Agendabundel
Tekst van het document
Via thematische analyse hebben we de relevante fragmenten uit de focusgroepen ingedeeld aan de hand van achttien factoren bij de inrichting van speelplekken (zie tabel 3.2).
Deelnemers In het kader van het project de Buitenkans (uitgevoerd door de partners van de Buitenspeelcoalitie) hebben we 89 kinderen (52 meisjes en 37 jongens) uit zes verschillende gemeenten gesproken. In elke gemeente kozen we als focus één wijk/buurt. De kinderen wonen in de gekozen wijk/buurt of spelen daar buiten. Alle kinderen waren tussen de 5 en 13 jaar oud; de meesten waren tussen de 8 en 11 jaar oud. De ouders van alle kinderen hebben vooraf toestemming gegeven om met hun kinderen in gesprek te gaan over buitenspelen in hun wijk/buurt.
Vragen We hebben kinderen gevraagd naar belemmerende en bevorderende factoren die zij ervaren tijdens het buitenspelen. Dit deden we op twee verschillende manieren. De eerste manier was dat we samen met de kinderen een rondje door hun wijk/buurt liepen en stopten op speelplekken om daarover een aantal vragen te stellen. We stelden de kinderen vragen over wat ze van een bepaalde speelplek vonden en waarom ze wel of niet op deze speelplek speelden. Deze wandelingen door de buurt duurden ongeveer een uur. De tweede manier was dat we aan de hand van foto’s van speelplekken uit hun wijk/buurt ongeveer 15 minuten met kinderen in gesprek gingen. Over elke speelplek stelden we een aantal vragen, dezelfde als tijdens de wandeling door de wijk/buurt. In enkele gemeenten hebben wij ook een aantal foto’s van andere speelplekken laten zien, om de kinderen voorbeelden te geven van hoe een speelplek er ook uit zou kunnen zien. Weer stelden we dan over elke speelplek dezelfde vragen. Analyse Tijdens de gesprekken hebben we aantekeningen gemaakt. Deze hebben we na afloop uitgewerkt. Deze gespreksverslagen hebben we thematisch geanalyseerd door de tekst te coderen aan de hand van de achttien factoren bij de inrichting van speelplekken (zie tabel 3.2) en de overige 181 factoren die niet over de inrichting van speelplekken gaan.
Hoofdstuk 3
In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van het literatuuronderzoek en de vragenlijsten. We beschrijven welke factoren voor de inrichting van speelplekken in de literatuur bekend zijn, welke aanvullingen professionals hebben gedaan, en de verdere resultaten van de vragenlijsten.
In totaal hebben we uit de bestaande literatuur dertien factoren bij de inrichting van de speelplekken geïdentificeerd die van invloed zijn op het buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar (zie tabel 3.2). Een aantal van deze factoren betreft de materialen waaruit de speelplekken bestaan, zoals het type ondergrond (Jerebine et al., 2022; Wenger et al., 2023) en het gebruik van natuurlijke materialen om op of mee te spelen (Lee et al., 2021; Pereira et al., 2024). Ook de aanwezigheid van losse materialen, zoals gerecyclede banden, stenen of touw, is van invloed op het buitenspelen volgens de literatuur (Houser et al., 2022; Pereira et al., 2024). Een aantal andere factoren die buitenspelen beïnvloeden, gaan over de variatie op speelplekken (Lee et al., 2021; Visser & van Aalst, 2022; Wenger et al., 2023). Dit kan gaan om de variatie tussen open ruimtes, die bijvoorbeeld geschikt zijn voor balsporten of fietsen, en speeltoestellen (Lee et al., 2023; Wenger et al., 2023; Pereira et al., 2024). Het kan ook gaan om variatie in speeltoestellen, wat mogelijkheden biedt voor verschillende spelvormen en voor verschillende leeftijden (Peiera et al., 2024; Visser en van Aalst, 2022; Wenger et al., 2023).
Tot slot heeft een aantal van de factoren die buitenspelen beïnvloeden betrekking op voorzieningen op de speelplekken anders dan de speelelementen zelf, zoals de aanwezigheid van picknickfaciliteiten of schone toiletten (Visser & van Aalst, 2022).
Aanvullingen door professionals Aan de hand van aanvullingen door de professionals in de eerste vragenlijst hebben we de lijst van factoren op basis van internationale literatuur aangevuld. De aanvullingen hebben we in tabel 3.2 oranje gemarkeerd. Op basis van deze aanvullingen hebben we vijf nieuwe factoren geformuleerd die specifiek de inrichting van speelplekken betreffen: aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken voor ouders/verzorgers; aanwezigheid van attributen waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen;
aanwezigheid van zichtlijnen2 op speelplekken; variatie tussen speelplekken; grootte van speelplekken. Hiernaast hebben we op basis van de aanvullingen drie bestaande factoren aangepast: De factor ‘Het gebruikte oppervlaktemateriaal op speelplekken’ hebben we geherformuleerd naar ‘Type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels)’. Bij de factor ‘Aanwezigheid van voorzieningen op speelplekken’ hebben we de voorbeelden aangepast (van picknickfaciliteiten naar (picknick)bankjes) en extra voorbeelden toegevoegd (watertappunten en prullenbakken). De factor ‘Variatie op speelplekken’ hebben we aangevuld met een extra voorbeeld (‘variatie in ondergronden’).
Tabel 3.1 Factoren over de inrichting van speelplekken die invloed hebben op buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar) volgens de internationale literatuur, inclusief aanvullingen vanuit professionals (oranje gemarkeerd) Ruimtelijke indeling van speelplekken Type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels) Aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken Aanwezigheid van natuurlijke elementen op speelplekken Aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken Aanwezigheid van omheining op speelplekken Aanwezigheid van open ruimte op speelplekken Aanwezigheid van schaduw op speelplekken Aanwezigheid van losse speelmaterialen/gerecyclede materialen/open materialen (zoals gerecyclede banden, stenen, touw) op speelplekken Aanwezigheid van voorzieningen op speelplekken (zoals picknickbankjes, schone toiletten, bankjes, watertappunten, prullenbakken) Dichtheid van de speelvoorzieningen op speelplekken Variatie op speelplekken (zoals variatie in ondergronden, in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen of voor verschillende leeftijden) Mogelijkheden voor sociale bijeenkomsten op speelplekken Aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken voor ouders/verzorgers Aanwezigheid van attributen waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen Aanwezigheid van zichtlijnen op speelplekken Variatie tussen speelplekken Grootte van speelplekken
2
Goede zichtlijnen zijn belangrijk zodat ouders vanaf een vaste plek (bijvoorbeeld een bankje) de speelplek goed kunnen overzien. Ook helpen goede zichtlijnen de kinderen om rekening te houden met elkaar.
Belangrijkste clusters van factoren We hebben de professionals in de tweede vragenlijst gevraagd om uit de geclusterde lijst van alle factoren maximaal tien clusters van factoren te selecteren die volgens hen de meeste invloed hebben op buitenspelen in Nederland. In totaal konden ze kiezen uit veertig clusters van factoren. De achttien factoren bij de inrichting van speelplekken die van invloed zijn op het buitenspelen van kinderen, hebben we samengevoegd tot vier clusters.3 In de top tien is slechts één cluster van factoren over de inrichting van speelplekken te vinden (zie het kader hieronder). Dat is ‘Variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden’, op plek acht. De andere clusters van factoren in de top tien gaan niet over de inrichting van speelplekken.
Top tien clusters van factoren Dit is de top tien van clusters van factoren die volgens professionals de meeste invloed hebben op buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar) in Nederland: 1. mate waarin het kind anderen heeft om mee buiten te spelen zoals broers/zussen of vrienden; 2. betrokkenheid van ouders/verzorgers bij buitenspelen, zoals meegaan naar speelplekken of tijd buiten doorbrengen; 3. hoeveelheid (vrije) tijd van het kind om te besteden aan buitenspelen naast bijvoorbeeld school, hobby's of huiswerkbegeleiding; 4. (geschikte) speelomgeving van kinderen, zoals beschikbaarheid, nabijheid of dichtheid; 5. aantrekkelijkheid van speelplekken, zoals uitdaging, ruimte voor nemen van risico, plezier of tevredenheid; 6. schermgebruik van het kind, zoals beschikbaarheid en regels; 7. stimulerende of beperkende maatregelen rondom buitenspelen door ouders/verzorgers/professionals; 8. variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden; 9. percepties van ouders/verzorgers/professionals over veiligheid/risico’s van bijvoorbeeld speelelementen, sociale veiligheid of angst voor vreemden; 10. persoonlijkheid van het kind, zoals autonomie, zelfvertrouwen of karakter, EN verkeersveiligheid, zoals verkeersdrukte of veilige bereikbaarheid van speelplekken.* * Deze clusters hebben een gedeelde tiende plek.
In tabel 3.3 is te zien hoe vaak de professionals de clusters van factoren over de inrichting van speelplekken in hun top tien hebben geselecteerd. Bijna 40 procent (n=19) selecteerde het cluster ‘Variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden’ als één van de tien clusters van factoren die volgens hen het meest van invloed zijn op buitenspelen. 3
Zoals we in hoofdstuk 2 beschreven, hebben we ervoor gekozen de factoren in de tweede vragenlijst te clusteren om het prioriteren voor professionals makkelijker te maken.
Tabel 3.2 Overzicht van het aantal professionals dat de clusters van factoren over de inrichting van speelplekken selecteerde in de tien volgens hen meest invloedrijke clusters (n= 49) Cluster van factoren
Aantal professionals (percentage)
Variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld
19 (39%)
speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden Indeling van speelplekken, zoals ondergrond, natuurlijke
9 (18%)
elementen, omheining of speeltoestellen Hoeveelheid ruimte voor kinderen op speelplekken
3 (6%)
Sociale mogelijkheden op speelplekken, zoals de
1 (2%)
aanwezigheid van zitplekken Bron: Mulier Instituut, vragenlijst onder professionals, 2024.
In tabel 3.4 geven we een overzicht van de resultaten van het literatuuronderzoek en de vragenlijsten. Tabel 3.3 Overzicht aantal factoren en clusters Factoren Uit de literatuur
Aanvullingen van professionals
Clusters 40 clusters samengesteld
116 factoren die van invloed 83 factoren die van invloed zijn op zijn op buitenspelen buitenspelen aangevuld geïdentificeerd
→ waarvan 4 clusters over de inrichting van speelplekken.
→ waarvan 5 factoren over de → waarvan 13 factoren over inrichting van speelplekken. de inrichting van speelplekken.
→ waarvan één cluster in de top tien van clusters die volgens respondenten de meeste invloed hebben op buitenspelen.
Totaal: 199 factoren, waarvan 18 over de inrichting van speelplekken Bron: Mulier Instituut
Vier aspecten
We hebben de professionals gevraagd welke factoren bij de inrichting van speelplekken volgens hen van invloed zijn op de volgende vier aspecten: hoeveel tijd kinderen doorbrengen op speelplekken; hun motorische ontwikkeling op speelplekken; het plezier dat zij ervaren op speelplekken; en de uitdaging die zij ervaren op speelplekken. In bijlage 1 is het overzicht te vinden van het aantal professionals dat heeft aangegeven welke van de achttien factoren over de inrichting van speelplekken van invloed zijn op deze vier aspecten. Tijd De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op de hoeveelheid tijd die kinderen op speelplekken doorbrengen zijn: 1.
aanwezigheid van schaduw op speelplekken;
2.
aanwezigheid van attributen op speelplekken waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen;
3.
aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken op speelplekken voor ouders/verzorgers. Motorische ontwikkeling
De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op de motorische ontwikkeling van kinderen op speelplekken zijn: 1.
aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken;
2.
variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden);
3.
aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken. Plezier
De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op het plezier dat kinderen op speelplekken ervaren zijn: 1.
aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken;
2.
variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden);
3.
ruimtelijke indeling van speelplekken EN aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken (beide even vaak geselecteerd). Uitdaging
De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren zijn: 1.
variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden);
2.
aanwezigheid van attributen op speelplekken waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen;
3.
aanwezigheid van losse speelmaterialen/gerecyclede materialen/open materialen (zoals gerecyclede banden, stenen, touw) op speelplekken.
Factoren zonder invloed? Een deel van de professionals geeft bij factoren die volgens de literatuur van invloed zijn op buitenspelen, aan dat deze op geen van de vier aspecten invloed hebben (zie de tabel in bijlage 1): Zeventien professionals geven aan dat de ‘aanwezigheid van omheining op speelplekken’ niet van invloed is op deze vier aspecten. Twaalf professionals geven aan dat de ‘dichtheid van de speelvoorzieningen op speelplekken’ niet van invloed is. Elf professionals geven aan dat de ‘aanwezigheid van zichtlijnen op speelplekken’ niet van invloed is. Tien professionals geven aan dat het ‘type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels)’ niet van invloed is op de vier aspecten.
Hoofdstuk 4
In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de focusgroepen met professionals en de gesprekken met kinderen, als verdieping op de resultaten uit de literatuur en vragenlijsten. We beschrijven welke factoren volgens de kinderen en professionals belangrijk zijn bij de inrichting van speelplekken en waarom.
We hebben de kinderen en professionals gevraagd wat volgens hen belangrijk is bij de inrichting van speelplekken. Speeltoestellen Kinderen De kinderen benoemen veruit het vaakst de aanwezigheid van speeltoestellen op de speelplekken. Dit kwam in elk gesprek terug. Eén van de redenen voor kinderen om naar een speelplek te gaan is omdat daar een bepaald speeltoestel aanwezig is. Jongens en meisjes hebben andere voorkeuren voor speeltoestellen. Jongens geven vaker aan dat ze naar een speelplek gaan omdat ze daar kunnen voetballen, terwijl meisjes vaker speeltoestellen zoals schommels en klimrekken noemen. Sommige speeltoestellen, zoals een kabelbaan of skate-elementen, vinden zowel de jongens als de meisjes leuk. Professionals Speeltoestellen bieden volgens de professionals uitdaging door onder andere hoogteverschillen en mogelijkheden om te klimmen, wat buitenspelen stimuleert. Veel speeltoestellen zijn ontworpen om de motorische ontwikkeling van kinderen te stimuleren, hoewel enkele professionals daarbij opmerken dat dit geen doel moet zijn van buitenspelen: 'spelen is gewoon spelen en heeft geen doel' en 'ik zou het zonde vinden als “speeltoestellen dragen bij aan de motorische ontwikkeling van kindereren” de boodschap wordt'.
Spelen heeft dus volgens een deel van de professionals niet als doel om bepaalde opbrengsten te bewerkstelligen, zoals het stimuleren van de motorische ontwikkeling. Bovendien vinden de professionals de vragen over welke factoren bijdragen aan hoeveel tijd kinderen doorbrengen op speelplekken, hoeveel plezier zij daar ervaren en hoeveel uitdaging zij ervaren, niet goed te beantwoorden. Ze geven aan dat uitdaging bijdraagt aan plezier en dat plezier bijdraagt aan hoeveel tijd kinderen
doorbrengen op een speelplek. Het is dus volgens hen niet te onderscheiden welke factoren waar specifiek aan bijdragen. Ook geven professionals aan dat speelplekken niet vol moeten staan met speeltoestellen, omdat er dan geen zogenaamde ‘open ruimte’ overblijft waarin kinderen hun eigen spel kunnen creëren. Open ruimtes zijn volgens de professionals ook belangrijk omdat kinderen het leuk vinden om te fietsen, voetballen (of andere balsporten) en skaten. We hebben niet gevraagd hoe de ‘leukste’ speelplek eruitziet, maar de professionals zijn het erover eens dat grote speelplekken met zowel speeltoestellen als open ruimtes de leukste plekken voor kinderen zijn. Wel is hier ‘zonering’ van belang. Hiermee bedoelen de professionals dat een speelplek uit verschillende delen bestaat, met verschillende functies, en dat deze verschillende delen op een speelplek duidelijk van elkaar onderscheiden zijn. Dit kun je doen door een paadje of een bomenrij tussen verschillende delen aan te leggen. Of door een hek om een voetbalveldje te plaatsen, waardoor voor iedereen duidelijk is: hier kun je voetballen. Uitdaging Kinderen Speeltoestellen zijn dus belangrijk volgens de kinderen. De kinderen geven wel duidelijk aan dat ze graag zouden willen dat de speeltoestellen die nu op de speelplekken in hun wijk/buurt staan uitdagender/moeilijker/hoger/groter zijn.
Ze vinden nu veel speelplekken saai of niet leuk. Zo zegt een meisje: 'de glijbaan en de rest van het speeltoestel zijn te klein. Het zou leuker zijn als de speeltoestellen groter en moeilijker zijn'. De kinderen noemen ook een paar voorbeelden van speeltoestellen die ze als ‘gevaarlijk’ ervaren, wat het speeltoestel volgens hen juist leuk maakt: 'Die draaimolen is oud en gevaarlijk, daar kan je makkelijk vanaf vliegen. Dat vinden wij juist leuk.' En: 'Je hebt daar een draaiding waar je op kan lopen waardoor je steeds sneller en sneller kan gaan. Dat is gevaarlijk, en dat maakt het leuk.' Professionals Ook veel professionals noemen het belang van uitdaging op speelplekken. Uitdaging kun je volgens hen creëren door speelplekken in te richten met bijvoorbeeld hoogteverschillen, variatie in speeltoestellen of losse speelmaterialen. Volgens een professional betekent uitdaging dat kinderen hun 'ideeën en fantasieën op een speelplek los kunnen laten'. Losse speelmaterialen die ongedefinieerd zijn en aangepast kunnen worden, zijn hiervoor volgens de professionals geschikt. Voorbeelden die ze noemen, zijn natuurlijke materialen als zand, takken en zwerfkeien, maar ook touw, schepjes of emmertjes.
Veel professionals benoemen dat beleidsmakers en andere professionals uitdaging op speelplekken vermijden, omdat we volgens hen in een maatschappij leven waarin veiligheid de boventoon voert en kinderen geen risico’s mogen nemen:
‘Op een gegeven moment wordt het zo veilig gemaakt dat ze [kinderen] het niet meer leuk vinden. Dus er moeten best wel uitdagingen in speelplekken zitten, in de letterlijke vorm. Belangrijk element is dat ze grenzen moeten kunnen verleggen.’
Een professional denkt dat het gebrek aan uitdaging een belangrijke reden is waarom speelplekken niet gebruikt worden. Deze professional geeft de voorkeur aan speelplekken die avontuurlijk zijn ingericht, met hoogteverschillen en losse speelmaterialen: ‘better a broken arm than a broken spirit’. De professionals, en dan vooral aanbieders van speeltoestellen, geven aan dat regelgeving en normen rondom veiligheid waaraan speelplekken moeten voldoen 4, ervoor zorgen dat uitdaging en risico stimuleren op speelplekken bijna niet mogelijk is. Maar een andere professional geeft aan dat veel speelplekontwerpers in zijn optiek te voorzichtig zijn, omdat zij bij ongelukken met kinderen op de speelplek die zij ontworpen hebben bang zijn voor claims van ouders. Deze professional geeft aan dat er meer mogelijk is in het avontuurlijk ontwerpen van speelplekken dan vaak gedacht wordt. Het zou volgens deze professional helpen als bijvoorbeeld de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die toezicht houdt op deze normen, duidelijk communiceert over wat er wél mogelijk is (bijvoorbeeld over toegestane materialen en hoogtes op speelplekken).
Andere professionals vullen aan dat de trend om risico-arme speelplekken voor kinderen te ontwikkelen ook te danken is aan de beperkende rol van ouders: zij willen hun kinderen beschermen tegen pijn en gevaar, maar slaan daarin volgens enkele professionals door: 'ouders zijn [wat betreft avontuurlijk buitenspelen] de grootste beperking voor kinderen'. Variatie op en tussen speelplekken Kinderen Na de aanwezigheid van speeltoestellen kwam de variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden) het meest terug in de gesprekken met de kinderen. Ten eerste is variatie in speeltoestellen en mogelijkheden voor verschillende spelvormen belangrijk. Kinderen vinden speelplekken waar veel verschillende
4
Professionals noemen bijvoorbeeld het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen 2023 (de WAS) waar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit toezicht op houdt, en de Europese veiligheidsnorm NEN-EN 1176.
speeltoestellen aanwezig zijn of waar ze veel verschillende soorten spel kunnen doen, leuker dan speelplekken waar dit niet zo is. Zo zegt één meisje: 'dit is een hele leuke speelplek, is niks slechts aan. De trampoline is leuk. Het praatding is ook leuk. Je kunt er ook goed verstoppertje en buskruit spelen'. Een andere groep meiden zegt over een speelplek: 'wij komen hier niet omdat wij voetballen niet leuk vinden en het enigste wat je hier kunt doen is voetballen'. Speeltoestellen waar de kinderen verschillende dingen mee kunnen doen, vallen goed in de smaak. Zo legt een groep meiden uit dat ze de half-pipe leuk vinden omdat ze er op kunnen klimmen, erop kunnen zitten en chillen terwijl ze wat eten of op hun mobiel zitten, erop kunnen fietsen en rennen, en er spelletjes zoals ‘Vies- en Lekkerland’ en tikkertje op kunnen spelen. Ten tweede is variatie op speelplekken belangrijk zodat deze geschikt zijn voor verschillende leeftijden. Zo geven de kinderen als reden waarom ze ergens niet spelen: 'deze speelplek is saai, is meer voor wat kleine kinderen'. Sommige speeltoestellen zijn geschikt voor verschillende leeftijden. Zo zegt een jongen: 'de beweegbank5 is handig voor ouderen, maar wij spelen er zelf ook op als wij bij de BSO zijn'. Hiernaast geeft een groep meisjes aan dat het goed zou zijn als er ook wat beschikbaar is op de speelplek voor hun ouders.
Naast bankjes zouden ze ook graag een sportplek willen op de speelplek: 'een sportplek met het liefst allemaal verschillende sporttoestellen, bijvoorbeeld zo’n stapmachine of een staande fiets. Dit is voor onze ouders en voor onszelf leuk'. Professionals Variatie is ook volgens de professionals belangrijk. De ideale speelplek bestaat volgens hen niet. Daarmee bedoelen ze dat een speelplek moeilijk kan voldoen aan de behoeften van alle leeftijden, genders en typen kinderen die er zijn. Meerdere professionals geven daarom aan dat een speelplek zou moeten voorzien in de behoeften van vier verschillende speeltypes: rauwers, douwers, bouwers en schouwers6. Maar ook ieder individueel kind heeft volgens de professionals behoefte aan variatie: 'kinderen willen kunnen switchen, houden van afwisseling. Zelf heb je ook niet altijd dezelfde behoefte.'
5
Een beweegbank is een multifunctionele bank die ontworpen is om als zitgelegenheid én als fitnessapparaat te dienen. 6 Dit is in (buiten)speelonderzoek een veelgebruikte indeling van verschillende speeltypen. Rauwers zijn doeners en willen actie, en hebben daardoor ook ruimte nodig. Douwers zijn vaker uitvinders en creatiever. Schouwers zijn introverter en gebruiken meer hun zintuigen, en bouwers zijn ondernemend.
Met het belang van variatie bedoelen de professionals niet alleen variatie op een speelplek, maar ook tussen verschillende speelplekken in de wijk/buurt. Ook enkele kinderen geven dit aan. Daarom is het volgens de professionals die speelplekken ontwerpen belangrijk rekening om te houden met de samenhang tussen speelplekken in de wijk/buurt. En dus verschillende typen speelplekken aan te bieden in een wijk/buurt. Ze bedoelen daarmee niet alleen variëren in leeftijdsgroep waarvoor een speelplek geschikt is, maar ook bijvoorbeeld tussen speelplekken met veel speeltoestellen, natuurlijke materialen of juist open ruimtes voor voetballen, skaten of fietsen. Type ondergrond Kinderen De mening van kinderen over het type ondergrond op speelplekken verschilt. Kinderen geven aan dat je op een harde ondergrond, bijvoorbeeld van tegels of asfalt, hard kan vallen, wat pijn doet. Over een gewoon grasveld zeggen ze dat dit erg glad, nat en modderig wordt als het geregend heeft, en dat ze hier last hebben van honden- of ganzenpoep. Ze hebben daarom liever een kunstgrasveld. Maar andere kinderen geven juist weer aan dat je op een kunstgrasveld niet goed kunt basketballen. Zand als ondergrond vinden sommige kinderen ook niet fijn, omdat ook deze ondergrond modderig wordt als het regent.
Bovendien wordt zand heel heet als de zon erop staat en wordt ermee gegooid, waardoor je het in je ogen krijgt. Als suggestie geven deze kinderen dat ze liever houtsnippers hebben. Maar andere kinderen zeggen over houtsnippers juist weer: 'de grond bij de glijbaan [houtsnippers] is niet fijn. Daar struikel je snel over, is onveilig, irritant want krijg je in je schoenen, kinderen gooien daarmee waardoor je het in je ogen krijgt, en als je valt is het pijnlijk'. Professionals Opvallend is dat de professionals het type ondergrond nauwelijks als belangrijk benoemen. Eén professional geeft aan dat hij tegen beton en kunstgras is, omdat hij vindt dat kinderen vuil moeten kunnen worden als ze buitenspelen. Een andere professional zegt over typen ondergronden: 'dat is niet iets waar kinderen of ouders zich mee bezighouden'. Grootte van speelplekken Kinderen Sommige kinderen geven aan dat ze bij een bepaalde speelplek wel buitenspelen, want 'deze speelplek is groot en ruim', en bij andere speelplekken juist niet, want 'deze speelplek is klein'. De grote speelplekken vinden de kinderen aantrekkelijker, omdat hier veel meer ruimte is om bijvoorbeeld te voetballen of tikkertje te spelen. Ook is op deze grote speelplekken vaak meer aanwezig volgens de kinderen, waardoor ze veel meer verschillende spelletjes kunnen doen.
Professionals Ook professionals zien dat kinderen kleinere speelplekken minder vaak gebruiken, en noemen daarom de grootte van speelplekken ook als belangrijke factor. Een professional die ook in andere landen aan speelplekken werkt, geeft aan dat er in Nederland relatief veel kleine speelplekken zijn. Op grote speelplekken is volgens de professionals vaak veel te doen: veel variatie in spel voor verschillende leeftijden en type buitenspelers, en het liefst ook zitplekken. Ook is er volgens professionals op grote speelplekken grotere kans op aanwezigheid van meer kinderen. Dit is een belangrijke factor als het gaat om het stimuleren van buitenspelen. Iets wat samenhangt met de grootte van speelplekken, en wat de professionals enkele keren expliciet benoemen, is het belang van ruimte voor spelen in de openbare ruimte. Volgens een professional gaat het niet alleen over de grootte van een speelplek, want ‘kinderen beginnen al met spelen als ze de voordeur uit lopen’. Ruimte is een voorwaarde voor buitenspelen, en volgens enkele professionals geven beleidsmakers die verantwoordelijk zijn voor de openbare ruimte te weinig prioriteit aan ruimte voor buitenspelen.
De nadruk ligt (ook in dit onderzoek) volgens enkele professionals te vaak op formele speelplekken, terwijl de hele openbare ruimte geschikt is voor buitenspelen en we dus ook met die blik naar de openbare ruimte moeten kijken. Een professional zegt daarover: 'We moeten de openbare ruimte teruggeven aan de kinderen.' Omheining Kinderen Water, zoals een vijver, bij speelplekken veroorzaakt soms problemen volgens de kinderen. Sommige kinderen vinden het water gevaarlijk of eng. Anderen zeggen: 'het water is onhandig omdat de bal daar in kan komen tijdens het spelen'. Als oplossing dragen verschillende kinderen het plaatsen van een hek aan. Hekwerk is volgens de kinderen ook handig zodat de bal niet op de straat komt. Maar ze geven ook aan dat het hek dat er staat soms niet hoog genoeg is. Verder geven sommige kinderen aan dat omheining goed is omdat het ervoor zorgt dat 'kleine kinderen niet kwijt kunnen raken'. Professionals Ook een enkele professional geeft aan dat een hekwerk bij bijvoorbeeld een voetbalveld belangrijk is om ervoor te zorgen dat de bal op het veld blijft, omdat kinderen het als een belemmering ervaren wanneer dit niet het geval is. Aanwezigheid van zitplekken Kinderen Sommige kinderen geven aan dat het fijn is, zowel voor henzelf als voor hun ouders, dat er (picknick)bankjes aanwezig zijn op de speelplek. Ook andere speelelementen
waar kinderen op kunnen zitten en chillen, zoals (nest)schommels, zien kinderen graag. Professionals Ook professionals zien dat kinderen tijdens het buitenspelen graag zitten en chillen. Buitenspelen is dus niet altijd actief en kan worden onderbroken door inactieve momenten. Een professional geeft daarbij aan dat het goed werkt om zitplekken iets hoger te plaatsen, zodat kinderen kunnen kijken naar anderen. Een andere professional geeft aan dat bankjes die sociale interactie of sociaal spel mogelijk maken wenselijk zijn. Dit zijn bijvoorbeeld bankjes of speeltoestellen waar kinderen niet alleen naast elkaar, maar ook tegenover elkaar kunnen zitten. Zitplekken zijn ook volgens de professionals belangrijk omdat met name jonge kinderen afhankelijk zijn van hun ouders, en die ouders willen zitten. 'Het liefst nog met koffie en wifi’, zegt een professional. Als ouders kunnen zitten, blijven ouders en kinderen langer en is er meer kans op ontmoeting. Plekken waar ouders zitten, maken het ook sociaal veilige plekken voor kinderen om te spelen, volgens de professionals. Natuurlijke elementen en schaduw Kinderen Een aantal kinderen benoemt dat ze spelen met water (bijvoorbeeld een waterpomp met gootjes waar het water doorheen loopt) en zand leuk vinden. Sommige kinderen benoemen hiernaast dat ze graag groen terugzien op de speelplek.
Bijvoorbeeld bosjes waar ze sluiproutes doorheen kunnen maken of een hut kunnen bouwen, bomen waar ze in kunnen klimmen, of een heuvel waar ze van af kunnen rennen of fietsen. Een enkel kind geeft aan dat bomen schaduw creëren, wat vooral in de zomer fijn is. Een groep meisjes geeft hiernaast aan dat een overkapping over de skatebaan een goed idee is, want 'als het geregend heeft, is de skatebaan nat en glad en dan kunnen wij er niet op klimmen, dus dan komen wij hier minder snel'. Professionals In de focusgroepen benoemen enkele professionals het belang van de aanwezigheid van natuurlijke elementen op speelplekken. Volgens een professional is spelen in een natuurlijke omgeving voor kinderen heel wenselijk. Een andere professional geeft aan dat je met natuur ongedefinieerde plekken kunt creëren waar kinderen zonder toestellen uitdagend kunnen spelen. Ook erkennen de professionals de behoefte aan schaduw (waar natuurlijke elementen als bomen voor kunnen zorgen) voor kinderen: 'de zomers in Nederland kunnen warm zijn en de zon is scherp. Kinderen vinden zon best leuk, maar niet te lang. Ze zoeken dan uit zichzelf de schaduw op.' Losse speelmaterialen
Kinderen Sommige kinderen geven aan behoefte te hebben aan aanbod van losse speelmaterialen, zoals een fiets, een step, houten blokken of een bal. Eén jongen zegt hierover: 'maar voor voetballen heb je een bal nodig, en die is er niet altijd. Soms neem ik die dan van huis mee, maar dat heb ik niet altijd. Je kan hier ook vissen, dat vind ik ook leuk, maar ik heb geen hengel, dat is te duur'. Professionals Losse speelmaterialen – dat kunnen zowel natuurlijke als niet-natuurlijke materialen zijn – dragen volgens de professionals bij aan uitdagende en aantrekkelijke speelplekken voor kinderen. Deze losse materialen stimuleren dat kinderen hun eigen fantasie gebruiken: 'Met losse materialen gaan kinderen hun eigen regels en spellen verzinnen.' Dit heeft volgens de professionals een positieve invloed op de uitdaging die kinderen op speelplekken kunnen ervaren. Uit de focusgroepen met professionals komen ook een aantal kanttekeningen over losse speelmaterialen. Zo is een ‘rommelspeeltuin’, waar ook vaak losse speelmaterialen aanwezig zijn, niet iets wat aansluit bij de behoeften van ieder kind: 'sommige kinderen raken juist helemaal van de zeik van rommelspeeltuinen’. Variatie (tussen bijvoorbeeld losse speelmaterialen en vaste speeltoestellen) is dus wenselijk.
Ook noemen enkele professionals de praktische bezwaren van losse speelmaterialen: speeltuinbeheerders zien deze materialen volgens hen als ‘gedoe’. En gemeenten willen volgens de professionals niet dat er materialen blijven liggen in de openbare ruimte: 'ambtenaren van groenbeheer wilden de losse takken altijd opruimen'. Bovendien is een professional van mening dat kinderen uit zichzelf minder snel geneigd zijn met losse materialen te spelen. Volgens hem is een buurtsportcoach of soortgelijke professional vaak nodig om dit aan te jagen.
In de gesprekken met kinderen komen ook andere factoren ter sprake, die niet over de inrichting van speelplekken gaan, maar wel bepalen waarom ze ergens wel of niet buitenspelen. In het kader hieronder sommen we op welke factoren uit de literatuur ook in de gesprekken met kinderen terugkwamen. We houden hierbij de volgorde aan waarop we ze in de tweede vragenlijst gepresenteerd hebben.
Factoren uit literatuur én gesprekken met kinderen Eerdere ervaringen met buitenspelen op de speelplek Aanwezigheid van andere kinderen Afspraken met ouders/verzorgers Sfeer op de speelplek Toezicht op de speelplek Het weer Kennis over de aanwezigheid van de speelplek
Veiligheid in de buurt Verkeersveiligheid in de buurt Veiligheid op de speelplek Speelplek veilig te bereiken Beschikbaarheid van speelplekken Het hebben van een tuin Aanwezigheid van groene en blauwe gebieden in de buurt Nabijheid van de speelplek Ligging van de speelplek Speelplek openbaar toegankelijk Onderhoud van de speelplek Kwaliteit van de speelplek Overlast op de speelplek Vervuiling op de speelplek Vandalisme op de speelplek Activiteiten georganiseerd op de speelplek
Participatie bij het ontwerp van speelplekken We beschrijven in dit onderzoek elementen die bijdragen aan speelplekken die door veel kinderen gebruikt worden, maar volgens het merendeel van de professionals is dit niet eenduidig te bepalen. De speelplek wordt veel gebruikt als deze aansluit bij (wat er al is of wat er juist niet is in) de omgeving en de behoeften van kinderen in de wijk/buurt. Daarom vinden de professionals participatie in het ontwerptraject van groot belang. Ondanks dat zij hier unaniem het belang van inzien, plaatsen ze wel twee kanttekeningen bij participatie. Ten eerste geven ze aan dat bij participatie lang niet altijd de kinderen zelf worden bevraagd: 'buurtparticipatie is vaker met ouders dan met kinderen'. Zoals beschreven hebben ouders vaak een andere visie op buitenspelen, met meer aandacht voor veiligheid. Dit werkt volgens de professionals beperkend voor kinderen. Ten tweede geven professionals, met name professionals die werken bij speeltoestelaanbieders, aan dat het geld dat besteed wordt aan participatietrajecten ten koste gaat van het geld dat uiteindelijk ten goede komt aan speelplekken voor kinderen. Een professionals benoemt dat veel budget voor buitenspelen gaat naar indirecte dingen zoals participatie en voldoen aan milieueisen en veiligheidsnormen.
Samen, sociaal spelen Ondanks dat de gestelde vragen in de focusgroepen vooral over de fysieke inrichting van speelplekken gingen, benoemen veel professionals het belang van het sociale aspect. Speelplekken worden volgens hen vooral veel gebruikt als er ook andere kinderen aanwezig zijn. Dat maakt sociaal spelen mogelijk. Een professional geeft aan dat 'plekken waar anderen zijn voor kinderen prettige plekken zijn'.
Grote speelplekken die centraal in de wijk/buurt liggen, waar veel kinderen samenkomen, met bankjes of speeltoestellen die ontworpen zijn om ook sociale interactie of spel te stimuleren, kunnen hieraan bijdragen. Op de vraag hoe je het plezier dat kinderen ervaren op speelplekken kunt vergroten, antwoordt een professional: 'samen spelen, plezier delen'.
Hoofdstuk 5
In dit hoofdstuk vatten we onze bevindingen samen: hoe kan de inrichting van speelplekken ervoor zorgen dat kinderen meer buitenspelen? Ook doen we aanbevelingen voor beleid en praktijk die meer buitenspelen kunnen stimuleren.
Clusterering van factoren Op basis van een literatuuronderzoek en een vragenlijstonderzoek onder professionals hebben we in kaart gebracht welke factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed zijn op het buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar in Nederland. In totaal hebben we achttien factoren over de inrichting van speelplekken geïdentificeerd. Dertien daarvan zijn afkomstig uit de literatuur. Vijf factoren hebben we op basis van aanvullingen van de professionals aan deze lijst toegevoegd. Deze achttien factoren hebben we over vier clusters verdeeld: de indeling van speelplekken; de variatie op en tussen speelplekken; de hoeveelheid ruimte op speelplekken; en de sociale mogelijkheden op speelplekken. Visie van kinderen en professionals In gesprekken hebben we professionals en kinderen gevraagd hoe zij aankijken tegen deze vier clusters van factoren. Uitdagende combinatie van toestellen, losse materialen en open ruimtes De aanwezigheid van een bepaald speeltoestel trekt kinderen naar een speelplek. Kinderen hebben een voorkeur voor speelplekken waar zij zichzelf kunnen uitdagen: bijvoorbeeld door hoger te klimmen en sneller te bewegen. Maar ze geven aan dat de huidige speeltoestellen vaak niet uitdagend/moeilijk/hoog/groot genoeg en dus saai zijn.
Ook de professionals in dit onderzoek geven duidelijk aan: meer mogelijkheden voor uitdagend en avontuurlijk spelen stimuleert kinderen om meer buiten te spelen. Veel professionals zijn bezorgd dat het grote aantal veiligheidseisen vanuit bijvoorbeeld de NVWA of Europese richtlijnen en bezorgde ouders de inrichting van meer uitdagender/avontuurlijke speelplekken belemmeren. Losse speelmaterialen (zoals takken, houten blokken of een step) dragen volgens professionals bij aan uitdagende en aantrekkelijke speelplekken voor kinderen. Sommige kinderen hebben ook behoefte aan losse speelmaterialen op speelplekken.
Maar de professionals geven aan dat losse speelmaterialen niet aansluiten bij de behoeften van ieder kind. Verder blijkt dat open ruimtes op speelplekken belangrijk zijn, zodat er ruimte op de speelplek beschikbaar is voor kinderen om een bepaald spel uit te voeren (bijvoorbeeld fantasiespellen, voetballen, skaten of fietsen). Een duidelijke indeling of zonering op speelplekken is hierbij gewenst: bijvoorbeeld door met heggen of paden duidelijk te maken dat een bepaald stuk van de speelplek bedoeld is om te voetballen en een ander stuk voor de jongere kinderen om te schommelen. Hierdoor bied je alle kinderen ruimte op de speelplek voor hun eigen spel. Variatie op en tussen speelplekken is van groot belang Uit ons onderzoek blijkt dat variatie op en tussen speelplekken erg belangrijk is. Enerzijds vanwege verschillen in behoeften tussen kinderen, en anderzijds omdat kinderen zelf variatie in soorten spel(ervaring) willen. Afhankelijk van leeftijd, gender en speeltype hebben kinderen verschillende voorkeuren. Dit betekent dat er niet alleen op een speelplek zelf verschillende dingen te doen moeten zijn. Ook variatie tussen de verschillende speelplekken die in de wijk/buurt aanwezig zijn is belangrijk. Ruimte om te spelen: een speelvriendelijke (wijk/buurt)omgeving De grootte en ligging van een speelplek beinvloedt buitenspelen.
Uit ons onderzoek blijkt dat een grote speelplek centraal in de wijk/buurt met veel verschillende speelmogelijkheden aantrekkelijk is voor kinderen. Grote speelplekken bieden vaak meer variatie in speelmogelijkheden en trekken daardoor meer kinderen met verschillende speelbehoeften aan. Kleine speelplekken beoordelen kinderen vaker als saai. Wel liggen deze vaak dichter bij huis en zijn ze daardoor vaak beter bereikbaar voor kinderen dan grote speelplekken. Volgens professionals is het belangrijk om de grootte van de speelplek niet alleen mee te nemen als het gaat om de inrichting van formele speelplekken. Buitenspelen begint voor kinderen al op de stoep, wat betekent dat je de hele wijk/buurt als potentiële speelplek kunt zien. De professionals spreken de hoop uit dat (lokaal) beleid zich niet enkel richt op de inrichting van formele speelplekken, maar dat het doel wordt om de hele omgeving zo speelvriendelijk mogelijk in te richten. Het belang van sociale mogelijkheden op speelplekken Zowel voor kinderen als voor ouders zijn speelplekken sociale ontmoetingsplekken. De aanwezigheid van (veel) andere kinderen op een bepaalde speelplek stimuleert kinderen om naar die speelplek te gaan om buiten te spelen. Volgens professionals is het voor ouders belangrijk dat er voldoende zitplekken op de speelplek aanwezig zijn.
Ook voor kinderen zijn zitplaatsen (niet alleen bankjes, maar ook bijvoorbeeld schommels) belangrijk, omdat ze graag ‘chillen’ tijdens het buitenspelen.
De plaatsing van deze zitplekken is belangrijk. Zo kunnen bankjes of speeltoestellen waar kinderen niet naast elkaar, maar tegenover elkaar zitten, sociaal spel stimuleren. Kanttekeningen De ideale speelplek bestaat niet Wat voor het ene kind leuk is, kan voor het andere juist minder leuk zijn. Daarom beschreven we eerder dat variatie op én tussen speelplekken erg belangrijk is. Hierbij speelt participatie een cruciale rol. We hebben nu opgehaald wat volgens de literatuur, een groep professionals en een groep kinderen belangrijk is. Het is belangrijk om erbij stil te staan dat de respondenten van ons onderzoek niet kunnen spreken namens alle kinderen in Nederland. Daarom is het van groot belang kinderen, ouders en buurtbewoners te betrekken bij het ontwerpen van speelplekken. En dat dit op verschillende momenten gebeurt (bijvoorbeeld bij het ophalen van belemmeringen en behoeften, het bedenken van oplossingen en het toetsen van het ontwerp) en dat hun input écht wordt meegenomen. Alleen dan ontstaat een omgeving die aansluit bij de wensen en behoeften van de kinderen voor wie de speelplekken zijn bedoeld. En worden die speelplekken daardoor ook beter benut. Inrichting speelplek is belangrijk, maar speelt beperkte rol De focus van dit onderzoek lag op de inrichting van speelplekken.
Maar uit onze resultaten bleek dat slechts 18 van de 199 geïdentificeerde factoren die buitenspelen beïnvloeden, te maken hebben met de inrichting van speelplekken. Ook in de gesprekken met professionals en kinderen kwamen veel andere factoren naar voren die niet gerelateerd waren aan de inrichting van speelplekken. Daarom concluderen we dat de inrichting van speelplekken wel belangrijk is voor kinderen om buiten te gaan spelen, maar dat ook veel andere factoren een rol spelen. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat er andere kinderen zijn om mee buiten te spelen, dat ouders kinderen stimuleren (of in elk geval niet beperken) en dat de wijk/buurt speelvriendelijk is, zonder bijvoorbeeld (ervaren) verkeersonveiligheid. Zoals we ook benoemden in de inleiding van dit rapport, zijn de factoren bij de inrichting van speelplekken onderdeel van een complex systeem van veel factoren die buitenspelen en elkaar beïnvloeden (Willeboordse et al., 2022). In welke mate een factor buitenspelen kan beïnvloeden, is afhankelijk van de context. Om buitenspelen succesvol te kunnen stimuleren is het daarom belangrijk om niet alleen op de inrichting van speelplekken te focussen, maar ook rekening te houden met andere factoren die buitenspelen beïnvloeden.
Op basis van ons onderzoek doen we de volgende aanbevelingen voor beleid en praktijk. Heb aandacht voor inrichting én andere factoren Ontwikkel uitdagende en gevarieerde speelplekken, maar erken tegelijkertijd dat bij het stimuleren van buitenspelen nog veel meer factoren een rol spelen dan alleen factoren voor de fysieke inrichting van formele speelplekken. 199 factoren beïnvloeden namelijk buitenspelen, waarvan achttien over de inrichting van speelplekken gaan. Het is daarom belangrijk dat er bij de ontwikkeling van lokaal en nationaal buitenspeelbeleid ook aandacht is voor andere factoren en een speelvriendelijke (wijk-/buurt)omgeving. Maak avontuurlijk spel mogelijk Bied meer mogelijkheden om uitdagende en avontuurlijke speelplekken te creëren. Kijk bijvoorbeeld als speelplek-/speeltoestelontwerpers en -ontwikkelaars samen met bijvoorbeeld je opdrachtgever of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar wat er wél mogelijk is rondom het stimuleren van avontuurlijk spelen op speelplekken. Zorg voor variatie op en tussen speelplekken Houdt als ontwerper of ontwikkelaar van speelplekken/speeltoestellen rekening met variatie op en tussen speelplekken. Stuur als opdrachtgever, bijvoorbeeld gemeentes, deze ontwerpers en ontwikkelaars hier actief op aan.
Benadruk daarbij dat het belangrijk is om op speelplekken te variëren met speelmogelijkheden voor kinderen van verschillende leeftijden, genders en speeltypes. En met verschillende natuurlijke en niet-natuurlijke materialen. Zorg er daarbij bovendien voor dat de (nieuwe) speelplek een aanvulling is op wat er al in de wijk/buurt aanwezig is. Laat kinderen participeren bij ontwerp speelplekken Laat kinderen (echt) participeren bij het ontwerpen van speelplekken, zodat deze aansluiten bij hun behoeften. Zorg er wel voor dat de kosten die een participatietraject met zich meebrengt, niet ten koste gaan van het budget voor de inrichting van speelplekken.
Aggio, D., Gardner, B., Roberts, J., Johnstone, J., Stubbs, B., Williams, G., Sánchez, G. F. L., & Smith, L. (2017). Correlates of children’s independent outdoor play: Crosssectional analyses from the Millennium Cohort Study. Preventive Medicine Reports, 8, 10–14. https://doi.org/10.1016/j.pmedr.2017.07.007 Beyer, K., Bizub, J. M., Szabo, A., Heller, B., Kistner, A., Shawgo, E., & Zetts, C. (2015). Development and validation of the attitudes toward outdoor play scales for children. Social Science & Medicine, 133, 253–260. https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2014.10.033 Cheng, T., Brussoni, M., Han, C. S., Munday, F., & Zeni, M. (2022). Perceived Challenges of early childhood educators in promoting unstructured Outdoor Play: An Ecological Systems perspective. Early Years, 1–17. https://doi.org/10.1080/09575146.2022.2034140 Farmer, V. L., Williams, S. M., Mann, J. I., Schofield, G., McPhee, J. C., & Taylor, R. W. (2017). The effect of increasing risk and challenge in the school playground on physical activity and weight in children: a cluster randomised controlled trial (PLAY). International Journal of Obesity, 41(5), 793-800. https://doi.org/10.1038/ijo.2017.41 Houser, N. E., Roach, L., Stone, M. R., Turner, J., & Kirk, S. F. (2016). Let the children play: Scoping review on the implementation and use of loose parts for promoting physical activity participation.
AIMS public health, 3(4), 781. https://doi.org/10.3934/publichealth.2016.4.781 Jerebine, A., Fitton-Davies, K., Lander, N., Eyre, E. L., Duncan, M. J., & Barnett, L. M. (2022). “Children are precious cargo; we don’t let them take any risks!”: Hearing from adults on safety and risk in children’s active play in schools: a systematic review. International journal of behavioral nutrition and physical activity, 19(1), 111. https://doi.org/10.1186/s12966-022-01344-7 Lambert, A., Vlaar, J., Herrington, S., & Brussoni, M. (2019). What Is the Relationship between the Neighbourhood Built Environment and Time Spent in Outdoor Play? A Systematic Review. International Journal of Environmental Research and Public Health, 16(20). https://doi.org/10.3390/ijerph16203840 Lee, E. Y., Bains, A., Hunter, S., Ament, A., Brazo-Sayavera, J., Carson, V., Hakimi, S., Huang, W. Y., Janssen, I., Lee, M., Lim, H., Silva, D. a. S., & Tremblay, M. S. (2021). Systematic review of the correlates of outdoor play and time among children aged 3-12 years. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 18(1). https://doi.org/10.1186/s12966-021-01097-9 Morgenthaler, T., Schulze, C., Pentland, D., & Lynch, H. (2023). Environmental qualities that enhance outdoor play in community playgrounds from the perspective of children with and without disabilities: A scoping review. International Journal of
Environmental Research and Public Health, 20(3), 1763. https://doi.org/10.3390/ijerph20031763 Munn, Z., Peters, M. D., Stern, C., Tufanaru, C., McArthur, A., & Aromataris, E. (2018). Systematic review or scoping review? Guidance for authors when choosing between a systematic or scoping review approach. BMC medical research methodology, 18, 1-7. https://doi.org/10.1186/s12874-018-0611-x Pawlowski, C. S., Madsen, C. D., Toftager, M., Amholt, T. T., & Schipperijn, J. (2023). The role of playgrounds in the development of children’s fundamental movement skills: A scoping review. PLoS one, 18(12), e0294296. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0294296 Pereira, J. V., Vila-Nova, F., Veiga, G., Lopes, F., & Cordovil, R. (2024). Associations between outdoor play features and children's behavior and health: A systematic review. Health & Place, 87, 103235. https://doi.org/10.1016/j.healthplace.2024.103235 Remmers, T., Broeren, S., Renders, C. M., Hirasing, R., Van Grieken, A., & Raat, H. (2014). A longitudinal study of children’s outside play using family environment and perceived physical environment as predictors. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 11(1), 76. https://doi.org/10.1186/1479-5868-11-76 Singh, A., Veldman, S., & De Jonge, M. (2023). Kinderen en jongeren bewegen minder en hun motoriek gaat achteruit. Kennis- en innovatiescan WP2.
Mulier Instituut. Spencer, R., Joshi, N., Branje, K., Murray, N., Kirk, S., & Stone, M. (2021). Early Childhood Educator Perceptions of risky play in an outdoor loose parts intervention. AIMS public health, 8(2), 213–228. https://doi.org/10.3934/publichealth.2021017 Ten Tije, T., Van Gorp, M., ’t Lam, M., & Singh, A. (2024). Buitenspelen onder de loep. Inzicht in de definitie van buitenspelen. Mulier Instituut. Tremblay, M. S., Gray, C., Babcock, S., Barnes, J. D., Bradstreet, C. C., Carr, D., Chabot, G., Choquette, L., Chorney, D., Collyer, C., Herrington, S., Janson, K., Janssen, I., Larouche, R., Pickett, W., Power, M., Sandseter, E. B. H., Simon, B., & Brussoni, M. (2015). Position Statement on Active Outdoor Play. International Journal of Environmental Research and Public Health, 12(6), 6475–6505. https://doi.org/10.3390/ijerph120606475 Visser, K., & Van Aalst, I. (2022). Neighbourhood factors in children's outdoor play: A systematic literature review. Tijdschrift voor economische en sociale geografie, 113(1), 80-95. https://doi.org/10.1111/tesg.12505 Wenger, I., Lynch, H., Prellwitz, M., & Schulze, C. (2023). Children’s experiences of playground characteristics that contribute to play value and inclusion: Insights from
a meta-ethnography. Journal of Occupational Science, 1-28. https://doi.org/10.1080/14427591.2023.2248135 Willeboordse, M., Slot-Heijs, J., Noordzij, M., & Singh, A. (2022). Buitenspelen in perspectief. Inzicht in de complexiteit van buitenspeelgedrag van Nederlandse kinderen. Mulier Instituut. Woolley, H., & Lowe, A. (2013). Exploring the relationship between design approach and play value of outdoor play spaces. Landscape Research, 38(1), 53-74. https://doi.org/10.1080/01426397.2011.640432
Bijlage 1
In tabel B1.1 geven we een overzicht van het aantal professionals dat heeft aangegeven dat een factor van invloed is op hoeveel tijd kinderen op speelplekken doorbrengen, de motorische ontwikkeling van kinderen op speelplekken, het plezier dat kinderen op speelplekken ervaren en de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren. Tabel B1.1 Aantal professionals dat heeft aangegeven dat een factor van invloed is op verschillende aspecten (n=45) Hoeveel
Motorische
tijd
ontwikkeling
Plezier
Uitdaging
De factor
Weet ik niet
heeft geen invloed op deze aspecten
Ruimtelijke indeling van
30
28
33
35
1
3
8
14
20
17
10
4
27
37
34
35
1
3
26
22
35
32
1
2
19
32
32
40
1
1
14
2
11
5
17
6
22
14
22
13
3
11
16
4
11
8
11
9
37
2
20
3
1
5
26
31
36
34
3
1
speelplekken Type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels) Aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken Aanwezigheid van natuurlijke elementen op speelplekken Aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken Aanwezigheid van omheining op speelplekken Aanwezigheid van open ruimte op speelplekken Aanwezigheid van zichtlijnen op speelplekken Aanwezigheid van schaduw op speelplekken Aanwezigheid van losse speelmaterialen/gerecyclede materialen/open materialen (zoals gerecyclede banden, stenen, touw) op speelplekken
Aanwezigheid van
36
1
20
5
1
2
37
7
37
9
0
3
12
8
14
12
12
12
29
37
38
37
0
1
Variatie tussen speelplekken
30
30
34
33
0
3
Grootte van speelplekken
32
20
28
25
1
6
Mogelijkheden voor sociale
31
6
30
11
1
7
37
4
14
4
1
4
voorzieningen op speelplekken (zoals (picknick)bankjes, watertappunten, prullenbakken of schone toiletten) Aanwezigheid van attributen op speelplekken waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen Dichtheid van de speelvoorzieningen op speelplekken Variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden)
bijeenkomsten op speelplekken Aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken op speelplekken voor ouders/verzorgers Bron: Mulier Instituut.
Bijlage 2
In tabel B2.1 geven we een overzicht van de organisaties waar de deelnemers aan de focusgroepen werkzaam zijn. We danken hen, de kinderen en de andere experts die aan het onderzoek hebben deelgenomen voor hun waardevolle bijdragen. Tabel B2.1 Organisaties die hebben bijdragen in de focusgroepen Aeres Hogeschool BOERplay BSW Rotterdam Cruyff Foundation De Blauwe Ton House of Esports Inno BeweegLab Jantje Beton Kompan Lappset Nijha Nijland Erf- en Landschap inrichting OBB ingenieurs Proludic RePlay Space for Play Speelplan Speeltuinwerk Limburg Stichting Enschedese Speeltuinen Tante Kastanje
Lisa Wilderink l.wilderink@mulierinstituut.nl Tessa ten Tije t.tentije@mulierinstituut.nl Amika Singh a.singh@mulierinstituut.nl
Mulier Instituut | 2025
Utrecht.nl/speeltuinen
2017-2274.1
Speelruimte maken we samen
Beleidskader beheerde speeltuinen
Inhoudsopgave 0
Samenvatting
1
Inleiding
4
2
Doel
5
2.1 3
4
5
6
2
Uitgangspunten
6
Het veranderproces
7
3.1 3.2
8 9
Rol sociaal makelaar 2018 Rol sociaal makelaar vanaf 2019
Plan per speeltuin
10
4.1 4.2
12 12
Wat is tot nu toe bereikt Welke mogelijkheden geeft het beleidskader speeltuinen
Kwaliteit speeltuinen
13
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
13 14 14 15 15 16 16 16
Het hart Levendig Mensen Uitdagende inrichting en speelwaarde Technisch beheer, onderhoud en huurovereenkomst Pedagogisch klimaat Bestuur en sociaal ondernemerschap Ondersteuning, begeleiding en advisering speeltuinorganisaties
Financiën
18
6.1 6.2 6.3 6.4
18 19 19 19
Herverdeling middelen sociaal makelaarsorganisaties, UVO en Stadsbedrijven Geldstromen Huidige verdeling middelen Voorstel verdeling middelen vanaf 1 januari 2018
Bijlage: Regelen van verantwoordelijkheid
21
Eigendom van grond en opstallen Huurovereenkomst Huurafhankelijk recht van opstal Oplevering einde huur Vergunningen Aansprakelijkheid Verzekeren
21 22 22 22 22 23 23
Beleidskader beheerde speeltuinen
Samenvatting
Met het beleidskader ‘Speelruimte maken we samen’ willen wij het beheer van de Utrechtse speeltuinen een impuls geven. Dit is nodig, omdat gebruikers, bewoners en professionals een gebrek aan duidelijke sturing ervaren. Dit komt doordat het beheer van de speeltuinen op dit moment verspreid is over meerdere organisaties en gemeentelijke afdelingen. Hierdoor verliezen de speeltuinen aan betekenis als plekken die bijdragen aan een sterke sociale basis in de stad. Daar willen we iets aan doen.
het kan ook draaien om spelend leren of elkaar ontmoeten. Met dit beleidskader maken we deze thema’s tot het hart van het beheer.
Dit nieuwe beleidskader stelt voor het beheer sterk te vereenvoudigen en per speeltuin in één hand terug te brengen. Hiernaast geeft het beleidskader voor de toekomst duidelijkheid over de gewenste kwaliteitscriteria én de juridische en financiële voorwaarden die nodig zijn voor het beheer. Zo streven we naar een situatie waarin speeltuinen levendige plekken zijn, waar speeltuinorganisaties slagvaardig kunnen handelen en actieve bewoners met professionele ondersteuning activiteiten kunnen organiseren.
Omdat spelen niet zonder risico’s kan, is het belangrijk dat de verantwoordelijkheden goed zijn afgesproken. Het moet voor iedereen duidelijk zijn wie verantwoordelijk en aansprakelijk is voor onderhoud en veiligheid. In dit beleidskader zijn hiervoor handvatten opgenomen.
Dit beleidskader is in samenwerking met betrokkenen tot stand gekomen. De eerste stappen werden gezet door studenten die een oriënterend onderzoek uitvoerden. Naar aanleiding van dit onderzoek is met bewoners en gebruikers per speeltuin een plan ontwikkeld. Hieruit bleek dat iedere speeltuin een ‘kloppend hart’ heeft, een in het oog springend thema dat uniek is voor die ene speeltuin. Soms is dat sport of natuur, maar
De speeltuinen blijven een plek voor sociaal makelaars om contacten te leggen en initiatieven te ondersteunen. Hiernaast vraagt het pedagogisch klimaat op een aantal speeltuinen nog veel aandacht. In deze speeltuinen blijven de sociaal makelaarsorganisaties het sociaal beheer uitvoeren.
Om de speeltuinorganisaties bij hun toekomstige beheertaak te ondersteunen, stellen we voor alle speeltuinen een basisbudget te geven, opgehoogd met middelen voor vervanging van de speeltoestellen en groot onderhoud van het speeltuingebouw. Voor enkele speeltuinen met hogere beheerlasten en/of een pedagogisch klimaat dat om extra inspanningen vraagt, kan het basisbudget worden verhoogd. We zijn ervan overtuigd dat de speeltuinen met deze aanpak een belangrijke rol kunnen spelen in het veilig en plezierig opgroeien van kinderen in Utrecht.
Beleidskader beheerde speeltuinen
33
1. Inleiding De 21 beheerde speeltuinen in de gemeente zijn van belang voor kinderen als onmisbare aanvulling op alle openbare speelplekken en parken in de stad. Kinderen kunnen elkaar hier ontmoeten, veilig spelen en oefenen met de vreedzame conflicthantering die ze op school leren.
De speeltuinen zijn vaak plekken waar nieuwe buurtinitiatieven ontstaan die goed zijn voor de stad. Ook de leefbaarheid in de wijk is erbij gebaat, want kinderen hebben dan een goede speelvoorziening in de buurt. Tenslotte vormen ze vaak een magneet voor jonge gezinnen met verhuisplannen. De nota Speelruimte Utrecht 2009 benadrukte die grote betekenis al en noemde tegelijk een aantal hoofdpunten van het beleid, zoals de nadruk op kwaliteit van de speelruimte en het opstellen van tien wijkspeelruimteplannen. Het Utrechtse speeltuinbeheer heeft altijd al een eigen karakter gehad. Elders in het land dragen zelfstandige speeltuinverenigingen of stichtingen doorgaans de verantwoordelijkheid, met een grote rol voor gebruikers en bewoners. Hier gebeurt dat van oudsher door beroepskrachten die samenwerken met ouders, kinderen en vrijwilligers. Een aanpak waar Utrecht achter staat, omdat zo de kwaliteit van de speeltuinen gewaarborgd wordt. In het verre verleden voerde een gemeentelijke dienst het beheer uit, in 1994 namen de voormalige 4
Beleidskader beheerde speeltuinen
welzijnsorganisaties die taak over. Sinds 2013 is het beheer gesplitst: de sociaal makelaarsorganisaties (SMO’s) zorgen voor het sociale deel, Stadsbeheer(SB) voor het technische deel. Dit nieuwe beleidskader stelt voor het beheer sterk te vereenvoudigen en per speeltuin in één hand terug te brengen: in de speeltuin, door één organisatie, met inbreng van gebruikers en bewoners. Het beheer wordt zo helderder en wint aan kwaliteit. Deze koers is geheel in lijn met het beleidskader Vernieuwend Welzijn (2011) én het coalitieakkoord ‘Utrecht maken we samen’: we behouden de professionaliteit, maar geven tegelijk bewoners het vertrouwen om een rol te spelen en maken daarbij graag gebruik van hun kwaliteiten en betrokkenheid. In dit voorstel leest u achtereenvolgens het doel, de uitgangspunten en het proces dat we voor ons zien om hier samen met onze partners in de stad te komen. Hierna gaan we in op de plannen per speeltuin en de wijze waarop we dit vertalen in gemeentelijk beleid. Tot slot gaan we in op de juridische en financiële aspecten.