Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Adviescommissie Controle en Financiën van 21 maart 2024 Agenda bijlagen Agenda advies-cie CF 21-3-2024 (verkort) 1 Opening en mededelingen, vaststellen agenda 2 Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst Adviescommissie C&F 15-02-2024 3 Ingekomen stukken 4 Hoe werkt het nieuwe beleidskader rondom sturen en verantwoorden in de praktijk? STVV Nota van uitgangspunten Met elkaar, voor elkaar, onderdelen van sociale basis en basiszorg 2025-2035 Cultuurnota Geluid en Trillingen 5 Verbeteren leesbaarheid investeringen/MPR , vervolg van 15 februari Grip op investeringen Adviescie C&F 15 februari 2024 6 Vooruitblik jaarplan 2024 · Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd. Wordt ingestemd met deze onderwerpen voor de volgende vergadering? zie bijgesloten agenda. Jaarplan adviescommissie CF 2024 (mrt) Agenda advies-cie CF 21-3-2024 (verkort) 7 Voortgang accountantscontrole 8 Rondvraag en sluiting · Update raadstoets
AGENDA Adviescommissie Controle en Financiën
21 maart 2024 09.00-10.30 (burgemeesterskamer)
Agendapunt 1 t/m 6 worden behandeld in aanwezigheid van de (medewerkers van) de afdeling Concernmanagement Financiën, Inkoop en Juridische Zaken/Concern Control, de voorzitter/secretaris van de Rekenkamer en de accountant.
Agendapunt 7 t/m 8 worden behandeld zonder de ambtelijke organisatie. (2 min)
1. a. Opening en mededelingen. b. Vaststellen agenda.
(3 min)
2. Vaststellen verslag van vorige bijeenkomst. (5 min)
3. Ingekomen stukken. (30 min)
4. Hoe werkt het nieuwe beleidskader rondom sturen en verantwoorden in de praktijk? (15-30 min)
5. Verbeteren leesbaarheid investeringen/MPR, vervolg van 15 februari (5 min)
6. Vooruitblik jaarplan 2024 •
Het Jaarplan wordt elke vergadering indien nodig geactualiseerd. Wordt ingestemd met deze onderwerpen voor de volgende vergadering?
Vr. 5 april
Do. 18 april
Lentesessie 10.00-16.00 -
Sessie met VNG/BZK over inkomsten vanuit Rijk
-
Sessie accountant verdieping budgetrecht (openstaand zomersessie)
-
Update reserves (i.a.m. rekenkamer)
-
Duurzaam rapporteren
Vergadering adviescommissie (90 minuten)
Opening, verslag en ingekomen stukken (tijd: 10 minuten)
Jaarverslag Rekenkamer
Jaarplan concernaudit
1
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
Invulling TB JS/VJN op 28 mei (15 minuten)
Verbeterplan financiën en aanpassing technische spelregels (cie 15 februari) (30 minuten)
Regeling risicovolle projecten (15-20 minuten)
Voortgang accountantscontrole (10 minuten)
Vooruitblik volgende vergadering (tijd: 5 minuten)
Afsluiting (5 minuten)
**************************************************************************************** NB: 5 minuten wissel pauze. (10-15 min)
7. Voortgang accountantscontrole (5 min)
8.
Rondvraag en sluiting.
•
Update raadstoets
2
Commissiegriffier financiën danielle.rijnders@utrecht.nl
VERSLAG ADVIESCOMMISSIE CONTROLE EN FINANCIËN
15 februari 2024, 09.00-10.45 uur Burgemeesterskamer Stadhuis
Adviescommissie: Jantine Zwinkels (vz.) Derk van Bergen, Ruud Maas, Fred Claasen, Gert Dijkstra, Victor Paalman, Margreet Ramaker en Daniëlle Rijnders (raadsadviseur Control & Audit)
Overige deelnemers: Jurjen Bakker (strategisch adviseur financiën), Jasmin Grundauer (manager concernaudit),
Annemarie Koolenbrander (adviseur Financiën en Control), Joyce Groothuijzen (griffie), Rob Sijm (directeur financiën, inkoop en juridische zaken), Stefanie Smith (strategisch adviseur financiën), Auke Timmerman (concerncontroller), Rein-Aart van Vugt en Niels Fritz (Deloitte)
Niet aanwezig: Cees Bos, David Bosch, Stevie Nolten, Ruben Snijder, Bert van Steeg, Joost Vasters en Rick van der Zweth (adviescommissie) en de vertegenwoordiging van de Rekenkamer.
Notulen: Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers
1. a. Opening en mededelingen
De voorzitter opent de vergadering en heet allen welkom. Er wordt een snelle voorstelronde
gehouden omdat de heren Sijm en Timmerman voor het eerst aan de vergadering deelnemen. b. Vaststellen agenda
De agenda wordt vastgesteld zoals opgegeven. 2. Vaststellen verslag vorige bijeenkomst (11-01-2024) Het verslag wordt vastgesteld.
3. Ingekomen en verzonden stukken
Bij de voorbereiding van de vergadering kwam de raadsbrief over het tekort in het
gemeentefonds ter sprake. De voorzitter stelt voor om een technische bespreking van de brief
op de agenda te zetten in de vergadering van 18 april a.s., en om dan in het bijzonder aandacht te besteden aan het verbeterplan en indien mogelijk ook aandacht te besteden aan de
aampassingen van technische spelregels bij de VJN als onderdeel van de scenario’s. Hiermee gaan allen akkoord, met dien verstande dat dit op volgende agenda’s ook zal terugkomen. Fractiegenoten die hier belangstelling voor hebben, zijn welkom.
4. Vervolg aanbevelingen P&C-cyclus en evaluatie programmabegroting 2024
Zie het voorstel, bij vergaderstukken, samengesteld met de inbreng tijdens de vorige
vergadering. De voorzitter stelt voor om dit namens de Adviescommissie aan het DB te sturen. Zie het hoofdstuk Vergaderschema voor de voorjaarsnota en programmabegroting. Er wordt
behandeling in vier dagen voorgesteld in plaats van vijf, in de jaren dat de programmabegroting een technische uitwerking is van de voorjaarsnota. De Adviescommissie is benieuwd hoe de
1 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
begrotingscyclus in voorgaande ambtsperiodes verliep. Voor zover bekend heeft de
Adviescommissie de cyclus eerder niet geëvalueerd, de raad wel. Mevrouw Ramaker stelt voor om zo’n evaluatie te houden in het vierde jaar van deze gemeenteraad (najaar 2025), in elk geval in de Adviescommissie.
Zie het hoofdstuk Schriftelijke vragen. Hier wordt een onderscheid tussen technische en
politieke vragen geadviseerd; de heer Sijm geeft aan dat hij dit wel haalbaar acht, evenals het bedenken van een gemakkelijk doorzoekbaar bestand van raadsvragen. Hierover wordt even
doorgepraat; het blijkt dat de Adviescommissie de voorkeur geeft aan een ontbijtsessie boven een ‘tafeltjesavond’. De ontbijtsessie zou wat meer commissiespecifiek kunnen worden
ingericht, zodat de financiën per commissie aan de inhoud gerelateerd kunnen worden. Er wordt opgemerkt dat de Utrechtse raad wordt overladen met documentatie, veelal
ongesorteerd. Het is niet (meer) mogelijk om inkomende e-mail automatisch te sorteren per onderwerp; het zou de raadsleden enorm helpen als dat zou kunnen. NB: dit is uiteindelijk opgelost en dit is wel mogelijk.
Voor het knelpunt tijdens de Algemene beschouwingen (te weinig spreektijd voor kleine fracties) werd in de vorige vergadering van de Adviescommissie geen bruikbare oplossing aangedragen, hoewel allen het erover eens zijn dat het anders moet. Iets meer spreektijd voor kleine fracties
ten koste van de spreektijd voor de grote fracties lijkt niet de oplossing; wel zou er vroeg in het
debat met interrupties wat ruimte kunnen worden geboden aan kleine fracties, zodat zij niet tot het eind hoeven wachten voor zij het woord mogen voeren. Hier staat de Adviescommissie niet negatief tegenover, mits de interrupties niet meetellen voor de spreektijd. Er is ook
overeenstemming over de duur van de Algemene beschouwingen: dat moeten geen ellenlange
exercities worden. Tijdens de Algemene beschouwingen gaat het over méér dan over financiën alleen; partijen vertellen wat zij voor de stad willen betekenen. Allen zijn het erover eens dat overleg over de spreektijd beter past in het fractievoorzittersoverleg. Met het advies voor de raadstoets zijn allen het eens. 5. Raadsvoorstel Wijzigingsbesluiten Financiële verordening en Controleverordening & Raadsvoorstel Normenkader Rechtmatigheid 2023
De raadsvoorstellen kunnen in principe als A-punten worden behandeld. De voorzitter stelt voor om de bijbehorende raadsbrief in een volgende vergadering van de Adviescommissie ter
bespreking op de agenda te zetten. De wijzigingsvoorstellen hebben namelijk hoofdzakelijk een technisch karakter, terwijl het in de raadsbrief ook over de dekkingsregels gaat – wat voor de Adviescommissie interessant is.
Er wordt opgemerkt dat het Didam-arrest wordt genoemd bij het juridisch kader. Dat is geen wet, wordt gezegd, maar een interpretatie van wetgeving. Dit moet worden aangepast.
2 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Rechtmatigheidsverantwoording
De heer Van Vugt memoreert dat de rechtmatigheidsverantwoording in 2022 in de Gemeentewet en de Provinciewet werd verankerd. Als gevolg daarvan moest het Besluit begroting &
verantwoording (BBV) worden aangepast. Ook het Besluit accountantscontrole decentrale
overheden (BADO) moest worden aangepast; accountants doen immers niet langer uitspraken over de rechtmatigheid, maar geven aan of de jaarrekening inclusief rechtmatigheids-
verantwoording een getrouw beeld geeft. Knelpunt: BADO en BBV zijn nog niet bij de Tweede
Kamer ingediend, hoewel de regels al vanaf 2023 gelden. De heer Van Vugt acht de kans klein dat de Tweede Kamer de genoemde besluiten binnen afzienbare tijd gaat behandelen, ook al
omdat de Algemene Rekenkamer er bezwaren tegen heeft ingebracht. Het ministerie van BZK
had uiterlijk op 31 maart a.s. willen publiceren in de Staatscourant, en als dat niet lukt zal het ministerie adviseren om de rechtmatigheidsverantwoording toch op te nemen in de
jaarrekening, maar om daarnaast de accountant nog één keer om een rechtmatigheidsoordeel te vragen.
Punt van aandacht: de gemeente Utrecht hanteert een verantwoordingsgrens van 1,5%, terwijl de controlerend accountant een grens van 1% aanhoudt. In theorie kan dit leiden tot een verschil van mening tussen college en accountant.
Mevrouw Rijnders geeft aan dat er nu een eerste wijziging in de financiële verordening voorligt; er zijn plannen voor wat ingrijpender veranderingen. Zij stelt voor om een werkgroepje wat
voorwerk te laten doen en daar maximaal twee bijeenkomsten voor te plannen. Hiervoor meldt
de heer Maas en de heer Claassen zich aan. De raadsbrief die is meegestuurd bij dit onderwerp zal dan ook hierbij worden betrokken.
6. Verbeteren leesbaarheid investeringen / Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR)
Zie de presentatie ‘Grip op investeringen’, bij vergaderstukken. Toelichting door de heer Bakker. Het plan is om de begroting te autoriseren op programmaniveau en niet meer per
investeringskrediet. De Adviescommissie is benieuwd wat dit doet met de positie van de
gemeenteraad; heeft de raad dan nog wel de mogelijkheid om een andere keus te maken als er een projectinvestering niet doorgaat? Volgens de heer Bakker vermindert dit de kans om te
sturen op projectniveau, maar dat gebeurt nu ook al nauwelijks. De raad houdt in elk geval zicht op de projecten, want die worden weergegeven in bijlagen bij de meerjarenplannen.
Al met al leeft in de Adviescommissie het gevoel dat het inzicht van de raad afneemt; dit vindt men onwenselijk, al is er ook begrip voor de wens om meer flexibiliteit. Volgens mevrouw
Koolenbrander wordt inzicht deels geboden in de meerjarenprogramma’s, waarin de afwegingen worden weergegeven. Maar hoe kan de raad nog prioriteiten aangeven als zij alleen nog maar adviseert op programmaniveau? Neem bijvoorbeeld investeringen in groen, een breed begrip
waarover verschillende opvattingen heersen in de raad. Mevrouw Koolenbrander geeft aan dat er 3 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
een Beleidsnota Groen is. De raad kan in de beleidscyclus prioriteiten aangeven. Hier wordt tegenin gebracht dat dit in de praktijk niet zo werkt, want bij beleidsnota’s worden slechts
summiere financiële onderbouwingen gevoegd, en dan wordt er afgesproken dat een integrale afweging volgt bij de behandeling van de Voorjaarsnota. De raad kan dan echter geen
prioritering meer aangeven. Zo brokkelt de positie van de raad dus enigszins af, en kan zij haar taak ten aanzien van investeringen niet goed meer uitvoeren – terwijl juist investeringen de komende jaren flinke aanslagen op de gemeentelijke begroting zullen gaan doen. Het zou
helpen als de grote kredieten duidelijk worden aangegeven, en niet alleen maar onderdeel zijn van het meerjarenprogramma. De raad moet er aan het begin een zinvolle discussie over kunnen voeren, niet pas als het al een plek in de regelingen heeft gekregen.
Voor investeringen zou een kader moeten zijn, wordt gezegd. Als er onderbesteding dreigt,
bijvoorbeeld op groen, moet vast staan wat de voorkeur heeft: óf investeringen in groen worden evenredig over de stad verdeeld, óf wijken met weinig groen krijgen voorrang. Die afweging wil de raad graag vooraf kunnen maken, en die wil zij kaderstellend aan het college meegeven:
‘Schuiven mag, maar de kaders liggen vast’. Volgens mevrouw Koolenbrander is dit het best werkbaar als het in de betreffende beleidsnota staat.
Meer in clusters werken lijkt de kans op fouten te vergroten. Hoe wordt dit effect ondervangen? Mevrouw Zwinkels stuurt de heer Bakker hier een voorbeeld van (behandeling onderwerp
mobiliteit bij de behandeling programmabegroting/voorjaarsnota). De heer Bakker komt daarop terug.
Is in de overzichten van clusters nog terug te vinden of bepaalde projecten daar deel van
uitmaken? Niet als de geheime bijlage bij de begroting wordt afgeschaft, zegt de heer Bakker, maar ze zijn wel uit de meerjarenplannen te halen. Bij meerjarenplannen wordt een verantwoordingsbijlage gemaakt op projectniveau.
Er wordt opgemerkt dat de raad ook wat meer diepgang wil in het debat over de jaarstukken.
Hierop geeft de heer Bakker aan dat de jaarrekening laat zien wat er in totaal is geautoriseerd
voor een bepaald programma. De nieuwe opzet laat zien wat er nog geactiveerd wordt en wat er in totaal is gerealiseerd. Op grote afwijkingen kan de raad dan nader ingaan, als die niet al
toegelicht zijn. Belangrijk is dat toelichtingen relevante informatie bevat voor de raad, denk aan de onderbesteding bij huisvesting. Wat betekent dit voor het gestelde doel?
Meerjaren Perspectief Ruimte
Zie presentatie; toelichting door mevrouw Koolenbrander. De ambtelijke organisatie is bezig
met de opzet van meerjarenprogramma’s, en probeert ook deze beter leesbaar en toegankelijk te maken. Het streven is om de raad in de begrotingscyclus inzicht in en grip op investeringen te bieden; de meerjarenprogramma’s geven inzicht in de beleidsmatige onderbouwing. Dit is
een leerproces; mevrouw Koolenbrander legt uit dat medewerkers zijn gewend om te denken in 4 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
ambities en resultaten, en minder in het volgen daarvan. De Adviescommissie dringt er bij de afdeling Financiën/Control op aan om hier goed op te letten.
In de meerjarenprogramma’s 2024 wordt het onderscheid tussen beleidscyclus en
begrotingscyclus duidelijk gemaakt. De financiële informatie zal meer gestandaardiseerd
worden, zodat een meerjarenprogramma via de begroting kan worden geraadpleegd. Dit is een belangrijke voorwaarde om de voorgestelde verbetering te doen slagen. In de volgende vergadering komt het MPR opnieuw op de agenda. 7. Vooruitblik jaarplan 2024
Zie het overzicht in de vergaderagenda. Er wordt afgesproken dat de ambtelijke organisatie aansluit bij de Lentesessie (5 april a.s.), niet als toehoorder maar als actief deelnemer.
De Nota Verbonden partijen wordt toegevoegd aan de jaarplanning van de adviescommissie
(planning nog onduidelijk, ambtelijke organisatie komt hier op terug richting de griffie), want de adviescommissie wil op het raadsvoorstel vooraf input leveren evenals de accountant. De casus UW kan hierbij ook worden meegenomen.
Schorsing
De ambtenaren verlaten de vergadering. 8. Voortgang accountantscontrole
De jaarrekeningcontrole wordt voorbereid; de heer Fritz verwacht in de volgende vergadering een meer inhoudelijk voortgangsbericht te kunnen geven. Er is een senior manager aan het team toegevoegd die de SISA-rapportages gaat begeleiden.
De heer Van Vugt vraagt nog kort aandacht voor de nota’s die eerder in de vergadering werden
behandeld. De ambtelijke organisatie heeft zeer goede voorstellen gedaan, in het bijzonder ten aanzien van informatieoverdracht. De heer Van Vugt adviseert om scherp te letten op het
budgetrecht van de raad, en hoe dat in de verordening terechtkomt. Sturen op investeringen is echt aan de raad, en zo moet het ook in de verordening staan. Er wordt afgesproken dat mevrouw Rijnders hierover een kort memo opstelt. 9. Rondvraag en sluiting
Mevrouw Zwinkels en de heer Claasen namen deel aan ‘Raden in gesprek’ op 27 januari jl. Er zal wat uitvoeriger verslag worden gedaan tijdens de Lentesessie.
De heer Claasen meldt voor de goede orde dat hij geen raadslid meer is, maar wel blijft deelnemen aan de Adviescommissie C&F.
5 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Er wordt verder geen gebruik gemaakt van de rondvraagmogelijkheid. De vergadering wordt gesloten.
6 van 6
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Nota van Uitgangspunten
Met elkaar, voor elkaar
Onderdelen van de Sociale basis en Basiszorg 2025 – 2035
Utrecht.nl
2
Sociale basis
Deze nota van uitgangspunten gaat over slechts een deel van de sociale basis. Het gaat om de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende drie organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel Informatie, Advies en Onafhankelijke Cliëntondersteuning). We omschrijven die verder in deze nota als: het versterken van gemeenschapskracht in de wijk en meedoen, het stimuleren van sport en beweging, ondersteunen van sportaanbieders, sociaal raadslieden, een deel van de ondersteuning bij financiën, admini stratie en informatievoorziening over de sociale basis.
Basiszorg
Het betreft de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende twee organisaties: Lokalis en Buurt teamorganisatie Sociaal Utrecht. In deze nota benoemen we dit als de buurtteams jeugd en gezin en de buurtteams sociaal.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 3
4
Inhoudsopgave
1 2 3 4 5 6
Inhoudelijk kader en context
14
1.1 Ambitie: Waar staan wij voor in Utrecht en waarom? 1.2 Situatie: Waar staan we nu in Utrecht?
16 18
Generieke uitgangspunten
22
2.1 Uitgangspunt 1: Gemeenschap centraal 2.2 Uitgangspunt 2: Samenwerken in de wijk 2.3 Uitgangspunt 3: Groepsgericht tenzij én met inzet van blended care 2.4 Uitgangspunt 4: Ongelijk investeren voor gelijke kansen 2.5 Uitgangspunt 5: Sturen vanuit heldere kaders
24 26 27 28 30
Specifieke uitgangspunten in de sociale basis
34
3.1 Specifiek uitgangspunt 1: Versterken Gemeenschapskracht in de wijk en meedoen 3.2 Specifiek uitgangspunt 2: S timuleren van sport en bewegen en ondersteuning van sportaanbieders 3.3 Specifiek uitgangspunt 3: Onafhankelijke Cliëntondersteuning 3.4 Specifiek uitgangspunt 4: Toegankelijke informatie over de sociale basis 3.5 Specifiek uitgangspunt 5: Sociaal raadslieden 3.6 Specifiek uitgangspunt 6: Hulp bij financiën en administratie door vrijwilligers
Specifieke uitgangs-punten in de basiszorg van de buurtteams
37 40 44 45 46 47 48
4.1 Specifiek uitgangspunt 7: Basiszorg voor volwassenen 4.2 Specifiek uitgangspunt 8: Basiszorg voor jeugd en gezin
50 52
Financiën
56
5.1 Context 5.2 Beschikbaar budget
58 58
Vervolgproces
60
Bijlage 1: Het Utrechts Model
64
Bijlage 2: Begrippenlijst
66
Bijlage 3: Opbrengst participatiesessies
68
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 5
Voorwoord Utrecht wil een gezonde stad zijn, voor iedereen. Een stad waarin iedereen zich thuis voelt, mee kan doen, kan rondkomen en zichzelf kan zijn. Dat is de ambitie van Utrecht. Een ambitie waar we elke dag met volle inzet aan werken. En daarbij een ambitieuze ambitie... Waarbij we te maken hebben met verschillende schaarsten, zoals minder geld, tekort aan personeel en een gebrek aan betaalbare woonruimte. Tegelijk neemt de vraag naar zorg en ondersteuning in de stad toe. Om onze ambitie te halen zijn keuzes nodig, met aandacht voor de lange termijn. Zoals ons college in de Voorjaarsnota al omschreef: ‘We moeten nu kiezen voor de toekomst’. Deze noodzaak om te kiezen, biedt een kans. Om het werk eenvoudiger te organiseren voor bewoners en beroepskrachten in de wijk. Om met name die bewoners en buurten te bereiken die dat het hardst nodig hebben. Deze nota van uitgangspunten draagt daaraan bij. Het biedt de kaders voor de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende vijf organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (IAOC), Lokalis (Buurtteams Jeugd en Gezin), Buurtteamorganisatie Sociaal Utrecht (Buurtteams Sociaal). Voor deze voorzieningen worden nieuwe opdrachten verleend per 1 januari 2025. We hebben expertise uit de stad benut en zijn bij andere gemeenten geweest om meer te leren over hoe we de opdrachtverlening zo goed mogelijk kunnen aanpakken.
Daaruit komt duidelijk naar voren dat we nog meer ruimte kunnen maken voor gemeenschapskracht. We zien in Utrecht al veel vormen van gemeenschapskracht: ván Utrechters vóór Utrechters, gericht op gezondheid, sport en welzijn. Veel vragen van bewoners kunnen ook in het gewone leven opgelost worden. Door te werken vanuit het uitgangspunt: wat Utrechters zelf kunnen, dat doen zij zelf. We willen toe naar een andere samenwerking tussen gemeente, beroepskrachten en bewoners(initiatieven). Dit vraagt een andere manier van denken en werken: starten bij wat er al in de wijk is en beroepskrachten richten zich op wat er aanvullend nodig is. De komende tijd gaan we de opdrachten voor onze toekomstige partners verder uitwerken met de stad. Zowel met bewoners als beroepskrachten in het sociale domein. Deze manier van werken, vanuit partnerschap, past bij ons Utrechts model. Dat staat voor een goede samenwerking tussen de bewoners, sociale basis, onderwijs, jeugdgezondheidszorg, basiszorg van buurtteams, huisartsen en aanvullende zorg. We werken daarbij als een team in de buurt, waarbij ieder vanuit zijn of haar expertise kan bijdragen aan de vraag van inwoners.
6
‘Samen’ is daarbij het uitgangspunt. Want samen kijken we nu naar wat de ontwikkelingen in het sociale domein betekenen voor ons werk en deze uitvraag. En alleen samen kunnen we komen tot toekomstbestendige keuzes in de sociale basis en de basiszorg. Waarna we samen bewust kiezen welke ondersteuning we de Utrechters willen en kunnen bieden. Zo voorkomen we dat de zorg voor kwetsbare Utrechters onder druk komt te staan. Ik wil alle bewoners en beroepskrachten bedanken die hier al aan mee hebben gedachten meegewerkt. En hen van harte uitnodigen om dat ook de komende periode te blijven doen. Met als resultaat, een mooie stap voorwaarts naar een stad waarin iedereen zich thuis voelt, mee kan doen en zichzelf kan zijn.
Linda Voortman Wethouder Zorg en Welzijn
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 14 november 2023 | 7
Samenvatting Voor u ligt de nota van uitgangspunten voor een aantal voorzieningen in het sociaal domein. Het betreft de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende vijf organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel IAOC), Lokalis (Buurtteams Jeugd en Gezin), Buurtteam Sociaal. Voor deze voorzieningen wil de gemeente Utrecht nieuwe opdrachten verlenen per 1 januari 2025. In deze nota van uitgangspunten wordt het kader hiervoor geschetst. Wij hebben gekozen voor één nota van uitgangspunten: Zo geven we voor de uitvoering van de opdrachten gelijke uitgangspunten mee. Dit moet bijdragen aan nog meer samenhang tussen de sociale basis en de basiszorg in het Utrechts model. Ook kunnen we zo de opdrachten eenvoudiger, met meer synergie en minder dubbelingen organiseren.
Ambitie
We willen dat in Utrecht iedereen gezond, prettig en zelfstandig kan wonen en samenleven. Daar waar nodig bieden we passende zorg, ondersteuning en opvang aanvullend op wat mensen zelf en met elkaar organiseren.
Financiële druk
Tegelijkertijd staat het financiële kader van de Wmo en Jeugdwet onder druk: het beroep op de voorzieningen groeit namelijk harder dan het beschikbare budget. Samen met onze partners in het sociaal domein zoeken we naar deze oplossingen. In 2024 verwachten we daar meer helderheid in te krijgen.
Kiezen voor de toekomst
Zoals we in de Voorjaarsnota al aangaven: ‘We moeten nu kiezen voor de toekomst’. De noodzaak om te kiezen, pakken we dus als kans. Aan het groeiende beroep op zorg en ondersteuning kunnen we niet voldoen. Dit maakt dat we anders moeten gaan denken en het anders moeten gaan doen. We willen toe naar een andere, meer gelijkwaardige, samenwerking tussen gemeente, toekomstige partners, vrijwilligersorganisaties, beroepskrachten en bewoners(initiatieven).
Ontwikkelopgaven
Voor deze nota hebben we de inbreng benut uit gesprekken en bijeenkomsten met bewoners en beroepskrachten. Opnieuw werd zichtbaar voor hoeveel belangrijke uitdagingen we staan als stad. Uitdagingen waarbij verschillende beleidsterreinen, verschillende nota’s en verschillende uitvoeringsplannen bij elkaar komen. Zo ontdekten we dat deze nota niet beperkt kan blijven tot uitgangspunten: we benoemen ook ontwikkelopgaven. Opgaven op waar we in de stad een andere manier van werken en doen willen ontwikkelen. Deze ontwikkelopgaven staan verspreid door dit document. Die ontwikkelopgaven gaan wij de komende tijd verder uitwerken met de stad: samen met partners en bewoners.
8
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 9
Uitgangspunten
Ons antwoord op de uitdagingen waar Utrecht voor staat, hebben we geformuleerd in de vorm van vijf generieke uitgangspunten. Enkele uitgangspunten lijken op het eerste oog ‘slechts’ een voortzetting van wat we al doen in de stad. Echter, we willen met elk uitgangspunt de volgende stap zetten die nodig is om een antwoord te bieden op alle uitdagingen waar we voor staan. De organisaties die de opdrachten gaan uitvoeren worden uitgedaagd om de uitvoering te doen in strakke financiële kaders. De uitgangspunten gelden voor alle opdrachten van toekomstige partners en voor ons als gemeente. Zo willen we vanuit samenhang een gezamenlijke koers kiezen en bewandelen. De uitgangspunten leest u hieronder. In de hoofstukken 3 en 4 leest u ook nog specifieke uitgangspunten voor de sociale basis en de basiszorg. Uitgangspunt 1: Gemeenschap centraal Wij willen toewerken naar een gelijkwaardige samenwerking tussen gemeente, beroepskrachten, vrijwilligersorganisaties en bewoners(initiatieven). De opdrachten die onder deze nota vallen worden nu met name vormgegeven vanuit een samenwerking tussen gemeente en professionele organisaties. Deze organisaties betrekken daarbij bewoners en bewonersinitiatieven. Nu willen we toewerken naar een samenwerkingsvorm waarin de gemeenschap meer centraal staat. Wat Utrechters zelf kunnen, dat doen zij zelf.
In Utrecht zijn veel krachtige bewoners, vrijwilligers, bewonersinitiatieven en (sport-) verenigingen: van Utrechters voor Utrechters, gericht op gezondheid en welzijn. We zien kansen om deze initiatieven nog meer ruimte te geven om optimaal gebruik te maken van de kennis, kunde en betrokkenheid die in de Utrechtse buurten aanwezig is. Dit vergroot de zeggenschap en het eigenaarschap van Utrechters. Dit sluit aan bij de herijking van Samen stad maken. Als we starten bij wat er al in de wijk is en hierdoor bewoners meer regie kunnen nemen, kunnen we vervolgens in gelijkwaardige samenwerking tussen professionele organisaties, vrijwilligersorganisaties en bewoners bespreken wat er aanvullend nodig is. De gemeente is opdrachtgever voor professionele organisaties en kan de opdrachten hierop aan passen. Met dit maatwerk creëren we met elkaar een toegankelijk speelveld waarbij ieders kracht benut wordt. Uitgangspunt 2: Samenwerken in de wijk Onze huidige partners zijn stedelijk gecontracteerd, maar zijn vaak al op buurt/wijkniveau georganiseerd. We zien kansen om het wijkgericht werken verder te versterken. Dit kan door nog meer als team in de buurt te werken, aan gezamenlijk bepaalde wijkopgaven. De gemeente wil met bewoners, vrijwilligers en beroepskrachten (vanuit o.a. zorg, onderwijs, welzijn, werk, wonen) per wijk of buurt specifieke opgaven benoemen.
Rondom deze opgaven wordt dan afgesproken hoe wordt samengewerkt en wie welke rol kan vervullen. Daarbij wordt ook verkend of een buurt- of wijkbudget daarin een toegevoegde waarde heeft. Uitgangspunt 3: Groepsgericht tenzij én met inzet van blended care Uitgangspunt wordt dat in principe iedereen die professionele zorg of ondersteuning nodig heeft dit in groepsverband krijgt aangeboden. Dit betekent dat beroepskrachten de afweging maken of een groepsgericht aanbod passend is bij de ondersteuningsbehoefte van een inwoner. Indien dit niet het geval is, dan wordt de ondersteuning (tijdelijk) individueel geboden. Als het mogelijk is, gebeurt dit in de vorm van blended care. Het bieden van
10
groepsgerichte zorg of ondersteuning verbind inwoners op de vraagstukken die er zijn en draagt bij aan normalisering. Niet alles is een probleem waar professionele hulp bij nodig is. Ook draagt groepsgerichte inzet bij aan de samenredzaamheid: er worden sociale contacten opgedaan, er ontstaat (h)erkenning en vertrouwen. Dit draagt ook bij aan gemeenschapsvorming, preventie en aan bewustwording. We verwachten dat wanneer aanbod eenmaal ontwikkeld is - een beroepskracht in hetzelfde tijdsbestek meer bewoners kan begeleiden. Uitgangspunt 4: Ongelijk investeren voor gelijke kansen Eén van de topprioriteiten uit het coalitieakkoord 2022 –2026 is het aanpakken van de groeiende ongelijkheid in onze stad. We vinden de grote gezondheidsverschillen in de stad onacceptabel. Het aanpakken van groeiende ongelijkheid kan door extra te investeren in buurten die op meerdere parameters laag scoren. Maar we willen binnen buurten en wijken ook alert zijn op specifieke groepen waar de kwetsbaarheid hoger is. Zo willen we zorgen dat de middelen die beschikbaar zijn, gaan naar de mensen en de plekken in de stad die dit het hardst nodig hebben. Uitgangspunt 5: Sturen vanuit heldere kaders We hebben te maken met een combinatie van toenemende schaarste op het gebied van budgetten, woningen en personeel en een oplopende vraag onder mensen naar ondersteuning vanuit de gemeentelijke overheid.
Door deze onbalans tussen hoge maatschappelijke ambities en beperkte financiële mogelijkheden, zien wij de druk geleidelijk toenemen. Van onze toekomstige partners verwachten wij dat zij met deze druk om kunnen gaan en daarbinnen zoeken naar mogelijkheden om scherp te sturen op maximale opbrengst binnen het budget. Daarbij hoort dat wij als gemeente zullen sturen vanuit heldere kaders. Sinds 2015 werken we in Utrecht samen op basis van het Utrechts Model. In het opdrachtgeverschap kregen de ‘zachte’ factoren (sturen op waarden en samen leren en ontwikkelen) de afgelopen jaren goed de aandacht. Dat blijkt ook uit de tussenevaluatie. De ontwikkeling van de ‘harde’ factoren is de afgelopen jaren onvoldoende meegegroeid. Door kaders en randvoorwaarden de komende jaren scherper te formuleren en dit aan te vullen met heldere sturingsinformatie brengen wij onze ambities en onze mogelijkheden beter met elkaar in balans.Daarnaast is de inhoudelijke opdracht die de huidige partners tot nu toe hebben te breed. Daarom brengen we meer focus aan in de opdracht voor toekomstige partners. De gemeente heeft de opgave om zich te ontwikkelen tot een meer integraal opdrachtgever, die prioriteert, ontdubbelt en niet langer stapelt.
Vervolgstappen
Deze nota is geschreven zodat we de opdrachten aan onze toekomstige partners kunnen formuleren. Onze intentie is om de opdrachten per 1 januari 2025 te gunnen. Om die opdrachten goed te formuleren, gaan we eerst aan de slag met de ontwikkelopgaves. Het past bij de uitgangspunten in deze nota, de principes van Samen stad maken en ons Utrechts sturingsmodel om deze ontwikkelopgaven samen met de bewoners en partners verder handen en voeten te geven. Hoe we dat gaan doen, is uitgewerkt in hoofdstuk 6.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 11
Inleiding Voor u ligt de nota van uitgangspunten voor een aantal voorzieningen in het sociaal domein1. Het betreft de opdrachten2 die nu ingevuld worden door de volgende vijf organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel IAOC), Lokalis (Buurtteam Jeugd en Gezin), Buurtteamorganisatie sociaal Utrecht (Buurtteam Sociaal). Voor deze voorzieningen wil de gemeente Utrecht nieuwe opdrachten verlenen per 1 januari 2025. In deze nota van uitgangspunten wordt het kader hiervoor geschetst3.
Leren met bewoners en partners
Voor deze nota hebben we de inbreng benut uit gesprekken met bewoners(initiatieven), partners en beroepskrachten. Ook putten we uit de uitkomsten van een tussenevaluatie en ervaringen vanuit ons accounthouderschap met partijen de afgelopen jaren. Het resultaat van de ‘Regiegroep Verdiepen zeggenschap’ (nav amendement A101/2021) over aanbesteding sociaal domein heeft ons input geleverd. We hebben werkbezoeken gebracht aan andere steden o.a. Haarlem, Wageningen en Rotterdam (Bospolder Tussendijken). Verder hebben we de uitkomsten benut van vier grote bijeenkomsten die met partners en bewoners(initiatieven) hebben plaatsgevonden de afgelopen periode: de Wmo bijeenkomst, de brede partnerbijeenkomst,de Sport bijeenkomst4 en twee bijeenkomsten met bewoners(initiatieven). Tijdens die gesprekken en bijeenkomsten bleek opnieuw voor hoe veel belangrijke uitdagingen we staan als stad. Uitdagingen waarbij verschillende beleidsterreinen, verschillende nota’s en verschillende uitvoeringsplannen bij elkaar komen. Deze uitdagingen hebben we benoemd als ontwikkelopgaves: onderwerpen die we met elkaar willen uitwerken. En die aansluiten bij de uitdagingen van de tijd waarin we ons bevinden.
1. Onder de term ‘sociaal domein’ verstaan we in deze nota alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en samenredzaamheid, gezondheid, zorg en jeugd, op basis van de volgende wetten: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en Jeugdwet. 2. Dit zijn formeel de opdrachten voor sociaal makelaarschap, buurtteams, stedelijke informatievoorziening, sociaal raadslieden, onafhankelijke cliëntondersteuning, financiële vrijwilligers, versterken van de sportinfrastructuur, verhogen van de sportdeelname, topsport en sportpromotie 3. Per 2027 loopt ook de opdracht voor het jongerenwerk af (nu ingevuld door JoU). Deze voorziening heeft veel raakvlakken met de voorzieningen in deze nota en is daarom betrokken bij de totstandkoming van deze nota. De uitvraag hiervoor volgt echter pas later. 4. Zie bijlage 3 voor een uitgebreide weergave van wat we tijdens deze bijeenkomsten hebben opgehaald.
12
Nota als startpunt
Deze nota van uitgangspunten beschrijft de uitgangspunten die we hanteren voor de toekomstige opdrachten. En ook staan de ontwikkelopgaven beschreven. Die ontwikkel opgaven willen wij de komende tijd verder uitwerken met de stad. Zowel met partners, bewoners en bewonersinitiatieven gaan we hier de komende periode het gesprek over voeren. Eerst in 2024 om de opdrachten voor onze toekomstige partners scherp te formuleren. Maar ook vanaf 2025 zal een ontwikkelagenda om gezamenlijke inzet en aandacht blijven vragen. We kijken er naar uit om dit samen met inwoners en partners in de stad verder uit te werken!
Leeswijzer
Deze nota bestaat uit vijf onderdelen: 1. Inhoudelijk kader en context 2. Generieke uitgangspunten 3. Specifieke uitgangspunten in de sociale basis 4. Specifieke uitgangspunten in de basiszorg 5. Financiën 6. Vervolgproces Hoofdstuk 1 beschrijft het inhoudelijke kader en de context waarbinnen de nota van uitgangspunten is opgesteld. In hoofdstuk 2 worden de generieke uitgangspunten geformuleerd die richting moeten geven aan alle ontwikkelingen in de sociale basis en basiszorg komende jaren. Hoofdstuk 3 en 4 beschrijven vervolgens de specifieke uitgangspunten zoals wij deze zien in de sociale basis en basiszorg. In de hoofdstukken 2 tot en met 4 zijn de ontwikkelopgaven opgenomen in aparte kaders. Deze ontwikkelopgaven werken we de komende periode nog nader uit met de stad, zowel met partners als met inwoners. In hoofdstuk 5 zijn de financiën opgenomen. Tot slot volgt in hoofdstuk 6 een vooruitblik naar het vervolgproces. Hierin is ook een vooruitblik opgenomen naar hoe we participatie met de stad in een volgende fase willen vormgeven.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 13
1
Inhoudelijk kader en context
1.1 Ambitie: Waar staan wij voor in Utrecht en waarom? Ambitie
We willen dat Utrecht een stad is waar iedereen gezond kan leven, zich veilig voelt en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de bestaanszekerheid van de inwoners, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het prettig en gezond samenleven in alle wijken. Deze opgaven liggen verankerd in de gehele gemeentelijke organisatie en in onze samenwerking met partnerorganisaties en inwoners. Onze beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s in het sociaal- en ruimtelijk domein hangen dan ook nauw met elkaar samen. We maken beleid dat telkens meebeweegt met de ontwikkelingen en behoeften van de stad en dat past binnen wetgeving en landelijke akkoorden.
Scherpe keuzes maken om ongelijkheid aan te pakken
Bouwen aan een inclusieve stad waar iedereen gelijke kansen heeft, is een complexe opgave. Ongelijkheden tussen inwoners stapelen zich vaak op over de verschillende leefdomeinen. Ook het ontbreken van financiële bestaanszekerheid en (betaalbaar) wonen is voor veel Utrechters een grote zorg geworden. Daarnaast stelt de schaarste aan personeel, middelen en ruimte in onze stad het college voor scherpe keuzes. Daarvoor zullen we ongelijk moeten investeren voor gelijke kansen en de grondoorzaken aanpakken die tot grote verschillen tussen inwoners leiden. Om ongelijkheid goed aan te kunnen pakken en passende zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan mensen die deze het hardst nodig hebben, trekken we telkens samen op met inwoners en partners in de stad.
Financieel kader staat onder druk
Het financiële kader van de Wmo en Jeugdwet – en breder in het sociaal domein – staat onder druk: het beroep op de voorzieningen groeit harder dan het beschikbare budget. Daar komt bij dat de loon- en prijsontwikkeling in het veld harder gaan dan de compensatie die we daarvoor van het rijk ontvangen. Ook is er een krappe arbeidsmarkt, waardoor vaker ingehuurd moet worden of tegen een hoger salaris geworven. Tot slot neemt het bedrag dat gemeenten van het Rijk ontvangen vanuit het Gemeentefonds af, waardoor gemeenten gedwongen zijn hun begroting naar beneden bij te stellen. In de voorjaarsnota 2023 heeft de gemeenteraad ervoor gekozen om het verwachte tekort op de Wmo en de Jeugdhulp, dat oploopt tot ca. 16 miljoen euro structureel vanaf 2027, binnen het Sociaal Domein breed op te lossen1. Daar komt bij dat vanuit de begroting van het Sociaal Domein een bijdrage geleverd moet worden aan de afname van het Gemeentefonds. Een deel van die oplossingen moet komen uit de opdrachten in deze uitvraag. Dat willen we op een duurzame manier doen, door het toepassen van de uitgangspunten, zoals beschreven in hoofdstukken 2, 3 en 4. Samen met onze partners in het Sociaal Domein zoeken we naar deze oplossingen. Daarom zijn er 2 processen gestart:
1. Daarmee blijft er een risico bestaan van ca. 6 miljoen euro structureel op het moment dat het rijk de korting vanwege de Hervormingsagenda Jeugd niet (volledig) compenseert.
16
De Taskforce Jeugd heeft voorstellen uitgewerkt voor verbetering van de dienstverlening en verlaging van de kosten voor Jeugdhulp. Deze voorstellen worden in het najaar financieel vertaald en onderbouwd. De definitieve opbrengsten van de Taskforce worden nog verwerkt in de elementen van de opdrachten en het beschikbare budget. Het programma Hervormingen Sociaal Domein is gestart. In dit programma wordt een breed maatregelenpakket uitgewerkt om vanuit een inhoudelijke aanpak de benodigde besparingen te realiseren. De uiteindelijke resultaten van dit programma volgen later en gedurende de uitwerking en uitvoering van de opdrachten die voortkomen uit deze uitvraag. In deze nota hebben we daarom indicatieve budgetten opgenomen en de verwachte ontwikkelingen geschetst.
Kiezen voor de toekomst
Zoals in de Voorjaarsnota omschreven: ‘We moeten nu kiezen voor de toekomst’. De noodzaak om te gaan kiezen, pakken we dus aan als kans. Aan het groeiende beroep op zorg en ondersteuning kunnen we niet voldoen. Dit maakt dat we het anders moeten gaan kijken en organiseren. Daarvoor zien we verschillende mogelijkheden. Allereerst willen we de inspanningen zo richten dat we nog meer dan voorheen voorkomen dat mensen zorg en ondersteuning nodig hebben. We zien daarvoor prachtige initiatieven in de stad die aan deze beweging bijdragen. Initiatieven willen we meer gaan faciliteren en stimuleren om toe te werken naar een gelijkwaardige samenwerking tussen gemeente, beroepskrachten, vrijwilligersorganisaties en bewoners(initiatieven). Daarnaast zien we de noodzaak om vanuit schaarste gerichter in te zetten op waar we het grootste verschil kunnen maken. Waar we tot nu toe vaak ambitie op ambitie hebben gestapeld, willen we nu meer focus kiezen. Hiermee verwachten we meer impact te maken voor inwoners. In de Sociale Visie Utrecht 2040 (verwacht medio 2024) wordt ingezet op drie verschilmakers: gezond samen leven, kansrijk opgroeien en bestaanszekerheid. Ook in deze Nota van Uitgangspunten wordt vooruitlopend op de Sociale Visie Utrecht 2040 al zoveel mogelijk richting gegeven vanuit deze drie verschilmakers.
Ten slotte willen we de beschikbare zorg en ondersteuning effectiever inzetten. Door de bewoners te bereiken die dat het hardste nodig hebben en waar we de meeste impact maken. Door ons eenvoudiger te organiseren voor bewoners en beroepskrachten in de wijk. En door meer in samenhang te werken. Dat maakt overigens dat we ervoor hebben gekozen om de uitgangspunten voor de toekomst in een deel van de sociale basis en de basiszorg samen onder te brengen in deze ene nota. Op deze wijze geven we voor de uitvoering van de opdrachten gelijke uitgangspunten mee. Dit moet bijdragen aan nog meer samenhang tussen de sporen van het Utrechts model.
Hoe willen we hier invulling aan geven?
Utrecht is al een stad waar inwoners veel voor en met elkaar doen. We willen vanaf nu nog meer ruimte geven aan gemeenschapskracht in de stad. Dat mensen er voor elkaar kunnen zijn om leuke dingen te ondernemen maar ook om elkaar te kunnen steunen. Dat mensen elkaar steun kunnen en durven te vragen op het moment dat de uitdagingen van het leven daartoe uitnodigen.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 17
We zien kansen om de sociale basis meer centraal te zetten en binnen deze opdrachten een meer gelijke richting aan te brengen, omdat veel vragen ook in het gewone leven opgelost kunnen worden. Dat willen we op verschillende manieren doen. Door de informatie over wat er mogelijk is in de sociale basis beter beschikbaar te maken. Door meer in te zetten op groepsgerichte preventie in de sociale basis en het meer benutten van de steun aan elkaar. En door de samenwerking met de basiszorg nog steviger te organiseren. Om de uitdagingen in het hier en nu het hoofd te bieden en vast te blijven houden aan onze ambitie zijn scherpe keuzes nodig in de nieuwe opdrachten in de sociale basis en de basiszorg. Ook vraagt dit om het meer richten van de inzet, waar het kan eenvoudiger organiseren en het versterken van de verbinding tussen de sociale basis en de basiszorg. In de basiszorg zien we kansen voor het efficiënt omgaan met professionele inzet door meer groepsgericht werken en het beter benutten van digitale mogelijkheden. We zien kansen in het verder ontwikkelen van de samenwerking tussen inwoners en beroepskrachten in wijken en buurten. En ook in het meer in samenhang en eenvoudiger organiseren van elementen in deze opdrachten.
Keuze voor één Nota van Uitgangspunten
Zoals u in deze nota ziet, hebben wij ervoor gekozen om de uitvraag voor deze opdrachten, nu uitgevoerd door vijf organisaties, in samenhang te organiseren. Zo geven we voor de uitvoering van de opdrachten gelijke uitgangspunten mee. Dit moet bijdragen aan nog meer samenhang tussen de sociale basis en de basiszorg in het Utrechts model. Ook kunnen we zo de opdrachten eenvoudiger, met meer synergie en met minder dubbelingen organiseren.
1.2 Situatie: Waar staan we nu in Utrecht? In Utrecht werken we met het Utrechtse sturingsmodel waarin leren en ontwikkelen vanuit de praktijk centraal staat. Zo heeft er in 2022 een tussenevaluatie plaatsgevonden gericht op het gezamenlijke werk van de partijen bij deze uitvraag. Ook zijn er verschillende bijeenkomsten geweest ter voorbereiding op deze en andere nota’s die nu in ontwikkeling zijn. Hieronder nemen wij u mee in wat we daarin ontdekken over waar we nu staan in Utrecht.
Lessen uit de tussenevaluatie
In juni 2022 vond er een tussenevaluatie plaats gericht op het gezamenlijke werk van zes organisaties: Lokalis (buurtteams jeugd en gezin), Buurtteamorganisatie Sociaal (buurtteams sociaal), SportUtrecht, Dock (sociaal makelaars), JoU (jongerenwerk Utrecht) en U Centraal, specifiek voor de opdracht IAOC. De aanbevelingen vanuit deze tussenevaluatie nemen we mee in deze uitvraag: 1. (Vast)lopen op inhoud. De inhoudelijke opdracht die deze organisaties hebben is breed. Dat is volkomen terecht vanuit de maatschappelijke opgaven bezien, maar vraagt wel om realistische verwachtingen en het stellen van prioriteiten. Niemand kan alles tegelijk. 2. Samen werken en ontwikkelen. De leidende principes van het Utrechtse zorgmodel bieden nog altijd positieve en inspirerende houvast, maar een volgende stap is nodig. Rolbewustzijn en gericht samenwerken geven een nieuwe impuls aan het samenspel van de drie sporen in het Utrechts model: de sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg (zie bijlage 1).
18
3. Partnerschap voorbij. ‘Het goede gesprek’ wordt veel gevoerd en geeft blijk van partnerschap. Dat levert veel op, maar leidt niet altijd tot een oplossing. Het expliciet maken van wie waarop regie voert (en waarom) helpt om elkaar op afspraken te kunnen aanspreken en het integrale opdrachtgeverschap te versterken. 4. Leren evalueren. Kwalitatief hoogwaardige evaluaties leveren juist in een meerjarige aanbesteding niet alleen concrete verbeter- en ontwikkelpunten op, maar dragen ook bij aan het beter leren kennen en waarderen van elkaars rol. Zo kom je samen verder.
Aansluiten bij beleid in ontwikkeling
In verschillende nota’s die komende maanden worden vastgesteld wordt het beleid bepaald voor komende jaren. Onder andere vanuit de perspectieven Jeugd, Wmo, Werk en Inkomen en Volksgezondheid. Hierin wordt beschreven hoe we werken aan de ambities en tegelijkertijd hoe we komende jaren omgaan met de uitdagingen waar we voor staan. Deze nota’s zijn nu in ontwikkeling en vanuit deze Nota van Uitgangspunten wordt daarop aangesloten. In onderstaand figuur is het beleid in ontwikkeling weergegeven.
Participatie bij het opstellen van de nota
Voor het opstellen van deze en andere nota’s hebben we verschillende gesprekken gevoerd met partners en bewonersinitiatieven uit de stad. Om bewust om te gaan met de ieders tijd, zijn wij daarvoor zo veel mogelijk aangesloten bij andere bijeenkomsten die al werden georganiseerd. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende bijeenkomsten die hebben plaatsgevonden. In bijlage 3 geven we u een indruk van de uitkomsten van deze bijeenkomsten.
Bijeenkomst Wmo Nota
Op 17 mei 2023 vond er een bijeenkomst plaats over de nieuwe Wmo-nota met verschillende deelsessies met 120 deelnemers. In 10 deelsessies werd vanuit de volgende perspectieven over een aantal stellingen en bespreekpunten op het gebied van voorkomen en verantwoordelijkheid, vereenvoudigen en verbinden en de leidende principes gesproken: Inwoners met perspectief op (terug) krijgen van volledige zelfredzaamheid (bijvoorbeeld mensen die schulden hebben) Inwoners die altijd (professionele) ondersteuning nodig zullen hebben (bijvoorbeeld mensen met LVB) Inwoners waar de zelfredzaamheid afneemt (bijvoorbeeld ouderen)
Brede partnerbijeenkomst
Op 29 augustus 2023 vond een bijeenkomst plaats waarbij gezamenlijk input is opgehaald voor de diverse nota’s die in ontwikkeling zijn. We gingen in gesprek met beroepskrachten, bestuurders en bewoners. Hierbij gaat het om de Wmo-nota, de Jeugdnota, Gezond 030, Financiële bestaanszekerheid, Sociale Visie Utrecht 2040 en de nota van uitgangspunten sociale basis en basiszorg. Met name de tafels “Toekomstbestendige zorg”, “Collectief werken in het sociaal domein” en “Zorgzame en betrokken samenleving” hebben belangrijke inzichten opgeleverd voor deze nota van uitgangspunten.
030 Sport meet-up
Op 20 september 2023 vond de 030 Sport meet-up plaats. Meer dan 100 betrokkenen uit de Utrechtse sport kwamen hier samen. In deelsessies werd verdiept op een aantal thema’s. Met name de sessie over de verbindende club is in het kader van gemeenschapskracht van belang geweest voor deze nota van uitgangspunten.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 19
Samenhang in beleid en uitvoering
We willen dat Utrecht een stad is waar iedereen gezond kan leven, zich veilig kan voelen en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de bestaanszekerheid van de inwoners, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het gezond samenleven in alle wijken. Deze opgaven liggen verankerd in de gehele gemeentelijke organisatie en in onze samenwerking met partnerorganisaties en inwoners. Onze beleids nota’s en uitvoeringsprogramma’s in het sociaal- en ruimtelijk domein hangen dan ook nauw met elkaar samen. We maken beleid dat anticipeert op ontwikkelingen en te verwachte behoeften van de stad en past binnen wetgeving en landelijke akkoorden. Dit beleid maken we samen met de stad en voeren we samen uit.
Figuur: Beleid en uitvoering sociaal domein 2023/2024
Uit v
oe r i n g s p r o g r a m m
B e l e i d s n o t a ’s
Nota Gezondheid
V is
S oc
le
20
Integraal Zorg Akkoord (IZA)
Nota Jeugd Nota Financiële Bestaanszekerheid
ie Utrec ht
Nota Samen Stad Maken
Nota van Uitgangspunten (onderdelen sociale basis en basiszorg)
Utrechtse Onderwijs Agenda
Landelijke akkoorden
40 20
Nota Buurten Wijkgericht werken
ia
Nota Inclusie en Diversiteit
a ’s
Nota Wmo Nota Werk en Re-integratie Nota Sport
Nota Wonen en Zorg
Hervormingsagenda Jeugd Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Sportakkoord II
Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)
Bijeenkomsten met bewonersinitiatieven over gemeenschapskracht
Op 11 en 13 oktober zijn we in gesprek geweest met ruim 30 bewoners en vertegen woordigers van bewonersinitiatieven2. We hebben verkend wat er nodig is om meer ruimte te geven aan gemeenschapskracht en wat het vraagt om bewonersinitiatieven te faciliteren en stimuleren. Ook zijn de gesprekken op verzoek van de aanwezigen verbreed naar de uitgangspunten groepsgericht werken en preventie. Op basis van deze gesprekken hebben we de Nota en ontwikkelopgaven aangescherpt. Ook de eerdere input over aanbesteding in het sociaal domein die bewoners, raadsleden en ambtenaren hebben opgesteld in de regiegroep ‘Verdiepen zeggenschap’ (naar aanleiding van amendement 2021/101) hebben we meegenomen bij de ontwikkeling van deze Nota van Uitgangspunten.
Feedback ophalen op eerste en tweede versie van de Nota van Uitgangspunten Wij hebben twee versies van de Nota van Uitgangspunten gemaakt, waarop we feedback hebben gevraagd. De eerste versie verscheen eind augustus. Dit was een compacte Nota van Uitgangspunten, bedoeld om het scherpe gesprek op te zoeken: binnen de gemeente, met de bestuurders en met onze huidige partners. Deze versie hebben we ook gedeeld met de Wmo raad, en met de directe partners van het Buurtteam Jeugd & Gezin: JoU, Koos, Spoor 030 en Samen Veilig. De tweede versie is in oktober verschenen. Die is extern gedeeld met onze huidige partners, JoU Koos, Spoor 030, Samen Veilig en de bewoners(initiatieven) die aanwezig waren bij de bijeenkomsten op 11 en 13 oktober. De ontvangen feedback3 hebben wij zorgvuldig verwerkt.
2. Bij de bijeenkomst waren de volgende bewonersinitiatieven vertegenwoordigd: Al-Amal, Burezina, Buurtbel Wittevrouwen, Buurtbeller, Buurtkamer De Klop, Buurt Pastoraat Utrecht, Dwarsverband, Het Wilde Westen, Incontact bijzonder, Lief en Leed, LR ouders connected, Griftstroom, Kracht van Zuilen, Krachtwijken, Lunetten wilwel, Netwerk Gelijke Kansen Utrecht, Oog voor Utrecht, Oost voor Elkaar, Ouders van betekenis, Power by Peers, Samen030, Podium Oost, Wijkwijzer Noord-Oost, Wijkcoöperatie 3. We hebben feedback van de volgende bewonersinitiatieven gekregen: Samen 030, Omzien Naar Elkaar, MentalMotion, VIDIUS, Power by Peers, Dwarsverband, Ouder van Betekenis
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 21
2
Generieke uitgangspunten
Om meer richting te geven aan wat ons te doen staat in de sociale basis en basiszorg formuleren we in dit hoofdstuk vijf generieke uitgangspunten. Deze vijf uitgangspunten gelden voor alle opdrachten van toekomstige partners die in deze nota van uitgangspunten zijn benoemd. Dit met als doel om komende jaren meer vanuit samenhang een gezamenlijke koers te kiezen en bewandelen: 1. 2. 3. 4. 5.
Gemeenschap centraal Samenwerken in de wijk Groepsgericht tenzij én met inzet van blended care Ongelijk investeren voor gelijke kansen Sturen vanuit heldere kaders
2.1 Uitgangspunt 1: Gemeenschap centraal Utrecht is een stad met veel vrijwillige inzet en initiatief, van één-op-één burenhulp, (sport-) verenigingsleven tot georganiseerde informele zorg. Een stad met buurten waarin mensen elkaar kennen en omzien naar elkaar. Waar kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien. Dit is echter niet gelijk in de hele stad. In sommige buurten hebben bewoners meer moeite met meedoen, is er meer (ernstige) eenzaamheid, minder initiatief van bewoners en groeien de tegenstellingen. Door gemeenschappen centraal te stellen, willen we ook in de toekomst een stad zijn waarin het prettig samenleven is. Meedoen en verbinding zijn essentieel voor ons welzijn en welbevinden. Door de toenemende zorgkosten, krapte in budget en personeel, toenemende polarisatie en moeite met meedoen, is het nog belangrijker dat vrijwillige inzet en omzien naar elkaar deel uitmaken van onze toekomst. Bewoners onderling signaleren problemen sneller bij elkaar en kunnen erger voorkomen. Bijvoorbeeld door iets voor elkaar te betekenen bij eenzaamheid of ondersteuning in mantelzorgtaken. Er ontstaan steeds meer sterke bewonersbuurtnetwerken, buurthuizen en speeltuinen in zelfbeheer en bewonersinitiatieven. Die leveren een bijdrage aan de gemeenschapskracht in hun buurt of wijk.
We hebben vanuit de gemeente verschillende regelingen die dat, waar nodig, financieel ondersteunen en we ondersteunen dit ook vanuit de opdracht van het sociaal makelschap1. We willen hierin een volgende stap maken door in de toekomstige opdrachten de gemeenschap centraal te stellen. Voor sterke gemeenschappen is het essentieel dat bewoners meer regie kunnen nemen over hun sociale en fysieke leefomgeving. Bewoners kennen en begrijpen de lokale behoeftes en specifieke uitdagingen. Zij kunnen inschatten wat wel en niet werkt. Wij streven naar een situatie waarin bewoners met en voor elkaar aan de slag gaan en steun bieden waar dat kan. Waarin bewoners steeds meer zeggenschap hebben over de keuzes die gemaakt worden binnen hun gemeenschap,
1.
24
Voor de nieuwe opdrachtperiode willen we de naam sociaal makelen in afstemming met de stad vervangen.
zodat mensen er voor elkaar kunnen zijn om leuke dingen te ondernemen maar ook om elkaar te kunnen steunen. We willen toe naar een andere samenwerking tussen gemeente, welzijnsberoepskrachten, zorgverleners, onderwijsprofessionals en Utrechters (bewoners(initiatieven) en sociaal ondernemers). De inzet op het deel van de sociale basis waar de gemeenschapskracht wordt versterkt en de inzet op de basiszorg wordt nu met name vormgegeven vanuit een samenwerking tussen gemeente en professionele organisaties. Deze organisaties betrekken daarbij bewoners en bewonersinitiatieven. Sportverenigingen vormen een belangrijke ontmoetingsplek die bijdraagt aan de gemeenschapskracht van onze stad. We weten dat er verenigingen zijn die graag een bredere maatschappelijke rol willen vervullen, waar mogelijk willen we hen hierin ondersteunen. We zien veel bewonersinitiatieven die al heel krachtig zijn: ván Utrechters vóór Utrechters, gericht op gezondheid, sport en welzijn. We zien sleutelpersonen, die een belangrijke schakel vormen naar inwoners, ook als het gaat om groepen die minder goed bereikt worden. We zien kansen als we als gemeente dit soort initiatieven meer kunnen faciliteren en ondersteunen vanuit het startpunt: wat Utrechters zelf kunnen, doen zij zelf. Dit vergroot de zeggenschap en het eigenaarschap van Utrechters. Dit sluit aan bij de herijking van Samen stad maken.
Ook beroepskrachten en zorgverleners blijven hard nodig. Bewonersinitiatieven en beroepskrachten kunnen elkaar juist versterken en vanuit gelijkwaardigheid als team samenwerken. Zoals op de continuïteit van de organisatie en financiën, de balans tussen vrijwilligerswerk en privéleven en het een plek bieden voor iedereen. De gemeenschap centraal stellen vraagt een andere manier van denken en werken waarbij we starten bij wat er al in de wijk is, wat de inwoners zelf kunnen en dan wat er aanvullend nodig is. Op basis daarvan is de gemeente opdrachtgever voor de professionele organisaties. Met dit maatwerk per wijk creëren we met elkaar een toegankelijk speelveld waarbij ieders kracht benut wordt. Daarbij willen we ook ongelijk investeren, om ervoor te zorgen daar waar de gemeenschapskracht niet zo sterk is, maar de hulpvraag juist wel, bewoners toch gezien worden. Het versterken van de gemeenschapskracht krijgt een plek in alle specifieke uitgangspunten. We gaan meer uit van wat de inwoner met het eigen sociaal netwerk zelf kan en nodig heeft. Vervolgens wordt gekeken of het nodig is om expertise toe te voegen. Dat betekent ook een omslag in denken van professionals, van: ‘Wat kan het netwerk doen binnen mijn begeleidingsrelatie’ naar: ‘wat kan ik als professional bijdragen om het sociale netwerk te versterken’.
Daarbij hoort aandacht voor het versterken van de eigen kracht van inwoners, collectief en individueel. We kijken hiervoor ook naar ervaringen die elders al zijn opgedaan met ‘community-up’ werken waarbij de expertise vanuit beiden kanten wordt ingezet om perspectieven elkaar te laten versterken. De gemeenschap meer centraal stellen vraagt ook iets van de gemeente, het college en de raad. Het vraagt om het geven van zeggenschap. Met het geven van zeggenschap ontstaat eigenaarschap. Dat is helpend om meer aan te sluiten bij de leefwereld. Dat betekent echter ook anders omgaan met je eigen rol als gemeente en de gemeentelijke processen. Het meer samen ontwikkelen zoals deze nota is daar een voorbeeld van. Daar zullen we mee om moeten leren gaan.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 25
Toegankelijkheid voor iedereen is hierbij van groot belang. Partners werken daarom cultuursensitief en inclusief. Ook zetten zij ervaringskennis- en deskundigheid in. De partners die uitvoering gaan geven aan de opdrachten in deze uitvraag hebben allen een rol bij het vergroten van gemeenschapskracht. Ontwikkelopgaven gemeenschapskracht: • Onderzoeken hoe bijdragen aan gemeenschapskracht en uitgaan van het principe ‘Wat Utrechters zelf kunnen, doen ze zelf’ onderdeel kan worden van de opdrachten van de toekomstige partners. • Onderzoeken hoe we ervaringsdeskundigheid en ervaringskennis nog beter kunnen benutten om een brug te slaan tussen de leefwereld van inwoners en de systeemwereld van gemeente en partners.
2.2 Uitgangspunt 2: Samenwerken in de wijk De partijen in deze uitvraag zijn stedelijk gecontracteerd en zijn grotendeels op buurt/ wijkniveau georganiseerd zodat ze optimaal kunnen aansluiten op de vragen in de buurt en op de wijkpartners en wijkinitiatieven. We zien kansen om het wijkgericht werken verder te versterken. Dit kan door nog meer als team in de buurt te werken, aan gezamenlijk bepaalde wijkopgaven. De gemeente wil met inwoners en partners (vanuit (medische)zorg, onderwijs, welzijn, werk, wonen) een beperkt aantal specifieke opgaven voor de buurt of wijk benoemen. Rondom deze opgaven wordt dan afgesproken hoe wordt samengewerkt en wie welke rol kan vervullen. Daarbij wordt verkend of een buurt of wijkbudget daarin een toegevoegde waarde heeft. Dit uitgangspunt reikt verder dan deze uitvraag. In ons Wmo-beleid bijvoorbeeld willen we stimuleren en sturen op ontwikkelingen als “thuis in je wijk” waarbij informele en formele organisaties, beroepskrachten en inwoners op een gelijkwaardige manier samenwerken. Het vraagt ook aansluiting op bestaande wijkinitiatieven en vraagt betrokkenheid van andere organisaties en initiatieven buiten deze uitvraag. We zien we veel raakvlakken. Daarom is het van belang om dit uitgangspunt mee te nemen. We blijven inzetten op het signaleren en aanpakken van veiligheidsissues in de buurten en wijken.