CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Adviescommissie Controle en Financiën 21 maart 2024, gemeente Utrecht30.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.2 Specifiek uitgangspunt 8: Basiszorg voor jeugd en gezin Doel is het begeleiden van jeugdigen en gezinnen met een hulpbehoefte. Met deze opdracht geven we invulling aan de verschilmakers “Kansrijk Opgroeien” en “Gezond Samen Leven”. Daarnaast willen we hiermee extra aandacht besteden aan de verschilmaker “Financiële bestaanszekerheid”. We bouwen voort op hoe we de basiszorg voor jeugd en gezinnen de afgelopen jaren hebben vormgegeven in Utrecht. Wij verwachten dat onze toekomstige partner inzet op het volgende: ࡟ Basiszorg bieden aan jeugdigen en gezinnen: Begeleiding van jeugdigen en gezinnen met een hulpbehoefte. Dit betreft zowel kinderen als de ouders in het gezin, waarbij de onderlinge samenwerking op de volwassen problematiek en rond 18-/18+ verder wordt vergroot in samenwerking met de buurtteams sociaal. Er is aandacht voor de verscheidenheid van diverse groepen en de verschillende behoeften. De basiszorg heeft niet alleen oog voor de specifieke vraag, maar bekijkt deze altijd in de context van het functioneren van het gehele gezin en zijn netwerk (systeem). Indien nodig vraagt de basiszorg de situatie verder uit op alle leefgebieden en onderzoekt samen met het gezin, en de voor hen belangrijke anderen, perspectieven op onderliggende oorzaken. De 52

࡟

࡟

࡟

࡟

࡟

࡟

࡟

ondersteunings-behoefte wordt beoordeeld en er wordt een ondersteuningsplan gemaakt. De basiszorg werkt vanuit een persoonlijke vertrouwensrelatie en bevordert de samenredzaamheid en eigen regie. Het signaleren van problemen rondom veiligheid en financiële bestaanszekerheid en daarop acteren heeft prioriteit. De basiszorg maakt de beweging richting groepsgericht werken. Begeleiding wordt in principe groepsgericht geboden. De basiszorg bundelt individuele vragen en pakt deze waar dit op basis van professionele afweging passend is groepsgericht op. Dit betekent dat medewerkers bij het buurtteam de afweging maken of groepsgericht aanbod passend is bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Indien dit niet het geval is dan wordt ondersteuning (tijdelijk) individueel geboden. Het bieden van groepsgerichte begeleiding gebeurt zoveel mogelijk in samenwerking met partners vanuit de sociale basis en waar noodzakelijk met de partners in de aanvullende hulp. Groepsgericht werken kan niet altijd. Bijvoorbeeld omdat hulp voor het voor het hele systeem (gezin of netwerk) nodig is. Of omdat het buurtteam gelijktijdig werkt aan ondersteuningsvragen op meerdere leefgebieden. De basiszorg werkt nauw samen met partners uit de sociale basis.

De basiszorg werkt nauw samen met partners uit de sociale basis, zoals sociaal makelaars, scholen, kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, huisartsen en verloskundigen. Met elkaar maken partners de beweging naar het bieden van preventieve opvoedondersteuning en enkelvoudige opvoedvragen door de partners in de sociale basis. Dit betekent dat eerst gekeken wordt of de hulpbehoefte kan worden opgepakt in of met de sociale basis partners, of dat een hulpbehoefte echt vraagt om inzet vanuit de basiszorg. Dit vraagt dat partners zich ontwikkelen in rolbewustzijn, gericht samenwerken en het expliciet maken van de regievoering. Vanuit de basiszorg wordt er integraal gewerkt aan de opgaves voor het jonge kind, zorg en onderwijs en (mentale) gezondheid. Hierbij wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingsvormen zoals bijvoorbeeld de kernpartner­aanpak met partners rond het onderwijs, met huisartsen en de Collectieve Aanpak. Toegang. Goede toegang realiseren die aansluit bij de beweging om niet iedere vraag te zien als zorgvraag en meer (groepsgerichte) basishulp te bieden vanuit de sociale basis, in samenwerking met de sociale basis partners. Wanneer er aanvullende jeugdhulp nodig is betrekt de basiszorg de expertise vanuit de aanvullende zorg. De basiszorg heeft de wettelijke taak als verwijzer naar de aanvullende zorg.

Thuis veilig opgroeien: Vanuit zowel het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de hervormingsagenda jeugd ligt het accent op het versterken van de expertise en van het methodisch werken rond veiligheid en bescherming. De partner werkt samen met andere ketenpartners rondom veiligheid en bescherming van kinderen. Indien nodig biedt de partner intensieve begeleiding aan gezinnen met als doel om de veiligheid en bescherming van kinderen in gezinnen te versterken. Financiële bestaanszekerheid. Versterken van de financiële bestaanszekerheid van bewoners voorkomt veel individueel leed, stress en maatschappelijke kosten. Wij verwachten dat de partner financiële bestaansonzekerheid signaleert en informatie en advies verstrekt rondom financiële bestaanszekerheid en samenwerkt met relevante partners. Hiermee draagt de basiszorg bij aan de ambitie “Utrechters zijn schuldenvrij” die geformuleerd is in de nota Financiële bestaanszekerheid. Basiszorg bieden binnen de kaders van veiligheidsaanpakken. Wij verwachten dat de toekomstige partner geëquipeerd is om de taken uit te kunnen voeren binnen de kaders van veiligheidsaanpakken zoals de persoonsgerichte aanpakken van het zorg en veiligheidshuis, in het kader van detentie en terugkeer, Jeugd en Veiligheid en de aanpak van hoogrisico personen Gemeentelijke kaders, normen en beleid worden nageleefd.

Waar de partner namens het college optreedt, werkt zij vanuit dezelfde kaders, normen en beleid als de gemeente. Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 53

Meer inzetten op gemeenschappen, groepsgericht werken en digitale mogelijkheden benutten

De basiszorg wordt waar mogelijk en vanuit professioneel perspectief passend groepsgericht geboden. Dat bevordert de eigen regie van bewoners, omzien naar elkaar en het vermindert de individuele inzet. Daarbij voorzien we een ingroeipad. Daarnaast wordt ondersteuning waar dit mogelijk is blended ingericht. Er wordt een combinatie gemaakt van face-to-face ondersteuning en digitale ondersteuning. Ook hier wordt afgewogen vanuit professioneel perspectief of het passend is.

Meer ongelijk investeren

Alle kinderen en gezinnen hebben vanuit het wettelijk kader recht op passende basiszorg. Basiszorg is in iedere wijk beschikbaar. Welke vorm de basiszorg krijgt, zal per wijk, buurt en persoon verschillen. De partner heeft de verantwoordelijkheid om per wijk en per persoon een onderbouwde keuze te maken welke vormen van groepsgericht werken passend zijn. Dat betekent dat we als stad en politiek moeten accepteren dat verschillende personen met een vergelijkbare hulpbehoefte in verschillende delen van Utrecht verschillende vormen van basiszorg krijgen.

Bijdragen aan preventie

We vragen van onze partners in de sociale basis om in te zetten op (groepsgerichte) preventie. Dit vraagt van de basiszorg dat zij waar dat gewenst is hun expertise toevoegen, signaleren waar behoefte aan is en in afstemming met de sociale basis onderzoeken wat daarop nodig is en wat dat vraagt van de basiszorg. Ontwikkelopgaven: • Samenwerking sociale basis: Uitwerken hoe de buurtteamorganisatie bewoners makkelijker koppelt aan de sociale basis en zorgt dat medewerkers bekend zijn met de informatie over de sociale basis in de wijk. Deze ontwikkelopgave hangt samen met de ontwikkelopgave rond informatievoorziening sociale basis. • Bijdragen aan preventie: We vragen van de partijen in de sociale basis om zich te richten op groepsgerichte preventie en daarin samen te werken met de basiszorg en waar nodig aanvullende zorg. In deze ontwikkelopgave werken we uit hoe dat eruit gaat zien en wat dit vraagt van de buurtteamorganisatie natuurlijk in samenhang met de jeugdgezondheidszorg. En onderzoeken we de grensvlakken; waar gaat het om groepsgerichte hulpverlening gaat en waar meer over preventie. • Helderheid in positionering, reikwijdte en ontdubbelen; de nieuwe periode van opdrachtverlening aan het buurtteam biedt ook een kans om te bezien of de opdracht voldoende focus heeft.

Dit omdat we volgende stappen zetten in de beweging naar voren, mede ingegeven door de landelijke akkoorden (zoals de hervormingsagenda Jeugd, GALA, IZA ). Dit geldt in het bijzonder voor het thema opvoeden en opgroeien, dat een belangrijk onderdeel is over de drie sporen heen (sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg). • Langdurige ondersteuning: Er is een groep kwetsbare inwoners die langdurige ondersteuning nodig heeft. In deze ontwikkelopgave willen we ontwikkelen hoe je dit in samenspraak met sociale basis en het netwerk zo duurzaam en efficiënt mogelijk organiseert.

54

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 55

5

Financiën

5.1 Context Het financiële kader van de Wmo en Jeugdwet staat onder druk omdat het beroep op de voorzieningen harder groeit dan het beschikbare budget. Daar komt bij dat de loon- en prijsontwikkeling in het veld harder gaan dan de compensatie die we daarvoor van het rijk ontvangen. Ook is er een krappe arbeidsmarkt, waardoor vaker ingehuurd moet worden of tegen een hoger salaris geworven. Tot slot neemt het bedrag dat gemeenten van het Rijk ontvangen vanuit het Gemeentefonds af, waardoor gemeenten gedwongen zijn hun begroting naar beneden bij te stellen. In de voorjaarsnota 2023 heeft de gemeenteraad ervoor gekozen om het verwachte tekort op de Wmo en de Jeugdhulp, dat oploopt tot ca. 16 miljoen euro structureel vanaf 2027, binnen het Sociaal Domein breed op te lossen10. Daar komt bij dat vanuit de begroting van het Sociaal Domein een bijdrage geleverd moet worden aan de afname van het Gemeentefonds. Een deel van die oplossingen moet komen uit de opdrachten in deze uitvraag. Dat willen we op een duurzame manier doen, door het toepassen van de uitgangspunten, zoals beschreven in hoofdstukken 2, 3 en 4. Samen met onze partners in het Sociaal Domein zoeken we naar deze oplossingen. Daarom zijn er twee processen gestart: 1. De Taskforce Jeugd heeft voorstellen uitgewerkt voor verbetering van de dienstverlening en verlaging van de kosten voor Jeugdhulp.

Deze voorstellen worden in het najaar financieel vertaald en onderbouwd. De definitieve opbrengsten van de Taskforce worden nog verwerkt in de uitgangspunten en het beschikbare budget. 2. Het programma Hervormingen Sociaal Domein is gestart. In dit programma wordt een breed maatregelenpakket uitgewerkt om vanuit een inhoudelijke aanpak de benodigde besparingen te realiseren. Vanuit deze nota zijn we daarbij betrokken. De uiteindelijke resultaten van dit programma volgen later en gedurende de uitwerking en uitvoering van de opdrachten. In deze nota hebben we daarom indicatieve budgetten opgenomen en de verwachte ontwikkelingen geschetst.

5.2 Beschikbaar budget Huidige budgetten vertaald naar beoogde situatie 2025

Als we de huidige budgetten voor de voorzieningen vertalen naar de beoogde uitgangs­ punten vanaf 2025, ligt het beschikbare budget voor de uitvragen in 2025 per jaar ongeveer in de volgende reeks (prijspeil 2024): Onderwerpen

Budget (€)

Sociale Basis 1. Versterken Gemeenschapskracht in de wijk en Meedoen

6,8 - 9,0 miljoen

2. Stimuleren van sport en bewegen en ondersteuning van sportaanbieders

3,2 - 4,2 miljoen

3. Onafhankelijke Cliëntondersteuning

0,1 - 0,3 miljoen

58

Onderwerpen

Budget (€)

4, Toegankelijke informatie over de Sociale Basis1

0,5 - 0,7 miljoen

5. Sociaal Raadslieden

1,7 - 2,3 miljoen

6. Hulp bij financiën door vrijwilligers2

0,8 - 1,1 miljoen

Ontwikkelopgave: Groepsgericht werken3

0,1 - 0,3 miljoen

Basiszorg 7. Basiszorg voor volwassenen

17,2 - 23,0 miljoen

8. Basiszorg voor jeugd en gezin

21,4 - 28,6 miljoen

Totaal

51,8 - 69,5 miljoen

De bedragen zijn gebaseerd op de scope van deze nota van uitgangspunten, namelijk de beschikbare budgetten voor de huidige subsidieverstrekking aan Dock, U-Centraal, SportUtrecht, Stichting Buurtteams Sociaal Utrecht en Stichting Lokalis. In de bedragen die hierin zijn opgenomen, is de totale verwachte afname van de gemeentebrede middelen naar rato vertaald naar de onderdelen van de opdracht. De verwachting is dat het uiteindelijke budget ergens binnen bovenstaande reeksen uitkomt. Er is echter geen sprake van een hard minimum of maximum. Het uiteindelijke budget is afhankelijk van landelijke en lokale ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes. De bedragen zijn indicatief en hier kunnen geen rechten aan ontleend worden. Zaken die nog invloed kunnen hebben op bovenstaande bedragen zijn: ࡟ ࡟

࡟ ࡟

De budgetten kunnen structureel lager worden door een (hogere) bijdrage aan het oplossen van de tekorten in de Wmo en in Jeugd (Taskforce Jeugd en Programma Hervormingen Sociaal Domein) en een lagere Rijksbijdrage uit het Gemeentefonds. De budgetten kunnen structureel lager worden als gevolg van het (gedeeltelijk) vervallen van de extra Rijksmiddelen voor de maatregelen uit de Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK-middelen), nu 0,8 miljoen euro in totaal in 2025). De budgetten kunnen (structureel) hoger worden als gevolg van extra Rijksmiddelen uit – bijvoorbeeld – het GALA en/of het IZA. De omvang hiervan is onzeker, hiervan kan geen inschatting worden gegeven. De budgetten kunnen nog wijzigen door het verschuiven van taken en onderdelen van de uitvoering in de verdere uitwerking en verfijning van de uitgangspunten en ontwikkelopgaven. De omvang hiervan hangt af van de inhoudelijke keuzes in de ontwikkelopgaven. Het budget voor de basiszorg kan bijvoorbeeld groeien als er meer aanvullende zorg naar de basiszorg wordt verschoven.

Verdere uitwerking beschikbaar budget

Het beschikbare budget voor de totale uitvraag wordt concreter in het proces van uitwerking en invulling van de uitgangspunten. Bij die nadere uitwerking gaan we uit van de volgende

1. Binnen dit uitgangspunt werken we aan een ontwikkelopgave met een bredere scope dan deze nota van uitgangspunten. Binnen de scope van deze nota is dit budget beschikbaar. 2. Er zijn meerdere vrijwilligersorganisaties in de stad die ondersteuning bieden bij financiën/administratie, ook buiten de scope van deze nota van uitgangspunten. Binnen de scope van deze nota is dit bedrag beschikbaar voor dit uitgangspunt. 3. We nemen 0,3 miljoen euro van “groepsgerichte activiteiten in relatie tot persoonlijke ontwikkeling en gezondheid” mee in de doorontwikkeling van de ontwikkelopgave groepsgerichte preventie.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 59

overwegingen: ࡟ Door meer groepsgericht te werken besparen we kosten én creëren we mogelijkheden voor ontmoeting tussen wijkbewoners. Groepsgericht werken leidt daarmee tot (financiële) ruimte op meerdere terreinen. ࡟ Versterking van preventieve inzet leidt pas op termijn tot vermindering van de ondersteuningsvraag, het financiële effect daarvan vertalen we dus ook pas op een redelijke termijn. We kijken naar de mogelijkheid om de basiszorg en sociale basis te versterken op de onder­ steuning van groepen van inwoners die in toenemende mate een beroep doen op Individuele Begeleiding in de aanvullende zorg. Dat kan gepaard gaan met een verlaging van budget van specialistische ondersteuning en verschuiving naar de sociale basis en/of de basiszorg.

60

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 61

6

Vervolgproces

In dit hoofdstuk beschrijven we de volgende stappen in het vervolgproces op de nota van uitgangspunten.

Voorbereiding op de opdrachten aan onze toekomstige partners

Deze nota is geschreven zodat we - uiteindelijk - de opdrachten aan onze toekomstige partners kunnen formuleren. Onze intentie is om de opdrachten per 1 januari 2025 te gunnen. Om die opdrachten goed te formuleren, zullen we eerst aan de slag gaan met de ontwikkelopgaves die we hiervoor hebben beschreven.

Aan de slag met ontwikkelopgaves

In deze nota hebben we ontwikkelopgaven benoemd op onderdelen waar we in de stad een andere manier van werken en doen willen ontwikkelen. Het past bij de uitgangspunten in deze nota, de principes van Samen stad maken en ons Utrechts sturingsmodel om deze ontwikkelopgaven samen met de partners en inwoners verder handen en voeten te geven. Nu we de ontwikkelopgaves hebben geformuleerd, gaan we ermee aan de slag. Daarmee zullen we starten nadat het wij als college deze nota naar de Raad hebben gestuurd. Hierbij zullen we de volgende stappen doorlopen: ࡟ Bepalen wie we kunnen en moeten we betrekken bij het uitwerken van deze ontwikkelopgaven ࡟ Onderwerpen slim bundelen zodat we zo efficiënt mogelijk met de tijd omgaan van betrokkenen? ࡟ Onderwerpen verdiepen met alle betrokkenen. ࡟ De uitkomsten vertalen naar opdrachten voor onze toekomstige partners. Ook zullen we dan onderzoeken wat het vraagt van inzet vanuit eventuele andere partners buiten deze uitvraag. ࡟ Op ontwikkelopgaven die een bredere scope hebben, besluiten hoe hier een vervolg aan wordt gegeven. Waar dit kan via lopende opdrachten, projecten of aanpakken en in een ontwikkelagenda. ࡟ Het ontwikkelen van een ontwikkelagenda voor komende jaren. Sommige ontwikkel­ opgaven vragen een inzet op langere termijn. Hierbij spreken we af hoe we monitoren op de voortgang.

Samen stad maken

In het vervolgproces gaan we in gesprek met de volgende vier groepen: 1. Bewoners(initiatieven)/platforms: zoals (sport) verenigingen, buurtnetwerken en andere vrijwilligersorganisaties, jongerenplatforms 2. Utrechters die van de diensten gebruik (gaan) maken. We zoeken hiervoor ook de Utrechters op bijvoorbeeld in buurthuizen, op sportlocaties en door in gesprek te gaan met Panel Meetellen. 3. Huidige partners in de sociale basis en basiszorg: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel IAOC), Lokalis (Buurtteams Jeugd en Gezin), Incluzio (Buurtteams Sociaal). 4. Andere Utrechtse partners en beroepskrachten: bijvoorbeeld vanuit onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk, huisartsen en partners vanuit aanvullende zorg.

Methodiek

We zullen in de komende periode ook onderzoeken welke methodiek ons kan helpen om in deze complexe materie te komen tot concrete stappen en wijze besluiten. Mogelijk kunnen we daarbij gebruik maken methodes zoals Lean/SixSigma of juist creatieve methodes zoals Design Thinking. Wellicht verschilt het per ontwikkelopgave wat het meest passend is.

64

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 65

Bijlagen Bijlage 1: Het Utrechts Model Het Utrechtse beleid op het gebied van het sociaal domein is erop gericht bewoners waar nodig te ondersteunen bij het (weer) in eigen handen krijgen of behouden van de regie over hun leven. In 2015 kregen gemeenten nieuwe taken. Vanaf dat moment is een beweging ingezet naar een integrale benadering en aanpak. Het Utrechtse landschap voor zorg en ondersteuning is sindsdien sterk veranderd. We werken met minder partners intensiever samen aan de zorg en ondersteuning voor Utrechters die ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen. Dat doen we op basis van het Utrechts model van zorg en ondersteuning. Dit model is samen met onze partners in het sociaal domein ontwikkeld. Het Utrechts model voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp bestaat uit drie sporen: Spoor 1 – een sterke samenleving: de sociale basis en gewoon opgroeien Spoor 2 – Steun waar nodig: basiszorg voor jeugd, gezin en volwassenen Spoor 3 – Specialistisch maatwerk waar nodig: aanvullende zorg en ondersteuning Binnen alle drie de sporen is de opdracht aan betrokkenen en beroepskrachten te werken vanuit de leefwereld van de bewoner en zijn sociale omgeving. De nadruk ligt op ‘het gewone leven’; bestaande hulpbronnen benutten en samenredzaamheid en grip op de eigen situatie bevorderen. Zo maken we binnen én tussen de sporen ‘de beweging naar voren’.

Spoor 1: Sociale basis

De sociale basis bestaat uit wat bewoners zelf met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. We versterken de sociale basis door: ࡟ Het faciliteren van informele zorgorganisaties, sociaal makelen, jongerenwerk, vrijwilligersorganisaties en vrijwillige inzet, belangenbehartigersorganisaties, mantelzorgers, buurtnetwerken, wijkinformatiepunten, brugfunctie organisaties en taal- en digitaalorganisaties. ࡟ Het faciliteren van goede, toegankelijke en uitnodigende buurtcentra, buurtkamers en jongerencentra ࡟ Het verbeteren van de toegankelijkheid in de stad.

Spoor 2: Basiszorg door buurtteams

De basiszorg is het tweede spoor. Naast de buurtteams bieden ook huisartsen basiszorg. In Utrecht zijn de buurtteams laagdrempelig en in de buurt aanwezig. Hier wordt steun georganiseerd voor jeugd, gezin en volwassenen. Zij geven bewoners met een hulpvraag advies over het zelf of met behulp van het netwerk omgaan met hun hulpvraag, bieden daarbij begeleiding als dit nodig is. Als er meer specialistische ondersteuning nodig is, wordt de bewoner doorgeleid naar aanvullende zorg.

66

Spoor 3: Aanvullende zorg

Sommige mensen hebben een vraag waarbij specialistische kennis (buiten de sociale basis en basiszorg) nodig is. Voor deze mensen is er aanvullende zorg. De buurtteams vormen verwijzen door naar de aanvullende zorg en bepalen samen met de zorgvrager met welk doel aanvullende zorg wordt ingezet.

Leidende principes

Een belangrijke pijler in het Utrechts model zijn de leidende principes. Deze principes worden gebruikt als startpunt voor beleid en uitvoering en de sturing en toetssteen in het sociaal domein. In de verschillende beleidsnota’s binnen het sociaal domein worden deze principes aangescherpt. Huidige leidende principes: ࡟ Leefwereld Centraal: De bewoner in het dagelijkse leven vormt het uitgangspunt voor de ondersteuning en voor beleidsontwikkeling. ࡟ Doen wat nodig is: Maatwerk bieden in aanvulling op en in samenwerking met de inzet van het eigen netwerk. Flexibiliteit boven uniformiteit en ‘productdenken’. ࡟ Ruimte voor professionals: Ruimte voor professionele afwegingen en beslissingen. ࡟ Uitgaan van mogelijkheden: Normaliseren in plaats van problematiseren. Aansluiten bij de mogelijkheden van de bewoner en diens omgeving. ࡟ Zo nabij mogelijk: Zorg beschikbaar in de eigen buurt, maatwerk in aansluiting bij bewoner en de omgeving daar omheen. ࡟ Eenvoud: De inhoud is leidend, niet het systeem. Een overzichtelijk en minder versnipperd zorglandschap. Minder bureaucratie.

Utrechts sturingsmodel

In Utrecht sturen we binnen het sociaal domein vanuit de ‘bedoeling’. Dit doen we aan de hand van het Utrechtse sturingsmodel. We zoeken met oog voor de risico’s een balans tussen verschillende bouwstenen van sturing en creëren handelingsperspectief bij eventuele blokkades.

• Leidende principes • Samenwerking • Co-creatie

• Vast budget • Acceptatieplicht • Afspraken

Gedeelde waarden zijn het startpunt

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Ambitie Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Data en informatie brengt de beweging in kaart

• Kwartaalgesprekken • Pilots • Themabijeenkomsten

• Cliëntstroominformatie • Beschikbaarheid • Cliëntervaring

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 67

Bijlage 2: Begrippenlijst Begrip

Definitie

Aanvullende zorg

Alle aanvullende zorg die toegewezen kan worden door erkende verwijzers in het kader van de Jeugdwet of WMO.

Basiszorg door buurtteams

Teams van beroepskrachten die generalistisch en buurtgericht zorg en ondersteuning bieden. In 18 buurten is een buurtteam actief dat bestaat uit een team Sociaal en een team Jeugd en Gezin. De medewerkers van de buurtteams zijn professionals die gezinnen en jongeren met inbegrip van hun omgeving ondersteunen bij het versterken van hun veerkracht en het benutten en/of ontwikkelen van hun netwerk. Zij bieden waar nodig zelf zorg en hulp. Daarnaast kan het buurtteam aanvullende zorg toewijzen, zowel Zorg in Natura (ZIN) als PGB. De buurtteamorganisatie heeft hiertoe het mandaat van het College van B en W

Beroepskrachten

Met deze term bedoelen we de beroepskrachten die werkzaam zijn bij de (toekomstige) partners. Voorheen werd ook ‘professional’ gebruikt.

Bewonersinitiatieven

Een initiatief van één of meerdere bewoners uit Utrecht, al dan niet in een stichting of vereniging, gericht op het bevorderen van de leefbaarheid in hun eigen buurt of stad, het ondernemen van gezamenlijke activiteiten of het oplossen van een ervaren problematiek. Dat kan veel verschillende vormen aannemen: een vanuit Vrijwillige Inzet voor Elkaar gefinancierd bewonersinitiatief, een sportvereniging, kaartclub, zangkoor, of de buurtBBQ organisatie.

Blended care

De combinatie van face-to-face hulpverlening en digitale hulpverlening. Al dan niet in combinatie met de inzet van e-health zoals bijvoorbeeld apps die helpen bij het omgaan met problemen.

Gemeenschapskracht

Buurten en wijken met een stevige sociale samenhang, waar mensen elkaar kennen, waar het prettig samenleven is en waar het normaal is om elkaar te helpen. De gemeenschap staat centraal. Een sterke en betrokken gemeenschap vormt het sociale fundament van de stad.

Groepsgericht werken

Groepsgericht werken is alles wat met twee of meer personen gebeurt. In de hulpverlening kan je bijvoorbeeld groepsgericht werken door hulpvragers met een vergelijkbare op elkaar aansluitende vraag of situatie bij elkaar te plaatsen (in een groep) in plaats van of aanvullend op een individueel traject. Hierbij verwachten we van partners dat zij waar nodig partners uit de andere organisaties betrekken. Zie Integraal werken.

IAOC

Dit staat voor Informatievoorziening, Advies en Onfhankelijke Clientondersteuning. Dat is het onderdeel van de opdracht aan U-Centraal waarvoor de subsidie afloopt per 1 januari 2025 en waarvoor deze nota uitgangspunten beschrijft. U-Centraal heeft daarnaast ook nog andere opdrachten waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Integraal werken

Partners uit sociale basis, basiszorg of aanvullende zorg werken met elkaar en bewoners aan hetzelfde doel in de wijk. Hierin heeft iedereen eigen rollen en verantwoordelijkheden.

68

Begrip

Definitie

Onderdelen van de sociale basis in deze nota van uitgangspunten

In deze nota van uitgangspunten hebben we de specifieke uitgangspunten geformuleerd voor een klein deel van de sociale basis. Het betreft de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende vijf organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel IAOC), Lokalis (Buurtteam Jeugd en Gezin), Buurtteamorganisatie sociaal Utrecht (Buurtteam Sociaal). Voor deze voorzieningen wil de gemeente Utrecht nieuwe opdrachten verlenen per 1 januari 2025.

Ontwikkelopgaven

Bij het voorbereiden van deze nota werd opnieuw zichtbaar voor hoeveel belangrijke uitdagingen we staan als stad. Uitdagingen waarbij verschillende beleidsterreinen, verschillende nota’s en verschillende uitvoeringsplannen bij elkaar komen. Zo ontdekten we dat deze nota niet beperkt kan blijven tot uitgangspunten: we benoemen ook ontwikkel­ opgaven. Opgaven op waar we in de stad een andere manier van werken en doen willen ontwikkelen. Deze ontwikkelopgaven staan verspreid door dit document. Die ontwikkelopgaven gaan wij de komende tijd verder uitwerken met de stad: samen met partners, en (bewoners)initiatieven.

Sociaal domein

De inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie, samenredzaamheid, gezondheid, zorg en jeugd. In deze nota gebeurt dat op basis van de volgende wetten: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en Jeugdwet.

Sociale basis

De sociale basis bestaat uit wat bewoners zelf met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, sport, bewegen, cultuur en veiligheid. Een sterke sociale basis bestaat uit actieve inwoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar, de buurt, de vereniging en de stad, plus een basisinfrastructuur die daarop aansluit. Met basisinfrastructuur bedoelen we alle voorzieningen die volwassenen, jongeren en kinderen helpen stevig in het leven te staan. Het gaat om onderwijs, kinderopvang, sportvoorzieningen, welzijn, cultuur, openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg etc.

Stevige pedagogische basis

(NJI) Een stevige pedagogische basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders en opvoeders bij het opvoeden. Het draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse opvoedvragen.

Toekomstige partners

Met de term “toekomstige partners” bedoelen we de partijen die uiteindelijk de opdrachten gaan uitvoeren die volgen uit de uitwerking van deze Nota van Uitgangspunten en de ontwikkelopgaven. Met partners bedoelen we alle partijen in de sociale basis en de basiszorg die betrokken zijn bij een bepaald thema of onderwerp. Bewonersinitiatieven zien we ook als partners, maar we kiezen er geregeld voor om hen afzonderlijk te benoemen, om de beweging naar meer samenwerking met bewonersinitiatieven expliciet te maken.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 69

Bijlage 3: Opbrengst participatiesessies Zonder de input van inwoners, ervaringsdeskundigen, cliënten(vertegenwoordigers) en maatschappelijke partners hadden wij deze nota van uitgangspunten niet kunnen schrijven. Op verschillende momenten en op verschillende manieren is er met ons meegedacht en zijn wij geïnspireerd door initiatieven uit de stad. We geven dat hieronder weer. 2023: meelopen met professionals van de huidige subsidie-ontvangende partijen ‣ Mei 17 mei 2023: participatiebijeenkomst met alle maatschappelijke partners over het Wmo ‣ beleid 2023: Input expertpanel ongelijk investeren voor gelijke kansen ‣ 529juniaugustus ‣ domein 2023: participatiebijeenkomst over meerdere beleidsnota’s in het sociaal september: Sport Meet-Up ‣ 20 11 en 13 oktober 2023: bijeenkomsten met bewonersinitiatieven en bewoners over het ‣ thema gemeenschapskracht en de concept uitgangspunten

17 mei 2023: Participatiebijeenkomst Wmo-beleid

Financiële bestaanszekerheid “Om de druk op zorg en ondersteuning terug te dringen aandacht voor activiteiten gericht op bestaanszekerheid, sociale cohesie en preventie.” “Onderliggende oorzaak ligt vaak in bestaansonzekerheid, dus daar veel aandacht voor. Breder vanuit de gemeente.” Inzetten op gemeenschapskracht en een sterke sociale basis “Een sterkere sociale basis is nodig” “Flexibele arrangementen nieuw leven in blazen” “Hulp vragen hoeft niet altijd bij een professional. Dus meer nadruk op het belang van gemeenschapskracht” “Mensen samen brengen. Mensen die zorg nodig hebben en die wat kunnen bieden. In de buurt en behapbaar. Niet uitgaan van zelfredzaamheid, maar samenredzaamheid.” “Niet denken in sterke en zwakke mensen.

Iedereen heeft kwaliteiten en kan iets bieden.” Ongelijk investeren “Durf te kiezen bij ongelijk investeren.” “Ongelijk investeren op kwetsbaarheid in den brede, niet alleen maar op inkomen.” Eenvoud vanuit cliëntperspectief “Versimpelen!” (Nemen we mee in de ontwikkelopgave rondom hulp aan mensen op het gebied van administratie en financiën.) Wijkgericht werken “Op wijk- en buurtniveau samenwerken, niet na elkaar.” “Wijkgericht werken: sturing is enorm lastig, maar cruciaal! Integraal sturen door gemeente is een ontwikkelopgave.” “Investeren in buurten en wijken om zorg en welzijn betaalbaar te houden is nodig.” “Inzetten op laagdrempelige inloop plekken.” “Niet sturen maar stimuleren wat er in buurt en wijk gebeurt.” “Integraal opdrachtgeverschap.”

70

Samenwerking “Richten op hoe we de informele zorg om een cliënt kunnen versterken. Samenwerking tussen partijen in de verschillende sporen verbeteren. Gezamenlijke intake?” “Gelijkwaardige samenwerking tussen informele en formele zorg moet vanzelfsprekend worden. Afstemming formele en informele hulp is belangrijk: hoe vullen deze elkaar goed aan?” “Zit i.p.v. verschuiven van budgetten de oplossing niet in het meer gezamenlijk organiseren/opereren en een meer gezamenlijk eigenaarschap? Als gemeente hier in opdrachtformulering meer op sturen, door maken van concrete afspraken hierover en op die manier verkokering tegen gaan. In combinatie met ontschotten van budgetten. Dus: gezamenlijke opdracht en financiering, werken vanuit 1 budget. (denk na over de rol van organisatiebelangen in de samenwerking). Op kleine schaal experimenteren met ontschotten: wijkcoalitie en wijkbudgetten, waarbij bedoeling voorop wordt gezet, d.w.z. wat is er nodig in een wijk.” Groepsgerichte preventie “Als alle aanbieders meedenken over ‘voorliggend’ aanbod, zonder dat een indicatie nodig is, kunnen we het slim anders organiseren. Bijvoorbeeld door een toegankelijke voorziening vóórdat zorg/ondersteuning nodig is. Bijvoorbeeld vaste koffie-ochtenden of dagbesteding. Veel mensen krijgen zorg die het net niet nodig hebben, maar de weg naar de sport- of buurtvereniging niet weten te vinden.

Hier wordt nu wel mee geëxperimenteerd. Daarvoor is een fysieke plek nodig waar je naartoe kan verwijzen in de sociale basis. Daarmee kun je deels wegblijven van indicaties. Er kan namelijk heel veel wel. Groepsaanbod zou breder opgepakt moeten worden. Gemeente moet dan wel definiëren hoe dat kan en dat in de opdracht bij de aanbieder neerleggen. ࡟ Daar zouden sociaal makelaars een rol in kunnen spelen, wanneer zij ruimte hebben om meer domein overstijgend te werken. Het begint bij opbouwwerk. Net als met thuis in je wijk en wat je in de wijk kan doen. Daarna pas wat je individueel hebt op te lossen. ࡟ Helpend is daarbij een ambitie per wijk/buurt.” “Sociale groepen: het is fijner om iets voor elkaar te doen als je een gedeelde passie hebt, een sociale groep vormt” Groepsgericht “Focus meer op gezamenlijke vorm van ondersteuning (collectief) in plaats van individueel. Dit zorgt ook voor preventie.” “Het voordeel van een groep is het creëren van een netwerk.” Informatievoorziening “Versimpelen landschap: zicht op die sociale kaart is echt heel erg nodig om beter te kunnen samenwerken.”

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 71

29 augustus 2023: Brede participatiesessie sociaal domein breed

Groepsgericht “Het kan een nieuw sociaal netwerk/vangnet opleveren met contacten buiten het aanbod om. Eenzaamheid bestrijden.” “Gedeelde smart en normaliseren.” “Herkenning, gezamenlijkheid, tips, ervaringsdeskundigheid.” “Collectief aanbod kan aanvullend zijn op een individueel traject.” “Cultuuromslag bij zorg professionals nodig. Durven loslaten en mensen de regie leren nemen. Van clientgerichte zorg naar netwerkgerichte zorg.” Samenwerking “Gelijkwaardige samenwerking tussen zorg, vrijwilligers, bewoners (initiatieven). Daarvoor moet je elkaar kennen en samen leren: nabijheid is belangrijk. Liefst fysiek op 1 plek.” “Het buurtteam opent een traject en sluit dit af wanneer iemand naar de aanvullende zorg gaat. Als het met minder moet, is de neiging om het traject te verkorten. Maar je wil juist langer naast iemand staan zodat je makkelijker kan op- en afschalen. (waakvlamcontact).

Denk hierbij ook aan de sociale basis (bijv, buurtkoffies of buddies)” “Versnellers voor toekomstbestendige zorg: • Investeren in bestaanszekerheid • Wijkgericht werken (buurtnetwerken, buurtverbinders) • Brug slaan tussen informele en formele zorg • Netwerkgericht werken • Waakvlam contact in de sociale basis • Op- en afschaalbare begeleiding met regiehouders en afgestemde ondersteuning Samenwerken is hierbij een randvoorwaarde” Hoe kunnen sociale basis en zorg elkaar versterken? “Er is heel veel aanbod. Je moet weten wat er allemaal is. Zodat men naar elkaar kan doorverwijzen. De gemeenschap moet hier ook een rol in spelen.” “Inzetten op bestaanszekerheid. Ligt aan de basis van veel zorgvragen. Een gezonde gemeenschap is hiervoor belangrijk.” “Inzetten op gemeenschapskracht zo laagdrempelig/eenvoudig mogelijk. Niet te veel pushen. Wat doet iemand sowieso al en daar iemand anders op aansluiten.” “Randvoorwaarde is dat wijk/buurtgericht wordt gewerkt (korte lijn/dichtbij).”

72

20 september 2023 (Sport 030 Meet-up)

“Sportclubs zijn (ook) een belangrijke vindplek en daarmee een plek waar sociale partners moeten zijn om ter plekke met vraagstukken aan de gang te gaan (ipv dat mensen hen moeten opzoeken op plekken waar ze niet komen). Waar zijn mensen al (onderwijs, winkels, corporatie, sport, cultuur, openbare ruimte) en daar moeten de partners ook (zichtbaar/ vindbaar) zijn.” “Clubs herkennen dat het in veel gevallen al ingewikkeld genoeg is de club draaiend te houden. Het op zoek gaan naar de juiste hulp als zich een vraagstuk voordoet, klinkt makkelijker dan het in de praktijk met allemaal – regelmatig ook wisselende - vrijwilligers is.” “We herkennen ook dat een club een plek is waar mensen op elkaar kunnen letten en aandacht kunnen hebben voor elkaar. Als dan blijkt dat er sprake is van bijvoorbeeld mentale problematiek, kan hierbij hulp ingeroepen worden. Dat kan ook via SportUtrecht (die de partners in de stad kent).” “Het zou goed zijn als de organisaties in de sociale basis juist ook naar de clubs komen om ze te leren kennen en daar ter plekke te kunnen helpen.” “De sportclub is juist een plek waar gemeenschapszin plaats vindt en waar maatschappelijke waarde is. We zouden die plekken als vindplek moeten benutten (en dus naar de clubs toe moeten gaan)” “De sportclub is een ‘vindplek’ voor maatschappelijke opgaven die zich in onze stad voordoen.

En daarmee moeten we ook náár de clubs gaan. Dat zou de clubs erg kunnen helpen om zich te concentreren op waar ze goed in zijn: samen sporten, bewegen en samen zijn. En dat heeft enorm veel maatschappelijke waarde in zich.

Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 73

2023-003.DDK

Utrecht.nl

City Canvas Columbuslaan: Samira Charroud © Juri Hiensch

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen utrecht.nl/ cultuurnota 2025 – 2028

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Aan het begin van de nieuwe beleidsperiode cultuur wil ik graag benadrukken hoe trots de gemeente is op de Utrechtse culturele sector. De veerkracht die de sector in de afgelopen periode heeft getoond, is enorm. Ik zie op verschillende plekken in de stad enthousiaste, creatieve makers en organisaties die hun steentje willen bijdragen, zodat onze stad ook echt voor iedereen een fijne stad is. Waar je in je eigen buurt een gratis festival kunt bezoeken. Samen met anderen kunt genieten van een mooi concert of een voorstelling. Tot diep in de nacht kunt dansen. Of als liefhebber of beginnende maker de kans krijgt om te experimenteren. In Utrecht bestaat het allemaal: comedy en koormuziek, oldschooljazz en street culture, buurttheater en videokunst enzovoorts.

Voorwoord Eva Oosters

De komende tijd krijgen de Utrechtse makers en organisaties alle kans om hun unieke zelf te zijn. We bouwen in deze Cultuurnota door op de uitgangspunten en pijlers van de Cultuurvisie 2030. Inhoudelijk bieden we continuïteit, maar we slaan met de Cultuurnota 2025 – 2028 wel een nieuwe weg in. De vernieuwing zit om te beginnen in de aanvraagprocedure: die hebben we toegankelijker gemaakt, zodat bijvoorbeeld ook nieuwe aanvragers ermee uit de voeten kunnen. We hebben oog voor de spreiding in de stad en voldoende ruimte voor de rafelranden. In de beoordeling van de aanvragen gaat het dus niet om de beste score op alle criteria per aanvraag, maar om het totale aanbod verspreid over de stad. Daarnaast focussen we op de betekenis voor de stad en de directe omgeving: de sociale impact én voldoende voorzieningen in de buurt. Op die manier bouwen we aan een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende sector waarin ruimte is voor nieuwe makers en organisaties vanuit hun kracht elkaar aanvullen en versterken. We vinden fair pay belangrijk: dat mensen die werkzaam zijn in de cultuur een passend salaris ontvangen. Net zo belangrijk is het dat er aanbod is voor alle Utrechters. Ook voor de mensen die weinig te besteden hebben, minder mobiel zijn of om andere redenen iets moeten overwinnen voor cultuurbezoek. Cultuur is emancipatie en draagt bij aan gelijke kansen in onze stad.

Ik hoop heel graag dat we daar samen aan kunnen werken in de beleidsperiode cultuur 2025 – 2028. Eva Oosters, Wethouder Cultuur

© Twan Adriaan

2

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Inhoud Voorwoord Eva Oosters

2

1. Cultuur in context

4

3. Budgettair kader

1.1 Kunst en cultuur in Utrecht 1.2 Cultuur en de bewoners van Utrecht 1.3 Beleidsnota’s cultuur 1.4 Doelstellingen en indicatoren cultuur 1.5 Cultuurverkenning Utrecht

7 8 9 10 10

3.1 Vierjarige subsidie 3.2 Langjarige subsidie-afspraken 3.3 Tweejarige subsidie 3.4 Beheerinstellingen 3.5 Toelichting Berlijnplein 3.6 Overige regelingen 3.7 Nog op te leveren wijkcultuurhuizen

2. Uitgangs­punten 2025 – 2028

11

4. Beoordelings­criteria 2025 – 2028

2.1 De vier pijlers van het Utrechtse cultuurbeleid 2.1.1 Een pluriform aanbod 2.1.2 Een inclusieve cultuursector 2.1.3 Stimuleren van creatief vermogen 2.1.4 Ontwikkelruimte 

12 12 15 17 18

4.1 De culturele codes 4.2 Criterium 1: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit 4.3 Criterium 2: Betekenis voor de stad 4.4 Criterium 3: Uitvoerbaarheid

21 22 22 23 23 24 25 25

5. Procedure, besluitvorming en adviescommissie31 5.1 Aanvraagprocedure en besluitvorming 5.2 Samenstelling, opdracht en werkwijze commissie

31 33

26 26 27 27 28

3

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

We staan aan het begin van een nieuwe vierjarige beleidsperiode voor cultuur. De komende periode staat in het teken van een gezondere sector die zowel inclusief als pluriform is. We kijken vooruit en maken een nieuwe start, terwijl de coronapandemie – die voor de cultuursector zulke ingrijpende gevolgen had – nog vers in het geheugen ligt. De ervaringen en lessen uit de afgelopen jaren willen we zo goed mogelijk gebruiken voor de periode 2025 – 2028.

Cultuur in context

We willen focussen op de veerkracht van de cultuursector en het vermogen om tegen de verdrukking in met creatieve oplossingen en inventieve alternatieven te komen. We hebben gezien hoe wendbaar culturele organisaties en makers zijn en hoe creatief ze inspelen op de omstandigheden. TivoliVredenburg bedacht Walk The Line en nam bezoekers mee langs miniconcerten in de verschillende zalen van het gebouw. Het Nederlands Film Festival organiseerde een Nederlandse Filmroute (met app) langs decors van in Utrecht opgenomen filmklassiekers. En BOKS jongerencultuurhuis wist in korte tijd een multidisciplinair lockdownprogramma voor jongeren op te zetten. De pandemie gaf ook gelegenheid, rust en tijd om de krachten en de kwetsbaarheden van de sector onder ogen te zien. Meer dan ooit is duidelijk geworden hoe essentieel kunst en cultuur zijn voor mensen afzonderlijk en voor de samenleving als geheel. Tegenover het gemis van samen naar een voorstelling of een festival stond de troost van muziek, een goed boek of een indrukwekkende film of serie. De komende periode bouwen we door op al die bevindingen. Omdat een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector van levensbelang is voor iedereen in de stad. Bibliotheek Neude - Carlos Amorales i.s.m. ZIMIHC | I Speak No Dutch © Anna van Kooi

4

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Utrecht groeit en verandert snel. Er komen nieuwe stadswijken bij. Zo kunnen Utrechters in de stad blijven wonen en krijgen mensen die hier graag willen wonen de kans om zich in Utrecht te vestigen. In een groeiende stad is het zoeken naar balans. Om de stad gezond te houden, zijn naast voldoende woningen ook groen, goede voorzieningen en recreatiemogelijkheden nodig. We willen dat Utrechters in hun eigen buurt kunnen beschikken over verschillende voorzieningen. Die sporen aan tot contact en verbinding, ook tussen nieuwkomers en oude bewoners. Voor kunst en cultuur, in alle mogelijke soorten en stijlen, is een rol van betekenis weggelegd in de groeiende stad. Ze brengen kleur, inspiratie en vrolijkheid in het dagelijkse bestaan. Ze diepen de diverse verhalen op van de mensen in de stad en geven er vorm aan. Zo roepen ze op tot ontmoeting, gemeenschapszin, kritisch denken en emancipatie. Ze prikkelen de fantasie en nodigen uit tot verbazing en verwondering. Dankzij een kleurrijk cultuuraanbod in de stad kunnen de Utrechters die dat willen zich ontplooien: als maker, deelnemer, liefhebber, toeschouwer of dat allemaal tegelijk. Utrecht heeft een fantastisch cultuuraanbod. De veelzijdigheid is enorm. Kunst en cultuur wekken onze stad tot leven. Dat is ook gebleken tijdens de afgelopen periode.

We zijn er trots op dat de Utrechtse cultuursector niet bij de pakken is gaan neerzitten en zichzelf kritisch en wendbaar heeft opgesteld. Maar we zien ook dat dit veel energie heeft gekost en ten koste is gegaan van de slagkracht. We zien dat de sector tijd en ruimte nodig heeft om op adem te komen en opnieuw de focus te vinden.

Utrecht 900 - Optreden Duimalot voor leerlingen van de DaCostaschool in Hoograven © Robert Oosterbroek

5

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

We bouwen met de Cultuurnota 2025 – 2028 voort op de pijlers van Kunst kleurt de stad, Cultuurvisie 2030. Die pijlers zijn: • een pluriform aanbod; • een inclusieve cultuursector; • het stimuleren van creatief vermogen; • ontwikkelruimte. We kleuren de pijlers opnieuw in, op een manier die past bij deze tijd. Een belangrijke bron vormt de Cultuurverkenning 2023; aan de basis daarvan liggen rondetafelgesprekken met de sector. Daarnaast koppelen we de Cultuurnota 2025 – 2028 aan de bredere doelstellingen van de gemeente en de beleidsnota’s die in het verlengde van de Cultuurvisie 2030 zijn vastgesteld. Dat doen we door intensief samen te werken met andere organisatieonderdelen van de gemeente: voor cultuurparticipatie met Maatschappelijke Ontwikkeling, Volksgezondheid, Onderwijs en Wijken; voor kunst in de openbare ruimte met Ruimte, Maatschappelijke Ontwikkeling en Stadsbedrijven; voor cultureel vastgoed met Vastgoed en Ruimte; voor nachtcultuur met Ruimte, Volksgezondheid en Openbare Orde en Veiligheid. We doen ons best om de groei van de stad in goede banen te leiden: gecontroleerd en evenwichtig, met voldoende ruimte voor de sociale kracht van kunst. Zo geven we vorm aan een compleet en integraal ruimtelijk én sociaal cultuurbeleid voor de stad Utrecht.

Met dit beleid willen we makers, podia, presentatieinstellingen en organisaties uitnodigen om op onderzoek uit te gaan, te doen waar ze goed in zijn en hun kracht en eigenheid te bewaren.

ILFU (International Literature Festival Utrecht) - ‘Boekenrivier’ in de Minrebroederstraat © Luzinterruptus

om nuchter realisme: de kosten zijn over de hele linie flink gestegen. Dat betekent dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden. In eerste instantie door de sector zelf, maar ook door de Advies­ commissie. We vragen organisaties en makers om te kiezen, om hun visie en beleid voor de komende periode aan te scherpen en te verdiepen, en ook om dingen níet meer te doen. Laat activiteiten die niet tot de focus van de organisatie horen achterwege, kwantiteit is geen maatstaf in de aanvraagprocedure. We roepen aanvragers op vanuit hun kracht en eigenheid te werk te gaan met de pijlers uit de cultuurvisie in het achterhoofd. Ook hechten we grote waarde aan solidariteit: we zijn met zijn allen verantwoordelijk voor een inclusieve en pluriforme cultuursector. Daarin moet ook aandacht zijn voor de nieuwe generatie en de niches die zich ophouden aan de rafelranden van de stad. Wisseling van de wacht en – in goed overleg – plaatsmaken voor (jongere of andere) collega’s horen bij een gezonde bedrijfsvoering. Dit geldt binnen organisaties, maar ook daarbuiten, in de afstemming tussen verschillende organisaties over de rol in het ecosysteem.

De cultuursector verdient ruimte en vertrouwen. We maken de aanvraagprocedure eenvoudiger zodat de vierjarige subsidieregeling beter toegankelijk is voor nieuwe aanvragers. Tegelijkertijd kunnen we er niet omheen dat de middelen beperkt zijn. Deze tijd vraagt

6

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Het Rijk werkt aan een herziening van het cultuurstelsel vanaf 2029. Wanneer we nu een heldere en scherpe koers kiezen, als cultuursector en als gemeente, hebben we daar straks profijt van. Zo bereiden we ons samen voor op een optimaal startpunt voor de periode vanaf 2029.

1.1 Kunst en cultuur in Utrecht

We willen erop wijzen dat er naast de vierjarige regeling in de Cultuurnota ook verschillende andere regelingen zijn: van kleine opstartbedragen met de impulssubsidie tot de projectsubsidie en de tweejarige regeling. Voor sommige beleidsterreinen, zoals cultuurparticipatie, gelden daarnaast ook andere specifieke regelingen.1

We vinden het belangrijk dat er voor iedereen passend aanbod is in de stad. Niet alles hoeft voor iedereen te zijn, maar er moet wel voor iedereen iets te kiezen zijn. Dat geldt voor cultuurbezoek, voor zelf meedoen en voor ontplooiingsmogelijkheden. In deze Cultuurnota hebben we het over kunst en cultuur in de breedste zin van het woord. Alle genres vallen eronder: van opera en theater tot nachtcultuur, van street art en digitale cultuur tot moderne dans, van film tot beeldende kunst en van klassieke muziek tot popcultuur. Maar ook crossovers en multidisciplinaire kunstvormen.

Het is de taak van de gemeente om eventuele obstakels voor de aanvraagprocedure zoveel mogelijk weg te nemen. Zo regelen we een eerlijker speelveld met kansen voor iedereen. Voor de periode 2025 – 2028 formuleren we de criteria en de voorwaarden op zo’n manier dat makers, collectieven en organisaties van verschillende aard er hun weg in kunnen vinden (zie hoofdstuk 4). Tegelijk is een waarschuwing op zijn plaats: de middelen zijn schaars, alle aanvragers krijgen hiermee te maken. Een nieuwe aanvraagronde betekent dat er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden.

Zowel het gesubsidieerde als het niet gesubsidieerde cultuuraanbod, zoals De Kargadoor, Moving Gallery, Club BASIS en het Beatrix Theater, zijn essentieel voor het culturele ecosysteem in de stad. Niet alle culturele initiatieven hebben een plek in de meerjarenregeling van de Cultuurnota, maar dat maakt ze niet minder waardevol voor de sector. We bekijken de Utrechtse cultuursector als geheel. Sommige makers, collectieven en organisaties kiezen er bewust voor om geen beroep te doen op gemeentesubsidie, ze werken vanuit het Do-It-Yourself-principe. Voor anderen is het aanvraagproces te complex of sluiten de voorwaarden niet aan.

Lange tijd was het nodig dat een organisatie de taal van de gemeente sprak om aanspraak te kunnen maken op subsidie. En dat niet alleen: organisaties probeerden zichzelf zo veel mogelijk te kneden naar de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Dat willen we veranderen. Een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector is er een waarin organisaties, makers, podia en festivals hun eigen creatieve koers bepalen en varen. We verwachten van de aanvragers dat zij het meerjarenplan schrijven vanuit hun eigen waarden en visie. De adviescommissie kijkt vervolgens welke plannen samen optellen tot een pluriform, divers en inclusief cultuuraanbod met ruimte voor ontwikkeling en creatief vermogen voor de hele stad. Utrecht keurt de inzet van dieren bij culturele activiteiten nadrukkelijk af.

1  Zie bijlage I voor een overzicht van alle subsidieregelingen voor cultuur van de gemeente Utrecht.

TivoliVredenburg - Gaudeamus Festival: Patrizia Ruthensteiner & Dewi de Vree | Magnetoceptia © Juri Hiensch

7

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

De gemeente schept de kaders voor het te verdelen cultuurbudget, maar de sector is zelf verantwoordelijk voor de inhoud en de invulling van de eigen doelstellingen. Door dit expliciet te benadrukken hopen we organisaties en makers te motiveren met lef, passie, creativiteit en eigenzinnigheid aan de slag te gaan met hun meerjarenplannen 2025 – 2028.

1.2 Cultuur en de bewoners van Utrecht Kunst en cultuur bestaan niet in het luchtledige. Ze geven duiding en kleur aan de manier waarop we samenleven met elkaar. Zonder de menselijke factor zijn kunst en cultuur onbestaanbaar. Makers en culturele organisaties wijzen de weg in het aanbod of nodigen uit om mee te doen, plezier te maken of na te denken over actuele onderwerpen, stil te staan bij ontwikkelingen in de wereld en in de directe omgeving. We kunnen niet anders dan de Utrechtse culturele organisaties en makers zien in relatie tot de bewoners van de stad. Op 1 januari 2023 telde Utrecht 367.984 inwoners. Naar verwachting passeert het aantal in 2028 de grens van 400.000. Er wonen relatief veel twintigers en dertigers in de stad. Ook het aantal jonge kinderen is hoog ten opzichte van andere grote steden; starters en jonge gezinnen kiezen relatief vaak voor Utrecht. Het aantal 65-plussers is met 11% relatief laag vergeleken met de rest van het land. Ruim de helft van de Utrechtse huishoudens is alleenstaand. En een op de drie Utrechters heeft een migratieachtergrond: het merendeel heeft een Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse of Surinaamse achtergrond. In totaal kent Utrecht 167 nationaliteiten:2 onze stad beschikt over een rijk palet aan culturen. 2 Utrecht Monitor 2022 Bevolkingssamenstelling | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)

SPRING Festival - Dries Verhoeven | The NarcoSexuals © Juri Hiensch

8

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Uit de Utrecht Monitor blijkt dat in onze stad meer mensen naar cultuur gaan dan in andere steden. 74% van de Utrechters bezocht in 2021 een concert of een museum of maakte op een andere manier gebruik van het cultuuraanbod (let wel: dit cijfer is beïnvloed door de pandemie; in 2019 lag het cultuurbezoek op 89%). Gevraagd naar de verscheidenheid van het aanbod aan culturele voorzieningen, zegt 85% van de inwoners tevreden te zijn. We zien wel duidelijke verschillen tussen mensen met verschillende soorten opleidingen. Mensen met een praktische opleiding maken minder vaak gebruik van het aanbod en zijn ook minder tevreden over de verscheidenheid van het aanbod dan mensen met een theoretische opleiding. Hetzelfde geldt voor inwoners met een beperking, inwoners met een migratieachtergrond en inwoners ouder dan 65 jaar.3 Er wordt regelmatig een kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen in Utrecht ervaren. Kunst en cultuur kunnen helpen verschillende bewoners uit de stad dichter bij elkaar te brengen. We blijven ons de komende periode met hart en ziel inspannen voor een cultuursector voor iedereen. Dat doen we door ontmoeting en samenwerking te stimuleren en ruimte te geven aan verschillende mensen en verschillende perspectieven, die met elkaar of naast elkaar bestaan.

De cultuursector vormt als het goed is een afspiegeling van de bevolking van de stad en geeft inzicht in wie de inwoners zijn en wat hen bezighoudt. De stad Utrecht is het referentiekader en speelveld van de aanvragers voor de meerjarenregeling van de Cultuurnota 2025 – 2028. Wat dit betekent voor de aanvragers komt aan bod in hoofdstuk 4 Beoordelingscriteria 2025 – 2028

1.3 Beleidsnota’s cultuur Cultuurvisie 2030 ‘Kunst Kleurt de Stad’ (2019) vormt de basis van het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht. De Cultuurnota is de vierjaarlijkse uitwerking hiervan. Hieronder valt in de eerste plaats de vierjarige- en de tweejarige subsidieregeling. Daarnaast zijn de projectsubsidie en de impulssubsidie onderdeel van de Cultuurnota. Omdat het in beide gevallen om eenmalige subsidies gaat, zijn ze niet meegenomen in het budgettair kader in hoofdstuk 3. Beide regelingen kennen eigen subsidie-eisen4. In het kader van de Cultuurvisie 2030 zijn de laatste jaren specifieke cultuurbeleidsterreinen verkend en gedetailleerd uitgewerkt in afzonderlijke beleidsnota’s. De volgende beleidsnota’s zijn in de periode 2025 – 2028 relevant voor kunst en cultuur: • Uitvoeringsnota Huisvesting Creatieve en Culturele Sector. ‘Kleur geven aan ruimte voor de Creatieve en Culturele Sector’ (looptijd tot 2040) • Kadernota Cultuurparticipatie 2022 – 2030. ‘De kracht van cultuur en Uitvoeringsprogramma Cultuurparticipatie’ (verschijnt eind 2023) • De Utrechtse Nachtvisie 2030 & Beleidsnota Nachtcultuur • Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte 2040 Deze beleidsnota’s komen aan bod in hoofdstuk 2. Het overzicht in bijlage I maakt duidelijk hoe de verschillende nota’s en de Cultuurvisie 2030 zich tot elkaar verhouden.

3  Utrecht Monitor 2021 Cultuurdeelname | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl) 4  Zie Subsidies kunst en cultuur | gemeente Utrecht voor meer informatie over deze regelingen.

RAUM - Conferentie ‘Onze stad ons canvas’ © Juri Hiensch

9

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

1.4 Doelstellingen en indicatoren cultuur Jaarlijks stelt de gemeenteraad de programmabegroting op voor het opvolgende jaar. Voor het programma ‘levendige en gezonde stad’ hanteren we voor cultuur twee doelstellingen: 1. Gelijk aan de groei van de stad is er in alle wijken passend aanbod van diverse creatieve makers en culturele instellingen. 2. Een breed publiek uit Utrecht en daarbuiten neemt actief deel aan en bezoekt het culturele aanbod in de stad. De resultaten van de twee doelstellingen worden in onze jaarstukken aan de hand van een toelichting beschreven. Hieruit blijkt hoe het in de stad staat met de vier pijlers uit de Cultuurvisie 2030, te weten een pluriform aanbod, inclusieve cultuursector, stimuleren van creatief vermogen en ontwikkelruimte. Context voor deze kwalitatieve beschrijving wordt gegeven aan de hand van kwantitatieve indicatoren. Op het moment van de Programmabegroting 2024 zijn dat: • Landelijke positie als aantrekkelijke stad op grond van cultureel aanbod; • % Utrechters dat cultureel aanbod waardeert op stedelijk niveau; • % Utrechters dat cultureel aanbod waardeert op buurtniveau; • % Utrechters dat minstens 1x per jaar een culturele activiteit bezoekt; • Aantal bezoekers aan gesubsidieerde instellingen; • Aantal actieve deelnemers aan culturele activiteiten van gesubsidieerde organisaties in Utrecht.

Halverwege de cultuurnotaperiode 2025 – 2028 wordt een verkenningscommissie aangesteld. Deze onderzoekt hoe het staat met de Utrechtse culturele sector.

Enerzijds om te bepalen in hoeverre de beoogde doelstellingen behaald worden, anderzijds als input voor de volgende beleidsperiode. Periodiek wordt geëvalueerd of het nodig is om de bestaande indicatoren aan te passen.

1.5 Cultuurverkenning Utrecht In maart 2023 heeft de Adviescommissie Cultuurverkenning onder leiding van Mei Li Vos het rapport ‘Ruim Baan. Cultuur als aanjager in een veranderende stad’ gepresenteerd. Het verkenningsrapport behandelt de nieuwe, experimentele aanpak van de gemeente in voorbereiding op de Cultuurnota 2025 – 2028. De aanpak heeft als doel te komen tot een gelijkwaardiger gesprek tussen de cultuursector en de gemeentelijke organisatie. Onderwerp van gesprek zijn de uitdagingen en kansen binnen de sector en die binnen de gemeentelijke organisatie.

• Fysieke ontwikkelruimte en ruimte voor onderzoek en experiment: zet vaart achter het realiseren van creatieve werk- en maakplekken in de stad; blijf alert op doorgroeimogelijkheden voor makers. • Diversiteit en inclusie: het streven naar diversiteit en inclusie is een doorlopend proces; blijf druk uitoefenen en vasthouden aan succesvolle strategieën, ook als verandering langzaam gaat. Dat geldt zowel voor de sector als voor de gemeente. • Cultuuronderwijs: participatie begint bij educatie; bestrijd de ongelijkheid in regie en expertise tussen scholen. • Positioneer cultuur als belangrijke waarde in en voor de stad: in de groeiende stad moet de cultuur blijven meegroeien om de gezonde stad mee vorm te kunnen geven. Het volledige rapport is hier te lezen.

De commissie heeft zeven rondetafelgesprekken gehouden over verschillende thema’s met zeventig vertegenwoordigers uit de sector; onder hen waren zowel gesubsidieerde als onafhankelijke spelers. Ook hebben medewerkers van de afdeling Culturele Zaken van de gemeente Utrecht individuele monitorgesprekken gevoerd met alle organisaties die onderdeel uitmaken van de meerjarenregeling van de Cultuurnota 2021 – 2024 over de stand van zaken halverwege de huidige periode. Aanbevelingen De commissie heeft op basis van een analyse van de gesprekken aanbevelingen geformuleerd voor de cultuursector en voor de gemeente.

TivoliVredenburg - Sencity Festival: optreden van rapper Joël Domingos en doventolk/signdancer Theo Stoop © Jessie Kamp

10

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=aafe7837-e575-4087-bf0e-a9df352d3794