CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 22 mei 2025, gemeente Utrecht37.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

136 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 137 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente, Interview voormalig medewerker gemeente. 138 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview voormalig medewerker gemeente. 139 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente, Interview voormalig medewerker gemeente.

57

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 (een lokaal buurtwarmtenet) te financieren. Het was vervolgens voor langere tijd onduidelijk hoe deze individuele oplossing van de initiatieven afgewogen moest worden ten opzichte van het collectieve voorkeursalternatief van de gemeente (stadswarmtenet). Nadat de buurtinitiatieven van hun buurtwarmtenet-idee afstappen presenteren zij in de loop van 2023 hun plan voor een andere individuele oplossing: een warmtepomp. Dan wordt voor de gemeente steeds meer duidelijk dat de individuele oplossing van de initiatieven niet in lijn is met het algemene belang om alle wijkbewoners een haalbaar en betaalbaar aanbod te doen. Het plan van de initiatieven vraagt op voorhand namelijk een te grote investering van bewoners. 140 De gemeente besluit dan ook om de initiatieven niet meer te ondersteunen. Nadat ook de gemeenteraad in februari 2024 het alternatieve plan van de bewonersinitiatieven verwerpt, heffen beide initiatieven zichzelf in maart 2024 op.

3.4

INFORMATIEVOORZIENING: GEMEENTERAAD VAAK, VOLLEDIG EN REALISTISCH OVER HET PROJECT GEÏNFORMEERD, VEEL INFORMATIE WORDT DOOR DE RAAD NIET BENUT

Voor een project dat in het kader van een politiek gevoelig en belangrijk thema wordt uitgevoerd, is het nodig dat de gemeenteraad goed wordt geïnformeerd over de voortgang daarvan. De raadsinformatie moet voldoen aan de algemene en projectspecifieke afspraken die hierover zijn gemaakt. En moet toereikend zijn. Dat wil zeggen: volledig, beschikbaar, begrijpelijk, vergelijkbaar en tijdig. Deze paragraaf beantwoordt onze vierde onderzoeksvraag: In hoeverre is de gemeenteraad goed geïnformeerd over de voortgang van het project? Geen afspraken gemaakt over informatievoorziening, gemeenteraad wel veelvuldig geïnformeerd Wij constateren dat er voorafgaand aan het project geen concrete afspraken zijn gemaakt over het informeren van de gemeenteraad over de voortgang van het project Overvecht-Noord aardgasvrij. Desondanks is de gemeenteraad vanaf het begin geïnformeerd over het project, waarbij de hoeveelheid informatie in de loop van de jaren toenam. Wij zien dat de informatie die met de gemeenteraad is gedeeld begrijpelijk, uitgebreid en in de onderzochte periode goed vergelijkbaar was, met name omdat de scope van het project gelijk bleef. In enkele gevallen – bijvoorbeeld rondom de start van het vervangen van brosse aardgasleidingen door Stedin – werd dit pas na enkele maanden met de gemeenteraad gedeeld.

Op 12 oktober 2017 ontvangt de gemeenteraad haar eerste raadsbrief over project OvervechtNoord aardgasvrij. 141 Vanaf de eerste brief tot aan de vroegtijdige beëindiging van de samenwerking in het project zijn 32 raadsbrieven over Overvecht-Noord aardgasvrij verstuurd. Soms waren dit updates over de voortgang van het project, andere keren ging het over een specifiek onderdeel van het project zoals het deelproject elektrisch koken 142 of over het vrijmaken van gemeentelijke middelen voor het project. 143

140 Gemeente Utrecht (3 november 2023). Raadsbrief Tussenrapportage uitvoeringsprogramma Overvecht-Noord Aardgasvrij en ontwikkelingen m.b.t. buurtinitiatieven. 141 Gemeente Utrecht (12 oktober 2017). Raadsbrief Overvecht-Noord aardgasvrij in 2030. 142 Zie bijvoorbeeld: Gemeente Utrecht (7 februari 2020). Raadsbrief Elektrisch koken Overvecht-Noord; Gemeente Utrecht (20 december 2021). Raadsbrief Voortgang elektrisch koken Overvecht-Noord: Gemeente Utrecht (1 september 2022). Raadsbrief Voortgang elektrisch koken. 143 Gemeente Utrecht (30 november 2020). Raadsbrief Toelichting 3,75 miljoen voor Overvecht-Noord.

58

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 Wethouder stuurt op het tijdig en volledig informeren van de gemeenteraad Door de jaren heen benoemt de wethouder Energie meermaals bij de staf Energie dat het belangrijk is om de gemeenteraad goed te informeren. Ze vraagt bijvoorbeeld om de beslismomenten van de gemeenteraad te benoemen in een raadsbrief 144, vraagt de staf om in een raadsbrief de rol van de raad duidelijk te benoemen 145 en vraagt om de raad goed mee te nemen in belangrijke momenten in het project. 146 Ook pleit de wethouder ervoor om het project op te nemen in de Regeling Risicovolle Projecten (RRP). 147 Regeling Risicovolle Projecten toetst halfjaarlijks het project, maar kaders voor beoordeling ontbreken Nadat Overvecht-Noord aardgasvrij in 2021 door de gemeenteraad wordt toegevoegd aan de Regeling Risicovolle Projecten (RRP), ontvangt de raad ieder half jaar een voortgangsrapportage waarin de risico’s werden beoordeeld en toegelicht. 148 De eerste voortgangsrapportage vanuit de regeling verschijnt in het najaar van 2021. 149 In deze rapportages kan de gemeenteraad volgen hoe de verschillende aspecten van het project verschuiven van groen naar oranje en soms van oranje naar rood (zie tabel 3.5). De voortgangsrapportage van voorjaar 2024 is opgesteld vóór de beëindiging van de samenwerking in het project.

Tegen de tijd dat deze rapportage met de raad werd gedeeld, was de samenwerking in het project al beëindigd. De gemeenteraad was wel eerder al geïnformeerd over de beëindiging van de samenwerking middels een raadsbrief die daags na het publiceren van het persbericht door Eneco aan de raad is verstuurd. Tabel 3.5 Overzicht van kleurscores van project Overvecht-Noord aardgasvrij in de rapportages vanuit de Regeling Risicovolle Projecten Rapportage

Najaar 2021

Voorjaar 2022

Najaar 2022

Voorjaar 2023

Najaar 2023

Voorjaar 2024

Doelstelling Scope Geld Tijd Kwaliteit Risico’s Organisatie Communicatie Bron: Rekenkamer Utrecht (2025) o.b.v. voortgangsrapportages RRP

De RRP-rapportages worden door de gemeentelijk betrokkenen gezien als waardevolle documenten, omdat zij inzicht geven in de risico’s van het project en dit inzicht ook bieden aan de gemeenteraad. 150 Voor toetreding tot de regeling werden de risico’s uit het project wel beschreven

144 Gemeente Utrecht (2 oktober 2019). Verslag Staf Mobiliteit en Energie; Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 145 Gemeente Utrecht (6 september 2021). Actielijst Staf Energie. 146 Gemeente Utrecht (29 november 2021). Verslag Staf Energie. 147 Gemeente Utrecht (19 april 2021). Actielijst Staf Energie. 148 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente, Interview voormalig medewerker gemeente; Gemeente Utrecht (17 september 2021). Raadsbrief Voortgangsrapportages Regeling Risicovolle projecten. 149 Gemeente Utrecht (17 juni 2021). Raadsvoorstel Regeling risicovolle projecten; Gemeente Utrecht (17 september 2021). Voortgangsrapportage Regeling Risicovolle Projecten Overvecht-Noord aardgasvrij. 150 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente, Interview voormalig medewerker gemeente.

59

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 in raadsbrieven, maar de RRP-rapportages gaven de gemeenteraad deze informatie in een vast format, inclusief onderbouwing en beoordeling van de risico’s. 151 De voortgangsrapportages moeten als ondersteunend instrument een gesprek in de raad faciliteren. 152 In de rapportages staan alleen de belangrijkste risico’s opgenomen, die gescoord worden (groen, oranje of rood) door de projectbeheerser in gesprek met het projectteam en de projectmanager van OvervechtNoord aardgasvrij. 153 Een kanttekening bij de RRP-rapportages over Overvecht-Noord, is dat deze zijn opgesteld zonder bijbehorend startdocument. In het startdocument worden kaders voor het project vastgelegd, waaraan de verschillende aspecten van het project kunnen worden getoetst. Dit is destijds niet gedaan omdat de kaders onvoldoende duidelijk waren bij het project. Door het ontbreken van een startdocument kregen de voortgangsrapportages vanuit de RRP een andere vorm voor Overvecht-Noord. Nu werd voor de beoordeling (groen, oranje of rood) van de aspecten van het project (zoals financiën, planning en risico’s) teruggegrepen op de voorgaande rapportage, eerder verzonden raadsbrieven en de Transitievisie Warmte, in plaats van op het startdocument.

154 Sommige ambtelijk betrokkenen noemen het begrijpelijk dat er geen startdocument is gemaakt bij toetreding tot de RRP, vanwege de veranderlijke kaders en randvoorwaarden van het project. 155 Anderen noemen het ‘niet handig’ dat er geen startdocument was, aangezien dit de nulmeting voor het project is en de voortgang beter gestaafd kan worden met een startdocument. 156 Begin 2022 is wel een eerste risicoanalyse uitgevoerd op het project, waar concern control op heeft meegekeken. 157 Het startdocument zou gelijktijdig met het wijkuitvoeringsplan (WUP) worden voorgelegd 158, maar doordat het WUP meermaals wordt uitgesteld (van eind 2021 naar half 2024) is er geen startdocument RRP verschenen vóór de beëindiging van de samenwerking in het project. Gemeenteraad zelf beperkt aan zet geweest tijdens het project Binnen het project Overvecht-Noord aardgasvrij is de gemeente langere tijd zoekende naar de rol van de gemeenteraad. Ten tijde van het Transitieplan (2019) is nog niet helemaal helder welke besluiten aan de raad moeten worden voorgelegd. De raad krijgt op dat moment te horen: “U besluit als raad in elk geval over het uitvoeringsplan.

Hierin is beschreven welke alternatieven voor aardgas in welke delen van de wijk het beste passen, en hoe die kunnen worden gerealiseerd.” 159 Het idee dat de gemeenteraad besluit over het wijkuitvoeringsplan (WUP) voor Overvecht-Noord blijft langere tijd bestaan en wordt ook meermaals zo gecommuniceerd via raadsbrieven. 160 Eind 2023 wordt echter duidelijk dat het college bevoegd is om het WUP – wat inmiddels het uitvoeringsprogramma wordt genoemd – vast te stellen. Maar omdat de raad al vaak is toegezegd dat zij het WUP / uitvoeringsprogramma voor Overvecht-Noord ter besluitvorming voorgelegd krijgt, gaat deze collegebevoegdheid tegen de verwachtingen van de raad in

151 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 152 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 153 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 154 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 155 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente, Interview voormalig medewerker gemeente. 156 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente. 157 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente; Gemeente Utrecht (8 april 2022). Rapportage Regeling Risicovolle Projecten Overvecht-Noord aardgasvrij. 158 Gemeente Utrecht (8 april 2022). Rapportage Regeling Risicovolle Projecten Overvecht-Noord aardgasvrij. 159 Gemeente Utrecht (29 oktober 2019). Raadsbrief Transitieplan Overvecht-Noord Aardgasvrij, p. 3. 160 Zie bijvoorbeeld: Gemeente Utrecht (24 november 2020). Raadsbrief Voortgang Overvecht-Noord aardgasvrij; Gemeente Utrecht (4 oktober 2021). Raadsbrief Uitkomsten onderzoek Overvecht-Noord aardgasvrij; Gemeente Utrecht (19 januari 2022). Raadsbrief Jaarplan 2022 Energietransitie.

60

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 en is het politiek onwenselijk om het programma door het college te laten vaststellen. 161 Uiteindelijk wordt afgesproken dat de gemeenteraad de kaders voor een alternatief voor aardgas in Overvecht-Noord vaststelt, met het concept uitvoeringsprogramma als bijlage bij dit raadsvoorstel. 162 Het raadsvoorstel met kaders voor Overvecht-Noord aardgasvrij is er vóór de vroegtijdige beëindiging van de samenwerking niet gekomen. Wel heeft de gemeenteraad voor OvervechtNoord gedurende het traject (2016 – 2024) de volgende besluiten genomen: ■ Besluit tot een gemeentelijk bijdrage van €3,75 miljoen voor het project. 163 ■ Mandateren van de gemeente om op basis van de randvoorwaarden uit de Transitievisie Warmte deel I de uitbreiding van het warmtenet in Overvecht-Noord met Eneco te verkennen. 164 ■ Het toevoegen van Overvecht-Noord aardgasvrij als een van de projecten binnen de Regeling Risicovolle Projecten. 165 ■ Het Chw bestemmingsplan kookgasvrij Overvecht vaststellen, waarin de mogelijkheid voor de toepassing van de Crisis- en herstelwet voor Overvecht-Noord wordt geborgd. 166 Gemeenteraad laat gedurende het project veel informatie onbenut De gemeenteraad is vanaf 2017 tot aan de beëindiging van de samenwerking regelmatig geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen en haalbaarheid van het project OvervechtNoord aardgasvrij.

In de raadsbrieven staan terugkerend verschillende risico’s voor het project benoemd, zoals het ontbreken van de juiste wet- en regelgeving en het financieel niet sluitend krijgen van de businesscase. Een betrokken gemeenteambtenaar zegt hierover: “Vrijwel alles wat de gemeente heeft gedaan is beschreven in de vele raadsbrieven die zijn gepubliceerd.” 167 In de voortgangsrapportages die vanuit de RRP halfjaarlijks worden gestuurd staan de grootste risico’s voor het project ook opgesomd. De rekenkamer constateert dat de gemeenteraad weinig heeft geacteerd op de beschikbare informatie over de voortgang van het project. Ook niet wanneer uit de score van de RRP-rapportages valt af te leiden dat het project steeds meer risico’s en onzekerheden kent. In de periode oktober 2017 (eerste raadsbrief) tot 4 april 2024 (de vroegtijdige beëindiging van de samenwerking) zijn twee raadsbrieven geagendeerd in commissievergaderingen en vinden vijf informatiebijeenkomsten voor de raad plaats, waarvan een deel georganiseerd wordt door de buurtinitiatieven uit Overvecht-Noord. Naar aanleiding van raadsbrieven worden slechts drie keer schriftelijke vragen gesteld over Overvecht-Noord; over deelproject elektrisch koken en over de buurtinitiatieven. Daarnaast worden vijf moties ingediend, waarvan er vier gaan over de ruimte die buurtinitiatieven wordt geboden binnen het project.

De voortgangsrapportages vanuit de RRP worden niet geagendeerd in de commissies (Veiligheid, Bestuur en Financiën / Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen) en hierover worden geen vragen gesteld aan het college. 168 Pas nadat werd besloten om de samenwerking vroegtijdig te beëindigen zijn schriftelijk vragen gesteld en is een (spoed)debat aangevraagd. Betrokkenen van de gemeente merken in gesprek met de rekenkamer op dat de gemeenteraad wel goed geïnformeerd is, maar dat hij weinig deed met deze informatie. 169 Een betrokkene

161 Gemeente Utrecht (13 november 2023). Voorblad Staf Energie Besluitvormingsproces OVN. 162 Gemeente Utrecht (15 februari 2024). Raadsbrief Jaarplan 2024 Energietransitie. 163 Gemeente Utrecht (3 december 2020). Programmabegroting Begroting 2021. 164 Gemeente Utrecht (3 juni 2021). Raadsvoorstel Transitievisie Warmte deel I. 165 Gemeente Utrecht (17 juni 2021). Raadsvoorstel Regeling risicovolle projecten. 166 Gemeente Utrecht (1 december 2022). Raadsbesluit Vaststelling Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht. 167 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 168 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente. 169 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente.

61

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 geeft aan het opmerkelijk te hebben gevonden dat “(…) de rode stoplichten in de voortgangsrapportages [vanuit de RRP] voor de raad nooit aanleiding zijn geweest om in debat te gaan met de wethouder over deze situatie. De gemeenteraad heeft de rapportages nooit geagendeerd.” 170

3.5

PLANNING: VOORTDUREND ONDER DRUK EN BIJGESTELD DOOR INTERNE EN EXTERNE VERANDERINGEN

Om een aardgasvrij Overvecht-Noord in uiterlijk 2030 te kunnen realiseren is het belangrijk dat de gemeente een realistische planning hanteert. Het moet duidelijk zijn hoe deze planning tot stand is gekomen en de gemeente moet zich tijdens het project aan de planning hebben gehouden. Deze paragraaf beantwoordt onze vijfde onderzoeksvraag: Hoe is de planning tot stand gekomen en hoe heeft deze zich in de praktijk ontwikkeld? Integrale planning pas in 2023 scherp gesteld Wij constateren dat de integrale planning van het project moeizaam tot stand kwam. In de beginfase was al veel discussie over de einddatum van 2025 dan wel 2030 waarop het project gereed zou moeten zijn. Het voorkomen van vervangingen van aardgasleidingen in de wijk was een belangrijke drijfveer. Uiteindelijk werd 2030 gecommuniceerd. Dat betekende echter wel dat uiterlijk in 2025 met de uitvoering van het project moest worden gestart. De integrale planning – opgebouwd aan de hand van de deelplanningen van de verschillende betrokken partijen – werd echter pas in 2023 scherper gesteld. Planningen worden voortdurend verschoven en vrijwel nooit gehaald Het feit dat landelijke wetgeving in ontwikkeling was en meermaals uitgesteld werd weerhield de gemeente er niet van om door te gaan met de projectvoorbereiding.

Het uitblijven van landelijke wet- en regelgeving werd juist als kans gezien om lerend en lobbyend door te werken. De gemeente koos er bewust voor om met dit project te ‘pionieren’. Pionieren is ook een doel van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) waar project Overvecht-Noord aardgasvrij een proeftuin van was. De PAW-bijdrage was bedoeld om nieuwe wegen te bewandelen, problemen te identificeren en daarvoor oplossingen te bedenken. Wat daardoor resulteert is een project waarin planningen voortdurend worden verschoven en vrijwel nooit worden gehaald. In de beginfase loopt het project door interne factoren vertraging op. Beschikbare informatie is niet volledig, documenten laten langer op zich wachten en documenten kunnen niet bestuurlijk worden vastgesteld. Zo zijn er meerdere concepten van het Transitieplan opgesteld voordat deze aan de gewenste kwaliteitseisen voldeed. En gaandeweg wordt duidelijk dat de transitie in de wijk ingewikkelder is dan op voorhand was ingeschat. Het wijkuitvoeringsplan (WUP) dat de gemeente voor Overvecht-Noord opstelt moet het fundament onder de uitvoering van het project vormen. Deze zou eind 2021 aan de gemeenteraad worden aangeboden, maar verschuift keer op keer: naar 2022, 2023 en 2024. Door de vroegtijdige beëindiging van de samenwerking in het project is het WUP nooit met de gemeenteraad gedeeld.

Ook de planning van deelproject ‘elektrisch koken’ (om meer dan 4.000 woningen van het kookgas te halen en daarmee 65% van de gasleidingvervangingen in de wijk te voorkomen) loopt meermaals vertraging op. Partijen praten vooral veel over dit deelproject en de lobbyactiviteiten richting het Rijk om ontstane knelpunten weg te nemen leveren weinig op. Omdat Stedin genoodzaakt is tijdig met de vervangingsopgave te beginnen kan niet worden voorkomen dat gasleidingen

170 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview medewerker gemeente.

62

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 worden vervangen. Uiteindelijk lukt het in 2023 om circa 320 woningen van het kookgas te halen. Doordat het project een lange doorlooptijd had, werd het proces met name door de externe partijen als kabbelend ervaren. Een doortastende gemeente, die sneller knopen doorhakte over harde (rand)voorwaarden en uitgangspunten werd daarbij gemist. Zij zien dit ook als een van de oorzaken waardoor het einddoel van het project – een aardgasvrij Overvecht-Noord in 2030 – niet gerealiseerd wordt. De gemeente geeft in haar ambtelijke reactie aan dat dit mede te maken had met het ontbreken van een mogelijkheid in de wet (die de Wgiw kan bieden) om de wijk verplichtend aan te wijzen als aardgasvrije wijk.

3.6

BUSINESSCASE: VOOR DE GEMEENTE ONNAVOLGBAAR EN BRON VAN WANTROUWEN, EN NIET SLUITEND TE KRIJGEN

Een sluitende businesscase is een beslissende voorwaarde voor een haalbaar project. De businesscase van Overvecht-Noord aardgasvrij blijkt in de loop van het project een onoplosbaar knelpunt te zijn. Dit wordt pas geleidelijk concreet vanaf mei 2023, wanneer de onderhandelingen met Eneco worden opgestart. Uit een marktconsultatie blijkt Eneco namelijk de enige reëel geïnteresseerde warmteaanbieder voor Overvecht-Noord te zijn. In totaal waren er acht reacties en is met zes partijen gesproken. Vanaf mei 2023 is de gemeente dan ook een onderhandelende partij. De gemeente, Eneco en woningcorporaties Portaal en Woonin werken gezamenlijk aan het financiële plaatje voor het project. Eneco is de partij die alle input samenbrengt en doorrekent in de businesscase. Collectief warmtenet is beste optie, maar blijft duurder dan aardgas In juli 2020 blijkt uit onderzoek van APPM en CE Delft dat alle warmtealternatieven voor Overvecht-Noord op dat moment duurder zijn dan aardgas. Wel komt een collectief warmtenet daarbij naar voren als meest aantrekkelijke optie voor het grootste deel van de wijk. Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat het uitbreiden van het warmtenet in Overvecht-Noord een onrendabele top 171 kent van € 7.500 per woning. In reactie daarop stelt het college € 3,75 miljoen aan Coronagelden beschikbaar, waarmee ongeveer 20% van die onrendabele top kan worden afgedekt.

Het resterende deel moet worden gefinancierd met aanvullende rijkssubsidies (PAW, WIS) en met bijdragen van Eneco en de woningcorporaties. Na het onderzoek door APPM en CE Delft wordt een vervolgonderzoek gedaan door adviesbureau Greenvis / DeWarmteTransitieMakers naar de warmteopties in de wijk. Hieruit komt in september 2021 wederom een collectief warmtenet als beste optie voor Overvecht-Noord naar voren. De onrendabele top wordt geraamd op € 5.000 tot € 8.000 per huishouden. Het is zaak voor de gemeente om deze onrendabele top in gesprek met Eneco en de woningcorporaties weg te werken. Concrete gesprekken met Eneco over een businesscase kunnen op dat moment niet worden gevoerd, omdat er nog geen marktconsultatie is uitgevoerd. Met de marktconsultatie wordt in februari 2023 verkend of er naast Eneco nog andere warmtepartijen zijn die een warmtenet in Overvecht-Noord zouden willen exploiteren. In april 2023 blijkt dat Eneco de enige geïnteresseerde partij is, waarna de onderhandelingen over de businesscase kunnen starten. Eneco legt eerste businesscase op tafel, onafhankelijke partij wordt ingehuurd om businesscase te toetsen In mei 2023 presenteert Eneco haar eerste businesscase aan de bestuurders van de onderhandelingspartijen (gemeente Utrecht en woningcorporaties Portaal en Woonin).

171 De onrendabele top is het verschil tussen de totale kosten en de totale opbrengsten van het project.

63

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 De hoogte van de onrendabele top op dat moment is door een gebrek aan documentatie onduidelijk. Maar er spelen discussies rond de betaalbaarheid van het warmtenet en hoe hoog de eigen bijdrage van huurders en particuliere woningeigenaren moet zijn. De businesscase van Eneco bevat bedrijfsgevoelige informatie, waardoor geen volledige inzage kan worden geboden in de cijfers en rekenmodellen die daaraan ten grondslag liggen. De gemeente en woningcorporaties hebben transparantie wel uitgewerkt als publieke waarde voor het project. Dat betekent dat warmtebedrijven openheid moeten geven over de opbouw van hun tarieven en investering. Om toch een mate van transparantie te bieden, gaat Eneco ermee akkoord dat een onafhankelijke partij (Innoforte) een second opinion op de businesscase uitvoert. Beoogde besparingen op de businesscase vallen meermaals tegen De volgende maanden wordt gewerkt aan het sluitend krijgen van de businesscase. De bestuurders overleggen met elkaar over hoeveel geld iedere partij inlegt, wie welke risico’s draagt en welke andere maatregelen genomen kunnen worden om de kosten te drukken en / of risico’s te verminderen. De ambtelijke werkgroep – waar alle onderhandelende partijen in zijn vertegenwoordigd – werkt de voorgestelde besparingsmaatregelen uit.

Vervolgens rekent Eneco de maatregelen door in de businesscase, in de hoop dat het te overbruggen financiële gat wordt verkleind. Eind augustus 2023 blijken beoogde besparingsmaatregelen echter een tegenvallend effect te hebben. En eind september 2023 gebeurt dat opnieuw. Omdat veel verschillende parameters aan de basis van de businesscase liggen, is er geen sprake van een één-op-één relatie tussen de beoogde besparing en de daadwerkelijke besparing. Dat wil zeggen dat het inbrengen van (bijvoorbeeld) € 1.000 aan extra financiële middelen per woning niet per se leidt tot een verlaging van de onrendabele top met € 1.000 per woning. Doordat de gemeente en woningcorporaties geen inzicht mogen en kunnen krijgen in de rekenmodellen van Eneco, ontstaat hierover steeds meer wantrouwen en frustratie. Betrokkenen hopen dan ook dat de second opinion op de businesscase die op dat moment wordt uitgevoerd meer duidelijkheid en transparantie zal verschaffen. De second opinion biedt uiteindelijk een aantal aanknopingspunten om de onrendabele top te verlagen. Businesscase volatiel en onhaalbaar, verkleining scope noodzakelijk In de maanden daarna wordt doorgewerkt aan het sluitend krijgen van de businesscase. In november 2023 concluderen de bestuurders dat het gat in de businesscase te groot blijft om tot overeenstemming te komen.

Daarnaast wordt de businesscase niet stabiel genoeg en onvoldoende transparant genoemd. 172 De bestuurders hebben behoefte aan meer inzicht in de verdeling van kosten en opbrengsten over de verschillende stakeholders (Eneco, woningcorporaties, huurders en eigenaar-bewoners). Opnieuw wordt Innoforte ingehuurd om de bestuurders mee te nemen in de technische ins en outs van de businesscase en om met de ambtelijke werkgroep mee te kijken bij het bedenken en doorvoeren van verdere besparingsmaatregelen. In januari 2024 komt Innoforte met een nieuw adviesrapport. Daarin worden de uitgangspunten van de verschillende partijen op een rij gezet. Zo wil de gemeente een aardgasvrij OvervechtNoord realiseren met een eigen bijdrage van nul euro voor bewoners. De woningcorporaties willen maximaal € 2.500 per woning bijdragen aan het sluitend krijgen van de businesscase en woonlastenneutraliteit voor hun huurders realiseren. Eneco wil een haalbare businesscase rondkrijgen binnen haar eigen voorwaarden. Innoforte stelt: “Conclusie: dit geheel is niet

172 Gemeente Utrecht (14 november 2023). Verslag Bestuurlijk Overleg Buurtaanpak Aardgasvrij.

64

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 haalbaar.” 173 Het rapport laat ook de volatiliteit in de businesscase zien tussen juli en oktober 2023. Het gat in de businesscase was in juli 2023 € 11.500, wordt daarna nog hoger, maar wordt vervolgens stapsgewijs door verschillende besparingsmaatregelen teruggebracht naar € 4.500 per woning. Tussen oktober en november 2023 neemt het gat echter weer toe, en komt deze uiteindelijk in november 2023 uit op € 6.050 per woning. Innoforte ziet mogelijkheden om de businesscase te verbeteren door het project te focussen op de meest haalbare delen van de wijk. De bestuurders volgen dit advies en besluiten om te onderzoeken of de scope van het project kan worden verkleind. Dit betekent dat OvervechtNoord niet meer in één keer aardgasvrij zal worden gemaakt. De gemeente heeft jarenlang wel aan deze doelstelling vastgehouden, ondanks dat al langer duidelijk was dat dit de complexiteit van het project vergrootte. Maar omdat nu echt blijkt dat het project gegeven de huidige scope onhaalbaar is, stemt de gemeente in met de verkleining van de scope. Er wordt vanaf dan gewerkt aan een businesscase zonder de Klopvaartbuurt. Gemeente en Eneco worden het niet eens over verdeling van risico’s, samenwerking wordt vroegtijdig beëindigd In maart 2024 blijkt dat de gemeente en Eneco beide de kostenraming van een aantal risico’s niet kunnen vaststellen.

De partijen zijn er nog niet over uit wat de kosten zullen zijn voor bepaalde risico’s, zoals onvoorziene omstandigheden of het risico dat het combineren van werkzaamheden aan het riool en het aanleggen van het warmtenet toch minder besparing oplevert dan gedacht. Kort daarna wordt aan Innoforte de opdracht gegeven om de inpandige kosten 174 van de transitie gedetailleerd in beeld te brengen. Over de hoogte daarvan bestaat namelijk al langere tijd onduidelijkheid en een inventarisatie onder verschillende gemeenten leert dat de ingeschatte inpandige kosten behoorlijk variëren. Concreet behelst de opdracht aan Innoforte een schouw van een aantal aan te sluiten woningen in Overvecht-Noord. De kosten worden in het onderzoek geraamd op € 3.000 tot € 4.000 per woning. Verder bevat de businesscase nog een drietal punten waar de partijen het niet over eens worden: wie de inpandige kosten moet betalen, de door Eneco verhoogde warmtetarieven en welke partij de risico’s draagt rondom het uitvoeren van combinatiewerkzaamheden bij de aanleg van het warmtenet. In haar ambtelijke reactie geeft de gemeente aan dat beide partijen het erover eens waren dat vertraging in de combinatiewerkzaamheden voor rekening van de gemeente kwamen als die te maken hadden met zaken waar Eneco geen invloed op had (zoals een archeologische vondst, onwerkbaar weer, et cetera).

Eneco is van mening dat de gemeente per definitie financieel verantwoordelijk is voor risico’s rondom de combinatiewerkzaamheden, zonder dat de gemeente dit besefte. 175 De gemeente had op haar beurt het idee dat Eneco te veel risico’s op de gemeente afwentelde. 176 Eneco berekent de maximale kostenpost voor tegenvallende combinatiewerkzaamheden op € 0,5 tot € 2 miljoen. 177 De gemeente zag geen financiële ruimte om dit risico te dragen. 178 Eind maart 2024 presenteert Innoforte haar tweede second opinion op de businesscase van Eneco. Sinds november 2023 is het gat in de businesscase gestegen van € 6.050 naar € 7.950 per woning. Dat komt onder andere doordat een aantal dure panden, in een uiterste poging het plan financieel haalbaar te maken, uit het plan waren gehaald. Om voor het verkleinde

173 Innoforte (24 januari 2024). Presentatie Een haalbare business case warmtenet Overvecht Noord?, p. 3. 174 Het gaat hier om de inpandige kosten die nodig zijn om de woningen op het warmtenet aan te sluiten. 175 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview samenwerkingspartner. 176 Rekenkamer Utrecht (2024). Interviews medewerkers gemeente. 177 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview samenwerkingspartner. 178 Rekenkamer Utrecht (2024). Interview samenwerkingspartner.

65

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 plangebied inzicht te hebben in de businesscase met alle panden in het gebied zijn de dure panden weer toegevoegd. De reden daarvoor is dat als deze panden niet op het warmtenet aangesloten zouden worden uitsluitend door een dure individuele warmteoplossing aardgasvrij konden worden gemaakt. Daarnaast benoemt ook Innoforte dat er nog openstaande punten zijn waarvan de financiële effecten nog onbekend zijn. De ontwikkeling van de bijdrage aansluitkosten (BAK, het financiële gat in de businesscase omgeslagen per aansluiting) over de periode juli 2023 – maart 2024 is (inclusief de verschillende veranderingen die zijn verwerkt) opgenomen in tabel 3.6. Een verdere uitwerking van de verschillende risico’s en openstaande punten komt ook op verschillende momenten aan de orde in de uitwerking van de tijdlijn (met name in hoofdstuk 6). Innoforte concludeert wel dat de businesscase van Eneco realistisch en acceptabel is binnen de nauwkeurigheidsgrenzen van de berekeningen. 179 Daarbij plaatst Innoforte wel opmerkingen over onder andere een te lage raming van de kosten per gebouwaansluiting, en over het vergroten van transparantie door de overheadkosten in de businesscase op te nemen waarmee ook de ‘hurdle rate’ 180 kan worden verlaagd. Tevens maakt Innoforte een opmerking bij de samenstelling van de nettomarge en het niet delen van de achterliggende prijsscenario’s daarbij.

179 Innoforte (29 maart 2024). Rapport 2e Second opinion business case Eneco Overvecht-Noord. 180 De ‘hurdle rate’ is het minimumrendement op het project dat Eneco bereid is te accepteren voordat er geïnvesteerd gaat worden, gezien het risico dat Eneco loopt en de opportuniteitskosten van het opgeven van andere projecten.

66

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 Tabel 3.6 Status

Businesscase is volatiel en uiteindelijk blijkt het financiële gat niet sluitend te krijgen Financiële gat

Risico’s en openstaande punten

BAK 181 per woning

een (+) verlaagt het financiële gat, een (-) vergroot deze

Juli 2023

€ 11.500

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Combi(natie)werkzaamheden (+ en -) Aansluitpercentage verlagen van 100% naar 80% (-) Verbreden van scope (toevoegen van grootverbruiker) (+) Toevoegen WIS-subsidie (+) Vooruitbetalen BAK aan woningcorporaties (+)

Oktober 2023

€ 4.500

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Verlaging van WIS (-) Verhoging ontwikkelkosten en kosten onderstations (-) Niet vooruitbetalen BAK (-) Woningcorporaties betalen niet vooruit (-) Uitvoering vertraagd en snelheid vertraagd (-) Scope wijziging (+) Overige ontwikkelingen (-)

November 2023

€ 6.050

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Versmallen van scope (weglaten Klopvaartbuurt) (+) Versmallen van scope (weglaten zorgcentrum Rosendael) (-) Aansluiten dure panden (-) Aanpassen prijspeil 2024 (-) Update tarieven (+) Kosten boosterpomp niet in de WIS (-) Wijziging boekhoudkundige afschrijvingsmethode onder de Wet collectieve warmte (-)

Februari 2024

€ 7.950

▪ Inzetten PAW-gelden (+) ▪ Inzetten EIA-subsidie (+)

Maart 2024

€ 5.000

Openstaande knelpunten: ▪ Effecten Wet collectieve warmte ▪ WIS-subsidie behouden met wijziging scope ▪ Verlagen ‘hurdle rate’ ▪ Kosten maken sparingen ▪ Stijgende kosten ▪ Staatssteuntoets ▪ Ontwikkelingskosten a.g.v. combi-werkzaamheden

Bron: Rekenkamer Utrecht (2025) o.b.v. interne documenten / second opinions van Innoforte.

Naast de second opinions probeert Innoforte de businesscase voor de gemeente, Portaal en Woonin te verhelderen, omdat deze technisch van aard is en de bestuurders moeite hebben om deze te begrijpen. Tot een volledig begrip van de businesscase leiden deze verhelderingspogingen echter niet. Tot aan het einde van de samenwerking in het project blijven daardoor vragen en wantrouwen bestaan omtrent de businesscase. In maart 2024 besluiten de gemeente en Eneco gezamenlijk om de samenwerking vroegtijdig te beëindigen, omdat er geen zicht is op een sluitende businesscase en overeenstemming over de verdeling van de risico’s vóór oktober 2024 (de deadline voor een investeringsbesluit door Eneco, als voorwaarde vanuit de Warmtenetten Investeringssubsidie).

181 De Bijdrage Aansluitkosten (BAK) is de eigen bijdrage die bewoners per huishouden moeten leveren om hun woning aan te sluiten op het warmtenet. De BAK is een brutobedrag waarmee de inpandige kosten, en subsidies zoals de ISDE en SAH voor woningcorporaties nog moeten worden verrekend. Voor particuliere woningeigenaren bepaalt de uitkomst de uiteindelijke eigen bijdrage. De uitkomst is daarmee de sluitpost van (en het financiële gat in) de businesscase.

67

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 3.7

68

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

TIJDLIJN MET BELANGRIJKSTE MOMENTEN

We hebben een tijdlijn gemaakt van de belangrijkste momenten uit het volledige project zie figuur 3.7). De blauwe aspecten hebben betrekking op ontwikkelingen die binnen het project hebben plaatsgevonden. De groene aspecten hebben betrekking op externe ontwikkelingen in de projectomgeving of openbare besluiten. Deze momenten lichten we in de gedetailleerde, inhoudelijke tijdlijn (hoofdstuk 4 t/m 7) nader toe.

Projectorganisatie – Zoekende naar een passende aanpak

3 Figuur 3.7 Tijdlijn van de belangrijkste momenten uit het volledige project.

November - dec 2016 Keuze voor OvervechtNoord gemaakt & Start ambtelijke projectgroep

Oktober 2017 College informeert de raad over keuze voor Overvecht-Noord

November 2017 Raad stelt Visie op de warmtevoorziening vast & eerste bewonersavonden

December 2017 Nieuwe programmamanager start

Juli 2020 Uit onderzoek blijkt dat warmtenet goedkoopste oplossing is voor de wijk

November 2019 Start deelproject elektrisch koken

Oktober 2019 Transitieplan bestuurlijk vastgesteld & Eneco verlaat Regietafel

Oktober 2018 Toekenning OvervechtNoord aan Programma Aardgasvrije Wijken

Juni 2021 Project onder Regeling Risicovolle Projecten & Transitievisie Warmte vastgesteld

Augustus 2022 Groeifondsaanvraag niet gehonoreerd

April 2023 Marktconsultatie laat zien dat Eneco de enige geïnteresseerde warmteaanbieder is

Mei 2023 Eerste businesscase op tafel & Intentie­ overeenkomst getekend

November 2023 Ruim 300 woningen van kookgas gehaald en aangesloten op elektrisch koken

Oktober 2023 WIS-aanvraag Eneco gehonoreerd

September 2023 Second opinion op de businesscase van Eneco gereed & Opnieuw tegenvallers in de businesscase

Juni 2023 Second opinion op de businesscase van Eneco aangekondigd

Januari 2024 Binnen gestelde voorwaarden is de businesscase niet sluitend te krijgen

Februari 2024 Alternatieve plannen van buurtinitiatieven worden door de raad verworpen

Maart 2024 Meer knelpunten in de businesscase leiden tot beëindiging van de samenwerking

April 2024 Gemeente en Eneco communiceren afzonderlijk over de beëindiging van de samenwerking

Besluit

Document

Samenwerking

Voortgang

Interne ontwikkelingen

Bron: Rekenkamer Utrecht (2025) o.b.v. interne en openbare documenten.

69

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Externe ontwikkelingen

4

2015 – 2019

Verkennende fase

Verkennende fase 2015 – 2019

4 4

VERKENNENDE FASE: 2015 – 2019

In dit hoofdstuk beschrijven we de verkennende fase van het project OvervechtNoord aardgasvrij. Aan de hand van interne documenten, verslagen van interviews met betrokkenen en openbare (raads)informatie worden in een tijdlijn de belangrijkste gebeurtenissen en ervaringen beschreven. 1. Uitvoering Vanaf 2015 is de gemeente Utrecht aan de slag gegaan met de energietransitie. In de beginfase met stadsbreed beleid met het Energieplan en de Energieagenda’s. Eind 2016 werd de keuze gemaakt om Overvecht-Noord als eerste wijk van het aardgas af te halen. Er wordt een projectgroep ingericht en een projectplan opgesteld om hier uitvoering aan te geven. Al in het voorjaar van 2017 wordt echter duidelijk dat het aardgasvrij maken van wijken ingewikkeld is en dat beschikbare gegevens over bijvoorbeeld het aantal gasaansluitingen in OvervechtNoord niet eenduidig waren. Toch wordt besloten om in november 2017 met het nieuws de wijk in te gaan, met name omdat het college desinvesteringen in de gasinfrastructuur in de wijk wil voorkomen, draagvlak wil creëren en de bewoners wil betrekken bij de uitwerking van de aanpak. De onderlinge samenwerking tussen de samenwerkingspartners aan de (bestuurlijke) Regietafel verloopt op een aantal momenten moeizaam en wordt daarom aan evaluaties en heisessies onderworpen. Ook komt er een andere organisatiestructuur en wordt de bemensing aangepast. 2.

Rol(invulling) De gemeente ziet voor zichzelf vanaf het begin een regierol weggelegd bij het project, maar zoekt de eerste jaren naar een concrete invulling daarvan. Het is duidelijk dat de gemeente de opgave niet alleen kan uitvoeren en moet samenwerken met de woningcorporaties, Stedin en Eneco. Ook Energie-U – als vertegenwoordiger van de bewoners – wordt al in een vroeg stadium betrokken. De gemeente gaat in de loop van de tijd steeds meer over op procesregie door partijen bij elkaar te brengen en vergaderingen te faciliteren. Zij heeft wel de verantwoordelijkheid om met de energietransitie te starten, maar mist de (wettelijke) instrumenten om hier sturing aan te geven. De gemeente brengt in deze fase vooral kennis en kunde in op het gebied van communicatie en participatie. 3. Middelen en instrumenten De gemeente Utrecht heeft vrijwel geen eigen financiële middelen om voor project Overvecht-Noord aardgasvrij in te zetten. In samenspraak met de andere partijen wordt Overvecht-Noord aangemeld als proeftuin in het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Er wordt in dat kader ook een subsidie aangevraagd en toegekend van ruim € 4,7 miljoen. Dit is bedoeld om de onrendabele top in het aardgasvrij maken van woningen te dekken.

Er werd financieel bijgedragen in de proceskosten – vanuit middelen in de gemeentelijke begroting – en in de jaren 2018 en 2019 werd daaraan ook een financiële bijdrage gedaan door de woningcorporaties, Stedin en Eneco. In deze fase van het project was er slechts beperkt aandacht voor de risico’s van het project.

71

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Verkennende fase 2015 – 2019

4

72

4. Informatievoorziening gemeenteraad De gemeenteraad geeft met het vaststellen van het Energieplan en de Visie op de warmtevoorziening de eerste kaders mee voor de energietransitie. Het college informeert de raad in de eerste jaren op wisselende momenten over belangrijke besluiten en ontwikkelingen in brede zin maar ook bij Overvecht-Noord. Zo ontvangt de raad een raadsbrief over de keuze voor deze wijk, over de aanvraag en toekenning van de PAW-subsidie, over de inzet van extra financiële middelen en over het Transitieplan. 5. Planning In de beginfase is er discussie over de beoogde einddatum van het project: 2025 of 2030. De planning loopt verschillende keren vertraging op doordat beschikbare informatie niet volledig is, en documenten langer op zich laten wachten en niet bestuurlijk vastgesteld (kunnen) worden. Gaandeweg wordt daarnaast duidelijk dat de transitie in deze wijk ingewikkelder is dan op voorhand was verwacht en ingeschat.

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Verkennende fase 2015 – 2019

4 Verkennende fase

Doorklikbare tijdlijn: Aan de slag met Overvecht-Noord, start samenwerking en werken aan een Transitieplan

14 januari 2016 Raad stelt kaders bij Energieplan

13 december 2016 Projectgroep OvervechtNoord presenteert eerste projectplan

Juli 2017 Visie op de warmte­ voorziening gereed

12 oktober 2017 College informeert de raad over keuze voor Overvecht-Noord

25 april 2018 Regietafel stemt in met aanmelding van project als proeftuin voor PAW

4 december 2017 Programmamanager start opdracht om met totaalplan voor OvervechtNoord te komen

22 en 28 november 2017 Eerste bewonersavonden

2 november 2017 Raad stelt Visie op de warmtevoorziening vast

29 juni 2018 College informeert de raad over aanvraag PAW en over Klopvaartbuurt

27 september 2018 Aanvraag PAW-subsidie wordt gehonoreerd

3 oktober 2018 Regietafel besluit concept Transitieplan niet vast te stellen

29 januari 2019 College informeert de raad over extra middelen voor het project

16 oktober 2019 Eneco verlaat Regietafel & Opdracht en planning project elektrisch koken af

4 september 2019 Transitieplan akkoord & Stedin kondigt vervanging 20 km aardgasleiding aan

25 maart 2019 Wethouder bekrachtigt collectieve, wijkgerichte aanpak

4 februari 2019 Evaluaties van de Regietafel en het programmateam

29 oktober 2019 College informeert de raad over Transitieplan

Besluit

Document

Samenwerking

Voortgang

Interne ontwikkelingen

Bron: Rekenkamer Utrecht (2025) o.b.v. interne en openbare documenten.

73

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Externe ontwikkelingen

Terug naar de tijdlijn

Verkennende fase 2015 – 2019

4 4.1

2015 – NOVEMBER 2016: BEGINFASE MET HET ENERGIEPLAN EN ENERGIEAGENDA’S GERICHT OP STADSBREDE ENERGIETRANSITIE

De verkennende fase voor Overvecht-Noord beslaat de jaren 2015 tot 2019. Onze reconstructie van het verloop van het project start daarmee in de periode waarin het Energieplan Utrecht en de Utrechtse Energieagenda’s werden opgesteld.

Leeswijzer: De hoofdpunten van de tijdlijn die is weergegeven op pagina 74 zijn hierna tekstueel verder toegelicht binnen ingekleurde kaders. De overige tekstdelen zijn verdere detailleringen die door de snelle lezer eventueel overgeslagen kunnen worden.

11 september 2015 en 24 november 2015: Er worden twee raadsinformatieavonden (RIA’s) georganiseerd over het Energieplan (zie voor meer informatie hierover 15 oktober 2015). In de eerste helft van het jaar hebben hierover 165 inwoners meegedacht. Op de eerste avond in september praten veel partijen mee over het Energieplan, waaronder Stedin, Eneco, Mitros, Energie-U en bewonersplatform Overvecht. Uit het verslag van deze avond blijkt dat de agenderende politieke partijen willen horen hoe de deelnemers kijken naar het plan. Eneco blijkt al eerder te hebben meegewerkt aan het Energieplan, maar wil graag een nadere toelichting geven. Mitros geeft aan dat hun huurders niet enthousiast zijn over stadsverwarming en dat zij het stimuleren van stadsverwarming daarom geen goed plan vinden. Het in plaats daarvan meer stimuleren van Nul-op-de-Meter woningen vinden zij wel een goede richting. Energie-U vindt het goed dat er een plan ligt en noemt de aandacht voor de energie-infrastructuur een sterk element. Een aardgasvrij Utrecht helpt volgens hen veel meer dan klimaatambities, boekhoudkundige percentages aan CO2-reductie, et cetera. Volgens Energie-U is het vanaf dat moment zaak om “(…) de mensen erbij te houden en nieuwe erbij te halen. En grotere organisaties. Beide. Samen.

En de rol van de gemeente goed neer gaan zetten, want als het over energie gaat, gaat de gemeente bijna nergens over.” 182 15 oktober 2015: Het Energieplan wordt gepubliceerd. Hierin staat dat in gebieden waar meer dan 70% van de gebouwen is of kan worden aangesloten op stadsverwarming, aardgasleidingen niet meer worden vervangen. En het aardgasnet wordt niet verder uitgebreid. Voorwaarden voor de realisatie van deze maatregel zijn: 1. de maatschappelijke kosten van de warmtevoorziening worden lager; 2. er worden maximale milieuvoordelen gerealiseerd; 3. en minstens twee derde van de betrokkenen ondersteunt het aansluiten op stadsverwarming. Bij de uitgangspunten wordt over de rol van de gemeente bij de overgang naar duurzame energie opgemerkt dat het een grote en proactieve rol is. Maar ook dat het een voorbeeldrol is en actiever voorlichting geven moet worden. En voor de langere termijn de opties dat de gemeente energieleverancier zou kunnen worden met inwoners als aandeelhouder. 183 In de duiding van het college bij het Energieplan Utrecht geeft zij aan samen met Stedin, stakeholders en bewoners uit de wijk te willen bekijken of er voldoende en werkbare alternatieven zijn om de keuze te maken om geen nieuwe gasleidingen aan te leggen of oudere leidingen

182 Gemeente Utrecht (15 september 2015). Verslag raadsinformatieavond Energieplan. 183 Gemeente Utrecht (15 oktober 2015). Utrecht energiek middelpunt van het land: Energieplan Utrecht.

74

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Terug naar de tijdlijn

Verkennende fase 2015 – 2019

4 niet te vervangen. Bij de rol van de gemeente worden er vier genoemd: regierol, wetgevende/ handhavende rol, aanjagende en faciliterende rol, en de voorbeeldrol. De gemeente gaat ook in gesprek met het Rijk om de transitie wettelijk mogelijk te maken, en om de middelen die niet gebruikt worden door Stedin voor de vervanging van de gasleidingen in te kunnen zetten voor de energietransitie in Utrecht. 184 November 2015: Het Energieplan en de duiding van het college daarbij krijgen een vervolg met de Utrechtse Energieagenda’s. De Energieagenda’s beschrijven de doelen en activiteiten van de gemeente op het gebied van energie en duurzaamheid. En de partners met wie de gemeente wil samenwerken en de resultaten die zij samen met hen wil bereiken. 185 Voor het brede Programma Utrechtse Energie is structureel € 2,85 miljoen per jaar beschikbaar, vanuit het toenmalige coalitieakkoord. Voor de gebiedsgerichte aanpak in onder andere Overvecht gaat de gemeente samenwerken met Stedin, Eneco, woningcorporaties en vastgoedeigenaren. Met Energiekansenkaarten worden de (samenhangende) relevante eigenschappen per gebied in beeld gebracht. Eind 2016 zou als resultaat voor de tien Utrechtse wijken een openbaar toegankelijke kaart beschikbaar moeten zijn. Ook zou de Regietafel warmte met Stedin en Eneco dan operationeel moeten zijn.

En eind 2020: “Zijn in 10 wijken in Utrecht actieplannen opgesteld om tot energieneutrale wijken te komen. De uitvoering van deze plannen is gestart en heeft tot de eerste resultaten geleid. Het aardgas en warmtegebruik in de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer 40% van het energieverbruik.” 186

14 januari 2016: De gemeenteraad legt expliciet de kaders vast die uit de duiding van het college bij het Energieplan naar voren komen. 187 Meest relevant voor het project Overvecht-Noord aardgasvrij zijn de kaders 2 en 3: 2. Voordat gasleidingen worden vervangen bekijken wij samen met Stedin, stakeholders en bewoners uit de buurt of er voldoende en werkbare alternatieven zijn om de keuze te maken om geen nieuwe gasleidingen aan te leggen of oudere leidingen niet te vervangen. 3. De gemeente kiest voor een strategie van samenwerking en sluit samenwerkingsovereenkomsten af met belangrijke spelers in de stad voor de uitvoering van het Energieplan. Hetzelfde document zegt over de inzet van de gemeente onder andere het volgende: 2. De gemeente maakt op basis van datasets een buurtanalyse samen met stakeholders, bewoners en bedrijven waarin wordt bekeken wat de opties zijn voor het bereiken van een fossielvrije energievoorziening. 3. De gemeente organiseert een ‘Regietafel warmte’ in Utrecht die de strategie uitzet in het kader van de energietransitie met het accent op de infrastructuur. Aan deze tafel zullen in ieder geval Eneco en Stedin deelnemen. 188

In deze eerste, verkennende fase is sprake van de Griftparkgroep als overleg- en besluitvormingsorgaan. Aan de Griftparkgroep nemen bestuurders (met mandaat) van Stedin, STUW (namens de woningcorporaties Bo-Ex, Mitros en Portaal), Eneco en de gemeente Utrecht deel. Als doelstelling heeft de Griftparkgroep: “Het versnellen van de energietransitie in de stad

184 Gemeente Utrecht (15 oktober 2015). Utrecht energiek middelpunt van het land: Energieplan Utrecht. 185 Gemeente Utrecht (november 2015). Utrechtse Energieagenda’s. 186 Gemeente Utrecht (november 2015). Utrechtse Energieagenda’s, p. 15. 187 Gemeente Utrecht (14 januari 2016). Raadsbesluit Energieplan en Duiding (Herzien). 188 Gemeente Utrecht (18 december 2015). Aangepaste kaders en inzet bij raadsbesluit Energieplan.

75

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Terug naar de tijdlijn

Verkennende fase 2015 – 2019

4 Utrecht door een open samenwerking met kernspelers en het delen van afwegingen.” 189 In de vergaderingen van eind 2016 komt Overvecht-Noord nadrukkelijker in beeld. Dat is waarom hieronder vanaf dit moment een tijdlijn start van de belangrijkste momenten in de verkennende fase.

4.2

NOVEMBER 2016 – NOVEMBER 2017: AAN DE SLAG MET OVERVECHTNOORD, EERSTE PROJECTGROEP INGERICHT EN PROJECTPLAN OPGESTELD, VOOR HET EERST DE WIJK IN

29 november 2016: Tijdens een presentatie aan de Griftparkgroep laat Stedin over OvervechtNoord weten: “Gasvervanging in Overvecht Noord 5 jaar ‘on hold’ (tot 2022) op basis van huidige risicoprofiel. Bij verhoogd risicoprofiel of na 5 jaar worden deze leidingen gefaseerd vervangen. Dit laatste tenzij er een geaccordeerd plan met alternatieven ligt en in nauw overleg met gemeente en stakeholders.” 190 De afspraak voor het volgende overleg is om een plan van aanpak voor Overvecht-Noord in te brengen, waar communicatie een onderdeel van is. 191

13 december 2016: In de vergadering van de Griftparkgroep presenteert projectgroep Overvecht-Noord een eerste projectplan. De Griftparkgroep is de opdrachtgever van deze projectgroep. Per gebied onderzoekt de projectgroep welke alternatieven voor gas kansrijk zijn, wanneer daarover wordt besloten, door wie en op basis waarvan. De opdracht van de Griftparkgroep aan de projectgroep is op dit moment: start met Overvecht-Noord. Waarbij het concreet gaat om: 192 1. Het vinden en realiseren van alternatieven voor koken. 2. Het vinden en realiseren van alternatieven voor warm water en verwarmen. Over de aanpak van de opgave vermeldt het plan van aanpak het volgende: “We weten dat we aan de slag moeten, niemand weet nog hoe en we gaan het uitvinden door samen aan de slag te gaan.” 193 Aan de gemeente wordt een regierol toegeschreven. Deze regierol wordt verder uitgewerkt door “(…) het samenbrengen van partijen, het koppelen van aanleidingen, en opschalen.” 194 Daarnaast moet de gemeente een ambitie stellen op stadsniveau en ook de benodigde vergunningen gaan verlenen.

31 januari 2017: In een vergadering van de Griftparkgroep wordt besloten om voortaan de naam te wijzigen naar Regietafel Energietransitie Utrecht (hierna: Regietafel). Er ligt ook een document voor waarin wordt gereflecteerd op de organisatiestructuur. Geconstateerd wordt dat er onduidelijkheid is over de rolverdeling tussen de Griftparkgroep, de projectgroep en de voorbereidingsgroep. Ook leven er vragen over de (dubbele) bezetting en benodigde capaciteit, zoekt de Griftparkgroep naar regie en sturing en worden veel discussies nu dubbel gevoerd. Tussen de projectgroep en de Griftparkgroep zit daardoor ‘licht in de opdracht’ en wordt over Overvecht-Noord ‘een verschillend gesprek’ gevoerd. 195 In dezelfde vergadering wordt gesproken over het voorstel om op dat moment geen gezamenlijk nieuw project te starten 196,

189 Bo-Ex, Eneco, Energie-U, Gemeente Utrecht, Mitros, Portaal, Stedin (9 december 2016). Bijlage 3 Presentatie PvA Aardgasleidingvrij Overvecht Noord. 190 Stedin (29 november 2016). Presentatie Voor de nieuwe energiegeneratie. 191 Gemeente Utrecht (29 november 2016). Verslag Regietafel Energietransitie Utrecht. 192 Bo-Ex, Eneco, Energie-U, Gemeente Utrecht, Mitros, Portaal, Stedin (9 december 2016). Bijlage 3 Presentatie PvA Aardgasleidingvrij Overvecht Noord, p. 8. 193 Bo-Ex, Eneco, Energie-U, Gemeente Utrecht, Mitros, Portaal, Stedin (9 december 2016). Bijlage 3 Presentatie PvA Aardgasleidingvrij Overvecht Noord. 194 Bo-Ex, Eneco, Energie-U, Gemeente Utrecht, Mitros, Portaal, Stedin (9 december 2016). Bijlage 3 Presentatie PvA Aardgasleidingvrij Overvecht Noord. 195 Gemeente Utrecht (31 januari 2017). Bijlage 2 structuur griftparkgroep. 196 Gemeente Utrecht (31 januari 2017). Bijlage 3 bij agendapunt 5 Memo Vervolggebied aardgasvrij.

76

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Terug naar de tijdlijn

Verkennende fase 2015 – 2019

4 een opdracht voor een impactanalyse van de besluitvorming 197 en drie documenten over het plan van aanpak Overvecht-Noord aardgasvrij. 198 In de documenten die gelden als het plan van aanpak voor Overvecht-Noord wordt veel beschreven over het ‘wat’ (met randvoorwaarden), ‘hoe’ (werkwijze), en op welke manier (samenwerking) er zal worden gewerkt aan de bestuurlijke opdracht “(…) om te komen tot een transitieplan om de wijk Overvecht Noord geheel aardgasvrij te maken zo mogelijk in 2025, en in het besef dat 2030 de uiterste datum is dat vervanging van het aardgasnet aan de orde is.” 199 De regierol van de gemeente wordt hier vertaald naar projectleiding en procesbegeleiding. Als concreet eindresultaat wordt afgesproken dat de projectgroep op 15 juni 2017 een transitieplan gereed heeft. Het Transitieplan moet “(…) een strategie [bevatten] voor de uitvoering van de alternatieven in de tijd tot 2025 en met de ingrediënten per uitvoerder in beeld. Op basis van dit plan kan verdere besluitvorming worden uitgewerkt. Het transitieplan is (nog) geen maatschappelijk gedragen plan waarop per woning kan worden aangewezen wanneer deze ‘van het gas afgaat’.” 200 5 april 2017: In de vergadering van de Regietafel worden verschillende documenten ingebracht die de route voor de verdere verduurzaming van de stad inzichtelijk moeten maken.

Zo werkt de gemeente Utrecht op dit moment aan een warmtevisie en vraagt daarbij input van de samenwerkingspartijen op de verschillende rollen bij de verduurzaming van de warmtevoorziening, op de gemeentelijke instrumenten die nodig zijn en ontwikkeld moeten worden, en waarop de gemeente de regie moet pakken en waarop niet. In het discussiestuk noemt de gemeente Utrecht drie uitgangspunten voor de nieuwe warmtevoorziening: betaalbaar, betrouwbaar (en veilig) en duurzaam. 201 Daarbij betekent ‘betaalbaar’ voor de Regietafel dat “(…) de lasten voor bewoners niet duurder zijn dan nu.” 202 De warmtevisie “(…) zal in het licht van de huidige wetgeving worden vastgesteld, maar iedereen is zich bewust dat wel lobby moet plaatsvinden om veranderingen te bewerkstellingen. Dit laatste omdat de huidige wettelijke basis te weinig houvast geeft.” 203 De Regietafel bespreekt ook een brief van Eneco over de routekaart naar de verdere verduurzaming van de stadsverwarming in Utrecht en Nieuwegein. Eneco heeft namelijk in 2016 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de in Utrecht en Nieuwegein geleverde stadswarmte te verduurzamen en daarover in november 2016 een brief gestuurd aan de wethouder.

In de brief komen verschillende niveaus van verduurzaming en verschillende initiatieven en kansen aan de orde waarmee Eneco denkt te kunnen bijdragen aan de duurzame energiedoelstellingen van de beide gemeenten. Hierbij wordt opgemerkt dat het “(…) geen eenvoudige route [is] en deze route continu in ontwikkeling [is]. Samenwerking met alle maatschappelijke partners is nodig in dit uitdagende traject. Er zullen initiatieven gerealiseerd worden, opties bijkomen en opties afvallen, waarbij wij steeds het doel van fossielvrij voor ogen zullen houden.” 204 Vervolgens wordt gesproken over het project ‘investeringsstromen’ waarbij ook Overvecht als voorbeeld voor de verdelingsvraagstukken wordt benoemd. Duidelijk is dat er veelal sprake is

197 Gemeente Utrecht (31 januari 2017). Bijlage 4 bij agendapunt 5 Opdracht voor impactanalyse besluitvorming. 198 Gemeente Utrecht (31 januari 2017). Bijlage 5 Overvecht-Noord sheets Plan van Aanpak; Bijlage 6 Noord Plan van aanpak Aardgasvrij Overvecht-Noord; Gemeente Utrecht (27 januari 2017). Bijlage 7 Overvecht Noord Plan van aanpak Aardgasvrij Overvecht-Noord. 199 Gemeente Utrecht (27 januari 2017). Bijlage 7 Overvecht Noord Plan van aanpak Aardgasvrij Overvecht-Noord. 200 Gemeente Utrecht (27 januari 2017). Bijlage 7 Overvecht Noord Plan van aanpak Aardgasvrij Overvecht-Noord, p. 4. 201 Gemeente Utrecht (5 april 2017). Bijlage 2 Inleiding warmtevisie regietafel. 202 Gemeente Utrecht (5 april 2017). Verslag Regietafel Energietransitie Utrecht, p. 2. 203 Gemeente Utrecht (5 april 2017). Verslag Regietafel Energietransitie Utrecht, p. 2. 204 Eneco (24 november 2016). Brief aan gemeente Utrecht Routekaart Verduurzaming Stadswarmte Utrecht en Nieuwegein.

77

Nota van bevindingen ‘Gas terugnemen’

Verkennende fase 2015 – 2019

4 van een oneerlijke verdeling van de lusten en de lasten. De partijen concluderen dat er meer inzicht nodig is in de natuurlijke momenten voor de investeringen door de verschillende partijen. En er is meer inzicht nodig in wat het aardgasvrij maken van wijken betekent voor de particulier. Specifiek voor Overvecht-Noord ligt een concept communicatieplan voor. De partijen kiezen hierbij voor een “(…) gezamenlijk afzenderschap. De partijen treden samen naar buiten toe met dezelfde boodschap.” 205 De eerste data-analyses die ter kennisname worden toegestuurd aan de Regietafel maken daarnaast duidelijk dat het aantal bestaande aansluitingen op de stadsverwarming afhankelijk blijkt van de geraadpleegde bron. De woningcorporaties en Eneco hebben gegevens aangeleverd, maar die blijken van elkaar te verschillen. In het vervolg zal hier verder onderzoek naar worden gedaan. 206

Terug naar de tijdlijn

3 mei 2017: Bij een vergadering van de Regietafel komt naar voren dat Eneco en Energie-U een gesprek hebben gevoerd en dat zij hebben uitgesproken om samen op te gaan trekken in de energietransitie. In vervolg op het besluit in de vergadering van de Regietafel op 5 april 2017 ligt er een projectvoorstel van STUW op tafel om de (des-)investeringsprogramma’s van de deelnemende partijen te gaan inventariseren en naast elkaar te leggen. Doel is om vast te stellen hoe de programma’s op elkaar passen. 207 Voor Overvecht-Noord wordt voorgesteld om verschillende varianten door te rekenen aan de hand van verschillende combinaties van energiesystemen. Omdat er veel stakeholders en belangen zijn wordt gekozen om dit te doen aan de hand van de Infrastructurele Footprint (IF) methode 208. Dit vanuit het besef dat het stoppen met aardgas voor iedere stakeholder andere kosten en andere consequenties heeft. De resultaten moeten “(…) zodanig specifiek en realistisch zijn dat de stakeholders op basis van de uitkomsten bereid zijn om investeringsbeslissingen te nemen.” 209 De wethouder geeft hierbij aan vooral het proces richting aardgasvrij en de communicatie hieromtrent meer aandacht te willen geven. Daarnaast blijft financiering en de verdeling van kosten een aandachtspunt, waar de gemeente ook over praat met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8b4f7847-a09b-4f52-b5b4-fb828b8a5ab3