Agendabundel
Tekst van het document
14
5. OMGANGSVORMEN
Raadsleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze om met elkaar, andere bestuurders, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente.
ARTIKEL 5.1 OMGANGSVORMEN
ARTIKEL 5.2 OMGANGSVORMEN IN VERGADERING
1. Raadsleden bejegenen elkaar, andere bestuurders, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (social) media. Zij blijven ver weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn ongewenste omgangsvormen. 2. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen raadsleden actief de sociale veiligheid. Dat doen raadsleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-raadsleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen. 3. Als raadsleden ongewenst gedrag van collega-raadsleden ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor advisering en ondersteuning.
1. Raadsleden houden zich tijdens de raads- en commissievergaderingen aan het Reglement van Orde en de Verordening op de Raadscommissies en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. 2. Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter. 3. Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de raadsleden. De voorzitter kan een raadslid vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. De spreker wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Indien de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of zelfs sluiten.
15
ARTIKEL 5.3 GEBRUIK SOCIAL MEDIA EN E-MAIL
4. Raadsleden kunnen de voorzitter wijzen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde of een persoonlijk feit. 5. Een raadslid dat door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid voor ten hoogste drie maanden toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Raadsleden houden zich bij het gebruik van social media en e-mail aan de etiquette, zoals die door het dagelijks bestuur van de raad is vastgesteld.
WETTELIJK KADER Artikel 16 Gemeentewet (reglement van orde) Artikel 26 Gemeentewet (handhaving van de orde) Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht Verordening op de Raadscommissies
16
TOELICHTING Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook raadsleden en hun medewerkers. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van raadsleden van fundamenteel belang voor het goed functioneren van de democratie.
Elkaar aanspreken Buiten de raadsvergadering hebben we afgesproken dat als een collega-raadslid iemands grens overschrijdt, je dit raadslid daarop kunt aanspreken, op het moment zelf of achteraf. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de persoon die de ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij collega-raadsleden. Hierbij geldt dat ingrijpen gewenst is als je ziet dat iemand zich onveilig voelt, ook als jij zelf het niet voelt. Ook wordt het gewaardeerd als je bij twijfel navraag doet of je iemands grens hebt gerespecteerd. Dat heeft de voorkeur boven het onbesproken laten en mogelijk ongewenst gedrag stilzwijgend goedkeuren.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat juist in een omgeving waar strijd is om ideeën, een veilige omgeving noodzakelijk is om heersende aannames te bevragen en minderheidsstandpunten te kunnen horen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.
De bevoegdheid van de raad om op voorstel van de voorzitter een raadslid de toegang tot de vergadering te ontzeggen, beperkt zich wettelijk gezien enkel tot de raadsvergadering. Artikel 5.2.5 is dus niet van toepassing op de commissievergadering.
Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in de raad van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Social media Raadsleden hebben in toenemende mate maken met agressie, belediging of persoonlijke bedreiging op social media. Dit kan van grote invloed zijn op de gevoelens van veiligheid, de ervaren werkdruk en daarmee het functioneren van de raad als geheel. Daarom is het belangrijk dat je zelf ver van dit gedrag blijft, of dit corrigeert. Ook is het collegiaal en zeer ondersteunend om voor elkaar op te komen als je iets dergelijks ziet gebeuren, bijvoorbeeld onder jouw account.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
17
6. OVERIGE AFSPRAKEN
ARTIKEL 6.1 GEDRAGSCODE ALS LEIDRAAD Als leidraad voor het handelen van raadsleden, kan de gedragscode steun bieden bij het maken van afwegingen. Maar elke situatie is weer anders en er zullen altijd weer leemtes of onduidelijkheden zijn. Daarom is het belangrijk om als raadsleden met elkaar in gesprek te blijven over de inhoud en toepassing van de gedragscode en de onderliggende waarden.
ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING 1. De raad, maar ook de voorzitter van de raad, griffier en fractievoorzitters, zien erop toe dat de raadsleden de gedragscode van de raad naleven. 2. Bij vermoedens van een integriteitsschending of bij ervaren ongewenst gedrag, geldt het 'Protocol vermoeden integriteitsschending' respectievelijk het 'Protocol ongewenst gedrag'.
18
TOELICHTING Op gezette tijden wordt de tekst van de gedragscode tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk wordt nageleefd. Deze legt immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen. Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder anderen de fractie(voorzitter), de griffier en de burgemeester als voorzitter van de raad en hoeder van de bestuurlijke integriteit.
19
7. TOT SLOT
ARTIKEL 7.1 INTREKKING
ARTIKEL 7.4 INWERKINGTREDING
De 'Gedragscode voor leden van de gemeenteraad' (zoals vastgesteld op 14 april 2016, Gemeenteblad 2016, 61482) wordt ingetrokken.
Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking.
ARTIKEL 7.5 CITEERTITEL
ARTIKEL 7.2 OVERIGE GEADRESSEERDEN Deze gedragscode is - met uitzondering van artikelen 1.1, 1.4 en 5.2 - ook van toepassing op: de voorzitter van de raad, de bestuurders van de Rekenkamer Utrecht, de bestuurders van het Utrechts Ombudsloket, en de bestuurders van de referendumcommissie gemeente Utrecht.
Deze regeling wordt aangehaald als: 'Gedragscode voor raadsleden en commissieleden gemeente Utrecht'.
ARTIKEL 7.3 EVALUATIE Minimaal een keer per bestuursperiode evalueert de raad de gedragscode op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 januari 2024. De griffier,
De voorzitter,
Merel van Hall
Sharon A.M. Dijksma
20
2023
GEDRAGSCODE VOOR RAADSLEDEN EN COMMISSIELEDEN
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
3
Inleiding
4
Utrechtse waarden
5
1. Het voorkomen van belangenverstrengeling
6
2. Geschenken en uitnodigingen
10
3. Gemeentelijke voorzieningen
12
4. Omgang met informatie
13
5. Omgangsvormen
15
6. Overige afspraken
18
7. Tot slot
20
2
VOORWOORD Geacht raadslid, Deze gedragscode is het resultaat van een proces waar we al een tijd mee bezig zijn, namelijk de aanscherping van ons integriteitsbeleid. In feite voert dit dertig jaar terug toen Ien Dales haar beroemde speech ‘Een beetje integriteit bestaat niet’ hield, waarmee het begrip integriteit een zelfstandige betekenis kreeg. Ien Dales wees op het risico van bezoedeling van de ambtelijke en politieke reputatie, de aantasting van de integriteit en de ondermijning van de democratische rechtsstaat.
Vanuit democratisch oogpunt is het van een niet te onderschatten belang dat wij ons werk op een integere en transparante manier doen. Ik vind het belangrijk dat we hier regelmatig het gesprek met elkaar over voeren. Weet mij, de griffier en uw collega’s te vinden als u een dilemma ervaart. Met elkaar maken en houden we integriteit bespreekbaar.
Nog altijd is dit een actueel en belangrijk onderwerp. Onze democratische rechtsstaat kan niet zonder een goed functionerend openbaar bestuur. En ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers spelen hierbij een belangrijke rol. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid eerlijk en betrouwbaar is.
Sharon Dijksma burgemeester en voorzitter van de raad
Ik wens u met dit alles heel veel succes en wijsheid toe. Deze gedragscode geeft daarbij houvast.
Deze opdracht is des te urgenter nu we zien dat bij een deel van de Nederlanders het vertrouwen in politici en ambtenaren is afgenomen. Onlangs kwam bijvoorbeeld nog het bericht naar buiten dat het vertrouwen in de Tweede Kamer in tien jaar tijd niet zo laag is geweest als nu. Dat bleek uit onderzoek van het CBS. Ook het vertrouwen in politici in het algemeen laat volgens het CBS een dalende trend zien. Maar wat is integriteit nou precies en hoe geef je er vorm aan? Wat mij betreft gaat integer handelen veel verder dan alleen het volgen van een aantal regels. Het is een houding waarbij je er constant van bewust bent dat je als volksvertegenwoordiger het algemeen belang dient. We zijn er voor álle Utrechters. 3
INLEIDING Goed bestuur is integer bestuur. Zonder integer bestuur zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat ondermijnd raken en het draagvlak voor de naleving van wetten en regels verdwijnen.
De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is artikel 15 lid 3 Gemeentewet. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. Dat wil niet zeggen dat de gedragscode vrijblijvend is. Raadsleden kunnen op correcte naleving worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden naar elkaar, naar de voorzitter van de raad en naar inwoners van de gemeente Utrecht.
Integriteit van raadsleden verwijst naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Vertrekpunt daarbij is de eed of belofte die raads- en commissieleden* bij hun benoeming afleggen. Daarin verklaren raadsleden hun plichten “naar eer en geweten” te zullen vervullen.
Om die reden heeft de Utrechtse raad ook handelingsprotocollen opgesteld, waarin staat hoe te handelen bij twijfel of vermoedens van integriteitsschendingen en wat je kan doen als je ongewenst gedrag ervaart. Deze handelingsprotocollen worden tegelijkertijd met de gedragscode door de raad vastgesteld.
Deze gedragscode helpt raadsleden invulling te geven aan deze woorden. Ze bevat een nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. Daarnaast bevat ze kernbegrippen en onderlinge afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zo vormt de gedragscode een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.
Uiteindelijk geldt: integriteit moet je doen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is een dode letter. Daarom is het goed als het handelen van raadsleden regelmatig onderwerp van gesprek is, juist ook onderling. Deze gedragscode biedt daar een kader voor, en is daarmee het startpunt van een integere raad.
De gedragscode bevat ook afspraken over gewenste onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang tussen raadsleden, collegeleden en ambtenaren, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is immers niet alleen gewenst op individueel niveau, maar ook een voorwaarde voor het optimaal functioneren van de raad als democratisch orgaan. Daarnaast is het van groot belang voor het vertrouwen van inwoners in de Utrechtse democratie.
*Deze gedragscode heeft betrekking op raadsleden en op commissieleden van Utrecht. Waar raadslid staat wordt ook commissielid bedoeld, tenzij anders aangegeven.
4
UTRECHTSE WAARDEN
VERANTWOORDELIJKHEID
MEER DAN REGELS
Met macht komt verantwoordelijkheid. Raadsleden zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Zij erkennen echter ook dat hun positie in onze democratische rechtsstaat met zich meebrengt dat zij bereid zijn over hun handelen verantwoording af te leggen, naar elkaar en naar de inwoners toe. Bij hun handelen stellen zij de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal.
Integriteit is meer dan het respecteren van de juridische kaders. Het is ook belangrijk dat raadsleden aan de buitenwereld kunnen uitleggen waarom zij tot keuzes komen. Raadsleden zijn zich bewust van het feit dat hun handelen binnen en buiten de raad van invloed is op hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken en daarmee van invloed is op het vertrouwen in de gemeente. Schending van integriteitsnormen of publieke discussie daarover doen afbreuk aan individu, partij en collectief.
OPENHEID Raadsleden handelen transparant en leggen over hun handelen proactief verantwoording af. Bij twijfel over wat juist is om te doen, zijn zij open en bespreken zij dilemma's.
VERTROUWEN Raadsleden vertrouwen erop dat collegaraadsleden, ieder vanuit hun eigen achtergrond en visie, het belang van Utrecht vooropstellen. We hebben afgesproken het ambt van raadslid te vervullen met respect voor elkaar, de leden van het college, de ambtenaren en de inwoners van Utrecht te vervullen. Dit respect en onderling vertrouwen wordt niet lichtzinnig geschaad.
5
1. HET VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING
Raadsleden hebben de democratische plicht deel te nemen aan beraadslaging en stemming en staan als volksvertegenwoordigers tegelijk midden in de maatschappij. Daarbij houden zij altijd het algemeen belang voor ogen en gaan zij actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegen. Zij mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, een ander, of een organisatie waarmee zij een persoonlijke betrokkenheid hebben.
ARTIKEL 1.1 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING
Als zij gedurende het raadslidmaatschap nieuwe functies aanvaarden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de griffier. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat het raadslid er kennis van heeft. 2. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de functie; b. de organisatie waarvoor de functie wordt verricht; c. per wanneer de functie wordt verricht; d. of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het raadslidmaatschap; en e. of de functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
1. Raadsleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie van strijd met artikel 28 Gemeentewet. 2. Als raadsleden ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden zij dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt aan de voorzitter en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Raadsleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren. ARTIKEL 1.2 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET RAADSLIDMAATSCHAP 1. Raadsleden leveren de griffier bij aanvang van het raadslidmaatschap de informatie aan over functies die zij bekleden, die op grond van artikel 12 Gemeentewet openbaar gemaakt moeten worden.
6
ARTIKEL 1.3 MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN 1. Raadsleden doen bij de griffier opgaaf van hun relevante en significante financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tijdens het raadslidmaatschap ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden. 2. De informatie betreft in ieder geval: a. een omschrijving van het belang (aard en omvang); b. de organisatie waarin het financiële belang bestaat; c. de aanvangsdatum van het financiële belang. 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
ARTIKEL 1.4 AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN 1. Raadsleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als mogelijk bedoeld in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, kunnen daarover advies vragen aan de griffier. 2. Als het raadslid het nodig acht ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de griffier bij het aanvragen van de ontheffing. 3. Artikel 15 lid 1 en lid 2 Gemeentewet is ook van toepassing op commissieleden, met dien verstande dat de ontheffing als bedoeld in lid 2 van artikel 15 wordt gevraagd aan het dagelijks bestuur van de raad.
WETTELIJK KADER Artikel 12 Gemeentewet (functies naast het raadslidmaatschap) Artikel 13 Gemeentewet (onverenigbare functies) Artikel 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming)
7
TOELICHTING Bij veel besluiten die de gemeenteraad neemt, kan direct of indirect een persoonlijk belang van raadsleden in het geding zijn. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Utrecht. Een persoonlijk belang hebben bij besluiten is op zichzelf niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van belangenverstrengeling. Een raadslid dient zich volgens de wet alleen van beraadslaging en stemming te onthouden als hij - naast een persoonlijk belang - ook een onmiddellijk of actueel belang bij een aangelegenheid heeft.
ruimtelijke plannen waarvan je zelf als inwoner initiatiefnemer bent of het financieel ondersteunen van de culturele instelling waar je zelf in het bestuur zit. “Middellijk” Overigens moet je je ook van beraadslagen en meestemmen onthouden als het persoonlijk belang van bloedof aanverwanten of een andere intensieve persoonlijke relatie in het geding is. Meer dan regels Naast de juridische kaders, waarbinnen zoals hierboven beschreven, niet snel sprake is van belangenverstrengeling, speelt ook de buitenwereld een rol. Die kijkt vaak kritisch mee. Het is belangrijk dat raadsleden aan inwoners en media kunnen uitleggen dat hun persoonlijk belang geen invloed heeft op de besluitvorming. Publieke discussie hierover kan immers afbreuk doen aan het vertrouwen in een raadslid en de gemeente.
Of daar sprake van is, hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grote kring van betrokkenen, dan staat het raadsleden vrij om daarover mee te praten en te stemmen – zolang zij daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijft houden. Voorbeeld Ben je bijvoorbeeld onderwijzer op een Utrechtse school en staat scholenbeleid op de agenda van de raad, dan is jouw kennis en ervaring wellicht juist wel van belang om tot goede besluitvorming te komen. Moet een besluit worden genomen over ontsluiting van de wijk waar je woont en rekenen inwoners erop dat jij hun standpunt naar voren brengt, dan ben je ook vrij om daarover je inbreng te hebben. Deze voorbeelden gaan over gezondheid, leefbaarheid en bereikbaarheid en veel minder over persoonlijke belangen die in het spel zijn.
In de Utrechtse praktijk blijkt dat raadsleden snel de neiging hebben zich te onthouden van beraadslaging over onderwerpen waar ze in hun persoonlijk leven mee te maken hebben, om zo elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Daartegenover staat dat juíst als raadsleden midden in de maatschappij staan en veel weten van een onderwerp, zij hun rol en plicht als volksvertegenwoordiger goed kunnen vervullen. Te voorzichtig zijn is daarom ook niet wenselijk. Uiteindelijk maakt het raadslid zelf altijd de afweging of het zich dient te onthouden van een stemming of beraadslaging. Twijfel je? Bespreek het dan met de griffier en vraag advies.
Alleen in bijzondere gevallen, wanneer de besluitvorming vooral over jouw belang gaat of over de organisatie waarvan je bestuurder bent (en dus ook formeel een verantwoordelijkheid hebt), is het op grond van artikel 28 Gemeentewet niet toegestaan om deel te nemen aan de beraadslaging en de stemming. Denk dan bijvoorbeeld aan
8
Transparantie Om discussie te voorkomen hebben we als Utrechtse raad afgesproken steeds proactief transparant te maken in hoeverre bepaalde besluiten jou ook persoonlijk aangaan, welke financiële belangen mogelijk meespelen en wat jouw nevenfuncties zijn (artikel 12 Gemeentewet). Ook toekomstige nevenfuncties die bij jou al bekend zijn (over zes maanden word je voorzitter van de Fietsersbond, of penningmeester bij de tennisclub), meld je in het register. Zo zijn we open over toekomstige privébelangen die nu al een rol kunnen spelen bij publieke besluiten. Melden financiële belangen Belangenverstrengeling ligt ook op de loer als je financiële belangen hebt bij een organisatie of onderneming die een relatie met de gemeente heeft of kan krijgen, en waarover de gemeente besluiten neemt. Voorbeelden zijn besluiten over bestemmingsplannen, aanbestedingen, subsidieverstrekking, verlenen van adviesen onderzoeksopdrachten. In dat geval is het goed melding te maken van jouw financiële belangen - of die van je partner of een intensieve persoonlijke relatie.
Verboden handelingen en overeenkomsten Tot slot bevat de gedragscode ook afspraken die betrekking hebben op artikel 15 Gemeentewet. Daarin staan handelingen en overeenkomsten die raadsleden niet mogen verrichten of aangaan. Het gaat dan met name om situaties waarin je wederpartij bent en dus tegenover de gemeente komt te staan. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de stichting waarvan je voorzitter bent, een pand wil kopen of huren van de gemeente. Of de situatie waarin je als consultant of leverancier door Utrecht zou worden ingeschakeld. In sommige gevallen is een ontheffing mogelijk. In andere gevallen werpt artikel 15 geen belemmeringen op: bijvoorbeeld als je als inwoner zelf bezwaar hebt tegen een besluit van de gemeente. Omdat er veel uitzonderingen en nuances zijn, maar de sanctie op overtreding zwaar is (raadsleden kunnen hun raadslidmaatschap verliezen) willen we hier zorgvuldig mee omgaan. De afspraak is om bij twijfel advies in te winnen bij de griffier.
Het begrip ‘financieel belang’ moet ruim worden opgevat. Een deelneming in een bedrijf of onderneming valt hieronder, maar ook het bezit van effecten, bouwgrond, onroerend goed. Zulke financiële belangen kunnen een rol gaan spelen bij afwegingen die je maakt over bijvoorbeeld bestemmingsplannen of grondverkopen. Ook negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen relevant zijn.
9
2. GESCHENKEN EN UITNODIGINGEN
Raadsleden mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in het vooruitzicht gesteld geld, goederen, diensten of uitnodigingen.
ARTIKEL 2.1 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN Raadsleden melden de griffier als zij geschenken ontvangen van derden met een geschatte waarde van € 50 of meer. De griffier legt hiervoor een openbaar register aan. Ook geschenken met een waarde onder de € 50 kun je daarin laten opnemen.
ARTIKEL 2.2 UITNODIGINGEN 1. Raadsleden accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk. 2. Bij twijfel over de vraag of uitnodigingen behoren tot het raadswerk, overleggen raadsleden met de griffier. 3. Uitnodigingen voor evenementen met een geschatte waarde van meer dan €50 worden gemeld aan de griffier en opgenomen in het register.
WETTELIJK KADER Artikel 14 Gemeentewet (eed of belofte)
9
10
TOELICHTING Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar beïnvloeding zijn. Uitgangspunt bij de regels over geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat kleine attenties en attenties die een functioneel doel hebben mogen worden aangenomen. Voor de publieke verantwoording en het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling, meld je attenties met een (geschatte waarde) vanaf €50 aan de griffier, voor opname in het register. Voorbeeld Gaat het om een bloemetje omdat je bijvoorbeeld een lezing hebt gegeven, dan is dat geen probleem. Krijg je korting in een restaurant, bij het onderhoud van je fiets of advertentieruimte in de lokale krant van een gulle gever, dan is de vraag gerechtvaardigd of daarmee verwachtingen voor een tegenprestatie, nu of in de toekomst, worden gewekt. De precieze grens is soms moeilijk te trekken: bij geschenken is de waarde meestal redelijk in te schatten, bij uitnodigingen geldt dat we vooral met elkaar nagaan of ingaan op de uitnodiging passend is voor het raadswerk. Krijg je in je rol als raadslid vrijkaarten voor een concert, terwijl andere raadsleden die kaarten niet krijgen, dan kan dat een aanwijzing zijn dat de uitnodiging niet enkel functioneel is. Als raadslid kun je het beste zelf inschatten of een geschenk of uitnodiging een functioneel doel heeft. Je kunt dit eventueel toelichten in het register.
11
3. GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN
KERN Raadsleden gaan op een behoedzame manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen die hun ter beschikking staan en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld.
ARTIKEL 3.1 GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTES Raadsleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes, het fractieplein, de stilteruimte. Raadsleden dragen daarbij zorg voor het schoon achterlaten van deze ruimtes.
ARTIKEL 3.2 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES Raadsleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.
ARTIKEL 3.3 GEBRUIK ICT-MIDDELEN Raadsleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan het automatiseringsprotocol. Daarbij is van belang dat: usb-sticks met informatie niet onbeveiligd en onbewaakt worden achtergelaten; wachtwoorden niet worden gedeeld; raadsleden hun laptop niet uitlenen aan anderen, ook niet tijdelijk; werkmails niet naar privémail worden doorgestuurd; documenten met (herleidbare) persoonsgegevens enkel door middel van een beveiligde e-mail met externe personen worden gedeeld.
WETTELIJK KADER Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Utrecht
12
4. OMGANG MET INFORMATIE
Raadsleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij beschikken. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een feitelijk onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente.
ARTIKEL 4.1 GEHEIMHOUDINGSPLICHT
ARTIKEL 4.2 GEBRUIK INFORMATIE VOOR EIGEN GEWIN
1. Raadsleden die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat ze onder geheimhouding zullen gaan vallen, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. 2. Geheime informatie wordt door raadsleden veilig gebruikt en bewaard.
1. Raadsleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet-openbare informatie waar zij als raadsleden over beschikken. 2. In uitlatingen in of op (sociale) media houden raadsleden de eer en het aanzien van de gemeente hoog.
WETTELIJK KADER Artikel 23 en 24 Gemeentewet (beslotenheid) Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding) Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)
13
TOELICHTING Geheime informatie is informatie waar formeel geheimhouding is opgelegd (op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). Raadsleden zijn dan wettelijk verplicht tot geheimhouding. Daarnaast zijn er situaties waarin je redelijkerwijs moet begrijpen dat informatie waarover je beschikt, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover het college van B&W nog tot geheimhouding kan besluiten. Of informatie die je onder embargo hebt ontvangen en die de volgende dag openbaar wordt gemaakt. Onjuiste informatie Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Verspreid daarom niet bewust onjuiste informatie en controleer bronnen.
14
5. OMGANGSVORMEN
Raadsleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze om met elkaar, andere bestuurders, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente.
ARTIKEL 5.1 OMGANGSVORMEN
ARTIKEL 5.2 OMGANGSVORMEN IN VERGADERING
1. Raadsleden bejegenen elkaar, andere bestuurders, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (social) media. Zij blijven ver weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn ongewenste omgangsvormen. 2. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen raadsleden actief de sociale veiligheid. Dat doen raadsleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-raadsleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen. 3. Als raadsleden ongewenst gedrag van collega-raadsleden ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor advisering en ondersteuning.
1. Raadsleden houden zich tijdens de raads- en commissievergaderingen aan het Reglement van Orde en de Verordening op de Raadscommissies en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. 2. Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter. 3. Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de raadsleden. De voorzitter kan een raadslid vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. De spreker wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Indien de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of zelfs sluiten.
15
ARTIKEL 5.3 GEBRUIK SOCIAL MEDIA EN E-MAIL
4. Raadsleden kunnen de voorzitter wijzen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde of een persoonlijk feit. 5. Een raadslid dat door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid voor ten hoogste drie maanden toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Raadsleden houden zich bij het gebruik van social media en e-mail aan de etiquette, zoals die door het dagelijks bestuur van de raad is vastgesteld.
WETTELIJK KADER Artikel 16 Gemeentewet (reglement van orde) Artikel 26 Gemeentewet (handhaving van de orde) Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht Verordening op de Raadscommissies
16
TOELICHTING Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook raadsleden en hun medewerkers. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van raadsleden van fundamenteel belang voor het goed functioneren van de democratie.
Elkaar aanspreken Buiten de raadsvergadering hebben we afgesproken dat als een collega-raadslid iemands grens overschrijdt, je dit raadslid daarop kunt aanspreken, op het moment zelf of achteraf. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de persoon die de ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij collega-raadsleden. Hierbij geldt dat ingrijpen gewenst is als je ziet dat iemand zich onveilig voelt, ook als jij zelf het niet voelt. Ook wordt het gewaardeerd als je bij twijfel navraag doet of je iemands grens hebt gerespecteerd. Dat heeft de voorkeur boven het onbesproken laten en mogelijk ongewenst gedrag stilzwijgend goedkeuren.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat juist in een omgeving waar strijd is om ideeën, een veilige omgeving noodzakelijk is om heersende aannames te bevragen en minderheidsstandpunten te kunnen horen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.
De bevoegdheid van de raad om op voorstel van de voorzitter een raadslid de toegang tot de vergadering te ontzeggen, beperkt zich wettelijk gezien enkel tot de raadsvergadering. Artikel 5.2.5 is dus niet van toepassing op de commissievergadering.
Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in de raad van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Social media Raadsleden hebben in toenemende mate maken met agressie, belediging of persoonlijke bedreiging op social media. Dit kan van grote invloed zijn op de gevoelens van veiligheid, de ervaren werkdruk en daarmee het functioneren van de raad als geheel. Daarom is het belangrijk dat je zelf ver van dit gedrag blijft, of dit corrigeert. Ook is het collegiaal en zeer ondersteunend om voor elkaar op te komen als je iets dergelijks ziet gebeuren, bijvoorbeeld onder jouw account.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
17
6. OVERIGE AFSPRAKEN
ARTIKEL 6.1 GEDRAGSCODE ALS LEIDRAAD Als leidraad voor het handelen van raadsleden, kan de gedragscode steun bieden bij het maken van afwegingen. Maar elke situatie is weer anders en er zullen altijd weer leemtes of onduidelijkheden zijn. Daarom is het belangrijk om als raadsleden met elkaar in gesprek te blijven over de inhoud en toepassing van de gedragscode en de onderliggende waarden.
ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING 1. De raad, maar ook de voorzitter van de raad, griffier en fractievoorzitters, zien erop toe dat de raadsleden de gedragscode van de raad naleven. 2. Bij vermoedens van een integriteitsschending of bij ervaren ongewenst gedrag, geldt het 'Protocol vermoeden integriteitsschending' respectievelijk het 'Protocol ongewenst gedrag'.
18
TOELICHTING Op gezette tijden wordt de tekst van de gedragscode tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk wordt nageleefd. Deze legt immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen. Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder anderen de fractie(voorzitter), de griffier en de burgemeester als voorzitter van de raad en hoeder van de bestuurlijke integriteit.
19
7. TOT SLOT
ARTIKEL 7.1 INTREKKING
ARTIKEL 7.4 INWERKINGTREDING
De 'Gedragscode voor leden van de gemeenteraad' (zoals vastgesteld op 14 april 2016, Gemeenteblad 2016, 61482) wordt ingetrokken.
Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking.
ARTIKEL 7.5 CITEERTITEL
ARTIKEL 7.2 OVERIGE GEADRESSEERDEN Deze gedragscode is - met uitzondering van artikelen 1.1, 1.4 en 5.2 - ook van toepassing op: de voorzitter van de raad, de bestuurders van de Rekenkamer Utrecht, de bestuurders van het Utrechts Ombudsloket, en de bestuurders van de referendumcommissie gemeente Utrecht.
Deze regeling wordt aangehaald als: 'Gedragscode voor raadsleden en commissieleden gemeente Utrecht'.
ARTIKEL 7.3 EVALUATIE Minimaal een keer per bestuursperiode evalueert de raad de gedragscode op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum] De griffier,
De voorzitter,
Merel van Hall
Sharon A.M. Dijksma
20
Voorstel aan de gemeenteraad
Doorontwikkeling instrumenten van inwoners: introductie inwonersagendering en inwonersmotie Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Raadsorganen Dagelijks bestuur raad Volgt Nee (uitzonderingsgrond artikel 1:2 lid 2 sub o Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht) Nee
Het dagelijks bestuur van de raad stelt de raad voor te besluiten: 1. De instrumenten burgeragendering en burgerinitiatief door te ontwikkelen naar een inwonersagendering en inwonersmotie, met als belangrijkste uitgangspunten: a. Na aanbieding van een petitie, kunnen inwoners een inwonersagendering indienen. Hiervoor geldt een formele drempel van 100 steunbetuigingen en een beperkte juridische toets op de verordening, waarbij bepaalde onderwerpen uitgesloten zijn van bespreking; b. Inwoners kunnen een inwonersmotie indienen. Hiervoor geldt een formele drempel van 250 steunbetuigingen en een beperkte juridische toets op de verordening, waarbij bepaalde onderwerpen uitgesloten zijn van bespreking; 2. De Verordening inwonersagendering en inwonersmotie gemeenteraad Utrecht vast te stellen.
Dagelijks bestuur van de raad,
De griffier, Merel van Hall
De voorzitter, Pepijn Zwanenberg
Samenvatting Het gebruik van de ‘burgeragendering’ en ‘burgerinitiatief’ als instrumenten voor inwoners is relatief laag vergeleken met het populaire instrument ‘petitie’. Inwoners lopen tegen onbedoelde procedurele drempels aan wanneer zij een burgeragendering of burgerinitiatief willen indienen bij de raad, wat ontmoedigend werkt. Met dit voorstel worden deze procedurele drempels verlaagd door beide instrumenten door te ontwikkelen en zo beter aan te laten sluiten op (het gedrag van) inwoners. Hiermee wordt het gebruik van de instrumenten gestimuleerd. Met dit voorstel vervallen de burgeragendering en het burgerinitiatief en worden deze instrumenten vervangen door de inwonersagendering en inwonersmotie.
Context Aanleiding In de presidiumvergadering van 10 oktober 2022 heeft het presidium kennisgenomen van het voornemen van het DB-presidium om een voorstel tot aanpassing van de verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief te formuleren – om zo terug te gaan naar de bedoeling van deze verordening: inwoners de mogelijkheid bieden om op een laagdrempelige wijze, zonder al te veel juridische vereisten, maar wel met een aantal steunbetuigingen, een onderwerp ter bespreking te agenderen in de raad. Dit raadsvoorstel is een uitwerking van dit voornemen. Juridische context De burgeragendering en het burgerinitiatief worden beschreven in de verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief gemeenteraad Utrecht (voor het laatst aangepast in 2021). Volgens deze verordening hebben de instrumenten als doel om “participatie en betrokkenheid van de bewoners van Utrecht te vergroten en de bewoners de mogelijkheid te bieden om direct invloed uit te oefenen op de politieke agenda”. De huidige verordening slaagt er niet voldoende in deze laagdrempelige toegang tot het politieke proces te bieden. Het aantal ingediende burgeragenderingen en burgerinitiatieven is de afgelopen jaren laag, zie Tabel 1. Het voorstel is daarom om de verordening aan te passen. De inwonersagendering sluit beter aan op het gedrag van inwoners dan de burgeragendering.
Inwoners kiezen er vaker voor een petitie te starten en/of aan te bieden om een onderwerp onder de aandacht van de raad te brengen (Tabel 1). Inwoners hebben door de inwonersmotie daarnaast een instrument tot hun beschikking om de raad een uitspraak te laten doen, waarvoor zij minder kennis en tijd nodig hebben dan voor een burgeragendering. De raad gaat over de instrumenten van inwoners en besluit dus over de aanpassing van deze verordening. Tabel 1 Aantal ingediende burgeragenderingen, burgerinitiatieven en petities vanaf 2017 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023 (t/m sept)
Totaal
Burgerinitiatief
2
0
1
0
1
1
0
5
Burgeragendering
n.v.t
0
1
0
2
3
0
6
Gestarte petities
Geen archief
Geen archief
27
28
33
22
21
131
Aan de commissie of raad aangeboden petities
Geen archief
Geen archief
8
6
6
6
9
35
Beslistermijn Geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Met de doorontwikkeling van de instrumenten voor inwoners wordt de toegang tot de politiek voor inwoners laagdrempeliger gemaakt. Om dat te doen wordt de verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief aangepast. De aangepaste verordening sluit aan op de oude verordening en maakt
2
deze beter werkend door ervoor te zorgen dat de laagdrempelige toegang tot het politieke proces makkelijker wordt voor inwoners. De instrumenten die inwoners tot hun beschikking hebben, sluiten beter aan op hun gedrag en zijn aantrekkelijker en makkelijker in gebruik. Het uiteindelijk doel hiervan staat omschreven in eerdere versies van de verordening: met de doorontwikkeling van deze instrumenten willen we “participatie en betrokkenheid van de bewoners van Utrecht (…) vergroten en de bewoners de mogelijkheid (…) bieden om direct invloed uit te oefenen op de politieke agenda”. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - 2004: Introductie burgerinitiatief met verordening op het burgerinitiatief - 2011: Aanpassing met verordening burgerinitiatief 2011: o.a. worden digitale steunbetuigingen toegestaan. - 2015: Aanpassing met verordening op het burgerinitiatief 2015: o.a. wordt het aantal benodigde steunbetuigingen tot één categorie teruggebracht en verminderd tot 250. - 2018: Aanpassing en introductie van de burgeragendering met de verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief gemeente Utrecht 2018 - 2021: Verduidelijking en aanscherping met de verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief gemeenteraad Utrecht
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De instrumenten burgeragendering en burgerinitiatief door te ontwikkelen naar een inwonersagendering en inwonersmotie, met als belangrijkste uitgangspunten: a. Na aanbieding van een petitie, kunnen inwoners een inwonersagendering indienen. Hiervoor geldt een formele drempel van 100 steunbetuigingen en een beperkte juridische toets op de verordening, waarbij bepaalde onderwerpen uitgesloten zijn van bespreking; b. Inwoners kunnen een inwonersmotie indienen. Hiervoor geldt een formele drempel van 250 steunbetuigingen en een beperkte juridische toets op de verordening, waarbij bepaalde onderwerpen uitgesloten zijn van bespreking;
Argumenten 1.1
Met de inwonersagendering en inwonersmotie wordt de laagdrempelige toegang tot de gemeenteraad voor inwoners verbeterd. Instrumenten voor inwoners hebben als doel om “participatie en betrokkenheid van de bewoners van Utrecht te vergroten en de bewoners de mogelijkheid te bieden om direct invloed uit te oefenen op de politieke agenda”1. Op dit moment zorgen procedurele drempels ervoor dat dit doel niet behaald wordt. Dat komt mede doordat het inwoners niet lukt aan te sluiten op het besluitvormingsproces en doordat het burgerinitiatief van initiatiefnemers vraagt dat zij dezelfde (financiële, beleidsmatige) kennis, capaciteit en tijd hebben als ambtenaren om een (juridisch bindend) voorstel te schrijven – iets wat ze per definitie niet hebben. Door de norm te verlagen naar die van een motie en inwoners te helpen met het schrijven hiervan, wordt het voor Utrechters makkelijker om dit instrument te gebruiken.
1.2
De inwonersagendering sluit aan op de petitie als bekend, zichtbaar en laagdrempelig instrument voor inwoners. Op dit moment worden er weinig burgeragenderingen en burgerinitiatieven ingediend om een onderwerp aan te kaarten bij de raad, door nog minder
1 Verordening op het burgerinitiatief (2004), Verordening op het burgerinitiatief (2011) en Verordening op het
burgerinitiatief (2015)
3
initiatiefnemers. Inwoners weten de petitie hier wel voor te vinden. Er worden op dit moment 20 tot 30 petities per jaar ingediend, waarvan ongeveer 30% formeel wordt aangeboden aan een raadscommissie of de raad. Door met de inwonersagendering beter aan te sluiten op dit bekende, zichtbare en laagdrempelige instrument en de intentie van inwoners om iets aan te kaarten centraal te zetten, hebben (meer) inwoners een instrument tot hun beschikking dat minder procedures en regels kent, maar aantrekkelijker is dan de petitie doordat er iets tegenover indiening staat. 1.3
Bewoners kunnen met een inwonersagendering en een inwonersmotie ook onderwerpen aankaarten die niet direct behoren tot de bevoegdheid van de raad. Met een burgeragendering of burgerinitiatief kunnen inwoners geen voorstel indienen over een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad. Daarmee wordt de mogelijkheid van inwoners beperkt om zich tegenover de raad uitspreken over onderwerpen die formeel tot de bevoegdheid van het college horen. Die onderwerpen kunnen de leefwereld van inwoners echter ook raken. Daarom moeten zij de mogelijkheid hebben zich hierover uit te spreken tegenover volksvertegenwoordigers. Omdat een motie geen (juridisch bindend) voorstel is, maar een uitspraak van de raad, kan dit instrument wel gaan over bevoegdheden van de gemeente Utrecht. Daarmee worden de onderwerpen waarover inwoners zich kunnen uitspreken verbreed.
Kanttekeningen/ Risico’s 1.1
Doordat het instrument laagdrempeliger wordt, kan het gebruik ervan toenemen en daarmee de werkdruk voor raad(sleden) hoger worden. Het doel van dit raadsvoorstel is het laagdrempeliger maken van instrumenten voor inwoners. Als dit doel behaald wordt, betekent dit dat er waarschijnlijk ook meer inwonersagenderingen en/of inwonersmoties worden ingediend dan nu bij de burgeragendering en het burgerinitiatief het geval is. Dat is in eerste instantie goed nieuws, maar levert ook werk op voor raad(sleden) en de griffie – waardoor de werkdruk toeneemt. Om ervoor te zorgen dat er enige drempel is voordat inwoners een onderwerp kunnen agenderen in de commissie en een motie aan de raad kunnen voorleggen, is het voorstel om een formele drempel van respectievelijk 100 en 250 steunbetuigingen te behouden, bepaalde onderwerpen uit te sluiten van behandeling en de commissie te laten bepalen over de bespreking van de geagendeerde inwonersagendering.
1.2
De inwonersagendering kent een hogere doorlooptijd dan de petitie door de ontvankelijkheidstoets, waardoor inwoners moeten wachten tot het onderwerp van de petitie geagendeerd wordt in de raadscommissie. Een petitie is een aantrekkelijk instrument mede doordat het aanbieden ervan aan raadscommissie of raad relatief snel gepland kan worden nadat initiatiefnemers hierom vragen. Inwoners en andere belanghebbenden kunnen op die manier actuele onderwerpen aankaarten bij het stadsbestuur. Wanneer zij het vervolgens willen agenderen en/of een motie willen indienen, kan dit niet op dezelfde korte termijn vanwege de ontvankelijkheidstoets. Voor deze toets zijn vier weken nodig. Wel wordt de totale doorlooptijd ingekort ten opzichte van het huidige proces door de aanbieding niet meer in de raad te laten plaatsvinden en bespreking van de inwonersagendering in het procedurele deel van de raadscommissie bij voorkeur direct te laten volgen op de aanbieding van de petitie die eraan ten grondslag ligt. Toch zitten er ook dan nog een aantal weken tussen het procedurele deel en de bespreking in de raadscommissie.
Beslispunt 2
De Verordening inwonersagendering en inwonersmotie gemeenteraad Utrecht vast te stellen
4
Argumenten en kanttekeningen /risico’s 2.1
De verordening is de juridische uitwerking van de instrumenten inwonersmotie en inwonersagendering In de Verordening inwonersagendering en inwonersmotie gemeenteraad Utrecht zijn de (uitgangspunten van de) instrumenten inwonersagendering en inwonersmotie juridisch uitgewerkt.
Financiën De ervaringen van inwoners met de gemeente en de politiek worden grotendeels bepaald door de manier waarop zij geholpen worden gedurende het proces, en daarmee door het contact dat zij hebben met de gemeente in de breedste zin van het woord. De manier waarop zij begeleid worden tijdens het gebruik van de instrumenten uit dit voorstel is daarom belangrijk. Voor dit voorstel is adviescapaciteit op moties nodig om inwoners te helpen bij het formuleren van hun inwonersmotie. Die capaciteit is er op dit moment bij de griffie, in de vorm van het burgerloket. Uitgaand van het aantal petities, burgeragenderingen en burgerinitiatieven dat nu jaarlijks ingediend wordt, heeft dit voorstel geen financiële consequenties. Wanneer er een significante toename van inwonersagenderingen en inwonersmoties bereikt wordt, waarbij er structureel meer capaciteit nodig is, moet deze adviescapaciteit uitgebreid worden.
Vervolg Na besluitvorming door de raad wordt de verordening gepubliceerd in het gemeenteblad en treedt deze in werking. De communicatie over de instrumenten voor inwoners wordt aangepast en de nieuwe werkwijze wordt aangehouden. De uitwerking van deze werkwijze – en daarmee een stappenplan voor het gebruik van de instrumenten door inwoners – is te vinden in de bijlage. Na enige tijd zal in dat geval zichtbaar worden of deze nieuwe verordening inderdaad een (meer) laagdrempelige toegang tot het politieke proces biedt voor inwoners. Dit zal de griffie monitoren.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.
Communicatie Omdat dit voorstel betrekking heeft op instrumenten voor Utrechters is het belangrijk alle inwoners en belanghebbenden in Utrecht te informeren over de doorontwikkelde instrumenten. Dit zal gedaan worden door de griffie, bijvoorbeeld via de website, de nieuwsbrief van gemeente Utrecht en op sociale media. In deze communicatie zal ook het burgerloket genoemd worden, bestaande uit medewerkers van de griffie. Zij zijn te bereiken voor vragen en/of hulp en advies.
Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over het interne functioneren en werkwijze van de raad, commissies, rekenkamer en ombudsloket, alsmede alle daarmee samenhangende reglementen en verordeningen (art 1:2 lid 2 sub o).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening inwonersagendering en inwonersmotie gemeenteraad Utrecht Bijlagen informatief - Stappenplan gebruik van de inwonersagendering en inwonersmotie
5
Verordening inwonersagendering en inwonersmotie gemeenteraad Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht; -
gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de raad van 12 oktober 2023;
-
gelet op de artikel 108, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet.
Besluit de volgende verordening vast te stellen: Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder: -
burgemeester: de burgemeester van Utrecht; petitie: een verzoekschrift waarmee (een) burger(s) zich tot de gemeenteraad richt(en) om een signaal af te geven;
-
inwonersagendering: een verzoek van een initiatiefnemer om een
aangeboden of nog aan te bieden petitie te agenderen voor bespreking in een raadscommissie; -
inwonersmotie: een verzoek van een initiatiefnemer om de raad een uitspraak te laten doen over een door de initiatiefnemer geschreven motie;
-
griffier: de op grond van artikel 107 Gemeentewet door de raad benoemde functionaris of diens plaatsvervanger;
-
initiatiefgerechtigde: iedereen die op grond van deze verordening een verzoek kan indienen;
-
initiatiefnemer: (een) initiatiefgerechtigde(n) die een verzoek tot een inwonersagendering of een inwonersmotie indien(en)t;
-
raad: de gemeenteraad van Utrecht;
raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;
-
verzoek: het verzoek tot een inwonersagendering of een inwonersmotie; voorzitter: de voorzitter van de raad.
Artikel 2 Het petitierecht
1. In artikel 5 van de Grondwet is het petitierecht geregeld. Dit houdt in dat
ieder het recht heeft om schriftelijke verzoeken in te dienen bij het bevoegd
1
gezag. In de gemeente Utrecht kan iedereen een petitie aanbieden aan de gemeenteraad.
Artikel 3 Indienen ontvankelijk verzoek
1. De initiatiefnemer dient zijn verzoek schriftelijk in bij de raad.
2. De raad neemt de inwonersagendering of de inwonersmotie in behandeling, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een ontvankelijk verzoek is ingediend.
3. Een verzoek is niet ontvankelijk indien het:
a. een onderwerp als bedoeld in artikel 5 lid 1 betreft, of
b. niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 en artikel 6 respectievelijk artikel 7.
2. Een besluit van de raad over de ontvankelijkheid van een verzoek voor een inwonersagendering of een inwonersmotie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat. Artikel 4 Wie kan een verzoek indienen?
1. Een verzoek kan worden ingediend door:
a. Iedereen die kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Utrecht,
b. Inwoners van de gemeente Utrecht van 12 jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het
kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad (Kieswet, artikel B3), en
c. statushouders die ingeschreven zijn in de gemeentelijke basisregistratie personen,
2. Voor de beoordeling of iemand voldoet aan voornoemde voorwaarde, is de
situatie op de dag van indiening van het verzoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 bepalend.
Artikel 5 Waar kan een verzoek niet over gaan?
1. Een inwonersagendering of een inwonersmotie kan geen betrekking hebben op:
a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente Utrecht;
b. gemeentelijke procedures of de gemeentelijke organisatie; c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
d. een bezwaar of openstaande bezwaarprocedure in de zin van
hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;
2
e. individuele kwesties, zoals benoemingen, schorsingen,
kwijtscheldingen of schenkingen, geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden.
Artikel 6 Hoe ziet een inwonersagendering eruit?
1. Burgers kunnen een petitie aanbieden aan de raad, zoals aangegeven in
artikel 2 van deze verordening. Wanneer de aanbieder van een petitie voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 van deze verordening en tevens 100
steunbetuigingen heeft van initiatiefgerechtigden, kan hij een verzoek tot een inwonersagendering indienen.
2. Een inwonersagendering bevat ten minste, voor zo ver dit niet uit de petitie blijkt:
a. een omschrijving van het onderwerp;
b. aanleiding / context (het probleem en eventuele oplossing);
c. doel van bespreking en wat de bespreking volgens de initiatiefnemer zou moeten opleveren;
d. de achternaam, de voornamen, het adres en de geboortedatum van de initiatiefnemer;
e. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van de initiatiefgerechtigden die de inwonersagendering ondersteunen.
3. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 lid 2 sub e kunnen
initiatiefgerechtigden zowel via elektronische weg, zoals de website
www.petities.nl, als schriftelijk de benodigde steunbetuigingen indienen. Beide wegen mogen naast elkaar benut worden. Artikel 7 Hoe ziet een inwonersmotie eruit?
1. Een inwonersmotie bevat ten minste: a. de motie;
b. de achternaam, de voornamen, het adres en de geboortedatum van de initiatiefnemer(s);
c. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van de initiatiefgerechtigden die de inwonersmotie ondersteunen.
2. Een inwonersmotie wordt door ten minste 250 initiatiefgerechtigden ondersteund.
Artikel 8 Procedure behandeling inwonersagendering
3
1. De raad beslist binnen vier weken na ontvangst van het verzoek tot een
inwonersagendering of het verzoek voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 3 lid 2 en bericht de initiatiefnemer hierover.
2. Als het verzoek ontvankelijk is, wordt de inwonersagendering in het procedurele deel van de commissieagenda van de eerstvolgende
raadscommissie geplaatst, zodat de raadscommissie het verzoek kan agenderen voor bespreking in een volgende commissievergadering.
3. Bespreking in een volgende commissievergadering kan eventueel worden voorafgegaan door een Raadsinformatiebijeenkomst (RIB) indien de raadscommissie daartoe besluit. De initiatiefnemer krijgt in de
commissievergadering waar de inwonersagendering besproken wordt de gelegenheid de inwonersagendering toe te lichten.
4. Na bespreking van de inwonersagendering concludeert de raadscommissie wat de bespreking heeft opgeleverd. (Leden van) de raadscommissie kan
(kunnen) concluderen een motie in te zullen dienen en te agenderen voor een raadsvergadering.
Artikel 9 Procedure behandeling inwonersmotie
1. De raad beslist binnen vier weken na ontvangst van het verzoek tot een
inwonersmotie of het verzoek voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 3 lid 2 en bericht de initiatiefnemer hierover.
2. Als het verzoek ontvankelijk is, wordt de inwonersagendering geagendeerd als een actuele motie voor een raadsvergadering. De initiatiefnemer wordt voor de desbetreffende raadsvergadering uitgenodigd en mag de inwonersmotie kort toelichten in deze vergadering.
3. Zo spoedig mogelijk nadat de raad heeft gestemd over de inwonersmotie,
doet de griffier mededeling van de uitslag aan de initiatiefnemer en wordt de uitslag op gebruikelijke wijze bekendgemaakt.
Artikel 10 Intrekking
De Verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief gemeenteraad
Utrecht, Gemeenteblad 2021 nr. 198559 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt. Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking in het gemeenteblad.
Artikel 12 Citeertitel
4
Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening inwonersagendering en inwonersmotie gemeenteraad Utrecht”
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>. De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma De griffier,
Merel van Hall
5
Stappenplan gebruik van de inwonersagendering en inwonersmotie Inwonersagendering Fase 1: Petitie 1. Een (groep) inwoner(s) en/of belanghebbende(n) (hierna: de initiatiefnemer) start(en) een petitie op petities.nl of door op papier handtekeningen te verzamelen 2. De initiatiefnemer kiest ervoor om diens petitie aan te bieden aan één van de raadscommissies of de gemeenteraad en benadert hiervoor het burgerloket1. Indien de initiatiefnemer geïnteresseerd is, bespreekt het burgerloket met de initiatiefnemer de mogelijkheden voor agendering van de petitie en formulering van een motie (fase 2 en 3). Indien de initiatiefnemer hier gebruik van wil maken, verzoekt het burgerloket collega’s z.s.m. om de ontvankelijkheidstoets uit te voeren. a. Juridische zaken toetst de inhoud van de burgeragendering op de verordening b. Publiekszaken toetst de steunbetuigingen onder de petitie op de verordening 3. De initiatiefnemer maakt een afspraak voor de aanbieding in overleg met het burgerloket. Hierbij wordt de (plaatsvervangend) voorzitter van de raadscommissie of raad betrokken, omdat diegene de petitie zal aannemen. 4. Het burgerloket stuurt namens de initiatiefnemer een uitnodiging voor de aanbieding naar alle raads- en commissieleden en de aanbieding wordt op de agenda van de vergadering gezet. 5.