Agendabundel
Tekst van het document
Algemeen incl. Overhead
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
25.622 25.622
28.737 28.737
28.606 28.606
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
98.234 98.234
98.857 98.857
100.669 100.669
Saldo van baten en lasten
72.612
70.119
72.063
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
871 1.287
1.988
1.383
Geraamd resultaat
73.028
72.107
73.447
Pagina
36
De algemene dekkingsmiddelen bestaan met name uit de totale bijdrage van gemeenten (GBTP) en de structurele bijdrage van het rijk (BDuR). De mutatie in de gemeentelijke bijdrage wordt gespecificeerd in bijlage 1. De ontwikkeling van de rijksbijdrage wordt toegelicht in paragraaf 2.1.5 ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’. De mutaties op de reserves worden gespecificeerd in paragraaf 4.3.3 ‘Verloop reserves’.
3.6.2 Overhead Volgens het BBV artikel 8 moet in de begroting een apart overzicht opgenomen worden van de kosten van de overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens het BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead. In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.
2.
De programmaonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die onder deze programmaonderdelen zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. de kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan IFV; e. kosten van bestuursondersteuning. Overheadkosten in de overige programmaonderdelen (primair proces) zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100%
Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2022 en 2023 als volgt: Tabel 26 Overzicht overhead Bedragen x € 1.000
Overhead
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Operationele kosten Overige baten Mutaties in reserve
18.082 1.581 2.632 509 -17 -505
20.011 1.734 3.596 460 -152 -936
19.301 1.737 3.664 427 -
Totaal overhead: % overhead
22.282 22,54%
24.713 22,78%
24.797 23,32%
-331
3.6.3 Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post voor onvoorzien. Eventuele onvoorziene situaties met de daaruit volgende kosten, dienen op dat moment van dekking te worden voorzien. In de risicoparagraaf, die gekoppeld is aan de weerstandscapaciteit, is het risico van onvoorziene uitgaven opgenomen.
Pagina
37
4
Beleidsbegroting – paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan: Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Onderhoud kapitaalgoederen; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.
4.1.1 Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 0) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2022 € 0,55 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2022 groter dan 1 (2,6). Tabel 27 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000
2022
2023
Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari
1.409
1.409
Totaal weerstandscapaciteit
1.409
1.409
Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van toekomstige besluitvorming over taakdifferentiatie brandweer (verplichtend of niet verplichtend karakter van de brandweer) in de voorliggende begroting voor 2022 als pm-post is opgenomen, omdat er nog geen besluit is genomen. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties via een begrotingswijziging voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten.
4.1.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de begroting. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht.
Pagina
38
Tabel 28 Risico-inventarisatie Bedragen in € 1.000
Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Taakdifferentiatie brandweer
Bedrag risico
Effect
Kans
500-1.000 pm
25%
31
25%
pm
Overige (onvoorziene) exploitatierisico's
524
Totaal
524
Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden geschat op € 0,5 tot 1,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten).
Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Het risico voor 2022 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 oktober 2022). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2022 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. Taakdifferentiatie brandweer Omschrijving risico De minister van JenV heeft op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel.
Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van
Pagina
39
consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde uitwerkingen van de stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich het risico van een zeer substantiële kostenverhoging gaat voordoen en het tempo van die kostenverhoging is nog niet in te schatten, omdat een eventueel besluit om het gedachte model van taakdifferentiatie in te voeren nog gekoppeld zou kunnen worden aan een derogatiebesluit (uitstel van invoering) vanuit Europa.
Dit betekent ook dat de duur van het verleende uitstel van de inwerkingtreding van de Wnra voor personeel van de veiligheidsregio’s nog niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd. Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.
4.1.3 Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven9. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.
9
volgt
Pagina
40
Tabel 29 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Va s te s chul den (cf.a rt. 46 BBV) B Netto vl ottende s chul d (cf.a rt. 48 BBV) C Overl opende pa s s i va (cf.a rt. 49 BBV) D Fi na nci ël e va s te a cti va (cf.a rt. 36 l i d d, e en f) E Ui tzetti ngen < 1 ja a r (cf.a rt. 39 BBV) F Li qui de mi ddel en (cf.a rt. 40 BBV) G Overl opende a cti va (cf.a rt. 40a BBV) H Tota l e ba ten (cf.a rt. 17 l i d c BBV (dus excl .muta ti es res erves )) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Va s te s chul den (cf.a rt. 46 BBV) B Netto vl ottende s chul d (cf.a rt. 48 BBV) C Overl opende pa s s i va (cf.a rt. 49 BBV) D Fi na nci ël e va s te a cti va (cf.a rt. 36 l i d d, e en f) E Ui tzetti ngen < 1 ja a r (cf.a rt. 39 BBV) F Li qui de mi ddel en (cf.a rt. 40 BBV) G Overl opende a cti va (cf.a rt. 40a BBV) H Tota l e ba ten (cf.a rt. 17 l i d c BBV (dus excl .muta ti es res erves ))
Netto schuldquote Actualisatie 2022
Begroting 2023
45.777 3.977 12.954
65.245 4.250 8.800
68.831 4.250 8.800
38.152 428 1.243 100.073
12.467 500 2.000 101.022
3.975 500 2.000 101.892
22,9%
62,7%
74,0%
Rekening 2021
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Rekening 2021 Actualisatie 2022 Begroting 2023 45.777 3.977 12.954 125 38.152 428 1.243 100.073
65.245 4.250 8.800 115 12.467 500 2.000 101.022
68.831 4.250 8.800 105 3.975 500 2.000 101.892
22,7%
62,6%
73,9%
Actualisatie 2022
Begroting 2023
23.237 85.945
14.473 80.327
10.542 92.423
27,0%
18,0%
11,4%
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Tota l e s tructurel e l a s ten Tota l e s tructurel e ba ten Tota l e s tructurel e toevoegi ngen a a n de res erves Tota l e s tructurel e onttrekki ngen a a n de res erves Tota l e ba ten
99.473 99.372 100.073
104.000 104.000 390 390 101.022
105.007 105.007 397 397 101.892
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
-0,1%
0,0%
0,0%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Ei gen vermogen (cf.art.42 BBV) B Bal ans totaal Solvabiliteit (A/B) x 100%
Bedragen x € 1.000
Omschrijving A B C D E
Rekening 2021
Structurele exploitatieruimte
Onderhoud kapitaalgoederen Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie.
4.2.1 Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen. Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren
Pagina
41
investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.
4.2.2 Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten.
4.2.3 Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen de directie Brandweerrepressie. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak. Onderhoud van het materieel zal met dit nieuwe onderdeel door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek plaatsvinden.
Financiering Het wettelijke kader voor externe financiering is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Ons treasurybeleid ligt vast in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is op 19 februari 2018 vastgesteld door het algemeen bestuur.
4.3.1 Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) In tabel 30 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven. Tabel 30 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000
Saldo 31-12-2021
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Saldo 31-12-2026
21
17
13
10
7
3
424 445
371 387
318 331
265 275
212 218
159 162
BNG l eni ng 40.106325 BNG l eni ng 40.106326 Onderhandse lening Bank BNG
3.332 8.000 11.332
2.667 7.600 10.267
2.000 7.200 9.200
1.333 6.800 8.133
667 6.400 7.067
6.000 6.000
NWB Ba nk l eni ng NK/1-29713 NWB Ba nk l eni ng NK/1-30919 Lening Nederlandse Waterschapsbank
17.000 17.000 34.000
16.000 16.150 32.150
15.000 15.300 30.300
14.000 14.450 28.450
13.000 13.600 26.600
12.000 12.750 24.750
Totale vaste schulden
45.777
42.804
39.831
36.858
33.885
30.912
Type lening Leni ng UG975a 13-10-1997/30 jr 6,05% l i nea i r Leni ng UG9904c 14-07-1999/30 jr 5,43% l i nea i r Onderhandse lening Gemeente Amersfoort
Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte is voor de financiering van de nieuwe investeringen in 2022 en 2023 is het voorgaande jaar (2021) een nieuwe langlopende lening aangetrokken bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) met een
Pagina
42
aflossingstermijn van 20 jaar. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2022 en 2023.
4.3.2 Risicobeheer Om de risico’s van het treasury beleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een: Kasgeldlimiet Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2023 bedraagt de limiet 8,2% van € 106,0 miljoen (omvang begroting) = € 8,7 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld. Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen. Tabel 31 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet
2022a
2023
2024
2025
2026
Norm % begroti ngs totaal
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
Kasgeldlimiet
8.896
8.720
8.697
8.612
8.599
Renterisiconorm De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven. In onderstaande tabel is het verwachte renterisico weergegeven. Tabel 32 Renterisiconorm Bedragen x € 1.000
Renterisiconorm
2022a
2023
2024
2025
2026
omvang begroti ng Renteri s i conorm (20% begroti ng) Afl os s i ngen van l eni ngen
108.486 21.697 2.973
106.345 21.269 3.473
106.057 21.211 4.473
105.024 21.005 5.473
104.862 20.972 5.973
Ruimte onder renterisiconorm
18.724
17.796
16.738
15.532
14.999
Pagina
43
Tabel 33 Renteschema Bedragen x € 1.000
Actualisatie
Begroting
Renteschema
2022
2023
Tota l e rentel a s ten Tota l e renteba ten Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (A):
1.097 -107 990
1.112 -104 1.008
ta a kvel d cri s i s beheers i ng en bra ndweer ta a kvel d overhea d De aan taakvelden toegerekende rente (B):
902 88 990
918 90 1.008
Renteresultaat op taakveld Treasury (A-B)
-
-
4.3.3 Verloop reserves Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2023 wordt voorzien10. Tabel 34 Reserves 2022 en 2023 Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2021
Resultaatbestemming 2021
Toevoeging 2022
Onttrekking 2022
Boekwaarde 31-12-2022
Toevoeging 2023
Onttrekking 2023
Boekwaarde 31-12-2023
Bedrijfsvoeringsreserve
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Algemene reserves
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Egalisatiereserve kapitaallasten
12.871
22
4.215
8.679
-
1.616
7.063
Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht
1.302
-
748
554
-
366
188
Egalisatiereserve tweede loopbaan
577
390
377
590
397
577
410
Ontwikkel- en egalisatiereserve
527
250
932
627
125
363
389
Bestemmingsreserve meldkamer
1.204
704
423
1.485
-
432
1.053 30
Bestemmingsreserve omgevingswet
782
142
-
65
77
-
47
Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel
2.104
-
1.052
1.052
-
1.052
-
Bestemmingsreserves
18.727
782
1.366
7.811
13.064
522
4.453
9.133
Totaal reserves
20.136
782
1.366
7.811
14.473
522
4.453
10.542
Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.1.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,3% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een
10 Het verloop van de reserves kan in aanloop naar de actualisatie van de begroting 2022 en de begroting 2023
nog wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting o.a. als gevolg van de herberekening van de kapitaallasten. Dit zal geen effect hebben op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.
Pagina
44
dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Via de egalisatiereserve kapitaallasten creëren we rust in de VRU-begroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is ‘tweede loopbaanbeleid’ geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. Jaarlijks wordt een storting gedaan om de kosten te voor onder andere om-/bijscholing en vervanging te dekken. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks aan deze reserve onttrokken. Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht De egalisatiereserve ‘FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLOovergangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Ontwikkel- en egalisatiereserve De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen te vermijden (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten.
De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan of structurele efficiencyvoordelen te realiseren. Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. De omvang van de reserve is maximaal € 1,8 miljoen en de looptijd van de reserve is tot en met de afwikkeling van activiteiten gerelateerd aan het beleidsplan 2020-2023. Bij het instellen van de reserve zijn nadere spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen. Bij de jaarstukken 2021 wordt voorgesteld € 782K ten laste van het rekeningresultaat te storten in de ontwikkel- en egalisatiereserve. Hieronder volgt een toelichting op de voorgestelde besteding van de middelen uit de ontwikkel- en egalisatiereserve.
Pagina
45
Tabel 35 Inzet middelen ontwikkel- en egalisatiereserve Bedragen x € 1.000
Totaal
Ontwikkel- en egalisatiereserve
2022
2023
2024
Beginsaldo
527
627
389
Toevoeging rekeningresultaat 2021
782
-
-
782
Toevoegingen conform vastgestelde begroting
250
125
1.559
752
389
1.157
-165
-165
-330
Verwacht saldo ontwikkel- en egalisatiereserve per 1-1
375
Onttrekkingen voor activiteiten ten laste van resultaatbestemming 2021 Calamiteitencoördinator (Caco) Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)
-182
-182
Ondersteuning gemeenten COVID19
-100
-100
Versnelling bestuurlijke oefenen
-50
-50
Inrichting besluitstraat DMS
-20
-20
Digitalisering dossiers risicobeheersing (deel 2)
-100
-100
Subtotaal onttrekkingen ten laste van resultaatbestemming 2021
-452
-165
Pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort'
-250
-187
Extra bijdrage saamhorigheid vrijwilligers
-83
-83
Digitalisering dossiers risicobeheersing (deel 1)
-80
-80
Programma harmoniseringarbeidsvoorwaarden
-45
Pilot 'Geestelijke verzorging'
-22
-11
Subtotaal onttrekkingen voor reeds bestemde activiteiten
-480
-198
-
-678
Totaal onttrekkingen
-932
-363
-165
-1.460
Eindsaldo
627
389
224
-165
-782
Onttrekkingen voor reeds bestemde activiteiten -437
-45 -33
Hieronder volgt een toelichting op enkele ontwikkelingen. Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (330K) De functie van calamiteitencoördinator (Caco) wordt momenteel uitgevoerd als neventaak van centralisten van brandweer en politie. De politie heeft aangegeven per 1 september 2022 te willen stoppen met het leveren van personeel voor invulling van de calamiteitencoördinator. Dit betekent dat de huidige werkwijze niet voortgezet kan worden en dat een alternatief moet worden gevonden om te voldoen aan de wettelijke beschikbaarheidseisen van de veiligheidsregio. Samen met de veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland worden afspraken gemaakt om in de meldkamer Midden-Nederland te voorzien in een 24/7 ‘dedicated’ calamiteitencoördinator per 2025 als de nieuwe meldkamer in gebruik wordt genomen. Voor de tussenliggende periode wordt een tijdelijke voorziening getroffen die extra capaciteit vergt. De kosten voor deze extra capaciteit in de periode van 1 september 2022 tot en met 2024 bedragen € 1,3 miljoen. Hiervan kan bijna € 1 miljoen incidenteel binnen de begroting worden gedekt door herprioritering van taken die in het verlengde van de calamiteitencoördinatorfunctie en incidentele budgetten die voor dit doel gereserveerd waren.
Voor het resterende deel wordt voorgesteld incidentele middelen te bestemmen via de ontwikkel- en egalisatiereserve voor 2023 (165K) en 2024 (165K). Borging en versterking cyberveiligheid voor eigen organisatie VRU (182K) Vanwege de rol van de veiligheidsregio in de samenleving is het belangrijk dat de dienstverlening en daarmee de onderliggende informatievoorziening en systemen beschikbaar blijven voor het uitvoeren van de operationele taken van de VRU. De VRU moeten voldoen aan de eisen zoals die gesteld worden in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Om de cyberveiligheid te borgen en te versterken is in 2021 een programma gestart. De uitvoering van het programma vergt een incidentele investering in 2022 van 382K, waarvan wordt voorgesteld om 182K te
Pagina
46
dekken uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. De overige middelen worden incidenteel binnen de begroting gedekt door uitstel van vervanging van een aantal ICT-middelen. Ondersteuning gemeenten COVID-19 (100K) Vanaf het begin van de COVID-19 crisis heeft de regionale crisisorganisatie gebruik kunnen maken van het juridisch loket. Het juridisch loket speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van gemeenten bij juridische vraagstukken op het terrein van COVID-19. Tot 1 december 2020 functioneerde het juridisch loket ambtelijk onder verantwoordelijkheid van de regionale crisisorganisatie van de VRU. Vanaf 1 december 2020 is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (kortweg Twmc) van kracht, waarmee het bevoegd gezag terugvloeide naar de burgemeesters van de individuele gemeenten. Het onderdeel juridisch loket valt vanaf dat moment onder de directe aansturing van de coördinerend gemeentesecretaris (CoFu). In het juridisch loket werken medewerkers van gemeenten en de VRU samen. De inzet van de VRU wordt niet in rekening gebracht, omdat deze inzet al collectief is betaald. Ditzelfde geldt voor de inzet van de regionale crisisorganisatie. De kosten van de inzet van de gemeenten voor het juridische loket (237K) zijn in 2020 bij het rijk gedeclareerd als onderdeel van de meerkosten COVID19.
Voor 2021 zijn de aan gemeenten betaalde vergoedingen (231K) uit praktische overwegingen verwerkt in het rekeningresultaat van de VRU, waarmee de facto een verrekening met de gemeenten heeft plaatsgevonden op basis van de verdeelsleutel voor het basistakenpakket. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bedrag van 100K te reserveren voor het juridisch loket, zodat ook voor 2022 geen aparte doorbelasting van de kosten aan de gemeenten hoeft plaats te vinden. Naar verwachting kan de inzet in 2022 geleidelijk worden afgeschaald. Over de inzet van de middelen wordt verantwoording afgelegd bij de jaarrekening 2022, waarbij niet bestede middelen in de reserve beschikbaar zullen blijven. Bestemmingsreserve meldkamer De Meldkamer Midden-Nederland zal naar verwachting in 2025 in gebruik genomen worden. Middels deze reserve worden de door het rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de te verwachten project- en frictiekosten in de jaren 2022 t/m 2025.
Bestemmingsreserve omgevingswet De kosten voor de invoering van de omgevingswet worden uit deze reserve onttrokken. Door uitstel van de invoering van de omgevingswet naar 2022 zijn in 2021 geen middelen onttrokken. Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel De OMS-opbrengsten zijn tot en met 2021 algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt. De reserve OMS-fonds is in 2021 ingesteld om te voorkomen dat het wegvallen van de opbrengsten per 2022 in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage. De middelen uit de reserve worden in 2022 en 2023 ingezet om het wegvallen van de opbrengsten op te vangen. In aanloop naar de nieuwe beleidsperiode vindt nadere besluitvorming plaats over de structurele dekking.
Bedrijfsvoering In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ontwikkelingen in onze bedrijfsvoering uitgewerkt. Dit wordt per thema weergegeven.
4.4.1 Inleiding De hoofdstructuur van onze organisatie ziet er als volgt uit:
Pagina
47
Figuur 4: organogram Veiligheidsregio Utrecht
4.4.2 Personeel Wij hebben aandacht voor de diversiteit van ons personeelsbestand waarbij wij bij de werving van nieuw personeel streven naar inclusiviteit en talent. De VRU werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. Per 1-1-2022 zijn 1.632 vrijwilligers in dienst van de VRU. De formatie voor de beroepsbrandweer en overig personeel bestaat per 1-1-2022 uit in totaal 697 fte. De bezetting bedraagt 651 fte. De formatie en bezetting (in fte) per 1-1-2022 per programma-onderdeel is als volgt: Tabel 36 Formatie en bezetting per programma-onderdeel Directie
Formatie
Bezetting
Verschil
Bezetting in %
Concerndirectie en staf
31,3
30,0
1,3
96%
Brandweerrepressie
272,2
251,4
20,8
92%
Bedrijf Preparatie Brandweer
125,7
120,6
5,1
96%
Risicobeheersing
115,3
107,4
8,0
93%
Crisisbeheersing & GHOR
45,1
44,0
1,0
98%
Bedrijfsvoering
107,0
97,3
9,7
91%
Totaal
696,6
650,7
45,9
93%
Wet banenafspraak Het realiseren van duurzame werkgelegenheid voor de doelgroep uit de Wet banenafspraak (WBA) is voor de VRU een maatschappelijke opdracht. De VRU heeft inmiddels 14,8 fte in huis, ondanks een verloop van 5,3 fte. Daarnaast wordt de doelgroep actief benaderd om werkervaringsplaatsen en stageplaatsen bij de VRU in te vullen. Het streven is erop gericht het aantal WBA functies in de jaren 2022-2023 te laten groeien naar in totaal 20 fte. Onze ambitie is om een groot deel (80%) van deze banen te
Pagina
48
realiseren binnen de bestaande formatieve kaders zodat een aanvullende bijdrage vanuit de gemeenten zo veel mogelijk kan worden beperkt. De veiligheidsregio is op basis van wettelijke regelgeving (BBV) verplicht om de volgende beleidsindicatoren in de begroting en jaarrekening op te nemen. Tabel 37 Beleidsindicatoren BBV Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Fte per 1000 inwoners
0,51
0,51
0,50
Fte per 1000 inwoners
0,48
0,47
0,47
Apparaatskosten*)
Kosten per inwoner
€ 69,0
€ 76,1
€ 76,4
4
Externe inhuur**
Kosten als % van totale loonsom
5
Externe inhuur**)
Totale kosten inhuur externen
6
Overhead***)
% van de totale lasten
Nr. Productie-indicator
Eenheid
1
Formatie
2
Bezetting
3
9%
4%
3%
€ 3,6 mln
€ 2,2 mln
€ 1,6 mln
24%
23%
23%
Op basis van CBS-prognose is uitgegaan van 1.361.153 inwoners voor de provincie Utrecht op peildatum 1-1-2021. De ontwikkeling van het aantal inwoners voor 2022 en 2023 is gebaseerd op de volumemaatstaven uit de septembercirculaire 2021. * Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisatie. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het IFV. ** Het betreft voornamelijk inhuur van instructeurs voor opleiden, trainen en oefenen. *** Voor de berekening van de overhead verwijzen we naar paragraaf 3.6.2.
4.4.3 Interne beheersing Interne beheersing is een proces, gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen in de volgende categorieën: Bereiken van strategische doelstellingen; Effectiviteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen; Betrouwbaarheid van de financiële informatieverzorging; Naleving wet– en regelgeving. Interne beheersing is daarmee geen doel op zich, maar een middel om effectief te kunnen sturen op de uitvoering van onze taken. Wij hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: Integraal management (verantwoordelijk voor resultaten en middelen); Evenwicht tussen regels en regelruimte; Het management wordt voldoende ondersteund met raad, daad en informatie; Voorkomen is beter dan genezen; ICT-systemen ondersteunen de juiste werkwijze. Interne controle Jaarlijks worden interne controles uitgevoerd op basis van het risicogericht intern controleplan. Dit plan wordt periodiek herijkt. In het interne controleplan zijn ‘key controls’ gedefinieerd om ervoor te zorgen dat we onze interne controlecapaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren. Op basis hiervan vinden door het jaar heen diverse interne controles plaats om de werking van processen te beoordelen, de betrouwbaarheid van de financiële informatie te waarborgen en fraude/misbruik te signaleren.
Hierover wordt vanuit de ambtelijke organisatie periodiek gerapporteerd aan de bestuurlijk portefeuillehouder. Daarnaast voert de externe accountant op gezette momenten ook controles uit. In 2022 gaan we de interne controle versterken op basis van de three-lines-of-defence-aanpak, wat primair inhoudt dat het lijnmanagement verantwoordelijk is voor zijn eigen processen. Hierbij wordt ook de voorbereidingen op de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording meegenomen. Het actualiseren van de risicoanalyse, inclusief de frauderisico’s maakt onderdeel uit van het versterken van de interne controle.
Pagina
49
Rechtmatigheidsverantwoording De Rijksoverheid heeft regels vastgesteld voor het opstellen van de financiële verantwoording door gemeenten en provincies in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze gelden voor de begroting, meerjarenraming, jaarverslagen en jaarrekening en hebben betrekking op de correctheid, begrijpelijkheid en volledigheid van de stukken. Het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) bevat regels voor de minimumvereisten voor de accountantscontrole van de jaarrekening. Naar aanleiding van de aankomende wijzigingen in het BBV die zijn voorgesteld door de commissie Depla, met betrekking tot de ‘rechtmatigheidsverantwoording 2022’, zal het dagelijks bestuur van de VRU zelf verantwoordelijk worden voor het afgeven van de rechtmatigheidsverklaring bij de jaarstukken. De commissie BBV heeft ten behoeve van deze wijziging voorschriften gegeven voor de opstelling van het normenkader die zijn vastgelegd in een specifieke kadernota rechtmatigheid. Dit betekent dat vanaf boekjaar 2022 niet de accountant maar het dagelijks bestuur van de VRU verantwoording moet afleggen aan het algemeen bestuur over het rechtmatig handelen van de organisatie. Deze wijziging heeft gevolgen voor het financieel beleid, de inrichting en financiële verantwoording binnen de VRU.
Hiervoor wordt een nieuw beleidsplan voor interne controle opgesteld.
4.4.4 Duurzaamheid De VRU wil rekening houden met de effecten van de bedrijfsvoering op mens, milieu en maatschappij. Dit is opgenomen in het beleidsbeginsel “Wij streven naar een duurzame bedrijfsvoering waarbij wij met onze activiteiten bijdragen aan een gezonde en veilige samenleving.” In onze bedrijfsvoering besteden we daarom aandacht aan duurzaamheid en waar de uitvoering van onze taken dit niet in de weg staat, kiezen we voor duurzame oplossingen. Initiatieven uit de organisatie werden tot nu toe waar mogelijk opgepakt. Om een volgende stap te zetten en om deze en andere initiatieven te borgen in een heldere ambitie en aanpak voor de komende jaren, voeren we in 2022 een duurzaamheidscan uit. Dit resulteert in een ambitie, strategie, roadmap en uitvoeringsprogramma. Intussen wordt verder gewerkt aan o.a. de volgende activiteiten: Voortzetten interne communicatiecampagne om duurzaam gedrag te bevorderen. Opstellen nieuw inkoopbeleid inclusief uitgangspunten maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voortzetten verduurzaming wagenpark. Voortzetten verduurzaming posten i.s.m. gemeenten. Verder vormgeven activiteitengericht werken met als resultaat minder reisbewegingen en betere werk-privébalans.
4.4.5 Privacy In 2022 en 2023 wordt verder gewerkt aan de privacy compliance van systemen en processen binnen de VRU, en specifiek: 1. Het borgen van de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en andere privacy-gerelateerd wet- en regelgeving; 2. Doorlopende aandacht voor bestaande en nieuwe processen waar nodig door middel van de structurele betrokkenheid van de Privacy Officer in de voorbereidende fase en het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s); 3. Het structureren van meldingen van datalekken (technisch en organisatorisch); 4. Het gevraagd en ongevraagd geven van advies en ondersteuning, en het beheer van interne privacy producten; 5. Het verhogen van de bewustwording in de organisatie via communicatie, training voor relevante functies, en uitdieping van de privacy aanspreekpunten.
Pagina
50
4.4.6 Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en cyberveiligheid De Baseline informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen (rijk, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen). Had voorheen iedere overheidslaag zijn eigen baseline, nu is er met gezamenlijke inspanning één BIO voor de gehele overheid. Om de digitale ondersteuning voor de kerntaken van de VRU te waarborgen is nadrukkelijk inzet nodig op het gebied van digitale veiligheid. Dit is ook van nationaal belang in verband met de (digitale) samenwerking met andere veiligheidsregio’s. Vanwege die digitale samenhang en de vitale veiligheidsfunctie in Nederland is in 2021 door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio (RCDV) bepaald dat er een versnellingsprogramma wordt ingesteld om de veiligheidsregio’s allemaal sneller te laten voldoen aan de eisen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). In het beleidsplan van de VRU is de ambitie opgenomen om steeds meer informatiegericht te gaan werken de komende jaren. Hiervoor heeft de VRU het programma Cyberveiligheid 2023 opgesteld.
We hebben daarin de volgende doelstellingen opgenomen: -We voldoen aan de eisen die er vanuit het rijk met betrekking tot invoering van de BIO aan ons gesteld worden als vitale overheidsorganisatie; -We zijn weerbaarder tegen (digitale) verstoring van haar processen (preventie en repressie); -We professionaliseren onze interne processen om een betrouwbare partner te kunnen zijn in ons netwerk. Hoofdstromen in het programma zijn: 1. Bewustwording van wat je zelf moet weten en kan doen; 2. Verbeteren van in control zijn op processen door de proceseigenaren 3. Het verbeteren van procedures en afspraken en het verder moderniseren van de techniek via multifactor authenticatie en monitoring.
4.4.7 Vennootschapsbelasting Een drietal activiteiten van de VRU zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De positieve fiscale resultaten die de VRU hiermee behaalt, zijn zodanig klein van omvang dat de belastinglast beperkt blijft tot minder dan € 10K op jaarbasis.
Verbonden partijen Hieronder is een overzicht opgenomen van derde rechtspersonen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Tabel 38 Verbonden partijen Naam
Doel
Belang
Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2021
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)
De WVSV is de werkgeversvereniging voor arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s
De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, Nog niet bekend juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website: www.wvsv-nl.nl.
Jaarresultaat 2021
Nog niet bekend
Pagina
51
De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). In december 2020 besloot het Veiligheidsberaad tot oprichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s, de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Aanleiding hiervoor was de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), op basis waarvan gemeenten overstapten op een eigen cao. De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Met het vaststellen van de begrotingen voor 2021 en 2022 heeft de Algemene Vergadering van de WVSV de contributiebedragen voor beide jaren vastgesteld. Statutair is bepaald dat het lidmaatschap van de veiligheidsregio’s op gelijkwaardige basis plaatsvindt en dat elke veiligheidsregio 1/25ste van het saldo van de begroting bijdraagt.
In oprichting: De veiligheidsregio’s willen door samenwerking een antwoord bieden op interne en externe ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden. De samenwerking tussen de veiligheidsregio’s wordt vorm gegeven in een op te richten “expertisebureau risicobeheer” die de Veiligheidsregio’s adviseert over risicobeheer en bemiddelt en ondersteunt bij inkoop van verzekeringen. In de vergadering van het Veiligheidsberaad van 4 oktober 2021 is het principebesluit genomen om te komen tot de oprichting van een expertisebureau risicobeheer met als rechtsvorm een stichting. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 november 2021 is het voorgenomen besluit genomen om deel te nemen aan de stichting. Het ontwerpbesluit is vervolgens aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen hun wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting van en deelname aan deze stichting ter kennis van het algemeen bestuur te brengen, conform artikel 31a, lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen. De deadline voor het indienen van wensen en bedenkingen was 3 februari 2022.
Pagina
52
5
Financiële begroting – baten en lasten 2022 en 2023 De in het programmaplan opgenomen programmaonderdelen vormen tezamen het begrotingsprogramma Veiligheidsregio Utrecht.
Baten en lasten per categorie Tabel 39 Baten en lasten per categorie Bedragen x € 1.000
Cat.
Rekening 2021
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
LASTEN L1
Personele kosten
75.906
78.426
79.578
80.070
L2
Kapitaallasten
6.909
11.703
11.851
12.118
L3
Materiële kosten
11.753
12.809
15.691
13.635
Totaal Lasten
94.568
102.939
107.120
105.823
89.836 9.716 1.469
91.790 9.718 385
BATEN B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
87.723
B2
Rijksbijdrage
9.726
B3
Overige baten
2.623
89.589 9.501 1.021
Totaal Baten
100.073
100.111
101.022
101.892
Saldo van baten en lasten
5.505
- 2.828
- 6.099
- 3.931
R1
Storting reserves
4.292
1.337
1.366
522
R2
Onttrekking reserves
1.889
4.165
7.465
4.453
Resultaat
3.102
-
-
-
De volgende mutaties zijn verwerkt:
Mutaties met effect op de gemeentelijke bijdragen: - Toepassing financieel kader (zie paragraaf 2.1) - Ontwikkelingen op bestaand beleid (zie paragraaf 2.2) Mutaties zonder effect op de gemeentelijke bijdragen11: - Mutaties in de reserves - Overige technische saldo-neutrale mutaties binnen en tussen categorieën
Overzicht van baten en lasten Op basis vanartikel 17 van het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) is in de financiële begroting het volgende overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de kosten van overhead apart inzichtelijk worden gemaakt.
11 Nog niet alle technische mutaties zijn in deze ontwerpbegroting verwerkt. Zo wordt de berekening van de
kapitaallasten voor 1 juli nogmaals geactualiseerd en verwerkt in de geactualiseerde begroting 2022 en begroting 2023
Pagina
53
Tabel 40 Overzicht baten en lasten per programma Bedragen x € 1000
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Overzicht van baten en lasten
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Veiligheidsregio Utrecht
71.764
100.057
28.292
81.320
100.870
19.550
80.694
101.892
21.198
Overhead
22.804 94.568
17 100.073
-22.787
25.801 107.120
152 101.022
-25.649 -6.099
25.128 105.823
101.892
-25.128
5.505
Mutaties in reserves
lasten
baten
saldo
dotatie
onttrekking
saldo
dotatie
onttrekking
saldo
Veiligheidsregio Utrecht
3.510
602
4.112
1.366
6.529
5.163
522
4.121
3.599
Overhead
782 4.292
1.287 1.889
505 -2.403
1.366
936 7.465
936
Saldo mutaties in reserves
6.099
522
331 4.453
3.931
Totaal
98.860
101.962
3.102
108.486
108.486
-
106.345
106.345
-
Saldo van baten en lasten
-3.931
331
Incidentele basten en lasten Tabel 41 Incidentele baten en lasten Financieel effect GBTP
Bedragen x € 1.000
Incidentele baten en lasten Invoering omgevingswet (1) Harmonisering arbeidsvoorwaarden
(1)
Subtotaal incidentale baten en lasten via bijdrage GBTP Meldkamer
(2)
Hervorming OMS-stelsel (3) CAO 2021-2022 (4) Totaal incidentele baten en lasten
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
-
100
-
-
45 145
-
704
704
704
1.052
1.052
1.052
-
-203
203
1.756
1.698
1.959
1) Doorgeschoven activiteiten uit 2021 2) Ten laste van incidentele bijdragen derden 3) Ten laste van resultaatbestemming 2020 4) Incidenteel opvangen structurele mutatie m.i.v. 1-4-2022
Pagina
54
6
Financiële begroting – meerjarenraming 2023-2026 Meerjarenraming 2023-2026 Tabel 42 Meerjarenraming 2023-2026 Bedragen x € 1.000
Cat.
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
LASTEN L1
Personele kosten
80.070
79.724
78.758
78.596
L2
Kapitaallasten
12.118
12.078
12.057
12.057
L3
Materiële kosten
13.635
13.847
13.800
13.800
Totaal Lasten
105.823
105.649
104.615
104.453
93.038 9.718 385
92.610 9.718 395
92.610 9.718 279
BATEN B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
B2
Rijksbijdrage
B3
Overige baten
91.790 9.718 385
Totaal Baten
101.892
103.140
102.722
102.606
- 3.931
- 2.509
- 1.893
- 1.847
Saldo van baten en lasten R1
Storting reserves
R2
Onttrekking reserves Resultaat
522
397
397
397
4.453
2.906
2.290
2.244
-
-
-
-
Pagina
55
Stand en meerjarig verloop reserves Tabel 43 Meerjarig verloop reserves Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2021
Resultaatbestemming 2021
Toevoeging 2022
Onttrekking 2022
Boekwaarde 31-12-2022
Toevoeging 2023
Onttrekking 2023
Boekwaarde 31-12-2023
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Boekwaarde 31-12-2024
Toevoeging 2025
Onttrekking 2025
Boekwaarde 31-12-2025
Toevoeging 2026
Onttrekking 2026
Boekwaarde 31-12-2026
Bedrijfsvoeringsreserve
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Algemene reserves
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Egalisatiereserve kapitaallasten
12.871
22
4.215
8.679
-
1.616
7.063
-
1.572
5.491
-
1.570
3.921
-
1.581
2.340
Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht
1.302
-
748
554
-
366
188
-
154
34
-
34
-
-
-
-
Egalisatiereserve tweede loopbaan
577
390
377
590
397
577
410
397
563
244
397
563
78
397
663
-188
Ontwikkel- en egalisatiereserve
527
250
932
627
125
363
389
-
165
224
-
-
224
-
-
224
Bestemmingsreserve meldkamer
1.204
782
704
423
1.485
-
432
1.053
-
441
612
-
112
500
-
-
500
Bestemmingsreserve omgevingswet
142
-
65
77
-
47
30
-
-
30
-
-
30
-
-
30
Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel
2.104
-
1.052
1.052
-
1.052
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bestemmingsreserves
18.727
782
1.366
7.811
13.064
522
4.453
9.133
397
2.895
6.635
397
2.279
4.753
397
2.244
2.906
Totaal reserves
20.136
782
1.366
7.811
14.473
522
4.453
10.542
397
2.895
8.044
397
2.279
6.162
397
2.244
4.315
Het verloop van de reserves kan in aanloop naar de actualisatie van de begroting 2022 en de begroting 2023 nog wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting o.a. als gevolg van de herberekening van de kapitaallasten. Dit zal geen effect hebben op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.
Gemeentelijke bijdrage 2023-2026 In tabel 44 zijn de mutaties opgenomen die een effect hebben op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP). Tabel 44 Mutaties gemeentelijke bijdrage basistakenpakket (GBTP) 2023-2026 Bedragen x € 1.000
Bijdrage GBTP
2023
2024
2025
2026
Bi jdra ge GBTP va s tges tel de begroti ng 2022
85.819
86.872
86.872
86.872
Fi na nci eel ka der begroti ng 2023
2.988
2.988
2.988
2.988
Inci dentel e dekki ng ui twerki ng CAO 2021-2022
-203
Eva l ua ti e col l ecti eve AED-ta a k
-115
-115
-115
-115
Bijdrage GBTP begroting 2023
88.489
89.744
89.744
89.744
In tabel 45 is een meerjarenraming opgenomen voor de bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket en vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket 2023 t/m 2026.
Pagina
56
Tabel 45 Meerjarenraming gemeentelijke bijdrage en vergoedingen 2023-202612 Bedragen x € 1.000
Gemeente
GBTP 2023
IGPP 2023
Bijdrage 2023
GBTP 2024
IGPP 2024
Bijdrage 2024
GBTP 2025
IGPP 2025
Bijdrage 2025
GBTP 2026
IGPP 2026
Bijdrage 2026
Renswoude Eemnes
369
-
369
583
31
613
373
-
373
590
31
621
373
-
373
590
31
621
373
-
373
590
31
Oudewater
599
20
619
607
20
627
607
20
621
627
607
20
Woudenberg
721
-
721
731
-
731
731
627
-
731
731
-
Montfoort
838
-
838
849
-
849
731
849
-
849
849
-
Lopik
897
-
897
909
-
849
909
909
-
909
909
-
Bunnik
967
-
967
981
909
-
981
981
-
981
981
-
Bunschoten
1.162
20
1.181
1.178
981
20
1.197
1.178
20
1.197
1.178
20
1.197
Rhenen Wijk bij Duurstede
1.188
-
1.188
1.438
84
1.522
1.204
-
1.204
1.204
-
1.204
1.204
-
1.204
1.458
83
1.540
1.458
81
1.539
1.458
80
Baarn
1.587
25
1.538
1.612
1.609
25
1.633
1.609
25
1.633
1.609
25
Leusden
1.684
1.633
-
1.684
1.708
-
1.708
1.708
-
1.708
1.708
-
IJsselstein
1.708
1.775
16
1.792
1.800
15
1.816
1.800
15
1.816
1.800
15
1.816
De Bilt
2.713
-
2.713
2.750
-
2.750
2.750
-
2.750
2.750
-
2.750
De Ronde Venen
2.697
-
2.697
2.734
-
2.734
2.734
-
2.734
2.734
-
2.734
Soest
2.750
79
2.829
2.787
79
2.866
2.787
79
2.866
2.787
79
2.866
Houten
2.409
63
2.473
2.448
62
2.510
2.448
61
2.509
2.448
61
2.508
Utrechtse Heuvelrug
3.161
102
3.263
3.203
101
3.304
3.203
99
3.303
3.203
98
3.301
Woerden
3.092
144
3.236
3.135
144
3.279
3.135
144
3.279
3.135
144
3.279
Vijfheerenlanden
3.580
164
3.744
3.626
164
3.790
3.626
164
3.790
3.626
164
3.790
Stichtse Vecht
3.951
-
3.951
4.004
-
4.004
4.004
-
4.004
4.004
-
4.004
Nieuwegein
3.884
-
3.884
3.940
-
3.940
3.940
-
3.940
3.940
-
3.940
Veenendaal
3.302
70
3.372
3.359
68
3.426
3.359
60
3.418
3.359
60
3.418
Zeist
4.212
936
5.148
4.269
936
5.206
4.269
936
5.206
4.269
936
5.206
Amersfoort
10.189
472
10.661
10.330
472
10.803
10.330
472
10.803
10.330
472
10.803
Utrecht
28.741
1.011
29.752
29.162
1.011
30.173
29.162
642
29.804
29.162
642
29.804
-
-
-
-
-
-
-
-
3.237
91.727
3.230
92.975
2.850
92.594
2.847
92.591
Nog toe te rekenen Totaal
88.489
89.744
89.744
89.744
12 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan met betrekking tot de looncomponent nog iets gaan wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als
gevolg van de doorwerking van de CAO 2022. In de kadernota 2023 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +3,6% voor 2022 en +2,0% vanaf 2023. Bij uitwerking van de CAO 2022 wordt rekening gehouden met incidenteel per saldo +3,3% voor 2022 door een gefaseerde loonontwikkeling en voor het meerjarenbeeld structureel +3,9% vanaf 2022 en +2% vanaf 2023
Pagina
57
7
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans Tabel 46 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1.000
Geprognosticeerde balans
Rekening
Actualisatie
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa:
45.997
65.245
85.843
77.939
Financiële vaste activa:
125
115
105
95
38.152
12.467
3.975
4.419
Liquide middelen:
428
500
500
500
Overlopende activa:
1.243
2.000
2.000
2.000
Totaal activa
85.945
80.327
92.423
84.952
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:
Bedragen x € 1.000
Geprognosticeerde balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve: Bestemmingsreserves: Gerealiseerde resultaat:
Rekening
Actualisatie
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
1.409
1.409
1.409
1.409
18.726 3.102 23.237
13.064
9.133 10.542
6.635 8.044
14.473
Voorzieningen
-
Langlopende schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar:
45.777
52.804
68.831
63.858
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:
3.977
4.250
4.250
4.250
Overlopende passiva:
12.954
8.800
8.800
8.800
Totaal passiva
85.945
80.327
92.423
84.952
Toelichting: De ramingen van de materiële vaste activa en de langlopende schulden zijn ontleend aan de meerjareninvesteringsplanning en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte. De VRU heeft alleen investeringen met economisch nut, geen investeringen met maatschappelijk nut. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de investeringskredieten voor 2022 en 2023. Het verloop van het eigen vermogen is ontleend aan de staat van reserves (zie paragraaf 6.2). De kortlopende activa en passiva worden constant verondersteld.
Pagina
58
EMU-saldo In de begroting moet volgens artikel 20 lid 1c van het BBV ook het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar worden opgenomen. Het EMU-saldo is van belang voor de berekening van het totale begrotingstekort of –overschot van de Nederlandse overheid. Het EMU-saldo wordt als volgt berekend: de som van de mutaties van de vaste en vlottende financiële activa minus de som van de mutaties van de vaste en vlottende schuld (Wijzigingsbesluit BBV d.d. 5 maart 2016). De geraamde EMU-saldi voor 2022, 2023 en 2024 zijn als volgt: Tabel 47 EMU-saldo Bedragen x € 1.000
EMU-saldo
2022
2023
2024
-3.156
-16.037
4.963
Het negatieve EMU-saldo wordt met name veroorzaakt door de financiering van de investeringen in 2022 en 2023 (toename vaste schulden).
Pagina
59
Bijlage 1: Overzicht bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) Tabel 48 Bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket t.o.v. begroting 2022 en kadernota 2023 Bedragen x € 1.000
Gemeente
Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Begroting Actualisatie Kadernota 2022 2022 2023
Begroting 2023
Renswoude
358
361
369
369
Eemnes
554
570
583
583
Oudewater
596
587
600
599
Woudenberg
697
706
722
721
Montfoort
816
821
839
838
Lopik
872
879
898
897
Bunnik
947
948
969
967
Bunschoten
1.126
1.136
1.163
1.162
Rhenen
1.155
1.163
1.190
1.188
Wijk bij Duurstede
1.393
1.410
1.440
1.438
Baarn
1.557
1.554
1.589
1.587
Leusden
1.634
1.648
1.687
1.684
IJsselstein
1.723
1.737
1.778
1.775
De Bilt
2.641
2.658
2.717
2.713
De Ronde Venen
2.632
2.640
2.701
2.697
Soest
2.685
2.692
2.754
2.750
Houten
2.329
2.351
2.413
2.409
Utrechtse Heuvelrug
3.091
3.096
3.166
3.161
Woerden
3.010
3.027
3.097
3.092
Vijfheerenlanden
3.471
3.509
3.585
3.580
Stichtse Vecht
3.920
3.871
3.957
3.951
Nieuwegein
3.765
3.797
3.890
3.884
Veenendaal
3.183
3.214
3.308
3.302
Zeist
4.100
4.123
4.218
4.212
Amersfoort
9.870
9.972
10.204
10.189
Utrecht
27.693
28.099
28.786
28.741
Totaal
85.819
86.568
88.624
88.489
Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling van de geactualiseerde bijdrage 2022 voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de begroting 2022.
Pagina
60
Tabel 49 Bijstelling geactualiseerde bijdrage GBTP 2022 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022 Bedragen x € 1.000
Mutatie bijdrage GBTP Bijdrage GBTP vastgestelde begroting 2022
Structureel
Incidenteel
Totaal
86.871
-1.052
85.819
Mutaties financieel kader 2022 Mutatie ijkpuntscores gemeentefonds Mutatie loon- en prijsaanpassing Mutatie lasten FLO-overgangsrecht
47
-
47
1.235
-203
1.032
-
-
-
-216 1.067
-203
-216
-115 -115
-
-115
Subtotaal mutaties actualisatie 2022 beleidsbijstellingen Totaal mutatie bijdrage GBTP actualisatie 2022
952
-203
749
Bijdrage GBTP geactualiseerde begroting 2022
87.823
-1.255
86.568
Mutatie rijksbijdrage BDuR Subtotaal mutaties actualisatie 2022 financieel kader
864
Mutaties bijstellingen bestaand beleid 2022 Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak
-115
De geactualiseerde begroting 2022 is gebaseerd op de begroting 2022 die op 5 juli 2021 is vastgesteld. Naast de reguliere bijstelling van de prijsaanpassing (die overeenkomt met de prijsontwikkeling van het gemeentefonds) is het financieel effect van de CAO 2022 verwerkt en verrekend met de opgenomen stelpost. De incidentele verlaging van € 203K is het gevolg van een gefaseerde invoering van de structurele salarisverhoging per 1 april 2022. Daarnaast is een aantal voordelen doorberekend in de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket 2022 met € 749K ten opzichte van de primaire begroting 2022. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling van de begroting 2023 voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de kadernota 2023. Tabel 50 Bijstelling bijdrage GBTP 2023 ten opzichte van de kadernota 2023 Bedragen x € 1.000
Structureel
Incidenteel
Totaal
89.676
-1.052
88.624
Mutatie loonaanpassing
203
-203
-
Mutatie rijksbijdrage BDuR
-20 183
-203
-20 -20
-115 -115
-
-115
68
-203
-135
89.744
-1.255
88.489
Mutatie bijdrage GBTP Bijdrage GBTP kadernota 2023 Mutaties financieel kader 2023
Subtotaal mutaties begroting 2023 financieel kader Mutaties bijstellingen bestaand beleid 2023 Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak Subtotaal mutaties begroting 2023 beleidsbijstellingen Totaal mutatie bijdrage GBTP begroting 2023 Bijdrage GBTP begroting 2023
-115
De structurele bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket voor 2023 stijgt met € 68K. Hierin is ook het structureel financieel effect van de CAO 2022 verwerkt en verrekend met de opgenomen stelpost. De structurele verhoging van € 203K wordt incidenteel gedekt uit het incidenteel voordeel van 2022 op de loonontwikkeling. Daarnaast is een aantal voordelen doorberekend in de gemeentelijke bijdrage. Per saldo daalt de bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket 2023 met € 135K ten opzichte van de kadernota 2023.
Pagina
61
Bijlage 2: Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente Tabel 51 Bijdrage en vergoeding per gemeente13 Bedragen x € 1.000
Begroting 2022
Gemeente
GBTP 2022
Renswoude Eemnes
Actualisatie 2022
IGPP 2022
Bijdrage 2022
GBTP 2022
358
-
358
554
39
594
Oudewater
596
19
Woudenberg
697
Montfoort
Begroting 2023
IGPP 2022
Bijdrage 2022
GBTP 2023
IGPP 2023
Bijdrage 2023
361
-
361
570
39
610
369
-
369
583
31
615
587
19
613
606
599
20
19
716
706
619
19
725
721
-
816
-
816
721
821
-
821
838
-
Lopik
872
-
838
872
879
-
879
897
-
Bunnik
947
897
-
947
948
-
948
967
-
Bunschoten
1.126
967
19
1.146
1.136
19
1.156
1.162
20
1.181
Rhenen Wijk bij Duurstede
1.155
-
1.155
1.163
-
1.163
1.188
-
1.188
1.393
91
1.484
1.410
85
1.495
1.438
84
1.522
Baarn
1.557
24
1.581
1.554
24
1.578
1.587
25
1.612
Leusden
1.634
-
1.634
1.648
-
1.648
1.684
-
1.684
IJsselstein
1.723
16
1.739
1.737
16
1.753
1.775
16
1.792
De Bilt
2.641
-
2.641
2.658
-
2.658
2.713
-
2.713
De Ronde Venen
2.632
-
2.632
2.640
-
2.640
2.697
-
2.697
Soest
2.685
77
2.761
2.692
77
2.769
2.750
79
2.829
Houten
2.329
65
2.394
2.351
64
2.414
2.409
63
2.473
Utrechtse Heuvelrug
3.091
102
3.193
3.096
102
3.198
3.161
102
3.263
Woerden
3.010
129
3.139
3.027
139
3.166
3.092
144
3.236
Vijfheerenlanden
3.471
163
3.634
3.509
163
3.672
3.580
164
3.744
Stichtse Vecht
3.920
-
3.920