Agendabundel
Tekst van het document
toeristen die buiten in een tent in een park slapen indien de boete op buitenslapen wordt afgeschaft. Het zou onwenselijk zijn als deze mensen niet beboet kunnen worden.
De voorzitter geeft het woord aan de burgemeester voor een beantwoording op de ingediende moties en amendementen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat beboeten op buitenslapen een gevoelig en zeer
zichtbaar onderwerp is, wat verklaard wordt doordat het over een doelgroep gaat die zeer kwetsbaar is. Desalniettemin heeft het college de positie ingenomen dat als sluitstuk, waarbij het altijd begint
Raadsvergadering van 23 januari 2025
31
met een waarschuwing, beboeten van buitenslapen soms nodig is, al was het maar als leverage om mensen te dwingen om een zorgtraject in te gaan. Het college doet dit niet graag. Elke boete die
uitgedeeld wordt aan een dak- of thuisloze is een verlies, want dit betekent dat het de gemeente niet gelukt is om mensen op een andere manier te helpen, waarbij vaak sprake is van overlast. Het
college is zeer terughoudend in het uitdelen van boetes, zeker in vergelijking tot andere grote
steden in Nederland. Het is dus niet zo dat Utrecht als enige een soort onbarmhartig beleid voert.
Het helpen van mensen vereist soms een bepaalde strengheid, maar dit betekent niet dat de stad van Sint Maarten onbarmhartig is.
Mevrouw Nolten (BIJ1) stelt dat Utrecht, als mensenrechtenstad, een streven zou kunnen hebben om nul boetes uit te delen. Utrecht kan daar toch in vooroplopen door andere middelen te kiezen om mensen uit hun daklozenbestaan te halen?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat andere middelen niet even bruikbaar zijn als het
verbod op buitenslapen. Er is voor dit verbod niet zomaar een simpel alternatief te bedenken. Samen met de zorgpartners doet de gemeente er heel veel aan om mensen van de straat en richting
onderdak te krijgen. Er zijn echter ook mensen die deze hulp weigeren en buiten blijven slapen.
Niemand wordt in Utrecht beboet op het buitenslapen als er niet ook een probleem omheen zit. Het moet wel proportioneel zijn. Het beleid van de gemeente is om het beboeten van buitenslapen zo veel mogelijk te vermijden.
Zij reageert op amendement 21 inzake het stoppen met beboeten op buitenslapen. Zij ontraadt het amendement met klem. Het heeft namelijk tot gevolg dat er in Utrecht veel overlast zal worden
veroorzaakt en dat de veiligheid van anderen of de thuisloze zelf in het geding komt. De gemeente
kan zonder het verbod op buitenslapen niet adequaat handelen. De drempel om te kunnen optreden zou zo hoog worden gelegd dat optreden tegen overlast in het geheel niet meer mogelijk is. Bovendien gaat het in de praktijk, op straat, net wat anders dan soms in de theorie van het raadsdebat.
Mevrouw Nolten (BIJ1) benadrukt dat BIJ1 de informatie uit de praktijk haalt. Mevrouw Dijksma (burgemeester) zegt dat BIJ1 ervoor kiest om sommige stemmen wel te horen en andere minder. Voorstanders van het afschaffen van het verbod op buitenslapen geven aan dat het signaal van de handhaver minder relevant is dan die van de doelgroep. Het college heeft echter te maken met meerdere afwegingen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt wat meer helpt, handig handhaven of zorg en huisvesting bieden aan dak- en thuislozen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) is het niet eens met de veronderstelling dat mensen altijd
huisvesting willen. Het college is op de hoogte van situaties waarin mensen überhaupt geen
huisvesting willen. Het probleem is niet zomaar opgelost door iedereen een huis te geven. Zelfs als
alle sociale huurwoningen met voorrang aan deze doelgroep worden toegewezen, blijft er op straat
een problematiek bestaan waarbij mensen die op straat leven, niet meer in een huis willen wonen en bijzonder invasief gedrag vertonen.
De voorzitter benadrukt dat het niet wenselijk is om het commissiedebat over te doen.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
32
Mevrouw Nolten (BIJ1) zou graag hard gemaakt zien worden dat de 200 boetes die zijn uitgedeeld ook daadwerkelijk naar dak- en thuislozen zijn gegaan die absoluut zorg en huisvesting hebben geweigerd.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) zou die achtergrondinformatie en cijfers kunnen laten verzamelen. In het debat heeft mevrouw Nolten echter gezegd, na haar verzoek aan het college om cijfers te
delen: "niet dat het wat uitmaakt voor mij, want ik zal dit voorstel altijd blijven indienen". Waarom
vraagt BIJ1 het college iets aan te leveren als de uitkomst het standpunt van de partij niet toch kan wijzigen?
De voorzitter wil ervoor waken dat college- en raadsleden elkaar in het debat direct aanspreken. Mevrouw Dijksma (burgemeester) biedt voor die uitlokking haar excuses aan. Mevrouw Nolten (BIJ1) geeft aan dat BIJ1, als het gaat om het verbod op buitenslapen, een principiële keuze maakt. Bovendien is BIJ1 ervan overtuigd dat bijvoorbeeld niet in beeld gebracht kan worden hoeveel waarschuwingen dak- en thuislozen krijgen voordat hen een boete wordt opgelegd en dat niet inzichtelijk is wat de effectiviteit is van het beboeten.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) legt uit dat het opvoeren van een bewijslast en het bijhouden van het aantal waarschuwingen in combinatie met handhaving veel extra capaciteit kost. Dit is onverstandig.
De heer Sungur (DENK) constateert dat er sprake is van een emotioneel debat, waarbij tevens de
burgemeester emotioneel is. Daaruit blijkt dat dit onderwerp veel gewicht heeft. Tegelijkertijd kan hij zich voorstellen dat partijen een principieel standpunt hebben, maar daarnaast ook benieuwd zijn
naar de achterliggende redenen en de onderbouwing van de wederpartij. Hij vraagt de burgemeester dan ook om de raad deze informatie te doen toekomen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt voor om in plaats daarvan casussen in beeld te brengen. Daar heeft de raad namelijk meer aan.
Zij reageert op motie 15 inzake rechtdoen aan terughoudendheid. De wethouder geeft de motie een positief oordeel. In de tekst in de APV ontbeert namelijk het zorgcomponent. Het college zou bij de voorgestelde APV-wijziging een brief kunnen aanleveren waarop op casusniveau achtergrondinformatie wordt gegeven.
De burgemeester ontving een vraag van de heer Bosch over het beboeten van buiten slapende
toeristen of van mensen die een illegaal tentenkamp opzetten. Wordt het verbod op buitenslapen afgeschaft, dan valt deze groep hier inderdaad ook onder.
De heer Bosch (Stadsbelang Utrecht) vraagt of dat betekent dat toeristen kunnen slapen in bermen, parken en groenstroken.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) legt uit dat met de APV wordt gekeken naar gedrag. Het zou voor de handhaver niet uitmaken of het gaat om een toerist of om een dakloze.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
33
De heer Bosch (Stadsbelang Utrecht) reageert dat hierdoor de gemeente veel toeristenbelasting zou mislopen. Of kan de gemeente dat als stok achter de deur hanteren?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) bewondert de geniale creativiteit van de heer Bosch, doch dit voert te ver. Het is daarentegen een feit dat het voor iedereen geldt indien het verbod op buitenslapen wordt opgeheven.
De heer Bosch (Stadsbelang Utrecht) stelt dat er beter nagedacht had moeten worden over amendement 21.
De voorzitter benadrukt dat iedereen over zijn eigen voorstellen gaat. De heer Bos (UtrechtNu!) vraagt hoeveel studenten er in 2024 zijn beboet omdat zij buiten sliepen. Mevrouw Dijksma (burgemeester) licht toe dat er wel degelijk tentenkampen zijn met erbarmelijke
omstandigheden en waar mensen uit financiële redenen noodgedwongen moeten verblijven. Dit zijn
schrijnende situaties waar toeristen geen onderdeel van uitmaken. Zij geeft aan dat het een gevoelig onderwerp betreft omdat men niet slechts aan één kant van de streep kan staan. Het is niet zo dat men meer begaan is met dak- en thuislozen op het moment dat ze niet worden beboet. Barmhartigheid betekent niet dat er per definitie niet streng wordt opgetreden.
De voorzitter bedankt de burgemeester voor de beantwoording en geeft het woord aan wethouder Streefland.
Mevrouw Streefland (wethouder) benadrukt dat de stad zich ervoor inzet om mensen te zien en te helpen, wat ertoe leidt dat het Eropafteam samen met Handhaving ook 's nachts actief is en de
mensen opzoekt. Handhaving en de zorgpartijen verdienen lof. Het lukt hen en het college echter niet om de situatie geheel dicht te krijgen. Dit heeft te maken met verschillende factoren die niet
tegengehouden kunnen worden, waaronder migratie en echtscheidingen. Stichting Barka heeft in 2024 een hoog aantal, namelijk 364, dak- en thuislozen uit Oost-Europa geholpen richting
accommodatie en werk. Meldpunt Perspectief en Stichting Barka zijn bovendien ontstaan in Utrecht, met als doel om dak- en thuislozen te helpen. Het beboeten van buitenslapen is daar soms een onderdeel van. De wethouder hoopt van dit instrument in uiterste gevallen gebruik te kunnen maken.
De heer Van den Heuven (PvdD) heeft een punt van orde. Raadsleden worden sterk op de klok gehouden, terwijl de wethouder precies hetzelfde betoog houdt als zij deed tijdens het commissiedebat. Lange uitweidingen vanuit het college zijn niet nodig.
De voorzitter beaamt dat de beantwoording vandaag wat langer duurt dan gebruikelijk en dat dit onwenselijk is. Zij roept iedereen op om hier rekening mee te houden.
Mevrouw Streefland (wethouder) laat weten dat raadsleden van harte welkom zijn op alle locaties waar hulp wordt geboden aan dak- en thuislozen.
Zij reageert op motie 16 inzake het liever niet beboeten van buitenslapen. De motie geeft weinig richting aan het te voeren beleid, wat ertoe leidt dat de wethouder de motie moet ontraden.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
34
Motie 16 daarentegen geeft volgens de wethouder meer richting. Zij zegt toe gedetailleerder uit te werken hoe buitenslapers in uiterste gevallen toch beboet kunnen worden.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Over de moties zal vanavond gestemd worden.
18. Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Maatregelen na rellen wedstrijd FC Utrecht – Go Ahead Eagles.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de rellen tussen FC Utrecht en Go Ahead in mei 2024 volstrekt
onacceptabel waren. Politiemensen kwamen hierdoor voor enorm grote veiligheidsuitdagingen te
staan, met zowel fysiek als mentaal letsel tot gevolg. Thuiswedstrijden zouden een feest moeten zijn voor alle bezoekers, waarop alle supporters van FC Utrecht trots zijn, los van de uitslag van de
wedstrijd. De rellen mogen echter nooit meer plaatsvinden en dit vraagt om maatregelen. Daarom
dient hij mede namens ChristenUnie, de VVD, D66 en Student & Starter motie 17 (Verbeter veiligheid rond thuiswedstrijd) in, die het college opdraagt om:
1. Met FC Utrecht te komen tot nieuwe afspraken om de veiligheid in en om het stadion te verbeteren;
2. Daarbij minder inzet van politie als uitgangspunt te nemen;
3. Hierbij in ieder geval de volgende maatregelen in overweging te nemen:
a. Fysieke maatregelen rond de Bunnikside en rond het vak van de uitsupporters zoals vaste placering, toestaan van beperkt aantal bezoekers en het ophangen van netten; b. Handhaving van het alcoholverbod voor minderjarigen;
c. De combinatie van het stadionverbod en de digitale meldplicht;
d. Digitale oplossingen om identificatie van supporters, op basis van een seizoenskaart te vereenvoudigen, zoals bijvoorbeeld gebruik van gezichtsherkenning;
e. Afspraken over de omgang met de harde kern van FC Utrecht supporters;
f. Omgang met uitsupporters, bij bewezen risico of eerder gewelddadig gedrag;
4. De raad jaarlijks voor de start van het nieuwe seizoen te informeren middels een concrete aanpak hoe de veiligheid concreet kan worden verbeterd en daarmee de druk op politiecapaciteit kan worden verlicht;
5. Strengere vergunningseisen te stellen indien geloofwaardige maatregelen uitblijven;
6. Hierin nog nauwer samen te werken met andere burgemeesters en een duidelijk geluid te laten horen richting de KNVB;
7. En de raad begin Q3 te informeren over de uitvoering. De heer Sungur (DENK) dient motie 18 (FC Utrecht verdient geen collectieve straf) in, die de burgemeester verzoekt om:
1. In de toekomst af te zien van collectieve straffen en in plaats daarvan gerichte maatregelen te treffen tegen individuen die zich daadwerkelijk schuldig maken aan wangedrag;
2. In overleg te treden met FC Utrecht, supportersverenigingen, en andere betrokken partijen om te komen tot een rechtvaardiger en effectiever sanctiebeleid en het voorkomen van wangedrag.
De heer Paalman (Horizon) constateert dat op 26 mei 2024 het gigantisch misgegaan is tijdens de
voetbalwedstrijd FC Utrecht - Go Ahead Eagles, waar er rellen zijn uitgebroken die tot diepe littekens geleid hebben bij de Utrechtse politiemensen en schade aan de stad. Dit gedrag is absoluut
Raadsvergadering van 23 januari 2025
35
ongewenst en wordt niet goedgekeurd door de gemiddelde voetbalsupporter. Dit vraagt om meer
sociale controle bij voetbalwedstrijden. Hij dient daarom motie 19 (Routekaart om te voorkomen dat het weer misgaat) in, die het college opdraagt om een publieksvriendelijke routekaart te publiceren, met daarin duidelijk uitgelegd wat de maatregelen zijn die de gemeente neemt als het misgaat.
De heer Snijder (Student & Starter) wenst geacht te worden motie 17 niet mede te hebben ingediend. De voorzitter geeft het woord aan de burgemeester voor de beantwoording op de ingediende moties. Mevrouw Dijksma (burgemeester) geeft aan dat er reeds in commissiedebatten en daarbuiten veel is gezegd over het incident dat plaatsvond op 26 mei 2024. Zij reageert op motie 17 inzake het
verbeteren van de veiligheid bij thuiswedstrijden. Zij kan de motie positief adviseren. Een deel van de maatregelen waar het CDA om vraagt, zijn maatregelen die FC Utrecht moet nemen. De
burgemeester wil dit dan ook graag bespreken met de voetbalclub, maar de burgemeester heeft zelf geen doorzettingsmacht als het gaat om de maatregelen die in het stadion moeten plaatsvinden. Daarnaast kan er in Q3 2025 een brief komen ter evaluatie van de maatregelen, maar zullen de vervolgmededelingen via de reguliere cycli lopen, bijvoorbeeld via de Veiligheidsagenda.
Zij reageert op motie 18 inzake geen collectieve straf voor FC Utrecht. Zij ontraadt de motie, want
het college kan niet op voorhand uitsluiten dat voetbalwedstrijden zonder publiek worden gespeeld. Sancties dienen uiteraard rechtvaardig te zijn, maar het is niet voor niets dat er tientallen mensen voor de rechter gebracht zijn en stadion- en gebiedsverboden zijn opgelegd.
Zij reageert op motie 19 inzake een routekaart om te voorkomen dat er rellen ontstaan tijdens
voetbalwedstrijden. Zij kan de motie positief adviseren. Er geldt een escalatieladder die bekend is bij de club en is afgestemd binnen de Vierhoek. Deze ladder kan tevens gedeeld worden met de
supportersverenigingen. Het voeren van campagnes tegen rellen zal de probleemsupporters echter niet op andere gedachten brengen.
De voorzitter bedankt de burgemeester voor de beantwoording en sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over de ingediende moties. Daarop schorst zij kort de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Al-Saqaff het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 19. Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk. De heer Stellinga (CDA) is van mening dat ten aanzien van het bestemmingsplan voor de
Veilingstraat het ook anders kan. Het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk’ staat de bouw toe van een woongebouw met maximaal 110 sociale
huurappartementen, maar geen enkele woning uit de middencategorie. Ook staat het
bestemmingsplan toe dat dit woongebouw een hoogteaccent van 37 meter kent, wat volgens het CDA veel te hoog is. Via diverse zienswijzen is dit door omwonenden aangegeven, waarmee
bovendien niets substantieels is gedaan. 37 meter past niet in de hoogbouwvisie. Daarom dient hij amendement 22 (Veilingstraat 10 Het kan ook anders!) in.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
36
De heer Aït Daoua (D66) vraagt waarom het CDA tegen volledige sociale huur is voor dit bestemmingsplan voor de Veilingstraat.
De heer Stellinga (CDA) is oprecht blij met alle sociale huur die aan de stad wordt toegevoegd, want
dit is noodzakelijk. Het CDA onderschrijft de noodzaak voor sociale huur. Middenhuur wordt door de coalitie echter behandeld als het onderschoven kindje. Het CDA wil voor die middenhuur opkomen. De heer Aït Daoua (D66) reageert dat in de buurt, de Dichterswijk, de sociale huur ondervertegenwoordigd is ten opzichte van de middenhuur.
De heer Stellinga (CDA) is daarvan op de hoogte, maar kent een belangrijkere betekenis toe aan de noodzaak om meer middenhuur toe te voegen in de gehele stad. De stad als geheel heeft relatief weinig middenhuur.
De heer Aït Daoua (D66) vraagt of het CDA een balans van verschillende woningen ook belangrijk vindt. Met het voorstel van het CDA voor de Dichterswijk is er geen balans.
De heer Stellinga (CDA) legt uit dat de balans in de stad als geheel volledig ontbreekt, omdat de stad over relatief veel sociale huurwoningen en vrije sectorwoningen beschikt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat Kringloopwinkel De Waarde momenteel gevestigd is op Veilingstraat 10, maar dat deze het pand binnenkort moet verlaten.
Kringlooporganisaties zijn bij uitstek maatschappelijke organisaties die bijdragen aan gemeentelijke doelen en uitvoering geven aan sociaal en circulair beleid. De organisaties zin cruciaal bij het
realiseren van de circulaire economie en bieden werk aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Daarom dient hij mede namens Volt, GroenLinks, EenUtrecht, VVD, Partij voor de Dieren en CDA motie 20 (Kringloopwinkels behouden voor de stad) in, die het college opdraagt om:
1. Om regie te nemen en aan te sturen op een concrete oplossing voor een nieuwe locatie voor de kringloopwinkel De Waarde;
2. In gesprek te gaan met Kringloopwinkel De Waarde om samen naar geschikte opties te zoeken; 3. Daarbij nadrukkelijk te kijken welke mogelijkheden er zijn in eigen vastgoed van de gemeente Utrecht;
4. Binnen zes maanden een concrete oplossing te presenteren voor een nieuwe locatie voor kringloopwinkel De Waarde.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of het college het onwenselijk vindt als het benzinestation in de
Dichterswijk verdwijnt en langdurig braak komt te liggen. Kan de wethouder toezeggen uit te zoeken of hier sprake van zal zijn en waar de geruchten vandaan komen?
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat het oplossen van de woningcrisis in Utrecht soms om wat flexibiliteit omtrent percentages vraagt.
De voorzitter geeft het woord aan wethouder Eerenberg voor de beantwoording op de ingediende motie en het amendement.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
37
De heer Eerenberg (wethouder) geeft aan dat met voorliggend bestemmingsplan veel sociale
huurwoningen worden toegevoegd in een wijk met momenteel slechts 12% sociale huur, waarbij tevens het Ringpark wordt versterkt.
Hij reageert op amendement 22 inzake het kan ook anders. Hij ontraadt het amendement, want meer middenhuur in de Dichterswijk is niet wenselijk. Hij complimenteert het CDA echter met de bestendige lijn.
Dan motie 20 inzake kringloopwinkels behouden in de stad. De wethouder zegt toe
kringloopwinkels, waaronder ook Kringloopwinkel De Waarde, een warm hart toe te dragen en voor deze winkels te willen kijken naar de mogelijkheden. De motie vraagt echter om een garantie om
Kringloopwinkel De Waarde voort te laten bestaan en om dit binnen zes maanden te regelen. Hij kan dit echter niet waarmaken. De kringloopwinkel huurt 4.500 m2 voor € 15 per vierkant meter, terwijl
dit voor de gemiddelde vierkante meter van het eigen vastgoedbedrijf tegenwoordig € 100 bedraagt. De wethouder ontraadt motie 20.
De heer Dekkers (GroenLinks) wijst erop dat motie 20 geen resultaatverplichting vraagt. De motie vraagt om het nemen van regie en het zoeken naar een oplossing.
De heer Eerenberg (wethouder) kan voor Kringloopwinkel De Waarde niet binnen zes maanden een concrete oplossing presenteren voor een nieuwe locatie.
De wethouder ontving een vraag van GroenLinks over de huidige locatie van de pomp. Deze locatie is in handen van een derde partij en deze partij mag een sloopmelding aanvragen. Het college is niet op de hoogte van de plannen van deze partij voor het stuk grond. De wethouder vraagt bij de
eigenaar van de pomp in de Dichterswijk na wat de plannen zijn voor de grond en informeert de raad hierover in Q1 2025 per brief.
De voorzitter bedankt de wethouder voor zijn beantwoording en sluit de beraadslaging. Vanavond zal gestemd worden over het amendement, de motie en het raadsvoorstel.
20. Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Programmatische Verkenning Rijnenburg. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat er vandaag een belangrijke stap in de ontwikkeling van Rijnenburg besproken wordt. Deze ontwikkeling speelt niet alleen in op de grote woningnood, maar
biedt ook kansen voor een duurzame en verbonden regio in deze hoek van de stad. De ChristenUnie vindt het essentieel dat deze ontwikkeling niet alleen gericht is op het creëren van een nieuw
stadsdeel, maar dat die ook een verrijking wordt voor de omliggende wijken en gemeenten. De
ChristenUnie wil dat in Rijnenburg niet alleen toekomstige bewoners een fijn thuis kunnen vinden, maar dat ook de omliggende gebieden ervan kunnen profiteren. Dit vraagt om een aanpak met
aandacht voor wat er nodig is qua voorzieningen die samen met de omliggende gebieden wordt
uitgevoerd. Daarom dient de heer Van der Graaf motie 21 (Rijnenburg, meer dan wonen) in, mede
namens de fracties van VVD en GroenLinks. Hierin wordt het college opgedragen om te onderzoeken welke behoeften aan bovenwijkse voorzieningen er zijn in het omliggende gebeid, in overleg met
omliggende gemeenten een uitgangspunt te bepalen dat duurzame mobiliteitsoplossingen versterkt en de verbindingen tussen Rijnenburg en omliggende wijken optimaliseert, in de verdere
planvorming expliciet aandacht te besteden aan participatie van bewoners en stakeholders uit
omliggende wijken en de raad bij oplevering van de uitgangspuntennotitie hierover te informeren.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
38
De heer Stellinga (CDA) dient motie 22 (Woningmarkt in balans in Rijnenburg) in. Hierin wordt het
college opgedragen om bij de verdere uitwerking van de Programmatische Verkenning Rijnenburg te onderzoeken welke percentages in de woningbouw in Rijnenburg moeten worden gehanteerd om optimaal van de ontwikkeling van dit stadsdeel te kunnen profiteren om een woningmarkt in
balans mogelijk te maken, zowel in Rijnenburg zelf als in de gemeente als geheel en de raad over de uitkomsten van dit onderzoek uiterlijk in Q3 2025 te informeren.
De heer Te Hoonte (VVD) is blij dat er vandaag weer een stap wordt gezet in het starten van bouwen
in Rijnenburg. Het is alweer vijf jaar geleden dat het initiatiefvoorstel van de heer Te Hoonte door het college tot de grond werd afgebroken, maar het gaat toch gebeuren. Hij ziet veel gelijkenissen met
het voorstel dat hij toen heeft ingediend. De VVD-fractie heeft de motie van D66 medeondertekend
waarin het college wordt opgedragen dat er een raadsvoorstel moet komen waarin wordt vastgelegd dat er 25.000 woningen komen, 12.500 arbeidsplaatsen en dat 60% van de woningen in het
middensegment en de vrije sector vallen. Voor de VVD is dat een minimum. De fractie zal in de gaten houden dat de overige 40% ruim wordt ingevuld met woningen voor studenten, jongeren en bijvoorbeeld ouderen die aangewezen zijn op het sociale segment.
De VVD-fractie vindt dat het beleid rondom mobiliteit scherper kan. Daarom dient de heer Te Hoonte motie 23 (Mobiliteit Rijnenburg) in, mede namens de fracties van CDA en Volt. Hierin wordt het
college verzocht om bij de verdere uitwerking in ieder geval voor de eerste fasen uit te gaan van een
basis van realistische, uitvoerbare, betaalbare en bewezen mobiliteitsconcepten, bij het concentreren van mobiliteit uit te gaan van hubs in de nabijheid en rekening te houden met alle doelgroepen, bij
de verdere uitwerking te onderzoeken of de ov-infrastructuur zodanig aangelegd kan worden dat het doorgroeien van en alternatieven voor tramverbindingen in westelijke richting, noordelijke richting en in zuidelijke richting mogelijk blijven en in kaart te brengen of de fietsroute richting CS via het
energielandschap, nieuwe bedrijventerrein Strijkviertel, Papendorp-Noord en de De Meernbrug een sociaal veilige door functies begeleide hoofdfietsroute kan worden.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of het met name voor het eerste punt in het dictum niet wat
vroeg is. Ook GroenLinks heeft gevraagd om een realiteitstoets van het mobiliteitsconcept. Er is nog tijd om wat meer vergaande en meer experimentele vormen van het lokale mobiliteitsconcept uit te werken.
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hij pilots en experimenten prima vindt, maar dat de afspraak gewoon is dat er vanaf 2035 woningen staan. De komende vijf, zes jaar moet er dus een
planologische beslissing genomen worden die ook bij de rechter standhoudt. Er is dus weinig ruimte voor experimenten. Daarom wil de VVD naar de bewezen concepten kijken als basis en niet naar robotaxi’s of kabelbanen.
De heer Dekkers (GroenLinks) had die voorbeelden ook niet aangehaald, maar vindt het wenselijk om te zoeken naar vergaande mobiliteitsinitiatieven.
De heer Te Hoonte (VVD) is het met de heer Dekkers dat er experimenten en pilots uitgevoerd
moeten worden in zo’n grote wijk. Dat is in Leidsche Rijn ook gebeurd, maar daar liep men soms iets te ver voor de troepen uit. Nu de gemeente uit de verkenning is en gaat programmeren is het tijd om die bij elkaar te laten komen. De heer Te Hoonte heeft er vertrouwen in dat men eruit gaat komen, zeker nu GroenLinks daar ook een wijk wil bouwen.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
39
De heer Koning (D66) kan zich in delen van de motie vinden, maar wil niet afscheid nemen van het hele stuk “ambitieus en experimenteel”. Hoe moet dit gelezen worden?
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hij zelf ook moeite had met het lezen van het voorstel. Er is een diepgravend onderzoek met drie scenario’s. Twee van die scenario’s leiden tot 25.000
woningen. Er is een oplegger met nog maar twee scenario’s en een brief waarin niet helemaal
duidelijk is welk scenario gevolgd wordt. De VVD vindt het prima om experimentele en ambitieuze
elementen te onderzoeken en te verkennen. Als het kan, kan het, maar als het niet kan, kan het niet. De basis moet echter realistisch en betrouwbaar zijn. Dat zit meer in het scenario “duurzaam
stedelijk”. De volgende ontwerpopgave is dat men daartussen gaat zoeken wat wel en niet kan en men niet gaat zoeken tussen “conventioneel” en “duurzaam stedelijk”, maar meer aan de andere kant.
De heer Koning (D66) hoort dat de heer Te Hoonte naar het middenscenario wil, terwijl het nog
onderdeel van onderzoek is of dit verstandig is. In de stukken staat ook dat het middenscenario
duurder is dan “experimenteel ambitieus”. Het is dan ook lastig voor de raad om te zeggen wat de
goede weg is. De heer Koning zou liever willen dat later alsnog de keuze gemaakt kan worden voor “experimenteel ambitieus”.
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat het college volgens hem niet al voor “experimenteel
ambitieus” gekozen heeft, maar dat het onderzoekt hoe ver het kan gaan. De drie scenario’s zijn in extrema neergezet. “Conventioneel” kan hier waarschijnlijk niet. “Duurzaam” gebruikt iets meer
grondgebied dan gewenst, dus daar moeten elementen aan toegevoegd worden uit “experimenteel
ambitieus”, maar dat laatste scenario helemaal doorvoeren gaat wel heel ver. Daar mag bijvoorbeeld maar tien keer per jaar een bestelbusje bij een huis ontvangen worden. Dat is niet realistisch.
De heer Te Hoonte kijkt uit naar de volgende stap en dus ook naar het raadsvoorstel, zodat in deze
raadsperiode nog een goede beslissing genomen kan worden. De fractie kijkt met interesse naar het spel tussen provincie en Rijk over hoe de tramlijnen gaan lopen. De VVD-fractie heeft daar gedachten over die ze in het U Ned-debat aan de orde zal stellen.
De heer Koning (D66) vindt dit eveneens een groot moment. In het commissiedebat was te zien dat
er veel draagvlak in de raad is om te starten met de uitwerking van Rijnenburg. Er is al twee jaar hard aan gewerkt. In de programmatische verkenning is het resultaat daarvan al te zien. D66 kijkt ernaar uit om eind dit jaar een raadsvoorstel te zien, want het is belangrijk dat ook de mensen die nu
opgroeien zicht hebben op een duurzaam, betaalbaar huis in Utrecht. Rijnenburg is hiervoor de aangewezen locatie.
Om het plan van het college democratisch beter te legitimeren dient de heer Koning motie 24
(Kaders voor een raadsvoorstel voor Rijnenburg) in, mede namens de fracties van GroenLinks, VVD, PvdA en Student & Starter. Hierin wordt het college verzocht om uiterlijk in Q4 2025 een
raadsvoorstel aan de raad te sturen waarin de volgende kaders worden gehanteerd: circa 25.000
woningen en circa 12.500 werkplekken, het streven naar een woonprogramma conform 40% sociaal,
35% middensegment en 25% vrije sector, duurzaam bereikbaar met de stad en regio door in te zetten op een tramverbinding en een gebiedsontwikkeling waarin bodem en water sturend zijn, met aandacht voor klimaatadaptatie, waterberging en grondwaterstanden.
Vervolgens dient de heer Koning motie 25 (Grip op Grond en Ontwikkeling in Rijnenburg) in, mede
Raadsvergadering van 23 januari 2025
40
namens de fracties van GroenLinks, PvdA en Student & Starter. Hierin wordt het college opgedragen
om in het Raadsvoorstel voor Q4 2025 een ambitiedocument toe te voegen met mogelijke grond- en ontwikkelstrategieën voor Rijnenburg.
De heer Snijder (Student & Starter) is blij dat men weer een stap dichterbij een plek is waar de
kleinkinderen van de volwassenen van nu kunnen wonen. Elke stap dichter bij een mooi Rijnenburg is een stap dichter bij het oplossen van de grote woningnood.
Al jaren staat het roeien in Utrecht onder druk. Er is een dringende wens van roeiers en partijen in de raad voor een locatie met geschikt roeiwater. Rijnenburg biedt de kans om deze wens te vervullen. De verschillende belangen en functies moeten zorgvuldig afgewogen worden. Het expliciet kijken naar de roeifunctie in combinatie met andere functies als waterberging, recreatie en duurzame
energie draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik. Daarnaast is het nu belangrijk dat er alles aan gedaan wordt om de roeifunctie niet te belemmeren. Daarom dient de heer Snijder motie 26 (Zorg dat we in Rijnenburg met de stroom mee roeien!) in, mede namens de fracties van PvdA, D66, CDA, VVD,
UtrechtNu! en EenUtrecht. Hierin wordt het college verzocht om te onderzoeken of in het integrale plan van Rijnenburg in het noorden expliciet wordt gekeken naar de mogelijkheden om de
wateropgave voor roeiwater te realiseren, in combinatie met andere functies zoals recreatie,
waterberging, sport, natuurontwikkeling en duurzame energievoorzieningen, zich bij het integraal
ontwerp maximaal in te spannen om te voorkomen dat toekomstige ontwikkelingen de realisatie van roeitrainingswater belemmeren, door slimme oplossingen te benutten passend binnen de juridische kaders.
De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. EenUtrecht werd genoemd als
medeondertekenaar, maar is vandaag niet aanwezig en heeft niet getekend voor aanwezigheid. De voorzitter antwoordt, na overleg met de griffier, dat dit wel kan. De fractie van EenUtrecht zal wel aanwezig zijn bij de stemmingen.
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat een motie alleen ingediend kan worden nadat het presentieboek is getekend. Dat betekent dat mensen de moeite moeten nemen om ’s ochtends op tijd het boek te tekenen. De raad moet dit nu niet goedkeuren.
De voorzitter weet dit nu niet en zal het uitzoeken. Ze is wel gevoelig voor het argument van de heer Te Hoonte.
Mevrouw Bode (Volt) merkt op dat Rijnenburg in het coalitieakkoord al wordt genoemd als
onderzoekslocatie voor roeiwater. In de raadsbrief waarover nu gesproken wordt, gaat het ook over roeiwater in Rijnenburg. Wat voegt deze motie toe?
De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat er in het commissiedebat wat onduidelijkheden
waren over het roeien zelf. Student & Starter vond het belangrijk daar een goede afspraak over te doen.
Mevrouw Bode (Volt) begrijpt dat Student & Starter bang is dat er zonder deze motie geen aandacht zou zijn voor Rijnenburg, terwijl dit expliciet in de brief en in het coalitieakkoord staat.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
41
De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat Student & Starter bang is dat het zonder deze motie straks onmogelijk gemaakt wordt om nog te roeien in Rijnenburg.
Student & Starter erkent het belang van samenwerken met verschillende partijen, waarbij meerdere
financieringsbronnen het project haalbaarder kunnen maken. Daarom dient de heer Snijder motie 27 (Samenwerking bij verkenning roeiwater in Rijnenburg) in, mede namens de fracties van UtrechtNu!, EenUtrecht, D66, PvdA en CDA. Hierin wordt het college verzocht om op zo kort mogelijke termijn het inhoudelijke overleg met de drie roeiverenigingen en de Stichting Watersportbaan MiddenNederland te hervatten, in gesprek te gaan en in gesprek te blijven met relevante actoren om
ruimtelijke en financiële samenwerkingsmogelijkheden te verkennen en waar mogelijk unieke kansen te benutten voor de aanleg van een multifunctionele inrichting van het noordelijke deel van
Rijnenburg met roeiwater, te leren van een multi-governance samenwerking, zoals die van de
Willem-Alexander Baan, en te onderzoeken of een dergelijke samenwerking ook mogelijk is in
Utrecht en de uitkomsten van deze gesprekken op te nemen in het integrale plan voor Rijnenburg en de raad een tussenstand te geven bij de uitgangspuntennotitie en een update bij de volgende planfase.
Tot slot hoort Student & Starter ook graag in de beantwoording van de wethouder wanneer het
onderzoek naar roei- en trainingswater is afgerond en of de wethouder al een tipje van de sluier kan oplichten.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) zou willen dat Rijnenburg een groene long voor de stad bleef, dat er werd geïnvesteerd in meer in plaats van minder natuur en dat het een leefgebied bleef voor dieren en
natuur. Als er dan toch gebouwd moet worden, wil ze dat dit gebeurt zonder dat dieren in de klem raken bij de bouwactiviteiten. Daarom dient mevrouw Sasbrink motie 28 (Dieren op de tekentafel Rijnenburg) in. Hierin wordt het college opgedragen om als een van de uitgangspunten voor
Rijnenburg op te nemen dat het leefgebied voor de nu in de polder aanwezige dieren gegarandeerd
wordt door, als er dan toch gebouwd wordt, vooraf in beeld te brengen waar de in de bouwgebieden aanwezige dieren een nieuw leefgebied kunnen vinden en de bouw op een dusdanige manier te faseren dat dieren begeleid kunnen worden naar nieuwe leefgebieden.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de motie van mevrouw Sasbrink goed, maar vraagt zich
tegelijkertijd af waarom de PvdD dan heeft ingestemd met windmolens waardoor de vogels uit het gebied worden verdreven.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat dit een dilemma voor haar fractie was, maar bij de
windmolens kunnen maatregelen worden genomen om de vogels te ontzien. Er is toen ook gekeken naar alternatieve leefgebieden voor de vogels. In Leeuwesteyn werd overal tegelijk gebouwd,
waardoor de dieren nergens naartoe konden. Hier zijn veel weides omheen waar weidevogels nog
wel een plek vinden. Als er dan toch gebouwd wordt, moet er bekeken worden waar de dieren heen kunnen en hoe er gezorgd wordt dat de dieren op een goede manier begeleid worden.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het en-en is. Er worden windmolens geplaatst
waarmee een deel van de vogels weggejaagd wordt naar een ander verzorgingsgebied. Vervolgens
worden er woningen neergezet en wordt de rest weggejaagd die daar misschien een alternatief voor het windmolengebied had gevonden. De heer Bos vindt het een lastige afweging, ook voor de PvdD. Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat deze ellende vaker te zien is. Het leefgebied van dieren
Raadsvergadering van 23 januari 2025
42
wordt de hele tijd volgebouwd. Dieren komen steeds meer in de knel, omdat de mens overal wil
bouwen. De PvdD zou willen dat er helemaal niet gebouwd werd in Rijnenburg. In die zin is het voor
de partij geen dilemma, maar als er dan toch wordt gebouwd, wil ze dat er rekening wordt gehouden met de dieren die er nu leven.
Mevrouw Sasbrink vraagt aandacht voor de monumentale wilgen in de polder. Die vormen een
onderdeel van de cultuurhistorische waarde in het landschap, maar bieden ook een thuis aan vogels,
vleermuizen en insecten. Daarom dient mevrouw Sasbrink motie 29 (Behoud de monumentale wilgen in Rijnenburg) in. Hierin wordt het college opgedragen om als een van de uitgangspunten voor Rijnenburg op te nemen dat de monumentale wilgen behouden blijven.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) ziet praktische problemen. Er komt veel hoogbouw en panden worden kort op elkaar gebouwd. Wat zou de PvdD ervan vinden als die bomen worden verplaatst naar veilige plekken?
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat deze bomen 110 jaar oud zijn. Die zijn daarom niet op een
levensvatbare manier te verplaatsen. De heer Bos zegt dat er hoogbouw komt op een plek waardoor de wilgen verplaatst zouden moeten worden, maar op dit moment in de planvorming is nog niet
bekend waar die bouw komt. Door nu uit te spreken dat deze wilgen ontzien worden, kan de bouw hierop aangepast worden.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat er enorme zandpakketten komen, waardoor de bomen in een kuil zouden verdwijnen. Dat maakt de situatie heel lastig.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat er daarom in de overwegingen staat dat wat er met het
grondwater gebeurt of met eventuele ophogingen rekening gehouden moet worden met wat die monumentale wilgen aan leefomstandigheden nodig hebben.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt het mooi dat de eerste stappen voor bouw in Rijnenburg worden gezet. De inzet van de PvdA is een betaalbare, leefbare en duurzame wijk van de toekomst. Dit
betekent energie opwekken in het noorden, sport-, park- en natuurfuncties en een wijk in de rest
van de polder met veel betaalbare woningen en goed ov. Deze verkenning is een tussenproduct. Wat de PvdA betreft worden deze raadsperiode nog definitief de vertrekpunten vastgelegd, met onder andere betaalbaarheid, voorzieningen en mobiliteit. Daarom steunt de PvdA de motie van D66 hierover. Een voorwaarde voor realisatie van betaalbare woningen is grip op grond, actief
grondbeleid. Daarom steunt de PvdA ook de motie van D66 hierover. Een andere voorwaarde is goed openbaar vervoer en minder autoverkeer. Dit vraagt echter een goed fijnmazig OV in de wijk en
goede openbaarvervoerverbindingen met de rest van de stad. Juist omdat de ontwikkeling van de
wijk er afhankelijk van is, moet gefocust worden op wat haalbaar is en steunt de PvdA de keuze voor de tramverbinding. Ook de moties van Student & Starter met betrekking tot roeien zal de PvdA steunen.
De heer Paalman (Horizon) is blij dat deze stap gezet wordt en dat er gebouwd zal worden in Rijnenburg.
De heer Eerenberg (wethouder) merkt op, voor hij de moties apprecieert, dat er best iets bijzonders wordt gedaan. Er wordt niet nagedacht over hoe de stad er voor de kinderen van de Utrechters van
Raadsvergadering van 23 januari 2025
43
nu uit zal zien, maar voor hun kleinkinderen. Dat zijn grote vragen die de raad en het college een
grote verantwoordelijkheid geven. De woningen moeten niet alleen ingepast worden; dit moet ook op een groene en verantwoorde manier gebeuren. Ook de waterbergingen moeten goed geregeld worden. Het wordt een wijk voor iedereen, die past bij de toekomst.
Motie 21, Rijnenburg is meer dan wonen, geeft de wethouder een positief advies.
Motie 22, Geef Rijnenburg een woningmarkt in balans, valt in de categorie moties die de wethouder
net te beperkend vindt voor het moment waar men nu in zit. Er komt een uitgangspuntennotitie. De raad heeft gevraagd om deze tot een raadsvoorstel te verheffen. De wethouder wil er dan naar
kijken. Dan weet men net wat meer hoe die er precies uitziet. De motie komt in die zin te vroeg. De heer Stellinga (CDA) vraagt waar die beperking in zit. In de motie wordt gevraagd om te
onderzoeken welke percentages gehanteerd worden. In principe zijn dat die van het coalitieakkoord, maar het mogen ook andere zijn. De motie biedt dus best veel ruimte aan het college.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat wat de heer Stellinga zegt in de constateringen staat. Hij zegt nu dat het open ligt, dat het coalitieakkoord het uitgangspunt is, dat daar begonnen kan
worden en dat de raad geïnformeerd moet worden als het anders wordt. De wethouder las dit er niet in, maar als iets in die strekking zou bestaan zou hij daar een ander oordeel over vellen. Hij interpreteert moties niet.
De heer Stellinga (CDA) komt eventueel met een gewijzigde motie in de tweede termijn. De voorzitter wil voorkomen dat er vanavond nog inhoudelijk punten behandeld moeten worden. Dit kan alleen als de raad meewerkt. De tweede termijn begint bijna, want de voorzitter wil niet meer schorsen.
Mevrouw Passier (Volt) heeft een punt van orde. Er wordt een raadsbrief behandeld, dus is er geen tweede termijn.
De voorzitter constateert dat mevrouw Passier gelijk heeft. De heer Eerenberg (wethouder) zegt toe dat hij bij de uitgangspuntennotitie die de raad van het
college krijgt, die hij zal baseren op de percentages uit het coalitieakkoord, inzichtelijk zal maken wat de bandbreedtes zijn. Van daaruit kan het gesprek gevoerd worden. De wethouder voelt zich gebonden aan het coalitieakkoord.
De heer Stellinga (CDA) zal nog overleggen met zijn fractie of hij de motie in stemming wil brengen. De heer Eerenberg (wethouder) is bij motie 23, Mobiliteit Rijnenburg, van de VVD. Toen hij het
dictum las, dacht hij dat het zou moeten kunnen, maar nadat hij de heer Te Hoonte hoorde, wilde hij de motie toch ontraden. Dit is de wijk voor de kleinkinderen van de Utrechters van nu. Dan moet
men durven pionieren. De gemeente moet nieuwe dingen durven proberen. Utrecht kan hier de wijk van de toekomst vormgeven en trendsettend zijn in stedenbouw. De wethouder wil niet dat deze motie het onmogelijk maakt om dit te ontdekken en ontraadt haar dus.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de motie de ruimte biedt om experimenten te doen, maar
Raadsvergadering van 23 januari 2025
44
tegelijkertijd is er woningnood in Utrecht en de stad kan het zich niet permitteren dat er straks door leuke experimenten geen woningen zijn. Het lijkt er nu op de wethouder een reden zoekt om de motie te ontraden.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat dit niet waar is. Als er zo’n grote wijk zo ver in de
toekomst gerealiseerd wordt, moet men het aandurven om nieuwe dingen te ontdekken. Dat moet de basishouding zijn. Het verhaal van de heer Te Hoonte interpreteerde de wethouder anders, namelijk
dat het niet te spannend en innovatief moest worden. De wethouder denkt dat deze ruimte nodig is. De heer Te Hoonte (VVD) hoorde de wethouder eerder zeggen dat hij moties niet wil interpreteren. Dit doet hij nu wel. De tekst in het dictum is concreet en biedt veel ruimte. Er heeft bovendien veel
overleg over plaatsgevonden. De VVD gaat mee met de 40% in een motie. Misschien is het dan ook goed als andere partijen dan eens meegaan met ideeën van andere partijen.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat dit laatste een oproep aan de raadsleden is. Motie 24, Kaders voor een voorstel voor Rijnenburg, adviseert de wethouder positief.
In motie 25, Grip op grond en ontwikkeling in Rijnenburg, wordt aangegeven dat ook nagedacht moet worden over hoe omgegaan wordt met het eigendom. Deze motie adviseert de wethouder positief.
Met betrekking tot motie 26, Zorg dat we in Rijnenburg met de stroom mee roeien!, geeft de
wethouder aan dat wethouder Oosters nog dit kwartaal komt met het antwoord op de vraag of
Vianen een geschikte locatie is. Deze vraag moet eerst beantwoord worden. Gelukkig is er nog tijd
voor de ontwikkeling van Rijnenburg. Nadat die vraag beantwoord is, kan de wethouder deze motie
uitvoeren. Ze krijgt dus een positief advies, in de wetenschap dat de raad eerst nog het antwoord van wethouder Oosters krijgt.
Motie 27 gaat ook over roeien en daarin wordt opgeroepen om samen te werken. Ook deze motie geeft de wethouder een positief advies.
Motie 28, Dieren op de tekentafel, vindt de wethouder overbodig en ontraadt hij dus. In de nieuwe Omgevingswet staat al dat beschermde dieren naar een nieuwe plek geleid moeten worden. Dat moet gefaseerd gebeuren.
De heer Te Hoonte (VVD) hoort dat deze motie ontraden wordt, omdat het gevraagde al gedaan
wordt. Hij constateert dat alles van de coalitiepartijen overgenomen wordt of een positief advies
heeft gekregen en alles van de oppositie is ontraden. De heer Te Hoonte vindt dit lastig voor de stad, omdat men met z’n allen probeert om van Rijnenburg een goede wijk te maken. Dat vraagt van de coalitie om ruimte te geven aan samenwerking met andere partijen. Het college kan tijdens de dinerpauze nadenken over oplossingen om wel tot gedragen voorstellen te komen.
De heer Eerenberg (wethouder) trekt dit zich aan. Bij lezing van de moties vraagt hij zich af of de moties helpen bij de opdracht die men met elkaar heeft. Hij geeft antwoord op de moties en de
vragen in het debat. Ook in andere debatten heeft de wethouder zonder aanziens des persoons en
ongeacht de partij van die persoon naar eer en geweten gehandeld. Dit zal hij blijven doen. Hij leest de titel en de tekst van moties. Het logo erboven is van ondergeschikt belang.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) hoorde dat de wethouder in reactie op haar motie aangaf dat de gemeente het gevraagde al doet. Geldt dit voor alle dieren in de polder of alleen voor de dieren op de lijst van
Raadsvergadering van 23 januari 2025
45
wat de Wet natuurbescherming was en nu in de Omgevingswet zit? De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de Omgevingswet dit voor beschermde dieren
voorschrijft. Dit doet de gemeente uiteraard. Als in de motie alle dieren in Rijnenburg bedoeld worden, dan kan de wethouder dit niet beloven en ontraadt hij de motie.
In motie 29 wordt het college opgedragen om alle monumentale wilgen in Rijnenburg te behouden. De wethouder heeft nog helemaal geen tekening van Rijnenburg. Misschien komt men erachter dat dit een heel vervelend uitgangspunt is voor het maken van een mooie wijk, waar ook andere
belangen een rol spelen dan het belang van de wilg. Het uitgangspunt is om de wilgen in te passen,
maar de absolute tekst in de motie, dat elke monumentale wilg behouden moet blijven, is te strak en daar kan men last van krijgen. De wethouder adviseert de motie negatief.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat in de motie niet staat dat het uitgangspunt moet zijn dat
absoluut alle wilgen behouden moeten blijven. Het uitgangspunt biedt juist bewegingsvrijheid aan het college.
De heer Eerenberg (wethouder) leest dat het uitganspunt moet zijn om de wilgen te behouden. Hierin hoort hij geen ruimte dat men tot een andere afweging komt. De wethouder zegt toe dat hij zijn
uiterste best zal doen om de wilgen in te passen. Dit heeft hij al eerder toegezegd. Dit is iets anders dan wat er in de motie staat.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of het een toezegging is dat de wilgen in principe blijven staan, tenzij het niet anders kan en moeilijk is, maar dat dit wel het uitgangspunt zal zijn.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij het in het commissiedebat heeft gezegd en net twee keer. Hij zegt het voor een derde keer: er staan prachtige wilgen en waar die op een goede manier ingepast kunnen worden, moet dit gebeuren.
De heer Paalman (Horizon) trekt motie 12 in vanwege de toezegging van de wethouder. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over de ingediende moties.
21. Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Uitgangspunten Omgevingsvisie Jaarbeurs. De heer Snijder (Student & Starter) stelt dat het Jaarbeursgebied een enorme potentie heeft om zich te ontwikkelen tot een levendig en veelzijdig onderdeel van de binnenstad, waar werk, wonen,
cultuur en recreatie samenkomen. Het moet een plek worden die 24 uur per dag bruist. Student &
Starter wil deze transformatie ondersteunen. De fractie gelooft in een Utrecht dat niet stopt bij het vallen van de avond. Wie kan dit beter symboliseren dan Armin van Buuren? Zijn iconische State of trance-events brachten duizenden mensen samen en vulden de stad met energie. Hoewel hij zijn shows niet meer in Utrecht geeft, vindt Student & Starter dat het tijd is om hem terug te brengen
naar de stad. Utrecht zou grote sterren weer moeten verwelkomen. Het Jaarbeursgebied moet de plek wonen waar muziek, cultuur en nachtleven samensmelten en waar artiesten als Armin van
Buuren de stad weer in een roes kunnen brengen. Daarom dient de heer Snijder motie 30 (Tijd voor
een levendig Jaarbeursgebied) in, mede namens de fracties van D66, Volt en EenUtrecht. Hierin wordt
Raadsvergadering van 23 januari 2025
46
het college verzocht om levendigheid een centrale positie te geven in de uitwerking van de
omgevingsvisie door het stimuleren van een mix van functies op de Jaarbeursboulevard en in de
plinten van het Jaarbeurscomplex, het maken van concrete afspraken met Jaarbeurs om deze functies te realiseren, in de omgevingsvisie expliciet te maken dat 24/7 levendigheid een uitgangspunt is,
met ruimte voor zwaardere horecacategorieën (zoals nachthoreca), zodat deze ambitie op termijn via het Omgevingsplan kan worden verwezenlijkt.
Naast levendigheid kunnen andere elementen het Jaarbeursgebied versterken, zoals waterrecreatie en een hoogwaardige ontwikkelingen. Zo kan het gebied een dynamische, aantrekkelijke ruimte worden die bijdraagt aan de leefbaarheid en ecologie. Ook moet het Jaarbeursgebied zich
ontwikkelen tot een hoogwaardig iconisch stadsdeel. Het streven naar een gebied met gemengde
functies en een levendige plint versterkt duurzame en esthetische verantwoorde architectuur. Dit kan bijdragen aan de internationale uitstraling van Utrecht. Het creëren van een landmark zou dit kunnen versterken. Daarom dient de heer Snijder motie 31 (Verken waterrecreatie en -integratie in het
Jaarbeursgebied) in, mede namens de fracties van GroenLinks, Volt en EenUtrecht. Hierin wordt het
college verzocht om in de uitwerking van de omgevingsvisie Jaarbeurs expliciet aandacht te besteden aan het onderzoeken van mogelijkheden voor waterrecreatie, zoals ontmoetingsplekken, fonteinen, aanlegplekken voor boten en horecagelegenheden en de integratie van water in het gebied en waar mogelijk biodiversiteit en het verminderen van hittestress te versterken door natuurvriendelijke oevers en waterpartijen, met aandacht voor waterberging en bestaande beleidsafspraken.
Tot slot dient de heer Snijder motie 32 (Hoog en waardige ontwikkeling Jaarbeursgebied) in. Hierin wordt het college verzocht om het streven naar een zeer stedelijk gebied met hoge dichtheid
expliciet als uitgangspunt op te nemen in de Omgevingsvisie, hoogwaardige architectuur in de
omgevingsvisie te borgen en dit uit te werken in een beeldkwaliteitsplan en te onderzoeken of het Jaarbeursgebied een landmark of iconisch gebouw kan bevatten.
Mevrouw Bode (Volt) had aangegeven iets te willen zeggen over minder parkeren, maar is ingehaald door de fijne realiteit dat de wethouder een brief heeft gestuurd waarin alle aandachtspunten van Volt werden geadresseerd. Ze heeft dan ook geen verdere aanvullingen.
De heer Dekkers (GroenLinks) complimenteert de wethouder met de brief. Die heeft het voor
meerdere mensen onnodig gemaakt om moties in te dienen. De wethouder heeft de raadsleden
gevraagd om prioriteiten kenbaar te maken over levendigheid en groen. GroenLinks heeft samen met Student & Starter gewerkt aan het formuleren van die prioriteiten. De fractie steunt de moties van
Student & Starter dan ook. De heer Dekkers wil nog benadrukken dat zowel de levendigheid als het
groen van belang is. Hij wil met name niet dat er veel levendigheid direct langs de natuurvriendelijke westoever van het Merwedekanaal komt.
De heer Te Hoonte (VVD) had vragen over het gebied eromheen en de samenhang tussen de visies. Die zijn keurig in kaart gebracht. Eén kavel zit er niet in. De VVD houdt het in de gaten, want de
fractie vindt niet dat er een harde rand tussen de Jaarbeurs en de rest van de stad moet ontstaan. De fractie zal niet om een extra visie gevraagd, want ze heeft ook weleens gevraagd om minder visies. De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat motie 30 goed aansluit bij het commissiedebat en de brief en kan de wethouder dan ook positief adviseren. Die komt het gebied ten goede en helpt bij de gesprekken met de Jaarbeurs.
Motie 31, Verken waterrecreatie en -integratie, laat de wethouder aan de raad. Aan de ene kant kan
Raadsvergadering van 23 januari 2025
47
gezegd worden dat er wat uitgezocht moet worden en men kan zien wat eruit komt. Aan de andere kant is men nu nog niet zover om het al over fonteinen te hebben.
De wethouder neemt aan dat het genoemde “zeer stedelijk gebied met hoge dichtheid” in motie 32, Hoog en waardige ontwikkeling Jaarbeursgebied, binnen de kaders van de gemeente valt. De wethouder geeft de motie een positief advies.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over de ingediende moties.
22. Afrondende besluitvorming na debat over Hond en Samenleving. Mevrouw Stylianou (D66) ervaart dit debat als een debat over rood asfalt. Net als fietsers op het
fietspad, wandelen hondeneigenaren meerdere keren per dag langs de hondenvoorzieningen. De
gesprekken bij de hondenspeelweiden zorgen voor verbinding. Mensen krijgen lichaamsbeweging en
de liefde voor dieren is iets om te koesteren. Rondom rood asfalt krijgen raadsleden altijd veel mails. Na het debat in november was dit ook het geval, zelfs vanuit Woerden. Daar heeft een groep
hondeneigenaren actief meegedacht over het hondenbeleid. Mevrouw Stylianou spreekt haar lof uit voor de heer Vredeveldt. Die is een petitie gestart voor meer losloopgebieden die al 367 keer is
ondertekend. Vanwege een technische hobbel is dit nog niet genoeg voor een inwonersmotie. Deze komt hopelijk nog, want dit onderwerp leeft echt. Daarom dient mevrouw Stylianou motie 33
(Hondenvoorzieningen naar een acceptabel niveau) in, mede namens de fracties van UtrechtNu!, EenUtrecht en CDA. Hierin wordt het college opgedragen om In nieuwe wijken standaard
hondenvoorzieningen mee te nemen in het ontwerp en een voorbeeld te nemen aan Leidsche Rijn, in bestaande wijken terughoudend te zijn met het verwijderen van honden speelweides of
losloopgebieden en in denk-meetrajecten te vragen of deelnemers hondeneigenaar zijn, zodat hun wensen als gebruikers expliciet gewogen kunnen worden en de mogelijkheid te onderzoeken om informatie over hondenbeleid en -voorzieningen aan te vragen en beschikbaar te stellen aan
hondenbezitters bij het aanmelden van hun hond bij BGHU en de raad hierover te informeren in Q3. Vervolgens dient mevrouw Stylianou motie 34 (Hondendagopvang als waardevolle voorziening) in,
mede namens de fracties van UtrechtNu!, EenUtrecht en CDA. Hierin wordt het college verzocht om
tijdig mee te denken met locaties voor vestiging en continuering van hondendagopvang wanneer een vergunning niet verlengd of verleend kan worden voor een specifieke locatie, te zorgen voor meer duidelijkheid en continuïteit in de vergunningverlening voor bestaande opvanglocaties, zodat
organisaties weten waar zij aan toe zijn en ook de ruimte krijgen om te professionaliseren en te investeren ten gunste van dierenwelzijn.
Mevrouw Stylianou begreep zojuist pas dat de kwaliteitsnormen en het dierenwelzijn in deze
vergunning toch geen onderwerp kunnen zijn, dus ze hoopt dat de gemeente deze onderwerpen wel neemt in gesprekken met de hondendagopvang.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het schandalig dat er € 800.000 € aan hondenbelasting
binnengehaald wordt, maar dat daarvan maar € 315.000 wordt uitgegeven voor honden. Het lijkt er
stellig op dat dit net zo’n verdienmodel is als de onroerendzaakbelasting. Stadsbelang Utrecht vindt dat er best meer gedaan kan worden voor honden in de stad. Daarom dient de heer Bos motie 35 (Hondenbeleid) in. Hierin wordt het college verzocht om een onderzoek uit te voeren en een kostenraming te maken voor het verbeteren van hondenspeelweides, het afschaffen van
hondentoiletten, het verstrekken van gratis hondenpoepzakjes bij alle hondenspeelweides en voor
Raadsvergadering van 23 januari 2025
48
een bewustwordingscampagne en de raad hierover uiterlijk Q3 2025 te informeren. De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat het Solgu geadviseerd heeft om de hondentoiletten niet af te schaffen, omdat mensen met een rolstoel of rollator deze graag gebruiken. Zij kunnen de poep van hun hond immers niet oprapen. Wat denkt de heer Bos daarvan?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) denkt dat mensen met een beperking hun hond nog steeds goed
kunnen uitlaten als de hondentoiletten zijn afgeschaft. Hij vraagt in zijn motie om een onderzoek en dit kan daarin meegenomen worden.
Stadsbelang zou, zoals in de motie staat, graag een kostenraming willen hebben van gratis
hondenpoepzakjes bij alle hondenspeeltuinen, waarbij minimaal één hondenpoepzakhouder per hondenspeelweide het uitgangspunt is. Het commissielid van Stadsbelang dat deze motie heeft voorbereid zal alle aanwezigen in het bezit stellen van een afbreekbaar hondenpoepzakje.
De heer Bosch (UtrechtNu!) gaat ervan uit dat dit zakje geen inhoud heeft. Anders wil hij dit zakje niet ontvangen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt de heer Bosch gerust.
Tot slot licht de heer Bos het laatste punt van zijn motie toe. Hij zou een onderzoek willen laten plaatsvinden naar communicatie en participatie en zou willen dat er een kostenraming wordt gemaakt van een bewustwordingscampagne voor hondeneigenaren en bewoners, zodat zij
gestimuleerd worden om mee te denken en mee te werken met beheer. Dit hoeft niet zo veel te kosten. Bovendien wordt er genoeg hondenbelasting geheven om hier invulling aan te geven.
Mevrouw Voortman (wethouder) is het eens met mevrouw Stylianou dat het onderwerp leeft. Haar
eerste motie was motie 33, Hondenvoorzieningen naar een acceptabel niveau. De ruimte in de stad is beperkt. Elke wens stapelt zich op. Aan de andere kant zijn er veel hondeneigenaren. Deze afweging is aan de raad. De wethouder laat het oordeel aan de motie dan ook aan de raad. De punten 3 en 4 uit het dictum kan de wethouder sowieso toezeggen. Hierover kan ze de raad ook informeren.
Met betrekking tot motie 34, Hondendagopvang als waardevolle voorziening, merkt de wethouder op dat hondendagopvangen net als andere organisaties gebruik kunnen maken van het macropunt Utrecht voor het zoeken van locaties. Het hangt van de locatie af of het college duidelijkheid en
continuïteit in de vergunningverlening kan geven. Waar mogelijk zal de gemeente een permanente
vergunning afgeven. De ervaring leert dat op veel locaties geen permanente toestemming mogelijk is, omdat een locatie niet langdurig beschikbaar is. De intentie is altijd om zo veel mogelijk duidelijkheid te geven.
Met betrekking tot motie 35, Hondenbeleid, geeft de wethouder aan dat het college een grove
kostenraming zou kunnen maken. De wethouder kan nu al met zekerheid zeggen dat de gemeente onvoldoende financiële middelen zal hebben om het vervolgens uit te voeren. De vraag is dan wat men aan zo’n kostenraming heeft. Het afschaffen van de hondentoiletten en het verstrekken van
gratis hondenpoepzakjes lijkt de wethouder niet wenselijk. De toiletten worden goed gebruikt. Het opheffen ervan zou de overlast van hondenpoep, die nu beperkt is, weer kunnen doen toenemen. Het gratis verstrekken van zakjes is niet per se een stimulans voor hondeneigenaren om op te
ruimen. De wethouder wil niet dat die zakjes voor andere doeleinden gebruikt worden of op de grond belanden en in de natuur terechtkomen. Daarom ontraadt de wethouder deze motie.
Raadsvergadering van 23 januari 2025
49
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over de ingediende moties.