CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 10 april 2025, gemeente Utrecht47.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het inderdaad gaat om een centrale plek, zoals de Nobelstraat, met veel cafés waarin moeilijk ruimte te creëren is voor een echte garderobe. Het is een centrale plek waar mensen hun jassen kunnen brengen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het CDA ergens heeft gehoord dat iemand het vervelend vindt dat hij zijn jas niet ergens centraal kan stallen. De heer Van Steeg (CDA) merkt regelmatig dat het lastig is om zijn jas op een goede plek op te hangen, zeker in wat kleinere cafés waar geen of weinig ruimte is voor een goede garderobe. In steden als Groningen, Amersfoort en Breda zijn er centrale plekken waar veel gebruik van wordt gemaakt. Het moet goed worden georganiseerd, maar wellicht kan het ook in Utrecht een mogelijkheid zijn om gastvrijer te zijn. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af of met de budgetten die nu in de richting van de economie gaan en die al niet zo breed zijn dit nu het onderwerp is waar de gemeente op moet inzetten. Zij vraagt dat ook aan het CDA. De heer Van Steeg (CDA) weet ook niet of dit meteen ten koste van de gemeentelijke begroting zou moeten komen. Er zijn ook ondernemers die dit organiseren. Hij zou ook oproepen om dat gesprek te voeren om te kijken hoe dit kan worden georganiseerd. Hij zou daarvoor bij de Voorjaarsnota niet een ton willen vrijmaken.

De heer Stam (VOLT) heeft een aantal korte punten, hij zal zich ook aansluiten bij wat andere fracties hebben gezegd. Zijn fractie herkent de zorgen rond de afvalinzameling, dat is al langer een groot probleem. Maar vooral het contact met de gemeente is een groot probleem. Dit is echt niet het eerste debat waarin de commissie zorgen hoort over de bereikbaarheid van de vergunningverlening en over een gebrek aan meedenken. Het is belangrijk dat dit wordt opgepakt. Wat VOLT betreft hoeft er niet per se te worden gekeken naar een verruiming van de bestaande regels, maar wel naar een menselijke toepassing van die regels. Tenslotte is hij het heel erg eens met wat er is gezegd over terras-heaters. Het lijkt hem erg mooi, als het gebruik daarvan in deze stad kan worden teruggedrongen en als de gemeente ondernemers kan aanmoedigen om voor andere vormen van verwarming te kiezen. Mevrouw Leever (PvdA) brengt naar voren dat de PvdA voorstander is van een sterke sociale economie en daarvoor zijn ondernemers van alle soorten en maten van groot belang. Ook bieden zij werkgelegenheid. Voor de PvdA is het belangrijk dat de welvaart die hiermee samen wordt verdiend eerlijk wordt verdeeld. Voor haar fractie is spreiding van horeca over de stad ook heel belangrijk. Niet alles moet in de binnenstad plaatsvinden.

Ook is het belangrijk aandacht te houden voor de kleine ondernemers in de buurten, horeca kan heel verbindend zijn, bruine kroegen functioneren als huiskamer van de buurt. Dat is ontzettend belangrijk voor het verminderen van eenzaamheid en het bevorderen van de sociale cohesie. Zij wijst er ook op dat roken op een terras voor de PvdA zeer onwenselijk is. Op dit punt sluit haar fractie zich aan bij de Pagina 18 van 52

5

10

15

20

25

30

PvdD. Het liefst zou de PvdA geheel rookvrije terrassen zien. Zij weet dat er hierover een brief komt in Q2 2025. Zij vraagt aan de wethouder of daar dan ook in staat hoe een algemeen rookverbod op terrassen er uit zou komen te zien. Als laatste wil zij zeggen dat de gemeente het belang van het MBO en van MBO-studenten altijd moet blijven benadrukken, als het over de economie van deze stad gaat. Mevrouw Heijne (GL) brengt naar voren dat GL het belangrijk vindt dat mensen fijn samenleven in een stad die geliefd is bij velen en daardoor ook steeds drukker wordt. GL wil dat het een stad is waar iemand tot rust kan komen en kan genieten van (relatieve) stilte. Tegelijkertijd moet er in een stad natuurlijk ook ruimte zijn voor gezelligheid en horeca hoort daar gewoon bij. GL vindt het heel belangrijk om goed te kijken naar wat waar kan. Leefbaarheid is iets anders dan alleen maar de mogelijkheid om een terras te bezoeken waarop door D66 het accent wordt gelegd. Voor GL is leefbaarheid essentieel. Haar collega van de PvdA gaf al aan dat iemand ook gewoon ’s avonds moet kunnen slapen in een relatief rustige stad voordat hij weer aan het werk gaat. Het toevoegen van levendigheid in wijken buiten het stadscentrum is al door velen genoemd. Het kan de druk op de binnenstad ook wat wegnemen. Dat ziet GL ook als echt belangrijk.

Welke mogelijkheden ziet de wethouder hiervoor? De heer Paalman (Horizon) meent dat iedereen in deze stad moet kunnen slapen, als hij wil slapen. Maar in de binnenstad is er natuurlijk iets meer lawaaierigheid en iets meer levendigheid dan in andere wijken. Vindt GL dat iedereen in deze stad in elke wijk op dezelfde manier moet kunnen slapen, ook als hij ervoor kiest om in de binnenstad van Utrecht, de vierde stad van het land, te gaan wonen? Mevrouw Heijne (GL) antwoordt dat, als iemand in de binnenstad woont, hij overlast heeft van horeca. Maar ook daar vindt zij dat er moet worden gekeken naar een balans tussen leefbaarheid en levendigheid. Haar fractie wil niet dat de binnenstad één groot festiviteitencentrum wordt, waar iemand niets anders meer kan. Mensen willen toch kunnen leven, kunnen slapen en kinderen kunnen opvoeden? Ook in de binnenstad moet worden gekeken naar de leefbaarheid, hoewel het accent er net iets anders ligt dan in de wijken. De voorzitter vraagt mevrouw Heijne of zij haar bijdrage heeft afgerond.

35

40

45

50

Mevrouw Heijne (GL) heeft nog een paar vragen, maar zij is zo klaar, de voorzitter hoeft zich geen zorgen te maken. Zij vraagt of de wethouder, als zij ingaat op de vragen van D66 en Student & Starter over de categorieën, ook kan ingaan op de vraag welk onderscheid er dan wel wordt gemaakt, met name in relatie tot die ‘passendheid’ van b.v. die zware horeca op verschillende plekken in de stad. Dat refereert aan wat zij al aangaf: heel goed kijken naar: wat kan daar wel en wat kan daar niet. Verder vraagt zij hoe de wethouder die parkeerplaatsen ziet in relatie tot de 2%-norm en de kosten daarvan. Daarnaast sluit zij zich graag aan bij bijna alle punten van de PvdD, maar in het bijzonder de heater-vrije terrassen, de rookvrije terrassen en de circulaire bekers. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) hoorde dat mevrouw Heijne zei dat de binnenstad een feestterrein aan het worden was. Hij denkt dat zij daarmee de ondernemers te kort doet. Heel veel ondernemers houden er al rekening mee, zij zijn met van alles bezig. Als zij dat zo bedoelt, is zij het dan met hem eens dat zij zo die ondernemers die hun stinkende best doen in deze stad te kort doet?

55

Mevrouw Heijne (GL) is blij met deze vraag omdat zij zo mogelijk iets kan rechtzetten. Zo heeft zij het niet bedoeld. Zij ging even door op de vraag hoe GL leefbaarheid en levendigheid ziet. Zij erkende dat het in de binnenstad anders ligt. In de binnenstad moet er rekening worden gehouden met, maar de binnenstad moet er niet naartoe dat. Zij zegt niet dat dat zo is, maar in die binnenstad moet wel bijzonder goed worden gekeken naar die balans tussen leefbaarheid en levendigheid.

60

De heer Paalman (Horizon) houdt het ook kort. Hij sluit zich aan bij de punten van D66 wat betreft de terrassen en bij de punten van Student & Starter wat betreft de verruiming van de openingstijden. Hij kijkt op dat gebied altijd wat jaloers naar Groningen. Ook is hij het eens met het punt van DENK over het niet koppelen van de openingstijden voor terrassen aan een bepaalde Pagina 19 van 52

5

10

15

20

temperatuur. Twee jaar geleden heeft hij een motie aangehouden over het roken op terrassen die ondernemers van de gemeente lenen bij die verruiming in de zomermaanden. Dat zou nog even worden uitgezocht en dat zou misschien al voor het horecadebat bij de commissie komen. Hij denkt dat hij die informatie nog niet heeft gezien. Vandaar zijn vraag of die informatie al is verstuurd of dat die nog komt. Zijn fractie wil namelijk nog steeds heel graag, als het specifiek gaat over dat stukje terras dat horecaondernemers lenen van de gemeente tijdens de zomermaanden, het roken daar verbieden. Kleine stapjes maken immers de norm. Spreker is erg allergisch voor pinda’s en noten. In 2010 was hij de meest allergische persoon voor pinda’s die ooit in het UMC Utrecht was onderzocht. Hij is wel een heel grote fan van de horeca in Utrecht, maar het blijft altijd spannend om van de horeca te genieten. Natuurlijk kan hij altijd aangeven hoe het zit, maar hij loopt daar tegen problemen aan. Er is personeel dat het menu nog niet kent, er is personeel dat geen Nederlands spreekt, menu’s veranderen constant zodat het personeel niet op de hoogte is en er zijn onduidelijkheden (Is een pinda een peul of een noot?) Dat is echt heel lastig.

Hij kondigt aan dat hij achter de schermen bezig is met een voorstel om ervoor te zorgen dat op alle horecamenu’s in Utrecht gestandaardiseerd allergenen worden vermeld met b.v. een icoontje, een letter of een cijfer. Veel steden in Europa doen dit al en elke keer, als hij in zo’n stad is en een menukaart ziet, is dat een last die van zijn schouders valt. Het is prettig voor bezoekers en voor het horecapersoneel en het zorgt ervoor dat mensen met een heftige allergie zoals spreker wat geruster van de horeca kunnen genieten. Hij is nu op de achtergrond bezig. Als mensen willen meedenken, dan kunnen zij bij hem terecht. De heer Sungur (DENK) is benieuwd of de heer Paalman kan afdwingen dat dit in menu’s wordt opgenomen.

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Paalman (Horizon) antwoordt dat dit wordt uitgezocht. Het is lastig te zien wat de lokale politiek wel of niet kan afdwingen. Hij is geen jurist en kan helaas geen concreet antwoord geven, maar hij is ermee bezig. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) geeft aan dat er natuurlijk al wet- en regelgeving is om zaken aan te geven. Niet iedereen weet dat een pinda een peulvrucht is en een noot een noot. Maar hij denkt dat er bijna geen ruimte is op een menukaart om al die allergenen te beschrijven. Tegenwoordig is iedereen overal allergisch voor. De allergie die de heer Paalman heeft is heel vervelend. Is het misschien een idee om een QR-code te gebruiken? De heer Paalman (Horizon) is het er niet mee eens dat het op een menukaart niet uitvoerbaar is. Grote steden in Europa doen dit al. Er zijn twintig allergenen die het meest vorkomen. Natuurlijk is het lastig om iedereen mee te nemen, maar met twintig allergenen gaat het over ongeveer 90% van de samenleving. Als die allergenen gestandaardiseerd worden vermeld op elk menu met een icoontje, een letter of een cijfer, dan moet dat passen. Op de achterkant van de kaart komt dan een uitleg. Een QR-ode erbij is alleen maar goed, maar ook zonder QR-code kan het gewoon worden vermeld op de menu’s. Het is wel heel prettig voor mensen met een allergie. De voorzitter stelt vast dat de commissie door de bijdragen van de fracties heen is.

Een schorsing van vijf minuten is voldoende voor de wethouder. De voorzitter schorst de vergadering om 11.47 uur en heropent deze om 11.53 uur. De voorzitter constateert dat de commissie iets uit de tijd loopt. Zij is nu 70 minuten met dit onderwerp bezig, er is 90 minuten voor uitgetrokken. Hij mikt op 12.15 uur voor de afsluiting. Het is wel de bedoeling om met het Ondernemersfonds nog voor de lunch te beginnen. Wethouder Schilderman stelt dat de horeca een heel herkenbaar en levendig onderdeel van de stad is. Sommigen ontmoeten er hun geliefde, sommigen kunnen er stoom afblazen en voor sommigen is het gewoon werk. Zij gaat eerst in op de meer algemene vragen en het algemene beleid. Daarna gaat zij in op handhaving, terrassen, het contact met de gemeente en afval, tenslotte komt zij op een aantal losse punten terug. Zij begint met het beleid. D66 vroeg naar het flexibeler maken van horecacategorieën en beschrijft de regelgeving daarin. Het verhaal van D66 herkent het college ook wel, in die zin dat dingen veranderen. Zij kan zich niet herinneren dat hier in de kelder kon worden gedanst, maar wel dat dat kon in Havanna dat er ook niet meer is. De vraag naar horeca verandert en ook de invulling van de horeca evenals de invulling van de Pagina 20 van 52

5

10

15

ondernemers en van de bezoekers. Het horecakader van de gemeente biedt daar wel het kader voor en geeft ook bepaalde onmogelijkheden aan. Voor de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat is er destijds vrij expliciet voor gekozen om minder ruimte voor uitbreiding van horeca te bieden. Als de commissie dat anders zou willen zien, vraagt dat om een aanpassing van het hele horecabeleid. Op zichzelf is daar best iets voor te zeggen, maar dat kost tijd en aandacht en die tijd en aandacht kunnen niet worden besteed aan iets anders. Dat geeft zij de commissie wel mee. Mevrouw Heijne (GL) hoort dat de wethouder heel specifiek zegt dat dat nodig is voor het toestaan van horeca in de Kanaalstraat en op de Amsterdamsestraatweg. Is het ook nodig voor het toestaan van horeca in andere delen van de stad? Wethouder Schilderman antwoordt dat dat eraan ligt. Het kader voor de horeca is gemaakt voordat de gemeente haar beleidsstandaard had. Beleidsregels voor horeca samen met wat nu een beleidsnota zou worden genoemd zijn eigenlijk allemaal ineengevlochten. Beleidsmatig zijn er best wel allerlei beperkingen die allemaal een raadsbevoegdheid hebben. Zij zegt niet dat met dit beleid niets meer kan in horeca buiten de binnenstad, maar er zitten wel belemmeringen in waarvan deze twee de meest opvallende zijn.

20

Mevrouw Heijne (GL) begrijpt dat, als de gemeente invulling wil geven aan wat zij in haar bijdrage ‘goed kijken waar wat kan’ noemde, het gewoon nodig is om dat horecakader aan te passen.

25

Wethouder Schilderman geeft aan dat het eraan ligt hoe groot de wijzigingen zijn die de commissieleden met elkaar willen. Maar als de commissie meer flexibiliteit wil en wil dat het college meer flexibiliteit kan laten zien, dan moet dat beleid op een bepaald moment wel worden aangepast. Een van de bijzonderheden is namelijk dat het tot op het niveau van de beleidsregels is vastgesteld door de raad. Dat maakt dat er eigenlijk geen enkele afwijkingsbevoegdheid is.

30

De heer Sungur (DENK) heeft een misschien technisch punt. De wethouder zegt dat de beleidsregel horeca is vastgesteld door de raad. Klopt dat?

35

40

45

50

Wethouder Schilderman antwoordt dat, als de gemeente nu een beleidsnota zou maken, die er zeker niet zo uit zou zien als het Ontwikkelkader Horeca eruit zag. Dat komt omdat er niet echt onderscheid is gemaakt tussen wat beleid en kader is en wat uitvoering is. Dat maakt afwijkingen wel lastig. De PvdD vroeg hoe het eigenlijk staat met de horeca en of het college een overzicht kan toezeggen voor de volgende horecabrief. Het college zal dat toezeggen. De PvdD vroeg specifiek naar aantallen en toe- en afname. Spreekster zegt daarbij wel dat dit op dit moment niet zo geregistreerd staat in de systemen van de gemeente. Er is ook een ander systeem van vergunningen. Het college gaat proberen om daar zoveel mogelijk over te laten zien, maar zij kan niet beloven dat in dat overzicht toename en afname exact zijn opgenomen omdat de gemeentelijke systemen niet zo werken. Student & Starter vroeg naar sluitingstijden voor verschillende categorieën horeca. Dat kwam in het debatje ook even terug: Utrecht heeft vrije sluitingstijden voor een deel van de horecacategorieën. In die zin is er ruimte voor vrije sluitingstijden. Als het gaat over vrije sluitingstijden op alle plekken, dan komt de commissie waarschijnlijk tot een heel fundamenteel gesprek over hoe de raad naar de horeca kijkt.

Dan adviseert zij de commissie dat te bezien in relatie tot het hele beleid, ook omdat het college het nu wat meer laagdrempelig maakt door die minder zware horecacategorieën te plaatsen. Als die ook vrije sluitingstijden krijgen, dan kan de commissie ervanuit gaan dat de overlast in de omgeving zal toenemen. Dat kan een goede afweging zijn, maar zij adviseert dan wel om dat in brede zin te bekijken. De heer Sungur (DENK) vraagt hoe de wethouder er zelf in staat, wanneer zou worden voorgesteld die tijden met een uur op te schuiven.

55

Wethouder Schilderman denkt dat er in sommige gevallen misschien wel ruimte voor zou kunnen zijn. Het lastige is wel dat de kans groot is dat dat gepaard gaat met iets meer vereisten voor de ondernemer. Zij ziet ook de nadelen, los van het feit dat er ook iets moet worden afgewogen. De VVD vroeg naar meer ruimte voor horeca buiten de binnenstad. Die ruimte is er, maar ook daar moeten leefbaarheid en levendigheid altijd worden afgewogen. De Amsterdamsestraatweg en de Pagina 21 van 52

5

10

15

20

25

30

Kanaalstraat vormen twee grote struikelblokken. Het college merkt dat ondernemers zich daar ook wel eens melden met wensen. Dat zit op dit moment wel vast in het beleid van de gemeente. UtrechtNu! vroeg waar de kosten in de verschillende productgroepen vandaan komen. Alle producten die onder de groep leges van horeca vallen (vergunning, bijschrijven leidinggevenden, tapontheffing en andere producten) zijn allemaal verschillende onderdelen. Die moeten gezamenlijk naar het kostendekkingsniveau dat de raad heeft afgesproken. Het verschil met andere steden is niet in de opbouw te zien. Zij hebben dezelfde soorten leges als Utrecht, maar de hoogte kan natuurlijk wel verschillen. Dat heeft ook te maken met het niveau van kostendekking dat de raad afspreekt. Meer of minder dekkend doet iets met de hoogte van de leges. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) wil dan toch wel graag een specificatie van de vergunningskosten krijgen per vergunningssoort. Wethouder Schilderman wijst erop dat de heer Van de Hoek altijd specificaties kan opvragen. Dat betekent niet altijd dat alles gegroepeerd is op de manier die hij in zijn hoofd heeft. Zij worden neergezet op de manier van het systeem van de gemeente. De kostendekkingsgraad bepaalt de raad. De VVD vroeg naar de18-min horeca en daar werd ook al wat over gesproken. Het college deelt de opvatting dat het best een moeilijke groep is.

Daarom is in de Nachtvisie ook afgesproken om de uitgaansbehoefte van 18-minners in kaart te brengen. Er is een projectsubsidie voor initiatiefnemers, er is een nachtcoördinator en er is een nachtoverleg. Daarmee wordt een impuls gegeven om deze doelgroep te bedienen. Dat wordt in samenwerking met die podia gedaan. Dat komt wellicht tegemoet aan de wens van de VVD. Het is een moeilijke groep om activiteiten voor te organiseren, met relatief weinig opbrengst. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoort dat er gesprekken gaande zijn en dat er onderzoek wordt gedaan. Maar zijn er concrete plannen om iets te regelen waar 18-minners naartoe kunnen? Wethouder Schilderman antwoordt dat in het project ‘De Utrechtse Nacht, Wacht Op Jou’ jongeren zelf een aantal clubnachtconcepten ontwikkelen die in het najaar va dit jaar plaatsvinden in Utrecht. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat mooi. Maar is dat dan een vaste plek of is het iets dat even opkomt en daarna weer weg is?

35

Wethouder Schilderman merkt op dat dit iets is dat dit jaar voor het eerst gebeurt. Het lijkt haar verstandig om even te zien hoe succesvol dit concept is, welke onderdelen een goed idee zijn en welke niet. Zij denkt dat iedere ondernemer die hier mee bezig en vooraf weet dat het een lastige doelgroep is zal willen weten of iets werkt voordat hij daarin uitgebreid gaat investeren.

40

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) begrijpt dat wel, maar zij hoopt dan dat het een idee is dat hier wordt ontwikkeld waar op termijn jongeren terecht kunnen. Als het concept het dan niet doet, is dat OK, maar zij hoopt wel dat het uitgangspunt iets voor jongeren is.

45

50

55

60

Wethouder Schilderman wijst erop dat dat ook de inzet is die de raad heeft vastgesteld in de Nachtvisie. Maar daarbij geldt wel dat er partijen in de stad zijn die dit willen realiseren. Daar zal de gemeente afhankelijk van zijn. DENK vroeg naar meer mogelijkheden voor additionele horeca. Zij kan zich daar iets bij voorstellen, maar zowel bij additionele horeca als bij ondersteunende horeca is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat die regels soms wat minder zwaar zijn dan die voor andere horeca. Op het moment dat dat gelijk wordt getrokken doet dat ook iets met andere ondernemers die een horecabedrijf hebben in een van de andere categorieën en daardoor gebonden zijn aan meer regels. Als DENK echt vindt dat meer mogelijk moet worden gemaakt in de horeca, is dit een van de zaken die kan worden onderzocht. Maar de raad moet ook een gelijk speelveld voor de ondernemers creëren. Als een ondernemer in de gewone horeca met meer eisen te maken heeft en de additionele horeca exact hetzelfde mag met minder eisen, dan is dat geen gelijk speelveld en dat moet worden voorkomen. DENK vroeg ook of in het detailhandelskader meer kan worden toegestaan. De ene helft staat de gemeente toe, de andere helft is lastiger. Bedrijven die onder de detailhandel vallen mogen een bankje tegen de gevel plaatsen, mits er daarvoor voldoende ruimte is.

Op en bepaald moment is er ook een brief naar de raad gegaan waarin wordt vermeld welke ruimte er is voor uitstallingen, een bankje is daar onderdeel van. Als het gaat over een heel terras, dan is er weer het punt van het gelijke Pagina 22 van 52

5

10

15

speelveld. Bij een terras zijn er bepaalde eisen en dan moet een bedrijf onder een andere categorie gaan vallen. UtrechtNu! ging in op handhaving en gaf een voor spreekster zorgwekkend signaal. Mensen zouden zich geïntimideerd voelen door handhaving. Zij wil hierover heel duidelijk zijn: er is geen plaats voor intimidatie. Het college gaat het gesprek daarover aan met Koninklijke Horeca Nederland. Spreekster vraagt het aan het college te laten weten, wanneer iemand een specifiek signaal wil doorgeven of een gesprek wil aangaan. Het college heeft dit signaal niet ontvangen. Voor het college is het moeilijk dit aan te pakken, als het niet weet wat er aan de hand is. Zij weet niet of dit datgene is waar UtrechtNu! op doelt, maar het college heeft wel signalen gehad over wat er gebeurt, als iemand een overlastmelding doet. Die zaten ook in de schriftelijke vragen. Gevraagd werd wat er gebeurt, als iemand belt over drugsoverlast in de omgeving. Dan komen er mensen langs om te controleren op drugsoverlast; die gaan niet die horecazaak op de vergunning controleren, maar die komen af en toe kijken of er b.v. buiten zaken gebeuren en die lopen dan ook binnen voor een gesprekje met de horecaondernemer. Het college zal zich er altijd voor inzetten dat dit niet wordt ervaren als een extra horecacontrole.

Dat kan een aanleiding zijn geweest om iets vaker langs te komen, maar dat is geen horecacontrole. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) doelde daar niet op. Hij doelde echt op een angstcultuur.

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Schilderman heeft toegezegd dat het college in gesprek gaat. Als de heer Van den Hoek een signaal ontvangt, ook op een andere manier, dan staat het college daar heel erg voor open. Dit moet zeker worden besproken. Stadsbelang Utrecht stelde een vraag over selectieve controles. Daar heeft het college geen antwoord op gegeven omdat de gemeente niet selectief controleert. De gemeente controleert periodiek en, als partijen dan niet voldoen aan de eisen, komt de gemeente daar vaker terug. Het college zou dat niet selectief willen noemen. Dat betekent wel dat bij degene die in de eerste ronde niet voldaan heeft aan de vereisten uit de vergunning de gemeente vaker terugkomt om te controleren of daar nu wel aan wordt voldaan. Dat is gebaseerd op het wel of niet voldoen aan die vergunning en het college zou dat niet selectief noemen en daarom dit antwoord. Dit betekent niet dat er bij iedereen hetzelfde aantal keren iemand langs komt. De VVD vroeg of het college met Koninklijke Horeca Nederland in gesprek kan gaan over controles. Dat zal het college doen. Het CDA vroeg of er niet meer mogelijkheden zijn rond het bijschrijven van leidinggevenden en of de huidige manier wel de juiste is. Spreekster heeft dit gesprek natuurlijk ook gevoerd omdat naar aanleiding van de kosten van bijschrijving van leidinggevenden de vraag opkwam of dit niet anders kan worden gedaan.

Het lastige hierbij is dat er eigenlijk altijd iemand aanwezig moet zijn die verantwoordelijkheid kan nemen voor een horecazaak. Dat maakt dat, als een horecaondernemer ervoor kiest niet zelf aanwezig te zijn - waar goede redenen voor kunnen zijn – of als de hoofd-leidinggevende niet aanwezig is, er altijd wel iemand anders aanwezig moet zijn die die verantwoordelijkheid moet nemen. In het gesprek hierover werd gevraagd of in zo’n geval de eisen lager zouden kunnen worden gemaakt. Zij schrok er toen echt wel van dat er veel signalen zijn dat op deze manier zonder dat de ondernemers dat weten soms infiltratie plaatsvindt van partijen die iemand zeker niet in zijn horecazaak wil hebben. Dat betekent dat een controle over b.v. wat iemand op zijn kerfstok heeft met die VOG (Verklaring omtrent het gedrag) eigenlijk wel moet gebeuren omdat er een reëel risico is dat er dingen gebeuren die iemand niet wil in het kader van de veiligheid. Als het landelijk tot een ander systeem zou komen dat minder lastig is, dan staat het college daar heus wel positief tegenover. Los van het feit dat het college daar geen mogelijkheid voor ziet is het vervangen van die controles echt niet verstandig omdat er dan dingen gebeuren die reëel zijn en die de gemeente en ook de ondernemers niet willen hebben. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dit en hij begrijpt ook de landelijke component.

Maar zijn vraag was ook of dit de meest effectieve manier is om dit te doen. Is het dan altijd nodig die VOG aan te vragen en zegt dat voldoende? Is het mogelijk een steekproef te doen of te kijken hoe laagdrempelig mogelijk dit kan worden gedaan? De voorzitter verzoekt de heer Van Steeg om één vraag per interruptie te stellen. Wethouder Schilderman antwoordt dat in het kader van de vergunning er altijd iemand aanwezig moet zijn die verantwoording af kan leggen. Het gaat vaak toch wel over lastige dingen waarvoor hier ruimte wordt gevraagd, zoals met een terras. Als ervoor wordt gekozen dat de leidinggevende die traditioneel de leiding heeft en de ondernemer zelf allebei niet aanwezig zijn, dan moet er wel iemand anders zijn die dat kan. Dit is tot nog toe de beste manier die de overheid heeft gevonden. Pagina 23 van 52

Het blijft altijd een benadering. 100% garantie dat iemand het dan goed doet is er nooit. Maar dit is wel het systeem dat hiervoor is bedacht in Nederland. Tot er een ander systeem is bedacht, zal het college deze lijn volgen. 5

10

15

20

De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat zijn vraag breder was. Die ging over administratieve lasten, bijschrijven is daar een van. Wordt er ook echt gekeken naar het verminderen van het aantal regels? Is dat onderdeel van de horeca-, of breder, de ondernemersagenda? Wethouder Schilderman antwoordt dat het op dit moment geen enorm thema is om regels te verminderen .Dat heeft er mee te maken dat er ook wel eens voorstellen zijn gedaan om dit anders te doen of goedkoper te maken en dat de raad die niet heeft aangenomen. Ook in die zin is het geen onderwerp van belang. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat het dan specifiek over die bijschrijvingen gaat. Maar hij vraagt breder te kijken. Ook op andere terreinen zijn er administratieve lasten die eigenlijk alleen maar toenemen. De overheid gaat zich steeds meer bemoeien met wat ondernemers doen. Op een aantal punten is dat terecht, maar dan is het wel terecht om ook die andere kant mee te nemen en te zeggen dat regels ergens echt minder kunnen of dat ergens de ondernemers meer vertrouwen kan worden gegeven. Hij zou willen dat dit expliciet onderdeel wordt van het beleid van het college.

25

Wethouder Schilderman brengt naar voren dat het college ondernemers ondersteunt op allerlei manieren. Op het moment dat zij moeite hebben om b.v. iets in te vullen, dan zijn er allerlei manieren om daar hulp voor te krijgen. Er zijn ook veel regels die landelijk zijn vastgelegd, zoals de alcoholwetgeving. De extra eisen van die alcoholwetgeving worden ook als frustrerend gezien, maar het college kan daar niet van afwijken. Zij ziet niet erg veel kansen, die het CDA wel ziet, maar zij houdt zich zeer aanbevolen, als de heer Van Steeg die concreter kan maken.

30

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) had toch altijd het idee dat de kosten in Utrecht ook heel hoog zijn. Valt daar niets aan te doen? Wethouder Schilderman antwoordt dat dat zeker mogelijk is. De raad kan de kosten van de leges verlagen.

35

De voorzitter vraagt de wethouder hoever zij is met de beantwoording. De commissie zit nu op 90 minuten voor dit debat. Wethouder Schilderman zit op ongeveer een derde.

40

45

50

55

60

De voorzitter wil proberen er met elkaar een beetje tempo in te krijgen. Wethouder Schilderman geeft aan dat het CDA vroeg naar Nix-18. Daarbij zijn om dit moment 38 horecaondernemers aangesloten. Uit de gesprekken die de gemeente met de stichting heeft ziet zij dat de aangesloten ondernemers positief zijn. Maar zij hoort hier en daar ook dat dat geen dekkend aantal is. De gesprekken zijn positief, maar het idee dat dit het geheel kan overnemen is nog niet te realiseren. De heer Van Steeg (CDA) begreep uit de gesprekken dat het juist helemaal niet goed liep Het gevoel was meer dat men goed bezig was, maar dat het nu eigenlijk niets meer oplevert. Nu is het meer handhaving dat dit naar zich toetrekt. Hij denkt dat het goed is om daarover nog een keer goed met elkaar van gedachten te wisselen. Het zou mooi zijn om dat soort initiatieven te steunen. Wethouder Schilderman zal volgend jaar een update meenemen in de horecabrief om te laten zien hoe het ermee staat. Zij hoort wel dat degenen die aangesloten zijn daarover positief zijn, maar dit ontslaat de gemeente niet van haar verdere plicht tot handhaving. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dit. Het is fijn dat de wethouder erop terugkomt, maar is de wethouder ook bereid om direct dat contact te zoeken omdat hij echt een ander signaal heeft gekregen over het functioneren van dit initiatief? Pagina 24 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Schilderman deelt mee dat het college dit zeker zal doen. Het college hoort van de aangesloten ondernemers dat zij positief zijn. Als dat niet zo is, dan gaat het college daar zeker over in gesprek. Spreekster gaat in op de terrassen. Er is inderdaad een terrassencommissie. Dat is eigenlijk een werkgroep vanuit de verschillende disciplines die ook de burgemeester adviseert over complexe terrasaanvragen. Dat wordt gedaan op basis van de Beleidsregel terrassen. De commissie komt eens in de twee weken samen. De vertegenwoordigers komen uit verschillende disciplines, zoals vergunningverlening, verschillende vormen van handhaving, landschap, volksgezondheid en ruimte. Door het deelnemen van verschillende disciplines is het mogelijk in één keer een duidelijk advies te geven. Er is ook een aantal vragen gesteld over rookvrije zones. Het klopt dat het college daarop terugkomt, er werd zelfs al een termijn aan toegevoegd. Dat project is gestart, er is contact gelegd met de horecaondernemers over de vraag of zij rookvrije terrassen willen realiseren. Dit gebeurt vanuit het kader volksgezondheid. Het is gericht op terrassen waar veel gezinnen samenkomen, dat wordt gezien als de meest logische plek. Het college zal daarover een update geven en zal specifiek de vraag van Horizon daarop terugleggen.

Dit is de Q2 brief geworden en zij vreest dat dat net later is dan Horizon gewild had. Zij begrijpt dat helemaal, maar zij voorziet dat het dan pas terechtkomt. Mevrouw Leever (PvdA) hoort de wethouder iets zeggen over rookvrije zones. Maar de vraag van de PvdA ging echt over een algeheel verbod, dus breder. Kan de wethouder daarop terugkomen? Wethouder Schilderman antwoordt dat het college daarop zal terugkomen. De inzet is nu om eerst te kijken waar het het beste mogelijk kan worden gemaakt. Zij kan zich voorstellen dat het in stappen zal gaan. Mevrouw Leever (PvdA) merkt op dat haar fractie het heeft gehad over hoe dat verbod er dan uit gaat zien. Wordt dat dan ook uitgewerkt in de brief? Wethouder Schilderman zit al diep in het domein van volksgezondheid. Zij zal toezeggen dat het college erop terugkomt, maar wat erin komt te staan kan zij op dit moment nog niet vertellen. D66 vroeg ook naar meer ruimte op het terras. Er was ook een debatje met GL over hoe dat moet op parkeerplaatsen. Het college houdt rekening met ongeveer 1% vermindering van het aantal openbare parkeerplaatsen op straat en in de stad. Uiteindelijk is er best veel mogelijk binnen die marge. Het is een uitdaging om die steeds te halen. Als terrassen een van de zaken zijn waarvoor parkeerplaatsen worden weggehaald, dan heeft het college wel het idee dat het kan binnen de daarvoor gestelde ambitie.

Het college heeft ook niet het idee dat dit heel erg ten koste hoeft te gaan van andere ambities. Natuurlijk is wel te zien dat sommige bewoners liever groen of fietsparkeren zullen hebben. Als het in brede zin gaat over meer ruimte voor terrassen, dan speelt er ook een aantal andere zaken dan alleen een parkeerplaats. Het gaat namelijk niet alleen over het innemen van de parkeerplaats, maar ook over op welke plaats een terras is toegestaan en over hoe wordt omgegaan met de verkeersveiligheid, als er b.v. een stukje tussenin zit. De heer Peters (D66) gaat het niet per se om het opheffen voor die terrassen . Dit is tijdelijk. In de zomer is zo’n parkeerplek een terras geworden, maar daarna kan het weer een parkeerplek worden. Misschien is het dan mogelijk buiten het regiem van die 1% te komen. Wethouder Schilderman denkt dat het college er op die manier naar kan kijken, maar zij vraagt zich wel af of die vlieger opgaat omdat de gemeente uiteindelijk kijkt naar de parkeerdruk op die plek. Dat zal men toch in het oog moeten houden. Daarnaast is er het aspect van de middelen. Het dure aan het omvormen van een parkeerplaats zit niet zozeer in het veranderen van de tegels, als dat al moet, maar voor een deel ook in de gemiste parkeerinkomsten. Dat zijn wel zaken die het bemoeilijken.

Mevrouw Heijne (GL) vindt dat het in de beantwoording van de wethouder even goed leek te gaan, zij zei dat er wel ruimte was. Maar toen kwam er een bijzin dat het wel concurreert met wensen van bewoners. Heeft zij dat goed gehoord? Wethouder Schilderman denkt dat het niet zo heel snel zal concurreren omdat het best een uitdaging is om die 1% te halen. Maar of de bewoners dan een terras willen of liever iets anders zal altijd de vraag zijn. Pagina 25 van 52

Mevrouw Heijne (GL) stelt dat dat dan is ingebakken in de standaardprocedure die moet worden doorlopen: in de buurt kijken of er genoeg draagvlak is voor de invulling van het opheffen van de parkeerplaats. 5

Wethouder Schilderman bevestigt dit. Het lastige bij het uitbreiden van terrassen is niet zozeer het gebruiken van de parkeerplaats. Vaak zijn het andere zaken die het lastig maken, zoals de vraag wat daar mag en wat voor horecacategorie er zit. Er zijn ook gedeeltes benoemd die iets minder moeilijk zijn op dit gebied, bijvoorbeeld om daarin groen toe te staan.

10

De voorzitter staat de heer Peters één interruptie toe. De heer Peters (D66) meent dat er kansen voor koppeling liggen.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Van Steeg (CDA) stelt dat dit ten koste van zijn tijd gaat. De voorzitter vindt dat prima. Er is toch voldoende tijd? Er mogen 10 seconden bij voor het CDA. De heer Peters van D66, die nu al weer 10 seconden bezig is, gaat nu verder. De heer Peters (D66) wijst op de mee-koppelkans. Als de inwoners in plaats van een terras meer groen willen, dan kan ook worden gedacht aan het neerzetten van een groen terras. Dat kan het draagvlak vergroten. Is de wethouder bereid om er op die manier over te denken en niet te veel in hokjes? Wethouder Schilderman is daar zeker toe bereid. Zij denkt dat dit niet het lastigste probleem is bij het creëren van nieuwe terrassen. Het is meer het probleem dat sommige mensen het überhaupt onwenselijk vinden. VVD en DENK vroegen of de terrassen flexibel genoeg zijn en of de openingstijden wat ruimer kunnen zijn. Zij zal in ieder geval toezeggen dat zij in gesprek zal gaan met Koninklijke Horeca Nederland over waar de behoefte ligt en welke ruimte hierin gewenst zou zijn. Zij zegt er wel bij dat het langer open hebben van terrassen er voor zorgt dat de overlast kan toenemen en dat dat het draagvlak voor terrassen kan verminderen. Daarmee kan de horeca zichzelf in de voet schieten. In de volgende brief komt zij terug op wat dit heeft opgeleverd. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het goed dat de wethouder in gesprek gaat.

Mar haar vraag is of de gemeente ervoor kan zorgen dat die terrassen niet constant ingeklapt hoeven te worden, als er geen veegdienst is. Wethouder Schilderman denkt dat zij daarover in gesprek moet gaan. Zij kent het signaal eigenlijk niet zo dat daar het lastige gedeelte zit, maar zij zal het opnieuw bespreken. Het zou ook per plek kunnen verschillen omdat er ook moet worden gezocht naar duidelijkheid. Als de ene ondernemer niet hoeft in te klappen en de buurman dat wel moet doen, dan kan dat echt wel onderling gedoe opleveren. De heer Sungur (DENK) stelde een vraag over de 25 o regeling. Hij weet niet of daar nog een antwoord op komt, maar als dit hierin wordt meegenomen, dan hoeft dit ook niet met Koninklijke Horeca Nederland te worden besproken. Het gaat gewoon om het loskoppelen van de temperatuur. Wethouder Schilderman heeft de nadelen daarvan beschreven en zij heeft ook aangegeven dat zij daarover in gesprek gaat. Dat is de toezegging die zij doet. Spreekster komt op het contact met de gemeente. Er is een aantal terechte opmerkingen gemaakt over het horecaloket. De commissie heeft de worsteling van het college ook kunnen lezen in de antwoorden op de schriftelijke vragen. De gemeente heeft echt last gehad van de flinke personeelstekorten hier. Dat heeft er ook toe geleid dat het loket minder bereikbaar is dan het wil zijn. Iemand kan het horecaloket altijd bellen.

Hiervoor kon dat ook, maar de telefoon werd minder vaak opgenomen dan de bedoeling was. Dat had te maken met te weinig mensen en het moeilijk aantrekken van de juiste mensen. De verbetering is door het college ingezet door het werven van meer mensen, maar dat kost ook tijd. Het werven van mensen in een krappe arbeidsmarkt is moeilijk, ook bij het horecaloket en de mensen moeten ook ingewerkt worden. Als hiermee net begonnen is, is het heel moeilijk om de flexibiliteit die hier wordt gevraagd meteen te realiseren. Het college heeft gemerkt dat de tekorten die het heeft gehad met het horecaloket niet in één keer weg zijn. Dit heeft het college gedaan, Pagina 26 van 52

5

10

maar het gaat meer doen. Het college gaat kijken of bepaalde zaken digitaal beter kunnen worden gedaan, of een digitaal loket het gemakkelijker kan maken en of via een digitaal loket meer antwoorden op vragen worden gegeven zodat het daarin sneller is. Het college doet daar zaken om dichterbij te komen. Daar spreekt het college ook over met Koninklijke Horeca Nederland. Het is te zien dat het niet van de ene dag op de andere is verbeterd. Dat heeft er ook mee te maken dat het voor een deel toch wel specialistisch werk is. Medewerkers moeten ook veel weten van vergunningen om mensen een antwoord te kunnen geven. Alleen de telefoon opnemen is niet genoeg. Het college zal de inzet op dit punt monitoren. Het college zal ook de raad informeren of het contact als beter wordt ervaren en of de telefoon beter wordt opgenomen nu de gemeente dit jaar meer op de tekorten is ingelopen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wanneer de raad die informatie krijgt.

15

20

Wethouder Schilderman antwoord dat zij die informatie in de jaarlijkse horecabrief zal opnemen. De heer Van Steeg (CDA) hoort de wethouder zeggen dat het college stappen zet en dat het doel nog niet is bereikt. Kan zij dat nog even concretiseren? Er is extra personeel geworven, waar staat de gemeente dan nu? Wanneer verwacht de wethouder dat er weer een volledig functionerend loket is, wellicht met digitale toepassingen?

25

Wethouder Schilderman had dat eigenlijk daarnet al aangegeven. Het college heeft de tekorten inmiddels opgevuld, maar dat betekent niet dat het loket meteen functioneert op het gewenste niveau. Met nieuwe mensen kost het ook weer tijd om relaties op te bouwen en het werk goed in te vullen. Qua aantal mensen is het loket nu weer op orde, maar daarmee is de dienstverlening nog niet op het gewenste niveau. Dat is mensenwerk en dat zal even tijd kosten. Het andere waar het college mee bezig is nagaan wat het loket digitaal beter kan doen. Kan het loket digitaal anders worden ingekleed, zou bepaalde informatie digitaal anders weer kunnen worden gegeven? Dat moet nog gebeuren en zij verwacht dat het college daar nog wel enige tijd mee bezig zal zijn.

30

De voorzitter staat nog één interruptie toe. Daarna wil hij echt doorgaan naar het thema afval. Het debat loopt al meer dan een kwartier uit.

35

40

45

50

55

60

De heer Sungur (DENK) is benieuwd wat de concrete doelen zijn ten aanzien van die dienstverlening. Hoe lang mag b.v. een worksheet duur op zich wachten? Wethouder Schilderman antwoordt dat er daarvoor normen zijn die zij niet exact uit haar hoofd kent. Iemand moet binnen een bepaald aantal dagen een reactie krijgen. In de standaardmail die iemand krijgt staat ook dat een reactie binnen zoveel tijd komt. Het college stuurt daarop, maar zij weet niet uit het hoofd hoeveel tijd dat is. Zij gaat over op het onderwerp afval. Daar werd veel over gesproken. Het is belangrijk om te weten dat ondernemers zelf verantwoordelijk zijn voor hun afval, maar ook dat bij wet is geregeld dat er een vrije markt is en dat ondernemers zelf mogen beslissen over wie zij hun afval laten ophalen. De gemeente biedt de mogelijkheid aan om het afval van ondernemers op te halen. Vele andere gemeenten doen dat niet. Zeker in de binnenstad wordt hier veel gebruik van gemaakt omdat veel afvalverzamelaars het met reden ingewikkeld vinden om afval in te zamelen in de binnenstad. Er is een aslast-beperking, de stukken zijn klein en de venstertijden zijn aangepast Het college voert het gesprek ook al over afval. Als zij bij horecaondernemers langsgaat, is dit altijd het thema, maar het is ook eigenlijk wel een vast onderdeel van het gesprek met de CMU (Centrum Management Utrecht) of met de horecaondernemers.

Maar er is wel die verantwoordelijkheid van ondernemers om voor hun eigen afval te zorgen Die blijft, want die is wettelijk vastgelegd. De gemeente doet haar best om de ondernemers zoveel mogelijk te helpen. Spreekster komt bij de resterende vragen. UtechtNu! stelde een vraag over muziekevenementen. In de vragen is daar ook op ingegaan. Zij wil dit duidelijk toelichten. Als het gaat over wat de hoofdactiviteit van het evenement is, als de ondernemer dus duidelijk kan laten zien dat de hoofdactiviteit van het evenement wijnschenken is, dan zijn de regels anders dan wanneer de hoofactiviteit het muziekevenement is. Het vraagt inderdaad iets van ondernemers om dit te laten zien. Dat komt doordat een ondernemer dan in een andere regelcategorie terechtkomt. Zij denkt dat het voor heel veel ondernemers juist prettig is dat zij soms in een categorie met lichtere regelgeving kunnen vallen. De PvdD vroeg naar de Veggie Week. Deze week is geëvalueerd. Het college ziet dat er nog niet zoveel ondernemers hebben meegedaan als het college graag had gewild. Het college overlegt ook met de Pagina 27 van 52

5

10

15

20

25

ondernemers over een volgende editie en over wat nodig is om meer ondernemers mee te laten doen. Het college denkt er b.v. aan om de Veggie Week in januari te houden omdat dat voor de ondernemers beter zou zijn. Dan beginnen mensen ook met goede voornemens. Het college zal ook daarover de raad weer informeren in de volgende horecabrief. De heer Van Bemmel (PvdD) vindt het fijn om dat te horen, maar dat betekent dan wel dat er 2025 geen Veggie Week zou zijn. Wethouder Schilderman bevestigt dat dat zou kunnen. De PvdD vroeg ook naar de heater. Het college zal dat zeker bespreken. Het college ziet overigens wel dat ondernemers al heel vaak de duurzame keus maken omdat het heel duur is om allerlei heaters alle kanten op te laten blazen. Vaak worden al duurzame alternatieven in gebruik genomen, al is het bij sommigen omdat het beter is voor de portemonnee. Ook vroeg de PvdD naar bekers. Volgens haar heeft het college eerder vragen daarover beantwoord. Het college ziet vooruitgang bij het gebruik van hardcup bekers bij evenementen. Dat is ook wat gemakkelijker weer te geven. In brede zin is te zien bij ondernemers dat de Europese regelgeving rond plastics een grote impact heeft en ervoor heeft gezorgd dat ondernemers zich richten op herbruikbare bekers. De gemeente heeft ook wel individuele zaken aangemoedigd om b.v.

naar een gedeeld hardcup systeem te gaan, maar dat blijkt eigenlijk pas te werken, als bijna alle ondernemers meedoen. De gemeente kan dat niet afdwingen. Het is een uitdaging en het is onderwerp van gesprek. De vraag over Cartesius zal het college verder moeten onderzoeken. Er zijn veel wensen en er is veel druk op het gebied. Het lijkt haar handig dat het college eventuele meer specifieke vragen van DENK beantwoordt. Het CDA vroeg naar stadsgarderobes. Als er een initiatief komt vanuit de horeca, dan kan dat zeker worden besproken. Het college ziet daarin één belangrijk risico: als iedereen op dezelfde plek zijn jas ophaalt, is dat ook de plek waar overlast zich concentreert. Dat zal een belangrijk punt in en gesprek zijn. Horizon kondigde een initiatief rond allergenen aan, zij is daar zeer benieuwd naar. De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn.

30

De heer Sungur (DENK) had ook een vraag gesteld over het vastnagelen van parasols. Hij weet niet of de wethouder dat ook heeft ondergebracht bij het gesprek met Koninklijke Horeca Nederland, maar hij zou wel willen weten hoe zij daarin staat.

35

De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) had nog de vraag of de Terrassencommissie bestaat en wat die dan doet.

40

De voorzitter brengt naar voren dat die vraag is beantwoord. 1. 1 De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) heeft dat dan gemist. Bij hem staat de handhavingsstrategie nog open. Zijn vraag was wanneer die geactualiseerd zou worden.

45

50

55

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft twee gemiste vragen. De wethouder is wel ingegaan op afval, maar spreekster vroeg of er nog iets kan worden gedaan aan de ophaalfrequentie. Daar heeft zij geen antwoord op gekregen. De wethouder is ingegaan op het punt dat de horeca over de hele stad verdeeld moet zijn, maar zij vroeg of er ook een aanpak per wijk is voor het omgaan met de horeca. Wethouder Schilderman heeft het zich wellicht wat gemakkelijker afgemaakt van de beantwoording van de vraag over het vastnagelen van parasols. Het college is bezig met het kader om de mogelijkheden te bekijken om parasols met een omgevingsvergunning vast te nagelen. Hierin speelt het risico van ongevallen bij niet goed vaststaan en aansprakelijkheid mee. UtrechtNu! vroeg naar de handhavingsstrategie. Als het specifiek over de horeca gaat, kijkt het college of het mogelijk is die strategie misschien nog dit jaar te vernieuwen. De stukken over die strategie in brede zin worden ongeveer op dit moment rondgestuurd. De burgemeester zal dat meer specifiek weten. De VVD vroeg naar de ophaalfrequentie voor het afval. Het college kijkt altijd naar de mogelijkheden om afval op te halen, maar dat is best heel lastig. Langskomen betekent met een zeer grote wagen langsgaan, het betekent kosten en het betekent mensen. Het vraagt ontzettend veel in de bedrijfsvoering.

Als het college de kans daartoe ziet, dan doet het dat, maar dat betekent niet zonder meer dat het gaat gebeuren. De VVD vroeg ook naar een aanpak Pagina 28 van 52

per wijk. Dat is niet de manier waarop het college het doet. Natuurlijk zijn er wel de pilots voor de Kanaalstraat en de Damstraat. 5

De voorzitter concludeert dat alle vragen zijn beantwoord. Het is een debat in één termijn. Hij heeft de volgende toezeggingen staan: In de horecabrief (Q2 2025) gaat het college in op drie dingen:

10

15

20

1. de vraag naar het aantal horecazaken per categorie op dit moment in vergelijking met de afgelopen vijf jaar, mogelijk niet in dezelfde aantallen; 2. rookvrije zones op terrassen en het roken op terrassen; 3. het gesprek met Koninklijke Horeca Nederland over behoefte aan langer openhouden van terrassen en over het inklappen van terrassen. Wethouder Schilderman merkt op dat zij niet heeft toegezegd dat het tweede punt onderdeel wordt van de horecabrief. Dat punt zit in een brief die met volksgezondheid te maken heeft. Het wordt een brief van volksgezondheid over roken. De voorzitter concludeert dat de twee elementen (rookvrije zones en roken op terrassen) allebei in een volksgezondheidsbrief komen. Dan is er nog de horecabrief van 2026, al dan niet met deze raad. In de horecabrief 2026 gaat het college in op:

25

30

35

40

1. het te voeren gesprek over het functioneren van Nix18 met de stichting die hiervoor is opgericht; 2. de Veggie Week. Wethouder Schilderman denkt dat misschien in de komende horecabrief iets kan worden gezegd over ervaringen met de Veggie Week van vorig jaar. Verder heeft het college de vraag van Horizon gemist die ook een specifieke invulling van de rookvrije terrassen vraagt. Die komt ook terug in die volksgezondheidsbrief. Alle drie dingen over rookvrije zones komen in die volksgezondheidsbrief. De voorzitter stelt vast dat er dus drie punten komen in de horecabrief waarbij de Veggie Week het derde punt wordt. Alles over roken komt in die volksgezondheidsbrief. In de horecabrief voor volgend jaar komt dus Nix18 terug. De heer Van Steeg (CDA) leeft in de veronderstelling dat Nix18 ook in de komende horecabrief zou komen. zijn fractie had een ander beeld van hoe dat loopt. Wethouder Schilderman moet even kijken zij iets te melden heeft voor die tijd. Als het lukt is het ja, als het niet lukt is het nee.

45

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vroeg naar dat horecaloket. Dat zou ook in die horecabrief komen. Volgens wethouder Schilderman klopt dat. Dat komt in de horecabrief van volgend jaar.

50

55

60

De voorzitter had deze toezegging niet genoemd. Het is heel goed dat mevrouw Al-Saqaff dit zegt. Dit wordt nu wel opgenomen. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) dacht dat er ook een toezegging was over een gesprek met Koninklijke Horeca Nederland over de angstcultuur. Wethouder Schilderman zal daar sowieso op terugkomen, maar zij moet even kijken hoe zij dat moet formuleren. De heer Paalman (Horizon) vraagt of de volksgezondheidsbrief over roken ook in Q 2 komt. De voorzitter antwoordt met ja. Hij kijkt naar het vervolg. Dit onderwerp gaat niet automatisch door naar de raad. Spreker vraagt de eerst agenderende fractie of het de bedoeling is dat dit onderwerp naar de raad gaat of dat de commissie de horecabrief afwacht. Pagina 29 van 52

5

De heer Peters (D66) wil dit onderwerp graag naar de raad toe brengen. D66 wil, afhankelijk van wat andere fracties doen, met een motie komen over het bestaande horecakader en met een motie over de terrassen. De voorzitter merkt op dat de horecabrief in Q2 komt. Het is nu bijna Q2. Is bekend wanneer de horecabrief komt?

10

Wethouder Schilderman heeft de planning niet zo specifiek staan. Zij denkt dat er een niet zo volledig bevredigend antwoord in zal staan als de heer Peters zou wensen.

15

Volgens de voorzitter gaat de commissie over haar eigen agendering. Maar het kan dus voorkomen dat de commissie die wat meer uitgebreide brief krijgt, waarover dan weer een debat wordt gevraagd. Dan gaat het allemaal door elkaar lopen. Hij vraagt daar een beetje op te letten. Er is een agendering aangekondigd. Hij vraagt de heer Peters het initiatief daartoe te nemen en die kijkt dan wie zich wil aansluiten. Hij vraagt niet automatisch de ‘agendeerders’ mee te nemen. Hij vraagt of iemand nog iets wil zeggen over een initiatief richting raad.

20

Mevrouw Usmany (Student & Starter) geeft aan dat haar fractie misschien een voorstel wil indienen over verruiming van de sluitingstijden. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) kondigt aan dat zijn fractie een voorstel wil indienen over het horecaloket.

25

30

De heer Van Steeg (CDA) wil ook iets doen met het horecaloket, verscheidene fracties willen dat. Verder komt het CDA met een voorstel over administratieve lasten en misschien een voorstel over de stadsgarderobe. De heer Sungur (DENK) komt met voorstellen voor de punten die DENK in de commissie heeft aangekaart. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat de VVD graag meekijkt naar het horecaloket en komt met voorstellen over 18-min horeca, over de aanpak per wijk en misschien over bijschrijvingen.

35

40

De voorzitter deelt mee dat het onderwerp naar de raad gaat. Er is nu een aantal voorstellen van een aantal fracties. Volgens hem kan het DB prima beslissen hoelang het voor dit onderwerp agendeert. De agendering komt nog van de heer Peters. De voorzitter schorst de vergadering om 12.40 uur en heropent deze om 12. 45 uur.

8. Hoog tijd voor een gesprek over het Ondernemersfonds Utrecht 45

50

55

De voorzitter brengt naar voren dat dit onderwerp door verschillende fracties is geagendeerd. Het onderwerp is voor 120 minuten geagendeerd. Er is één termijn omdat het een eigen agendering is van de fracties. De commissie kan nu een kwartier debatteren, de vergadering wordt geschorst om 13.00 uur. Na de schorsing heeft de commissie dan nog iets meer dan twee uur de tijd. Hij zou het mooi vinden, als de leden op de tijd blijven letten, Zij hebben veel meer spreektijd dan de afgesproken ingecalculeerde tijd. De heer Otto (EenUtrecht) heeft een verzoek. Hij moet vanmiddag eigenlijk weg en vraagt zich af of hij als tweede aan het woord kan komen. Hij gelooft dat de PvdA op de tweede plaats staat. Het lijkt de voorzitter redelijk dat de heer Otto als tweede spreekt. Hij ziet ook dat de PvdA knikt. Als eerste spreken zou hij vreemd vinden. De heer Van Bemmel (PvdD) vindt dit op zich wel vreemd. Hij heeft de vorige keer ook best veel interrupties gekregen bij dit onderwerp. Pagina 30 van 52

De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht. 5

10

15

De heer Otto (EenUtrecht) dankt de PvdD dat dit OK is. Misschien is het voor sommigen een verrassing, maar EenUtrecht is een groot voorstander van OfU (Ondernemersfonds Utrecht). De gedachte dat ondernemers de ruimte wordt gegeven om de stad mooier te maken door middel van een met elkaar opgetuigde systematiek onderschrijft zijn fractie van harte. Maar EenUtrecht ziet ook dat het OfU in de afgelopen jaren erg veel middelen heeft verzameld. Het budget is gestegen van meer dan 1 miljoen euro naar 15 miljoen of zelfs 18 miljoen euro. Tegelijkertijd ziet zijn fractie dat de stad ontzettend moet bezuinigen. Er is bezuinigd op SPDO (Sociale Prestaties en Dag Ondersteuning), op het Initiatievenfonds en op de bijzondere bijstand en EenUtrecht vindt dat buitengewoon vervelend. Tegelijkertijd blijft het OfU groeien omdat het is gekoppeld aan 11,1% OZB-afdracht en wordt aan het OfU niet gevraagd ook een bijdrage te leveren aan de bezuinigingen die de stad moet dragen. EenUtrecht verbaast zich erover dat die systematiek overeind blijft. Er zijn natuurlijk vragen gesteld en uit de antwoorden daarop blijkt dat het college een afspraak heeft gemaakt en dat die afspraak gewoon die 11,1% is. Die draagt de gemeente af en de ondernemers mogen daar invulling aan geven.

20

De heer Peters (D66) is verbaasd dit te horen van EenUtrecht. Het Ondernemersfonds is eigenlijk gewoon een soort initiatievenfonds. Het is anders dan wanneer ergens anders wordt bezuinigd. Via belastinggeld of leges komt daar geld binnen dat voor de algemene pot is. Dat wordt verdeeld en daarop wordt bezuinigd.

25

De voorzitter wijst erop dat een interruptie een korte vraag moet zijn. Wat is de vraag aan de heer Otto?

30

35

40

45

50

55

60

De heer Peters (D66) meent dat een vraag af en toe ook een inleiding nodig heeft. Nu is hij de draad van zijn betoog kwijt, daarvoor had hij die inleiding nodig. Hij wil gewoon zeggen dat dit geld is van ondernemers of eigenlijk eigenaren van panden die geen woningen zijn. Afgesproken is dat zij iets extra betalen, maar dat zij met elkaar wel mogen bepalen wat ermee gaat gebeuren. Dat is toch niet te vergelijken met andere plekken waarop de gemeente bezuinigt? De heer Otto (EenUtrecht) vindt het goed dat D66 dit aangeeft. Op het Initiatievenfonds wordt wel gekort, dan is het een beetje raar dat op ondernemers niet wordt gekort. Dit is gewoon belasting, zoals burgers belasting betalen in de vorm van b.v. de afvalstoffenheffing of belasting over het bezit (OZB). Dat geldt ook voor deze ondernemers. De gemaakte afspraken kan de gemeente gewoon herzien. De stad kan zeggen dat deze belasting op een andere manier moet worden ingezet. Hij denkt niet dat alle ondernemers hierin geconsulteerd zijn. Voor de heer Peters (D66) is dat nu juist zijn punt. Het is een initiatievenfonds. Het is hetzelfde, als wanneer hij aan de heer Otto vraagt hem een paar euro extra te geven om daar iets mee gaan doen en spreker op een bepaald moment zou zeggen dat hij dat geld eigenlijk voor iets anders nodig heeft.

De paar euro die iemand extra heeft gegeven aan de gemeente wordt dan aan andere dingen besteed. Dan is de gemeente toch geen betrouwbare overheid? De heer Otto (EenUtrecht) denkt dat de heer Peters en hij fundamenteel van inzicht verschillen. De gemeente staat voor een heel andere situatie, dat is een heel grote uitdaging. Ooit heeft de gemeente afspraken gemaakt over het Ondernemersfonds. Niemand had voorzien dat daar nu 18 miljoeneuro in zou zitten. Aan alle kanten bezuinigt de gemeente en dit fonds krijgt het geld bijna niet besteed. Dan moeten partijen het gesprek met elkaar aangaan en dan moet de gemeente zeggen: “Joh, waar we tien jaar geleden stonden, daar staan we nu niet meer, we gaan dat herzien met elkaar”. EenUtrecht zegt niet dat het het Ondernemersfonds wil afschaffen. EenUtrecht zegt dat de gemeente tegen de ondernemers moet zeggen dat iedereen bijdraagt, dat ondernemers belasting betalen waarvan zij een deel vrij mogen besteden en waarvan de gemeente een deel besteedt aan dingen die het linkse sociaalliberale college belangrijk vindt. De gemeente moet dus terug kunnen komen op afspraken. De heer Peters (D66) denkt dat de heer Otto en hij elkaar hier redelijk kunnen vinden. Het is zo dat al die eigenaren van niet-woningen ook OZB betalen. Met dat geld kan de gemeente allerlei dingen doen, uit die middelen wordt ook het Initiatevenfonds betaald.

Maar dit is een extra Pagina 31 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

belasting bovenop de al bestaande OZB onder het voorwendsel dat de gemeente mag meekijken naar wat ermee gebeurt. Dan moet de gemeente toch juist gaan kijken met die ondernemers hoe dat geld goed wordt besteed, veel breder en ook voor initiatieven die misschien eerst onder het Initiatievenfonds zouden vallen? De voorzitter wijst de heer Peters erop dat de interrupties echt korter moeten worden. De heer Otto (EenUtrecht) kan daar in principe een kort antwoord op geven. Dan gaat de gemeente de ondernemers vragen om de stad op een aantal punten te helpen en zeggen dat gezien de grote uitdaging waarvoor zij staat de afspraken van tien of twaalf jaar geleden misschien in overleg moeten worden herzien. Het kan niet zo zijn dat de gemeente hee veel geld ophaalt via de OZB voor ondernemers om vervolgens tegen die ondernemers te zeggen dat zij de SPDO en de bijzondere bijstand moeten redden. Dan moeten gemeente en ondernemers met elkaar aan tafel. En dat kan de gemeenteraad. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat de ondernemers al OZB niet-wonen moeten betalen. Vervolgens zeggen zij vrijwillig zelf nog een opslag te willen betalen. De heer Otto noemt een paar uitdagingen waar de stad voor staat. Ondernemers kiezen er ook voor om dat geld daarin te steken, bijvoorbeeld in een buurtmobiel.

Wat vindt EenUtrecht daar dan van? De heer Otto (EenUtrechtI antwoordt dat zijn fractie dat natuurlijk een prachtig initiatief vindt. Hij zei al dat zijn fractie een groot fan van het Ondernemersfonds en van de systematiek is. Maar nu ziet zijn fractie dat er zoveel geld in omgaat en dat het niet altijd goed kan worden besteed. Dan zegt EenUtrrecht dat de gemeente en de ondernemers met elkaar moeten kijken naar deze systematiek. Er gaat gewoon te veel geld in dat fonds rond. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) brengt naar voren dat juist dat vrijwillige geld dat de ondernemers boven hun belasting moeten betalen wordt uitgegeven aan uitdagingen in de stad waar de gemeente voor staat. Moet de gemeente er juist niet blij mee zijn dat de ondernemers dit vrijwillig doen en het zelfs organiseren in plaats van te zeggen dat de gemeente het geheel anders moet doen? De heer Otto (EenUtrecht) meent dat de gemeente daar heel blij mee moet zijn. Het enige dat EenUtrecht zegt is dat dat bedrag misschien moet worden gemaximeerd en dat er opnieuw moet worden gekeken naar die vrijwillige bijdrage van de ondernemers. Een heleboel ondernemers in de stad, met name de kwetsbare kleinere ondernemers, zijn zich vaak niet bewust van het OfU, van wat zij afdragen en van waar het geld naartoe gaat. Van de goede initiatieven van de ondernemers is zijn fractie voorstander.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=53307d1e-c758-475e-93c3-f4283efb58c9