Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 8 september 2022
1 2 3
Opening Vaststellen van de agenda van 8 september 2022 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Agenderingen commissie VBF 08092022 PROCEDUREEL.doc ACTUELE Behandelvoorraad Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2).docx
3.1
Raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022 Raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022.docx Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 partiële herziening 2022.docx Aanpassingen toelichting APV bij Besluit tot partiële herziening APV2022.docx Overzicht van de wijzigingen (was-wordt lijst).docx Raadsbrief Jaarwisseling 2022-2023.docx Raadsbrief Mogelijkheden APV-vergunning darkrooms.docx Evaluatie pilot verruiming kennisgeving manifestaties.docx
3.2 3.3
Technische bijeenkomst Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Overzicht raadsbrieven 1 juni tm 31 augustus 2022.docx
4
Verslagen Concept verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 9 juni 2022, ter vaststelling. Concept verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 9 juni 2022 Jaarstukken 2021 - , ter vaststelling 2022 06 09 Concept Verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 2022 06 09 Concept Verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Jaarstukken 2021
4.1
Verslag Adviescommissie Controle en Financiën 21 april 2022 Ter informatie Adviescommissie CF 21-04-2022.docx
5
Toezeggingen/Moties Toezeggingenlijst VBF met voortgangsinformatie dd 6 september 2022.pdf
6
Raadsvoorstel Wijziging legesverordening 2022 in verband met een nieuw tarief voor het thuisbezorgen van reisdocumenten Wethouder Voortman, beleidsveld Publieksdienstverlening Indicatieve behandeltijd: 15 min. De raad wordt voorgesteld de wijziging van de Legesverordening gemeente Utrecht 2022 vast te stellen, waarmee het tarief voor het thuisbezorgen van een reisdocument wordt verhoogd naar het wettelijk maximum. De wijziging van de Legesverordening gemeente Utrecht 2022 vast te stellen, waarmee het tarief voor het thuisbezorgen van een reisdocument wordt verhoogd naar het wettelijk maximum Dossier 2699 voorblad Raadsvoorstel Wijziging Legesverordening Nieuw tarief thuisbezorgen reisdocumenten.docx Besluit tot wijziging verordening leges gemeente Utrecht 2022 Nieuw tarief thuisbezorgen reisdocumenten.docx
7
Raadsbrief Rapportage onderzoek Institutioneel racisme
Wethouder: Voortman, Beleidsterrein: Personeel en Organisatie Indicatieve behandeltijd: 150 minuten Geagendeerd door: M. Sungur, (DENK), Il. Raaijmakers, (PvdA), T. Sturkenboom, (Student en Starter), R. Wiegant, (SP), B. van Steeg, (CDA), M. Saiah, (D66), M. Deldjou Fard, (GroenLinks), B. Chirino (ChristenUnie), T. Meerding, (VVD), M. van Heuven, (PvdD) , de fracties van EenUtrecht en BIJ1 en de fractie van de PVV. Naar aanleiding van de raadsbrief Rapportage onderzoek institutioneel racisme gaan de fracties graag met elkaar en het college het debat aan inzake de resultaten van het onderzoek, de aanbevelingen die worden gedaan door onderzoekers en de beperkingen die ze tijdens het onderzoek hebben ervaren. Daarnaast willen de fracties voorstellen doen om de risico’s waar op gewezen wordt door de onderzoekers weg te nemen, zo niet te minimaliseren. Dossier 2601 voorblad Raadsbrief Rapportage onderzoek institutioneel racisme.docx.pdf 7.1
Beantwoording SV 2022, nr. 124 over Onderzoek bij gemeente Utrecht Institutioneel Racisme Dossier 2907 voorblad Beantwoording SV 2022 nr 124 over Onderzoek bij gemeente Utrecht Institutioneel Racisme ontoereikend.docx.pdf
7.2
Raadsbrief Onderzoek Institutioneel racisme geheime bijlage bij SV124 Dossier 2908 voorblad Raadsbrief Onderzoek Institutioneel racisme geheime bijlage bij SV 124 2022.docx.pdf
8
Raadsbrief Aard en omvang en aanpak van mensenhandel Burgemeester, Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: B. Chirino, (ChristenUnie), H. Assen (PvdA), L. de Vries (PvdD), B. van Steeg, (CDA), T. Meerding, (VVD), F. Dekkers, (GroenLinks), fractie PVV. Het onderzoek van Regioplan lijkt te bevestigen dat mensenhandel in Utrecht een grotendeels verborgen probleem is. Het is hen niet gelukt om een reële inschatting te maken van de daadwerkelijke omvang van mensenhandel in Utrecht. Het volume, de kwaliteit en de eenduidigheid van de registraties liet dit niet toe. Uit het onderzoek blijkt dat er ook in Utrecht een aantal factoren belemmerend werken op een effectieve informatieverzameling en -uitwisseling. Er zijn nog steeds professionals die signalen niet of onvoldoende kunnen herkennen. Ook weten ze niet altijd welke signalen moeten worden geregistreerd en welke meldroute moet worden gevolgd. Om situaties zichtbaar te maken en de uitbuiting te stoppen is er dus een actieve inspanning van overheidsinstanties nodig. De fracties willen graag met elkaar in debat over deze raadsbrief en een recent WODC onderzoek. Hierbij komt o.a. aan de orde: Welke acties worden ondernomen n.a.v.
het onderzoek, bijvoorbeeld over het melden van arbeidsuitbuiting? Welke rol heeft de gemeente in het uitwerken van de agenda? Hoe wordt de raad daarin meegenomen? Welk tijdspad ziet het college voor zich? Dossier 2600 voorblad Raadsbrief Aard, omvang en aanpak van mensenhandel.docx.pdf Eindrapport regioplan Mensenhandel zichtbaar maken.pdf
9
9.1
Vergunningplicht autobranche bedrijventerrein Nieuw Overvecht Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid, Handhaving Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door M. Koning (D66), DENK en PvdA D66 gaat graag met de commissie in debat om de inzet van dit middel te bespreken. D66 heeft onder andere vragen over: de capaciteit bij VTH voor handhaving en uitgifte vergunningen (wat gaan we dan niet doen?) De evaluatie en monitoring van effectiviteit. Ook willen we in gesprek hoe zij een waterbedeffect in andere branches of delen van de stad gaat voorkomen met het gebruik van dit middel op deze plek Raadsbrief Vergunningplicht autobranche bedrijventerrein Nieuw Overvecht 20/4/2022 Dossier 2688 voorblad Raadsbrief Vergunningplicht autobranche bedrijventerrein Nieuw Overvecht.docx.pdf Aanwijzingsbesluit ondermijningsvergunning Autobranche BTNO.pdf
9.2
Raadsbrief Vergunningsplicht autobranche bedrijventerrein Nieuw Overvecht Dossier 2687 voorblad Raadsbrief Vergunningsplicht autobranche bedrijventerrein Nieuw Overvecht.docx.pdf Voornemen aanwijzingsbesluit Ondermijningsvergunning Autobranche BTNO.pdf
10
Lokale ombudsman
Burgemeester, Beleidsterrein: Bestuurlijke Zaken Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Geagendeerd door: het Presidium De gemeentelijke Ombudsman is een aanstelling door de Gemeenteraad. Van 2002 – 2012 hoorde de Ombudsman (net als de Rekenkamer) bij het organisatieonderdeel Raadsorganen. In 2020 waren PvdA, SP, DENK, D66, CDA, GL, S&S, PVV, PvdD, SBU, CU al voorstander van het terugbrengen van deze functie (M62: ‘is de gemeentelijke ombudsman terug van weggeweest?). Het CDA heeft recent ook schriftelijke vragen over de Ombudsman gesteld en uit het coalitieakkoord blijkt dat hier nu ook de middelen weer voor beschikbaar zijn. Dit betekent brede steun om dit instrument terug te brengen. De Ombudsman onderzoekt klachten over de wijze waarop de gemeente zich tegenover burgers, bedrijven, instellingen en personeel heeft gedragen. Hij doet dat met het doel de klacht op te lossen, het vertrouwen in de overheid te herstellen en de overheid te laten leren van de klachten. Het is zodoende een belangrijke waarborg voor goede behandeling van inwoners en draagt bij aan het inzicht van de Gemeenteraad in de verantwoording van en de controle op het gemeentelijk bestuur. De Ombudsman is in functie niet aan enig gemeentelijk gezag ondergeschikt, maar oefent de functie zelfstandig en onafhankelijk uit, vergelijkbaar aan het instrument Rekenkamer.
Het presidium hecht waarde aan een open debat over de wenselijkheid en vormgeving van het instrument Ombudsman voordat het een raadsvoorstel aan de raad voorlegt. Ter ondersteuning van de discussie heeft het een memo over het onderwerp bijgevoegd. De burgemeester heeft als portefeuillehouder Ombudszaken een aanvullend memo bijgevoegd dat toeziet op onder andere de verbinding met de eerstelijnsklachtenbehandeling. Uw debat fungeert als input voor het op te stellen raadsvoorstel. Dit raadsvoorstel wordt nadien op de reguliere wijze in proces gebracht.” Memo gemeentelijke ombudsman voor cie VBF 08092022.docx Beantwoording SV 2022 nr 85 over Tijd voor een eigen lokale ombudsman.docx.pdf
Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Vast te stellen op 8 september 2022) Geagendeerd door commissieleden
Datum: 31 augustus 2022
Afzender: Gert Dijkstra (EenUtrecht)
Soort stuk/onderwerp: Openbaar maken persoonsgegevens
Burgers mogen bij het indienen van hun zienswijzen zelf besluiten of hun gegevens wel of niet openbaar worden gemaakt.
Wethouder: Voortman Beleidsterrein: Publieksdienstverlening Griffier: Jochim Schueler
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 2. Tijdsduur: 15 minuten
College gaat in beantwoording schriftelijke vragen uit van dat het belang van de privacy hierin zwaarder weegt dan het algemeen belang en tevens dat inwoners niet goed kunnen overzien wat de gevolgen van het verlenen van toestemming zijn. Wij vinden de onderbouwing onvoldoende en willen onderstaande conceptmotie bespreken in de commissie.
Stukken afkomstig van het college Datum: 24 feb/ 22 juni 2022 Soort stuk/onderwerp: Technische bijeenkomst Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA). Wethouder: Schilderman
In de commissie VBF van 24 februari 2022 heeft de wethouder toegezegd een bijeenkomst te organiseren waarin de wensen van de raad t.a.v. de nota WAAVA besproken zal worden. Deze nota was op 24 februari 2022 niet rijp voor bespreking. De wethouder zal zelf bij deze bijeenkomst aanwezig zijn. In de commissie is afgesproken dat na deze bijeenkomst een raadsbrief volgt met wat het college meeneemt uit het gesprek. Deze raadsbrief zal worden besproken in de commissie die uiteindelijk kan leiden tot een
Voorstel 1. Agenderen voor technische bijeenkomst tijdens RIB-avond 2. Datum: 27 september. 3. Tijdsduur: 60 min. 4. Agenderen voor de commissie VBF
Beleidsterrein: Financiën Commissiegriffier: Jochim Schueler
Datum: 11 juli 2022 Soort stuk: Raadsvoorstel
Vaststelling Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022 Burgemeester Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid
raadsvoorstel dat in de raad wordt besproken. Dit alles uiterlijk Q4 2022 (najaar). 5. Tijd: minuten
De Algemene plaatselijk verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. De beslispunten betreffen inhoudelijke en redactionele wijzigingen. Inhoudelijk worden twee artikelen gewijzigd: de kennisgevingstermijn van manifestaties gaat van 24 naar 48 uur waarbij rekening wordt gehouden met de maandag (punt 1b); Aan het experimentartikel wordt artikel 2:44 toegevoegd om het mogelijk te maken op termijn te komen tot een lokaal vuurwerkverbod (punt 1i). Het artikel rondom registratieplicht voor raamsekswerkers wordt geschrapt in verband met de uitspaak van de Raad van State (punt 1g).
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 2. Tijd: 150 minuten.
Commissiegriffier: Jochim Schueler
2
1 ACTUELE Behandelvoorraad Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2).docx
#RAAD030#
Behandelvoorraad Vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën ( PROCEDUREEL) Openbare orde en Veiligheid, Handhaving en Vergunningen, prostitutie, Representatie, Bestuurlijke zaken, Internationale zaken, Wijkgericht werken en Participatie, Burgerzaken incl. verkiezingen, Publieksdienstverlening, Organisatie, Financiën en inkoop, Ombudszaken, Klachtafhandeling en Diversiteit (incl. Utrecht zijn we samen)
Burgemeester Dijksma (8 sept. alleen in de avond beschikbaar) Openbare Orde en Veiligheid RIB 31 mei: 60 min. + Stop de stigmatisering van Al Fitrah 2.0 (DENK, EenUtrecht, bijeenkomst + PVV, SBU) Cie. 90 min. (VBF 12/5) Openbare Orde en Veiligheid Raadsbrief evaluatie cameratoezicht openbare orde (EenUtrecht, VVD, CDA) Openbare Orde en Veiligheid Raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022 Wethouder Voortman Openbaar maken persoonsgegevens
Werkbezoek + Cie 60 min. (VBF 12/5)
Cie 150 min.
Cie: 15 min.
Wethouder Streefland
Wethouder Oosters Participatie Op weg naar een Utrechts Democratisch Akkoord (EenUtrecht, D66, VOLT, CDA, PvdA, CU, PvdD, BIJ1, VVD)
Wethouder Schilderman Financien Technische bijeenkomst Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
RIB: 60 min 18 november Cie: 90/120 min. (VBF 9/6)
Technische bijeenkomst: 60 min. 27 september
Te verwachten Raadsvoorstellen Financiën Kader Geldverstrekking Financiën
Verwacht PM Verwacht Q3 2022
#RAAD030# Actualisatie financiële verordening Financiën Verordening afvalstoffenheffing Financiën Raadsvoorstel Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa Handhaving en vergunningen Verordening ingevolge de Wet Basisregistratie adressen en Gebouwen Publiekdienstverlening Visie Publieksdienstverlening Openbare Orde en Veiligheid Oprichting waarborgfonds Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's Openbare Orde en Veiligheid Beleidskader cameratoezicht Openbare Orde en Veiligheid Raadsvoorstel Integraal veiligheidsplan Participatie Rekenkameronderzoek inwonersparticipatie Burgerzaken Onderzoek mogelijk rechtsherstel Sinti en Romagemeenschappen
Komende commissievergaderingen commissie VBF 6 oktober 2022 24 november 2022 26 januari 2023 23 februari 2023 30 maart 2023 11 mei 2023 8 juni 2023 Komende RIB-avonden commissie VBF 27 september 2022 15 november 2022 13 december 2022 17 januari 2023 14 februari 2023 21 maart 2023 18 april 2023 30 mei 2023
Verwacht Q4 2022 Verwacht Q4 2022 Verwacht Q3 2022 Verwacht Q3 2022 Verwacht Q3 2022 Verwacht Q4 2022 Verwacht Q3 2022 Verwacht Q4 2022 Verwacht Q4 2023
3.1 Raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022 1 Raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Fabienne Wind 10180456 12 september 2022 Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. In de tekst bij het verblijfsontzeggingsartikel de verwijzing naar het eerste, tweede en negende lid van artikel 3:17 te schrappen (artikel 2:3 APV). b. De termijn voor het doen van een kennisgeving aan de burgemeester in verband met het houden van een manifestatie te wijzigen van 24 naar 48 uur en de maandag toe te voegen aan de uitzondering voor de zaterdag, zondag en feestdagen (artikel 2:6 APV). c.
De verwijzing naar Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 te actualiseren en te vervangen door Verordening horeca gemeente Utrecht (artikelen 2:9, 2:28, 2:46, 3:5 APV).
d. In de tekst bij het artikel speelgelegenheden een onjuiste verwijzing te corrigeren (artikel 2:21 APV). e. De verwijzing naar de Drank- en Alcoholwet te actualiseren en te vervangen door Alcoholwet (artikelen 2:28, 2:47 APV). f.
In de tekst bij het ondermijningsartikel een onjuiste verwijzing te corrigeren (artikel 2:47 APV).
g. De registratieplicht voor raamsekswerkers (artikel 3:16) en de verwijzingen naar die registratieplicht (artikelen 3:10, 3:11 en 3:15) uit de APV te schrappen. h. De verwijzing naar Plantenziektewet te actualiseren en te vervangen door Plantgezondheidswet (artikel 4:12 APV). i.
Artikel 2:44 toe te voegen aan het experimentartikel om op termijn een verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (lokaal vuurwerkverbod) mogelijk te maken (artikel 1:9 APV).
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester
Samenvatting De beslispunten betreffen inhoudelijke en redactionele wijzigingen. Inhoudelijk Er worden twee artikelen inhoudelijk gewijzigd: - Kennisgevingstermijn manifestaties gaat van 24 naar 48 uur waarbij rekening wordt gehouden met de maandag (punt 1b). - Aan het experimentartikel wordt artikel 2:44 toegevoegd om het mogelijk te maken op termijn te komen tot een lokaal vuurwerkverbod (punt 1i). Er wordt een artikel geschrapt: - De registratieplicht voor raamsekswerkers wordt geschrapt in verband met de uitspraak van de Raad van State (punt 1g). Redactioneel - In een aantal artikelen worden foutieve verwijzingen gecorrigeerd, (punt 1a, 1d en 1f). - Een aantal verwijzingen worden geactualiseerd door naar geldende wet- en regelgeving te verwijzen, (punt 1c, 1e en 1h).
Context Aanleiding De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Bij deze aanpassing is rekening gehouden met: - de model APV van de VNG - de 100 ideeën voor de regelgeving - de gewijzigde regelgeving en ontwikkelingen - de lokale situatie en praktijk. Beoogd effect Het doel van deze partiële herziening is om weer een actuele APV te hebben: - die aansluit bij de model APV van de VNG en de 100 ideeën voor de regelgeving; - die in lijn is met wetgeving en rechtspraak (schrappen registratieplicht raamsekswerkers); - die aansluit bij de groei van het aantal manifestaties (kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur voor manifestaties waarbij rekening gehouden wordt met de maandag); - die het mogelijk maakt om na een experimentele fase te komen tot een lokaal vuurwerkverbod; - waarbij geen verwarring kan ontstaan door een verouderde citeertitel te gebruiken (alcoholwet); - waarin wordt verwezen naar geldende regelgeving (plantgezondheidswet en verordening horeca gemeente Utrecht) met juiste verwijzingen (verblijfsontzegging-, speelgelegenheden en ondermijningsartikel). Juridische context Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de raad bevoegd om verordeningen vast te stellen, waaronder ook het wijzigen van verordeningen valt.
De raad kan op basis van artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet en de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties de wijziging met betrekking tot de kennisgevingstermijn van manifestaties vaststellen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Onderstaand overzicht van eerdere besluitvorming of informatievoorziening aan de gemeenteraad is gerangschikt per onderwerp in volgorde van het voorstel. Kennisgevingstermijn manifestaties wijzigen van 24 naar 48 uur (punt 1b) 20-05-2021: Raadsbesluit Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 (agendapunt 15). 20-05-2021 / 2021 A37: Amendement Kennisgevingstermijn demonstreren blijft 24 uur: verworpen 20-05-2021: Schriftelijke vragen (SV 2021 nr. 83) Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (met antwoord).
2
Schrappen registratieplicht raamsekswerkers (punt 1g) 08-06-2021: Raadsbrief Voorlopige vergunning het nieuwe Zandpad. 06-01-2021: Schriftelijke vragen (SV 2021 nr. 3) over Geen registratie, geen zandpad (met antwoord) 24-12-2020: Memo Uitspraak Raad van State inzake Registratie sekswerkers. 08-10-2019: Raadsbrief Uitspraak Rechtbank inzake Registratie sekswerkers. 10-10-2019: Raadsvoorstel Het Nieuwe Zandpad: een vernieuwde aanpak (agendapunt 9). Verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (punt 1i) 18-01-2022: Raadsbrief Terugblik jaarwisseling 2021-2022. 04-01-2022: Schriftelijke vragen (SV 2022 nr. 2) Jaarwisseling 2021-2022 (met antwoord). 01-01-2022: Raadsbrief Eerste terugblik jaarwisseling 2021-2022. 28-09-2021: Schriftelijke vragen (SV 2021 nr. 237) Raadsbrief vuurwerkvrije jaarwisseling (met antwoord). 22-09-2021: Raadsbrief Jaarwisseling traditie in transitie. 10-06-2021: Raadsbrief belevingsonderzoek vuurwerkloze jaarwisseling. 28-01-2021: Raadsbrief Terugblik jaarwisseling 2020-2021. 06-01-2021: Schriftelijke vragen (SV 2021 nr. 4) Jaarwisseling 2020-2021 (met antwoord). 01-01-2021: Raadsbrief Eerste terugblik jaarwisseling 2020-2021. 21-12-2020: Raadsbrief Inzet voor jongeren rond jaarwisseling 2020. 17-12-2020 / 2020 M450: Motie Belevingsonderzoek naar een vuurwerkloze jaarwisseling.
08-12-2020: Raadsbrief Cameratoezicht jaarwisseling 2020-2021. 12-11-2020: Raadsbrief Vooruitblik jaarwisseling 2020-2021. 12-11-2020: Commissie M&S Initiatiefvoorstel verbod afsteken consumentenvuurwerk (agendapunt 9). 10-04-2020: Raadsbrief Reactie van college op initiatiefvoorstel vuurwerkverbod. 22-01-2020: Schriftelijke vragen (SV 2020 nr. 001) over Jaarwisseling 2019-2020 (met antwoord). 22-01-2020: Raadsbrief Terugblik jaarwisseling 2019-2020. 26-09-2019: Raadsbrief Motie Centrale Vuurwerkshow. 12-09-2019: Raadsbrief Vooruitblik Jaarwisseling 2019-2020. 18-07-2019 / 2019 A47: Amendement Maak in de APV ook parken vuurwerkvrij: aangenomen. 18-07-2019: Raadsbesluit Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2019 (agendapunt 18). 24-01-2019: Raadsbrief Terugblik jaarwisseling 2018-2019. 04-12-2018: Raadsbrief Vuurwerkvrije zones: ontwerp bebording en aanpassing digitale plattegrond. 08-11-2018 / 2018 M:198: Motie Actief werken aan centrale vuurwerkshow: aangenomen 01-11-2018 / 2018 M:191: Motie De APV overtuigt niet iedereen, doe een beroep op fatsoen: aangenomen. 01-11-2018 / 2018 A44: Amendement Maak ook parken vuurwerkvrij: verworpen. 01-11-2018: Raadsbesluit Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, Vuurwerkvrije zones (agendapunt 14).
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. In de tekst bij het verblijfsontzeggingsartikel de verwijzing naar het eerste, tweede en negende lid van artikel 3:17 te schrappen (artikel 2:3 APV). b. De termijn voor het doen van een kennisgeving aan de burgemeester in verband met het houden van een manifestatie te wijzigen van 24 naar 48 uur en de maandag toe te voegen aan de uitzondering voor de zaterdag, zondag en feestdagen (artikel 2:6 APV). c.
De verwijzing naar Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 te actualiseren en te vervangen door Verordening horeca gemeente Utrecht (artikelen 2:9, 2:28, 2:46, 3:5 APV). 3
d. In de tekst bij het artikel speelgelegenheden een onjuiste verwijzing te corrigeren (artikel 2:21 APV). e. De verwijzing naar de Drank- en Alcoholwet te actualiseren en te vervangen door Alcoholwet (artikelen 2:28, 2:47 APV). f.
In de tekst bij het ondermijningsartikel een onjuiste verwijzing te corrigeren (artikel 2:47 APV).
g. De registratieplicht voor raamsekswerkers (artikel 3:16) en de verwijzingen naar die registratieplicht (artikelen 3:10, 3:11 en 3:15) uit de APV te schrappen. h. De verwijzing naar Plantenziektewet te actualiseren en te vervangen door Plantgezondheidswet (artikel 4:12 APV). i.
Artikel 2:44 toe te voegen aan het experimentartikel om op termijn een verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (lokaal vuurwerkverbod) mogelijk te maken (artikel 1:9 APV).
Argumenten 1.1
De wijziging van de termijn voor het doen van een kennisgeving over een manifestatie is nodig vanwege de sterke toename van het aantal betogingen in de afgelopen jaren. Het aantal betogingen is in de laatste 6 jaar meer dan verdrievoudigd. Waren het er in 2015 nog minder dan 75, in 2021 is dit aantal gestegen naar ca. 365 demonstraties. Daarbij is er niet alleen sprake van een stijging van de hoeveelheid demonstraties, ook is er een toename van risicovolle en complexe demonstraties en (bewust) niet aangekondigde demonstraties.
1.2
Dit is nodig voor een zorgvuldige behandeling van kennisgevingen in verband met toenemende druk op de beschikbare openbare ruimte. Er is sprake van een toenemende druk op de openbare ruimte in met name de binnenstad waar veel demonstraties plaatsvinden: de bevolking van Utrecht groeit, de (binnen)stad wordt intensief gebruikt voor evenementen, pop-up-fietsenstallingen en warenmarkten en er zijn regelmatig bouw- en wegwerkzaamheden. Een demonstratie vergt onder deze omstandigheden meer voorbereiding. Dit vraagt meer afstemming tussen verschillende samenwerkingspartners en dat kost tijd.
1.3
De verlenging van de termijn maakt betere afstemming met en inzet van betrokken partijen mogelijk. Vanwege de grote aantallen demonstraties die samengenomen doorlopend veel aandacht vergen in de voorbereiding en het verloop, dient een kennisgevingstermijn van 48 uur het belang van alle betrokkenen. Verruiming van de termijn komt ten goede aan het faciliteren van de uitoefening van het demonstratierecht. Zo kan er bij complexe demonstraties goede afstemming plaatsvinden over locaties, looproutes, begeleiding, wegafzettingen, stroomvoorziening en dergelijken. Dit vergt intensief overleg met de organisatoren van demonstraties, politie, toezichthouders, verkeersregelaars, omwonenden en externe partijen. Goede afstemming met alle betrokken partijen levert een beter gefaciliteerde demonstratie op. Daarnaast levert het tijdig informeren van stakeholders meer draagvlak en begrip op voor demonstranten. Bovendien kunnen organisatoren zelf profijt hebben van een uitgebreidere kennisgevingstermijn. Als er eerder een kennisgeving wordt gedaan, kan er eerder afstemming plaatsvinden en duidelijkheid aan de organisatoren worden gegeven. De beoogde wijziging van de kennisgevingstermijn heeft ten doel alle betrokkenen bij een demonstratie beter te kunnen informeren en ondersteunen.
4
1.4.
De wijziging is nodig om kennisgevingen voor manifestaties die op maandag gehouden worden ook zorgvuldig te kunnen behandelen. Als een manifestatie op een zaterdag, zondag of een feestdag wordt gehouden, moest de kennisgeving gedaan worden voor 12.00 uur op de werkdag daaraan voorafgaande (meestal vrijdag 12.00 uur). Dit in verband met de Termijnenwet, maar ook om nog een zorgvuldige behandeling (op een werkdag) van de kennisgeving mogelijk te maken. Verlenging van de kennisgevingstermijn betekent dat ook deze termijn een dag naar voren schuift naar de één na laatste werkdag (meestal donderdag 12.00 uur). Deze naar voren geschoven kennisgevingstermijn voor de zater-, zon- en feestdagen hield geen rekening met manifestaties die op maandagen plaatsvinden. De verruiming is van belang, omdat de gemeente in het weekend geen capaciteit heeft om demonstraties op te pakken. Ook draait de politie op beperkte capaciteit in het weekend. Met deze uitbreiding wordt gestreefd alle demonstraties zorgvuldig te behandelen.
1.5
Een kennisgevingstermijn van 48 uur is redelijk. Bij de inwerkingtreding van de Wet openbare manifestaties is -totdat de gemeenteraad een verordening met daarin regels over de schriftelijke kennisgeving had gesteld– door de wetgever de termijn voor een schriftelijke kennisgeving van een manifestatie op ten minste 48 uur vastgesteld. Ook wordt in de model-APV van de VNG deze termijn als voorbeeld genoemd vanuit het perspectief van de betogingsvrijheid zoals dat grondwettelijk en verdragsrechtelijk is vastgelegd. Daarnaast hanteren twee van de drie grootste gemeenten een kennisgevingstermijn van ten minste 48 uur. Een 48- uurstermijn sluit aan bij de huidige dagelijkse praktijk in Utrecht. Uit de evaluatie van de pilot van de verruiming van de kennisgevingstermijn blijkt dat 95% van de organisatoren minimaal 48 uur van tevoren een kennisgeving in dient. Het is tot dus ver niet gebleken dat de verruiming van de kennisgevingstermijn als een beperking op manifestaties wordt ervaren. Het verlengen van de kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur betekent niet dat een manifestatie, die niet of te laat is aangemeld, niet meer mogelijk is.
1.6
De registratieplicht voor raamsekswerkers (artikel 3:16) en de verwijzingen naar die registratieplicht (artikelen 3:10, 3:11 en 3:15) uit de APV te schrappen. De APV Utrecht bevat een registratieplicht voor raamsekswerkers. Om de registratieplicht te kunnen uitvoeren, moeten persoonsgegevens worden verwerkt. Voor de verwerking hiervan is toestemming gevraagd aan de Autoriteit Persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geen toestemming verleend, omdat er geen wettelijke basis is de persoonsgegevens te mogen verwerken en wetgeving ook niet binnen een redelijke termijn te verwachten is. Tegen dit besluit is door de gemeente Utrecht beroep aangetekend, waarna de rechtbank Den Haag het beroep ongegrond heeft verklaard. Ook de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, heeft in zijn uitspraak van 23 december 2020 de gemeente Utrecht in het ongelijk gesteld. Er is vooralsnog geen wettelijke basis voor de gegevensverwerking ten behoeve van de registratieplicht van raamsekswerkers, daarom dient deze bepaling uit de APV te worden geschrapt. Ook moeten de verwijzingen naar deze registratieplicht uit de APV worden geschrapt.
1.7
Toevoeging van artikel 2:44 aan het experimentartikel biedt de mogelijkheid om toe te werken naar een lokaal vuurwerkverbod. Zo kan eerst nog verdere ervaring worden opgedaan met de uitbreiding van vuurwerkvrije zones op basis van artikel 2:44 APV. Daarna zou het experimentartikel ingezet kunnen worden om tijdelijk af te wijken van artikel 2:44, zodat er een algeheel verbod op het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling kan worden ingesteld. Het experimentartikel schrijft voor dat de raad in de gelegenheid wordt gesteld te reageren op de voorgestelde tijdelijke afwijking, voordat deze kan worden toegepast (artikel 1:9, derde lid, APV). Vervolgens zou - met de opgedane ervaring en na evaluatie van het experiment - een algeheel verbod definitief een plek kunnen krijgen in de APV. Bij het toewerken naar een lokaal vuurwerkverbod via het experimentartikel is het van essentieel belang dat dit vergezeld gaat van de benodigde handhavingscapaciteit, menskracht en middelen. 5
1.8
Door de overige aanpassingen wordt de APV gecorrigeerd, geactualiseerd en verduidelijkt. - Artikel 3:17 kent geen negende lid, dat maakt de verwijzing incorrect. Ook naar het eerste en tweede lid hoeft niet expliciet te worden verwezen, aangezien artikel 3:17 slechts twee artikelleden kent. - Het opnemen van de ‘Verordening horeca gemeente Utrecht’ sluit aan bij geldende regelgeving, aangezien de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 niet meer van kracht is. - In artikel 2:21 vierde lid staat een onjuiste verwijzing naar ‘onderdeel c’. o Artikel 30c, eerste lid, onderdeel c Wet op de kansspelen kent onderdeel c. Er kan worden volstaan met een verwijzing naar artikel 30c, eerste lid van de Wet op de Kansspelen. - Het opnemen van de Alcoholwet sluit aan bij een wijziging van de Drank- en Horecawet. o Op 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet gewijzigd. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Om die reden wordt in de APV ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. - In artikel 2:47 lid 10 wordt verwezen naar het achtste lid in plaats van het negende lid. - De Plantenziektenwet is komen te vervallen. De geldende wetgeving is de Plantgezondheidswet.
Financiën Punt 1b: verlenging kennisgevingstermijn manifestaties van 24 naar 48 uur. Het verlengen van de kennisgevingstermijn heeft geen financiële consequenties. De behandeling van dergelijke kennisgevingen wordt uit de algemene middelen bekostigd. Punt 1i: toevoegen van artikel 2:44 aan het experimentartikel. Deze wijziging heeft op dit moment geen financiële gevolgen. Vooralsnog moet geput worden uit bestaande middelen. Indien wordt toegewerkt naar een lokaal vuurwerkverbod via het experimentartikel is het van essentieel belang dat dit vergezeld gaat van de benodigde handhavingscapaciteit, menskracht en middelen. Punt 1a: herstel foutieve verwijzing verblijfsontzeggingsartikel. Punt 1c: Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 vervangen door Verordening horeca gemeente Utrecht. Punt 1d: herstel foutieve verwijzing in het artikel speelgelegenheden. Punt 1e: Drank- en Horecawet vervangen door Alcoholwet. Punt 1f: herstel foutieve verwijzing ondermijningsartikel. Punt 1g: schrappen registratieplicht raamsekswerkers. Punt 1h: Plantenziektewet vervangen door Plantgezondheidswet. De wijzigingen genoemd onder punten 1a en 1c t/m 1h hebben geen financiële gevolgen.
Vervolg Algemeen Na vaststelling wordt het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2010’ op www.overheid.nl bekend gemaakt. Daarbij hoort ook een aan de wijzigingen aangepaste toelichting. De wijzigingen worden geconsolideerd verwerkt (opgenomen in de APV). Na de officiële bekendmaking op www.overheid.nl passen we Utrechtse webpagina www.utrecht.nl/apv aan.
Communicatie Zie ook ‘Algemeen’ onder het kopje ‘Vervolg’. Met betrekking tot één wijziging vindt gerichte communicatie plaats: 6
Punt 1b: verlenging kennisgevingstermijn manifestaties van 24 naar 48 uur. De website www.utrecht.nl/demonstraties wordt aangepast en de organisatoren van regelmatig terugkerende demonstraties worden daarnaast separaat geïnformeerd.
Bijlagen Bijlage besluitvorming: - Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022. Bijlagen informatief: - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2022. - Raadsbrief Jaarwisseling 2022-2023. - Raadsbrief Mogelijkheden APV-vergunning darkrooms. - Evaluatie pilot verruiming kennisgevingstermijn.
7
1 Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 partiële herziening 2022.docx
Besluit tot wijziging van de
Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022
De raad van de gemeente Utrecht; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 juni 2022, kenmerk 10180456; Gelet op artikel 149 en artikel 108 tweede lid Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties;
Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 als volgt te wijzigen: Artikel I A. In artikel 1:9, tweede lid, onderdeel a, wordt na 2:36 ingevoegd ‘,2:44’. B.
In artikel 2:3, derde lid, onderdeel a vervalt de zinsnede ‘eerste, tweede en negende lid’.
C. In artikel 2:6, eerste lid wordt ‘24 uur’ vervangen door ‘48 uur’ en wordt in vierde lid ‘een maandag’ ingevoegd.
D. In artikel 2:9, eerste lid, onderdeel h, artikel 2:9, vierde lid, artikel 2:28, tweede lid, onderdeel a,
artikel 2:46, zesde lid en 3:5, tweede lid, onderdeel c wordt ‘Horecaverordening gemeente Utrecht 2018’ vervangen door ‘Verordening horeca gemeente Utrecht’.
E.
In artikel 2:21, vierde lid, vervallen de woorden ‘onder c’.
F.
In artikel 2:28, tweede lid, onderdeel b, artikel 2:47, eerste lid, onderdeel c en artikel 3:5, tweede lid, onderdeel c, onder 1, wordt ‘Drank en horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’.
G. In het artikel 2:47, tiende lid, wordt ‘achtste’ vervangen door ‘negende’.
H. Artikel 3:16 vervalt en de verwijzingen naar artikel 3:16 vervallen in artikel 3:10, eerste lid,
onderdeel k (onderdeel l wordt geletterd tot onderdeel k), artikel 3:11, zesde lid, (de leden 7 tot en met 9 worden vernummerd tot leden 6 tot en met 8) en artikel 3:15, eerste lid, onderdeel d (onderdelen e tot en met k wordt geletterd tot onderdelen d tot en met j).
I.
In artikel 4:12, eerste lid, onderdeel e, wordt ‘Plantenziektewet’ vervangen door ‘Plantgezondheidswet’.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ……. 2022 De griffier,
de burgemeester,
Merel van Hall
Sharon A.M. Dijksma
1 Aanpassingen toelichting APV bij Besluit tot partiële herziening APV2022.docx
Bijlage: Toelichting bij ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2022 Artikelsgewijze toelichting Waar in een bestaande toelichting op een artikel van de APV inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht naar aanleiding van dit besluit, zijn deze wijzigingen weergegeven in het rood. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel A (Experiment) - Artikel I, onderdeel B (Kennisgeving op openbare plaatsen). Het schrappen van een artikel van de APV maakt de toelichting bij het artikel overbodig. De toelichting komt te vervallen. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel G (registratieplicht sekswerkers). Ook is er een inhoudelijke wijziging in de toelichting op de APV ten aanzien van darkrooms. Dit is het geval bij de toelichting op: - Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen e.d. (begripsbepalingen en aanvraag en vergunning). Artikel I, onderdeel A Artikel 1:9 Experiment Van algemeen verbindende voorschriften van de APV mag in beginsel niet afgeweken worden. Nieuwe ontwikkelingen, innovaties of initiatieven waarvoor een dergelijke afwijking wel vereist is, kunnen en mogen nu niet gehonoreerd worden. Wordt toch gehandeld in strijd met de APV dan geldt een beginselplicht tot handhaving.
De voorafgaande noodzakelijke APV-wijziging om de strijdigheid op te heffen is met een experimenteerartikel niet nodig. Dit artikel biedt het college en de burgemeester de mogelijkheid om te experimenteren met het tijdelijk afwijken van bepalingen in de APV. Het doel van een dergelijk experiment is om gegevens te verzamelen op basis waarvan kan worden bepaald of het afwijken van een bepaling in de APV aan het gewenste doel beantwoordt. Kan ordening van de leefomgeving op een andere en betere wijze plaatsvinden dan de wijze waarvoor in de APV is gekozen? Proefondervindelijk kan gedurende een afgebakende periode en in een afgebakend gebied worden vastgesteld of het op een andere wijze regelen van een situatie effectiever is. Met een experiment kan relatief snel worden ingespeeld op een veranderde situatie. Bijzondere en gewenste initiatieven kunnen zo een kans krijgen om zich in de praktijk te bewijzen en er kan ingespeeld worden op innovaties en ontwikkelingen. In het tweede lid is bepaald dat de raad de bevoegdheid om bij experiment af te wijken van de APV delegeert aan het college of de burgemeester, ieder voor zover het een hem gegeven bevoegdheid betreft. Voordat met een experiment wordt gestart heeft het college of de burgemeester de verwachting dat de alternatieve wijze van ordening doeltreffend is.
Het college of burgemeester maakt daartoe een afweging tussen het afwijken van de algemeen geldende bepaling en het beoogde voordeel van het experiment. Is er een reële verwachting dat de beoogde - grotendeels positieve gevolgen zullen intreden?
De artikelen waarvan afgeweken kan worden zijn limitatief opgesomd. Het betreft vooral artikelen waarvan de verwachting is dat een experiment ruimte kan bieden aan verplichtingen van burgers of ondernemers die nu als zwaar of knellend worden ervaren. Het betreft voornamelijk bepalingen waarin een vergunningplicht wordt voorgeschreven voor het gebruik van de openbare ruimte. Ook kan het experiment worden ingezet om tegemoet te komen aan ontwikkelingen en innovaties. Het overgrote deel van bepalingen over de openbare orde, manifestaties, veiligheid, voetbalwedstrijden, overlast, vuurwerk,prostitutie en kappen van bomen is uitgesloten van de experimenteerbepaling. De betrokkenheid van de raad wordt vormgegeven door een voorhangprocedure: elk conceptexperimenteerbesluit zal naar de raad worden gezonden waarna de raad gedurende vier weken wensen en bedenkingen kenbaar kan maken. Indien het college of de burgemeester in het definitieve besluit van de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad afwijkt, wordt dit gemotiveerd aan de raad meegedeeld. De kaders waarbinnen het experiment moet plaatsvinden zijn gegeven in het vierde lid. In het besluit tot experimenteren moet opgenomen worden van welke bepaling(en) in de APV wordt afgeweken, alsmede het doel van het experiment.
In het besluit beschrijft het college of de burgemeester onder welke voorwaarden ruimte wordt geboden aan het experiment. Zo kan bijvoorbeeld bepaald worden dat een verplichting tijdelijk niet geldt, mits de burger of ondernemer zich aan bepaalde voorwaarden houdt. Die voorwaarden zullen opgenomen worden in het besluit. Het experiment kent een einddatum en is dus tijdelijk van aard. De maximale duur van een experiment is één jaar. Naast een beperkte duur dient ook het gebied waarbinnen het experiment plaatsvindt te zijn afgebakend. De afbakening kan in grootte variëren, maar kan ook de gehele gemeente betreffen. Al naar gelang het soort bepaling waarmee wordt geëxperimenteerd, kan in het besluit worden opgenomen op welke wijze opgetreden zal worden indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, bijvoorbeeld de mogelijkheid om het experiment tussentijds te beëindigen. Niet alleen is een experiment tijdelijk van aard, er moet ook zicht zijn op het vervolg. Zo moet worden bepaald of permanente afwijking van de APV-bepaling(en) zinvol is. Het experiment wordt om die reden geëvalueerd. Tegelijkertijd met de start van het experiment moet ook de evaluatie in gang worden gezet. Deze dient immers te zijn afgerond voordat de tijdsduur van het experiment afloopt. Op basis van de evaluatie wordt vastgesteld of het experiment is geslaagd in die zin dat de afwijking de nieuwe regel wordt.
Als daartoe wordt besloten, kan het experiment éénmalig worden verlengd in afwachting van de nieuwe situatie. Het kan immers ongewenst en inefficiënt zijn om voor het terrein waarop het experiment betrekking heeft gedurende beperkte tijd het oude regime weer te laten gelden. Om te voorkomen dat een succesvol experiment na afloop langer dan strikt noodzakelijk in de ‘experimentele fase’ blijft ‘hangen’, is een maximum gesteld aan de duur van de verlenging. De verlenging is éénmalig en mag niet meer tijd in beslag nemen dan de oorspronkelijk voor het experiment vastgestelde tijdsduur. Binnen de duur van de verlenging moet de aanpassing en de inwerkingtreding van de nieuwe regel (aanpassing van de verordening) hebben plaatsgevonden. Omdat een tweede verlenging niet mogelijk is, moet de nieuwe regel uiterlijk in werking zijn getreden op het moment dat de verlengingstermijn afloopt.
Artikel I, onderdeel B
Artikel 2:6 Kennisgeving openbare manifestaties op openbare plaatsen Dit artikel is een uitwerking van enkele artikelen uit de Wet openbare manifestaties (WOM). In artikel 1 van de Wet openbare manifestaties wordt in het eerste lid “openbare plaats” gedefinieerd als: een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. In het tweede lid is bepaald dat daaronder niet is begrepen: een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet (een kerk, moskee, synagoge of een ander gebouw dat met name wordt gebruikt voor godsdienstige of levensbeschouwelijke doelen). Zie verder hieronder het kopje ‘Openbare en andere dan openbare plaatsen’ bij artikel 2:6. Uit de artikelen 3 en 4 WOM volgt dat de gemeenteraad moet bepalen of, en zo ja, voor welke activiteiten een kennisgeving is vereist en daarbij enkele procedurebepalingen moet vaststellen. Artikel 5 WOM kent de burgemeester de bevoegdheid toe om naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen te stellen of een verbod te geven; artikel 6 WOM kent hem een aanwijzingsbevoegdheid toe, terwijl artikel 7 WOM bepaalt dat hij bevoegd is aan de organisatoren van de desbetreffende activiteit de opdracht te geven deze te beëindigen en uiteen te gaan. Ten aanzien van vergaderingen en betogingen op andere dan openbare plaatsen kent artikel 8 WOM de burgemeester o.a.
de bevoegdheid toe opdracht te geven deze te beëindigen. Uitgangspunten Wet openbare manifestaties De WOM beoogt een eenvormige regeling te geven voor de activiteiten die onder de bescherming van de artikelen 6 en 9 Grondwet vallen. Het gaat daarbij om betogingen, vergaderingen en samenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging voor die op openbare plaatsen gehouden worden. De WOM heeft betrekking op collectieve uitingen. Van een collectieve uiting kan volgens de regering al sprake zijn wanneer daaraan meer dan twee personen deelnemen (TK 1986-1987, 19 427, nr. 5, p. 8). Ten aanzien van vergaderingen en betogingen op andere dan openbare plaatsen kent de WOM uitsluitend repressieve bevoegdheden toe aan de burgemeester (artikel 8 WOM). Voor deze activiteiten is geen voorafgaande kennisgeving vereist. Openbare en andere dan openbare plaatsen Wat is nu de betekenis van de begrippen “openbare en andere dan openbare plaatsen”? Artikel 1, eerste lid, WOM bepaalt wat een openbare plaats is, namelijk een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek. Deze definitie kent dus twee criteria. Ten eerste moet de plaats open staan voor het publiek.
Dat wil volgens de memorie van toelichting zeggen “dat in beginsel een ieder vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan; dit houdt in dat het verblijf op die plaats niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden mag zijn (...). Dat de plaats "open staat" betekent verder dat geen sprake is van een meldingsplicht, de eis van voorafgaand verlof, of de heffing van een toegangsprijs voor het betreden van de plaats”.
Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen “openbare plaatsen”. Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip “openbare plaats”. Het tweede criterium is dat het open staan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik. “De bestemming ziet op het karakter dat door de gerechtigde aan de plaats is gegeven blijkens een besluit of blijkens de uit de inrichting van de plaats sprekende bedoeling. Een openbare plaats krachtens vast gebruik ontstaat wanneer de plaats gedurende zekere tijd wordt gebruikt als had deze die bestemming, en de rechthebbende deze feitelijke toestand gedoogt”, aldus de memorie van toelichting (TK 1985-1986, 19 427, nr. 3, p. 16). Voorbeelden van openbare plaatsen in de zin van artikel 1, eerste lid, WOM zijn: openbare wegen, plantsoenen, speelweiden en parken en vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages, van winkelgalerijen, van stationshallen en van vliegvelden, openbare waterwegen en recreatieplassen.
Omdat de definitie van het begrip “openbare plaats” ook een aantal “besloten plaatsen” als bedoeld in artikel 6, tweede lid, Grondwet kan omvatten, is in artikel 1, tweede lid, WOM expliciet aangegeven dat onder een openbare plaats niet wordt begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet (TK 1986-1987, 19 427, nr. 5, p. 11-13, en nr. 6). Betoging Wanneer kan van een betoging worden gesproken? Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad kan sprake zijn van een betoging als: ∙een aantal personen openlijk en in groepsverband optreedt, al dan niet in beweging, en ∙de groep er op uit is een mening uit te dragen. De memorie van toelichting bij de WOM geeft aan dat het bij de betoging gaat om het uitdragen van gemeenschappelijk beleefde gedachten of wensen op politiek of maatschappelijk gebied (TK 19861987, 19 427, nr. 3, p. 8). Er worden dus drie eisen gesteld: meningsuiting (openbaren van gedachten en gevoelens), openheid en groepsverband. Het gezamenlijk optreden moet ook gericht zijn op het uitdragen van een mening. Een betoging is niet noodzakelijkerwijs een optocht en een optocht is niet persé een betoging.
Een optocht die niet primair het karakter heeft van een gemeenschappelijke meningsuiting, zoals Sinterklaas- en carnavalsoptochten en bloemencorso’s, is geen manifestatie in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a WOM (TK 1985-1986, 19 427, nr. 3, p. 8). Een betoging kan een optocht zijn (HR 30-05-1967, NJ 1968, 5), als die opiniërende elementen bevat en kan wel onder de bescherming van artikel 7, derde lid, Grondwet vallen. De Hoge Raad acht voor het aanwezig zijn van een betoging geen “menigte” nodig. Acht personen worden al voldoende geacht om van een betoging te kunnen spreken (HR 11-05- 1976, NJ 1976, 540). Alleen een vreedzame betoging kan aanspraak maken op grondwettelijke bescherming. Het aspect van de meningsuiting moet voorop staan. Als onder het mom van een betoging activiteiten worden ontplooid die strijdig zijn met onze rechtsorde, zal de vraag moeten worden beoordeeld of er nog wel sprake is van een betoging in de zin van het grondwettelijk erkende recht (TK 1975-1976, 13872, nr. 4, p. 95-96). Bij de parlementaire behandeling van artikel 9 heeft de regering er op gewezen dat de door haar gegeven karakterisering van het begrip “betoging” meebrengt dat acties, waarvan de hoedanigheid van gemeenschappelijke meningsuiting op de achtergrond is geraakt en die het karakter hebben van dwangmaatregelen jegens de overheid of jegens derden, geen betogingen in de zin van
het voorgestelde artikel 9 zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij blokkades van wegen en waterwegen (TK 1976-1977, 13872, nr. 7, p. 33). Onwettig en intolerant gedrag tegenover een betoging Het recht van betoging kan niet zonder meer beperkt worden. In de jurisprudentie over het onwettig of intolerant gedrag van derden tegenover de deelnemers aan een betoging, is uitgemaakt dat een beperking van het recht tot betoging moet zijn gelegen in zwaarwegende omstandigheden. Gemeentelijke bevoegdheden Los van zijn bevoegdheden krachtens de WOM, blijft de burgemeester bevoegd tot optreden krachtens de artikelen 175 en 176 Gemeentewet. De memorie van toelichting bij de WOM geeft dit aan en ook de minister belicht tijdens de Kamerbehandeling deze bevoegdheid nadrukkelijk. Deze twee artikelen zijn echter slechts beperkt toepasbaar. Er mag namelijk pas gebruik van gemaakt worden wanneer er sprake is van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde of als er daadwerkelijk sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde. In die gevallen kan de burgemeester krachtens artikel 175 de nodige bevelen of krachtens artikel 176 Gemeentewet een noodverordening uitvaardigen. De vraag rijst of de burgemeester met behulp van deze noodbevoegdheden grondrechten, zoals in dit geval het betogingsrecht, mag beperken.
De regering heeft tijdens de behandeling van de herziene Grondwet namelijk gesteld dat de clausule “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet” inhoudt dat alleen de formele wetgever zonder delegatiemogelijkheid bevoegd is tot het beperken van grondrechten en dat de formele wet zelf de omvang van de grondrechtbepaling moet aangeven. In artikel 175 Gemeentewet is thans expliciet opgenomen dat de burgemeester bij het geven van noodbevelen kan afwijken van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften. Het verbod van delegatie zou een obstakel kunnen zijn voor de burgemeester om krachtens artikel 176 Gemeentewet een grondrecht te beperken door middel van een noodverordening. Volgens de Hoge Raad voegt het voorschrift op grond van artikel 176 Gemeentewet zich in als bestanddeel in de omschrijving van de overtreding tegen het openbaar gezag van artikel 443 Sr. en het is “dus de wet (in formele zin), die in die noodtoestand de zeer tijdelijke onderbreking van de uitoefening van het grondrecht gedoogt”, HR 28-11-1950, NJ 1951, 137 (Tilburgse APV). Bij betogingen waarbij ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde bestaat of de verstoring daadwerkelijk plaatsvindt, kan de burgemeester derhalve bevelen, zoals bedoeld in artikel 175 of de noodverordening zoals bedoeld in artikel 176 Gemeentewet uitvaardigen.
Dit zou in het uiterste geval zelfs een verbod tot het houden van een betoging kunnen inhouden. Op de strekking en reikwijdte van artikel 175 en 176 Gemeentewet is tijdens de parlementaire behandeling en in de literatuur uitgebreid ingegaan. Door de staatssecretaris is tijdens de mondelinge behandeling van dit wetsontwerp in de Eerste Kamer opgemerkt: “De gevallen waarin de noodbevoegdheden van de burgemeester kunnen worden toegepast, staan in een logisch verband met de gronden krachtens welke grondrechten als hier aan de orde mogen worden beperkt. De burgemeester heeft dus in de noodsituaties, bedoeld in de artikelen 175 en 176, grondwettelijk de bevoegdheid om grondrechtbeperkende bevelen te geven ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”
Verder wordt aangegeven dat ook uit de toepassingshistorie van de artikelen 219 en 220 van de oude gemeentewet volgt dat de noodbevoegdheden passen in het kader van de beperkingsregelingen van grondrechten. Het grondrecht van demonstratie moet niet lichtvaardig worden beperkt, en niets is logischer dan om ook bij het beëindigen van een demonstratie af te wegen of het belang van volksgezondheid, het verkeersbelang, of de voorkoming van wanordelijkheden dat noodzakelijk maken. Vierde lid Artikel 145 van de Gemeentewet bepaalt dat de Algemene Termijnenwet van overeenkomstige toepassing is op termijnen in gemeentelijke verordeningen, tenzij in de verordening anders is bepaald. Het vierde lid bevat zo’n afwijkende bepaling, die voorkomt dat afhandeling op zaterdag of zondag of op een algemeen erkende feestdag of op een werkdag na 12.00 uur moet plaatsvinden en die rekening houdt met de kennisgevingstermijn. Dit is gedaan om toch nog over enige tijd voor beoordeling en besluitvorming te beschikken en zorgvuldige behandeling mogelijk te maken. Artikel I, onderdeel G Artikel 3:10 eerste lid onder k. Toelichting vervalt. Artikel 3:11 zesde lid. Toelichting vervalt. Artikel 3:16 Registratieplicht raamsekswerkers Toelichting vervalt. Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen e.d. Artikel 3:1 Begripsbepalingen c.
Seksinrichting Het begrip “besloten” heeft betrekking op het door wanden omsloten en overdekt zijn van een ruimte, niet op de toegankelijkheid daarvan. Het begrip "bedrijfsmatig" moet worden vastgesteld aan de hand van de feitelijke situatie. Daarbij zal bijvoorbeeld worden gekeken naar de vraag of er meerdere sekswerkers werkzaam zijn, er reclame wordt gemaakt voor de werkzaamheden, er sprake is van een KvK-inschrijving en of er bijvoorbeeld derden betrokken zijn bij de activiteiten. Deze opsomming is niet uitputtend bedoeld. In het algemeen zal het zo zijn dat wanneer iemand werkzaamheden uitvoert om geld te verdienen er sprake is van een bedrijfsmatige uitoefening. “Al dan niet met een ander” heeft betrekking op bijvoorbeeld sekstheaters en seksbioscopen, waarbij geen sprake is van seksuele handelingen met een ander. Wij vinden dit wenselijk nu ook hygiëne hier een grote rol speelt. Dergelijke vormen vallen dan ook onder de begripsomschrijving van “seksinrichting”. Net als bijvoorbeeld een darkroom waarin seksuele handelingen kunnen worden verricht. Hoewel hier over het algemeen geen sekswerkers werken speelt ook hier de hygiëne een belangrijke rol. Ook een prostitutiebedrijf (zie hierna) valt onder het begrip “seksinrichting” en ook een woning kan onder dit begrip vallen.
Artikel 3:4a Aanvraag en vergunning
Eerste lid Het bevoegd bestuursorgaan moet zich aan de hand van een ingediende vergunningaanvraag een oordeel kunnen vormen over alle rechtstreeks bij het te nemen besluit betrokken belangen. Indiening en in ontvangstneming staan dus nadrukkelijk in het teken van het vergaren van alle kennis over relevante feiten en betrokken belangen, die nodig is om tot een zorgvuldige afweging te kunnen komen. Het niet overleggen van de gevraagde gegevens en bescheiden kan leiden tot het niet behandelen van de aanvraag (artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht). Gegevens met betrekking tot exploitant en beheerder zijn o.a. relevant in verband met de eisen die ten aanzien van deze personen worden gesteld in artikel 3:5 APV, het feit dat de vergunning persoonsgebonden is en niet verleend kan worden aan personen die niet voldoen aan de verblijfsrechtelijke toets zoals vereist op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tweede lid onder e en f De aard van de seksinrichting of het escortbedrijf en, indien van toepassing, het aantal werkruimtes is van belang voor het evt. stellen van nadere voorschriften, toetsing aan het bestemmingsplan of aan het maximum aantal prostitutiebedrijven of werkruimtes e.d., maar ook in het kader van de andere belangen die het vergunningstelsel beoogt te beschermen (zie hiertoe ook artikel 3:10 APV).
Tweede lid, onder g Op grond van deze bepaling kan van de exploitant van een raamprostitutiebedrijf worden verlangd dat inzichtelijk wordt gemaakt welke werkruimte(en) gebruikt gaat/ gebruikt gaan worden ten behoeve van het werven van klanten via het raam en welke ruimten verhuurd gaan worden voor afspraken die via het internet tot stand komen. Deze informatie is noodzakelijk om de betreffende ruimte(n) te kunnen ‘oormerken’, omdat per ruimte uitsluitend één manier van werven is toegestaan. Op grond van het negende lid worden deze gegevens aan de vergunning verbonden en is het mogelijk aanvullende voorschriften en beperkingen op te nemen. Het is verboden de werkruimten te gebruiken voor de werving van klanten op een andere wijze dan op grond van de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen is toegestaan (artikel 3:13, achtste lid). Tweede lid, onder h Hierbij kan gedacht worden aan een (ondertekende) huur- of koopovereenkomst. Ook zal de aanvrager/exploitant moeten aantonen dat hij daadwerkelijk de beschikking heeft over de ruimten waarin hij de seksinrichting wil gaan exploiteren. Wie het eigendom heeft van deze werkruimten is dus ook van belang. Gelet op het feit dat een seksinrichting / escortbedrijf alleen mag adverteren met een vast telefoonnummer dient dit nummer bij aanvraag van de vergunning te worden overlegd.
Derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid Deze leden regelen dat bij de aanvraag om een vergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf ook een bedrijfsplan moet worden overgelegd. Uit het bedrijfsplan moet blijken welk bedrijfsbeleid de exploitant voert op de in het derde lid genoemde onderwerpen, maar ook wat zijn visie is binnen zijn bedrijf. Afhankelijk van deze visie kunnen bijvoorbeeld meer eisen worden gesteld aan bepaalde zaken zoals die in de leden van lid 4 zijn genoemd. De onderwerpen uit lid 4 zijn met name gericht op de bescherming van de positie van sekswerkers en op de zorg voor de werkomstandigheden. In het vierde lid staat beschreven welke informatie het bedrijfsplan in ieder geval dient te bevatten. Afhankelijk van de aard van de aangevraagde seksinrichting zal aan de genoemde onderwerpen in het derde lid meer of minder aandacht moeten worden besteed. Als in een seksinrichting geen sekswerkers werkzaam zijn, zoals bijvoorbeeld bij een seksbioscoop of darkroom, dan hoeft in het bedrijfsplan over een aantal onderwerpen geen informatie te worden geleverd. In dat soort
seksinrichtingen is het goed beschrijven hoe de hygiëne wordt bewaakt en daarmee de gezondheid en veiligheid van bezoekers een belangrijk onderwerp van het bedrijfsplan. Ook wordt van de aanvrager verwacht dat uit het bedrijfsplan blijkt hoe toezicht wordt gehouden op eventuele aanwezigheid van sekswerkers of minderjarigen en hoe in die situaties wordt opgetreden. Doordat op veel minder onderwerpen ingegaan hoeft te worden, is het aanvragen van een vergunning eenvoudiger en de beoordeling hiervan voor dit soort seksinrichtingen sneller. Aan het vierde lid is het onderdeel toegevoegd dat exploitanten in het bedrijfsplan inzichtelijk moeten maken op welke wijze zij invulling geven aan de samenwerking met de betrokken partners. Uitgangspunt hierbij is een nauwe samenwerking tussen politie, exploitanten en hun beheerders, beveiligers en de gemeente met als doel het zo schoon en veilig mogelijk houden van het Nieuwe Zandpad. De gemeente heeft de regie over dit samenwerkingsverband. In de samenwerking is het van groot belang dat ieders taken en bevoegdheden volledig intact blijven en dat er in de gesprekken geen rolvervaging plaatsvindt. Iedere deelnemer zit aan tafel vanuit zijn eigen rol met bijbehorende taken en bevoegdheden. Deze taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband worden vooraf helder omschreven en vastgelegd.