CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente Utrecht44.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat in het raadsvoorstel staat dat het principe Ongelijk investeren voor gelijke kansen vooral ziet op de sportstimulering.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) ziet in de tweede overweging dat Ongelijk investeren voor gelijke kansen niet leidt tot een vitaal sportlandschap. Klopt dat?

Mevrouw Stylianou (D66) staat achter het principe, maar zij meent dat bij sportaanbieders aan de lange termijn moet worden gedacht.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt welk verschil de motie maakt voor het voorstel. Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat het gaat om de uitleg van het leidende principe in het eerste beslispunt van het raadsvoorstel.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) voegt toe dat volgens haar de VVD de motie heeft mede ondertekend. De voorzitter concludeert dat de VVD geacht wenst te worden de motie te hebben meeondertekend. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat Utrechts gemeenschapsgeld terecht moet komen bij Utrechters over de gehele breedte. Hij is dan ook blij dat in de beleidsnota wordt gekozen voor

breedtesport in plaats van topsport. In de beleidsnota staat echter dat bij financiële meevallers dat geld deels ten goede komt aan topsportevenementen. Daarom dient hij een amendement in (amendement 32, Geen topsport maar breedtesport, ook bij financiële meevallers).

Stadsbelang Utrecht vindt het niet verantwoord om deze beleidsnota vast te stellen voor de periode 2025-2032. De gemeenteraad heeft een mandaat tot maart 2026 en moet niet over zijn graf heen regeren. Daarom dient hij een amendement in (amendement 33, Niet over graf heen regeren). De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat sport belangrijk is voor gezondheid en welzijn en

bijdraagt aan gemeenschapszin. Hij steunt de Sportnota en de ambities daarin, maar ziet ook ruimte voor aanscherpingen. Samen met CDA, D66, ChristenUnie, EenUtrecht en Utrecht Solidair dient hij

Raadsvergadering van 20 februari 2025

11

een amendement in (amendement 34, In buurgemeenten willen óók mensen sporten).

Hij is blij dat met de onderwijsinstellingen een convenant wordt opgesteld om studenten meer te

laten sporten. Een convenant is echter niet genoeg; het moet ook worden uitgevoerd. Daarom dient

hij samen met CDA, D66, EenUtrecht en Utrecht Solidair een motie in (motie 58, Van convenant naar concrete actie!).

Het laatste voorstel gaat over roeien. Die sport staat onder druk en daarom stelt hij voor om het belang van roeien expliciet op te nemen in de sportnota. Hij dient samen met CDA, PvdA, D66,

EenUtrecht en Utrecht Solidair een amendement in (amendement 35, Laat roeien groeien, ook in de sportnota).

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meent dat sport onder druk staat. Vrijwel overal is de vraag groter dan het aanbod. Daarom steunt de VVD het voorstel van D66.

Het college stelt voor om voorlopig alleen financiële ondersteuning te geven aan sport- en beweegevenementen. De VVD vindt dat een gemiste kans en dient mede namens D66 een amendement in (amendement 36, Houd de deur open voor verbindende en lucratieve sportevenementen).

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt waarom lucratieve evenementen steeds geld nodig hebben van de gemeente. Is een investering in de Utrechtse jeugd niet beter?

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is van mening dat vooral in jeugd wordt geïnvesteerd. Evenementen

hebben een verbindend karakter en zetten Utrecht internationaal op de kaart. Naast de investeringen van verschillende partners is het logisch dat ook de gemeente een bijdrage levert.

Voorts dient zij een motie in inzake het zwembad Máximapark (motie 59, Een generatie kinderen wacht op een zwembad dat er maar niet komt).

De heer Maas (Volt) maakt zich grote zorgen over de nota. Er is te weinig financiering om de

ambities te halen. Het voorstel zal veel meer kosten met zich meebrengen dan nu kan worden

overzien. Daarom steunt Volt de nota niet, maar een aantal van de ingediende moties wel. Bij de Voorjaarsnota zal Volt wijzigingen voorstellen.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat sporten bijdraagt aan een langer en gezonder leven en

belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen, mentale gezondheid en plezier. Daarbij vindt de PvdA Ongelijk investeren voor gelijke kansen essentieel. Moties van de PvdA over het

solidariteitspotje en ongelijke tariefverhogingen zijn reeds aangenomen. Zij vraagt wanneer de concrete uitwerking van die moties kan worden verwacht. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Oosters. Mevrouw Oosters (wethouder) dankt de leden voor hun inbreng. Als eerste reageert zij op motie 52. Omdat dit voorstel afwijkt van wat de raad bij de begrotingsbehandelingen heeft besloten, wordt de motie ontraden. Het eerste punt kan het college niet waarmaken, maar de andere twee punten worden al meegenomen bij de eerdere opdracht van de raad.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

12

De heer Van Steeg (CDA) vraagt of dit past bij de bredere lijn van het college om meer met de

samenleving op te lossen. Nu worden verenigingen op kosten gejaagd, waardoor mensen minder naar verenigingen gaan.

Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat er verschillende redenen zijn voor het oplopen van kosten in de stad. Dit voorstel gaat uit van het fonds van 5 miljoen om zo veel mogelijk een zachte landing voor de tariefverhoging te bewerkstelligen.

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de doelstellingen, zoals betaalbaarheid en sport voor alle Utrechters, hiermee steeds verder uit het zicht komen.

Mevrouw Oosters (wethouder) vindt de tariefverhoging niet dusdanig hoog dat zij een dergelijk effect verwacht. In de nota wordt juist gekeken hoe bewoners die niet veel te besteden hebben, zo veel mogelijk worden ontzien.

De heer Van Steeg (CDA) wijst op de oplopende energiekosten voor verenigingen. Vindt de wethouder dat de doelstellingen in het wetsvoorstel dichterbij komen met deze nota? Mevrouw Oosters (wethouder) denkt dat de nota een positief effect kan hebben.

In motie 53 gaat een van de punten over de sporthal Vleuten. Omdat het daarbij gaat om een eerder door de raad genomen besluit, laat zij het oordeel over deze motie aan de raad.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder ook vindt dat dit perfect past bij een bewonersbod. Mevrouw Oosters (wethouder) ziet plussen en minnen en wijst op een private partij zoals bij Oudenrijn. Er liggen zeker kansen, maar het is nog niet zeker dat dit de oplossing is.

Motie 54 wordt ontraden, omdat die te veel stuurt op een uitkomst van de evaluatie en wat daarmee zou moeten gebeuren. Zij zegt toe een evaluatie te gaan houden en de uitkomst daarvan eind 2026 met de raad te communiceren.

De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de motie beoogt om het geld dat beschikbaar is voor sport en cultuur daar echt voor te bestemmen. Dat kan geen reden zijn om de motie te ontraden.

Mevrouw Oosters (wethouder) wijst op de voorgestelde verdeling: € 600.000 voor de U-pas en

€ 300.000 voor een nadere regel. Daarmee kun je de middelen op een effectieve manier inzetten

voor de doelgroep. De vraag of het geld inderdaad voldoende terechtkomt bij sport en cultuur zal worden meegenomen bij de evaluatie.

De heer Van Steeg (CDA) concludeert dat het grootste deel van het geld bij de U-pas komt en niet bij sport en cultuur. Waarom is de nota te veel sturend?

Mevrouw Oosters (wethouder) is het niet eens met de uitspraak dat het geld niet terechtkomt bij

sport en cultuur. De communicatie over de armoederegeling en de U-pas kan sturing en richting

geven aan een hogere inzet op sport en cultuur. De motie stuurt op de uitkomst van de evaluatie en niet per se op het doel.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

13

De heer Van Steeg (CDA) vraagt de wethouder waar nu precies de pijn in deze motie zit. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat het gaat om de uitkomst van de evaluatie. In de motie wordt te veel gestuurd op een gescheiden budget. Zij wil kijken of de voorgestelde manier effectief is. Wellicht kan een verruiming van punt 2 uit de motie voor een positief oordeel zorgen.

Met betrekking tot motie 55 zegt zij dat er geen capaciteit is om dit te doen. Wel kan bij het

uitvoeringsprogramma 2027-2028 opnieuw naar de prioritering worden gekeken. Voor nu is het een ongedekte motie. Zij ontraadt de motie.

Motie 56 wordt eveneens ontraden. Het college wil hiermee aan de slag, maar kan dat niet op de gevraagde termijn.

Motie 57 is volgens haar overbodig. In de nota staat dat Utrecht een vitaal sportlandschap wil voor alle Utrechters. Over sportstimulering staat precies hetzelfde als wat de motie beoogt.

In reactie op amendement 32 zegt zij dat de prioriteit van de nota ligt bij de breedtesport. Voor dat doel ligt echter ook toegevoegde waarde in de topsport. Daarom ontraadt zij het amendement. Amendement 33 vindt zij onverstandig. Sport heeft een toekomstperspectief nodig en met de

tussentijdse uitvoeringsprogramma's kan goed worden gestuurd. Zij ontraadt het amendement. Amendement 34 vindt zij te sturend op alleen studentensport. Het gaat om extra inzet en extra onderzoek en dat kan niet worden waargemaakt met de beschikbare capaciteit.

Met betrekking tot motie 58 kan zij een positief advies geven. Het gaat om het opnemen van de acties in het uitvoeringsprogramma.

Ook amendement 35 krijgt een positief advies.

Wat in amendement 36 wordt gevraagd, kan zij niet waarmaken. Daarom ontraadt zij het amendement.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst op de opbrengsten voor de gemeente. Mevrouw Oosters (wethouder) kan de opbrengsten niet op voorhand in de boeken zetten. Op die manier kan zij niet begroten.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat topsportevenementen ook iets opleveren voor de gemeente en de inwoners.

Mevrouw Oosters (wethouder) vindt dat het beschikbare geld op een effectieve manier moet worden ingezet. Er is geen geld beschikbaar om grotere evenementen te organiseren.

Hoewel zij de motivatie in motie 59 begrijpt, moet zij de motie toch ontraden. De gemeente wil het zwembad realiseren, maar het is niet haalbaar om dat op de in de motie voorgestelde termijn te doen.

De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat in zijn motie de sportverenigingen in algemene zin zijn benoemd. Kan de wethouder daar nog een keer naar kijken?

Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat het de vraag is wanneer je deze inzet pleegt. Als er aparte capaciteit voor moet worden ingezet, kan de gemeente dat niet waarmaken.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel, de amendementen en de moties vindt vanavond plaats.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

14

(De heer Bosch draagt hierop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Al-Saqaff.) 21. Raadsvoorstel Regionale Aanpak Dakloosheid U16 2024-2030. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat dakloosheid in de eerste plaats een woonprobleem is. De nota is een stap in de goede richting om die strijd aan te gaan in samenwerking met de regio. De PvdA

vindt dat de afspraken over woningen nog concreter moeten. Ontslag uit een instelling is een grote risicofactor om dakloos te worden. Daarom dient zij mede namens GroenLinks, D66, EenUtrecht, PvdD, Volt en BIJ1 een motie in (motie 60, Niemand wordt ontslagen uit een instelling zonder vervolg).

De ChristenUnie zal met steun van de PvdA een voorstel indienen om de kostendelersnorm af te schaffen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) ziet dat de doorstroom van opvang naar een woning heel moeilijk is vanwege de wooncrisis en het lage aantal beschikbare sociale huurwoningen. Een verhoging van de inzet op sociale huurwoningen is dan ook essentieel. Daarom dient zij samen met de PvdD een motie in (motie 61, Geef Housing First prioriteit met 50% sociale huur).

Mevrouw Chirino (ChristenUnie) meent dat het toevoegen van nieuwe woningen niet snel genoeg gaat. Daarom heeft de ChristenUnie met eerdere moties opgeroepen om woningdelen meer te

stimuleren en de belemmeringen zo veel mogelijk weg te nemen. Een van die belemmeringen is de kostendelersnorm. Daarom dient zij samen met PvdA, EenUtrecht, GroenLinks, Volt en PvdD een motie in (motie 62, Maak werk van de afschaffing van de kostendelersnorm).

Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat slimmer moet worden omgegaan met bestaande woonruimte door in te zetten op woningdelen. Daarom dient zij samen met ChristenUnie, Student & Starter, EenUtrecht, GroenLinks en PvdA een motie in (motie 63, Liever een gedeeld dak, dan dakloos!).

Mevrouw Streefland (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Motie 60 krijgt een positief advies.

De motie is ondersteuning van beleid, maar als iemand zelf besluit te vertrekken of wordt geschorst, heeft de gemeente daar niet altijd invloed op.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de wethouder ook aan sancties denkt. Mevrouw Streefland (wethouder) zegt dat voor jongeren specifiek wordt ingezet op de big five:

support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn. Er worden afspraken gemaakt om jongeren niet los te laten voordat er een vervolgplek is. Zij heeft geen handhavingsinstrumenten, maar de motie benadrukt de noodzaak om jongeren niet los te laten.

De heer De Vries (wethouder) reageert op motie 61. Hij moet de motie ontraden. De principes van

Housing First worden gesteund en daar wordt het gesprek over de percentages gevoerd. 40% is zeer ambitieus en een ophoging naar 50% is onhaalbaar. Hij zegt toe het Housing First principe mee te nemen in het verdeelbesluit en zal hierover in Q2 een update geven.

Mevrouw Nolten (BIJ1) zegt dat er, om het tekort in te lopen, drastisch moet worden bijgesteld. De

Raadsvergadering van 20 februari 2025

15

ambitie van 40% is kennelijk niet genoeg. De heer De Vries (wethouder) doelde specifiek op het principe Housing First. Het gesprek over de verdeling van betaalbaar wonen wordt gevoerd bij de Nota wonen en volkshuisvesting. Ook in

vergelijking met andere gemeenten is 40% al zeer ambitieus, zeker als je kijkt naar de haalbaarheid van projecten.

Mevrouw Nolten (BIJ1) zegt dat betaalbaar subjectief is. Voor de doelgroep daklozen is sociale huur betaalbaar, maar andere segmenten niet.

De heer De Vries (wethouder) is het daarmee eens, maar wijst op de uitdagingen in projecten. De gemeente is ook stevig in gesprek met de regiogemeenten over dit onderwerp.

Motie 63 krijgt een positief advies. De wethouder ziet de motie als een aanmoediging en laat het oordeel aan de raad.

Mevrouw Voortman (wethouder) reageert op motie 62. Het college staat positief tegenover deze

motie. Het college zal hier nog meer op inzetten, en ook outreachend. Zij zegt toe dat het college actief blijft inzetten op de lobby en in gesprek gaat over de rol die de stad kan spelen bij de verkenning die het kabinet voornemens is te doen.

De heer Sungur (DENK) vraagt of de wethouder de motie overneemt. Mevrouw Voortman (wethouder) kan de motie overnemen, maar zij denkt dat de ChristenUnie de motie wellicht in stemming wil brengen.

Mevrouw Chirino (ChristenUnie) wil de motie in stemming brengen. De heer Sungur (DENK) zegt dat DENK vier jaar geleden een motie heeft ingediend over een sterke lobby. De wethouder heeft die overgenomen. Wat is de stand van zaken?

Mevrouw Voortman (wethouder) heeft dat keer op keer onder de aandacht gebracht. Vorig jaar is een motie om de kostendelersnorm te schrappen, helaas weggestemd in de Tweede Kamer. In het hoofdlijnenakkoord staat dat het kabinet er een verkenning naar wil doen.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel en de moties vindt vanavond plaats.

22. Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010, partiële herziening Hoofdstuk 3 Seksbedrijven e.d. 2024, en Verordening horeca Utrecht 2024.

Mevrouw De Vries (PvdD) is niet overtuigd van alle aspecten van deze APV-wijziging en dient daarom enkele amendementen en moties in. Het college stelt voor de verplichte sluitingstijden voor

seksbedrijven te verschuiven, maar daarmee wordt er een uur van de totale maximale openingstijd afgesnoept. Daarom dient zij mede namens BIJ1, EenUtrecht en Volt een amendement in (amendement 37, Geen uurtje afsnoepen van openingstijden).

Hoewel het goed is om als ondernemer in contact te staan met de werknemers, heeft de PvdD

Raadsvergadering van 20 februari 2025

16

twijfels over een verplichting tot doorlopende gesprekken. In de commissie bleek dat de wethouder zelf ook niet weet hoe dit precies gaat werken. Zij dient daarom mede namens BIJ1 en EenUtrecht een amendement in (amendement 38, Doorlopende gesprekken geen verplichting).

De heer Bosch (UtrechtNu!) meent dat in de horeca die doorlopende gesprekken ook verplicht zijn. Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat het hier gaat om seksbedrijven. In de APV-wijziging staat niet hoe een en ander er precies gaat uitzien. De PvdD ziet deze verplichting als een belemmering en inperking.

De keuze om maximaal vijftien werkruimten toe te staan, is willekeurig. Met de wijziging wordt het totale aantal toegestane werkruimten ingeperkt. Daarom dient zij mede namens BIJ1 en EenUtrecht een motie in (motie 64, Kleinschalig is geen rekensom).

De PvdD vindt dat het maximum aantal vergunningen hoger zou mogen zijn dan zes. De wethouder ziet de noodzaak om dit aantal te verhogen op dit moment niet. Als de situatie verandert, wil de PvdD graag dat het college daar proactief op handelt. Daarom dient zij mede namens BIJ1, EenUtrecht en Volt een motie in (motie 65, Meer vergunningen bij meer vraag).

Bij het raadsvoorstel over thuissekswerk heeft de PvdD al gesproken over het besluit van het college

om het beleid niet te laten aansluiten bij de wettelijke grens van 18 jaar voor sekswerk. Ook nu stelt

het college voor de grens bij 21 jaar te leggen. Volt dient hierover straks mede namens de PvdD een amendement in.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt het goed dat er meer schot in de zaak komt bij het opstarten van de nieuwe kleinschalige sekswerklocaties in de stad, maar is bezorgd dat sommige zaken die het

college en de commissie-Sorgdrager belangrijk achten, niet door de markt opgelost gaan worden. In

theorie zouden sekswerkers die willen verzelfstandigen, gezamenlijk een locatie kunnen exploiteren, maar in de praktijk is de drempel hoog. Daarom dient zij samen met PvdD en EenUtrecht een motie in (motie 66, Ondersteun sekswerkers bij het oprichten van coöperatief).

De heer Van Vliet (D66) vraagt of de motie niet betekent dat in de toekomst een variant van een proeftuin waar sekswerkers in loondienst willen werken, wordt uitgesloten.

Mevrouw Nolten (BIJ1) kan die zorg wegnemen. Het is de bedoeling dat verschillende voorkeuren de ruimte krijgen.

Tot dusverre zijn er geen proeftuinen waarbij deelname van sekswerkers in een kwetsbare positie mogelijk is. De wethouder heeft gezegd dat er geen vergunningsvoorwaarden gesteld kunnen

worden om werkplekken voor deze doelgroep te garanderen. Daarom dient zij met PvdD, EenUtrecht en Volt een motie in (motie 67, Geef inclusie prioriteit in kleinschalige sekswerkplekken).

De heer Maas (Volt) vindt de wijziging van de APV een stap vooruit, die het mogelijk maakt dat meer sekswerkers in de stad legaal hun werk kunnen doen. Het is echter ook een voorzichtige stap. Daarom steunt Volt een aantal voorstellen van de PvdD. Jonge sekswerkers wordt geen veilige

werkplek geboden door het college. Volt wil graag dat zij in een professionele omgeving werken,

waar sociale controle is. Daarom dient hij samen met PvdD, BIJ1 en EenUtrecht een amendement in (amendement 39, Veilig sekswerk vanaf 18).

Hij begrijpt dat dit een gevoelig onderwerp is, maar vindt het jammer dat nu al duidelijk is dat de

meeste moties en amendementen het vandaag niet gaan halen, omdat de coalitie al afspraken heeft

Raadsvergadering van 20 februari 2025

17

gemaakt. Hij roept de raad op om besluiten in deze zaal te nemen en niet daarbuiten. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat zijn fractie op zoek is naar een balans tussen de

inherente risico's van sekswerk en de wens van sommigen om in deze branche te werken, een balans tussen controlerende mechanismen en versoepeling van regelgeving, een balans tussen wensen van

sekswerkers en zorgen van omwonenden, politie en veiligheidsdiensten. Die balans krijgt een plek in de eerste beslispunten van het voorstel, met een kleine omvang van locaties, een redelijke

minimumleeftijd en verbeterde openingstijden. Daarom onderschrijft de ChristenUnie die eerste beslispunten. Het voorstel omtrent de darkrooms is in disbalans met de minimumleeftijd, de

wettelijke garanties op het gebied van hygiëne en met sociale veiligheid in het uitgaansleven. Daarom dient hij een amendement in (amendement 40, Darkrooms uit het APV-voorstel).

Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt of de ChristenUnie zich ervan bewust is dat het vooral gaat om plekken uit de queer gemeenschap, waar sociale veiligheid al hoog in het vaandel staat.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat hier stevige voorschriften voor moeten komen en ziet die niet in het voorstel.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt het een beetje naïef om te denken dat er nooit een darkroom in Utrecht zal komen als het hiermee moeilijker wordt gemaakt.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt, gezien de zorgen over sociale veiligheid en risico's op mensenhandel, regulering met betrekking tot leeftijd, vergunningen en hygiëne essentieel.

Mevrouw Nolten (BIJ1) ziet de link tussen mensenhandel en darkrooms niet. Het gaat vooral om een doelgroep die elkaar veilig weet te houden, juist omdat zij in de samenleving met onveiligheid te maken hebben.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) heeft alle vertrouwen in deze gemeenschap, maar zegt dat er ook andere groepen en mensen op die plek kunnen komen.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe een positieve houding ten opzichte van de eerste beslispunten te rijmen is met de stevige argumentatie in het amendement.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat er door kleinschalige locaties. een minimumleeftijd en voorschriften op veiligheid een veilige omgeving kan worden gecreëerd.

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat in schril contrast staan met het amendement. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) weegt het voorstel zoals het voorligt en kijkt naar alle

beslispunten. In veel beslispunten ziet hij een balans tussen de zorgen die er zijn en de roep in de stad om dit werk te doen. Bij het punt van de darkrooms ziet hij die niet.

De heer Van Steeg (CDA) meent dat de zorgen ook in het eerste deel van de APV-wijziging zitten en daar stapt de ChristenUnie vrij gemakkelijk overheen.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

18

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wijst op het intense debat in de commissie. De ChristenUnie stapt daar niet gemakkelijk overheen. De plannen voor het Zandpad gingen veel verder.

De heer Bosch (UtrechtNu!) herhaalt de vraag wat darkrooms te maken hebben met mensenhandel. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat mensenhandel en risico's op uitbuiting niet alleen in darkrooms, maar ook breed in deze branche spelen. Die risico's moeten niet onbenoemd blijven.

Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of de ChristenUnie zich realiseert dat er een ingrijpende wijziging voorligt.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) realiseert zich dat. Met de wensen die in de stad leven, moet je tot een pakket komen waarbij deze activiteiten schoon, veilig en transparant kunnen plaatsvinden.

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt of de ChristenUnie begrijpt dat darkrooms geen sekswerk inhouden. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat voor hem voorop staat dat er veel risico's zijn.

Daaraan is in het voorstel niet voldoende aandacht besteed. Het was wellicht logischer geweest om een besluit over darkroom los te behandelen. Het ligt echter op deze manier voor.

Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de VVD kritisch is geweest in het commissiedebat. De regels voor sekswerk vindt de VVD te ruim. Ze houden te weinig rekening met de impact en overlast voor omwonenden en met de veiligheid en de zorg voor sekswerkers zelf. Daarom dient zij twee

voorstellen in. De VVD stelt voor de sluitingstijden voor sekswerkbedrijven te verruimen en dient

daarvoor mede namens CDA, UtrechtNu! en Utrecht Solidair een amendement in (amendement 41, Gun omwonenden van sekswerk hun nachtrust).

In het tweede amendement wordt voorgesteld om het verhuren van een werkruimte alleen per dag mogelijk te maken (amendement 42, Beperk wisselingen bij werkruimtes). Het amendement wordt mede ingediend door UtrechtNu! en Utrecht Solidair.

In de commissie heeft de VVD ook kritiek geuit op het verder versoepelen van de regels voor darkrooms. De VVD sluit zich op dat punt aan bij het voorstel van de ChristenUnie. Over de parkeergarage Paardenveld zal later nog worden gesproken.

Mevrouw Assen (PvdA) meent dat de VVD enkele jaren geleden nog voorstander was van het realiseren van meer dan 100 plekken aan het Zandpad.

Mevrouw Meerding (VVD) vindt raamprostitutie aan het Zandpad een heel andere situatie. Nu gaat het om thuissekswerk en een proeftuin, waarbij een van de locaties een woonwijk is.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe volgens de VVD sekswerk in de stad moet plaatsvinden. Mevrouw Meerding (VVD) vindt het zoeken naar werkruimtes geen probleem. Wel moet per locatie

gekeken worden of die geschikt is. De VVD heeft ook geopperd om naar industrieterreinen te kijken. De VVD wil met haar voorstellen concreet meedenken over verbetering van het beleid.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de VVD nog opkomt voor sekswerkers, die een legaal beroep willen

Raadsvergadering van 20 februari 2025

19

uitoefenen. Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de VVD kritisch kijkt naar de APV-wijziging en naar de locatie Paardenveld. Dat kan betekenen dat zij tegen voorstellen moet stemmen. De VVD heeft niet principieel iets tegen sekswerk.

De heer Van Steeg (CDA) heeft in de commissie aangegeven dat het CDA kritisch is op de

voorliggende voorstellen, ook op het gebied van darkrooms en het voorstel voor de parkeergarage.

De wethouder zei in de commissie dat de raad het participatieproces niet moet doorkruisen. Het CDA dient mede namens UtrechtNu! een motie in over darkrooms (motie 68, Verbeter veiligheid van darkrooms door personeelstraining).

Mevrouw Fattal (GroenLinks) is blij met het voorliggende voorstel, waarmee de uitvoering van het beleid mogelijk wordt gemaakt. Zij hoopt dat het voorstel verandering gaat brengen in de stad.

De heer Eerenberg (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Zijn vertrekpunt blijft het rapport van de commissie-Sorgdrager, waarvan de adviezen stap voor stap worden opgevolgd.

In reactie op amendement 37 zegt de wethouder dat hij goed heeft geluisterd naar sekswerkers,

wijkplatforms en politie, en heeft geprobeerd al die perspectieven in het voorstel onder te brengen. Daarom is gekozen voor een uur eerder sluiten.

Mevrouw De Vries (PvdD) meent dat er met haar voorstel alsnog de mogelijkheid bestaat om een andere openingstijd te handhaven. Op die manier kunnen de zorgen van de politie worden ondervangen.

De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat een uurtje korter open in de late uren helpt voor de mensen die zich zorgen maken over overlast. Hij ontraadt daarom amendement 37.

Amendement 38 wordt eveneens ontraden. Exploitanten van sekswerklocaties moeten goed werkgever zijn en doorlopend met hun medewerkers in gesprek zijn.

Mevrouw De Vries (PvdD) meent dat doorlopende gesprekken ook mogelijk zijn wanneer dat geen verplichting is.

De heer Eerenberg (wethouder) onderkent dat, maar hij vindt het belangrijk dat exploitanten moeten kunnen aantonen dat zij zich fatsoenlijk richting de sekswerkers gedragen. Als een exploitant dat niet doet, wil hij een handhavingsinstrument in handen hebben.

Motie 64 wordt ontraden. Het aantal is in samenspraak bepaald op basis van de gevoerde gesprekken.

Motie 65 krijgt eveneens een negatief advies. Als er te weinig ruimte is voor het aantal vergunningaanvragen, zal het college dat bij de raad melden.

In reactie op motie 66 zegt hij dat het eerste punt al gedeeltelijk is uitgevoerd. Het tweede punt kan hij niet waarmaken, omdat hij de rollen zuiver moet houden. Hij ontraadt de motie.

Mevrouw Nolten (BIJ1) concludeert dat de drempel er nog steeds is. Vanuit het college is er een wens tot verzelfstandiging, maar het college wil daar niets voor doen.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

20

De heer Eerenberg (wethouder) zegt dat de motie het college verzoekt ondersteuning te bieden bij het aanvragen van een vergunning. Het college moet diezelfde vergunning echter ook toetsen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) wil dat er concrete hulp wordt geboden. Dat kan ook door een andere partij dan de gemeente.

De heer Eerenberg (wethouder) heeft in meerdere debatten gezegd dat hij het model waarbij

sekswerkers zelf verantwoordelijkheid nemen, een heel mooi model vindt. Als andere organisaties sekswerkers willen helpen, vindt hij dat een goed idee.

Mevrouw Nolten (BIJ1) reageert dat sekswerkers in de stad een drempel ervaren, omdat het ingewikkeld is.

De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat het college niet zijn eigen werk moet beoordelen. Daar ligt de grens in het kader van zorgvuldigheid. Daarom ontraadt hij de motie.

Motie 67 krijgt een negatief advies. Als er meer aanvragen komen dan er ruimte is, mag er niet

getoetst worden op de mate van kwetsbaarheid van beoogde sekswerkers die de exploitant in dienst wil nemen. Vergunningverlening is een juridisch instrument en daarom zijn harde spelregels nodig. Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt dit een cynische lezing van de wet. Mensen hebben nu geen

gelijkwaardige positie. Daarom wordt gevraagd om het bij gelijke competentie mee te wegen. De heer Eerenberg (wethouder) zegt dat de intentie van de motie goed is, maar vindt selectie leiden tot een grijs gebied. Wat is een kwetsbare sekswerker en kan een ondernemer garanderen welk

percentage sekswerkers kwetsbaar is? Hij is bang dat hiermee het paard achter de wagen wordt gespannen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) concludeert dat er deze raadsperiode een hele kleine kans is dat er sekswerkers aan de proeftuinen gaan deelnemen.

De heer Eerenberg (wethouder) vindt die conclusie niet terecht. Hij vindt de voorgestelde selectie leiden tot een moeras aan juridische problemen, waardoor de vergunning er niet komt.

Mevrouw Nolten (BIJ1) verduidelijkt dat de motie voorstelt om, als er verschillende scenario's voorliggen, te kiezen voor degene die dat ook aanbiedt bij gelijke competentie.

De heer Eerenberg (wethouder) vindt het juridisch niet hard te maken om voorrang te geven bij gelijke competenties.

Amendement 39 wordt onder verwijzing naar eerdere debatten ontraden. Het college is van mening dat mensen vanaf 21 net wat volwassener beslissingen kunnen nemen.

De heer Maas (Volt) concludeert dat de wethouder net doet alsof 19- en 20-jarige sekswerkers niet bestaan.

De heer Eerenberg (wethouder) weerspreekt dat. Het is belangrijk om zeker te weten dat de

sekswerkers die straks in de proeftuin aan de slag geen, zeer bewust en geëmancipeerd die keuze

Raadsvergadering van 20 februari 2025

21

hebben gemaakt. De heer Maas (Volt) vraagt of het niet juist veiliger is om die kwetsbare groep toe te laten, zodat er toezicht op is.

De heer Eerenberg (wethouder) hoopt dat de gemeente met dit beleid 19- en 20-jarigen kan

verleiden om te beslissen dat zij nu nog niet dit vak in moeten gaan. Als zij zich melden op 21-jarige leeftijd, is het aannemelijker dat zij een bewuste keuze hebben gemaakt.

De heer Maas (Volt) zegt dat een 18-jarige wél mag kiezen, maar blijkbaar niet voor een beroep mag kiezen. Hij hoopt dat deze omissie in de toekomst kan worden hersteld.

De heer Eerenberg (wethouder) vervolgt met amendement 40. Hij ontraadt het amendement, omdat het een wens van de raad was om het op deze manier te gaan doen. Hierover is in januari 2024 een raadsbrief gestuurd. Het college handhaaft daarom het voorstel.

Amendement 41 krijgt onder verwijzing naar de eerdere argumentatie een negatief advies. Het college heeft in het voorstel een goede balans gevonden.

Amendement 42 krijgt eveneens een negatief advies. Er is een nadrukkelijke wens van sekswerkers om in kleinere tijdeenheden te kunnen werken. Voor het voorkomen van overlast worden in de spelregels allerlei waarborgen opgenomen.

Tot slot reageert hij op motie 68. Op inhoud vindt de wethouder dit een goede motie, maar hij moet

de motie toch ontraden vanwege de niet kloppende uitwerking. Hij biedt wel aan om met behulp van ambtelijk advies de motie kloppend te maken.

De heer Van Steeg (CDA) neemt dit aanbod aan en zal in tweede termijn een alternatief voorstel indienen.

De voorzitter schorst hierna de vergadering voor de lunchpauze. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA) deelt mee dat motie 68 wordt ingetrokken en dat hij in plaats daarvan amendement 43 indient (Verbeter veiligheid van darkrooms door personeelstraining).

De heer Van der Zweth (PvdA) wil een punt van orde maken. De middagvergadering wordt altijd begonnen met de behandeling van de actuele moties.

De voorzitter stelt dat agendapunt 22 bijna afgerond is. De wethouder zal alleen nog een reactie geven op amendement 43. Daarna kunnen de actuele moties aan de orde komen. Mevrouw De Vries (PvdD) merkt op dat ook zij nog een motie wil indienen. De voorzitter zal in dat geval toch eerst de actuele moties aan de orde stellen. Daarna zal de behandeling van agendapunt 22 worden vervolgd. 7. Actuele moties.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

22

Actuele motie 48, Wijkgerichte invoering verhuurvergunning. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat er geen gewoonte van gemaakt moet worden dat een naar een

volgende raadsvergadering doorgeschoven agendapunt toch op de agenda wordt gezet in de vorm van een actuele motie.

De heer Van der Zweth (PvdA) is het daarmee eens. De achtergrond in dit geval is dat er in 2020 al

schriftelijke vragen over dit onderwerp gesteld zijn. Het is duidelijk dat er tijd gemoeid zal zijn met de invoering van de verhuurvergunning. Als de behandeling dan weer een raadsvergadering verder wordt verschoven, zal men daarmee in de problemen komen.

In de commissie is er een goed debat gevoerd, waarin brede steun was voor de verhuurvergunning, van de VVD tot BIJ1. Dat is ook wel nodig, want er wordt al sinds 2020 op de verhuurvergunning gewacht. In die vijf jaar zijn er vijf sets schriftelijke vragen ingediend en zijn er vijf raadsbrieven

verschenen over de verhuurvergunning, en nog steeds is men niet zo ver dat die er gaat komen. De indieners van de motie willen tempo maken. Laat het college komen met een onderbouwing en een

en ander in een verhuurverordening gieten, waarna het politieke debat over de inhoud gevoerd kan worden. Hij dient namens de fracties van PvdA, GroenLinks, VVD, PvdD, Volt, Student & Starter,

ChristenUnie, EenUtrecht en BIJ1 motie 48 in (Wijkgerichte invoering verhuurvergunning), waarin het college wordt opgedragen:

1. Een verhuurverordening met invoering van de verhuurvergunning te onderbouwen en uiterlijk begin Q4 2025 voor te leggen aan de raad;

2. Dit middel niet gelijk stadsbreed in te voeren, maar te beginnen in een wijk of buurt waar

leefbaarheid onder druk staat en aantoonbare problemen met verhuurders zich voor doen;

3. Bij de invoering van de verhuurvergunning kostendekkende leges te hanteren om invoering en eerste controle kostenneutraal te houden;

4. Bij deze kostendekkende leges, een staffel te onderzoeken om een passend onderscheid te maken tussen grotere en kleine verhuurders.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt waarom de verhuurvergunning alleen geldt voor private

verhuurders en niet voor corporaties. Die hebben toch ook veel huizen met schimmels en andere misstanden?

De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat er ook andere mogelijkheden zijn om het gesprek met

de corporaties te voeren en om hen aan de afspraken te houden. Helaas zijn er genoeg voorbeelden

van situaties waarin dat nodig is. Voor particuliere verhuurders zijn die mogelijkheden er echter niet. Dat verandert als de motie wordt aangenomen.

De heer De Vries (wethouder) heeft in het commissiedebat een aantal mitsen en maren bij de

verhuurdervergunning meegegeven. Dat betreft onder meer de handhaving. Je kunt leges deels

kostendekkend maken, maar daarna wil je ook kunnen handhaven. Daarnaast moet je zaken kunnen

inregelen bij de start. Daarvoor is menskracht nodig. Inderdaad is de afdeling Wonen gegroeid, maar desondanks zullen er keuzes gemaakt moeten worden; als er mensen moeten worden ingezet voor de verhuurdervergunning, zullen andere zaken minder of niet meer gedaan kunnen worden. Wat

betreft het inregelen van de vergunning en de handhaving is de motie dus ongedekt. Dat maakt dat hij de motie moet ontraden.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

23

De heer Te Hoonte (VVD) heeft begrepen dat de afdeling Wonen van 6 naar 26 is gegaan. Dat geld is voor betaalbaar wonen beschikbaar gemaakt. Dat zou dan toch niet tot de conclusie "ongedekt" moeten leiden?

De heer De Vries (wethouder) antwoordt met de beschikbare middelen het meldpunt is ingeregeld, evenals de handhaving. Hij ziet dat de grote meerderheid van de raad de wens heeft om tot een

verhuurvergunning te komen. Hij heeft de motie ontraden, maar als de raad een andere afweging maakt, zal hij een keuze moeten maken en die keuze terugkoppelen naar de raad.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt op welke manier en wanneer dat teruggekoppeld zou kunnen worden.

De heer De Vries (wethouder) kan zich voorstellen dat hij dit terugkoppelt als de raad aan zet is bij de behandeling van de Voorjaarsnota.

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat in de motie niet wordt gesproken over de handhaving. Als de verhuurvergunning er eenmaal is – dat zal in de volgende raadperiode zijn – zal de handhaving op dat moment onderdeel van het debat zijn.

In de motie wordt gesproken over kostendekkende leges. De invoering en de eerste controle kunnen daar dus uit bekostigd worden. Daarnaast is er de bestaande capaciteit bij de afdeling. Hij kan daarom het oordeel "ontraden" niet plaatsen.

Actuele motie 49, Verkeerssituatie Draaiweg verdient onafhankelijk onderzoek. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt mee dat hij zijn actuele motie 49 intrekt. De motie is goed voorbereid in overleg met de bewoners, en wordt ook in goed overleg met bewoners weer

ingetrokken, om de volgende reden. Hij begrijpt dat veel fracties de motie voorbarig vinden. Dan zou het jammer zijn als de motie niet op de inhoud, maar op de timing wordt afgewezen; dat zou geen goed signaal geven. Om die reden trekt hij de motie in.

Hij vindt het wel spijtig dat de gemeenteraad een kans laat lopen om aan de bewonersgroep en de buurt te laten zien dat de raad een gebaar in hun richting maakt om het vertrouwen weer te herstellen. Die kans laat de gemeenteraad nu liggen.

De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering gestemd zal worden over de actuele motie 48.

Hierna stelt zij aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 22. Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010, partiële herziening Hoofdstuk 3 Seksbedrijven e.d. 2024, en Verordening horeca Utrecht 2024.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

24

Mevrouw De Vries (PvdD) trekt motie 64 in en dient daarvoor in de plaats motie 69 in (Kleinschalig is geen rekensom), waarin in het dictum de woorden "op te dragen" zijn vervangen door "te heroverwegen". Het dictum luidt nu dus als volgt:

1. Het maximum aantal werkruimten bij seksbedrijven te heroverwegen wanneer na evaluatie of tijdens de looptijd van de proeftuin blijkt dat hier behoefte aan is vanuit de sector;

2. De raad hierover een voorstel voor te leggen wanneer hier sprake van is.

Zij trekt ook motie 65 in en zal die vervangen door een nieuwe motie, waarin in het dictum het

woord "ophogen" wordt vervangen door "heroverwegen". Deze motie moet echter nog opgesteld en verstuurd worden.

Mevrouw Nolten (BIJ1) trekt motie 66 in. In plaats van deze motie dient zij motie 70 in (Ondersteun

sekswerkers bij het oprichten van coöperatief), waarin het tweede punt van het dictum is aangepast, zodat dit als volgt luidt:

2. Wanneer sekswerkers interesse hebben om een kleinschalige sekswerklocatie te exploiteren als collectief, andere partijen in de stad te enthousiasmeren sekswerkers te ondersteunen bij het

vormen van een corporatie, en daarbij ook kwetsbare sekswerkers desgewenst een rol te geven. De voorzitter schorst daarop de vergadering voor enkele minuten, om mevrouw De Vries de tijd te geven haar nieuwe motie op te stellen en rond te sturen.

Na heropening van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw De Vries. Mevrouw De Vries (PvdD) deelt mee dat motie 65 wordt ingetrokken dat en daarvoor in de plaats

motie 71 (Meer vergunningen bij meer vraag) wordt ingediend, waarin het college wordt verzocht: 1. Het maximaal aantal vergunningen te heroverwegen wanneer het vergunningenplafond voor seksbedrijven binnen de APV is bereikt of wanneer het blijkt dat dit maximaal aantal

vergunningen zodanig een drempel is voor ondernemers dat dit tot gevolg heeft dat zij geen seksbedrijf in Utrecht starten of voortzetten;

2. De raad hierover een voorstel voor te leggen wanneer hier sprake van is. De heer Eerenberg (wethouder) vindt het mooi dat men in de tweede termijn op een aantal punten dichter bij elkaar is gekomen.

Amendement 43 (Verbeter veiligheid van darkrooms door personeelstraining) is een aanscherping

van het darkroombeleid exclusief voor de horeca. Hij kan dit amendement voorzien van een positief

advies. Hij benadrukt dat in dit amendement alleen iets wordt geregeld voor de horeca, dus niet voor evenementen.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat het beleid ook voor evenementen zal gelden?

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het amendement betrekking heeft op wat in de APV is

geregeld voor de horeca. Het evenementenbeleid is op een andere plek geregeld, dus als men daarin iets wil wijzigen, zal men een motie moeten indienen. Het gaat hier om een grijs gebied, daarom zal hij zo meteen komen met een precieze toezegging; de heer Van Steeg moet dan maar zeggen of die toezegging naar tevredenheid is.

Motie 69 (Kleinschalig is geen rekensom) moet hij voorzien van een negatief advies. De laatste drie

Raadsvergadering van 20 februari 2025

25

woorden van het eerste punt van het dictum luiden "vanuit de sector". In de motie wordt dus gezegd: als uit de evaluatie blijkt dat er bij de sector behoefte bestaat aan uitbreiding, doen we dat. Daarbij

wordt dus voorbijgegaan aan de mening van omwonenden, politie of anderen. In de evaluatie zouden echter alle geluiden moeten worden betrokken.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat in de motie staat dat uitbreiding heroverwogen wordt

wanneer dat signaal er komt. Dan is het nog steeds aan het college en de raad om goed te kijken welke signalen er nog meer bestaan in de stad.

De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat hij nu bezig is met close reading, maar hij leest toch echt

dat als vanuit de sector het signaal komt dat uitbreiding gewenst is, er dan een heroverweging volgt. Hij voelt er meer voor om uitbreiding te heroverwegen als uit de evaluatie dat beeld ontstaat. Hij is

nu even pietje precies, maar hij wil voorkomen dat een volgend college of raad de tekst in de motie anders beoordeelt.

Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat in de motie ook staat: "De raad hierover een voorstel voor te leggen wanneer hier sprake van is".

De heer Eerenberg (wethouder) leest in de motie toch echt dat als uit de evaluatie blijkt dat de sector behoefte heeft aan meer werkruimten, de raad daarover dan een voorstel wil. Hij vindt het belangrijk om vanuit zijn verantwoordelijkheid te zeggen dat in de evaluatie alle geluiden moeten worden meegenomen, dus ook de geluiden van de omwonenden en de politie.

In motie 70 (Ondersteun sekswerkers bij het oprichten van coöperatief) is het probleem van de

dubbele petten eruit gehaald en zijn de kwetsbare sekswerkers toegevoegd. Om die reden kan de motie een positief advies krijgen.

Ook motie 71 (Meer vergunningen bij meer vraag), waarin gevraagd wordt om een heroverweging als er zo veel vraag is dat de vergunningen opraken, kan hij een positief advies geven. Het gestelde in deze motie is in lijn met zijn beantwoording in eerste termijn.

Ten slotte komt hij met de beloofde toezegging over de darkrooms op festivals. Namens het college zegt hij toe dat aan de volgende Nadere regel evenementen gemeente Utrecht zal worden

toegevoegd hoe personeel wordt getraind op het gebied van sociale veiligheid, signalering van grensoverschrijdend gedrag en ingrijpen bij onveilige situaties daar waar het gaat over het exploiteren van darkrooms bij evenementen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat op festivals ook jonge mensen komen die daar dansen, plezier hebben en vaak ook pillen gebruiken. Veel jonge mensen gaan daardoor ook

regelmatig out. Zij vraagt de wethouder of hij dat de goede omgeving voor een darkroom vindt. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij het voorstel niet zou hebben ingediend als het

antwoord op die vraag "nee" geweest zou zijn. Het CDA stelt in feite een aanscherping voor, zodat het personeel goed getraind wordt. Het CDA heeft in die zin goed naar de zorgen van mevrouw Hessel geluisterd.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt zich af hoe zij het trainen van het personeel voor zich moet zien. Gaat het personeel mee de darkroom in? Het idee zelf is al bizar. De mensen in Utrecht vallen

van hun stoel als zij horen over een darkroom op evenementen. Is de wethouder niet bang dat dit tot

Raadsvergadering van 20 februari 2025

26

ongelukken en slachtoffers gaat leiden? De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij daar niet bang voor is. Er wordt voorzien in een behoefte. Het college heeft dan de dure plicht om dat goed te regelen. Er zitten al heel veel

beperkingen in het voorstel van het college en het CDA voegt daar nu een beperking aan toe. Hij is ervan overtuigd dat mensen die van deze voorziening gebruik gaan maken dat in deze context op een veilige en verantwoorde manier doen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) hoort de wethouder zeggen dat er wordt voorzien in een behoefte.

Begrijpt zij nu goed dat de gemeenteraad moet gaan voorzien in elke seksuele behoefte van mensen? De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de gemeenteraad als vertegenwoordiger van de

Utrechtse bevolking serieus moet debatteren over alle belangen die er in de stad spelen, ook als die belangen gaan over de behoeften van sekswerkers en hun klanten.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel en de moties vindt vanavond plaats.

23. Raadsvoorstel Voorkeursrecht Overvecht Centrum Fase 1 en 2. De heer Vasters (D66) stelt dat het vestigen van een voorkeursrecht op onroerend goed een

ingrijpende maatregel is. Dit beperkt de verkoopmogelijkheden van grondeigenaren en leidt tot

onzekerheid en vertraging in de gebiedsontwikkeling. D66 is door de wethouder in voldoende mate

gerustgesteld dat deze maatregel een voorspoedige ontwikkeling van dit gebied niet in de weg staat. Desondanks zijn enkele vragen nog onvoldoende beantwoord. Waarom is het vestigen van een

voorkeursrecht specifiek op deze percelen en op dit moment noodzakelijk? En helpt de maatregel bij het realiseren van de bouwplannen? D66 staat achter het toepassen van de Wet voorkeursrecht

gemeenten. Het vestigen van een voorkeursrecht kan echter ook op gespannen voet staan met de beperkte hoeveelheid capaciteit en financiële middelen van de gemeente. D66 verzoekt de

wethouder om te bevestigen dat het voorkeursrecht uitsluitend wordt toegepast bij gegronde redenen en dat de gemeente zich na vestiging van het voorkeursrecht actief zal inzetten om vertraging in de ontwikkeling te voorkomen.

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of voor D66 het sturen op een gebiedsontwikkeling ook een reden is om het voorkeursrecht toe te passen.

De heer Vasters (D66) bevestigt dat, om meer sturing en grip te krijgen op een ontwikkeling, het voor D66 wenselijk is dat de gemeente het voorkeursrecht toepast.

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt wat de aanleiding is voor de vragen van D66. In de Nota

Grondbeleid zijn immers reeds afspraken gemaakt over het tegengaan van speculeren en over grip op de ontwikkeling.

De heer Vasters (D66) is het niet oneens met het vestigen van het voorkeursrecht in Overvecht

Centrum. D66 ziet echter dat het veelvuldig toepassen van het voorkeursrecht uiteindelijk niet

Raadsvergadering van 20 februari 2025

27

mogelijk is. Hier is daadwerkelijk uitvoeringskracht en financiële capaciteit voor nodig. Daarom is het wenselijk dat aan het toepassen van het voorkeursrecht een aantal voorwaarden worden gesteld.

De heer De Pagter (VVD) vraagt of D66 de indruk heeft dat Overvecht Centrum te maken heeft met "vastgoedcowboys".

De heer Vasters (D66) heeft die indruk niet, maar toch zijn er wel zorgen die ertoe leiden dat D66 wil weten waarom het voorkeursrecht specifiek hier wordt toegepast. Het is ingewikkeld om te beoordelen hoe ontwikkelaars zich in dit gebied manifesteren.

De heer De Pagter (VVD) heeft vernomen dat D66 het voorkeursrecht alleen wil toepassen als er "vastgoedcowboys" in beeld zijn. Hij gaat ervan uit dat D66 tegen het raadsvoorstel stemt.

De heer Vasters (D66) reageert dat er gegronde redenen dienen te zijn om het voorkeursrecht toe te passen. Eén daarvan is een hoog risico op grondspeculatie.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) geeft aan dat de projectleider in een video positief was over de

samenwerking en de plannen, terwijl op hetzelfde moment de ondernemers op de hoogte gesteld werden van de plannen van de gemeente om het voorkeursrecht te vestigen.

De heer Vasters (D66) begrijpt de zorgen van de ontwikkelaars. In een openplanproces is goed

samengewerkt met de gemeente. Echter, indien het speculatierisico aanwezig is, is het begrijpelijk dat het voorkeursrecht wordt toegepast.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de gemeente niet ook moet onderzoeken of de

projectleiding deels verantwoordelijk is geweest voor het verhoogde risico op speculatie. Als blijkt

dat het voorkeursrecht is gevestigd omdat er angst is voor speculatie, hoe kan het projectbureau dan zo jubelend zijn over deze vastgoedondernemers?

De heer Vasters (D66) beaamt dat, indien er geen groot risico op speculatie is, het vestigen van het voorkeursrecht niet wenselijk is. De beoordeling van het college is echter dat dit risico hoog is.

De heer Stellinga (CDA) dient motie 72 (Een betrouwbare gemeente) in, die het college opdraagt om: 1. In de toekomst in elk individueel geval, waarin het vestigen van een voorkeursrecht wordt

overwogen, te beoordelen of het vestigen van een voorkeursrecht, gelet op de omstandigheden van dat geval, meerwaarde heeft om grip op gebiedsontwikkelingen te houden/te krijgen of niet;

2. Het nemen/voorstellen van een besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht in individuele gevallen afhankelijk te maken van de beoordeling als bedoeld onder 1.

Mevrouw Voortman (wethouder) heeft van D66 een aantal vragen ontvangen. Het voorkeursrecht

mag niet zomaar worden ingezet. Een voorstel tot toepassen van het voorkeursrecht wordt altijd met

de raad gedeeld en is, conform de principes, afgewogen actief grondbeleid. Met het vrijgeven van het Masterplan Overvecht Centrum voor inspraak ontstaat automatisch een hoger risico op

grondspeculatie, want daarmee wordt duidelijk wat de ontwikkelmogelijkheden zijn. Daarnaast kan

zelfrealisatie door de partijen gewoon doorgang vinden, ook met het voorgangsrecht, en geeft het in die zin geen vertraging. Het voorkeursrecht zorgt ervoor dat er niet gespeculeerd kan worden, en

Raadsvergadering van 20 februari 2025

28

juist speculatie zorgt voor vertraging. Bovendien dient de gemeente door het vestigen van het voorkeursrecht binnen drie jaar na het vestigen van het voorkeursrecht een visie of een omgevingsplan vastgesteld te hebben.

Zij reageert op motie 72 inzake een betrouwbare gemeente. Dit is reeds staand beleid. Reagerend op een van de overwegingen benadrukt zij dat de gemeente juist wel extra regie krijgt op de gewenste ontwikkelingen. De huidige eigenaren zullen naar verwachting namelijk niet snel weer met andere partijen dan de gemeente willen samenwerken. De gemeente heeft immers het eerste recht van

kopen. Daarnaast biedt goed in overleg zijn niet een garantie dat er per definitie niet gespeculeerd gaat worden. Verder geeft zij mee dat de raad altijd de argumenten per project kan inzien bij het raadsvoorstel. Zij ontraadt de motie.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Over het voorstel en de motie zal aan het eind van de vergadering gestemd worden.

24. Raadsvoorstel Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2025 – 2040. De heer Van der Zweth (PvdA) constateert dat de voorliggende Omgevingsvisie belangrijke stappen zet in onderwerpen als verkeersveiligheid, goed en fijnmazig openbaar vervoer en goede

voorzieningen. De Omgevingsvisie sorteert echter veel voor op sloop en nieuwbouw op veel plekken in Overvecht. De PvdA steunt deze sloop niet. Sloop verbreekt immers sociale structuren, werkt

gentrificatie in de hand en is niet duurzaam. Daarom dient hij mede namens Volt, GroenLinks en Partij voor de Dieren amendement 44 (Terughoudend met sloop) in.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de PvdA heeft vernomen dat de mensen in Overvecht zich niet gehoord voelen.

De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat hij daarvan op de hoogte is. Zo is ook door heel veel bewoners aangedragen dat de verkeersveiligheid en het ov goed dienen te zijn.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat zorgen over bereikbaarheid en zorgen om in Overvecht nog te kunnen wonen zoals men dat wil, voor de PvdA niet belangrijk genoeg is gevonden om er een amendement over in te dienen.

De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat fijnmazig openbaar vervoer alles te maken heeft met

bereikbaarheid. Dit zou de heer Bosch moeten weten, gezien zijn beroep. Nieuwbouw in Overvecht is daarnaast wenselijk, zodat mensen kunnen verhuizen indien zij dat willen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) legt uit dat bewoners in Overvecht niet de keuze krijgen om met een auto nog naar Overvecht te kunnen.

De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat bereikbaarheid meer is dan alleen de auto. In Overvecht zal het aantal auto's moeten dalen, want anders gaat groei van de wijk ten koste van de verkeersveiligheid.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

29

De heer Aït Daoua (D66) begrijpt dat de PvdA terughoudend is in sloop en nieuwbouw. Het

uitgangspunt om niet te slopen in woonbuurten, lijkt echter onjuist. Daar staan immers huizen die in de jaren zestig en zeventig zijn gebouwd.

De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat de Utrechtse Leidraad voor Sloop of Renovatie aangeeft dat sloop bij stedelijke buurten en groene buurtranden niet de eerste stap is. De leidraad stelt

meerdere voorwaarden aan sloop. De PvdA heeft als uitgangspunt om niet te slopen in woonbuurten omdat Overvecht geen wit doek is. Minimaal 70% mag niet worden gesloopt. Er dient te worden

doorontwikkeld op de huidige stand van de wijk. Bovendien kunnen er woningen worden toegevoegd zonder sloop.

De heer Aït Daoua (D66) wijst erop dat woningen die gebouwd zijn in de jaren zestig en zeventig nog een x-aantal jaren houdbaar zijn. Kijkt de PvdA niet naar de toekomst?

De heer Van der Zweth (PvdA) kijkt wel degelijk naar de toekomst, maar is tevens van mening dat

woningen in Overvecht gerenoveerd kunnen worden. Er bestaat onzekerheid over sloop in Overvecht en deze dient te verdwijnen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de PvdA alle sloop zou willen schrappen, waarmee alle slooponzekerheid wordt weggenomen.

De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat ook rond het station en het centrum men terughoudend dient te zijn met sloop. Echter, sloop in deze gebieden wil de PvdA niet uitsluiten. Hier is namelijk de kans om daadwerkelijk veel betaalbare woningen toe te voegen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) reageert dat bewoners niets hebben aan "waarschijnlijk niet, maar het kan wel".

De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het wenselijk is om enkele tientallen woningen te slopen als daar honderden woningen voor in de plaats kunnen komen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt hoe hij, indien zou worden aangekondigd dat het huis van de ouders van de heer Van der Zweth gesloopt wordt, van plan is om hen op te vangen.

De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat sloop/nieuwbouw voor iedereen heftig is. Het is

ingewikkeld wanneer mensen hun huis uit moeten omdat het gesloopt wordt. Hier dient de PvdA dan ook een amendement toe in. Het grotere goed weegt soms echter zwaarder.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat veel mensen betaalbare en kwalitatief goede woningen willen. Energie en verwarming worden een steeds groter onderdeel van de woonlasten. Door de

energetische kwaliteit van een aantal van de woningen in Overvecht daalt betaalbaarheid van deze woningen. Dit overwegende, denkt de PvdA dat mensen geholpen zijn met het niet-slopen van de woning?

Raadsvergadering van 20 februari 2025

30

De heer Van der Zweth (PvdA) denkt inderdaad dat mensen daarmee geholpen zijn. Bovendien heeft het niet-slopen van woningen meer voordelen. In de praktijk keren bovendien veel bewoners niet terug in de nieuwbouwwoning en krijgen de nieuwe huurders een hogere huur.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) herhaalt dat de woonlasten voor een steeds groter deel bestaan uit energiekosten. Deze kosten zullen alleen maar stijgen bij woningen van een slechte energetische kwaliteit.

De heer Van der Zweth (PvdA) erkent dat er niets aan bestaande woningen wordt gedaan als

sloop/nieuwbouw boven de markt hangt. Door duidelijk te maken dat woningen niet gesloopt worden, zijn mensen eerder geneigd om hun woning te renoveren.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat renovatie nooit de energetische kwaliteit biedt die sloop/nieuwbouw kan leveren. De huurders zijn de dupe van amendement 44, want de betaalbaarheid van de woning is in het geding als er niet gesloopt mag worden.

De heer Van der Zweth (PvdA) wil niet elke woning na veertig jaar tegen de vlakte gooien. Het gaat

om bestaande wijken met bestaande sociale structuren en een bestaande identiteit. Desalniettemin moet er veel in de wijken gebeuren.

Mevrouw Passier (Volt) heeft een punt van orde. Het is de goede gewoonte dat het debat hard op de inhoud en zacht op de persoon wordt gevoerd. Het is niet chique dat de ouders van heer Van der

Zweth en het beroep van de heer Bosch bij het debat worden gehaald. Zij verzoekt haar collega's het debat op de inhoud te voeren.

De voorzitter bedankt mevrouw Passier voor haar punt van orde. Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat het college onvoldoende doet om de groennormen te halen. Ook

met de voorliggende Omgevingsvisie worden de groennormen niet gehaald. Daarover dient zij mede namens Volt amendement 45 (Groen groeit mee in Overvecht) in.

Ook stelt zij dat bomen net zo belangrijk zijn als woningen. Zij dient daarom mede namens Volt amendement 46 (Bomen zijn net zo belangrijk als woningen) in.

Zij meent dat er niet gebouwd zou mogen worden in de Hoofdgroenstructuur. Het is stuitend dat van alle uitgangspunten die zijn meegegeven richting de Omgevingsvisie, alleen de uitgangspunten over groen geschrapt zijn. Daarom steunt de PvdD amendement 70.

Zij constateert dat in de Omgevingsvisie is opgenomen dat wanneer het niet lukt om in het

Noorderpark sportvelden te realiseren, er opnieuw gekeken wordt naar een andere locatie die

“mogelijk ten koste gaan van openbare ruimte, parken en volkstuinen”. De biodiversiteit staat echter

zwaar onder druk staat en daarom is het niet wenselijk sportvelden te realiseren op locaties waar dat

de biodiversiteit schaadt. Daarom dient zij mede namens Volt, GroenLinks, EenUtrecht, ChristenUnie, Utrecht Solidair, VVD en PvdA amendement 47 (Behoud biodiversiteit en gemeenschapszin in de volkstuinen) in.

Zij is van mening dat in de tekst en plattegronden van de Omgevingsvisie Overvecht niet duidelijk wordt waar exact bijgebouwd gaat worden. Binnenhoven zijn voor de huidige bewoners van groot belang om veilig te spelen, elkaar te ontmoeten, verkoeling te vinden en te verblijven. Zij dient daarom mede namens Volt en Utrecht Solidair amendement 48 (Ontzie de binnenhoven) in.

Raadsvergadering van 20 februari 2025

31

De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt wat de PvdD bedoelt met de binnenhoven. Mevrouw Sasbrink (PvdD) licht toe dat het de partij gaat om het groen tussen de bebouwing in, ofwel het groen dat omringd is door de bebouwing.

Om andere fracties tegemoet en omdat amendement 48 mogelijk te ver strekt, dient zij mede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f6826afa-dada-4268-bda4-f7628168a26e