Agendabundel
Tekst van het document
De gemeente behoudt te allen tijde haar rol en bevoegdheid van toezichthouder en handhaver. Als afspraken die zijn gemaakt niet nagekomen worden, krijgen exploitanten onverminderd te maken met handhaving door de gemeente. In de aan dit hoofdstuk verbonden beleidsregels worden van gemeentewege enkele minimale eisen gesteld dan wel geven wij aan op welke wijze de exploitant zou kunnen voldoen. Buiten de minimale eisen is het aan de exploitant om uitleg te geven over zijn bedrijfsvoering en hoe bepaalde zaken binnen zijn bedrijf worden gezien. De exploitant en/of beheerder moeten onder meer van een aantal in artikel 3:11 en 3:11a opgenomen verplichtingen aangeven op welke wijze zij aan die verplichting uitvoering gaan geven. Een voorbeeld daarvan is de wijze waarop het toezicht is geregeld en de maatregelen die de exploitant neemt om de zelfredzaamheid van de sekswerkers te waarborgen. Vanwege de toevoeging “in ieder geval” is geen sprake van een limitatieve opsomming en kunnen nog nadere eisen aan het bedrijfsplan worden gesteld. De eisen aan het bedrijfsplan dienen ter ondersteuning van de belangenafweging bij de vergunningverlening en van het toezicht en de handhaving.
Als het bevoegd bestuursorgaan van oordeel is dat hetgeen in het bedrijfsplan is opgenomen onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de sekswerkers, dan kan de vergunning worden geweigerd (zie artikel 3:10). Als het bedrijfsplan niet wordt nageleefd of indien in de praktijk blijkt dat dit bedrijfsplan (en het gevoerde bedrijfsbeleid) onvoldoende garanties biedt voor de bescherming van de positie van de sekswerkers, kan dit leiden tot het intrekken van de vergunning (zie artikel 3:15). Het bevoegd bestuursorgaan kan het bedrijfsplan van de aanvrager om advies voorleggen aan de politie. Het vijfde lid regelt dat voorgenomen wijzigingen van het bedrijfsplan moeten worden gemeld. Het bevoegde orgaan moet immers toetsen of het bedrijfsplan nog aan de gestelde eisen voldoet. De melding moet schriftelijk gebeuren. De melding kan een grond zijn om de vergunning in te trekken. Op grond van het zesde lid kan het bestuursorgaan aanvullende gegevens vragen indien dat nodig is voor de beoordeling van de aanvraag. Hier moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het feit dat het bestuursorgaan inzicht wil in de bedrijfsconstructie/organisatie, 'hangende' boven de aanvrager zoals die is vermeld op de vergunning.
Voor de beoordeling van deze vergunningaanvragen is het van groot belang dat alle natuurlijke personen in beeld zijn die 'een vinger in de pap' kunnen hebben in de bedrijfsvoering van de seksinrichting, omdat het levensgedrag van al deze personen wordt meegenomen bij de beoordeling van aanvraag en dus het levensgedrag. Wijzigingen in bestuursfuncties van rechtspersonen die een 'vinger in de pap' hebben dienen gemeld te worden bij het bevoegd bestuursorgaan.
Op grond van het zevende lid heeft het college de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen over onder andere de inhoud van het bedrijfsplan. Met nadere regels kunnen eventueel nieuwe verplichtingen worden opgelegd of kunnen bestaande verplichtingen uit de APV nader worden uitgewerkt of geconcretiseerd. Indien er nadere regels zijn vastgesteld, dient het bedrijfsplan ook daaraan te voldoen. Mocht dat niet het geval zijn dan kan de vergunning hetzij worden geweigerd, hetzij worden ingetrokken.
1 Overzicht van de wijzigingen (was-wordt lijst).docx
Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2022
Onderstaand de teksten van de artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst. Bij nieuwe artikelen is alleen de kolom ‘Nieuwe tekst’ ingevuld. Bij artikelen die vervallen is alleen de kolom ‘Bestaande tekst’ ingevuld. Daar waar de wijzigingen artikelleden betreft, zijn alleen de betreffende artikelleden opgenomen (de stippeltjes geven aan dat er meer artikelleden zijn die niet gewijzigd worden).
Bestaande tekst Artikel 1:9 Experiment ……………. 2. Het college of de burgemeester kan, ieder voor zover bevoegd, bij wijze van experiment besluiten om af te wijken van de volgende onderdelen in deze verordening: a. de artikelen 2:7, 2:8, 2:9, 2:11, 2:12, 2:32, 2:33, 2:36; …………….
Nieuwe tekst Artikel 1:9 Experiment ……………. 2. Het college of de burgemeester kan, ieder voor zover bevoegd, bij wijze van experiment besluiten om af te wijken van de volgende onderdelen in deze verordening: a. de artikelen 2:7, 2:8, 2:9, 2:11, 2:12, 2:32, 2:33, 2:36, 2:44; …………….
Bestaande tekst Artikel 2:3 Verblijfsontzegging ……………. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2:28a, 2:29, 2:45, 3:17, eerste, tweede of negende lid van deze verordening. …………….
Nieuwe tekst Artikel 2:3 Verblijfsontzegging ……………. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2:28a, 2:29, 2:45, 3:17 van deze verordening. …………….
Bestaande tekst Artikel 2:9 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven de weg ……………. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: …………….
Nieuwe tekst Artikel 2:9 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven de weg ……………. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: …………….
h. terrassen, waarvoor op grond van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 een vergunning is verleend; …………… 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Telecommunicatiewet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, of de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 van toepassing zijn, of voor zover er sprake is van evenementen als bedoeld in de artikelen 5:20 en 5:30 van deze verordening waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend, of voor zover er sprake is van een straat- of buurtfeest waarvan melding is gemaakt als bedoeld in artikel 5:32 van deze verordening, of een terras als bedoeld in de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 en het daarbij behorende Terrassenreglement, of voor zover sprake is leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO).
h. terrassen, waarvoor op grond van de Verordening horeca gemeente Utrecht een vergunning is verleend; …………… 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Telecommunicatiewet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, of de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 van toepassing zijn, of voor zover er sprake is van evenementen als bedoeld in de artikelen 5:20 en 5:30 van deze verordening waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend, of voor zover er sprake is van een straat- of buurtfeest waarvan melding is gemaakt als bedoeld in artikel 5:32 van deze verordening, of een terras als bedoeld in de Verordening horeca gemeente Utrecht en het daarbij behorende Terrassenreglement, of voor zover sprake is leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO).
Bestaande tekst Artikel 2:28 Hinderlijk drankgebruik ……………. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras, als bedoeld in de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018; b. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. …………….
Nieuwe tekst Artikel 2:28 Hinderlijk drankgebruik ……………. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras, als bedoeld in de Verordening horeca gemeente Utrecht; b. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. …………….
Bestaande tekst: Artikel 2:46 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen …………. 6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze
Nieuwe tekst Artikel 2:46 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen …………. 6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze
verordening of in artikel 13b van de Opiumwet of de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018.
verordening of in artikel 13b van de Opiumwet of de Verordening horeca gemeente Utrecht.
Bestaande tekst Artikel 2:47 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de exploitant en iedere andere natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel, niet zijnde: - een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van deze verordening geldt; - een horecabedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van de Drank- en Horecawet of de geldende Horecaverordening geldt; - een coffeeshop of - een woning die als zodanig in gebruik is.
Nieuwe tekst Artikel 2:47 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de exploitant en iedere andere natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel, niet zijnde: - een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van deze verordening geldt; - een horecabedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van de Alcoholwet of de geldende Horecaverordening geldt; - een coffeeshop of - een woning die als zodanig in gebruik is.
Bestaande tekst Artikel 2:6 Kennisgeving openbare manifestaties op openbare plaatsen 1.Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat: a.naam en adres van degene die de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging houdt;
Nieuwe tekst Artikel 2:6 Kennisgeving openbare manifestaties op openbare plaatsen 1.Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat: a.naam en adres van degene die de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging houdt;
b.het doel van de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging; c.de datum waarop de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e.voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f.maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld. 4.Indien het tijdstip van de openbare manifestatie valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag die aan de dag van dat tijdstip vooraf gaat werkdag. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. 6.Van op vooraf bepaalde tijdstippen regelmatig terugkerende betogingen, vergaderingen of samenkomsten tot belijden van godsdienst of levensbeschouwing, kan, voordat deze voor de eerste keer worden gehouden, eenmalig schriftelijk kennis worden gegeven.
De voorafgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.
b.het doel van de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging; c.de datum waarop de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e.voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f.maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld. 4.Indien het tijdstip van de openbare manifestatie valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag, een maandag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk om 12.00 uur van de één na laatste werkdag die aan de dag van dat tijdstip vooraf gaat. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. 6.Van op vooraf bepaalde tijdstippen regelmatig terugkerende betogingen, vergaderingen of samenkomsten tot belijden van godsdienst of levensbeschouwing, kan, voordat deze voor de eerste keer worden gehouden, eenmalig schriftelijk kennis worden gegeven.
De voorafgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.
Bestaande tekst Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder ……………. c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van EUR 500,00 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
Nieuwe tekst Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder ……………. c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van EUR 500,00 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen; .…………….
lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen; .…………….
Bestaande tekst Artikel 3:10 Weigeringsgronden .……………. k. er aanwijzingen zijn dat in het raamprostitutiebedrijf sekswerkers werkzaam zijn of zullen zijn, die niet op grond van artikel 3:16 zijn geregistreerd of .…………….
Nieuwe tekst
Bestaande tekst Artikel 3:11 Toezicht en verplichtingen seksinrichtingen .……………. 6. De exploitant en de beheerder van een raamprostitutiebedrijf dienen er voortdurend op toe te zien, dat in het raamprostitutiebedrijf uitsluitend op grond van artikel 3:16 geregistreerde sekswerkers werkzaam zijn. .…………….
Nieuwe tekst
Bestaande tekst Artikel 3:15 Intrekkingsgronden .……………. d. er aanwijzingen zijn dat in het raamprostitutiebedrijf sekswerkers werkzaam zijn of zijn geweest die niet op grond van artikel 3:16 zijn geregistreerd of .…………….
Nieuwe tekst
Bestaande tekst Artikel 3:16 Registratieplicht raamsekswerkers
Nieuwe tekst
1. Het is verboden zonder registratie door het bevoegd bestuursorgaan als sekswerker werkzaam te zijn in een raamprostitutiebedrijf. 2. De aanvraag tot registratie dient: a. door de sekswerker persoonlijk te worden gedaan ten overstaan van een daartoe door het bevoegd gezag gemandateerd ambtenaar en b. te geschieden door middel van een door het bevoegd gezag vastgesteld formulier en dient van de benodigde bijlagen te zijn voorzien. 3. De registratie wordt geweigerd indien: a. de sekswerker nog niet de leeftijd van éénentwintig jaar heeft bereikt; b. de sekswerker niet voldoet aan de relevante bepalingen, gesteld bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet Arbeid Vreemdelingen; c. er aanwijzingen zijn dat de sekswerker slachtoffer is van mensenhandel dan wel andere vormen van uitbuiting of d. de sekswerker niet beschikt over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. 4. In afwijking van hetgeen in artikel 1:2 is opgenomen, registreert het bevoegd gezag de sekswerker binnen twee weken nadat de aanvraag is ontvangen, welke termijn kan worden verlengd met maximaal twee weken. 5. De registratie heeft een duur van vierentwintig maanden. 6. De burgemeester verwijdert de sekswerker uit de registratie: a. indien de sekswerker hier zelf om verzoekt; b. na afloop van de duur van de registratie, als bedoeld in het vijfde lid; c.
indien de sekswerker ter verkrijging van de registratie onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt; d. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het registreren van de sekswerker moet worden aangenomen dat verwijdering uit de registratie wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de registratie is vereist of e. indien een weigeringsgrond vermeld in het derde lid zich voordoet. 7. De sekswerker ontvangt een bewijs van registratie.
Bestaande tekst: Artikel 4:12 Bestrijding van boomziekten 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen of andere houtopstand bevinden, die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de insecten, die boomziekten verspreiden, is de eigenaar of de publiekrechtelijk bevoegde op aanschrijving van het college en binnen de door haar te stellen termijn verplicht: a. de houtopstand te vellen; b. de houtopstand ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen; c. de niet ontbaste bomen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen, dat verspreiding van boomziekten wordt voorkomen; d. in geval van iepziekte alle hierboven onder a., b. en c. genoemde maatregelen te treffen; e. alle andere maatregelen te treffen ter voorkoming van boomziekten behoudens beperkingen bij of krachtens de Plantenziektenwet gesteld. .…………….
Nieuwe tekst Artikel 4:12 Bestrijding van boomziekten 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen of andere houtopstand bevinden, die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de insecten, die boomziekten verspreiden, is de eigenaar of de publiekrechtelijk bevoegde op aanschrijving van het college en binnen de door haar te stellen termijn verplicht: a. de houtopstand te vellen; b. de houtopstand ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen; c. de niet ontbaste bomen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen, dat verspreiding van boomziekten wordt voorkomen; d. in geval van iepziekte alle hierboven onder a., b. en c. genoemde maatregelen te treffen; e. alle andere maatregelen te treffen ter voorkoming van boomziekten behoudens beperkingen bij of krachtens de Plantgezondheidswet gesteld. .…………….
1 Raadsbrief Jaarwisseling 2022-2023.docx
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
A.J.I. Puik
Datum
5 juli 2022
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
10179956
a.puik@utrecht.nl
Onderwerp Jaarwisseling 2022-2023
Bijlage(n)
-
Beleidsveld Openbare orde en veiligheid
Geachte leden van de raad, De afgelopen jaren is in Utrecht gewerkt aan de hervorming van de vuurwerktraditie. We blijven toewerken naar een totaal vuurwerkverbod, maar stellen dit jaar (nog) geen lokaalverbod in. Wel stellen we voor een bepaling in de APV op te nemen om de invoering van een lokaal vuurwerkverbod mogelijk te maken. Voor de aankomende jaarwisseling bekijken we de mogelijkheden tot verdere uitbreiding van vuurwerkvrije zones en doen we ervaring op met lokale initiatieven. Korte terugblik Samen met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag pleiten we al langer voor een landelijk consumenten-vuurwerkverbod. Vooruitlopend daarop wordt in Utrecht al enkele jaren gewerkt aan een jaarwisseling met een meer feestelijk karakter, met respect voor mens en natuur, door onder meer het instellen van vuurwerkvrije zones, het organiseren van bewustwordingscampagnes, vuurwerk inlever- en handhavingsacties. Het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2020-2021, als onderdeel van de coronamaatregelen, werd redelijk nageleefd. De afgelopen jaarwisseling (2021-2022) liet een ander beeld zien. Zowel voorafgaand aan maar ook tijdens de jaarwisseling was sprake van massaal afsteken van (illegaal) vuurwerk. Dit laat zien dat draagvlak voor een verbod nog steeds een belangrijk punt van aandacht is. Op 8 juni jl.
verwierp de Tweede Kamer het initiatiefvoorstel om tot een algeheel landelijk vuurwerkverbod te komen. Bij de stappen die we tot nu toe hebben gezet om tot een lokaal vuurwerkverbod te komen, gingen we uit van de veronderstelling dat we voorsorteerden op een landelijk vuurwerkverbod. Geconstateerd moet worden dat van een landelijk vuurwerkverbod, in ieder geval de komende periode, geen sprake zal zijn. In het coalitieakkoord 2022-2026 Investeren in Utrecht, worden geen uitspraken gedaan over de jaarwisseling. Verder werken aan draagvlak Uit het op uw verzoek uitgevoerde belevingsonderzoek bleek dat 53% van de Utrechtse bevolking een voorkeur heeft voor een jaarwisseling waarin voor het ongelimiteerd afsteken van vuurwerk door particulieren geen plaats meer is. De afgelopen jaarwisseling liet zien dat (alleen) het gelden van een
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 juli 2022 10179956
algeheel afsteekverbod geen garantie is voor een rustige, feestelijke jaarwisseling. Daarvoor is een verdere investering in het draagvlak, onder andere door het bieden van alternatieven, nodig. Alternatieve vieringen en vuurwerkvrije zones We richten ons dit jaar samen met de stad op een nieuwe invulling van de jaarwisseling met vuurwerkvrije alternatieven op buurt- en wijkniveau zoals we dat afgelopen jaar van plan waren te doen. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat het draagvlak voor een vuurwerkverbod groter is als er een centraal evenement wordt georganiseerd. Een centrale viering als een vuurwerkof lichtshow kost minimaal € 500.000 en de nodige menskracht. Voor het organiseren van een centraal evenement zijn momenteel geen middelen beschikbaar. Van een centrale viering zal dit jaar dan ook geen sprake zijn. We richten ons daarnaast op het verder uitbreiden van vuurwerkvrije zones. De verwachting is wel dat, juist vanwege de grote stappen die de afgelopen jaren zijn gezet, de ruimte daarvoor binnen de huidige randvoorwaarden steeds beperkter wordt. Lokaal vuurwerkverbod In het raadsvoorstel voor de wijziging van de APV stellen wij voor om artikel 2:44 toe te voegen aan het experimentartikel, om op termijn een verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling mogelijk te maken.
Het experimentartikel biedt de mogelijkheid om beargumenteerd af te wijken van de APV. Wanneer wij in de toekomst het experimentartikel in zouden willen zetten voor het instellen van een vuurwerkverbod, wordt u eerst in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen in te dienen via een voorhangprocedure, voordat wij definitief een besluit nemen. Vervolgens zou - met de opgedane ervaring en na evaluatie van het experiment - een algeheel lokaal verbod definitief een plek kunnen krijgen in de APV. Wij zullen zelf niet het initiatief nemen om al bij de a.s. jaarwisseling het experimentartikel in te zetten. Om het verbod effectief te kunnen handhaven is nader uitgewerkt en uitvoerbaar handhavingsbeleid cruciaal. Bij het instellen van een algeheel verbod, ook bij een experiment, is het dan ook van essentieel belang dat dit vergezeld gaat van de benodigde handhavingsmenskracht en -middelen. Tot slot Met de aanpak zoals geschetst in deze raadsbrief werken wij toe naar een feestelijke, vuurwerkvrije jaarwisseling. Dit zien we als een belangrijke tussenstappen richting een algeheel vuurwerkverbod. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2/2
1 Raadsbrief Mogelijkheden APV-vergunning darkrooms.docx
Burgemeester van Utrecht Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
A. Adan
Datum
5 juli 2022
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
10180456
a.adan@utrecht.nl
Onderwerp
Mogelijkheden APV-vergunning darkrooms
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Handhaving, Openbare orde en veiligheid
Geachte leden van de raad, Bij de behandeling van de SV 2021 nr. 216 heb ik toegezegd om binnen de APV de mogelijkheden naar een lichter typevergunning voor een sekswerkvrije seksinrichting te verkennen en u bij de APVherziening hierover te informeren. In deze brief ga ik nader in op deze toezegging. Huidige APV biedt voldoende mogelijkheden voor darkroom Een wijziging van het vergunningstelsel van darkrooms ziet u niet terug in het voorstel tot wijziging van de APV. Onder de huidige regelgeving bestaat al de mogelijkheid om vergunningen afhankelijk van het soort seksinrichting zwaarder of lichter te toetsen. Wel hebben wij de toelichting op dit artikel aangevuld, zodat dit onderscheid duidelijker is terug te vinden. Lichtere vergunning voor darkroom De vergunningsaanvraag voor een darkroom kent minder zware eisen dan die voor andere typen seksinrichtingen, doordat er aan minder voorwaarden moet worden voldaan. De bepalingen over sekswerkers zijn immers niet van toepassing. Dat betekent onder meer dat er geen administratie en beveiliging van sekswerkers georganiseerd moet worden. Wel moet de ondernemer kenbaar maken hoe hij/zij toezicht uitoefent op de aanwezigheid van minderjarigen, een hygiënische omgevingen en onvrijwillig sekswerk. De vergunning voor darkrooms is door deze beperktere voorwaarden lichter en kan eenvoudiger worden aangevraagd.
Hierdoor zijn er bij de vergunningsaanvraag en -toets voor een darkroom minder barrières voor een ondernemer. In de toelichting bij de APV zal ter verduidelijking worden ingegaan op deze differentiatie ten opzichte van andere seksinrichtingen. Hiervoor verwijs ik u naar de informatieve bijlage bij het raadsvoorstel tot wijziging van de APV, partiële herziening 2022. Met vriendelijke groet,
Sharon A.M. Dijksma
1 Evaluatie pilot verruiming kennisgeving manifestaties.docx
EVALUATIE
Kennisgevingstermijn demonstraties in gemeente Utrecht
Evaluatie van de pilot om de kennisgevingstermijn van Utrecht te verlengen van een duur van 24 uur naar 48 uur tussen mei 2021 tot en mei 2022
Anita van Wijnbergen / Jozua den Admirant - OOV
Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................................................................................................................2 1.1 Context..........................................................................................................................................................2 1.2 Aanleiding .....................................................................................................................................................2 1.3 Samenvatting................................................................................................................................................3 2.
Opzet ..........................................................................................................................................................3 2.1 Doelstelling ...................................................................................................................................................3 2.2 Vraagstelling .............................................................................................................................................3 2.2.1 Hoofdvraag............................................................................................................................................3 2.2.2 Deelvragen ............................................................................................................................................3 3. Methode .....................................................................................................................................................3 3.1 Analyse van administratieve data.................................................................................................................4 3.2 Diepte-interviews ..........................................................................................................................................4 4.
Analyse ..................................................................................................................................................4 4.1 Spontane en complexe demonstraties ..........................................................................................................4 4.2 Verruiming kennisgevingstermijn .................................................................................................................5 4.1.1 Kennisgevingstermijn voor de pilot.......................................................................................................5 4.1.2 Kennisgevingen tijdens de pilot ............................................................................................................5 4.1.3 Effect kennisgevingstermijn verruimen ................................................................................................5 4.2 Voorbereiding ...............................................................................................................................................6 4.2.1 Proces afhandeling demonstraties........................................................................................................6 4.2.2 Kennisgeving .........................................................................................................................................6 4.2.3 Contact met de gemeente Utrecht
.......................................................................................................7 4.2.4 Contact met politie ...............................................................................................................................7 4.2.5 Contact met organisatoren ...................................................................................................................7 4.3 Effect behandeltermijnen..............................................................................................................................8 4.3.1 Capaciteit en weekenddagen ................................................................................................................8 4.3.2 Facilitering gemeente............................................................................................................................8 4.3.3 Facilitering politie..................................................................................................................................8 4.3.4 Facilitering organisatoren .....................................................................................................................8 4.4 Verbeteringen ...............................................................................................................................................9
5. Conclusies ...................................................................................................................................................9 Bijlage 1: Topic lijst interviews ......................................................................................................................10 Bijlage 2 Duiding begrippen...........................................................................................................................11 Centrale begrippen ...........................................................................................................................................11 Manifestatie .................................................................................................................................................11 Situatie .........................................................................................................................................................11 Verruiming ...................................................................................................................................................11 Veiliger .........................................................................................................................................................11 Ordelijk
verloop............................................................................................................................................12 Complexe demonstratie...............................................................................................................................12
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
1
1. Inleiding 1.1 Context Het recht om te demonstreren is een grondrecht dat nauw samenhangt met de vrijheid van meningsuiting. Iedereen kan samenkomen voor een vergadering, protest of demonstratie. De verzamelnaam voor deze activiteiten is manifestaties. Het recht tot een vergadering, protest en demonstreren (manifestaties) is vastgelegd in artikel 21 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke rechten, artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens, én in artikel 9 van de Nederlandse Grondwet. De Wet openbare manifestaties (Wom) vormt het kader voor de manier waarop de burgemeester het recht op demonstreren kan reguleren. Hierin staan voor de burgemeester drie gronden genoemd waarop een demonstratie beperkt of, in het uiterste geval, verboden kan worden: 1) de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden, (2) de bescherming van de gezondheid en (3) in het belang van het verkeer. Op basis van artikel 3 en 4 van de Wom kan de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen voor een voorafgaande kennisgeving. Een voorbeeld daarvan is de termijn voor het doen van een kennisgeving zoals die is opgenomen in de APV Utrecht. In deze evaluatie focussen we op het effect van het verruimen van de kennisgevingstermijn van demonstraties. Demonstraties hebben vaak een zeer uiteenlopende vorm en omvang.
Er zijn demonstraties in de vorm van een optocht door de stad en demonstraties op een vaste locatie in de stad. De omvang van een demonstratie kan ook verschillen. Zo kan een demonstratie twee of enkele deelnemers hebben, maar ook duizenden. Door het uiteenlopende karakter van de demonstraties vraagt het faciliteren daarvan in de meeste gevallen maatwerk. Dit betekent dat er veel samenspraak moet zijn tussen gemeente, politie en organisator. Er wordt bijvoorbeeld overlegd over geschikte locaties, looproutes, begeleiding door politie en toezichthouders, wegafzettingen, stroomvoorziening etc. Gemeente en politie leggen, zo nodig, ook contact met externe partijen, die mogelijk enige hinder van een demonstratie kunnen ondervinden. Denk hierbij aan vervoersmaatschappijen, bedrijven, instellingen en omwonenden, De gemeente Utrecht dient demonstraties goed te faciliteren, zodat demonstraties ordelijk en veilig kunnen plaatsvinden. Dat is van belang voor de veiligheid van deelnemers aan de demonstratie, en op die manier ondervindt de stad zo min mogelijk overlast van demonstraties. Voorafgaand aan een demonstratie doet de organisator een kennisgeving bij de gemeente. Dit staat in artikel 2.6 APV Utrecht. Ook andere gemeenten hebben een kennisgevingstermijn opgenomen in hun APV.
In de vier grootste gemeenten in Nederland gelden de volgende kennisgevingstijden: Amsterdam 24 uur (met uitzondering van demonstratieve optochten), Den Haag 96 uur (4 x 24 uur), Rotterdam 48 uur en Utrecht 48 uur (pilot, normaliter 24 uur). In Amersfoort, Groningen, Tilburg, Maastricht en Leeuwarden is de kennisgevingstermijn 48 uur. In Breda en Eindhoven is het 72 uur. 1.2 Aanleiding De uiterste termijn van kennisgeving is in Utrecht 24 uur voorafgaand aan de voorgenomen demonstratie. Het aantal betogingen is in de laatste 6 jaar meer dan verdrievoudigd. Waren het er in 2015 nog minder dan 75, in 2021 steeg dit aantal naar ca. 365 demonstraties. Daarbij is er niet alleen sprake van een stijging van de hoeveelheid demonstraties, maar ook van een toename van risicovolle en complexe demonstraties en (bewust) niet aangekondigde demonstraties. De kennisgevingstermijn van 24 uur is relatief kort, zowel in het licht van de gestegen aantallen van kennisgevingen en het verhoogde aantal complexe demonstraties, als vanwege de tijd die nodig is voor een zorgvuldige voorbereiding van demonstraties om een ordelijk en veilig verloop te faciliteren. Daarom is Utrecht gestart met een éénjarige pilot voor een kennisgevingstermijn van 48 uur. Het doel van de pilot is om
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
2
inzichtelijk te maken of en hoe het verruimen van de kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur bijdraagt aan het faciliteren van een ordelijk en veilig verloop van demonstraties. De pilot met een kennisgevingstijd van 48 uur startte in mei 2021. Naast de zaterdag en zon- en feestdagen telt in de pilot ook de maandag niet mee in deze 48-uurstermijn. In tabel 1 staat op welke dag een demonstratie uiterlijk gemeld moe(s)t worden. Dag van demonstratie Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag
Kennisgeving 24 uur van tevoren Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Vrijdag
Kennisgeving 48 uur van tevoren Donderdag Vrijdag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Donderdag
1.3 Samenvatting
De pilot is afgelopen en geëvalueerd. Op basis van de conclusies stellen wij voor om artikel 2:6 van de APV Utrecht aan te passen door de kennisgevingstermijn structureel te verruimen naar 48 uur. In deze evaluatie leest u hoe wij tot deze aanbeveling komen. De Utrechtse gemeenteraad zal dit najaar over deze aanpassingen een besluit nemen.
2. Opzet
2.1 Doelstelling
Het doel van de pilot is om inzichtelijk maken of en hoe het verruimen van de kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur bijdraagt aan het faciliteren van een ordelijk en veilig verloop van demonstraties. 2.2 Vraagstelling 2.2.1 Hoofdvraag Heeft de aanpassing van de kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur tijdens de pilot bijgedragen aan een ordelijker en veiliger verloop van demonstraties in Utrecht? 2.2.2 Deelvragen 1. Hoe was de situatie voor en hoe is de situatie na het verruimen van de kennisgevingstermijn? 2. Wat is het effect van de verruiming van de kennisgevingstermijn? 3. Waar ligt nog ruimte voor verbetering met betrekking tot het ordelijk en veilig faciliteren van demonstraties?
3. Methode
In dit evaluatieonderzoek wordt gebruik gemaakt van een analyse van administratieve data en diepte-interviews (geanonimiseerd).
3.1 Analyse van administratieve data
Deze evaluatie bevat onder andere een analyse van data over de gehanteerde kennisgevingstermijnen van demonstraties. Bij een kennisgeving wordt automatisch het tijdstip van indienen geregistreerd. Dat wordt naast de datum en het tijdstip van de demonstratie gelegd om de termijn van kennisgevingstermijn per demonstratie vast te leggen. Daarnaast is er een aantal spontane demonstraties geweest, waarvoor geen kennisgeving is ingediend en waarbij vooraf ook
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
3
geen contact mogelijk was met de organisatie van de demonstratie. Ook is in kaart gebracht hoeveel complexe demonstraties er in Utrecht hebben plaatsgevonden in de periode van de pilot. In deze evaluatie is een vergelijking gemaakt tussen de periode mei 2020 tot mei 2021, toen de kennisgevingstermijn voor een demonstratie 24 uur was en de periode mei 2021 tot mei 2022, waarin een kennisgevingstermijn van 48 uur voor een demonstratie is gehanteerd. De specifieke indicatoren van de data-analyse zijn: ▪ Hoeveel kennisgevingen zijn in de afgelopen twee jaar binnengekomen; ▪ Hoeveel kennisgevingen zijn meer dan 48 uur van tevoren gedaan; ▪ Hoeveel kennisgevingen zijn minder dan 48 uur van tevoren gedaan; ▪ Hoeveel spontane demonstraties zijn er geweest; ▪ Hoeveel complexe demonstraties er zijn geweest.
3.2 Diepte-interviews
Naast de analyse van administratieve data zijn in het kader van de evaluatie ook diepte-interviews gehouden. Doel was het verzamelen van gedetailleerde informatie en zoveel mogelijk ervaringen van de respondenten over het onderwerp. Bij deze interviews werden afgenomen aan de hand van een hoofdvraag en enkele deelvragen. Omdat iedere respondent specifieke eigen inbreng heeft kan het verloop van elk vraaggesprek verschillen. Voor de evaluatie zijn vijf medewerkers van de gemeente Utrecht bevraagd, twee medewerkers van de politie en vijf organisatoren van demonstraties die kennisgevingen hebben ingediend tussen mei 2020 en mei 2022. Voor de diepte-interviews zijn topiclijsten gebruikt om de interviews semigestructureerd te laten verlopen. Er zijn twee topiclijsten opgesteld, één voor facilitators (gemeente en politie) en één voor organisatoren van demonstraties. Hun rol met betrekking tot een demonstratie verschilt en daarom is een andere vraagstelling voor hen gehanteerd. De topiclijsten voor de interviews staan in de bijlage.
4. Analyse
Om antwoord te geven op de vraag hoe de situatie was vóór de pilot en tijdens de pilot, is er allereerst gekeken naar de administratieve data van de kennisgevingen. Vervolgens zijn de antwoorden uit de interviews geanalyseerd en samengevat. Daarbij is de focus gelegd op de facilitering van het proces en het belang van de uiterste termijn van kennisgeving in dat verband.
4.1 Spontane en complexe demonstraties
Spontane demonstraties zijn niet vooraf gemeld en worden ook niet achteraf geregistreerd. Het kan gaan om een onaangekondigde demonstratie, of om een spontane tegendemonstratie bij een gemelde demonstratie. Dit houden gemeente en politie niet actief bij, maar op basis van ervaring is de inschatting dat het om ongeveer tien demonstraties per jaar gaat. In de periode mei 2020 tot mei 2021 vonden daarnaast 32 complexe demonstraties plaats. In de periode mei 2021 en mei 2022 waren dat er 35.
4.2 Verruiming kennisgevingstermijn 4.1.1 Kennisgevingstermijn voor de pilot In onderstaande grafiek staan de termijnen van de gedane kennisgevingen over de periode mei 2020 tot en met mei 2021. Het ging hierbij om in totaal 436 kennisgevingen. Het merendeel van de kennisgevingen die binnenkwam in dit jaar vóór de start van de pilot (kennisgevingstijd van 24 uur) werd meer dan 48 uur van tevoren ingediend, namelijk 384, 88% van het totaal. 41 organisatoren Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
4
deden de kennisgeving tussen de 24 en de 48 uur, 9% van het totaal. 11 organisatoren dienden de kennisgeving buiten deze termijn in. Dat was 3% van het totaal.
Kennisgevingen voor de pilot 41; 9% 11; 3% Kennisgevingen 48 uur of meer voor manifestatie Kennisgevingen tussen 24 en 48 uur voor manifestatie Kennisgeving
384; 88%
4.1.2 Kennisgevingen tijdens de pilot Tijdens de pilot met een kennisgevingstermijn van 48 uur zijn in totaal 355 kennisgevingen gedaan. 339 daarvan (95%) werden langer dan 48 uur van tevoren ingediend. 13 organisatoren deden tussen 24 en 48 uur voor aanvang van de demonstratie een kennisgeving, 4% van het totaal. Tijdens de pilot deden 3 organisatoren minder dan 24 uur voor de start van de demonstratie een kennisgeving. Dat is 1% van alle kennisgevingen die gedaan zijn gedurende de pilot. Het overzicht van het aantal kennisgevingen tijdens de pilot en de bijhorende cijfers staan in onderstaande cirkeldiagram.
Kennisgevingen tijdens de pilot 13; 4%
3; 1% Kennisgevingen 48 uur of meer vor manifestatie
Kennisgevinge
Kennisgevingen tussen 24 en 48 uur voor manifestatie 339; 95%
4.1.3 Effect kennisgevingstermijn verruimen Uit de analyse van bovenstaande administratieve data blijkt dat tijdens de pilot organisatoren in 95% van de gevallen hun kennisgeving 48 uur of langer van tevoren doen. Dit is een stijging van 7% t.o.v. de termijn voor kennisgevingen vóór de pilot. De conclusie is dat na verruiming van de uiterste kennisgevingstermijn, meer organisatoren hun kennisgeving meer dan 48 uur van tevoren doen. Daarnaast melden organisatoren zich minder vaak binnen 24 uur vóór de start van de demonstratie en ook minder vaak tussen 24 en 48 uur voor de demonstratie. Het effect van de verruiming van de kennisgevingstijd is in onderstaande diagram overzichtelijk weergeven.
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
5
Kennisgevingen voor- en tijdens pilot de met elkaar in vegelijking KENNISGEVINGEN VOOR DE PILOT <24 UUR
3%
KENNISGEVINGEN TIJDENS DE PILOT <24 UUR
1% 9%
KENNISGEVINGEN VOOR DE PILOT ≥24 EN <48 UUR 4%
KENNISGEVINGEN TIJDENS DE PILOT ≥24 EN <48 UUR
88%
KENNISGEVINGEN VOOR DE PILOT ≥48 UUR
95%
KENNISGEVINGEN TIJDENS DE PILOT ≥48 UUR 0%
20%
40%
60%
80%
100%
4.2 Voorbereiding
Om een demonstratie goed te kunnen faciliteren zijn in de voorbereiding een aantal handelingen nodig. Hieronder volgt een beschrijving van de werkwijze in Utrecht en hoe gemeente, politie en organisatoren daarop reflecteren. 4.2.1 Proces afhandeling demonstraties Na ontvangst van de kennisgeving wordt door gemeente en politie een inschatting gemaakt over het mogelijke verloop van de demonstratie. Dit gebeurt onder andere op basis van aantal deelnemers, locatie, tijdstip, vorm en eerdere ervaringen met de organisator. Bij manifestaties waarvan de verwachting is dat deze veilig en ordelijk zullen verlopen, wordt zonder voorafgaand gesprek een Wom-brief opgemaakt en verstuurd. In die brief staan een beschrijving van de demonstratie en de (algemeen geldende) regels bij demonstreren. Als er vragen zijn over een kennisgeving neemt de gemeente, vaak samen met een collega van de politie, contact op met de organisator. Bij de meerderheid van de gesprekken verloopt dat gemakkelijk en wordt de demonstratie na het gesprek verder afgehandeld. Soms zijn er complexere demonstraties, met bijvoorbeeld veel deelnemers, een gevraagde locatie die niet mogelijk is of bijvoorbeeld vanwege politie-informatie over mogelijke wanordelijkheden bij de manifestatie. In het beginsel is een organisator zelf verantwoordelijk voor een veilig en ordelijk verloop van de manifestatie.
Dat betekent dat een organisator zelf dient na te denken over hoe hij de manifestatie wil organiseren. Dit vergt bijvoorbeeld het organiseren van een eigen ordedienst die de deelnemers begeleidt bij de naleving van regels en afspraken. Bij complexere demonstraties zijn soms meerdere gesprekken met de organisator nodig. Onderwerp van gesprek zijn bijvoorbeeld het gezamenlijk bepalen van een geschikte looproute en de verantwoordelijkheden van de organisatie Het verloop van het contact met organisatoren verschilt per organisator. Met de meeste organisatoren wordt constructief overlegd en er worden afspraken gemaakt over een goed verloop van de manifestatie. Daar staat tegenover dat er ook organisatoren zijn die geen contact met de gemeente wensen, ook al stelt de gemeente alles in het werk om wél in contact te komen. Als een organisator geen contact wil, dan wordt het lastig om het demonstratierecht voor deze organisator optimaal te faciliteren. Immers, als overleg niet mogelijk is, kennen gemeente en politie de wensen van de organisator niet. 4.2.2 Kennisgeving Kennisgevingen komen bij de gemeente Utrecht binnen en worden met de politie gedeeld. De politie maakt een risico-inschatting van de demonstratie. Deze risico-inschatting wordt gebaseerd op verschillende onderwerpen uit de kennisgeving, zoals het doel, omvang, activiteit, locatie.
Maar bijvoorbeeld ook op politie-informatie over de mogelijkheid van een (spontane) tegendemonstratie.
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
6
Per onderwerp wordt ingeschat of een demonstratie weinig risico, enig risico of hoog risico geeft voor de openbare orde en veiligheid. Ook de gemeente maakt een inschatting vooraf, mede op basis van de informatie van de politie. Spontane demonstraties (demonstraties die niet met kennisgeving worden gemeld) probeert (en dient) de gemeente Utrecht samen met de politie alsnog zo goed mogelijk te faciliteren. Uit de interviews blijkt dat de respondenten van politie en gemeente het als nadelig ervaren dat er niet vooraf de mogelijkheid is geweest om een risico-inschatting te maken en evenmin de mogelijkheid om te onderzoeken of er wegwerkzaamheden, calamiteitenroutes of andere activiteiten op- en rond deze locatie plaatsvinden. Dit bemoeilijkt het faciliteren van een ordelijke en veilige demonstratie. Gemeente en politie benadrukken dat het belangrijk is om vooraf een goede informatiepositie op te bouwen om een demonstratie goed te kunnen faciliteren. Hierbij is het belangrijk dat de juiste informatie tussen partners tijdig op een efficiënte manier wordt gedeeld. De onderlinge communicatie tussen gemeente, politie en organisatoren vinden alle respondenten belangrijk. Gemeente en politie vinden het heel belangrijk om vooraf een goede informatiepositie te hebben.
Het gaat in dit verband om informatie op basis waarvan een inschatting van de risico’s voor de openbare orde en veiligheid kan worden gemaakt. Een goede risico-inschatting zorgt voor de juiste inzet van capaciteit van politie en gemeente en dient ter bescherming van inwoners, demonstranten, mensen met een publieke taak en de stad. Op basis van de informatie over mogelijke risico’s bij een demonstratie neemt de burgemeester, in afstemming met de lokale driehoek, een besluit over de inzet. Indien sprake is van mogelijke risico’s, dan is (extra) tijd nodig voor voldoende voorbereiding. Twee respondenten van de gemeente gaven aan dat het informatiebeeld van politie soms wat uitgebreider kan en dat de gebruikte bronnen bij deze inschatting wat ruimer mogen zijn. 4.2.3 Contact met de gemeente Utrecht De organisatoren ervoeren het contact met de gemeente als redelijk tot goed. Contact werd altijd als belangrijk gezien, maar soms was niet helemaal duidelijk wie de contactpersoon was binnen de gemeente. Als er eenmaal contact was, dan was de bereikbaarheid ook goed. Ook was er dan voldoende tijd om alles goed door te spreken. De organisatoren gaven aan dat de Wom-brief (besluit over demonstratie, mogelijk met voorschriften en/of beperkingen) soms laat is en dat ze de Wombrief graag zo snel mogelijk ontvangen.
4.2.4 Contact met politie Het contact met de politie ervaren organisatoren overwegend als redelijk tot goed. Twee organisatoren gaven aan dat informatie soms intern bij de politie niet goed gedeeld leek te zijn. 4.2.5 Contact met organisatoren Het contact met organisatoren wordt door de gemeente over het algemeen als goed ervaren. In een enkel geval is het wat lastiger. Als organisatoren geen contact willen hebben met de gemeente maakt dat het lastiger voor gemeente en politie om de demonstratie goed te faciliteren. Organisatoren worden uitgenodigd om vooraf de demonstratie met de gemeente en politie door te spreken. Zo wordt een eerste contact gelegd en kan er gezamenlijk gekeken worden of er wegwerkzaamheden, calamiteitenroutes of andere onvoorziene omstandigheden op de locatie of route voorkomen. De politie ervaart het contact met organisatoren in de regel ook als goed. Sinds de politie gestart is met een verbindingsgroep is het contact met organisatoren beter geworden. Er zijn altijd groepen die het minder op de politie hebben, maar daar wordt ook in geïnvesteerd met de verbindingsgroep.
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
7
4.3 Effect behandeltermijnen 4.3.1 Capaciteit en weekenddagen Naast het verruimen van de kennisgevingstijd naar 48 uur, is ook de maandag toegevoegd aan de uitzondering voor de zaterdag, zon- en feestdagen (uit artikel 2:6 APV) om kennisgevingen in behandeling te nemen. Het blijkt uit de interviews met zowel respondenten van de gemeente als van de politie, dat het voor hen bijna onmogelijk om in het weekend nieuwe kennisgevingen te behandelen. Een respondent van de politie zegt hier het volgende over: “Vaak zijn demonstraties ook in het weekend en is het lastig om in het weekend veel te moeten organiseren. In de weekenden hebben we maar 50% van de capaciteit, omdat mensen om het weekend vrij zijn. Als een aanvraag dan in het weekend binnen komt is het lastiger deze goed aan te pakken”. Capaciteit in het weekend is niet alleen een probleem voor de politie, maar ook voor de gemeente. Een respondent binnen de gemeente zegt hier het volgende over: “Voorheen telden weekenddagen ook mee voor de kennisgevingstijd. Als dit terugkomt moeten er meer mensen in het weekend werken. Daar zijn momenteel geen middelen voor beschikbaar.” Tot slot is een belangrijk effect van het verruimen van kennisgevingstijd dan ook, dat capaciteit, geld en middelen efficiënter ingezet kunnen worden.
4.3.2 Facilitering gemeente De gemeente Utrecht ziet als belangrijkste effect van het verruimen van de kennisgevingstermijn dat demonstraties beter gefaciliteerd kunnen worden, doordat er meer tijd is om zo nodig met meerdere partners contact te hebben en eventueel met alle partners om de tafel te kunnen zitten. Navraag bij meerdere partners geeft een beter beeld over bijvoorbeeld mogelijke wegwerkzaamheden, calamiteitenroutes en evenementen in de stad. Met een goed beeld kan samen met een organisatie een beslissing genomen worden over de route/locatie van de demonstratie. Vervolgens hebben gemeente en politie tijd nodig om afspraken te maken met de organisator en omwonenden en partners in de omgeving te informeren. Soms is ook inzet nodig van verkeerregelaars, hekken en matrixborden om de demonstratie te faciliteren en het overige verkeer in de stad in goede banen te leiden. Er kan ook onderzoek nodig zijn naar de geschiktheid van de gevraagde locatie of naar de te gebruiken (tijdelijke) materialen. Een ander voordeel is dat als demonstraties eerder worden gemeld, er meer ruimte is voor demonstraties naar aanleiding van actuele gebeurtenissen, zoals een stille tocht die niet zo ver van tevoren gemeld kan worden. Alle respondenten geven aan dat een kennisgevingstermijn van 24 uur deze ruimte niet voldoende geeft.
4.3.3 Facilitering politie De politie ziet als belangrijkste effect van meer voorbereidingstijd dat er een betere informatiepositie opgebouwd kan worden waardoor er een betere inschatting kan worden gemaakt over de risico’s van de demonstratie en dientengevolge eventueel benodigde aanpassingen in de demonstratie. Een bijkomend effect is, dat als aanpassingen worden geadviseerd, er met een langere kennisgevingstijd meer tijd is om dit vooraf goed door te spreken met een organisatie waardoor de kans op openbare ordeverstoringen tijdens de demonstratie afneemt. 4.3.4 Facilitering organisatoren Organisatoren die geïnterviewd zijn voor deze evaluatie gaven aan hun demonstraties over het algemeen 48 uur of langer van tevoren gepland te hebben. Organisatoren deelden mee voornamelijk positieve effecten te ondervinden van de verruiming van de kennisgevingstijd. Zo gaven respondenten aan dat de gemeente beter voorbereid is en zij de Wom-brief eerder ontvangen. Ook
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
8
gaven 3 van de 5 respondenten aan dat 24 uur voor organisatoren ook te kort is om een demonstratie te organiseren. Eén van de respondenten gaf aan dat bij een demonstratie over een actualiteit 48 uur in sommige gevallen te lang kan zijn.
4.4 Verbeteringen
In deze evaluatie zijn ook een aantal verbeterpunten naar voren gekomen m.b.t. het ordelijk en veilig faciliteren van demonstraties: • Nog eerder meenemen partners in wijken als daar een demonstratie plaats vindt waar de buurt mogelijk hinder van kan ondervinden; • Duidelijke afspraken maken over en delen van risico-inventarisaties; • Verbeteren informatiepositie vooraf bij politie en gemeente; • Verder verduidelijken onderlinge werkwijze en afstemming tussen gemeente en politie; • Eerder versturen van de Wom-brief; • Vaste aanspreekpunten/contactpersonen bij gemeente. Deze verbeterpunten vallen buiten de scope van deze evaluatie, maar worden intern besproken en verder opgepakt.
5. Conclusies
Het recht om te demonstreren is een grondrecht dat nauw samenhangt met de vrijheid van meningsuiting. Dat dient en wil de gemeente zo optimaal, veilig en ordelijk mogelijk faciliteren. De hoofdvraag is: “Heeft de aanpassing van de kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur tijdens de pilot bijgedragen aan een ordelijker en veiliger verloop van demonstraties in Utrecht?” Uit de evaluatie blijkt dat er veel tijd nodig is voor het goed faciliteren van met name een complexe demonstratie. Daarom is de duur van de kennisgevingstermijn zo belangrijk. De politie heeft tijd nodig voor een goede risico-inventarisatie. Vervolgens hebben gemeente en politie tijd nodig om afspraken te maken met de organisator en de partners in de omgeving en om omwonenden te informeren Soms is inzet nodig van verkeerregelaars, hekken, matrixborden om de demonstratie te faciliteren en het overige verkeer te reguleren. Tot slot kan ook onderzoek nodig zijn naar de geschiktheid van een gewenste locatie. Uit de evaluatie blijkt dat hiervoor 24 uur te kort is, met als risico dat de gemeente nog steeds hard zijn best gaat doen, maar misschien niet lukt om de buurt goed te informeren of om op tijd matrixborden kunnen plaatsen. Dat zorgt voor vragen, onrust en om dat te voorkomen is de aanbeveling om de kennisgevingstermijn naar 48 uur verruimen.
De conclusie is dat het verruimen van de kennisgevingstijd inderdaad bijdraagt aan meer ordelijk en veilig verloop van demonstraties, waarbij zowel de veiligheid van deelnemers als de openbare orde in de stad zijn gebaat. Dat komt doordat er meer tijd is voor een gedegen voorbereiding, zoals ruimte voor verkrijgen van een betere informatiepositie en meer tijd om eerder af te stemmen tussen partners en organisatoren en ook de omgeving als nodig tijdig te informeren. Hierdoor kan er beter worden ingespeeld op mogelijke risico’s en zijn partners beter op de hoogte. Dit biedt ruimte voor het grondrecht van demonstreren in een groeiende stad. Het aanhouden van een kennisgevingstermijn van 48 uur is passend bij deze groei en de daarmee veranderende dynamiek in de stad. Een advies hierbij is om niet alleen de kennisgevingstermijn te verruimen naar 48 uur, maar ook om de maandag toe te voegen aan de uitzondering voor zaterdag, zon- en feestdagen. Vanuit zowel
Evaluatie ‘pilot verruiming kennisgevingstijd manifestaties’
9
politie als gemeente is er maar beperkte capaciteit in het weekend. Om deze reden lijkt het behouden van de maandag in de uitzondering wenselijk, om alle kennisgevingen zorgvuldig en op tijd in behandeling te kunnen nemen.