Agendabundel
Tekst van het document
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft de motie over de grote biomassacentrales van de Partij
voor de Dieren positief geapprecieerd. De motie van de heer Bos kan ertoe leiden dat je terugvalt op een fossiel alternatief. Kleinschalige biomassa wil je evengoed voorkomen. Een belangrijk verschil is
8
Raadsvergadering van 3 juni 2021 dat je met name in industriële toepassingen veel minder alternatieven hebt. Voor kleinschalig gebruik zijn die er wel en dat wil je stimuleren.
Motie 108 is een goede kapstok om daar met elkaar een verkenning naar te doen en om in deze raad uitspraken te doen hoe men dit in Utrecht met elkaar wil doen binnen de mogelijkheden die er zijn. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de wethouder iets explicieter kan zijn over of ze moties overneemt of niet.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) is positief over moties 107 en 108 en ze is bereid deze over te nemen.
De wethouder beoordeelt motie 109 ook positief, maar ze wil wel de verwachtingen managen. Het
college denkt dat het zinvoller is om met een aantal clusters aan de gang te gaan in plaats van om
een plan te maken voor alle bedrijventerreinen, omdat de energie dan te veel wordt uitgespreid. Als dit strookt met de verwachtingen van de heer Van Steeg, is ze positief over deze motie en neemt ze die graag over.
Het amendement van de VVD luistert nauw. In de geest is ze het hiermee eens. De tweede zin van 1b is een dubbele ontkenning, die ze niet helemaal snapt. Daarom is het moeilijk om hem te adviseren. Kan de heer Te Hoonte opheldering geven?
De heer Te Hoonte (VVD) legt uit dat de tweede zin in 1b er is om de wethouder tegemoet te komen. Als er al in een omgevingsvisie staat dat er wordt uitgegaan van stadsverwarming op hoge temperatuur voor dat gebied, vindt hij dat dit amendement daar niet op van toepassing moet worden
verklaard. Daarvoor is die zin bedoeld. Als deze zin verwijderd wordt, moet in zulke wijken ook naar midden of lage temperatuur gekeken worden. Dan wordt het wel wat complex.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het wel de ambitie is om bij nieuwbouw geen hoogtemperatuur aan te leggen. Haar suggestie is om dit punt simpeler te formuleren. Of te schrappen.
De heer Te Hoonte (VVD) heeft gedeeld wat de intentie was en kan daarom de zin schrappen. Hij zal amendement 44 intrekken en een nieuw amendement indienen.
De heer Schreuder (D66) trekt zijn beide moties 100 en 101 in, omdat die zijn overgenomen door de wethouder.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) trekt de twee moties 107 en 108 eveneens in, omdat die zijn overgenomen.
De voorzitter schorst daarop de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Wijmenga.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde:
9
Raadsvergadering van 3 juni 2021 7. Actuele moties. Actuele motie 95. Stemadviezen college bij moties en amendementen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat in Nederland volksvertegenwoordigers individueel worden gekozen. Raadsleden zijn gekozen volksvertegenwoordigers. In Utrecht vertegenwoordigt de raad
alle inwoners van de gemeente Utrecht. De raad heeft het recht om dat zonder last of ruggespraak te doen. Het is daarom frappant dat de uitvoerende macht, het college van burgemeester en wet-
houders, de gekozen volksvertegenwoordigers adviseert over stemmingen betreffende moties en
amendementen. Alleen wanneer er juridische of procedurele redenen zijn om een motie of amendement niet uit te voeren, is de mening van het college interessant en relevant. In alle andere gevallen zou het college zijn mening voor zich moeten houden. Om recht te doen aan de democratie, zoals deze in de Grondwet bedoeld is, wordt deze motie ingediend.
De burgemeester is het met de heer Bos eens dat de democratie een groot goed is. Ze heeft het
genoegen gehad om de democratie op vele verschillende plekken te mogen dienen. In alle raden in het land is er sprake van “hoor en wederhoor”. Dat is in Utrecht niet anders. Er wordt ook niets
gedaan dat tegen de democratie indruist. Uiteindelijk telt er maar één ding, dat volksvertegenwoordigers hun eigen afweging maken, na alle opinies gehoord te hebben. Het helpt bij de
meningsvorming die elk raadslid doormaakt om ook de visie van degene die ermee aan de slag moet te horen. Dat is de kern van het debat: hoor en wederhoor. In de geest van de heer Bos zou ze het over moeten laten aan de raad om hierover te oordelen, maar zij heeft een mening hierover en
wellicht zijn andere raadsleden in deze mening geïnteresseerd. Om die reden ontraadt zij deze motie, maar uiteindelijk is het de beslissing van de raad.
Actuele motie 96. Vind alternatieve locatie(s) afvalcontainers Zocherpark. Mevrouw Sasbrink (PvdD) legt uit dat deze motie gaat over de wens van het college om te gaan
graven in het Zocherpark. Het park wordt steeds verder aangetast. De grenzen van het park, dat een Rijksmonument is en ook als zodanig beschermd, lopen tot en met de omliggende straten. Dat is voor de PvdD al genoeg reden om hier niet te gaan graven voor afvalcontainers. Maar er zijn nog
meer redenen die dit een slecht idee maken, zoals verkeersveiligheid. Het gaat om een smalle straat in een bocht, waar het onmogelijk is om de vuilniswagen veilig te laten passeren. Veilig Verkeer Nederland waarschuwt hier ook voor. Er liggen ook een school, een BSO en een speeltuin in dat gebied. Er is risico op hinder en schade aan de omliggende woningen. Alternatieve locaties zijn
onderzocht. De wethouder heeft de PvdD niet kunnen overtuigen dat de alternatieve locaties niet
geschikter zijn. Er is een mogelijkheid om de vier tot zes gewenste containers over twee locaties te
verdelen. Daarom wordt namens PvdD, VVD, PvdA, CDA, SP, DENK en Stadsbelang Utrecht een motie ingediend.
De heer Verschuure (wethouder) vervangt, net als in de commissie, zijn collega de heer Diepeveen
voor dit onderwerp. Het college ontraadt deze motie. Alternatieve locaties zijn onderzocht en deze
locatie komt daar als minst bezwaarlijk uit. De locatie in het Zocherpark is middels een participatieproces voor de herinrichting van de Tolsteegbarrière en de brug gekozen. In dit proces zijn veel
bewoners actief betrokken geweest. Voor plaatsing in een Rijksmonument is het college niet over
één nacht ijs gegaan. Vanzelfsprekend gebeurt dit op zo’n locatie met de nodige zorgvuldigheid en
10
Raadsvergadering van 3 juni 2021 in samenspraak met alle disciplines die van toepassing zijn, bijvoorbeeld monumentenwelstand,
erfgoed stedenbouw, verkeer en groen. Gelet op de situatie in de ondergrond - kabels, leidingen,
aslastbeperkingen – is het lastig om locaties te vinden in de stad die geschikt zijn voor ondergrondse containers. Het college denkt dat deze locatie acceptabel is.
Actuele motie 97. Ronald McDonald niet in Unesco-gebied of buiten de rode contour. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het Prinses Máxima Centrum is gebouwd buiten de rode contour. Hier heeft de Utrechtse gemeenteraad mee ingestemd, onder voorwaarde dat er
groencompensatie zou komen. Dat heeft een mooie natuurwaarde opgeleverd. Aantasting daarvan is ongewenst. De Hollandse Waterlinie is genomineerd voor de UNESCO Werelderfgoedlijst. Aantasting van dit gebied is ongewenst. Maar juist op deze locaties wil de ontwikkelcombinatie belast met de
realisatie van het Ronald McDonald Huis gaan bouwen. Stadsbelang Utrecht vindt het onwenselijk om in een stuk groencompensatie voor het Prinses Máximacentrum het Ronald McDonald Huis te gaan
bouwen als het ook anders kan. Stadsbelang Utrecht geeft de vier provincies, die samen de UNESCOnominatie hebben voorbereid en vastgesteld, gelijk als zij stellen dat bouwen op het smalste stuk
van de waterlinie onwenselijk is als het ook anders kan. Andere locaties voldoen veel beter aan de gestelde eisen voor de nieuwe locatie voor het Ronald McDonald Huis. Daarom wil Stadsbelang
Utrecht de ontwikkelcombinatie meegeven dat deze locaties niet tot de mogelijkheden behoren. De motie wordt ingediend samen met PvdD.
De heer Schreuder (D66) stelt dat de motie pretendeert om het Ronald McDonald Huis te helpen,
maar lijnrecht ingaat tegen de door hen zelf aangegeven belangen. De motie pretendeert verder dat
D en E verder weg liggen en dat B en C reële opties zijn. Waarom zegt de indiener niet eerlijk dat het belang van een grasveldje zwaarder weegt dan het belang van dit huis?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat dat niet zijn mening is. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) vraagt waarom de heer Bos het onderzoek dat loopt niet afwacht.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de ontwikkellocaties D en E niet wenselijk en is van mening dat er beter andere locaties kunnen worden onderzocht.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt de heer Bos of hij denkt dat de locaties die in de buurt
liggen en geen aantasting zijn voor het groen en het erfgoed, serieus onderzocht worden door de partners in het Science Park.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) kent de onderzoekscommissie niet, maar vindt dat er geen energie en geld moet worden besteed om de locaties D en E te onderzoeken.
De heer Van Dalen (VVD) vraagt of voor de heer Bos hiermee ook de locaties G, H en M, die op een iets grotere afstand liggen, van tafel zijn.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat hij de locaties G, H en M niet afwijst, omdat hij bij die locaties niet de principiële bezwaren heeft als bij de ontwikkellocaties D en E.
11
Raadsvergadering van 3 juni 2021
De heer Van Deún (PVV) is verbaasd dat de motie nu wordt ingediend. Is de motie bedoeld in het belang van de ouders of om politieke partijen in de raad tegen elkaar uit te spelen?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat het in het belang van de ouders is dat het huis zo dicht mogelijk bij de ziekenhuizen gesitueerd zou zijn. Een mogelijke uitkomst is dat het huis wordt
geïncorporeerd in de nieuw te bouwen parkeergarage. Het onderzoeken van de ontwikkellocaties D en E is verspilde moeite en er zouden andere locaties moeten worden onderzocht waarbij die principiële bezwaren er niet zijn.
De heer Verschuure (wethouder) ontraadt de motie, omdat die niet bijdraagt aan een constructieve
oplossing voor een complex vraagstuk. Hij wijst op de eerder aangenomen actuele motie in februari 2021. Het college probeert langs twee sporen te werken, namelijk het opstellen van een HIA voor D en E en het uitwerken van een aantal andere locaties, om de raad in staat te stellen om een goede afweging te maken.
De heer Schreuder (D66) weet dat er naar aanleiding van een eerdere motie afspraken zijn gemaakt met de partners. Doorkruist een en ander elkaar?
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat het college met de partners in gesprek is. Afgesproken is om de varianten op een rij te zetten, om alle mogelijkheden en onmogelijkheden te kunnen afwegen. Een motie om de locaties D en E te schrappen, doorkruist deze afspraak.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt het college of het er vertrouwen in heeft dat de partners
meewerken aan een onderzoek naar alternatieve locaties. Misschien kan een actuele motie een steun in de rug zijn om serieuzer het tweede spoor te gaan bewandelen.
De heer Verschuure (wethouder) denkt dat deze motie daar niet toe bijdraagt, maar dat die eerder de relatie, het onderlinge vertrouwen en de samenwerking zal schaden.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt wat de reactie van het college zou zijn als D als voorkeurslocatie werd vastgelegd in een motie.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat die reactie ongeveer gelijk zou luiden. Afgesproken is om de verschillende varianten nog een keer goed op een rij te zetten, een HIA uit te voeren op de impact op de UNESCO-aanvraag en serieus te kijken naar alternatieve locaties. Bij een eerder
onderzoek zijn overigens al enkele locaties afgevallen omdat ze te ver weg lagen of ongeschikt leken. Een aantal varianten kan nader onderzocht worden.
Actuele motie 98. Zorg voor arbeidsmigranten in onze stad. De heer Van der Zweth (PvdA) dient actuele motie 98 (Zorg voor arbeidsmigranten in onze stad) in, mede namens de heer Wiegant (SP). Vorige week was er een debat over de schrijnende situatie van arbeidsmigranten in de stad. Sinds 1 juni 2021 is de opvang voor EU-arbeidsmigranten gesloten. Daar zijn mensen bij met een heel kwetsbare gezondheid. Het Leger des Heils maakt zich grote zorgen, omdat tien tot vijftien mensen de straat op moeten. De gemeente moet haar zorgplicht
12
Raadsvergadering van 3 juni 2021 serieus nemen en veel meer doen om schrijnende situaties te voorkomen. De indieners van de motie roepen het college op om op korte termijn meer te doen voor die kwetsbare groep en daar opvang voor te regelen. Een en ander zou bekostigd moeten worden uit de coronapakketten. Voorts wordt een plan gevraagd tegen uitbuiting van arbeidsmigranten.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) meent dat de wethouder vorige week in de commissie heeft gevraagd om hem de ruimte en het vertrouwen te geven om opvang te regelen voor deze kwetsbare groep. Is dit geen herhaling van zetten?
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat er iets is gezegd over de kwetsbare gezondheid, een
postadres en een plan voor de zomer, maar er is nog niet toegezegd dat binnen nu en een week die groep in een beschermende opvang terechtkomt.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe de heer Van der Zweth de balans waardeert tussen alles wat nu in Utrecht gebeurt en wat er landelijk moet gebeuren, na de adviezen van de heer Roemer. De heer Van der Zweth (PvdA) onderschrijft dat het rapport-Roemer uitgevoerd moet worden, maar verwacht dat de gemeenten daar een rol in zullen krijgen. Als je nu start met een plan, kun je daarmee verder als er landelijke regelgeving komt.
Mevrouw De Boer (GroenLinks) begrijpt dat het eerste punt van het dictum alleen geldt voor mensen die nu met veel problemen op straat dreigen te komen en niet voor arbeidsmigranten in het algemeen die uit de opvang moeten.
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt bevestigend, want dan gaat het over honderden mensen. Dit gaat over een groep met een kwetsbare gezondheid.
De heer Van Ooijen (wethouder) reageert eerst op het eerste punt van het dictum. In de commissie
heeft hij toegezegd dat de gemeente bij schrijnende medische situaties altijd opvang biedt. Dat gaat in nauwe afstemming met het Leger des Heils en met Barka. Als zij aangeven dat er een urgente medische noodzaak is om opvang te bieden aan iemand, zal de gemeente die opvang bieden. Daarvoor is de motie niet nodig. De wethouder wil niets formaliseren of vastleggen, omdat individueel naar de noodzaak wordt gekeken.
Het tweede punt van het dictum gaat over een brede aanpak voor de lange termijn. In Q4 krijgt de
raad een brief hierover met veel onderwerpen die zijn genoemd. Het is geen aparte aanpak, omdat
de verschillende onderdelen andere sporen hebben met andere ministeries. De wethouder ontraadt de motie.
Mevrouw De Boer (GroenLinks) heeft begrepen dat onder andere Huis van Vrede en Barka werken aan
een plan van aanpak om te zorgen dat de woon-, leef- en werksituatie van arbeidsmigranten beter in beeld komt. Is de wethouder bereid om die groepen te betrekken bij het plan van aanpak dat hij zelf maakt?
De heer Van Ooijen (wethouder) gaat graag met deze partijen in gesprek om te kijken hoe men
elkaar kan versterken. Als daarvoor financiën nodig zijn, wordt de raad op de hoogte gesteld. Hij komt daar in Q4 op terug.
13
Raadsvergadering van 3 juni 2021
De heer Gilissen (VVD) stelt dat de problematiek groter wordt. Zijn organisaties als Barka op dit
moment voldoende toegerust? Is de wethouder bereid om, als er iets extra’s nodig is, die hulp te verlenen?
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat hij hierover in gesprek gaat met Barka. Omdat de problematiek groter wordt, is er wellicht extra ondersteuning nodig.
De heer Van der Zweth (PvdA) dankt de wethouder voor de beantwoording en de toezegging om hier in Q4 op terug te komen. Gisteren is een groep mensen op straat gezet, dus het signaal is er al. Kan de wethouder actief contact opnemen met de partnerorganisaties om die groep zo snel mogelijk opvang te bieden?
De heer Van Ooijen (wethouder) heeft op individuele basis gesprekken met het Leger des Heils en Barka en zal zo snel mogelijk proberen om plekken te vinden.
Actuele motie 99. Samen optreden tegen nepbedeloverlast van georganiseerde bendes. De heer El Abassi (DENK) dient motie 99 (Samen optreden tegen nepbedeloverlast van georgani-
seerde bendes) in, mede namens de heer Bos (Stadsbelang Utrecht). Afgelopen maandag ontving de raad een brandbrief over de problemen die ervaren worden met georganiseerde bedelaars. Deze
bedelaars worden in de ochtend georganiseerd afgezet, staan op professionele manier met elkaar in contact en hinderen mensen op straat. Vaak worden zij door klanten getrakteerd in winkels in de
Kanaalstraat en Damstraat. Halverwege of aan het einde van de dag komen zij enorme bedragen los geld wisselen. De ondernemers vinden dat dit niet langer kan en dat het uitbuiten moet stoppen.
Grote steden als Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven hebben al maatregelen getroffen.
Het probleem in Utrecht is dermate ernstig dat zo’n verbod helaas ook hard nodig is. Deze handelwijze gaat ten koste van de echte bedelaars, die bedelen om in hun levensonderhoud te voorzien.
Een verbod mag dan ook niet ten koste gaan van de echte bedelaars. De motie roept het college op om een voorstel te doen om een (tijdelijk) nepbedelverbod in te stellen in een deel of delen van de
gemeente Utrecht, om de focus te leggen op georganiseerd bedelen door bendes en een jaar na de invoering te evalueren en de bevindingen te delen met de gemeenteraad.
De heer Van Steeg (CDA) onderschrijft het probleem, maar vraagt hoe een onderscheid wordt gemaakt tussen bedelaars en georganiseerde bendes. De heer El Abassi (DENK) meent dat Utrecht al een goed beeld heeft van nepbedelaars. Daarnaast zijn er genoeg middelen om te controleren, zoals een inkomens- of vermogenscheck.
De heer Van Deún (PVV) heeft in november 2019 een vrijwel identieke motie ingediend, die toen alleen door Stadsbelang Utrecht werd gesteund. Wat is het verschil tussen toen en nu?
De heer El Abassi (DENK) reageert dat in de PVV-motie destijds ook naar afkomst werd verwezen,
voor DENK een reden om af te haken. Voorts neemt het probleem toe en is er inmiddels sprake van ernstige overlast.
14
Raadsvergadering van 3 juni 2021 Mevrouw De Boer (GroenLinks) vindt dat de problematiek een debat rechtvaardigt. Zij vraagt hoe wordt voorkomen dat echte bedelaars hierdoor worden getroffen en allerlei controles moeten ondergaan.
De heer El Abassi (DENK) wil met de motie het college aan het werk zetten. In Eindhoven is men in staat om deze nepbedelaars eruit te halen en hij hoort heel graag hoe de burgemeester hierover denkt.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) ziet dat de motie geen ruimte geeft voor een
onderzoek naar deze problematiek. Dan kan wellicht een echte oplossing worden gevonden. De heer El Abassi (DENK) zou niet weten wat er onderzocht moet worden. Er is sprake van een
waterbedeffect: groepen verplaatsen zich vanuit andere steden naar Utrecht. Oplossingen in andere steden helpen klaarblijkelijk.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) zal in haar beantwoording ook de set mondelinge vragen over dit onderwerp meenemen. Zij is op de hoogte van de problematiek. De ondernemers ervaren overlast van de georganiseerde bedelaars. De APV biedt geen juridische titel om door te pakken, want
bedelen is niet strafbaar. Je kunt niet een verbod voor een bepaalde groep instellen. Een bedelverbod moet voor iedereen gelden. Eindhoven heeft in de handhaving proportionaliteit toegepast. De raad
kan het college deze opdracht geven, maar dan komt het college met een totaal bedelverbod, waarbij de proportionaliteit moet worden gevonden in de wijze waarop de handhavers instructies krijgen. Mevrouw Schilderman (D66) hoort dat het niet mogelijk is om onderscheid te maken tussen
georganiseerde bedelaars en andere bedelaars. D66 is geen voorstander van een bedelverbod. Is de burgemeester bereid om te kijken wat met de bestaande regelgeving aan de overlast voor de ondernemers kan worden gedaan?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) is daartoe bereid, maar tekent aan dat de handhavers weinig titel hebben om door te pakken. De overlast kan worden aangepakt, maar komt daarna weer terug.
De heer Gilissen (VVD) begrijpt dat de burgemeester de keuze bij de raad laat. Is zij bereid om met oog voor de kwetsbare groepen zelf met een initiatief te komen om dit via de APV aan te pakken? Mevrouw Dijksma (burgemeester) wil dat alleen doen als daarvoor draagvlak is in de raad. Eerder
bleek uit het debat dat daarvoor geen meerderheid is in de raad. Zij wil graag vooraf weten of een meerderheid van de raad haar dat pad op wil sturen.
De voorzitter concludeert dat de motie oordeel raad krijgt. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de burgemeester denkt dat een bedelverbod zal helpen in de handhaving. Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt bevestigend. Je kunt boa’s afsturen op mensen die
overlast veroorzaken, maar het gedrag dat zij vertonen is niet strafbaar. Je kunt mensen aanspreken en wegsturen, maar niet doorpakken. Zij meent dat boa’s het onderscheid kunnen maken, maar het
15
Raadsvergadering van 3 juni 2021 vertrouwen van de raad nodig hebben dat ze dat mogen doen en dat er proportioneel wordt gehandhaafd.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de burgemeester vindt dat een bedelverbod een effectief middel is tegen nepbedelaars. Of moet er iets anders gebeuren?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) denkt dat het niet alleen om een repressieve aanpak gaat, maar om echt iets te doen, is een bedelverbod wel nodig.
Mevrouw De Boer (GroenLinks) is geen voorstander van een algeheel bedelverbod. In Rotterdam
worden bijvoorbeeld per definitie geen boetes opgelegd aan dak- en thuislozen. Is dat ook in Utrecht mogelijk?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) benadrukt dat nepbedelaars met busjes worden gebracht. Dat zijn geen klassieke dak- en thuislozen die je wilt vrijwaren van dit type handhaving.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft een punt van orde. Op de vraag van de burgemeester aan de raad om zich uit te spreken over een algeheel bedelverbod moet een antwoord komen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) vindt de motie nogal absoluut. De vraag zou ook kunnen zijn: hoe zou zo’n voorstel eruit kunnen zien en wat betekent dat voor de handhaving? Zij vindt dat de
afdeling hiermee alleen aan het werk kan als duidelijk is dat een voorstel de eindstreep zal halen. Als de meerderheid van de raad principiële bezwaren heeft, is het een zinloze exercitie.
De heer El Abassi (DENK) snapt de reacties van een aantal partijen, maar meent dat dit helaas de enige manier is. Doordat er steeds meer nepbedelaars komen, worden de echte bedelaars
gedupeerd. Hij heeft geprobeerd de motie zo op te stellen dat het college ermee aan de slag kan. Mevrouw Dijksma (burgemeester) laat het oordeel daarom aan de raad, maar wil de raad wel
meegeven dat er dan in de APV een totaalverbod op bedelen komt. De nuances in het dictum gaan in de APV verloren. Wel is er nuancering mogelijk in de handhavingsinstructie. De motie geeft het
college de ruimte om met een totaalverbod op bedelen te komen met de gewenste proportionaliteit in de handhavingsinstructie. Zij wil graag weten of hiervoor voldoende draagvlak is.
De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over de actuele moties voor geëindigd. De heer Gilissen (VVD) meldt dat hij naar aanleiding van het debat amendement 44 intrekt en een nieuw amendement indient met dezelfde strekking, maar zonder de gewraakte passage. Hij dient amendement 45 (Temperatuurwisseling stadsverwarming) in. Mevrouw Dijksma (burgemeester) adviseert positief over amendement 45. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt met betrekking tot de actuele motie 98 (Zorg voor arbeids-
migranten in onze stad) op dat de eerste bullet door de wethouder is toegezegd en dat de tweede
bullet enigszins is afgezwakt naar aanleiding van de vragen van GroenLinks. De PvdA trekt met die toezeggingen de motie in.
16
Raadsvergadering van 3 juni 2021
De voorzitter stelt vast dat alle agendapunten zijn afgehandeld. De stemmingen over de voorstellen en de ingediende moties en amendementen zullen in een aparte stemagenda plaatsvinden. De voorzitter sluit hierna, te 14.03 uur, de vergadering.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
17
Raadsvergadering van 3 juni 2021 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens raadsvergadering van 3 juni 2021.
Actuele motie 98. Zorg voor arbeidsmigranten in onze stad. Wethouder van Ooijen
zal de raad in Q4 een brief sturen over dit onderwerp.
zal de woon-, leef- en werksituatie van arbeidsmigranten betrekken bij het op te stellen plan van aanpak.
zal met onder andere Huis van Vrede en Barka in gesprek gaan om te bezien hoe men elkaar kan versterken. Als daarvoor financiën nodig zijn, wordt de raad op de hoogte gesteld. Hij komt daar in elk geval in Q4 op terug.
zal in gesprekken met het Leger des Heils en Barka zo snel mogelijk proberen om plekken te vinden voor de groep die gisteren op straat is gezet.
18
Raadsvergadering van 3 juni 2021
19
INHOUD 1.
Pag.
1
Installatie tijdelijk raadslid GroenLinks
Pag.
1
2.
Vaststellen agenda
Pag.
2
3.
Ingekomen stukken
4.
Raadsvoorstel Geheimhouding
5.
Notulen geheime raadsvergadering 8 april, raadsvergadering, integrale
6.
Notulen vragenuur 22 april 2021
7.
Actuele moties
8.
Herbenoeming vier leden van de Raad van Toezicht van NUOVO Scholen,
9.
Raadsvoorstel Zienswijzen ontwerpbegrotingen 2022 recreatieschappen
10.
Opening
Pag.
voorbereidende vergadering en stemraad van 22 april 2021
Pag.
Pag.
2
Pag.
2
2 Pag.
9
Pag.
3
De Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht
Pag.
3
Raadsvoorstel Zienswijze conceptbegroting 2022 GGDrU
Pag.
3
Pag.
3
Pag.
3
Pag.
3
met verschillende einddata voor de zittingstermijn
11. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2022-2025 Het Utrechts Archief
12. Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek: "Zo sterk als de zwakste schakel. Een onderzoek naar de informatieveiligheid in de gemeente Utrecht"
13. Warmteplan Beursgebied 14. Transitievisie Warmte deel I 7.
2
Actuele moties
Pag.
4 Pag.
9
1 Integrale voorbereidende vergadering 3 juni 2021.doc
2021 NOTULEN INTEGRALE VOORBEREIDENDE VERGADERING 3 juni 2021 Integrale voorbereidende vergadering, gehouden op donderdag 3 juni te 10.00 uur. Voorzitter: de heer Zwanenberg. Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen,
Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Gilissen, Heijne, Işik, Van Heuven, Te Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Van der Marel, Meerding, Oosters, De Pagter, Peters, Podt, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg, Streefland-Driesprong,
Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Weistra, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels.
Griffier: mevrouw Van Hall. 1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom, ook de mensen die meekijken.
Tijdens de integrale voorbereidende vergadering worden alle punten besproken die met een B-status vanuit de commissies zijn doorgeleid naar de raadsvergadering. Moties en amendementen worden in deze integrale voorbereidende vergadering aangekondigd. Vanmiddag vindt het afrondend debat plaats tijdens de raadsvergadering, waarna de stemmingen plaatsvinden in de digitale stemvergadering.
2. Vaststelling agenda. De voorzitter meldt dat alle fracties hebben aangegeven dat de B-status van agendapunt 11,
Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2022-2025 Het Utrechts Archief, kan worden omgezet in een A-status. Hetzelfde geldt voor agendapunt 13, Warmteplan Beursgebied.
De agenda wordt hierna zonder stemming vastgesteld, met inachtneming van de aangebrachte wijzigingen.
12. Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek: "Zo sterk als de zwakste schakel. Een onderzoek naar de informatieveiligheid in de gemeente Utrecht".
De voorzitter constateert dat er vooralsnog geen verbinding is met de Rekenkamer en hoopt dat deze snel tot stand komt. Hij geeft het woord aan mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat het CDA ongeveer een jaar geleden samen met een aantal
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 andere partijen dit punt heeft geagendeerd. Ze is blij dat de Rekenkamer hier onderzoek naar heeft
gedaan. Dat bleek ook wel nodig. In de commissie is er al veel over gesproken. Mevrouw Zwinkels zal kort de knelpunten en problemen aangeven die de Rekenkamer zag en daarnaast de problemen en verbeteringen die het CDA graag zou willen zien.
De Rekenkamer deed de volgende bevindingen. Slechts 6 van de 21 risicoanalyses waren uitgevoerd. Veel mensen klikken op phishingmails. De bewustwording is dus nog niet optimaal binnen de
gemeente. De voorlichtingscampagnes stopten vanwege het vertrek van de projectleider. De risico’s
zijn al langer bekend, maar worden niet verholpen. Tot slot is er een gebrek aan personeel, middelen
en prioriteit. Hier zet het CDA graag tegenover dat het ziet dat de gemeente beter inzet op hulplijnen voor medewerkers, de ontwikkelingen beter bijhoudt en uitgebreider gaat benchmarken dan het nu doet. De gemeente wil de achterstanden inlopen, de privacy van het eigen personeel beter
beschermen en beter samenwerken met partners, leveranciers en partijen met wie ze contracten
aangaat. De fractie wil van de wethouder weten op welke manier dit wordt meegenomen in het plan van aanpak dat de gemeente gaat opstellen. Kan de wethouder nu al een aantal toezeggingen doen op een paar van de zojuist aangestipte onderwerpen?
Mevrouw De Boer (GroenLinks) bedankt de Rekenkamer eveneens voor het onderzoek. Het heeft toch weer wat punten naar de oppervlakte gebracht. Het viel op dat de menselijke factor belangrijk is.
GroenLinks hoopt dat die in het plan van aanpak sterk terug zal komen. Hoe kunnen mensen meer bewust worden van informatieveiligheid en hoe kunnen ze daarin meer getraind worden? Dan gaat
het zowel om waar je op klikt op de computer als de vraag met wie je in een kamer zit en of ze daar thuishoren. Het is belangrijk om scherp te zijn op de contacten onderling. GroenLinks kijkt uit naar het plan van aanpak en zal hier met belangstelling en een kritische blik naar kijken. De wethouder heeft in de commissie al een aantal dingen toegezegd die daarin terugkomen.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) is blij dat het college alle aanbevelingen van het
onderzoeksrapport van de Rekenkamer overneemt en verwerkt in het plan dat ergens in juni naar de raad komt. De ChristenUnie kijkt hiernaar uit en zal, net als GroenLinks, vooral letten op het
belangrijkste onderwerp: bewustwording bevorderen en acties om menselijke fouten die kunnen
leiden tot fouten in de digitale schakel te verminderen. Mevrouw Streefland-Driesprong bedankt de Rekenkamer en wenst het college succes.
De heer Van Dalen (VVD) bedankt eveneens de Rekenkamer. Hij vindt dit extreem belangrijk. Dit is
ook wel te zien in de maatschappij aan het aantal hacks. Hoe kun je dit voorkomen? Bewustwording
is al genoemd, maar er zijn ook technische oplossingen. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Dit is heel urgent en belangrijk.
De heer Van der Zweth (PvdA) sluit zich aan bij de dankwoorden aan de Rekenkamer. Er moet een
hoop gebeuren, maar het college geeft aan daar ook mee aan de slag te gaan. De heer Van der Zweth heeft twee vragen. De wethouder gaf in de commissie aan dat de gemeente op termijn overstapt op
de apparatuur van de gemeente zelf om het veiliger te maken. Kan de wethouder toezeggen om er in
het plan van aanpak op terug te komen wanneer en hoe snel dit gebeurt? Daarnaast onderstreepte de Rekenkamer dat telefoons nu niet in het onderzoek zaten. Misschien is het een goed idee om dit in het vervolg wel mee te nemen. Kan daar in het plan van aanpak al iets over gezegd worden? Kan er serieus worden gekeken naar het gebruik van WhatsApp en dergelijke? De PvdA kijkt uit naar de uitwerking van het rapport.
2
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft een vraag over de eigen apparatuur. Een van de bevindingen van de Rekenkamer was dat het niet alleen gaat over de apparatuur van de gemeente, maar ook over de
software die daarop staat en verouderd kan zijn en daardoor kwetsbaar kan zijn. Is de heer Van der Zweth het ermee eens dat de gemeente er nog niet is als ze alleen kijkt naar de apparatuur zelf? De heer Van der Zweth (PvdA) is het hiermee eens. Mevrouw Voortman (wethouder) bedankt de Rekenkamer voor het onderzoek. Het onderstreept de
urgentie van dit onderwerp. Deels heeft de gemeente al verbeteringen in gang gezet. Hier was ze al voor het onderzoek mee begonnen. Met de verbeteringen die de komende tijd worden ingezet kan de gemeente haar voordeel doen. Net als de raad is ook de wethouder blij met het rapport.
Mevrouw Zwinkels had het over samenwerking met partners. Het is inderdaad belangrijk dat software voldoet aan geldende wet- en regelgeving. Als afnemer heeft de gemeente de verplichting om goede afspraken te maken met de leveranciers. De gemeente werkt op het moment hard aan een kader
waarin de eisen op een toepasbare manier zijn uitgewerkt. Aan de hand daarvan zegt de wethouder
toe dat ze graag het gesprek aangaat met leveranciers en andere partners over de manier waarop dit geïmplementeerd kan worden. Dat vraagt wel om een andere vorm van contract- en leveranciersmanagement.
Daarnaast had mevrouw Zwinkels het over het belang van benchmarken. Het is inderdaad belangrijk om te vergelijken, zodat de gemeente ziet waar verbeteringen nodig zijn. In de praktijk is dit lastig. Dit is al zichtbaar in G4-verband, terwijl men daar toch nog redelijk op elkaar lijkt, laat staan wanneer de vergelijking gemaakt wordt met andere sectoren. Tegelijkertijd zijn er wel aanknopingspunten voor hoe je dat vergelijken goed zou kunnen doen. Met het
Rekenkameronderzoek is een goede benchmark doorgemaakt. Dat heeft veel punten opgeleverd
waar de gemeente aan kan en wil werken. Er zijn nu een aantal momenten waarop het doel van zo’n
benchmark bereikt kan worden. Volgend jaar doet de Rekenkamer een herhaalonderzoek. Dan kan er gekeken worden hoe het er voorstaat.
Daarnaast stelt de wethouder voor om over twee jaar te kijken naar een brede benchmark, eventueel met partners in de stad of het land. Op die manier kan worden bijgedragen aan een verdere
ontwikkeling. De wethouder hoopt dat tegen die tijd de huidige problematiek goed is opgelost en
dat er een stap naar volwassenheid is gemaakt. In de tussentijd zit de gemeente natuurlijk niet stil en wordt er periodiek gebenchmarkt via processen als ENSIA en de IT-audit in het kader van de
jaarrekening audit. Daarnaast kan het college het gesprek aangaan binnen de G4 over hoe er in de toekomst gebenchmarkt kan worden.
Wat betreft bedrijven zegt de wethouder dat het college bezig is om samen te werken vanuit het digitaal weerbaarheidsbeleid. Er lopen bijvoorbeeld initiatieven met ProRail, de Rabobank en de
Universiteit Utrecht om samen te werken aan digitale weerbaarheid binnen de stad. Daarbinnen wordt gekeken naar gezamenlijke dreigingen en oplossingen en wil de gemeente oefenen om gezamenlijke calamiteiten het hoofd te bieden.
De heer Van Dalen (VVD) is blij te horen dat bijvoorbeeld ENSIA, de Rabobank en de Universiteit
Utrecht langskwamen en denkt dat de samenwerking met de VNG goed is. Hij denkt dat het goed is om bij de benchmark niet alleen naar gemeenten te kijken, maar vooral ook naar het bedrijfsleven. Hierbij kan gedacht worden aan banken en accountancykantoren. Die kennen vaak een hoge mate van veiligheid. Is de wethouder bereid om daarnaar te kijken?
3
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat het moeilijk blijft om te vergelijken, maar ze is er wel toe bereid om meer samen te werken op het gebied van digitale weerbaarheid. Dan kan er verder
gekeken worden of de gemeente van die partijen iets kan leren. Het is niet hetzelfde. De wethouder
gaf al aan dat het binnen de G4 soms al moeilijk is om te vergelijken. Dit is met het bedrijfsleven nog wat meer het geval, maar ze wil zeker de samenwerking opzoeken waar dat kan.
In de commissie was bewustwording een belangrijk punt. Dit moet stevig terugkomen in het plan van aanpak. Daar moet meer aan gedaan worden. Je kunt nog zulke goede systemen inrichten, maar als de factor ‘mens’ niet goed is, heb je er maar beperkt wat aan. Er is nu een centraal meldpunt voor
alle security-incidenten via de servicedesk. Er is een apart meldpunt voor datalekken op de website. Dit is apart geregeld, zodat niet alleen medewerkers, maar ook burgers en andere externe partijen
datalekken kunnen melden. Daarnaast zijn er binnen de organisatie decentrale informatiesecurityofficers met wie medewerkers laagdrempelig kunnen spreken over bijvoorbeeld datalekken. Zo
hebben ze altijd iemand bij wie ze terecht kunnen met vragen over privacy en gegevensbescherming. Dat meldproces zal zeker meegenomen worden in het bewustwordingstraject. Mevrouw Zwinkels vroeg hiernaar.
Er waren heel veel ideeën. Student & Starter had het over buddy’s. D66 had ook een voorstel. Hier zal goed naar worden gekeken, want de bewustwording moet inderdaad beter.
De heer Van der Zweth had het over telefoons en apparatuur van de gemeente. Die worden meegenomen in het plan van aanpak. De opleverdatum is Q4. Software wordt daar ook in
meegenomen. Er loopt een intern onderzoek naar het gebruik van communicatie-apps. In het plan
van aanpak kan hier iets over gezegd worden. Een aantal beveiligingsmaatregelen die op de laptops zullen worden genomen, zijn ook al op de telefoons genomen. De wethouder komt hier in het plan van aanpak op terug.
Mevrouw Streefland-Driesprong dacht dat het plan van aanpak over twee weken zou komen. De
wethouder heeft begrepen dat zij zes weken heeft, maar ze zal het zo snel mogelijk doen. Dit is
namelijk een belangrijk en urgent onderwerp. Het college gaat snel aan de slag met dit plan van aanpak.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) dacht inderdaad dat het plan zes weken na de
behandeling in de commissie zou komen. Maar als er over zes weken een goed plan komt, is dat ook goed.
Mevrouw Voortman (wethouder) zal zo snel mogelijk met het plan komen. Ze bedankt nogmaals de Rekenkamer en de raad voor haar opmerkingen.
De voorzitter constateert dat de verbinding met de heer Keulen van de Rekenkamer tot stand is gebracht en geeft hem het woord.
De heer Keulen (Rekenkamer) wacht eveneens met smart op het plan van aanpak. Dat is voorzien zes weken na raadsbehandeling. De focus die zowel de raad als de wethouder aangeeft ziet ook de
Rekenkamer. Bewustwording is heel belangrijk. De Rekenkamer is erg blij dat over twee jaar in ieder geval de gemeentelijke benchmark komt en hij kijkt uit naar het vervolgonderzoek, dat ook het
karakter van een benchmark heeft. Deze verwacht de Rekenkamer over ongeveer een jaar te kunnen doen, maar er moeten dan wel vorderingen gemaakt zijn. Andes wordt het onderzoek een herhaling van zetten en hier is niemand bij gebaat. De heer Keulen is blij dat de publiekssamenvatting
4
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 gewaardeerd wordt door de raad en dat het harde werken van de medewerkers van de Rekenkamer z’n vruchten heeft afgeworpen en dat het zo uitgebreid is behandeld door de raad.
Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat er is gesproken over een vervolgonderzoek dat over een jaar
gedaan zou worden. Er zijn een aantal suggesties meegegeven tijdens de commissie. Er zouden in de komende tijd nog suggesties kunnen komen over de scope van het onderzoek. Hoe wil de Rekenkamer dat organiseren en van de raad ontvangen?
De heer Keulen (Rekenkamer) is blij dat mevrouw Zwinkels hierop terugkomt, want dit was hij
vergeten in zijn beantwoording. De heer Van der Zweth had het onder andere over telefonie. Voor de Rekenkamer is de basis om te bekijken hoe de stand van zaken is naar aanleiding van de gedane
aanbevelingen. Het is vooral een herhaling om te bekijken of de aanbevelingen werken. Aanvullend
kan er gekeken worden naar zaken als telefonie, die logischerwijs binnen de scope passen. De heer
Keulen zegt toe dat de Rekenkamer, voor hij met het onderzoek start, de raad zal informeren dat het onderzoek start. Eventuele inbreng kan hierin meegenomen worden, als het binnen de scope past. De voorzitter dankt de heer Keulen voor zijn aanwezigheid. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde. 14. Transitievisie Warmte deel I. Mevrouw Heijne (GroenLinks) benoemt dat in het Klimaatakkoord is afgesproken dat men van het gas af gaat. Dat is een flinke omslag die iedereen raakt. In de commissie heeft een goede bespreking
plaatsgevonden. Daarin zijn verschillende toezeggingen gedaan die voor GroenLinks belangrijk zijn. Betaalbaarheid was voor GroenLinks en voor vele fracties een belangrijk onderwerp. De wethouder gaf aan dat dit met name op landelijk niveau geregeld wordt. Het werd duidelijk dat de wethouder daarbovenop zit. Dit is voor GroenLinks een geruststelling. De fractie blijft dit traject volgen. Voor GroenLinks was ook belangrijk dat ingezet werd op isolatie. Na doorvragen door de Partij voor de Dieren is toegezegd dat er een actieplan isolatie komt. Ook daar is GroenLinks heel blij mee.
Er zijn nog twee onderwerpen die GroenLinks nader wil onderstrepen. Het eerste is dat de partij wil voorkomen dat pelletketels worden gekwalificeerd als een duurzaam alternatief. Daarom zal de
fractie samen met de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren een motie indienen waarin het college gevraagd wordt te verkennen op welke manier voorkomen kan worden dat pelletketels worden ingezet als alternatief voor aardgas en de resultaten van die verkenning te verwerken in de wijkuitvoeringsplannen.
Verder vindt GroenLinks het belangrijk dat de gemeente de regie houdt bij de ontwikkeling van
warmtenetten. De partij ziet graag dat bewoners zeggenschap krijgen of zelfs gedeeld eigenaar
kunnen worden, net als bij zonne- en windenergie. Daarom heeft GroenLinks samen met de Partij
van de Arbeid, D66 en Student & Starter een motie waarin het college gevraagd wordt te verkennen welke rollen de gemeente, de warmtebedrijven en bewoners kunnen spelen, zodat die publieke
waarden verzekerd zijn en bewoners mogelijkheden hebben tot zeggenaarschap of eigenaarschap.
Tot slot dient GroenLinks nog twee moties in samen met andere partijen. Met D66 dient de partij de motie in over de uitwerking hoe broeikasgassen teruggebracht kunnen worden. Dat zal D66 verder
5
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 toelichten. Met de Partij voor de Dieren dient GroenLinks een motie in die eerstgenoemde partij
verder zal toelichten. Verder zijn er nog meerdere voorstellen die de fractie niet mede-indient, maar waar ze waarschijnlijk wel voor zal stemmen.
De heer Işik (PvdA) vindt dat zijn generatie het aan zijn stand verplicht is om een goede wereld
achter te laten voor de volgende generatie. Het is daarom goed dat men de klimaatproblemen onder ogen ziet en de juiste maatregelen kan treffen. Tegelijkertijd roept hij het college op om alles op
alles te zetten om ervoor te zorgen dat de aanpak van klimaatproblemen geen zaak wordt van de
hoogopgeleide elite. Die heeft men hard nodig, maar de urgentie moet ook gevoeld worden in de
hele samenleving. Het moet een gemeenschappelijke opdracht worden. Hoe gaat het college dit voor elkaar krijgen?
Net als GroenLinks vindt de Partij van de Arbeid de betaalbaarheid en beschikbaarheid ook
belangrijk. De fractie hoopt dat het college streng toezicht houdt en ervoor zorgt dat het betaalbaar
blijft voor iedereen. De PvdA hecht ook grote waarde aan initiatieven van bewoners. De fractie hoopt dat er in het kader van de wijkgerichte aanpak maatwerk georganiseerd wordt en dat het college de regie pakt. Daarom kondigt de fractie samen met de PvdD een motie aan. D66 en CDA staan er ook
positief tegenover. Het college wordt hierin opgedragen vorm te geven aan de eigen regierol, zodat bewonersinitiatieven meer ruimte krijgen en men komt tot kleinschalige wijkgerichte energieplannen. Zo wordt de monopolypositie van grote bedrijven geminimaliseerd.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) had eerder een discussie met de heer Te Hoonte over kleinschalige initiatieven. Hij vroeg hem toen of de transitie niet te duur zou worden als er veel ruimte is voor kleine initiatieven. Hoe ver wil de heer Işik gaan? Hoeveel ruimte moeten bewonersinitiatieven krijgen? Is er in de visie van de PvdA ook nog een rol voor grote bedrijven?
De heer Van Steeg (CDA) vindt het belangrijk om de hele stad en alle bewoners te betrekken bij wat
er gebeurt. Het moet niet alleen een initiatief van de gemeente worden. Toch is een bedrijf als Eneco ook nodig. In de motie wordt verzocht om de monopolypositie van Eneco zo klein mogelijk te maken? Hoe ziet de heer Işik dit?
De heer Işik (PvdA) antwoordt dat hij eerder zei dat de stad ook Eneco nodig heeft om de
duurzaamheidsdoelstellingen te bewerkstelligen, maar het mag geen permanente doorslaggevende rol hebben bij de bewonersinitiatieven. Daar moet echt ruimte zijn. In het gebied van het
Veemarktterrein houden bewoners zich bijvoorbeeld bezig met duurzaamheidsvraagstukken. De
heer Işik wil Eneco niet weg hebben, maar zijn positie iets kleiner maken, zodat er ruimte ontstaat voor initiatieven vanuit de samenleving. Tegen de ChristenUnie zegt de heer Işik dat de gemeente
bijvoorbeeld initiatieven kan clusteren. De regierol moet zodanig ingevuld worden dat de bewoners het gevoel hebben dat ze ondersteund worden en gefaciliteerd worden om de volgende stap te zetten.
De heer Te Hoonte (VVD) kan de heer Işik een heel stuk volgen, maar heeft alleen wat moeite met de regierol van de gemeente. Straks is er een nieuwe monopolist of komt er een partij die zich met
steun van de gemeente als vertegenwoordiger van de bewoners presenteert. Juist bij warmte ziet de heer Te Hoonte wel kansen. Dat soort initiatieven moeten niet dwarsgezeten worden. Als de
wethouder de motie op die manier kan uitleggen, is de VVD wel voor die kleine initiatieven, maar de achtervang van een groot net heeft de gemeente wel nodig. Ook bij Leeuwesteyn, waar Eneco
6
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 eigenlijk buitenspel is gezet, kunnen ontwikkelaars als ze dat willen alsnog wel kiezen voor warmte van Eneco en dat is wel goed.
De heer Işik (PvdA) wil dat de bewoners een partner worden in deze kwestie, omdat zij ook
meebetalen aan de transitie. Op dit punt verschilt hij niet met de VVD. Hij wil ook niet dat de
gemeente de monopolypositie van Eneco overneemt. Hij wil dat de gemeente twee dingen concreet doet. Het eerste is ruimte verschaffen aan bewonersinitiatieven en deze faciliteren zodat ze
zelfstandig de volgende stap kunnen zetten. Het tweede is dat de gemeente niet altijd de bepalende macht is. De gemeente kan de bewoners volgen in plaats van dat het de gemeente is die bepaalt. Kort samengevat wil de PvdA dat de bewoners een serieuze partner worden in de wijken bij het
maken van warmteplannen. Als het college dat toezegt en de motie overneemt, zal de PvdA heel blij zijn.
De heer Schreuder (D66) merkt op dat aardgasvrij worden de grootste opgave is sinds het invoeren van het aardgas. Jaren heeft men kunnen interen op de erfenis van de aarde die miljoenen jaren
energie had opgeslagen onder de grond. Het was energie die er eenvoudig uitgehaald kon worden
zonder haar op te wekken, praktisch gratis. Dat klinkt te goed om waar te zijn, want dat is het ook.
Bij deze gratis energieborn rekende men even niet mee, dat men ook schade aanbracht door hem te verbranden. Inmiddels wordt dat wel ingezien. Wereldwijd en landelijk zijn afspraken gemaakt, het
Klimaatakkoord, om hiermee aan de slag te gaan. De gemeente gaat nu richting geven aan de eerste stap daarin.
Duurzaamheid, betaalbaarheid, betrouwbaarheid, transparantie en een open net met keuzevrijheid: in deze publieke randvoorwaarden voor warmtenetten ziet D66 een heel goed richting om die
collectieve oplossingen verder uit te werken. Ook op het gebied van de praktische uitwerking in deel II is betaalbaarheid, betrouwbaarheid en zo min mogelijk gedoe als goede voorwaarden om
Utrechters de zekerheid te geven die zij nodig hebben om mee te kunnen in deze grote transitie. Met de kennis dat dit een doorlopende herijking zal krijgen als geheel en in de wijkuitvoeringsplannen kan D66 dan ook instemmen met de hoofdlijnen in dit plan.
Dat D66 de globale richting steunt, wil niet zeggen dat de fractie niet met vraagtekens zit en ze is
niet de enige. In een opgave als deze zullen vele vragen gaandeweg beantwoord moeten worden en
tot aanpassingen leiden. De grootste zorg is de rol van de Utrechters zelf in de transitie. D66 steunt graag het voorstel van GroenLinks over de regierol van de gemeente. De heer Schreuder kijkt ook
met zeer veel interesse naar het voorstel van de PvdA. Ook het voorstel van het CDA om bedrijven te betrekken is zeer interessant. De heer Schreuder hoort graag een duiding van de wethouder. Mede namens Student & Starter zal hij zo de motie “Wat groot gegroeid is, is klein begonnen” in. Hierin
wordt beoogd om meer ruimte te geven aan bewoners die zelf al kleinschaliger eerder aan de slag willen dan hun wijkuitvoeringsplan voorschrijft en dit mee te nemen richting deel II van de Transitievisie Warmte.
Daarnaast heeft D66 zorgen over de keuzes binnen de transitie en hoe deze de uiteindelijke broeikasgassenuitstoot in de stad beïnvloeden.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat het verschil is tussen de eerste motie van D66 en die van de
PvdA. Of is een toezegging van de wethouder dat kleinschalige initiatieven ondersteund gaan worden voldoende voor beide fracties?
De heer Schreuder (D66) antwoordt dat beide fracties in dezelfde richting werken. In details is de
7
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 richting net iets anders. In de ogen van de heer Schreuder zijn de voorstellen complementair. Hij richt zich ook minder op de marktrol van Eneco, die net even tot een debat leidde. In Expeditie Warmte heeft de gemeente een aantal heel waardevolle lessen geleerd. De deelnemers waren
enthousiast. Deze les moet meegenomen worden naar deel II en moet hier echt onderdeel van worden.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Schreuder de raad adviseert om zowel de motie van de
PvdA als die van hemzelf te ondersteunen of dat hij alleen zijn eigen motie zal ondersteunen en die van de PvdA niet.
De heer Schreuder (D66) adviseert uiteraard om zijn eigen motie te steunen. Daarnaast zal hij met
zeer veel interesse kijken naar de motie van de PvdA. Hij wil nog even horen wat de wethouder ervan denkt, maar hij kan zich zomaar voorstellen dat D66 ervoor stemt.
De tweede motie van D66 gaat over hoe de keuze in de volgorde en de keuze van de bronnen de uiteindelijke hoeveelheid broeikas die de stad uitstoot beïnvloedt. Dit is de motie “Onderbouw
terugbrengen van broeikasgasuitstoot in warmtetransitie”, mede ingediend door GroenLinks en de PvdA. Hierin wordt gevraagd om de consequenties van de keuzes in beeld te brengen bij deel II.
De heer Wiegant (SP) staat in de basis positief tegenover deze Warmtevisie. De belangrijkste gevaren zijn de vraag hoe blijvende betaalbaarheid gegarandeerd kan worden, hoe draagvlak bereikt wordt, het gebruik van biomassa en de monopolypositie van Eneco. Hij zal dan ook moties en amendementen indienen die hier verbeteringen in aanbrengen steunen.
De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat de raadsleden op het gebied van warmte dichter bij elkaar zitten dan op het gebied van elektriciteit. Ook de VVD staat in beginsel positief tegenover deze
Transitievisie. De heer Van Dalen heeft namens de VVD in de commissie aangegeven dat de fractie wat moeite heeft met de omzetting van hoge-temperatuur-stadsverwarming naar middentemperatuur-stadsverwarming om vervolgens in een andere wijk weer hoge-temperatuur-
stadsverwarming aan te leggen, zonder garantie dat het de stadsverwarming verduurzaamt. Hiervoor
heeft de heer Te Hoonte een motie en een amendement gemaakt dat hij ambtelijk al heeft afgestemd met de wethouder. Hij hoopt dus op een positief advies. In de motie wordt opgeroepen om nader onderzoek te doen naar specifieke consequenties van het omzetten van hoge-temperatuur naar
midden-temperatuur of lage-temperatuur op gebouwniveau. Als de wethouder kan toezeggen dat ze voor de besluitvorming van de Transitievisie deel II de raad hierover kan informeren, dan is dit voor de heer Te Hoonte voldoende en hoeft hij niet over de motie te stemmen.
De heer Schreuder (D66) had de indruk dat deel II nog verdere richting gaf, waarna er periodiek herijkt gaat worden en er wijkuitvoeringsplannen gemaakt gaan worden. In hoeverre is deze
tussenstap specifiek nodig? De heer Schreuder heeft namelijk zorgen bij heel veel wijken. Hij was juist enigszins gerustgesteld door deze grondige doorlopende uitwerking en tussenstappen.
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er modelwoningen in Overvecht staan die van aardgas naar
volledig aardgasvrij zijn gegaan. Daar is specifiek onderzoek naar gedaan. De heer Te Hoonte heeft het idee dat er ook in de modellen van het Rijk een soort aanname is dat de omzetting van hogetemperatuur naar een andere temperatuur makkelijk en goedkoop is. Maar de huizen zijn
verschillend van elkaar, dus de heer Te Hoonte zou meer informatie willen hebben voor dit
8
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 daadwerkelijk gedaan gaat worden. Er kunnen wat huizen als voorbeeld bekeken worden, zodat de raad wat onderbouwing heeft voor ze beslist om het te gaan doen. Hij gaat voorlopig mee met de wethouder dat het makkelijk te doen is, maar zou nog wat meer voorbeelden willen zien voor het definitief uitgevoerd wordt. Dan past het om dat voor deel II te doen.
Dit sluit aan op het amendement van de VVD. De fractie vindt het ook nog wel belangrijk dat die
stadsverwarming verduurzaamt. Als er hoge-temperatuur wordt aangelegd, zonder dat er zicht is op verduurzaming daarvan, is dat a priori niet de beste oplossing. Als men niet weet hoe die midden-
temperatuurbronnen in die wijken gemaakt kunnen worden, is het ook geen oplossing om hen naar midden-temperatuur om te zetten. De fractie wil dus dat de gemeente echt zicht heeft op die
bronnen en verder is in de onderzoeken naar geothermie voor er besluitvorming plaatsvindt. Dit wil de VVD per amendement toevoegen aan het besluit.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) deelt de zorg van de VVD over het uitbreiden van het hoge-
temperatuurnet, maar begreep in de commissie, waar de heer Te Hoonte niet bij was, dat het niet de bedoeling was om dat net uit te breiden en dat men zich juist ging richten op midden- en lage-
temperatuur. De hoge-temperatuur wordt alleen gebruikt in gebouwen waar die midden- en lagetemperatuur niet kan. Hoe heeft de heer Te Hoonte dat geïnterpreteerd?
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hij zeker heeft meegekeken naar de commissie. Uit de
kaarten krijgt hij het beeld dat in de wijken waar nu geen stadsverwarming is maar gas wordt ingezet op hoge-temperatuur, omdat laag- en midden-temperatuur daar heel moeilijk gaat worden. Andere wijken worden juist van hoge-temperatuur afgehaald, omdat gezegd wordt dat het geen duurzame bron is. De raad moet dan als stok achter de deur bij de monopolist die de stad nog heeft in het
besluit opnemen dat er zicht is op de bronnen. Dit moet gezien worden als ondersteuning van het
hele transitieplan dat Eneco moet aanleveren voor de hoge-temperatuur-stadsverwarming. Het kan niet zo zijn dat de stad eindigt met een extra biomassacentrale en een extra gascentrale.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat ze zich in het laatste natuurlijk kan vinden. Voor de
oudere wijken wordt er inderdaad gekeken naar hoge-temperatuur. Ze deelt ook het idee om aan te dringen op verduurzaming van de stadsverwarming.
De heer Te Hoonte (VVD) had in het debat over Rijnenburg gevraagd om in te zetten op zonthermie, omdat dit hoge-temperatuur kan opleveren en er duurzame bronnen worden gezocht. Hij had de
wethouder gevraagd hoe het staat met de ontwikkeling daarvan. Hij herhaalt die vraag hier en vraagt om een toezegging dat er in de breedte van de stad gezocht wordt naar daken en plekken voor
hoge-temperatuur-zonthermieprojecten, zeker in de buurt van warmtebuffers die Eneco toch al gaat bouwen. Hier zou Utrecht een voortrekkersrol in Nederland kunnen pakken, om te laten zien dat je met zon stadsverwarming kunt opwekken.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de toekomst fossielvrij is. Met een visie red je de wereld niet en dat is wat de PvdD betreft wel het uitgangspunt van deze Transitievisie Warmte. De fractie
onderschrijft dat er gestopt wordt met gas als bron van warmte en vindt de gekozen uitgangspunten, betaalbaarheid, robuustheid en geen gedoe, erg goed. De fractie mist wel de nodige actie. De
klimaatcrisis vraagt erom dat de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk en zo veel mogelijk
beperkt wordt. Daarom is de partij blij dat de wethouder in de commissie toezegt met een actieplan besparen te komen. Het duurt nog een jaar, maar daar kan dan in ieder geval verder over gepraat
9
Integrale voorbereidende vergadering van 3 juni 2021 worden. Ondertussen heeft de fractie twee problemen met de Transitievisie Warmte. Het eerste is het sturen van de ideale mix van bronnen. Er worden een hoop bronnen genoemd, maar er wordt geen keuze gemaakt tussen die bronnen en de fasering van die bronnen. In de commissie zei de wethouder dat ze niet kan sturen, omdat ze geen instrumenten heeft. Ze wilde geen
bronnenstrategie maken, omdat ze dat zonde van de tijd vond. De heer Van Heuven vindt dit
jammer. Het college moet gewoon voorkeuren hebben voor bepaalde duurzame bronnen. De PvdD kan het warmteplan op dit punt niet op waarde schatten en zou graag willen dat de wethouder
alsnog komt met een onderbouwde bronnenstrategie of in ieder geval nog iets toevoegt in deel II van de Transitievisie Warmte. De heer Van Heuven hoort graag een toezegging.
Het tweede punt is dat de stad met deze Transitievisie steeds afhankelijker wordt van
stadsverwarming en van één exploitant. Dit bedrijf kiest nu nog volop voor biomassa. Hiermee
creëert de stad een lock-in voor zichzelf. De wethouder erkende dit risico in de commissie, maar
leek niet echt in actie te komen om hier iets tegen te doen. Kan de wethouder toezeggen om in deel II met een soort strategie komen om de afhankelijkheid van stadsverwarming verder te beperken en meer te sturen op lokale buurtnetten? De PvdA komt met een goede motie hierover. Ook D66 gaat iets interessants indienen.
Eerder is in de commissie een mooi debat gevoerd over biomassa en de kwaliteitsverklaring inzake stadsverwarming. Bij dit debat had de heer Van Heuven twee moties aangekondigd. De commissie verzocht toen om die niet als actuele motie in te dienen, maar om dat hier te doen. Hier geeft de
heer Van Heuven gehoor aan. Hij heeft dus twee moties. De eerste is “Nieuwe biomassacentrales zijn niet wenselijk”. Vier andere partijen hebben deze al medeondertekend. De tweede motie is
“Accepteer de kwaliteitsverklaring niet langer”. Hier zijn drie medeondertekenaars. Het debat is hier al over gevoerd, dus de moties hoeven niet geïntroduceerd te worden.
De heer Van Steeg (CDA) sluit zich aan bij de verschillende partijen die al hebben gezegd hoe groot
de opdracht is om van het gas af te gaan. Juist omdat de opdracht zo groot is, is het risico ook groot dat het een initiatief van de overheid was en niet van de bewoners. Daarom vindt de heer Van Steeg
de motie van de heer Işik sympathiek. Buiten de raad om heeft de heer Van Steeg contact gehad met een bewonersinitiatief dat tegen de verschillende afdelingen van de gemeente opliep. Dit laat wel
zien dat er een proactieve houding van de gemeente nodig is. De heer Van Steeg vindt de moties op dit vlak dan ook positief.
In de commissie kwam de betrokkenheid van het bedrijfsleven heel weinig aan de orde, terwijl er een heel goede analyse van de TU Delft lag. De heer Van Steeg roept de wethouder op daar meer mee te
doen en dit concreet te maken. Bedrijven hebben veel energie om dit op te pakken. Er zijn ideeën. De raadsbrief hierover was echter vrij teleurstellend. Er kan bijvoorbeeld een werkgroep ingesteld