Agendabundel
Tekst van het document
15
20
25
30
Wethouder De Vries zegt dat dit klopt. En voor de groepen wil hij nu de basis formuleren en over de specificatie ervan in 2024 het verdere debat voeren. In reactie op de vraag naar het functioneren van urgentie voor fysieke beperkingen geeft hij aan dat hij geen geluiden heeft dat dit niet goed gaat. Hij vraagt om hierop terug te komen bij signalen dat dit niet voldoende functioneert. Arbeidsmigranten zijn een kwetsbare groep, maar dit betreft niet de urgentie bij huisvesting. Arbeidsmigranten dienen werk te hebben en hun huisvesting valt in beginsel onder verantwoordelijkheid van de werkgever. Hij wil deze groep wel meenemen in de woonzorgvisie om daar goed aandacht aan te kunnen besteden. De heer Van der Zweth (PvdA) weet hoe het zit, maar hij vraagt of het zou helpen om de groep arbeidsmigranten toe te voegen aan kwetsbare groepen. Wethouder De Vries maakt om deze reden de opmerking over de woonzorgvisie. Dat kan eventueel het gevolg hebben dat de groep wordt aangewezen als aandachtsgroep. In de huidige verordening is dit niet het geval. De heer Van der Zweth (PvdA) wacht dit af en vraagt de toezegging dat de wethouder terugkoppelt over wat wordt besloten, zodat de raad kan beslissen of dit logisch is.
35
40
45
50
55
60
Wethouder De Vries zegt dat de woonzorgvisie naar raad komt. De nieuwe wet zal ook implicaties hebben voor de verordening. Het college neemt dit mee in de aanpassing en komt dan terug in de raad. Over mensen die een kleinere woning terugkrijgen na sloop en nieuwbouw geeft hij aan dat de afweging de schaarste van ruimte betreft en een zorgvuldige, eerlijke verdeling daarvan, zowel voor eenpersoonshuishoudens als grotere gezinnen. Buurtvoorrang kan gelden voor de hele stad of per wijk. Ook hierover wil hij later doorspreken. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt hoe de wethouder de bezettingsnorm matcht met zijn opmerkingen zojuist over sloop-nieuwbouw. De bezettingsnorm geldt nu onverkort. Het is mogelijk dat bij sloop-nieuwbouw iemand terugkomt in een woning die bijna halveert. Dit voelt niet rechtvaardig, zeker als mensen niet voor de sloop zijn. Wethouder De Vries heeft niet idee dat hier sprake is van een knelpunt. Als dat zo is, moet het college daar iets aan doen. Nu zijn relatief veel eenpersoonshuishoudens op zoek naar een huis. Als een kleiner huishouden terugkeert in een kleinere woning, kan een gezin in de grotere. De gemeente is zeer kritisch op sloop-nieuwbouw. In de prestatieafspraken komt een leidraad over sloop-nieuwbouw. Soms is tevens sprake van doorschuiven, niet alleen verhuizen en terugkomen. De gemeente werkt hierin zo zorgvuldig mogelijk.
In reactie op EenUtrecht zegt de wethouder dat benutten van de bestaande voorraad belangrijk is, juist vanwege het grote tekort. Dit jaar start een campagne in de stad over woning delen. In de volgende wijziging van de huisvestingsverordening is het de bedoeling om te onderzoeken of het gebiedsgericht mogelijk is om de teugels wat te laten vieren. Dit geldt bijvoorbeeld het punt vergunningsvrij voor drie personen of zelfs meer, versus de leefbaarheid. Het is belangrijk om dit goed te monitoren alvorens besluiten te nemen. Pas later wil hij kijken of nog iets veranderd moet worden. Dit geldt ook bij omzetten en splitsen van woningen. Pagina 14 van 50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of dit jaar nog een voorstel komt voor het in bredere zin beter benutten van de bestaande woonvoorraad. 5
10
15
20
25
30
Wethouder De Vries heeft een brief toegezegd in Q2. Dan ligt er nog geen voorstel voor splitsen in verschillende wijken. Wel zal hij specifiek reflecteren op gebruik van de bestaande woningvoorraad en wat waar kan in welke vorm en wat niet kan. In reactie op D66 meldt hij dat omzetten naar vier personen technisch mogelijk is, maar de balans met leefbaarheid is enorm belangrijk. Het nadeel van vrijstelling is dat geen voorwaarden gesteld kunnen worden en daar wil hij terughoudend mee omgaan. Het CDA vraagt naar gezinnen met een scheiding. Het klopt dat een eengezinswoning die wordt gebruikt voor woningdelen niet meer beschikbaar is voor een gezin. Dit is een afweging. Hij wil eerst kijken naar de effecten van de huidige aanpassing en dan terugkomen bij de raad om te bespreken over verdere stappen wenselijk zijn. Hij ondersteunt oproep om woningzoekende meer te betrekken. Hier wordt aan gewerkt. Het is mogelijk om de leeftijd voor seniorenvoorrang aan te passen. Belangrijk is om te bedenken dat niet iedereen lang fit blijft. Dit is nu de huidige grens, en er komen ook verzoeken om juist de grens te verlagen om meer vitaliteit in een complex mee te nemen. Op de opmerkingen over kinderopvang en boa komt hij later terug. Het lotingspercentage van 10% is opgenomen in het coalitieakkoord. Dit wil hij nu behouden en volgen wat dit doet.
Over de rol van de woningcorporaties geeft hij aan dat zij al een grote rol hebben. Hun expertise en achtergrond zijn groot en volkshuisvesting is een ambacht. Tegelijk is volkshuisvesting net als onderwijs van ons allemaal. Het is zoeken naar de juiste balans. Hij wil gezamenlijk oplopen en tegelijk letten op democratische legitimiteit. In reactie op de opmerkingen over de lange wachttijd voor jongeren wijst hij op het percentage dat in het coalitieakkoord is opgenomen. Wellicht is het mogelijk om te kijken naar andere manieren, zoals inschrijven vanaf jongere leeftijd. Dit wil hij in kaart brengen en hierover het debat voeren in 2024. Over de onzekerheid voor studenten en het meenemen van hen bij buurtvoorrang geeft hij aan dat studenten ook jongeren zijn, en daar liggen kansen. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) vraagt juist naar tijdelijke bewoning door studenten.
35
40
45
50
Wethouder De Vries wil ook daarover doorspreken in het vervolgdebat over de nadere regels. Buurland gaat verdwijnen. Hij zegt dat er zeker kansen liggen om dit op te nemen als experiment. Hier liggen zeker kansen en zijn zegt toe dit te gaan onderzoeken. In reactie op de vraag van het over de bezettingsnormtabel en de betekening ervan voor gezinnen, merkt hij op dat het een kleine wijziging betreft. De groep eenpersoonshuishoudens wordt groter. Door deze kleine aanpassing hebben ze een iets grotere kans om in aanmerking te komen voor een woning. Hij verwacht een minimaal effect op gezinnen, want de grotere woningen blijven juist voor hen beschikbaar. Het is belangrijk dit te blijven monitoren. Mevrouw Meerding (VVD) ziet niet terug in het voorstel dat het gaat om wat grotere woningen. Het lijkt erop dat de hele norm wordt losgelaten van meer dan 60m2. Wethouder De Vries zegt dat de norm niet wordt losgelaten. Door te sleutelen aan de norm, verwacht hij meer balans in de woningvoorraad. Dit betreft een beperkte verschuiving omdat er relatief meer eenpersoonshuishoudens en minder gezinnen zijn. Het is goed om dit te blijven volgen, maar hij verwacht dat grotere gezinnen die meer kamers nodig hebben hier geen last van hebben. Mevrouw Meerding (VVD) naar het aantal vierkante meters wat de wethouder bedoelt bij een kleinere ruimte.
55
Wethouder De Vries komt daarop terug. Over de voorrangsvolgorde en het maatwerk zegt de wethouder dat in de huisvestingsverordening juridisch de rangorde wordt vastgelegd. Daarbinnen hebben de corporaties ruimte voor maatwerk en dat moeten ze verantwoorden. De verordening is het juridische stuk erbij. Hij wil verder gaan met experimenteren met buurtbinding voor ouderen. Pagina 15 van 50
5
10
15
20
25
30
35
40
De corporaties wensen juist meer mogelijkheid tot maatwerk. Spannend is dat de wet dit niet altijd toestaat. De corporaties zoeken manieren om complexe aandachtsgroepen beter te mengen. Gezamenlijk met de corporaties wil hij met het experimenteerartikel op zoek om hier gezamenlijk in op te trekken. De fout in verordening is ontdekt en aangepast en dit heeft gelukkig geen negatieve gevolgen gehad. In reactie op BIJ1 meldt de wethouder dat buurtvoorrang voor mensen die geen gebruik kunnen maken van de terugkeerregeling al bestaat. Dit is de stadsvernieuwingsurgentie. En bij dak en thuislozen is er alleen een mogelijkheid voor mensen uit de maatschappelijke opvang. Technisch is het wel mogelijk hier iets aan te doen en hij begrijpt de opmerking om te zoeken naar balans. Vanavond is er debat over aandachtsgroepen en hij stelt voor om dit mee te nemen. Echter betekent dit wel weer iets voor de toename van de druk bij de reguliere woningzoekende. Commissielid Minnaert (BIJ1) vraagt of vraagt of het uitsluitsel over het wel of niet meenemen van deze groep kan worden opgenomen in de toegezegde brief. Wethouder De Vries zegt dit toe en hij nodigt uit om hier ook vanavond al verder over te spreken, met name over dak- en thuislozen zonder indicatie. Bij woonoverlast is er is niet altijd sprake van daadwerkelijke overtreding. Bij acute overlast kan de politie gewaarschuwd worden.
Eventueel zijn bestuursrechtelijke maatregelen mogelijk, maar eerst kan vanuit de buurt zelf een aantal stappen genomen worden. Eerder genomen besluiten over het experimenteerartikel zijn niet onrechtmatig. GroenLinks vraagt naar de buurtagenda’s in wijken. Dit punt wil hij meenemen in volgende debat en in de brief in Q2. Percentages aandachtsgroepen: per groep is het nodig om de afweging maken en dit wordt opgenomen in bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten. Het antwoord op de vraag naar een standaardbrief aan huurders over wat te doen bij misstanden vereist wat uitzoekwerk, rond privacy, kosten, en capaciteit. Hij komt hierop terug in de brief in Q2. In reactie op Stadsbelang Utrecht over de regionale huisvestingsverordening geeft hij aan dat regionale afstemming wettelijk verplicht is op basis van de Woningwet. Eventuele moties en amendementen wacht hij af. Over meer vraaggericht toewijzen zegt hij dat vraag en aanbod niet altijd matchen. Wel is het de bedoeling om bij bouwactiviteiten zoveel mogelijk rekening te houden met de vraag. PvdD vraagt naar vergunningsvrij bewonen en het monitoren van klachten. Het aantal overlastmeldingen wordt bijgehouden. De gemeente blijft dit volgen, ook in relatie tot het vergunningsvrij woningdelen. Trend wil hij goed evalueren en erop terugkomen. En het is altijd mogelijk om dit te wijzigen.
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt naar een mogelijke meldingsplicht bij woningdelen. Wethouder De Vries zegt dat dit niet uitvoerbaar is. De voorzitter vraagt naar gemiste antwoorden.
45
Mevrouw Meerding (VVD) heeft gevraagd naar de uitvoerig motie over voorrang voor vitale beroepen voor middenhuur. Wethouder De Vries komt hierop terug in de brief in Q2.
50
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt waarom de meldplicht niet uitvoerbaar is. Wethouder De Vries verwijst naar de beperkte capaciteit, terwijl de huidige manier werkt. Bij vragen naar aanleiding delen of splitsen van een woning wordt daar al specifiek naar gekeken.
55
60
Tweede termijn De heer Bakker (D66) begrijpt dat pas in 2024 meer inhoud gegeven kan worden aan de regulering van doelgroepen en beroepsgroepen. Hij vraagt of het mogelijk is eerder al te komen met een eerste voorzet, om dit goed te verankeren. Verder vraagt hij naar het vervolgproces voor uitbreiding tot vier of meer personen bij vergunningsvrij woningdelen. Pagina 16 van 50
5
10
15
De heer Van der Zweth (PvdA) wil ook graag meer tempo over beroepsgroepen en buurtvoorrang. Hij vraagt naar een meer concreet antwoord op zijn vraag over inschrijving 16 in de brief in Q2. Wethouder De Vries wil in de brief reflecteren op de leeftijdsgrens van 16 jaar. Eventuele aanpassing kan dan besproken worden in het debat in 2024. Over beroepsgroepen en voorrang meldt hij dat er al experimenten zijn met voorrang, voor middenhuur. Nu wil hij eerst de basis op orde brengen en dan in een keer goed uitbouwen. De voorzitter concludeert dat de verordening als bespreekpunt naar raad gaat van 11 of 16 mei met een spreektijd van 45 minuten. De heer Van der Zweth (PvdA) overweegt een motie over vormgeven van de bezettingsgraad. De heer Bakker (D66) overweegt een motie over zijn twee ingebrachte punten.
20
Mevrouw Meerding (VVD) verwacht antwoord op haar vraag bezettingsnorm en overweegt op basis van de beantwoording een motie in te dienen.
25
De griffier meldt de volgende toezeggingen in de brief in Q2, voorafgaand aan de raadsbehandeling: • Verwijderen van het woord kansrijk uit het voorstel • Nadere regels betreffende buurtvoorrang • Reflectie op aanpassen van de leeftijdsgrens • Reflectie op een standaardbrief over misstanden
30
De voorzitter concludeert dat punt 8.1 naar de raad gaat met een bespreektijd van 45 minuten. Agenda punt 11 wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
35
11. Raadsvoorstel Verduurzaming particuliere woningen en Verduurzaming woningen in niet-corporatiebezit Dit onderwerp is doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. De voorzitter schorst de vergadering om 13.10 uur.
40
45
50
Verslag openbare middagvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen Pagina 17 van 50
5
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
20 april 2023 Stadhuishal, stadhuis mw. J.M. Bosma (Notuleerservice Nederland)
N.B. Er staan gele arceringen in het verslag.
Aanwezigen
10
15
Dhr. C. Bos (voorzitter agendapunt 9), dhr. B. van Steeg (voorzitter agendapunt 10), wethouder Van Hooijdonk, de leden mevrouw Alblas (ChristenUnie), Dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), mw. V. Smit (Volt), dhr. Van Heuven (PvdD), dhr. J. Cornielje (PvdA), dhr. Vasters (D66), mw. R. Heijne (GroenLinks), dhr. G.J. te Hoonte (VVD), mw. J. Zwinkels (CDA), mw. A. Oudejans (Student & Starter), dhr. R. Daniëls (PVV), dhr. Koning (D66), dhr. R. Snijder (Student & Starter), dhr. Temming (Stadsbelang Utrecht)
Afwezigen
Dhr. C. Bos (Stadsbelang Utrecht) en mevrouw L. Snippe (PvdD)
Verslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen 20
25
Aanwezigen.....................................................................................................................................18 Afwezigen........................................................................................................................................18 1. Opening en mededelingen ..........................................................................................................18 9. Beantwoording SV 2022 nr. 228 over Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven................18 10.Besluitvorming windmolens in Rijnenburg en Reijerscop ..........................................................27
1. Opening en mededelingen
De voorzitter heropent de vergadering om 14.00 uur en heet iedereen van harte welkom. 30
35
9. Beantwoording SV 2022 nr. 228 over Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven
De voorzitter meldt dat dit punt geagendeerd is door de fracties van EenUtrecht, Volt, PvdA, D66, GroenLinks, VVD, CDA, Student & Starter en PvdD. De behandeltijd bedraagt 60 minuten. De agenderende fracties willen met elkaar en met de wethouder in debat over ‘Ruimte voor lokale energie-initiatieven’, mede naar aanleiding van de beantwoording op schriftelijke vragen hierover. De voorzitter geeft als eerste indienende fractie het woord aan de heer Dijkstra (EenUtrecht).
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom de raad zou willen kiezen voor het lokale collectieve warmtenet. Naast de kosten zijn er nog vier andere waarden, nl. duurzaamheid, leveringsbetrouwbaarheid, financiële betrouwbaarheid en betrokkenheid van de Utrechters. Op basis van deze vijf waarden dienen lokale initiatieven te worden afgewogen tegen de centrale oplossing van stadsverwarming van Eneco.
45
De heer Vasters (D66) ziet mogelijk extra bureaucratie ontstaan, hoe wil EenUtrecht zorgen voor een objectieve beoordeling. Pagina 18 van 50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat er geen sprake is van meer bureaucratie. De kosten zijn belangrijk, maar die worden wel heel dominant beoordeeld, terwijl er ook veel discussie over is. De andere vier waarden dienen bij de afweging gelijk te worden meegenomen. 5
De heer Vasters (D66) begrijpt de opmerking van de heer Dijkstra inzake de criteria, maar vraagt zich af hoe betrokkenheid gemeten kan worden.
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat er indicatoren zijn om te meten in hoeverre warmtebronnen duurzaam zijn. Betrokkenheid is echter niet in een cijfer uit te drukken. Er kan wel getoetst worden of bewoners in een gebied van lokale initiatieven voldoende betrokken zijn.
15
Mevrouw Heijne (GroenLinks) merkt op dat de raad eerder een keuze heeft gemaakt in de Transitievisie Warmte voor de beoordeling van energietransitie systemen. De criteria die zijn vastgesteld zijn kosten, duurzaamheid, betrouwbaarheid, transparantie en zo min mogelijk gedoe voor bewoners. Deze criteria komen redelijk overeen met de criteria van de heer Dijkstra.
20
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat betrokkenheid breder uitgelegd moet worden en dat gebeurt onvoldoende. Op dit moment wordt vooral naar kosten gekeken en worden de overige criteria te weinig meegenomen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt dat het proces voor bewoners niet transparanter wordt door besluiten van de raad steeds weer ter discussie te stellen. De raad dient vast te houden aan de eerder vastgestelde criteria. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat energiecollectieven het met EenUtrecht eens zijn. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de uiteindelijke beslissing inzake de warmtebronnen wordt genomen bij het wijkuitvoeringsplan en die beslissing is nog niet genomen.
30
35
40
45
50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) beaamt dat, daarom wordt deze discussie net op tijd gevoerd. De vraag is of de stadverwarming van Eneco snel genoeg CO2 neutraal is. De gemeente heeft in een voortreffelijke reactienota aangegeven dat men in 2025 op 50% uitkomt, o.a. door de biomassa. Eneco komt op 40% uit. De vraag aan de wethouder is hoe de raad kan controleren of de cijfers van Eneco kloppen en dan met name of de biomassa aan alle duurzaamheidseisen voldoet. Daarnaast is de vraag aan de wethouder of er kostentechnisch sprake is van een gelijk speelveld bij het vergelijken van de lokale initiatieven en de stadverwarming. De gemeente geeft aan dat dit het geval is, maar bewoners geven aan dat dit niet klopt. De berekeningen zijn niet transparant en conclusies niet overtuigend. EenUtrecht stelt voor samen met bewoners een expert te benaderen om onafhankelijk vast te stellen wie er gelijk heeft. Dan hoeft niet alles opnieuw nagerekend te worden, maar wordt wel de angel eruit gehaald. Mevrouw Heijne (GroenLinks) merkt op dat is geprobeerd vat te krijgen op de ingewikkelde berekeningen, maar zelfs de raadsleden snappen het nog niet helemaal, dus de vraag is wat een extra expert zou opleveren. De onderzoekers geven duidelijk aan dat de kosten zijn meegenomen en de punten tegen elkaar zijn afgewogen. Op dit punt moet de raad op de onderzoekers vertrouwen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat een aantal bewoners die zelf expert zijn, de berekeningen blijven betwisten. Om de angel eruit te halen, helpt het om een derde neutrale partij in te schakelen die van gemeente en bewoners gezamenlijk de opdracht krijgt om de berekeningen te checken. De voorzitter vraagt de heer Dijkstra om zijn antwoorden kort te houden.
55
60
Mevrouw Heijne (GroenLinks) is van mening dat alles is gedaan om samen met de bewoners de berekeningen inzichtelijk te krijgen, zij betwijfelt of inschakelen van een derde partij verbetering brengt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat er nog geen gezamenlijke opdracht is gegeven die onafhankelijkheid geeft. De gezamenlijkheid wordt betwist door de bewoners. Pagina 19 van 50
5
Om alsnog te komen tot een gelijk speelveld zijn nog vier spelregels nodig, nl.; het volledig meenemen van alle kostenposten, het uitwerken van een financieringsregeling, het actief ondersteunen in verwerven van subsidies en als gemeente echt zoeken naar de vraag wanneer een lokaal initiatief kan en zich als partner opstellen.
10
Mevrouw Smit (Volt) geeft aan dat de lokale initiatieven een droom lijken, maar in de praktijk is het een hoofdpijndossier. Bewoners dienen het op te nemen tegen gevestigde commerciële partijen, waarbij de bewoners het vaak afleggen. Dit terwijl landelijk is vastgelegd dat minimaal 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd bij duurzame opwekprojecten. De burgers dienen een centrale rol te krijgen in de energietransitie. De gemeente dient zelf een duidelijke ambitie te hebben op het gebied van financiële participatie bij energieprojecten. Om dit adresseren is Volt voornemens een initiatiefvoorstel te schrijven over financiële participatie en een gezamenlijke werkmethode tussen de gemeente en lokale warmte- en elektriciteitsinitiatieven.
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat bewoners en grote partijen wel samenwerken, daarbij kan de gemeente ook partner en co-financier zijn in plaats van alleen adviseur.
20
Mevrouw Smit (Volt) beaamt de opmerking van de heer Dijkstra. De lokale partij is in dat geval voor 50% eigenaar. Mevrouw Heijne (GroenLinks) deelt met Volt dat initiatieven van bewoners partner moeten zijn in de energietransitie. Vindt Volt ook dat het belangrijk is dat verschillende initiatieven vergelijkbare ondersteuning moet worden geboden?
25
Mevrouw Smit (Volt) geeft aan het hiermee eens te zijn, de gemeente kan beleid voor ondersteuning opstellen, bijvoorbeeld met bestemmingsplannen en leges.
30
De heer Cornielje (PvdA) is van mening dat lokale energie-initiatieven het draagvlak kunnen vergroten, de gemeente moet deze initiatieven omarmen. Bovendien kunnen deze initiatieven zorgen voor minder afhankelijkheid van monopolisten. De kaders van de raad moeten echter wel meegenomen worden, deze gelden zowel voor lokale initiatieven als voor grote projecten.
35
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de raad via een amendement heeft bepaald dat er pas nieuwe woningen op het warmtenet aangesloten kunnen worden als er nieuwe bronnen beschikbaar zijn, maar die capaciteit blijft achter. Dit is een kader die de raad heeft gesteld, is de PvdA dit met de VVD eens?
40
45
50
55
60
De heer Cornielje (PvdA) onderschrijft dat er nieuwe warmtebronnen nodig zijn voor het warmtenet. Bij de kaders dienen belangenweging tussen verschillende waarden te worden meegenomen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt of de heer Cornielje ook van mening is dat er zicht is op nieuwe bronnen voor het warmtenet, waaronder NCZI en warmtebuffers. De heer Cornielje (PvdA) beaamt dat er zicht is op nieuwe bronnen. Hij vervolgt dat schaalvergroting verschillende voordelen met zich meebrengt, zoals efficiency en betaalbaarheid. Iedereen moet meedoen in de energietransitie en er moeten 120.000 huizen van het gas af. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat de voordelen van de grote bedrijven zijn en hoe de PvdA dat zien met betrekking tot andere dossiers. De heer Cornielje (PvdA) geeft aan dat schaalvergroting sommige voordelen met zich meebrengt, het moet erkent worden dat een grote aanpak soms efficiënter werkt dan een kleinschalige aanpak. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat hier geen wetenschappelijke onderbouwing voor is. Hij informeert of de PvdA het met hem eens is dat de opgave om 120.000 woningen van het gas te halen niet persé alleen met grootschalige aanpak mogelijk is. Pagina 20 van 50
5
10
15
De heer Cornielje (PvdA) vindt de kleine stappen goed, maar iedereen moet meedoen. Grootschaligheid heeft ook voordelen in het beperken van gedoe en dat is tevens een uitdaging. De PvdA vraagt de wethouder hoe bepaald wordt wanneer een lokaal initiatief interessant genoeg is om mee om tafel te zitten. Het creëren van draagvlak is belangrijk, maar er moet ook vaart gemaakt worden en alle buurten in Utrecht moeten meegenomen worden. De heer Te Hoonte (VVD) vindt de mening van de heer Cornielje contrair aan wat de PvdA op elk ander onderwerp zegt. Nu het gaat over energie en pleit de PvdA ineens grootschaligheid met een monopolist. De heer Cornielje (PvdA) geeft aan dat zijn betoog wordt platgeslagen door de heer Te Hoonte. De PvdA ziet dit als een dilemma, waarbij niet alleen met grote bedrijven gewerkt moet worden, maar dat biedt wel voordelen door schaalvergroting en dat is belangrijk bij deze grote energietransitie. Grote opdrachten moeten groot aangepakt worden, maar waar mogelijk dienen lokale initiatieven zeker meegenomen te worden.
20
De heer Vasters (D66) geeft aan dat het initiatief Overvecht-Noord niet zo lang geleden is besproken. D66 vindt lokale initiatieven een goede ontwikkeling, voorwaarde is wel dat deze initiatieven duurzaam zijn en niet onevenredig veel gemeenschapsgeld kosten. In dit specifieke geval heeft de gemeente gekozen om deze gebieden aan te sluiten op de stadsverwarming in het algemeen belang. Daarbij moeten individuele bewoners wel de mogelijkheid krijgen om een warmtepomp te installeren.
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de keuze van de gemeente is gebaseerd op de kostenvergelijking. Deze vergelijking zou nog een keer gemaakt moeten worden met meeweging van de vijf eerdergenoemde waarden.
30
De heer Vasters (D66) zegt dat de criteria duurzaamheid en kosten het belangrijkste zijn. Indien er een vergelijkbaar initiatief is dan moet dit zeker meegenomen worden, maar in dit specifieke geval is het duidelijk dat het lokale initiatief niet vergelijkbaar is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat D66 lokale initiatieven belangrijk vindt, maar deze niet meeneemt in de beoordeling van de criteria.
35
40
45
50
55
60
De heer Vasters (D66) antwoordt dat de lokale initiatieven uitgebreid zijn gewogen met ondersteuning van de gemeente en de eindconclusie is dat deze minder scoren. In dat geval is de conclusie geoorloofd dat stadsverwarming een betere keuze is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat betrouwbaarheid en betrokkenheid niet voldoende zijn meegewogen. De heer Vasters (D66) moet het antwoord op betrouwbaarheid schuldig blijven. Op betrokkenheid is er een initiatief van bewoners dat duidelijk de betrokkenheid aangeeft. Dit moet worden ondersteund, maar niet als criterium. Mevrouw Zwinkels (GroenLinks) heeft gesproken met de initiatiefnemers. Deze geven aan dat ze nog bezig zijn met de uitwerking van het plan. Zij vraagt hoe D66 nu al zeker is dat de afweging gemaakt kan worden en de knoop doorgehakt, terwijl er nog aan een alternatief wordt gewerkt. De heer Vasters (D66) geeft aan dat zijn informatie is dat beoordeling heeft plaatsgevonden, op basis van die informatie geeft D66 aan voor het voorstel van het college te kiezen. Mocht dat anders zijn dan moet men er later op terugkomen en opnieuw beoordelen. D66 vindt dat uit ieder project lessen moeten worden getrokken voor de toekomst. De vraag aan de wethouder is dan ook welke lessen hieruit getrokken worden en of deze worden meegenomen naar andere projecten die zich nu in startfase bevinden.
Er is veel ruis en onduidelijkheid in onderbouwing van de duurzame alternatieven. Bij de gemeente en initiatiefnemers mag geen onduidelijkheid bestaan over de verschillende definities waarlangs de initiatieven getoetst worden. Vraag aan de wethouder is of zij deze onduidelijkheid deelt en of zij wil kijken wat er aangepast moet worden. De gemeente en inwoners hebben de beste bedoelingen, maar de gemeente heeft de beschikking over professionals en de inwoners niet. Om die kloof te overbruggen is goede ondersteuning van Pagina 21 van 50
de inwoners belangrijk. Welke mogelijkheid ziet de wethouder om de inwoners in een vroeg stadium te ondersteunen bij het uitwerken van hun plannen? 5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 van mening is dat de gemeente meer mee moet doen als partner en co-financier. De heer Vasters (D66) antwoordt dat de gemeente meer partner moet zijn, maar de gemeente moet voorzichtig zijn met co-financieren, aangezien de gemeente geen private partij is.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat de inzet van een lokaal initiatief geld oplevert, omdat er dan geen stadverwarming aangelegd hoeft te worden. De heer Vasters (D66) antwoordt dat er op dit moment onvoldoende informatie voorhanden is om dat te beoordelen, dit moet per casus worden bepaald. De gemeente moet voorzichtig zijn met cofinancier zijn. De voorzitter wijst de commissieleden op het feit dat er nog twintig minuten beschikbaar zijn voor dit agendapunt. Hij roept de commissieleden op hun inbreng kort te houden en niet in herhaling te vallen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat er gezocht wordt naar ondersteuning van initiatieven. Er is echter nog een hele stad te gaan en er moet vaart worden gemaakt. Daarbij helpt uniformiteit en duidelijkheid inzake de ondersteuning naar de bewoners toe. Zij vraagt of D66 dit ondersteunt. De heer Te Hoonte (VVD) verbaast zich over het antwoord van D66 inzake co-financiering, D66 zit in een coalitie die voornemens is ontwikkelbedrijven voor warmte te onderzoeken. De vraag is of D66 dat dan ook niet gaat doen, aangezien dat ook investeren in bronnen betreft. De heer Vasters (D66) geeft aan dat het belangrijk is om de risico’s goed af te wegen. D66 zegt niet volledig nee, maar er moet zorgvuldig gekeken worden.
Het is van belang om richting de lokale initiatiefnemers snel en duidelijk aan te geven wat het oordeel van de gemeente is. Aan de voorkant dienen duidelijke afspraken te worden gemaakt en kaders gesteld, D66 vraagt de wethouder om dit mee te nemen bij toekomstige initiatieven. Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat er reeds duidelijke kaders zijn gesteld. Dit zijn de kaders waaraan de initiatieven gemeten moeten worden. De heer Vasters (D66) geeft aan dat de initiatieven zich moeten committeren aan de gemaakte afspraken. Mevrouw Heijne (GroenLinks) heeft veel informatie gekregen over vergelijken en wegen van bewonersinitiatieven. GroenLinks bedankt deze bewoners voor hun inzet, de onderzoekers en ambtenaren voor de beantwoording van de vragen. Dit heeft geholpen bij het maken van een betere afweging. Het Hybride-Plusplan wordt nog uitgewerkt door bewoners. De gemeente moet vooraf duidelijkheid geven aan de bewoners over de geldende criteria. GroenLinks wil zo snel mogelijk zo groot mogelijke stappen zetten om het gebruik van fossiele bronnen te verminderen. Om dit bereiken zijn de kaders duurzaamheid, zo laag mogelijke kosten, iedereen moet mee kunnen doen en zo min mogelijk gedoe, leidend. De keuze voor het Hybride-Plusplan wordt niet begrepen door GroenLinks in verband met duurzaamheid.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in de Transitievisie Warmte de duurzaamheid van de bron geen maatstaf is. Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat kosten, duurzaamheid en transparantie de gestelde kaders zijn. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt waarom het Hybride-Plus plan minder duurzaam zou zijn. Stadverwarming van Eneco maakt ook nog jaren gebruik van gas.
Pagina 22 van 50
Mevrouw Heijne (GroenLinks) merkt op dat Eneco nog deels met gas werkt, maar dat er afspraken worden gemaakt om het gasgebruik terug te dringen. Bij het gebruik van een hybride warmtepomp wordt de komende vijftien jaar in ieder geval nog gas gebruikt. 5
10
De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat gasverbruik voor vijftien jaar ook voor Eneco geldt. Dat betekent dat het hier gaat om twee niet duurzame initiatieven. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt dat er stappen gezet moeten worden naar een grote collectieve oplossing. Daarvoor is een afspraak met Eneco van belang. Tegelijkertijd zit men met het kostenplan omdat beide systemen naast elkaar moeten blijven draaien. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat dan het beeld ontstaat dat lokale initiatieven geen kans hebben.
15
Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat dit inderdaad ingewikkeld is, maar er moet vaart worden gemaakt en daarom dient Eneco zo snel mogelijk zo duurzaam mogelijk te worden, zodat grotere stappen gemaakt kunnen worden. De afspraak met Eneco is dat het warmtenet in 2035 voor 50% neutraal is en in 2040 helemaal neutraal. Dit wordt niet geëvenaard met het Hybride-Plusplan.
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of GroenLinks ziet dat de duurzaamheid niet goed expliciet wordt gemaakt.
25
30
Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat onderzoekers aangeven dat het Hybride-Plusplan minder duurzaam is dan aansluiten op de stadverwarming. Er moeten strakkere afspraken over verduurzaming van het warmtenet gemaakt worden met Eneco. De vraag aan de wethouder is in hoeverre zij mogelijkheden ziet om strakkere afspraken te maken. Daarnaast is het belangrijk om bewonersinitiatieven te ondersteunen. Dit is het eerste initiatief van bewoners dat is ingediend. Hier kan lering uit getrokken worden voor de omgang met latere initiatieven. GroenLinks wil vergelijkbare ondersteuning bieden aan bewoners. De vraag aan de wethouder is wat de gemeente van deze casus heeft geleerd en hoe de gemeente aankijkt tegen de ondersteuning van verdere initiatieven.
35
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de VVD moeite heeft met het uitvallen van deze lokale initiatieven. De bron bij stadswarmte is anders dan die bij lokale initiatieven, waarbij zelf een bron aangelegd wordt. De gemeente zegt dat er nog heel veel geïnvesteerd moet worden in bronnen voordat die duurzaam zijn, maar men wil dit lokale initiatief niet ondersteunen, terwijl dit in principe gelijkwaardig is.
40
De heer Cornielje (PvdA) merkt op dat 120.000 woningen verduurzaamd moeten worden, dat kan niet alleen met lokale warmte initiatieven gerealiseerd worden.
45
De heer Te Hoonte (VVD) erkent dit niet. Het is niet mogelijk om die 120.000 woningen te realiseren zonder lokale initiatieven. Ieder blok dat zelf het initiatief neemt, betekent dat andere woningen makkelijker en sneller aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Er moet gekeken worden naar een objectievere manier voor de vergelijking van bronnen van lokale initiatieven en het warmtenet en hoe dit op een faire manier naast elkaar gezet kan worden, zodat lokale initiatieven niet stranden voordat deze bekeken zijn.
50
55
Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat het CDA de initiatiefnemers heeft gesproken. Hoe zorgt de raad ervoor dat zij mee kunnen doen en hun alternatieve energieoplossingen serieus worden beoordeeld? Er zijn nu ideeën om voor individuele warmtepompen als alternatief voor stadsverwarming. In de tussentijd is er een groeiende afhankelijkheid van de stadsverwarming van Eneco. Hoe en wanneer gaat de wethouder hardere afspraken maken met Eneco over verduurzaming? In het programma Aardgasvrij is een kaartje opgenomen met de voorgenomen oplossingen per wijk, hoe wordt dit proces in lijn gebracht met de initiatieven op een manier dat participatie elkaar versterkt en niet onnodig vertraagd of zelfs tegenwerkt. Is het college bereid om onderbouwde informatie te blijven delen en open te blijven staan voor alternatieven? Anders zouden goed bedoelde initiatiefnemers valse hoop krijgen en de verandering die de gemeente wil bewerkstelligen verhinderen. De samenwerking moet juist worden benut. Op een later moment Pagina 23 van 50
hoopt het CDA met de wethouder te spreken over de afweging tussen de alternatieven en hoe lering kan worden getrokken uit dit traject. 5
10
Mevrouw Oudejans (Student & Starter) sluit zich aan bij het betoog van GroenLinks. Er ligt een flinke opgave voor de gemeente die samen met inwoners aangepakt moet worden. Deze bewoners hebben zelf het initiatief genomen voor verduurzaming en moedigen daarmee andere inwoners aan, dat is een goede ontwikkeling. Tijdens de technische sessies is gebleken dat dit lokale initiatief minder rooskleurig is dan eerst gedacht. Hierdoor twijfelt Student & Starter over de haalbaarheid. Er zijn afspraken gemaakt in de Transitievisie Warmte waaraan de gemeente zich moet houden. Hoe kan men de bewoners ondersteunen en welke lessen kunnen worden geleerd? Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat Student & Starter een tegenbeweging voor innovatie voorstelt. Wat is daarvan de reden?
15
20
25
30
35
Mevrouw Oudejans (Student & Starter) antwoordt dat bij dit initiatief niet alleen de koploper de lasten draagt, maar ook mensen die daarbij niet aansluiten. De kosten komen ook terecht bij de omgeving en dat is niet de bedoeling. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat dit niet duidelijk is, omdat er nog gewerkt wordt aan de uitwerking van het plan. Op dit moment is het nog gissen of de uitspraken van mevrouw Oudejans wel kloppen. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) zegt dat uit informatie duidelijk blijkt dat de kosten op dit moment te hoog zijn. Student & Starter kijkt echter uit naar dit soort initiatieven in de toekomst. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft iets anders gehoord, de financieringsdrempel is soms te hoog voor de investering in een individuele warmtepomp. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) merkt op dat de financieringsdrempel hoog is en de extra kosten door de omgeving moeten worden gedragen. Het warmtenet komt op dit moment hoger uit dan aanleg van een hybride pomp. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de kosten bij het warmtenet bij de omwonenden en zelfs bij de hele stad terecht komt middels een hoger vastrecht. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) antwoordt dat berekeningen hebben aangetoond dat de kosten voor het warmtenet lager liggen dan de kosten voor aansluiting van een hybride warmtepomp.
40
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de berekeningen hebben aangetoond dat het vaste bedrag dat moet worden betaald voor een extra aansluiting op het net van Eneco lager is dan de verdeling, maar vervolgens moeten er nog bronnen worden toegevoegd aan het net van Eneco. De kosten zouden dan weleens veel hoger uit kunnen vallen.
45
Mevrouw Oudejans (Student & Starter) antwoordt dat op dit moment blijkt dat de kosten voor het warmtenet lager zijn dan de aanleg van een hybride warmtepomp.
50
55
60
De heer Van Heuven (PvdD) vindt het een taai onderwerp. Het gaat om een grote multinational tegenover lokale initiatieven. De multinational heeft meer geld, lobby en menskracht en gaat ondertussen nog jaren door met stoken op gas en biomassa. De vraag aan de wethouder is of zij zich kan voorstellen dat de initiatiefnemers het gevoel hebben permanent achter te staan en nooit zo professioneel beoordeeld te worden als een professioneel bedrijf. Hoe gaat zij dit beeld herstellen voor dit initiatief maar ook voor toekomstige initiatieven. Het slagen van een lokaal initiatief zal meer buurten energie geven om zelf iets te organiseren, waardoor Utrecht minder afhankelijk wordt van stadsverwarming. De PvdD wil met een razend tempo aansturen op duurzaam maken van de stadsverwarming en lokale initiatieven maximaal helpen om deze te realiseren. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe de PvdD de positie van de energie-initiatieven wil versterken. Pagina 24 van 50
5
De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan dat lokale initiatieven worden beoordeeld op het feit dat ze niet duurzaam genoeg zijn, aangezien ze nog een tijdje gebruik maken van een hybride warmtepomp, dit geldt ook voor Eneco. Ze moeten allebei duurzaam worden en er moet geen sprake zijn van ongelijkheid. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) sluit zich volledig aan bij het betoog van GroenLinks.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
De voorzitter geeft het woord aan wethouder Van Hooijdonk voor haar eerste termijn. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de transitievisie warme is vastgesteld. Dit is het kader waarbinnen gewerkt worden, hierin zijn vier waardes voor toetsing vastgesteld, nl. duurzaamheid, betaalbaarheid, betrokkenheid en transparantie. Daarnaast is een volgorde vastgesteld op robuustheid, betrouwbaarheid en gedoe. In de Transitievisie Warmte is ook meegenomen hoe wordt omgegaan met bewoners die met een eigen alternatief komen. Vastgesteld is dat daarvoor dezelfde meetlat wordt aangehouden als voor alternatieven die de gemeente ontwikkelt. De alternatieven mogen niet in het nadeel zijn van de rest van de stad en niet in het nadeel van buren die geen onderdeel uitmaken van het initiatief. Op dit moment is er nog geen definitief voorstel ingediend en kan dit niet besproken worden. De verwachting is dat het definitieve voorstel eind van het jaar ingediend wordt. Op dat moment kan de raad beoordelen hoe de meetlat is toegepast en welke keuzes zijn gemaakt. De toepassing wordt niet voor de hele wijk in zijn geheel bekeken, maar per woningtype en buurt. Ondertussen wordt er gewerkt aan een warmtewet die ook meegenomen moet worden in de afwegingen. De wethouder verwacht hierover in het tweede kwartaal een brief aan de raad te kunnen sturen.
In Overvecht-Noord hebben de bewoners een buurtwarmtebedrijf ontwikkeld, dat kwam niet goed naar voeren uit de vergelijking, op dit moment werken de bewoners aan een plan met hybride warmtepompen. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat het type gebouw een rol speelt, zij vraagt zich af hoe dit uitpakt voor Overvecht-Noord en hoe het zich verhoudt ten opzichte van het plan van de gemeente. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat all electric niet gunstig uitpakt voor de Klompvaart en Vechtzoom. Het is wel gunstig voor het Antonius kwartier, omdat het hier onder andere gaat om nieuwere woningen. De wethouder vervolgt dat het geschetste idee van een gevecht van David tegen Goliath een verkeerd beeld geeft. In Overvecht-Noord ligt al een warmtenet, er is daar geen sprake van een nieuwe situatie. Het opzetten van een dubbele organisatie zou extra kosten opleveren voor de samenleving en dat is een minder goede keuze. De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan dat sommige inwoners zelf iets willen organiseren, omdat ze niet afhankelijk willen zijn van stadsverwarming. Een dergelijk initiatief zou een kans moeten krijgen. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de raad heeft vastgesteld dat initiatieven niet in het nadeel mogen zijn van de rest van de stad en buurtbewoners.
De gemeente dient maatschappelijke belangen te behartigen en daarbij worden de kosten die mensen in Overvecht Noord moeten betalen meegenomen. De vraag is of buurtbewoners meer geld willen betalen aan de buurman dan aan een publiek warmtebedrijf. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het zonde als er vanwege het collectief warmtenet geen extra duurzame bronnen worden aangelegd.
55
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat voor de samenleving wordt gezocht naar de optimale oplossing. Daarbij wordt gekeken wat gunstig is voor de rekening en het neerleggen van meerdere pijpen in dezelfde buurt is dan geen optie. Dit heeft niets te maken met oneerlijkheid. De uitgangssituatie is in verschillende delen van de stad anders.
60
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt de wethouder of er in Overvecht-Noord nog wel gekeken wordt naar het aanleggen van een aantal echte buurtbronnen. Pagina 25 van 50
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de eerste nieuwe bron die binnenkort wordt aangelegd een Overvechtse bron is. Dit betreft een duurzame RWZI bron. Deze bron is voldoende om heel Overvecht van duurzame warmte te voorzien. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan de RWZI ook beloofd is aan een heleboel inwoners die nog aangesloten zijn op gas gestookte stadverwarming. Hij mist de bevlogenheid van de wethouder om te zorgen dan er lokaal een BKO komt. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat het hele net verduurzaamd wordt. Dat probeert men op een zo efficiënt mogelijke manier te doen. Uiteindelijk zullen de Utrechters daar blij mee zijn, omdat ze dit op hun energierekening terugzien. Ten aanzien van de vijf waarden van EenUtrecht wordt aangegeven dat de kaders reeds gesteld zijn door de raad, deze worden nu toegepast, als eerste bij Overvecht-Noord. De toetscriteria van kostenposten worden meegenomen en de betaalbaarheid wordt ingevuld in het raadsvoorstel dat volgt. Inzake subsidie en co-financieren zal ieder initiatief hetzelfde worden behandeld. Daarbij wordt als eerste bij Overvecht gekeken hoe de gemeente hen zo goed mogelijk aan een alternatief voor gas kan helpen. Ten aanzien van het benaderen van een extra expert geeft de wethouder aan dat dit al tweemaal eerder is gebeurd. Bewoners zijn daar intensief bij betrokken geweest en er is veel tijd ingestoken.
Nu is het tijd om toe te werken naar een voorstel aan de raad. Op de vraag hoe wordt bepaald of een buurtwarmtebedrijf realistisch is, geeft de wethouder aan dat de keuze gemotiveerd moet worden in een wijkuitvoeringsplan. Daarbij worden de gestelde kaders geoperationaliseerd. Deze oefening helpt bij volgende tranche buurten. Inzake de eenduidigheid in cijfers wordt ingezet op nationaal organiseren. Bij de Resse heeft het enorm geholpen dat er een nationaal programma is. Er is een nationaal programma warmtetransitie waarover met het Rijk wordt gesproken om te komen tot nationale kengetallen om berekeningen te maken. Er is geen sprake van een oneerlijk speelveld, het college beoordeelt wat de beste keuze is en als een lokaal bedrijf de beste keus is, wordt dat toegejuicht. Er zijn op hoofdlijnen kaders gesteld, uit de eerste casus probeert het college lering te trekken hoe deze kaders toegepast moeten worden en op welk moment. Het is nodig om daar strak mee om te gaan, aangezien uiteindelijk een tempo moet worden gehaald van 4.500 adressen per jaar. Er zijn middelen voor ondersteuning, er is subsidie en de provincie heeft er ook middelen voor. Daarbij is er een community for practice, waarbij met bewonersorganisatie wordt gesproken. Het is heel ingewikkeld, omdat er een systeemverantwoordelijkheid voor nodig is.
Inzake duurzaamheid geeft de wethouder aan dat de claims van Eneco in een convenant zijn vastgelegd. Eneco dient elk jaar te rapporteren naar de gemeente over de verschillende aspecten. Deze rapportage wordt ook naar raad gestuurd. De afspraken met Eneco kunnen op dit moment niet concreter worden gemaakt, aangezien hiervoor geen wettelijke aanknopingspunten zijn. Er zijn wel twee gunstige ontwikkelingen hieromtrent, de doelen komen in de nieuwe warmtewet te staan en in de wet komt te staan dat het bedrijf uiteindelijk publiek moet worden. Dit zal de transparantie zeker ten goede komen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de wethouder of zij het met hem eens is dat een lokaal warmte-initiatief ook kan zorgen voor versnelling. Wethouder Van Hooijdonk is het niet eens met de heer Dijkstra. Op dit moment is er een buurtwarmte bedrijf in Nederland. Dat is pionieren en heel ingewikkeld, veel moeilijker dan schaal maken met een bestaande organisatie. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom de gemeente dan drie jaar geleden is begonnen met het stimuleren van lokale initiatieven. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat alle mogelijkheden worden verkend. Het is niet uitgesloten dat het nooit lukt, maar het is moeilijk en er wordt ook gezocht naar de maatschappelijk zo goed mogelijke inrichting.
Pagina 26 van 50
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat op de website van Argus wijk en monitor staat dat 36 van de initiatieven wel een bewonersinitiatief in zich hebben en 28 niet. De vraag is hoe de wethouder dat duidt ten opzichte van de ambitie van Utrecht ten aanzien van een bewonersinitiatief. 5
10
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan bewonersinitiatieven worden getoetst aan de kaders die door de raad zijn vastgelegd. Er is nergens vastgelegd dat er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk buurtwarmtebedrijven. De ambitie van de gemeente is om zo snel mogelijk te verduurzamen, waarbij de kosten voor de samenleving en bewoners belangrijk zijn. Er zijn veel succesvolle initiatieven van bewoners, zoals met zonnepanelen en windmolens. In dit geval gaat het om een buurtwarmtebedrijf, dat is ingewikkeld en niet per definitie de beste keuze. De voorzitter vraagt of er initiatieven worden genomen richting de raadsbehandeling.
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) kondigt aan dat EenUtrecht in de raadvergadering van 20 juni 2023 een motie wil indienen die te maken heeft met de criteria. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat er meer duidelijkheid richting de stad moet komen inzake de bewonersinitiatieven. De VVD zal hierover een motie indienen.
20
De voorzitter geeft aan dat dit agendapunt wordt afgesloten. Hij schorst de vergadering voor vijf minuten. De heer Van der Steeg zal het voorzitterschap overnemen.
10. Besluitvorming windmolens in Rijnenburg en Reijerscop 25
30
35
40
45
50
De voorzitter heropent de vergadering.
Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van EenUtrecht, PVV, VVD en Stadsbelang Utrecht. De agenderende fracties willen in gesprek met de wethouder en de commissie over specifiek de besluitvorming voor het plaatsen van windmolens in Rijnenburg en Reijerscop; dit naar aanleiding van de beantwoording van de schriftelijke vragen van de raad. Vanavond is er nog een debat gepland inclusief een geheim deel, dus uitlopen is geen optie. Hij roept de commissieleden op hiermee rekening te houden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat de besluitvorming rond energiepark Rijnenburg, Reijerscop een dieptepunt is voor de participatie in de stad. De gemeente heeft voortdurend aangestuurd op windmolens. Dat is vervelend en daar moet iets mee gedaan worden. Op 9 maart 2023 heeft de raad besloten dat de uitgangspunten anders worden, met name inzake de vier reuzewindmolens. De raad heeft in meerderheid besloten dat daar geen participatie op kan plaatsvinden. EenUtrecht vraagt de coalitiepartijen of zij daar geen wroeging over hebben. De heer Koning (D66) geeft aan dat het correct is dat er een ander besluit is door coalitievorming ten aanzien van het bouwen van 25.000 huizen in het midden en zuiden van polder Rijnenburg. Dit is een heel groot plan waarvoor apart participatie plaatsvindt. De heer Dijkstra wil participatie op het principebesluit voor plaatsing van windmolens.
Daarvoor hebben bewoners de afgelopen zes jaar geen gelegenheid gehad. De heer Koning (D66) is van mening dat de Utrechtse burgers in maart 2023 door middel van de gemeenteraadsverkiezingen de kans hebben gehad om hun keuze te maken, onder andere voor bouwen in de polder Rijnenburg. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het hier niet mee eens. Potentiële participatietrajecten kunnen niet geschrapt worden, omdat de coalitie daar een afspraak over gemaakt heeft.
55
De heer Koning (D66) vindt dat inrichting van polder Rijnenburg een groot onderwerp van de verkiezingen was. Meerder partijen zijn duidelijk geweest over hun plannen voor Rijnenburg. De inwoners hebben met de uitslag van de verkiezingen een keuze gemaakt. Hieruit is de conclusie getrokken dat er woningen gebouwd kunnen worden met een energiepark in het Noorden. 65% Pagina 27 van 50
van de stemmen is gegaan naar partijen die hebben aangegeven dat er windmolens in Rijnenburg moeten komen. 5
10
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat een verkiezingsuitslag niet geïnterpreteerd kan worden op een vraagstuk. Bij verkiezingen worden door de kiezer zo’n vijftig afwegingen gemaakt. Voor een dergelijk project is participatie heel belangrijk, nu wordt iedere vorm van participatie genegeerd. Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat er een voorstel ligt dat nu besproken moet worden. Zij vraagt of het betoog van de heer Dijkstra niet een manier van EenUtrecht is om te zeggen dat ze tegen windmolens zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) benadrukt dat er iets unieks gebeurt, namelijk de bouw van een compleet nieuwe stad, met vier reuzewindmolens, waarbij de participatie compleet wordt genegeerd. De voorzitter geeft aan dat vooral op het proces gereageerd moet worden en geeft de heer Dijkstra het woord om verder te gaan met zijn betoog.
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat EenUtrecht een conceptmotie heeft rondgestuurd met de titel ‘Even geduld aub en wacht op landelijke normen windmolens’. Deze is ingediend omdat EenUtrecht wenst dat het besluit wordt uitgesteld. Het risico is groot dat juridische procedures tegen windmolens succesvol zijn, zoals in Roermond al gebleken is.
25
Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt of de heer Dijkstra de uitspraak van de Raad van State heeft gelezen waarin staat dat gemeente lokaal toegesneden normen kunnen maken, waarmee de processen doorgezet kunnen worden.
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat bij de uitspraak van de Raad van State voorwaarden worden genoemd. In Roermond is dit niet gelukt en het moet lokaal toegesneden gebeuren. Het is voor burgers en organisaties juridisch makkelijk om aan te tonen dat het college voor haar beurt praat en dat het beter is te wachten op WHO-normen en landelijke normen.
35
Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt of EenUtrecht niet de urgentie ziet om door te gaan, met eigen lokale normen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat de landelijke normen eind 2023 worden verwacht. De WHO-normen worden begin 2024 verwacht. Het is onverstandig om daar niet op te wachten en overhaast een besluit te forceren.
40
De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan dat de heer Dijkstra een link legt tussen de windmolens en de nieuwbouwwijk. Het plan voor de windmolens en het energielandschap is verder uitgewerkt. Gezien de klimaatcrisis zou men verder kunnen gaan met de plannen voor het energielandschap en dan de plannen voor de woonwijk uitstellen.
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat inderdaad het risico bestaat dat de windmolens doorgaan en dat deze de komst van nieuwbouwwijk Rijnenburg beletten, onder andere door de afstandsnorm. Dat is echter niet wat een groot deel van de raad wenst.
50
55
60
De heer Van Heuven (PvdD) vindt dit een mooi scenario aangezien PvdD tegen de bouw van een nieuwbouwwijk is. Hij concludeert dat duidelijk is dat EenUtrecht liever een nieuwbouwwijk heeft dan windmolens. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat dit een deel van de conclusie is. Hij stelt vast dat de PvdD liever een overhaast besluit neemt om een groter energiepark aan te leggen, waardoor de aanleg van een nieuwbouwwijk onmogelijk wordt gemaakt. Een politiek nieuw feit is dat enkele partijen hopen dat er een groter energiepark komt, waardoor woningbouw niet meer mogelijk is. Dit pleit juist voor uitstel van de besluitvorming inzake de windmolens. EenUtrecht heeft een conceptmotie rondgestuurd, waarin EenUtrecht pleit voor het verlaten van de huidige route, aangezien een combinatie van zoveel woningen bovenop vier reuzewindmolens niet mogelijk is. Het alternatieve plan voor de aanleg van een zonnepark heeft veel meer kans van slagen. Veel Pagina 28 van 50
omwonenden en de meeste grondeigenaren zijn daar ook positief over. EenUtrecht heeft over het aanleggen van een zonnepark een conceptmotie gedeeld, waarop EenUtrecht graag een reactie van de wethouder ontvangt. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Koning (D66) vindt de selectiviteit van de kern van het betoog van de heer Dijkstra stuitend. De heer Dijkstra haalt een uitspraak van de Raad van State aan die niet van toepassing is op deze casus. De Raad van State heeft onlangs een uitspraak gedaan over onder andere de Carolinapolder, waarbij is bepaald dat hanteren van lokale normen op basis van slagschaduw en geluidshinder goed mogelijk is. Hoe beoordeelt de heer Dijkstra deze uitspraak? De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat Rijnenburg geen Groningse polder is, hij vraagt zich af of de raad wel beseft dat er een compleet nieuwe stad wordt gebouwd naast de stad Utrecht, met daarnaast vier reuzewindmolens, dit is echt iets anders. Het is niet alleen de inschatting van EenUtrecht dat dit niet haalbaar is, ook gerenommeerde advocaten zeggen dat het juridisch niet haalbaar is. De heer Koning (D66) geeft aan dat het gaat om een immens grote locatie. De geplande windturbines staan op 800 meter afstand van de woonwijken ten noorden van de A12 en op 500 meter afstand van de nieuwe wijk. Dat is mogelijk binnen de huidige normen. EenUtrecht is tegen de plaatsing van windturbines op deze plek en zet alles op alles om het proces te frustreren en dat is jammer. De heer Daniels (PVV) vraagt zich af wat er nog nodig is om de besluitvorming rond te krijgen. De PVV is tegen de plaatsing van windmolens.
Windmolens zijn niet duurzaam en vormen een groot afvalprobleem na afschrijving. Daarnaast zorgen ze voor landschapsvernietiging en dode vogels. Geluidsoverlast en slagschaduw kunnen leiden tot klachten en woningwaardedaling bij omwonenden met alle planschadeclaims tot gevolg. De PVV is van mening dat er onder de Utrechters in Vleuten de Meern en Leidscherijn nog steeds niet voldoende draagvlak is. Er is te weinig geparticipeerd. De PVV stelt derhalve voor dat er een draagvlakenquête wordt gedaan in de postcodegebieden 3453 en 3454. In deze enquête dienen duidelijke vragen gesteld te worden en moeten de bewoners beslissen of ze een woonwijk of een windmolenpark willen. De moties van EenUtrecht gaan voor de PVV niet ver genoeg. De PVV is ook geen voorstander van zonneparken, maar dit is wel een beter alternatief voor de windmolens. Als er een strengere lokale norm wordt gehanteerd, moet deze meer zijn zoals in Duitsland, waardoor dergelijke windmolens helemaal niet gerealiseerd kunnen worden. PVV vindt de lobby van Rijne Energie bedenkelijk. De vraag is wat de banden zijn tussen raadsleden, coalitiepartijen en de wethouder met deze organisatie. Onlangs is er een motie aangenomen van Volt voor het opzetten van een lobbyregister, dit zou versneld toegepast moeten worden voor deze situatie.
Mevrouw Heijnen (GroenLinks) vraagt of de lobby van de grondbezitters ook meegenomen moet worden. De heer Daniëls (PVV) beaamt dit. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat er een nieuwe werkelijkheid is ontstaan door de aanpassingen van de RSU2040. Daarmee is Rijnenburg een woningbouwgebied. Dat betekent dat het plan voor energie en woningbouw in perspectief met elkaar moet worden gezien. De VVD vraagt zich af wat het effect van de windmolens is op de toekomstige woningbouw en of dit samen kan. De VVD is van mening dat het niet kan, maar als anderen van mening zijn dat het wel mogelijk is, dient dit aangetoond te worden door middel van de juiste onderzoeken. Deze onderzoeken zijn er nog niet. Mevrouw Heijnen (GroenLinks) vraagt de heer Te Hoonte of hij zich kan herinneren dat in de debatten in aanloop naar het voorliggende raadsbesluit steeds rekening is gehouden met het feit dat in het zuiden van de polder mogelijk gebouwd zou worden. De heer Te Hoonte (VVD) herinnert zich dat de VVD daarmee rekening hield, D66 deed alsof ze hier rekening mee hielden en GroenLinks het liefst wilde dat het niet zo was. In de schetsen staat dat het omgezet wordt naar woningbouw na de fase van een tijdelijk energielandschap. Inmiddels Pagina 29 van 50
heeft men te maken met een permanent energielandschap en met de situatie dat de windmolens 250 meter tiphoogte halen. Er is nogal wat veranderd en dat moet bij elkaar gebracht worden. 5
10
Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat de plannen zijn aangepast vanwege de woningbouw in het zuiden. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het een goed moment om te kijken hoe de belangen bij elkaar gebracht kunnen worden. De VVD is van mening dat een zonne-energielandschap in combinatie met woningbouw de beste oplossing is. Indien de coalitie van mening is dat de windmolens in combinatie met woningbouw geen problemen opleveren, dan moeten zij dit wetenschappelijk onderbouwen en inspraak organiseren. Mevrouw Heijne (GroenLinks) geeft aan dat dit gedaan wordt in de milieueffectrapportage (MER).
15
20
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de MER wordt georganiseerd door Rijne Energie. De partijen die betrokken zijn bij de grond voor de woningen zijn niet betrokken bij de MER als initiatiefnemer. Een gemeenschappelijke MER voor energie en woningbouw zou een oplossing kunnen zijn. De MER moet worden gedaan door de initiatiefnemer die hiervoor een onafhankelijk adviesbureau inhuurt. De heer Koning (D66) citeert uit de antwoorden van het college dat effecten van windmolens op toekomstige woningbouw in Rijnenburg expliciet in kaart worden gebracht in de MER. De oproep aan de VVD is om dit af te wachten en te beoordelen als de MER naar de raad komt.
25
De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat ook gekeken moet worden wat de rol van gemeente en energiepartij is in de MER. De verschillende belangen moeten op de juiste manier afgewogen worden. De MER verandert nog weleens en daarom is de vraag of de 25000 woningen als geheel meegeteld worden in de herbeoordeling.
30
Mevrouw Smit (Volt) geeft aan dat is een onafhankelijk onderzoek is, ongeacht wie de opdrachtgever is. Het onderzoek wordt getoetst aan waar de commissie MER zich aan moet houden. De MER is bedoeld ter onderbouwing van de norm.