CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 10 april 2025, gemeente Utrecht47.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 10 april 2025 1 2 3

3.1

3.2 3.3 3.4 4

5

6

7

Opening Vaststellen van de agenda van 10 april 2025 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Ingekomen agenderingen VOWE 10 april 2025 Behandelvoorraad VOWE na cie 13 mrt 2025 Lange Termijnagenda commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 10 april 2025 Raadsvoorstel Eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Dossier 4561 voorblad Raadsvoorstel Eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Besluit tot wijziging van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Uitnodigingsbericht wethouder Schilderman uitnodigingsbericht over Werklocaties Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven commissie Volksgezondheid, Werk en Economie Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 13 maart 2025 Conceptverslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 20 maart 2025 Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 13 maart

2025 Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 20 maart 2025 Toezeggingen/Moties Ter vaststelling: Toezeggingen en motielijst commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 10 april 2025 Aangenomen motielijst commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 10 april 2025 Toezeggingen en motielijst commissie Volksgezondheid, Onderwjs, Werk en Economie 10 april 2025 Aangenomen motielijst commissie Volksgezondeid, Onderwijs, Werk en Economie 10 april 2025 Raadsvoorstel Beleidsnota Arbeidsmarkt Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Economische Zaken Indicatieve behandeltijd: 105 minuten. Het college vraagt de raad de Beleidsnota arbeidsmarkt vast te stellen. Deze nota beschrijft hoe de gemeente de komende 4 jaar het arbeidsmarktbeleid invult. De gemeente wil hiermee bijdragen aan het realiseren van een weerbare en wendbare arbeidsmarkt, waarin Utrechters een goede kans op een baan hebben en zijn voorbereid op veranderingen die invloed kunnen hebben op hun werk en waarin werkgevers succesvol kunnen ondernemen en een goede werkgever zijn. Het college vraagt de raad ook om in de Programmabegroting 2026 de hoofddoelstelling ‘een weerbare en wendbare arbeidsmarkt’ op te nemen en bijbehorende indicatoren.

Dossier 4406 voorblad Raadsvoorstel Beleidsnota Arbeidsmarkt Beleidsnota Arbeidsmarkt Infographic Utrechtse arbeidsmarkt Raadsvoorstel Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Woonboulevard 2026-2030

Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Economische Zaken Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Met dit voorstel vraagt het college de raad om de Verordening over de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Woonboulevard 2026-2030 vast te stellen. De huidige verordening BIZ Woonboulevard loopt eind dit jaar af en de vereniging Woonboulevard Utrecht vraagt om verlenging van de verordening. De BIZ is een afgebakend gebied, waarin ondernemers samen investeren in de aantrekkelijkheid, aantrekkingskracht en veiligheid van het gebied. Ondernemers initiëren en betalen zelf een BIZ-bijdrage. De gemeente faciliteert door de bijdragen te innen en over te dragen en door de gang van zaken te controleren. Dossier 4532 voorblad Raadsvoorstel Verordening Bedrijven investeringszone (BIZ) woonboulevard 2026-2030 Verordening Bedrijven Investeringszone (BIZ) Woonboulevard Plan van Aanpak Bedrijven Investeringszone (BIZ) Woonboulevard 2026-2030 Uitvoeringsovereenkomst Bedrijven Investeringszone (BIZ) Woonboulevard2026-2030

Ingekomen agenderingen commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 10 april 2025 Agenderingen vanuit het college Stuk: Raadsvoorstel Eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Beleidsterrein: Werk en Inkomen Wethouder: Linda Voortman Datum: 21 maart 2025 Soort stuk: uitnodigingsbericht Beleidsterrein: Ruimtelijke Projecten, Utrecht Science Park Commissiegriffier: Frank de Kok

De gemeenteraad stelde in juli 2024 de Re-integratieverordening vast, die als doel heeft meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden. Sinds de inwerkingtreding (augustus 2024) zijn er nieuwe inzichten. Het college stelt met dit voorstel daarom 3 inhoudelijke (en enkele tekstuele) aanpassingen voor: - Toevoegen van de werknemerscheque aan de verordening - Uitbreiden van de ondersteuning bij kinderopvang met een vergoeding van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang aan gezinnen die een vergoeding kosten kinderopvang in aanvulling op kinderopvangtoeslag ontvangen - Mogelijkheid om nadere regels op te stellen (collegebevoegdheid) voor scholing en voor overige delegatiebepalingen met als doel deze laatste concreter of passender te maken.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VOWE van 22 mei 2025 2. Tijd: 45 min.

Bericht van wethouder Schilderman namens het college:

Besluit commissie ROG van 3 april jl.: 3 commissieleden (VVD, Volt, Student & Starter) nemen deel aan de bijeenkomst ter voorbereiding op een bezoek aan USP.

Uw raad is op 17 januari jl. door Universiteit Utrecht (UU) en stichting Utrecht Science Park (USP) uitgenodigd voor een inhoudelijke werksessie over de leefbaarheid in het USP. Mede naar aanleiding van deze uitnodiging is op 23 januari jl. motie M39 Onderzoek en in gesprek over een supermarkt en levendig USP opgesteld en aangenomen. In deze motie wordt het college opgedragen aan de uitnodiging verdere vorm te geven. Graag willen wij u uitnodigen om samen met een vertegenwoordiging van de UU en USP mee te denken over de vormgeving en uw verwachtingen ten aanzien van deze bijeenkomst te delen in 1 of 2 werkbijeenkomsten. Toelichting griffie: Gelet op een eerdere bespreking over de leefbaarheid in het USP in de commissie VOWE is vanuit de voorzitters van ROG deze uitnodiging ook doorgestuurd naar de commissie VOWE.

Datum: 1 april 2025 Soort stuk: uitnodigingsbericht over Werklocaties

Bericht van wethouder Schilderman over voor bezoeken aan werklocaties in het kader van de Beleidsnota Werklocaties 2035 Geachte woordvoerders economie, Zoals besproken in de commissie VOWE van 13 maart heeft u aangegeven één of meerdere werklocaties te willen bezoeken i.h.k.v. de Beleidsnota Werklocaties. Het bezoek op 10 april kan helaas niet doorgaan. Na afstemming met de griffie is gebleken dat het niet past in de agenda van

Voorstel: 1. Bespreken of naast de 3 commissieleden uit ROG ook 1-2 leden (coalitie & oppositie) uit VOWE deelnemen aan de werkbijeenkomsten ter voorbereiding op een bezoek aan USP. Voorstel: 1. Bespreken of er belangstelling is voor deze werkbezoeken 2. Zo ja, bepalen of er behoefte is aan 1 of 2

Beleidsterrein: Economische Zaken Wethouder: Susanne Schilderman

de commissie, daarom stellen we een alternatieve datum voor. Tijdens de commissie VOWE van 10 april kan u een nieuw moment voor dit bezoek vaststellen. In dit voorstel een korte introductie op het programma. Wat zijn werklocaties? Werklocaties zijn alle plekken in de stad waar gewerkt wordt. Aansluitend op de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU) onderscheiden we 5 typen werklocaties: bedrijventerreinen, kantoren, innovatielocaties (RSU: wetenschap) en winkelgebieden (RSU: detailhandel). Ook wijken zijn werklocaties, omdat hier gewerkt wordt vanuit woningen of in solitaire bedrijfspanden én omdat het voorzieningen huisvest, zoals tandartspraktijken, verspreide kantoren en maatschappelijke instellingen. Dit vijfde type werklocatie noemen we wijkeconomie (RSU: werken in de wijk). Waarom zijn werklocaties belangrijk? Op werklocaties verdienen Utrechters hun brood. Dat zorgt voor bestaanszekerheid en regie over het eigen leven; belangrijke voorwaarden voor een gelukkig en gezond bestaan. Ook wordt er gewerkt aan oplossingen voor maatschappelijke transities. Bijvoorbeeld door ondernemers die werken aan de energietransitie en de circulaire economie. Ook zijn op werklocaties essentiële voorzieningen te vinden of bedrijven die reststoffen inzamelen en verwerken. Zonder deze voorzieningen kan de stad niet functioneren.

Onderwerpen Het college organiseert graag deze bezoeken aan werklocaties. Het is niet mogelijk om alle type werklocaties of onderwerpen te bespreken tijdens één bezoek, vanwege de reisafstanden tussen de werklocaties. We stellen daarom aan u voor om twee bezoeken in te plannen: 1. Een gecombineerd bezoek naar Lage Weide en de Kanaalstraat-Damstraat. De onderwerpen energie, verduurzaming, vergroening, circulariteit, detailhandel en WOM's komen aan bod. 2. Een gecombineerd bezoek naar Dotslash en het Stationsgebied. De onderwerpen kantoren, transformatie, innovatieve werkmilieus en circulair bedrijventerrein Strijkviertel komen aan bod. Tijdens de bezoeken krijgt u een presentatie over het belang van deze werklocaties voor de stad en bezoeken wij één of meerdere ondernemers. Ook krijgt u de gelegenheid om met ondernemers en experts in gesprek te gaan en vragen te stellen. Het bezoek vindt plaats in de middag van 13.0016.00 uur, zodat u de mogelijkheid heeft om aan te sluiten bij het mondelinge vragenuur. Vertrek is om 13.00 uur vanaf het Stadhuis. Noot van de griffie

bezoeken en op welke datum.

In de vorige commissie heeft wethouder Schilderman aangeboden een werkbezoek voor de commissie te organiseren over werklocaties.

#RAAD030# Behandelvoorraad van de Commissie volksgezondheid, onderwijs, werk en economie (VOWE) versie 3 april 2025

Vergadercyclus VOWE - Dinsdag 13 mei (Rib-avond) - Donderdag 22 mei (commissie)

Dinsdag 17 juni (Rib-avond) Donderdag 26 juni (veegcommissie, 1 dagdeel)

Dinsdag 13 mei (Rib-avond) Niets ingepland Donderdag 22 mei (commissie) De volgorde van de agendapunten wordt 2 weken van tevoren bepaald Proceduredeel

30 min.

Volksgezondheid – wethouder Eerenberg Raadsvoorstel Zienswijze op de Ontwerpbegroting 2026 van de GGDrU.

45 min.

Werk & inkomen – wethouder Voortman Raadsvoorstel 1e wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie participatiewet Utrecht

45 min.

Te verwachten raadsvoorstellen en brieven, o.a. uit Lange Termijnagenda en uitvoering van het coalitieakkoord Beleidsveld Raadvoorstel (Rv) of brief Aanbieding Nieuw / aan raad nieuwe planning Economische Zaken

Rv Beleidsnota werklocaties

Q2 2025

Nieuwe subsidieregeling Werk naar werk (opvolging fonds mismatch)1 Rv aanpassing/actualisering hotelbeleid

Q1 2025

Rv Beleidsnota Lage Weide

Q2 20252

Voortgangsrapportage Actieagenda Utrechtse economie Horecabrief

Q2 20252 Q2 2025 Q2 2026

Evenementen

Rv Grote locatie voor evenementen

Onderwijs

Rv Benoeming leden Raad van Toezicht Nuovo Rv verordening onderwijshuisvesting

Q2 2025

Voortgangsrapportage MBO

Begin Q2 2025

MBO

Staat niet meer op de LTA.

Q4 2025

Q4 2025

Uit 2e Berap Uit de LTA: gedurende het project werden de voorgenomen belastingverhogingen (toeristenbelasting en BTW) bekend. Om hotelbeleid zo actueel mogelijk te maken, worden deze verhogingen meegenomen en is het voorstel vertraagd. 1 2

1

#RAAD030#

Werk & inkomen

Uitwerking wijkgericht werken (w.o. werkwinkel & werkmatchers in de wijk) Herziening participatiewet (bijdrage aan totstandkoming menswaardige bijstand en aanpalende wetgeving)

2024

Volksgezondheid

Rv Zienswijze ontwerpbegroting 2026

Q2 2025

Rv Zienswijze begrotingswijziging-1 2025

Q4 2025

Drugs

geen

Sekswerk

Nota sekswerk

Kansengelijkheid

Geen

2024/2025

Q3 2025

2

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS, WERK EN ECONOMIE 10 APRIL 2025 Onderwerp

Beleidsveld

Porte-

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Toelichting wijziging

feuille-

aan

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

planning

houder

bieden

Raads-

boden

cie

cie

raadsbe-

procedur

inhoude-

hande-

eel

lijk

ling

2025 Q1

2025 Q2

aan raad Horecabrief

Economische

Wethouder

Zaken

Schilderman

Raadsvoorstel

Economische

Wethouder

beleidsnota

Zaken

Schilderman

besluit

2026 Q2 2025 Q2

De ter inzagelegging van de nota werklocaties is op 13

werklocaties

maart naar de raad gestuurd. In Q2 ontvangt de raad het raadsvoorstel en de bijbehorende zienswijzennota.

Raadsvoorstel

Evenementen

grote locatie voor

Wethouder

2025 Q4

2025 Q4

2026 Q1

2026 Q1

2025 Q2

2025 Q2

2025 Q2

2025 Q3

2025 Q3

2025 Q3

Oosters

evenementen Ontwerpbe-

Volksgezond

Wethouder

groting 2026

heid

Eerenberg

Ontwerpbegro-

Volksgezond

Wethouder

tingswijziging

heid

Eerenberg

Onderwijs

Wethouder

2025 Q2

09-072025

GGDrU 2025 Q4

03-122025

2025-1 GGDrU Raadsvoorstel Benoeming rvt Nuovo

Eerenberg

2025 Q2

01-082025

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS, WERK EN ECONOMIE 10 APRIL 2025 Onderwerp

Beleidsveld

Porte-

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Toelichting wijziging

feuille-

aan

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

planning

houder

bieden

Raads-

boden

cie

cie

raadsbe-

procedur

inhoude-

hande-

eel

lijk

ling

2025 Q3

2025 Q4

2025 Q4

aan raad Verordening

Onderwijs

Onderwijshuis-

Wethouder

2025 Q4

besluit

Eerenberg

Q1 2025 wordt Q4 2025 i.v.m. actualisering van de

vesting

planning Q3 2024 wordt Q1 2025, i.v.m. actualisering van de planning van het raadsvoorstel Beleidsnota IHP.

Voortgangs-

Economische

Wethouder

rapportage

Zaken

Schilderman

Sekswerk

Wethouder

2025 Q2

Actieagenda Utrechtse economie Nota Sekswerkbeleid

Eerenberg

2025 Q3

2025 Q3

2025 Q3

2025-02-27: Was Q1 2025, wordt Q3 2025. De beleidsnota legt de meest recente besluiten en ontwikkelingen vast. In februari is de APV over kleinschalige locaties en darkrooms vastgesteld. Nu zijn er ontwikkelingen

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS, WERK EN ECONOMIE 10 APRIL 2025 Onderwerp

Beleidsveld

Porte-

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Toelichting wijziging

feuille-

aan

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

planning

houder

bieden

Raads-

boden

cie

cie

raadsbe-

procedur

inhoude-

hande-

eel

lijk

ling

aan raad

besluit

rondom het Paardenveld. Discussie en besluitvorming hierover willen we graag meenemen in de nota.

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Dossiernummer

4561

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

10 april 2025

Agendapunt

3.1

Titel

Raadsvoorstel Eerste wijziging van de Verordening reintegratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht

ID

4783

Behandelend ambtenaar

Niels van Dijken

Telefoon

14030

E-mail

niels.van.dijken@utrecht.nl

Datum collegebesluit

18 maart 2025

Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Sociaal domein

Portefeuillehouder

Wethouder Voortman

Beleidsveld

Werk en inkomen

Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)

Willemien Kok/Cie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie/06-24862310

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Volksgezondheid,

10 april 2025

Onderwijs, Werk en Economie Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Werk en Inkomen Werk en Inkomen Niels van Dijken 30212217 12 juni 2025 Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht vast te stellen, waarmee enkele tekstuele en de volgende inhoudelijke wijzigingen worden doorgevoerd: a. De werknemerscheque (artikel 27) wordt toegevoegd aan de verordening; b. De ondersteuning bij kinderopvang wordt uitgebreid met een vergoeding van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang aan alle gezinnen die een vergoeding kosten kinderopvang in aanvulling op kinderopvangtoeslag (4%-regeling) ontvangen (artikel 11); c. Er komt een mogelijkheid om nadere regels op te stellen voor scholing (artikel 8) en de overige delegatiebepalingen (artikelen 10, 22, 23, 24, 25, 26 en 26a) zijn concreter en/of passender. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting De Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht vereist enkele tekstuele en drie inhoudelijke aanpassingen. Deze aanpassingen zijn nodig om: - een volledig en actueel overzicht te bieden van alle re-integratievoorzieningen; - aanvullende financiering voor de kosten van kinderopvang mogelijk te maken; en - de voorwaarden en wijze van aanbieden van scholingstrajecten te kunnen specificeren en de overige delegatiebepalingen concreter en/of passender te maken.

Context Aanleiding Sinds de inwerkingtreding van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht op 5 augustus 2024 zijn er enkele nieuwe inzichten. Deze vragen om een wijziging van de re-integratieverordening. De precieze wijzigingen zijn te vinden in het wijzigingsbesluit. De drie inhoudelijke wijzigingen worden hier beschreven: Re-integratievoorziening werknemerscheque We voegen de werknemerscheque toe aan de re-integratieverordening. Deze cheque is een eenmalige subsidie van maximaal €300 voor aantoonbare extra kosten die werkzoekenden maken bij de overstap naar werk. Het dient als een steuntje in de rug voor werkzoekenden met een werkkans binnen handbereik. De werknemerscheque wordt momenteel uitgevoerd op grond van de Beleidsregels Werknemerscheque. Deze Beleidsregels hadden een grondslag in de oude re-integratieverordening uit 2015. Deze ontbreekt in de huidige verordening. Vergoeding bovenwettelijk uurtarief kinderopvang We maken het met de wijziging van de verordening mogelijk om kinderopvang aanvullend te financieren op grond van de Participatiewet. Dit betreft de vergoeding van het bovenwettelijke uurtarief aan alle gezinnen die een vergoeding kosten kinderopvang in aanvulling op kinderopvangtoeslag (4%regeling) ontvangen. Hiermee vergoeden we de volledige eigen bijdrage kosten kinderopvang, dus de 4% en het bovenwettelijke gedeelte.

In de re-integratieverordening wordt gespecificeerd dat burgemeester en wethouders bij toekenning van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aangeven waarvoor deze wordt verstrekt. Nadere regels Aan artikel 8 van de re-integratieverordening (scholing) is een delegatiebepaling toegevoegd. Het college van B&W kan voor de re-integratievoorzieningen, zoals beschreven in de artikelen 10, 22, 24, 25, 26 en 26a, nadere regels opstellen op grond van de delegatiebepalingen in de verordening. Met de voorgestelde wijzigingen wordt de inhoud en afbakening van deze nadere regels concreter en/of passender. Juridische context De juridische context van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht wordt gevormd door de: • Participatiewet; • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); • Wet inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De raad heeft op grond van de Participatiewet (artikel 8a en 10b, zevende lid), de IOAW (artikel 35 aanhef en sub d) en de IOAZ (artikel 35 aanhef en sub d) beslissingsbevoegdheid over de verordening. Het opstellen van een nadere regel voor is enkel mogelijk als de raad deze bevoegdheid, via de verordening, delegeert aan het college van B&W.

De Wet Kinderopvang artikel 1.13 biedt geen mogelijkheid om het bovenwettelijke uurtarief te vergoeden. Dit kan worden opgelost door het hoger uurtarief als re-integratievoorziening op basis van

2

de Participatiewet aan te bieden. Dit maakt het een wettelijke voorziening en zorgt ervoor dat de gemeente binnen de wettelijke kaders blijft. Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Het beoogde effect van de verordening is om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Daarnaast zorgen we met deze wijziging voor een volledige en geactualiseerde verordening. Dit zorgt ervoor dat inwoners en werkgevers meer duidelijkheid krijgen over de regels en voorwaarden van de verschillende voorzieningen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De huidige re-integratieverordening is vastgesteld in de raadsvergadering van 27 juli 2024 en op 5 augustus 2024 in werking getreden.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht vast te stellen, waarmee enkele tekstuele en de volgende inhoudelijke wijzigingen worden doorgevoerd: a) Een delegatiebepaling over de werknemerscheque wordt opgenomen in de verordening; b) De ondersteuning bij kinderopvang wordt uitgebreid met een vergoeding van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang aan alle gezinnen die een vergoeding kosten kinderopvang in aanvulling op kinderopvangtoeslag (4%regeling) ontvangen; c) Er komt een mogelijkheid om nadere regels op te stellen voor scholing en de overige delegatiebepalingen zijn concreter en passender.

Argumenten 1.1.

Het toevoegen van de werknemerscheque aan de verordening sluit aan bij het doel van de Wet Uitvoeren Breed Offensief. De werknemerscheque wordt momenteel uitgevoerd op grond van de Beleidsregels Werknemerscheque. Door de werknemerscheque toe te voegen aan de verordening zorgen we een juridische grondslag van deze voorziening en een sluitend overzicht van alle voorzieningen in de re-integratieverordening. Dit was één van de belangrijke doelen van de Wet Uitvoeren Breed Offensief, die sinds 1 juli 2023 van kracht is.

1.2

Het vergoeden van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang aan alle gezinnen die een vergoeding kosten kinderopvang in aanvulling op kinderopvangtoeslag (4%-regeling) ontvangen voorkomt ongelijkheid en willekeur. Door het bovenwettelijke uurtarief voor kinderopvang te vergoeden aan alle gezinnen die een vergoeding kosten kinderopvang in aanvulling op kinderopvangtoeslag (4%-regeling) ontvangen, bestrijden we ongelijkheid en willekeur. Momenteel is niet vastgelegd of en voor wie we de extra kosten boven het wettelijk uurtarief kinderopvang vergoeden. Deze keuze wordt op dit moment door de uitvoering bepaald, wat kan leiden tot ongelijke behandeling van ouders in vergelijkbare situaties.

1.3

Het vergoeden van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang stimuleert reintegratie en helpt armoede te voorkomen.

3

Het vergoeden van het bovenwettelijk uurtarief kinderopvang is wenselijk omdat de extra kosten boven het wettelijk tarief kinderopvang anders ten laste van de ouders komen. Dit vormt een belemmering bij het re-integreren. Door het vergoeden van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang wordt de belemmering van ouders om te re-integreren weggenomen. Het kan daarmee een stimulans zijn voor inwoners om deel te nemen aan een re-integratietraject en dit succesvol af te ronden. Hiermee kunnen we het bestaansminimum borgen en uitstroom naar een betaalde baan bevorderen. We willen immers dat alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en schuldenvrij zijn. 1.4

Het is wenselijk om de bevoegdheid voor het opstellen van nadere regels over scholing te delegeren aan het college van B&W. Door de bevoegdheid voor het opstellen van nadere regels over scholing te delegeren aan het college van B&W, kunnen de voorwaarden en de wijze waarop scholingstrajecten worden aangeboden in nadere regeling worden gespecificeerd.

1.5

Het aanpassen van de delegatiebepalingen in de verordening zorgt voor een betere inhoud en afbakening van de nadere regels. De re-integratieverordening bevat meerdere delegatiebepalingen (artikelen 10, 22, 23, 24, 25 en 26). Het college van B&W kan voor de voorzieningen, zoals beschreven in deze artikelen, nadere regels opstellen. Met de voorgestelde wijzigingen wordt de inhoud en afbakening van deze nadere regels concreter en passender. Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Er komen wetswijzingen aan, waardoor er opnieuw wijzigingen aan de verordening nodig zijn. Het programma Participatiewet in Balans is opgezet om knelpunten in de huidige Participatiewet aan te pakken en bestaanszekerheid te versterken. Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans, dat in juni 2024 aan de Tweede Kamer is aangeboden, bestaat uit 22 aanpassingen van de Participatiewet. Deze aanpassingen vragen waarschijnlijk ook om aanpassingen van de reintegratieverordening. Het moment van besluitvorming en eventuele inwerktredding is echter nog onduidelijk en onzeker. Hierop wachten is niet wenselijk in verband met de aanvullende financiering voor de kosten voor kinderopvang en de wijzigingen van de delegatiebepalingen in de verordening.

1.2

Vergoeding van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang vergroot de kans op een armoedeval bij uitstroom uit de bijstand. Bij uitstroom uit de bijstand komt de vergoeding voor het bovenwettelijke uurtarief te vervallen en heeft een inwoner nog maar recht op maximaal 96% van de kinderopvangkosten. Dit vergroot de kansen op een armoedeval bij uitstroom uit de bijstand. Om deze overgang en een eventuele armoedeval te verzachten bestaat de mogelijkheid om, op grond van de Beleidsregel vergoeding kosten kinderopvang gemeente Utrecht, eenmalig € 300,- te verstrekken.

Financiën De inhoudelijke wijzigingen met betrekking tot de werknemerscheque en scholing hebben geen financiële consequenties. Het vergoeden van het bovenwettelijke uurtarief kinderopvang heeft wel financiële consequenties. De uitgaven stijgen door het vergoeden van het bovenwettelijke uurtarief naar verwachting met maximaal € 22.000 per jaar. Dit kan gedekt worden uit het re-integratiebudget (programma Werk,

4

Toekomstbestendige Economie en Bestaanszekerheid, doelstelling Werken en Re-integreren). In beginsel kan dit re-integratiebudget worden geraakt door de invulling van de hervormingsbezuinigingen bij de Voorjaarsnota 2025. De extra kosten van het vergoeden van het bovenwettelijk uurtarief zijn echter dermate beperkt dat deze normaliter altijd wel ingepast kunnen worden.

Vervolg Na het raadsbesluit wordt de wijziging bekend gemaakt op www.overheid.nl. Het college stelt na het raadsbesluit, op basis van deze verordening, nadere regels vast voor de reintegratievoorzieningen.

Samen stad maken (voorheen: Participatie) Het cliëntenplatform is geïnformeerd over en akkoord met de voorgestelde wijzigingen. Voor dit voorstel is ‘Gemeente aan zet’ van het Kompas voor zeggenschap van toepassing, aangezien er een besluit van de gemeente nodig is over de kaders en er geen wettelijke ruimte, tijd en/of geld is om de vraag verder te onderzoeken met Utrechters.

Communicatie Na het raadsbesluit wordt de wijziging bekend gemaakt op www.overheid.nl.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Besluit tot wijziging van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Bijlagen informatief -

5

Besluit tot wijziging van

Verordening re-integratie en

tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht -

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum >;

Gelet op de artikelen 8a en 10b, zevende lid, van de Participatiewet, artikel 35 aanhef en sub d van de IOAW en artikel 35 aanhef en sub d van de IOAZ;

Overwegende dat enkele tekstuele en drie inhoudelijke aanpassingen nodig zijn om: -

een volledig en actueel overzicht te bieden van alle re-integratievoorzieningen;

-

de voorwaarden en wijze van aanbieden van scholingstrajecten te kunnen specificeren.

-

aanvullende financiering voor kinderopvang mogelijk te maken; en

Besluit de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht als volgt te wijzigen:

Artikel I De Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 1 wordt “a: voorziening ...” vervangen door “f: voorziening ...” en “b. wet: Participatiewet” door “g. wet: Participatiewet”.

B. Na artikel 8, derde lid, wordt een vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden en de wijze waarop een scholingstraject wordt aangeboden.

C. Artikel 10 komt te luiden:

1. Burgemeester en wethouders kunnen aan personen die behoren tot de doelgroep een tegemoetkoming toekennen voor reiskosten voor zover die voortkomen uit activiteiten in het kader van een re-integratie- of participatietraject. 2. Indien aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding van de werkgever in de reiskosten of van een andere regeling, wordt deze vergoeding in aanvulling daarop verstrekt. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van de tegemoetkoming en de wijze waarop deze tegemoetkoming wordt verstrekt.

D. Voor de bestaande tekst van artikel 11 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd worden twee nieuwe leden, die luiden: 2. Burgemeester en wethouders kunnen een aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er geen passende kinderopvang beschikbaar is en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: a. deze persoon ontvangt een kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang; b. deze persoon ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang; c. er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de beschikbaarheid wordt ook gekeken of aanwezige kinderopvang in redelijkheid voor deze persoon bereikbaar is; d. deze persoon heeft actief gezocht naar kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken. 3. Burgemeester en wethouders geven bij het toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt.

E. In artikel 19 vervalt het tweede lid en vervalt de aanduiding ‘1.’ voor de tekst van het eerste lid.

F. Artikel 21 komt te luiden: Artikel 21. Werkbegeleiding 1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag subsidie voor het organiseren van werkbegeleiding verlenen aan de werkgever. 2. De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: licht, middel.

3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider, regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden van werkbegeleiding.

G. Artikel 22 komt te luiden: Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig, met het openbaar vervoer of zonder aangepast vervoersmiddel naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. 2. De vervoersvoorziening, zoals bedoeld in lid 1, kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 3. Burgemeester en wethouders bieden alleen een vervoersvoorziening aan voor vervoer dat beperkt is tot woon-werkverkeer. 4. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 5. Burgemeester en wethouders brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. 6. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

H. Artikel 23, tweede lid, komt te luiden: 1. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

I.

Artikel 24, derde lid, komt te luiden: 2. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

J.

Artikel 25 komt te luiden: 1. Burgemeester en wethouders kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan de werkgever van een persoon, als de persoon dit nodig heeft om zijn werk uit te voeren.

2. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

K. Artikel 26, derde lid, komt te luiden: 3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

L. Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 26a. Werknemerscheque 1. Burgemeester en wethouders kunnen ter ondersteuning voor het krijgen of behouden van een baan, een proefplaats, stage- of leerwerkplek een werknemerscheque verstrekken aan een persoon uit de doelgroep als tegemoetkoming in aantoonbare extra kosten. 2. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

Artikel II Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum> De burgemeester Sharon A.M. Dijksma De griffier, Merel van Hall

Bijlage:

Overzicht van de wijzigingen in Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Bestaande tekst:

Nieuwe tekst

Artikel 1 Definities

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

Deze verordening verstaat onder:

eerste lid, onder a, van de wet;

eerste lid, onder a, van de wet;

a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, b. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de

werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en

waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke

begeleiding van een werknemer op een werkplek; c. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan

personen met een arbeidsbeperking en aan

werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

d. Overige voorzieningen: voorzieningen als

bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;

e. persoonlijke ondersteuning bij werk:

ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de

werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;

a. voorziening: door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt

begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; b. wet: Participatiewet. Artikel 8. Scholing 1.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen een

persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden.

Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

a.

het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven; en

a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, b. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de

werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en

waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke

begeleiding van een werknemer op een werkplek; c. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan

personen met een arbeidsbeperking en aan

werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

d. Overige voorzieningen: voorzieningen als

bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;

e. persoonlijke ondersteuning bij werk:

ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de

werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;

f. voorziening: door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt

begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; g. wet: Participatiewet. Artikel 8. Scholing 1.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen een

persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden.

Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

a.

het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven; en

b.

3.

het draagt bij aan vergroting van de kans

b.

op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon.

Het eerste lid is niet van toepassing op

personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen.

3.

4.

het draagt bij aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon.

Het eerste lid is niet van toepassing op

personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen.

Burgemeester en wethouders kunnen in een

nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden en de wijze waarop een scholingstraject wordt aangeboden.

Artikel 10. Reiskostentegemoetkoming

Artikel 10. Reiskostentegemoetkoming

1.

1.

Burgemeester en wethouders kunnen aan

personen die behoren tot de doelgroep een tegemoetkoming toe voor reiskosten voor

grond van een andere regeling aanspraak op vergoeding kan worden gemaakt of als de

3.

voor zover die voortkomen uit activiteiten in

van een re-integratie-, participatietraject. De vergoeding wordt niet verstrekt als op

het kader van een re-integratie- of participatietraject.

2. Indien aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding van de werkgever in de reiskosten

werkgever de kosten vergoedt.

Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en de hoogte van de

personen die behoren tot de doelgroep een

tegemoetkoming toekennen voor reiskosten

zover die voortkomen uit activiteit in het kader 2.

Burgemeester en wethouders kunnen aan

of van een andere regeling, wordt deze

vergoeding in aanvulling daarop verstrekt.

3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de

tegemoetkoming.

voorwaarden en hoogte van de

tegemoetkoming en de wijze waarop deze tegemoetkoming wordt verstrekt.

Artikel 11. Ondersteuning kinderopvang

Artikel 11. Ondersteuning kinderopvang

Het college kan ondersteuning bieden bij het

1.

vinden van kinderopvang aan een persoon die

gebruik maakt van een voorziening, gericht op

vinden van kinderopvang aan een persoon die

gebruik maakt van een voorziening, gericht op

arbeidsinschakeling, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt.

Het college kan ondersteuning bieden bij het

arbeidsinschakeling, die de noodzaak tot 2.

kinderopvang met zich brengt.

Burgemeester en wethouders kunnen een

aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het

vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er

geen passende kinderopvang beschikbaar is

en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening,

gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: a.

b.

c.

deze persoon ontvangt een

kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang;

deze persoon ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;

er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de

beschikbaarheid wordt ook gekeken of

aanwezige kinderopvang in redelijkheid d.

3.

voor deze persoon bereikbaar is;

deze persoon heeft actief gezocht naar

kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken.

Burgemeester en wethouders geven bij het

toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt.

Artikel 19. Jobcoaching in natura

Artikel 19. Jobcoaching in natura

1.

Burgemeester en wethouders kunnen

Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve,

natura aanbieden.

2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de

2.

ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de

aanvraag is het bepaalde in de artikelen 11 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.

of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden.

voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 11 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21. Werkbegeleiding

Artikel 21. Werkbegeleiding

1.

1.

Burgemeester en wethouders kunnen op

aanvraag subsidie voor het organiseren van

werkbegeleiding verlenen aan de werkgever.

1.

Burgemeester en wethouders kunnen op

aanvraag subsidie voor het organiseren van

werkbegeleiding verlenen aan de werkgever.

De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende

begeleidingsregimes: licht, middel.

De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende

2.

begeleidingsregimes: licht, middel. 2.

Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider,

regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden

Burgemeester en wethouders kunnen in een

van werkbegeleiding.

nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider,

regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden van werkbegeleiding.

Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning

Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning

vervoersvoorziening

vervoersvoorziening

1.

1.

Burgemeester en wethouders kunnen een vervoersvoorziening toekennen aan een

vervoersvoorziening toekennen aan een

persoon die door zijn beperking niet

persoon die door zijn beperking niet

zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of

zelfstandig of zonder aangepast

opleidingslocatie kan reizen. Deze

vervoersmiddel naar zijn werkplek, proefplaats

vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden 2.

Burgemeester en wethouders bieden een

worden verstrekt. 3.

Burgemeester en wethouders bieden alleen

voorwaarden wordt voldaan:

een vervoersvoorziening aan voor vervoer dat

a.

beperkt is tot woon-werkverkeer.

b.

de persoon kan door zijn beperking niet 4.

De hoogte van de vergoeding in geld hangt af

het openbaar vervoer; en

van het aantal dagen dat moet worden

het vervoer is beperkt tot woon-

gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere

werkverkeer.

tarief voor een taxi of een andere vorm van

De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt

vervoer. 5.

Burgemeester en wethouders brengen een

en bedraagt het in de markt reguliere tarief

eventueel bedrag voor een

voor een taxi of een andere vorm van vervoer.

vervoersvoorziening van de werkgever aan de

Burgemeester en wethouders brengen een

werknemer in mindering op de te verstrekken

eventueel bedrag voor een

vervoersvoorziening.

vervoersvoorziening van de werkgever aan de

5.

De vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld

zelfstandig reizen of gebruik maken van

4.

of opleidingslocatie kan reizen. 2.

verstrekt. vervoersvoorziening aan als aan de volgende

3.

Burgemeester en wethouders kunnen een

6.

Burgemeester en wethouders kunnen in een

werknemer in mindering op de te verstrekken

nadere regel bepalingen opnemen over de

vervoersvoorziening. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden deze voorziening wordt verstrekt.

voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

Artikel 23. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een motorische handicap

Artikel 23. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een motorische handicap

1.

1.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden deze voorziening wordt verstrekt.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

Artikel 24. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

Artikel 24. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

1.

1.

2.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt

2.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

Artikel 25. Specifieke voorwaarden

Artikel 25. Specifieke voorwaarden

1.

1.

werkplekaanpassingen

Burgemeester en wethouders kunnen een

aanpassing van de werkplek toekennen aan

een persoon, als dit nodig is om zijn werk uit te voeren.

werkplekaanpassingen

Burgemeester en wethouders kunnen een

aanpassing van de werkplek toekennen aan de

werkgever van een persoon, als de persoon dit nodig heeft om zijn werk uit te voeren.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel nader uitwerken hoe het de

2.

noodzaak en meerwaarde van de

Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de

voorwaarden en hoogte van deze voorziening

werkplekaanpassingen bepaalt.

en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

Artikel 26. Werkgeverspremie

Artikel 26. Werkgeverspremie

1.

1.

2.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een werkgeverspremie verstrekken aan een werkgever die direct verband houdt met het in dienst nemen of houden, dan wel met het aanbieden van een arbeidsplaats aan iemand uit de doelgroep. De premie is bedoeld als een eenmalige (opstart)vergoeding voor een werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, ter compensatie van inwerken, begeleiding en/of tijdelijk productieverlies. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de duur en omvang van het dienstverband en de maximale hoogte van de premie.

N.v.t.

2.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een werkgeverspremie verstrekken aan een werkgever die direct verband houdt met het in dienst nemen of houden, dan wel met het aanbieden van een arbeidsplaats aan iemand uit de doelgroep. De premie is bedoeld als een eenmalige (opstart)vergoeding voor een werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, ter compensatie van inwerken, begeleiding en/of tijdelijk productieverlies. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt versterkt.

Artikel 26a. Werknemerscheque 1.

Burgemeester en wethouders kunnen ter

ondersteuning voor het krijgen of behouden van een baan, een proefplaats, stage- of leerwerkplek een werknemerscheque

verstrekken aan een persoon uit de doelgroep als tegemoetkoming in aantoonbare extra 2.

3.

kosten.

Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat

deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed.

Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de

voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt versterkt.

RAADSBRIEVEN COMMISSIE VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS, WERK EN ECONOMIE 10 APRIL 2025 nummer

Ontvangstdatum

Beleidsveld

Onderwerp

1

31-03-2025

Volksgezondheid

Raadsbrief Gezond voedings- en beweegpatroon Utrechtse jeugd

2

28-03-2025

Evenementen

Raadsbrief ruimte voor evenementen en actualiteiten

3

26-03-2025

Volksgezondheid

Raadsbrief Onderzoek naar de ontwikkeling van het Jonge Kind

4

26-03-2025

Onderwijs

Raadsbrief bereik voorschoolse educatie en tijdelijke investering voor- en vroegschoolse educatie 2025-2027

5

19-03-2025

Economische Zaken

Raadsbrief Uitvoering Motie 323 - Beschikbaarheid International Center voor EUarbeidsmigranten

6

19-03-2025

Volksgezondheid

Raadsbrief Beantwoording vraag Veilige Abortuszorg ongedocumenteerden

7

13-03-2025

Economische Zaken

Raadsbrief Terinzagelegging Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035 en afhandeling motie 262

8

12-03-2025

Onderwijs

Raadsbrief Concept Uitvoeringsprogramma Onderwijshuisvesting 2026-2041

5

10

Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

13 maart 2025 Stadhuisbrug 1, Utrecht C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 15

20

De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouder mw. S. Schilderman, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. H. Assen (PvdA), dhr. S. van Bemmel (PvdD), mw. B. Chirino (CU), mw. V. Dada-Anthonij (D66), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), mw. R. Heijne (GL), dhr. R. van den Hoek (UtrechtNu!), mw. R. Leever (PvdA), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), dhr. V. Paalman (Horizon), dhr. R. Peters (D66), mw. M Ramaker (VVD), dhr. I. Şimşek (DENK), dhr. A. Stam (VOLT), dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. M. Sungur (DENK), dhr. M. Talhaoui (PvdA), mw. E. Usmany (Student & Starter,) mw. M. Vermeulen (GL)

Inhoudsopgave 25

30

35

1. Opening......................................................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 13 maart 2025 ..........................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen ....................................................................................4 3.1 Raadsvoorstel Beleidsnota Arbeidsmarkt ................................................................................4 3.2 Raadsvoorstel Verordening Bedrijven-investeringszone (BIZ) Woonboulevard 2026-2030 ...4 3.3 Technische sessie vaccinatiegraad .........................................................................................5 3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven ................................5 4. Vaststellen verslagen ....................................................................................................................6 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................6 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................6 Pagina 1 van 52

7. Utrechtse horeca ...........................................................................................................................7 8. Hoog tijd voor een gesprek over het Ondernemersfonds Utrecht ...............................................30 5

Gele arcering p. 5 en p. 27

1. Opening 10

15

20

25

30

35

De voorzitter opent de vergadering om 10.02 uur en heet de mensen thuis en op de tribune, de wethouder en de commissieleden welkom. Hij verwelkomt in het bijzonder het nieuwe commissielid mevrouw Usmany (Student & Starter). Spreker vraagt of er mededelingen zijn. Mevrouw Vermeulen deelt mee dat zij in verband met ziekte van kinderen vanmiddag niet aanwezig zal zijn. Iemand anders zal haar vervangen. De voorzitter stelt vast dat er geen mededelingen van het college zijn.

2. Vaststellen van de agenda van 13 maart 2025 De voorzitter merkt op dat hierover al even contact is geweest in de WhatsApp-groep. Volgens hem kan de agenda worden vastgesteld voor de punten 7 (horeca) en 8 (Ondernemersfonds). Maar agendapunt 9 (Beleidsnota onderwijshuisvesting) is wel een puzzel. De beleidsnota staat voor vandaag op de agenda. Er is daarvoor vanuit de gemeente zelf een fatale datum. Dat is 1 mei 2025. Als de commissie de beleidsnota niet vandaag zou behandelen, maar in de volgende vergadering van de commissie VOWE, is de eerstvolgende raadsvergadering die van 8 mei 2025. Dan mist de gemeente dus die datum. Gisteren heeft de commissie het uitvoeringsprogramma ontvangen. De discussie in de WhatsApp-groep ging over de vraag of het niet te laat is om dat programma vandaag bij het debat te betrekken. Daar ontstond het idee de behandeling gewoon te verzetten; dat zou wellicht geen problemen zou leveren en dan zou alles tezamen kunnen worden behandeld. Dan komt de gemeente echter in de knel met die deadline. Zijn voorstel is om het debat gewoon op de agenda te houden en het uitvoeringsprogramma daarbij te betrekken. In het raadsvoorstel stond ook al een samenvatting van en een toelichting op dat uitvoeringsprogramma.

Als de commissie tijdens het debat of daarna merkt dat er toch nog heel veel punten zijn over dat uitvoeringsprogramma, dan kan de commissie procedureel bekijken of nog een ander moment moet worden gepland om dat goed af te hechten. Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt hoe erg dat uitstel met een week zou zijn.

40

De voorzitter begrijpt dat het maar een week is, maar ook dat er al strakke deadlines zijn op de voortgang van dit onderwerp. Alles wat besloten wordt moet verder worden uitgewerkt en moet worden afgestemd met de schoolbesturen. Dat moet voor de zomer gebeuren om het na de zomer goed te kunnen doen. Hoe later er wijzigingsvoorstellen komen, hoe korter die tijd wordt.

45

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat nu wordt voorgesteld om een debat te voeren over een aantal documenten die heel veel commissieleden niet tot zich hebben kunnen nemen. Dat doet iets met de kwaliteit van het debat. Dit onderwerp staat al heel lang op de agenda. Laten alle fracties bij zichzelf nagaan waarom dit nu zo gebeurt, ook in het kader van de werkdruk.

50

Mevrouw Assen (PvdA) heeft net met een aantal collega’s gesproken. Voor hen was een aantal zaken rond dat uitvoeringsprogramma niet duidelijk. Haar fractie vindt het vreemd dat het deze week eerst leek dat dit stuk niet gedeeld kom worden en dat dat daarna wel kon. Er staat nu veel druk op de commissie om dit vanmiddag te bespreken. Dat komt, zoals D66 zegt, de kwaliteit niet Pagina 2 van 52

ten goede. Eén keer doorlezen van het IHP (Integraal Huisvestingsplan) was voor haar niet voldoende om te vatten wat het behelst. Zij voelt zich niet goed bij het voorstel om het zo te doen. 5

De voorzitter wijst erop dat de commissie er over gaat. Hij gaat de smaken schetsen en de commissie kiest.

10

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat ook zijn fractie niet de gelegenheid heeft gehad om het uitvoeringsprogramma door te nemen. In de WhatsApp-groep kreeg hij gisteren de indruk dat dit stuk vandaag niet behandeld zou worden. Daarom heeft DENK zich niet voorbereid. Het debat zal van de kant van DENK niet van slechte kwaliteit zijn, die bijdrage zal er helemaal niet zijn.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Ramaker (VVD) wijst erop dat haar fractie dit stuk pas gisteravond om 18.00 uur kreeg. Vanochtend heeft zij het heel snel doorgenomen. Het is heel jammer dat het zo gaat. Onderwijshuisvesting is voor de VVD namelijk een heel belangrijk onderwerp. In het uitvoeringsprogramma staan ook dingen die relevant zijn voor de beleidsnota. Eerst dacht zij dat het wel zo door kon gaan, maar nu zij vanmorgen het uitvoeringsprogramma heeft gezien weet zij dat nog niet zo. Volgens wethouder Schilderman heeft de voorzitter heel goed toegelicht wat de uitdaging is van dat uitstel met een week. Zij schetst het hele proces. Er zijn bij de gemeente verschillende beleidsdocumenten. De beleidsnota is het belangrijkste kaders stellende stuk van de gemeente, in sommige gevallen is dat de visie, in andere gevallen het uitvoeringsprogramma. Die stukken komen doorgaans niet tegelijkertijd en over die verschillende onderdelen vindt als regel los van elkaar de besluitvorming plaats. Dat geldt ook voor de Beleidsnota Onderwijshuisvesting en dat is ook de reden waarom het college dit programma niet eerder heeft toegestuurd. Die uitvoeringsagenda wordt immers wellicht aangepast op basis van wat met de beleidsnota gebeurt. Maar de gemeente zit met een behoorlijk krap tijdspad. Het college is wel aan de slag geweest om dat uitvoeringsprogramma zoveel mogelijk helemaal klaar te maken.

Daarom is het in eerste instantie niet toegestuurd. Vervolgens is er dinsdag een verzoek gekomen van VOLT om toch een versie van dit programma te krijgen. Aan dat verzoek is het college tegemoet gekomen, maar dat is ook de verklaring voor deze timing. In een normale situatie had het college dit programma nu nog niet toegestuurd omdat het wellicht zou worden aangepast. De voorzitter zal de commissie begeleiden in haar besluitvorming, maar spreekster benadrukt wel dat het een belangrijk onderwerp is waar de commissie over wil spreken en dat het college hiermee op heel korte termijn aan de slag moet. Daarom roept zij de commissie op de nota vandaag wel te bespreken. Er zijn ook andere scenario’s, zoals nog een keer apart over het uitvoeringsprogramma spreken of proberen het eerder op een ‘niet-VOWE’-dag te bespreken. Dat laat zij echter aan de voorzitter. Voor het college is het belangrijk om eigenlijk vandaag deze nota te bespreken en anders volgende week, maar dat past misschien niet in de planning van de commissie. De voorzitter vindt het goed dat de commissie een reactie van het college heeft gehad. Het is ook duidelijk wat sommige fracties hebben gezegd. Het college heeft overigens in oktober 2024 een raadsbrief gestuurd waarin wordt aangegeven dat het uitvoeringsprogramma en de beleidsnota beide in Q1 2025 zouden komen. Misschien had de commissie daar een andere indruk bij.

Mevrouw Assen (PvdA) hoorde dat de wethouder een voorstel deed voor een onconventionele oplossing. Zij zou graag een reflectie daarop vanuit de ondersteuning krijgen. De voorzitter merkt op dat dit ook een van zijn smaken was. Er zijn drie keuzes. Optie 1 is dat de commissie vandaag debatteert over de beleidsnota. Hij gaat er dan in principe vanuit dat er nog een debat over het uitvoeringsprogramma komt op een later moment. Optie 2 is een ander moment nemen voor behandeling in de commissie VOWE, dat is eigenlijk wat de wethouder zegt. Dat wordt dan waarschijnlijk een dinsdagavond. Er is wel afgesproken om niet drie commissies parallel te laten vergaderen. Optie 3 is dat de commissie besluit dit onderwerp in de volgende vergadering van de commissie VOWE te bespreken met een raadsbesluit op 8 mei 2025 en het probleem van een week minder voor lief te nemen. Hij vraagt de commissie te kiezen met één stem per fractie. Hij ziet dat vier fracties voor optie 1 zijn, zeven voor optie 2 en vier voor optie 3. Spreker ziet ook dat fracties dubbel stemmen. Volgens hem is het het meest logisch om een nieuw VOWE-moment te zoeken en het debat over de beleidsnota en het uitvoeringsprogramma te combineren en ervoor te zorgen dat dit op tijd is voor de raad voor die van 8 mei 2025. Pagina 3 van 52

Mevrouw Ramaker (VVD) verzoekt vriendelijk om niet op een dinsdagavond te vergaderen. 5

De voorzitter wijst erop dat er een paar werkafspraken zijn. Een daarvan is dat er geen drie commissievergaderingen parallel plaatsvinden. Als er commissiedagen zijn waarvan een dagdeel is overgelaten, dan kan het prima op een donderdag. Dat heeft dan ook de voorkeur. Dat moet worden geprobeerd, hij heeft dat niet kunnen inventariseren.

10

Mevrouw Kok heeft een appje ontvangen. Daaruit blijkt dat volgende week donderdagavond een mogelijkheid zou zijn. De voorzitter concludeert dat een nieuwe VOWE-vergadering wordt gepland voor volgende week donderdagavond. Als dat niet lukt, komt hij hierop terug bij de commissie in de app.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=53307d1e-c758-475e-93c3-f4283efb58c9