CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 1 juni 2023, gemeente Utrecht48.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

35

40

45

50

55

60

De heer Te Hoonte (VVD) is hiervan op de hoogte. Hij geeft aan dat in de nota Reikwijdte en Detail nog geen sprake was van een genomen raadsbesluit over de RSU2040. Deze nota gaat over het realiseren van een energiepark. Inmiddels heeft het college de ambitie om ook een woonwijk te realiseren in dit gebied, dat ligt vast in de RSU2040. De nota Reikwijdte en Detail voldoet op dit moment niet aan de collectieve ambitie van de gemeente op die plek. Dat betekent dat de woningen later komen en eventueel niet plezierig zijn om in te wonen. De vraag aan de wethouder is of daar niet een pas op de plaats moet worden gemaakt. Er komen landelijke normen en onderzoeken aan. Dit strookt niet met de snelheid die nu gemaakt wordt door gemeente Utrecht. Als wordt gewacht tot 2035 kan ook gewacht worden op de normen voor het energielandschap. Indien met de woningbouw wil versnellen moet het met elkaar worden gematcht. De VVD wil geen windmolens bouwen in Rijnenburg. De heer Temming (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de participatie is mislukt. De wethouder heeft gezegd dat windmolens er linksom of rechtsom moeten komen. Dit college en het vorige college hebben met een tunnelvisie ingezet op windenergie in dit deel van de gemeente. Het college heeft een doel en de participerende burger is een obstakel voor het bereiken van dat doel.

Het alternatief zonne-energie is weggewuifd, want er moeten windmolens komen. Een aantal leden van deze commissie heeft een aantal maanden geleden gevraagd waarom de commissie niet kan beschikken over de MER van Rijne Energie, maar werd toen verweten het proces te vertragen. Inwoners hebben door de MER meegekregen dat zij hun leefomgeving onder dit college niet adequaat kunnen bewaken. Alles wijst erop dat alleen de rechter het plaatsen van windmolens nog kan tegenhouden. Uit eerdere zaken blijkt dat de onderbouwing voor windmolens actueel, deugdelijk en op zichzelf staand moet zijn. De NRD en de MER zijn dit niet. Er is veel veranderd sinds het begin van dit proces en bewoners maken zich zorgen. De vraag is daarom of niet een nieuwe participatie moet worden gestart. Het college kan beter terug naar de tekentafel en een geluidsonderzoek op basis van maatwerk doen. Nieuwe jurespidentie, verzet Pagina 30 van 50

van bewoners, problemen met de netcapaciteit en toekomstige landelijke geluidsnormen doen Stadsbelang Utrecht twijfelen of de windmolens er überhaupt wel komen. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Mevrouw Zwinkels (CDA) is van mening dat het proces rammelt. Er zijn veel wijzigingen in aangebracht, maar wat betekent dit voor het gelijke speelveld. In het participatieproces is veel fout gegaan. Tijdens de RIP gaf Rijne Energie aan dat hun informatieavonden matig worden bezocht. De vraag aan de wethouder is wat de gemeente met dit signaal doet. Het consortium werd verweten geen gezondheidsonderzoeken te delen, de vraag is of dit klopt en of de gemeente hierop in moet springen. Grondeigenaren willen de normen vanuit de overheid afwachten en het CDA vindt dat logisch. Daarom de vraag of het niet beter is om daarin mee te gaan. Daarnaast is gezegd dat de MER niet volstaat, de vraag aan de wethouder is hoe groot zij dit risico acht en of zij deze mening deelt. Daarnaast wil het CDA weten waarom het college geen aparte risicoanalyse wil opstellen. Het CDA constateert dat het proces steeds moeizamer verloopt. Mevrouw Smit (Volt) is van mening dat de participatie niet goed is verlopen. Er zijn scenario’s met de omgeving ontwikkeld en vervolgens aan de kant gezet. Slechte participatie is participatie waarbij de uitkomsten zonder pardon aan de kant worden geschoven, terwijl omwonenden het idee hadden dat ze mee mochten beslissen. De vraag aan de wethouder is wat zij wel een succesvolle participatie vindt en wat een graadmeter voor slechte participatie is.

Utrecht wil een goed verhaal met heldere kaders en samenhang tussen projecten. De vraag is hoe de normen die bij Rijnenburg gesteld worden zich tot de kaders in de klimaatvisie verhouden. De heer Snijder (Student & Starter) geeft aan dat Student & Starter staat voor duurzame energieopwekking. Utrecht moet daarin haar verantwoordelijkheid nemen. Windmolens bieden een uitkomst. De recente uitspraak van de rechter inzake onder andere de Carolinapolder geeft aan dat het mogelijk is om op gemeentelijk niveau geluidsnormen vast te stellen door continue de afweging te maken tussen milieubelasting en energieproductie. Om te werken met de menselijke maat moet per project constant worden afgewogen wat het meest wenselijke en haalbare is. De vraag aan de wethouder is of dit hand in hand kan gaan. Student & Starter waardeert de eerdere keuze van de gemeente voor een participatietraject, aangezien bij energievraagstukken ongebruikelijk is om omwonenden vroeg hierbij te betrekken. Deze participatie aanpak is niet standaard wat verklaart dat het niet vlekkeloos is verlopen. In hoeverre denkt de wethouder dat het nodig is geconstateerde problemen in het participatieproces op te lossen tijdens een nieuwe participatieronde en zorgt dit eventueel voor vertraging.

Daarnaast wil Student & Starter van de wethouder horen welke andere complicaties dit met zich mee zou brengen en op welke manier de wethouder ervoor zorgt dat in de toekomst de mate van inspraak voor alle deelnemers en de inzet van participatie bij toekomstige energievraagstukken bekend blijft. Tot slot de vraag op welke manier de wethouder ervoor heeft gezorgd dat het ongevestigde belang wordt meegenomen in de participatie en zo niet, gaat dat nog gebeuren? De heer Dijkstra (EenUtrecht) is verheugd met de eerste inbreng van de heer Snijder. Hij vraagt de heer Snijder of Student & Starter de participatie nog een herkansing wil geven. De heer Snijder (Student & Starter) heeft die vraag gesteld aan de wethouder en wil van haar horen of dit eventueel nodig is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt wat Student & Starter vindt als de wethouder een nieuwe participatie niet nodig acht. De heer Snijder (Student & Starter) geeft aan dat de participatie op een goede manier voltrokken is. Student & Starter wil van de wethouder weten of zij het daarmee eens is.

55

60

De heer Dijkstra (EenUtrecht) wacht het antwoord van de wethouder af. Hij raadt Student & Starter aan om het rapport van de rekenkamer te lezen, waaruit blijkt dat er eigenlijk geen participatie heeft plaatsgevonden. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt welk deel van de participatie Student&Start goed verlopen vindt. Pagina 31 van 50

De heer Snijder (Student & Starter) geeft aan dat het gaat om het eerste deel van de participatie vanaf 2018. 5

10

15

20

De heer Te Hoonte (VVD) herinnert zich dat Student & Starter kritisch was over het eerste deel van de participatie onder meer omdat er geen plek was voor een roeibaan. De heer Snijder (Student & Starter) herinnert zich dat, ten aanzien van het tweede deel dat door Rijne Energie is uitgevoerd vindt hij het belangrijk of het ongevestigd belang van toekomstige bewoners is meegenomen. De heer Koning (D66) geeft aan dat het college netjes binnen de vastgestelde kaders voor het hele project heeft gewerkt. D66 is blij met het tempo dat gemaakt wordt door toepassing van de coördinatieregeling. D66 is voorstander van windenergie in de polder Rijnenburg en Reijerscop en zou dit het liefst willen versnellen. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat D66 refereert aan kaders die zijn vastgesteld door de raad, zij herkent dit niet helemaal ten aanzien van dit project. Dan gaat het om dingen die in het coalitieakkoord zijn afgesproken of aan de tekentafel zijn vastgesteld. De heer Koning (D66) geeft aan dat de genoemde punten niet in tegenspraak zijn met de gestelde kaders. Het is belangrijk dat er formeel een bestemmingsplanprocedure is die nog vastgesteld moet worden.

25

Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan de wethouder niet strijdig met de vastgestelde kaders handelt. Er zijn echter nieuwe dingen in het project voorgekomen. D66 verwijst naar algemene kaders zoals het bestemmingsplan. Het is niet duidelijk waarom de heer Koning refereert aan deze generieke kaders.

30

De heer Koning (D66) geeft aan dat dit een reactie is op het sentiment dat gevoed wordt in dit debat. Het college doet alles conform eerdere afspraken ook met betrekking tot de coördinatieregeling die in 2017 is afgesproken.

35

40

45

50

55

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt waarom de heer Koning eerder is begonnen over de verkiezingen. Tijdens de verkiezingen stond centraal dat D66 woningen wilde en GroenLinks windmolens. Het is niet duidelijk hoe dit het democratisch besluit daarvan is. De heer Koning (D66) geeft aan dat de raad een energiekader voor het noorden van Rijnenburg heeft vastgesteld, waarin zowel windmolens als zonne-energie een plek krijgen. Binnen dat kader wordt netjes gewerkt. Daarna zijn verkiezingen geweest, waarbij het voor een groot deel draaide over de toekomst van de polder Rijnenburg. Een groot deel van de partijen waarvoor gekozen is wilde windmolens en daarnaast was er een meerderheid van partijen die tevens woningbouw wilde. Een deel van de partijen wilde zowel windmolens als woningbouw, waaronder D66. In dat kader is het niet vreemd dat er nu een combinatie komt van woningbouw en windenergie. Deze combinatie is mogelijk en D66 heeft daar alle vertrouwen in. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat in de ochtendvergadering is vastgesteld dat de coördinatieregeling in de volgende vergadering van de commissie wordt besproken, dit staat dus niet op de agenda. Hij vraagt de heer Koning of het niet goed zou zijn om energie en woonlandschap met elkaar in een onderzoek te brengen en als gemeente een plan MER te maken in plaats van dit neer te leggen bij een energiemaatschappij.

De heer Koning (D66) vindt dat de afstand tot toekomstige woningbouw zoals bij Rijnenburg ten opzichte van de windmolens goed mogelijk is. D66 wil geen onnodige vertraging ten opzichte van de realisatie van windmolens. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat er eerst een plan MER moet komen om te beslissen of het kan. Daarbij moeten afwegingen gemaakt worden hoe er zo min mogelijk hinder komt bij het positioneren van windmolens. Wellicht moeten sommige windmolens afvallen, omdat ze contrair zijn aan andere doelen van de gemeente. De heer Te Hoonte vraagt of D66 tegen het voorstel Pagina 32 van 50

stemt als uit de MER in opdracht van de energiemaatschappij blijkt dat het alleen mogelijk is als een deel van de woningen afvalt of er een andere afstandsnorm uitkomt. 5

De heer Koning (D66) geeft aan dat het onderzoek op dit moment plaatsvindt. D66 heeft er alle vertrouwen in dat het mogelijk is. Tot het tegendeel bewezen wordt is dat de mening van D66. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 de risico’s ziet dat er eventueel niet gebouwd gaat worden of dat half Rijnenburg straks ongezond woont.

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Koning (D66) veronderstelt dat deze risico’s er op dit moment niet zijn. Hij is van mening dat de heer Dijkstra bezig is zand in de motor te strooien voor realisatie van de windturbines, terwijl deze hard nodig zijn voor de energievoorziening. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 alle risico’s wegend niet van mening is dat zonneenergie en in zet op groot Rijnenburg een veel makkelijker haalbaar plan is dan het huidige plan voor windmolens. De heer Koning (D66) geeft aan dat er in verleden al veel debatten zijn gevoerd over dit onderwerp. Er heeft veel participatie plaatsgevonden en raadsleden hebben vele Utrechters gesproken. Dit is een feitelijk eerder genomen besluit. Mevrouw Smit (Volt) geeft aan dat de MER een onderbouwing is en geen keuze of norm. Het zijn geen wettelijke eisen. Daarom is de vraag aan D66 welke keuze D66 zou maken voor afstand tot woningen. De heer Koning (D66) vindt dit een vraag waaruit blijkt dat het goed is dat de MER hier beter inzicht in geeft. D66 vindt het belangrijk dat het een stuk bovenwettelijk is, maar met het wegvallen van het activiteitenbesluit is het nog belangrijker dat er een MER is op basis waarvan gemeentelijke kaders gesteld kunnen worden. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) geeft aan dat in 2007 een motie van de ChristenUnie is aangenomen om te onderzoeken of windenergie binnen de gemeente mogelijk is.

In 2008 heeft de ChristenUnie al schriftelijke vragen gesteld over windmolens in Rijnenburg. Er is dus geen sprake van een overhaast besluit en het is hoog tijd dat de windmolens er komen. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat er een meerderheid voor windmolens was, maar toch duurt het lang. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) denkt dat de vele tegengestelde meningen zorgen voor vertraging. Daarnaast is het lastig geweest om grond op deze specifieke plek te verkrijgen en er is grond op de juiste plekken nodig om windmolens neer te kunnen zetten. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat de gemeente grotendeels geen grondeigenaar is. Andersom kun je stellen dat er al lang wordt gewacht op woningbouw, wat is de mening van mevrouw Alblas daarover? Mevrouw Alblas (ChristenUnie) geeft aan dat dit debat gaat over windmolens en niet over woningbouw, op deze vraag kan zij op dit moment geen antwoord geven. Tijdens de raadinformatiebijeenkomst heeft GGD-medewerker opgemerkt dat omwonenden last kunnen hebben van een laag frequent geluid waarvoor geen wettelijke normen gesteld zijn. De vraag aan de wethouder is ervoor te zorgen dat de gemeente hiervoor wel normen opstelt, zodat de windmolens zullen worden gerepareerd. Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks de urgentie voelt om stappen te zetten om de klimaatcrisis aan te pakken.

De raad heeft een uitnodigingskader vastgesteld waarmee dit proces wordt doorlopen. Uit verschillende uitspraken van de Raad van State is gebleken dat de gemeente door kan gaan met de plannen indien zelf de wettelijke kaders worden gesteld. GroenLinks is voorstander van het opwekken van duurzame energie door middel van windmolens.

Pagina 33 van 50

De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het uitnodigingskader is vastgesteld met andere uitgangspunten dan nu, dit moet wel consequenties hebben. 5

Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat er steeds rekening is gehouden met woningbouw in het zuiden. De plannen zijn daar destijds op aangepast. Nu komt er een MER waarin duidelijk wordt gemaakt waarmee rekening gehouden moet worden op het gebied van geluid, slagschaduw en milieueffecten.

10

De voorzitter geeft aan dat de wethouder tot half zes de tijd heeft voor de beantwoording, aangezien zij daarna verwacht wordt bij het vragenuur.

15

20

De heer Van Heuven (PvdD) vindt dit een goed voorstel en geeft aan dat hij zelf om 17.15 uur weg moet. Hij merkt op dat het een saai en langdradig debat is geweest en dat het jammer is dat het debat is uitgelopen. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat het college een opdracht vanuit de raad heeft gehad in 2017. Toen is er heel uitgebreid geparticipeerd en duidelijk aangegeven waar de ruimte was en is de hoevraag gesteld. Er is uitgebreid gesproken over energieproductie en landschap en de nadelige effecten van geluid en slagschaduw. Het besluit van de raad ging over de planologische ruimte waarbinnen voorstellen gedaan konden worden. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat er destijds een scenario is geweest waarin stond dat er een scenario was met alleen zonne-energie.

25

30

35

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de hoevraag is besproken. De raad heeft gezegd dat er zon en wind mag komen. De raad heeft planologische ruimte gegeven waarbinnen initiatieven genomen kunnen worden. Er is eerst een consortium geselecteerd dat heeft gewerkt aan een precies voorstel en dat voorstel wordt uiteindelijk vastgelegd in een bestemmingsplan op basis waarvan de vergunning wordt verleend. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er een opdracht was om scenario’s vast te leggen waaronder een zonder wind. Er is een opdracht gegeven om energie op te wekken in een tijdelijk energielandschap. Daarna is het enigszins geëscaleerd, wat misschien te maken heeft met de voorkeur voor de windmolens. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de raad heeft besloten dat er ruimte is voor windmolens. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat dit is vastgesteld in 2020 en niet in 2017.

40

45

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat er in het tweede kwartaal een voorstel komt dat vervolgens de inspraakprocedure ingaat. Daarna volgt het raadsbesluit. Met dit proces houdt het college zich aan de opdrachten van de raad. Ten aanzien van participatie geeft de wethouder aan dat er heel uitgebreid geparticipeerd is. Daarbij is heel veel opgehaald en er zijn uitgebreide reactienota’s uit voortgekomen. Deze kunnen allemaal gelezen worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de wethouder hoe zij dit kan zeggen terwijl de participatie uiteindelijk een cijfer 3,4 scoort.

50

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de participatie uitgebreid is gedaan, dat is een feit. Het is echter ingewikkeld als het opwekken van duurzame energie dichterbij komt. Het is ingewikkeld om daarvoor een plek te vinden, maar dat wil niet zeggen dat het geen intensief proces is geweest, waarbij de input de uiteindelijke voorstellen enorm gekleurd heeft.

55

De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de wethouder het slechte proces negeert. De reden dat het zo slecht verlopen is, wordt tevens genegeerd en richting de bewoners geschoven. De reden dat het zo slecht is verlopen was de vooringenomenheid van het college dat aanstuurt op windmolens.

Pagina 34 van 50

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat men duidelijk is geweest over de beschikbare ruimte door middel van de hoevraag. Dat is vervelend voor de mensen die het niet willen. 5

10

15

20

25

30

35

40

De heer Daniëls (PVV) vraagt of het verwachtingsmanagement niet gefaald heeft. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat dit niet het geval is. Op dit moment zit men niet meer in de fase dat participatie opnieuw gedaan wordt. Straks is er een concreet plan dat wordt vertaald in een bestemmingsplan waarop mensen kunnen reageren. Er wordt geen draagvlakmeeting gedaan, dit is heel ingewikkeld met gevoelige bestemmingen. Er komt nog een inspraak waarop gereageerd wordt en daarna is het aan de raad zelf. De participatiebijeenkomsten van Rijne Energie worden door hen georganiseerd, aangezien zij het plan ontwikkelen. Op het moment dat het bestemmingsplan aan de orde is, wordt het weer een gemeentelijk proces. Participatie gaat over het horen van belangen en vervolgens wegen. Dit is gedaan door in de eerste fase het plan te verbreden. In de tweede fase is naar voren gekomen dat mensen zich zorgen maken over geluid en slagschaduw en daar is men op ingesprongen. Voor de toekomst wordt in de klimaatvisie gekeken of er meer zoekgebieden zijn voor windenergie. Daar komt het college op terug met nieuwe voorstellen. De vraag over het ongevestigde belang in de toekomst is het grote dilemma.

De overgrote meerderheid van mensen is voor windenergie, maar de steun neemt af naarmate het dichterbij komt in tijd en plaats, het is voortdurend zoeken naar de juiste participatievormen die bij dit dilemma horen. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat dit zou gaan over de toekomstige inwoners van Rijnenburg. Wethouder Van Hooijdonk (VVD) geeft aan dat mensen die daar ooit denken te gaan wonen zich kunnen inschrijven voor de inspraakprocedure. De gemeente kan deze mensen niet bevragen, omdat ze onvindbaar zijn. Ten aanzien van de normen geeft de wethouder aan dat verschillende partijen pleiten voor uitstel en wachten op landelijke normen. Het college is van mening dat dit niet nodig is. Het voornemen is om zich niet te houden aan de wettelijke normen en de lat hoog te leggen. De normen worden nu zelf onderbouwd en het college voelt zich gesteund door eerdere uitspraken van de Raad van State. De combinatie met woningbouw wordt in de MER bekeken. De gemeente doet de plan-MER en Rijne Energie de project-MER en deze worden in dit geval gecombineerd. De plannen worden hierin meegenomen. Er is altijd gezegd dat elke toekomst in het landschap mogelijk was en dit wordt nu getoetst in de MER. De MER wordt meegestuurd met het raadsvoorstel. Ten aanzien van de vraag over gezondheidsonderzoeken van Rijne Energie geeft de wethouder aan dat dit het college niets zegt.

In de MER wordt dit wel in beeld gebracht. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat de vraag voortkomt uit de raadsinformatiebijeenkomst.

45

50

55

Wethouder Van Hooijdonk zegt toe dit uit te zoeken. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat er nog wel risico’s kunnen zijn. Zij vraagt waarom er geen risicoanalyse gemaakt wordt. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat er op dit moment geen bijzondere risico’s zijn. Het college probeert mogelijke risico’s af te dekken, maar er is op dit moment geen reden voor een aparte risicoanalyse. Naar aanleiding van de vraag van de heer Snijder of het bepalen van eigen geluidsnormen kans biedt om mensen beter te beschermen geeft de wethouder aan dat dit inderdaad mogelijk is. Op deze locatie is meer ruimte dan op andere plekken. Deze ruimte kan gebruikt worden om een maximale afstand te creëren en voor een goed beschermingsniveau te zorgen. Bij toekomstige projecten kunnen de afstanden wellicht kleiner worden. Mevrouw Smit (Volt) vraagt hoe hetzelfde verhaal verteld kan worden met verschillende normen.

Pagina 35 van 50

5

10

15

20

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat op verschillende locaties het gesprek anders kan zijn. Bij de verschillende locaties moeten afwegingen gemaakt worden wat situationeel het zwaarst weegt. In dit geval is dat de bescherming van bewoners op geluid en slagschaduw. Naar aanleiding van de vraag over de opmerkingen van de GGD-medewerker geeft de wethouder aan dat zij contact opneemt om de ervaring uit te wisselen. Er is een formule afgesproken om tot de stilste windmolens te komen. De ontwikkelaar mag kiezen uit de drie stilste windmolens. Vervolgens worden de geclaimde prestaties gemeten en wordt de ontwikkelaar daaraan gehouden. Hiervoor vinden tussentijds metingen plaats. Over de vraag of het speelveld klopt, zegt de wethouder dat de raad planologische ruimte heeft geboden. Het ingediende plan wordt getoetst aan de planologisch ruimte. De vraag over de band met Rijne Energie is eerder gesteld. Toen zijn alle contacten in kaart gebracht met Rijne Energie en de grondeigenaren. Hier wordt met argusogen naar gekeken, dus de wethouder is hier kritisch op en probeert haar publiekrechtelijke rol zo zuiver mogelijk uit te voeren. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt reactie van de commissieleden op de rondgestuurde conceptmoties. Hij gaat deze in de raad van 16 mei 2023 inbrengen.

De voorzitter constateert dat deze twee moties worden doorgeleid naar de raad voor een kwartier en schorst de vergadering om 17.20 uur.

25

30

35

40

Verslag openbare avondvergadering commissie Energie(transitie) , Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 45

50

Datum Locatie Verslag door

donderdag 20 april 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)

N.B. Er staan gele arceringen in het verslag.

Pagina 36 van 50

Aanwezigen

5

De voorzitter, dhr. B. van Steeg, de wethouders mevrouw R. Streefland en de heer D. de Vries, de commissiegriffier mevrouw M. de Vos, Mevrouw I. Raaijmakers (PvdA), de heer R. van der Zweth (PvdA), de heer R. van der Graaf (CU), de heer H. Dekker (D66), mevrouw T. Meerding, de heer M. Usta (DENK), mevrouw J. Zwinkels (CDA), Mevrouw M. Hellevoort (GroenLinks), mevrouw L. Snippe (PvDD), de heer G. Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw C. Passier (Volt), mevrouw A. Oudejans (Student & Starter), de heer N. Temming (Stadsbelang Utrecht), het lid M. Minnaert (BIJ1).

10

Verslag openbare vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 15

Aanwezigen.....................................................................................................................................37 1. Opening.......................................................................................................................................38 12. Raadsbrief Tijdelijk wonen ........................................................................................................38 12.1 Plan van aanpak huisvesten kwetsbare Utrechters, n.a.v. Raadsbrief aanpak realisatie huisvestingsmogelijkheden in sociaal segment ..............................................................................38

20

1. Opening 12. Raadsbrief Tijdelijk wonen 25

12.1 Plan van aanpak huisvesten kwetsbare Utrechters, n.a.v. Raadsbrief aanpak realisatie huisvestingsmogelijkheden in sociaal segment

30

De voorzitter opent om 21.20 het openbare gedeelte van het debat over de agendapunten 12 en 12.1 en geeft het woord aan de fractie van de PvdA.

35

40

45

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat de nood onder de kwetsbare doelgroepen hoog is en dat de gemeente er alles aan moet doen om die te huisvesten. De fractie had gehoopt dat het college hierin verder zou zijn. Dat er landelijk meer asielzoekers komen, betekent dat er ook in Utrecht meer statushouders zullen zijn. Dat komt bovenop de taakstelling die Utrecht al voor andere doelgroepen heeft en brengt grote risico’s mee voor het sociaal domein. Het openen van extra opvanglocaties is een doemscenario dat ook voor de mensen zelf veel onrust geeft. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat bij de actie voor statushouders van vorig jaar de andere groepen het zuur en daarna het zoet werd beloofd. In hoeverre heeft de PvdA dit zien gebeuren? Mevrouw Raaijmakers (PvdA) voelt de urgentie nog steeds. Wat betreft de huisvesting voor kwetsbare doelgroepen moet er ook landelijk worden gekeken. Mevrouw Raaijmakers hoopt dat Utrecht daar ook als gemeente meer sturing op kan geven. Pagina 37 van 50

Mevrouw Zwinkels (CDA) hoopt dit ook maar vraagt wat de PvdA ervan vindt als dit vertraging voor de huisvesting van andere doelgroepen met zich meebrengt. 5

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat het budget bedoeld was voor tijdelijke woningen. De PvdA zet daar nog steeds op in. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of er misschien nog een keer zo’n actie van zes weken te verwachten is.

10

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wil niet in de toekomst kijken. Zij gaat ervan uit dat het wel gaat lukken, ook al is de urgentie bij de kwetsbare groepen nog groter dan vorig jaar. Zij vervolgt haar inbreng. Wat betreft de gemeentelijke interventies vindt mevrouw Raaijmakers dat op alle vijf treden die in de raadsbrief worden genoemd moet worden ingezet en dat er geen volgorde moet zijn in de prioriteiten. De PvdA is sceptisch over het nut van de derde trede, het benutten van de bestaande voorraad. Dit gaat vrijwel nooit over sociale huurwoningen en dus ook niet over de kwetsbare doelgroepen. De PvdA zou graag een toezegging hebben dat de bestaande voorraad alleen worden ingezet voor sociale en kwetsbare groepen. De heer Bakker (D66) vraagt waarom de PvdA het effect van doorstroming op de woningmarkt onderschat. Die is immers essentieel voor het verkrijgen van sociale huurwoningen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat dit voor de PvdA wel bespreekbaar is als een particuliere huurder bij die doorstroming een sociale huurwoning achterlaat. Zij vrees echter dat de kwetsbare groep hier niet van zal profiteren. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom de PvdA bij de derde trede op de rem gaat staan als de fractie vindt dat op alle vijf treden ingezet moeten worden. Huisvesting en … voor deze doelgroep.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat de vijf treden ten behoeve van huisvesting en sociale huur voor de kwetsbare doelgroep zijn en dat de derde trede juist deze groep niet ten goede komt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de woningmarkt één grote doorstroommarkt is. Vanuit dat oogpunt verbaast het hem dat de PvdA niet op de bestaande voorraad wil inzetten. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat het kwetsbare groepen niet lukt om daartussen te komen en dat de overheid hier een handje moet helpen. Zij denkt dat het niet gaat helpen als de markt meer ruimte krijgt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat er geen schot zit tussen sociale huur en de markt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) is van mening dat er wel zo’n schot is.

45

Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) leest in de brief dat particulieren juist ruimte maken voor deze doelgroep en vraagt hoe de PvdA daar tegenover staat. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat het hier niet over die initiatieven gaat.

50

55

60

Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt of de PvdA de verantwoordelijkheid van particuliere eigenaren in dezen niet ziet. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) herhaalt dat de PvdA wel achter de uitstroom van particulieren staat als dat de sociale huur ten goede komt. Zij vervolgt haar inbreng. Met betrekking tot trede vier vindt mevrouw Raaijmakers dat de gemeente door decentralisatie ook kansen op het gebied van beschermd wonen heeft laten liggen. Zij hoop dat de regio hierin ook haar verantwoordelijkheid gaat nemen. Tijdelijk wonen is niet ideaal maar is volgens de PvdA wel de enige maatregel die voldoende impact heeft en snel genoeg gerealiseerd kan worden. De PvdA wil geen locaties onbenut laten en wil dit ook in de volgende raad bespreken. Bij de gemeente Buurland wordt een goede start gemaakt met tijdelijke woningen voor kwetsbare doelgroepen. In Pagina 38 van 50

reactie op de waarschuwing van het college voor planuitval vindt de fractie dat de gemeente en de woningcorporaties wel door moeten gaan met bouwen voor deze doelgroep. 5

10

15

20

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de CU. De heer Van der Graaf (CU) vindt dat de inhoud van de raadsbrief tegenvalt. Het is nu geen tijd om mee te denken maar om verantwoordelijkheid te nemen en keuzes te maken. Dit jaar zijn er 600 woningen nodig voor mensen in een kwetsbare positie maar de verwachting is dat dit er nog veel meer zullen worden. De CU vraagt of hier niet nu al op geanticipeerd moet worden. Moet er extra opvang komen en wat is de inzet van het college op dat punt? De fractie had het liefst een raadsvoorstel gezien met duidelijkheid over welke stappen het college gaat zetten om zoveel mogelijk kwetsbare mensen te huisvesten. De heer Van der Graaf vraagt of de wethouder kan zeggen waarom dat er nu nog niet is. Er is een aantal maatregelen verkend, het beter benutten van de bestaande voorraad, het stimuleren van de doorstroming, woningdelen, omzetten en splitsen. Kan de wethouder aangeven wat er op heel korte termijn gewijzigd gaat worden om hierop in te zetten, en als dat niet te doen is, waarom dan niet? Er wordt dit jaar een campagne opgezet om mensen op deze mogelijkheden te wijzen.

Kan de wethouder toezeggen dat deze punten in de campagne zullen worden meegenomen? En is het mogelijk om het percentage van 30 procent toewijzing aan kwetsbare groepen naar 40 procent te verhogen? Mevrouw Meerding (VVD) vraagt wat de gevolgen zouden zijn voor de andere groepen die dan minder kans zouden maken op een sociale huurwoning.

25

De heer Van der Graaf (CU) ziet dat de nood heel hoog is bij mensen in kwetsbare posities en dat daar nu dus iets extra’s op gedaan moet worden, al vindt hij ook dat er meer permanente woningen en flexwoningen voor andere woningzoekenden moeten komen.

30

Mevrouw Meerding (VVD) ziet wel dezelfde urgentie als de CU, maar zegt dat er ook een experiment is gedaan met versneld toewijzen aan statushouders waardoor gewone woningzoekenden verder op achterstand raakten. Zij vraagt wat er voor reguliere woningzoekenden wordt gedaan.

35

40

45

50

55

De heer Van der Graaf (CU) vraagt of de VVD het ermee eens dat er wat betreft de diverse interventies versneld moet worden opgetreden. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat er in de treden één tot en met vier inderdaad versneld mag worden. De heer Van der Graaf (CU) vervolgt zijn betoog. De komende jaren zal de gemeente honderden flexwoningen nodig hebben (dit jaar nog 700 of 800), aanvullend op de permanente woningen. Dat is een grote uitdaging, maar nietsdoen is een nog grotere uitdaging. De heer Van der Graaf vraagt of een uitbreiding van de AVB(?) hierbij zou kunnen helpen. En zijn dat ook de optimalisaties van het ruimtelijke proces waar het college in de brief op doelt of zijn er nog andere optimalisaties? Er wordt ook vertraging opgelopen door de aansluiting op het net. De CU vindt dat de aansluitingen op woningen en flexwoningen hierbij voorrang moeten krijgen en vraagt of dat ook de inzet van het college is. De fractie is geschrokken van de situatie bij het Diakonessenhuis waarbij de mogelijkheden opeens gehalveerd worden. Is er al met het ziekenhuis gesproken om hier samen uit te komen en te wijzen op hun verantwoordelijkheden in dezen? Verder vraagt de fractie of er onderzocht is of de gemeente een groter financieel risico zou nemen door de exploitatietermijn te verkorten, zodat er meer locaties zouden komen.

Wanneer worden er definitieve keuzes gemaakt ten aanzien van de locaties die nu in beeld zijn? En wanneer kan het college de raad informeren over de keuze voor de locaties in 2024, zodat hier tijdig over beslist kan worden? Er wordt ook al maanden gesproken over de inzet van het eigen vastgoed van de gemeente en de verkenning van de mogelijkheden op dat vlak. Wat is er uit die verkenning gekomen? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de CU nu wel of niet op 11 of 16 mei een besluit wil nemen om van 30 naar 40 procent te gaan.

Pagina 39 van 50

De heer Van der Graaf (CU) zegt dat dat zo snel mogelijk moet gebeuren en vraagt de wethouder of er wat dat betreft nog wordt gewacht op een beslissing van de raad of op de resultaten van de verkenning. 5

10

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat dit op basis van de beschikbare informatie wel moet gebeuren. De heer Van der Graaf (CU) beaamt dit, maar wel onder de voorwaarden die in de brief worden aangegeven. Er moet samen met de woningcorporaties worden gekeken naar de locaties waar dit kan. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) zegt dat GroenLinks zich kan vinden in de vijf treden die in de raadsbrief worden genoemd, maar sluit wel aan bij het standpunt van de PvdA dat daar wel meteen aan gewerkt moet gaan worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) hoort dat volgens GroenLinks de volgorde goed is maar dat het wel allemaal tegelijkertijd moet. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) zegt dat als GroenLinks de treden zou moeten prioriteren, de fractie dat op dezelfde manier zou doen, maar dat de nood zo hoog is dat er met alle vijf tegelijkertijd aan de slag moet worden gegaan. Mevrouw Zwinkels (CDA) meent dat de interventie met betrekking tot de kwetsbare doelgroepen daar volgens GroenLinks op de vijfde plaats wel goed staat. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt hoe snel dit gedaan kan worden en wat daarvoor nodig is. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat punt vijf dan eigenlijk op de eerste of de tweede plaats zou moeten staan. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) antwoordt dat dit de wenselijke volgorde zou zijn als er een minder groot probleem zou zijn. De vijfde trede is geen ideale maatregel, maar is volgens haar wel nodig. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt wanneer het zoet voor de reguliere woningzoekenden komt.

Wat gaat GroenLinks eraan doen dat die groep bij een versnelling of een experiment niet telkens verder achterop raken? Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) antwoordt dat de andere vier van de vijf maatregelen ook voor reguliere woningzoekenden gelden. De fractie zet zich in voor de woningnood in de hele stad, maar dit gaat vooral over de kwetsbare doelgroep. Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat die andere treden inderdaad ook betrekking hebben op de reguliere woningzoekenden omdat die over het vergroten van het reguliere aanbod gaan. En als je normale percentages hanteert, dan kun je 70 procent aan de reguliere woningzoekenden toewijzen. Dat kan echter niet als je ook die vijfde stap gaat doen en de percentages om gaat keren. Dan ontstaat er een grotere achterstand dan met bijbouwen verholpen kan worden. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) wil opkomen voor mensen die geen dak boven het hoofd hebben en is daarom voor deze maatregel. De fractie sluit zich aan bij de vraag van de CU hoe het zit met het eigen vastgoed van de gemeente. GroenLinks heeft eerder ook de kostendelersnorm genoemd maar las dat niet terug in de raadsbrief. Zij zou van de wethouder willen weten of die nog steeds in het instrumentarium zit. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van D66.

Pagina 40 van 50

5

10

15

20

25

De heer Bakker (D66) merkt op dat er brede steun is om hiermee door te gaan. Hij is het met de andere fracties eens dat er nu actie moet worden ondernomen. D66 begrijpt de focus op de huisvesting van kwetsbare Utrechters, maar het hele verhaal gaat ook over zorgen voor doorstroming zodat mensen uit de sociale huur ook naar het middensegment kunnen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of D66 het ermee eens is dat er meer regulering nodig is om de doorstroom vanuit sociaal mogelijk te maken. Of is het aan de markt om dat op te lossen? De heer Bakker (D66) vraagt wat mevrouw Raaijmakers daar precies mee bedoelt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) bedoelt dat er met particuliere verhuurders dwingende afspraken worden gemaakt dat zij voorrang geven aan mensen die een sociale huurwoning achterlaten. De heer Bakker (D66) hoort andere verhalen van mensen die in een sociale huurwoning zitten en graag zouden willen en kunnen doorstromen, maar het aanbod is er niet. Hij vindt dat de gemeente eerst het aanbod goed op orde moet hebben. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt hoe D66 concreet de doorstroom vanuit de sociale huur op gang wil brengen zonder specifieke afspraken of regels. De heer Bakker (D66) geeft het voorbeeld van Overvecht. Daar zijn veel mensen die zelf willen doorstromen naar een middenwoning, maar die woningen zijn er niet.

Hij zou de woningcorporaties willen stimuleren om actiever te worden in dat middensegment. Wat hem betreft gaat dit hele verhaal over de volkshuisvesting in brede zin en niet alleen over het huisvesten van kwetsbare Utrechters. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoopt dat D66 net als de PvdA de volkshuisvesting omarmt.

30

35

40

45

50

55

De heer Bakker (D66) zegt dat hij dat woord gebruikte om mevrouw Raaijmakers positief te stemmen. Lid Minnaert (BIJ1) begrijpt dat D66 dit debat in de bredere context van de huidige woningnood ziet, maar vraagt of de fractie wel erkent dat er een verschil is tussen mensen die al een woning hebben en mensen die geen woning hebben. De heer Bakker (D66) zegt dat hij dit voor honderd procent erkent. Hij vervolgt zijn inbreng door de vijf treden langs te lopen. De eerste trede, het toevoegen van permanente woningen, is een belangrijke focus. Hij hoopt dat de bouw daarvan niet stil zal vallen en de woningcorporaties hier ook bij betrokken zullen worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat de woningcorporaties bij de eerste trede helemaal niet genoemd worden. De heer Bakker (D66) heeft zich hier ook over verbaasd. Hij vervolgt zijn betoog. Wat betreft de tweede trede, met betrekking tot de regio, verwijst de heer Bakker naar een breed gesteund amendement en zegt hij dat er bindende woonafspraken moeten worden gemaakt. Van collega’s in de regio heeft hij gehoord dat daar best ruimte is voor tijdelijke woningen. Hij hoopt dat die kansen ook opgepakt gaan worden. Volgens hem liggen er in de stad zelf ook huisvestingskansen voor kwetsbare mensen. Hij zou dat graag in een bredere campagne willen aanmoedigen.

Uiteindelijk gaat het om permanente woningen, maar D66 steunt de huidige behoefte aan tijdelijke woningen. Hij verwijst naar een afspraak met het rijk dat voor een deel garant zou staan als de gemeente een bepaald aantal woningen zou halen en vraagt wat er gaat gebeuren als dat niet zou lukken. Naar aanleiding van Wetering-Zuid vraagt de heer Bakker of de informatievoorziening richting de bewoners nu beter is. Ook vraagt hij of het college de raad kan zeggen wat het nodig heeft om hierop te versnellen. Wat betreft het verwisselen van de percentages bij de vijfde trede (30/70 naar 40/60) zegt hij dat dit wel ten koste kan gaan van het draagvlak in de stad. Hij mist in de brief informatie over hoe lang dit zou moeten duren en of er ook andere percentages zijn overwogen.

Pagina 41 van 50

Lid Minnaert (BIJ1) vraagt of D66 het eens is met BIJ1 dat woonrecht niet afhankelijk moet zijn van de vraag of er in een stad een draagvlak voor is. 5

10

De heer Bakker (D66) benadrukt dat je mede gezien de heftige reacties onder reguliere woningzoekenden heel goed moet communiceren waarom je dit doet en hoe het in elkaar zit. Hij rondt zijn betoog af door te zeggen dat dit traject wel echt in de tijd begrensd moet worden. Aan wat voor termijn denkt het college? Het een en ander moet ook goed gemonitord worden en aan de raad gerapporteerd worden. Tot slot merkt de heer Bakker op dat hij de stem van de woningzoekende in de raadsbrief miste en hier graag iets meer over zou willen horen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van BIJ1.

15

Lid Minnaert (BIJ1) merkt op dat de gemeente in de twee maanden sinds het vorige debat niet veel verder lijkt te zijn gekomen. Het lid hoopt dat er na dit debat grotere stappen gezet gaan worden om ervoor te zorgen dat kwetsbare mensen die geen dak boven het hoofd hebben zo snel mogelijk een permanente woning krijgen. Woningdelen en hospitahuur zijn voor BIJ1 geen echte oplossingen, omdat zij het traject naar een eigen woning verlengen.

20

Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat samen of gemengd wonen juist voor deze kwetsbare doelgroep interessant kan zijn. Is BIJ1 het ermee is dat hier meer ruimte voor maatwerk naar behoefte zou moeten zijn in plaats van te zeggen dat al die mensen een eigen huis moeten krijgen?

25

Lid Minnaert (BIJ1) zegt dat belangenorganisaties vragen of dit soort initiatieven vóór de opvang geplaatst kunnen worden in plaats van erna, zodat de woonladder niet verlengd maar verkort wordt. Het lid vraagt of de wethouder hierop kan reflecteren.

30

35

40

45

Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich voorstellen dat kwetsbare mensen veel hulp nodig hebben en die juist bij opvanglocaties kunnen krijgen, zodat ze dan gefaseerd kunnen uitstromen. Zij vraagt commissielid Minnaert hoe dat in zijn werk zou gaan. Lid Minnaert (BIJ1) denkt dat het daarbij juist gaat om maatwerk en verschillende behoeftes en dat er juist aan het begin moet worden gekeken wat de verschillende opties zijn. De kwetsbare doelgroep moet niet eindeloos in onzelfstandige woonvormen blijven zitten. Mevrouw Zwinkels (CDA) kan dit niet goed volgen en zegt dat BIJ1 wat haar betreft door kan gaan met haar inbreng. Lid Minnaert (BIJ1) zegt dat BIJ1 ook tijdelijke woningen als een verlenging van het traject naar een eigen woning ziet. De voorkeur van de fractie gaat uit naar het verhogen van het aantal beschikbare permanente woningen. Het huidige percentage sociale huur bij nieuwbouwprojecten is ontoereikend en moet worden verhoogd. Door de tekorten aan maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn er veel mensen die daar niet terecht kunnen en ook niet in de cijfers worden meegenomen. Het probleem is daarom nog groter dan het nu wordt voorgesteld. BIJ1 doet een dringend beroep om het percentage sociale huur bij nieuwbouwprojecten te verhogen. Tot slot sluit de fractie zich aan bij de vraag van GroenLinks over de kostendelersnorm.

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt.

50

55

60

Mevrouw Passier (Volt) is blij met de raadsbrief maar is het met de andere fracties eens dat de stappen wel wat groter zouden mogen. Naar aanleiding van de zorgen over de voortgang bij de bouwprojecten vraagt Volt of de wethouder kan zeggen of er voor andere partijen zoals STUW ruimte is om in te springen bij bouwprojecten die vertraging oplopen. Zijn er ook redenen waarom de bouw van flexwoningen vertraging op kan lopen? Mevrouw Passier had gehoopt dat de raad wat meer informatie zou krijgen over de inzet van het eigen vastgoed van de gemeente. Zij hoopt volgende maand meer te horen over de uitslagen van het onderzoek daarnaar. De fractie hoort ook graag van de wethouder wat de raad kan doen om de procedures te versnellen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvDD. Pagina 42 van 50

Mevrouw Snippe (PvDD) zegt dat zij in het besloten gedeelte van het debat eigenlijk alles al heeft gezegd. 5

10

15

20

25

30

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van het CDA. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat het CDA al jarenlang vraagt om met tijdelijke woningen aan de slag te gaan, niet als de oplossing maar wel als een hulpmiddel bij hoge nood. Voor het CDA staat de balans tussen nieuwe woningen en een prettige, gezonde leefomgeving voor de bestaande bewoners in de omliggende buurt centraal. Dat vraagt om proportionaliteit, draagvlak en dialoog. Bij Wetering-Zuid verliep het participatieproces niet goed en waren de bewoners ook niet goed geïnformeerd. Als er gaandeweg dingen veranderen, mag dat in de raadsbrieven best wat eenvoudiger en overzichtelijker. Dat geldt ook voor een lijst met kansrijke locaties. Wat het CDA in de aanpak mist, is het idee om meerdere sporen tegelijk te bewandelen in plaats van een traject met opeenvolgende treden zoals in de raadsbrief. Een verschuiving van 30 naar 40 procent is voor het CDA niet leidend. Er moet een goede balans zijn en er moet gekeken worden naar vragers en dragers. De partijen die de fractie heeft gesproken, zeggen dat zij maximaal 30 procent aankunnen. De heer Bakker (D66) vindt de verschillende treden geen slecht idee. Hij geeft aan dat het daarbij ook niet om een absolute volgorde gaat. Hij vraagt of het CDA dat heel anders ziet.

Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat er volgens haar meer plannen moeten komen voor permanente betaalbare woningen, zowel in de sociale als in de middenhuur. Het CDA staat voor de doorstroming en gelooft dat daardoor ook meer sociale huur vrijkomt. Volgens haar is er zowel bij de gemeente als bij de corporaties veel draagvlak om snel met tijdelijke woningen aan de slag te gaan. Met volgtijdelijkheid blijven er te veel kansen onbenut liggen. Zij vervolgt haar inbreng. Met betrekking tot de kwetsbare groepen vraagt zij of het college bereid is om ten aanzien van de ambulante zorg met de hulporganisaties en de woningcorporaties mee te denken. Daarbij gaat het om gemend, kleinschalig en ‘gespikkeld’ wonen. Als laatste punt merkt mevrouw Zwinkels op dat zij de transformatie van kantoorpanden in de raadsbrief heeft gemist en dat zij hierop graag een reflectie van het college zou willen horen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Stadsbelang Utrecht.

35

40

45

50

55

60

De heer Temming (Stadsbelang Utrecht) zegt dat een tijdelijke woning een tijdelijke oplossing is voor een tijdelijk probleem. Hij ziet de huidige wooncrisis als een structureel probleem dat zo niet opgelost gaat worden. Stadsbelang Utrecht heeft daar ernstige bedenkingen bij tijdelijke woningen. De heer Temming wijst op de integratieproblemen van nieuwe bewoners die een beroep doen op de toch al beperkte voorzieningen in een bepaalde buurt. De woningen zijn vaak ook van slechte kwaliteit. De fractie ziet meer in een beter gebruik van de huidige woonvoorraad en het splitsen van te grote woningen. Tijdelijke middenhuur- of vrije sectorwoningen zijn onbetaalbaar. Exploitatietechnisch moeten tijdelijke woningen dan 25 jaar blijven staan. Moet er niet gestreefd worden naar tijdelijke woningen voor een langere tijd, bijvoorbeeld 40 tot 50 jaar, met een betere kwaliteit en in verschillende categorieën? De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de VVD. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat in januari 2023 het tekort aan woningen voor kwetsbare Utrechters 500 bedroeg. In de raadsbrief van april wordt gesproken van een tekort van 2000 woningen. Volgens mevrouw Meerding is de verwachte behoefte aan woningen voor kwetsbare Utrechters niet toegenomen maar is het tekort gegroeid omdat het aantal realiseerbare woningen tegenvalt.

Zij vraagt zich af of de gemeente in januari dan wel een realistisch beeld van het tekort had en hoort graag een reflectie van de wethouder hierop. Het actieplan voor woningen voor kwetsbare doelgroepen uit 2019 suggereert dat het tekort toen al bekend was. Zij wil van de wethouder weten wat er sindsdien met dat actieplan is gebeurd en hoe het kan dat er ondanks het actieplan toch nog zo’n groot tekort is. De VVD kan zich grotendeels vinden in de vijf treden die het college in de raadsbrief aandraagt. De fractie ziet in flexwoningen een belangrijk deel van de oplossing. Het idee om 40 procent toe te wijzen aan de kwetsbare doelgroepen en 60 procent aan de reguliere woningzoekenden heeft beslist niet de voorkeur van de VVD, omdat de laatste groep hiermee op achterstand wordt gezet en het draagvlak bij deze groep aantast. In de raadsbrief Pagina 43 van 50

5

10

15

20

25

30

staat dat het aantal flexwoningen bij de Wetering-Zuid flink moet worden teruggeschroefd. Dit heeft te maken met de bouwplannen van het St Antonius. De participatie en communicatie met de bewoners zijn in dezen zeer slecht geweest. Wat is de reactie van de wethouder hierop en wil hij met de bewoners in gesprek gaan over hun zorgen ten aanzien van het onderzoek naar Place2BU? De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan zich niet voorstellen dat iemand de laatste trede niet wil benutten gezien de urgentie. Het alternatief is immers dat je urgente mensen op straat moet zetten. Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat je als gemeente wel kritisch moet kijken hoe het zo ver heeft kunnen komen, omdat niemand op die laatste maatregel zit te wachten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het terecht dat de VVD deze schuldvraag stelt maar denkt dat de keuze voor 40 procent onvermijdelijk is, ook voor de VVD. Mevrouw Meerding (VVD) is het hier niet mee eens. Volgens haar is die 40 procent niet onvermijdelijk. We onvermijdelijk is dat je die kwetsbare Utrechters een oplossing moet bieden. In noodsituaties is dat dus tijdelijke opvang. Ook de VVD wil mensen niet op straat zetten. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat het hier niet alleen om een lokaal maar ook om een landelijk probleem gaat.

Mevrouw Meerding (VVD) erkent dat er een landelijke taakstelling voor statushouders is en dat de instroom ook landelijk is. Daar is niets aan te doen. Zij heeft echter niet gezien dat er iets gedaan is met het gemeentelijke actieplan uit 2019. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat het aanbod aan sociale huur ook een landelijk probleem is en dat de schuldvraag niet alleen bij het college ligt. Wat zijn volgens de VDD de oplossingen om meer sociale huur te krijgen? Mevrouw Meerding (VVD) noemt bouwen in Rijnenburg als een van de oplossingen. Maar dat gaat niet gebeuren.

35

40

De voorzitter merkt op dat dit debat over tijdelijk wonen gaat. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de VVD mogelijkheden ziet om landelijk te lobbyen voor meer sturing aan de uitstroompercentages omdat Utrecht daar ook lokaal taakstellingen voor gaat krijgen. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de taakstelling voor kwetsbare jongvolwassenen niet vanuit het rijk komt maar dat Utrecht die aan zichzelf heeft opgelegd. Dat moet je als gemeente dan ook wel goed regelen.

45

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van EenUtrecht.

50

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of er morgen gestart worden met trede zes, extra opvanglocaties. De nood is nu zo hoog dat op alle zes treden tegelijk moet worden ingezet. Is de wethouder bereid om morgen een raadsvoorstel voor 40 procent urgent te sturen, vast te stellen op 11 mei? Deelt het college de mening van EenUtrecht dat er op trede drie nog veel meer te halen is. Is het college bereid om nog voor de zomer een actieplan voor het beter benutten van de bestaande bouw aan de raad te bieden?

55

60

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Student & Starter. Mevrouw Oudejans (Studente & Starter) zegt dat de woningcorporaties terughoudend zijn wat betreft het toevoegen van permanente socialehuurwoningen. Student & Starter stelt voor om anders te kijken naar de samenwerking met de woningcorporaties. Het is goed dat het toevoegen van tijdelijke woningen wordt gezien als een aanvulling op de woonvoorraad en niet als een doel op zich. De periode tussen sloop en nieuwbouw kan hierbij goed als overbrugging dienen. Al Pagina 44 van 50

5

10

15

20

25

eerder heeft Student & Starter de wethouder gevraagd welke mogelijkheden hij ziet om tijdelijke woningen te realiseren op plekken waar nog gebouwd gaat worden. Kan de wethouder toezeggen dat hier in de toekomst scherp op gelet zal worden? Student & Starter is positief over een tijdelijke verhoging van het percentage kwetsbare doelgroepen van 30 naar 40 procent. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt Student & Starter of de maatregel op trede vijf niet beter wat later kan worden genomen, op het moment dat de gemeente goed op weg is met de productie. Mevrouw Oudejans (Studente & Starter) kan zich voorstellen dat dat een goede oplossing zou zijn. Maar gezien de nijpende woningnood wil zij hard aan de slag met de huisvesting van de kwetsbare doelgroepen en later kijken wat voor effect dat op de woningvoorraad heeft. Mevrouw Zwinkels (CDA) ziet niet zoveel in de verhoging van het percentage maar ziet meer in een verdeling over zoveel mogelijk verschillende projecten en in maatwerk. Is Student & Starter het met het CDA eens dat dat op korte mijn veel winst kan geven? Mevrouw Oudejans (Studente & Starter) is het daarmee eens als er een balans kan worden gevonden tussen maatwerk en vaart maken met het huisvesten van de kwetsbare doelgroepen. Zij vervolgt haar betoog.

Bij het realiseren van de tijdelijke woningen is van het groot belang om ook te luisteren naar de stem van mensen die nog niet in de stad zijn gehuisvest. Zijn er al concrete ideeën om deze mensen ook een stem te geven in dit proces en kan de raad hierover terugkoppeling krijgen? Kan de wethouder de raad tijdig informeren over eventuele tegenslagen en welke maatregelen er worden genomen om die nu al zo goed mogelijk op te vangen? De fractie sluit zich aan bij de vraag van het CDA of de raad een update kan krijgen over de transformatie van kantoorpanden. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van DENK.

30

35

40

45

50

55

60

De heer Usta (DENK) sluit zich aan bij de inbreng van de PvdA, dat alle treden gebruikt moeten worden. DENK sluit zich ook aan bij het voorstel van BIJ1 om het percentage sociale huur voor kwetsbare groepen drastisch te verhogen. Als er geen haast wordt gemaakt met het bouwen, moeten er mensen op straat slapen. Is het college het met de fractie eens dat de gemeente zo snel mogelijk van de theorie naar de praktijk moet? De voorzitter schorst de vergadering zodat het college zich kan voorbereiden op de beantwoording van de gestelde vragen. De voorzitter heropent de vergadering om 22.40 en geeft het woord aan wethouder De Vries voor de beantwoording van de vragen. Wethouder de Vries geeft een algemene inleiding. Op de vraag wat het college van de raad nodig heeft antwoordt hij dat tijdelijke woningen binnen de stad onder de collegebevoegdheid vallen, zolang dat aantal onder de honderd blijft. Daarop zou dus vaart kunnen worden gemaakt. Als het aantal daarboven zou komen, zou een verklaring van geen bedenkingen en prioritering in de raadscommissie het proces kunnen versnellen. Met name op het gebied van tijdelijk wonen moet het stapelen van ambities worden voorkomen. Er zitten flinke verschillen tussen de locaties en dat heeft te maken met de kwaliteit van de woningen. Dat kan niet altijd en overal een tien zijn.

Wat betreft de vijf treden in de raadsbrief zegt de wethouder dat daar geen volgordelijkheid in zit en dat die nu allemaal ingezet moeten worden. Het liefst zou de gemeente grotere aantallen permanente woningen toevoegen. Als je de diverse treden afloopt, dan worden de oplossingen vaak minder duurzaam en misschien ook wel duurder. Opvang is daarbij de duurste oplossing en misschien ook wel de minst duurzame. De wethouder antwoordt op de vraag van de PvdA met betrekking tot de bestaande woningvoorraad. Het college wil die echt benutten. Daarbij gaat het niet alleen om splitsing of doorstroming maar ook om woningdelen. Het college wil de mogelijkheden daartoe onderzoeken, zowel bij de corporaties als bij particulieren. Er komt ook een campagne gericht op het woningdelen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat dit wel heel weinig zekerheid geeft met betrekking tot de doorstroom vanuit de sociale huur. Daarvoor is meer vastigheid nodig. Pagina 45 van 50

5

Wethouder de Vries zegt toe dat het college in Q4 met een plan komt ten aanzien van de bestaande woningvoorraad. De effecten daarvan zullen pas volgend jaar te zien zijn. Hij vervolgt zijn beantwoording. Wat betreft de verantwoordelijkheid van de regio zegt de wethouder dat de woonzorgvisies regionaal worden afgestemd en daarbij komen ook fairshare-afspraken terug. Het collega gaat er alles aan doen om het tijdelijk wonen te versnellen en wil daarbij geen locatie onbenut laten. Wat betreft de waarschuwing voor planuitval van het college, zegt de wethouder dat de corporaties anticyclisch door kunnen bouwen. Zij kunnen een stap vooruit zetten waar marktpartijen dat niet kunnen.

10

Mevrouw Passier (Volt) vraagt op welke termijn de raad informatie over de voortgang kan krijgen.

15

Wethouder de Vries antwoordt dat er op dit moment al periodiek overleg is. Ook in de voorjaarsnota zal het college met een aantal concrete voorbeelden komen wat betreft locaties waar een klap op kan worden gegeven. Mevrouw Passier (Volt) vraagt of dat in combinatie met de woningcorporaties gaat gebeuren. Wethouder de Vries zegt dat die daar ook een onderdeel van zijn.

20

25

30

35

40

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of dit de voorkeur van het college heeft. Kunnen de corporaties voor kwetsbare doelgroepen iets doen wat anderen niet kunnen? Wethouder de Vries zegt dat die gesprekken lopen en dat er productieoverleg is. Daarnaast zijn er prestatieafspraken. Het college voelt de urgentie en dat geldt zeker voor de woningcorporaties. Op de vraag van de CU waarom er nu nog geen raadsvoorstel is antwoordt de wethouder dat er wel een plan van aanpak is toegezegd. In de huisvestingsverordening zijn mogelijkheden opgenomen voor omzetten en splitsen. Daarin staat ook het vergunningsvrij toestaan voor drie personen. In de communicatiecampagne zal ook worden gesproken over de maatregelen die verhuurders kunnen nemen, zoals de mogelijkheden voor woningdelen. Dan gaat het onder andere over Kamers met Aandacht en Hospi Housing. Die partijen gaan dit zelf doen en komen ook met een eigen, gezamenlijk platform met een informatievoorziening. Naar aanleiding van de vraag of de gemeente het percentage woningen voor kwetsbare doelgroepen per direct van 30 naar 40 procent kan verhogen zegt de wethouders dat het percentage in 2022 al op 35 procent van het totaal zat. Dit wordt samen met de woningcorporaties zorgvuldig aangepakt. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de raad een raadsvoorstel gaat krijgen over hoe de percentages per wijk worden ingevuld.

Wethouder de Vries zegt dat dit in principe collegebevoegdheid is en dat het college dit samen met de corporaties oppakt. Daarbij zal een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat er zou gebeuren als het college er op dit punt niet met de corporaties niet uit zou komen.

45

50

55

60

Wethouder de Vries benadrukt dat de corporaties ten aanzien van de versnelde opvang voor statushouders hun nek hebben uitgestoken en dat de samenwerking tot nu toe heel goed gaat. Mocht dat niet zo zijn, dan komt hij daar zeker op terug. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of dat ook een toezegging is. Wat zijn de financiële consequenties als de gemeente een deal sluit om dat percentage te verhogen en wat brengt dat voor begeleiding met zich mee? Wethouder de Vries antwoordt dat begeleiding een van de dingen is die de gemeente moet gaan organiseren. Mochten daar extra financiële middelen voor nodig zijn, dan moet het college daarmee altijd naar de raad. Hij vervolgt zijn beantwoording met een reactie op de vraag van de VVD wat een gewijzigd percentage voor de 60 procent reguliere woningzoekenden betekent. Volgens hem moeten er juist daarom meer woningen komen. Daarover kan de wethouder nog geen concrete toezegging doen. Hij herhaalt dat een verklaring van geen bedenkingen van de raad zou helpen om het proces te versnellen en hoopt dat de raad dit in de agendering gaat prioriteren. Pagina 46 van 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a0056039-6956-4370-a9f1-7a302f87aff9