CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 6 november 2025, gemeente Utrecht29.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2. Doel Vaststellen van eenduidige criteria voor beheer waar iedere speeltuin aan moet voldoen. Dat willen we de komende periode voor elkaar krijgen. En voor iedere speeltuin een organisatie die wordt gedragen door de buurt. Vanuit het hart van de speeltuin stuurt deze compacte organisatie het sociaal, facilitair en technisch beheer aan. Zo zorgen we ervoor dat kinderen gratis, gezond en veilig kunnen spelen, zodat ze zich maximaal kunnen ontwikkelen en ontplooien.

Wat stellen we ons concreet voor bij dat beheer en welke resultaten verwachten wij hiervan? Hieronder een opsomming:  Meer slagvaardigheid in beheer door de organisatie van een speeltuin in één hand te houden.  Meer levendigheid door gevarieerde activiteiten voor jong en oud. Het bij elkaar brengen van sociaal,  technisch en facilitair beheer.  Intensiever en beter gebruik van de speeltuinen met ruimere openingstijden.  Meer verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid voor gebruikers en bewoners, met ondersteuning op maat door professionals.  Intensiever gebruik van de speeltuinen met ondersteuning op maat door professionals tijdens de ‘daluren’.  Actieve bewoners die een rol spelen in het onderhoud, het organiseren van activiteiten, begeleiding en bestuurszaken.

 Stimulans van de wijkeconomie door lokale ondernemers te betrekken bij de verdere ontwikkeling van de speeltuinen. Dit zorgt voor een vliegwielfunctie omdat ook bewoners zich medeverantwoordelijk gaan voelen voor het reilen en zeilen van een speeltuin.  Sterkere sociale basis in de wijk, doordat meer ouders elkaar ontmoeten in de speeltuin.



Beleidskader beheerde speeltuinen

5

2.1 Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn van belang voor de toegankelijkheid en zijn voorwaarden voor de nieuwe speeltuinorganisatie:  De speeltuinen bieden kinderen goede speel- en ontmoetingsmogelijkheden, ze zijn een waardevolle aanvulling op de openbare speelplaatsen.  De speeltuinen zijn onderdeel van de inclusieve stad, dus vrij toegankelijk voor iedereen, mét of zonder lichamelijke/verstandelijke beperking. Verder is de speeltuin nadrukkelijk verbonden met de wijk, bijvoorbeeld door allerlei vormen van samenwerking. De SMO’s blijven de speeltuin benutten als  werkgebied voor haar sociaal makelaars. Ook wanneer zij niet verantwoordelijk zijn voor het sociaal beheer.  De speeltuinen zijn met name bedoeld voor kinderen in de basisschoolleeftijd, dus de openingstijden sluiten hierop aan.  Er is begeleiding door een professional en/of een vrijwilliger die ervoor zorgt dat er een pedagogisch klimaat is, mogelijk gebaseerd op de methode ‘Vreedzaam’, waarin alle kinderen meetellen en zich veilig voelen. 6

Beleidskader beheerde speeltuinen

 Per speeltuin zorgt één vitale organisatie met één aanspreekpunt voor het beheer en de exploitatie.  Alle speeltuinen krijgen een basisbudget voor beheer, exploitatie, professionele inzet en activiteiten. Speeltuinen waar het pedagogisch klimaat extra aandacht vraagt, kunnen aanspraak maken op extra middelen. Ook krijgen speeltuinorganisaties die speeltoestellen en hoofdgebouw van de gemeente overnemen, aanvullende subsidie om de kwaliteit van onderhoud te kunnen waarborgen. Alle speeltuinen moeten veilig zijn op basis  van de gangbare wet- en regelgeving. Ook de aansprakelijkheid moet goed geregeld zijn.  De speeltuinen onderhouden (nog meer) onderling relaties om de professionaliteit voortdurend op peil te houden en verder te ontwikkelen.  De overgang naar het nieuwe beheer verloopt budgetneutraal. De middelen voor de speeltuinen die nu nog verdeeld zijn onder de SMO’s, Stadsbedrijven en UVO blijven bestemd voor subsidiëring van de 21 speeltuinen.

3. Het veranderproces Studenten hebben in 2015 beheerscenario’s gemaakt voor de Utrechtse speeltuinen. Door gesprekken met vertegenwoordigers van de speeltuinen kregen ze inzicht in de praktijk van het beheer, hoe het er elders aan toe gaat en welke lessen er geleerd kunnen worden. Hun analyse was voor de betrokkenen bij de speeltuinen aanleiding meer onderlinge gesprekken te voeren over de toekomst van de speeltuinen.

In de tweede fase draaide het om onderzoek naar de gewenste kwaliteit en de verwachtingen van de speeltuinen. Gebruikers (een mix van kinderen, professionals, bewoners, wijkondernemers) en overige betrokkenen (o.a. beleidsmakers) hebben zich hierover gebogen en kwamen tot één plan per speeltuin. Vervolgens zijn de 21 afzonderlijke speeltuinplannen plus het advies ‘Speelruimte maken we samen’ aangeboden aan wethouder Everhardt. In alle plannen is aandacht besteed aan de relatie met de huidige SMO en aan de kwaliteitscriteria uit het advies. Het gaat onder meer om het pedagogische klimaat en goed technisch beheer. Een ander belangrijk punt is de meerwaarde van de speeltuin als plek voor het leggen van waardevolle verbindingen met de wijk. Een voorbeeld uit het advies: groen dat samen met kinderen en vrijwilligers wordt onderhouden onder begeleiding van een wijkhovenier, die tegelijk dagbesteding biedt aan mensen met een verstandelijke beperking. Sinds het hiervoor genoemde onderzoek is in veel speeltuinen een ontwikkeling ontstaan, zoals de verzelfstandiging van speeltuin Abstede en speeltuin Bankaplein en de totstandkoming van de nieuwe speeltuin Hoge Weide in Leidsche Rijn. De komende twee jaar willen we met alle betrokkenen hard werken

aan een stevig fundament voor de toekomst van álle speeltuinen: speeltuinen met mensen die samen vanuit het hart werken aan een levendige plek die verbonden is met de buurt. Deze beweging is inmiddels zichtbaar ingezet bij diverse speeltuinen. De organische ontwikkeling die hiervoor noodzakelijk is, heeft nog wel tijd nodig. Op 1 januari 2018 lopen de huidige afspraken met de SMO’s af. Voor het overbruggingsjaar 2018 maken we aparte afspraken. Alle partijen hebben er belang bij om de overgang naar een nieuwe subsidiering voor de speeltuinen geleidelijk vorm te geven als een groei-, leer- en ontwikkelingsproces, met gebruik van maatwerkafspraken. In sommige speeltuinen gaat het heel hard, hier kunnen en willen groepen mensen zo snel mogelijk verzelfstandigen. Andere speeltuinen beschouwen verzelfstandigen als een stip aan de horizon en hebben meer tijd nodig. Dit beleidskader is opgesteld om in beide situaties duidelijkheid te bieden. We omschrijven in dit kader met name het beleid voor beheerorganisaties van speeltuinen vanaf januari 2018. Het kader is tot stand gekomen in samenspraak met veel betrokkenen die het advies uit de tweede fase (onderzoek) verder hebben uitgewerkt. Beleidskader beheerde speeltuinen

7

3.1 Rol sociaal makelaar vanaf 2018 Voor 2017 en 2018 hebben de SMO’s de taak om de huidige speeltuinplannen af te maken in samenspraak met bewoners, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen. Tegelijk vragen wij de organisaties een partner te zoeken die met draagvlak uit de wijk de speeltuin wil beheren, zowel sociaal als technisch. Deze partner neemt het initiatief om samen met gebruikers en bewoners een speeltuinorganisatie op te zetten. De SMO’s nemen de verantwoordelijkheid om dit proces te faciliteren wanneer hieraan behoefte is. De nieuwe beheerorganisatie kan vervolgens een subsidieaanvraag indienen bij de gemeente op basis van de beleidsregel ‘beheerde speeltuinen’. Tot nu toe is gebleken dat de overgang naar verzelfstandiging in goede samenwerking met de SMO’s vorm krijgt. Het gemeentelijk streven is om in het verlengingsjaar 2018 zo zorgvuldig mogelijk de rust en continuïteit te waarborgen bij de SMO’s. Daarom stellen we voor de SMO’s gedeeltelijk financieel tegemoet te komen in 2018. Ze krijgen namelijk minder subsidie vanwege de uitvoering van het nieuwe beleid speeltuinen en de daaruit voortkomende verzelfstandiging van de speeltuinen. De gemeente maakt met elke afzonderlijke SMO afspraken over deze overbrugging. De situatie van iedere afzonderlijke speeltuin vraagt om maatwerk8

Beleidskader beheerde speeltuinen

oplossingen, zowel wat betreft het tempo als de personele consequenties. De gedachte is dat de gemeente eenmalig een financiële bijdrage levert en ook de SMO wordt gevraagd eenmalig een eigen bijdrage te doen. De SMO’s kunnen dit voorstel bij hun subsidieaanvraag 2018 betrekken. In de subsidiebeschikking worden de kwaliteitscriteria voor de speeltuinen opgenomen met bijhorende subsidiemiddelen voor het sociaal beheer van de speeltuinen. Hierdoor is een afzonderlijk subsidieaanvraag voor het beheer niet meer nodig. Uitgangspunt is dat in deze specifieke omstandigheden de huidige splitsing van sociaal beheer en technisch beheer in stand blijft. Dit betekent dat UVO en Stadsbedrijven hun huidige werkzaamheden voortzetten en hiervoor ook financiële middelen krijgen. De SMO’s, UVO en Stadsbedrijven moeten allemaal, net als de nieuwe speeltuinorganisaties, aan de nieuwe kwaliteitscriteria voldoen. Wanneer in 2018 een nieuw initiatief ontstaat voor het beheer, kan dit in beginsel pas vanaf 2019 starten en moet het op 1 juli 2018 (peildatum) bekend zijn. Hiervan afwijken kan alleen als de initiatiefnemer overeenstemming heeft met SMO, UVO en Stadsbedrijven over taken, verantwoordelijkheden en financiële middelen voor het lopende kalenderjaar.

3.2 Rol sociaal makelaar vanaf 2019 In de nieuwe beleidsregel voor sociaal makelaarsorganisaties (per 1 januari 2019) wordt het sociaal beheer van speeltuinen niet opgenomen als taak of verantwoordelijkheid. Naar verwachting zijn er dan nog niet overal nieuwe speeltuinorganisaties. Dit betekent dat het soms wenselijk is dat de SMO tijdelijk het sociaal beheer blijft uitvoeren. Op basis van onze inschatting wat betreft draagvlak en draagkracht voor verzelfstandiging, zijn de speeltuinen in te delen in twee typen. Het is belangrijk om te beseffen dat participatieprocessen om tot verzelfstandiging te komen, afhankelijk zijn van de energie onder betrokkenen en hun eigen tempo en dynamiek kennen. De indeling die hier volgt zien we daarom als een indicatie voor waar we nu staan: 1. Speeltuinen die al zijn verzelfstandigd, of die werken aan (organisatorische) randvoorwaarden om dit per 1 januari 2018 te bereiken. Draagvlak en draagkracht in de buurt worden in het participatieproces verder versterkt: De Zandloper, Sportspeeltuin Abstede, Noordsepark, Bankaplein, Hoge Weide, De Boog, Eilandsteede, Griftsteede, De Kameleon en De Bloesem. 2. Speeltuinen waar nog wordt gewerkt aan het versterken van draagvlak en draagkracht. Er is overleg met maatschappelijke organisaties en bewoners over het overnemen van verantwoordelijkheden. De intentie is om in 2017 en 2018 verdere stappen te zetten.

Deze speeltuinen zijn weer in twee groepen in te delen, namelijk: a. Speeltuinen met een sterk pedagogisch klimaat. Bij het vasthouden van de energie onder vrijwilligers is er voldoende potentie in de wijk om het draagvlak verder te ontwikkelen. Er worden initiatiefnemers gezocht om vorm te geven aan de verzelfstandiging: De Balije, De Albatros, Voorn, De Kleine Dom, De Duizendpoot en Fort Luna. b. Speeltuinen waar het pedagogisch klimaat verder versterkt moet worden of waar

het vasthouden van energie onder vrijwilligers blijvend aandacht vraagt. Deze speeltuinen blijven ook vanaf 2019 nog onder verantwoordelijkheid vallen van de sociaal makelaar en Stadsbedrijven. Het streven naar verzelfstandiging blijft wel staan, maar zonder druk te leggen op bewoners en gebruikers van de speeltuin: De Speelboom, Anansi, De Watergeus, Gagelsteede en De Watertoren. Om rekening te houden met deze uiteenlopende situaties en tegelijk de SMO’s duidelijkheid te geven over de hoogte van de subsidie vanaf 1 januari 2019, stellen wij het volgende voor: De speeltuinen onder 1 en 2a die per  1 januari 2019 nog niet zijn verzelfstandigd, met als peildatum de Voorjaarsnota 2018, blijven in de uitvraag voor de periode 2019 - 2020 in beheer van de SMO’s.  De speeltuinen onder 2b blijven tot 1 januari 2023 in beheer van de SMO’s. We maken wel een voorbehoud: de datum kan veranderen omdat die is gekoppeld aan de nieuwe subsidieperiode voor het sociaal makelaarschap, die nog bepaald moet worden. Voor alle genoemde speeltuinen blijft verzelfstandiging wel de ‘stip op de horizon’ om naartoe te werken. Mocht zich in de tussentijd een nieuwe speeltuinorganisatie melden, dan is afwijken van dit voorstel mogelijk. Voorwaarde is wel dat die organisatie overeenstemming heeft met de SMO, UVO en Stadsbedrijven over taken, verantwoordelijkheden en financiële middelen.

Een overname moet budgetneutraal verlopen en wordt voorgelegd aan de gemeente. Gezien de ervaringen tot nu toe hebben wij er alle vertrouwen in dat betrokken partijen hier in goed overleg uitkomen. Tot slot: de SMO kan de speeltuin benutten als werkgebied voor haar sociaal makelaars, als vindplaats voor nieuwe initiatieven of om contacten te leggen met kinderen en volwassenen.

Beleidskader beheerde speeltuinen

9

4. Plan per speeltuin De 21 beheerde speeltuinen hebben ieder een eigen identiteit en ze volgen allemaal een eigen route naar2 verzelfstandiging. 2 Hier een overzicht van de stand van zaken.

Sportspeeltuin

1 B

C

D

E

A

E

B

peildatum mei 2017

11

A A

B

C

E

A

B

De Albatros

Buurtspeeltuin

4

De Balije

de bruisende Albatros

bruisende ontmoetingen

A

A

B

B

Speeltuin

5

Speeltuin

18

Fort Luna

Anansi

vreedzame ontmoetingsplek

huiselijk en avontuurlijk

A

D

B

Bouwspeeltuin

3

De Bloesem

vreedzaam

sportieve ontmoetingsplek

A

Speeltuin

2

Abstede

A

17

B

B

14 Speeltuin

12 De Kleine Dom

13

internationale ontmoeting

A

16

B

3

19

A

9 13

20

Speeltuin

De Speelboom

A

B

A

11

Speeltuin

De Watergeus

B

C

D

E

Speeltuin

Eilandsteede

Doen natuurlijk!

A

B

15

de Zandloper

8

10

huiskamer van de wijk

A

E

7

8 14

D

wij en huiselijk

6

5

C

Buurttuin

7

C

1

4

samen en diversiteit

B

9

2

12

De Boog

groene ontmoetingsplek

15

21

Wijkspeeltuin

6

B

C

D

E

F

Speeltuin

De Duizendpoot

17

Speeltuin

De Watertoren

presentie

samen en ontdekken

A

A

B

A Speeltuinmakers (groep)

19

B

B Projectplan

of verzelfstandigd per

C Zelfstandige organisatie

1 januari 2018

Speeltuin

9

E Speeltuin is verzelfstandigd

Bankaplein

sporten - spelen - maken

A

B

C

D

E

D Businessplan A A

16

Speeltuin

Het Noordse Park

samen spelen

A

10

B

C

D

E

Beleidskader beheerde speeltuinen

18

Speeltuin

Gagelsteede

Zie voor de toelichting pagina 9, onder 3.2 punt 1. en 2.

A A

19

Speeltuin

Griftsteede

20

Speeltuin

Voorn

21

Speelboerderij

Hoge Weide

samen open

samen griftsteede

spelend leren

natuurlijk spelen

A

A

A

A

B

B

C A

D

E

B

B

C

D

10

Speeltuin

De Kameleon

natuurlijk spelen en ontmoeting

E

A

B

C

D

E

www.speeltuinen.org

11

4.1 Wat is tot nu toe bereikt Dit beleidskader is mede tot stand gekomen door een sterke betrokkenheid vanuit zeer diverse speeltuinen, tijdens de uiteenlopende fasen van ontwikkeling. Het beleidskader staat dan ook niet op zich, maar is sterk verbonden met de ontwikkelingen in de dagelijkse praktijk van de speeltuinen. Dit proces zelf heeft al veel energie en kennis opgeleverd bij de betrokkenen van de speeltuin en is terug te lezen op www.speeltuinen.org. In verschillende vormen werken betrokkenen aan de kwaliteitscriteria en aan praktische tools die speeltuinen helpen om deze kwaliteit te realiseren. Op dit moment

organiseren diverse speeltuinen zich om tot een volledig zelfstandig beheer te komen. Enkele nieuwe speeltuinbesturen zijn met elkaar in overleg om de kwaliteit van de speeltuinen bestuurlijk te waarborgen. Ze zien de waarde in van goede professionals naast vrijwilligers die dagelijkse werkzaamheden verrichten en activiteiten ontplooien. De afgelopen twee jaar is er een brede gemeenschap ontstaan van mensen in diverse posities rond de speeltuinen, die zich samen hard maken voor de professionaliteit, kwaliteit en speelruimte in het beleid.

4.2 Welke mogelijkheden geeft het beleidskader speeltuinen Verzelfstandigde speeltuinen hebben een grote mate van vrijheid in het aansturen en beheren van de speeltuinen. Ze krijgen middelen voor professioneel beheer, onderhoud en activiteiten en kunnen deze middelen aanvullen via fondswerving,

12

Beleidskader beheerde speeltuinen

verhuur van ruimte en inkomsten uit een breder aanbod van activiteiten. Speeltuinorganisaties kunnen sociaal ondernemend zijn en vanuit het hart van de speeltuin een plek maken die de buurt aantrekkelijker maakt.

5. Kwaliteit speeltuinen Iedereen onderschrijft het belang van een eenduidige, gemeenschappelijke meetlat voor het meten van de kwaliteit, met een daarbij behorende monitoring en een verantwoordingssysteem dat weinig extra tijd en rompslomp kost. Vanuit de vraag ‘Waar draait het om in de speeltuin?’ hebben we gezamenlijke kwaliteitscriteria ontwikkeld. Deze criteria benoemen de basis waaraan een speeltuin minimaal moet voldoen. Door deze criteria is het voor iedereen duidelijk wat aandacht moet krijgen, welke ambitie nodig is en of de speeltuinorganisatie voldoet aan de opdracht. Eenvoudig, voor iedereen zichtbaar en te volgen.

5.1 Het hart De criteria zijn gericht op het borgen en ontwikkelen van het hart van de speeltuin. Het draait in de speeltuin om het belang van ieder kind; om spelen, spelend leren en ontmoeten, voor zoveel mogelijk mensen. Kinderen die naar de basisschool gaan staan centraal, maar daaromheen is er ook aandacht voor peuters, ouders, volwassenen en ouderen. In elke speeltuin is een ‘hart’ aan te wijzen van waaruit ‘meer speeltuin’ kan ontstaan. In de ene speeltuin draait het om sport, in andere om ontspanning, vreedzaam samenspelen, natuur, presentie, spelend leren, vrijheid of buurtontmoeting. Door dit ‘kloppend hart’ in het midden van het speeltuinbeheer te plaatsen, kan het de functie van een vliegwiel krijgen: Vanuit het hart geselecteerde activiteiten  generen toeloop en bekendheid. Vanuit deze toeloop en bekendheid wordt de speeltuin als plek van en voor buurtbewoners gepositioneerd en worden mensen verleid om te komen, te blijven komen en om actief mee te werken.



Wanneer technische en sociale beheertaken vanuit het hart worden aangestuurd, kan veel meer sociale en economische waarde uit dezelfde euro’s worden gehaald. Een voorbeeld is het groen samen met vrijwilligers onderhouden onder begeleiding van een wijkhovenier, die tegelijk dagbesteding biedt aan mensen met een verstandelijke beperking. Het hart helpt ook bij het betrekken  van mensen, partners en fondsen van buiten de buurt. De sportspeeltuin zorgt bijvoorbeeld via afspraken met sportopleidingen voor een continue inzet van stagiaires.

Dit beheer vanuit het hart vraagt om focus, continue aandacht en inspanning. Het is een proces dat structurele aandacht vraagt. Elke speeltuin formuleert haar hart en bijbehorende kernwaarden en maakt deze breed bekend, zowel in de speeltuin en de buurt als op de eigen de website.

Beleidskader beheerde speeltuinen

13

5.2 Levendig De speeltuin is zo aantrekkelijk mogelijk, zodat er het hele jaar zoveel mogelijk kinderen en andere bezoekers uit de wijk komen: De speeltuin hanteert ruime openingstijden, die goed zijn afgestemd op de basisschooltijden en wensen van de buurt. Elke speeltuin bepaalt haar eigen openingstijden. De speeltuinen hebben zelf aangegeven ruime openingstijden te willen hanteren. De minimale eis is dat de speeltuin gemiddeld 6 dagen gedurende 5 uur per dag geopend is. De speeltuinen hebben zelf aangegeven ruime openingstijden te willen hanteren. Deze openingstijden worden breed bekend gemaakt, zowel in de speeltuin, in de buurt,  als op de website van de speeltuin. De speeltuin is één van de speelplekken in de  wijk waar kinderen spelen en waar opvallend gedrag bij kinderen gesignaleerd kan worden. De speeltuin is een plek waar rookvrij spelen  uitgangspunt is. De speeltuinorganisaties en/ of sociaal makelaarsorganisaties gaan hierover in gesprek met de gebruikers om te komen tot goede afspraken, zodat kinderen in een gezonde en prettige omgeving kunnen spelen. Tijdens openingstijden is er (pedagogische)  begeleiding of gastheerschap door mensen die zich structureel aan de speeltuin hebben verbonden en ervaring hebben met (deel) aspecten van het werk. De invulling van deze

begeleiding kan op tal van manieren plaatsvinden: door een betaalde, professioneel opgeleide pedagogisch medewerker, door vrijwilligers uit de buurt, door sociaal ondernemers, door partners in de wijk, door mensen in een leerwerktraject of door andere omwonenden met wie structurele afspraken zijn gemaakt. Tijdens de openingstijden kunnen er ‘kinder feestjes’ plaatsvinden in de speeltuin met een ouder/verzorgende. Hiervoor worden geen ruimtes binnen en/of buiten afgesloten. Het organiseren van besloten (kinder)feesten en -partijen is verboden. De speeltuin brengt een programmering  (vanuit het hart) met activiteiten en festiviteiten voor en door kleine en grote bezoekers. Dit programma wordt breed bekend gemaakt, onder meer via de website, social media en via het netwerk rond de speeltuin. Rondom deze programmering biedt de speeltuin zoveel mogelijk (vrije) ruimte voor initiatieven en activiteiten. Het aanvullende gebruik, ook wel dubbelge bruik genoemd, moet passen binnen de doelstellingen van het Vernieuwend Welzijn, verhuurbeleid en het beleidskader speeltuinen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de bestemming zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan en de wet Markt en Overheid zodat er geen oneigenlijke concurrentie ontstaat met ondernemers in de stad.

5.3 Mensen De speeltuin wordt door veel mensen uit diverse doelgroepen gedragen, zoals kinderen, ouders, vrijwilligers bij activiteiten, sociale professionals, bestuursleden, sociale ondernemers, stagiaires, technisch vrijwilligers/ betaalde krachten, mensen met dagbesteding of in een leerwerktraject en groenverzorgers. Zij maken samen de speeltuin, zorgen er samen voor dat activiteiten plaatsvinden en dat de speeltuin open, levendig, leuk, inclusief, uitdagend ingericht, goed onderhouden, veilig en vreedzaam is. Een vaste kern van kundige mensen, de ‘speeltuinmakers’, vormt de basis. Zij zijn de ‘vaste gezichten’ die herkenbaar in de speeltuin aanwezig zijn, begeleiding bieden, de programmering maken en het onderhoud regelen. Dit team ‘draait’ de speeltuin en staat op de website genoemd. Dit team heeft ook de kwaliteiten die nodig zijn voor de speeltuin, dus pedagogisch én zakelijk, technisch én sociaal.

14

Beleidskader beheerde speeltuinen

Elk teamlid beschikt in ieder geval over kennis van de vreedzame methodiek en bedrijfshulpverlening. Naast dit kernteam heeft elke speeltuin een flexibele schil van ‘speeltuin-mee-makers’, mensen die vaker of incidenteel iets doen, soms zelfstandig, soms met (veel) behoefte aan begeleiding. Ook over deze ‘schil’ wordt op de website iets verteld. Deze ‘speeltuin-mee-makers’ krijgen als ze dat willen, mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door een training Vreedzaam, activiteitenbegeleiding, groenonderhoud en/of bedrijfshulpverlening. Van alle mensen die de speeltuin ‘mee-maken’ wordt een intentieverklaring gevraagd waarin de basiswaarden staan van de speeltuin: ‘Zo doen wij het hier’. Daarnaast moeten de vrijwilligers/beroepskrachten van het kernteam een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) hebben.

5.4 Inrichting en voldoende speelwaarde De speeltuin is een leuke en levendige plek door de speeltoestellen, de natuurlijke speelaanleidingen, ontmoetingsplekken en spellen. Daarnaast kunnen kookvoorzieningen, de mogelijkheid voor het maken van koffie/thee en andere aanvullende horeca een belangrijke bijdrage leveren aan het kloppend hart. Elke speeltuin zorgt zowel binnen als buiten voor een gevarieerde, uitdagende inrichting die past bij het hart en die de verschillende leeftijdsgroepen (tot 6 jaar, 6-9 jaar en 9-12 jaar) in de buurt uitnodigt tot spelen en ontmoeten. De inrichting biedt ook speelmogelijkheden aan kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

De inrichting van elke speeltuin biedt voldoende ‘speelwaarde’ door diversiteit in: spelvormen/speeltoestellen die gezamenlijk  worden gebruikt; spelaanleidingen die de fantasie van kinde ren stimuleren; materialen die de creativiteit van het kind  stimuleren; spelaanleidingen die uitdagend en/of grens verleggend zijn; spelaanleidingen die sport- en beweging in  zich hebben.

5.5 Technisch beheer, onderhoud en huurovereenkomst De speeltuinlocatie omvat een gebouw en een buitenspeelruimte voor spelen en ontmoeten. Daarnaast zijn er speeltoestellen buiten het gebouw die dagelijks schoon, onderhouden, heel en veilig moeten zijn. Het streven is om dit gezamenlijk met gebruikers voor elkaar te krijgen, wat de betrokkenheid en het gevoel van medeverantwoordelijkheid kan versterken. Het is wel van belang dat de speeltuinorganisatie specifieke deskundigheid inhuurt, wanneer deze nog niet voorhanden is.

steuningsstructuur voor advies (zie par. 6.8). Speeltoestellen zijn gekeurd volgens de Europese normen, zoals opgenomen in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. In dit besluit is opgenomen dat er, naast het plaatsen van gekeurde speeltoestellen, ook periodieke keuringen moeten plaatsvinden. De speeltuinorganisatie houdt de bevindingen van deze keuringen bij in het logboek en verantwoordt die aan de gemeente in relatie tot de subsidiebeschikking.

Wij stellen voor om de speeltuinen te verhuren aan de nieuwe speeltuinorganisaties. De gemeente blijft eigenaar van de grond. Voor zaken als gebouwtjes, speeltoestellen, hekwerken, beplantingen en verhardingen wordt een huurafhankelijk recht van opstal opgesteld. Deze overeenkomst geeft duidelijkheid over verantwoordelijkheden van de speeltuinorganisatie en de gemeente. De huurovereenkomst kan beëindigd worden wanneer de speeltuinorganisatie niet aan de voorwaarden voldoet of de speeltuinorganisatie zichzelf opheft. Voor een verdere beschrijving zie de bijlage.

De Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden is op spetterbaden van toepassing. De speeltuinorganisatie geeft uitvoering aan deze wetgeving en zorgt voor voldoende kennis hierover door inhuur of door zichzelf te bekwamen. De speeltuinorganisatie draagt zorg voor goed onderhoud van de opstallen. Hierbij mag wel zichtbaar zijn dat de opstallen gebruikt worden, maar er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud (NEN 2767, niveau 3).

De speeltuin moet voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet en het Bouwbesluit. Om hierin wegwijs te worden, kan een speeltuinorganisatie terecht bij de Utrechtse onder-

Bezoekers kunnen melding maken van gebreken, bijv. een defect speeltoestel of een hek dat niet goed werkt. Gebreken en defecten worden gemeld en geregistreerd en binnen een redelijke termijn verholpen. De speeltuinorganisatie houdt zich daarbij aan haar zorgplicht.

Beleidskader beheerde speeltuinen

15

5.6 Pedagogisch klimaat De gemeente Utrecht kiest voor een samenhangende pedagogische aanpak. Alle organisaties die in de wijk met kinderen in de basisschoolleeftijd in aanraking komen, worden gestimuleerd om de vreedzame of een vergelijkbare methodiek te gebruiken. Dit doen we vanuit de overtuiging dat we kinderen en jongeren op allerlei plekken goed moeten voorbereiden op het leven in een democratische samenleving. Deze staat of valt met het vermogen om op vreedzame wijze conflicten op te lossen, om een bijdrage te leveren aan de gemeenschappen open te staan voor verschillen

tussen mensen. Elke speeltuin geeft op eigen wijze een praktische invulling aan de vreedzame methodiek, op een manier die past bij de plek, de scholen in de buurt en de speeltuingemeenschap. Het vreedzaam werken in de speeltuin wordt elk jaar geëvalueerd en bijgesteld in een jaarplan. Uit onderzoek blijkt dat zichtbaarheid van het logo van vreedzaam voor kinderen onder de 12 jaar bijzonder werkzaam is als het gaat om de overdracht van kennis van school naar andere plekken. Het is daarom wenselijk het logo van vreedzaam in elke speeltuin zichtbaar te maken.

5.7 Bestuur en sociaal ondernemerschap In de huidige structuur is de speeltuin ‘van niemand’. Voor de toekomst is het gewenst dat er in elke speeltuin één duidelijke partij bekend en aanspreekbaar is op het beheer. Voorwaarden voor de speeltuinorganisatie: Voldoet aan de Utrechtse voorwaarden  voor goed bestuur.  Is verbonden met de buurt en werkt samen met belangrijke sociale partners rondom de speeltuin: draagt zorg voor participatie van kleine en grote bezoekers in de speeltuin zelf en bij het bestuur van de speeltuin.  Is zichtbaar, volgbaar en aanspreekbaar. Dat wil zeggen dat, bestuursleden bekend worden gemaakt op de website, inclusief de mogelijkheid om contact met hen op te nemen;

• de speeltuin de financiële jaarcijfers publiceert (op het niveau van de individuele speeltuin) op haar website, zodat voor iedereen inzichtelijk is hoe de publieke middelen worden ingezet en (optimaal) aangevuld; • de speeltuin publiceert hoe zij risico’s beheerst, welke verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid (ouders van) bezoekers zelf dragen en voor welke risico’s de speeltuinorganisatie aansprakelijk en verzekerd is. Zorgt ervoor te voldoen aan de minimale  kwaliteitscriteria en is aanspreekbaar op de kwaliteitscriteria door jonge en oudere bezoekers, omwonenden, overige inwoners van Utrecht én door de gemeente.  Faciliteert het sociaal beheer en het team begeleiders om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria.

5.8 Ondersteuning, begeleiding en advisering speeltuinorganisaties In beginsel sturen de speeltuinorganisaties de speeltuinen zelfstandig aan. Speeltuinorganisaties die ondersteuning vragen op juridisch, beleidsmatig en operationeel gebied worden hierin bijgestaan door deskundigen. Er is veel deskundigheid in de stad, zoals uiteraard bij de SMO’s. Maar ook ondernemers als Labyrinth, Social Firm en verschillende speeltuinondernemers staan speeltuinen met specifieke vragen bij, ieder vanuit een unieke deskundigheid. Deskundigheid die (nog) niet in de stad

16

Beleidskader beheerde speeltuinen

voorhanden is wordt elders gezocht. Zo staat het NUSO vanuit haar landelijke ervaring de nieuwe Utrechtse speeltuinbesturen bij. Tenslotte is aan de makers van de online tool voor speeltuinbesturen, de zogenoemde ‘bestuurskamer’, gevraagd om een Utrechtse variant in te richten. Mede op basis van onze eerdere ervaringen bij (netwerk) buurtcentra in zelfbeheer geeft dit ons voldoende vertrouwen om passende ondersteuning te bieden wanneer dit gewenst is.

en t nd uur o rb b ve t de e m

Integrale sturing en sociaal ondernemerschap door een zelfstandige speeltuinorganisatie

d

en ep o r sg

zi a a v o l ch t ns g b b a pr aa ar, ee r e kb n aa r

e ts en ch ard uur e r a t ut rw es o b o v ed go

Voor

© Organisatiekunstenaar Beleidskader beheerde speeltuinen

17

ver sch ille n

de

le

ef tij

6. Financiën Wanneer de taken en verantwoordeljkheden voor de speeltuinen verschuiven, heeft dit invloed op de financiering. Dit betekent dat de gereserveerde middelen voor de speeltuinen worden herverdeeld. Speeltuinen kunnen hiernaast ook zelf voor inkomsten zorgen.

6.1 Herverdeling middelen Sociaal makelaarsorganisaties, UVO en Stadsbedrijven In de gemeentelijke begroting is geld gereserveerd voor het beheer van de speeltuinen. De afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling onderhoudt de subsidierelatie met de SMO’s die het sociaal beheer verzorgen en draagt er zorg voor dat Stadsbedrijven het facilitair en technisch beheer uitvoert en UVO het eigenaarsbeheer. Deze taken voeren zij uit vanuit een breder takenpakket. Het is hierdoor niet altijd duidelijk welk deel van het budget beschikbaar is per speeltuin. Voor de betrokkenen zelf en op de buitenwereld komt de organisatie van het beheer vrij complex over. Vanuit de gebruiker gezien is de besluitvorming over de besteding van de middelen niet of nauwelijks transparant of beïnvloedbaar. Bezoekers krijgen regelmatig

18

Beleidskader beheerde speeltuinen

een onvolledig beeld, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig middelen zijn voor de speeltuinen. Dit geeft onvrede, vooral bij vrijwilligers en bewoners die meer invloed en betrokkenheid willen hebben bij de speeltuin.

6.2 Geldstromen Wij stellen voor om op basis van het advies uit de tweede fase van het veranderproces ‘Speelruimte maken we samen’, iedere speeltuin met een basisbudget te subsidiëren. Dit basisbudget kan desgewenst verhoogd worden met extra middelen in verband met hogere beheerlasten en/of extra aandacht voor het pedagogische klimaat binnen de speeltuin. De subsidie is bedoeld als bijdrage aan de exploitatie- en beheerlasten en is niet

bij voorbaat dekkend voor alle lasten. De subsidie wordt aangevraagd op basis van de nieuwe beleidsregel ‘Beheerde speeltuinen’ en kent meerjarige afspraken met een jaarlijkse subsidie. Speeltuinen kunnenop verschillende wijzen zelf voor inkomsten zorgen, zoals via fondsenwerving, donaties en activiteitbijdragen en verhuur met activiteiten passend binnen de context van Vernieuwend Welzijn.

6.3 Huidige verdeling middelen , 2.000.000

Sociaal beheer, subsidie aan SMO’s

- 400.000

Facilitair beheer, interne opdracht Stadsbedrijven

- 350.000

Eigenaarsonderhoud hoofdgebouw en vervanging speeltoestellen

- 2.750.000 totaal

Beschikbaar aan middelen voor het totale beheer van speeltuinen.

6.4 Verdeling middelen vanaf 1 januari 2018 a - 93.500

Basisbudget technisch en sociaal beheer per speeltuin

Gebaseerd op:

- 60.000

Inhuur betaalde kracht(en)

- 20.000

Voor (dagelijks) technisch onderhoud, exploitatiekosten zoals energie, belastingen, verzekeringen, schoonmaakkosten en (dagelijks) onderhoud speeltoestellen

- 13.500

Voor onderhoud en vervanging los speelgoed voor binnen en buiten, onderhoud aan overige schuurtjes, bijgebouwtjes e.d. en bijdrage voor verbruiks materialen.

N.B

Dit basisbudget wordt als geheel gesubsidieerd zonder oormerking van kosten. Basisbudget kan opgehoogd worden met onderstaande reserveringen, afhankelijk van de mate overname verantwoordelijkheden.  Sociaal Makelaarorganisaties ontvangen - 60.000 voor personele lasten en een gedeelte van - 13.500. Dit laatste is afhankelijk van de tijdelijk afspraak wel/niet bijgebouwtjes te onderhouden.

Beleidskader beheerde speeltuinen

19

b - 210.000

Afschrijving/vervanging speeltoestellen per speeltuin - 10.000 (gemiddelde levensduur speeltoestellen 10–15 jaar)

- 168.000

Eigenaarslasten en bestemmingreserve hoofdgebouw per speeltuin - 8000 (groot onderhoud o.a. dak, kozijnen, riolering, elektriciteit), belastingen, schoonmaakkosten en (dagelijks) onderhoud speeltoestellen

- 200.000

Reservering voor tijdelijk extra sociaal beheer t.b.v. ondersteuning pedagogisch klimaat, verzekeringen, schoonmaakkosten en (dagelijks) onderhoud speeltoestellen

- 108.500

Middelen voor hogere structurele huur, beheer- en/of kapitaallasten

- 100.000

Post onvoorzien voor o.a. ondersteuning besturen/samenwerking tussen speeltuinen, innovatie, advisering en eenmalige onvoorziene kosten

- 2.750.000 totaal per jaar

20

Beleidskader beheerde speeltuinen

Bijlage Regelen van verantwoordelijkheid Spelen is niet zonder risico en aan de inrichting en het onderhoud van een veilige speelomgeving zijn veel wettelijke verplichtingen verbonden. Het is belangrijk dat deze verantwoordelijkheden in de speeltuin goed zijn vastgelegd. Het moet voor iedereen helder zijn wie verantwoordelijk en aansprakelijk is voor onderhoud, veiligheid en eventuele ongelukken.

Eigendom van grond en opstallen De gemeente Utrecht is eigenaar van de grond waarop zich de speeltuinen, hekwerken, speeltoestellen, beplanting en gebouwtjes bevinden. De eigenaar van de grond is automatisch juridisch eigenaar van alle onroerende goederen (natrekking). Dit kan alleen wijzigen door een recht van opstal. In het navolgende worden de gebouwtjes  en speeltoestellen gezamenlijk aangeduid als ‘opstallen’. De speeltoestellen die als opstallen kunnen worden aangemerkt, zijn de toestellen die duurzaam met de grond zijn verenigd, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een fundering.  De meeste speeltoestellen worden als onroerend aangemerkt, maar de toestellen die naar hun aard tijdelijk aanwezig zijn (zoals een opzetbaar zwembad in de zomer,  of tijdelijke constructies boven de grond)  zijn roerend.

Voor roerende speeltoestellen geldt dat de eigenaar daarvan aansprakelijk is voor de deugdelijkheid. Dit kan een andere eigenaar zijn dan de grondeigenaar.Een recht van opstal is daarom voor roerende speeltoestellen niet nodig.  De keuring op grond van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen is zowel voor roerende als onroerende speeltoestellen verplicht.

Beleidskader beheerde speeltuinen

21

Huurovereenkomst De gemeente verwacht volledige exploitatie van de speeltuin door de speeltuinorganisatie. Dit wordt gezien als tegenprestatie in natura. Hierdoor zal er sprake zijn van een huurovereenkomst tussen gemeente en speeltuinorganisatie. Dat er geen financiële vergoeding voor de huur wordt gevraagd, doet daarbij niet ter zake. Als de grond en de opstallen gezamenlijk worden verhuurd, blijft de aansprakelijkheid voor allebei bij de gemeente rusten. Gelet op de overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden naar de speeltuin, is dat onwenselijk. Een oplossing kan gevonden worden in het overdragen van het eigendom van de opstallen; zie

daarvoor de volgende paragraaf. De grond blijft eigendom van de gemeente en wordt verhuurd. De huurovereenkomst kan van jaar tot jaar worden verlengd, waarbij de opstallen telkens de huur volgen. Als de huurovereenkomst op enig moment wordt beëindigd of niet wordt verlengd, komen de opstallen vanzelf weer terug bij de gemeente. Een demarcatielijst kan als bijlage bij de huurovereenkomst; hierin kan worden opgenomen wat de taken en bevoegdheden van beide partijen zijn ter zake de grond. De taken en bevoegdheden ter zake de opstallen, kunnen worden vastgelegd in de opstalvoorwaarden die horen bij het HARVO; zie hierna.

Huurafhankelijk recht van opstal (HARVO) Wij stellen voor om de speeltuinen te verhuren aan de nieuwe speeltuinorganisaties, waarbij in alle gevallen de gemeente eigenaar blijft van de grond. Voor de opstallen zal, in dezelfde overeenkomst, een huurafhankelijk recht van opstal worden verleend. Voor het recht van opstal moet vervolgens een notariële akte worden verleend die wordt ingeschreven in het Kadaster. Zo is duidelijk dat de speeltuinorganisatie eigenaar is van de opstallen, en is zij dus aansprakelijk als een opstal gebreken vertoont waardoor derden schade lijden. In de jaarlijkse subsidievoorwaarden en de huurovereenkomst zijn de voorwaarden voor de verhuur en een demarcatielijst opgenomen.

De werkzaamheden die hiervoor nodig zijn, worden deels gefinancierd uit de jaarlijkse subsidie, maar ook door sociaal ondernemerschap en fondsenwerving van de speeltuinorganisatie. Deze werkzaamheden worden vervolgens aangemerkt als een tegenprestatie, waardoor er sprake is van een huurovereenkomst en niet van een bruikleenovereenkomst. De huurovereenkomst eindigt in beginsel op het moment dat de subsidie wordt beëindigd. Het HARVO volgt de huurovereenkomst, en zal op hetzelfde moment eindigen als de huurovereenkomst. De opstallen komen dan weer terug bij de gemeente, waardoor zij ook weer aansprakelijk is voor eventuele gebreken daaraan.

Oplevering einde huur Wanneer de gemeente de grond, hoofdgebouw, speeltoestellen, hekwerken en diverse opstallen e.d. door middel van een huurovereenkomst in combinatie met een HARVO ter beschikking stelt, wordt afgesproken wat de staat van onderhoud moet zijn bij teruglevering. Hierbij worden kwaliteitscriteria gehanteerd als uitdagend, speelwaarde, technisch beheer en onderhoud (zie 5.4 en 5.5). In de opstalvoorwaarden worden eveneens eisen gesteld aan het

gebruik van de opstallen conform de kwaliteitscriteria (5.1 t/m 5.7). Het is de speeltuinorganisatie toegestaan om zelf nieuwe opstallen op de grond te plaatsen, of bestaande te vervangen, mits ook deze voldoen aan de kwaliteitscriteria. Bij het einde van de huur vervallen deze zonder vergoeding aan de gemeente. Zij dienen bij teruglevering eveneens te voldoen aan de kwaliteitscriteria inrichting en onderhoud (par. 5.4 en 5.5).

Vergunningen Voor zover voor (een deel van) de activiteiten van een huurder vergunningen nodig zijn, dient hij deze voor eigen rekening en risico aan te vragen en te verkrijgen. Het in werking treden van de overeenkomst kan daarvan afhankelijk worden gesteld. Denk aan de volgende vergunningen:

22

Beleidskader beheerde speeltuinen

Additionele horeca of andere vormen van horeca (hierover dient vooraf overeenstemming te zijn met de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling waarmee de subsidieovereenkomst afgesloten is). Evenementenvergunningen. Gebruiksvergunning of melding voor brandveiligheid.

Aansprakelijkheid Indien iemand schade lijdt in de speeltuin, bijvoorbeeld door een val van een speeltoestel, kan hij of zij via verschillende wetsingangen proberen de schade te verhalen op een ander. Vanuit de eigenaarsrol is de gemeente in beginsel aansprakelijk indien een persoon schade lijdt als gevolg van gebrekkigheid van de opstallen of de speeltoestellen. Als iemand schade lijdt zonder dat er sprake is van een gebrek aan het opstal (zoals speeltoestellen, hekwerken, beplantingen en verhardingen), bestaat die aansprakelijkheid in beginsel niet. Deze aansprakelijkheid op grond van het eigendom geldt ook wanneer de gemeente het technisch- en sociaal beheer volledig uit handen geeft en geen zicht heeft op de gang van zaken. Wanneer de speeltuinorganisatie het eigendom van de gebouwen en toestellen overneemt, verkrijgt die daarmee de aansprakelijkheid voor de deugdelijkheid ervan. De aansprakelijkheid voor de roerende speeltoestellen berust, voor zover die toestellen geen eigendom zijn van

de gemeente, niet bij de gemeente. Naast de aansprakelijkheid op grond van eigendom, geldt de algemene wettelijke aansprakelijkheid. Een bezoeker van een beheerde speeltuin gaat met de speeltuinorganisatie een (stilzwijgende) verbintenis aan dat er veilig gespeeld kan worden. Wanneer dit niet zo is, bijvoorbeeld omdat er structureel te weinig of onbekwaam toezicht aanwezig is, kan dit de speeltuinorganisatie worden verweten. Dit kan ook aan de orde zijn indien de opstallen op zichzelf niet gebrekkig zijn. In de huurovereenkomst moet een vrijwaring voor de gemeente worden opgenomen. De zelfstandige speeltuin vrijwaart de gemeente voor schade en kosten, claims van derden, uit welke naam of hoedanigheid ook, voortvloeiend uit het betreden of gebruik van de speeltuin. Voor de opstallen geldt al dat de speeltuinorganisatie aansprakelijk is, maar voor de grond geldt dat niet automatisch en daarom is deze vrijwaring nodig.

Verzekeren De speeltuinorganisatie neemt dus met het beheer van de speeltuin ook verantwoordelijkheden en risico’s over van de gemeente. Om deze (financiële) risico’s van speeltuinorganisaties te ondervangen biedt de NUSO (een landelijk vereniging voor speeltuinen waar 550 speeltuinen bij aangesloten zijn) aanvullend op de ‘Domstad-polis’

(aansprakelijkheidsverzekering voor vrijwilligers die voor de gemeente Utrecht werkzaamheden verrichten) haar leden collectieve verzekeringen aan. Verzekeringen die via de NUSO kunnen worden aangeboden zijn: aansprakelijkheid, ongevallen, bestuurdersaansprakelijkheid en gebouw/opstal. De verzekeraar zal in de polis voorwaarden stellen aan de verzekeringnemer.

Beleidskader beheerde speeltuinen

23

Colofon Fotografie: Suzan Verdonschot Vormgeving: Kris Kras content, context and design UITGAVE GEMEENTE UTRECHT Maatschappelijke Ontwikkeling Mei 2017

Spelen in je eigen buurt

Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht, maart 2022

Utrecht.nl

Colofon Projectgroep

Opgaveteam Spelen, Sporten en Bewegen. Arienne Kuin, Sandra Hanrath, Mark Ouendag, Barbara Rijpkema, Matei Klewer, Erik van Vliet, Jeroen Koning, Marielle Peeters

Opdrachtgever

Anouk Teuns, in gezamenlijke opdracht van Ruimte, MO en Volksgezondheid

Extern advies

Speelplan Advies & Onderzoek

Grafische realisatie OntwerpStudioRuimte

Versiedatum 22 maart 2022

Bestuurlijke besluitvorming Vastgesteld 22 maart 2022

3 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Inhoudsopgave Colofon

2

Samenvatting

4

1. Buitenspelen is belangrijk

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Waarom buitenspelen goed is voor een kind Waarom buitenspelen goed is voor de buurt Spelen is een Utrechtse ambitie Spelen is leuk Speelruimte staat onder druk De nieuwe Utrechtse Speelvisie Spelen in een gezonde stad

5 5 5 6 6 7 9

2. Verschillende soorten speelruimte

10

3. Speelruimtenorm

14

4. Spelen in het groen en veilig spelen

20

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Ingerichte openbare speelruimte Vrij bespeelbare openbare ruimte Overige speelruimte

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Speelbuurten De kwantitatieve speelnorm Buurt- en blokplekken De norm in de praktijk Spelen hoeft niet alleen in de speeltuin: de kwalitatieve speelnorm 3.6 Een goed ingerichte speelplek 4.1 Spelen in het groen 4.2 Veilig spelen in de openbare ruimte

10 10 12 13 14 15 16 16 18 18 18 20 22

5. De visie in de praktijk

23

6. Sturen en verantwoorden

25

5.1 De speelruimtescan 5.2 Interventies bij afwijking van de speelruimtenorm 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Inleiding Gedeelde waarden Kaders en randvoorwaarden Informatie en data Leren en verbeteren

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8

Relaties met andere beleidsvelden Verschillende soorten speelruimte ‘Achter een hek’ Speelbuurten van wijk West Toelichting Jantje Beton Norm en Poster Utrechtse Speelnorm Fotostrip kwaliteit speelbuurt en speelplek Groene speelplekken Uitvoeringsstrategie visie speelruimte

23 24 25 25 25 25 25

26 29 31 32 33 38 41 48

4 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Samenvatting Voor u ligt de nieuwe visie op spelen in Utrecht: Spelen in je eigen buurt. Deze visie vervangt de speelruimtenota uit 2009.

met kleinere plekken voor de jongste kinderen en met sportvoorzieningen voor de jeugd.

Per 1 januari 2020 wonen er in Utrecht 70.606 kinderen tussen de 0 en 18 jaar (20 % van het totaalaantal inwoners). Deze kinderen groeien op in een stad die de ambitie heeft om een gezonde en groene stad te zijn waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Buitenspelen is essentieel voor opgroeiende kinderen. Ze ontwikkelen hun motorische vaardigheden, leren samen te spelen en zijn in beweging in de buiten­ lucht. Buitenspelen draagt bij aan de minimale beweegrichtlijn van 1 uur per dag, voor kinderen van 4-18 jaar.

Spelen in je eigen buurt is een uitwerking van ambities die zijn uitgesproken in de Ruimtelijke Strategie 2030, de Nota Volksgezondheid en Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke voorzieningen. Met deze visie willen we de ambities voor een stad waarin ruimte is om te spelen, concreet maken. De Speelvisie sluit ook aan bij de koers uit de RSU 2040. De RSU 2040 is bij het schrijven van dit document niet in werking getreden vanwege een inleidend verzoek tot een raadgevend referendum”

De komende jaren groeit Utrecht door naar ongeveer 450.000 inwoners. Om voldoende woningen te hebben voor alle (toekomstige) bewoners gaan we de komende jaren veel woningen bouwen binnen de bestaande stedelijke structuur. Daarnaast staat de openbare ruimte verder onder druk. Veel meer fietsers, sporters en auto’s maar ook bomen en struiken vragen om ruimte. Deze nota geeft handvatten om bij deze ontwikkelingen te zorgen voor voldoende speelruimte van voldoende kwaliteit en daarmee bij te dragen aan een gezonde leefomgeving voor onze jongste bewoners. Hierbij gaat het zowel om (beter) bespeelbare openbare ruimte (zoals vrije stoepruimte, autovrije en -luwe straten) als om ingerichte plekken met speeltoestellen. We streven naar een stad waarin elk kind kan spelen en bewegen, zodra hij of zij de (voor)deur uitstapt. Dit betekent dat de openbare ruimte beter bespeelbaar wordt, voor jong en oud. Onderdeel van deze visie is de Utrechtse speelruimtenorm, met de ambitie dat binnen 200 meter van iedere woning speelruimte te bereiken is. We houden daarbij rekening met het aantal kinderen dat in een buurt woont, en ook met de barrières die een kind over moet om bij een speelplek te komen. We zetten in op de grotere speelplekken, waar de hele buurt welkom is en gespeeld kan worden door jong en oud. Dit netwerk vullen we aan

5 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

1. Buitenspelen is belangrijk 1.1 Waarom buitenspelen goed is voor een kind

Spelen speelt een centrale rol in de cognitieve, sociaal-emotionele en lichamelijke ontwikkeling van kinderen. Door te spelen leren kinderen de wereld om hen heen te begrijpen, ontwikkelen ze hun motorische vaardigheden en ontdekken ze hoe ze hun fantasie kunnen gebruiken in hun spel. Door buiten te spelen komen zij in de frisse buitenlucht en vaker in het groen. De beweegrichtlijn voor kinderen van 4-18 jaar is minimaal 1 uur per dag matig intensief bewegen. (Bron: kenniscentrumsportenbewegen. nl). Buitenspelen draagt daaraan bij. Kinderen die lichamelijk actief zijn lopen aantoonbaar minder risico op overgewicht. (Sallis et al., 2000; Jiménez-Pavón et all., 2010) Ook blijkt dat bewegen voor kinderen en jongeren een positief effect heeft op andere gezondheidsaspecten zoals botdichtheid, bloedlipiden (cholesterol) en bloeddruk (Strong et all., 2005). Ook op de lange termijn zijn er gezondheidsvoordelen, en heeft buiten spelen een preventieve werking op het ontstaan van ziektes, zoals osteoporose, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 (Wendel-Vos et all., 2010). Daarnaast is er een positieve relatie tussen lichamelijke activiteit en psychisch welbevinden van kinderen.

Zo bleek uit een onderzoek onder 10-jarigen dat kinderen die meer bewegen minder vaak een laag zelfvertrouwen hebben en minder vaak gevoelens van angst en depressie kennen dan kinderen die minder bewegen (Parfitt en Eston, 2005). Naast het positieve effect op de gezondheid leren kinderen door samen te spelen met elkaar om te gaan, rekening met elkaar te houden en hun grenzen aan te geven. Spelen stimuleert bovendien het probleem­oplossend gedrag, taal- en betekenisverwerving en logisch denken. Voor kinderen is buitenspelen belangrijk voor hun sociale netwerk en het sluiten van vriendschappen. Dit is extra belangrijk voor kinderen die niet in hun eigen buurt op school zitten. Omdat ze niet via school met buurtgenootjes in contact komen is goede buitenspeelruimte, die samenspel stimuleert, heel belangrijk voor de binding met hun woonomgeving.

1.2 Waarom buitenspelen goed is voor de buurt

Een kindvriendelijke woonomgeving bindt gezinnen met kinderen aan de stad. Gezinnen spelen een belangrijke rol in de vorming van stevige sociale structuren, bijvoorbeeld via scholen en (sport)verenigingen. Die sociale verbanden versterken doordat kinderen in een buurt veel met elkaar spelen en hun ouders elkaar ontmoeten. Een goede sociale cohesie in de buurt verhoogt het woongenot en verkleint de kans op overlast en vandalisme. Bewoners die een prettige relatie hebben met de buurtkinderen, ervaren ook minder (geluids)overlast als die kinderen op straat spelen.

1.3 Spelen is een Utrechtse ambitie

In de afgelopen jaren zijn in verschillende documenten al gemeentelijke ambities op het gebied van sporten en spelen geformuleerd. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2030 is de ambitie opgenomen om

6 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

meer ruimte te creëren voor ontmoeting in te zetten op een omgeving die aanzet tot bewegen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 zijn sporten en spelen onderdeel van de ruimtevraag in de Utrechtse barcode. In de openbare ruimte vindt het grootste deel van het (sociaal) stedelijk leven plaats. De gemeente wil dan ook meer ruimte voor groen, spelen en verblijven in de openbare ruimte. Dit betekent dat o.a. de verkeer- en parkeerruimte de komende jaren anders ingericht gaat worden. De RSU 2040 is bij het schrijven van dit document niet in werking getreden vanwege een inleidend verzoek tot een raadgevend referendum. Het vastgestelde Koersdocument Leefbare stad en Maatschappelijke voorzieningen stelt eveneens dat het cruciaal is dat er in de openbare ruimte van een verdichtende stad ruimte is om te kunnen spelen, sporten en bewegen. Ruimte om te spelen en sporten staat gelijk aan een brede ontplooiing van kinderen en jongeren. De ambitie is dan ook dat ieder kind, jeugdige en jongere een uitdagende en veilige plek in de buurt van de eigen woning vindt om te spelen, sporten en bewegen. Ten slotte wordt ook in de nota Volksgezondheid “Gezondheid voor iedereen” de ambitie geformuleerd dat de leefomgeving van Utrechters zo is ingericht, dat gezond leven gemakkelijk is en daarmee de druk op de gezondheid zo laag mogelijk. Ruimte om te spelen in de directe woonomgeving hoort daarbij.

De voorliggende speelvisie en de bijbehorende Utrechtse speelnorm voor speel- en verblijfsplekken in de buurt werkt deze ambities preciezer uit. Het gaat daarbij zowel om ingerichte speel- en sportplekken als om bespeelbare openbare ruimte. Immers, kinderen spelen overal.

Ruim vier op de tien kinderen spelen dagelijks minimaal een uur buiten

Uit de Jeugdmonitor 2017-2018 blijkt dat ruim vier op de tien kinderen (42%) uit groep 7 en 8 minimaal een uur per dag buiten spelen. In vergelijking met twee jaar geleden is dit aandeel afgenomen (2014: 49%). Jongens (51%) spelen vaker dan meisjes (34%) minimaal een uur per dag buiten. Vooral jongens met een Marokkaanse achtergrond (64%) geven aan veel buiten te spelen. Leerlingen die in Leidsche-Rijn en Vleuten-De Meern wonen (beide 34%), spelen het minst buiten. In de wijken West, Noordwest, Oost en Zuidwest wordt juist vaker dan gemiddeld (minimaal een uur per dag) buiten gespeeld.

1.4 Spelen is leuk

Ten slotte is het, los van de positieve effecten op de ontwikkeling van kinderen en de leefbaarheid van de stad, ook gewoon leuk om te spelen. Het is voor kinderen en jongeren dé manier om te recreëren, te sporten en bewegen en te ontspannen. In een gezonde stad voor iedereen hebben zij daar, net zo goed als volwassenen, recht op. Niet voor niets is het recht om te spelen vastgelegd in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

1.5 Speelruimte staat onder druk

De druk op de openbare ruimte is hoog in Utrecht, en zal met de verwachte groei van de stad verder toenemen. Speel- en verblijfs­ ruimte concurreert daarbij met ruimte voor o.a. woningen, winkels en parkeergelegenheid. Tegelijkertijd zien we dat het aantal kinderen dat minder dan een uur per dag buiten speelt toeneemt. Wanneer de ruimte voor spelen en verblijven in de eigen buurt afneemt, zal deze trend versneld voortzetten. Juist de mogelijkheden om laagdrempelig, dicht

7 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

bij huis te kunnen spelen zijn essentieel om dagelijks buiten spelen voor alle kinderen mogelijk te maken. Deze visie en de bijbehorende norm maken concreet hoeveel speelruimte gewenst is bij nieuwe ontwikkelingen in een woonbuurt. De komst van corona lijkt het buitenspelen voor sommige kinderen weer een nieuwe impuls te hebben gegeven. Het is alsof bij het wegvallen van school en andere verplichtingen als sport en clubjes het buitenspelen is herontdekt. Dit geldt niet voor alle kinderen. Het Mulier Instituut (Mulier instituut 2020) geeft aan dat de verschillen tussen kinderen die wél voldoende buiten spelen en de kinderen die dat niet doen, groter zijn geworden tijdens corona (Mulier instituut 2020). Dus kinderen die al graag buiten speelden, doen dat tijdens corona nog meer; en kinderen die niet buiten speelden voor corona, doen dat nu ook niet. Het stimuleren en faciliteren van buiten spelen, vooral bij de groepen die dat nu niet of nauwelijks doen, blijft daarmee belangrijk.

1.6 De nieuwe Utrechtse Speelvisie

Het faciliteren van spelen in de openbare ruimte vraagt om een nauwe verbinding tussen onder andere fysieke ruimte en voorzieningen, activering en betrokkenheid van verschillende doelgroepen en technisch beheer en onderhoud. Alleen door inspanningen op die verschillende vlakken aan elkaar te verbinden kan echt een stap vooruit worden gemaakt als het gaat om spelen in de Utrechtse openbare ruimte. In de huidige situatie ontbreekt een duidelijk kader voor de ruimtelijke kant van spelen in de openbare ruimte, omdat het huidige speelruimtebeleid verouderd is. Deze visie geeft een ruimtelijk kader voor vragen rondom fysieke speelruimte. Dit zijn vragen als: is er in deze buurt voldoende speelruimte? Bevat deze speeltuin nog de juiste inrichting? Kan er een speeltuin voor jonge kinderen worden toegevoegd in deze buurt? Wat is er nodig voor de oudere jeugd in deze buurt?

In deze speelvisie werken we vanuit vier basisprincipes, namelijk: • Spelen dicht bij huis. Om de mogelijkheid om zelfstandig te kunnen spelen te kunnen waarborgen is het belangrijk dat kinderen dicht bij huis, in hun eigen buurt voldoende ruimte hebben om te spelen; • Vanuit het perspectief van het kind. Bij het bepalen van de vraag of er voldoende speelruimte in de buurt is, redeneren we vanuit het perspectief van het kind. Zo nemen we bijvoorbeeld natuurlijke barrières zoals een drukke straat of een sloot mee in het bepalen van de beschikbaarheid van speelruimte in een buurt; • Speelwaarde centraal. Om goed te kunnen bepalen of er voldoende speel- en sportruimte is moet breder worden gekeken dan alleen naar de kwantitatief beschikbare speel-ruimte. We hanteren daarom het begrip speelwaarde, dat iets zegt over de kwaliteit van beschikbare speelruimte. Speelwaarde zit niet alleen in reguliere speeltoestellen. Ook brede stoepen, verkeersluwe straten, pleinen en parken hebben speelwaarde; • Variatie in de buurt. Kinderen kunnen in principe overal spelen. Een speeltoestel kan daarbij net zo leuk zijn als een stukje vrij bespeelbare stoep. In de combinatie van ver-schillende, zowel ingerichte als niet ingerichte bespeelbare ruimte met speelaanleidingen in een buurt ligt voor hen de waarde. Zo kun je verschillende manieren van spelen ontdekken en ontwikkelen.

8 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Deze visie is een eerste stap om te komen tot de daadwerkelijke realisatie van een stad waarbij elk kind op 200 meter afstand een fijne speelplek heeft. Van visie naar resultaat doorlopen we diverse fasen.

Visievorming

Deze visie, met daarin opgenomen de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen voor speelruimte, is het leidend ruimtelijk kader waarbinnen we vragen over, en projecten voor nieuwe speelplekken kunnen toetsen. De visie geeft handvatten voor analyse van de (speel) buurt en kan daarmee een onderbouwd antwoord op dergelijke vragen geven. Dit leidt tot een eenduidige advisering in de gehele stad.

Analysefase

Het werken volgens deze vier principes leidt tot de basisambitie dat elke jonge inwoner van deze stad binnen 200 meter van zijn/haar woning een plek van voldoende omvang heeft om te spelen, sporten en bewegen. In hoofdstuk twee beschrijven we welke verschillende soorten speelruimte we onderscheiden en in hoofdstuk 3 werken we deze ambitie uit tot de nieuwe Utrechtse norm. In hoofdstuk 4 werken we uit hoe we aankijken tegen spelen in het groen en veiligheid en in hoofdstuk 5 gaan we kort in op de uitvoering van de speelvisie. De nieuwe norm gaat uit van de doelen van Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. Gezond verdichten, klimaatbestendigheid, groen tenzij en de bijdrage aan gezondheid zijn belangrijke uitgangspunten. In de nieuwe norm is bovendien aandacht voor bespeelbare ruimte, de omvang van ingerichte speelruimte en de betekenis daarvan voor de speelwaarde van een buurt.

In deze fase scannen we elke wijk met een speelruimtescan, om te kijken hoe we scoren op de gestelde norm. Uit deze scan volgt een lijst met knelpunten en potentiële verbeterprojecten. De scans worden idealiter elke vijf jaar herhaald, zodat de informatie aansluit bij het aantal woningen en de huidige bewoners.

Realisatiefase

Afhankelijk van het beschikbare budget worden projecten gerealiseerd. Dit kan door aan te sluiten bij lopende gebieds-ontwikkelingen, door werk met werk te maken via beheer en vervanging, of via een project uit het initiatievenfonds. Waar mogelijk worden budgetten gecombineerd. De onderzoeks- en realisatiefase worden uitgebreider beschreven in het Uitvoeringskader (bijlage 8) dat hoort bij deze visie.

9 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Figuur 1: Raakvlakken van het thema spelen met andere beleidsvelden

1.7 Spelen in een gezonde stad

In een gezonde stad is ruimte om buiten te spelen en sporten binnen een redelijke afstand van elke woning. Daarmee is een visie op spelen een essentieel onderdeel van gezond stedelijk leven. Het thema spelen heeft diverse raakvlakken met andere beleidsvelden, zoals luchtkwaliteit, geluid, sport, groen, toegankelijkheid en rookvrij spelen. In bijlage 1 zijn alle verbanden met ander beleid verder beschreven. De principes en de tekst uit deze speelvisie zijn tot stand gekomen met de input van velen. Collega’s van diverse disciplines hebben meegewerkt aan de inhoud. Na overleg met ketenpartners en bewoners is besloten dat vooral de toepassing op wijk en buurt zich goed leent voor participatie. We hebben de norm daarom op twee wijken uitgetest met wijk­vertegenwoordigers en ketenpartners, waarna hij is aangescherpt. In bijlage 8 gaan we in op de uitwerking van deze visie in de praktijk. De precieze uitvoering van de speelvisie is uitgewerkt in een uitvoeringskader, dat een bijlage vormt op deze visie. Hierin wordt beschreven welke stappen er op de korte en de langere termijn gezet kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0a310899-8ead-4e69-abf7-6f0f2efdbd6b