Agendabundel
Tekst van het document
60
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) ziet elke kilometer die langzamer wordt gereden als een winst voor de verkeersveiligheid en steunt daarom het versnellen van de invoering van 30 km/u. Pagina 10 van 53
5
10
15
20
Wat de ChristenUnie betreft mag deze maatregel zelfs verder gaan. Hij vraagt de wethouder welke mogelijkheden er zijn om in woongebieden direct over te gaan naar 15 km/u en of dit onderdeel kan worden van de aanpak. Volgens hem geldt, hoe lager de snelheid, hoe hoger de verkeersveiligheid. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of het niet verstandig is om de invoering van 15 km/u ook te versnellen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat woonerven vroeger veel vaker voorkwamen, maar dat deze de afgelopen jaren steeds meer zijn verdwenen. Wat hem betreft mogen deze weer terugkomen. De voorzitter merkt op dat de agendering van vandaag betrekking heeft op de invoering van 30 km/u en niet op 15 km/u. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de ChristenUnie ook de snelheid van pedelecs wil aanpakken, aangezien deze vaak harder dan 15 km/u rijden. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) erkent dat dit een terecht punt is, omdat de snelheden op fietspaden inderdaad toenemen. Hij vindt dat dit zeker moet worden aangepakt, maar merkt op dat dit vandaag niet aan de orde is in het debat. De voorzitter schorst de vergadering vanwege een technische storing.
25
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat verkeersveiligheid de hoogste prioriteit moet hebben en mist dit aspect in de stukken. Daarnaast ziet de ChristenUnie communicatie als een belangrijk aandachtspunt.
30
De heer Baijens (PvdD) maakt een punt van orde en vraagt of iedereen duidelijk in de microfoon wil spreken, omdat het anders moeilijk te volgen is.
35
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan hierop te zullen letten. Hij vraagt hoe de communicatie rond de invoering van 30 km/u verbeterd kan worden, zodat deze duidelijker wordt en bijdraagt aan een soepele implementatie. Daarnaast wil hij van de wethouder weten of de mobiele flitspaal voor dertigkilometerzones binnenkort ook in Utrecht ingezet kan worden. De voorzitter geeft aan dat het geluid nog steeds aanwezig is en dat er naar een oplossing gezocht wordt.
40
45
50
55
60
De heer Dekkers (GroenLinks) steunt de aanpak om versneld over te gaan op een maximumsnelheid van 30 km/u. Ervaringen laten zien dat de snelheid overal afneemt, en snelheid, naast massa, is een bepalende factor bij de ernst van ongevallen. GroenLinks vindt het belangrijk dat de verlaging van de snelheid op wegen met vrijliggende fietspaden wordt gekoppeld aan de herinrichting. Daarnaast vraagt de partij of in bepaalde wijken de snelheid direct naar 15 km/u kan worden verlaagd en, zo niet, wat het meest geschikte moment daarvoor zou zijn. GroenLinks begrijpt dat het openbaar vervoer en de hulpdiensten belang hechten aan snelle reistijden en steunt daarom de verzachtende maatregelen die voor deze groepen zijn getroffen. Tegelijkertijd wil GroenLinks vasthouden aan maatregelen zoals het beperken van de snelheid op stedelijke inprikkers en het opheffen van conflicterende groene golven en zebrapaden. De partij pleit al langer voor het herstel van zebrapaden op plekken waar veel voetgangers oversteken. Hoewel bussen vlot moeten kunnen doorrijden, vindt GroenLinks dat er op oversteekplaatsen maatregelen genomen moeten worden om de snelheid te beperken en de veiligheid te vergroten. Dit speelt vooral op de Vleutenseweg, waar voetgangers meerdere rijbanen met verschillende snelheden moeten oversteken, wat een risicovolle situatie oplevert.
Wanneer de snelheid op busbanen 50 km/u blijft, moeten er volgens GroenLinks aanvullende maatregelen komen om de snelheid bij oversteekplaatsen te beperken. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt op welke basis de heer Dekkers heeft vastgesteld dat bussen te hard rijden. Pagina 11 van 53
De heer Dekkers (GroenLinks) verwijst naar een onderzoek naar de verkeerssituatie op de Vleutenseweg en geeft aan dat hij begrijpt dat bussen die te laat zijn, op dat punt proberen tijd in te halen. 5
10
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of GroenLinks bekend is met de mogelijkheid om bussen via geotagging te begrenzen en of GroenLinks hiervoor openstaat. De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat hij zeker voor het beperken van te hoge snelheden is. De voorzitter vraagt zich af of dit onderwerp binnen het debat over 30 km/u valt. De heer Bosch (UtrechtNu!) besluit het onderwerp hierbij te laten.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het echter relevant, omdat op sommige plekken ruimte wordt gegeven aan het OV, maar het op kruispunten juist belangrijk is om ook de snelheid van bussen te beperken. De voorzitter stelt dat dit prima is zolang het binnen de orde van het debat blijft, maar waarschuwt dat het uitweiden naar andere onderwerpen reacties van andere partijen zal oproepen. De heer Vasters (D66) stelt voor om dit onderwerp uitgebreider te bespreken wanneer de voetgangersnota aan de orde komt. Hij merkt op dat een zebrapad niet per definitie altijd bijdraagt aan een veiligere situatie. De heer Dekkers (GroenLinks) wil het onderwerp ook graag terug laten komen in de voetgangersnota, maar benadrukt dat zebrapaden niet alleen schijnveiligheid moeten creëren, maar juist ook echt kunnen bijdragen aan verkeersveiligheid. Hij wijst erop dat het versneld invoeren van 30 km/u betekent dat wegen niet opnieuw worden heringericht, maar dat er slechts beperkte aanpassingen worden gedaan. Op de lijst staan echter ook straten waar kleine ingrepen wel wenselijk en relatief goedkoop zijn. Hij vraagt de wethouder om een toezegging dat op wegen waar grote veiligheidsproblemen bekend zijn, deze kleinere aanpassingen snel worden doorgevoerd.
In de lijst met geprogrammeerde projecten wordt als verwachte uitvoeringsdatum 2024 genoemd, maar de indruk is dat deze maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Hij vraagt daarom om een actueel overzicht van de voortgang. De heer Bosch (UtrechtNu!) benadrukt dat UtrechtNu! niet tegen de invoering van 30 km/u is, maar zich vooral zorgen maakt over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en het gezond verstand bij de invoering. Volgens hem is het logisch om in woonbuurten de snelheid te verlagen naar 30 km/u, en vooral in Overvecht zijn er veel straten die zich daarvoor lenen. Op doorgaande wegen wil UtrechtNu! echter vasthouden aan 50 km/u, omdat dit volgens de partij beter is voor de doorstroming, veiligheid en bereikbaarheid van de stad. Hij vraagt zich af wat straks nog het verschil is tussen verschillende wegtypen als overal dezelfde snelheid geldt en vreest dat dit juist kan leiden tot meer verkeer op plekken waar dat niet wenselijk is. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt over welke doorgaande wegen de heer Bosch het precies heeft en of dit de wegen zijn die in de brief als uitzondering worden aangemerkt. Als de heer Bosch doelt op andere of meerdere wegen, is hij het daar niet mee eens. De heer Bosch (UtrechtNu!) wijst erop dat er plannen zijn om de snelheidsverlaging in de hele stad door te voeren.
Hij doelt met name op wegen zoals de Kardinaal de Jongweg, de Vleutensebaan en de Vleutenseweg. Volgens hem is zijn definitie van een doorgaande weg breder dan hoe de heer Dekkers die ziet. De heer Dekkers (GroenLinks) is het daar niet mee eens, omdat de genoemde wegen allemaal vrijliggende fietspaden hebben. De Draaiweg is daarentegen een ander geval. Hij wil op dit moment de discussie hierover niet voeren, maar vindt het wel verstandig het hier wel te doen.
Pagina 12 van 53
5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het niet terecht dat nu de Draaiweg erbij wordt gehaald. Hij staat ervoor open om bepaalde wegen naar 30 km/u te brengen, mits dit geloofwaardig wordt uitgevoerd en met oog voor het feit dat sommige wegen belangrijke busroutes zijn. Volgens hem zou het zinvol zijn om een werkbezoek te organiseren om te laten zien hoe een gebied op een geloofwaardige manier kan worden ingericht voor 30 km/u, waarbij de doorstroming van bussen fatsoenlijk gewaarborgd blijft. De voorzitter geeft aan dat werkbezoeken altijd georganiseerd kunnen worden en dat het goed zou zijn als de commissie dit regelmatig doet. De heer Dekkers (GroenLinks) erkent het belang van het openbaar vervoer, maar vraagt of UtrechtNu! het ermee eens is dat op sommige plekken ook de snelheid van het OV beperkt moet worden. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt dat hierover in gesprek moet worden gegaan met de concessiehouder om de bereikbaarheid van het OV te waarborgen. Hij wil dan wel weten of het mogelijk is om de huidige dienstregeling te handhaven of dat er, zoals eerder geschetst door DENK en het CDA, haltes zouden moeten verdwijnen. Volgens hem moet hierin een goede balans worden gevonden. De voorzitter raakt afgeleid door een geluid in de zaal en wilde de heer Dekker een vierde interruptie geven. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) bevestigt dat het geluid nog steeds hoorbaar is.
Hij merkt op dat uit de brief blijkt dat er uitvoerig overleg is geweest met de betrokken partijen over het OV en de geplande maatregelen. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt zich af in hoeverre dit overleg daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Hij zou het zorgelijk vinden dat er een jaar na dato via een notitie gevraagd wordt om bepaalde haltes te schrappen. Hij wijst erop dat OV-bedrijven met een vast aantal bussen moeten proberen hun dienstregeling rond te krijgen. De heer Bosch gaat verder met zijn inbreng en refereert aan de raadsbrief, waarin staat dat wegen met vrijliggende fietspaden ook 30 km/u moeten worden, maar dat dit pas gebeurt zodra er kansen zijn om dit te combineren met een integrale aanpak. Hij noemt de Admiraal Helfrichlaan en de Balijelaan als voorbeelden die logisch klinken, ware het niet dat dit doorgaande wegen zijn. Op de lijst staan ook de Laan van Chartroise en de Oudenoord en hij wil weten of deze conform de GOW30-norm zullen worden ingericht. Hij begrijpt dat een juiste inrichting noodzakelijk is, maar vraagt zich af hoe dit de veiligheid ten goede komt, aangezien dit zou betekenen dat vrijliggende fietspaden moeten verdwijnen en fietsers gemengd worden met autoverkeer om samen 30 km/u te rijden. De heer Vasters (D66) vindt het duidelijk dat niet in alle gevallen aan de GOW30-norm voldaan kan worden.
Hij vraagt of de heer Bosch het ermee eens is dat vrijliggende fietspaden kunnen blijven bestaan, mits er andere maatregelen worden getroffen om automobilisten af te remmen.
45
De heer Bosch (UtrechtNu!) geeft aan dat hij deze vraag juist aan het college wil stellen. Hij wil weten of er fietspaden worden verwijderd om de invoering van 30 km/u geloofwaardiger te maken. Volgens de GOW30-normen zouden vrijliggende fietspaden in sommige gevallen moeten verdwijnen.
50
De heer Vasters (D66) vindt dit geen verstandig idee en vraagt de heer Bosch of hij het ermee eens is dat er, los van de GOW30-normen, andere manieren moeten zijn om automobilisten af te remmen.
55
De heer Bosch (UtrechtNu!) erkent dat er andere manieren zijn, maar wijst erop dat de politie in dat geval niet handhaaft. Volgens hem heeft de politie aangegeven alleen te handhaven op wegen die volledig aan de GOW30-norm voldoen. Dit leidt volgens hem tot een vicieuze cirkel waarin schijnveiligheid ontstaat.
60
De heer Vasters (D66) vraagt of het voorstel van de heer Bosch is om vrijliggende fietspaden af te schaffen en fietsers op de rijbaan te laten rijden. Pagina 13 van 53
5
10
15
De heer Bosch (UtrechtNu!) benadrukt dat hij juist het tegenovergestelde voorstelt, omdat hij vindt dat vrijliggende fietspaden bijdragen aan de veiligheid. UtrechtNu! is ook geen voorstander van de fietsstraat. Hij vraagt het college hoeveel wegen daadwerkelijk volgens de GOW30-norm worden ingericht, aangezien de gemeente met grote tekorten kampt. Hoewel de GOW30-norm een richtlijn is en geen wettelijke verplichting, schrijft het college dat de politie in sommige gevallen niet handhaaft, zelfs niet op wegen die wél aan de norm voldoen. Volgens hem maakt dit de situatie nog gevaarlijker door een gevoel van schijnveiligheid te creëren. Daarnaast wijst hij op de oproep vanuit de OV-sector om zo min mogelijk obstakels aan te leggen, omdat deze de rijtijden beïnvloeden en het comfort voor passagiers niet bevorderen. Hij benadrukt dat goede doorgaande wegen essentieel zijn voor het openbaar vervoer. Volgens hem zou een toename van werkende flitsers ervoor zorgen dat automobilisten zich beter aan de snelheidslimiet houden op deze wegen. Met een investering van enkele miljoenen euro’s zou de gemeente een prettiger en veiliger straatbeeld kunnen realiseren, maar deze middelen zijn er nu niet. Hij wil ook niet steeds naar Amsterdam kijken als voorbeeld, omdat Utrecht volgens hem zelf met oplossingen kan komen.
Volgens hem is de oplossing simpel, maar moet de gemeente het dan wel willen uitvoeren. De voorzitter schorst de vergadering voor een korte pauze.
20
De voorzitter geeft aan dat er hinderlijk geluid te horen is in de zaal maar dat dit niet verholpen kan worden op dit moment. Het debat wordt hervat.
25
De heer De Pagter (VVD) staat achter het idee om woonwijken steeds meer in te richten op 30 km/u, maar vindt dat dit stapsgewijs moet gebeuren. Enkel het plaatsen van borden verlaagt de snelheid niet automatisch naar 30 km/u, wat ook het kennisplatform aangeeft. De VVD vreest dat dit kan leiden tot schijnveiligheid.
30
De heer Vasters (D66) is van mening dat mensen ook geleidelijk wennen aan een lagere snelheid door de invoering in één keer door te voeren. Uit de data blijkt dat het plaatsen van borden wel degelijk leidt tot een verlaging van de snelheid, zij het niet direct tot 30 km/u. Hij vraagt of het stapsgewijze proces niet juist in het plan staat.
35
De heer De Pagter (VVD) ziet geen stapsgewijze invoering in het plan en is van mening dat daar juist van wordt afgeweken. Het kennisplatform geeft volgens hem duidelijk aan waar wegen aan moeten voldoen, en hij vindt dat de gemeente daar naartoe moet werken. In woonwijken moet de snelheid volgens hem absoluut naar 30 km/u, maar het moet wel begrijpelijk zijn voor weggebruikers.
40
De heer Vasters (D66) stelt dat bij een directe invoering mensen hun snelheid al verlagen naar 40 km/u en dat ze na aanpassingen aan de weg uiteindelijk naar 30 km/u gaan. Zo wordt vanaf het begin resultaat geboekt en wordt er juist stapsgewijs naar 30 km/u toegewerkt.
45
De heer De Pagter (VVD) betwijfelt of dit echt een substantiële snelheidsverlaging oplevert. In de tussenrapportages uit Amsterdam staat volgens hem dat de gemiddelde snelheid slechts met vijf procent is gedaald. De VVD wil echt naar 30 km/u, maar vindt dat hiervoor een zorgvuldige herinrichting en voldoende tijd nodig zijn. De heer Vasters (D66) vraagt of elke kilometer minder hard rijden niet al een verbetering is.
50
De heer De Pagter (VVD) is het daarmee eens, maar vindt dat de maatregel ook geloofwaardig moet zijn. In Amsterdam wordt op veel wegen nog steeds harder gereden, waardoor het volgens hem niet geloofwaardig 30 km/u is.
55
De heer Cornielje (PvdA) stelt dat de snelheid altijd wordt overtreden. Hij wijst erop dat het onderzoek wel degelijk laat zien dat het heeft geleid tot een snelheidsdaling van vijf procent en tot dertig procent minder ongevallen. Hij vraagt waarom de VVD dat geen nastrevenswaardig resultaat vindt.
60
De heer De Pagter (VVD) vindt het te simplistisch om een paar percentages te noemen. De VVD is benieuwd naar de uitgebreide rapportage uit Amsterdam en verbaast zich over het Pagina 14 van 53
enthousiasme van anderen, aangezien het volgens hem niet tot een substantiële snelheidsverlaging heeft geleid. 5
De heer Dekkers (GroenLinks) is blij dat de CROW-norm er is voor doorgaande wegen. Hij vraagt of de essentie van het debat gaat over normbesef en of een gefaseerde invoering daar juist niet bij helpt. Volgens hem is het voor de communicatie eenvoudiger om te zeggen dat overal 30 km/u de norm is, in plaats van slechts te benoemen waar wél of géén 30 km/u geldt.
10
De heer De Pagter (VVD) ziet dit niet terug in het plan. Volgens hem is het college ook niet van plan om de hele stad in één keer naar 30 km/u te brengen. Sommige wegen moeten volgens hem 50 km/u blijven voor de doorstroming. Dit maakt het beleid juist vaag.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Dekkers (GroenLinks) is van mening dat de uitzonderingen eenvoudig te bepalen zijn op basis van de aanwezigheid van vrijliggende fietspaden. De heer De Pagter (VVD) vindt dat dit niet consequent is weergegeven op de kaart. Op de Oudenoord zijn zowel delen met als zonder vrijliggende fietspaden, maar toch kiest het college ervoor om overal 30 km/u in te voeren. Dit leidt volgens hem tot onduidelijke communicatie. De heer Dekkers (GroenLinks) erkent dat de situatie niet overal ideaal is, maar stelt dat de verlaging van de norm alsnog bijdraagt aan een algemene snelheidsreductie. De heer De Pagter (VVD) vindt de voorgestelde aanpak tegenvallen en pleit voor een daadwerkelijke herinrichting, zodat er ook daadwerkelijk 30 km/u gereden wordt. Volgens de VVD moet eerst de herinrichting plaatsvinden en daarna de snelheidsverlaging, zoals volgens hem altijd de bedoeling was en vastgelegd is in het mobiliteitsplan. Hij vraagt zich af of deze maatregel überhaupt kan worden ingevoerd, aangezien er in het mobiliteitsplan staat dat wegen stapsgewijs worden heringericht naar 30 km/u. De VVD vindt het verstandig dat de raad zich hier grondig over buigt en stelt voor dat het college met een raadsvoorstel komt, waarin een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende typen wegen.
Hij verwijst naar de rapportage van het kennisinstituut, waarin staat dat er essentiële verschillen zijn in de inrichting van wegen. Volgens hem is de aanpak niet helder, terwijl het college het wel als duidelijk communiceert. Op de kaart lijkt de maatregel vooral betrekking te hebben op industriegebieden, waar het volgens de VVD juist de vraag is of een verlaging naar 30 km/u zinvol is, omdat daar geen fietsstroken zijn. Daarnaast ziet hij dat sommige wegen wel op de kaart staan, maar niet in de brief, of andersom. Zo worden de straten aan de Wetering wel genoemd in de lijst, maar niet op de kaart. Hij vraagt het college om een duidelijke en interactieve kaart online beschikbaar te stellen, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen met een limiet van 30 km/u, omdat dit een significant verschil is, met name voor fietsers. Daarnaast wijst hij op de Catharijnesingel en de Oudenoord, die op de kaart staan en deels wel en deels geen vrijliggende fietspaden hebben. Hij ziet hierin een tegenstrijdigheid met het mobiliteitsplan, omdat deze wegen zijn aangemerkt als ontsluitingswegen. Verder merkt hij op dat de Prins Bernhardlaan en de Burgemeester van Tuylkade wel in de brief staan, maar niet op de kaart.
Ook hier lijkt de gebiedsontwikkeling niet te voldoen aan de eisen van het kennisplatform, waardoor het volgens hem de vraag is of een geloofwaardige invoering van 30 km/u mogelijk is. Hij noemt ook de Franciscusdreef, een tweebaansweg in beide richtingen, en gaat ervan uit dat deze geen 30 km/u wordt. De VVD is blij dat er steeds meer flexflitspalen in de stad worden geplaatst en dat deze vaker zullen worden ingezet in gebieden waar de maximumsnelheid 30 km/u is. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wat de VVD ervan vindt dat de Balijelaan ook op de lijst staat. De heer De Pagter (VVD) ziet dit als een van de tegenstrijdigheden in de plannen. In de brief staat dat deze weg in de toekomst wordt aangepast, terwijl hij in het mobiliteitsplan is aangemerkt als een 50 km/u-weg. Dit is volgens hem niet logisch en onduidelijk. De heer Bosch (UtrechtNu!) beschouwt de Balijelaan als een doorgaande weg met een vrijliggend fietspad die mogelijk wordt afgeschaald. Hij vindt de situatie bovendien onduidelijk in combinatie met de OV-visie voor de toekomst en vraagt of de VVD dat standpunt deelt. Pagina 15 van 53
5
De heer De Pagter (VVD) erkent dat de Balijelaan een belangrijke weg is die volgens de VVD 50 km/u moet blijven, zoals ook is vastgelegd in het mobiliteitsplan. Hij ziet daarnaast mogelijkheden voor een tramlijn op deze route en vindt dat de weg niet eerst moet worden heringericht naar 30 km/u. Mevrouw Kool (Volt) hoort veel argumenten om de versnelde aanpak te vertragen en vraagt zich af of de VVD ervoor kiest om te wachten en daarmee voorlopig niets aan de verkeersveiligheid te doen, of dat zij liever alles versneld invoert om de veiligheid direct te verbeteren.
10
De heer De Pagter (VVD) stelt dat de VVD niets wil vertragen en zo snel mogelijk naar 30 km/u wil, maar dan wel op een geloofwaardige manier. Wat de VVD niet wil, is dat de snelheidsverlaging met een pennenstreek wordt ingevoerd, omdat dit niet automatisch leidt tot meer verkeersveiligheid.
15
Mevrouw Kool (Volt) vraagt of een verlaging van tien procent niet al beter is dan de huidige snelheid van 50 km/u.
20
De heer De Pagter (VVD) verwijst mevrouw Kool naar de evaluatie van Amsterdam, waarin dit niet zo wordt gesteld. Op sommige plekken is de maximum gemeten snelheid slechts gedaald van 40 naar 36 km/u, en dit is nog maar een tussenconclusie. Het is nog niet duidelijk wat het effect hiervan is op de verkeersveiligheid.
25
30
35
40
De heer Raghib (DENK) vindt de discussie over snelheidsverlaging belangrijk, maar benadrukt dat de invoering van een dergelijke maatregel zorgvuldig en onderbouwd moet gebeuren. DENK is tegen een versnelde invoering en pleit voor een aanpak op basis van feiten en evaluaties. Hij stelt dat er eerst van Amsterdam geleerd moet worden en dat besluitvorming pas daarna kan plaatsvinden. De evaluatie wordt in het eerste kwartaal verwacht en hij vraagt waarom er nu al een beslissing wordt genomen zonder die resultaten mee te nemen. Hij vindt het onverantwoord om een maatregel in te voeren zonder gedegen onderzoek naar de effecten op verkeersveiligheid, mobiliteit en handhaving. De heer Vasters (D66) hoort de oproep van DENK om te wachten op de resultaten van Amsterdam, maar stelt dat de invoering op termijn hoe dan ook plaatsvindt. Hij vraagt waarom het dan niet meteen wordt ingevoerd, zeker als dit op een goedkopere manier kan. De heer Raghib (DENK) wil eerst het rapport afwachten en is er niet van overtuigd dat het op een goedkopere manier kan. De heer Vasters (D66) vraagt of DENK daarmee ook stelt dat zij niet achter een uitrol op de lange termijn staat. De heer Raghib (DENK) vraagt op welke aanpak de heer Vasters doelt.
45
50
55
60
De heer Vasters (D66) verwijst naar het idee om eerst wegen te herinrichten voordat 30 km/u wordt ingevoerd. De heer Raghib (DENK) is daar ook geen voorstander van. Hij merkt op dat er op de Franciscusdreef regelmatig geflitst wordt en dat hij daar nog nooit een ongeluk heeft gezien. Een plotselinge verlaging van 50 naar 30 km/u betekent volgens hem een grote verandering in de handhaving, met mogelijk nadelige gevolgen voor kwetsbare groepen. Hij denkt daarbij aan mensen met een laag inkomen of schulden. Als bijvoorbeeld een schoonmaker ’s ochtends net iets te hard rijdt om op tijd op zijn werk te zijn, kan een boete al snel een aanzienlijk deel van het inkomen kosten. DENK vindt dit oneerlijk en disproportioneel. Hoewel de partij vindt dat iedereen zich aan de wet moet houden, is het volgens hen belangrijk om rekening te houden met de sociale gevolgen. Zo’n maatregel heeft een aanlooptijd nodig, zodat mensen de kans krijgen hun rijgedrag aan te passen. Handhaven zonder een overgangsperiode kan onrechtvaardig en ineffectief uitpakken. DENK pleit er daarom voor om bepaalde gebieden, zoals Overvecht en Kanaleneiland, uit te zonderen. In Amsterdam blijven de oude snelheidsregels buiten de ring van kracht. In Overvecht liggen wegen die meer lijken op wegen buiten de bebouwde kom en het lijkt DENK logisch om dergelijke gebieden uit te zonderen om de doorstroming niet te belemmeren.
Pagina 16 van 53
De voorzitter merkt op, na wat rumoer in de zaal dat commissieleden geen maidenspeeches houden en dat die enkel in de raad plaatsvinden. 5
10
15
20
25
Mevrouw Kool (Volt) vraagt of de veiligheid van de inwoners van Overvecht en Kanaleneiland DENK niet aan het hart gaat. Ze begrijpt de voorgestelde uitzonderingspositie niet goed. De heer Raghib (DENK) geeft aan dat hij deze gebieden als voorbeeld noemde, maar dat DENK in het algemeen pleit voor uitzonderingsgebieden. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het belangrijker dat mensen zich aan de snelheid houden dan dat er rekening wordt gehouden met kwetsbare bewoners die een mogelijke boete niet kunnen betalen. De heer Raghib (DENK) benadrukt dat iedereen zich aan de snelheid moet houden, maar wijst erop dat kwetsbare bewoners door deze maatregel hard geraakt kunnen worden. De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat deze mensen als verkeersslachtoffer kwetsbaarder zijn dan als overtreders van de regels. De heer Raghib (DENK) blijft sceptisch over de verlaging van de snelheidslimiet. De heer Dekkers (GroenLinks) wijst erop dat er in Utrecht nog steeds ongevallen plaatsvinden, ondanks een aanzienlijke afname. Hij herinnert eraan dat DENK verkeersveiligheid altijd belangrijk heeft gevonden en vraagt of dat in deze wijken nu niet meer geldt. De voorzitter geeft aan dat de spreektijd van DENK is verstreken, maar dat de heer Raghib zijn betoog nog mag afronden.
30
35
40
45
50
55
De heer Raghib (DENK) vindt de verkeersveiligheid zeker belangrijk. Hij stelt dat de verlaging van de snelheid vooral een gevoel van veiligheid suggereert. Daarnaast vindt hij dat het effect op hulpdiensten niet over het hoofd mag worden gezien. De wet bepaalt dat zij maximaal 20 km/u harder mogen rijden dan de geldende limiet. DENK is van mening dat het college geen overhaaste maatregelen moet nemen zonder de gevolgen goed te analyseren. Er moet geleerd worden van de ervaringen in Amsterdam, kwetsbare groepen moeten worden beschermd tegen hoge boetes, en uitzonderingen moeten worden gemaakt waar dat logisch is. Daarnaast moet worden voorkomen dat hulpdiensten worden belemmerd. Hij pleit daarom voor uitstel van de invoering totdat er grondig onderzoek is gedaan naar de daadwerkelijke effecten van deze maatregel. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt het onbegrijpelijk dat alles uit Amsterdam wordt gekopieerd als oplossing voor de problemen in Utrecht. Hij hoort van andere fracties verschillende argumenten waarom de invoering van 30 km/u in één keer goed zou zijn, maar mist een technische onderbouwing. Stadsbelang Utrecht is niet principieel tegen de invoering, maar pleit voor een gefaseerde aanpak. Het college zou met een planning moeten komen waarin duidelijk wordt weergegeven op welk moment welke activiteiten plaatsvinden.
Daarbij moet ook worden uitgelegd waarom bepaalde wijken of buurten nog niet aan de beurt zijn. Hij vraagt het college om een hoofdlijnstructuur waarin staat aangegeven op welke wegen maatregelen mogelijk en haalbaar zijn. Daarbij vindt hij de betrokkenheid van burgers essentieel. Inwoners van Overvecht en Kanaleneiland hebben hierover waarschijnlijk een mening en moeten die kunnen uiten. Hoewel de provincie verantwoordelijk is voor de aanbesteding van wegen, zijn het de gemeente en haar inwoners die deze gebruiken en ervoor betalen. De invoering van deze maatregelen en de start van werkzaamheden hebben bovendien directe gevolgen voor het openbaar vervoer. De heer Bosch (UtrechtNu!) is het ermee eens dat Utrecht zelf over de eigen weginrichting en inwoners gaat. De concessiehouder bepaalt echter waar het OV rijdt, waardoor de raad daar weinig directe invloed op heeft. Dat betekent volgens hem niet dat er niet over gesproken mag worden, en hij vraagt of de heer Nyqvist dat standpunt deelt.
Pagina 17 van 53
5
10
15
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat hij hierover buiten de zaal nog wel eens een college over openbaar vervoer en aanbestedingen wil geven. Hij is het niet oneens met de heer Bosch, maar benadrukt dat de maatregelen negatieve gevolgen kunnen hebben. De langere omlooptijden door de invoering van 30 km/u zullen ook impact hebben op het openbaar vervoer. De heer Bosch (UtrechtNu!) concludeert dat hij het eens is met de heer Nyqvist. De heer Dekkers (GroenLinks) hoort Stadsbelang Utrecht pleiten tegen invoering in Overvecht, terwijl verkeersveiligheid daar juist een belangrijk thema is. De voorzitter merkt op dat Overvecht inmiddels voldoende besproken is. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) benadrukt dat hij niet heeft gezegd dat er niet naar Overvecht gekeken mag worden. Hij pleit ervoor om de bewoners een belangrijke rol te geven in het proces en hen actief te betrekken. Daarnaast wijst hij erop dat hulpdiensten te maken krijgen met belemmerende factoren, waardoor aanrijtijden in gevaar kunnen komen. Hij vreest dat dit inderdaad het geval zal zijn. Daarom stelt hij opnieuw voor om een duidelijke hoofdstructuur op te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met participatie en de beschikbare financiële middelen.
20
De heer Vasters (D66) verwijst naar de raadsbrief, waarin volgens hem een duidelijke onderbouwing staat over het verminderen van ongelukken, de positieve milieuaspecten en de lagere communicatiekosten. Hij vraagt de heer Nyqvist wat hij nog nodig heeft om achter de invoering te staan.
25
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) stelt dat een goede onderbouwing gebaseerd moet zijn op feiten. Volgens hem laten de resultaten uit Amsterdam een ander beeld zien, waardoor de gepresenteerde argumenten over snelheidsverlaging en verkeersveiligheid niet kloppen.
30
De heer Vasters (D66) wijst erop dat er wél resultaten uit Amsterdam zijn. Daar blijkt dat de gemiddelde snelheid met tien procent is gedaald en dat dit heeft geleid tot dertig procent minder ongelukken. Volgens hem zijn dit feitelijke gegevens en is er dus wel degelijk een onderbouwing.
35
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt dat er sprake is van een vergelijking die niet opgaat, omdat het rondwegensysteem in Amsterdam heel anders is dan in Utrecht. Het gesprek zou anders zijn als de Zuilense Ring al was aangelegd, maar dat is niet het geval. Zolang er maatregelen worden genomen die de mobiliteit belemmeren, blijft hij van mening dat de feitelijke onderbouwing ontbreekt.
40
De voorzitter kijkt naar de tijd en vraagt de commissieleden om zich te beperken tot noodzakelijke vragen. De heer Vasters (D66) stelt dat de maatregel gewoon ingevoerd moet worden.
45
50
55
60
De heer Raghib (DENK) sluit zich aan bij Stadsbelang Utrecht en pleit ervoor om eerst te evalueren en pas daarna te beslissen. De voorzitter merkt op dat dit geen vraag was en dus ook geen interruptie. Hij besluit door te gaan naar de volgende fractie voor hun inbreng. Utrecht Solidair heeft aangegeven geen inbreng te hebben, maar dat zij vanmiddag wel bij het debat aanwezig zal zijn. De heer Baijens (PvdD) steunt het voorstel om de invoering te versnellen en vraagt zich af of er budget overblijft voor de wegen die nu niet worden meegenomen. Daarnaast wil hij weten of er in het groenbudget ruimte is om bij de herinrichting extra bomen te plaatsen. De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten en geeft aan dat de complexere vragen in de lunchpauze verder worden uitgezocht. Wethouder Maatoug is blij dat er wordt gesproken over een versnelde invoering van 30 km/u op wegen zonder vrijliggende fietspaden. Zij gaat de gestelde vragen een voor een beantwoorden en feliciteert de nieuwe commissieleden met hun eerste inbreng. Pagina 18 van 53
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De wethouder erkent dat de vraag of er gewacht moet worden op de lessen uit Amsterdam terecht is, maar benadrukt dat Utrecht een eigen werkwijze hanteert. Wel is er van Amsterdam geleerd om vanaf het begin handhaving in te zetten. Daarnaast ziet de wethouder dat het belangrijk is om begrip te kweken bij de politie. Utrecht profiteert van het feit dat Amsterdam al gesprekken hierover is gestart, waardoor de landelijke discussie hierover al verder is gevorderd. Volgens de wethouder is het essentieel om goed onderbouwd aan te tonen waarom een bepaalde locatie risicovol is en prioriteit moet krijgen. Daarom is er gekozen voor een afgebakende lijst, in plaats van een volledige gebiedsaanpak. Dit principe is vastgelegd in de werkwijze die in de brief wordt toegelicht. De wethouder geeft aan dat zij flitspalen gaat aanvragen bij het CVOM en hierover in gesprek is met Amsterdam om een solide onderbouwing te formuleren voor de selectie van kansrijke locaties. Sinds kort is het mogelijk om bij het Openbaar Ministerie flitspalen aan te vragen voor 30 km/u-wegen. De wegen die nu onder de maatregel vallen, zijn al niet optimaal ingericht op 50 km/u en lijken qua inrichting grotendeels al op 30 km/u-wegen. Het uitvoeringsprogramma wordt in het tweede kwartaal naar de raad gestuurd. De voorzitter schorst de vergadering kort zodat de wethouder haar tekst op de laptop kan terugvinden.
Wethouder Maatoug geeft aan dat de huidige aanpak aansluit bij het mobiliteitsplan en dat alleen de Burgemeester van Tuylkade en de Prins Bernhardlaan daarin waren opgenomen als 50 km/uwegen. De wethouder stelt een monitoringsplan op waarin wordt vastgelegd hoe de invoering wordt gemonitord. Dit plan wordt onderdeel van het uitvoeringsprogramma, dat nog moet worden opgesteld. De suggesties van Volt worden meegenomen, maar er wordt ook gekeken naar wat haalbaar is. In het uitvoeringsprogramma wordt rekening gehouden met het OV en de nood- en hulpdiensten. Bestaande buslijnen blijven intact en de aanleg van nieuwe rijstroken is niet overal mogelijk. De belangen van alle betrokken partijen zijn zorgvuldig afgewogen in de aanpak. Uit onderzoek blijkt dat de impact op de doorstroming van het OV en de hulpdiensten beperkt is. Veiligheid is door de wethouder al als prioriteit meegenomen en blijft leidend bij de werkwijze voor de aanpak van wegen. Dit voorjaar maakt de wethouder een overzicht van locaties waar veel ongelukken gebeuren, meldingen binnenkomen of de inrichting niet op orde is. Op basis hiervan wordt een analyse gemaakt en bepaald welke locaties prioriteit krijgen voor verbetering. Hier worden kleine maatregelen getroffen die passen binnen het beschikbare budget. Dit betreft geen integrale herinrichtingen die veel geld kosten.
Het monitoringsplan beschrijft hoe de snelheid van het verkeer wordt gemeten en hoe de impact op de nood- en hulpdiensten en het OV wordt gevolgd. Alle buurten blijven bereikbaar zoals nu. Omdat herinrichting wordt gecombineerd met gepland onderhoud, kan het jaren duren voordat alles is uitgevoerd. Binnen de versnellingsaanpak worden kleine aanpassingen gedaan, zoals het plaatsen van borden, markeringen, belijning en poortconstructies. De wegen zijn juist geselecteerd op basis van de mogelijkheden om deze maatregelen goed uit te voeren. Het handhavingsplan gaat dieper in op de handhaving van de nieuwe snelheidsmaatregel. De wethouder is hierover in gesprek met de politie en het Openbaar Ministerie en er worden flitspalen aangevraagd. Het OM bepaalt of een locatie geschikt is voor een flitspaal, daarom haalt de wethouder ervaringen op uit andere steden om een goed onderbouwde aanvraag in te dienen. Wat betreft een versnelde invoering van 15 km/u begrijpt de wethouder de wens, maar dit kan niet direct worden meegenomen. Erven hebben een wettelijke status en zijn geen richtlijnen. Voor de invoering gelden strikte eisen: een straat mag geen doorgaande verkeersfunctie hebben, er mag geen onderscheid zijn tussen rijbaan en stoep, en de inrichting moet zo zijn dat stapvoets rijden vanzelfsprekend wordt.
Dit vereist vaak een herinrichting van gevel tot gevel, waar momenteel geen budget voor is. Hoewel erven deel uitmaken van de ambitie voor een leefbare stad, zijn er op dit moment geen locaties die aan deze voorwaarden voldoen. Verkeersveiligheid blijft leidend voor de wethouder, ook bij de prioritering van wegen. Op de huidige wegen staat de veiligheid van fietsers onder druk, en juist daarom worden deze wegen geprioriteerd op basis van landelijke richtlijnen. Onder het programma vallen alle wegen zonder vrijliggende fietspaden. Vanuit veiligheidsoogpunt worden de Omloop, Stadhouderslaan, Laan van Chartroise, Rutherfordweg, Museumlaan, Oudenoord en Ahornstraat ook versneld omgezet naar 30 km/u. Daarnaast houdt de wethouder budget beschikbaar om op wegen met een vrijliggend fietspad bij te dragen aan werkzaamheden voor onderhoud. De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat de Oudenoord zowel gedeelten met als zonder vrijliggende fietspaden heeft en vraagt of het college van plan is om de fietspaden te verwijderen. Pagina 19 van 53
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Maatoug geeft aan dat de fietspaden niet worden verwijderd, maar dat de wegen in de aanpak zorgvuldig zijn geselecteerd, zoals in de brief is toegelicht. Hoewel sommige wegen deels vrijliggende fietspaden hebben, liggen de fietspaden grotendeels op dezelfde wegen. De wethouder gaat vervolgens in op de vraag van de ChristenUnie over communicatie. De aanpak geldt voor alle straten waar fietsers op de rijbaan rijden en daar richt de communicatie zich ook op. Vorige week zijn er extra flitspalen geplaatst en komend jaar zal er op meerdere locaties worden geflitst met mobiele flitspalen. Daarnaast wordt er versneld een aanvraag ingediend bij het CVOM voor flitspalen in de 30 km/u-gebieden. Straten met grote veiligheidsproblemen worden beoordeeld op basis van ongevallen, meldingen en onderhoudsstatus. De meest risicovolle locaties worden als eerste aangepakt, binnen de beschikbare financiële middelen. Kleine maatregelen kunnen direct op straat worden uitgevoerd, terwijl grotere herinrichtingen worden meegenomen in het geplande onderhoud. Het college houdt daarbij steeds de verkeersveiligheid als prioriteit. De wethouder hoopt dat dit onderwerp ook wordt meegenomen in het debat over de hinderplanning.
Ze geeft daarnaast een actueel overzicht van de straten die in 2024 al zijn teruggebracht naar 30 km/u: Willem Dreeslaan, Jutfaseweg, Amsterdamsestraatweg, Vlampijpstraat, Gietijzerweg, Walserijstraat en Archimedeslaan Noord. De wethouder vindt het door de heer Bosch voorgestelde werkbezoek een goed idee en roept op om dit te organiseren. De voorzitter vraagt of de gemeente dit kan faciliteren, gezien de werkdruk van de raadsleden. Wethouder Maatoug zegt dit toe. Ze bevestigt dat de fietsstroken aan de Oudenoord blijven liggen, evenals op andere wegen waar deels vrijliggende fietspaden zijn en deels niet. Op deze wegen wordt ook 30 km/u ingevoerd. De straten in de aanpak hebben geen vrijliggend fietspad, waardoor 50 km/u daar niet veilig is. De GOW30-norm is een richtlijn waarvan mag worden afgeweken, zolang dit geloofwaardig gebeurt. Volgens deze norm zijn onder andere klinkers, drempels, fietsvoorzieningen en gebundelde oversteken vereist, maar die zijn alleen te realiseren bij een volledige herinrichting. Drempels zijn zelfs dan lastig vanwege de belangen van het OV en de impact van trillingen. De wethouder probeert zo goed mogelijk rekening te houden met de GOW30-normen, maar wijst erop dat ook de GOW50-richtlijnen niet overal strikt worden gevolgd. De heer Bosch (UtrechtNu!) had gevraagd hoeveel straten daadwerkelijk aan de GOW30-norm zullen voldoen.
Wethouder Maatoug geeft aan dat hier geen exacte tabel van te maken is. Op basis van de richtlijnen worden inschattingen en afwegingen gemaakt. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt waarom de politie aangeeft niet te handhaven op wegen die niet voldoen aan de GOW30-norm. Volgens hem moet een weg dan toch aan een bepaalde norm of kader voldoen, en hij wil weten waarom het college niet kan aangeven welke wegen hier wel of niet aan voldoen. Wethouder Maatoug geeft aan dat de GOW30-norm eerder niet bestond. Er is geen lijst met wegen die wel of niet aan de norm voldoen, omdat de norm ruimte laat voor afwegingen. Het college heeft bewust voor deze aanpak gekozen, de zogenoemde Utrechtse aanpak, waarbij zorgvuldig wordt gewogen of een maatregel uitlegbaar en communicatief helder is. De wethouder wijst erop dat Amsterdam de snelheidsverlaging zonder handhaving heeft ingevoerd en dat dit toch effect heeft gehad. Utrecht kiest er echter voor om vanaf het begin te handhaven. Het plaatsen van 30 km/u-borden is geen suggestie, en de wethouder vindt het belangrijk dat de maatregel daadwerkelijk wordt nageleefd om schijnveiligheid te voorkomen. Een van de voordelen van de versnelde aanpak is dat er kritischer naar de lijst met straten is gekeken. Het overgrote deel van de aanpak sluit aan bij het mobiliteitsplan.
De wethouder wil dan ook benadrukken dat er geen fundamenteel andere koers wordt gevaren. De twee eerder genoemde uitzonderingen, de Burgemeester van Tuylkade en de Prins Bernhardlaan, zijn in de huidige situatie niet veilig bij 50 km/u en worden daarom meegenomen in de 30 km/u-aanpak. Het college ziet deze wegen vanuit verkeersveiligheidsperspectief als ongeschikt voor 50 km/u. De wethouder benadrukt dat de aanpak in lijn blijft met het mobiliteitsplan en dat de invoering wordt versneld op wegen zonder vrijliggende fietspaden. Op wegen met vrijliggende fietspaden wordt 30 km/u pas ingevoerd na een herinrichting. De wegen die nu worden aangepakt, zijn bij 50 Pagina 20 van 53
5
10
15
20
25
30
35
km/u niet veilig. Wegen met vrijliggende fietspaden worden op termijn heringericht, maar blijven tot die tijd 50 km/u. Op wegen rond industrieterreinen wordt ook een toename van verkeer gezien. Weggebruikers verwachten hier minder vaak voetgangers en fietsers en de impact van een ongeval is groter. Daarom wordt ook op deze wegen versneld 30 km/u ingevoerd. Daarnaast komen werknemers in deze gebieden steeds vaker op de fiets. De heer De Pagter (VVD) merkt op dat de Isotopenweg een vrijliggend fietspad heeft, maar toch in het plan is opgenomen voor een snelheidsverlaging naar 30 km/u. Hij vindt dat daar niet geloofwaardig of logisch. Wethouder Maatoug geeft aan dat de Isotopenweg bewust is meegenomen. In het betreffende gebied zouden anders overgangen tussen verschillende snelheden ontstaan, wat niet goed uit te leggen is. De behoefte aan een interactieve kaart wordt meegenomen in het uitvoeringsprogramma. In het mobiliteitsplan is vastgelegd welke wegen als stedelijke verbindingswegen gelden en die blijven 50 km/u. De Franciscusdreef staat op de lijst omdat alleen de ventweg naar 30 km/u gaat; de tweebaansweg zelf blijft 50 km/u. De wethouder benadrukt dat de keuze voor deze aanpak niet overhaast is, maar juist een bewuste Utrechtse aanpak en geen kopie van Amsterdam. Ze hoopt dat Utrecht in de toekomst juist een voorbeeld wordt voor andere gemeenten.
In het uitvoeringsprogramma zal de wethouder duidelijk aangeven wat gemonitord wordt. De werkwijze van Amsterdam is heel anders en Utrecht maakt haar eigen beleid. In de raadsbrief over het uitvoeringsprogramma komt een planning en de wegen met vrijliggende fietspaden worden aangepakt volgens het principe ‘werken met werk’, waarbij snelheidsverlaging wordt meegenomen bij regulier onderhoud. Deze straten zullen expliciet worden vermeld in de raadsbrief. De invoering gebeurt niet in één keer; bewoners worden hier nog uitvoerig over geïnformeerd. De wethouder geeft aan dat er geen participatietraject is geweest voor de versnelde invoering van 30 km/u, omdat dit voortkomt uit het mobiliteitsplan. In de raadsbrief over de voortgang van verkeersveiligheid van 31 januari 2024 is het rapport over de impact van 30 km/u op nood- en hulpdiensten gedeeld. Hierin is uitgebreid ingegaan op de verwachte effecten. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de aanrijtijden van hulpdiensten binnen de norm blijven of dat deze worden overschreden. Wethouder Maatoug benadrukt dat verkeersveiligheid en de randvoorwaarden leidend zijn geweest en dat hierover afstemming heeft plaatsgevonden met de brandweer. De keuzes zijn zo gemaakt dat er geen risico’s zijn voor de aanrijtijden.
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) concludeert dat hij gerust kan slapen, aangezien de brandweer het met de wethouder eens is.
40
45
Wethouder Maatoug bevestigt de afstemming met de brandweer, maar laat de nachtrust van de heer Nyqvist aan hemzelf over. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt om begrip, omdat de raad over minder informatie beschikt dan de wethouder. Wethouder Maatoug geeft aan dat er na de invoering jaarlijks één miljoen euro beschikbaar blijft om financiële bijdragen te leveren aan herinrichtingen van wegen met vrijliggende fietspaden. Bij een herinrichting wordt vergroening meegenomen, maar omdat de versnelde invoering geen volledige herinrichting betreft, is er binnen deze aanpak geen ruimte voor vergroening.
50 Gemiste antwoorden
55
60
De heer Mulderij (CDA) merkt op dat hij nog geen antwoord heeft gekregen op zijn vraag over de zorgen van senioren over het mogelijke wegvallen van bushaltes. Wethouder Maatoug geeft aan dat er geen bushaltes zullen verdwijnen. Mocht dat toch het geval zijn, dan hoort zij dit graag. Ze is in gesprek met de provincie over de impact op de reistijden en de gevolgen voor het openbaar vervoer. Hier wordt zorgvuldig naar gekeken en zodra er meer informatie is, zal zij dit terugkoppelen. Dit geldt met name voor de straten die in de volgende fase van de invoering aan bod komen. Pagina 21 van 53
De heer De Pagter (VVD) geeft aan dat hij het antwoord heeft gemist op de vraag of de lijst of de kaart als leidraad wordt aangehouden. 5
De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat hij nog geen antwoord heeft gekregen op zijn vraag of er door deze maatregel niet meer verkeer door rustige straten zal komen. Daarnaast had hij erop gewezen dat de Balijelaan onduidelijk in de stukken staat vermeld, omdat deze wel expliciet wordt genoemd, maar ook een vrijliggend fietspad heeft.
10
De voorzitter kijkt of de wethouder de vragen direct kan beantwoorden of dat dit na de pauze moet gebeuren.
15
Wethouder Maatoug erkent dat er verschillen zijn tussen de lijst en de kaart en zal in het uitvoeringsprogramma een actueel overzicht opnemen. Na de schorsing zal zij ingaan op de Balijelaan.
20
De voorzitter schorst de vergadering om 13.02 uur voor de lunch. Na de pauze zal dit agendapunt worden afgerond, samen met de toezeggingen. Hij roept ook de fracties op om de woordvoerder groen tussen 16.00 uur en 17.00 uur beschikbaar te hebben omdat dit debat mogelijk in de middag al begint.
Pagina 22 van 53
5
Verslag openbare middagvergadering commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte Datum Locatie Verslag door
10
15
donderdag 13 februari 2025 Stadhuisbrug 1, Utrecht, Stadhuishal Mevrouw C. Hilhorst (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, dhr. H. Stellinga, de wethouders mw. S. Maatoug, mw. L. Voortman, de commissiegriffier mw. M. Friele, de leden, mw. K. Alblas (ChristenUnie), dhr. J. Baijens (PvdD), dhr. J. Bart (GroenLinks), dhr. D. Bosch (UtrechtNu!), dhr. J. Cornielje (PvdA), dhr. H. Geleijns (D66), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. M. Hellevoort (GroenLinks), dhr. R. van den Hoek (UtrechtNu!), mw. J. Kool (Volt), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. M. de Pagter (VVD), mw. C. Passier (Volt), dhr. Y. Raghib (DENK), mw. A. Sasbrink (PvdD), mw. K. Steinhart (Stadsbelang Utrecht), mw. N. Stylianou (D66), dhr. J. Vasters (D66), mw. J. Zwinkels (CDA)
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld. 20
25
Inhoud 1. Opening .......................................................................................................................................23 7. Raadsbrief Versnellen 30 km-aanpak .........................................................................................23 8. Bereikbare en toegankelijke stad ................................................................................................24 9. Beantwoording Schriftelijke vragen Passen al deze projecten wel in het Mobiliteitsplan 2024? 34 10. Raadsbrief Plan van Aanpak Rekenkameronderzoek 'Vergroening, van droom naar daad' ....37 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................42
1. Opening De voorzitter opent het middagdeel van de vergadering om 14.02 uur en heet iedereen welkom. 30
7. Raadsbrief Versnellen 30 km-aanpak De voorzitter geeft het woord aan wethouder Maatoug voor het vervolg van de beantwoording van de gemiste vragen.
Pagina 23 van 53
Wethouder Maatoug beantwoordt de vraag van UtrechtNu! over de Balijelaan. De Balijelaan heeft fietspaden die op een andere hoogte liggen dan de rijbaan of er is een duidelijk ruimte tussen de weg en het fietspad. Op de Balijelaan blijft het 50 km/uur. 5
De voorzitter vraagt of de agenderende fracties met het debat het gewenste hebben bereikt. De heer Vasters (D66) vond het een goed debat waarin veel is uitgewisseld en veel vragen zijn beantwoord. D66 heeft geen behoefte om dit naar de raad door te geleiden.
10
De heer De Pagter (VVD) overweegt een motie en laat het DB dat nog weten. Het onderwerp van de motie is of het realistisch is om 30 km/uur in te voeren op de Isotopenweg waar een vrij liggend fietspad ligt.
15
De commissiegriffier heeft als toezegging genoteerd dat het college in Q2 2025 komt met een raadsbrief over het uitvoeringsprogramma voor 30 km/uur-aanpak inclusief een monitoringsprogramma. Zij heeft de informele toezegging genoteerd dat het college een werkbezoek gaat organiseren.
20
Wethouder Maatoug vult aan dat het college het voorbereidende werk doet voor een werkbezoek waarop de commissie kan beslissen het te doen.
8. Bereikbare en toegankelijke stad 25
30
35
40
45
50
55
De voorzitter licht toe dat de agenderende partijen (Volt, CDA, EenUtrecht, GroenLinks, PvdA, VVD, Utrecht Solidair en UtrechtNu!) in gesprek willen over de toegankelijkheid van Utrecht, met name over de kwantiteit en kwaliteit van gehandicaptenparkeerplaatsen met als doel tot voorstellen te komen om deze kwantiteit en kwaliteit te verbeteren. Mevrouw Passier (Volt) memoreert dat aan het begin van deze raadsperiode voor het stadhuis twee of drie gehandicaptenparkeerplaatsen waren, maar deze zijn verplaatst naar de Annastraat. Een parkeerplaats die dichtbij voorzieningen ligt, maakt hem niet direct geschikt als gehandicaptenparkeerplaats. In dit geval is de parkeerplaats aan de Annastraat smaller en is het wegdek ongelijk en daardoor is deze niet voor iedereen geschikt om uit te stappen of voor alle rolstoelliften. Volt is voor een toegankelijk Utrecht, want Utrecht is voor iedereen. Maar nog niet iedereen kan nu haar of zijn plek in Utrecht vinden. Daarvoor moeten drempels worden verlaagd zodat iedereen kan meedoen en de openbare ruimte moet geschikt zijn voor iedereen om zich vrij te kunnen bewegen. En dat geldt ook voor gehandicaptenparkeerplaatsen. Er is een werkbezoek gehouden met SOLGU en U op Leeftijd. Gebleken is dat AGP's niet altijd voldoen aan wat de doelgroep nodig heeft.
AGP's verdwijnen en worden verplaatst, de website van AGP's blijkt niet accuraat en AGP's zijn onvoldoende onderscheidend waardoor er veel anderen op parkeren. Volt concludeert dat het niet goed gaat en verbetering is hard nodig. Hoe wordt al invulling gegeven aan de uitgangspunten van de beleidsnota 'Parkeren en Toegankelijkheid' en de motie 'Denk andersom, denk eerst aan mensen met een beperking' die in 2024 is aangenomen? Twee weken geleden is een debat gevoerd naar aanleiding van de evaluatie van Utrecht Standaard Toegankelijk in het kader van toegankelijkheid van scholen. Voor vastgoed heeft de commissie op dit thema een rode kaart uitgedeeld. Deze handschoen is goed door het college opgepakt. Wil de wethouder toezeggen dat het college ook voor gehandicaptenparkeerplaatsen zo een stap naar voren zet en in samenspraak met SOLGU met een dergelijke aanpak komt? Volt is van mening dat duidelijke richtlijnen in het handboek Openbare Ruimte moeten worden opgenomen, zoals de aangehaalde motie vraagt, en dat algemene gehandicaptenparkeerplaatsen net als in andere landen, duidelijk zijn te herkennen aan bijvoorbeeld een blauwe kleur. Wat is de mening van de wethouder hierover? Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen blijkt dat is gestart met een proactieve aanpak in de aanleg van AGP's.
Wat maakt deze proactieve houding proactief? Waarom wordt deze houding nu pas aangenomen? Waarom is dat volgens het college nu extra nodig? Beperkt dit zich alleen tot de binnenstad of geldt het voor de hele gemeente? Wanneer is extra informatie te verwachten over een mogelijk vervolg van de pilot Sensoren? Pagina 24 van 53
Wil de wethouder toezeggen dat het resultaat van de evaluatie Parkeerregel met de raad wordt gedeeld? 5
10
15
20
Mevrouw Zwinkels (CDA) citeert SOLGU en U op Leeftijd: "Willens en wetens houdt de gemeente een onveilige voor mensen met een beperking in stand." en "Zelfs in de beslissing wordt gesteld dat de voorgestelde alternatieve nieuwe algemene gehandicaptenparkeerplaatsen voldoen aan de geldende normen en richtlijnen. Dit is niet waar!". Het wordt tijd dat het papier wordt losgelaten en dat naar de praktijk wordt gekeken. In de beantwoording van schriftelijke vragen staat dat er geen financiële knelpunten zouden zijn en het proactief zou zijn. Wie schrijft nog op dat het voortvarend en proactief gaat vanuit de gemeente? Wie gelooft dergelijke volzinnen nog? CDA heeft bij de Mariaplaats een schouw georganiseerd waarbij veel partijen aanwezig waren. Daaruit blijkt dat het er in de praktijk écht anders aan toegaat. CDA hoopt dat de gemeente kan toezeggen dat het in de uitvoering de komende jaren beter zal gaan. CDA ontving een mail over de algemene gehandicaptenparkeerplaats bij winkelcentrum de Klop in Overvecht. Er wordt zelfs met een rechtszaak tegen de gemeente gedreigd. De gemeente wil toch niet weer voor de rechter komen? De gemeente wil toch geen juridisering van het beleid, van bezwaren? Hoe wordt hier uitgekomen? In de stukken wordt gesproken over het gebruik van een app.
Welke app is dit? Is dit een pilot? In hoeverre is dit nog actueel? De voorzitter constateert dat de agenderende partij EenUtrecht niet aanwezig is.
25
30
35
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) stelt dat de gehele raad vindt dat Utrecht ook bereikbaar en toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Zeker in een tijd waarin wordt ingezet op alternatieve vormen van vervoer, is het belangrijk om extra aandacht te besteden aan de bereikbaarheid voor mensen die autoafhankelijk zijn. Goede en voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen zijn hier onderdeel van. Daar is al beleid voor, zoals de parkeermodule Toegankelijkheid, het handboek Openbare Ruimte en de onlangs aangescherpte beleidsregel. Maar wat blijkt: het papier is geduldig. GroenLinks ziet dat goede stappen worden gezet, maar begrijpt ook het ongeduld van mensen met een beperking en de daarbij betrokken organisaties zoals SOLGU en U op Leeftijd. Hoe wordt gezorgd dat het beleid goed wordt uitgevoerd? Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd welke goede stappen volgens GroenLinks zijn gezet aangezien het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen terugloopt en plannen voor nieuwe worden uitgesteld of niet gerealiseerd blijken te zijn. Het zou mooi zijn als wel stappen worden gezet.
40
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) reageert dat die stappen met name zitten in het beleid op papier. Er zijn goede regels opgeschreven waaraan moet worden voldaan. Het zit hem in de overgang van papier naar uitvoering.
45
Mevrouw Passier (Volt) onderschrijft dat mooie zaken zijn opgeschreven. Bij Vastgoed is een opgaveadviseur aangenomen die heeft gezorgd dat zaken in het proces beter zijn geborgd en dat er een aanspeekpunt is op dit vlak. Is GroenLinks het eens dat een dergelijke aanpak voor de algemene parkeerplaatsen ook een idee kan zijn?
50
55
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) had daar een algemenere vraag voor geformuleerd, namelijk: Hoe wordt hiervoor gezorgd? Moet hierop geen steviger aanpak worden uitgewerkt en uitgevoerd? Dit zou daar onderdeel van kunnen zijn. Zij vervolgt haar betoog. Hoe gaat men van beleid tot uitvoering? Hoe wordt gezorgd dat ontwerpers en projectleiders de aanwezige kennis over gehandicaptenparkeerplaatsen goed vinden en gebruiken in hun ontwerp? Zou het helpen als het handboek Openbare Ruimte wordt gedigitaliseerd? Hoe wordt gezorgd dat de commissie BInG standaard inrichtingsvoorstellen ook controleert op bestaand beleid en op het VN-verdrag? Hoe wordt gezorgd dat gemeentelijke informatie over waar gehandicaptenparkeerplaatsen up-todate is zodat dit ook kan worden gebruikt in landelijke parkeerapps?
Pagina 25 van 53
5
10
15
20
25
30
In de raadsbrief is te lezen dat bij nieuwbouwontwikkelingen de richtlijnen uit de beleidsregel kunnen worden gebruikt. Zou dat niet standaard moeten worden gedaan? Of moeten deze richtlijnen dan niet in de beleidsregel Parkeernormen terecht komen? GroenLinks concludeert dat er nog veel is te verbeteren. Is de wethouder bereid samen met SOLGU en U op Leeftijd een aanpak uit te werken en uit te voeren die zorgt dat het goede beleid tot uitvoering komt? De heer Cornielje (PvdA) vindt dat het aanpassen van het beleid rondom gehandicaptenparkeerplaatsen noodzakelijk is. Er is een beweging gaande naar meer duurzamere vormen van mobiliteit, maar dat mag niet betekenen dat mensen niet kunnen meedoen, zeker niet als zij minder mobiel zijn. PvdA steunt het loslaten van een vaste parkeernorm van 2% naar een variabele parkeernorm tussen 2% en 5% en waardeert de stap naar maatwerk. Hoe wordt gezorgd dat er voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen zijn door de hele stad? Hoe weet de gemeente het als er ergens een tekort is aan gehandicaptenparkeerplaatsen? PvdA is blij dat SOLGU wordt meegenomen in het opstellen en de evaluatie van het beleid en de nieuwe beleidsregel. SOLGU was tevreden over de samenwerking en de uitkomst van dit nieuwe beleid. De zorgen zitten voornamelijk in de uitvoering van het beleid.
Theoretisch goed beleid leidt in de praktijk tot problemen voor mensen die immobiel zijn. Zo is een avondje Tivoli enorm prijzig, aangezien mensen met een handicapt moeten parkeren in de parkeergarage. Ook het stadhuis is moeilijk bereikbaar. Is de wethouder bereid naar deze plekken te kijken en na te gaan wat ze daar kan betekenen? Mevrouw Zwinkels (CDA) is het met GroenLinks eens dat al het een en ander op papier staat, maar dat de uitvoering mist en hoort nu dat PvdA het los knipt van elkaar. Het beleid is erop gericht parkeren onmogelijk te maken. Er worden geen aantrekkelijkere tarieven gebruikt om parkeergarages toegankelijker te maken. Er wordt een knip aangebracht bij de Catharijnesingel. Hoe kan PvdA dat beleid loskoppelen van het feit dat het schrijnend is voor mensen die afhankelijk zijn van een gehandicaptenparkeerplaats?
35
De heer Cornielje (PvdA) reageert dat dit twee verschillende discussies zijn. Er wordt een beweging gemaakt naar minder autogebruik en meer duurzame vormen van mobiliteit. Daarmee moet geen stap worden gecreëerd die onmogelijk is voor mensen die autoafhankelijk zijn. In het te vormen beleid moet rekening worden gehouden met het inzetten van meer parkeercapaciteit voor gehandicaptenparkeerplaatsen.
40
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe realistisch dat is als plekken ontoegankelijk worden gemaakt. Hoe wordt gezorgd dat mensen daadwerkelijk kunnen meedoen? Het is niet wenselijk dat veel mensen worden uitgesloten. Is de PvdA bereid ook op andere beleidsdomeinen hier rekenschap van te geven?
45
De heer Cornielje (PvdA) vindt de vraag niet helemaal duidelijk. Ook in andere debatten zijn er discussies over de toegankelijkheid, de betaalbaarheid en de bereikbaarheid. Ook SOLGU geeft aan dat op papier het beleid er goed uitziet. In de uitvoering moeten alle partijen worden meegenomen, zodat Utrecht een toegankelijke stad is voor iedereen.
50
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of PvdA het eens is dat de beleidsregel zo belangrijk moet worden gemaakt dat deze niet het onderspit delft als bij andere belangen andere beleidsvelden in een ruimtelijke ontwikkeling voorbij komen. Bijvoorbeeld de mening van een architect of verdichting wat de toegankelijkheid verslechterd. Is PvdA bereid deze beleidsregel zo belangrijk te maken dat hier niet op wordt ingeleverd?
55
De heer Cornielje (PvdA) is van mening dat de toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke beperking hoog op de agenda moet staan. In de uitvoering van het beleid moet worden gezorgd dat er echt voldoende parkeerplaatsen zijn. Hij vervolgt zijn betoog. Kan de wethouder kijken naar de mogelijke indicatoren van de huidige parkeerplaatsen en nagaan of deze voldoen aan de eisen van het VN-verdrag Handicap?