Agendabundel
Tekst van het document
Prestatiedoelstelling P1.1.2 Het voorbereiden en realiseren van bouwrijpe grond en de aanleg en inrichting van bijbehorende openbare ruimte. Centrum: Stationsgebied, Lombokplein, Beurskwartier en historische binnenstad We bouwen het nieuwe Centrum van Utrecht: een gezond, vitaal en aangenaam gebied waar iedereen bewoners, ondernemers en werknemers, reizigers en bezoekers- zich thuis voelt. Het Stationsplein met het iconische bollendak vormt een prachtige en toegankelijke verbinding tussen de aantrekkelijke historische binnenstad en de uitdagende westkant van het Centrum met in de toekomst een bruisend Jaarbeursplein, eyecatchers als Wonderwoods en het Jaarbeurspleingebouw en toekomstbestendige, groene en autoluwe woongebieden in Beurskwartier (inclusief Jaarbeursterrein) en Lombokplein. Dit vraagt een integrale benadering van de aanpak van mobiliteit door het gebied, de vraagstukken rond fiets- en autoparkeren, de ontlasting van de binnenstad, de verbinding tussen de oost- en westkant van het spoor, de realisatie van het een gevarieerd programma voor wonen, werken en recreëren in een 53
groene en gezonde omgeving en niet te vergeten de uitvoering van de Omgevingsvisie Binnenstad 2040 waarin de ambities voor de binnenstad voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn omschreven. We stimuleren dat in de eindsituatie een gezonde leefomgeving wordt gerealiseerd met onder meer voldoende groen op gevels en daken (Wonderwoods is een goed voorbeeld), veel aandacht voor duurzaamheid, een aantrekkelijke openbare ruimte, en veel ruimte voor voetgangers en fietsers. We baseren de invulling van de plannen op de RSU, de woonvisie, mobiliteitsbeleid, Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen en andere stedelijke kaders. En we doen dit samen met onze partners in de stad. Nog steeds kunnen we rekenen op grote belangstelling van marktpartijen om zich in het Stationsgebied te vestigen. We werken aan een kwalitatief hoogwaardig ingericht openbaar gebied met aantrekkelijke pleinen (Jaarbeursplein, Stationsplein en Vredenburgplein) en stadsparken in Beurskwartier en Lombokplein, gebouwde stallingsvoorzieningen voor fietsen, vermindering van autoasfalt ten gunste van groen en water (herstel Catharijnesingel en Leidse Rijn), nieuwe woningen in het gebied en afspraken over gezamenlijk beheer. Speciale aandacht besteden we aan woningen voor bijzondere doelgroepen waarbij menging daarvan met andere woningen en andere functies uitgangspunt is.
De verwachtingen op middellange termijn zijn onverminderd gunstig, de projecten vorderen gestaag. Voor de projecten met woningbouw is extra aandacht voor het aandeel sociale huurwoningen en de middencategorie. Hierover zijn afspraken gemaakt conform de woonvisie, of zelfs hogere aantallen. Het Jaarbeurspleingebouw zal een bruisende afronding van het Jaarbeursplein worden. Stationsgebied In het Stationsgebied richten wij ons in 2022 op verschillende projecten. Belangrijkste infrastructurele werken in uitvoering in 2022: • Forum Noord • Laan van Puntenburg • Herinrichting en vergroenen Stadsplateau • Verbeterprogramma busstations Utrecht Centraal • Zuidplint Hoog Catharijne, uitvoering openbaar gebied • Aanpassingen tramhaltes Jaarbeursplein • Rioolvervanging en herinrichting Catharijnesingel (Traverse – Bartolomeibrug). Gebouwen in uitvoering in 2022: • Wonderwoods (Kop Beurskwartier/Healthy Urban Quarter) • Woningen Mineurslaan-Noord, Fase 3B/C Hotel-Woningen Amrâth • Smakkelaarspark. Opleveringen in 2022: • Zuidplint Hoog Catharijne (Radboudkwartier, Klépierre) • Hotel-woningen Amrath/Galaxy Tower • Forum Noordzijde.
Planontwikkeling in 2022: • Oude Daalstraat/kop Amsterdamsestraatweg • Jaarbeurspleingebouw • Herontwikkeling Jaarbeurs (planbegeleiding en –toetsing, opstellen Omgevingsvisie) • Beatrixgebouw (uitvoering tijdelijke invulling tot 2028 en planontwikkeling voor na 2028) • Rijkskantoor De Knoop Fase 2 (voorheen De Generaal) en Knoop Fase 3 (plek huidige Green House) met woningen en/of kantoor, Rijksvastgoedbedrijf • Leidse Rijn (van Smakkelaarsveld tot aan HOV brug westzijde) • Van Sijpesteijnkade en -tunnel.
54
Planbegeleiding diverse particuliere Initiatieven • Jaarbeursterrein • Uitbreiding Rabobank (Matserterrein) • Kantoor Sijpesteijn en Hojel II, afhankelijk van initiatief eigenaar CBRE • Beatrixgebouw • Catharijnesingel 38-46, 47. Lombokplein Het Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp Lombokplein is vastgesteld door de raad en er is gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. Deze kan vervolgens in procedure gebracht worden. Ook wordt het Functioneel Ontwerp verder uitgewerkt in een Voorlopig Ontwerp. Beurskwartier Voor Beurskwartier 1 (tussen Jaarbeurs en Croeselaan) vindt verdere uitwerking van de planvorming plaats, ook naar aanleiding van een aantal aanvullende besluiten van de raad over onder meer de sloop van een aantal woningen en toevoeging van een bouwlocatie aan de Jan van Foreeststraat/Croeselaan (De Foreest). Het bestemmingsplan (nodig voor onteigeningstitel) is ter vaststelling naar de raad gestuurd, besluitvorming wordt na de zomer ’21 verwacht. In 2021 wordt het Stedenbouwkundig Plan uitgewerkt. Voor De Foreest wordt een bouwenvelop opgesteld, die past binnen het SPvE dat wordt gemaakt voor de Rabolocatie. De Jaarbeurs wil de komende jaren haar hallen en de omliggende gronden herontwikkelen (Beurskwartier 2, 3 en 4). Hiervoor heeft Jaarbeurs een Masterplan gepresenteerd (dec. 2019).
Met een Omgevingsvisie Jaarbeurs wil de gemeente de kaders en uitgangspunten voor de ontwikkeling van dit gebied vastleggen. In 2022 vindt de nadere uitwerking van onderzoeksvragen van de raad plaats, op basis van de startnotitie voor de Omgevingsvisie. Jaarbeurs heeft de gemeente onlangs meer tijd gevraagd voor het opstellen van een sluitende business case. Na verkenning van de mogelijkheden en het bepalen van de juiste faserings- en investeringsstrategie zal het college een uitgangspuntenbrief sturen aan de raad, op basis waarvan de Omgevingsvisie zal worden opgesteld. Deze zal naar verwachting in de loop van 2022 aan de raad worden voorgelegd. Binnenstad De Omgevingsvisie Binnenstad is voorgelegd aan de raad. Na vaststelling wordt deze visie de leidraad voor de kwaliteit die we zullen stimuleren in de binnenstad; kwaliteit van de openbare ruimte, van de gebouwen. Dit is belangrijk voor de kwaliteit van het economisch centrum, en ook voor wonen en werken. We werken toe naar een vergroot centrum zonder barrières in 2040. Op kortere termijn zetten we in op verbetering van de openbare ruimte van het kernwinkelgebied, het Museumkwartier en het Universiteitskwartier. Actuele projecten zijn: parkeergarage Strosteeg, visie Tuinen van Moreelse, Vrouwjuttenhof, FAME en Wolvenplein.
Leidsche Rijn en Vleuten de Meern We streven een gezond en duurzaam leef- en verblijfsklimaat na in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. Onze koers in deze ontwikkeling is een goede balans behouden tussen bebouwing en groen, voldoende ruimte voor werkgelegenheid en een passend voorzieningenniveau bieden. Ook werken we aan de doorontwikkeling van de knooppunten in lijn met de RSU 2040. Voor de ontwikkeling op middellange termijn wordt in 2022 het bestemmingsplan woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas vastgesteld, waardoor we kunnen beginnen met de woningbouwontwikkeling en het aanleggen van de zonne-energie-eilanden. Met de STUW-corporaties zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van een sociaal programma. Voor een aantal kavels in Leeuwesteyn en Haarrijn worden tenders voorbereid en aan de randen van het Máximapark komen weer clusters nieuwe zelfbouwkavels in de verkoop. In Rijnvliet worden voorbereidingen getroffen voor de verwerving van de laatste benodigde percelen. In Leidsche Rijn Centrum werken we aan de planbegeleiding van de hoogbouwkavelkavel en aan appartementencomplexen voor senioren, voor de doelgroep Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en voor studentenhuisvesting. Ook worden de mogelijkheden bekeken voor een CPO-project. Voor Groenewoud verwacht de ontwikkelaar een omgevingsplan vast te kunnen laten stellen door de raad.
Aan de inrichtingsplannen wordt gewerkt en de placemaking van het gebied start.
55
Na vaststelling van het SPvE Papendorp Noord starten we in 2022 met een Stedenbouwkundig Plan voor deelgebied Groenewoud Noord. Voor de mobiliteitshub in Papendorp wordt een schetsontwerp gemaakt. Het schetsontwerp verschaft ook (een eerste) inzicht in de bouwkosten en de kosten gemoeid met de exploitatie van de parkeervoorziening. Op basis van dat inzicht wordt het schetsontwerp en een financiële analyse ten behoeve van de realisatie van de parkeervoorziening aan de raad voorgelegd. Om het systeem van parkeren op afstand goed te laten functioneren werken we aan een fietsverbinding vanaf de mobiliteitshub, via een brug aan de zuidzijde van de Martin Luther Kingbrug naar het Beurskwartier. We werken aan de planvoorbereiding van een hotel aan het Taatsenplein en verwachten interesse in kantoorkavels in Papendorp wat tot nieuwe bouwontwikkelingen kan leiden. Voor Strijkviertel stellen we in 2022 een omgevingsplan vast en het definitief ontwerp voor de openbare ruimte, waarna het bouwrijpmaken kan starten. In 2022 voeren we gesprekken met ontwikkelaars over de uitgifte van deze bedrijfskavelvelden. We betrekken MBO studenten bij het ontwerp van de openbare ruimte. In Leidsche Rijn Centrum ronden we in 2022 de tenderprocedure af voor de cultuurkavel Berlijnplein, het culturele hart van Leidsche Rijn met als thema “De toekomst van de stad”.
Op deze plek komt, op basis van de culturele programmering en co-creatie, een complex aan circulaire gebouwen. Het eerste hockeyveld, als uitbreiding van sportpark Rijnvliet, wordt in gebruik genomen. De mogelijkheden voor uitbreiding van het sportpark met een derde rugbyveld is in onderzoek. Ook werken we aan een plan voor vergroeningsmogelijkheden in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. Verder werken we in 2022 aan een aantal IPOKS en IDOCS, bouwenveloppen en bestemmingsplannen om nieuwe initiatieven en planuitwerkingen mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor de realisatie van (sociale) huurwoningen op het terrein Kloosterweide in Vleuten. Voor de ontwikkeling van een horecagelegenheid bij De Tol zal in 2022 een tenderprocedure gestart worden voorbereid. In het gebied rond Ockhuizen wordt de plaatsing van zonnepanelen verder onderzocht in combinatie met de aanplant van nieuw bos. Er wordt een bestemmingsplan gemaakt voor de ontwikkeling van het Zuidoostkwadrant in De Meern. De Ontwerpstudie Rijnenburg ronden we Q1 af wordt gefaseerd uitgevoerd. Komend jaar streven wij er in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern naar om ongeveer 1.100 woningen in aanbouw te nemen en een passend voorzieningenaanbod. Voorzichtigheidshalve gaan we er niet van uit dat de hoogbouwkavel start met de bouw.
In 2022 is ongeveer een kwart van die 1.100 woningen sociale huur, 14% middenhuur en 8,5% betaalbare koop. De andere helft is verdeeld in 24% beleggers huur en 24,5% vrije sector koop. In Leidsche Rijn Centrum wordt in 2022 bij de Hogeweidebrug, ook wel Gele brug genoemd, bouwblok Bellevue in aanbouw genomen. Naast het winkelgebied gaan appartementengebouwen en kantoren in aanbouw. De kavels worden, onder andere voor de hoogbouwkavel, diverse woongebouwen en de uitbreiding van basisschool Onder de Bogen, bouwrijp gemaakt. Dit is gezien de hoogteverschillen en vele lopende werkzaamheden complex. Er wordt gebouwd aan het Kindcentrum Leeuwesteyn en in Langerak wordt het tijdelijke schoolgebouw gereed gemaakt als definitieve locatie voor De Klimroos. De nieuwbouw van de basisscholen aan de Passiebloemweg gaat van start. Tegelijkertijd wordt Kindercluster De Weide Wereld grondig verbouwd, waardoor enkele organisaties tijdelijke huisvesting nodig hebben in de omgeving. Ook de Willibrordschool in Vleuten zal in 2022 haar schoolgebouw gaan uitbreiden. De planvorming voor een nieuwe VO-school zal, na een definitieve locatiekeuze, worden uitgewerkt en daarvoor wordt een omgevingsplan voorbereid. Door de Coronacrisis was het moeilijk een belegger te vinden voor de ontwikkeling van het hotel en kantoor naast station Utrecht Leidsche Rijn.
We verwachten dat dit in 2022 lukt en vervolgens gestart kan worden met de bouw. We merken dat er weer meer interesse ontstaat voor kantoorkavels in Leidsche Rijn Centrum wat tot nieuwe bouwontwikkelingen kan leiden. We verwachten in 2022 de bouw van een woon-zorgcomplex in Hoge Woerd. In Haarzicht en Vleuterweide worden de laatste woningen gebouwd en opgeleverd. In 2022 worden ook woningbouwontwikkelingen in Het Zand, Rijnvliet, LRC Oost en Leeuwesteyn opgeleverd. De openbare ruimte wordt ingericht in aansluiting op deze woningen en voorzieningen. Op de werklocaties De Wetering-Zuid en Haarrijn leveren meerdere bedrijven panden op in 2022. Ook wordt gebouwd aan twee horecagelegenheden in Hooggelegen, start de bouw van een brandstofverkooppunt en voeren we gesprekken over de uitgifte van de laatste bedrijfskavel(s) in het gebied Oudenrijn, De Wetering-Zuid en Haarrijn.
56
Op het gebied van recreatiemogelijkheden in het buitengebied worden voorzieningen getroffen om de bereikbaarheid daarvan te verbeteren. Er wordt gewerkt aan een fietspad langs de Ockhuizerweg/ Polderweg en ook voor het gebied bij de Nedereindseplas plas wordt gewerkt aan optimalisatie van de recreatieve mogelijkheden. Het gebied bij de Hamlaan blijft vooralsnog beschikbaar als recreatiegebied. Met het graven van het noordelijk deel van de Vikingrijn is een directe waterverbinding vanuit Vleuten en Terwijde met het Máximapark ontstaan. Deze willen we in 2022 bevaarbaar maken door nog enkele barrières op te heffen. De recreatieve mogelijkheden nemen daarmee toe. In 2022 zetten we het initiatief voor de aanpassing van het entreegebied van het Máximapark aan de Utrechtseweg voort. We zoeken naar mogelijkheden voor beheergebouwen voor de vrijwilligersorganisaties in het Máximapark. In het Willem Alexanderpark worden de ontmoetingsplekken definitief ingericht en een skatebaan aangelegd als alternatief voor de tijdelijke skatebaan in Leidsche Rijn Centrum die wordt opgeheven. Verder zullen er aanvullende speel- en ontmoetingsplekken voor jongeren worden ontwikkeld en gerealiseerd in 2022. Op het gebied van infra wordt in 2022 het grondwerk voor de Verlengde geluidswal Veldhuizen afgerond en start de bouw van het geluidscherm op de grondwal.
Op de al bestaande geluidswal worden zonnepanelen geplaatst. Prestatiedoelstelling P1.1.3 Samenwerken met partners en invloed uitoefenen op verschillende niveaus In de Europese begrotingsperiode 2021-2027 concentreert de Europese Commissie haar inzet op vijf beleidsdoelstellingen: • Een slimmer Europa • Een groener, koolfstofvrij Europa • Een beter verbonden Europa • Een socialer Europa • Een Europa dat dichter bij de burger staat
Duurzame energie Duurzame mobiliteit Veerkracht en gelijke kansen Vergroenen en verdichten in balans Werk voor iedereen Woningmarkt in balans Zorg dichtbij en op maat Digitale stad Samenwerking in buurt, stad en regio Transparante, slagvaardige organisatie
√ √
√
√ √
√
√ √
√ √
√ √
√
√ √
√ √ √ √ √ √
√ √
√ √
√ √
√ √ √
Eu ro pe Cr ea tiv e
√ √
√
√
√
√ √
CE F
Di git al Eu ro ER pe AS M US + CE RV
4H ea lth
LIF E
EU
Ho riz on Int Euro err pe eg NW Int E err eg NS R Int err eg Eu Eur o ro pe pe an 1) U EF rb RO an Ini en tia R ES tiv F+ EAC e T-E U AM 2) IF
Thema’s die goed aansluiten bij de Utrechtse ambities en die goede aanknopingspunten bieden voor aanvragen op onderwerpen die aansluiten bij onze ambities. Om de subsidiemogelijkheden optimaal te benutten onderzoeken we actief onze kansen in Europese subsidieprogramma’s, zoals Horizon2020, Interreg, en het European Urban Initiative. De laatste jaren is een groot aantal aanvragen goedgekeurd voor een palet aan onderwerpen. Nieuwe (Europese) programma’s zijn ontwikkeld onder de nieuwe meerjarenbegroting en vanaf 2022 zullen er weer veel aanvraagmogelijkheden zijn. In 2022 zetten we in op aanvragen voor Europese subsidies die aansluiten bij onze opgaven en ondersteunend zijn voor de realisatie daarvan. Ook kijken we nadrukkelijk hoe we Europese middelen kunnen inzetten voor herstel na de Corona-crisis. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van een aantal belangrijke Europese subsidieregelingen en voor welke opgaven deze relevant zijn.
√ √
√
√ √
√
√ √
√ √
√
√
Gericht op het versterken van een slagvaardige overheid met betrekking tot alle opgaven. De middelen uit React-EU worden via het EFRO-programma Kansen voor West ingezet. Conform onze ambities onderhouden we intensieve samenwerking op het gebied van Europese subsidiewerving en –lobby met regionale partners. In algemene zin kijken we naar meer structurele, strategische regionale samenwerking om de grote maatschappelijke uitdagingen die op ons afkomen, om te zetten naar economische kansen voor de regio.
57
Samenwerking tussen partijen, bijvoorbeeld tussen overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en/of maatschappelijke organisaties, is veelal een voorwaarde om succesvol te zijn met Europese subsidies. Dit sluit ook aan bij onze visie op de (regie) rol van de gemeente. We spelen hierop in door samen te werken met bijvoorbeeld kennisinstellingen, de Economic Board Utrecht en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij en culturele instellingen. Maar ook met andere partijen en organisaties die bijdragen aan het realiseren van onze opgaven, zoals woningcorporaties, ontwikkelaars en onderwijsinstellingen. Naast Europese subsidiemogelijkheden versterken we ook onze inzet op het benutten van provinciale en nationale mogelijkheden. Daarbij zetten we in op het agenderen van de opgaven van de stad bij de verschillende overheidslagen, en op het ontwikkelen van aanvragen en proposities wanneer de mogelijkheden zich voordoen. Kansen voor West 'Kansen voor West' is het samenwerkingsprogramma van G4 (de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) en P4 (de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland), waarmee we als Landsdeel West-Nederland aanspraak maken op subsidie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De programmaperiode van Kansen voor West II (2014-2020) loopt richting einde.
De beschikbare subsidiemiddelen zijn nagenoeg allemaal toegekend aan projecten. De uitvoering van het programma loopt tot en met 2023 door via de implementatie van projecten en de monitoring en verantwoording van het programma. In 2022 start een nieuw subsidieprogramma waarmee we met onze samenwerkingspartners in WestNederland (G4 en P4) een beroep doen op de nieuwe structuurfondsmiddelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (2021-2027). Vanuit Landsdeel West-Nederland dienen we als G4 en P4 een gezamenlijk Operationeel Programma 'Kansen voor West III' als subsidieaanvraag in Brussel in. Hiermee komt opnieuw Europees geld beschikbaar voor innovatieve projecten gericht op innovatie en klimaat/duurzaamheid en voor duurzame stedelijke ontwikkeling in de G-4 steden.
Wat mag dat kosten? x € 1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Omschrijving Baten 02-1-1-1
5.537
529
544
544
544
544
330.143
60.746
51.718
156.841
56.426
39.102
61
0
0
0
0
0
335.742
61.275
52.262
157.385
56.970
39.646
5.874
9.313
1.557
404
-2.131
456
151.609
57.750
48.862
156.140
55.725
38.401
1.562
1.421
1.468
1.468
1.468
1.468
Totaal lasten
159.044
68.484
51.887
158.012
55.062
40.325
Saldo baten en lasten Mutaties reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves
176.698
-7.209
375
-627
1.908
-679
12.010 39.469
35.776 52.991
9.097 9.900
5.810 9.799
6.260 8.465
5.575 11.051
Geraamd resultaat
204.156
10.006
1.177
3.362
4.112
4.797
02-1-1-2 02-1-1-3
Totaal baten Lasten 02-1-1-1 02-1-1-2 02-1-1-3
58
Het opstellen van ruimtelijke kaders Voorbereiden/realiseren bouwrijpe grond Samenwerken met partners
Het opstellen van ruimtelijke kaders Voorbereiden/realiseren bouwrijpe grond Samenwerken met partners
Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Het opstellen van ruimtelijke kaders De geraamde lasten en baten op deze doelstelling bestaan grofweg uit: • Uitnames die samenhangen met de verdeling van de overhead. Deze lasten worden gedurende het jaar toegerekend aan de producten: lasten -9,6 miljoen euro. • Het budget dat in 2022 beschikbaar is voor de voorbereiding van de gemeente op de Omgevingswet: lasten 1,7 miljoen euro. • De beschikbare middelen vanuit de Investeringsimpuls Ruimtelijke Strategie Utrecht: lasten 6,3 miljoen euro. • Het budget voor Strategie, dat vooral bestemd is voor de uitwerking en realisatie van thema’s op het vlak van gezond stedelijk leven voor iedereen en het verbinden van partners aan die opgave: lasten 0,6 miljoen euro. • Het budget voor het opstellen van stedelijke kaders (bestemmings-, omgevings- en ruimtelijke plannen): lasten 2,4 miljoen euro, baten 0,5 miljoen euro. In 2022 zijn de geraamde lasten 7,7 miljoen euro lager dan in 2021. Dit komt vooral doordat de beschikbare middelen vanuit de Investeringsimpuls Ruimtelijke Strategie jaarlijks fluctueren. De lasten voor de komende jaren zijn aangepast aan de planning uit het Meerjarenperspectief Ruimte 2021 (MPR 2020). Daarnaast is in 2022 het budget voor de voorbereiding op de Omgevingswet 1,0 miljoen euro lager dan in 2021.
Voorbereiden/realiseren bouwrijpe grond De cijfers in de tabel zijn gebaseerd op de meerjarige grondexploitaties binnenstedelijk, Leidsche Rijn en Stationsgebied die onderdeel uitmaken van het vastgestelde Meerjarenperspectief Ruimte 2021 (MPR 2021). Ook de lasten en baten van de overige gebiedsontwikkelingen zijn hier begroot. Grondexploitaties binnenstedelijk In 2022 zijn de geraamde baten 8,2 miljoen euro. Dit bedrag bestaat voornamelijk uit verkopen van gronden binnen de grondexploitaties Merwedekanaalzone 4 defensieterrein, Oudenrijn West en Isotopenweg. De geraamde lasten zijn 8,1 miljoen euro. Dit bedrag bestaat voor 9,5 miljoen euro uit kosten voor bouw- en woonrijp maken en milieumaatregelen. Daarnaast heeft 4,3 miljoen euro in de raming betrekking op plan- en VAT-kosten (de kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht), verwerving, tijdelijk beheer, rente en overige kosten. De verrekening met de balansrekening Onderhanden Werk bedraagt -5,7 miljoen euro. De balansrekening Onderhanden Werk bevat de boekwaarde van de lopende binnenstedelijke grondexploitaties. Meer toelichting op de boekwaarde en Onderhanden Werk is te vinden in het MPR 2021. Het voordelig saldo van lasten en baten is 0,1 miljoen euro.
Dit betreft de inkooptaakstelling op de binnenstedelijke grondexploitaties (die leidt tot een voordelig saldo van 0,2 miljoen euro) en de bijdrage aan promotie- en acquisitie (die leidt tot een nadelig saldo van 0,1 miljoen euro). Grondexploitatie Leidsche Rijn In 2022 zijn de geraamde baten 42,6 miljoen euro. Van deze opbrengsten zijn 35,2 miljoen euro uitgiftes van gronden ten behoeve van woningen (Rijnvliet, Leeuwesteyn Noord, Máximapark ) en 7,4 miljoen euro uitgiftes van gronden ten behoeve van niet-woningen (De Wetering-zuid, Papendorp Noord, Haarrijn, Leidsche Rijn centrum en Centrale zone). De geraamde lasten bedragen 38,2 miljoen euro. Dit bedrag bestaat voor 30,1 miljoen euro uit kosten voor bouw- en woonrijp maken (voornamelijk Rijnvliet, Leeuwesteyn Noord, Máximapark, Leidsche Rijn Centrum, overall grondexploitatie en hoofdinfrastructuur). Daarnaast is 7,5 miljoen euro geraamd voor plan- en VAT-kosten en 5 miljoen euro voor kosten voor verwerving en tijdelijk beheer. Bijdragen aan derden worden op 7,1 miljoen euro geraamd en de rentelasten op 1,2 miljoen euro negatief. Aan het Onderhanden werk op de balans wordt 10,2 miljoen euro onttrokken. De balansrekening Onderhanden
59
Werk bevat de boekwaarde van de grondexploitatie Leidsche Rijn. Meer toelichting op de boekwaarde en Onderhanden Werk is te vinden in het MPR 2021. Het voordelig saldo van lasten en baten is 4,5 miljoen euro. Dit betreft de jaarlijkse afdracht aan de algemene middelen. Grondexploitatie Stationsgebied In 2022 worden geen baten verwacht. De resterende baten van de grondexploitatie zijn begroot in de jaarsnede 2023. De verwachte lasten in 2022 zijn geraamd op 2,9 miljoen euro negatief. Dit bedrag is het saldo van de verwachte kosten die betrekking hebben op de in uitvoering genomen werken (26,0 miljoen euro) en de verrekening met de balansrekening Onderhanden Werk (28,9 miljoen euro). De verwachte kosten voor het bouw- en woonrijp maken van onder andere de Catharijnesingel, Jaarbeursplein en omgeving, de Sijpesteijnkade en Forum Noord zijn geraamd op 16,8 miljoen euro. De hiermee samenhangende planen proceskosten voor planning en toezicht en overig, zoals kosten voor tijdelijke maatregelen in de openbare ruimte zijn begroot op 9,2 miljoen euro. Het voordelig saldo van lasten en baten is 2,9 miljoen euro. Dit betreft de afdracht aan de algemene middelen. Overige gebiedsontwikkelingen In 2022 bedragen de lasten op deze prestatiedoelstelling 5,4 miljoen euro.
Deze bestaan voornamelijk uit plankosten die voortkomen uit het afsluiten van intentieovereenkomsten en anterieure overeenkomsten, ontwikkelstrategieën, (omgevings)visies en uitwerkingsstudies. Op basis van ervaring verwachten wij bijdragen van particuliere initiatiefnemers van 0,8 miljoen euro. Samenwerken met partners De begrote lasten laten vanaf 2021 een stabiel beeld zien. Mutaties reserves De toevoeging aan de reserves van 9,1 miljoen euro bestaat uit: • Een toevoeging aan de reserve Grondexploitatie van 2,8 miljoen euro: dit zijn de middelen die in de Voorjaarsnota 2017 beschikbaar zijn gesteld voor de Merwedekanaalzone OPG en Busstalling (1,1 miljoen euro), en voor Lombokplein en doorvaarbare Leidse Rijn (1,6 miljoen euro). • Een toevoeging aan de reserve Investeringsimpuls RSU van 6,3 miljoen euro: deze toevoeging is conform besluitvorming Voorjaarsnota 2016: 1,1 miljoen euro voor een kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte in de binnenstad; Voorjaarsnota 2018: 2,3 miljoen euro voor onverhaalbare (plan)kosten en voor rondje Stadseiland); Programmabegroting 2021: 0,3 miljoen euro voor fietsmaatregelen gekoppeld aan gebiedsontwikkeling en Voorjaarsnota 2021: 2,5 miljoen euro voor investeringen in een gezonde ontwikkeling van de stad (speelplaats de Kameleon) en voor de integrale programma-aanpak Kanaalstraat/Damstraat en Amsterdamsestraatweg).
De onttrekking aan de reserves van 9,9 miljoen euro bestaat uit: • Een onttrekking aan de reserve grondexploitatie van 3,0 miljoen euro: dit betreft de jaarlijkse afdracht aan de algemene middelen (2,1 miljoen euro), de dekking van de kosten voor promotie en acquisitie (0,1 miljoen euro) en de dekking van het product gebiedsmanagement (0,8 miljoen euro). • Een onttrekking aan de reserve Investeringsimpuls RSU van 6,2 miljoen euro; deze onttrekking dekt de geraamde lasten voor de Investeringsimpuls RSU. De lasten voor 2022 zijn aangepast aan de planning uit het Meerjarenperspectief Ruimte 2021 (MPR 2021). • Een onttrekking aan de reserve inkooptaakstelling Leidsche Rijn van 0,7 miljoen euro, ten gunste van de algemene middelen.
60
Toelichting budgetafwijkingen/grote mutaties Onderstaande tabel geeft de verschillen weer ten opzichte van begrotingsjaar 2021 (als basisjaar). De afwijkingen worden weergegeven wanneer deze groter zijn dan 0,1 miljoen euro dan wel 10% van het totale budget per subdoelstelling. x € 1.000 I/S 2022 2023 2024 2025 Baten Grondexploitaties I -9.050 96.073 -4.342 -21.666 Meerjarige raming van de baten (cashflow) uit de actualisatie van de grondexploitaties conform MPR 2021 Overige baten 37 37 37 37 Totaal baten -9.013 96.110 -4.305 -21.629 Lasten Grondexploitaties I -9.049 98.929 -1.486 -18.810 Meerjarige raming van de lasten (cashflow) uit de actualisatie van de grondexploitaties conform MPR 2021 Investeringsimpuls RSU I -6.864 -6.848 -8.182 -5.596 Jaarlijkse fluctuatie op basis van de planning in het MPR 2021 Invoering Omgevingswet S -1.490 -1.890 -3.090 -3.090 Afloop van het budget dat tot en met 2023 beschikbaar is voor het invoeren van de Omgevingswet Bedrijfsmiddelen SO I 521 -249 -249 -249 Toename is het gevolg van mutaties in het ontwikkelbudget. Dit budget wordt bij de volgende begrotingswijziging verdeeld naar de opgaves Gebiedsmanagement Afloop van het budget Uitwerking RSU 2040 S 161 -539 -539 -539 dat tot en met 2022 beschikbaar is Overige lasten 123 123 123 123 Totaal lasten -16.597 89.528 -13.422 -28.159 Saldo baten en lasten 7.584 6.582 9.117 6.530
Verbonden Partijen Deze subdoelstelling heeft geen verbonden partijen.
61
Subdoelstelling 1.2 Beheer van erfpachtcontracten en indien gewenst het afstoten van gemeentelijke vastgoed Indicatoren subdoelstelling
Prestatieindicator P1.2.1 Jaarlijkse afdracht op conversies en bestemmingswijzigingen
Nulmeting n.v.t.
Reali satie 2020 13,0 miljoen
Doelstelling 2021 2,8 miljoen
Doelstelling 2022 2,8 miljoen
Doelstelling 2023 2,8 miljoen
Doelstelling 2024 2,8 miljoen
P1.2.1
Netto jaarlijkse opbrengst uitgifte gemeentelijk bezit (in periode 2016-2018)
n.v.t
6,3 miljoen
0
0
0
0
P1.2.1
Resultaat op het product erfpachtbeheer
n.v.t.
13,8 miljoen
14,4 miljoen
14,8 miljoen
14,8 miljoen
14,8 miljoen
Analyse Jaarlijkse afdracht op conversies en bestemmingswijzigingen
De doelstelling is structureel van aard
Het resultaat op de prestatieindicator is afhankelijk van het vrijkomen Netto jaarlijkse opbrengst uitgifte gemeentelijk bezit (in periode 2016- van gemeentelijke eigendommen voor uitgifte in erfpacht of verkoop. Daarmee is het volledig incidenteel van aard. 2018) Resultaat op het product erfpachtbeheer
Het verschil tussen de opbrengst 2020 en de raming 2021 bestaat uit de indexatie op de erfpachtopbrengsten ter dekking van de loon & prijscompensatie.
Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling Economische meerwaarde die ontstaat door bestemmingswijziging of verruiming inzetten voor gemeentelijke investeringen De gemeente Utrecht is met ingang van 1 februari 2015 gestopt met de uitgifte van grond in erfpacht voor projecten en nieuwbouw waarin wonen de hoofdfunctie vormt. Erfpachters met bestaande erfpachtcontracten met de functie wonen waarvoor de canon eeuwigdurend is afgekocht kunnen inmiddels ook het bloot eigendom van de grond verwerven. Voor met name andere functies dan wonen kan er nog sprake zijn van erfpacht, dat wil zeggen dat het volledig gebruik van het onroerend goed, tegen een vergoeding, aan de erfpachter ten goede komt. Door een wijziging van het gebruik of de bestemming van de grond (bijvoorbeeld door sloop, uitbreiding of nieuwbouw) kan een waardestijging van de grond ontstaan. Deze zogenaamde meerwaarde dient op grond van de erfpachtovereenkomst aan de gemeente als erfverpachter te worden afgedragen. Door deze benadering is erfpacht (= het in rekening brengen van meerwaarde) onderdeel van het gemeentelijk grondbeleid.
Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling P1.2.1 Op verzoek en indien passend in ruimtelijke doelstellingen toepassen van conversies en bestemmingswijzigingen Als de voorgenomen bestemmingswijziging of verruiming past binnen de gemeentelijke doelstellingen dan wordt de bestaande erfpachtovereenkomst aangepast en wordt door middel van een (onafhankelijke) taxatie de meerwaarde vastgesteld. Deze meerwaarde wordt in rekening gebracht bij de erfpachter. Met de woningcorporaties, verenigd in de Stichting Utrechtse Woningcorporaties (STUW), zijn
62
in de Prestatieafspraken 2020-2022 bij verkoop van corporeel bezit de hoogte en besteding van de meerwaardeafdracht geregeld. Daarnaast is het mogelijk om een erfpachtrecht met een jaarlijkse canon te wijzigen in een eeuwigdurend afgekocht erfpachtrecht, een zogenaamde conversie. De opbrengsten hiervan worden minder door het feit dat steeds meer jaarlijks te betalen vergoedingen zijn omgezet in eeuwigdurende afkoop. Eind 2017 heeft de gemeenteraad de Conversieregeling Erfpachten 2017 vastgesteld met een mogelijkheid voor particuliere woningeigenaren die hun canon nog niet eeuwigdurend hebben afgekocht dit onder gunstige voorwaarden te doen. Na afloop van de introductieperiode is de regeling voortgezet onder de hierin opgenomen voorwaarden. Prestatiedoelstelling P1.2.2 Uitgeven gemeentelijk grondbezit indien besloten is het vastgoed af te stoten In het coalitieakkoord 2018-2022 is afgesproken om de maatschappelijke waarde van vastgoed centraal te stellen. Gemeentelijke eigendommen waarvan de functie niet past in het gemeentelijk vastgoedbeleid zullen we afgestoten. Prestatiedoelstelling P1.2.3 Ontvangen van de erfpachtcanons, administratieve behandelingen en handhaven van bepalingen van erfpachtcontracten De bestaande erfpachtovereenkomsten moeten worden beheerd.
Het administratieve beheer (innen canon, administratief verwerken van de voorwaarden en wijzigingen) valt onder deze doelstelling. Daarnaast worden, om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan op in erfpacht uitgegeven gronden, de erfpachtvoorwaarden gehandhaafd.
Wat mag dat kosten? x € 1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Omschrijving Baten 02-1-2-1
Conversies en bestemmingswijzigingen
19.581
7.515
7.518
7.518
7.518
7.518
02-1-2-2
Uitgeven gemeentelijk grondbezit
8.694
635
653
653
653
653
02-1-2-3
Erfpachtbeheer
13.864
14.372
14.800
14.800
14.800
14.800
42.139
22.523
22.971
22.971
22.971
22.971
Conversies en bestemmingswijzigingen
6.498
4.744
4.752
4.752
4.752
4.752
02-1-2-2
Uitgeven gemeentelijk grondbezit
2.288
634
649
649
649
649
02-1-2-3
Erfpachtbeheer
3.655
4.394
4.492
4.492
4.492
4.492
Totaal lasten
12.441
9.772
9.893
9.893
9.893
9.893
Saldo baten en lasten Mutaties reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves
29.699
12.751
13.078
13.078
13.078
13.078
107 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Geraamd resultaat
29.592
12.751
13.078
13.078
13.078
13.078
Totaal baten Lasten 02-1-2-1
63
Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Conversies en bestemmingswijzigingen erfpachten In de begroting is rekening gehouden met een jaarlijkse netto-opbrengst van 2,8 miljoen euro uit conversies van erfpachtrechten en meerwaardeafdrachten uit bestemmingswijzigingen op erfpachtgronden. Het daadwerkelijke resultaat is afhankelijk van het aantal verzoeken tot conversie en bestemmingswijziging uit de markt en wisselt hierdoor van omvang in de jaren. Over meerwaardeafdracht bij wijziging van de bestemming van de grond uitgegeven ten behoeve van sociale huurwoningen zijn met de corporaties de ‘Prestatieafspraken 2020 – 2022: Werken aan balans’ gemaakt. Hierin is overeengekomen dat de corporaties bij verkoop en integrale herontwikkeling 100% van de meerwaarde van de grond aan de gemeente afdragen, conform de bestaande erfpachtcontracten. Twee-derde deel van deze afgedragen meerwaarde zal, via de door de gemeenteraad te bekrachtigen programmering, worden geïnvesteerd in stedelijke herontwikkeling. De hiervoor bestemde bedragen worden jaarlijks toegevoegd aan de voorziening Meerwaarde prestatieafspraken woningcorporaties. Uitgeven van gemeentelijk bezit In het coalitieakkoord 2018-2022 is afgesproken dat de verkooptaakstelling van de voorgaande jaren niet verlengd wordt.
De opbrengsten bestaan daarmee uit incidentele uitgiftes (in erfpacht of verkopen) op basis van het huidige vastgoed- en uitgiftebeleid. De structurele raming van baten en lasten is gebaseerd op de opbrengst en ambtelijke inzet uit de uitgifte of verkoop van kleine percelen openbaar gebied aan particulieren (tuinuitgiftes). Erfpachtcontracten en -beheer De gemeente heeft in het verleden erfpachtovereenkomsten afgesloten en ontvangt hiervoor jaarlijks ruim 14 miljoen euro aan opbrengsten in de vorm van canon. Een erfpachtovereenkomst kan alleen afgesloten worden over gronden die de gemeente daadwerkelijk in haar bezit heeft. De gronden met een erfpachtbestemming zijn opgenomen in de bezittingen van de balans voor een bedrag van circa 190 miljoen euro. Voor de financiering van deze bezittingen wordt elk jaar de gemeentelijke omslagrente doorberekend aan het erfpachtbeheer voor een bedrag van ruim 3,8 miljoen euro. De overige lasten bestaan uit de kosten van het beheer, het handhaven van de bepalingen uit de erfpachtcontracten en het factureren van de canon en bedragen ruim 0,5 miljoen euro.
Toelichting budgetafwijkingen/grote mutaties Onderstaande tabel geeft de verschillen weer ten opzichte van begrotingsjaar 2021 (als basisjaar). De afwijkingen worden weergegeven wanneer deze groter zijn dan 0,1 miljoen euro dan wel 10% van het totale budget per subdoelstelling. x € 1.000 I/S 2022 2023 2024 2025 Baten Loon- en prijscompensatie S 448 448 448 448 Doorrekening van loon- en prijscompensatie Overige baten 0 0 0 0 Totaal baten 448 448 448 448 Lasten Loon- en prijscompensatie S 121 121 121 121 Doorrekening van loon- en prijscompensatie Overige lasten 0 0 0 0 Totaal lasten 121 121 121 121 Saldo baten en lasten 327 327 327 327
Verbonden Partijen Deze subdoelstelling heeft geen verbonden partijen.
64
Subdoelstelling 1.3 De bebouwde omgeving is veilig, leefbaar en tast de gezondheid niet aan. Indicatoren subdoelstelling
Effectindicator E1.3.1 Percentage 'slechte voorgevels' in de kwaliteitsmonitor ten opzichte van de totale voorraad
Nulmeting n.b
Reali DoelDoelDoelDoelsatie stelling stelling stelling stelling 2020 2021 2022 2023 2024 <0,10% <0,30% <0,30% <0,30% <0,30%
Analyse
Percentage 'slechte voorgevels' in de kwaliteitsmonitor ten opzichte van de totale voorraad
Panden waarin gewoond, gewerkt of anderszins verbleven wordt, moeten voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. De kwaliteit van bestaande panden wordt in de loop der jaren steeds beter in beeld gebracht. Wanneer een pand wordt aangetroffen dat niet voldoet, ondernemen wij de nodige actie naar de eigenaar om het pand kwalitatief weer voldoende op peil te krijgen.
Prestatieindicator P1.3.1 Gegronde bezwaren op totaal aantal beschikte aanvragen omgevingsvergunningen
Nulmeting n.b.
Reali satie 2020 0,48%
Doelstelling 2021 <1,0%
Doelstelling 2022 <1,0%
Doelstelling 2023 <1,0%
Doelstelling 2024 <1,0%
P1.3.1
De gecontroleerde (milieu-) n.b. activiteiten voldoen (na hercontrole) aan de regelgeving op het terrein van milieu en brandveilig gebruik
96%
90%
90%
90%
90%
P1.3.1
Door de gemeente gecontroleerde bouwkundige en constructieve onderdelen voldoen bij oplevering aan de wetgeving
100%
100%
100%
100%
100%
n.b.
Analyse Ons streven is om aanvragen omgevingsvergunningen goed af te handelen. Het percentage gegrondverklaringen na bezwaar is een Gegronde bezwaren op totaal aantal indicatie van hoe vaak dit streven niet wordt gehaald. We willen dit percentage zo laag mogelijk houden. beschikte aanvragen De doelstelling blijft de komende jaren ongewijzigd. omgevingsvergunningen Wij richten het toezicht en de handhaving zo in dat de door ons ge(her)controleerde (milieu-)activiteiten voldoen aan de Milieu wet- en regelgeving en de brandveiligheid (Bouwbesluit). Het ambitiepercentage staat op 90%, omdat voor de meeste ondernemers goed informatie en controle en waarschuwingen voldoende zijn om naleving van wet enDe gecontroleerde (milieu-) activiteiten voldoen (na hercontrole) regelgeving te borgen . Bij de overige ondernemingen is sanctionering nodig is om hen naar het gewenste gedrag te bewegen. aan de regelgeving op het terrein De doelstelling blijft de komende jaren ongewijzigd. van milieu en brandveilig gebruik Door de gemeente gecontroleerde bouwkundige en constructieve onderdelen voldoen bij oplevering aan de wetgeving
We toetsen of nieuw- en verbouw voldoet aan het bouwbesluit. Dit is een wettelijke vereiste. De doelstelling blijft de komende jaren ongewijzigd.
65
Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling E1.3.1 Veiligheid, leefbaarheid, milieu en gebruik van de bebouwde omgeving voldoen aan wet- en regelgeving •
•
•
Wij zorgen ervoor dat het oprichten, slopen of wijzigen van gebouwen voldoet aan de wettelijke en lokale regelgeving en dat de implementatie en uitvoering van (nieuwe) wet- en regelgeving betrouwbaar, professioneel en klantgericht is. Het leefmilieu beschermen wij tegen aantasting door bedrijfsmatige activiteiten en bodemverontreiniging. Het beperken van overlast voor de omgeving is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Wij dragen bij aan het behouden van de bestaande woningvoorraad, ondersteunen in de opgave van de energietransitie, dragen bij aan een rechtvaardige/rechtmatige verdeling van (sociale) woonruimte en het behouden van een prettige woon- en leefomgeving.
Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling P1.3.1 We toetsen en houden toezicht op alle vergunningaanvragen, integraal en onbevooroordeeld •
•
•
•
•
•
66
Bij alle vergunningaanvragen toetsen wij of een initiatief past binnen het bestemmingsplan of de beheersverordening, technisch voldoet aan het Bouwbesluit, waaronder die voor duurzaam bouwen, en voldoet aan onze welstandscriteria. Als plannen niet passen binnen de planologische kaders beoordelen wij de afwijking ook op milieu-, verkeerskundige, economische en archeologische aspecten en wegen wij daarbij de belangen van omwonenden. Bij aanvragen uit bestuurlijke aandachtsgebieden en bij het vermoeden van vastgoedfraude (huisjesmelkers) zetten wij in op onze mogelijkheden uit de wet Bibob. Wij houden toezicht op de naleving van vergunningen bij de oprichting, wijziging en sloop van gebouwen of asbestverwijdering. De belangen van derden (zoals omwonenden) worden zorgvuldig meegewogen zowel in het voortraject als tijdens de uitvoering (zoals onder meer in het bouwveiligheidsplan). In het vergunningverleningsproces vormen zekerheid, begrip, gemak en samenwerking met de aanvrager van uit een “ja, mits-houding” de basis voor onze activiteiten. Wij bieden particuliere en professionele aanvragers, voorafgaand aan de vergunningaanvraag, de mogelijkheid tot (digitaal) overleg. Ook zetten wij regisseurs in op grote en/of bijzondere initiatieven. Onze besluiten en bijlagen verzenden we digitaal.
Met deze eenvoudige, klantgerichte en toegankelijke dienstverlening en heldere communicatie krijgen we een betere afstemming, minder complicaties en een vlotte doorloop in het vergunningverleningsproces. We managen de verwachtingen. Wij controleren de uitvoering van bouwwerken volgens het Landelijk toezichtprotocol. Voor kleine bouwwerken voeren wij alleen de eindcontrole uit, tenzij deze bouwwerken een grote impact hebben op de omgeving. De constructieve berekeningen controleren wij volgens het Landelijk toetsingsprotocol. Wij zetten ons in om bouwhinder te voorkomen en bouwoverlast te beperken. Door gebruik te maken van bewoners-/omgevingsbegeleiding, de toolbox Bouwhinder en het Utrechts Bouwveiligheidsplan (BLVC-plan) stimuleren wij betere communicatie met belanghebbende partijen. Hierdoor signaleren wij eerder (mogelijke) knelpunten en worden deze sneller opgelost. Vanaf 1 juli 2022 is de Omgevingswet met het Omgevingsplan en via het overgangsrecht geldende lokale verordeningen van toepassing. Tegelijkertijd treedt de Wet kwaliteitsborging in werking. Werkprocessen passen wij daarop aan, zowel voor vergunningverlening als voor toezicht en handhaving.
•
Na 1 juli 2022 valt een deel van de technische beoordeling van omgevingsvergunningaanvragen en het technisch toezicht daarop onder de Wet kwaliteitsborging en is dan ondergebracht bij een onafhankelijke kwaliteitsborger. Rapportage door de kwaliteitsborger aan de gemeente loopt via een “dossier bevoegd gezag”. Handhaving blijft bij de gemeente. Dit geldt voor een groot deel van de omgevingsvergunningaanvragen (betreft gevolgklasse I).
Prestatiedoelstelling P1.3.2 We houden toezicht op de naleving van de milieuregels, de kwaliteit en het gebruik van de bestaande gebouwen en terreinen en treden op tegen woonfraude •
•
•
•
•
• •
•
Wij houden toezicht op de naleving van (milieu) wet- en regelgeving bij bedrijven. We leggen hierbij de nadruk op het toezicht op risicovolle activiteiten. Toezicht houden op energiebesparing en duurzame energieopwekking vormen een integraal onderdeel van het werk. Hierbij informeren wij bedrijven over energiemaatregelen. Ook behandelen we meldingen van overlast en hinder door bedrijven. Voor risicovollere bedrijven voert de RUD Utrecht het toezicht op milieuwetgeving uit. De RUD Utrecht houdt ook toezicht op bodemsaneringen en grondtoepassingen. Hierbij hebben illegale handelingen en saneringen de bijzondere aandacht. Voor de bestaande bouw richt ons toezicht zich naast het gebruik en de veiligheid ook op de gezondheid (binnenmilieu), energiebesparing, duurzaamheid en uitstraling van gebouwen. Bijvoorbeeld door te informeren over energiemaatregelen en oog te hebben voor het comfort van woningen. Hiermee verbeteren wij continu de kwaliteit van de stad. We hebben via pilots en proefprojecten ook aandacht voor circulair bouwen en de gevolgen voor het toezicht. Voor zowel het milieu- als het bouwtoezicht hanteren we bij voorkeur een toezichtstijl gebaseerd op verleiden, stimuleren en informeren. Daarbij spelen wij in op signalen en behoeften vanuit onze omgeving, bijvoorbeeld via bewonersmeldingen of vragen van de wijkbureaus. Wanneer nodig treden we echter strikt handhavend op.
Wij maken voor een aantal taken gebruik van datagedreven sturing (onder meer bij het opsporen van overtredingen). Hierdoor zijn wij eerder en vaker op plekken waar de regels overtreden worden. Samen met de woningcorporaties onderzoeken we meldingen van onrechtmatige bewoning (illegale bewoning van de sociale woningvoorraad). Wij controleren overlastmeldingen en we handhaven bij illegale situaties zoals illegale kamerverhuur en strijdig gebruik. We behandelen alle meldingen en zoeken daarbij zoveel mogelijk aansluiting bij gebiedsgerichte projecten of hanteren een thematische aanpak. Zo zetten we bijvoorbeeld het project 'Huisjesmelkers en ondermijnende criminaliteit' voort en pakken we onder meer vastgoedmisbruik aan. We volgen notoire overtreders intensief op naleving van wet- en regelgeving. We richten ons op de huisjesmelkers waarbij sprake is van achterstallig onderhoud, brandonveiligheid en intimidatie. Daarnaast houden we actief toezicht en onderzoeken we netwerken rond vastgoed waar sprake is van criminele activiteit. Dit levert meer veilige en betaalbare woonruimte op voor onze bewoners, gaat verloedering van de woonomgeving en verdere criminalisering tegen, zoals mensenhandel, illegale hennepteelt en ondermijning. We helpen VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) met het opstellen van meerjarenonderhoudsplannen.
Daarbij stimuleren we maatregelen voor energiebesparing, de aanschaf van zonnepanelen en voor veilige installaties (APK).
67
Wat mag dat kosten? x € 1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Omschrijving Baten 02-1-3-1
Toetsen en toezicht houden vergunningen
16.576
15.924
16.457
16.457
16.457
16.457
Toezicht op naleving van milieuregels
675
903
933
933
933
933
17.251
16.827
17.390
17.390
17.390
17.390
Toetsen en toezicht houden vergunningen
9.962
9.944
9.792
9.787
9.787
9.787
Toezicht op naleving van milieuregels
5.177
6.509
6.651
6.630
6.630
6.630
15.139
16.452
16.442
16.417
16.417
16.417
Saldo baten en lasten Mutaties reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves
2.112
375
948
973
973
973
1 543
0 133
0 0
0 0
0 0
0 0
Geraamd resultaat
2.655
508
948
973
973
973
02-1-3-2
Totaal baten Lasten 02-1-3-1
02-1-3-2
Totaal lasten
Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Toetsen en toezicht houden vergunningen De lasten zijn in 2021 incidenteel hoger in verband met de invoeringskosten van de Wet op de Kwaliteitsborging voor de bouw (Wkb) per 1 juli 2022. Mutaties in de reserve • In 2021 wordt eenmalig 0,133 miljoen euro euro onttrekken aan de reserve, voorkomend uit de: Resultaatbestemming 2020. Het betreft; Rijksmiddelen voor energieprestatie gebouwen (0,42 miljoen euro) • projectkosten implementatie Wkb (79.000 euro) en handhaving energielabel C kantoren (0,012 miljoen euro).
68
Toelichting budgetafwijkingen/grote mutaties Onderstaande tabel geeft de verschillen weer ten opzichte van begrotingsjaar 2021 (als basisjaar). De afwijkingen worden weergegeven wanneer deze groter zijn dan 0,1 miljoen euro dan wel 10% van het totale budget per subdoelstelling. x € 1.000 I/S 2022 2023 2024 2025 Baten Afwijking 1 S 563 563 563 563 Loon- en prijsstijging 2022 Totaal baten 563 563 563 563 Lasten Afwijking 1 S 86 86 86 86 Loon- en prijsstijging 2022 Afwijking 2 S 165 165 165 165 Registratieplicht toeristische verhuur (Voorjaarsnota 2021) Afwijking 3 S -343 -343 -343 -343 Afloop van het incidentele projectbudget WKB en pilot Goed Verhuurderschap Overige lasten 82 57 57 57 Totaal lasten -10 -35 -35 -35 Saldo baten en lasten 573 598 598 598
Verbonden Partijen •
Bijdrage 2022 Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) 1,707 miljoen euro.
2. Vergroten kansen op de woningmarkt en verbeteren van huisvesting bijzondere doelgroepen Subdoelstelling 2.1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden Indicatoren subdoelstelling
Effectindicator E2.1.1 Zoektijd huurwoning aanbodsysteem in jaren
Nulmeting
Reali satie 2020 6,4
Doelstelling 2021 4,5
Doelstelling 2022 4,5
Doelstelling 2023 5
Doelstelling 2024 5
E2.1.1
Bemiddelingstijd huurwoning voor uitstroom MO/BW in weken
n.v.t.
14
14
12
12
E2.1.1
Start bouw woningen
3.587
2.000
3.300
3800
3500
69
Analyse
Zoektijd huurwoning aanbodsysteem in jaren
Deze indicator staat al lang op 4,5. Dit blijkt steeds niet realistisch en is daarom, mede gezien het verwachte aantal op te leveren sociale huurwoningen de komende jaren, aangepast.
Bemiddelingstijd huurwoning voor uitstroom MO/BW in weken
Bij de start van de uitvoering van het Plan van Aanpak in 2019 is de ambitie vastgelegd om in 2022 alle urgente kwetsbare cliënten binnen drie maanden passende woonruimte en passende begeleiding aan te bieden. Kandidaten worden soms individueel gematcht aan een (bestaande) huurwoning en in andere gevallen groepsgewijs aan nieuwbouw, bijvoorbeeld een gemengd wonen-complex. Dan kan de wachttijd langer zijn in afwachting van oplevering.
Start bouw woningen
Jaarlijks wordt in het MPR (d.d. 01-02) en de Peilstok (01-07) de prognose woningbouwproductie geactualiseerd. In de raadsbrief ‘plancapaciteit woningbouw’ d.d. 3 maart 2020 en het MPR 2021 hebben wij toegelicht hoe het aantal geprognosticeerde opleveringen zich verhoudt tot de prognose start bouw.
Prestatieindicator P2.1.1 Start bouw onzelfstandige huurwoningen
Nulmeting
Reali satie 2020
Doelstelling 2021 160
Doelstelling 2022 0
Doelstelling 2023 8
Doelstelling 2024 250
P2.1.1
Start bouw zelfstandige huurwoningen
1856
160
0
700
800
P2.1.1
Start bouw woningen in de middencategorie: koop (goedkoop en betaalbaar samen), middenhuur (volgens voorwaarden actieplan en overige middenhuur)
870
650
626
1.000
1000
Analyse
Start bouw onzelfstandige huurwoningen
Jaarlijks wordt in het MPR (d.d. 01-02) en de Peilstok (01-07) de prognose woningbouwproductie geactualiseerd. In de raadsbrief ‘plancapaciteit woningbouw’ d.d. 3 maart 2020 en het MPR 2021 hebben wij toegelicht hoe het aantal geprognosticeerde opleveringen zich verhoudt tot de prognose start bouw.
Start bouw zelfstandige huurwoningen
Jaarlijks wordt in het MPR (d.d. 01-02) en de Peilstok (01-07) de prognose woningbouwproductie geactualiseerd. In de raadsbrief ‘plancapaciteit woningbouw’ d.d. 3 maart 2020 en het MPR 2021 hebben wij toegelicht hoe het aantal geprognosticeerde opleveringen zich verhoudt tot de prognose start bouw.
Start bouw woningen in de middencategorie: koop (goedkoop en betaalbaar samen), middenhuur (volgens voorwaarden actieplan en overige middenhuur)
Jaarlijks wordt in het MPR (d.d. 01-02) en de Peilstok (01-07) de prognose woningbouwproductie geactualiseerd. In de raadsbrief ‘plancapaciteit woningbouw’ d.d. 3 maart 2020 en het MPR 2021 hebben wij toegelicht hoe het aantal geprognosticeerde opleveringen zich verhoudt tot de prognose start bouw.
70
Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling E2.1.1 Bewoners en woningzoekenden in Utrecht kunnen binnen een redelijke termijn een naar inkomen, grootte van het huishouden en zorgvraag passende (andere) woning vinden Utrecht streeft naar goede, betaalbare, duurzame woningen in gemengde wijken. Wijken waarin gemeenschappen kunnen ontstaan waar mensen prettig en gezond (samen)leven en waar plek is voor alle (inkomens)groepen, ook kwetsbare Utrechters: van jong tot oud, voor een gezin of alleenstaande, van laagbetaalde werknemers, statushouders, bijstandsgerechtigden, doorstromers uit maatschappelijke opvang, studenten en zzp-ers tot leraren, bouwvakkers, verpleegkundigen en (beginnende) ondernemers. Voor iedereen is in Utrecht ruimte om te wonen. Ook in 2021 was de druk op de woningmarkt enorm en het vraagt een meerjarige en langdurige aanpak om hier stapsgewijs in bij- en tegen te sturen. Daarom blijft Wonen de komende jaren een grote en urgente opgave. Op basis van de Woonvisie, het Stadsakkoord Wonen en de RSU werken we in 2022 verder aan het beter in balans brengen van de stad. Verder merken we dat er steeds meer aandacht nodig is voor het beschermen van de bestaande woningvoorraad. Dit doen we door een samenhangende inzet van instrumenten, gericht op beleid en regelgeving in combinatie met handhaving en samenwerking met partners.
Bijvoorbeeld op het gebied van de aanpak van huisjesmelkers, opkoopbescherming, goed verhuuderschap en toeristische verhuur.
Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling P2.1.1 We zorgen voor meer woningen in verschillende segmenten, van sociale huur tot vrije sector huur- en koopwoningen. Daarbij sturen we op gemengde wijken met een mix van verschillende segmenten Wij zetten in op een duurzaam hoge woningbouwproductie, met betaalbaar wonen als belangrijk uitgangspunt. We stimuleren en faciliteren het woningaanbod voor sociale-, middeldure huur en betaalbare koop ten behoeve van verschillende doelgroepen in woonmilieus die passen bij onze stad. We vertalen de kwalitatieve vraag naar woningen in samenhang met de keuzen en perspectieven uit de RSU naar gebiedsontwikkelingen in de stad en de regio. Ondanks een bijzonder jaar zijn we er in 2021 in geslaagd om de woningvoorraad te laten groeien. We benutten deze en toekomste groei van de stad om onze partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. We werken de afspraken uit het Stadsakkoord Wonen uit in gebiedsontwikkelingen, SPvE’s etc. We geven via omgevingsvisies en andere gebiedsgerichte instrumenten richting naar de gewenste woningvoorraad per gebied of wijk. Stadsakkoord In het Stadsakkoord Wonen hebben de partners op de Utrechtse woningmarkt wederkerige en langjarige afspraken gemaakt, gericht op een betere balans in de woningmarkt.
Het Stadsakkoord is geen statisch document, we monitoren, samen met de kopgroep Stadsakkoord Wonen, en stellen bij waar dat nodig is. Afgelopen jaar hebben we in de kopgroep gesproken over bijvoorbeeld de evaluatie van het actieplan Middenhuur, het UPP en de Parkeervisie. Het komend jaar werken we samen met onze partners door om initiatieven te ontwikkelen op de diverse thema’s. Hierbinnen zal in 2022 in ieder geval aandacht worden gegeven aan de verdere uitwerkingen van het Actieplan Betaalbare Koopwoningen, aan Thuis voor Iedereen en aan het thema ‘Versnelling’. Daarnaast evalueren we in samenwerking met partners de samenwerking binnen het Stadsakkoord. Dit mede in het licht van een nieuwe bestuursperiode. Prestatieafspraken We maken en monitoren prestatieafspraken met de Utrechtse corporaties. We werken aan verbetering van de cyclus, zodat de resultaten (monitor en wijkenstrategie) beter tot zijn recht komen bij het maken van nieuwe prestatieafspraken. De stichting Utrechtse woningcorporaties (STUW), huurdersorganisaties en gemeente staan samen voor grote opgaven in Utrecht zoals die in de Woonvisie staan geformuleerd. De belangrijkste zijn: werken aan gemengde wijken, voldoende productie, en het verduurzamen en betaalbaar houden (gematigd huurprijsbeleid) van de sociale woningvoorraad. 71
De in 2019 gemaakte meerjarige stedelijke prestatieafspraken lopen tot eind 2022. Deze stedelijke afspraken en de woonvisie vormen het kader voor de jaarlijkse prestatieafspraken met de afzonderlijke corporaties. In 2022 bereiden we nieuwe stedelijke afspraken voor t.b.v. de periode 2022 t/m 2026. Deze worden eind 2022 geactualiseerd en ondertekend door gemeente, corporaties en huurdersorganisaties. De afspraken passen in het kader zoals vastgelegd in de herziene Woningwet 2015 en sluiten aan bij het landelijke Sociaal Huurakkoord. Tweemaal per jaar spreken we met de corporaties in het bestuurlijk productieoverleg, vijfmaal op ambtelijk niveau. Doel van dit overleg is de voortgang van de productie van de sociale voorraad in de stad te monitoren, kansen te signaleren en aandachtspunten/knelpunten aan de orde te stellen, die het project- en gebiedsniveau overstijgen. Middenhuur Mede op basis van de uitkomsten van de in 2021 uitgevoerde evaluatie van het Actieplan middenhuur zetten we in 2022 de toepassing van dit Actieplan voort: bij nieuwbouwprojecten zetten we in op een zo hoog mogelijk aandeel middenhuur binnen gedifferentieerde woonprogramma’s waarbij we voorwaarden stellen aan prijs en kwaliteit. In 2022 blijven de voorrangsregels uit de Huisvestingsverordening Utrecht van kracht voor nieuwe middenhuurwoningen.
Deze nieuwbouwwoningen stellen we, zowel bij de eerste verhuur als bij wederverhuur, met voorrang beschikbaar voor de inkomensgroep waarvoor deze woningen zijn bedoeld. Ook krijgen huurders binnen deze inkomensgroep die een sociale huurwoning achterlaten extra voorrang. We maken daarnaast met zo veel mogelijk verhuurders de afspraak dat deze woningen via het verhuurplatform WoningNet worden aangeboden, om op die manier zo veel mogelijk doorstromers te bereiken. Betaalbare koop In 2022 willen wij, op basis van een Actieplan betaalbare koopwoningen, het woningaanbod in het betaalbare koopsegment vergroten en beschermen. In gebiedsontwikkelingen benutten we kansen voor het toevoegen van betaalbare koopwoningen. Met het Actieplan nemen we bovendien maatregelen voor de korte en iets langere termijn om het woningaanbod in het betaalbare koopsegment te vergroten en te beschermen, waaronder het toepassen van een opkoopbescherming om ervoor te zorgen dat bestaande betaalbare koopwoningen niet worden opgekocht door investeerders, maar beschikbaar blijven voor eigenaar-bewoners. Ook geven we uitwerking aan de lange termijn maatregel in het Actieplan om tot een gezamenlijk fonds te komen om betaalbare koopwoningen langjarig te borgen.
We blijven daarnaast de bestaande woningvoorraad beschermen tegen oneigenlijk gebruik en/of onttrekking van woningen door de uitvoering van het beleid voor tijdelijk verblijf en omzetten en splitsen. Fonds Toevoegen Woonruimte In 2022 geven wij uitvoering aan de (in 2021) gewijzigde nadere regels ten behoeve van het Fonds toevoegen woonruimte. Wij zetten het fonds in overeenkomstig de aanbevelingen uit de evaluatie van de subsidieregeling. De nadere regel is onder andere bedoeld voor aanvragen voor wonen boven winkels. De realisatie van deze woningen is vanwege hogere bouwkosten niet vanzelfsprekend. Vaak sluit het bestaande pand wat betreft indeling en inrichting niet aan op de woonfunctie en moet een aparte opgang gerealiseerd worden. De subsidie kan helpen om deze transformatie naar wonen mogelijk te maken en zo de leegstand boven winkelpanden tegen te gaan. In lijn met de overgenomen raadsmotie verlagen we de m2-eis voor het verkrijgen van een subsidie voor haalbaarheidsonderzoeken. Dit om de regeling nog laagdrempeliger te maken. Corona Corona heeft geen directe invloed gehad op de kosten van het programma.
Prestatiedoelstelling P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien Studentenhuisvesting We geven in 2022 verder uitvoering aan het lokaal convenant studentenhuisvesting Utrecht samen met betrokken partijen. We stimuleren de realisatie van met name onzelfstandige eenheden en proberen via de flexibele/tijdelijke woonconcepten onder andere ruimte te maken voor studentenhuisvesting. We zorgen ervoor dat de bouw van een aantal grote projecten in 2022 en 2023 met betaalbare 72