CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente Utrecht43.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Een derde punt betreft de barbecue. Veel mensen beleven daar plezier aan en maken zich zorgen over een verbod.

De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat barbecueën in de nota helemaal niet ter discussie staat. Waarom wil D66 daar een motie over indienen?

De heer Vasters (D66) wijst op de beleidsnota over luchtkwaliteit en het initiatiefvoorstel van vorig

jaar over houtstook buiten. Hij vindt het dan ook vreemd dat het onderwerp barbecue niet in de nota staat. Daarom wil hij dat de raad daar iets over zegt.

De heer Snijder (Student & Starter) meent dat het onderwerp niet in de nota staat en dat het dus niet verboden wordt.

De heer Vasters (D66) signaleert onzekerheid bij inwoners en wil duidelijkheid scheppen. Hij dient daarom samen met VVD, CDA en PvdA een motie in (motie 7, Verbied de BBQ niet).

De heer De Pagter (VVD) heeft een vraag over het eerste amendement. Wat is een goede sloopregeling en moet die ook langs de raad?

Raadsvergadering van 23 januari 2025

10

De heer Vasters (D66) vindt dat de regeling een voldoende hoog bedrag moet bieden. Voorts is het belangrijk dat de regeling beschikbaar is voor mensen die het aangaat. Tot slot zou voor mensen met een U-pas een wat hogere vergoeding kunnen worden gegeven.

Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat de PvdD het college wil uitdagen om meer te doen aan de luchtkwaliteit. Zij heeft daarvoor een aantal voorstellen.

Als eerste een amendement om een algeheel verbod voor houtstook binnenshuis sneller te realiseren (amendement 9, Houtstook binnenshuis).

Het rookvrij maken van buitenruimtes is een effectieve maatregel voor het tegengaan van fijnstof. De PvdD wil graag dat parken ook onder de maatregelen gaan vallen en dient daarom mede namens

Horizon, EenUtrecht en ChristenUnie een amendement in (amendement 10, Rookvrije generatie ook in Utrechtse parken).

Mevrouw Heijne (GroenLinks) deelt de inzet op een rookvrije generatie. Bij speeltuinen geldt

bijvoorbeeld al een rookverbod. In parken verblijven echter veel mensen die dakloos zijn. Waar moeten zij dan heen als zij willen roken?

Mevrouw De Vries (PvdD) meent dat het belangrijkste hierbij is om ervoor te zorgen dat mensen niet dakloos zijn. Als iemand wil roken, kan dat ook bij de ingang van een park of daar net buiten. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt wat de PvdD denkt van rookvrije zones in parken. Mevrouw De Vries (PvdD) vindt het duidelijker om een heel park rookvrij te maken.

Barbecueën op houtskool en briketten is ook niet goed voor de luchtkwaliteit, maar in de beleidsnota staat hier niets over. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht een amendement in (amendement 11, Geen vieze BBQ-rook in Utrechtse parken).

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wie dat allemaal gaat handhaven. Mevrouw De Vries (PvdD) vindt het belangrijk om een normverandering te bewerkstelligen. De heer Bosch (UtrechtNu!) denkt dat je niets aan een norm hebt als mensen zich er niets van aantrekken.

Mevrouw De Vries (PvdD) denkt dat je altijd iets hebt aan een verbod en aan de communicatie die je daarmee oproept.

Tot slot wil de PvdD graag dat Utrecht meegaat als de WHO de normen aanscherpt. Daartoe dient zij mede namens EenUtrecht een motie in (motie 8, als de WHO aanscherpt dan doen wij mee!).

Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt de wethouder voor de toezeggingen over de scouting en de scholen. Zij dient twee amendementen in.

Het eerste amendement stelt voor om de focus op niet meer stoken te wijzigen in een focus op

verantwoord stoken (amendement 12, Ga voor concrete verbetering en werkelijk effect op korte termijn).

Het tweede amendement pleit voor een gefaseerde aanpak door het houtstookverbod pas in 2034 te laten ingaan (amendement 13, Een gefaseerde aanpak met meer draagvlak voor het

Raadsvergadering van 23 januari 2025

11

houtstookverbod). De heer Snijder (Student & Starter) is blij met de voorgestelde maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Om te zorgen dat alle Utrechters kunnen meedoen aan de transitie, zijn de nodige

maatregelen voorgesteld in de nota. Student & Starter wil dat de sloopregeling terechtkomt bij de mensen die ondersteuning het hardst nodig hebben, en dient daarom samen met GroenLinks, ChristenUnie en Volt een motie in (motie 9, Sociaal naar schone lucht).

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt wat wordt bedoeld met de impact van de maatregelen op de mobiliteit van een persoon.

De heer Snijder (Student & Starter) wil dat onderzocht wordt welke personen het minst makkelijk

mobiliteit op een andere manier kunnen bekostigen. Het gaat expliciet om de financiële middelen. De heer Vasters (D66) meent dat het een heel omslachtige regeling wordt als je naar zo veel verschillende criteria kijkt.

De heer Snijder (Student & Starter) verwacht dat niet. De motie roept op om te kijken wat er juridisch mogelijk is.

De heer Vasters (D66) vreest een administratieve rompslomp voor de gemeente. De heer Snijder (Student & Starter) wil de uitwerking aan de wethouder en de ambtenaren overlaten. De uitbreiding van de nul-emissiezone betekent dat ondernemers in Utrecht op termijn alleen nog

een elektrische bestelbus kunnen gebruiken. Voor startende ondernemers kan dat een belemmering zijn. Daarom dient hij samen met het CDA een motie in (motie 10, Laat startende ondernemers niet stilstaan).

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het goed dat Utrecht vooroploopt bij luchtkwaliteit. Hij

deelt dat er een goede sloopregeling moet komen en steunt daarom de motie van Student & Starter. De toezegging van de wethouder aan GroenLinks is niet voldoende om het repareren en

doorverkopen van auto’s naar het buitenland tegen te gaan. Daarom dient hij samen met Volt,

GroenLinks en Student & Starter een motie in (motie 11, Klimaatrechtvaardigheid stopt niet aan de gemeentegrens).

De heer Paalman (Horizon) heeft een voorstel dat nog ambtelijk gecheckt wordt. Hij zal dat mogelijk in tweede termijn indienen.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) is blij met deze ambitieuze beleidsnota. Met de nota is de lucht niet

ineens helemaal schoon, maar de maatregelen dragen wel bij aan verbetering van de luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit hangt samen met sociale rechtvaardigheid. GroenLinks wil dat er voor iedereen plek is in de stad, ook voor mensen met longklachten. Gezonde lucht is ook essentieel om te voldoen aan

de woningbouwopgave. In de commissie heeft zij een voorstel gedaan om een verbod op houtstook al eerder, in 2027, in te voeren bij code rood of oranje. De wethouder pleitte ervoor om dat niet te doen. GroenLinks zal hiervoor geen voorstel indienen, maar hoort graag een bevestiging van de wethouder dat de komende vijf jaar flink wordt ingezet op een bewustwordingscampagne.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

12

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt wat GroenLinks denkt over haar voorstel om het houtstookverbod naar voren te trekken.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt de gefaseerde aanpak in de nota goed. Mensen moeten de tijd krijgen om zich hierop voor te bereiden.

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt waarom GroenLinks het amendement niet steunt. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt een evenwichtig pakket dat rechtdoet aan de verschillen in de samenleving en aan de verschillen in de raad belangrijk.

Mevrouw De Vries (PvdD) hoort twee verschillende dingen. GroenLinks vindt het belangrijk om mensen de tijd te gunnen maar ook om lokaal te doen wat mogelijk is. Zij vindt die strijdig. Mevrouw Heijne (GroenLinks) is het daar niet mee eens.

GroenLinks vindt dat het college een evenwichtig pakket heeft gemaakt met een goede balans. GroenLinks zal daarom geen voorstellen steunen die maatregelen vertragen, maar ook geen

voorstellen steunen die versnellen. GroenLinks zal wel voorstellen steunen die bijdragen aan een goede landing van de maatregelen.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt het belangrijk om nu grote stappen te zetten om de luchtkwaliteit te verbeteren. Lage inkomens moeten worden ontzien en sloopsubsidies moeten worden ingezet voor hen die ze het meest nodig hebben. Zij vraagt de wethouder om de toezegging uit de

commissie te herhalen om in de uitwerking te onderzoeken of het mogelijk is te differentiëren op basis van inkomen.

Mevrouw Passier (Volt) is blij met de nota, waarin de WHO-advieswaarden worden geïmplementeerd en nagestreefd. De aanleg van rookkanalen in nieuwbouw wordt voorkomen, maar zij vindt dat ook na oplevering van nieuwbouw de aanleg van rookkanalen voorkomen moet worden. De wethouder antwoordde dat dit terugkomt in het uitvoeringsprogramma. De voorzitter schorst hierna de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Paalman voor zijn bijdrage.

De heer Paalman (Horizon) heeft nog geen antwoord van de ambtenaren. De voorzitter wijst op het belang van een tijdige voorbereiding op de raadsvergadering, zodat voorstellen in eerste termijn kunnen worden ingediend.

Mevrouw Zwinkels (CDA) meent dat de heer Paalman zijn motie kan indienen, zodat de wethouder er, ondersteund door de ambtenaren, op kan reageren.

De heer Paalman (Horizon) dient een motie in met betrekking tot rookvrije terrassen. Het is tijd om

Raadsvergadering van 23 januari 2025

13

daar concrete stappen in te zetten. Hij doelt specifiek op de uitbreiding van de terrassen in de zomermaanden (motie 12, Concrete stap naar rookvrije terrassen).

Mevrouw Oosters (wethouder) dankt de raad voor het levendige debat in de commissie en de raad. UtrechtNu! vraagt hoe ondernemers met een kleine portemonnee in Utrecht kunnen worden

geholpen bij de transitie. Daar is aandacht voor. Zij neemt de suggesties inzake goede voorlichting,

aandacht voor de economie en het stimuleren van de ontwikkelingen voor schoon vervoer ter harte. Voorts reageert zij op de ingediende amendementen en moties, op volgorde per fractie.

De in amendement 2 voorgestelde maatregelen gaan het college niet ver genoeg om echt effect te sorteren. Het amendement wordt daarom ontraden.

Ook amendement 3 wordt ontraden, omdat maatregelen gericht op mobiliteit echt nodig zijn voor de verbetering van de luchtkwaliteit.

Vervolgens ontraadt zij amendement 4, omdat het college deze maatregel logisch vindt bij de ontwikkeling rond brom- en snorfietsen.

Amendement 5 en motie 3 gaan beide over de lobby. Zij ontraadt zowel het amendement als de

motie. Er zijn nationale en internationale maatregelen nodig om echt schonere lucht te krijgen in Utrecht. Daarom moet hierover het goede gesprek worden gevoerd.

Motie 4 krijgt een positief advies. De WHO-waarde wordt als streefwaarde gebruikt.

Motie 5 inzake de verkeersmaatregelen wordt ontraden. Bij nieuwe projecten wordt altijd de

luchtkwaliteit meegewogen. De motie maakt niet duidelijk of ook alle voorgaande projecten in de gemeente opnieuw in kaart moeten worden gebracht.

Amendement 6 wordt ontraden. Autoverkeer heeft een enorme negatieve impact op de luchtkwaliteit. Het college wil deze stip op de horizon zetten.

Amendement 7 wordt eveneens ontraden. Er is een onderzoek gedaan naar de maatregelen die effectief zijn voor lokale bronnen. Maatregelen voor mobiliteit dragen absoluut bij aan de luchtkwaliteit in de stad.

Amendement 8 krijgt een positief advies. Het is belangrijk dat de juiste kaders voor het invoeren van de regeling worden meegegeven. Zij begrijpt dat de raad voor een volgende stap in het aanscherpen van de milieuzone een goede sloopregeling wil. Die stap moet eerst wettelijk mogelijk zijn.

Motie 6 krijgt eveneens een positief advies. Er is al veel ervaring opgedaan met het invoeren van de zero-emissiezone in januari. Deze stap ligt wat verder in de toekomst.

Bij motie 7 laat zij het oordeel aan de raad. In de nota wordt niet aan barbecueën gerefereerd en wordt niets verboden. De motie stelt voor om dat ook in de verdere toekomst niet te doen.

Amendement 9 wordt ontraden. De ambitie is lovenswaardig, maar het is belangrijk om de bewoners

te laten wennen aan de invoering van zo’n verbod. Daarom wordt het eerder invoeren van het verbod ontraden.

Amendement 10 wordt eveneens ontraden. In de commissie is al gezegd dat de aanpak van rookvrij is gericht op samenwerking in de stad. Op dit moment acht het college het niet haalbaar om een rookvrije locatie op deze schaal aan te wijzen.

Mevrouw De Vries (PvdD) meent dat het een kwestie is van een keuze maken. Waarom zou dit niet haalbaar zijn?

Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat het inderdaad een keuze is welke maatregelen van

lokale bronnen de meeste impact hebben op de luchtkwaliteit en waar de inzet van handhaving en het uitwerken van regelingen moet worden ingezet. Het college acht een hard verbod op locaties

Raadsvergadering van 23 januari 2025

14

moeilijk te handhaven. Mevrouw De Vries (PvdD) stelt dat de parken van de gemeente zijn en dat de samenwerking dus heel eenvoudig is.

Mevrouw Oosters (wethouder) wijst op de sociale controle onderling. Een dergelijk verbod kan niet

worden ingevoerd zonder de juiste handhavingscapaciteit. Zij zal over dit onderwerp in gesprek gaan met wethouder Eerenberg.

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt hoe de wethouder denkt over alle mensen die last hebben van meeroken in zo’n park.

Mevrouw Oosters (wethouder) wil voorstellen doen die haalbaar zijn. Zij sluit een dergelijk verbod niet uit voor de toekomst, maar vindt het op dit moment te vroeg.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of de wethouder bereid is om op korte termijn naar de raad terug te koppelen wat de voortgang op dit punt is.

Mevrouw Oosters (wethouder) zegt toe hierover in Q2 met een brief terug te komen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) dankt de wethouder voor de toezegging. Hij wijst nog op

sportclubs en sportparken, waar het ook lukt om rookvrije zones door te voeren. Hij is van mening dat het ook tijd is om het gesprek te voeren over rookvrije parken.

Mevrouw Oosters (wethouder) wil daar zeker het gesprek over voeren. Op dit moment komt de maatregel echter te vroeg.

Motie 11 moet zij ontraden. De impact van een maatregel inzake barbecueën is anders dan die van lokale bronnen. Het college wil breed draagvlak voor de maatregelen.

Motie 8 wordt eveneens ontraden. In de nota wordt gestreefd naar de advieswaarden van 2021 en dat vergt al heel veel. Daarom lijkt het niet haalbaar om direct te willen voldoen aan een hypothetische volgende stap.

Amendement 12 wordt ontraden. Het college maakt bewust de keuze om geen tussenstap te maken met handhaven op de codes rood en oranje, maar in plaats daarvan voor een totaalverbod te gaan.

Amendement 13 wordt eveneens ontraden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat schoner stoken een minder positief effect heeft dan werd verondersteld. Daarom wordt een totaalverbod voorgesteld.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe realistisch het is om zo’n totaalverbod te handhaven. Welke

concrete verbetering zou er op korte termijn wel mogelijk zijn, in voorbereiding op een eventueel verbod?

Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat expres is gekeken wat het meest realistisch is. Een

totaalverbod is duidelijk en beter te handhaven. In de aanloop naar 2030 wordt goed nagedacht over de handhaving en de communicatie.

Motie 9 geeft een onderzoeksrichting mee voor de uitwerking van de sloopregeling. De motie krijgt een positief advies, maar als winstwaarschuwing zegt de wethouder dat differentiatie zoals in de

Raadsvergadering van 23 januari 2025

15

motie wordt genoemd, wellicht niet mogelijk is.

Motie 10 wordt ontraden. De motie is technisch mogelijk maar niet wenselijk. Met dat geld zou je ook een eerste stap kunnen maken voor een regeling rond een volgende aanscherping van de milieuzone. Ook is er de kans dat het geld wél op gaat.

De heer Snijder (Student & Starter) vraagt op welke manier de wethouder aandacht kan besteden aan de startende ondernemer.

Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat die doelgroep bij de invoering richting 2030 wordt meegenomen.

De heer Snijder (Student & Starter) vraagt de wethouder een toezegging om daar in het vervolg op terug te komen.

Mevrouw Oosters (wethouder) zegt toe om hierop in het uitvoeringsprogramma nader in te gaan. Motie 11 krijgt een positief advies. Het is een mooie steun in de rug om te zorgen dat auto’s die gesloopt moeten worden, echt gesloopt worden.

GroenLinks heeft een toezegging gevraagd over het houtstookverbod. Het gaat zeker om een totaalverbod en het is belangrijk om hier tot 2030 de tijd voor te nemen.

De PvdA vraagt een toezegging uit het commissiedebat te herhalen, maar de wethouder kan niet toezeggen dat dit mogelijk is. Zij zegt dat er zeker vanuit het principe "ongelijk investeren voor gelijke kansen" naar wordt gekeken.

Motie 12 is een voorstel voor rookvrije terrassen. Het is nog niet duidelijk of het juridisch mogelijk is op deze manier.

De heer Paalman (Horizon) vraagt om een toezegging of onderzocht kan worden of dit mogelijk is. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt toe dit mee te nemen in de eerder toegezegde brief in Q2. De heer Paalman (Horizon) zou graag zien dat dit voor de voorjaarsbehandeling in maart onderzocht wordt.

Mevrouw Oosters (wethouder) blijft bij haar toezegging. Mevrouw Zwinkels (CDA) is bezig om ter vervanging van een van haar amendementen een motie voor te bereiden en vraagt om een korte schorsing. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw Zwinkels. Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt amendement 12 in en dient in plaats hiervan een motie in (motie 13, Ga voor concrete verbetering en werkelijk effect op korte termijn).

Mevrouw Oosters (wethouder) deelt mede dat motie 13 een positief advies krijgt. De motie is in lijn met de aanpak voor de komende jaren.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

16

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel, de amendementen en de moties vindt vanavond plaats.

15. Raadsvoorstel Fusietraject "Naar een omgevingsdienst Utrecht" + zienswijzeprocedure fusietraject. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft twee aanscherpingen op de zienswijze. Zij dient een amendement in met betrekking tot de Omgevingsdienst (amendement 14, Meer inhoudelijke visie op de Omgevingsdienst).

Mevrouw Heijne (GroenLinks) ziet dat het CDA alleen nieuwe taken wil toestaan als wordt gesneden in de gemeentelijke organisatie. Vindt het CDA het niet logisch om meer taken bij de Omgevingsdienst te leggen als de gemeente meer ambitie heeft?

Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich daarin vinden, maar vindt wel dat de gemeente moet oppassen dat er straks geen dubbele rekening wordt betaald voor zaken die zowel door de Omgevingsdienst als door het stadskantoor worden gedaan.

Zij vervolgt met een tweede amendement inzake de Omgevingsdienst (amendement 15, Samen verantwoordelijk voor de nieuwe Omgevingsdienst).

Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat de PvdD akkoord is met een fusie tot één Omgevingsdienst. De

uitvoering op handhaving, vergunningverlening en toezicht moet echter niet in het gedrang komen door die fusie. Daarom dient zij mede namens GroenLinks, EenUtrecht en Volt een amendement in (amendement 16, Als de basis maar goed zit!).

Mevrouw Oosters (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Zij zegt vooraf dat zij de in de commissie aangedragen punten heeft meegegeven aan de RUD. De RUD zal de raad een keer uitnodigen om meer over deze onderwerpen te vertellen. De amendementen 14 en 15 krijgen oordeel raad.

Amendement 16 is een goede aanvulling op de zienswijze en krijgt een positief advies. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel en de amendementen vindt vanavond plaats.

(Mevrouw Dijksma draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw AlSaqaff.) 16. Raadsvoorstel Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024.

De heer Peters (D66) dient mede namens Student & Starter, EenUtrecht, GroenLinks en PvdA een

amendement in om aan het harddrugsverbod een horizonclausule te koppelen, zoals voorheen het geval was (amendement 17, Horizonclausule harddrugsverbod). De heer Van Steeg (CDA) vraagt wanneer de evaluatie komt.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

17

De heer Peters (D66) zegt dat het gaat om een evaluatie van de maatregel die nu voor anderhalf jaar wordt verlengd.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt waarom dat niet in het amendement wordt voorgesteld. De heer Peters (D66) wijst op de overwegingen in het amendement. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat het beslispunt voorstelt om het artikel te schrappen. De heer Peters (D66) meent dat na anderhalf jaar kan worden bezien of de maatregel verlengd moet worden, definitief wordt of geschrapt moet worden.

De heer Maas (Volt) vraagt of dit probleem volgens D66 is opgelost op 1 november 2026. De heer Peters (D66) antwoordt dat het probleem dan niet is opgelost, maar er moet wel goed

worden gekeken welke maatregelen helpen om de overlast aan te pakken. Als na de evaluatie blijkt dat een harddrugsverbod toch nodig is, moet daarover het gesprek worden gevoerd.

De heer Maas (Volt) vraagt zich af of het amendement niet overbodig is. Als het nodig is, kan op 1 november 2026 besloten worden om het alsnog uit de APV te halen.

De heer Peters (D66) meent dat dit geen wenselijk instrument is en dus zo snel mogelijk geschrapt kan worden als blijkt dat het niet nodig is.

De heer Maas (Volt) vindt dat het instrument duidelijk helpt en snapt dan ook niet waarom nu een horizonbepaling moet worden gedaan.

De heer Peters (D66) durft de conclusie dat het instrument helpt, te betwijfelen. Gezocht moet worden naar een oplossing om de overlast aan te pakken, ook zonder dit instrument.

De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat het hier gaat over een evaluatie van één maatregel. Wanneer is het voor D66 duidelijk dat deze maatregel echt werkt?

De heer Peters (D66) antwoordt dat dit uit een evaluatie van de mix aan maatregelen moet blijken. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of je niet beter nu kunt besluiten om ermee te stoppen. De heer Peters (D66) denkt dat de mix aan maatregelen effectief is. Hij denkt dat een periode van anderhalf jaar ervaring met dit instrument nodig is.

De heer Paalman (Horizon) dient een amendement in (amendement 18, Een verkooppunt maakt iets nog niet gelijk aan een commercieel evenement).

De heer Peters (D66) vraagt of de kleine ondernemer hiermee wordt ondersteund. De heer Paalman (Horizon) antwoordt dat dat klopt. Met de huidige APV is een dergelijk verkooppunt

Raadsvergadering van 23 januari 2025

18

niet mogelijk. Mevrouw Nolten (BIJ1) zegt dat BIJ1 tegen de voortzetting van het harddrugsverbod is. Daarmee

wordt een kwetsbare groep mensen gecriminaliseerd vanwege hun poging tot overleven. Boetes

werken averechts, zoals is bevestigd door deskundigen tijdens de raadsinformatiebijeenkomst. De zorg waarnaar wordt verwezen, is niet voor iedereen toegankelijk. Bij EU-arbeidsmigranten en

ongedocumenteerden wordt ingezet op terugkeer. Uit angst om te moeten terugkeren mijden zij De Stek, terwijl er geen andere gebruiksruimten zijn waar zij terechtkunnen. Het zorgaspect sluit dus niet goed aan bij de vraag. Zorg zou voor iedereen toegankelijk moeten zijn en daarom dient zij samen met de PvdD en EenUtrecht een motie in (motie 14, Toegankelijke verslavingszorg voor iedereen).

Mevrouw Assen (PvdA) heeft een punt van orde. Zij meende dat alle APV-wijzigingen tegelijkertijd zouden worden besproken.

De voorzitter meent dat inderdaad is besloten om beide punten samen te nemen. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat nu de partiële herziening wordt besproken en bij het volgende agendapunt het buiten slapen.

Mevrouw Meerding (VVD) herkent de verwarring. De punten zouden in samenhang besproken worden. Zij stelt voor om beide punten nu apart te behandelen.

Mevrouw Assen (PvdA) heeft een samengevoegde inbreng en zal die bij het volgende agendapunt doen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) had begrepen dat beide punten apart worden besproken, zoals ook in de commissie is gedaan.

De voorzitter concludeert dat beide punten apart worden behandeld en dat mevrouw Assen bij het volgende punt een samengevoegde inbreng heeft.

De heer Sungur (DENK) ervaart een bepaald ongemak. Hij heeft gisteren een adviesrapport ontvangen over het APV-artikel inzake het verbod op technische hulpmiddelen. Daarin staat dat er een

wezenlijke overlap is met artikelen in het Wetboek van Strafrecht. Ook wordt de effectiviteit van een bestuurlijke maatregel, zoals een last onder dwangsom, betwist en wordt voorgesteld om een

dergelijk verbod strafrechtelijk aan te vliegen. Ook is het rechtszekerheidsbeginsel in het geding,

omdat het voor burgers onduidelijk is met welke technische hulpmiddelen zij dit verbod overtreden. Hij meent dat hij het enige raadslid is dat dit rapport heeft ontvangen. Er is dus verschil in

informatievoorziening tussen raadsleden. Daarom is hij van mening dat dit artikel moet worden geschrapt uit het raadsvoorstel. Hij dient daarom mede namens de PvdD een amendement in (amendement 19, Schrap verbod op Technische hulpmiddelen).

Tot slot vraagt hij de burgemeester toe te zeggen om het artikel over het verbod op technische hulpmiddelen over een jaar te evalueren, mocht dit toch door de gemeenteraad worden aangenomen.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

19

Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de situatie rondom het Lucasbolwerk en omgeving de VVD lange tijd een doorn in het oog was. Zij is blij met de bestaande aanpak, waardoor het gebied een stuk

veiliger is geworden. Daarbij hoort het verbod op harddrugsgebruik in de openbare ruimte. De VVD

is daarom voorstander van het permanent in de APV opnemen van dit verbod. De overlast heeft zich nu verplaatst naar de Wittevrouwenstraat. De burgemeester heeft een toezegging gedaan, die volgens haar nog wat scherper kan. Kan de burgemeester toezeggen dat zij met de bewoners rondom de Wittevrouwenstraat in gesprek gaat om de overlast te bespreken en op te lossen?

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat het gebruikersverbod permanent moet worden. Het is een

noodzakelijke voorwaarde om de overige maatregelen tot een succes te maken. De burgemeester is

bereid om het verblijfsontzeggingsgebied aan te passen als het daadwerkelijk tot overlast leidt, maar gaat eerst kijken naar fysieke maatregelen. Hij hoort graag hoe de burgemeester dat gaat doen. Een belangrijk punt is de meldingsbereidheid. Die kan onder druk komen te staan, waardoor het minder inzichtelijk is welke overlast er is. Graag een toezegging van de burgemeester dat meldingen zo

eenvoudig mogelijk worden gemaakt en actief worden opgevolgd. Het is jammer dat de heer Sungur het rapport niet met de hele raad heeft gedeeld. Hij is blij met de toezegging dat de burgemeester de raad op de hoogte houdt van de ontwikkelingen.

De heer Van Heuven (PvdD) vindt het verbod op technische hulpmiddelen en het harddrugsverbod zorgwekkend. De consequenties van het verbod op technische hulpmiddelen blijven onduidelijk.

Daarom heeft de PvdD het amendement van DENK mede ingediend. Het harddrugsverbod bestraft

mensen met een verslaving met een boete die drie keer hoger is dan de boete voor overlast. Daarom dient hij samen met BIJ1 een amendement in (amendement 20, Mensen met een verslaving moeten we helpen, niet bestraffen).

De PvdD is blij met de verwerking van de rodekaartenevenementen. Mevrouw Fattal (GroenLinks) heeft in de commissie steun uitgesproken voor het voorstel, met

inachtneming van de randvoorwaarde uit het amendement van D66. De komende jaren moet worden verkend of dit een goed middel is om harddrugsgebruik in de stad tegen te gaan.

De heer Van Heuven (PvdD) wijst op het oordeel van GroenLinks over het eerder ingediende voorstel voor rookvrije parken. GroenLinks steunt wel het beboeten van harddrugsgebruik. Hoe rijmt GroenLinks dat met elkaar, gezien het feit dat dit ook vaak daklozen betreft?

Mevrouw Fattal (GroenLinks) meent dat het verbieden van harddrugsgebruik in de stad over een heel andere situatie gaat. Een grote groep mensen gebruikt drugs, vaak ten koste van hun eigen

veiligheid en met dealers die de doelgroep proberen te overtuigen om nog meer drugs te gaan gebruiken.

De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat het verbieden van roken ook gaat over mensen die verslaafd zijn. Roken heeft ook nog nadelige impact op natuur, milieu en meerokers.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het ermee eens dat roken ook een schadelijke verslaving is. Bij het

verbieden van harddrugsgebruik staat voorop dat deze mensen worden toegeleid naar hulp om van hun verslaving af te komen. Bij het verbieden van roken in parken is dat niet aan de orde.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

20

Mevrouw Assen (PvdA) vindt het een moeilijke maatregel, maar ziet ook de resultaten. De gemeente

zet alles op alles om mensen naar opvang en zorg te leiden, onder andere met de extra inzet met het Eropaf-team. De tijdelijkheid van het harddrugsverbod is voor de PvdA voorwaarde om dit te

steunen. Daarom steunt de PvdA het amendement van D66. Zij is blij met de toezegging dat de zorg tot en met 2026 minimaal op het huidige niveau blijft en dat niet beboet wordt bij drugs op zak.

De voorzitter merkt op dat de vergadering tot 14.00 uur geschorst zal worden voor de lunch. Om

14.00 uur zullen eerst de actuele moties worden behandeld, waarna de behandeling van agendapunt 16 zal worden voortgezet.

De voorzitter schorst daarop de vergdadering. De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 7. Actuele moties. Actuele motie 1. Onvrede over NAVO-top. De heer Paalman (Horizon) is een groot voorstander van de NAVO, van internationale samenwerking en van de Europese Unie, maar ziet daarentegen dat de Nederlandse regering in juni 2025 in Den Haag een NAVO-top organiseert waarbij 27.000 agenten gemobiliseerd worden. Veel essentieel

politiewerk kan hierdoor niet uitgevoerd worden of blijft langer liggen. Hij dient daarom motie 2

(Onvrede over NAVO-top) in, die de gemeente oproept om uit te spreken dat Utrecht het onwenselijk vindt dat Nederland deze NAVO-top organiseert en dat Nederland in de toekomst internationale evenementen die zo’n extreme politie-inzet vereisen, aan zich voorbij moet laten gaan.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat juist in een wereld waarin op allerlei terreinen oorlogen worden gevoerd het verstandig is dat Nederland hier een bijdrage aan levert.

De heer Paalman (Horizon) erkent het belang om in tijden van oorlog samen te werken. Den Haag ligt echter twee uur van Brussel vandaan. Brussel kan deze NAVO-top prima organiseren.

De heer Sungur (DENK) vraagt wat het voor België zou betekenen als ook Frankrijk en Duitsland denken over de NAVO-top zoals de fractie van Horizon erover denkt.

De heer Paalman (Horizon) weet uit de geschiedenisboeken dat België de hoofdstad van de Europese Unie wil worden en een NAVO-hoofdkwartier in het land gevestigd wilde hebben. Bovendien heeft België hier de infrastructuur en middelen voor.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) ontraadt motie 02 en vindt het onverstandig om deze uitspraak te doen. Hoewel de organisatie van de NAVO-top een grote impact heeft op de capaciteit van de

Nederlandse politie, zou dit niet moeten leiden tot een oproep als deze. Meer dan ooit is een NAVOtop van heel groot belang, ook voor de veiligheid van Europa als continent. In Midden-Nederland is het uitgangspunt dat men evenementen organiseert zonder inzet van de politie.

De heer Paalman (Horizon) vindt de NAVO-top een erg duur en erg ingewikkeld afscheidscadeau

Raadsvergadering van 23 januari 2025

21

voor de heer Rutte. Hij had gehoopt dat de gemeente Utrecht het voorbeeld van Nijmegen en Vijfherenlanden zou volgen door uit te spreken dat het ook op een andere manier kan.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) benadrukt dat de NAVO-top niet gezien mag worden als

afscheidscadeau voor de heer Rutte. Dit is een zeer relevante NAVO-top die gaat over de actuele situatie in een door oorlog en conflict verscheurde wereld. Als de Wereldklimaatconferentie naar

Utrecht zou komen, wat een vergelijkbare capaciteit zou vragen van de politie, zou de fractie van Horizon opnieuw deze oproep doen? Actuele motie 2. #eXit. Mevrouw Passier (Volt) stelt dat Elon Musk, met zijn sociale mediaplatform X, de democratieën in de VS, Europa en Utrecht tracht te ondermijnen en de haatdragende en populistische onwaarheden

verspreidt. Onder de heer Musk is X veranderd van een vrij platform naar een politiek wapen. De

fractie van Volt wil hier geen onderdeel meer van zijn en dient daarom motie 01 (#eXit) in, die het college opdraagt om:

1. Alle officiële gemeentelijke accounts op het sociale media platform X voor het einde van de maand januari 2025 "op zwart te zetten"’. Dat wil zeggen dat er geen nieuwe berichten meer op worden geplaatst;

2. Alle accounts op het sociale media platform X van officiële vertegenwoordigers van de

gemeente Utrecht, zoals die van de burgemeester en de wethouders, voor het einde van de maand januari 2025 "op zwart te zetten", dan wel duidelijk te maken dat het account niet (meer) officieel de gemeente Utrecht vertegenwoordigt.

Tot slot roept Volt iedereen op om ook deze stap te zetten en over te stappen op een alternatief voor X, bijvoorbeeld Bluesky of Mastodon.

De heer Sungur (DENK) kan zich voorstellen dat mensen vergelijkbare gevoelens hebben bij Facebook en Instagram. Waar zou de grens moeten liggen?

Mevrouw Passier (Volt) vindt dat er een debat over de andere sociale mediakanalen moet komen indien zij een vergelijkbare weg als X inslaan.

Mevrouw Nolten (BIJ1), die namens het DB antwoordt, geeft aan dat met één druk op de knop het

account van de gemeenteraad op X uit de lucht kan worden gehaald. Zij geeft ter overweging mee

dat de gemeente aanwezig is op de onlinekanalen waar de inwoners van Utrecht zich bevinden. En X hoort hierbij. Op het X-account van de raad wordt neutrale informatie over de lokale democratie gedeeld.

Mevrouw Streefland (wethouder) begrijpt de zorgen over de ontwikkelingen op X, maar moet de

motie ontraden. Het college is groot voorstander van strenge nationale en Europese wetgeving op

het gebied van sociale media. Sociale media hebben de wereld tegelijkertijd ook veel gebracht. Op

een laagdrempelige manier kunnen mensen elkaar ontmoeten en van gedachten wisselen. Dit is in

sommige dictatoriale landen de enige manier om met de wereld in contact te blijven. De gemeente

kan haar inwoners beter bereiken door actief te zijn op de plekken waar zij zich begeven. Het college formuleert op dit moment een algemeen standpunt over de sociale mediakanalen en zal de raad hierover op een later moment informeren.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

22

De heer Aït Daoua (D66) vraagt of het een idee is om voor te sorteren op andere kanalen als Bluesky. De eigenaar van X verspreidt daadwerkelijk politieke ideeën en X is daarom anders dan andere kanalen.

Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat dit vraagt om een zorgvuldige en doorwrochte

besluitvorming. In de afweging wordt meegenomen of met Bluesky voldoende Utrechters bereikt kunnen worden. De afdeling Communicatie zal hiernaar kijken.

Mevrouw Passier (Volt) stelt dat mensen op X gaan omdat daar het aanbod is. Indien er wordt

gezorgd voor aanbod op andere kanalen, dan is het makkelijker voor mensen om over te stappen. Mevrouw Streefland (wethouder) reageert dat er diverse redenen zijn waarom de gemeente toch een account op X zou moeten aanhouden. Het college zal dit eerst onderzoeken.

De heer Sungur (DENK) vraagt de wethouder om een concrete toezegging te doen inzake de verkenning naar sociale mediakanalen een om hier een termijn aan te koppelen.

Mevrouw Streefland (wethouder) zegt toe dat zodra uit de verkenning uitkomsten naar voren zijn

gekomen over sociale mediakanalen en het gebruik door de gemeente hiervan, deze worden gedeeld met de raad.

De voorzitter deelt mee dat de stemming over de actuele moties vanavond zal plaatsvinden. Daarop stelt zij aan de orde de voortzetting van de behandeling van:

16. Raadsvoorstel Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024.

De voorzitter geeft het woord aan de burgemeester voor de beantwoording in eerste termijn. Mevrouw Dijksma (burgemeester) legt uit dat het raadsvoorstel een onderdeel is van een mix aan

maatregelen, waarbij het verlenen van zorg enerzijds en het soms moeten gebruiken van repressieve maatregelen als sluitstuk anderzijds hand in hand gaan. Zij benadrukt dat beboeting van dak- en thuislozen indien zij buiten slapen altijd een aanleiding heeft en voorafgaat aan meerdere

waarschuwingen, wat het middel beboeting rechtvaardigt. Geen van de hulpverleners en handhavers

is erop uit om op voorhand iemand te beboeten. De voorgestelde APV kent geen horizonbepaling op het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte. De mix aan maatregelen heeft voor verbetering

gezorgd, niet alleen voor de omwonenden, maar ook in de toeleiding naar zorg. De Stek is beter op orde; de hostels hebben hun beleid aangepast om het gebruik ook in de hostels te kunnen verbeteren.

Zij reageert op amendement 17 inzake de horizonclausule harddrugsverbod. Zij geeft het amendement oordeel raad.

Zij reageert op amendement 18 inzake vergunningen voor straatfeesten. Zij ontraadt het

amendement, want het is voor handhavers niet praktisch om te bepalen of de bijdragen van ondernemers tijdens straatfeesten wel of niet kostendekkend zijn.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

23

De heer Peters (D66) stelt dat indien de aanvragers van straatfeesten bewoners zijn, terwijl ondernemers ondersteuning verlenen, duidelijk is waar het om gaat.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) licht toe dat met amendement 18 wordt beoogd om commercie een plek te geven in het straatfeest, waarbij de bijdragen kostendekkend maar niet winstgevend

mogen zijn. De handhaver zal dan op basis van een begroting moeten vaststellen of er sprake is van een kostendekkend straatfeest. Dit zorgt voor onnodige complexiteit.

De heer Peters (D66) vraagt hoe de burgemeester kijkt naar een amendement voor de situatie waarin de aanvragers van het straatfeest bewoners zijn en waarin ondernemers eten en drinken verkopen. Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat er hierdoor meer mist wordt gecreëerd. Zolang de ondernemer spullen weggeeft en daar geen verdienmodel bij hanteert, is er sprake van een

straatfeest. Indien de ondernemer de intentie heeft om zijn kosten terug te verdienen of om winst te maken, is er sprake van een evenement waarvoor een vergunning nodig is.

De heer Peters (D66) kan zich goed voorstellen dat de ondernemer mogelijkheden ziet om winst te

maken bij een straatfeest. Het geldt als een win-winsituatie als de bewoners de initiatiefnemers zijn en de ondernemer ter ondersteuning zijn diensten kan aanbieden.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat in alle andere situaties, normaal gesproken, ondernemers een vergunning dienen aan te vragen. Zolang de ondernemer spullen weggeeft en daar geen

verdienmodel bij hanteert, is er sprake van een straatfeest. Maar zodra er een rekening wordt gepresenteerd, dient de ondernemer een evenementenvergunning aan te vragen.

De heer Paalman (Horizon) wijst op de geluiden in de stad dat het aanvragen van een

evenementenvergunning niet altijd even makkelijk is. Organisatoren en ondernemers haken vaak af

indien er een vergunning aangevraagd zou moeten worden. De gemeente zou het deze ondernemers makkelijker moeten en kunnen maken.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) is het daar niet mee eens. Wanneer er issues zijn rondom het aanvragen van een vergunning, dan kan VTH daarin ondersteuning verlenen.

De heer Paalman (Horizon) benadrukt dat een vergunning aanvragen voor veel mensen een drempel is, terwijl het fijn is voor de sociale cohesie en de leefbaarheid als mensen initiatief nemen om hun straat laten bruisen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat er daarom ook wijzigingen zijn aangebracht in de APV. Voor een deel van de straatfeesten hoeft hierdoor geen vergunning meer aangevraagd te worden.

De heer Paalman (Horizon) noemt het zonde dat ondernemers afhaken als zij voor het verkopen van een hapje en een drankje een vergunning moeten aanvragen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat het logisch is om een aantal regels af te spreken. Bovendien is het aanvragen van een vergunning eenvoudig.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

24

De heer Sungur (DENK) vraagt of de burgemeester amendement 18 zo leest dat bijna ieder

evenement door een individu uit een straat georganiseerd kan worden, zonder dat hier een vergunning voor nodig is, terwijl de ondernemer winst kan maken.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) benadert het amendement voornamelijk vanuit de

handhavingsoptiek. Het is voor de boa lastig om te bepalen of er sprake is van een straatfeest. De boa zou een toetsing moeten doen op de kostendekkendheid en dit is een hels karwei.

Dan reageert zij op amendement 19 inzake het schrappen van het verbod op technische

hulpmiddelen. Zij ontraadt dit amendement. AKD is gevraagd juridisch advies te geven over het APVartikel. Een deel van dit advies is door het college overgenomen. Het verbod op technische

hulpmiddelen zorgt er niet voor dat de rechtszekerheid van mensen wordt afgenomen. Het is

wenselijk om iemand die eerder is veroordeeld en met een baken wordt opgepakt, niet alleen via het

strafrecht maar ook via het bestuursrecht kan worden gestraft middels een last onder dwangsom. De verdachte heeft vervolgens de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.

De heer Sungur (DENK) wijst op het adviesrapport van AKD, waarin letterlijk staat dat juist iets wat vooraf niet gedefinieerd is, op gespannen voet staat met de rechtszekerheid. Men moet namelijk vooraf kunnen weten of hij of zij een APV-bepaling overtreedt.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) hecht eraan dat altijd rekening wordt gehouden met de

desbetreffende context. In een gelijksoortig artikel in de APV wordt ingegaan op het bezitten van inbraakspullen. Niet iedereen die over potentiële inbraakspullen beschikt, wordt op basis van dit APV-artikel gearresteerd of geconfronteerd met een last onder dwangsom.

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat in het adviesrapport wordt gerefereerd aan het APV-artikel over inbrekerswerktuigen. Deze zouden vooraf niet zijn gedefinieerd, waarbij veel kritiek is inzake de rechtszekerheid.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) heeft begrepen dat het AKD-artikel de aanvankelijke definitie van de APV verruimt. Indien het voorstel tegen de rechtszekerheid zou indruisen, zou het door de

bestuursrechter niet zijn toegelaten. In het advies van AKD staat dat de bestuursrechter dit toestaat. De heer Sungur (DENK) hoort van de burgemeester graag waar de effectiviteit uit zou blijken van de

last onder dwangsom. AKD is hier kritisch op en pleit voor de strafrechtelijke route in plaats van een bestuurlijke boete.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) kan zich daar niet in vinden. De politie geeft aan dat er soms

situaties zijn waarin een erkend crimineel opnieuw met meerdere bakens wordt aangehouden. De

politie staat in zo'n situatie met lege handen. Het bestuursrecht kan dan een preventief hulpmiddel zijn.

DENK vroeg de burgemeester tevens om het verbod op technische hulpmiddelen te evalueren. Zij

zegt toe deze evaluatie op het verbod op technische hulpmiddelen na twee jaar op te nemen in een voortgangsrapportage.

De VVD vroeg de burgemeester in gesprek te gaan met bewoners van de Wittevrouwenstraat. De

wethouder bevestigt dat dit gespreek reeds is begonnen. Tegelijkertijd zijn er enkele uitdagingen

Raadsvergadering van 23 januari 2025

25

rondom deze straat en het desbetreffende pand. Het is niet een kwestie van principe; op een

gegeven moment moeten er voldoende verzoeken zijn gedaan om met het gebied te vergroten. Hier is momenteel geen sprake van.

De voorzitter bedankt de burgemeester voor haar beantwoording en geeft het woord aan wethouder Streefland.

Mevrouw Streefland (wethouder) reageert op amendement 20 inzake het helpen van mensen met een verslaving. In tegenstelling tot wat er in het amendement wordt gesteld, ondersteunt de gemeente wel degelijk mensen met een verslaving. Het schrappen van het harddrugsverbod in de openbare

ruimte zou bovendien nadelige consequenties hebben. Zo zou het ervoor zorgen dat drugsdealers van buiten Utrecht opnieuw naar de stad komen. Bovendien kan rondom de aanwezigheid van

buitenstaanders een schil van gebruikers en dealers ontstaan. Dit maakt het voor de hulpverleners moeilijk om mensen met een verslaving te helpen. Tevens zouden kwetsbare gebruikers kunnen worden teruggetrokken naar hotspotlocaties. Zijn ontraadt het amendement.

De heer Eerenberg (wethouder) licht toe dat verzekerde zorg ervoor zorgt dat reguliere

verslavingszorg beschikbaar gemaakt wordt voor ongedocumenteerden en arbeidsmigranten. Er is

veel discussie binnen instanties of verslavingszorg direct medisch-noodzakelijke zorg is. Daarnaast heeft het huidige kabinet besloten om te bezuinigen op verzekerde zorg. Als de gemeente deze

verzekerde zorg zou moeten realiseren, gaat dit gepaard met veel extra kosten. Het college beschikt niet over deze middelen en moet daarom motie 14 ontraden.

Mevrouw Nolten (BIJ1) heeft bij de behandeling van de Voorjaarsnota een voorstel ingediend voor de niet-acute medische zorg, waaronder ook verslavingszorg valt, voor onverzekerden.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat het college reeds beleid voert op het gebied van

verslavingszorg voor ongedocumenteerden en arbeidsmigranten. Tegen het landelijke beleid in kijkt de gemeente altijd of het mogelijk is om verslaafden onder een uitzonderingsregel te laten vallen. Het lijkt helaas echter niet mogelijk om de groep onverzekerden dezelfde zorg te bieden als de groep die wel verzekerd is.

Mevrouw Nolten (BIJ1) concludeert daaruit dat de verslavingszorg voor onverzekerden nog niet op

orde is. Momenteel ontvangen onverzekerden nog boetes in de hoop dat zij worden begeleid naar zorg.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er verschillende instanties zijn, waaronder Stek, die de doelgroep onverzekerden ondersteunt bij verslavingszorg. Het college kan niet toezeggen de reguliere verslavingszorg toegankelijk te maken voor de gehele groep onverzekerden.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt het problematisch dat er wordt gesproken van een perspectief. Mensen zijn hier niet voor niets en willen ook niet altijd terug, waardoor zij plekken als de Stek vermijden. De heer Eerenberg (wethouder) licht toe dat er rondom de Stek collectieve voorzieningen voor

onverzekerden zijn georganiseerd die door de gemeente worden gefinancierd. Voor aanvullende

ondersteuning, zoals een Jellinek-traject, wordt soms gezocht naar de uitzondering. De motie geeft

Raadsvergadering van 23 januari 2025

26

geen financiële dekking voor het leveren van reguliere verslavingszorg aan onverzekerden. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de burgemeester nog zou ingaan op de meldingsbereidheid. Mevrouw Dijksma (burgemeester) legt uit dat het belangrijk is om zaken te melden op het moment dat er bijvoorbeeld discussie is over de grens van het verblijfsontzeggingsgebied. De

meldingsbereidheid dient groot te blijven en de gemeente roept bewoners en ondernemers op om altijd een melding te maken als zij dit nodig achten.

De voorzitter inventariseert of raadsleden behoefte hebben aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Zij sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Over de amendementen, de motie en het raadsvoorstel zal vanavond gestemd worden.

17. Afrondende besluitvorming na debat Stoppen met beboeten buiten slapen. Mevrouw Nolten (BIJ1) stelt dat niemand buiten zou moeten slapen en dat er in de stad zo snel mogelijk voldoende passende zorg en huisvesting geregeld moet worden voor mensen die

noodgedwongen op straat leven en slapen. Het dreigen met boetes voor thuislozen is uiterst

problematisch. Deze boetes kunnen vrijwel nooit betaald worden en kunnen ervoor zorgen dat iemand opnieuw op straat belandt. In het debat leek er consensus te zijn over het feit dat het

beboeten van thuisloze mensen die buiten slapen, een middel is dat men liever niet of met de allergrootste voorzichtigheid gebruikt. Hoewel zorgverleners zeggen dat het beboeten van

thuislozen geenszins effectief is, zijn er toch voorstanders die niet voorgoed afstand willen nemen

van dit repressieve middel. Bovendien groeit het wantrouwen jegens instanties door deze beboeting, wat de begeleiding naar zorg moeilijker maakt en de vertrouwensband schaadt. BIJ1 heeft geen bewijs gezien voor de claim van het college dat beboeten ook daadwerkelijk effectief is bij de

begeleiding naar zorg en dat beboeting het accepteren van zorg afdwingt. Wordt dit bijgehouden en

kan het college deze cijfers inzichtelijk maken aan de raad? Er worden inmiddels 200 boetes per jaar uitgedeeld aan thuislozen. Daklozen willen en hebben recht op huisvesting en zorg en het is de taak van de overheid om dakloosheid aan te pakken en te verhelpen. Zij dient daarom mede namens

UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair, Partij voor de Dieren en DENK amendement 21 (Stop met beboeten van buiten slapen) in, met de strekking:

Aan beslispunt 1 van het ontwerp raadsbesluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke

verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024, kenmerk 12718397, de volgende bepaling toe te voegen:

k. Schrappen van het verbod op het liggen of slapen op een openbare plaats (artikel 2:31 APV). En roept daarmee het college op:

1. Per direct te stoppen met het beboeten van mensen die buiten slapen; 2. Handhavers in te lichten over dit besluit.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) heeft van de wethouder vernomen dat beboeting soms de enige manier is om mensen die in een acute noodsituatie verkeren, naar zorg te geleiden. Amendement 21 beoogt dit volledig af te schaffen. Welke risico's ziet BIJ1 hierbij en hoe moeten deze worden ondervangen?

Mevrouw Nolten (BIJ1) benadrukt dat er diverse artikelen in de APV zijn opgenomen die kunnen

Raadsvergadering van 23 januari 2025

27

worden ingezet wanneer iemand overlast veroorzaakt. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt welke alternatieve instrumenten BIJ1 aan de boa's, die deze ingewikkelde taak moeten uitvoeren, wil meegeven.

Mevrouw Nolten (BIJ1) stelt dat handhaving het wantrouwen bij thuislozen vergroot. Zij hoort graag wat de bewijzen zijn voor de effectiviteit van het beboeten van thuislozen.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat er grote zorgen zijn over mensen op straat die

kampen met mentale en fysieke klachten. De gemeente wil deze mensen onderdak bieden, maar dit gaat echter niet altijd vanzelf. Hier zijn instrumenten voor nodig, waaronder beboeting. Welke risico's voorziet BIJ1 indien dit instrument wordt geschrapt?

Mevrouw Nolten (BIJ1) ziet geen risico en wil uitgaan van een humane basis. Er is sprake van een grote woningcrisis, waardoor veel mensen in de armoede terechtkomen. De stad heeft haar

huisvestingsbeleid kennelijk dus niet op orde. Thuislozen zouden hier niet letterlijk de prijs voor hoeven te betalen.

De heer Peters (D66) hoort in de inbreng van BIJ1 een fundamenteel wantrouwen over hoe het college omgaat met de instrumenten. Er wordt duidelijk aangegeven door het college dat beboeting de laatste oplossing is.

Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat het college eerder de belofte heeft gedaan dat de gemeente thuislozen niet beboet voor het buitenslapen en dat er toch 200 boetes zijn uitgedeeld.

De heer Peters (D66) stelt dat enkel met het schrappen van dit uiterste instrument de zaken niet op orde worden gesteld.

Mevrouw Nolten (BIJ1) zou alle voorstellen van BIJ1 kunnen noemen die de allerhardste klappen van

het kapitalisme verzachten. Housing first, het opheffen van het kraakverbod en verbeterde zorg zijn enkele van deze voorstellen. Het beleid van de gemeente om de gevolgen van kapitalisme aan te pakken, is momenteel niet op orde. De kwetsbaren betalen hier nu een keiharde prijs voor.

De heer Peters (D66) wijst erop dat het ontnemen van dit uiterste instrument zijn negatieve gevolgen heeft, ook voor het welzijn van mensen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) reageert dat niet bewezen is dat beboeting voor buitenslapen helpt, terwijl dit als feit wordt gesteld. Veel thuisloze mensen willen volgens hulporganisaties geen zorgtraject ingaan.

De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat veel hulporganisaties ook zeggen dat beboeting voor buitenslapen uiteindelijk nodig is in de brede aanpak.

Mevrouw Nolten (BIJ1) zegt dat hulporganisaties hebben aangegeven dat mensen op hun gedrag

aangesproken moeten kunnen worden indien er sprake is van overlast. Dit kan via de APV en hoeft niet via beboeting.

Raadsvergadering van 23 januari 2025

28

De heer Van Steeg (CDA) heeft van hulporganisaties vernomen dat het beboeten van buitenslapen een uiterst redmiddel is.

Mevrouw Nolten (BIJ1) wijst op de brief aan de raad van een aantal allianties en belangenvertegenwoordigers, waarin zij aangeven wat helpend is.

Zij beëindigt haar betoog met een citaat van het Straatconsulaat en Stichting Goud. De gemeente zou alle middelen moeten inzetten om de rechten van dakloze mensen beter te respecteren, te

beschermen en te verwezenlijken. BIJ1 doet een oproep om dakloosheid in de breedte van het probleem aan te pakken en zal zich hiervoor blijven inzetten.

Mevrouw Assen (PvdA) komt tot de conclusie dat buitenslapen geen reden moet zijn voor beboeting of een strafblad. De PvdA pleit ervoor om het buitenslaapverbod uit de APV te halen en steunt

amendement 21. De beperkte toelichting in de APV doet geen recht aan de zeer beperkte gronden

waarop het artikel 2:31 gebruikt wordt. Daarom dient de PvdA mede namens D66, Student & Starter en ChristenUnie motie 15 (Rechtdoen aan Terughoudendheid) in, die het college opdraagt om:

1. Een toelichting aan het APV artikel 2:31 uit te werken die recht doet aan de terughoudendheid horend bij een allerlaatste wettelijk middel;

2. Bij de raad terug te komen in Q2 met een wijzigingsvoorstel van de APV met die toelichting. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of motie 15 oproept tot een andere manier van handhaven. Mevrouw Assen (PvdA) heeft het exacte antwoord niet paraat. De PvdA heeft eerder gevraagd hoe de toelichting aan het APV wordt ingezet en zal hierop toezien.

Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of de lijn van de PvdA inzake het buitenslaapverbod onveranderd is gebleven.

Mevrouw Assen (PvdA) steunt amendement 21 van BIJ1, maar gebruikt op momenten andere woorden.

Mevrouw Meerding (VVD) stelt dat de inbreng van de PvdA tijdens de commissievergadering een

andere was. Zij hoopt dat de woorden van het college tijdens de commissievergadering zijn blijven beklijven.

De heer Sungur (DENK) heeft een punt van orde. Is het mogelijk om via een motie een APV-artikel te wijzigen?

Mevrouw Dijksma (burgemeester) licht toe dat motie 15 een oproep aan het college is om binnen een bepaalde tijd met een voorstel naar de raad te komen om het APV-artikel te wijzigen.

De heer Van Steeg (CDA) constateert dat de PvdA een voorstel steunt om het buitenslaapverbod te schrappen, terwijl de partij zelf een voorstel indient om het verbod in stand te houden.

Mevrouw Assen (PvdA) reageert dat een motie met dezelfde strekking in juni 2024 is ingediend en

niet werd gesteund door een meerderheid van de raad. De samenstelling van de raad is echter niet

Raadsvergadering van 23 januari 2025

29

gewijzigd. Artikel 2:31 doet tegelijkertijd geen recht aan hoe het verbod toch zou worden toegepast. De heer Van Steeg (CDA) stelt dat er met motie 15 niets zou veranderen. Mevrouw Assen (PvdA) is van mening dat de huidige tekst geen rechtdoet aan hoe het artikel, als het voorstel van BIJ1 niet wordt aangenomen, toegepast zou moeten worden en aan hoe het college reeds heeft aangegeven dat het toegepast wordt, namelijk met de grootst mogelijke terughoudendheid.

Mevrouw Nolten (BIJ1) denkt dat de komst van motie 15 de kans dat amendement 21 wordt aangenomen, verkleint.

Mevrouw Assen (PvdA) heeft de motie niet zo bedoeld. De heer Van Heuven (PvdD) heeft van meerdere experts vernomen dat de creatieve oplossing die door meerdere partijen is gevraagd, reeds bestaat. Landelijke wetgeving schrijft immers voor

wanneer iemand verplicht mag worden tot zorg en dat hiervoor de burgemeester over voldoende

instrumentarium beschikt. Indien een buitenslaper een gevaar voor zichzelf of voor anderen is, mag

deze persoon gedwongen worden tot zorg. Dit geldt ook voor mensen die doodvriezen of lijden aan een psychose. De Partij voor de Dieren steunt amendement 21.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) steunt amendement 21. Hoewel het college het verbod op buitenslapen toepast om zo veel mogelijk zorg te geven aan deze doelgroep, gelooft GroenLinks in een overheid

die mensen niet dwingt tot zorg. Het is niet wenselijk om mensen met een boete te dwingen om zorg te ontvangen.

De heer Maas (Volt) stelt dat beboeten van buitenslapers ongewenst is, omdat het overgrote deel van de buitenslapers geen plek heeft om binnen te slapen, maar dat het tegelijkertijd wenselijk is dat de gemeente toch een laatste middel heeft voor toeleiding tot zorg. Daarom dient hij motie 16 (Liever niet beboeten buitenslapen) in, die het college opdraagt om:

1. Politie en handhaving te verzoeken niet meer of slechts in het uiterste geval over te gaan van beboeten van buitenslapers;

2. Dit in het handhavingsprogramma uit te werken, specifiek om hulpverlening door te laten gaan maar niet meer over te gaan tot beboeten van buitenslapers; 3. Hierover te rapporteren bij het begin van Q3 2025.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt wat deze motie brengt, gezien het feit dat het college reeds heeft beloofd om geen buitenslapers te beboeten.

De heer Maas (Volt) reageert dat het volgens het college niet handig is om het verbod reeds uit de

APV te schrappen en dat Volt dit ondersteunt. Het laatste redmiddel is daarmee namelijk niet meer

gewaarborgd. Volt vraagt daarom aan het college om nadrukkelijk te onderzoeken hoe dit verbod in

een handhavingsprogramma kan worden ondergebracht, zodat er geen nadelige gevolgen optreden. De heer Van Heuven (PvdD) begrijpt motie 16 niet. Wil Volt wel of niet overgaan tot beboeten?

Raadsvergadering van 23 januari 2025

30

De heer Maas (Volt) beaamt dat de motie, die op verzoek van de wethouder op het laatste moment is gewijzigd, een lastige formulering heeft. Volt wil uiteindelijk dat er wordt gekomen tot een situatie waarin de gemeente buitenslapers niet beboet, maar tegelijkertijd wil Volt nog niet, totdat het onderzoek is afgerond, dat het verbod uit de APV wordt geschrapt.

De heer Van Heuven (PvdD) leest het woord 'onderzoek' niet terug in het dictum. De motie is

verwarrend; hij adviseert Volt om de motie in te trekken en om een motie in te dienen die wel

aansluit op de intenties van Volt. Wat wil Volt precies onderzoeken en wat beoogt Volt te veranderen? De heer Maas (Volt) hoopt het verbod in de APV te handhaven, waarbij er wordt overgegaan o een handhavingsprogramma tot het niet beboeten.

Mevrouw Nolten (BIJ1) sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Heuven. Waarom sluit Volt zich niet aan bij vraag van BIJ1 om te zoeken naar de effectiviteit van het verbod op buitenslapen.

De heer Maas (Volt) reageert dat de gemeente Utrecht in dat geval de enige van de vier gemeenten

zou zijn die in de APV niets heeft staan over een verbod op buitenslapen. Volt staat voor een groot

deel achter de argumenten van BIJ1, maar Volt is ook voorstander van de mogelijkheid om in uiterste gevallen te beboeten.

Mevrouw Meerding (VVD) stelt dat in een ideale wereld niemand buiten zou moeten slapen. Echter,

het is de vraag of het beboeten van buitenslapen als uiterst middel mag worden ingezet om overlast tegen te gaan en om als hulpmiddel mensen naar zorg te geleiden. De VVD vindt het verbod een

belangrijk middel om de straten veilig te houden en om mensen zorg te bieden. Artikel 2:31 dient daarom in de APV te blijven.

De heer Paalman (Horizon) kondigt aan niet voor amendement 21 te zullen stemmen. Het betoog van de wethouder tijdens het commissiedebat was overtuigend.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat in de gemeenteraad breed draagvlak is voor

barmhartige hulpverlening voor dak- en thuislozen. Hij spreekt zijn dank uit aan eenieder die hier een bijdrage aan levert. Het beboeten van buitenslapen is een middel dat soms helaas nodig is,

bijvoorbeeld om mensen toch zorg te kunnen verlenen. De ChristenUnie kan niet instemmen met

amendement 21, want er zijn op dit moment nog geen overtuigende instrumenten die aan mensen die op straat leven, zorg te kunnen verlenen.

De heer Bosch (Stadsbelang Utrecht) hoort van het college graag wat het zou betekenen voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=cd6fbd48-a282-4c75-beb0-c872ae3691be