CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente Utrecht38.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

8

Vragenuur van 11 maart 2021 zijn, met name voor de preventie. Om deze processen te bevorderen en formaliseren heeft de gemeente in samenwerking met stakeholders een veiligheidsconvenant opgesteld. Het valt de SPfractie op dat bij het opstellen van dit convenant scholieren geen gesprekspartner zijn geweest, waardoor essentiële informatie zou kunnen ontbreken. Naar aanleiding van deze constatering heeft de SP de volgende vragen. 1. Klopt het dat leerlingen geen rol hebben gespeeld bij het opstellen van het veiligheidsconvenant? Kan de wethouder uitleggen waarom dat zo is? 2. Is de wethouder het met de SP-fractie eens dat scholieren actief betrokken dienen te worden bij afspraken over sociale veiligheid op en rond de school? Zo nee, waarom niet? 3. Zo ja, kan het college de raad zo spoedig mogelijk infomeren hoe scholieren zijn betrokken bij de sociale veiligheid op en rond de school? 4. Op welke termijn zal het convenant worden geëvalueerd en hoe kunnen jongeren daarbij worden betrokken? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank aan de heer Boudens voor het stellen van deze vragen. Volgens mij slaat hij de spijker op z'n kop als hij zegt dat wij jongeren meer bij dit onderwerp moeten betrekken.

Misschien is het goed om te zeggen dat het convenant vooral inhoudelijke afspraken bevat, niet over hoe wij omgaan met sociale veiligheid, maar vooral over de rol die de partners hebben. De afspraken die worden gemaakt in het schoolveiligheidsoverleg tussen de politie, de gemeente, de scholen en het jongerenwerk. Dat is echt een goede plek om ook leerlingen actief te betrekken. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van het schoolpersoneel en de leerlingen. Wat wij een goed idee vinden, is om scholieren beter te betrekken bij de schoolveiligheidsoverleggen en om aan die tafel na te denken over de vraag hoe wij ze daar een plek kunnen bieden. De wijze waarop leerlingen worden betrokken, verschilt per school. Ik denk dat het een goed idee is om dat gat te agenderen in alle schoolveiligheidsoverleggen, zodat wij bijvoorbeeld waar dat niet gebeurt, wij de scholen en de leerlingen kunnen uitdagen door te vragen hen daarbij te kunnen betrekken. Het convenant is in 2020 door de partners geëvalueerd, waaronder het jongerenwerk. Dat heeft niet tot wezenlijke aanpassingen geleid. De update - voorzien van een aantal aanpassingen zal binnenkort aan alle convenantpartners worden toegestuurd.

Wat ik de heer Boudens en de SPfractie daarmee kan toezeggen, is dat wij dan in de update opnemen de suggestie om het convenant te bespreken met de leerlingenraden van de scholen, om op die wijze jongeren erbij te betrekken. Ik hoop dat dit tot tevredenheid leidt. Het is een goed idee en een goed punt. Dank u wel. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! De VVD-fractie maakt zich grote zorgen over wapens op scholen. Misschien is een heel duidelijk signaal belangrijk. Is de burgemeester bereid om zich heel duidelijk uit te spreken tegen wapens op scholen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik hoef daar geen enkele moeite voor te doen. Ik ben het zeer met de heer Van Dalen eens. Ik denk dat er in deze vergadering niemand is die daar anders over denkt. Ik denk dat de raadsinformatiebijeenkomst ons heeft geleerd dat het niet vaak voorkomt, maar wij moeten het wél voorkomen. Het is heel belangrijk dat jonge mensen zich veilig voelen. Het dragen van wapens draagt daar niet aan bij. De heer IŞIK (PvdA) Voorzitter! Wij zeggen altijd dat voorkomen beter is dan genezen. In Overvecht is op één basisschool politie aanwezig. Kan dat idee niet over de hele stad worden uitgerold? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik zou mij daarin moeten verdiepen. Misschien is het sowieso goed dat ik dat eens persoonlijk ga bekijken.

Ik ga sowieso samen met wethouder Diepeveen in Overvecht aan de slag. Dat is een wijk waar wij een heel mooi programma uitrollen. Ik heb daar recent nog hoog ambtelijk contact over gehad met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat is een agenda die over veel meer gaat dan bewoning, welzijn, veiligheid en onderwijs. Ik wil dat heel graag zien. De heer IŞIK (PvdA) Voorzitter! Ik neem de burgemeester graag mee.

9

Vragenuur van 11 maart 2021 Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dan hebben wij een deal. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! De toezeggingen lijken mij concreet genoeg. Ik ben er voorstander van om de medezeggenschapsraden zoveel mogelijk bij dit soort overleg te betrekken. Zet daar vooral flink op in. 8. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake Neem de waarde "hoge ecologische kwaliteit" expliciet mee als basis voor Groen Groeit Mee. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Vorige week ontvingen wij raadsbrief Onderwerp U10: Groen Groeit Mee. Hierin staat dat mogelijkheden worden gezien om kwalitatieve groei en landschap voor natuur, biodiversiteit en recreatie mogelijk te maken door het koppelen van diverse doelen in het landelijke gebied. In de Informatiebrief Groen Groeit Mee worden vijf waarden genoemd die de basis vormen voor de opgave Groen Groeit Mee: toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water. Het verbaast de PvdD-fractie dat biodiversiteit in dit rijtje van vijf waarden volledig ontbreekt. Gezien de biodiversiteitscrisis waar wij mee te kampen hebben, zou de waarde "hoge ecologische kwaliteit" (voldoende oog voor de biodiversiteit) voorop moeten staan in het rijtje van belangrijkste waarden of moet op zijn minst daaraan als zesde waarde worden toegevoegd.

Gelukkig is het programma Groen Groeit Mee nog in ontwikkeling en blijkt de Utrechtse wethouder de bestuurlijke vertegenwoordiger te zijn. De PvdDfractie ziet daarom daarin de mogelijkheid om daarmee het gebrek aan oog voor de biodiversiteitscrisis in het programma Groen Groeit Mee te repareren. Daarom stellen wij het college de volgende vraag. 1. Wil de wethouder groen - zij is in de U10 als bestuurlijke vertegenwoordiger van het programma aangewezen - haar positie inzetten om ervoor te pleiten dat behoud en versterking van biodiversiteit expliciet als waarde wordt toegevoegd als basis voor het programma Groen Groeit Mee? Zo nee, waarom niet? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik dacht dat dit een onderdeel moest zijn van veerkrachtige natuur. Dat is één van de vijf waarden. Ik heb het stuk er nog even op nageslagen en het staat er inderdaad: "Veerkrachtige natuur. De natuur heeft een rijke biodiversiteit en is veerkrachtig." Ik denk dat dit al goed is verankerd. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Dank u wel. Ik wil de wethouder best geloven. Ik zal dit nog eens nakijken. Ik heb dat rijtje niet zien staan. Eventueel kom ik erop terug. 9. Vragen van mevrouw Van Mil (Student & Starter) Ondersteun hoger onderwijs en mbo bij bieden fysiek onderwijs.

Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Al sinds het begin van de coronacrisis ontvangt Student & Starter signalen van studenten over de behoefte aan meer studieplekken en aan de mogelijkheid voor fysiek onderwijs. Uit onderzoek van het Interstedelijk Studenten Overleg uit februari 2021 blijkt dat 30% van de studenten zich eenzaam voelt1. Daarom dienden wij al eerder motie 246 in, "een studie- of flexplek voor wie dat nodig heeft". Wij stelden al verscheidene keren eerder mondelinge vragen over dit onderwerp. Vandaag demonstreren studenten op de Jaarbeurs om aandacht te vestigen op het isolement van jongeren tijdens de crisis en om te vragen om versoepelingen voor het hoger onderwijs. In de laatste raadsbrief "update gevolgen en aanpak coronavirus" is te lezen dat de gemeente samen met schoolbesturen van het voortgezet onderwijs op zoek is naar extra ruimte voor fysiek onderwijs. In de raadsbrief "Tijdelijk extra ruimte voor scholen voor voortgezet (speciaal) onderwijs" staat dat ook scholen worden verwelkomd in het gemeentelijke vastgoed zoals het stadskantoor en het stadhuis. Daarnaast zijn er ook andere partners die hun ruimte beschikbaar stellen, zoals het Spoorwegmuseum. Nu er licht aan het einde van de tunnel is, lijkt het de Student & Starter-fractie ook belangrijk om een plan van aanpak voor fysiek onderwijs voor het hoger onderwijs én het mbo te bekijken.

Hierover hebben wij de volgende vragen. 1. Is er al een uitkomst van de U-raad en onderwijsraad van de Universiteit Utrecht over fysiek onderwijs, en zo ja, wat is hiervan de uitkomst?

10

Vragenuur van 11 maart 2021 2. 3.

4.

Is er een inschatting van hoeveel extra ruimte het hoger onderwijs en het mbo in Utrecht nodig hebben zodra fysiek onderwijs weer mag (om zo op een veilige manier onderwijs te faciliteren)? Is het college bereid om het hoger onderwijs en het mbo extra te ondersteunen bij het vinden van extra locaties (gemeentelijk en niet-gemeentelijk) voor fysiek onderwijs, zoals zij momenteel doen bij het basis- en voortgezet onderwijs? Is de wethouder bereid hierin ook samenwerking aan te gaan zoals met Spoorwegmuseum nu gebeurt voor basis- en voortgezet onderwijs? Op welke andere manieren is de wethouder van plan om het hoger onderwijs en het mbo te steunen bij het mogelijk maken van fysiek onderwijs?

Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Voor ik de vragen beantwoord, wil ik zeggen dat ik niets liever zou willen dan dat alle studenten weer fysiek onderwijs krijgen. Het antwoord op vraag 1. Het is aan het kabinet om te besluiten wanneer fysiek onderwijs weer mag. Op dit moment is dat helaas nog niet zo. Het toestaan van onderwijs op een locatie mogen wij alleen doen voor het voortgezet onderwijs. Dat hebben wij dus met verve gedaan. Op de universiteit en op de Hogeschool Utrecht bereidt men zich voor op mogelijke besluitvorming daarover. Men maakt plannen voor het moment dat de herstart van het fysieke onderwijs terugkomt. Het antwoord op vraag 2. Hoeveel exact aan extra ruimte nodig is, is vooraf niet te zeggen. Dat is sterk afhankelijk van zowel het verloop van de pandemie en het effect van het vaccinatieprogramma, maar ook van de mate waarin het kabinet toestaat dat het hoger onderwijs weer opengaat. Het maakt echt heel veel uit of dat een of meer dagen per week is. Het antwoord op vraag 3. Ja, zeer zeker. Wij voeren hier gesprekken over. Het is inderdaad helaas zo dat het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs op dit moment niet op andere locaties dan op de eigen locaties kunnen plaatsvinden. Wij zijn graag bereid om steun te bieden. Als er straks meer mag, wordt het ingewikkeld.

Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om daarover alvast goed over na te denken. Het antwoord op vraag 4. Wij zullen zeker steunen waar dat kan. Wij doen dat op vier verschillende manieren. Wij zorgen er allereerst voor dat de toestroom van studenten naar de onderwijsinstellingen goed wordt geregeld. Dat is ook een belangrijke factor, dus niet alleen het in het gebouw zijn, maar ook hoe je daar komt. Dus een goede spreiding, de onderwijstijden en het afstemmen van het openbaar vervoer zijn belangrijk. Voor het Utrecht Science Park werken wij toe naar 20% tot 40% van het aantal studenten in vergelijking met de pre-coronatijd. Dat zal naar verwachting geen problemen opleveren. Grotere knelpunten worden bijvoorbeeld verwacht op andere knooppunten, bijvoorbeeld het station Vaartsche Rijn. Daar is op heel concreet niveau gezegd: als studenten van ROC Midden Nederland rechtsom naar buiten gaan en de studenten van het Grafisch Lyceum linksom, zorg je er toch voor dat je niet allemaal door elkaar loopt en dat daardoor de instellingen gemakkelijker open kunnen. De coördinatie hiervan ligt bij Goedopweg. Dat is een samenwerking van de gemeenten Utrecht en Amersfoort, de provincie, Rijkswaterstaat en het ministerie.

Een tweede voorbeeld van hoe wij steun geven aan het mogelijk maken van meer fysiek onderwijs is het meewerken aan de pilot sneltesten die nu bij de Hogeschool Utrecht vorm krijgt. Ook de universiteit wil daar graag op aansluiten. Een derde voorbeeld is het zorgen voor extra surveillanten en dat ter plekke alles goed is georganiseerd. Een vierde voorbeeld is dat ook de studieplekken goed zichtbaar zijn. In een nieuwe coronabrief komen die aan de orde. Studieplekken zijn heel belangrijk, maar voor het welzijn van studenten is sowieso het elkaar ontmoeten erg belangrijk. Ik kan niet wachten tot dat opnieuw mogelijk is. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Ik ben blij met het antwoord van de wethouder op de derde vraag, namelijk dat de gemeente bereid is om middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs te steunen bij het vinden van alternatieve locaties. De rector zei in oktober jl. al dat hij daar helemaal geen zin in had. Ik vraag mij af of de gemeente ook financiële steun geeft. Als dat zo is, zal de universiteit waarschijnlijk snel van mening veranderen. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat er sowieso iets is veranderd in het bewustzijn van de mensen; men is zich er nu meer van bewust hoe het met de studenten gaat. Wellicht bekijkt ook een rector dat nu anders.

11

Vragenuur van 11 maart 2021 Wij dragen een andere verantwoordelijkheid voor het basis- en voortgezet onderwijs. Wij willen voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteit graag bekijken wat mogelijk is. Het ligt niet voor de hand dat wij meteen de portemonnee trekken en als matchmaker optreden. Dit zijn zaken die goed moeten worden besproken. Het doel is dat studenten binnenkort weer fysiek onderwijs kunnen krijgen als dat van het kabinet mag. Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Dank voor de toezegging om dit onderwerp te betrekken bij de volgende raadsbrief. Ik kijk daar naar uit. In Amsterdam wordt overdag de schouwburg ingezet. Ik vraag mij af of ook in Utrecht culturele instellingen worden bekeken. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Wij hebben gezien dat ook voor het voortgezette onderwijs allerlei verschillende instellingen zich hebben gemeld. Dat moet op basis van vrijwilligheid zijn. Er zullen vast instellingen zijn die dat in de volgende fases opnieuw willen doen. Ik zal de raad daarvan goed op de hoogte houden. 10. Vragen van de heer Van Dalen (VVD), de heer Koning (D66), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA), de heer Bosch (PVV) en de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake Geen vervroegde sluiting extra terrassen.

De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Onlangs heeft de wethouder de raad en horecaondernemers laten weten dat vanaf april de extra terrassen zoals die er in de zomer van 2020 waren ook weer mogelijk zijn, mits dat binnen de coronamaatregelen van het Rijk past. De fracties van VVD, D66, Student & Starter, CDA, PVV en Stadsbelang Utrecht zijn daar blij mee. Echter, deze extra terrassen kennen een vervroegde sluiting. Om horecaondernemers weer wat omzet te laten halen, zijn deze extra terrassen hard nodig. Horecaondernemers hebben nu een enorme schuldenlast vanwege uitgestelde betalingen. Daarnaast kan het eerder sluiten van extra terrassen leiden tot problemen met gasten die zich afvragen waarom je op het ene terras wel mag blijven zitten en op het andere niet. In het ergste geval kan dit op een warme zomerse avond leiden tot gasten die niet willen vertrekken. Het eerder sluiten van de extra terrassen kan juist tot méér plotselinge drukte leiden. Het op hetzelfde tijdstip sluiten van alle terrassen, ook later op de avond, zorgt voor een geleidelijk vertrek van de gasten en is voor iedereen duidelijk. 1. Waarom heeft het college gekozen om de extra (satelliet)terrassen eerder te sluiten? 2. Is het college niet bang dat juist een eerdere sluiting van de extra (satelliet)terrassen leidt tot meer plotselinge drukte? 3.

Heeft het college hierover overleg gevoerd met horecaondernemers en/of Koninklijke Horeca Nederland? Wat was de uitkomst van dat overleg? 4. Is het college bereid om de sluitingstijd voor de extra (satelliet)terrassen gelijk te trekken met de andere terrassen? Zo nee, waarom niet? De fracties van VVD, D66, Student & Starter, CDA, PVV en SBU willen graag dat de horeca deze moeilijke tijd overleeft, dat die de ruimte krijgt om nog wat omzet te behalen en om weer mensen in dienst te nemen. 5. Welke aanvullende maatregelen kan de wethouder nemen om ruimte te bieden aan horecaondernemers om omzet te halen, uiteraard passend binnen de landelijke coronamaatregelen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Bij de tijdelijke terrassen die direct aansluiten op de reguliere vergunde terrassen hanteren wij overigens dezelfde sluitingstijden als op de reguliere terrassen, dus wat de heer Van Dalen zei, klopt niet helemaal. Alleen bij de zogenaamde eilandterrassen, die niet aansluiten op de horecagelegenheid en de satellietterrassen die niet in de directe nabijheid van het horecabedrijf liggen en de exploitatie doen vanuit een mobiele bar - waar er overigens nog geen van is - zijn de sluitingstijden aangepast. De reden hiervan is het voorkomen om dat in overleg met omwonenden te doen.

Het besluit is gebaseerd op het besluit van 23 oktober 2020, toen wij naar aanleiding van de evaluatie die wij hebben gedaan over de tijdelijke terrassen in de zomer van dat jaar, hebben besloten om tegemoet te komen aan de bezwaren van enkele omwonenden en dus voor een aantal terrassen een sluitingstijd op de eilandterrassen te hanteren. Wij hebben nu gemeend om bij de start van het zomerseizoen de sluitingstijden wat te kunnen verruimen. Vanaf 1 april a.s. zijn de sluitingstijden verruimd, om meer aan te sluiten bij de reguliere sluitingstijden. Wij hebben ook rekening willen houden met de belangen van een deel van de

12

Vragenuur van 11 maart 2021 omwonenden. Wij zijn niet bang dat dit leidt tot problemen, want wij denken dat ondernemers vroegtijdig hun gasten kunnen melden dat het eilandterras dicht gaat. Daarom verstrijkt een uur tussen het moment van sluiten en het moment van opruimen. Dan kan er ook geleidelijk stroom en verplaatsing naar het reguliere terras plaatsvinden. Wij zijn steeds in gesprek met Koninklijke Horeca en met ondernemers. Wij hebben ook met omwonenden veel gesprekken gevoerd. Er heeft daarover een evaluatie plaatsgevonden. Dit is de uitkomst daarvan en dat is wat wij voorstellen. Gevraagd wordt of wij dit willen gelijktrekken. Wij hebben gemeend om ook rekening te moeten houden met de omwonenden. Gevraagd wordt om aanvullende maatregelen. Eén van de zaken die wij voorstellen, is om voor de extra terrassen geen precario in rekening te brengen en om de leges daarvoor ook te compenseren. Dat heeft men in de brief kunnen lezen. Ook zijn zaken als uitstel van betaling en belasting in gang gezet. Ook zijn bij sommige ondernemers de contracten inzake afval gesaneerd. Wij proberen dit soort zaken te doen om degenen die dat erg nodig hebben te steunen. De vergunningverlening loopt op dit moment heel goed. Er zijn per 1 april jl. al veel vergunningen vergeven, maar of die al kunnen worden gebruikt, is aan de nationale overheid.

De heer KONING (D66): Voorzitter! Ik bedank de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Is het al duidelijk hoeveel aanvragen er voor tijdelijke terrasvergunningen zijn? Ligt dat een beetje op schema? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Vorig jaar in de zomer waren er 250 extra tijdelijke terrassen. Ik veronderstel dat wij dat aantal vergunningen ook dit jaar zullen halen. Er zijn al tientallen vergunningen verleend. Wij hebben geprobeerd de procedure zo eenvoudig mogelijk te maken. Degenen die geen aanpassingen deden op het gebied dat zij eerder hadden aangevraagd, kunnen redelijk eenvoudig ook een vergunning krijgen voor de uitbreiding. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Het is positief dat ook rekening wordt gehouden met de omwonenden. Daar ben ik blij mee. Een punt van zorg - dat is ook in vorige vragenuurtjes aan de orde geweest - is dat steeds opnieuw uitstel van de precariobelasting wordt gegeven. Ook nu kunnen ondernemers uitstel aanvragen. Hoe ziet het college dit voor zich, ook met het oog op de toekomst? Op een zeker moment zal de betaling aan de orde moeten komen. Hoe loopt het gesprek daarover met de horecaondernemers? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het is best lastig om zo'n eenvoudige vraag in een paar zinnen te beantwoorden.

Wij hebben besloten om voor de tijdelijke terrassen - de extra vierkante meters - geen precario te vragen, omdat er feitelijk geen stoelen bij komen. Men heeft een even grote capaciteit, alleen op meer vierkante meters. De gemeente wil geen extra geld over extra vierkante meters incasseren. Dat zouden wij raar vinden. Wij vragen de ondernemers wel om uiteindelijk hun precario te betalen. Wij bekijken met de ondernemers die dat nodig hebben of wij een betalingsregeling of iets dergelijks kunnen afspreken. Daar kan men een verzoek toe doen. Hoe gek het ook klinkt, sommige ondernemers hebben vorig jaar best een goed terrasseizoen gedraaid. Wij willen echter een gelijk speelveld hanteren en bekijken de situatie van de ondernemers van geval tot geval. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! De eilandterrassen waren juist bestemd voor de horecaondernemers die geen terras hadden, om toch een omzet te kunnen draaien. Zij moeten straks eerder sluiten. Is in beeld wat de financiële impact kan zijn, juist voor de horecaondernemers die het financieel zwaarder hebben? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik heb geen idee wat precies de financiële impact van de een of de ander is. Wij proberen bij horecazaken die geen terras hadden en die bijvoorbeeld een parkeerplaats in gebruik hadden, per situatie te bekijken of het terras daadwerkelijk echt een eilandterras is.

Satellietterrassen hebben wij nog niet gehad. Als het terras aan de gevel ligt, kunnen de reguliere tijden worden gebruikt. Een dergelijk terras heeft vaak meer impact op de omgeving. Wij hebben gemeend om daar een iets eerdere sluitingstijd in te stellen.

13

Vragenuur van 11 maart 2021 De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Als ik het goed begrijp, moet op een doordeweekse avond het satellietterras in ieder geval dicht tussen 22.00 uur en 24.00 uur. Het gewone terras mag dan wel open blijven. Als ik het goed begrijp, is het aantal stoelen van het oude terras - van vóór de coronaperiode - eigenlijk gelijk. In de periode tussen 22.00 uur en 24.00 uur mag een horecaondernemer minder stoelen hebben dan hij ervoor had. Klopt dat? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Nee. De heer Van Dalen stelt een dermate algemene en veelomvattende vraag dat ik in het antwoord niet alle differentiaties kan beargumenteren. Wij hebben gemeend om aan de gevel te bekijken wat extra kan worden vergund, maar als er echt sprake is van een extra plein - daar zijn er in Utrecht twee van, de Mariaplaats en het Stadhuisplein, dan komt het terras midden op een plein te staan. Ik weet niet of dat terras exact twee keer zo groot is of dat er evenveel of meer stoelen komen te staan. Zo hebben wij dat niet geteld. Er is een aantal ondernemers dat een terras aan de gevel heeft gekregen, dat het heeft kunnen uitbreiden, maar dat wel meer stoelen kan hebben en tot het einde van de tijd open kan zijn. Ik kan de vraag van de heer Van Dalen niet met "ja" of "nee" beantwoorden.

De VOORZITTER: Dames en heren! Wij hebben er iets langer dan een uur over gedaan, maar hebben wel alle vragen behandeld. Ik dank de vragenstellers voor hun vragen en het college voor het beantwoorden ervan. Ik wens u allen nog een fijne avond. Hierna sluit de voorzitter, te 19.39 uur, het vragenuur.

14

1 20210318 vragenuur.doc

2020 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 18 maart 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 18 maart 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aanwezig zijn de leden: De Boer, Gilissen, Schilderman, Van Steeg en Van der Zweth. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Klein, Van Hooijdonk en Van Ooijen. Voorts zijn aanwezig fractiemedewerkers: Boudens en Van Mil. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. 1. Vragen van mevrouw Van Mil (Student & Starter) inzake "Een jaar zonder nachtleven". Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Op 15 maart jl. werden verregaande maatregelen doorgevoerd om het coronavirus tegen te gaan. Eén van deze maatregelen was het sluiten van clubs en kroegen. Sindsdien is de nachtcultuur niet meer geopend, ook niet tijdens de versoepelingen in de zomer van 2020. Het belang van de nachtcultuur is op verscheidene manieren uit te drukken. De exportwaarde van de nachtcultuur wordt hoog ingeschat. Daarnaast is de culturele waarde van de sector hoog; uit het onderzoek "Untz Untz Untz" is gebleken dat nachtcultuur van onschatbare waarde is voor de inwoners van de stad, omdat die plek biedt voor inclusiviteit en zelfontplooiing.

Over het perspectief van de nachtcultuur heeft de Student & Starterfractie de volgende vragen. 1. In de raadsbrief "de kracht van de Utrechtse nacht" van 14 januari jl. was sprake van een nachtvisie. Wat is de stand van zaken omtrent de nachtvisie voor Utrecht? Wanneer kunnen wij die verwachten? 2. De rol van coördinator nachtoverleg loopt nog maar tot mei a.s. Het zou zonde zijn als het nachtoverleg na het vertrek van de coördinator stilvalt. Wordt het dossier nachtcultuur overgenomen door een andere medewerker? Hoe is de wethouder van plan om de vergaarde kennis en het nachtoverleg niet verloren te laten gaan? Motie 431 droeg het college op om bij het kabinet te blijven aandringen op een corona-routekaart op maat voor de culturele en creatieve sector. 3. Hoe staat het met een corona-routekaart op maat voor de culturele sector, maar vooral voor de nachtcultuur? Hoe ziet de wethouder dit? Is de wethouder bereid om voor de nachtcultuur in Utrecht een routekaart op maat te ontwikkelen? Sommige clubs hebben een speciale positie in Utrecht door de safe space die zij bepaalde gemeenschappen bieden. Café Kalff en Café Bodytalk zijn daarvan een voorbeeld. Deze cafés zijn in Utrecht van groot belang voor de LHBTQ+-scene. Het omvallen van deze clubs zou een beschadiging zijn voor de stad en voor deze gemeenschap. Wat doet de wethouder om dit soort speciale plekken te beschermen? 4.

In Utrecht vinden momenteel verschillende fieldlabs plaats, met onder andere theatershows en conferenties. Het opnemen van de nachtcultuur in deze fieldlabs biedt de sector oefening en perspectief en leert ons hoe wij de sector weer veilig kunnen openen. Ziet de wethouder een optie om de nachtcultuur bij deze fieldlabs te betrekken? Zo nee, waarom niet en zo ja, hoe ziet

Vragenuur van 18 maart 2021 zij dit voor zich? Mevrouw KLEIN (wethouder): Dames en heren! Veel dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Ik wil onderstrepen dat de nachtcultuur de erkenning krijgt die ze verdient. Daarom hebben wij onderzoek gedaan naar de clubcultuur in Utrecht en hebben wij een coördinator Nachtoverleg ingesteld. Hoe de nachtvisie het best vorm kan krijgen, wordt met deze coördinator onderzocht. Uiteraard willen wij dat doen in goed overleg met de nachtsector. Net als in de andere grote steden is dat nog work in progress. Wat wij eerst hebben gedaan, is ervoor zorgen dat er een goed georganiseerde structuur komt. Dat is ook van belang in de richting Den Haag. Hoe snel de nachtvisie er kan zijn, heeft ook te maken met het verloop van de crisis. Die hoeft men niet vóór het derde of vierde kwartaal te verwachten. Dat heeft te maken met capaciteit aan onze kant, maar ook die aan de kant van de nachtsector zelf. Het antwoord op vraag 2. De coördinator is niet iemand van de gemeente, maar iemand die de nachtsector kan vertegenwoordigen. Dat is gestart als een soort project. Zij zal ook andere dingen doen. Wij willen die rol en die kennis vanzelfsprekend behouden. Wat ons betreft, wordt dit beleid voortgezet. Het antwoord op vraag 3. De coronaroutekaart op maat voor de culturele sector is echt aan de rijksoverheid.

Als wij de huidige aantallen in ogenschouw nemen, is een pas op de plaats gemaakt. Het Rijk bepaalt de route voor wat betreft op- en afschaling van de maatregelen. Het is dan voor de gemeente niet mogelijk om alleen voor Utrecht een routekaart te ontwikkelen. Het antwoord op vraag 4. Wij koesteren de plekken en de belangrijke functie die deze voorbeelden hebben in het Utrechtse nachtleven en ook voor Utrecht als inclusieve stad. De wens om die plekken te beschermen is er, maar wij kunnen geen specifiek onderscheid maken alleen vanwege de doelgroep. Daarom hebben wij aangedrongen op ruimere steun voor ondernemers, ook in de tegemoetkoming vaste lasten. Die wordt in het tweede kwartaal van 2021 uitgebreid. Het antwoord op vraag 5. Door de evenementenbranche worden veel fieldlabs georganiseerd. Het komende weekend is er in Biddinghuizen op het Low Landsterrein "Back to life". Andere sectoren zijn de reisbranche en de horeca. Ook die hebben ideeën om onderzoek te doen, maar de nachtsectoren niet. Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Ik dank de wethouder voor het beantwoorden van de vragen. Ik begrijp dat zij er druk mee bezig is. De VOORZITTER: Dames en heren! Vraag 2 zal aan het einde van de vergadering worden behandeld. De burgemeester zal die zelf komen beantwoorden. 3. Vragen van de heer Gilissen (VVD) inzake hulp aan onze huisartsen bij het vaccineren.

De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Langzaamaan komen er steeds meer vaccins ter beschikking. In het komende kwartaal hopen wij het overgrote deel van de Nederlanders dat gevaccineerd wil worden te vaccineren. Vaccineren is een belangrijk onderdeel van de strategie om de samenleving weer veilig te kunnen openen. Daarom ook hier de oproep: laat je vaccineren zodra je een oproep krijgt. Het is veilig en daarmee bescherm je niet alleen jezelf, maar ook je dierbaren. Huisartsen spelen bij het vaccineren de komende weken en maanden een belangrijke rol. Zij zeggen echter niet altijd te beschikken over voldoende ruimte om patiënten snel en veilig te vaccineren. Ook in Utrecht is dat het geval. De Utrechtse huisartsen zijn bezig om plannen te maken, maar lopen ook aan tegen het feit dat sommige praktijken te klein zijn. Op termijn komen er wellicht centrale priklocaties, maar de komende weken is er ook behoefte aan laagdrempelige en toegankelijke priklocaties van de huisartsen zelf. De fractie van de VVD-fractie heeft hierover de volgende vragen. 1. Herkent het college dit beeld? 2. Is het college bereid in overleg met de Utrechtse huisartsen en de GGDrU oplossingen voor het ruimtevraagstuk te bekijken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het college bereid ook de inzet van het gemeentelijk vastgoed te bekijken? 3.

Is het college bereid de oproep je te laten vaccineren ook via gemeentelijke communicatiemiddelen kracht bij te zetten? Zo nee, waarom niet? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik dank de VVD-fractie voor de vragen.

2

Vragenuur van 18 maart 2021 Het antwoord op vraag 1. Sinds januari jl. hebben wij met de huisartsen nauw contact over hoe het gaat en hoe zij zich op de vaccinatie voorbereiden. Wij zien dat het op dit moment lukt om ten behoeve van de 63- en 64-jarigen de prikken in de eigen praktijk te zetten. Maar het signaal klopt dat het voor het grote cohort van 18- tot 60-jarigen druk zal worden en dat dit op een aantal plekken bij huisartsen tot logistieke problemen zal leiden. Daarover voeren wij gesprekken. Wij bieden twee lijnen van oplossingen aan, de eerste via de GGDrU. De priklocaties van de GGDrU kunnen wij onder voorwaarden ter beschikking stellen. Dat moet enerzijds voor de huisartsen goed worden geregeld, maar anderzijds moet via het makelpunt van de gemeente in de wijken naar locaties worden gezocht. Wij gaan voor voorzieningen en spelregels net zo te werk als wanneer wij zoeken naar locaties voor griepprikken. Er zijn kosten mee gemoeid. Die zullen de huisartsen moeten dragen. Die krijgen daar per prik een vergoeding voor. Het antwoord op vraag 2. Ja, dat willen wij, zowel via de GGD als via het makelpunt. Ik denk dat het goed is om in contact te blijven met de huisartsen zodat wij zodra wij een signaal krijgen wij snel kunnen schakelen. Het antwoord op vraag 3. De rijksoverheid werkt aan een campagne "Ik stroop mijn mouw op". Die willen wij laden met Utrechtse personen.

Wij maken daar een Utrechtse variant van. Daar wordt op dit moment hard aan gewerkt. Tevens zijn wij in gesprek met sleutelpersonen in de wijken die ook een voorbeeldfunctie hebben om te laten zien dat ook zij zich laten vaccineren en dat dit belangrijk is. Wij zullen dat zeker doen. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! In ieder geval hebben de tandartsen landelijk gezegd met het vaccineren te willen helpen, met name als de grote groep komt. Is er in Utrecht contact met de tandartsen om te zien hoe die kunnen worden ingeschakeld? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Wij hebben dat contact zelf niet. Ik kan mij voorstellen dat de gezamenlijke huisartsen dat contact wél hebben. Het is hartstikke mooi dat de tandartsen dat aanbod doen. Ik zal naar aanleiding van het signaal van mevrouw De Boer met de huisartsen contact zoeken om dit punt bij hen onder de aandacht te brengen. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Een heldere beantwoording, veel dank daarvoor. Centrale priklocaties kunnen voor veel mensen een uitkomst zijn, zeker de groep die wij vaccineren. Onderschrijft de wethouder de stelling dat het vanwege toegankelijkheid en laagdrempeligheid verstandig is om ernaar te streven een goede balans te bewerkstelligen? Dat betekent dat waar het kan, dit dicht bij de mensen te organiseren, zodat de drempel tot vaccineren zo laag mogelijk wordt.

Kan de wethouder daaraan een actieve bijdrage leveren? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik ben het daar zeer mee eens. Daarom moeten wij het tweesporenbeleid volgen waarbij het echt belangrijk is dat in de wijken kleinschalige locaties zijn - misschien zelfs mobiele locaties - waar mensen zich kunnen laten vaccineren. Daarover wordt nagedacht. 4. Vragen van mevrouw Schilderman (D66), de heer Van der Zweth (PvdA), de heer Van der Graaf, (ChristenUnie), de heer Weistra (GroenLinks), de heer Van Steeg (CDA), de heer De Pagter (VVD), de heer Bosch (PVV), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht), de heer Wiegant (SP) en de heer Van Heuven (PvdD) inzake de tramontsporing van 18 maart 2021. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Op dinsdag 16 maart 2021 is rondom 11 uur een tram ontspoord na een botsing met een kleine vrachtwagen. De tram liep volledig uit de rails en kwam dwars over de weg heen te staan. De raadsleden zijn geschrokken van de botsing en horen graag meer over de toedracht en de implicaties van de botsing. Het college heeft de raad hierover op dinsdag 16 maart kort geïnformeerd. De raadsleden hebben hierover nog enkele vragen waar eventueel uitgebreider op kan worden teruggekomen bij de uitgebreidere informatie die het college heeft toegezegd. 1. Wat kan het college vertellen over de aanleiding van de aanrijding? 2.

Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat een dergelijk ongeluk in de toekomst voorkomen kan worden?

3

Vragenuur van 18 maart 2021 3. 4. 5.

Kan het college aangeven op welke wijze de veiligheid van deze en andere kruisingen van de tram worden gewaarborgd? Kan het college aangeven op welke wijze bij kruisingen de snelheid wordt beperkt en of de trams een automatische snelheidsbegrenzer hebben? Kan het college aangeven wat er is gebeurd met de signalen van inwoners over de veiligheid van deze kruising?

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik dank zo'n beetje alle raadsfracties voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Het was bij het zien van de beelden even schrikken. Dat soort beelden zien wij liever niet. Gelukkig zijn er geen slachtoffers gevallen, Het antwoord op de vragen 2 en 3. Op dit moment doet de politie onderzoek, ook met de informatie die afkomstig is uit de afzonderlijke systemen, bijvoorbeeld uit die van de stoplichten en de tram. Wat wij op dit moment weten, is dat een botsing heeft plaatsgevonden met een bestelbus. Daardoor is de tram uit de rails gedrukt en dwars op de weg komen te staan. De politie onderzoekt hoe dat precies heeft kunnen plaatsvinden. Als de politie wat meer grip heeft op de oorzaken, gaan provincie en gemeente daar dieper op in, om te bekijken hoe dit is gebeurd en om voor de toekomst de risico's daarop te verkleinen. Het antwoord op vraag 4. Wij zullen eerst greep moeten krijgen op hoe dit is gebeurd en op de oorzaken ervan. Vervolgens kunnen wij een analyse maken om de risico's te verkleinen. In de loop van het ontwerpproces hebben experts allerlei toetsen gedaan, ook op basis van richtlijnen. Voordat een tram mag rijden, moet de inspectie de systemen toetsen. Dat is allemaal gebeurd. Op de bewuste plek is een aantal waarschuwingslichten aanwezig.

Hoe die hebben gefunctioneerd en hoe de bestuurders daarop hebben gereageerd, zal moeten blijken. De tram heeft een snelheidsbeperking, maar alleen op de tracés waar ze het hardst rijdt. De maximumsnelheid is 70 km/u, maar dat is niet het geval op het deel van het tracé waar het ongeluk plaatsvond. Daarom is de kruising onbewaakt. Bij kruisingen waar 70 km/u mag worden gereden, zijn slagbomen. Op de plaats van het ongeluk is een snelheidslimiet van 40 km/u. In de praktijk zal deze maximumsnelheid goed worden nageleefd omdat de tram er een bocht maakt. De bestuurder heeft - los van de regel - ook een andere reden om zich goed aan de snelheid te houden, namelijk omdat een bocht moet worden gemaakt. Er is geen snelheidsbegrenzer per kruising. Het antwoord op vraag 5. Wij konden deze vraag niet plaatsen. Mochten raadsleden zelf beschikken over signalen van omwonenden of andere belanghebbenden, dan ontvangen wij die zeer graag. Wij kennen een aantal discussies over kruisingen in de buurt, maar hebben over deze specifieke plek geen meldingen ontvangen. Wij zijn dat in de systemen nog even goed nagegaan. Meldingen zijn officieel niet bij ons ingekomen, maar zijn welkom als raadsleden erover beschikken. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Als ik de wethouder goed beluister, mis ik misschien de wijze waarop de wegen elkaar kruisen en de hoek waarin die elkaar naderen.

Is ook dat de komende weken en dagen expliciet onderwerp van onderzoek? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Bij verkeersongevallen bekijkt de politie altijd de situatie op de weg en of die intrinsieke gevaren oplevert. De politie zal over de inrichting altijd een oordeel vellen. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Uit de reacties online bleek dat veel mensen zeggen dat het kruispunt gevaarlijk is. Om welke reden is ervoor gekozen op die plek niet met slagbomen te werken? Wethouder VAN HOOIJDONK (wethouder): Dat heeft onder andere met het snelheidsregime te maken, namelijk het feit dat de tram op deze plek nooit hard zal rijden. Dat is sowieso een afweging. De tram rijdt op delen van het tracé wél hard. Daar is het echt een sneltram. Dat zijn plekken waar de tram niet goed is te mixen met het andere verkeer. Als de tram een lagere snelheid heeft - stadstramsnelheden - is er sprake van meer menging met het verkeer en staan niet overal slagbomen. Dan krijgt de tram een ander karakter. Vandaar dat op de bewuste plek slagbomen niet vanzelfsprekend zijn. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De wethouder zegt van omwonenden geen signalen

4

Vragenuur van 18 maart 2021 over gevaarlijke kruisingen te hebben ontvangen. Van de omliggende sportverenigingen heb ik, los van dit ongeluk, vaker gehoord dat zij zich zorgen maken over de kruisingen. Is de wethouder bereid om ook die signalen bij het onderzoek te betrekken en om ook daarover met de sportverenigingen te praten? Wellicht kan dat bijdragen aan de veiligheid. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik probeerde zojuist al iets over deze locatie te zeggen. Ik zei te weten dat men zich over andere kruisingen zorgen maakt. Ook de sportverenigingen doen dat. Dat gaat echter niet over dit punt. Ik ken hun zorgen. Die zijn bij de ambtelijke organisatie goed bekend. Daarover worden gesprekken gevoerd, maar dat geldt niet het betrokken punt. Als men daarover wél gesprekken voert, is dat nieuw voor ons. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Wij danken het college voor de beantwoording van de vragen. Volgens mij stapt het college iets te snel over de vraag heen op welke wijze de veiligheid op de andere kruisingen wordt gewaarborgd.

Is de wethouder bereid om, als er meer informatie over het ongeluk komt, de kruisingen samen met de provincie kritisch te bekijken om te zien of wij het risico lopen op nog meer ongelukken? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik weet niet of mevrouw Schilderman zich nog kan herinneren dat in de tijden van het proefbedrijf echt elke kruising door de vingers is gegaan. Dat is gebeurd met behulp van een extern bureau. Alle kruisingen zijn langsgelopen. Op nogal wat kruisingen waren dingen die beter konden. Die zijn allemaal afgevinkt. Dat was nodig om van de inspectie het vinkje te krijgen om te mogen rijden. Misschien is het sowieso goed om dat rapport nog eens naar boven te halen. Ik wil dat de raad met liefde verstrekken. Maar wij moeten nu vooral bekijken of er iets is gebeurd dat moet leiden tot vervolgacties. Is dat dan uniek voor deze kruising of geldt hetzelfde ook voor andere kruisingen? Ik ben het met mevrouw Schilderman eens dat dit soort dingen altijd breder moet worden bekeken. 5. Vragen van de heer Van Steeg (CDA) inzake een tijdpad voor wachtlijsten in het zwembad. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De coronamaatregelen hebben grote impact voor de Utrechtse samenleving. Dit geldt ook voor de zwemlessen voor kinderen.

De afgelopen tijd werd duidelijk dat er inmiddels lange wachtlijsten zijn ontstaan doordat de zwembaden de afgelopen maanden dicht moesten. Deze week konden de zwemlessen weer worden hervat. Dat is goed nieuws, maar de wachtlijsten zijn voor de CDA-fractie een punt van zorg, zeker nu de zomer in aantocht is. 1. Klopt het dat de afgelopen maanden grote wachtlijsten zijn ontstaan voor zwemlessen? Zo ja, deelt de wethouder de constatering dat dit zorgelijk is? 2. Hoe lang zijn de ontstane wachtlijsten? 3. Op welke termijn verwacht de wethouder de wachtlijsten te kunnen oplossen? Welke mogelijkheden zijn er - binnen de geldende coronaregels - om dit te doen? 4. Op welke manier informeert de wethouder ouders over de geldende wachtlijsten en over het moment waarop kinderen aan de beurt zijn? Recent maakte de gemeente Den Haag bekend dat ze een plan heeft ontwikkeld om de wachtlijsten zo snel mogelijk weg te werken. 5. Kent de wethouder de plannen uit Den Haag? Heeft de wethouder zelf een plan om de wachtlijsten in Utrecht zo snel mogelijk weg te werken? 6. Ziet de wethouder mogelijkheden om het aantal gemeentelijke zwemlessen uit te breiden? Op welke manier betrekt hij de zwemverenigingen en de zwemscholen daarbij? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik ben erg blij dat de zwemlessen eindelijk weer zijn gestart.

Ook bijna alle scholen zijn weer met schoolzwemmen begonnen. Dat is erg goed nieuws. Het antwoord op vraag 1. Omdat de afgelopen maanden geen zwemlessen konden worden gegeven, zijn er inderdaad meer kinderen op de wachtlijst om te leren zwemmen. Er hebben geen kinderen kunnen afzwemmen. Er is tussen de groepen geen doorstroming geweest. Dat is in het hele land zo. Ik ben het eens met de constatering dat dit zorgelijk is. Het antwoord op vraag 2. In totaal staan er bij de Utrechtse zwembaden ongeveer 2.500 kinderen op de wachtlijst. Hier komen de wachtlijsten van de zwemverenigingen die zwemles geven nog bij. Vóór corona was er geen sprake van een wachtlijst. De kinderen die vijf jaar werden, werden

5

Vragenuur van 18 maart 2021 binnen drie maanden opgeroepen. Het antwoord op vraag 3. De termijn voor het oplossen van de wachtlijsten is lastig te schatten, omdat de wisselende coronaregels en het aantal kinderen dat vijf jaar wordt en op de wachtlijst staat nogal eens wisselen. Om de uitstroom en de instroom te bevorderen, worden mogelijkheden bekeken om vaker af te zwemmen en om in vakantieperioden extra zwemlessen aan te bieden. Ook is hier en daar badwater vrij - niet al te veel - om een extra les te kunnen organiseren. Alle beschikbare capaciteit wordt binnen de geldende coronaregels ingezet. Het antwoord op vraag 4. Over de wachttijden communiceren wij via de websites van de Utrechtse zwembaden. Het antwoord op vraag 5. Ik ken de plannen uit Den Haag. In grote lijnen pakken wij het probleem op dezelfde manier aan. Het antwoord op vraag 6. Met de bovengenoemde maatregelen zijn wij binnen de Utrechtse zwembaden aan de maximaal mogelijke programmering van zwemlessen gekomen. Met de zwemverenigingen wordt overleg gevoerd om ook binnen de mogelijkheden van de verenigingen de capaciteit voor zwemles te maximaliseren. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor zijn antwoorden op mijn vragen. Wij hopen dat de wachtlijsten zo snel mogelijk worden weggewerkt. 2.500 kinderen is een groot aantal. Ik hoop dat de wethouder de raad erover wil informeren.

Misschien is het een goed idee dat hij dat doet. Ook in het overzicht van de impact van corona - de coronabrief - stond daarover een klein stukje. Is het mogelijk dat de wethouder ons over de vorderingen iets uitgebreider informeert? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik ben het helemaal met de heer Van Steeg eens. Het zijn veel kinderen. Wij moeten zo snel mogelijk met de zwemlessen aan de slag. Ik zal de heer Van Steeg graag tegemoetkomen door de raad wat uitgebreider over de voortgang te berichten. 2. Vragen van de fracties van SP en PvdD inzake Ongelijke behandeling demonstraties. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Afgelopen zondag werd in het kader van het "klimaatalarm" op het Jaarbeursplein gedemonstreerd. Wij hebben signalen ontvangen dat de aanwezigheid van de politie overdadig en dreigend was. Er zou zelfs een waterkanon aanwezig zijn geweest. Gelukkig verliep de betoging ordentelijk. De betogers hielden zich aan de coronaregels: zij hielden anderhalve meter afstand van elkaar en droegen mondkapjes. De berichtgeving in onder andere AD/UN bevestigt dit beeld. Een dag later betoogde de politieke partij Forum voor Democratie eveneens op het Jaarbeursplein. Bij deze demonstratie werden nauwelijks mondkapjes gedragen. Ook met de anderhalvemetermaatregel werd speelser omgegaan. De heer Baudet schudde bovendien vele handen.

De aanwezige politie leek zich om dit alles nauwelijks te bekommeren. Pas op het allerlaatst greep de politie in, toen ze niet om een hossende en zingende menigte heen kon. Beide demonstraties kregen door de gemeente een maximumaantal van 200 bezoekers opgelegd, zodat de coronaregels in acht zouden kunnen worden genomen. Dit roept de vraag op of de gemeente geen faciliterende rol zou kunnen spelen in situaties waarin méér mensen willen demonstreren, bijvoorbeeld door het afzetten van de Croeselaan. Dit verdient volgens de fracties van SP en PvdD de voorkeur. Een vergelijking tussen de twee demonstraties levert interessante inzichten op. De klimaatactivisten lijken zich meer te hebben ingespannen om de verspreiding van het virus te beperken dan de betogers van Forum. De politie-inzet was ten minste even groot. Dit roept met name bij de klimaatdemonstranten een gevoel van onrechtvaardigheid op. Dat gevoel werd beklemtoond door het ostentatieve gedrag en de agressieve retoriek van Baudet. Naar aanleiding hiervan hebben wij de volgende vragen. 1. Is de burgemeester het met de fracties van SP en PvdD eens dat veilig demonstreren moet worden toegestaan, ook als het om meer dan 200 mensen gaat? 2. Zo ja, kan de gemeente in de toekomst in plaats van het inperken van het demonstratierecht meer ruimte faciliteren, bijvoorbeeld in de Croeselaan? 3.

Is de burgemeester het met de fracties van SP en PvdD eens dat de politie zondag 14 maart jl. het grondwettelijke demonstratierecht heeft beknot met de dreigende houding van de politie en door het wegsturen van mensen? Zo, nee waarom niet?

6

Vragenuur van 18 maart 2021 4. 5. 6. 7.

Heeft de burgemeester er zicht op hoe de coronamaatregelen tijdens de klimaatmars en tijdens de bijeenkomst van Forum voor Democratie zijn nageleefd? Heeft de burgemeester cijfers over de inzet van de politie tijdens beide demonstraties? Is de burgemeester van mening dat de openbare orde niet in het geding kwam toen Thierry Baudet zei het jammer te vinden dat wij "niet normaal antifa’s op hun bek hebben kunnen slaan"? Kan de burgemeester uitleggen waarom de betoging van Forum voor Democratie met veel meer coulance is behandeld dan de 'klimaatarm'-betoging?

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Misschien moet mij voordat ik begin met het beantwoorden van de vragen toch ook iets algemeens van het hart. Dat wij verschillende demonstraties al dan niet met meer coulance zouden behandelen, is niet zo. Men weet volgens mij heel goed - u hebt uw huiswerk gedaan - dat een burgemeester demonstraties altijd moet toetsen aan de Wet openbaarheid van bestuur. Dat doen wij. Niettemin moeten wij, naast het maximaal ruimte geven aan dit grondrecht, natuurlijk ook rekening houden met de tijd waarin wij leven. Dat betekent dat de burgemeesters in het Veiligheidsberaad hebben afgesproken dat een gezondheidstoets van de GGD wordt gevraagd over wat in de context van de betreffende gemeente een aanvaardbaar aantal mensen is om te laten demonstreren. Daar komt het getal 200 vandaan. Het is belangrijk om vast te stellen dat de eisen aan grote demonstraties eigenlijk telkens dezelfde zijn, namelijk maximaal 200 deelnemers, het feit dat men zich aan de regels houdt, men zich het liefst niet verplaatst en dat de demonstranten 1,5 meter afstand van elkaar houden. De eisen die worden gesteld aan klimaatdemonstratie waren dezelfde als die aan de bijeenkomst van Forum voor Democratie. Vooraf was voor geen van beide demonstraties een beleidsverandering aan de orde.

Extra ruimte is niet aan de orde geweest, want wij stellen op basis van een epidemiologische inschatting en van een GGD-advies voor dit type demonstratie van deze grootte vooraf steeds dezelfde voorwaarden. Ik wil de demonstranten voor zondag een groot compliment maken. Zij hebben zich uitstekend aan de voorwaarden gehouden. Waar wij ook met de organisatie vooraf over hebben gesproken, is dat men aanvankelijk voor een grote groep mensen een demonstratie wilde organiseren. Dat werd ingeperkt. Dat werd door het hele land heen gedaan. De organisatie kon echter vooraf niet garanderen dat er niet veel meer mensen zouden komen. Daar heeft men wél op ingegrepen. Toen er te veel mensen dreigden te komen, is de mensen te verstaan gegeven dat het hier vol was en of men misschien zou willen weggaan. Het idee dat dit een dreigend beeld zou opleveren, herken ik echt niet. Wij hebben een politie die bij uitstek deëscalerend werkt. Daar staat Utrecht een beetje bekend om. Dat is een handelsmerk. Dat doet men naar eer en geweten. De VOORZITTER: Mevrouw de burgemeester, u bent door uw tijd heen. Ik wil u uitnodigen om beknopt verder te gaan. Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat begrijp ik, maar dit is maatschappelijk een stevig thema. Wat wordt gezegd, is nogal wat.

Bij de demonstratie van Forum geldt dat aan het einde van de demonstratie men zich niet aan de voorschriften heeft gehouden. Toen er muziek kwam die niet was aangekondigd, heeft de politie meteen ingegrepen. Daarna was de bijeenkomst meteen afgelopen. Vervolgens zijn de beelden van de bijeenkomst door het OM bekeken. De politie is gevraagd te onderzoeken of de coronamaatregelen zijn overtreden. Niet alleen wat betreft het optreden, het zich niet houden aan de coronamaatregelen en de uitingen die zijn gedaan, is het OM nu aan het toetsen of zich strafbare feiten hebben voorgedaan. De nasleep van deze demonstratie en de wijze waarop de instanties hebben geopereerd - ook na afloop - laten zien dat wij als het nodig is wel degelijk zonder coulance optreden, maar wel altijd op basis van de wet. Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Beoordeelt men een politieke demonstratie anders omdat het een politieke manifestatie is en geen demonstratie? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat is een goede vraag. Het antwoord is: "nee". Uiteindelijk gaat het erom dat de Wet openbare manifestaties mij de ruimte geeft waarbinnen ik moet beoordelen. Vooraf hebben wij aan beide bijeenkomsten dezelfde voorschriften gesteld.

7

Vragenuur van 18 maart 2021 Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Dat vooraf dezelfde eisen worden gesteld, is duidelijk, maar de mensen hebben ervaren dat bij de klimaatdemonstratie zichtbaar meer politie, ME en politie te paard aanwezig was. Normaal gesproken gebeurt dat op grond van risico-inschattingen van de politie. Van Forum-bijeenkomsten is bekend dat de coronamaatregelen vaak niet in acht worden genomen, terwijl dat tot nog toe bij andere klimaatdemonstraties in Utrecht dat wél gebeurde. Waarom was dan bij de klimaatdemonstratie zichtbaar meer politie, ME en politie te paard aanwezig? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het is correct dat op basis van risicobeoordelingen vooraf wordt bekeken hoeveel politie nodig is. Ik kan dat wel een beetje uitleggen. Het is niet zozeer zo dat in het geval van een klimaatdemonstratie alleen een beoordeling van een risico plaatsvindt. Het gaat ook om de context. De context was tweeledig. Er was die dag nog een andere demonstratie aangekondigd van 200 mensen in Park Lepelenburg. Er kwamen er veel minder, maar wisten wij vooraf niet. Er waren dus twee grote demonstraties, waardoor sowieso meer politie aanwezig was. De aantallen konden niet helemaal goed worden geschat omdat de aanvraag voor de klimaatmars veel meer mensen behelsde. Men heeft dat keurig gedaan.

Mijn complimenten daarvoor, maar wij moesten acteren op de voorhanden zijnde gegevens. In het geval van de Forum-demonstratie werden zulke aantallen betogers niet verwacht. Wel werd er rekening mee gehouden dat de coronamaatregelen zouden worden overtreden. Daarom is toen zich dat voordeed door de politie ingegrepen. Bij die bijeenkomst moest ook worden ingegrepen omdat er een onaangekondigde tegendemonstratie plaatsvond en de situatie een beetje spannend werd. Vervolgens heeft de politie deze tegendemonstratie niet ontbonden - daartoe had ik kunnen besluiten - maar die is met enige aandrang verplaatst. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank de burgemeester hartelijk voor de beantwoording. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Wat mevrouw De Boer heeft gezegd, is heel zinvol. Het gaat erom hoe de politie zich heeft gedragen en niet per se hoe dat gedrag is beoordeeld. Ik begrijp dat RTV-Utrecht bezig is met een rapportage over de honderd eerste dagen van onze nieuwe burgemeester. Wat Jan van Zanen zo geliefd maakte, is hoe hij aan de activistische kant aandacht schonk. Hoe ziet burgemeester Dijksma het demonstratierecht? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik zie dit als een kans. Ik ben mijn eigen carrière ooit begonnen als activist. Ik weet als geen ander hoe belangrijk het is om het grondrecht, het recht op demonstratie, te kunnen uiten.

Ik kan u verzekeren dat ik er alles aan doe, ondanks deze ongelofelijk ingewikkelde context van de tijd, om dat alle ruimte te geven, zonder aanzien des partijs. Ook daar moet men op kunnen rekenen. Ik maak daarin nooit verschil, maar sta bijna net als Vrouwe Justitia geblinddoekt demonstraties toe omdat demonstreren een grondrecht is. Als ik op de vragen mag reflecteren, wil ik met een knipoog teruggeven dat dit van ons allemaal vraagt dat wij dan tussen demonstraties geen verschil maken en dat wij dat grondrecht altijd toestaan, behalve als de mensen zich niet aan de afgesproken regels houden. Ik vermoed dat wij het daarover eens zijn. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank de burgemeester hartelijk voor deze beantwoording. Ik dank de vragenstellers voor hun vragen en het college voor het beantwoorden ervan. Ik wens u allen nog een fijne avond toe. Hierna sluit de voorzitter, te 19.08 uur, het vragenuur.

8

1 20210325 vragenuur.doc

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 25 maart 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 25 maart 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer De Pagter. Aanwezig zijn de leden: Assen, Van Dun, Işik, Raaijmakers, Saïah, Sturkenboom en Vonk. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Eerenberg, Van Ooijen en Voortman. Voorts is aanwezig de fractiemedewerker: Boudens. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. 1. Vragen van mevrouw Van Dun (D66), mevrouw Assen (PvdA), de heer Zwanenberg (GroenLinks), de heer Wijmenga (ChristenUnie), mevrouw Van Mil, (Student & Starter), de heer Schipper (SP) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake vermeende sloop CAB-gebouw. Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! "CAB-gebouw wordt gesloopt" meldde De Telegraaf op vrijdag 19 maart jl. Een telefoontje naar de gemeente leverde een genuanceerder beeld op. Het zou alleen gaan om het slopen van de binnenkant van het gebouw. Dat lijkt voor de fracties een opluchting te zijn, maar roept bij de fracties van D66, PvdA, GroenLinks, Student & Starter, ChristenUnie, SP en PvdD toch vragen op. Veel van deze vragen zijn al door het college beantwoord en zijn op de website van de gemeente te vinden. 1.

De verantwoordelijke verhuurder voor het leegstandsbeheer in het CAB gebouw is Camelot. Deze partij verloor recent zijn Keurmerk Leegstandsbeheer omdat het onverhuurbare panden toch verhuurde en zich geen goed verhuurder toonde. Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2021/03/16/leegstandbeheer-camelot-verliest-keurmerka4035761. Van huurders in het CAB gebouw krijgen wij signalen dat Camelot zich ook hier geen goed verhuurder toont. Op vorige mondelinge vragen over het CAB-gebouw en over de huurder heeft de wethouder geantwoord met NS en Camelot in gesprek te gaan om te zien hoe men de huurders tegemoet kan komen. 2. Welke consequenties heeft het leegstandbeheer van Camelot nu die het keurmerk is kwijtgeraakt? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Camelot is ingehuurd door NS. De gemeente heeft geen invloed op de keuze die een private partij voor haar leegstandbeheer maakt. Het is aan NS zelf om te zien of dit consequenties heeft. De gemeente Utrecht maakt geen gebruik van Camelot als leegstandbeheerder, dat doet een andere ondernemer. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ondanks het feit dat de wethouder er niet direct over gaat, kan ik mij voorstellen dat NS wel eens een gesprekspartner van de gemeente is. Het kan best lonen om daarover het gesprek aan te gaan nu het overleg zo slecht blijkt te zijn. Is de wethouder daartoe bereid?

Vragenuur van 25 maart 2021 De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik kan mij de vragen van mevrouw Assen heel goed voorstellen. Ik doe deze beantwoording namens collega Verschuure. Ik breng dit graag aan hem over. Ik zal hem vragen of hij dat zal doen. Ik weet dat gesprekken plaatsvinden. Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik sluit mij graag aan bij de vraag van mevrouw Assen. Misschien kan de wethouder verslag doen van het gesprek dat hij met wethouder Verschuure zal hebben. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zal de boodschap overbrengen. Collega Verschuure zal dit vast willen doen. 2. Vragen van de heer Işik (PvdA) inzake "Hou de huurprijzen in Utrecht betaalbaar". De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! In de achterliggende periode heeft de PvdA-fractie verscheidene meldingen ontvangen over het verschijnsel dat veel huurprijzen van sociale huurwoningen van de corporaties worden geliberaliseerd. Een voorbeeld daarvan is dat de huurprijs van een woning aan de Oklahomadreef recentelijk is opgetrokken van € 670,00 naar € 980,00. Dat is in strijd met de ambitie van het college. Tevens vinden wij dat een zeer ongewenste ontwikkeling. Wij willen dat de liberalisering van sociale huurwoningen stopt zodat deze woningen in de sociale sector blijven en zo betaalbaar blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=47c7f920-e327-4d55-a7ee-0b0e57230af4