Agendabundel
Tekst van het document
Spreker vraagt of verschuiving van een deel van het initiatievenfonds hier deels in kan voorzien. Mevrouw Van Mil (Student&Starter) geeft aan de woordvoering van mevrouw Sturkenboom over te nemen en wil spreken over participatie. De fractie vindt het fijn dat dit plan bestaat omdat deze wensen bij veel jonge mensen bestaat omdat zij geen tuin hebben en voor een deel van het groen in de stad willen zorgen. Het is wel de vraag wat je dan mag doen en hoe je die informatie vindt. De fractie heeft soortgelijke vragen als de VVD over het online platform. De financiering hiervoor ontbreekt terwijl het wel een handig middel is omdat jongere initiatiefnemers op deze manier informatie willen vinden. De fractie meent dat er zelfs verder gedacht kan worden en dat dat er een app ontwikkeld zou kunnen worden met een kaart waarop staat welk zelfbeheer je kan doen en het maaibeleid zou ook aan deze kaart kunnen worden toegevoegd. Het gaat de fractie erom om het zo gemakkelijk mogelijk te maken om aan zelfbeheer te doen. De wethouder wordt gevraagd hoe jongeren worden betrokken bij het actieplan De heer Işik (PvdA) geeft aan dat mevrouw Van Mil ook jong is en vraagt hoe zij wil dat jongeren betrokken worden. Mevrouw Van Mil (Student&Starter) geeft aan te denken aan een communicatiecampagne waarbij bekeken moet worden hoe ook jongere bewoners van Utrecht bereikt worden.
Daarbij kan gedacht worden aan social media en het verstrekken van de informatie in de buurten waar jongere bewoners wonen. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of Student&Starter het met de PvdD eens is dat het verwarrend kan zijn als er verschillende kanalen worden gebruikt en dat de gemeente een coördinerende rol moet hebben in het opzetten hiervan. Mevrouw Van Mil (Student&Starter) meent dat het handig is als de gemeente een coördinerende rol neemt en denkt dat een app handig zou kunnen zijn zoals ook bij de Slim melden-app te zien is. Mevrouw Zwinkels (CDA) meent dat het mooi is als mensen iets in hun eigen buurt weten op te zetten, ook als de gemeente daar niet aan te pas komt. Mevrouw Van Mil (Student&Starter) is het daar mee eens maar meent dat het handig is als met betrekking tot het platform de gemeente een coördinerende rol inneemt. Pagina 18 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt hoe een bewoner zou moeten weten of hij of zij naar het platform moet gaan of naar het loket. De PvdD worstelt hier mee en is benieuwd of Student&Starter daar een idee over heeft. Mevrouw Van Mil (Student&Starter) licht toe dat Student&Starter daar ook mee worstelt. De fractie ziet nu dat sommige mensen niet weten dat zelfbeheer überhaupt een optie is. Informatie over vergunningen zou via het loket kunnen worden verstrekt en meer praktische informatie over bijvoorbeeld wat er goed groeit in de buurt zou via het platform kunnen. Er zou nagedacht kunnen worden over welke informatie op welke manier kan worden verstrekt. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het mooi dat dit onderwerp nu wordt besproken en meent dat iedereen zelfbeheer een warm hart toedraagt. Het CDA vindt het belangrijk dat de gemeente zelfbeheer stimuleert met een menselijke maat, waarbij mensen een gevoel van eigenaarschap hebben en betrokken raken en buren ontmoeten. Daar is behoefte aan en dit onderwerp leeft, niet alleen bij jonge mensen. De fractie zou een menselijke benadering willen zien vanuit de gemeente met een loket met vaste aanspreekpunten en eventueel een groenconciërge of een vertegenwoordiging vanuit het wijkbureau. Spreker ziet graag dat de gemeente actief de wijk in gaat en vraagt de wethouder of daar in het actieplan ruimte voor is.
Om het gevoel van eigenheid te versterken vindt spreker het belangrijk dat mensen de gelegenheid krijgen om een bordje te plaatsen op de plek van zelfbeheer. Het CDA zal met een voorstel komen en hoopt op brede steun van haar collega’s. Daar mag wat creativiteit van de zelfbeheerder in zitten maar het CDA vindt het ook belangrijk dat het een zekere netheid uitstraalt en dat het geen ratjetoe wordt. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst kwam ook aan bod dat het gewaardeerd wordt als de gemeente hierin faciliteert. De fractie is ook benieuwd naar hoe de communicatiecampagne vorm wordt gegeven en hoe hier fysiek invulling aan gegeven kan worden. De gemeente hoeft niet alles qua materiaal ter beschikking te stellen maar bij het Máximapark is gebleken dat mensen soms behoefte hebben aan fysieke plekken om materiaal op te slaan. Gevraagd wordt wat de wethouder op dat gebied kan toezeggen. Als dit wordt opgestart, moet het ook behouden worden en daartoe zal de gemeente anders moeten werken met betrekking tot bijvoorbeeld de beheercontracten met aannemers en andere partijen die in de openbare ruimte bezig zijn en soms schade toebrengen aan de zelfbeheerinitiatieven. De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat mevrouw Zwinkels terecht het Máximapark benoemt als het gaat om ruimte voor het opslaan van materiaal.
Dit betreft echter een park van duizenden vierkante meters maar soms gaat het ook om strookjes van enkele vierkante meters en spreker gaat er van uit dat er dan niet meer materieel nodig is dan wat je ook in je eigen schuur hebt staan. Spreker vraagt waarom het CDA hier een rol voor de gemeente in ziet. Mevrouw Zwinkels (CDA) licht toe zelf eens mee te hebben geholpen aan de Oosterspoorbaan en heeft daar het signaal gekregen dat daar wel behoefte aan is. Het moeten inderdaad wel grotere plekken zijn waar dit op een veilige manier gebeurt zodat er geen vandalisme optreedt. Spreker las in hoofdstuk 2 van het actieplan veel regeltjes. Er wordt voorgeschreven waar een zelfbeheerder wel of niet gebruik van kan maken en wat hij of zij moet doen. Spreker zou daarvan willen wegblijven en zou het mooi hebben gevonden als het plan samen met zelfbeheerders tot stand was gekomen en ziet aanknopingspunten om de participatie beter te doen. Mensen willen het laagdrempelig en vooral geen bureaucratie en gehoopt wordt dat er in de uitvoering enige flexibiliteit is. Mevrouw Van Dun (D66) geeft aan dat er tijdens de raadsinformatiebijeenkomst veel positieve geluiden gehoord zijn en geeft een compliment aan de wethouder voor deze simpele aanpak met slechts zeven maatregelen. Bij maatregel 1 gaat het over het promoten van zelfbeheer.
Spreker vraagt zich af hoe de wethouder dit wil gaan doen omdat je niet zou moeten willen dat deze vrijwilligers vergadertijgers worden. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt waarom mevrouw Van Dun denkt dat de vrijwilligers vergadertijgers zouden worden als het zelfbeheer wordt gepromoot. Mevrouw Van Dun (D66) geeft aan van de wethouder te willen horen hoe hij het zelfbeheer wil gaan promoten. Als dat is door mensen meermaals bij elkaar te roepen dan worden het vergaderingen en spreker meent dat je dat niet wilt hebben. De heer Işik (PvdA) vraagt waarom D66 ervan uitgaat dat het allemaal vergadertijgers gaan worden. Mevrouw Van Dun (D66) geeft aan te vragen hoe de wethouder het wil doen. Spreker is bang, de gemeente kennende dat er een bijeenkomst wordt belegd en dat dat een vervolg krijgt. Pagina 19 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Işik (PvdA) geeft aan dat deze mensen graag hun wijk leuker willen maken en dat zij geen tijd hebben om te vergaderen. Spreker probeert daarmee om de zorg van mevrouw Van Dun weg te nemen. Mevrouw Zwinkels (CDA) ziet er geen probleem in als er iets wordt georganiseerd en dat daar een vervolg aan komt en is benieuwd waar mevrouw Van Dun bang voor is. Spreker vraagt of D66 het met haar eens is dat er per wijk met vaste aanspreekpunten gewerkt moet worden zodat er korte lijnen zijn met de gemeente en mensen dat hele circuit niet eens in hoeven. Mevrouw Van Dun (D66) is dat met het CDA eens en geeft aan dat zij slechts haar angst naar voren bracht. Het gaat erom dat mensen plezier hebben met het werken in hun tuinen. Spreker wacht het antwoord van de wethouder af. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt hoe D66 denkt over de groenconciërge. Mevrouw Van Dun (D66) antwoordt dat dat in haar inbreng later aan de orde komt. Spreker vraagt wie het platform gaat beheren. Als deze activiteit onder de gemeente valt dan zal er ook iets aan modereren gedaan moeten worden. Spreker is oud-journalist en heeft veel ta maken gehad met platformen op internet. Ook al zou het een besloten club zijn, er zullen toch mensen zijn die taal uitkramen waar je niet van gediend bent en waar je vanaf wilt. Spreker vraagt wie het platform gaat modereren als de gemeente het beheert.
Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat bij het vorige punt D66 angst had en dat er nu angst is dat er onwelvoeglijke taal wordt gebruikt en vindt dit een negatieve inslag. Spreker meent dat er ook mooie dingen kunnen worden voorgesteld op het platform en vraagt of D66 het met haar eens is dat de gemeente niet alleen moet modereren maar ook antwoord moet kunnen geven op de vragen die worden gesteld. Mevrouw Van Dun (D66) stelt dat het forum een mooi iets moet worden waar prachtige dingen op komen te staan. Het kan echter ook gebeuren dat er bagger op terecht komt en de fractie meent dat iemand dat eraf moet kunnen halen. Spreker vraagt zich af wie dat gaat doen, of dat überhaupt gedaan gaat worden en of daar iemand voor wordt aangewezen. Dit, als het een gemeentelijk platform is. Mevrouw Snippe (PvdD) stelt dat het platform niet van de gemeente is maar dat het wel in het plan van de gemeente staat. Gevraagd wordt wie gecontroleerd kan worden en wie verantwoordelijk gehouden kan worden als het niet lekker loopt met het platform. Spreker stelt deze vraag meteen ook aan de wethouder. Mevrouw Van Dun (D66) licht toe dat haar vraag ook aan de wethouder was gericht als het platform van de gemeente is. Spreker is vooral benieuwd naar van wie het platform wordt en wie het beheert.
Spreker stelt dat in het plan staat dat zelfbeheer moet verbinden met beleidsdoelen op het vlak van vergroening, klimaatadaptatie en sociale cohesie. Dat zijn grote woorden die D66 van harte steunt. Ondanks enthousiaste geluiden van zelfbeheerders tijdens de raadsinformatiebijeenkomst waren er ook klachten over de bereikbaarheid van de gemeente, trage reacties, het foutief maaien van planten en onvoldoende water geven in droge periodes. Spreker sluit aan bij de al eerder gestelde vraag over de groenconciërge en vraagt hoe dit in de toekomst geregeld gaat worden. Van D66 mag er een groenconciërge komen of iemand binnen de Wijkonderhoud en Service die persoonlijk contact houden met bepaalde mensen. Er is gesproken over het opbergen van tuingereedschappen Het woord tuingereedschap komt echter niet voor in het actieplan. Gevraagd wordt in hoeverre zelfbeheerders beroep kunnen doen op tuingereedschappen die de gemeente beschikbaar stelt. Om groene plannen te ondersteunen kan een beroep worden gedaan op het Initiatievenfonds. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst gaf iemand aan dat dat niet geldt voor de oude binnenstad en spreker vraagt de wethouder of dat juist is. Als dat juist is ziet spreker graag een oplossing voor dit probleem. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe D66 staat tegenover het idee van het CDA om met bordjes aan de slag te gaan.
Mevrouw Van Dun (D66) heeft begrepen dat veel van die bordjes spontaan verdwijnen. Spreker vindt het prima als mensen een bordje plaatsen waarop staat dat dat stuk groen wordt onderhouden door wijkbewoners. Echter, als die bordjes verdwijnen is de vraag of de gemeente die weer moet gaan vervangen. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt voor om met elkaar te bedenken hoe dat kan worden tegengegaan en vraagt of D66 dan meent of de gemeente een faciliterende rol heeft om de bordjes te plaatsen.
Pagina 20 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Van Dun (D66) vraagt zich af of dat in de begroting zit en meent dat dat niet zo nodig is. De gemeente zou een bordje kunnen plaatsen maar als het verdwijnt zou de gemeente het niet steeds hoeven te vervangen. Spreker ziet liever dat mensen dit zelf verzorgen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vreest dat zij D66 niet kan overtuigen maar meent wel dat een bordje veel informatie zou kunnen geven over wat zelfbeheer inhoudt en vraagt of dit een beleidsdoel is en of D66 de meerwaarde ervan ziet op andere vlakken. Spreker vraagt of D66 het met haar eens is dat als er een manier kan worden bedacht om te voorkomen dat de bordjes worden weggehaald, de gemeente bordjes moet faciliteren en dat de negatieve keerzijde niet moet bepalen dat mensen geen bordje krijgen. Mevrouw Van Dun (D66) vraagt zich af hoe voorkomen kan worden dat bordjes verdwijnen. Als het CDA nog meer informatie op het bordje wil vreest ze dat het bordje zo groot wordt dat de tuin niet meer te zien is. Spreker is daar geen groot voorstander van. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan met betrekking tot de bordjes geïnteresseerd te zijn in het voorstel van de CDA en vraagt of mevrouw Zwinkels het met haar eens is dat de bordjes een vorm van symptoombestrijding zijn. Het gaat er volgens spreker ook om dat bordjes kunnen helpen om aan mensen van de gemeente aan te geven dat ze de stukken groen niet moeten maaien.
Mevrouw Zwinkels (CDA) meent dat het geen symptoombestrijding is maar dat bordjes wel veel ellende kunnen voorkomen. Als er een bordje had gestaan bij de trap in de binnenstad had voorkomen kunnen worden dat het groen was weggemaaid. Spreker is op zoek hoe het bordje op verschillende manieren kan bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente. Daarnaast dragen ze bij aan de eigenheid, het karakter en het kunnen identificeren met de eigen buurt. Spreker ziet de meerwaarde van bordjes en meent dat de bewoners zelf hier bij betrokken moeten worden. In Leidsche Rijn zijn grote borden door de gemeente geplaatst en dat werd niet gewaardeerd omdat het er niet mooi uit zag. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan het over ‘maai me niet-bordjes’ te hebben en dat dat symptoombestrijding is. Mevrouw Zwinkels (CDA) is het op dat gebied met de PvdD eens. Er moet voor gezorgd worden dat er in wijken waar sprake is van zelfbeheer met vaste aannemers wordt gewerkt zodat er geen bordje hoeft te worden geplaatst omdat anders het groen wordt weggemaaid. De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat het gaat over zelfbeheer en vraagt waarom de gemeente dan bordjes zou moeten plaatsen. Spreker meent dat mensen dat prima zelf kunnen doen. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat er meerdere redenen zijn waarom dit nu niet gebeurt.
Zo mag je niet zelf een bordje in de openbare ruimte plaatsen, het kost geld en spreker vindt het ook een stukje waardering naar de mensen toe. Om zelfbeheer te stimuleren vanuit de gemeente kan het faciliteren van een bordje helpen. De heer Virginia (GroenLinks) stelt dat het goed is dat er door het actieplan meer aandacht komt voor zelfbeheer. Zelfbeheer actief stimuleren heeft meerwaarde voor vergroening, gezondheid, klimaatadaptatie en sociale cohesie in de wijk. Dat is de reden waarom GroenLinks zeer positief is over het actieplan. Geïnspireerd door de raadsinformatiebijeenkomst en aansluiting op wat eerder gezegd is wil spreker nog een aantal punten meegeven. Er dient gezorgd te worden voor aanspreekpunten bij de gemeente die kennis van zaken hebben. Dit helpt bewoners gemotiveerd te blijven en verhoogt de kwaliteit van het groenbeheer. Er dient bij zelfbeheer gezorgd te worden voor een goede overdracht van kennis en informatie aan de bewoners. Er kan niet verwacht worden dat de botanische kennis bij iedereen voldoende aanwezig is. Er dient rekening gehouden te worden met het gegeven dat de behoefte van bewoners kan afwijken van het beleid van de gemeente. Hier moet zorgvuldig mee worden omgegaan om de motivatie van zelfbeheerders te behouden. Het beheer dat door de gemeente wordt uitgevoerd moet worden afgestemd op het zelfbeheer.
Dit, omdat anders het risico ontstaat dat de gemeente, ongewenst, een tegenstander wordt van het zelfbeheer. Als door het wegvallen van een van de bewoners wat minder aandacht is voor een stukje zelfbeheer, moet dit niet direct kaalgemaaid worden. Het zelfbeheer en het beheer van de gemeente moeten goed op elkaar aansluiten met betrekking tot het geven van water. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat er tijdens de raadsinformatiebijeenkomst een voorbeeld met betrekking tot de bewatering aan de orde is gekomen. Spreker vraagt of GroenLinks van mening is dat de gemeente de plekken van zelfbeheer vanzelfsprekend moet meenemen in haar eigen beheerrondjes. Pagina 21 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Virginia (GroenLinks) antwoordt dat dat daar waar het nodig is moet worden gedaan. Het is zelfbeheer en het initiatief ligt daarmee voor GroenLinks bij de zelfbeheerders. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan bij bewatering te denken aan regentonnen omdat die bijdragen aan de klimaatadaptatie. Spreker vraagt of GroenLinks het met haar eens is dat het goed zou zijn als de gemeente zou faciliteren dat zelfbeheerders over regentonnen kunnen beschikken. De heer Virginia (GroenLinks) antwoordt dat als de zelfbeheerders aangeven daar behoefte aan te hebben dat een goed idee zou zijn. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of GroenLinks het er mee eens is dat het goed zou zijn als de gemeente bijvoorbeeld 250 regentonnen, verdeeld over de stad, gratis zou verstrekken. De heer Virginia (GroenLinks) meent dat het aan de zelfbeheerders is om te overleggen met de gemeente als zij ergens zelf niet in kunnen voorzien. Het lijkt spreker niet logisch als de gemeente 250 ter beschikking zou stellen als er geen zelfbeheerders zijn die daar behoefte aan hebben. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat mensen aangegeven hebben dat het hun niet gaat om het gratis verstrekken van spullen.
Gevraagd wordt of GroenLinks het met haar eens is dat dit niet als vanzelfsprekendheid moet worden gezien en dat er verder moet worden gekeken dan het verstrekken van gratis spullen om het zelfbeheer nog meer te kunnen faciliteren. De heer Virginia (GroenLinks) geeft aan niet te hebben willen zeggen dat er gratis spullen ter beschikking moeten worden gesteld. Spreker bedoelde te zeggen dat zelfbeheerders in overleg met de gemeente kunnen treden als zij zelf ergens niet in kunnen voorzien. Dat zou een regenton kunnen zijn maar het aanbod moet niet vanuit de gemeente komen. De heer Van der Marel (VVD) herinnert zich dat in de raadsinformatiebijeenkomst naar voren is gekomen dat mensen over een grote afstand water moesten krijgen naar de zelfbeheerplek en daar graag ondersteuning van de gemeente in wensten. Spreker is het met GroenLinks eens dat als daar om wordt gevraagd, de gemeente hierin faciliteert. Als de regenton ook op grote afstand van de zelfbeheerplek staat dan is dat geen goed idee. De heer Virginia (GroenLinks) vervolgt en geeft aan dat niet ieder gebied in de stad op elk moment in zelfbeheer kan worden gegeven. Er moet voldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod zijn vanuit de bewoners om dit op te pakken. Er dient gezorgd te worden voor de bescherming van boomspiegels tegen onder andere geparkeerde fietsen en afval.
Dit bijvoorbeeld door het plaatsen van houten hekjes. Dit verhoogt de motivatie van bewoners om aan zelfbeheer te gaan doen en verkleint het risico dat hun groene gebiedjes door anderen worden vernietigd. Mevrouw Van Dun (D66) vraagt of GroenLinks mensen die niet voldoende verstand hebben van tuinieren wil uitsluiten van zelfbeheer. Spreker kan zich dit niet voorstellen bij de heer Virginia en hoopt dit verkeerd te hebben begrepen. De heer Virginia (GroenLinks) stelt dat dit inderdaad verkeerd begrepen is. Dit, omdat zijn volgende punt is dat diversiteit en inclusie ook geldt voor zelfbeheer. Mensen met beperkingen of andere kennis en gewoonten dan de gemeente gewend is moeten ook mee kunnen doen. Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij dat de heer Virginia dit zegt omdat zij hem net hoorde vertellen dat mensen moeten beschikken over voldoende botanische kennis en dat er voldoende kwalitatief aanbod moet zijn voor zelfbeheer. Spreker is blij dit de heer Virginia dit wegneemt en sluit aan bij mevrouw Van Dun op dit punt, iedereen moet mee kunnen doen. De heer Virginia (GroenLinks) stelt te hebben bedoeld dat de gemeente er niet vanuit moet gaan dat iedereen zomaar zelfbeheer kan doen en dat als er behoefte is aan kennis, dat de gemeente daarin moet faciliteren.
Met kwalitatief en kwantitatief bedoelde spreker wat mensen bij de raadsinformatiebijeenkomst aangaven dat als zij niet voldoende mensen hebben die dit kunnen, zij niet een groot stuk groen voor zelfbeheer over de heg gegooid moeten krijgen. Spreker vervolgt en geeft aan dat structurele steun soms nodig is om zelfbeheer op langere termijn te laten slagen, het Initiatievenfonds is lang niet altijd voldoende. De wethouder wordt om een reactie gevraagd op deze punten. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan dat de PvdD blij is dat er onder Utrechters veel enthousiasme is voor zelfbeheer van groen in de openbare ruimte. De fractie heeft veel waardering voor de inwoners die Utrecht groener en biodiverser willen maken. Biodiversiteit verdient een hoofdrol in het actieplan. Het moment van bloeien van planten in relatie tot de aanwezigheid van insecten is heel belangrijk. De bloeiperiode en daarmee de aanwezigheid van insecten verandert door de klimaatverandering. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen dat inwoners door de gemeente worden voorgelicht op dit vlak en welke mogelijkheden hij hiertoe ziet. Pagina 22 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Zelfbeheer biedt ook de mogelijkheid om het openbaar groen vogelvriendelijk in te richten. In de zomer hebben vogels het soms bij hoge temperaturen zwaar omdat zij moeilijk water kunnen vinden. De keuze voor de juiste planten en struiken kan hier een wereld van verschil in maken. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen ook het vogelvriendelijk inrichten van openbaar groen zoveel mogelijk te stimuleren door informatievoorziening. Met de beste bedoelingen worden er verschillende soorten gezaaid en geplant maar uitheemse soorten, of als er wordt geteeld met veel gif, dan doet dit meer kwaad dan goed omdat lokale inheemse soorten verdrongen worden. Erger nog is dat de genenmix kan worden vervuild omdat inheemse en uitheemse soorten verkruisen. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen dat de gemeente hierop toeziet en dat hierover wordt gecommuniceerd naar zelfbeheerders. De heer Virginia (GroenLinks) vraagt hoe de PvdD het toezien op zelfbeheer voor zich ziet. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan te hebben bedoeld dat er toegezien wordt dat er informatievoorziening komt over dit onderwerp. Mevrouw Van Dun (D66) wijst mevrouw Snippe erop dat er al een lijst bestaat van uitheemse planten die, als ze zich voordoen, direct worden weggehaald. Spreker stelt dat hier dus al nationaal beleid over is.
Mevrouw Snippe (PvdD) antwoordt dat het goed is dat mensen enthousiast zijn over zelfbeheer maar dat het soms schort aan botanische kennis en dat het goed is als de gemeente hier voorlichting over geeft. Gezien de biodiversiteitscrisis lijkt het de PvdD noodzakelijk om het bevorderen van biodiversiteit zowel als beleidsdoel toe te voegen als wel aan de evaluatie. De wethouder wordt gevraagd het actieplan aan te vullen met biodiversiteit als beleidsdoel, dat betreft maatregel 5, en dat biodiversiteit expliciet zal worden toegevoegd aan het evaluatiekader dat nog moet komen. Het is fijn dat er zoveel groenbeheerders opstaan maar één coördinator die voorziet in informatie, materiaal, motivatie en continuïteit is volgens spreker onmisbaar en blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen een dergelijke functie te realiseren en de invulling ervan terug te koppelen naar de raad. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen te onderzoeken wat er nodig is om regentonnen te verstrekken aan zelfbeheerders. De voorzitter licht toe dat dit de laatste bijdrage was van de agenderende fracties. De andere fracties kunnen nu een korte extra bijdrage doen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan de raadsinformatiebijeenkomst te hebben bijgewoond en vond het leuk om te zien dat er zoveel betrokken bewoners waren.
Veel bewoners waren ook enthousiast over de betrokkenheid van de gemeentelijke medewerkers. Dit waren veelal ervaren medewerkers die richting hun pensioen gaan en de vrees werd geuit of de nieuwe lichting ook die betrokkenheid heeft en de ruimte heeft in hun takenpakket om hun betrokkenheid bij bewonersinitiatieven te tonen. Gevraagd wordt welke mogelijkheden medewerkers hebben om zelfbeheerders bij te staan. Vrijwel alle acties in het actieplan staat gepland voor het tweede kwartaal van dit jaar. Dit zou dus allemaal uitgevoerd moeten zijn, ook het platform, en de wethouder wordt gevraagd de stand van zaken met betrekking tot deze acties te schetsen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de heer Wijmenga zelf ook een voorstel heeft met betrekking tot de opvolging van de meer ervaren medewerkers in de ambtelijke organisatie. De heer Wijmenga (ChristenUnie) meent dat het aan het college en de gemeentesecretaris is om te kijken hoe zij de ambtelijke inzet vormgeven. Er is 1.250 uur per jaar beschikbaar voor de ondersteuning van zelfbeheerders en spreker meent dat er in die verdeling iets kan zitten voor een medewerker met een coördinerende rol. Spreker wil vooral meegeven dat ervoor gezorgd moet worden dat de gemeentelijke medewerkers de ruimte hebben om als zij een actie zien deze ook op te kunnen pakken. Het zelfbeheer levert in de praktijk niet altijd op wat ervan verwacht werd.
In een column in het AD stond afgelopen week beschreven dat zelfbeheer een soort verkapte uitbreiding van iemands tuin werd of dat er niets gebeurde. Het college wordt gevraagd hoe met dit soort situaties omgegaan wordt en of jaarlijks wordt gecheckt of het allemaal wel goed gaat. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft de column niet gelezen maar van dezelfde columnist wel begrepen dat er in Leidsche Rijn grote borden zijn geplaatst. Spreker vraagt wat de heer Wijmenga op dit punt precies wil. De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan op dit punt aan te sluiten bij mevrouw Snippe. Zelfbeheer schept een verantwoordelijkheid en als die niet wordt nagekomen dan zou het beheer weer terug moeten gaan naar de gemeente. Pagina 23 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt met betrekking tot het punt over het uitbreiden van de eigen tuin op dat er in Utrecht veel huizen worden gebouwd zonder tuin of met een heel kleine tuin en vraagt wat de bijsmaak van de heer Wijmenga precies inhoudt. De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan dat het openbare ruimte betreft en meent dat het opschuiven van de eigen tuin met openbare ruimte niet de bedoeling kan zijn van wat de gemeente wil stimuleren. De heer Işik (PvdA) vraagt wat de houding van het college is als er sprake is van verwaarlozing door zelfbeheerders. Spreker vraagt het college toe te zeggen dat er jaarlijks gemonitord wordt. Spreker stelt dat zelfbeheer essentieel is de tweedeling in de samenleving tegen te gaan en vraagt hoe het college daar binnen het actieplan aandacht aan gaat geven. De PvdA is er een voorstander van dat een vast persoon wordt aangesteld die ook de toezichthoudende rol voor zijn of haar rekening neemt en bewoners informeert, adviseert en begeleidt. Spreker hoopt dat ook de jongeren in de wijk groene vingers gaan krijgen. Wethouder Diepeveen constateert dat er veel steun is voor het zelfbeheer in de stad. Er is veel enthousiasme voor zelfbeheer in de stad en bij de raadsleden. Dat is geen praatcircuit maar bij zelfbeheerders is er wel behoefte aan extra versterking, vanuit de gemeente als wel van elkaar.
De heer Van der Marel sprak al over het digitale platform Stadstuinieren waarbij het ook de bedoeling is dat mensen fysiek bij elkaar komen. Dit platform wordt op dit moment opgezet door het Milieucentrum en Utrecht Natuurlijk, in opdracht van de gemeente. De kosten hiervoor worden gedekt uit het Groenbudget. De bedoeling van het platform is dat zelfbeheerders elkaar versterken, kennis uitwisselen en initiatieven in de startfase ondersteunen met kennis. Het moet een plek worden waar enthousiasme en expertise gedeeld wordt. Dit platform heeft een link met de gemeente, de gemeente betaalt, maar het wordt ook op afstand geplaatst om het karakter van zelfbeheer zoveel mogelijk tot zijn recht te laten komen. De link met de gemeente zit bij Wijkonderhoud en Service omdat bij dit onderdeel van Stadsbedrijven de lijnen samenkomen. Daar zal ook vormgegeven worden aan één aanspreekpunt per wijk. Dit kan een groenconciërge genoemd worden maar het gaat de wethouder erom dat mensen met kennis van de wijk en van groen deze functie vervullen. In de raadsinformatiebijeenkomst werden een aantal mensen met naam genoemd waarvan zelfbeheerders aangaven dat zij hen begrijpen. Deze beide ‘Ronalds’ zitten dicht aan bij de aanspreekpunten per wijk. Zij zijn zelf ook een aanspreekpunt voor een tweetal wijken en kunnen de rest van de groep van expertise op het gebied van groen voorzien.
Daarnaast werft de gemeente op dit moment een ecoloog bij Wijkonderhoud en Service. Deze ecoloog moet in het team een belangrijke rol gaan spelen zodat de aanspreekpunten per wijk meer toegroeien naar iets wat je een groenconciërge zou kunnen noemen. De heer Van der Marel (VVD) stelt vast dat het platform wordt bekostigd uit een ander programma dan Ruimte en groen en dat er 3.000 euro staat begroot voor het opzetten van het platform en spreker vraagt of er jaarlijks een bedrag voor het platform is begroot. Spreker meent dat dat nodig is. Ook wordt gevraagd uit welk potje de groencoördinatoren worden betaald en wat het college daar structureel voor heeft begroot. Wethouder Diepeveen licht toe dat er structureel budget is voor het platform. Dit betreft de coördinatie door het Milieucentrum en Utrecht Natuurlijk. De tweede vraag van de heer Van der Marel sluit aan op de vraag van de heer Wijmenga over ruimte voor de medewerkers. Er is ruimte en de aanspreekpunten weten hun weg te vinden binnen de organisatie. Zij worden op termijn ondersteund door een ecoloog en er zal zich een team vormen dat ook andere mensen binnen de gemeente kan benaderen. De eerdergenoemde 1.250 uren zijn specifiek voor de aanspreekpunten bedoeld. Het is de bedoeling dat elke week een aanspreekpunt krijgt omdat dit door zelfbeheerders erg belangrijk gevonden wordt.
Het is vaak spoorzoeken binnen de gemeenteorganisatie en dit zal hierbij gaan helpen. Mevrouw Zwinkels vroeg naar het actief de wijk in gaan. De aanspreekpunten zullen zelf actief naar de zelfbeheerders gaan om met hen ter plekke de situatie in ogenschouw te nemen. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat het voor mensen die nog niet aan zelfbeheer doen interessant is om te weten dat het bestaat en vraagt hoe mensen naar een ander loket dan 14030 verwezen gaan worden en hoe bekend wordt gemaakt wie de aanspreekpunten zijn. Wethouder Diepeveen antwoordt dat in alle tien wijken wijkbijeenkomsten georganiseerd zullen worden. Dit heeft enige vertraging opgelopen en het voordeel daarvan is dat de aanspreekpunten geïntroduceerd kunnen worden. Daarnaast zal bij de bijeenkomsten de ondersteuningsbehoefte uitgevraagd worden. Het college hoopt daarmee een goede doorstart van het zelfbeheer te kunnen maken en nieuw elan te kunnen wekken. Pagina 24 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Er is opgeroepen om op te passen of het wel reëel is wat er van zelfbeheerders wordt gevraagd. Het lijntje moet niet breken en de gemeente is zich daarvan bewust meent de wethouder. Een van de mogelijkheden om dat te voorkomen is om goede beheerafspraken te maken. Dit zeker voor de wat grotere in zelfbeheer uitgegeven stukken van de openbare ruimte. Deze afspraken worden gemaakt na het goede gesprek over wat de zelfbeheerders kunnen en wat de gemeente doet. Zelfbeheer is niet altijd zwart-wit in die zin dat de gemeente er met de handen van af blijft of omgekeerd, er zijn ook mengvormen. In de beheerafspraken is vastgelegd dat de basis zelfbeheer is. De zelfbeheerders tekenen daarvoor omdat vrijwillig niet vrijblijvend is. Tegelijkertijd worden er ook afspraken gemaakt over bv de jaarlijkse maaibeurt door de gemeente of water geven. Het is dus maatwerk. De heer Virginia (GroenLinks) geeft aan zich te kunnen voorstellen dat als iemand verhuist of tijdelijk niet mee kan werken de afspraak niet nagekomen kan worden en vraagt hoe de gemeente daar mee om wil gaan. Wethouder Diepeveen antwoordt dat dat aan de situatie ligt en of het een individu betreft of iemand die deel uitmaakt van een groep. De gemeente heeft het voorbeeld van de plantenbakcommissie uit Witte Vrouwen gehoord die daar op wezen en aandacht vroegen voor dit punt.
Korte lijnen en het aanspreekpunt zijn hierin heel belangrijk, evenals de ogen en oren van de mensen zelf die constateren dat op een plek het zelfbeheer op dat moment niet oplevert wat ervan verwacht mag worden. Via de aanspreekpunten en de ecoloog probeert de gemeente dichter op de situatie te komen en de ondersteuning en signalering beter te doen. Het college verwacht dit najaar het platform te starten. Dat is een communicatiemoment richting de bestaande zelfbeheerders en richting kandidaat nieuwe zelfbeheerders. De wijkbijeenkomsten vervullen ook een rol in de communicatie en hier zal ook in het najaar mee gestart worden. Mevrouw Van Mil vroeg naar het betrekken van jonge bewoners en suggereerde social mediakanalen. De wethouder zal deze suggestie meegeven aan de mensen die hier nu mee bezig zijn. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of de gemeente gaat ondersteunen als het platform niet lekker loopt of niet goed van de grond komt en vraagt in hoeverre de gemeente een vinger aan de pols houdt om ervoor te zorgen dat het een succes wordt. Wethouder Diepeveen geeft aan zich te kunnen voorstellen dat gemeentelijke expertise, bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit heel waardevol kan zijn voor het platform en dat dit ter inspiratie of ter kennisvermeerdering wordt gedeeld. Er is in de stad heel veel kennis en die kan op het platform uitgewisseld worden.
Dit betreft niet alleen inhoudelijke kennis maar ook de procesaanpak van hoe je bijvoorbeeld mensen actief houdt. De gemeente zal van de beheerders van het platform geregeld een rapportage vragen en zal ook zelf aanwezig zijn bij platformbijeenkomsten. De wethouder ziet het platform met vertrouwen tegemoet en heeft uit zijn vorige woonplaats de ervaring dat dit soort groepen het heel goed kunnen doen en veel meerwaarde kunnen hebben. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan dat de PvdD ook overtuigd is van het belang van het platform maar stelt ook dat mensen het wel moeten weten te vinden. De fractie wil wel graag zien dat de gemeente hier toezicht op houdt. Mevrouw Van Dun (D66) steunt mevrouw van Mil om ook op de social media aandacht te besteden aan dit onderwerp maar merkt ook op dat jongeren veelal niet meer op Facebook zitten omdat daar vooral ouderen op zitten. Spreker geeft aan dat ook veel ouderen gebruik maken van social media. Wethouder Diepeveen geeft aan met betrekking tot de bordjes te willen kijken wat de behoefte is. Spreker weet dat er zelfbeheergroepen zijn die zelf een bordje hebben geplaatst en dat is prima. De wethouder heeft tot nu toe nog niet gehoord dat er collectief behoefte is aan een soort generiek bordje maar er zouden via het platform nog vragen hierover naar de gemeente toe kunnen komen en dan zal de gemeente kijken hoe het daar mee om gaat.
De wethouder stelt voor om dit dus van de zelfbeheerders zelf te laten komen en roept op om de creativiteit zijn werk te laten doen. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat al veel vaker door zelfbeheerders is aangegeven dat zij deze behoefte hebben. Spreker meent dat het dan ook aan de gemeente is om iets met dat signaal te doen. In het kader van promotie en communicatie zou je veel ter plaatse in de wijk kunnen doen en de bordjes kunnen daar een rol in spelen en kunnen ook doorverwijzen naar het platform. Spreker is benieuwd wat de wethouder wil gaan doen met de bordjes en overweegt met een actuele motie of ander voorstel te komen. Wethouder Diepeveen meent dat er verschillende opvattingen zijn over de mate waarin je als gemeente iets zelf moet regelen of de kracht van de samenleving moet laten spreken. De Pagina 25 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
wethouder kiest voor het laatste en stelt voor dat de zelfbeheerders zelf met concrete initiatieven te komen. De gemeente is altijd bereid om naar concrete initiatieven te kijken. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dit antwoord teleurstellend omdat er de laatste tijd juist concrete initiatieven zijn gekomen. Bij het Rietveldhuis in Oost staat een mooi bollenveld en de zelfbeheer wachten daar al maanden op een bordje. De aanvragen zijn er dus en spreker deelt het idee van de kracht van de samenleving. Nu moet er gehandeld worden en er moet niet worden gedaan alsof dit misschien een optie is, tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is duidelijk aangegeven dat mensen dit willen. Wethouder Diepeveen geeft aan dat dat in overleg met de gemeente ook mogelijk is. De wethouder weet niet of er een concreet verzoek van de Groengroep Oost is afgewezen en kan zich dat ook niet voorstellen. De wethouder meent dat de samenleving aan zet is en dat de gemeente faciliteert. Wellicht komen er uit het platform nog verzoeken. Mevrouw Zwinkels (CDA) roept op niet te wachten tot het platform klaar is en vraagt waar mensen nu het verzoek tot het plaatsen van een bordje kunnen doen. Wethouder Diepeveen antwoordt dat dat bij Wijkonderhoud en Service gedaan kan worden en dat heel binnenkort de aanspreekpunten bekend worden gemaakt wat het nog gemakkelijker maakt.
Daarnaast is er het Initiatievenfonds op wijkniveau. Dat zijn de mogelijkheden die mensen kunnen benutten en de wethouder meent dat mensen die ook weten te vinden. Mevrouw Snippe (PvdD) sluit aan bij mevrouw Zwinkels en vraagt hoe het mogelijk is dat mensen al zo lang op een bordje zitten te wachten. De voorzitter stelt dat de wethouder al heeft aangegeven dat hij van deze casus niet op de hoogte is. Wethouder Diepeveen memoreert dat er gevraagd is naar de opslag van materialen en het beroep doen op het gebruik van materialen. Op de gemeentelijke website is te vinden dat plantmaterialen en tuinaarde geleverd kunnen worden door de gemeente. De gemeente leent ook niet elektrische gereedschappen uit, net zoals er grijpers bij schoonmaakacties worden uitgeleend. De communicatie, de bijeenkomsten en het platform moeten allemaal bijdragen aan een grotere bekendheid hiervan. Met betrekking tot de opslag van materialen meent de wethouder dat het om specifieke plekken gaat. Het Máximapark is daar een voorbeeld van en wellicht is er op andere plekken ook behoefte aan. Als die vraag komt denkt de gemeente graag mee over hoe dit het beste gedaan zou kunnen worden. De heer Işik (PvdA) vraagt of tijdens de wijkbijeenkomsten gevraagd kan worden of er behoefte is aan de opslag van materialen.
Wethouder Diepeveen antwoordt dat dat kan, maar meent ook dat zelfbeheerders, als dit echt een punt is, wel bij de gemeente zullen aankloppen. De heer Işik (PvdA) geeft aan dat de wethouder zegt dat het kan, er zou ook gezegd kunnen worden dat de gemeente dat gaat doen. Om mensen te stimuleren zou de gemeente de helpende hand moeten uitsteken. Wethouder Diepeveen proeft in dit debat dat er een dunne lijn is tussen zelfbeheer en eigen creativiteit en inventiviteit en dat de gemeente het allemaal gaat regelen, voorschrijven en aanbieden. De wethouder wil vooral de kracht uit de samenleving benutten en geeft aan dat het actieplan erop is gericht om een stap verder te gaan in de gemeentelijke ondersteuning. De gemeente moet het niet gaan overnemen. De heer Işik (PvdA) is het daar mee eens maar meent dat als het mobiliseren en helpen van zelfbeheerders kan door proactief te informeren over opslagruimte, dat fantastisch zou zijn. Wethouder Diepeveen beaamt dat en wil de grondhouding aannemen dat als er verzoeken zijn de gemeente daar welwillend mee omgaat. Richting mevrouw Zwinkels merkt de wethouder op dat er geen regeltjes alleen om de regeltjes moeten komen. De heer Virginia heeft aangegeven dat niet alles op elk moment in zelfbeheer gegeven kan worden en de heer Wijmenga heeft gewaarschuwd voor misbruik. De wethouder meent dat het zoeken naar de balans is.
In het misbruik is in de minimale regels voorzien door te zeggen dat er geen hek gezet mag worden om een stuk dat in zelfbeheer is genomen. Het blijft openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Er is een minimaal setje regels die nodig zijn om van elkaar te kunnen begrijpen wat zelfbeheer is. Mevrouw Zwinkels (CDA) meent dat afrastering of een laag hekje zou kunnen helpen voorkomen dat iemand zijn of haar fiets in het stukje zelfbeheer parkeert of dat een aannemer er zwaar materieel stalt. Gevraagd wordt of de wethouder het er mee eens is dat een hekje ook ten goede kan komen aan zelfbeheer. Pagina 26 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Diepeveen geeft aan het met mevrouw Zwinkels eens te zijn dat bekendheid een belangrijk ding is. Dit betreft bekendheid naar buiten toe, binnen de gemeentelijke organisatie en naar het publiek. De PvdD heeft gevraagd biodiversiteit op te nemen als beleidsdoel. De wethouder geeft toe dit niet scherp te hebben. Hij meent dat het in het plan staat, net als klimaatadaptatie. Als dat niet zo is, dan is dat een tekortkoming en moet dit alsnog worden toegevoegd. De wethouder zal dit checken. Mevrouw Snippe (PvdD) stelt dat het wel als doel staat benoemd maar niet als beleidsdoel en het staat ook niet bij de evaluatie. Wethouder Diepeveen licht toe dat dit past bij de ecologische benadering en zegt toe op dit punt de tekst te zullen verduidelijken en aanscherpen. Met betrekking tot de regentonnen zal de gemeente ook weer maatwerk leveren en de behoefte afstemmen met zelfbeheerders. Deze zullen niet in het open veld komen omdat het water daar beter op de oppervlakte kan vallen maar wellicht wel onder een afdak waar een regenton voor drogere tijden dat kan doen wat de gemeente uit het oogpunt van klimaatadaptatie zo nuttig vindt, het vasthouden van regenwater. Financiering uit klimaatadaptatie of het Initiatievenfonds ligt derhalve voor de hand. De wethouder zegt toe maatwerk te zullen leveren als zelfbeheerders met dit punt komen.
Hier was bij de raadsinformatiebijeenkomst al een voorbeeld van. Richting de heer Işik geeft de wethouder aan dat de gemeente kan ingrijpen bij verwaarlozing. Hier is eerder, in relatie tot de bloembakken, al over gesproken. Het actieplan kent een bescheiden budget. Maar door koppeling met andere ambities als klimaatadaptatie, het Groenbudget en het Initiatievenfonds blijft het niet beperkt tot dat bescheiden budget. Het Initiatievenfonds is ook beschikbaar voor binnenstadbewoners. De heer Virginia sprak over het afwijken van het beleid van de gemeente en de wethouder meent dat dit de basis is voor een goed gesprek en het leveren van maatwerk. De gemeente sluit zo goed mogelijk aan bij zelfbeheerders en daarbij speelt ook het punt van inclusiviteit en het voorkomen van tweedeling. Dat is een uitdaging omdat op dit moment het zelfbeheer zich concentreert in een aantal wijken. De wethouder hoopt met het aanspreekpunt per wijk en met de bijeenkomsten op dit punt winst te kunnen boeken. Gemiste antwoorden De heer Van der Marel (VVD) constateert dat de 145.000 euro bedoeld is voor de inrichting van het plan. Het is voor de raad echter lastig in te schatten wat dit in totaal voor budgettaire gevolgen heeft voor de gemeente omdat er ook geld komt uit andere programma's. Spreker vraagt de wethouder aan te geven wat het financiële beslag is van het zelfbeheer.
Wethouder Diepeveen zegt toe hier voor de herfstvakantie schriftelijk op terug te komen. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan gevraagd te hebben hoe schade aan zelfbeheer voorkomen kan worden, bijvoorbeeld door aannemers die in dienst zijn van de gemeente. Mevrouw Van Dun (D66) vraagt van wie de website is en wie de website gaat onderhouden. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan te hebben gevraagd of er verantwoord zaai- en pootgoed verstrekt kan worden. Spreker heeft ook gevraagd naar de bloeiperiode in relatie tot de levenscyclus van insecten en het vogelvriendelijk inrichten van openbaar groen. Spreker heeft ook gevraagd naar inheems versus uitheems en kan zich een rol voor het platform voorstellen maar wenst ook dat de gemeente dit actief gaat stimuleren. De heer Işik (PvdA) geeft aan te hebben gevraagd of de wethouder kan toezeggen dat het plan van aanpak één of twee keer per jaar wordt geëvalueerd. Wethouder Diepeveen licht toe dat in Q3 2022 wordt geëvalueerd. De wethouder meent dat dat al best snel is. De heer Işik (PvdA) stelt dat er nog veel georganiseerd moet worden zoals de bewonersbijeenkomsten en het platform en vraagt of het niet handig is om de evaluatie dan ook op te schuiven. Wethouder Diepeveen stelt dat in het actieplan ook is aangegeven dat het college in Q4 terugkomt op de inrichting.
Dit nadert de al toegezegde brief en het lijkt de wethouder verstandig om hier ook op terug te komen. Pagina 27 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De wethouder heeft de opmerking van mevrouw Snippe over inheems en uitheems met een ruimere strekking dan het zelfbeheer begrepen en vroeg zich af of dit debat de plek is daar over te spreken. In algemene zin heeft de wethouder wel gezegd dat de gemeente zal zorgen voor kennis over ecologie, samen met de uitvoerende partijen, op het platform gedeeld wordt. Een van de doelen van het platform is om tot een goede uitwisseling van kennis te komen. Dat betreft ook kennis over inheemse en uitheemse soorten. Mevrouw Snippe (PvdD) stelt dat mensen dan wel op het platform moeten kijken en meent dat het goed is als de gemeente een actievere rol neemt via bijvoorbeeld social media of het verstrekken van poot- en zaaigoed, zodat het kennisniveau omhooggaat. Wethouder Diepeveen is het daar mee eens. Als het platform het goed gaat doen, is het voor de gemeente een waardevol instrument om inzichten te delen. Richting mevrouw Van Dun geeft de wethouder aan dat de website wordt beheerd door het Milieucentrum en Utrecht Natuurlijk. Met betrekking tot het voorkomen van schade geeft de wethouder aan dat er recent een voorbeeld is geweest in Hoge Noord. Een van de oorzaken is een gebrek aan lokale kennis. Alles wat wordt opgebouwd vanuit het actieplan zelfbeheer zal helpend zijn. De wethouder wil niet zeggen dat schade nooit meer zal voorkomen maar het wordt nu wel goed opgebouwd.
Toezeggingen Wethouder Diepeveen zal uiterlijk half oktober 2021 met een nadere toelichting op de financiële dekking van het actieplan zelfbeheer en komt in deze brief ook terug op de monitoring van het plan.
8. Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid eerste bestuursrapportage RUD Utrecht 2021
De voorzitter stelt dat er een agendapunt wordt besproken uit de portefeuille van wethouder Eerenberg maar dat wethouder Diepeveen aanwezig is. Het raadsvoorstel zal in twee termijnen worden besproken en voor dit onderwerp is 30 minuten gereserveerd. De heer Schreuder (D66) licht toe dat de raad afgelopen dinsdag is bijgepraat over de veranderende samenwerking tussen gemeenten en de RUD. Het is ‘Kleur bekennen’ naar ‘Samen op weg’ met de Omgevingswet in aantocht en op de achtergrond nationale rapporten over de werking van het VTH-stelsel en milieucriminaliteit die buiten zicht blijft. Spreker stelt dat die discussie nog lang niet klaar is maar zal zich beperken tot de financiële bestuursrapportage. De rapportage voelt als de film 'Groundhog Day', met vraagtekens bij de die planning van de RUD. Daarom is er steun voor de zienswijze over de reactietermijn evenals het ontbreken van uitwerking voor het enorme verwachtte tekort. Spreker verwacht een begroting die is aangepast op reële verwachtingen en stelt dat een tekort van 9 ton wel uitgesproken maar niet uitgewerkt is, teleurstellend te noemen is. De zienswijze kan op de steun van D66 rekenen maar het college wordt ook gevraagd de kritiekpunten uit de brief expliciet mee te nemen en ter sprake te brengen in het Algemeen Bestuur.
Het zou volgens spreker mooi zijn als een volgend debat over de RUD niet weer over reactietermijnen en financiële gaten hoeft te gaan maar over de inhoud van het belangrijke werk van de RUD. De heer Işik (PvdA) geeft aan dat de PvdA zich kan vinden in de uitgangspunten van het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel geeft het college aan dat er een achterstand is in de productie en dat de handhavingstaken tijdens corona minder efficiënt zijn uitgevoerd. Spreker vraagt wat dit voor de komende tijd betekent, of de achterstand wordt ingelopen en hoe deze punten worden verbeterd. Spreker sluit aan bij de opmerkingen van D66. De heer Van Dalen (VVD) sluit ook aan bij de kritiek van de heer Schreuder en de wethouder en de VVD staat achter de kritische toon richting de RUD. Spreker meent dat de P&C-cyclus dit keer echt op orde moet zijn en de wethouder mag daar nog meer nadruk op leggen. Het tekort is volgens spreker deels logisch maar niet helemaal terecht. Spreker begrijpt dat de inkomsten tegenvallen en dat de personeelskosten gelijk blijven. Er is ook begrip dat een aantal activiteiten door COVID niet gedaan konden worden maar spreker stelt dat dan een gedeelte van het personeelsbestand niets te doen heeft en vraagt waarom er extra wordt ingehuurd. Deze kritische toon mag ook bij de RUD neergelegd worden. Pagina 28 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Afgelopen zomer is er weinig respons geweest over de reactie op de problemen bij de rioolwaterzuivering bij Overvecht. Spreker had wel een reactie verwacht, ook van de wethouder. Dit is urgent en zou volgens spreker niet de hele zomer moeten blijven liggen om te wachten tot het volgende bestuurlijk overleg. De wethouder wordt gevraagd dit expliciet mee te nemen, niet alleen in de zienswijze maar om ook proactief naar het RUD op te treden. De heer Işik (PvdA) vraagt of de VVD dit punt elke keer aan de orde gaat stellen, wat de oplossing is en of er geen andere maatregelen mogelijk zijn. De heer Van Dalen (VVD) meent dat hier vaker met de wethouder over gesproken is en dat dit ook in Provinciale Staten en het waterschap aan de orde is geweest. De VVD wil dat de stankoverlast wordt opgelost, dat is vaak een technische oplossing en is lastig. Echter, als de bestuurlijke aandacht verzwakt gebeurt er even niets. Dat is ongewenst. De RUD is de toezichthouder en zou moeten optreden. Daarom vraagt spreker om extra bestuurlijke aandacht De voorzitter stelt dat dit nu niet het onderwerp van gesprek is. De heer Wijmenga (ChristenUnie) sluit aan bij de vragen van de PvdA en D66. Het lijkt spreker niet goed om het punt van de rioolwaterzuivering in de zienswijze te verwerken maar het college zou dit wel weer een keer in het Algemeen bestuur aan de orde stellen.
Spreker dankt de organisatoren van de raadsinformatiebijeenkomst, het was erg informatief. Er is een fors tekort gepresenteerd maar de economie leeft weer op en spreker verwacht dat de productie van de RUD daarmee ook opleeft. Spreker vraagt of de situatie die in juli aan de raad is voorgespeeld nog wel actueel is. De heer Virginia (GroenLinks) sluit aan bij de kritische opmerkingen die al door andere fracties zijn gemaakt. GroenLinks is ervan geschrokken dat de RUD heeft aangegeven dat het tekort groter is dan het eigen vermogen en vindt het goed dat er wordt gevraagd om een uitgebreid plan met verschillende opties. Het is ook goed dat wordt aangegeven dat een reactietermijn midden in een politiek reces niet haalbaar is en GroenLinks gaat ervan uit dat de RUD haar werkwijze in 2022 aanpast. GroenLinks is eerder kritisch geweest op de voorbereiding van de RUD op de Omgevingswet. Het is goed om te lezen dat medewerkers nu voorbereid en geschoold worden. Het lijkt erop dat de RUD nu redelijk in de pas loop met betrekking tot de voorbereiding op de Omgevingswet. Gevraagd wordt hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. GroenLinks vindt het jammer dat er gesteld is dat door verder uitstel van de Omgevingswet opnieuw gekeken gaat worden naar de planning en implementatie en de hiermee gepaard gaande kosten.
Dit is weer niet concreet of SMART en de fractie zou dit graag concreter willen zien gevraagd wordt hoe de wethouder dit ziet, dit ook in relatie tot de overschrijdingen waar eerder al over is gesproken. De wethouder wordt gevraagd of hij hier concrete informatie over kan geven voor de tweede bestuursrapportage en of dit in de zienswijze opgenomen zou moeten of kunnen worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit grotendeels aan bij wat gezegd is door anderen. Het is wederom een terechte kritische zienswijze vanuit het college. Spreker ziet punten opnieuw terugkomen, waar al eerder aandacht voor is gevraagd en die nog niet zijn opgelost. Spreker vraagt de wethouder of de RUD in staat is om bijvoorbeeld het tekort en het uiteenzetten van beleidskeuzes te onderbouwen. Gevraagd wordt of de potentiële reorganisatie op langere termijn invloed heeft op de capaciteiten op de korte termijn. Wethouder Diepeveen dankt voor de inbreng uit de commissie die het college zeker herkent. De wethouder licht toe dat dit de eerste bestuursrapportage is over de eerste vier maanden van 2021. Het beeld is zorgelijk alhoewel er verklaringen voor zijn. Desalniettemin stelt het college voor om in de zienswijze op te nemen dat het RUD met een uitgewerkt plan met verschillende opties moet komen. De situatie is intussen wel ten gunste gewijzigd.
Er werd uitgegaan van een tekort van 9 ton en de gedachte is nu dat dat rond de 3 ton ligt. Dat is een ander perspectief, ook in het licht van het weerstandsvermogen van de RUD. De wethouder wil de suggestie van de ChristenUnie om dit anders te formuleren in de zienswijze echter niet adviseren aan de raad. De wethouder meent dat de gemeente er bovenop moet blijven zitten en dat dit punt met kracht naar voren gebracht zou moeten worden. De wethouder wil dat de RUD eind september eerst met het uitgewerkte plan komt. Richting de heer Van Dalen licht de wethouder toe dat er minder is ingehuurd en dat er meer met eigen personeel is gedaan wat heeft geleid tot het minder grote tekort. Pagina 29 van 47
5
10
15
20
25
De wethouder heeft de oproep van de heer Van Dalen over de rioolwaterzuiveringsinstallatie gehoord en deze is voor het college niet mis te verstaan. De wethouder zal deze oproep ook doorgeven aan collega Eerenberg die hij nu vervangt. De heer Virginia vroeg of de RUD in de pas loopt met betrekking tot de voorbereiding op de Omgevingswet en de wethouder licht toe dat de indruk van het college is dat dat het geval is. Er kan gezegd worden dat het herhaalde uitstel nu gunstig uitwerkt. Er is door GroenLinks ook gevraagd of het nog SMART-er kan en de wethouder licht toe dat door het uitstel de RUD, net als de gemeente, extra kosten zal moeten maken. Voor de RUD bestaan deze kosten uit opfriscursussen voor het personeel en het langer inhuren van een implementatiemanager. De RUD verwacht dat deze kosten kunnen worden opgevangen door de post ‘onvoorzien’. Omdat de nieuwe geplande invoeringsdatum nog niet geheel zeker is vindt de RUD het lastig om op dit moment meer concreet te zijn en de wethouder herkent dat ook binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Het CDA vroeg of het college denkt dat de RUD in staat is om bijvoorbeeld het tekort en het uiteenzetten van beleidskeuzes te onderbouwen en de wethouder licht toe dat het college denkt dat dat het geval is. De voorzitter geeft aan dat het zinvol had kunnen zijn om het veranderde financiële beeld vooraf met de commissie te delen.
Tweede termijn De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt of het college bereid is om in het Algemeen Bestuur aan de orde te stellen dat de P&C-cyclus naar de raad komt op een moment dat het er niet zoveel meer mee kan. Dit naast het punt van de RWZI. De heer Işik (PvdA) stelt dat de wethouder heeft aangegeven dat de situatie zorgelijk is. Dit is volgens spreker echter niet in één keer ontstaan en heeft een bepaalde aanloop gehad. Spreker vraagt of het college dat niet in de gaten heeft gehad.
30
Wethouder Diepeveen licht toe dat beide punten in het Algemeen Bestuur aan de orde zullen worden gesteld. Behalve het bestuurlijke traject zijn er ook ambtelijke trajecten. De boodschap uit de zienswijze brief is daarom onderhands ook al bekend bij de RUD.
35
De voorzitter vraagt of er fracties zijn die behoefte hebben aan behandeling in de raad, anders dan een A-punt.
40
De heer Işik (PvdA) geeft aan te merken uit de beantwoording dat ervan uit wordt gegaan dat de situatie beter wordt. Spreker vraagt of de raad in de tweede rapportage al deze verbeteringen zal gaan zien. Wethouder Diepeveen licht toe dat het college zal berichten over wat er in de zienswijzebrief gevraagd wordt van de RUD. Daarnaast komt, regulier, de tweede bestuursrapportage aan het eind van het jaar.
45
De voorzitter licht toe dat er geen toezeggingen zijn gedaan en schorst de vergadering om 16.08 uur. .
Pagina 30 van 47
Verslag openbare avondvergadering Commissie Stad & Ruimte 5
10
15
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
9 september 2021 Stadhuisbrug 1, Utrecht Remko Schotsman (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen De voorzitter, mevrouw Van Dun, de wethouder, mevrouw Van Hooijdonk en de leden, de heer M. van Heuven (PvdD), de heer D. Bosch (PVV), De heer B. van Steeg (CDA), de heer M. de Pagter (VVD), de heer S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), mevrouw H. de Boer (GroenLinks), de heer I. Şimşek (Denk), mevrouw J. van Ophem (Student & Starter), de heer R. van der Graaf (ChristenUnie), de heer B. Işik (PvdA), mevrouw S. Schilderman (D66), mevrouw D. Rijnders (Commissiegriffier). Tevens aanwezig zijn ambtelijke vertegenwoordigers van gemeentelijke afdelingen.
Verslag openbare vergadering Commissie Stad & Ruimte 20
10. Verkeersveiligheid……………………………………………………………………………………31
10. Verkeersveiligheid De voorzitter, mevrouw Van Dun, heropent de vergadering om 20.00 uur. 25
30
35
40
Mededelingen De wethouders De wethouder heeft geen mededelingen. De commissie Mevrouw Schilderman (D66) geeft aan mevrouw Dekker te vervangen. De voorzitter licht toe dat de agenderende fracties, D66, CDA, PVV, VVD, Stadsbelang Utrecht en de PvdA willen spreken over de ontwikkeling van de verkeersveiligheid in de stad. Daarbij betrekken de fracties de informatie uit de raadsinformatiebijeenkomst van 6 april. Dit onderwerp is doorgeschoven vanuit de commissie Stad en Ruimte van 2 september. Bij dit agendapunt gelden derhalve de overgebleven spreektijden van vorige week. Het onderwerp wordt besproken in een termijn. Mevrouw Schilderman (D66) vindt het fijn dat er vandaag over verkeersveiligheid wordt gesproken. Met betrekking tot de ambitie van 30 kilometer per uur wil D66 dat het college uitvoert wat ook in de Kamer is afgesproken. Deze ambitie leeft al langer in de stad. Het budget hiervoor is nog niet toereikend en er is ook nog geen plan hoe daar gefaseerd naar toe gegaan wordt. Gevraagd wordt of het college het er mee eens is dat er meer budget voor geprioriteerd moet worden en om een planning te geven van in welke fase welke gebieden aangepakt kunnen worden zodat er ook een beeld komt wanneer het klaar is. Spreker wil benadrukken dat er bij de Pagina 31 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
herinrichting niet alleen drempels toegevoegd moeten worden maar dat er het bij omzetten naar 30 kilometer per uur-zones voor gezorgd moet worden dat mensen minder hard rijden door bijvoorbeeld kronkels, bloempotten en verhogingen. Dit kunnen soms ingrepen zijn die tijdelijk toegevoegd kunnen worden en daarmee getest kunnen worden. De heer Bosch (PVV) vraagt of het klopt dat D66 aanstuurt op meer opvolging van de CROWrichtlijnen zodat het handhavingstechnisch ook beter wordt. Mevrouw Schilderman (D66) stelt dat het in de basis altijd handig is de CROW-richtlijnen te volgen. Spreker kan zich wel voorstellen dat er soms een tijdelijke inrichting wordt gemaakt om iets uit te testen. Ook is het voorstelbaar dat als een CROW-richtlijn blijvend niet passend is, in de stad erop aangedrongen wordt dat de richtlijn wordt aangepast en dat daarop vooruitlopend al aan de slag wordt gegaan. Spreker stelt dat het wringt in straten waar een bus rijdt, in combinatie met de 30 kilometer per uur. Wat D66 betreft rijdt de bus dan 30 kilometer per uur. De fractie vindt daarin de veiligheid belangrijk. Spreker vraagt welke afweging hier tot op heden door het college over is gemaakt. Voor de fractie is een minuut langere reistijd goed te verdedigen, dit zeker rondom scholen.