Agendabundel
Tekst van het document
2 De mutatie als gevolg van de actualisatie van de maatstaven die gerelateerd zijn aan het cluster Brandweer-
en rampenbestrijding, gebaseerd op de septembercirculaire 2020.
Pagina
11
Verwerking invulling restant taakstelling Repressieve Efficiency Utrecht Bij de invoering van het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage in 2015 is besloten tot een specifieke bezuinigingstaakstelling van € 1,8 miljoen voor het gebied van de gemeente Utrecht om het financiële nadeel van gemeente Utrecht als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel af te bouwen. Het beoogde effect van de bezuiniging is bereikt en zelfs meer dan dat. Het samenstel van bezuinigingsmaatregelen heeft ervoor gezorgd dat ook Utrecht inmiddels tot de ‘voordeelgemeenten’3 behoort. Het grootste deel van de taakstelling is gerealiseerd in de periode 2015 tot en met 2018. Het resterende deel van € 0,3 miljoen wordt ingevuld door vanaf 2022 een besparing door te voeren op het individueel gemeentelijk pluspakket van gemeente Utrecht. Hiermee wordt de taakstelling volledig gerealiseerd. De taakstelling van € 1,8 is destijds volledig verwerkt in de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Nu het resterende deel wordt ingevuld via het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) vindt een saldo-neutrale overheveling plaats van het GBTP (stijging) naar het IGPP (afname). In de reeds vastgestelde begroting 2022 is een deel (€ 236K) daarvan al (saldoneutraal) verwerkt. Het resterende deel (€ 47K) wordt in deze begroting verwerkt.
Zoals blijkt uit tabel 2 blijft het totaal van de gemeentelijke bijdragen (GBTP) en vergoedingen (IGPP) per saldo gelijk. Tabel 2 Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Bedragen x € 1.000
Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Taakstelling repressieve efficiency Utrecht
GBTP
IGPP
Totaal
-1.552
-283
-1.835 -
Verwerking in gemeentelijke bijdrage/vergoeding
-
Initiële verwerking 2015-2018
-1.835
Mutatie opgenomen in begroting 2022 Verwerkt in gemeentelijke bijdrage/vergoeding
236
-236
-
-1.599
-236
-1.835
Verwerkt in begroting 2023/actualisatie 2022
47
-47
-
-1.835
3 Dit betekent dat de bijdrage van de gemeente Utrecht inmiddels lager is dan dat het geval zou zijn geweest
als de nieuwe financieringssystematiek in combinatie met de bezuinigingen niet zou zijn ingevoerd. Als voordeelgemeente draagt Utrecht nu bij aan de compensatie van de nadeelgemeenten.
Pagina
12
2.1.2 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling4. In tabel 3 is het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen5. Tabel 3 Financieel effect loonaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Loonaanpassing GBTP Stelpost looncompensatie begroting 2022
% Loonaanpassing
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
2,90%
Mutatie stelpost looncompensatie 2022
0,70%
474
474
Stelpost loonaanpassing 2022
3,60%
474
474
Inzet stelpost CAO 2021-2022
-3,60%
-2.436
-2.436
Uitwerking CAO 2021-2022
3,90%
2.639
2.639
Mutatie lasten loonaanpassing structureel
0,30%
203
203
Gefaseerde loonaanpassing 2022
-203
Incidentele dekking loonaanpassing 2023
-203
Mutatie lasten loonaanpassing incidenteel
-203
-203
Stelpost looncompensatie 2023
2,00%
-
1.331
Totaal effect GBTP
2,70%
474
1.804
Bij het opstellen van deze begroting is er nog geen nieuwe CAO afgesloten voor de periode vanaf 1 januari 2023. Om de loonontwikkeling goed te kunnen volgen is hiervoor bij het opstellen van de kadernota 2023 een stelpost voor looncompensatie opgenomen. De berekening van deze stelpost is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. Voor de begroting 2022 is structureel een percentage van +2,9% aan looncompensatie in de begroting verwerkt. Bij de kadernota 2023 is het percentage voor 2022 bijgesteld naar 3,6% (+0,7%) op basis van de indexcijfers voor loonontwikkeling uit de septembercirculaire 2021. Het percentage voor de loonontwikkeling vanaf 2022 is op basis van de recent vastgestelde CAO 20212022 structureel + 3,9% . Omdat een deel van de structurele verhoging per 1 april 2022 in gaat, leidt dit in 2022 tot een incidenteel voordelig effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (€ 203K). De premieontwikkeling ABP en sociale verzekeringslasten hebben ook invloed op de loonkosten. De ABP-premies voor 2022 zijn in december 2021 vastgesteld en wijzigen niet ten opzichte van de werkgeverpremies voor 2021. In de begroting 2023 is een structureel tekort van 0,3% (€ 203K) ontstaan als gevolg van de recent vastgestelde CAO 2021-2022.
Dit tekort kan incidenteel worden gedekt uit het overschot in 2022 dat is ontstaan door de gefaseerde salarisverhoging. Het structureel tekort van 0,3% als gevolg van de CAO 2021-2022 is in de meerjarenraming verwerkt vanaf 2024.
4 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en
mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 5 Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De loonontwikkeling van het rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de gemeentelijke loonontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend.
Pagina
13
2.1.3 Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau en gepubliceerd in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd6. Tabel 4 geeft inzicht in het financieel effect van deze prijsaanpassing op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Tabel 4 Financieel effect prijsaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
% Prijsaanpassing
Prijsaanpassing GBTP Mutatie prijsaanpassing 2020
0,60%
186
186
Mutatie prijsaanpassing 2021
0,80%
248
248
Mutatie prijsaanpassing 2022 Mutatie prijsaanpassing 2022
0,40%
124
124
1,80%
558
558
Prijsaanpassing 2023 Prijsaanpassing 2023
1,90%
-
592
1,90%
-
592
Totaal effect GBTP
3,70%
558
1.150
2.1.4 FLO-overgangsrecht Het financiële kader van het FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de kostenprognose is verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2023. Op basis van de huidige berichtgeving over de lasten voor het FLO-overgangsrecht is er geen aanleiding het huidig meerjarig financieel kader bij te stellen. Dit betekent dat de budgetten voor FLO alleen worden verhoogd met de reguliere loonen prijsaanpassing. In tabel 5 is de meerjarenraming van het FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 6 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2023. Tabel 5 meerjarenraming FLO-overgangsrecht 2022-2026 Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming FLO overgangsrecht
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten FLO- overgangsrecht in begroting 2022 Bijstelling via reguliere loon- en prijsaanpassing
3.045
3.045
3.045
3.045
3.045
21
82
82
82
82
Lasten FLO-overgangsrecht structureel
3.066
3.127
3.127
3.127
3.127
Lasten FLO- overgangsrecht incidenteel
701
471
212
-69
-344
3.767
3.599
3.339
3.058
2.783
Lasten FLO-overgangsrecht
6 Het financieel effect van de prijsaanpassing zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt
indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De prijsontwikkeling van het rijk is cf. de begroting van de VRU gebaseerd op de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product (prijs BBP). De prijsontwikkeling wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten (prijsmutatie). De compensatie voor de gemeentelijke prijsontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend.
Pagina
14
Tabel 6 financieel effect mutatie FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000
FLO-overgangsrecht Totaal lasten FLO-overgangsrecht conform meerjarenraming
Financieel effect GBTP Actualisatie 2022
Begroting 2023
3.767
3.599
-3.066
-3.127
Dekking lasten FLO-overgangsrecht begroting Structurele dekking begroting 2021 incl. loon- en prijsaanpassing Mutatie reserve FLO-overgangsrecht Totaal dekking lasten FLO-overgangsrecht Totaal effect GBTP
-701
-471
-3.767
-3.599
-
-
2.1.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding De rijksbijdrage ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de geactualiseerde verdeelmaatstaven en een aanpassing voor de loon- en prijsontwikkeling. De bijstelling van € 0,2K voordelig in 2021 zoals opgenomen in de kadernota 2023 werkt structureel door vanaf 2022 met een geringe jaarlijkse fluctuatie als gevolg van toegepaste verdeelmaatstaven. In december 2021 heeft het rijk nog een aanvullende loon- en prijsbijstelling afgegeven die doorwerkt in de meerjarenbegroting. Ten opzichte van de kadernota 2023 betekent dit een geringe voordelige bijstelling (0,02K) die in mindering wordt gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP, omdat in de gemeentelijke bijdrage de loon- en prijsbijstelling voor de volledige begroting al is verwerkt. De verwachte loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage die medio 2022 wordt toegekend, wordt (structureel) verwerkt bij actualisatie van de begroting 2023 en de kadernota 2024. Tabel 7 geeft inzicht in het financiële effect van de bijstelling van de BDuR. Tabel 7 Financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000
Rijksbijdrage
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
Bijstelling regulier Bijstelling BDuR 2021
-223
-223
Bijstelling BDuR 2022
8
8
Bijstelling BDuR 2023
-
-1
Mutatie rijksbijdrage
-216
-217
Prognose bijstelling BDuR 2022
-200
Incidentele inzet 2022
200
Totaal effect GBTP
-216
-217
De verwachte loon- en prijsbijstelling van de BDuR voor 2022 is nog niet verwerkt in de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP. In de begroting houden we rekening met een toename maar we berekenen deze pas door in de gemeentelijke bijdrage op het moment dat wij de beschikking van het rijk hebben ontvangen.
Pagina
15
2.1.6
Samenvatting effect mutaties financieel kader
In tabel 8 wordt het effect van de toepassing van het financieel kader op de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP weergegeven. Tabel 8 Effect financieel kader op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting mutaties financieel kader
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds*
47
47
Loonaanpassing
677
2.007
Prijsaanpassing
558
1.150
-
-
-216
-217
Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding
1.067
2.988
Loonaanpassing incidenteel
-203
-203
Totaal mutatie bijdrage GBTP
864
2.785
*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten. Het financieel effect van de bijstelling van ijkpuntscores voor 2023 wordt veroorzaakt door de verwerking van de invulling van het restant taakstelling repressieve efficiency Utrecht (zie paragraaf 2.1.1).
Pagina
16
Ontwikkelingen bestaand beleid Deze begroting heeft betrekking op het (derde en) laatste jaar van de beleidsperiode 2020-2023 zoals beschreven in het beleidsplan 2020-2023. Voor deze beleidsperiode heeft de VRU zich ten doel gesteld geen aanvullende bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Eventuele structurele kosten die voortvloeien uit nieuw beleid worden dan ook gedekt uit besparingen door efficiënter te werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud). De volgende exogene ontwikkeling vormt de aanleiding voor bijstellingen die nodig zijn om bestaand beleid te kunnen voortzetten. In de volgende paragraaf wordt de bijstelling nader toegelicht. Voor zover bekend, worden de effecten op de begroting weergeven en zijn deze verwerkt in (de meerjarenraming van) de begroting.
2.2.1 Concessievergoeding openbaar meldsysteem Het OMS voor de veiligheidsregio’s Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek is in 2014 gezamenlijk aanbesteed. De overeenkomsten van de drie regio’s met zes leveranciers hebben een looptijd tot 30 april 2024. Omdat uit onderzoek in opdracht van het Veiligheidsberaad duidelijk is geworden dat de rol van de veiligheidsregio in het exploiteren van een openbaar meldsysteem (OMS) geen wettelijke grondslag heeft, is - vooruitlopend op de overgang naar de landelijke voorziening - de concessievergoeding per 2022 op nihil gesteld, zodat abonnees geen financieel nadeel ondervinden van de gefaseerde ingebruikname van de landelijke voorziening. Met het instellen van een OMS-fonds door het algemeen bestuur van 29 maart 2021, is rekening gehouden met het wegvallen van de OMS-opbrengsten. Derhalve leidt deze ontwikkeling niet tot een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2023. Het structureel opvangen van het wegvallen van de OMS-inkomsten vraagt om fundamentele keuzes in de taakuitvoering, die meegenomen worden in de bestuurlijke afwegingen voor de nieuwe beleidsperiode 2024-2027.
2.2.2 Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (Caco) De functie van calamiteitencoördinator (Caco) wordt momenteel uitgevoerd als neventaak van centralisten van brandweer en politie. De politie heeft aangegeven per 1 september 2022 te willen stoppen met het leveren van personeel voor invulling van de calamiteitencoördinator. Dit betekent dat de huidige werkwijze niet voortgezet kan worden en dat een alternatief moet worden gevonden om te voldoen aan de wettelijke beschikbaarheidseisen van de veiligheidsregio. Samen met de veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland worden afspraken gemaakt om in de meldkamer Midden-Nederland te voorzien in een 24/7 ‘dedicated’ calamiteitencoördinator per 2025 als de nieuwe meldkamer in gebruik wordt genomen. Voor de tussenliggende periode wordt een tijdelijke voorziening getroffen die extra capaciteit vergt. De kosten voor deze extra capaciteit in de periode van 1 september 2022 tot en met 2024 bedragen € 1,3 miljoen. Hiervan kan bijna € 1 miljoen incidenteel binnen de begroting worden gedekt door herprioritering van taken die in het verlengde van de calamiteitencoördinatorfunctie en incidentele budgetten die voor dit doel gereserveerd waren. Voor het resterende deel wordt voorgesteld incidentele middelen te bestemmen via de ontwikkel- en egalisatiereserve voor 2023 (165K) en 2024 (165K).
2.2.3 AED Op 8 november 2021 heeft het algemeen bestuur besloten om de collectieve uitvoering van de AED-taak (niet wettelijk) in de huidige beleidsperiode tot en met 2023 voort te zetten en de afweging voor de volgende beleidsperiode (2024-2027) te betrekken bij de integrale besluitvorming over de taakuitvoering in het kader van het nieuwe beleidsplan. Daarmee is ook
Pagina
17
besloten de financiële effecten hiervan te verwerken in de geactualiseerde begroting 2022 en de ontwerpbegroting 2023. Dit betekent dat op basis van de evaluatie uitvoering AED-taak de gemeentelijke bijdrage vanaf 2022 structureel met € 115.000 is verlaagd en terugvloeit naar gemeenten (tabel 9). Tabel 9 financieel effect mutatie evaluatie AED-taak Bedragen x € 1.000
Collectieve uitvoering AED-taak
Financieel effect GBTP Actualisatie 2022
Begroting 2023
Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak
-115
-115
Lasten collectieve uitvoering AED-taak
-115
-115
Totaal effect GBTP
-115
-115
2.2.4 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid Tabel 10 Effect mutaties bijstellingen bestaand beleid op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting bijstellingen bestaand beleid
Financieel effect GBTP Actualisatie 2022
Begroting 2023
Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak
-115
-115
Bijstellingen bestaand beleid structureel
-115
-115
Totaal mutatie bijdrage GBTP
-115
-115
Pagina
18
Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Tabel 11 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) 2022 en 2023 per gemeente Bedragen x € 1.000
Gemeente
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel Mutaties bijstelling Begroting 2022 kader kader bestaand beleid structureel incidenteel structureel
Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel Mutaties bijstelling Actualisatie 2022 kader kader bestaand beleid structureel incidenteel structureel
Bijdrage GBTP Begroting 2023
Renswoude
358
5
-1
-0
361
8
-1
-
369
Eemnes
554
18
-1
-1
570
13
-1
-
583
Oudewater
596
-6
-1
-1
587
13
-1
-
599
Woudenberg
697
12
-2
-1
706
17
-2
-
721
Montfoort
816
8
-2
-1
821
19
-2
-
838
Lopik
872
9
-2
-1
879
20
-2
-
897
Bunnik
947
4
-2
-1
948
22
-2
-
967
Bunschoten
1.126
14
-3
-1
1.136
28
-3
-
1.162
Rhenen
1.155
12
-3
-2
1.163
27
-3
-
1.188
Wijk bij Duurstede
1.393
22
-3
-2
1.410
32
-3
-
1.438
Baarn
1.557
2
-3
-2
1.554
37
-3
-
1.587
Leusden
1.634
19
-4
-2
1.648
40
-4
-
1.684
IJsselstein
1.723
20
-4
-2
1.737
43
-4
-
1.775
De Bilt
2.641
26
-6
-3
2.658
62
-6
-
2.713
De Ronde Venen
2.632
18
-6
-3
2.640
63
-6
-
2.697
Soest
2.685
17
-6
-3
2.692
64
-6
-
2.750
Houten
2.329
31
-6
-4
2.351
65
-6
-
2.409
Utrechtse Heuvelrug
3.091
16
-7
-4
3.096
71
-7
-
3.161
Woerden
3.010
27
-7
-4
3.027
73
-7
-
3.092
Vijfheerenlanden
3.471
50
-7
-4
3.509
79
-7
-
3.580
Stichtse Vecht
3.920
-36
-9
-5
3.871
89
-9
-
3.951
Nieuwegein
3.765
47
-9
-5
3.797
96
-9
-
3.884
Veenendaal
3.183
46
-9
-5
3.214
96
-9
-
3.302
Zeist
4.100
37
-9
-5
4.123
98
-9
-
4.212
Amersfoort
9.870
137
-23
-13
9.972
240
-23
-
10.189
Utrecht
27.693
513
-68
-39
28.099
710
-68
-
28.741
Totaal
85.819
1.067
-203
-115
86.568
2.124
-203
-
88.489
Pagina
19
Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Tabel 12 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) personeel en materieel 2022 en 20237 Bedragen x € 1.000
Gemeente Renswoude
Vergoeding IGPP begroting Mutaties TUO's Loon- & prijs2022 2023 aanpassing 2023
Vergoeding IGPP begroting 2023
-
-
-
-
Eemnes
39
-9
1
31
Oudewater
19
-
1
20
Woudenberg
19
-19
-
-
Montfoort
-
-
-
-
Lopik
-
-
-
-
-
-
-
-
19
-
1
20
Bunnik Bunschoten Rhenen
-
-
-
-
Wijk bij Duurstede
85
-1
0
84
Baarn
24
-
1
25
Leusden
-
-
-
-
IJsselstein
16
-0
0
16
De Bilt
-
-
-
-
De Ronde Venen
-
-
-
79
Soest
77
-
2
Houten
64
-1
0
63
Utrechtse Heuvelrug
102
-1
1
102
Woerden
139
-
5
144
Vijfheerenlanden
163
-
1
164
Stichtse Vecht
-
-
-
-
Nieuwegein
-
-
-
-
Veenendaal
69
-0
2
70
Zeist
911
-
26
936
Amersfoort
455
-
17
472
Utrecht
977
-0
34
1.011
-
-
-
-
3.178
-32
92
3.237
Nog toe te rekenen Totaal
7 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan met betrekking tot
de looncomponent nog iets gaan wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de doorwerking van de CAO 2022. In de kadernota 2023 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +3,6% voor 2022 en +2,0% vanaf 2023. Bij uitwerking van de CAO 2022 wordt rekening gehouden met incidenteel per saldo +3,3% voor 2022 door een gefaseerde loonontwikkeling en voor het meerjarenbeeld structureel +3,9% vanaf 2022 en +2% vanaf 2023
Pagina
20
3
Beleidsbegroting – programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? Met risicobeheersing willen we bereiken dat de fysieke veiligheid in het verzorgingsgebied van een hoog niveau is. We leveren samen met gemeenten, instellingen, bedrijven en burgers een bijdrage aan omgevingsveiligheid. Onze bijdrage zit aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Hiertoe inventariseren we risico’s van branden, rampen en crises. Wij adviseren bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd over de risico’s, zodat bevoegd gezag bewust de afwegingen kan meenemen bij besluitvorming over ontwikkelingen in het fysieke domein. Wij richten ons op het voorkomen en beperken van (brand)gevaar en op het optreden van ongevallen voor mens en dier door o.a. brand of gevaarlijke stoffen. Hierin betrekken wij actief burgers, bedrijven en instellingen om zo het veiligheidsbewustzijn en veilig handelen te stimuleren. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Risicobeheersing drie doelstellingen opgenomen: Wij gaan meer gericht het veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag van burgers, instellingen en bedrijven stimuleren: samen maken wij veiligheid.
Wij willen meer en beter zicht krijgen op de voor ons relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en hier alerter en effectiever op gaan inspelen door risicogericht(er) te gaan werken. Wij zorgen ervoor dat wij beter en eerder worden betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid, om onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving.
3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? We zien dat de inhoud van ons werk verandert. Met de beschikbare capaciteit moeten we prioriteren en focussen op zaken die er echt toe doen (risicogericht werken). Door de energietransitie krijgen we te maken met nieuwe, vaak complexere risico’s. De komst van de Omgevingswet vereist een andere manier van adviseren en toezicht houden. We gaan op zoek naar nieuwe manieren om een bijdrage te leveren aan een (brand)veilige samenleving, waardoor we onze capaciteit zo goed mogelijk inzetten op het beperken van risico’s. Daarvoor investeren we in de ontwikkeling van de medewerkers; in kennis, kunde en competenties. Beleidsactiviteiten Voor bovengenoemde beleidsdoelstellingen voeren we de volgende activiteiten uit: We richten ons programma (Brand)Veilig Leven op specifieke doelgroepen. Daarbij zoeken we aansluiting bij relevante partners, om in samenwerking te komen tot maximale invloed. We hebben ons risicobeeld op orde en monitoren de relevante trends. Uitgangspunt is dat wij adviezen, toezicht en activiteiten in het kader van brandveilig leven, risicogericht uitvoeren. Concreet betekent dit dat wij in onze adviezen en in onze inspectierapportages bij toezicht op zoek gaan naar mogelijkheden tot verbetering van de brandveiligheid, ook daar waar de regelgeving (nog) niet in voorziet.
Met de verwachte invoering van de Omgevingswet per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 moet veiligheid vastgelegd worden in de ontwerpfase. Daartoe leveren we de gemeenten input om het thema ‘veilige en gezonde leefomgeving’ te borgen in
Pagina
21
hun omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ook hier is samenwerking met verschillende externe partners van belang om omgevingsveiligheid te realiseren. Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel. Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners via: regionaal risicoprofiel en de provinciale risicokaart; (toekomstige) omgevingsvisies en omgevingsplannen; integrale veiligheidsplannen; brandrisicoprofiel. Om het risicobeeld actueel te houden ontwikkelen, ontsluiten en beheren we relevante data. We analyseren effecten van primaire processen, waaronder de resultaten uit ons brandonderzoek. Het inzicht in risico’s wordt gebruikt om gerichte keuzes te maken in de realisatie van fysieke veiligheid. We volgen de technische ontwikkelingen. Deze brengen andere risico’s (bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie, klimaatadaptatie en vergrijzing/extramuralisatie) én nieuwe oplossingen. Op lokale en landelijke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen monitoren en anticiperen we. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de inwerkingtreding van de Omgevingswet en –gelijktijdig- de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per (naar verwachting) per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 .
Gemeentes en ketenpartners zijn druk bezig met voorbereidingen op de implementatie van deze wetten. De VRU is hierbij goed aangesloten. De invoering van de Wkb zal ook invloed hebben op de VRU. De eerste veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige (nieuwbouw) bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf vermoedelijk 2026 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 is nog onvoldoende duidelijk welke gevolgen dit heeft voor onze werkzaamheden. Er zullen werkzaamheden verdwijnen, maar mogelijk leidt dit ook tot een verschuiving binnen het advieswerk (van bouwkundig toets naar een ruimtelijke toets) en meer toezicht. Wij blijven graag met gemeenten in gesprek over de komende ontwikkelingen en wijzigingen in rollen en taken. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseren risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot: omgevingsvisies en -plannen; ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s); bouwen; brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken; milieu; evenementen. De afgelopen jaren zagen we in veel gemeenten nog een toename van bouwactiviteiten.
Deze toename vlakt af (mogelijk ook veroorzaakt door de stikstofcrisis). Vanaf 2020 hebben we de beschikbare capaciteit per gemeente verdeeld over Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven-taken. Daar waar sprake is van (bovenmatige) overschrijding van de met de gemeente afgesproken aantallen zoals genoemd in het jaarplan, worden de daadwerkelijk gemaakte uren via het IGPP op basis van nacalculatie aan de gemeente belast. Voor 2021 is de uitbreiding van de adviescapaciteit via IGPP-afspraken niet ingezet, omdat –als gevolg van COVID-19- er geschoven is met capaciteit.
Pagina
22
Capaciteit die bijvoorbeeld vrijkwam als gevolg van evenementenadviezen is ingezet voor de toename/ complexere bouwadviezen. De verwachting is dat dit ‘na COVID’ niet meer mogelijk is. Keuzes in de uitvoering van taken, dan wel aanvullende middelen zijn dan noodzakelijk.’ Risicogericht toezicht We houden risicogericht toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook houden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak doen we dit in samenwerking met onze VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig adviseren wij het bevoegd gezag handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Dit geldt ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. Samen met de inspectiepartners voert de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZO-bedrijven in onze regio. Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam zijn om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. Risicovolle situaties nemen af als burgers, bedrijven en instellingen veilig(er) gaan handelen.
We communiceren over het belang van een goede naleving en het verkleinen van risico’s, mede in lijn met de landelijke handhavingsstrategie. Binnen (Brand)veilig leven richten we ons aan de hand van actualiteit op verschillende doelgroepen: Algemene publiekscommunicatie. We geven gevraagd en ongevraagd voorlichting aan inwoners van de regio. We beantwoorden burgervragen en organiseren meerdere (sociale) media campagnes. De brandveilige generatie. We zorgen ervoor dat de nieuwe generatie al vanaf kinds af aan bekend is met (brand)preventie thuis, door lesprogramma’s op basisscholen en voorlichting aan stakeholders aan te bieden. Vanaf 2022 bieden we ook aan alle MBO opleidingen ‘zorg’ en ‘bouwen’ het lespakket brandmeester aan ten behoeve van de borging van brandveiligheid op de werkvloer binnen deze sectoren. Kwetsbare burgers. Samen met zorginstellingen werken we aan de (brand)veiligheid door hen te begeleiden via het train de trainer concept bij de implementatie van de toolbox. We geven voorlichting in het netwerk van kwetsbare burgers over mogelijke risico’s en innovaties (zoals het gebruik van ‘slimme melders’) en zoeken actief de samenwerking met stakeholders actief binnen dit domein. Ondernemers. Door deelname aan programma’s gericht op ondernemers geven we bedrijven en instellingen concrete handelingsperspectieven om veilig om te gaan met risico’s.
3.1.3 Waarop sturen we? We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. In onderstaande tabel zijn enkele vakken grijs gearceerd. Van deze indicatoren is de productie afhankelijk van de COVID-19-situatie in Nederland.
Pagina
23
Tabel 13 Productie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Productie-indicator
1 2 3 4 5
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal)
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) 9 Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen 10 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO 11 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk 6 7 8 8a
Vergroten veiligheidsbewustzijn 12 Het aantal gegeven voorlichtingen 13 Het aantal behandelde vragen per mail, telefoon en WhatsApp, etc. 14 Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt op de werkvloer 15 Het aantal basisscholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt 17 Het aantal MBO scholen dat het lespakket 'Brandmeester' gebruikt 18 Het aantal (social) media campagnes t.b.v brandveiliger gedrag thuis *vanaf geactualiseerde begroting 2022(a) uitgedrukt in % **nieuw product vanaf 2022, pas voor het eerst in begroting 2023
Actualisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
Begroting 2023
429 3.160 183 733 697
250 3.100 120 850 2.100
350 3.100 150 850 2.100
350 3.100 150 850 2.100
1.878 43 3.649 16%
2.100 75 5.000 20%
2.100 75 5.000 20%
2.100 75 5.000 20%
9 9 82
800 10 95
800 100%* 100%*
800 100%* 100%*
72 546 11
150 700 40
150 700 40
150 700 50
88
250
40%*
40%* 40%** 4**
Tabel 14 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3 4
Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken Vergroten veiligheidsbewustzijn Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Het jaarplan (Brand)Veilig leven is uitgevoerd
Realisatie 2021
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
ja ja
ja ja
ja ja
ja ja
ja
ja
ja
ja
ja gedeeltelijk/ aangepast
ja
gedeeltelijk/ aangepast
Pagina
24
3.1.4 Wat kost het? Tabel 15 Baten en lasten Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
Risicobeheersing
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
8.016 8.016
8.585 8.585
8.375 8.375
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
179 179
149 149
23 23
Saldo van baten en lasten
-7.837
-8.435
-8.352
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
-
180
-
-7.837
-8.255
-8.352
Geraamd resultaat
Crisisbeheersing 3.2.1
Wat willen we bereiken?
We willen bereiken dat alle inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio kunnen rekenen op een veilige woon-, werk- en leefomgeving. We willen (continue) zicht op de (fysieke) veiligheidsrisico’s die in de regio aanwezig zijn of (mogelijk) gaan ontstaan. We willen de voorspellende waarde van onze risico-informatie vergroten zodat we eerder kunnen anticiperen op voorzienbare gebeurtenissen. We willen waar mogelijk risico’s wegnemen en kansen en effecten van ongewenste gebeurtenissen reduceren. We willen een robuuste en flexibele regionale crisisorganisatie met goed opgeleide crisisfunctionarissen en getrainde crisisteams. Zodra binnen de regio een groot incident, crisis of ramp plaatsvindt wordt de regionale crisisorganisatie ingezet waarin hulpdiensten, gemeenten (bevolkingszorg) en crisispartners effectief samenwerken. We willen een uitstekende informatie-organisatie die alle functionarissen en crisisteams adequaat ondersteunen. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. We willen een robuust netwerk van crisispartners zodat we in alle fasen van de crisisbeheersing kennis en deskundigheid kunnen ontsluiten en inzetten. We willen samen met de betrokken sectoren de continuïteit van vitale processen versterken en het herstelvermogen vergroten.
Tenslotte is het onze ambitie de gemeenten een platform te bieden voor maatschappelijke (fysieke veiligheid) vraagstukken, bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen. We willen met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland nadere afspraken maken over een coherente crisisorganisatie die gealarmeerd wordt door de toekomstige Meldkamer MiddenNederland. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 zijn voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen: Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening.
Pagina
25
Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein. Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie. Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de bevolkingszorg. Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.
3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij vervolgen onze transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen. We gaan verder met de doorontwikkeling van de crisisbeheersing vanuit de recentelijk vastgestelde visie met als doelstelling “de crisis voorzien, voorkomen en indien deze zich voordoet de effecten beperken” We gaan verder invulling geven aan de doorontwikkeling van bevolkingszorg We verbeteren in samenspraak met bestuurders het strategisch crisismanagement en bouwen aan een eenduidige werkwijze voor de gehele regio, inclusief een vakbekwaamheidsprogramma gericht op het strategisch crisismanagement. We implementeren de afspraak uit het programma Drieslag dat wordt toegewerkt naar een gezamenlijk Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) ten behoeve van de veiligheidsregio’s in Midden-Nederland. Doorontwikkeling Crisisbeheersing In 2021 is een traject gestart om crisisbeheersing door te ontwikkelen. Dat traject loopt door in 2023 en krijgt ook zijn verankering krijgt in het nieuwe beleidsplan en het nieuwe Regionaal Crisisplan 2023-2026.
We richten ons daarbij op drie nauw samenhangende onderdelen te weten informatiemanagement, netwerkmanagement en crisismanagement. Het informatiemanagement wordt verder uitgebouwd zodat we de ontwikkelingen in het regionale veiligheidsbeeld 24/7 kunnen volgen. De Caco-functie die medio najaar 2022 is gerealiseerd volgt dit veiligheidsbeeld continu en alerteert indien nodig de crisisorganisatie. Het VIC beschikt over een coördinerend informatiemanager die zorgdraagt voor geduide en gewaardeerde informatie t.b.v. de crisisorganisatie. Het VIC voorziet ook in de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van dataanalyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners kunnen worden ontwikkeld, moeten zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Geen enkele crisis van enige omvang kan nog worden aangepakt zonder de betrokkenheid van (functionele) crisispartners. We scherpen daarom het netwerkmanagement verder aan Het belang van intensievere samenwerking binnen het netwerk van crisismanagement is ook terug te vinden in het evaluatie Wet Veiligheidsregio’s en bijbehorend Kabinetsstandpunt.
Bij het netwerk van crisisbeheersing zijn de aard en samenstelling van een specifieke dreiging of crisis leiden. We maken concrete samenwerkingsafspraken met de netwerkpartners zowel ten behoeve van de preparatie als in de responsfase. Informatiemanagement en netwerkmanagement zijn cruciaal voor effectief crisismanagement dat uitgevoerd wordt door ‘dedicated’ professionals. Het Crisismanagement heeft zijn verankering
Pagina
26
gekregen in het RCP 2023- 2026 die in het najaar 2023 ter vaststelling wordt aangeboden aan het Algemeen bestuur. Daarnaast wordt aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe en ongekende en bovenregionale crises. In het vergroten van de slagvaardigheid van de crisisorganisatie zal in 2023 de inrichting van de piketorganisatie worden herijkt.
3.2.3 Waarop sturen we? Tabel 16 Prestatie- en productie-indicatoren Crisisbeheersing Realisatie 2021
Nr. Indicator 1
2
3
4
5
6
Planvorming actueel en vastgesteld: Incidentbestrijdingsplannen (elke 4 jaar) Rampbestrijdingsplannen (elke 3 jaar) Bezetting piketgroepen: Hoofdstructuur Bevolkingszorg Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam; Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: Hoofdstructuur Bevolkingszorg Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Kortdurend, < 1 week (aantal) Langdurend, > 1 week (aantal) Inzicht in aantal evaluaties (aantal) Het aantal platformoverleggen met crisispartners
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
70% 100%
100% 100%
100% 100%
100% 100%
>5 >5
≥5 ≥5
≥5 ≥5
≥5 ≥5
100%
100%
100%
100%
90% 90%
90% 90%
90% 90%
90% 90%
5 1 (Covid)
10 2
6 2
10 1
6
12
8
11
3.2.4 Wat kost het? Tabel 17 Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Crisisbeheersing
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
3.014 3.014
3.271 3.271
3.551 3.551
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
26 26
61 61
-
Saldo van baten en lasten
-2.988
-3.210
-3.551
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
-
50
165
-2.988
-3.160
-3.386
Geraamd resultaat
Pagina
27
GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust en meer. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige (private) organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Keten continuïteit is sleutel voor de toegankelijkheid van de (spoed)zorg. Onze GHOR, als netwerkorganisatie, vormt de schakel tussen deze organisaties. In de voorbereiding op crisis en rol tijdens rampen stimuleren en adviseren wij het netwerk over de verantwoordelijkheden in de continuïteit van zorg. Tijdens crises heeft de Directeur Publiek Gezondheid de regie over de geneeskundige hulpverlening (Wvr art. 32 lid 2) en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor de koppeling tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 zijn voor de GHOR twee doelstellingen8 opgenomen: Wij willen een steviger regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg (cure).
Wij willen vanuit onze toezichtsrol, Wvr art.34 actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.
3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met deze specifieke beleidsactiviteiten: Steviger regiepositie op presterend vermogen spoedzorg: De (spoed)zorgketen vormt de basis voor de opschaling. De veranderingen in het zorglandschap voor wat betreft de instroom en doorstroom capaciteit in de cure en in de care, betekent echter dat de capaciteit voor spoedzorg en daarmee de opgeschaalde voorzieningen, onder druk staan. De GHOR wil het voortouw nemen in het met zorgketenpartners werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde spoedzorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk, in samenwerking met het traumazorg netwerk Midden Nederland (ROAZ), het onderwerp landelijk adresseren bij de relevante partijen (Min VWS, GGD GHOR Ned, ziektekostenverzekeraars etc.) en regionaal passende maatregelen verkennen. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident, waarbij de nadruk op de beschikbaarheid van de (spoed-) zorgketen tijdens crisis voor de burgers – en dus bestuurlijk - het uitgangspunt is. Toezichtsrol zorgcontinuïteit: Om de invulling van de aan de veiligheidsregio opgedragen toezichtrol te versterken is het nodig om meer zicht te krijgen op het zorgrisicoprofiel van de regio.
De toezichtsrol vraagt dat de GHOR ook meer en steeds actief blijft investeren in een goede relatie met lokale besturen van zorgaanbieders en -instellingen, cure en care, in de regio. Waarbij de GHOR actief binnen de Veiligheidsregio en met netwerkpartners gaan onderzoeken hoe we meer impact kunnen plegen om de continuïteit van zorg te kunnen blijven borgen (stimuleren en adviseren). Dit is ook essentieel voor het functioneren en het presterend vermogen van de spoedzorgketen
8 Deze doelstellingen zijn geformuleerd in 2019 en door de COVID-crisis naar de achtergrond geraakt omdat de
gehele GHOR team ingezet is in de crisisorganisatie.
Pagina
28
De COVID-19 crisis heeft in 2020 en 2021 veel kennis en ervaring opgeleverd. Leerpunten en aanbevelingen zullen in de komende jaren op diverse punten leiden tot aanpassingen, inhoudelijk en in structuren.
3.3.3 Waarop sturen we? Tabel 18 Prestatie- en productie-indicatoren GHOR Realisatie 2021
Nr. Indicator 1 2
3
4
Bezetting piketgroepen: GHOR Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam; Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: GHOR Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Inzetten OvDG (aantal)
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
5
≥5
≥5
≥5
100%
100%
100%
100%
90%
90%
90%
90%
*
500
500
350
*Betreft een nieuwe indicator waarover in 2021 geen informatie beschikbaar is.
3.3.4 Wat kost het? Tabel 19 Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000
GHOR
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
1.609 1.609
1.843 1.843
1.856 1.856
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
-
-
-
Saldo van baten en lasten
-1.609
-1.843
-1.856
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
-
-
-
-1.609
-1.843
-1.856
Geraamd resultaat
Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden.
Pagina
29
Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen: Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.
Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven; Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten); Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden; Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie; Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie; Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.
3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij implementeren op alle posten in onze regio het materieel en personeelsbeheer- en spreidingsplan. Wij gaan aan de slag met de resultaten van de proeftuinen paraatheid. Wij ontwerpen een regiobrede roosterregeling. Wij ronden de implementatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer af. Wij implementeren de nieuwe inrichting van de organisatie bij Brandweerrepressie, met een centrale afdeling Voorbereiding Incidentbestrijding en een verbeterde aansturing van de lijnorganisatie. Wij centreren de werkzaamheden rond adembescherming in een nieuwe adembeschermingswerkplaats in Houten. Wij werken aan het herontwerp van onze oefensystematiek en de herinrichting van onze instructiecapaciteit. Wij werken aan het vergroten van de flexibiliteit bij de uitruk, waarbij in de hele regio naast de standaard inzet van TS-6 ook een uitruk als TS-4 mogelijk wordt.
Pagina
30
We bereiden ons voor op de mogelijke implementatie van bouwsteen 1 van de taakdifferentiatie bij de brandweer, waarbij onderscheid gemaakt moet worden tussen verplichte en niet-verplichte aanwezigheid van personeel. Vrijwilligheid blijft een van de pijlers van de brandweerorganisatie, waarbij de ondersteuning van de brandweerposten en het blijvend boeien en binden van vrijwilligers noodzakelijke aandacht blijft krijgen.
Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2022 worden deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Incidenten bestrijden Na binnenkomst van een incidentmelding worden de benodigde brandweereenheden gealarmeerd. Indien meer potentieel noodzakelijk is, schalen we soepel op of worden specialistische eenheden gealarmeerd. Ons uitgangspunt is dat de burger in nood kan rekenen op de snelst mogelijke hulp. Bij niet-maatgevende incidenten willen wij elke post en ploeg de mogelijkheid geven om vraaggericht uit te kunnen rukken met een TS4 zonder tweezijdig te hoeven aanrijden. Daarnaast hebben we met de zeven omliggende veiligheidsregio’s onderzocht en in convenanten vastgelegd welke post op welke grenslocaties de snelste hulp kan bieden. Specialismen Een basiseenheid van een tankautospuit is uitgerust om de vier basistaken van de brandweer uit te voeren.
Daarnaast kennen we binnen de VRU de volgende specialismen: Brandweerduiken Hoogteredding Optreden bij grof en extreem geweld Technische hulpverlening Natuurbrandbestrijding Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Rietenkapbrandbestrijding Grootschalig brandweeroptreden Sinds 2019 wordt in de vakbekwaamheid van de eenheden bijzondere aandacht besteed aan het brandweeroptreden bij grof en extreem geweld. Wij trainen de basiseenheden voor deze specifieke taak en hebben een Quick Response Team (QRT) aangewezen, getraind en operationeel om basiseenheden te ondersteunen waar nodig. AED/First Responder-taak Sinds de zomer van 2016 rukken alle VRU-brandweerposten voor de AED/First Responder taak uit. Dit is geen wettelijke, maar wel een collectieve taak: het bestuur heeft in 2015 besloten dat de VRU deze taak uitvoert. De uitvoering van de AED-taak is in 2021 nogmaals geëvalueerd. Hierbij is ook de beleving van de uitvoering van de taak onder brandweerpersoneel onderzocht. Op basis van deze evaluatie heeft het bestuur besloten deze taak tot en met 2023 voort te zetten en de afweging voor de volgende
Pagina
31
beleidsperiode (2024 tot en met 2027) te betrekken bij de integrale besluitvorming over de taakuitvoering in het kader van het nieuwe beleidsplan. Nazorg We hebben de opvang en nazorg aan onze brandweermensen professioneel georganiseerd. Wanneer er na afloop van incidenten behoefte is aan nazorg, wordt deze lokaal, op de betreffende brandweerpost geleverd. Daarbij is gespecialiseerde ondersteuning als aanvulling op onze nazorg georganiseerd en beschikbaar. Jeugdbrandweer Onze jeugdbrandweer is een belangrijke kweekvijver voor onze toekomstige brandweer, maar kent ook een zeer belangrijke maatschappelijke taak in het uitdragen van brandveilig leven. Wij bevorderen de toestroom van leden vanuit alle gemeenten en de uiteindelijke doorstroom naar alle brandweerposten in onze regio. Informatievoorziening Als ondersteuning bij de bestrijding van incidenten bij risicovolle en kwetsbare objecten in onze regio maken we gebruik van aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten. Deze willen we verder digitaal beschikbaar maken. Ook onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor routenavigatie. Materiële paraatheid Met betrekking tot de paraatheid is de doelstelling om de materiële paraatheid te versterken. De bedrijfsprocessen worden ingericht met als streven 100% materiële paraatheid. Zonder materieel kan immers geen inzet gepleegd worden.
Alle voertuigen en gereedschappen worden efficiënt en professioneel onderhouden en periodiek gekeurd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost. In 2022 zal de VRU een centraal gelegen pand in Houten betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken. Vakbekwaamheid De initiële vakbekwaamheid van ons repressieve brandweerpersoneel wordt verzorgd door het Opleidingsinstituut Brandweeropleidingen VRU. Aspiranten worden hier opgeleid tot manschap. Daarnaast biedt het instituut opleidingen aan voor de diverse functies die binnen de brandweer worden uitgevoerd.
Na het volgen van de initiële opleiding wordt de vakbekwaamheid van het repressieve brandweerpersoneel op niveau gehouden door middel van oefeningen en bijscholingen.
Pagina
32
3.4.3 Waarop sturen we? Tabel 20 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren
5 6 7
Incidenten bestrijden Het totaal aantal incidenten Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMSmeldingen Het aantal incidenten voor hulpverlening 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen Het aantal geredde slachtoffers Het aantal inzetten voor en in buurregio’s
8 9
Vakbekwaamheid Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond
1 2
3
4
Realisatie 2021
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
8.084 4.172 547 2.042 1.583
8.350 4.250 550 2.150 1.550
8.350 4.250 550 2.150 1.550
8.350 4.250 550 2.150 1.550
3.151 231 393 1.740
3.400 200 350 2.200
3.400 200 350 2.200
3.400 200 350 2.200
787 638
650 600
650 600
650 600
123 25 231
100 160
100 160
100 160
86 15
96 20
96 18
96 18
Tabel 21 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3
Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd
Realisatie 2021
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
82%
80%
80%
80%
ja
ja
ja
ja
20%
15%
15%
15%
Pagina
33
3.4.4 Wat kost het? Tabel 22 Baten en lasten Brandweer Bedragen x € 1.000
Brandweer
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
55.011 55.011
63.179 63.179
62.034 62.034
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
1.702 1.702
1.558 1.558
1.509 1.509
Saldo van baten en lasten
-53.309
-61.620
-60.525
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
2.717 602
662 4.824
522 2.472
-55.425
-57.458
-58.575
Geraamd resultaat
Meldkamer 3.5.1 Wat willen we bereiken? De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident. De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor het programma Meldkamer 2 doelstellingen opgenomen: Wij willen meldingen van burgers sneller en slimmer ontvangen, registreren, beoordelen en bewaken, ten einde nog sneller en adequater hulp te kunnen bieden. Wij sturen op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de informatie waarover de meldkamer beschikt, en de snelheid waarmee deze beschikbaar komt ten behoeve van de uitvoering van ons werk.
3.5.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De meldkamer moet ons helpen de hulpverlening aan de burger betrouwbaar en steeds zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. De meldkamer Utrecht omarmt dan ook landelijke innovaties zoals de implementatie van de 112NL-app, waarmee we in de loop van 2022 via een chatfunctie ook
Pagina
34
kunnen communiceren met melders die niet goed kunnen horen of spreken, of die de Nederlandse of Engelse taal niet machtig zijn. In de planning van de LMS voor de aansluiting van meldkamers op de landelijke infrastructuur is vertraging opgetreden. Met de LMS maken wij afspraken over de overbrugging van de tussenliggende periode m.b.t stabiliteit en beschikbaarheid van innovatieve technologie. Voor de middellange termijn bouwen wij samen met politie, de veiligheidsregio’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek, en de Regionale Ambulancevoorzieningen van Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, aan de nieuwe, innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. In 2022 werken wij verder aan de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt.
Overdracht beheer meldkamer Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit op zijn vroegst wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum. De realisatie van de nieuwe meldkamer zal binnen de gestelde kaders gerealiseerd moeten worden. De nieuwe meldkamer moet uiterlijk in 2025 operationeel zijn. De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel structureel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Door de vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 tot 2025 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen.
3.5.3 Waarop sturen we? Tabel 23 Productie-indicatoren Meldkamer Nr. Productie-indicatoren
1 2 3
Meldkamer Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Verwerkingstijd meldingen Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar
Realisatie 2021
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
18.954
18.500
18.500
18.500
41 sec. 1
60 sec. 1
60 sec. 1
60 sec. 1
Pagina
35
3.5.4 Wat kost het? Tabel 24 Baten en lasten Meldkamer Bedragen x € 1.000
Meldkamer
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
1.296 1.296
1.506 1.506
1.401 1.401
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
-67 -67
396 396
-308 -308
Saldo van baten en lasten
-1.363
-1.110
-1.709
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
704 -
704 423
432
-2.067
-1.391
-1.277
Geraamd resultaat
Algemeen 3.6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen Het programmaonderdeel ‘Algemeen’ geeft de indirecte baten en lasten weer. Alleen directe baten en lasten die zijn toe te rekenen aan de verschillende programmaonderdelen zijn bij deze specifieke onderdelen opgenomen. De overige baten en lasten zijn opgenomen in het programmaonderdeel ‘Algemeen’. Tabel 25 Baten en lasten Algemeen Bedragen x € 1.000