basiszorg

We behouden het onderscheid tussen sociale basis en basiszorg organisaties. Wel zien alle opdrachten in deze nota wel als nauw verweven: Ze hebben invloed op elkaar en overlappen elkaar. We zien ze als dakpannen en panlatten: ze hebben elkaar nodig om een stevig dak te vormen. Hiervoor moeten ze zorgvuldig op elkaar afgestemd worden.

De sociale basis

De sociale basis bestaat uit wat bewoners zelf met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, sport, bewegen, cultuur en veiligheid. Een sterke sociale basis bestaat uit actieve inwoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar, de buurt, de vereniging en de stad, plus een basisinfrastructuur die daarop aansluit. Met basisinfrastructuur bedoelen we alle voorzieningen die volwassenen, jongeren en kinderen helpen stevig in het leven te staan. Het gaat om onderwijs, kinderopvang, sportvoorzieningen, welzijn, cultuur, openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg etc. Het plaatje van het Verwey Jonker Instituut geeft dit goed weer.

Figuur: Gesprekmodel sociale basis de inwoner en diens sociaal netwerk gemeenschappen

persoonlijke sociale basis

bewonersinitiatieven

gemeenschappelijke sociale basis mantelzorg institutionele sociale basis

plekken voor ontmoeting steunpunt mantelzorg

eerstelijns hulpverlening

professionals in de sociale basis

vrijwilligers verenigingen

steunpunt vrijwilligers

accommodaties en voorzieningen

Bron: Britt, A. et al. (2023). Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut/Movisie.

36

Deze nota van uitgangspunten gaat over slechts een deel van de sociale basis. Het gaat om de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende 3 organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal1. We omschrijven die opdrachten in deze nota als: het versterken van gemeenschapskracht in de wijk en meedoen, het stimuleren van sport en beweging, ondersteunen van sportaanbieders, sociaal raadslieden, een deel van de ondersteuning bij financiën, administratie en informatievoorziening over de sociale basis.

Groepsgerichte preventie

Beroepskrachten in de basiszorg en aanvullende zorg zien geregeld dat relatief veel mensen met een vergelijkbare vraag naar hen toekomen. Een vraag die - als er op een andere plek, of op een eerder moment aandacht voor was geweest - niet in de basiszorg of de aanvullende zorg terecht was gekomen. In de specifieke uitgangspunten voor ‘gemeenschapskracht versterken’ en ‘sport en bewegen’ hebben we daarom telkens het onderdeel ‘groepsgerichte preventie’ opgenomen. Daarmee willen we inzetten op preventie, de beweging naar voren en op normaliseren. Door dit groepsgericht in te steken en bewoners te verbinden op specifieke vragen, dragen we bij aan de samenredzaamheid: er worden sociale contacten opgedaan, er ontstaat (h)erkenning en vertrouwen. Dit draagt daardoor ook bij aan gemeenschapsvorming. Overigens zullen de partners in de sociale basis hiervoor soms de professionaliteit en expertise van de basiszorg en aanvullende zorg nodig hebben.

3.1 Specifiek uitgangspunt 1: Versterken Gemeenschapskracht in de wijk en meedoen Zoals bij het generieke uitgangspunt al aangegeven: Utrecht is een stad waar al heel veel gebeurt op basis van vrijwillige inzet en initiatief, van één-op-één burenhulp, verenigingsleven (zoals in sport en cultuur) tot georganiseerde informele zorg. Dit is echter niet gelijk in de hele stad. In sommige buurten hebben bewoners meer moeite met meedoen, is er meer (ernstige) eenzaamheid, bestaan toenemende onderlinge tegenstellingen en is er minder initiatief vanuit bewoners. Soms zijn gezinnen of bewoners tijdelijk uit balans. Het eigen netwerk, maar ook buurtbewoners of vrijwilligers kunnen dan (tijdelijk) ondersteuning bieden. Zo zorgen we ervoor dat hulpvragen klein blijven en er meer wordt omgekeken naar elkaar. Wat bewoners bijdragen is van onschatbare waarde en onmisbaar in de Utrechtse samenleving. Daarom willen we juist dat wat mensen voor en met elkaar doen versterken.

Doelen

Het hoofddoel van dit uitgangspunt is het versterken van gemeenschapskracht in buurten en wijken: dat wat bewoners zelf kunnen doen, doen zij zelf (ruimte voor initiatief). Daar waar het niet vanzelf gaat, is het de opdracht van de toekomstige partner om die bewoners te bereiken en te betrekken. Om hen te faciliteren in het opbouwen van een

1.

Van U-Centraal alleen het onderdeel Informatievoorziening Advies en Onafhankelijke Cliëntondersteuning

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 37

gemeenschap en om hen aan te moedigen zich voor elkaar in te zetten (bijdragen naar vermogen in wederkerigheid). Dat kan de partner zelf doen of in samenwerking met bewoners(initiatieven). Zo versterken zij de gemeenschapskracht in wijken en buurten waar dat het hardst nodig is. Het versterken van samenleven en gemeenschapskracht draait om mensen: elkaar zien, elkaar kennen, actief zijn met elkaar en zo zorgdragen voor elkaar en de omgeving. Zo ontstaan sterkte buurtgemeenschappen waarin mensen omzien naar elkaar. Bijvoorbeeld door boodschappen te doen of te koken voor de (tijdelijk) zieke buur. We vragen aan de toekomstige partner te starten bij onze bewoners: ga naar de plekken in de stad waar mensen al van nature bij elkaar komen: op scholen, bij verenigingen, speelplaatsen, etc. Sluit dan aan bij wat er al loopt in een buurt of wijk en speel in op wat er nog extra nodig is. Om van daaruit verbindingen tussen mensen, initiatieven en organisaties te ondersteunen en te stimuleren. We verwachten van onze toekomstige partner dat die samenwerkt met vrijwilligersorganisaties en bewoners(initiatieven) vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid, met respect voor elkaars rol en ervarings- en professionele deskundigheid. Uitgangspunt is dat eerst bewoners zelf aan zet zijn. Wat zij zelf kunnen, doen zij zelf.

De toekomstige partner ontplooit alleen zelf activiteiten, als vrijwilligersorganisaties of bewoners(initiatieven) dat (nog) niet kunnen. Altijd inspelend op behoeften in de buurt, samen met bewoners en met de insteek dat op termijn bewoners het (gedeeltelijk) overnemen. De vorm waarin de samenwerking met vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven plaatsvindt, wordt nog samen met bewoners(initiatieven) verder onderzocht. Hiervoor worden verschillende opties bekeken (eventueel in combinatie) zoals een vorm van buurtof wijkbudgetten, een nieuwe subsidieregeling, een bestaande subsidieregeling, aparte opdracht(en) aan één of meerdere organisaties of een vorm van onderaannemerschap. We willen juist ook de ervaring en expertise van bewoners(initiatieven) benutten om samen tot goede vormen te komen. In de basis gaat het om het concretiseren van meer eigenaarschap en/of zeggenschap over de verdeling en inzet van budget, dat hoeft niet altijd te zijn in de vorm van het overhevelen van budget. Dat gaan we doen door een grotere rol te geven aan bewoners, onder andere in horizontale verantwoording, daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor een programmaraad, waar o.a. bewoners, initiatiefnemers en het maatschappelijk middenveld een positie in hebben of een burgerraad.

Subdoelen

1. Versterken van de pedagogische basis2: De organisatie draagt bij aan de pedagogische basis door te ondersteunen bij het opvoeden en opgroeien van kinderen in de buurt. We vragen de organisatie te focussen op het veilig en prettig spelen in de buurt. Daarnaast op het versterken van ouders in de opvoeding vanuit die gelijkwaardige samenwerking met ouders. Daarnaast levert de organisatie door haar geworteldheid in de buurt een bijdrage aan het verbinden van en samenwerken met andere contacten uit de leefomgevingen van kinderen, zoals het onderwijs, sport, bewonersinitiatieven, jeugdgezondheidszorg etc. De organisatie werkt volgens de methodiek van ‘Vreedzame wijk’ omdat we het belangrijk vinden dat iedereen kan meedoen en dat we ruimte maken voor diversiteit. 2. Meer bewoners kunnen meedoen: De organisatie draagt eraan bij dat inwoners in

2

NJI; Een stevige pedagogische basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders en opvoeders bij het opvoeden. Het

draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse opvoedvragen.

38

kwetsbare situaties kunnen meedoen aan activiteiten gericht op ontmoeting, beweging en zingeving. Dit draagt bij aan de inclusieve stad die we willen zijn. Er worden groepsactiviteiten georganiseerd voor inwoners die zelf niet in staat zijn hierin initiatief te nemen. Denk hierbij aan het samen met partners organiseren van inlopen en buurtkoffies in de buurtcentra). Dat kan ook in de vorm van kortdurende ondersteuning en warme toeleiding naar groepsactiviteiten. Bijvoorbeeld voor mensen die minder makkelijk aansluiten in een groep of moeite hebben zelf een sociaal netwerk op te bouwen. 3. Bruisende buurtcentra en speeltuinen: buurtcentra en speeltuinen vormen een uitvalsbasis voor ontmoeting en verbinding. De organisatie draagt samen met bewoners zorg voor het sociaal beheer op de buurtcentra. Met als doel dat iedereen laagdrempelig binnen kan lopen en zich welkom voelt. In de buurtcentra ligt het eigenaarschap zoveel mogelijk bij de gebruikers en vrijwillige beheerders. De organisatie sluit aan bij de uitgangspunten benoemd in de notitie ‘Maatschappelijk Initiatief onder dak in buurtcentra van de toekomst’. In Utrecht hebben we veel speeltuinen. Dat zijn inclusieve en laagdrempelige speelplekken waar kinderen en ouders elkaar ontmoeten. De organisatie stimuleert het proces van verzelfstandiging van speeltuinen met aandacht voor maatwerk en eigen tempo.

We verwachten van de organisatie dat zij werkt met de ABCD-methode en Vreedzaam. Daarnaast zien een aantal belangrijke waarden bij het invulling geven aan de opdracht: ruimte maken voor initiatief, samen werken vanuit vertrouwen, respect en gelijkwaardigheid, bijdragen naar vermogen, maatwerk en aansluiten bij de leefwereld.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen en monitoring

De doelen in dit uitgangspunt laten zich lastig vatten in concrete en meetbare resultaten. De organisatie brengt processen op gang, brengt verbindingen tot stand en bouwt relaties op. De resultaten zijn vaak pas op de lange termijn zichtbaar. Bovendien laat preventie zich moeilijk meten. Toch willen kijken welke data inzicht kunnen geven in de beweging die in gang wordt gezet. Naast kwantitatieve indicatoren, kan dat ook door kwalitatieve monitoring (verhalen, leren van casuïstiek, visitaties in de wijken etc.). De mate van gemeenschapskracht, sterkte van de pedagogische basis en de mogelijkheid om mee te doen verschilt per wijk en buurt. Aan de voorkant van de opdrachtperiode kiezen we voor inzet op de wijken en buurten waar langdurig de grootste inzet nodig is. De gemeente ondersteunt dit met data. Hierdoor zorgen we ervoor dat juist in deze wijken in de uitvoering zoveel mogelijk sprake is van continuïteit in de aanwezigheid en herkenbaarheid van de sociale professionals. Aan de toekomstige partner vragen we om tijdens de opdracht, samen met partners, bewoners(initiatieven) en gemeente scherp te kijken naar waar en hoe op buurt- of straatniveau ze het grootste verschil kunnen maken.

Groepsgerichte preventie

We vragen van onze partners om in te zetten op (groepsgerichte) ondersteuning op veelvoorkomende vragen op een preventieve wijze. Zoals aangegeven bij de uitgangspunten willen we voorkomen dat kleine problemen groot worden en onnodig in de basiszorg of aanvullende zorg terechtkomen. Door bewoners te verbinden op specifieke vragen, dragen we bij aan de samenredzaamheid: er worden sociale contacten opgedaan, er ontstaat (h)erkenning en vertrouwen. Dit draagt ook bij aan gemeenschapsvorming en aan bewustwording en ‘normaliseren’. Bijkomend voordeel is dat - als aanbod eenmaal ontwikkeld is - een beroepskracht in hetzelfde tijdsbestek meer bewoners kan begeleiden. Hier is al veel op ontwikkeld vanuit de collectieve aanpak waarop kan worden voortgebouwd

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 39

en in samen kan worden opgetrokken met bijvoorbeeld de JGZ3. Wij verwachten van de toekomstige partner inzet op het volgende: ࡟ In kaart brengen van de vragen bij bewoners en bij wijkpartners in het sociaal domein (zoals onderwijs, sport, jeugdgezondheidszorg, etc.) en in het veiligheidsdomein (politie en gebiedsmanagers veiligheid). Partners in de basiszorg en de aanvullende zorg denken actief mee voor welke vragen preventie nodig is. ࡟ Stimuleren en ontwikkelen van preventie. Zo veel mogelijk door en met bewoners. Groepsgericht werken is het uitgangspunt. ࡟ Inschakelen van expertise vanuit basiszorg en aanvullende zorg. Waar nodig de expertise vanuit basiszorg en aanvullende zorg inzetten en benutten voor de preventie. Ontwikkelopgaven: • Gemeenschap centraal: samen met bewonersinitiatieven, sleutelpersonen en de partijen in de sociale basis uitwerken wat “Gemeenschap centraal” concreet betekent voor onder andere de samenwerking in de wijken/ buurten en de verdeling van taken en (financiële) middelen. • Groepsgerichte preventie: samen met de partijen in de sociale basis, basiszorg en bewoners(initiatieven) uitwerken welk type vraagstukken in de sociale basis opgepakt kan worden en wat passender is in de basiszorg. Onderzoeken welke vormen meest passend zijn en welke bijdrage dat van alle partijen vraagt. En waar dit keuzes vraagt in de inzet.

• Taken sociaal beheer en sociaal makelen: onderzoeken of er een koppeling moet zijn tussen het sociaal makelen en sociaal beheer van de buurthuizen en hoe deze eruit moet zien. Dat willen we doen samen met buurthuizen in zelfbeheer, bewoners(initiatieven) en beroepskrachten.

3.2 Specifiek uitgangspunt 2: Stimuleren van sport en bewegen en ondersteuning van sportaanbieders Doel is dat zoveel mogelijk Utrechters structureel sporten en bewegen. In een veilige, gezonde, bereikbare en toegankelijke omgeving. Daarmee werken we aan: “Gezond Samen Leven”, we investeren in gezondheid. Voldoende sport en bewegen draagt direct bij aan de fysieke en mentale gezondheid van onze bewoners, daarnaast zorgt sporten in team en/of georganiseerd verband voor het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk waar Utrechters ook naast het sporten voordeel van hebben.

De opgave van sport en bewegen in Utrecht

We verwachten van de sportorganisatie dat zij in de uitvoering bijdraagt aan de opgave die in de Utrechtse Sportagenda en de Sportnota geformuleerd zijn: Zoveel mogelijk Utrechters sporten en bewegen structureel in een veilige, gezonde, bereikbare en

3

40

Collectieve Aanpak | Gemeente Utrecht - Zorgprofessionals

toegankelijke omgeving. Sport en bewegen is belangrijk voor de stad en voor de Utrechters. Sport en bewegen spelen een belangrijke rol in de bevordering van fysieke gezondheid, maar ze dienen ook als ontspannende vrijetijdsbesteding en als belangrijke aanjager van sociale verbinding en mentale gezondheid. Met de groei van de stad verandert ook de bevolkingssamenstelling en daarmee de sportbehoefte van veel inwoners. Deze verandering van vraag en aanbod is een uitdaging aan de toekomstige partner per 2025. We verwachten van deze partner: ࡟ Dat zij sport en beweegdeelname van zoveel mogelijk Utrechters als centrale opgave stelt, waarbij er extra inzet is op Utrechters in een kwetsbare situatie. ࡟ Dat zij sportaanbieders meeneemt in ontwikkelingen en ondersteunt in de benodigde aanpassingen, maar ook de kansen die het biedt. ࡟ Dat sport en beweegdeelname veilig, bereikbaar en toegankelijk blijft voor iedereen, met extra aandacht voor die inwoners voor wie dat niet vanzelfsprekend is, denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen met een beperking. ࡟ Dat zij het belang van sport en bewegen in de stad vertegenwoordigt. De hiervoor beschreven opgave bestaat uit drie doelstellingen: 1. Meer Utrechters in een kwetsbare situatie sporten en bewegen 2. Een vitaal Utrechts sportlandschap 3. Het belang van sport en bewegen in Utrecht vertegenwoordigen

Meer Utrechters in een kwetsbare situatie sporten en bewegen

De toekomstige partner werkt aan het verhogen van de duurzame sport- en beweegdeelname voor wie dat niet of minder vanzelfsprekend is. We verwachten van de sportorganisatie dat zij in buurten en wijken vraag naar en aanbod van sport bij elkaar brengt. Dat zij oog heeft voor initiatieven van bewoners en die ondersteunt waar het sportactiviteiten betreft. Binnen de doelstelling Meer Utrechters in een kwetsbare situatie sporten en bewegen vragen we van de sportorganisatie inzet op de volgende taken: ࡟ We verwachten van de sportorganisatie dat zij een visie (o.a. pedagogisch, sociaal, didactisch) en methodiek van uitvoering ontwikkelt op basis van het uitgangspunt van brede talentontwikkeling in sport en bewegen. ࡟ We hanteren het uitgangspunt dat het regulier sport- en beweegaanbod in Utrecht toegankelijk is voor iedereen, dus ook voor onze inwoners met een beperking. Daar waar dit (nog) niet mogelijk is vragen we de sportorganisatie maatwerk ondersteuning te bieden om dit mogelijk te maken. ࡟ Sport en bewegen draagt bij aan gezonde leefgewoonten, het heeft een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners en kan de vraag naar zorg verminderen. We vragen de sportorganisatie deze effecten van sport en bewegen te versterken en te zorgen voor een gezonde sportomgeving. ࡟ Aanvullend op het voorgaande.

Vanuit het Gezond en Actief Leven akkoord (GALA) verwachten we extra inzet voor de sportorganisatie op interventies rond Valpreventie, Welzijn op recept (volwassen en jeugd) kortdurende groepsaanpak, gezonde leefstijl interventie, overgewicht en mentale gezondheid. ࡟ Scholen in Utrecht zijn dé vindplek van kinderen die nog niet sport en bewegen. We vragen de sportorganisatie om in samenwerking met het onderwijs ervoor te zorgen dat kinderen op een plezierige manier kennis maken met sport en bewegen en

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 41

࡟

࡟ ࡟

voldoende bewegen gedurende de dag. De sportorganisatie heeft daarbij de opdracht om o.a. door de inzet van buurtsportcoaches en daaraan verbonden schooloverstijgende beweegteams om het beweegonderwijs, sportdagen, naschools sportaanbod, pauzesport en ‘meer bewegen gedurende de dag’ te organiseren. De betaalbaarheid van sportdeelname staat helaas steeds vaker onder druk. In Utrecht kennen we een aantal regelingen zoals U pas (budget voor contributie) en het Paul Verweel sportfonds (voor de aanschaf van sportmateriaal). We zien voor de sportorganisatie de taak om de betreffende regelingen kenbaar te maken onder de partners in het sociaal domein en bij sportaanbieders in de stad. Daarnaast vragen we de sportorganisatie om vanuit het oogpunt van de gebruiker mee te denken over manieren om het gebruik en benutting van de regelingen te verbeteren. We vragen de sportorganisatie om het sportaanbod in de stad zichtbaar te maken en onder de aandacht te brengen van onze inwoners. Daarbij past ook de organisatie van de jaarlijkse uitreiking van de Utrechtse sportprijzen. We verwachten van de sportorganisatie dat zij topsporters en topsportorganisaties ondersteunt. Aanvullend vragen we om de topprestaties van Utrechtse sporters en teams te etaleren om daarmee andere Utrechters te inspireren om te sporten en bewegen.

Het Utrechts sportlandschap is vitaal

De gemeente Utrecht streeft naar een vitaal Utrechts sportlandschap waarin voor iedere Utrechter plek is om te sporten of sportief te bewegen. Het vitale Utrechtse sportlandschap komt tot uiting in: Een goede balans tussen het aanbod en de behoefte van de inwoners. Een breed en gevarieerd scala aan vitale sport- en beweegaanbieders. Een passende en toegankelijke infrastructuur waarbij sportparken overdag en ’s-avonds toegankelijk en sociaal veilig zijn en het gebruik laagdrempelig is. Waarbij de openbare ruimte zo is ingericht dat ook daar gesport en (sportief) bewogen kan worden. We onderscheiden hierbij de volgende kerntaken: ࡟ We zien voor de sportorganisatie een centrale rol om thema’s bij aanbieders aan te reiken, te signaleren waar extra inzet nodig is en uit te lichten waar in de stad goede stappen gezet worden die als voorbeeld voor anderen dienen. Hierbinnen zijn we de volgende activiteiten voor de sportorganisatie: Inzet op een positieve sportcultuur met aandacht voor een pedagogisch sportklimaat en sociale veiligheid. Bijdragen aan een Plan van Aanpak Sociaal Veilige Sport uit het Sport Akkoord II Samen Sterker. We vragen de sportorganisatie extra aandacht besteden aan de cultuur bij sportaanbieders en bij het sportaanbod in de wijk, gericht op diversiteit, inclusie en normen en waarden.

We vragen de sportorganisatie om te werken aan een aanpak antidiscriminatie en het ondersteunen sportaanbieders bij het nemen van antidiscriminatie maatregelen. ࡟ Voor sportaanbieders willen we één plek waar zij met hun vragen terecht kunnen die raken aan de vitaliteit van hun club of vereniging. Hiervoor onderzoeken we met NOC*NSF en VWS of we één loket voor alle sportaanbieders in Utrecht kunnen organiseren, dit loket brengen we dan onder bij de sportorganisatie. ࡟ Van de sportorganisatie vragen wij om sportaanbieders te ondersteunen in het accommoderen van de groei van de stad. We vragen de sportorganisatie om de gemeente Utrecht te adviseren over wat er nodig is om de groei te kunnen faciliteren vanuit de ervaring van sportaanbieders en gebruikers. Aanvullend verwachten wij dat de organisatie aanbieders stimuleert en faciliteert in het optimaal en efficiënt benutten

42

࡟

van de beschikbare sportruimte in de stad. De sportorganisatie heeft zicht op welk sportaanbod in de openbare ruimte aanwezig is in de wijk, welke plekken gebruikt worden, geschikt zijn of soms extra aandacht vragen. We verwachten van de sportorganisatie dat zij groepen gebruikers een steuntje in de rug geeft als dat nodig is om hun sport te kunnen beoefenen. Wanneer we in de stad de openbare sportplekken toevoegen of aanpassen doen we dat altijd in samenspraak met de gebruikers. We vragen de sportorganisatie om ons daarbij te helpen in het organiseren van gesprekken met de doelgroep.

Vertegenwoordigen van het belang van sport en bewegen in Utrecht

Van de sportorganisatie verwachten wij dat het brede belang van sport en bewegen in Utrecht behartigt zij. Het gaat hierbij om sportverenigingen, maar ook anders georganiseerde sport- en beweegaanbieders (not for profit) en het vertegenwoordigen van ongebonden groepen en community’s. Met de belangenbehartiging komt de sportorganisatie op voor de wensen en behoeftes van deze sportaanbieders richting de politiek. We verwachten dat zij de verschillende belangen van aanbieders, sporters en belanghebbenden meeneemt en met een afgewogen advies komt. Aanvullend vragen we van de sportorganisatie dat zij vanuit de rol van belangenbehartiging participeert in beleidsontwikkelingen en onderzoeken die gebruikt worden voor beleidsvorming.

Meer ongelijk investeren

We verwachten van de toekomstige partner dat zij specifiek een bijdrage levert aan het stimuleren van deelname voor wie dat niet of minder vanzelfsprekend is. De beschikbare capaciteit wordt daarbij langs de lijn van ongelijk investeren voor gelijke kansen ingezet op de buurten en doelgroepen met de grootste achterstand in gezondheid en in sport- en beweegdeelname. De partner heeft de verantwoordelijkheid om per wijk en mogelijk zelfs per buurt een onderbouwde keuze te maken wat wel en niet nodig is. Van politiek en bewoners vraagt dit begrip: binnen de stad ontstaan verschillen in de manier waarop sport en bewegen wordt gestimuleerd.

Groepsgerichte preventie en samenwerking sociale basis en basiszorg

Ook sport kan een belangrijke bijdrage leveren aan de preventie en het verbinden van inwoners in de stad. Die zit enerzijds op de mogelijkheid die sport heeft om ook preventief van waarde te zijn bijvoorbeeld in valpreventie. Sport kan ook van waarde zijn juist in combinatie met een zorgtraject. We vragen deze organisatie om mee te denken met de basiszorg wat daarvoor nodig is. We zien dat er ook wat nodig is in het vergroten van de bekendheid in de basiszorg van de mogelijkheden die er zijn en meer inzicht in het aanbod in de stad. Ook is er nog winst te behalen doordat er bij de sportverenigingen in de stad bekendheid is waar zij terecht kunnen met signalen en vragen in de sociale basis en basiszorg. We ontwikkelen graag hierop door met de betrokken partijen in wat dit vraagt in de informatievoorziening in de stad en in de samenwerking.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 43

Ontwikkelopgaven: • Gedeelde pedagogische visie bij sport: Bij de inzet van buurtsportcoaches is een gedeelde pedagogische visie en methodiek gewenst, we vragen deze organisatie die te ontwikkelen aansluitend bij de lokale werkwijze (bv. Vreedzaam, gezond gewicht Utrechtse Jeugd) en volgt op de uitwerking van sociaal, veilig en gezond sportklimaat zoals dat als ambitie benoemd staat in het SportAkkoord II Samen Sterker. • Groepsgerichte preventie: we werken uit hoe vanuit sport en bewegen een bijdrage kan worden geleverd aan preventie. • Bijdragen aan informatievoorziening sociale basis: wat vraagt een goede informatievoorziening ten aanzien van sport en bewegen van de sportorganisatie en wat vraagt dat van de partner-organisaties in de sociale basis. • Verbinding met basiszorg: Uitwerken hoe de verbinding tussen sport & bewegen en basiszorg versterkt kan worden. • Verbinding sportverenigingen met sociale basis en basiszorg: Uitwerken hoe we zorgen dat sportverenigingen in de stad weten waar ze terecht kunnen met hulpvragen die passen bij de partners in de sociale basis en basiszorg.

3.3 Specifiek uitgangspunt 3: Onafhankelijke Cliëntondersteuning Utrecht biedt ook onafhankelijke cliëntondersteuning. Het zoeken en ontvangen van zorg of ondersteuning organiseren we zo eenvoudig mogelijk. Maar het kan soms (bijvoorbeeld in combinatie met andere zorgvragen) ook best ingewikkeld zijn. De onafhankelijke cliëntondersteuner kijkt dan met de inwoner mee vanuit een neutrale positie. Het kan gaan om Informatie en advies geven over de aanvraagprocedures, helpen om de hulpvraag onder woorden te brengen, meegaan en ondersteunen bij gesprekken of helpen bij bezwaar. Hierbij zijn toegankelijkheid, integraliteit, beschikbaarheid en bekendheid van groot belang. Het moet gratis zijn, levensbreed, onafhankelijk en in het belang van de cliënt. Cliëntondersteuning op het gebied van de overgang vanuit de Wmo naar de Wet langdurige zorg (Wlz) is een belangrijk aandachtspunt. In het kader van de onafhankelijkheid kan een onafhankelijk cliëntondersteuner niet betrokken zijn bij toegangsbeslissingen. Daarom kunnen partners die in Utrecht de basiszorg leveren, zich niet inschrijven op deze opdracht. Een deel van de basiszorg kan gezien worden als cliëntondersteuning. Maar deze is niet onafhankelijk. Daarom is het belangrijk om een stedelijke opdracht voor onafhankelijke cliëntondersteuning te formuleren.

Meer ongelijk investeren

Onafhankelijke cliëntondersteuning moet voor iedereen beschikbaar zijn. Op dit vlak is ongelijk investeren dus niet aan de orde. Onafhankelijke clientondersteuning is toegankelijk voor iedereen, daarom moet de weg hier naartoe laagdrempelig en toegankelijk zijn.

44

3.4 Specifiek uitgangspunt 4: Toegankelijke informatie over de sociale basis Er wordt al veel informatie over welzijn en zorg verstrekt aan inwoners en beroepskrachten van Utrecht. Zowel digitaal als fysiek. Op stedelijk niveau en op wijkniveau. Wij willen deze informatie, met name binnen de sociale basis, nog beter aansluiten bij de behoefte van inwoners en beroepskrachten in de wijken. We zien namelijk dat de informatie versnipperd is. Enerzijds is dat niet te voorkomen: de sociale basis is veelomvattend en verandert voortdurend. Maar toch willen we hier een stap in maken. Zodat de inzet vanuit de sociale basis beter vindbaar is voor inwoners zodat hiermee ook hun vragen op een juiste plek worden opgepakt. We zien nu dat het buurtteam vaak gevonden wordt voor vragen die beter in de sociale basis kunnen worden opgepakt. Door de informatie van de sociale basis beter beschikbaar te maken voor inwoners voorkomen we dat dit soort vragen bij het buurtteam terecht komen. Daarnaast helpt het beroepskrachten in de basiszorg en aanvullende zorg om beter samen te werken met de sociale basis. In deze uitvraag is een onderdeel de informatievoorziening opgenomen. We zoeken naar de mogelijkheden om met huidige partners, bewonersinitiatieven en wijkinformatiepunten te komen tot verbreding en meer eenduidigheid.

Ontwikkelopgave: • Beschikbaarheid van informatie over de sociale basis: We onderzoeken met huidige partners, bewonersinitiatieven en wijkinformatiepunten hoe de informatie over de sociale basis beter beschikbaar kan komen. Zodat inwoners in de stad beter op de hoogte zijn van het aanbod. En zodat samenwerking tussen sociale basis en basiszorg nog beter kan worden. Deze opgave heeft een bredere scope dan de uitvragen: de opgave hangt ook samen met onze gemeentelijke visie op publieksdienstverlening en de wijze waarop we informatie online en offline beschikbaar maken. We willen in deze ontwikkelopgave kijken hoe bewoners met hun vragen makkelijk op de juiste plek komen. En wat dat vraagt in de organisatie van de informatievoorziening en de samenwerking met de basiszorg.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 45

3.5 Specifiek uitgangspunt 5: Sociaal raadslieden We hebben hulp op sociaal-juridisch gebied voor Utrechters georganiseerd zodat inwoners met deze hulp optimaal gebruik kunnen maken van de op dit terrein beschikbare regelingen en voorzieningen. Ook worden de medewerkers van de buurtteams ondersteund door de sociaal raadslieden bij (complexe) casussen op sociaal-juridisch gebied. Een belangrijke vraag is hoe we deze hulp door sociaal raadslieden laagdrempelig organiseren. Op dit moment is dit vormgegeven door de sociaal raadslieden in het buurtteam te laten werken. Daardoor is er een goede samenwerking tussen deze medewerkers en de medewerkers van het buurtteam. Een belangrijke vraag is of de manier waarop de dienstverlening nu wordt geboden laagdrempelig genoeg is vanuit het perspectief van de inwoner. Ervaringen uit een project als de Geldzaak (waarbij sociaal raadslieden betrokken zijn in samenwerking met vrijwilligers op locaties in de stad waar iedereen zo kan binnen lopen) laten zien dat inwoners het ook prettig vinden om hier nog laagdrempeliger binnen te kunnen lopen voor hun kleinere vragen. Ontwikkelopgave: • Laagdrempelige hulp op sociaal-juridisch gebied organiseren om bestaanszekerheid te versterken. We onderzoeken hoe we de expertise van het sociaal raadslieden werk laagdrempelig organiseren en een goede samenwerking met de basiszorg en werk- en inkomen behouden.

46

3.6 Specifiek uitgangspunt 6: Hulp bij financiën en administratie door vrijwilligers We zetten in op het vergroten van de financiële bestaanszekerheid van inwoners. We willen daarbij ook -waar dat nodig is- inwoners handvaten bieden om financieel inzicht te krijgen en te houden. Op verschillende locaties helpen financieel vrijwilligers inwoners bij hun administratie en financiële zaken: bij de inwoners thuis, op de locaties van de buurtteam, de voedselbanken en de geldzaak. Zij werken daarbij samen met onder andere de buurtteams en Werk en Inkomen. De financieel vrijwilligers zijn vertegenwoordigd in het platform financieel vrijwilligers Utrecht, samen met financieel vrijwilligers van o.a. Humanitas, De Tussenvoorziening en Schuldhulpmaatje. De vrijwilligers krijgen begeleiding en scholing bij dit werk. Ontwikkelopgave: • Laagdrempelige hulp rondom administratie en financiën: Onderzoeken hoe we hulp bij financiën laagdrempelig en toegankelijk organiseren in de stad. En hoe we ervoor zorgen dat deze vrijwilligers ook actief zijn in de wijken waar inwoners deze hulp het meest nodig hebben. Dit is een opgave die verder reikt dan deze uitvraag en in samenhang met andere partners en collega’s van Werk & Inkomen moet worden uitgewerkt.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 47

4

Specifieke uitgangspunten in de basiszorg van de buurtteams

In dit hoofdstuk vertalen we de ambitie en uitgangspunten naar de specifieke uitgangspunten voor de basiszorg van de buurtteams. We onderscheiden buurtteams voor volwassenen en buurtteams voor jeugd en gezin. We zien de opdrachten als nauw verweven, vandaar dat we dit in deze uitvraag gezamenlijk opnemen. Ze hebben invloed op elkaar en overlappen elkaar. We zien ze als dakpannen en panlatten. Ze hebben elkaar nodig om een stevig dak te vormen. Hiervoor moeten ze zorgvuldig op elkaar afgestemd worden. Sinds 2015 heeft Utrecht een stedelijk dekkend netwerk van 18 buurtteams. De buurtteams werken vanuit één voordeur, maar zijn achter de schermen verdeeld in de buurtteams Jeugd & Gezin en de buurtteams Sociaal. De keuze voor een aparte organisatie voor de basiszorg aan jeugdigen en voor volwassenen waar zij onderdeel zijn van een gezin zorgt voor de ontwikkeling van hoogwaardige expertise en voor herkenbaarheid bij jongeren en gezinnen. Samen leveren zij hoogwaardige basiszorg aan (kwetsbare) volwassenen en jeugdigen. De buurtteams bieden basiszorg en wijzen aanvullende zorg toe. Ook is er vanuit de buurtteams een nauwe samenwerking met onder andere de schuldhulpverlening van de gemeente Utrecht, de sociaal raadslieden, maar ook andere partners zoals de nauwe samenwerking met huis- en jeugdartsen.

4.1 Specifiek uitgangspunt 7: Basiszorg voor volwassenen Doel is het begeleiden van bewoners met een hulpbehoefte op het gebied van zorg- of welzijnsonderwerpen. Met deze opdracht geven we invulling aan de verschilmaker “Gezond Samen Leven” en willen we extra aandacht besteden aan de verschilmaker “Financiële bestaanszekerheid”. Wij verwachten dat onze toekomstige partner inzet op het volgende: ࡟ Basiszorg bieden aan volwassenen. Begeleiding van volwassenen met een hulpbehoefte over verschillende zorg- en welzijnsonderwerpen. Dat kunnen persoonlijke, sociale en praktische problemen zijn. De basiszorg heeft niet alleen oog voor de specifieke vraag, maar bekijkt deze altijd in de context. Er is aandacht voor de verscheidenheid van diverse groepen en de verschillende behoeften. Indien nodig vraagt de basiszorg de situatie verder uit op alle leefgebieden en onderzoekt zij samen met de bewoner perspectieven op onderliggende oorzaken. De ondersteuningsbehoefte wordt beoordeeld en er wordt een ondersteuningsplan gemaakt. De basiszorg werkt vanuit een persoonlijke vertrouwensrelatie en bevordert de samenredzaamheid en eigen regie. Het signaleren van problemen rondom veiligheid en financiële bestaanszekerheid en daarop acteren heeft prioriteit. ࡟ De basiszorg werkt groepsgericht tenzij. De begeleiding wordt in principe groepsgericht aangeboden.

De basiszorg bundelt individuele vragen en pakt deze waar dit op basis van een professionele afweging passend is groepsgericht op. Dit betekent dat beroepskrachten de afweging maken of groepsgericht aanbod passend is bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Indien dit niet het geval is dan wordt ondersteuning (tijdelijk) individueel geboden. Het bieden van groepsgerichte begeleiding gebeurt zoveel mogelijk in samenwerking met partners vanuit de sociale basis en waar noodzakelijk met de partners in de aanvullende zorg.

50

࡟

࡟

࡟

࡟

࡟

De basiszorg werkt nauw samen met partners uit de sociale basis. Dit betekent dat eerst gekeken wordt of de hulpbehoefte kan worden opgepakt in of met de sociale basis partners, of dat een hulpbehoefte echt vraagt om inzet vanuit de basiszorg. Dit vraagt dat partners zich ontwikkelen in rolbewustzijn, gericht samenwerken ook tijdens een traject en het expliciet maken van de regievoering. Toegang. Goede toegang realiseren die aansluit bij de beweging om niet iedere vraag te zien als zorgvraag, in samenwerking met de sociale basis partners. Indien nodig betrekt de basiszorg de aanvullende zorg. De basiszorg heeft de wettelijke taak om aanvullende zorg toe te wijzen. Waar nodig blijft de medewerker betrokken gedurende het traject. Financiële bestaanszekerheid. Versterken van de financiële bestaanszekerheid van bewoners voorkomt veel individueel leed, stress en maatschappelijke kosten. Wij verwachten dat de partner financiële bestaansonzekerheid signaleert en informatie en advies verstrekt rondom financiële bestaanszekerheid en samenwerkt met relevante partners. Hiermee draagt de basiszorg bij aan de ambitie “Utrechters zijn schuldenvrij” die geformuleerd is in de nota Financiële bestaanszekerheid. Basiszorg bieden binnen de kaders van veiligheidsaanpakken.

Wij verwachten dat de toekomstige partner geëquipeerd is om de taken uit te kunnen voeren binnen de kaders van veiligheidsaanpakken zoals de persoonsgerichte aanpakken van het zorg en veiligheidshuis, in het kader van detentie en terugkeer en de aanpak van hoogrisico personen. Gemeentelijke kaders, normen en beleid worden nageleefd. Waar de partner namens het college optreedt, werkt zij vanuit dezelfde kaders, normen en beleid als de gemeente.

Meer inzetten op gemeenschappen, groepsgericht werken en digitale mogelijkheden benutten

De basiszorg wordt waar mogelijk en vanuit professioneel perspectief passend groeps­ gericht geboden. Dat bevordert de eigen regie van bewoners, omzien naar elkaar en het vermindert de individuele inzet. Daarbij voorzien we een ingroeipad. Daarnaast wordt ondersteuning waar dit mogelijk is blended ingericht. Er wordt een combinatie gemaakt van face-to-face ondersteuning en digitale ondersteuning. Ook hier wordt afgewogen vanuit professioneel perspectief of het passend is.

Meer ongelijk investeren

Alle bewoners hebben vanuit het wettelijk kader recht op passende basiszorg. Basiszorg is in iedere wijk beschikbaar. Welke vorm de basiszorg krijgt, verschilt per wijk, buurt en persoon. De partner heeft de verantwoordelijkheid om per wijk en per persoon een onderbouwde keuze te maken welke vormen van groepsgericht werken passend zijn. Dat betekent dat we als stad en politiek moeten accepteren dat verschillende personen met een vergelijkbare hulpvraag in verschillende delen van Utrecht verschillende vormen van basiszorg krijgen.

Bijdragen aan preventie

We vragen van onze partners in de sociale basis om in te zetten op (groepsgerichte) preventie. Dit vraagt van de basiszorg dat zij waar dat gewenst is hun expertise toevoegen, signaleren waar behoefte aan is en in afstemming met de sociale basis onderzoeken wat daarop nodig is en wie daarin wat kan oppakken.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 51

Ontwikkelopgaven: • Samenwerking sociale basis: Uitwerken hoe de buurtteamorganisatie bewoners makkelijker koppelt aan de sociale basis en zorgt dat medewerkers bekend zijn met de informatie over de sociale basis in de wijk. Deze ontwikkelopgave hangt samen met de ontwikkelopgave rond informatievoorziening sociale basis. • Samenwerking aanvullende zorg: Onderzoeken wat nodig is om als basiszorg en aanvullende zorg meer als één team te werken. • Bijdragen aan preventie: We vragen van de partijen in de sociale basis om zich te richten op groepsgerichte preventie en daarin samen te werken met de basiszorg en waar nodig aanvullende zorg. In deze ontwikkelopgave werken we uit hoe dat eruit gaat zien en wat dit vraagt van de buurtteamorganisatie. En we onderzoeken we grensvlakken; waar gaat het om groepsgerichte hulpverlening gaat en waar meer over preventie. • Helderheid in positionering en reikwijdte: De nieuwe periode van opdrachtverlening aan het buurtteam biedt ook een kans om te bezien of de opdracht voldoende focus heeft. Dit omdat we volgende stappen zetten in de beweging naar voren, mede ingegeven door de landelijke akkoorden (zoals GALA en IZA) Bepalen welke aanpassingen in de opdracht van het buurtteam nodig zijn om te komen tot genoeg focus.

• Ontdubbeling: Op het gebied van schulden, activering, (individuele) begeleiding, groepsgerichte activiteiten lijken nu onnodige dubbelingen te bestaan. Onder­ zoeken waar dit de basiszorg raakt en bepalen welke aanpassingen nodig zijn. • Langdurige ondersteuning: Er is een groep kwetsbare inwoners die langdurige ondersteuning nodig heeft. In deze ontwikkelopgave willen we ontwikkelen hoe je dit in samenspraak met sociale basis en het netwerk zo duurzaam en efficiënt mogelijk organiseert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=aafe7837-e575-4087-bf0e-a9df352d3794