CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 10 april 2025, gemeente Utrecht47.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

15

20

25

30

35

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) geeft aan dat zij medevoorzitter is van de commissie VBF (Veiligheid, Bestuur en Financiën). Het kan zijn dat de vergadering van die commissie uitloopt. Zij zit daar en mevrouw Ramaker zit daar dan ook. Het wordt lastig, als die vergadering uitloopt. Volgens de voorzitter klopt dit. Die vergadering is voor twee dagdelen gepland. Mevrouw Heijne (GL) is ooit commissievoorzitter geweest en zij heeft zich op een reservelijst laten zetten. Zij kan eventueel volgende week donderdag stand by zijn voor het voorzitterschap. De voorzitter ziet dat wel het probleem blijft bestaan dat drie commissies parallel vergaderen. Voor woordvoerders biedt het ook geen soelaas. Dat brengt hem tot twee keuzes. Het wordt die donderdagavond, met de onzekerheid ten aanzien van de commissie VBF. Gezien de onderwerpen op de agenda van die commissie is het niet ondenkbaar dat die vergadering uitloopt. De andere optie is dat op een dinsdagavond wordt vergaderd, woensdag is heel ongewoon. Volgens de heer Van Steeg (CDA) is de agenda van de commissie MGOR (Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte) heel kort volgende week. Er is sowieso wel een vergaderplek beschikbaar. De voorzitter meent dat dan het probleem van drie parallel vergaderende commissies wordt voorkomen. Het is terecht dat de heer Van Steeg dit toevoegt.

Spreker vraagt de commissie of die instemt met die donderdagavond, wetende dat VBF kan uitlopen, maar dat MGOR niet op donderdagavond zal vergaderen en dat dus het probleem van drie parallel vergaderende commissies zicht niet voordoet. GL heeft een aanbod gedaan voor een achtervang voor het voorzitterschap.

40

Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt of, als de vergadering van de commissie MGOR zo kort is, in de middag kan worden vergaderd.

45

De voorzitter antwoordt dat de commissie dit niet gaat doen omdat de commissie VBF ook nog in de middag vergadert en dan ontstaat weer dat conflict van parallel vergaderende commissies. Spreker stelt vast dat niemand bezwaar maakt. Dan gaat dit onderwerp nu van de agenda af. De rest van de agenda is vastgesteld. Hij bedankt de commissie en met name de heer Van Steeg voor de hulp bij het oplossen van de puzzel.

50

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 3.1 Raadsvoorstel Beleidsnota Arbeidsmarkt

55

De voorzitter deelt mee dat het voorstel van de voorzitters is om dit onderwerp te agenderen voor de vergadering van 10 april 2025 voor 105 minuten. Hij stelt vast dat de commissie hiermee instemt. 3.2 Raadsvoorstel Verordening Bedrijven-investeringszone (BIZ) Woonboulevard 2026-2030 Pagina 4 van 52

5

10

De voorzitter geeft aan dat ook hier wordt voorgesteld het onderwerp op 10 april 2025 te bespreken met een behandeltijd van 30 minuten. Volgens de wethouder is het een relatief beleidsarm onderwerp. De commissie kan er ook voor kiezen een kwartier te nemen, dan kan zij wat vragen kwijt en dan merkt zij het wel. De heer Van Steeg (CDA) heeft het stuk nog niet inhoudelijk bekeken, maar het lijkt hem goed er even bij stil te staan. Het gaat onder andere over het OfU (Ondernemersfonds Utrecht). Een half uur lijkt hem goed. De voorzitter stelt vast dat de commissie met het voorstel instemt. 3.3 Technische sessie vaccinatiegraad

15

20

25

30

De voorzitter zet uiteen dat een aanbod is gedaan voor een technische sessie. Hij ziet dat daarvoor bij de commissie voldoende belangstelling is. 1 april 2025 is een ‘RIB-dag’ (raadsinformatiebijeenkomst). Die is nog leeg. Dat is dus een logisch moment, maar dan kan wethouder Eerenberg er niet bij zijn. De commissie hoeft daar geen rekening mee te houden. Een andere optie is donderdag 10 april 2025. Dan vergadert de commissie VOWE weer, maar de agenda is relatief summier gevuld. Er is dus ruimte om die technische sessie op een commissiedagdeel te houden. De voorzitters stellen 10 april 2025 voor. Dan is alle activiteit van de commissie VOWE op één dag geconcentreerd en dan kan de wethouder erbij zijn. Mevrouw Chirino (CU) vraagt waarom die technische sessie niet kan plaatsvinden op de eerste RIB-dag na 1 april 2025. De voorzitter weet niet wanneer dat is. Het zal ongetwijfeld kunnen, maar er is nu nog geen volledig zicht op hoe die RIB-dag wordt gevuld. Er zit weer een procedureel deel tussen: nu wordt misschien die technische sessie op die dag gezet, terwijl in een volgend procedureel deel allemaal RIB’s worden gepland zodat er weer iets uit moet. RIB’s gaan als regel voor, dus dan valt de technische sessie er weer uit. Dan gaat die sessie nog verder weg in de tijd. Maar het kan. Spreker wil 10 april 2025 voorstellen, tenzij de commissie dat voorstel in stemming wil brengen.

Mevrouw Chirino (CU) wil graag stemmen over beide voorstellen.

35

De voorzitter vraagt of er bij het college bezwaren zijn tegen een latere datum. Mevrouw Ramaker (VVD) brengt naar voren dat GL en VVD al driekwart jaar bezig zijn met deze technische sessie. Deze fracties willen die heel graag op 10 april 2025 houden.

40

45

50

55

De voorzitter vraagt of de commissie ermee in kan stemmen om deze technische sessie op 10 april 2025 te laten plaatsvinden. Hij ziet dat een meerderheid daarvoor is. Het wordt dus 10 april 2025. 3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter heft begrepen dat er daarvoor nu geen voorstellen zijn. Hij ziet dat dat klopt. Het valt eigenlijk mee met de drukte: volgende week een extra commissievergadering, dinsdag 1 april 2025 een lege RIB-avond en op 10 april 2025 twee niet erg grote debatten en een technische sessie. Mevrouw Assen (PvdA) wil weten of zij nu de vraag kan stellen wanneer een bepaald stuk komt van het college. Zij dacht dat de voorzitter dit agendapunt afsloot. De voorzitter sluit het agenderende deel af. Als mevrouw Assen een vraag wil stellen die een relatie heeft met het agenderende deel, dan kan zij dat zeker doen. Mevrouw Assen (PvdA) wil graag weten wanneer de voortgangsrapportage MBO komt.

60

De voorzitter kijkt of op deze vraag een antwoord van het college kan komen. Hij vraagt of de PvdA dit alvast op de agenda wil zetten. Er is ruimte bij VOWE. Hij komt op de vraag terug. Pagina 5 van 52

4. Vaststellen verslagen 5

De voorzitter deelt mee dat er geen opmerkingen zijn over het verslag van de vergadering van de commissie op 6 februari 2025. Hij stelt dat de commissie akkoord gaat. Het verslag is vastgesteld.

5. Toezeggingen/moties 10

15

Het viel mevrouw Vermeulen (GL) op dat er op de lijst veel toezeggingen staan die heel oud zijn. Het lijkt haar goed om de lijst nog eens door te nemen. De voorzitter denkt dat dit op zichzelf heel goed is, maar hij gaat ervan uit dat mevrouw Vermeulen dat niet nu meteen wil doen. Hij zal aan het college vragen om de lijst actueel te maken voor de volgende VOWE-vergadering. In die vergadering loopt de commissie de lijst dan na om te zien of er verlopen toezeggingen of moties zijn. Natuurlijk is het het beste , als toezeggingen worden nagekomen of de stukken worden geactualiseerd. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) ziet achter motie159 (niet- verrijdbare verkoopinrichtingen standplaatshouders) helemaal niets staan. Is daar iets mee gebeurd?

20

25

30

35

De voorzitter kijkt of het college kan antwoorden Meestal worden dit soort vragen vooraf aan het college gestuurd, dan kan het zich goed voorbereiden. Dan heeft de vraagsteller meteen een antwoord. Wethouder Schilderman geeft aan dat er een ‘updatebrief’ over alle ontwikkelingen rond de standplaatsen wordt voorbereid. Op dit moment staat de tweede ronde open. Zij zoekt nog waar de vraag precies op sloeg. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) licht toe dat het ging om de verkoopinrichtingen. Waarschijnlijk had het betrekking op het kioskverhaal. Wethouder Schilderman merkt op dat in de laatste brief over standplaatsen de commissie over de voortgang is geïnformeerd. Maar bepaalde dingen komen terug. Er is bijvoorbeeld gevraagd om het aantal plekken uit te breiden. Wanneer dat bij de commissie terugkomt, heeft in de laatste brief gestaan, maar daarin stond wellicht niet alle inhoudelijke informatie waarnaar UtrechtNu! op zoek is. De voorzitter concludeert dat de lijst is vastgesteld.

40

45

50

55

6. Ingekomen stukken De voorzitter deelt mee dat er twee ingekomen stukken zijn. De petitie Gezondheidscentrum Kanaleneiland is in handen van het college gesteld. Zij kan meegenomen worden in de raadsbrief die de commissie binnenkort krijgt over dit onderwerp. Die is verschoven naar april 2025, dat is dus relatief snel. Over het andere ingekomen stuk heeft hij geen opmerkingen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft bij het tweede ingekomen stuk dat gaat over de oproep van gedupeerde ouders in de kindertoeslagaffaire een vraag aan het college. In die oproep staat een aantal wensen. Hij vraagt aan het college of het voornemens is die brief uiterlijk begin april 2025 te beantwoorden met kopie aan de raad. Zijn fractie heeft met de groep ouders min of meer de afspraak dat, als dat antwoord onvoldoende vertrouwen geeft aan die groep, zijn fractie dit onderwerp voor deze commissie zal agenderen. De voorzitter weet dat het gesprek met deze mensen is ingepland. Het staat op de agenda. Mogelijk volgt daarna agendering. Pagina 6 van 52

Wethouder Schilderman moet dit nagaan, het hoort niet bij haar thuis. Zij zal nagaan of het college deze termijn haalt. Zij denkt daar vandaag op terug te kunnen komen. De voortgangsrapportage over het MBO komt in het tweede kwartaal van 2025. 5

10

15

20

De voorzitter wijst erop dat vergadering van de commissie op 10 april 2025 is. Dat is te krap, de leden willen het stuk natuurlijk ruim voor het weekeinde hebben. Helaas kan dit onderwerp dus niet naar voren worden gehaald om de agenda van 10 april 2025 te vullen. Wethouder Schilderman heeft nog wel een suggestie voor het vullen van de agenda, het is geen must. De beleidsnota Werklocaties komt eraan. Die nota zegt eigenlijk iets over alle werklocaties in deze stad. Dat zijn er nogal wat, er zijn er ook die niet dichtbij het stadhuis zijn, b.v. Lage Weide, Oude Rijn, Papedorp en het Sciencepark. De commissie zou één van deze plekken kunnen bezoeken. Het college kan een voorstel daarvoor doen. De commissie zou dan dit moment daarvoor kunnen gebruiken. Het is aan de commissie om dat te beoordelen. De voorzitter gaat kijken of er interesse is. Dan wordt dit verder door het college geïnitieerd en dan hoeft de commissie het niet vast te stellen. Hij ziet dat de VVD, GL, D66, CU en VOLT interesse hebben. Er is dus behoefte aan. Hij ziet graag een voorstel van het college tegemoet. De agenda van de commissie is vandaag dus wat korter met twee debatten. Het moet dus zeker in het middagdeel lukken de agenda af te doen. De voorzitter schorst de vergadering om 10.30 uur en heropent deze om 10.37 uur.

25

30

7. Utrechtse horeca De heer Stam (VOLT) vraagt of hij kan aannemen dat de spreektijden van vandaag worden meegenomen naar het extradebat volgende week. De voorzitter meent dat dat wel het geval is. Voor het vervallen agendapunt stond 120 minuten. De spreektijd moet dan meebewegen. Hij wil hierover geen procedureel debat, er zijn gewoon regels. Hij moet dit even laten nagaan. Dan kan het debat dus nog niet beginnen. De voorzitter schorst de vergadering om 10. 38 uur en heropent deze om 10.40 uur.

35

40

45

50

55

De voorzitter zet uiteen dat het uitmaakt of het onderwerp al bij het procedurele deel wordt afgevoerd of later in het debat. Dat betekent hier dat in het nieuwe debat straks de fracties opnieuw tijd krijgen voor die 120 minuten. Dit betekent ook dat die 120 minuten er onterecht opstaan, maar dat de leden ze wel hebben. Daarom gaat hij sturen op de behandeltijden. De leden zitten dus royaal in hun tijd, maar hij zal wel bijsturen. Voor het onderwerp Horeca staat 90 minuten en voor het Ondernemersfonds twee uur. Dan moet het mogelijk zijn om de vergadering af te ronden om 15.00 uur of 15.30 uur. Spreker ziet heel veel vertrouwen. Het gaat goed komen, ondanks de grote hoeveelheid spreektijd. De discipline van de leden zal hem niet teleurstellen. Het debat over horeca in Utrecht is geagendeerd door verschillende fracties. Er is één termijn, de behandeltijd is 90 minuten. Hij stuurt aan op afsluiting rond 12.15 uur. De heer Peters (D66) vervangt mevrouw Stylianou die met zwangerschapsverlof is, maar die zo betrokken is bij de Utrechtse horeca dat zij met haar ongeboren baby op de publieke tribune zit. Hij bedacht dat dat meisje over achttien jaar wellicht ook de Utrechtse horeca wil gaan bezoeken. Vandaag praat deze commissie over hoe die Utrechtse horeca er over achttien jaar uitziet en hoe die groeiende stad eruitziet.

Utrecht groeit snel en voorzieningen zoals de horeca moeten meegroeien. Dat brengt ook groeipijn mee. Die groeipijn wordt momenteel bijvoorbeeld sterk gevoeld in de binnenstad waar de druk op wonen, leven en ondernemen steeds groter wordt. Voor D66 is het essentieel deze druk te verminderen. Dat betekent ook dat de gemeente verder moet kijken dan specifieke discussies over levendigheid tegenover leefbaarheid op afzonderlijke plekken. Een leefbare stad is ook een stad waar iemand andere mensen en vrienden kan ontmoeten op een terras of in een discotheek. Daarom vraagt hij de commissieleden om uit te zoomen en zich af te vragen hoe zij Utrecht over twintig jaar voor zich zien, niet alleen de binnenstad, maar de hele stad. Zien zij dan de historische binnenstad als het bruisende hart van Utrecht? Zien zij dan ook dat Utrecht op veel meer plekken voor veel meer mensen de Pagina 7 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

mogelijkheid biedt om een lekker drankje te drinken of een hapje te eten bij hen in de buurt? Kunnen zij zich voorstellen dat er een speciaal fietspad is om van Rijnenburg naar Overvecht te gaan waar een opkomende sterren-chef net zijn eerste restaurant heeft geopend en dat dat nog enigszins betaalbaar is? Dat is een Utrecht dat hij graag wil en dat D66 graag wil. Hij ziet dat voor zich, ook omdat de inwoners dat verdienen. Juist een levendig en divers horeca-aanbod geeft Utrecht karakter. Tot zover zijn stichtelijke woorden, de commissie zit hier niet voor niets. D66 maakt zich zorgen dat het horecabeleid onvoldoende meegroeit met de stad. Het horecakader uit 2018 sluit eigenlijk niet meer aan op de praktijkbehoefte van horecagebruikers en horecaondernemers. Onduidelijke regelgeving leidt tot verwarring en handhavingsproblemen. Mensen gaan namelijk steeds vaker borrelen in restaurants zonder maaltijd en de regels lopen daarbij achter. Vooral rond de Kanaalstraat en de Amsterdamsestraatweg ziet zijn fractie een sterke vraag naar meer horeca. Nu is er daar onvoldoende ruimte voor. Dat soort plekken zal alleen maar toenemen. Dan is een flexibele aanpak nodig om ruimte te bieden voor innovatie en groei, uiteraard met respect voor de openbare orde, de veiligheid en de kwaliteit van deze stad.

Daarom wil hij van het college weten hoe het aankijkt tegen het flexibeler maken van de horecacategorieën en het horecakader en het ruimte geven voor meer horeca op nieuwe plekken buiten de binnenstad, zoals b.v. de Kanaalstraat of de Amsterdamsestraatweg, zodat de binnenstad wordt ontlast. Ook vraagt hij hoe het college aankijkt tegen het zo aanpassen van de regelgeving dat ondernemers de gelegenheid krijgen om iets nieuws te proberen. Mevrouw Heijne (GL) vindt het verhaal van D66 een mooi verhaal. GL kan daarin meegaan wat betreft het spreiden van de horeca. In het verhaal ging het eerst over het spreiden van de horeca, maar daarna wordt ingezoomd op vooral de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat. Hoe moet zij dat zien? Vindt D66 niet ook dat er ruimte moet zijn in andere wijken? De voorzitter vraagt de interruptie kort te houden, dan kan D66 ingaan op die twee straten. De heer Peters (D66) is het hier helemaal mee eens. Het is breder dan Amsterdamsestraatweg en Kanaalstraat. Vanuit de buurt hoort zijn fractie dat het daar wringt. Dit soort plekken neemt toe. Hij wil dat wordt nagedacht over de plekken verspreid over de hele stad waar wat meer horeca zou kunnen worden toegestaan.

Mevrouw Heijne (GL) denkt dat D66 dan ook de opvatting van GL deelt dat de gemeente heel goed moet kijken wat waar kan en dat leefbaarheid voor omwonenden een belangrijk onderdeel is dat hierbij mee moet worden genomen. De heer Peters (D66) is het er helemaal mee eens dat leefbaarheid zeker een belangrijk onderdeel is dat hierin moet worden meegenomen. Tegelijkertijd is leefbaarheid voor omwonenden ook dat iemand bij lekker weer op het terras kan gaan zitten. Voor iemand in een appartement van 40 m2 zonder tuin is dat zeker een element van leefbaarheid. In andere grote steden die van oudsher al groter zijn is te zien dat het veel beter is gespreid. Als iemand boven een café gaat wonen, heeft hij iets meer overlast dan in een heel rustige wijk bij een park. Een park kan ook nog heel aantrekkelijk zijn in de zomer.

45

Mevrouw Heijne (GL) wil graag duiding over de opmerking van D66 over het vervagen van de verschillende categorieën. Die verschillen zijn er immers niet voor niets. Zij kijkt dan naar de zware horeca en de lichte horeca. Zij hoort iets over restaurants en cafés in woonwijken. Daar kan zij zich best iets bij voorstellen. Maar hoe ziet D66 dat vervagen, als het gaat om de zware horeca?

50

De heer Peters (D66) antwoordt dat een van de problemen voor die zware horeca is dat die in panden zit. Er zijn genoeg panden in de binnenstad waar een zware horecacategorie op zit die niet wordt gebruikt, terwijl in het beleid wel rekening wordt gehouden met een x-aantal van dat soort vergunningen. De Schouwburg en Loetje zijn voorbeelden. Als in die panden steeds meer andere dingen komen doordat ondernemers er een restaurant van maken, dan doet dat wel iets met het aanbod van zware horeca. Afgelopen maandag sprak zijn fractie nog een binnenstadbewoonster van een nieuwe groep van de binnenstad, Know better. Zij is opgegroeid in Utrecht en gaf aan dat het aanbod van zware horeca echt veel minder is. De discotheek is bijna verdwenen. Daar moet echt wel voor worden gezorgd.

55

60

De voorzitter verzoekt de heer Peters verder te gaan met zijn eigen bijdrage. Pagina 8 van 52

5

10

15

20

25

De heer Peters (D66) geeft aan dat de tweede zorg van D66 ligt bij beperkte mogelijkheden voor terrassen buiten de binnenstad. Dat probleem komt weer op nu de zon begint te schijnen. Mensen moeten hun best doen om een plek op een terras te vinden. Dat komt omdat er eenvoudig te weinig terrassen zijn. Ondernemers lopen tegen onnodige belemmeringen aan, terwijl zeker groene terrassen bijdragen aan een gezondere, duurzamere en aantrekkelijkere stad. In Antwerpen en Rotterdam worden b.v. parkeerplaatsen eenvoudig tijdelijk omgezet in terrassen. Dat zorgt niet alleen voor meer levendigheid, maar het is ook eenvoudig en flexibel te regelen. D66 vraagt aan het college waarom dat in Utrecht niet zou kunnen. Mevrouw Heijne (GL) wijst erop dat Utrecht de 2% regeling heeft voor het opheffen van parkeerplaatsen voor bewoners. Dat is al best ingewikkeld. Doelt D66 op deze regeling of wil die fractie daarbovenop nog andere parkeerplaatsen vrijspelen? De heer Peters (D66) antwoordt dat het, net als bij corona, gaat om het tijdelijk opheffen. Het gaat erom dat in het zomerseizoen een horecabedrijf een parkeerplek net voor de deur kan gebruiken als een terras. Mevrouw Heijne (GL) begrijpt dat het dus niet ten koste gaat van de ruimte die er is voor bewoners om parkeerplekken op te heffen voor dingen die zij graag willen. De heer Peters (D66) is daarin niet heel rigide.

Volgens hem moet naar beide mogelijkheden worden gekeken en naar wat daarbij het meest wenselijk is. Spreker wil dat de raad het ook durft hebben over hoe de gemeente de stad de stad houdt en over de vraag hoe de horeca kan meegroeien met haar bevolking, zodat over twintig jaar Utrecht die stad is waar iedereen zo trots op is en die levendig en aantrekkelijk is.

30

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoort dat D66 een aantal vergezichten schetst en sommige daarvan zijn ook wel mooi. Maar D66 heeft zelf een evenement georganiseerd waar horecaondernemers vertelden dat zij tegen zaken aanliepen zoals afval ophalen of geen begeleiding geven. Is er een reden waarom D66 daar helemaal niet op is ingegaan?

35

De heer Peters (D66) antwoordt dat daar niet per se een reden voor is. De gemeente moet volgens hem ook goed kijken naar het bijschrijven van die leidinggevenden. Over het afvalprobleem heeft hij toen hij VOWE- en horecawoordvoerder was al regelmatig vragen gesteld. Zijn fractie brengt dat ook op andere manieren onder de aandacht, ook van het college. Dit zijn de punten waarop hij in dit debat wilde focussen.

40

Mevrouw Al-Saqaff (VVD begrijpt dan dat de bijeenkomst met horecaondernemers die D66 zelf heeft georganiseerd dus geen aanleiding was om een debat te vragen en hun punten hier in te brengen.

45

De heer Peters (D66) antwoordt dat er gelukkig meer mensen en fracties aanwezig waren bij die bijeenkomst. Dat was erg fijn. Hij verwacht dat iedereen een paar dingen oppakt. De punten die hij nu heeft ingebracht kwamen ook in die bijeenkomst naar voren. Hij wil andere fracties niet de kaas van het brood eten, hij is de eerste spreker.

50

55

60

De voorzitter ziet dat de heer Peters toch weer aan zijn collega’s denkt. Zo kent de commissie hem. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) dankt voor de gisteren ontvangen antwoorden van de wethouder op de schriftelijke vragen van zijn fractie. Veel antwoorden geven duidelijkheid, maar zijn fractie wil toch nog een aantal zware punten noemen. D66 heeft zojuist een aantal zaken aangehaald waarin UtrechtNu! zich volledig kan vinden. Spreker richt zich met name op de beantwoording van de vragen en de bijeenkomst die de commissie heeft gehad. Zijn fractie hoort zorgelijke geluiden over de handhaving en VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving) en over een angstcultuur die heerst bij ondernemers. Tegenspraak of duiding bij sommige situaties van de ondernemer naar de handhaver of een ambtenaar van VTH resulteert volgens hen met regelmaat in herhaalde controles of uitgebreide controles op dezelfde dag. Ook hoort zijn fractie verhalen van ondernemers die zich geïntimideerd voelen door ambtenaren met betrekking tot hun Pagina 9 van 52

5

10

15

20

25

30

vergunning of terrasvergunning. Ondernemers durven zelf niet meer hun klachten uit te spreken uit angst daarop te worden aangesproken door handhavers. Hoort de wethouder deze zorgwekkende berichten ook? Ook als het alleen maar het geval is bij een enkele handhaver of ambtenaar of bij een enkele ondernemer, dan schuurt dit toch aan tegen machtsmisbruik en verdient dit dringend aandacht. Is de wethouder, of de burgemeester, bereid om samen met VTH en Koninklijke Horeca Nederland in gesprek te gaan en is er bereidheid om onderzoek te doen om dit boven tafel te krijgen? Spreker gaat in op de bereikbaarheid van het horecaloket. In een mail van 9 maart 2025 van de heer Den Hartog is duidelijk de frustratie te lezen over een ellenlange procedure, de lange wachttijden, de slechte bereikbaarheid en het eeuwen durende wachten op beantwoording door het loket of de vergunning-verstrekker. Andere ondernemers klagen dat het loket bij een vraag of een duiding over een beslissing direct naar de bezwarenprocedure verwijst in plaats van dat het een antwoord geeft. Voor antwoorden op vragen over plotselinge wijzigingen bij terrassen wordt verwezen naar een terrassencommissie. Kan de wethouder vertellen of er zo’n commissie bestaat en wat die terrassencommissie dan is? Wat doet zij en wie zijn dat? Deze commissie is spreker in ieder geval onbekend.

Er lijkt onduidelijkheid te zijn bij ondernemers over waar zij terechtkunnen. Naar aanleiding van deze verhalen en klachten heeft UtrechtNu! een enquête lopen onder de horecaondernemers. De ondernemers geven het huidige loket een 3,7, niet echt een vrolijk cijfer. Volgens de eerder genoemde klachten en in tegenstelling tot het antwoord van de wethouder willen de ondernemers wel menselijk contact, met iemand die met hen meedenkt en met wie zij kunnen praten over mogelijkheden en onmogelijkheden. Het kan ook een manier zijn om het kaf van het koren te scheiden. Het samenspel tussen gemeente en horeca moet beter. Daarom wil zijn fractie een uitgebreide motie of een initiatiefvoorstel indienen. UtrechtNu! nodigt natuurlijk andere fracties uit om daarover mee te denken. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of hij goed begrijpt dat UtrechtNu! nog een enquête heeft lopen. Hij denkt dat de avond waarop de heer Van den Hoek en hij aanwezig waren een helder beeld gaf van het horecaloket van het Stadskantoor. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) antwoordt dat de heer Van Steeg dat goed begrijpt. Sprekers fractie heeft een enquête gestart om duidelijkheid te krijgen over wat nu allemaal precies leeft bij de ondernemers. Tijdens die bijeenkomst hebben de heer Van Steeg en hij dertig mensen gesproken.

Hij stelt voorop dat er al duidelijke op- en aanmerkingen waren, maar zijn fractie wilde toch iets dieper gaande vragen stellen als voorbereiding voor een eventueel voorstel.

35

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat dit voorzichtig klinkt. Richt een eventueel initiatief zich dan specifiek op het horecaloket? Is het niet zo dat de mensen van het Stadskantoor veel beter bekend moeten zijn en veel meer direct contact zouden moeten hebben met de horecaondernemers en dat dit veel problemen op zou kunnen lossen?

40

Volgens de heer Van den Hoek (UtrechtNu!) klopt dat. Uit die enquête komt ook een beetje naar voren dat die mensen behoefte hebben aan meer duidelijkheid en persoonlijk contact. Zijn fractie denkt dat er wel degelijk iets moet worden veranderd. Te vaak wordt gezegd: “Het is mijn pakkiean niet en zoek het maar uit”. Zo klinkt het in ieder geval in de verhalen.

45

De heer Van Steeg (CDA) is het daarmee eens. In het antwoord op de schriftelijke vragen wordt ook erkend dat die continuïteit er niet is. Maar is daarvoor een initiatiefvoorstel nodig is of is daarvoor gewoon continuïteit en bekendheid van de mensen op het Stadskantoor bij de horecaondernemers nodig, zodat zij weten wie hun aanspreekpunt is?

50

De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) is het hiermee eens. Hij denkt wel dat een initiatiefvoorstel in elk geval vernieuwing kan brengen waardoor nog meer duidelijkheid in de lijnen kan ontstaan. De voorzitter vraagt de heer Van den Hoek verder te gaan met zijn eigen bijdrage.

55

60

De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) vraagt de wethouder of er al een evaluatie is geweest van het functioneren van het loket of dat dit wellicht gepland is. Spreker gaat in op het bijschrijven van leidinggevenden. De wethouder zegt dat er 73% dekking op een productgroep in zijn totaliteit is, ondanks het feit dat Utrecht de hoogste tarieven heeft van de G4. Wat bedoelt de wethouder met de productgroep? Worden hier tekorten op de ene vergunning verhaald op de andere? Dat lijkt hem niet de juiste manier. Zijn fractie vraagt zich af waar deze verschillen met de andere grote Pagina 10 van 52

5

10

15

20

25

steden vandaan komen. Dit is immers niet meer uit te leggen aan ondernemers, het gaat om duizenden euro’s per bedrijf. Zijn fractie wil graag weten wat de specifieke kosten zijn voor de gemeente voor het verlenen van een vergunning en voor het bijschrijven van een leidinggevende. Daarom ontvangt zijn fractie graag een gespecificeerd overzicht van deze kosten per vergunningssoort. De voorzitter merkt op dat de heer Van den Hoek een aantal technische vragen stelt die hij ook vóór het debat kan stellen. Dan kan hij ze in het debat gebruiken en bijvoorbeeld zeggen dat de kosten te hoog zijn en dan kan hij daarmee iets doen. Nu krijgt hij dadelijk het antwoord dat hij een toezegging krijgt. Dit geldt voor alle collega’s. Zij kunnen altijd zakelijk met ambtenaren bellen en hier politieke vragen stellen. De heer Van den Hoek gaat in op het muziekfestival. De wethouder haalde daarbij het onderdeel G aan van de Nadere Regel Evenementen. Het wordt door deze bepaling een ondernemer vrijwel onmogelijk gemaakt om een muziekevenement te organiseren dat niet in eerste instantie naar muziek verwijst. Hij begrijpt dat er wordt gekeken naar de marketing van een evenement. Als daarin mede wordt verwezen naar het kopen van eten of drinken, zou dit al een reden zijn om het niet meer als een muziekevenement te zien.

Maar met een flinke line off met bandjes en dj’s waar ook eten en drinken wordt verkocht kan dit toch prima als muziekevenement worden gezien, ook als de naam naar het eten of drinken verwijst? Bij de aanvraag heeft de ondernemer toch het recht om te zeggen dat het een muziekevenement is? Zijn fractie wil graag een reactie van de wethouder omdat door dit starre onderscheid te maken organisaties afhaken. Zij doen niet eens meer een aanvraag voor een muziekevenement. Zijn fractie vraagt zich af of deze nadere regel zo is uitgewerkt, als hij is bedoeld. Zijn fractie herkent zich daar namelijk niet in. Evenementen maken de stad levendig en bruisend, maar met alle ‘kan niets’ en ‘doe niets’ moeten mensen kennelijk niet meer naar Utrecht komen. Tenslotte vraagt spreker of het handhavingsbeleid uit 2011 wel eens is geëvalueerd.

30

De voorzitter wijst er voor de volgende keer nog eens op dat technische vragen vooraf worden gesteld. Alles wat iemand niet goed vindt kan politiek worden gemaakt in deze commissie.

35

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft een vraag over die muziekevenementen. Er stond ook in het stuk dat, als iemand het goed kan uitleggen, er een uitzondering kan worden gemaakt en dat het dan onder de regels voor een muziekevenement kan vallen. Maar heeft UtrechtNu! ook gehoord dat dit bijna altijd wordt afgewezen omdat het nooit goed genoeg is onderbouwd?

40

De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) antwoordt dat zijn fractie dat ook heeft gehoord. Hij kaartte dit eigenlijk aan omdat soms door een ondernemer uitleg wordt gegeven en dat dan wordt afgedaan met het argument dat dat niet kan of dat het publieksvak te klein is, dat de eetwagen te groot is, dat de drank te veel aanwezig is of dat de promotie voor eten en drinken groter is dan die voor het muziekevenement. De ondernemer probeert iedere keer weer de opzet aan te passen en telkens wordt dat met weer een andere reden om zeep geholpen.

45

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) heeft zich in eerste instantie wat verbaasd over het antwoord op vraag 1 dat het het college of de wethouder niet bekend is dat er selectief wordt gecontroleerd. Iedere malloot in deze stad weet dat het gebeurt, dus hij begint zich af te vragen hoe het is gesteld met het intellectuele peil van het college.

50

De voorzitter vindt dit niet nodig. Dit is gericht op de individuele man of vrouw of op het college op een manier die niet netjes is. Hij vraagt de heer Nyqvist zich daar verre van te houden. Deze zei het in bewoordingen die al sterk genoeg zijn.

55

60

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) trekt de zin weer in omdat men daar in Utrecht kennelijk niet tegen kan. Zijn tweede punt is de vraag of dat selectief controleren slecht is. Nee, dat is niet altijd slecht. Het is immers logisch dat een gemeente met een bepaalde capaciteit in huis niet alles kan controleren, ook als zij dat zou willen. In een natuurlijk proces wordt de aandacht gericht op de plaatsen en omstandigheden die vanuit de praktijk uitwijzen dat controle nodig is. Dat ligt voor de hand en het is dus helemaal niet slecht. Het is meer de kwestie waarom het college dat niet durft toe te geven. Als het college dat toegeeft, kan ook worden vastgesteld waarom het op andere plaatsen niet gebeurt en of dat terecht is. Het kan best zijn dat men ergens om wat voor Pagina 11 van 52

5

10

15

reden dan ook niet controleert, terwijl iedereen zou denken dat er best een keer naar mag worden gekeken. De eerste vraag met nee beantwoorden is dus iets te eenvoudig. Hij vraagt daarom aan het college om een en ander wat meer toe te lichten, maar dan niet te rederneren vanuit de verdediging en ook niet vanuit de aanval, maar vanuit de realiteit van elke dag. In de discussie mist spreker dat de gemeente hier te maken heeft met ondernemers, kleine, middelgrote en grote. De taak van de ondernemer is ervoor te zorgen dat zijn toko in leven blijft. Hij zal altijd proberen om gebruik te maken van alle kwaliteiten en omstandigheden om te overleven, om, als het kan, een leuke winst te maken en een pensioen op te bouwen. De overheid moet die mensen het leven niet te moeilijk maken, zij hebben het al moeilijk genoeg. Alle zekerheden die de meeste mensen in deze zaal hebben hebben zij niet. Hij bepleit dat in een stad als Utrecht de gemeente begrip heeft voor deze mensen die hun eigen broek ophouden en die op een bepaald moment graag een beroep doen op de gemeente, maar dan voor de dingen die niet goed lopen, zoals simpele dingen als het ophalen van het afval of het verwijderen van zaken die de omzet kunnen belemmeren. Het zijn allemaal kleine dingen die kunnen gebeuren, maar die weinig of te weinig gebeuren.

Hij vraagt het college een beetje pragmatisch te zijn, naar de situatie ter plekke te kijken en geen heel dikke nota’s te gaan schrijven, maar iets te doen. De voorzitter wil het woord geven aan de CU, maar deze fractie is niet aanwezig.

20

25

30

35

40

De heer Van Bemmel (PvdD) heeft vijf losse punten. Het eerste gaat over de Veggie Week Het is fijn dat het concept is uitgevoerd in het afgelopen jaar. De PvdD kijkt uit naar de volgende editie. Hij vraagt of het college dit festival al heeft geëvalueerd en wat het college daarvan meeneemt. Zijn tweede punt is dat vorig jaar een motie is aangenomen om horecaondernemers aan te moedigen om van terrassen rookvrije zones te maken. Kan de wethouder toelichten wat de voortgang is en ziet de wethouder kansen om rookvrije zones of rookvrije terrassen nog verder te realiseren? Zijn derde punt is dat terras-heaters veel CO2 uitstoten. Dit wordt nog te weinig erkend en er wordt veel te weinig actie op genomen. Zijn fractie zag nog deze week een nieuwsartikel met vijf plekken in Utrecht met fijn verwarmde terrassen. Verandering is nodig. Alternatieven als kleedjes en warmtekussens zijn veel duurzamer en vaak ook veel goedkoper. De PvdD ziet graag dat, net als bij rookvrije zones, de gemeente horecaondernemers gaat aanmoedigen heater-vrije terrassen te realiseren en over te gaan op duurzame alternatieven. Is de wethouder bereid dit te doen? Ook is het belangrijk om te kijken hoe bekertjes die bij evenementen in de horeca in het afval komen circulair kunnen worden gemaakt.

Hoe kijkt de wethouder naar de huidige aanpak van de afval-bekertjes in de horeca en ziet zij verbeterruimte? Is er al een goed systeem van hardcups in werking en zo nee, waarom niet? Zijn vijfde punt is dat de PvdD het lastig vindt om inzicht te krijgen in hoe het gaat met de horeca in Utrecht. Kan de wethouder hieraan in de nog komende jaarlijkse horecabrief aandacht besteden, b.v. door het aantal horecazaken per categorie op dit moment te vergelijken met het aantal in de afgelopen vijf jaar? De voorzitter geeft weer het woord aan mevrouw Al-Saqaff voor een interruptie. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt de voorzitter of hij vindt dat zij te frequent interrumpeert.

45

50

55

60

Volgens de voorzitter is dat niet het geval. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vroeg zich af of de PvdD ook wil gaan bedenken hoe iemand zijn aardappels wil gaan koken. Dit is wel erg veel bemoeienis. De heer Van Bemmel (PvdD) is benieuwd waar mevrouw Al-Saqaff op doelt. Volgens mevrouw Al-Saqaff (VVD) is dit geen antwoord. Zij had gehoopt op het antwoord: ‘nee, natuurlijk niet’. Een ondernemer kan toch zelf bekijken of hij zijn terras verwarmt met een dekentje of een warmtelamp? Het gaat er toch om dat hij het fijn maakt op zijn terras zodat mensen daar willen zitten? De heer Van Bemmel (PvdD) vindt het belangrijk dat de mensen bewust worden gemaakt, bijvoorbeeld van de effecten op het klimaat van terrasverwarming. Het lijkt hem goed om daarop in te zetten. Volgens hem heeft de raad in die motie over rookvrije zones op terrassen de juiste manier daarvoor gevonden. Pagina 12 van 52

5

10

15

20

25

De heer Van Steeg (CDA) kan zich dit vanuit het perspectief van de PvdD voorstellen. Maar zit er ook nog een positieve redenering in? Als het met de duurzaamheid goed gaat, kunnen er dan misschien op andere plekken minder regels zijn? Kan de horeca, zeker gezien de daar levende frustraties, op de een of andere manier tegemoet worden gekomen? Op elke plek moet ruimte worden gegeven. Hoe valt daarbij de balans voor de PvdD? De heer Van Bemmel (PvdD) heeft de indruk dat het CDA zijn voorstel leest als een soort verplichting die hij oplegt, terwijl hij in zijn voorstel duidelijk aangeeft dat een verplichting iets anders is. Hij heeft het gehad over het aanmoedigen van ondernemers om over te gaan op duurzame alternatieven. Hij heeft niet het idee dat zijn fractie dat ergens anders moet balanceren. Het gaat om aanmoedigingen en hopelijk ook om bewustwordingscampagnes om horecaondernemers over te laten gaan op duurzame alternatieven. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat dit wel leidt tot allemaal extra regels. Er gebeurt natuurlijk heel veel op het gebied van energiebesparing, die positieve elementen moeten ook worden benoemd. Maar het is ook goed om te kijken op welke plekken het qua regels iets minder kan. Dan komt er een balans en dan komt de gemeente eerder tot een gesprek met de horeca.

Als de gemeente tegen horecaondernemers zegt dat zij daar en daar niet deugen, dan komt de gemeente niet verder. De heer Van Bemmel (PvdD) zegt dat helemaal niet. Hij zegt dat de samenleving in een klimaatcrisis zit, dat de gemeente dat serieus moet nemen en b.v. mensen moet aanmoedigen om duurzame keuzes te maken die vaak ook veel goedkoper zijn voor horecaondernemers. Dat lijkt hem een goede zaak.

30

De heer Van Steeg (CDA) denkt dat ook ondernemers erkennen dat er problemen zijn op het gebied van het klimaat. Volgens hem gebeurt er ook heel veel. Hij zoekt hoe het mogelijk is daarin tot samenwerking te komen. Hij begrijpt dat de heer Van Bemmel daarin een ander accent legt, maar hij zou dan willen kijken op welke plekken die balans kan worden gevonden. Daarover hoort hij weinig van de PvdD.

35

De heer Van Bemmel (PvdD) opende zijn betoog met juist de opmerking hoe fijn zijn fractie die samenwerking vond bij zo’n Veggie Week waar er ondernemers zijn die duurzaamheid en plantaardig eten belangrijk vinden. Daarmee kan de gemeente samenwerken en daarvoor kan promotie worden gedaan. Dat lijkt hem een goede manier om elkaar te vinden.

40

45

50

55

60

Mevrouw Usmany (Student & Starter) stelt dat horeca de plek is waar de stad samenkomt, of het nu gaat om een snelle koffie, een lange avond met vrienden of een bijbaan achter de bar. Het is een plek van gezelligheid, ontmoeting en verbinding. Vooral jongeren spelen hierin een grote rol. Zonder een bruisende horeca zou deze stad een stuk minder levendig en uitnodigend zijn. Zij wil het in de eerste plaats hebben over startende horecaondernemers en hun problemen. Uit gesprekken kwam naar voren dat het opzetten van een horecazaak soms voelt als een hindernisbaan, mede door complexe regelgeving en hoge kosten. Voor sommige ondernemers is het b.v. onduidelijk welke vergunning zij moeten aanvragen. Het inschrijven van een leidinggevende op die vergunning kost veel geld. Daar komt bij dat het horecaloket door een aantal ondernemers als onbereikbaar wordt ervaren. Het gevoel heerst dat zij van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ondernemers geven dan ook aan behoefte te hebben aan een vaste contactpersoon, maar het college zegt geen fysiek contactpunt in het leven te willen roepen. Als het college niet daarvoor kiest, welke stappen gaat het dan zetten om de ondersteuning voor startende horecaondernemers structureel te verbeteren? Als de stad wil dat horecaondernemers de kans krijgen om succesvol te zijn, dan moet de gemeente niet afremmen, maar juist ondersteunen.

Steeds vaker ontstaan er nieuwe concepten die zich niet altijd goed verhouden tot de bestaande categorieën. In deze raad is al vaker gesproken over de mogelijkheden, maar ook over de beperkte ruimte ervoor. Haar fractie sluit zich daarom aan bij de vraag van D66 hoe de wethouder kijkt naar de mogelijkheid van flexibel omgaan met de horecacategorieën. Spreekster sluit af met de openingstijden. Horecaondernemers in de categorie D zitten vast aan strikte sluitingstijden, terwijl de behoefte aan flexibiliteit juist groeit. In steden als Groningen werkt het al goed, vooral voor nachtbezoekers zoals studenten. Ook Nijmegen overweegt een experiment. Meer vrijheid voor ondernemers die dat willen kan zorgen voor extra omzet en een betere spreiding van de uitloop, in plaats van dat alle horeca tegelijk sluit. Voor horeca onder de Pagina 13 van 52

categorie D is er al een nieuwe vorm gekomen, D3. Maar waarom komt er niet nog meer verruiming? Haar fractie vraagt aan de wethouder of zij openstaat voor ruimere openingstijden en of zij bereid is te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor meer vrijheid voor ondernemers. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Voor de heer Van den Hoek (UtrechtNu!) is dit wat verwarrend. Volgens hem heeft Utrecht geen sluitingstijden voor de horeca. Hij begrijpt de vraag dus niet helemaal. Mevrouw Usmany (Student & Starter) heeft dit nagevraagd. Het schijnt dat er voor categorie D wel bepaalde sluitingstijden zijn. Voor de ene categorie is dat 22.00 uur, voor een andere is dat 23.00 uur en voor nog weer een andere categorie weet zij dat niet uit het hoofd. Voor andere categorieën zijn er inderdaad geen vaste openingstijden en daarom vraagt haar fractie dan ook aan de wethouder om te kijken of het mogelijk is voor de categorie waarvoor dit wel geldt de openingstijden weg te halen. De voorzitter denkt dat de commissie zo meteen vast wel hoort hoe het precies zit. Mevrouw Usmany kan verder gaan. Dit is haar eerste bijdrage, dus hij doet het wat rustig aan. Of vindt zij die interrupties wel leuk? Mevrouw Usmany (Student & Starter) vindt het prima. De heer Sungur (DENK) vraagt aan welke vorm van verruiming dan wordt gedacht. Is dat dan het helemaal afschaffen van sluitingstijden of denkt Student & Starter aan iets anders? Mevrouw Usmany (Student & Starter) antwoordt dat haar fractie vraagt of de wethouder openstaat voor ruimere openingstijden. Als de uitkomst van onderzoek is dat er geen sluitingstijden nodig zijn, dan staat haar fractie daar zeker voor open.

Maar Student & Starter vraagt de wethouder gewoon of zij kan onderzoeken of er daarvoor mogelijkheden zijn. De heer Sungur (DENK) vraagt of Student & Starter daar zelf ideeën over heeft. Mevrouw Usmany (Student & Starter) geeft aan dat haar fractie daarover eigenlijk geen concrete ideeën heeft. Haar fractie hoopt dat de uitkomst van het onderzoek is dat net als in andere steden ook in Utrecht de openingstijden kunnen verdwijnen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) brengt naar voren dat het voor de VVD belangrijk is dat er ruimte is voor ondernemers om op een fijne manier te kunnen ondernemen. Helaas merkt haar fractie dat de ervaring niet altijd even fijn is. Wat haar fractie vooral opvalt is het verschil in beleving tussen de horecaondernemers en de gemeentelijke organisatie. In de beantwoording van schriftelijke vragen van collega’s doet het college alles wel heel rooskleurig voorkomen. Het college herkent zich vrijwel niet in de klachten die haar fractie heeft gehoord. Daarom gaat zij in op de onderdelen controle en regels, afval, bereikbaarheid, communicatie en aanbod. De commissie heeft het er al eerder over gehad dat de controles als willekeurig worden ervaren. Kan de wethouder toezeggen in gesprek te gaan met Koninklijke Horeca Nederland over tijdstippen en communicatie over frequenties? Ook sluit de VVD zich aan bij het punt van het herzien van het horecakader.

Het is verplicht om twee leidinggevenden bij te schrijven, maar door de huidige arbeidsmarkt is de roulatie erg hoog en moeten er steeds nieuwe leidinggevenden worden bijgeschreven. In Utrecht kunnen de kosten oplopen tot honderden euro’s, los van het feit dat die personen nog opgeleid moeten worden. Is het college het met de VVD eens dat deze kosten zeer hoog zijn en is het college bereid te kijken naar een manier om die kosten te mitigeren? De VVD heeft al eerder een motie ingediend over verlaging van deze kosten, die motie heeft het trouwens niet gehaald. Het inklappen van de terrassen is tijdrovend en meestal is dat voor maar een paar uur. Haar fractie vraagt zich af of er afspraken gemaakt kunnen worden met de ondernemers over het inklappen van de terrassen, als er geen veegdienst is. Zij vraagt om een reactie van het college. De ophaalfrequenties voor afval zijn laag en ondernemers worden gedwongen om ondergrondse containers te gebruiken. De VVD wil horen welke oplossingen hier gevonden kunnen worden. Zeggen dat de ondernemers het ophalen van het afval met iemand anders kunnen regelen is natuurlijk een heel raar argument. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) vraagt of mevrouw Al-Saqaff het met hem eens is dat de R.H.D. (Reinigings- en Havendienst) misschien wat te veel hooi op zijn vork heeft genomen door Pagina 14 van 52

het ook in de binnenstad overnemen van de bestaande contracten. De reiniging haalt nu het vuil van andere afvaldiensten op. 5

Voor mevrouw Al-Saqaff (VVD) wordt dat wel heel technisch. Zij zit niet daar niet in, maar zij ziet wel dat het niet goed gaat. De reden weet zij niet, maar het gaat gewoon niet goed met de ophaalfrequentie. De VVD constateert dat de afspraken niet worden nagekomen.

10

Mevrouw Leever (PvdA) merkt op dat bij wet is geregeld dat er een vrije markt is voor het ophalen van afval van bedrijven. Ondernemers zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Aangezien de VVD vaak voorstander is van een vrije markt, zou zij er ook voorstander van moeten zijn dat ondernemers dit op deze manier moeten regelen.

15

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dit een heel rare redenatie. Natuurlijk mag iemand gaan waar hij wil, maar waarom kan de gemeente het zelf niet goed regelen? Dat is haar vraag. Natuurlijk kunnen alle ondernemers ergens anders naartoe gaan, maar de hoofdvraag blijft natuurlijk: waarom regelt de gemeente het gewoon niet goed?

20

25

30

35

40

45

Mevrouw Leever (PvdA) herhaalt dat bij wet is geregeld dat ondernemers het zelf moeten organiseren omdat er een vrije markt is. Als ondernemers willen dat het afval vaker wordt opgehaald, dan kunnen zij dat contractueel toch gewoon wijzigen? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat dit nu juist het punt is. De contractuele afspraken worden ook niet altijd even goed nagekomen. Dat wordt ook gewoon erkend, het staat ook in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Daar zit voor haar fractie het pijnpunt. De heer Van Bemmel (PvdD) is ook wat verward. Hoort hij nu dat de VVD wil dat de afvalmarkt wordt genationaliseerd? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) beantwoordt deze vraag met nee. Zij heeft nog twee punten, de bereikbaarheid en de communicatie. Eigenlijk sluit de VVD zich aan bij wat is gezegd over het horecaloket. Dat gaat echt niet goed. De VVD heeft daar niet één keer een positief bericht over gehad. Haar fractie vindt ook dat de spreekuren goed onderzocht moeten worden en dat die goed moeten worden georganiseerd. Het horecaloket moet ook per telefoon bereikbaar zijn. Een volgend punt is het aanbod. De commissie heeft het voornamelijk over de binnenstad gehad, maar erkent het college niet dat er op veel meer plekken in deze gemeente horeca-activiteit plaatsvindt? D66 zei dat al.

Hoe houdt het college deze ondernemers aangehaakt? Bestaan er ook per wijk of buurt verschillende vormen van aanpak.? Tenslotte merkt zij op dat ook jonge Utrechters natuurlijk willen genieten van de gezelligheid die de horeca biedt. Welke inzet heeft het college ten aanzien van 18-min horeca? De commissie heeft het er al vaker over gehad, maar volgens de VVD komt het nog steeds niet goed van de grond. In Leidse Rijn hangen nu zoveel jongeren rond op speelplekken die veel liever bij een 18-min horecagelegenheid zouden zijn. De VVD wil het voor de horecaondernemers fijn maken om te ondernemen in Utrecht, de Utrechtse horeca ondersteunen en beschikbaar stellen voor de eigen jongeren. De heer Peters (D66) vindt die 18-min horeca best een interessant idee. Maar in hoeverre denkt mevrouw Al-Saqaff dat een ondernemer daar überhaupt in kan voorzien en dat daar een businesscase uit te halen is?

50

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat 18-min horeca niet erg lucratief is. Daarom vraagt haar fractie ook aan de gemeente om te kijken wat die kan doen voor de 18-minners en of samenwerkingsverbanden mogelijk zijn. In ander gemeenten bestaat 18-min horeca. Zij wil kijken wat er in Utrecht kan worden gedaan.

55

De heer Peters (D66) vraagt of mevrouw Al-Saqaff er dan niet voor voelt om met jongerenontmoetingsplekken aan de slag te gaan en met buurthuizen waar die 18-minners juist een plek kunnen hebben. Vindt zij ook dat het niet per se horeca hoeft te zijn?

60

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) kwam toen zij veertien of vijftien jaar was in wat toen de kinderdisco werd genoemd. Dat vond zij een beetje jammer, omdat een vijftienjarige zich heel cool voelt. Maar het waren wel de leuke plekken waar jongeren konden dansen, elkaar konden leren kennen en Pagina 15 van 52

een beetje op een veilige manier konden ontdekken hoe het is om uit te gaan. Zij gunt dat eigenlijk de jongeren in Utrecht ook. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) merkt op dat de Winkel van Sinkel zoiets ooit heeft gedaan voor 18-minners. Maar die is ermee gestopt omdat de bezoekers beschonken binnenkwamen. Het bedrijf kreeg daarover best wat gedoe met toezicht en handhaving. Hoe ziet de VVD dat aspect van beschonkenheid? Beveiliging kost heel veel geld en het haalt niets uit. Daarom is de Winkel van Sinkel ermee gestopt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) begon ook met de opmerking dat jongrenhoreca niet lucratief is. Daarom vroeg zij aan de wethouder wat dit kan betekenen, als het in gezamenlijkheid wordt aangepakt. Alles bij een ondernemer leggen lukt niet, die zal dat niet zo snel doen, vooral niet als hij van zulke gevallen hoort. Maar zij denkt dat er kansen liggen en dat ondernemers zullen opstaan, maar wel met ondersteuning van de gemeentelijke organisatie. De heer Sungur (DENK) vindt het belangrijk dat de gemeente duidelijke, maar ook toekomstgerichte keuzes maakt in het nieuwe horecakader. DENK doet een aantal voorstellen. Momenteel is de regel dat additionele horecaruimte niet wordt verhuurd of ter beschikking wordt gesteld aan derden voor feesten. De raad heeft eerder de motie ‘Niks te maren’ van D66 aangenomen. Daarin heeft de raad de wens uitgesproken om functies te mengen om zo efficiënter, slimmer en creatiever met de ruimte om te gaan.

Daarom verzoekt hij de wethouder om verhuur van additionele horecaruimte wel mogelijk te maken, b.v. met een maximum van twaalf keer per jaar. Zijn fractie hoort graag iets van de wethouder. DENK begrijpt dat om de doorstroming en het zicht op winkels te behouden in winkelgebieden geen serres of gebouwde terrassen worden toegestaan. DENK vraagt zich wel af of dit beleid flexibel genoeg is bij vernieuwende concepten in de horeca. Hoe kijkt de wethouder ertegenaan, als er wordt geëxperimenteerd met deze vormen van terrasoverkapping met de voorwaarde dat het zicht op winkels niet beperkt wordt? Momenteel is het de regel dat het 25 o moet zijn om ruimte te bieden om terrassen op zaterdag en zondag open te houden tot 02.00 uur. DENK stelt voor om deze regel los te koppelen van de temperatuur. Dit zorgt voor meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor ondernemers en hun personeelsplanning. De verantwoordelijkheid voor snelle communicatie richting ondernemers, zoals nu via de gemeentelijke website, en het volgen van het KNMI is werkverschaffing. DENK verzoekt deze verruimde openingstijden als standaard in te stellen, ongeacht de weersverwachting zoals Amsterdam dat doet. Zijn fractie ziet dat de detailhandel steeds vaker horeca als ondersteunend onderdeel van zijn bedrijfsvoering aanbiedt.

Zijn fractie stelt voor om deze winkels ook de mogelijkheid te bieden om een beperkt terras te plaatsen dat gebonden is aan de winkeltijden. Dit versterkt de levendigheid en trekt ook meer bezoekers naar de winkelstraat. Hij krijgt graag een reactie. Hij heeft verder een praktisch punt. DENK ziet dat het op dit moment in Utrecht niet mogelijk is om parasols vast te nagelen, terwijl dit volgens ondernemers veilig en verantwoord kan. Dit voorkomt dat parasols wegwaaien en draagt dus bij aan de veiligheid en de uitstraling van het terras. Het voorstel van DENK is om dit via een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Hij krijgt graag een reactie van de wethouder. Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of zij goed begrijpt dat DENK de openingstijden van terrassen wil verruimen. De heer Sungur (DENK) antwoordt bevestigend.

50

55

Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of DENK niet verwacht dat dat meer overlast gaat geven voor de omgeving. De heer Sungur (DENK) antwoordt dat daar op dit moment al sprake van is. Het is alleen gebonden aan een temperatuur van 25 o. Het gaat om een uurtje extra. Zijn fractie stelt voor dat los te laten. Spreker vindt het eigenlijk prettiger om bij een temperatuur van 20 o op een terras te zitten dan bij een temperatuur boven 25 o. Het staat helemaal los van de vraag of het wel of niet overlast zou veroorzaken. Die is er ook, als het 25 o is. Mevrouw Leever (PvdA) kan zich goed voorstellen dat het heel prettig is om op een mooie zomeravond langer op een terras te blijven zitten. Maar zij kan zich ook voorstellen dat het heel Pagina 16 van 52

prettig is voor bewoners dat zij vroeg naar bed kunnen omdat zij de dag daarna moeten werken. Hoe ziet DENK die verhouding? 5

10

15

20

25

De heer Sungur (DENK) wijst erop dat het in het voorstel van zijn fractie gaat om de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag. Hij denkt dat dit niet een heel groot probleem zou zijn voor mensen die werken. Hij zei al dat het nu al zo is dat het kan, maar dat het gebonden is aan 25 o. Zijn fractie vindt dat volstrekt dwaas, wat zou er anders zijn, als het 24 of 23 o is? Zijn fractie denkt dus dat het goed is die regel los te laten en standaard een uur extra toe te kennen. DENK pleit er ook voor om gevelbankjes toe te staan bij detailhandel. Dit ligt wel buiten de scope van dit debat, maar zijn fractie denkt dat het goed zou zijn om dit in het bijzonder bij afhaalzaken toe te staan. Dat maakt het straatbeeld aantrekkelijker en biedt klanten plek om even te zitten, wat het verblijfsklimaat in de straat of in de wijk versterkt. DENK begrijpt dat dit ook kan leiden tot extra afval, maar daarover kunnen afspraken worden gemaakt met de ondernemer. Hij hoort graag een reactie van de wethouder. Verder ziet DENK dat op het bedrijventerrein Cartesius onlangs een zalencentrum is verdwenen. Dat werd verhuurd voor trouwfeesten. Daaraan is nog steeds grote behoefte in Utrecht, veel Utrechters moeten uitwijken naar ander steden. In het huidige horecakader is er ruimte voor één extra zalencentrum op Oudenrijn, Haarrijn, Overvecht of Lage Weide.

DENK stelt voor om het Cartesius-gebied hieraan toe te voegen, zodat ook dit deel van de stad de mogelijkheid van een nieuw zalencentrum behoudt. Tot slot gaat hij in op het horecaloket. Daar is al veel over gezegd, het is echt een drama. Er zijn ondernemers die maanden wachten op een reactie. Zij krijgen niet eens bericht van een vertraagde reactie. De telefoon wordt structureel niet opgenomen. Veel moois kan hij er niet van maken. Hij zou echt van de wethouder willen weten wat daaraan wordt gedaan, anders dan de mededeling dat er een tekort aan personeel was, dat dat nu weer op een bepaald niveau is en dat het goed komt. Hij vraagt een reactie. De voorzitter merkt op dat dit de laatste bijdrage was van een agenderende fractie. Andere fracties kunnen kort nog iets zeggen.

30

35

40

45

50

55

60

De heer Van Steeg (CDA) brengt naar voren dat zijn fractie graag mee had geagendeerd, maar dat zij bij de vorige procedure niet aanwezig kon zijn. Als de voorzitter dat toestaat, zal hij dan ook iets meer tijd gebruiken. Maar dat is een grapje. Als er wordt gesproken over horeca, gaat het vaak over de balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de stad. De heer Peters zei daarover goede dingen. Het CDA heeft wel een discussies met D66 over waar wel en waar niet, maar voor het CDA is die balans belangrijk en ook die spreiding in de stad. Ook daar is hij het mee eens. Horeca kan juist zorgen voor leefbaarheid in de stad en kan van toegevoegde waarde zijn, maar wel met een goed oog voor de leefbaarheid in de stad. Het loket in het Stadskantoor is al vaak genoemd. Ook het CDA vindt het ongelofelijk, maar het is wel symbolisch voor wat er in de gemeente aan de hand is. Dat is dat ambtenaren veel op het Stadskantoor aanwezig zijn, maar te weinig in de wijken. Het CDA maakt er vaker een punt van dat de wijkbewoners die ambtenaren juist moeten kennen. Dat gaat hier heel erg mis. Als commissieleden op zo’n avond moeten horen dat de ondernemers niet eens weten wie zij moeten hebben, dan is dat echt wel dramatisch.

Het kan zijn dat er even een personeelstekort is, maar er moet toch continuïteit zijn op zo’n plek? De horecaondernemers moeten toch weten bij wie zij terechtkunnen? Hij hoopt echt dat de wethouder en het college daarop in zullen zetten en die bekendheid en de continuïteit zullen willen waarborgen. Ook over het afval op straat is al het een en ander gezegd. Daar gaat van alles mis en het is soms ook te zien in de binnenstad. Het gaat ten koste van de toegankelijkheid van de stad en van de aanblik van de stad. Dat wil zijn fractie niet. Dan is het te gemakkelijk om ernaar te wijzen dat het alleen de markt is. Uit de antwoorden begrijpt hij dat de gemeente een rol heeft. Sowieso heeft de gemeente een verantwoordelijkheid om die stad schoon en toegankelijk te houden. Als er in de communicatie van alles misgaat, dan vraagt hij wel aan het college de verantwoordelijkheid te nemen en in ieder geval dat gesprek te voeren, zodat het beter gaat lopen en het afval tijdig wordt opgehaald en dat ook het afval tijdig buiten wordt gezet. Iedereen wil voorkomen dat het afval op straat komt te liggen. Dan is er de vermindering van regeldruk. Dat speelt op heel veel plekken, onder andere bij het bijschrijven. Hij begrijpt dat dat ook een moment is om te checken om wie het eigenlijk gaat en of de veiligheid in de onderneming in orde is, maar zijn vraag is of dit wel de manier is.

Hij begrijpt dat er landelijk meer draagvlak komt om die lastendruk wat te verminderen. Is die vermindering van de lastendruk wel een thema bij dit college? Als het in deze commissie over dit soort dingen gaat, hoort hij eigenlijk nooit dat het college naar bepaalde regels heeft gekeken en concludeert dat het wel een slagje minder kan. Hij Pagina 17 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

begrijpt dat die bijschrijving op sommige momenten nodig is, maar het kan ook wel een slagje minder op sommige plekken. Hij krijgt graag een reactie van het college. Tijdens die bijeenkomst is ook gesproken over het NIX-18 beleid. De horeca heeft zelf een stichting opgericht om dat op een goede manier te laten verlopen. Het liep eigenlijk heel goed, maar in overleg met handhavers is dat nu helemaal stopgezet, terwijl men zou willen dat horecaondernemers zelf de verantwoordelijkheid nemen om dit soort dingen goed te regelen en op die manier voor succes zorgen. Kan het college daarop reflecteren en ziet de wethouder toch mogelijkheden om in overleg met de horecaondernemers stappen te zetten? Hij heeft nog één punt. Utrecht wil een gastvrije stad zijn en horecaondernemers spelen daar een belangrijke rol in. In andere steden worden stadsgarderobes gebruikt. Zijn fractie heeft al eerder zo’n voorstel gedaan voor een centrale plek waar iemand zijn jas kan brengen. Is dat een optie voor Utrecht en is de wethouder bereid om het gesprek daarover met horecaondernemers te starten? Hij begrijpt dat horecaondernemers daar best welwillend tegenover staan. Het kan bijdragen aan een gastvrij Utrecht. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) vraagt of hij een stadsgarderobe moet zien als een soort fietsenstalling voor jassen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=53307d1e-c758-475e-93c3-f4283efb58c9