CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Utrecht30.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Als gevolg van autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen, zoals de september- en decembercirculaire 2024, loon- en prijsontwikkelingen, het achterblijven van de verwachte gemeentefondsuitkering voor de groei van de stad en het uitblijven van passende compensatie van het Rijk voor inburgering was het startsaldo bij de Voorjaarsnota 2025 een structureel tekort van 27,9 miljoen euro. Hieronder zijn twee grafieken opgenomen met de baten en lasten. In de eerste grafiek is af te lezen waar het geld vandaan komt en in de tweede grafiek is te zien waar het geld aan uitgegeven wordt. De baten en lasten zijn inclusief de wijzigingen in de reserves.

8

Inkomsten € 2,2 miljard Hoe komt gemeente Utrecht aan geld?

Uitgaven: € 2,2 miljard Waar geeft gemeente Utrecht geld aan uit?

9

Uitdagingen in meerdere opgaven Asiel en integratie Hoewel het landelijk wetstraject ten tijde van het opstellen van deze programmabegroting nog niet is afgerond, verwachten we dat een aantal wetten die in de Tweede Kamer zijn aangenomen stevige gevolgen hebben voor vluchtelingen en voor gemeenten om humaan en effectief beleid uit te kunnen blijven voeren. Deze wetten staan ook op gespannen voet met de internationale mensenrechtenverdragen. De gemeente Utrecht blijft zich, gesteund door verschillende moties van de raad (motie 2024/310 Utrecht staat voor humaan asielbeleid, motie 2025/400 Verzet tegen asielwet), inzetten voor kwalitatief goede asielopvang volgens het Plan Einsteinconcept, voor opvang en begeleiding van ongedocumenteerde mensen en voor de huisvesting van statushouders. We werken -zover mogelijkniet mee aan maatregelen die leiden tot dakloosheid en strafbaarstelling. Met het aanvullende budget uit de Voorjaarsnota 2025 kunnen we de opvang en begeleiding van ongedocumenteerde mensen voortzetten, net als de tijdige en passende ondersteuning aan inwoners die inburgeringsplichtig zijn. Goede uitvoering en contact met de stad Inwoners en ondernemers kunnen rekenen op betrouwbare informatie en dienstverlening. Bij de gemeenteraadsverkiezingen zorgen we dat alle inwoners die mogen stemmen, kunnen stemmen.

De nieuwe gemeenteraad gaat werken volgens de nieuwe werkwijze naar aanleiding van het Raadsvoorstel Werkdruk & Werkwijze. De raad spreekt met Utrechters over hoe het contact tussen raad en Utrechters verbeterd kan worden. Met bewoners, ondernemers en organisaties uit de buurt en wijk voeren we de aangescherpte wijkaanpak Samen voor Overvecht en de buurtagenda’s uit. We werken aan meer eigenaarschap voor Utrechters vanuit het programma Samen stad maken. Vanuit de programma’s Buurt en wijkgericht werken en Samen stad maken, werken we aan een cultuurverandering van de organisatie op de gebieden samen stad maken en buurt en wijkgericht werken. We faciliteren initiatieven vanuit het Initiatievenfonds en brengen de maatregelen, uit het uitvoeringsprogramma Samenwerken met jeugd, in praktijk. Door de hervormingsbezuinigingen en de bezuinigingen uit de Voorjaarsnota 2024 doen we ook activiteiten niet of anders. Het klantcontactcentrum gaat op woensdag- en vrijdagmiddag dicht en dat betekent dat we die middagen niet bereikbaar zijn. Het subsidiebudget van het Initiatievenfonds is verlaagd en daarom is een maximaal totaalbedrag beschikbaar voor aanpassingen aan de openbare ruimte die meer kosten dan €5000. De dienstverlening van wijkbureaus differentiëren we door het af te stemmen op wat een wijk of buurt nodig heeft, wat we daar willen bereiken en welke inzet daarvoor nodig is.

Ook vanuit de Utrechtse belangenbehartiging moeten we prioriteren: we kijken per vraagstuk hoe dat wordt opgepakt (inzet en capaciteit) zowel internationaal, nationaal als regionaal. Groei in balans Utrecht is een snelgroeiende stad. Aan het begin van deze eeuw had Utrecht 250.000 inwoners. Inmiddels zijn dat er 375.000. Verwacht wordt dat Utrecht in 2029 meer dan 400.000 inwoners heeft. En ook in het volgende decennium verwachten we verdere groei. De afgelopen jaren stonden in het teken van groei in balans, zodat voorzieningen meegroeien met het aantal inwoners. Deze ambitie staat inmiddels onder druk, vanwege een beperkte haalbaarheid van de uitvoering (door gebrek aan mensen en materialen, netcongestie, complexiteit en stapeling van ambities) en vanwege het feit dat we over minder geld beschikken dan eerder voorzien, met name vanwege bezuinigingen en aanpassing van de gemeentefondssystematiek door het Rijk. Hierdoor is de bekostiging vanuit het groeikader niet meer houdbaar. Ook de begrote parkeerinkomsten staan onder druk. We doen er alles aan om te zorgen dat de geplande gebiedsontwikkelingen door kunnen blijven gaan, zoals met de Utrechtse Aanpak, oplossingen voor netcongestie en een lobby op de cofinanciering van 10

grote (gebieds)ontwikkelingen. In de Voorjaarsnota 2025 heeft de gemeenteraad besloten over een aantal bijsturingen. Deze hebben betrekking op het groeikader en de parkeerinkomsten, het Meerjarenprogramma Ruimte inclusief de bekostiging van de Merwedelijn en onze aanpak om meer grip te krijgen op de investeringen, in lijn met de motie grip op investeringen. Netcongestie De belasting van het elektriciteitsnet in Utrecht nadert een kritische grens. Er is tekort aan capaciteit voor stroomtransport op piekmomenten. Hierdoor is er al een wachtlijst voor stroomaansluitingen voor grootverbruikers en dreigt er een wachtlijst voor kleinverbruikers. Zonder onmiddellijke aanvullende maatregelen komen veel ontwikkelingen tot stilstand, zoals de ontwikkeling van woningen en voorzieningen, de vestiging van bedrijven en verduurzaming. Ook neemt het risico op frequente stroomuitval aanzienlijk toe. Om verlies aan inkomsten te voorkomen, ontwikkelingen mogelijk te maken en voorbereidingen te treffen voor grootschalige stroomuitval heeft de gemeenteraad in de Voorjaarsnota 2025 een pakket maatregelen vastgesteld. Deze maatregelen kosten geld, maar voorkomen hogere kosten of lagere inkomsten. Vanwege onzekerheid over de verdere ontwikkeling van netcongestie en over het rijksbeleid om dit landelijke probleem aan te pakken, staan in deze begroting maatregelen voor de komende twee jaar.

Hiermee worden wel structurele verplichtingen aangegaan met een incidentele financiële dekking. Dit is een overwogen risico dat deels is verwerkt in het weerstandsvermogen.

Wat doen we in 2026 en verder? Het college blijft, zoals gezegd, investeren in mensen en op plekken waar dit het hardste nodig is, binnen een financieel solide beleid. Maar wat betekent dit concreet voor 2026 en verder? Hieronder staat een aantal voorbeelden uit deze programma’s binnen de thema’s van het coalitieakkoord 20222026. Kansengelijkheid Utrecht wil een stad voor iedereen zijn. Een inclusieve stad waar het voor alle Utrechters goed, veilig en gezond wonen, werken en leven is. We voelen een grote verantwoordelijkheid om ongelijkheid tegen te gaan. Daarom investeren we in mensen en buurten die dit het hardste nodig hebben door middel van het principe Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen. 

  

Samen met de kinderopvang en het onderwijs maken we een aanpak voor jonge kinderen die een extra ondersteuningsvraag hebben. Met als doel de doorstroom te verbeteren van de dagbehandeling naar onderwijs en de vraag naar dagbehandeling te verkleinen. We starten met de uitvoering van de nieuwe beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041. Concreet werken we in 2026 aan optimaliseren van het gebruik van schoolgebouwen, stimuleren we multifunctioneel en meervoudig ruimtegebruik in schoolgebouwen en zetten we eerste stappen naar inclusieve onderwijshuisvesting. We implementeren Basiswerkdienstverlening en Werkdienstverlening-Plus voor de specifieke doelgroepen om hen stappen richting werk te laten maken. We werken aan een toekomstbestendig werkontwikkelbedrijf. Om de vaccinatiegraad te verhogen richten we onze aanpak specifiek op wijken en doelgroepen waar de vaccinatiegraad het laagst is en het risico op ziekteverspreiding het grootst. Op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid leggen we de focus op Utrechters bij wie en bij wijken en buurten waar de veiligheidsproblematiek het meest urgent is, zoals onder het Bollendak. We hebben vier prioriteiten: veiliger wijken, het tegengaan van excessen door maatschappelijke onrust, het tegengaan van ontwrichtende effecten van druggerelateerde criminaliteit en het vergroten van digitale veiligheid en online weerbaarheid.

In 2026 blijven we werken aan een inclusieve stad door handelingsperspectief te bieden om sociale ongelijkheid tegen te gaan, bewustwording te vergroten over het belang van mensenrechten en over de migratiegeschiedenissen in onze stad. Ook hebben we extra 11

aandacht voor het tegengaan van polarisatie in onze stad, en de rol van de onlinewereld hierin. Aanpakken woningnood Het tempo van de woningbouw is lager dan we willen. Door autonome ontwikkelingen is het ook steeds lastiger om al onze ambities te realiseren. Dit gaat onder meer over veranderde marktomstandigheden door hogere kosten van grondstoffen en gestegen rentelasten en arbeidsmarkttekorten maken het investeringsklimaat onzekerder. Daarnaast zorgt netcongestie voor onzekerheid en vertraging in projecten. Maar juist in deze tijd met grote tekorten aan woonruimte halen we alles uit de kast om deze schaarste aan te pakken.  

Hierbij richten we ons op het aanjagen van de nieuwbouw en het beter benutten van de bestaande voorraad. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we een stevige basis leggen voor de toekomst. Hiervoor zetten we de stap van woningmarkt naar volkshuisvesting. Door middel van de Utrechtse Aanpak hebben we maatregelen genomen om de woningmarkt op gang te houden en gebiedsontwikkelingen doorgang te laten vinden. We werken aan de stad met als uitgangspunt groei in balans en vanuit de visie dat we een 10minutenstad ontwikkelen. Hiervoor is in het coalitieakkoord een omvangrijk investeringspakket samengesteld. Omdat er minder geld beschikbaar is, kunnen we niet op alle plekken, op elk moment, in ieder gebied al onze beleidswensen uit de RSU realiseren. We moeten daarom helaas concessies doen.

Tegengaan klimaatcrisis  Wij werken aan een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem van en voor iedereen om zo minder afhankelijk te worden van anderen voor onze energievoorziening. Dit doen we door zoveel mogelijk verschillende duurzame bronnen te benutten, door inwoners en ondernemers te helpen met energie besparen en de infrastructuur klaar te maken voor duurzame energie.  We werken de acties tegen Netcongestie verder uit.  In 2026 versnellen we de vergroening door de extra middelen vanuit het coalitieakkoord. Straten in Rivierenwijk, Noordwest en Overvecht worden groener, er worden extra bomen geplant, we versnellen de uitvoering van het Rondje Stadseiland.  We voeren de luchtkwaliteitsmaatregelen uit 'Gezonde lucht voor iedereen’ uit.  We hogen per 1 januari 2026 de zero emissie-eis voor machines (>37 kW) in gemeentelijke projecten op. We stimuleren hergebruik in de bouw via de circulaire grondstoffencorridor.  In maart 2026 voeren we op alle straten zonder vrij liggend fietspad de maximumsnelheid van 30 km/u in.  We breiden – vooral bij stations – het aantal fietsparkeerplekken uit.  We blijven doorgaan met het uitrollen van stadsbreed betaald parkeren. Bewoners worden gestimuleerd in parkeergarages te parkeren en daar waar mogelijk heffen we parkeerplaatsen op ten gunste van de openbare ruimte. Levendige en leefbare stad  

 

We ontzorgen keldereigenaren in het wervengebied door op te treden als opdrachtgever voor het herstel van particuliere kelders conform de beleidsregel samenwerking bij kelderherstel. We starten een pilot voor de inzameling van groente-, fruit- en etensresten (gfe) bij de hoogbouw, waarmee we ons inzamelsysteem voor gfe +t (tuinafval) uitbreiden en de citybins vervangen. We realiseren 5 à 7 (nieuwe) sport- en speelplekken en geven een financiële bijdrage aan circa 17 projecten om sport- en speelplekken te verbeteren. In 2026 worden de hervormingen in het sociaal domein: steeds meer zichtbaar: in de herziening van subsidies in de sociale basis, in de inkoop van zorg en welzijn en in 12

vernieuwende werkwijzen die we ontwikkelen met partners in de stad. We werken ook concrete voorstellen uit om budget en taken te verschuiven van aanvullende zorg naar de sociale basis. We stellen een Uitvoeringsprogramma Huisvestingsplan Sport op.

Ontwikkelingen en maatregelen bij en na de Voorjaarsnota Om op korte en op langere termijn het tekort op te lossen, is in de Voorjaarnota 2025 een financiële strategie uitgewerkt. Hierbij is het uitgangspunt dat Utrecht financieel stabiel beleid voert en dus een structureel sluitende begroting presenteert. De financiële strategie bestaat uit de volgende onderdelen: Financieel-technisch beleid Hiermee kijken we naar mogelijkheden van financieel-technische aard, zoals de inzet van het eigen vermogen (reserves) om met name het tekort op korte termijn op te lossen. Ook kijken we hiermee naar de inzet van de beschikbare weerstandscapaciteit boven de norm van 1,0 voor het weerstandsvermogen (conform motie 415 uit 2024). Hervormingen en bezuinigingen In de Voorjaarsnota 2024 was het tekort op de gemeentelijke begroting opgelopen tot 76 miljoen euro. Er is daarom een aantal stevige maatregelen genomen om dat tekort op te lossen, waaronder 25 miljoen euro aan hervormingsbezuinigingen. Bij de invulling van deze hervormingsbezuinigingen hebben we vooral kritisch naar de gemeente en de gemeentelijke organisatie gekeken: wat kan minder en wat kan beter? Als gevolg van de financiële situatie bij de Voorjaarsnota 2025 is in deze voorjaarsnota ook 8,8 miljoen euro aan extra bezuinigingsmaatregelen opgenomen.

Inschattingen inkomsten Rijk In de Voorjaarsnota 2025 zijn aanvullende middelen vanuit het Rijk geraamd voor jeugd, inburgering en de landelijke vreemdelingenvoorziening. De aanvullende middelen voor jeugd zijn gebaseerd op de extra middelen die het Rijk in de eigen voorjaarsnota heeft aangekondigd. Ook heeft het Rijk in dezelfde voorjaarsnota extra middelen beschikbaar gesteld voor de demping van de terugval van het gemeentefonds in 2026 (‘het ravijn'). Ook hiermee is rekening gehouden in de Voorjaarsnota 2025.

13

Financiële ontwikkelingen na Voorjaarsnota 2025 Financieel beeld 2025-2029

x € 1.000 2029 Structureel

2026

2027

2028

-

-

-

-

-

16.000

16.600

200

1.800

1.800

-

-

4.400

4.400

4.400

C. Structurele doorwerking majeure ontwikkelingen -14.043 -10.600 Tweede Bestuursrapportage en overige ontwikkelingen:

-5.600

-5.600

-5.600

Eindsaldo Voorjaarsnota 2025 Actualisatie A. Meicirculaire 2025 B. Eigen bijdrage Jeugd

C1. Indexering

-1.800

-1.800

-1.800

-1.800

-1.800

C2. Voorzieningen

-3.800

-3.800

-3.800

-3.800

-3.800

C3. Werk & Inkomen

-7.000

-5.000

-

-

-

C4. Evenementenleges

-638

-

-

-

-

C5. Nota WAAVA

-630

-

-

-

-

C6. Zwarte plein

-175

-

-

-

-

D. Moties en amendementen Begroting 2026

1.957

6.000

-1.000

600

600

E. Storting/onttrekking algemene dekkingsreserve Totaal Programmabegroting 2026

-1.957 0

-6.000 0

1.000 0

-600 0

-600 0

Hieronder staat een uitleg bij de cijfers uit bovenstaande grafiek: A. Meicirculaire 2025 De meicirculaire is verschenen nadat de raad de Voorjaarsnota 2025 heeft ontvangen. De meicirculaire 2025 laat een positief meerjarig financieel beeld zien. De programmabegroting 2026 is daarom aangepast conform de Raadsbrief meicirculaire gemeentefonds 2025. Onze inkomsten uit het gemeentefonds veranderen door:    

Een opwaartse bijstelling van de prijscompensatie in het gemeentefonds. Dit levert in 2026 ruim € 12 miljoen op; Een afname van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds, hierdoor krijgen we structureel € 1,1 miljoen minder; De actualisatie van de landelijke maatstaven. Dit heeft een positieve impact op onze inkomsten van ongeveer € 5 miljoen structureel; Het doorvoeren van een extra korting op het jeugdbudget vanaf 2028 die negatief uitpakt voor onze financiën. Dat kost vanaf 2027 ruim € 14 miljoen.

Per saldo leidt dit tot extra budgettaire ruimte tot en met 2027. Voor 2028 en volgende jaren daalt de extra financiële ruimte weer naar nul. Naar aanleiding van de meicirculaire handhaven we onze ramingen dat er over 2023 en 2024 nog een nabetaling komt ten aanzien van het jeugddossier door het Rijk. Hierover zijn immers harde toezeggingen gedaan door de (inmiddels demissionaire) premier. Als die toezeggingen niet nagekomen worden, zal de VNG een rechtszaak starten tegen het Rijk. We gaan er dus van uit dat deze middelen komen. Dat geldt niet voor de middelen voor jeugd voor de jaren 2028 en verder.

14

Hoewel er signalen waren dat er structureel geld in het gemeentefonds bij zou komen voor jeugd, staan daar nu vanaf 2028 kortingen tegenover, waardoor het financiële effect per saldo nul is. Met andere woorden: we krijgen incidenteel (2026 en 2027) extra geld voor jeugd, maar in de jaren daarna niet meer. B. Jeugd In de meicirculaire 2025 zijn extra inkomsten Jeugd (Van Ark-middelen) opgenomen. Daar staan vanaf 2028 extra bezuinigingen op Jeugd tegenover die even hoog zijn als de extra middelen voor jeugd. Deze bezuinigingen bestaan uit een indexering van de hervormingsagenda jeugd. Dit zijn maatregelen die wij in Utrecht al eerder geïmplementeerd hebben. Dit levert voor ons in de toekomst dus geen extra besparing meer op waar we de korting van het Rijk op het gemeentefonds mee kunnen compenseren. Daarnaast is er een korting doorgevoerd vanwege de mogelijkheid voor gemeenten om vanaf 2028 een eigen bijdrage te innen bij diegenen die een beroep doen op de jeugdhulp. De bezuinigingen op het gemeentefonds zijn meegenomen in de Raadsbrief meicirculaire en verwerkt in het programma Algemene Dekkingsmiddelen. De hogere baten als gevolg van de eigen bijdrage zijn vanaf 2028 opgenomen in het programma Kansrijk opgroeien. Voor de gemeente Utrecht gaat dit om een bedrag van 4,4 miljoen euro. Het is onzeker of deze eigen bijdrage daadwerkelijk wordt ingevoerd.

Met de val van het kabinet is dit nog onzekerder geworden. Het is ook nog onzeker wat de daadwerkelijke gerealiseerde omvang van de eigen bijdrage na invoering zal zijn. Wij vinden overigens een eigen bijdrage niet wenselijk, omdat dit ertoe kan leiden dat minder kinderen en gezinnen die dit nodig hebben, toegang krijgen tot jeugdhulp. Hierdoor zullen ook de maatschappelijke kosten stijgen. C1. Indexering Voor de indexering is per saldo € 1,8 miljoen extra nodig. Een van de oorzaken hiervan is dat de recent afgesloten CAO voor gemeenteambtenaren de gemeente Utrecht harder raakt dan eerder bij de Voorjaarsnota voorzien. Dit gaat over een extra vergoeding voor onregelmatig werk. Deze afspraak geldt voor een groot aantal ambtenaren, zoals badmeesters en boa’s. C2. Onderhoudsvoorzieningen De afgelopen jaren zijn de kosten voor de onderhoudsvoorzieningen steeds beter geraamd. Bovendien werken we op een andere manier door scherper te kijken naar risico’s en wat er gebeurt als deze risico’s optreden. Vanwege de stijgende kosten dreigen de onderhoudsvoorzieningen voor vastgoed, sport en mobiliteit negatief te worden. Dit is niet toegestaan en daar zijn we ook op gewezen door de accountant. Het is dus noodzakelijk om de onderhoudsbudgetten structureel te verhogen en daarom doen we in deze Programmabegroting een extra storting van structureel € 3,8 miljoen euro.

Deze structurele oplossing is nodig, omdat we verwachten dat een incidentele oplossing in de toekomst leidt tot nieuwe structurele problemen. Naast de extra storting nemen we in aanloop naar de Voorjaarsnota 2026 de hele onderhoudsagenda en de bijbehorende begroting onder de loep om beter te anticiperen op een stijging van de lasten en om kapitaalgoederen goed te blijven onderhouden. C3. Werk & Inkomen Er is een structureel nadeel op de BUIG-budgetten (bijstand) van 7 miljoen euro. Dit bedrag is wel nog met de nodige onzekerheden omgeven. Als dit een landelijke trend blijkt, zal het macrobudget namelijk verhoogd worden. Bovendien zal een hogere uitstroom ook leiden tot een kleiner nadeel. Het college wil uiteraard nog meer inzetten op een hogere uitstroom, rekening houdend met het feit dat ook de gemeente Utrecht een zogenaamd granieten bestand kent. Om die hogere uitstroom te bereiken, is extra inzet en extra tijd nodig. Daarom is in de programmabegroting incidenteel 7 miljoen euro opgenomen voor 2026 en 5 miljoen euro incidenteel voor 2027. De verwachting is dat met de extra inzet op uitstroom en de toekomstige ontwikkeling van het BUIG-budget deze extra bijdragen vanaf 2028 niet meer nodig zijn. 15

C4 t/m C6. Overige maatregelen Het college stelt voor om een drietal urgente knelpunten op te lossen die met een deel van het incidentele geld voor 2026 gedekt zijn in deze programmabegroting. Dit gaat over de verhoging van de leges voor evenementen en daarmee ook voor het Sinterklaasfeest en de viering van Sint-Maarten, voor de herinrichting van het Zwarte Plein en voor de nota Waava. In totaal is met deze drie knelpunten een bedrag gemoeid van circa € 1,4 miljoen. Door de keuzes en de maatregelen in deze programmabegroting blijft er in 2026 een positief resultaat over van 3,4 miljoen euro (daarna sluitend). Gezien de financiële positie van de gemeente is besloten dit bedrag in te zetten om de reservepositie te verbeteren. Vanwege de grote onzekerheden en het verwachte negatieve resultaat voor 2025 zal dit noodzakelijk zijn en wordt het versterken van de reservepositie ook geadviseerd door de accountant. Dit geeft mogelijk ook ruimte aan een nieuwe coalitie. D. Moties en amendementen Voorjaarsnota 2025 Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 zijn 5 amendementen en 25 moties aangenomen. Alle amendementen zijn conform het genomen besluit verwerkt bij deze programmabegroting. De aangenomen moties zal het college binnen de uitvoering van het beleid afwegen en, indien mogelijk, nader uitwerken. E.

Algemene dekkingsreserve Het saldo dat resteert, wordt - zoals te doen gebruikelijk- verrekend met de algemene dekkingsreserve. Dat is de reserve waarmee we alle overschotten en tekorten van de Planning & Control producten mee verrekenen. Die algemene dekkingsreserve laat de laatste paar jaren een dalende trend zien. In deze begroting storten we in 2026, 2027 en 2029 (en later) een bedrag in de algemene dekkingsreserve, terwijl er in 2028 een bedrag onttrokken wordt. Dit heeft als neveneffect dat onze reservepositie verstevigd wordt en dit heeft weer een positieve impact op onze solvabiliteitsratio. Dit is ook noodzakelijk, want - rekening houdend met het negatieve saldo van de tweede bestuursrapportage - is de algemene dekkingsreserve in 2026 negatief, net als in 2028 en 2029. Als dat binnen de begrotingsperiode niet opgelost wordt, kan dat voor de provincie reden zijn voor preventief toezicht. Dit is een aandachtspunt bij de Voorjaarsnota 2026. Dit betekent wel dat elke wijziging op deze begroting die leidt tot het uitgeven van extra geld, ervoor zorgt dat onze algemene dekkingsreserve nog negatiever wordt, wat ook een negatieve impact heeft op onze solvabiliteitsratio.

Financiële positie gemeente Utrecht Hieronder staan een aantal financiële kengetallen. Die maken de komende jaren een bepaalde ontwikkeling door. Het is goed om deze financiële kengetallen in samenhang te bezien en ook in de loop van de tijd. Een mindere score op één van de financiële kengetallen in enig jaar is (nog) geen reden tot zorg. Pas wanneer alle financiële kengetallen zich gedurende meerdere jaren negatief dreigen te ontwikkelen, is bijsturing nodig. Gemiddeld genomen scoren we redelijk tot goed op de kengetallen. Onze begroting is in de eerste twee jaren structureel sluitend; de weerstandsratio voldoet aan de norm van 1,0 en onze solvabiliteit ligt rond de 20%. Wel zien we dat onze schuldquote langzaam stijgt en dat onze reservepositie zich weer iets herstelt. Reservepositie De reservepositie blijft per saldo meerjarig stabiel. Sinds de Jaarstukken 2024 neemt de omvang van de gemeentelijke reserves wel af. Dit geldt in het bijzonder voor de algemene dekkingsreserve. Vanaf 2027 herstelt de reservepositie zich licht.

16

Weerstandsvermogen Voor 2026-2029 is voldoende weerstandscapaciteit beschikbaar om financiële risico’s op te kunnen vangen. De verwachting is dat het weerstandsvermogen de komende jaren gemiddeld 1,0 blijft. De gemeente Utrecht blijft hierdoor in staat om substantiële tegenvallers op te vangen. In 2026 komt de weerstandsratio op 1 uit. De algemene reserves worden niet aangesproken voor een weerstandsratio van 1. De reserves zijn nodig om de solvabiliteit (zie volgende alinea) op peil te houden en voor het financiële ravijn. Ontwikkeling weerstandsvermogen € 200.000.000

2,0

€ 150.000.000

1,5

€ 100.000.000

1,0

€ 50.000.000

0,5

€-

2023

Weerstandscapaciteit

2024

2025

Benodigde weerstandscapaciteit

2026 Ratio weerstandsvermogen

Solvabilteit De solvabiliteitsratio geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen (reserves en leningen) aan. Des te hoger de solvabiliteitsratio, des te beter gemeenten tegen een financieel stootje kunnen. Uit onderstaande grafiek blijkt dat de solvabiliteit van de gemeente de komende jaren redelijk stabiel blijft en rond de 20% ligt. Doordat we scherper aan de wind zijn gaan varen de afgelopen jaren, is de solvabiliteit iets gedaald. De lagere rijksinkomsten zijn hier mede debet aan geweest. De solvabiliteit onderstreept ook het belang van een goede reservepositie: hoe hoger de reserves, hoe beter de solvabiliteit. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van het begrotingstotaal. De gemeente hanteert als norm de lijn van het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK van de provincie (een bandbreedte van 90-130%). De netto meerjarige 17

schuldquote loopt op, maar blijft vooralsnog ruimschoots onder de 130%. Het oplopen van de netto schuldquote wordt voornamelijk veroorzaakt door de geplande investeringen in de groei van onze stad. Hoe reëel deze verwachting, gebaseerd op de investeringsambitie is, moet nog blijken. Dankzij meer ervaring met realistisch plannen weten we nu dat de werkelijke schuldontwikkeling door onder andere planningsoptimisme vaak achterbleef bij de ramingen. Dit komt onder meer door personeelstekort, stijgende bouw- en materiaalkosten en planologische procedures. In de Voorjaarsnota 2025 is hier al rekening mee gehouden door ambities deels bij te stellen, rekening houdend met het planningsoptimisme. Hiermee nemen we een verantwoord risico op knelpunten.

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft weer hoe de lokale lastendruk in de gemeente Utrecht zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. In 2026 neemt de belastingcapaciteit met 4 procentpunt toe ten opzichte van 2025. De belastingcapaciteit kwam in 2025 uit op 120% en in 2026 komt de belastingcapaciteit uit op 124%. Een goede vergelijking is echter nog niet te maken. De Utrechtse tarieven voor 2026 zijn namelijk wel bekend, maar het landelijk gemiddelde is nog gebaseerd op de cijfers van 2025. We verwachten uiteindelijk wel een beperkte stijging van de belastingcapaciteit. Deze stijging wordt mede veroorzaakt door wijzigingen in de berekeningsmethodieken van OZB en de afvalstoffenheffing. Bij het vaststellen van de hoogte van de OZB wordt uitsluitend de WOZ-waarde van koopwoningen meegenomen, omdat de OZB alleen wordt betaald door huishoudens met een koopwoning. Bij het vaststellen van de gemeentelijke kosten voor afvalstoffenheffing wordt vanaf nu gebruik gemaakt van het gewogen gemiddelde van de meerpersoonshuishoudens in plaats van de eenpersoonshuishoudens. We zien dat de kosten van het ophalen en verwerken van het huishoudelijk afval toenemen (door onder andere de landelijke CO2-heffing). Dit leidt tot een stijging van de afvalstoffenheffing.

18

Investeringen in onze stad en inwoners We investeren jaarlijks vele miljoenen euro’s in de groei van onze stad en om de stad in goede staat te houden en te verbeteren. Zoals ook uit de grafiek Netto schuldquote blijkt nemen onze bezittingen door deze investeringen (vaste activa) toe. Bij deze begroting autoriseert de raad voor 2026 in totaal 279,047 miljoen euro (2025: € 192,3 miljoen) aan nieuwe investeringskredieten. Het totaal geautoriseerd investeringskrediet tot en met 2026 komt nu uit op 2,607 miljard euro, hiervan is 679,108 miljoen euro gerealiseerd. De rest wordt in komende jaren uitgeven, waarvan in 2026 440,237 miljoen euro. In de programma's worden de investeringen nader toegelicht.

19

Beïnvloedbaarheid Op het niveau van de doelstellingen binnen een programma biedt deze begroting inzicht in de beïnvloedbaarheid van de uitgaven. De informatie over de beïnvloedbaarheid kan worden gebruikt in bijvoorbeeld takendiscussies. De beïnvloedbare ruimte kan alleen worden ingezet voor nieuw beleid als de bestaande kaders/activiteiten worden aangepast. De beïnvloedbare ruimte hebben we binnen de programma's daarom ook voorzien van inhoudelijke duiding. Op een begrotingstotaal van ruim 2,177 miljard euro (lasten 2026 inclusief reservemutaties) hebben we € 186,3 miljoen euro aan beïnvloedbare ruimte. Dit is 8,56% van het begrotingstotaal. De beïnvloedbaarheid neemt in de jaren toe. In 2027 is de beïnvloedbare ruimte 9,88% van het begrotingstotaal (2,074 miljard euro). Onderstaande grafiek toont de beïnvloedbare ruimte per programma in euro's voor het begrotingsjaar 2026.

Onderstaande grafiek toont de beïnvloedbare ruimte per programma in percentages voor begrotingsjaar 2026.

20

Tot slot Ondanks de financieel lastige jaren is het dit college gelukt om steeds een sluitende begroting te presenteren. De afgelopen jaren hebben we bovendien fors geïnvesteerd in de stad. Jaarlijks besteden we 2 miljard euro om Utrecht duurzaam en leefbaar te ontwikkelen. Deze collegeperiode is bovendien, inclusief het coalitieakkoord, voor ruim 90 miljoen euro structureel extra geïnvesteerd in de stad. We hebben helaas ook scherpe keuzes moeten maken om tekorten op te lossen. Zo hebben we de afgelopen jaren voor 80 miljoen euro aan structurele bezuinigingen doorgevoerd. Hierbij hebben we echter nooit getornd aan dat wat we als college ook aan de stad na willen laten: barmhartigheid als mantel over al ons beleid. Dit betekent dat we altijd de meest kwetsbaren hebben ontzien en dat we als stad koplopergemeente zijn in actuele (politieke)kwesties die draaien om de zorg en de opvang van mensen, zoals de hervormingsagenda jeugd, de opvang en begeleiding van statushouders en vluchtelingen. Dit college is bovendien altijd fors blijven inzetten op het tegengaan van ongelijkheid, het bestrijden van de woningnood en het aanpakken van de klimaatcrisis. Om de financiële tegenwind het hoofd te bieden, hebben we altijd financieel, stabiel beleid gevoerd.

Maar we hebben ook scherp aan de wind moeten zeilen en de nodige risico's genomen: we hebben forse (financiële) maatregelen genomen, lasten moeten verhogen en onze reserves aangesproken. Bovendien is ons financiële beleid vanaf het begin af aan realistisch geweest: we kunnen niet al onze grootste ambities waarmaken. Als gevolg hiervan zijn de financiën nu op orde. Echter vraagt ook de (nabije) toekomst om realisme. Het appeltje voor de dorst is op en dus zullen we nu en in de toekomst zorgvuldig om moeten gaan met onze financiën, zodat we de beloftes voor Utrecht waar kunnen blijven maken: voldoende woningen, voorzieningen en groen in een klimaatneutrale stad waar iedereen zichzelf mag zijn en iedereen die dat nodig heeft hulp krijgt. En zodat we ons kunnen blijven wapenen voor externe, autonome ontwikkelingen die altijd van invloed zullen zijn op onze stad zonder muren.

21

Beleidskaders Voorjaarsnota 2025 en Eerste Bestuursrapportage 2025 De voorjaarsnota 2025 is het document waarin de integrale afweging plaatsvindt en de beleidsmatige keuzes, inclusief de meerjarige doorkijk, worden gemaakt voor het komende begrotingsjaar. De keuzes worden in de begroting nader uitgewerkt. Een overzicht van moties en amendementen aangenomen naar aanleiding van de Voorjaarsnota 2025 vindt u hier. In de eerste bestuursrapportage wordt de lopende begroting bijgesteld, zowel beleidsmatig als financieel. Coalitieakkoord Dit betreft het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’. In de periode van 2022-2026 wordt er aan de slag gegaan met de groeiende ongelijkheid in onze stad, de grote woningnood en de klimaatcrisis. Aangenomen moties en amendementen Bij de behandeling van de programmabegroting 2026 in de raadsvergadering van 13 november 2025 zijn onderstaande amendementen en moties aangenomen. De aangenomen amendementen worden in de programmabegroting verwerkt. Financiële consequentie

Amendement Omschrijving

Motie

Omschrijving

22

Programma 's

23

Betrouwbare overheid Programma overzicht We zorgen voor betrouwbare dienstverlening en rechtvaardige behandeling. Portefeuillehouder(s): Sharon Dijksma, Rachel Streefland, Eva Oosters, Dennis de Vries en Linda Voortman Financiën programma x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten

2024 13.499

2025 13.758

2026 9.185

2027 9.235

2028 9.235

2029 9.235

Lasten

66.202

71.390

63.110

60.239

60.140

60.140

Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

-52.702 695 211

-57.631 1.175 0

-53.925 0 0

-51.004 0 0

-50.905 0 0

-50.905 0 0

484

1.175

0

0

0

0

-52.218

-56.456

-53.925

-51.004

-50.905

-50.905

Financiële toelichting op hoofdlijnen op baten/lasten/reserves voor jaar 2026 De baten in dit programma zijn 9,185 miljoen euro. Deze baten bestaan hoofdzakelijk uit:  Bovengemeentelijke samenwerking (0,674 miljoen euro)  Inkomsten uit leges burgerzaken (8,5 miljoen euro) De lasten in dit programma zijn 63,010 miljoen euro. Deze lasten bestaan hoofdzakelijk uit:  Raad en college (12,707 miljoen euro)  Bovengemeentelijke en internationale samenwerking (3,550 miljoen euro)  Initiatievenfonds (4,7 miljoen euro)  Wijkbureaus (12,170 miljoen euro): hierin zit o.a. ook incidenteel meerjarig budget voor Buurten wijkgericht werken (1,3 miljoen euro)  Dienstverlening Burgerzaken (15,7 miljoen euro; waaronder budget voor het organiseren van verkiezingen 2,2 miljoen euro)  Dienstverlening klantcontactcentrum (7,6 miljoen euro) en Publieksdienstverlening (2,6 miljoen euro)  Subsidie voor Het Utrechts Archief (3,694 miljoen euro) In dit programma vinden in 2026 geen mutaties op de reserves plaats.

25

Hervormingen en bezuinigingen In onderstaande tabel zijn de in dit programma doorgevoerde hervormingen en bezuinigingen opgenomen uit de Voorjaarsnota 2025.

x € 1.000 Maatregel

2025

2026

2027

2028

2029 Structureel

Thema 1a: Efficiënter, zakelijker en klantgerichter werken

-100

497

550

550

550

550

Thema 1b: Verlagen kwaliteit interne dienstverlening

-

66

66

66

66

66

Korten op investeringsbudget Publieksdienstverlening

-

51

51

51

51

51

Registratie Niet Ingezeten kostendekkend uitvoeren

-

89

89

89

89

89

Sluiten KCC (Klant contact center) op woensdag- en vrijdagmiddag

-

479

545

545

545

545

Differentiëren dienstverlening wijkbureaus

-

309

309

309

309

309

-100

1.491

1.610

1.610

1.610

1.610

Totaal

Bovenstaande tabel sluit aan bij de Voorjaarsnota, zodat inzichtelijk blijft waar welke bezuinigingen in de begroting landen. Voor een aantal onderwerpen heeft inmiddels de financiële doorverdeling vanuit het Programma Algemene middelen en overhead naar de diverse programma’s plaatsgevonden.

26

Baten en lasten meerjarig in beeld De grafieken hieronder tonen de ontwikkeling van de baten en lasten van het programma over een periode van meerdere jaren, exclusief reserves. Zowel in absolute bedragen, als in percentages van de totale baten en lasten van de begroting.

27

Doelstellingen Doelstelling 1: Raad en College De gemeenteraad en het college van b&w vormen samen een betrouwbaar bestuur van de stad. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Beleidsnota Standaard voor de beleidscyclus

2023

Raadsvoorstel werkdruk en werkwijze

2025

Kaders ten behoeve van de rolverdeling tussen raad en college, en duidelijke afspraken over sturen en verantwoording van beleid. Voorstel voor een nieuwe werkwijze voor de raad om de werkdruk te verlagen

Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026. Indicator

% Utrechters dat vertrouwen heeft in de gemeenteraad

Nulmeting Realisatie

55% (2021)

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

-

52%

-

53%

-

Uitgebreidere informatie over de externe indicator die betrekking heeft op deze doelstelling is te vinden in de Utrecht Monitor.

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteit in het begrotingsjaar Gemeenteraad  Naar aanleiding van het Raadsvoorstel Werkdruk & Werkwijze wijzigt vanaf september 2025 de vergaderstructuur en na de raadswissel in 2026 gaat de raad aan de slag met een nieuwe werkwijze. Deze nieuwe werkwijze moet de werkdruk van raadsleden verlagen, waardoor er meer tijd overblijft voor contact met inwoners, er wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de beeldvorming en het raadswerk qua tijdsinvestering toegankelijk blijft voor een brede groep inwoners.  De raad onderzoekt hoe ze uitvoering kan geven aan M56 ‘Participeren kun je leren’, naar aanleiding waarvan de raad met Utrechters in gesprek gaat over hoe het contact tussen raad en Utrechters verbeterd kan worden. College  In 2026 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. We zorgen voor een professionele collegewissel (overdracht).

28

Activiteiten die we niet meer doen Gemeenteraad Niet van toepassing College Niet van toepassing Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen Gemeenteraad 

Democratieprogramma: het Democratieprogramma richt zich op het enthousiasmeren en onderwijzen van jongere en volwassen Utrechters over lokaal bestuur, de gemeenteraad, het besluitvormingsproces én hun eigen invloed hierop (externe indicator). Raad in de Wijk: de raad weet wat er speelt in wijken door aanwezig te zijn, het gesprek aan te gaan, te luisteren en vragen te stellen; de raad is zichtbaar en benaderbaar voor mensen in de wijk. Ook na de raadswissel blijven we de verschillende wijken in gemeente Utrecht bezoeken (externe indicator). Raadsinformatiebijeenkomsten: voor de beeldvorming van de raadsleden over een onderwerp worden er openbare raadsinformatiebijeenkomsten (RIB) georganiseerd die raadsleden zelf kunnen agenderen. We onderzoeken hoe wij hier een kwaliteitsimpuls aan kunnen geven (externe indicator). Instrumenten: Utrechters hebben verschillende instrumenten tot hun beschikking om in contact te komen met de raad, bijvoorbeeld de petitie, inwonersagendering en inwonersmotie. De raad richt deze instrumenten en bijbehorende processen zo in dat dit laagdrempelig in gebruik is voor Utrechters. Adviescommissie Participatie: met deze adviescommissie heeft de raad een plek waar de raad kan reflecteren op haar eigen rol in participatie, maar ook op andere onderwerpen die raken aan de relatie tussen de gemeenteraad en Utrechters, en zo kan leren.

Het werkdrukonderzoek uit 2023 naar aanleiding van M367 Doeltreffende raad Utrecht heeft een aantal aanbevelingen opgeleverd waaraan het dagelijks bestuur van de raad invulling heeft willen geven. Zo gelden er nu eindtijden voor raadsinformatiebijeenkomsten en commissievergaderingen en is de aanvangstijd voor raadsvergaderingen vervroegd. Bovendien loopt er een pilot waarin voor een raadsvergadering twee (in plaats van drie) dagdelen worden ingepland. Ook in 2025 vindt er weer een onderzoek plaats naar de werkdruk voor raads- en commissieleden (interne indicator).

College  Het college voert het dagelijks bestuur van gemeente Utrecht binnen de kaders die door de gemeenteraad zijn vastgesteld;  komt wekelijks bijeen voor besluitvorming;  informeert de gemeenteraad onder andere via raadsbrieven over de voortgang, toezeggingen en actuele ontwikkelingen;  is verantwoordelijk voor een nauwkeurige en transparante uitvoering van de referendumverordening;  betrekt de inbreng van inwoners, ondernemers en organisaties bij hun werkzaamheden;  ondersteunt verbindende feesten en bijeenkomsten, zowel de jaarlijks terugkerende (zoals Sinterklaasintocht, 4 en 5 mei etc.) als incidentele voor inwoners die een steuntje in de rug nodig hebben, of een blijk van waardering verdienen  blijft zich inzetten op de uitvoering van het coalitieakkoord "Investeren in Utrecht". Na vaststellen van een nieuw coalitieakkoord zal dit akkoord de basis zijn voor verdere uitvoering. De planning van de uitvoering van het coalitieakkoord wordt inzichtelijk gemaakt in de Planning & Control - begrotingscyclus. 29

 

Collegeleden vertegenwoordigen het gemeentebestuur bij uiteenlopende gelegenheden op de diverse beleidsterreinen. In 2026 worden voor de collegeleden (gezamenlijke) thematische werkbezoeken en kennismakingen/ontmoetingen met stedelijke en regionale partners georganiseerd.

Financiën Raad en college x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 36 13.423 -13.387

2025 0 12.178 -12.178

2026 0 12.707 -12.707

2027 0 12.362 -12.362

2028 0 12.362 -12.362

2029 0 12.362 -12.362

465 0 465

128 0 128

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

-12.922

-12.050

-12.707

-12.362

-12.362

-12.362 x €1.000

Toelichting verschillen Baten Binnen deze doelstelling zijn er geen verschillen groter dan 0,5 miljoen euro of meer dan 10% van de baten. Lasten Bij raadsorganen nemen de begrote lasten met 0,529 miljoen euro toe door indexatie van de budgetten en omdat er elke vier jaar extra budget beschikbaar is voor de raadswissel.

Bedrag

I/S

529

I/S

Binnen deze doelstelling zijn er geen reservemutaties die dienen te worden toegelicht.

30

Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 4%, 2027 7%, 2028 7% en voor 2029 7%

Binnen deze doelstelling is slechts een beperkt deel van de lasten beïnvloedbaar. De kosten voor college en raad, zoals personeelskosten, raadsvergoedingen en fractiebijdragen zijn grotendeels wettelijk verplicht of liggen vast in verordeningen. De raad kan deze verordeningen wijzigen. Beïnvloedbaar zijn ook de bijdragen aan de volksfeesten. Dit zijn bijvoorbeeld de intocht van Sinterklaas, 4 mei viering, bevrijdingsfestival en de carnavalsoptocht. Via subsidie aan vrijwilligersorganisaties en bewonersactiviteiten draagt onze gemeente Utrecht hieraan bij. Bezuinigingen op deze bijdragen zouden ten kosten kunnen gaan van verbinding met de stad en het behoud van tradities.

Doelstelling 2: Bovengemeentelijke belangen De Utrechtse belangen zijn goed vertegenwoordigd in de regio, nationaal en internationaal. Beleidskader Deze doelstelling heeft geen specifiek beleidskader.

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar  Vanaf 15 september 2026 is Utrecht een jaar lang voorzitter van de G4.  Van 8 tot en met 10 juni 2026 organiseert Utrecht samen met Eurocities de "Eurocities annual conference" in Utrecht.

31

Activiteiten die we niet meer doen  Van 1 januari 2024 tot en met december 2025 was Utrecht voorzitter van het Europese netwerk POLIS, een netwerk van Europese steden en regio’s die samenwerken op gebied van innovatieve oplossingen met betrekking tot mobiliteit. Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen  We vertalen het Utrechtse coalitieakkoord naar lobby inzet die we onder de aandacht brengen bij bewindspersonen, Eerste en Tweede Kamerleden, de formerende partijen en in Brussel, al dan niet samen met de vier grote steden (G4: Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam) de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere partners. Prioritering hierin is noodzakelijk omdat wij niet over voldoende middelen beschikken om met alle activiteiten die hiervoor nodig zijn aan de slag te gaan. Hierin worden keuzes gemaakt.  We bouwen verder aan een relevant regionaal en (inter)nationaal netwerk voor al onze bestuurders, met wie zij kunnen optrekken om de doelen uit het coalitieakkoord te halen en om de Utrechtse agenda te laten aansluiten op die van belangrijke partners.  We werken samen met de regio om Utrechtse belangen te behartigen zoals het aantrekken van landelijke investeringen voor de OV schaalsprong (Merwedelijn). Dat doen we onder het label Metropool Regio Utrecht.

Daarbij zetten we in op het versterken van het profiel van de regio middels positionering Utrecht, Heart of Health waarbij we onder andere samenwerken met de Economic Board Utrecht (EBU).  Wij willen dat Utrecht een voortrekkersrol speelt bij de internationale klimaatdoelstellingen en daarom zoeken we zowel op regionaal, nationaal als op internationaal niveau strategische samenwerkingen op. Wij zetten ons o.a. in voor een grotere rol van steden in de klimaatafspraken.  We werken samen met onze regiogemeenten in de UTRECHT10 (U10) aan de uitvoering van  onze gezamenlijke opgaven onder andere door uitvoering te geven aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). We kijken scherp naar onze regionale inzet en capaciteit en kijken per vraagstuk op welk schaalniveau en in welke coalitie dat wordt opgepakt.  We zijn actief lid van onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Eurocities, ICLEI (local governments for sustainability) en POLIS (netwerk van Europese steden en regio’s die samenwerken op gebied van innovatieve oplossingen met betrekking tot mobiliteit) en nemen waar nuttig bestuurlijke posities in.  We organiseren kennisuitwisseling met nationale en internationale partners door middel van ontvangst van delegaties en organisatie van werkbezoeken op verschillende onderwerpen.

Ook zetten we in op het aantrekken van internationale evenementen of conferenties die passen bij de ambities van onze stad. In het kader van bezuinigingen zullen we dit in vergelijking met voorgaande jaren minder doen.  We nemen gericht deel aan internationale (economische) missies die bijdragen aan het Utrechtse profiel en vestigingsklimaat in samenwerking met partners als Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), Regionale Ontwikkelings Maatschappijen (ROM) en Economic Board Utrecht (EBU).

32

Financiën Bovengemeentelijke belangen x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 1.542 5.319 -3.777

2025 674 4.805 -4.131

2026 674 3.550 -2.876

2027 674 3.550 -2.876

2028 674 3.550 -2.876

2029 674 3.550 -2.876

0 0 0

833 0 833

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

-3.777

-3.298

-2.876

-2.876

-2.876

-2.876 x € 1.000

Toelichting verschillen Baten Binnen deze doelstelling zijn er geen verschillen groter dan 0,5 miljoen euro of meer dan 10% van de baten. Lasten In diverse circulaires wordt er incidenteel budget voor het programma RES (Regionale Energie Strategie-U10) beschikbaar gesteld. In 2026 is dit 1,2 miljoen minder dan in 2025.

Bedrag

I/S

-1.201

I

x €1.000 Toelichting verschillen in reserves

Bedrag

I/S

-833

I

-

I

Onttrekkingen Op basis van de septembercirculaire 2024 wordt er in boekjaar 2025 een bedrag van 0,371 miljoen euro onttrokken aan de Algemene reserve voor de Regionale Energie Strategie-U10 en op basis van de decembercirculaire 2024 een bedrag van 0,462 miljoen euro. In 2026 is dat niet het geval. Toevoegingen Binnen deze doelstelling zijn er geen toevoegingen in de reserves die moeten worden toegelicht.

33

Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 5 %, 2027 5%, 2028 5% en voor 2029 5%

Binnen deze doelstelling is slechts een beperkt deel van de lasten beïnvloedbaar. Bovengemeentelijke samenwerking wordt in convenanten en gemeenschappelijke regelingen, zoals U10, VNG en G4, aangegaan. Uittreding is mogelijk, maar heeft langdurige ontvlechtingstrajecten en frictiekosten tot gevolg. Internationale samenwerkingen zijn ook deels beïnvloedbaar. Hier gaat het om lokaal beleid gekoppeld aan de “Sustainable Development Goals, of Global goals (VN)”. Het is mogelijk te stoppen met de samenwerking, maar dat vraagt om een verandering van het Utrechts beleid.

Doelstelling 3: Betrokken Utrechters Utrechters zijn actief in de eigen omgeving en/of oefenen invloed uit op gemeentelijke plannen, beleid en uitvoering in hun buurt, wijk, en/of stad. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken

2024

Samen stad maken. Geen Utrecht zonder U. Samen voor Overvecht Initiatievenfonds

2024

Uitvoeringsprogramma geeft richting aan het verder ontwikkelen van buurt- en wijkgericht werken. Beleidsnota geeft richting aan meer zeggenschap voor Utrechters. Ambitiedocument Samen voor Overvecht. Subsidieregeling voor grote en kleine initiatieven, inwoners en organisaties, jong en oud. Alle Utrechters met een goed idee voor hun straat, buurt, wijk of de stad kunnen een aanvraag doen.

2019 2015

34

Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026. Indicator

% Utrechters dat vertrouwen heeft in de lokale overheid % Utrechters dat vindt dat de gemeente eerlijk en open is in het contact met inwoners. % Utrechters dat betrokken is in de buurt bij één of meerdere activiteiten

Nulmeting Realisatie

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

53% (2023) 27% (2023)

-

54%

-

56%

-

-

28%

-

30%

-

54% (2023)

-

55%

-

57%

-

Uitgebreidere informatie over de externe indicator die betrekking heeft op deze doelstelling is te vinden in de Utrecht Monitor.

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar  Starten met de uitvoering van de regiodeal Vitale Wijken 2.0 waarmee de 5 ambities van de wijkaanpak Samen voor Overvecht een extra impuls krijgen. Het Rijk heeft een bedrag van €10 miljoen euro toegezegd voor een uitvoeringsperiode van 4 (of max 5) jaar.  Sturen van de eerste monitor Samen stad maken met een voortgangsbrief in Q1.  Zichtbaar maken en monitoren van het bewonersbod.  Voor de doorontwikkeling van de digitale samenwerking met de stad doen we een nieuwe aanbesteding om te overwegen of DenkMee nog het beste aansluit bij de doelstellingen van het programma Samen stad maken.  Maatregelen uit het uitvoeringsprogramma ‘Samenwerken met jeugd’ in praktijk brengen. Activiteiten die we niet meer doen Niet van toepassing Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen  Door de bezuinigingsmaatregelen uit de voorjaarsnota 2024 is vanaf 2026 het subsidiebudget van het Initiatievenfonds verlaagd met 0,819 miljoen euro. De bezuiniging wordt ingevuld door een maximaal totaalbedrag te reserveren voor aanpassingen aan de openbare ruimte die meer kosten dan €5000,-.  Faciliteren van bewoners en organisaties bij hun initiatieven in buurt, wijk en stad met onder andere het Initiatievenfonds.

 Inwoners kunnen in iedere wijk terecht op het wijkspreekuur van de wijkwethouder.  Dienstverlening vanuit de wijkbureaus afstemmen op wat een wijk of buurt nodig heeft, wat we daar willen bereiken en welke inzet daarvoor nodig is.  Samen met de stad de kennis van de buurten verbinden en vertalen naar wat nodig is in de buurten.  Openstellen van het wijkbureau als netwerkplek voor medewerkers en professionals in de wijk om kennis en kunde over de Utrechtse buurten uit te wisselen en samen te laten komen.  Versterken van het buurt- en wijkgericht werken door te werken aan de 4 ambities van het uitvoeringsprogramma buurt- en wijkgericht werken en het uitvoeren van de 14 maatregelen.

35

    

    

Omdat de incidentele middelen stoppen, is 2026 het laatste jaar dat we in de 6 buurten met een buurtagenda met bewoners, ondernemers en organisaties de buurtagenda’s uitvoeren, prioriteiten bepalen en bijsturen waar nodig. Met bewoners, ondernemers, organisaties uit de wijk en het Rijk gezamenlijk de regie voeren en de koers bepalen van de aangescherpte wijkaanpak Samen voor Overvecht. Uitvoeren van de vernieuwde nadere regel Samen voor Overvecht, waarin de beoogde impact en goede samenwerking tussen partijen als prominente pijlers zijn opgenomen. Ondersteunen van de wijkplatforms door onder andere individuele begeleiding en organiseren van stedelijke kennisbijeenkomsten. Faciliteren van een feestelijke jaarwisseling vanuit het advies van het Burgerberaad. Vergroten eigenaarschap van Utrechters, onder andere door betere samenwerking tussen gemeente, fondsen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven bij ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. Doorgaan met de reflectiegroep Samen stad maken van betrokken Utrechters en ambtenaren Werken met het Kompas voor zeggenschap voor het kiezen van samenwerkingsvormen bij planen beleidsontwikkeling en uitvoering. Werken aan het vakmanschap van onze medewerkers op het gebied van Samen stad maken door systematisch leren, trainingen, intervisie en casusbesprekingen.

Faciliteren, stimuleren en controleren op de toepassing van de uitgangspunten van Samen stad maken bij gemeentelijke projecten, onder andere door het aanbieden van formats en instructies. Verkennen van een volgend burgerberaad met een start in 2026 na de gemeenteraadsverkiezingen.

Financiën Betrokken Utrechters x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 1.644 15.988 -14.344

2025 2.793 21.407 -18.614

2026 0 16.987 -16.987

2027 0 15.097 -15.097

2028 0 15.097 -15.097

2029 0 15.097 -15.097

211 211 0

50 0 50

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

-14.344

-18.564

-16.987

-15.097

-15.097

-15.097 x €1.000

Toelichting verschillen Baten Verlaging van de baten door wegvallen van de SPUK-middelen voor Samen Voor Overvecht Lasten Verlaging van de lasten door wegvallen van de SPUK-middelen voor Samen Voor Overvecht Verlaging van budget Initiatievenfonds door de bezuinigingen zoals besloten in de voorjaarsnota 2024 Verlaging van budget intensivering samen voor Overvecht door de bezuinigingen zoals besloten in de voorjaarsnota 2024 36

Bedrag

I/S

-2.793 -2.793

I I

-4.420 -2.793

I/S I

-770

S

-719

S

x €1.000 Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

-103

S

-149

S

100

S

-309

S

-50

I

373

S

Verlaging van budget Fysieke locaties wijkbureaus door de bezuinigingen zoals besloten in de voorjaarsnota 2024 Verlaging van budget Samen stad maken en terugdraaien intensivering coalitieakkoord zoals besloten in de voorjaarsnota 2024 Verhoging van budget Samen stad maken en terugdraaien intensivering coalitieakkoord zoals besloten bij amendement 156 bij de voorjaarsnota 2025 Verlaging van budget Wijkbureaus differentiëren dienstverlening zoals besloten in de voorjaarsnota 2025 Verlaging van de lasten door (incidenteel) budget in 2025 voor integrale aanpak vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid voor Samen voor Overvecht Verhoging van de lasten door loon-en prijscompensatie (correctie 2025 en toevoeging 2026) *In 2027 dalen de lasten verder ten opzichte van 2026 met 1,890 miljoen euro door het wegvallen van de incidenteel toegekende coalitiemiddelen (1,390 miljoen euro) en het incidenteel toegekende budget bij de voorjaarsnota 2025 voor de jaarwisseling (2025 0,500 miljoen euro en 2026 0,500 miljoen euro).

Binnen deze doelstelling zijn er geen reservemutaties die dienen te worden toegelicht.

Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 15%, 2027 18%, 2028 23% en voor 2029 25%

De beïnvloedbare ruimte binnen deze doelstelling betreft de structurele middelen voor het Initiatievenfonds en de bij het coalitieakkoord beschikbaar gestelde (incidentele) middelen voor Samen stad maken, de Wijk- en buurtaanpak inclusief de buurtagenda’s, en programma Samen voor Overvecht. Het Initiatievenfonds is voor lokale (wijk-)initiatieven van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie. Het gaat om initiatieven in het sociale domein en in het ruimtelijke domein. Bij de UBA-maatregelen (zie voorjaarsnota 2024) en de hervormingsbezuinigingen (zie voorjaarsnota 2025) is op al deze onderdelen per 2026 het budget verlaagd. 37

Doelstelling 4: Informatie en dienstverlening De informatievoorziening en dienstverlening aan de inwoners en ondernemers van Utrecht is betrouwbaar, actueel, begrijpelijk, toegankelijk en passend bij de vraag. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Visie en meerjarenperspectief 2023-2033 op dienstverlening

2023

Aanvullende richting gevende afspraken over de dienstverlening van de gemeente Utrecht.

Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026. Indicator

Nulmeting Realisatie

Klanttevredenheid eerstelijns contactmomenten. Klanttevredenheid Burgerzaken.

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

8,1

7,2

7,2

7,2

7,2

8,5

8

8

8

8

Uitgebreidere informatie over de effectindicator die betrekking heeft op deze doelstelling is te vinden in de Utrecht Monitor.

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar  We hebben een BRP straat, waardoor Utrecht samen met enkele andere gemeenten in Nederland ervoor zorgt dat statushouders en asielzoekers, langer dan 6 maanden in Nederland, ingeschreven worden in de Basisregistratie Personen (BRP). Activiteiten die we niet meer doen  Zoals besloten in de Voorjaarsnota 2024:  stoppen we met webcare.  stoppen we met informatievoorziening via het klantcontactcentrum op woensdag- en vrijdagmiddag na 13.00 uur. Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen  Het aanbieden van alle vormen van de dienstverlening van Burgerzaken. Waarbij we:  Geen extra inzet meer leveren voor de registratie van niet ingezetenen (RNI), maar dit binnen de middelen die het rijk beschikbaar stelt uitvoeren.  Na zorgvuldig onderzoek bij welke verhuisaangiften dit realistisch is, worden er meer mutaties met betrekking tot verhuizingen geautomatiseerd verwerkt.  Processen Burgerzaken en inzet van digitalisering continu doorontwikkelen om efficiënter te kunnen werken.  We continueren de proef digitale aanvraag naturalisatie samen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en enkele andere gemeenten. De proef is bedoeld om een 38

  

efficiënter proces in te richten voor zowel gemeenten als IND, waardoor de doorlooptijd voor de zelfredzame inwoner wordt verkort. We organiseren de gemeenteraadsverkiezing. Informatievoorziening telefonisch, digitaal en fysiek (Gemeentelijk Servicepunt). Verbetering van de dienstverlening via het programma Publieksdienstverlening, waarin ook de aanbevelingen uit het rapport over de toeslagen affaire worden meegenomen. Door de verlaging van het investeringsbudget wordt de uitvoering van de visie op dienstverlening aangepast en vertraagd. Via de jaarlijkse voortgangsbrief Publieksdienstverlening wordt u geïnformeerd over de lopende activiteiten. Investeren in het aantrekken, opleiden en behouden van voldoende (nieuwe) medewerkers om aan de (groeiende) vraag naar dienstverlening te kunnen blijven voldoen.

Financiën Informatie en dienstverlening x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 10.277 31.471 -21.194

2025 10.292 33.000 -22.708

2026 8.511 29.865 -21.354

2027 8.561 29.230 -20.668

2028 8.561 29.131 -20.569

2029 8.561 29.131 -20.569

19 0 19

164 0 164

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

-21.175

-22.544

-21.354

-20.668

-20.569

-20.569 x €1.000

Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

Baten Daling van de baten voor de legesproducten reisdocumenten en naturalisaties: Het verhoogde aantal in 2025 (zie ook eerste bestuursrapportage 2025) heeft geleid tot incidenteel hogere baten in 2025 ten opzichte van de "structurele begroting" 2026 (zie ook toelichting lasten). Loon- en prijscompensatie (effect toegepaste structurele compensatie vanaf 2026) Lasten Daling van de lasten voor de legesproducten reisdocumenten en naturalisaties: Het verhoogde aantal in 2025ie ook eerste bestuursrapportage 2025) heeft geleid tot incidenteel hogere lasten in 2025 ten opzichte van de "structurele begroting" 2026. Verlaging van budget verkiezingen door geen reserve (budget) meer aan te houden voor ongeplande verkiezingen zoals besloten in de voorjaarsnota 2024) Verlaging van budget dienstverleningskanalen zoals besloten in voorjaarsnota 2024 Verlaging van budget door stoppen met webcare zoals besloten in de voorjaarsnota 2024 (amendement 119 deel 1)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f5fed5e5-5e1c-4133-85eb-46c7bfb4cd9a