Agendabundel
Tekst van het document
Over motie 53 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van SP, PVV, CDA, DENK, Stadsbelang Utrecht en VVD ervoor hebben gestemd en de leden van de
5
Stemagenda van 25 maart 2021 overige fracties ertegen, zodat de motie is verworpen met 14 tegen 31 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 54 (30 km/u en minder asfalt in de Daalsetunnel). Over motie 54 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van Student & Starter, SP, GroenLinks, D66, ChristenUnie, PvdD, PvdA en Stadsbelang Utrecht ervoor hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de motie is aangenomen met 34 tegen 11 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 55 (Spreiding fietsverkeer Utrecht Centraal westzijde). Over motie 55 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat het lid van de fractie van PVV ertegen heeft gestemd en de leden van de overige fracties ervoor, zodat de motie is aangenomen met 44 stemmen tegen 1 stem. Aan de orde is de stemming over motie 56 (Veiligheid bij de Muntbrug). Over motie 56 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van PVV en DENK ertegen hebben gestemd en de leden van de overige fracties ervoor, zodat de motie is aangenomen met 42 tegen 3 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 57 (Woningen boven hotelkamers).
Over motie 57 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, DENK, PvdD, PvdA, Stadsbelang Utrecht en VVD ervoor hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de motie is verworpen met 16 tegen 29 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 58 (Extra oversteek Graadt van Roggenweg). Over motie 58 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, GroenLinks, SP, Student & Starter, ChristenUnie, PvdD, PvdA en VVD ervoor hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de motie is aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 59 (Eerst ov op orde). Over motie 59 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, PVV, SP, Student & Starter, DENK en VVD ervoor hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de motie is verworpen met 15 tegen 30 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 60 (Parkeren woonblokken). Over motie 60 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, Stadsbelang Utrecht, VVD, PVV en CDA ervoor hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de motie is verworpen met 12 tegen 33 stemmen.
De voorzitter dankt de raadsleden voor hun medewerking en wenst iedereen een fijne avond. De voorzitter sluit daarop, te 16.56 uur, de vergadering.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
6
Stemagenda van 25 maart 2021
7
INHOUD Opening
Pag.
1
Stemming over het raadsvoorstel Aanpassing gebiedsindeling Zuidwest (Lingestraat e.o.) voor procedure invoering betaald parkeren
Pag.
2
Stemming over het raadsvoorstel Transitiestrategie omgevingsplan
Pag.
3
Stemming over het raadsvoorstel Aanvullende bijdrage La Vuelta Holanda
Pag.
4
Stemming over het raadsvoorstel Vaststelling Plan van Eisen en Functioneel Ontwerp (PvE/FO) Lombokplein.
Pag.
5
6 Notulen Vragenuur 1 april 2021 1 20210401 vragenuur.doc
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 1 april 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 25 maart 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Podt. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bos, Van Dalen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Te Hoonte, Kleinrensink, Sasbrink, Schilderman, Vonk, Van der Zweth en Zwinkels. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Van Hooijdonk, Verschuure, Van Ooijen en Voortman. Voorts is aanwezig de fractiemedewerker: Van Ophem. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. We hebben vanmiddag negen sets met mondelinge vragen. 1. Vragen van mevrouw Assen inzake "Abri's met afbeelding foetus van abortusinformatie.nl". Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik kort de inleiding in en focus me op de vragen. Die gaan over de abri's waarin afbeeldingen van foetussen waren opgehangen. Ze wekken onze afschuw, maar dat is geen reden om politiek te handelen. Dat is wel het feit dat op deze abri's wordt verwezen naar een website die objectiviteit uitstraalt, maar allerminst objectieve informatie deelt.
Daarom wil de PvdA-fractie weten of en, zo ja, wat hiertegen te doen is, temeer daar in de Tweede Kamer recent twee moties zijn aangenomen die relevant zijn, de een met de strekking dat reclame-uitingen die onjuistheden bevatten moeten worden tegengegaan en de ander dat organisaties in hun uitingen open moeten zijn over hun achterliggende missie en deze duidelijk moeten communiceren. Daarom stellen wij de volgende vragen: 1. Heeft de wethouder kennisgenomen van de reclame-uitingen op abri's die in gemeentelijk eigendom zijn en beheerd worden door JCDecaux? 2. Van het Humanistisch Verbond hebben wij begrepen dat zij klachten hebben ontvangen van personen bij wie de abri's raken aan nare herinneringen en trauma's. Zijn er bij de gemeente ook klachten en meldingen binnengekomen over deze abri-campagne? Zo ja, hoeveel? 3. Is er gemeentelijk beleid over de reclame-uitingen in abri's die in gemeentelijk eigendom zijn en zo ja, wat is dit beleid? 4. Is het gegeven dat verwezen wordt naar abortusinformatie.nl waarop desinformatie staat over abortus aanleiding om campagne-uitingen tegen te houden? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In antwoord op de vragen van mevrouw Assen kan ik zeggen dat de poster op vijf plekken in de stad in reclamevitrines en abri's heeft gehangen.
Overigens moet ik erbij zeggen dat JCDecaux deze sinds medio 2018 niet meer beheert, maar dat we als beheerder van deze objecten LBL hebben. Het antwoord op vraag 2. We hebben twee klachten ontvangen over de betreffende posters. Met beide melders is direct via de e-mail en de telefoon contact opgenomen.
Vragenuur van 1 april 2021 Het antwoord op vraag 3. De gemeentelijke reclameverordening en de reclamerichtlijnen zijn vastgelegd in de welstandsnota. Die gaat over verschijningsvormen maar niet over de inhoud van de reclame-uitingen. In de overeenkomst met de beheerder, LBL, staat dat de reclame-uitingen niet storend en/of aanstootgevend en niet in strijd met de goede zeden en openbare orde mogen zijn. Daarvoor moet de reclame voldoen aan de richtlijnen van de Reclame Code Commissie. Het antwoord op vraag 4 luidt dat de gemeente na het ontvangen van de klachten contact heeft opgenomen met de exploitant om hem daarin mee te nemen en te vertellen wat de aard van de klachten is. Naar aanleiding van dat contact heeft de exploitant de posters verwijderd. Ze zijn dus uit het straatbeeld van Utrecht verdwenen. Ze zijn ongeveer een week te zien geweest. De posters zijn verwijderd door de exploitant vanwege medeleven met het zeer persoonlijke verhaal van een van de melders. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik ben heel blij dat LBL dit heeft gedaan uit compassie, zo beluister ik.
Maar zit wat in de overeenkomst staat die de wethouder voorlas voldoende aanleiding om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Gezien de aard van de klacht en het contact dat wij hebben gehad met de exploitant zal deze precieze uiting niet meer voorkomen; dat lijkt mij duidelijk. Natuurlijk zijn de criteria goede zeden, openbare orde, aanstootgevend et cetera niet met een schaartje te knippen; dat zal mevrouw Assen ook begrijpen. Ik vind dat de exploitant in dit geval op een adequate manier heeft gereageerd en dat geeft mij vertrouwen voor de toekomst. De VOORZITTER: Ik krijg een appje van mevrouw Zwinkels dat zij moeite heeft met het vinden van de link van het vragenuur. Ik hoop dat de griffier kan helpen. We behandelen daarom eerst de derde set vragen en kijken daarna of mevrouw Zwinkels de weg gevonden heeft. 3. Vragen van mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Zwinkels (CDA) en de heer Gilissen (VVD) inzake "W ordt Speelplaats de Kameleon in Pijlsweerd nu toch weer aan het lijntje gehouden?". Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Opnieuw kort ik de inleiding in. De speelplaats Kameleon in Pijlsweerd heeft een lange aanloop. We hebben veel gedaan om de speelplaats op te knappen en lopen ertegenaan dat de speelplaats officieel geen speeltuin is.
Maar we hadden in december een doorbraak met een overgenomen motie die ertoe moest leiden dat er met een projectleider toch een plan ontwikkeld zou worden om de speelplaats en het gebied daaromheen op te knappen. We waren blij, en de bewoners ook, met de overgenomen motie die opdroeg tot een gezamenlijke ontwikkeling van het plan van aanpak voor de speelplaats en het omliggende gebied in het eerste kwartaal van 2021, maar het is nu eind maart en dit plan is er nog steeds niet, want de aangestelde projectleider zegt daartoe geen ruimte te zien, omdat er onvoldoende budget is. Bewoners hebben daarom weer bij ons aan de bel getrokken, want opnieuw lijken zij niet verder te komen, ondanks dat er nu een projectleider is. De fracties van PvdA, CDA en VVD hebben daarom de volgende vragen: 1. Hoe kan het dat er nog geen plan voor het gebied ligt, door bewoners en gemeente samen opgesteld, terwijl dit volgens de aangenomen motie in het eerste kwartaal zou gebeuren? 2. Er liggen al drie uitgewerkte scenario’s. In hoeverre worden die gebruikt? 3. Wat is de wethouder van plan te doen om te zorgen dat dit plan er alsnog zo snel mogelijk ligt en de motie wordt uitgevoerd? 4. Als er nu een plan gereed was geweest, had er bij de voorjaarsnota gekeken kunnen worden hoe dat plan financieel uitgevoerd zou kunnen worden.
Hoe zorgt de wethouder er nu voor dat het alsnog mogelijk wordt op korte termijn te komen tot een plan en financiering? Wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd? 5. Rond de Kameleon is een aantal heel betrokken bewoners actief. Bewoners die je als gemeente wilt koesteren, maar ze dreigen uit frustratie af te haken. Wil de wethouder de vrijwilligers rondom de Speelplaats de Kameleon vragen naar hun ervaringen met participatie om daar lessen uit te trekken voor de stad? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dat dit op bordjes van zo veel wethouders ligt, geeft misschien het probleem al aan. Maar als wijkwethouder heb ik me hiervoor verantwoordelijk gemaakt – en daar sta ik nog steeds voor – om te zorgen dat we hier naar een oplossing toegaan.
2
Vragenuur van 1 april 2021 Om gelijk een antwoord te geven op de eerste vraag. De personele capaciteit bij Ruimte is op dit moment erg kritisch. Er zijn niet zoveel mensen beschikbaar om dit project op te kunnen pakken. Dat heeft ertoe geleid dat het lang heeft geduurd voordat er een projectleider was. Die is er nu. Daarnaast is er op dit moment slechts beperkt budget beschikbaar. Er is budget voor kleine ingrepen, maar zoals uw raad wellicht heeft gehoord, wil het bestuur heel graag een totaalplan, zodat het in een keer goed gaat. Dat past niet in het beschikbare budget. In de komende voorjaarnota zal een budget worden aangevraagd voor een integraal plan. Uw raad neemt daarover natuurlijk uiteindelijk het besluit. Mocht uw raad in het kader van de voorjaarnota ruimte zien om die investering toe te kennen, kan het plan ingezet en uitgevoerd worden. De drie scenario's bestaan uit schetsen. Die kunnen zeker worden gebruikt om tot een haalbaar en gedragen plan te komen, maar ze zijn nog niet helemaal uitgewerkt. Er moet bijvoorbeeld nog naar de ondergrond worden gekeken, de kabels, leidingen, afwatering en materiaalgebruik en naar de kosten ervan.
Zodra uw raad in het kader van de voorjaarsnota duidelijkheid geeft of de investeringswens van de Kameleon gehonoreerd kan worden, zullen we natuurlijk zo snel mogelijk starten met het herinrichtingsplan van de plek, inclusief de speeltuin en de directe omgeving. Ik ben vast voornemens om weer langs te gaan als de coronamaatregelen dit toelaten. Het college werkt namelijk ook zo veel mogelijk thuis. Ik zal dan zeker vragen naar de ervaringen van de bewoners. Daarnaast, de daadwerkelijke participatie rondom het plan zal natuurlijk nog moeten plaatsvinden als het herinrichtingsplan wordt opgesteld. We weten daar dus meer van als de voorjaarsnota is behandeld. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik heb nog een vraag over de mogelijke investering. In hoeverre is daarbij rekening gehouden met de wensen van de betrokkenen? Kunnen die ingewilligd worden, of is die ruimte er niet? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Nu gaat het van: drie stappen snel thuis. De voorjaarsnota is nog niet vastgesteld. Het college haalt op dit moment de voorstellen, investeringswensen, knelpunten en noem maar op uit de organisatie op. Laat ik er niet op vooruitlopen hoe die investering er precies uitziet.
Het college is bezig met de voorbereiding en ik weet even de datum niet uit mijn hoofd, maar die zal naar uw raad komen en dan zal de voorjaarnota gepresenteerd worden. Het is uiteindelijk aan uw raad om daarvoor een budget beschikbaar te stellen, waarbij we er bij een investeringswens rekening mee houden dat die in een budget past dat enigszins hout snijdt. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! De wethouder heeft de personele capaciteit als belangrijk probleem genoemd. Zijn er binnenkort in de wijk nog andere plannen of ontwikkelingen waarbij de initiatiefnemers mogelijk kunnen aanhaken? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Die zie ik niet. Dit is een specifiek gebied met een specifiek plan. We zullen een specifiek projectteam moeten samenstellen. De mogelijkheid om aan te haken bij een ander initiatief ken ik zo niet. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Er was een budget om een plan te ontwikkelen en nu is er nog geen plan. Hoe kunnen we bij de voorjaarsnota dan een budget toekennen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! We hebben een idee van wat er ongeveer nodig zou kunnen zijn voor een integraal plan. Dat heeft te maken met de openbare ruimte, met spelen, met een huisje. Uiteindelijk zal er een plan moeten worden gemaakt, en budget en capaciteit moeten zijn vanuit verschillende betrokken afdelingen.
Ruimte heeft een projectleider beschikbaar gesteld, maar bij andere afdelingen zijn we ook afhankelijk van de capaciteit. Die was tot nu toe nog niet beschikbaar. Als dat plan er is, gaan wij ervan uit dat dat voldoende zal zijn om het naar ordegrootte te kunnen uitvoeren. 2. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) inzake "NK-tegelwippen". Mevrouw ZWINKELS (CDA): Afgelopen dinsdag, op 30 maart, is het NK-tegelwippen van start gegaan. Uiteraard doen we als Utrechters ook mee. En we gaan voor de winst! De gemeente kan
3
Vragenuur van 1 april 2021 inwoners natuurlijk ook helpen. Inwoners uit Leidsche Rijn lieten ons weten dat zij begonnen zijn met het opknappen van hun tuin. Vaak houdt dit in dat zij enthousiast de tegels eruit halen, en hun tuin vergroenen. Dat is natuurlijk hartstikke mooi en past in onze vergroeningsambities en het thema klimaatadaptatie. De bewoners vragen zich af of zij de tegels als grofvuil mogen laten ophalen door de gemeente. Zij hebben te horen gekregen dat dit niet mogelijk is. Dat vinden we jammer, want nu komt de overwinning in gevaar! En los daarvan, wij weten dat andere gemeenten ook - vaak als onderdeel van hun subsidieregelingen - de service aanbieden om tegels op te halen en circulair te verwerken. Ik heb drie vragen: 1. Deelt het college het enthousiasme om het NK-tegelwippen te gaan winnen? 2. Is het college bereid om voortaan de mogelijkheid te bieden om tegels (op afspraak) als grofvuil te laten ophalen door de gemeente? 3. Zo ja, wil het college hier op korte termijn werk van maken en hierover communiceren? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik heb afgelopen vrijdag de eerste tegels mogen wippen. Dat was nog voor de competitie begon op het Malieblad, wat trouwens prachtig gaat worden, want daar halen we heel veel steen weg en brengen we heel veel groen aan. Daar gaan we allemaal veel plezier aan beleven.
Ik deel het enthousiasme van mevrouw Zwinkels, overigens ook haar "competitiedrift". We hebben Den Haag uitgedaagd. Het antwoord op vraag 2. Ik heb begrepen dat bewoners via de live chat van de gemeente te horen hebben gekregen dat het ophalen van tegels niet mogelijk is. Dat klopt simpelweg niet, er is een fout gemaakt. In het kader van de Waterproof 030 bewustwordingscampagne halen we wel degelijk tegels op bij particulieren als ze hun tuin willen vergroenen. Bewoners moeten hiervoor een aanvraag indienen via de website van de gemeente. Om ervoor te zorgen dat bewoners bij vragen de volgende keer wel de goede informatie krijgen over deze mogelijkheid, hebben we dit nog eens extra onder de aandacht gebracht bij ons Klant Contact Centrum. Het antwoord op vraag 3 is dat vanuit Waterproof 030, de Duurzame Week en het NK Tegelwippen hierover wordt gecommuniceerd. We hebben een aantal tegelwippartners in de stad. Die krijgen elke maand een gereedschapskistje voor de communicatie en in dat gereedschapskistje is de tegelophaalservice een belangrijk onderdeel. Via de communicatiekanalen van de gemeente en al die partners wordt deze regeling verder verspreid. De aangesloten partners bij het tegelwippen in Utrecht zijn in ieder geval HDSR, het waterschap dus, Mitros Portaal, Utrecht Natuurlijk, Natuur en Milieu Federatie, Guerrilla Gardeners, 52 weken duurzaam en De Jonge Honden.
We doen het dus samen met heel veel partijen en hopelijk met heel veel inwoners. Hopelijk gaan we met de stad een geweldige vergroening bereiken. Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Fijn om te horen dat het gereedschapskistje voor communicatie er is, want die tegelophaalservice was inderdaad op de website moeilijk te vinden. De actie lijkt vooral gericht te zijn op particulieren. Kan er iets meer gedaan worden om bijvoorbeeld ook schoolpleinen en buurtpleinen hierbij te betrekken? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dat is exact de bedoeling. Het is niet voor niets dat ik net het Malieblad noemde. Vanuit de gemeente willen wij natuurlijk het goede voorbeeld geven in de openbare ruimte. Maar ook schoolpleinen en dergelijke nemen we mee in de communicatie. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de antwoorden en fijn dat we het misverstand hebben kunnen wegnemen. We kijken met veel belangstelling naar de uitslag, of we kunnen winnen van Den Haag. 4. Vragen van mevrouw Podt (D66), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) en de heer Van der Zweth (PvdA) inzake "ruim 10.000 ontvangers bijstand de dupe van fout bij gemeenten". Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! In een artikel van de NOS wordt het volgende gesteld: "Door een fout bij ruim 200 gemeenten is er bij bijstandontvangers met schulden beslag gelegd op meer geld dan wettelijk mag.
Het zou gaan om tientallen euro’s per maand..." Het gaat om een foute verrekening van vakantietoeslag en de beslagvrije voet, waardoor mensen onder de streep te weinig geld overhouden. Ook wordt er gezegd: "De organisaties noemen
4
Vragenuur van 1 april 2021 de urgentie van dit probleem "zeer hoog" en schrijven dat "een kwetsbare groep" hierdoor verder in de financiële problemen kan komen." Verderop in het artikel wordt nog aangegeven "dat in het document van de Beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders (KBvG) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) staat dat het probleem mogelijk nog groter is dan nu bekend." De fracties van D66, GroenLinks en de PvdA zijn erg geschrokken van dit bericht. Dat brengt ons tot de volgende vragen: 1. Zijn er aanwijzingen dat bovenstaand probleem ook aan de orde is in de gemeente Utrecht? 2. Indien dit ook in de gemeente Utrecht heeft kunnen gebeuren, wat is de omvang? Hoeveel mensen zijn er geraakt? 3. Wat kan er gedaan worden voor de gedupeerden, om te zorgen dat zij niet de dupe worden van deze fout? Geld dat reeds is betaald aan schuldeisers lijkt volgens het artikel niet teruggevraagd te (kunnen) worden door de deurwaarders. 4. Mocht bovengenoemd probleem niet spelen binnen de gemeente Utrecht, hebben we onze zaken dan zo op orde dat een soortgelijk probleem zich niet in de toekomst alsnog kan voordoen? 5. Eerder heeft het college aangegeven dat het 'incidenteel voorkomt dat onterecht bijstand wordt teruggevorderd als gevolg van het niet goed toepassen van de beslagvrije voet'.
Welke waarborgen zijn er nu om te voorkomen dat dit gebeurt? Welke extra mogelijkheden ziet het college? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Mevrouw Dekker heeft namens haar fractie en de fracties van GroenLinks en de PvdA gevraagd of er aanwijzingen zijn dat het genoemde probleem ook aan de orde is in de gemeente Utrecht. Ja, dat probleem is ook aan de orde in de gemeente Utrecht. Het gaat niet om een fout van de gemeente, maar een weeffout in het nieuwe systeem waarmee beslagleggers, zoals deurwaarders, vanaf januari de beslagvrije voet vaststellen wanneer ze beslag leggen op de bijstandsuitkering van een cliënt. De VNG heeft hierover gisteren een nieuwsbericht gepubliceerd. De tweede vraag gaat over de omvang van het probleem en hoeveel mensen er zijn geraakt. Er zijn in Utrecht ruim 200 beslagleggingen op bijstandsuitkeringen op deze nieuwe wijze vastgesteld en in ongeveer twintig gevallen is er meer beslag gelegd dan de 5% van de bijstandsnorm die is toegestaan. Dat is het aantal mensen dat is geraakt en elke persoon is er natuurlijk één te veel. Wat kan er gedaan worden voor de gedupeerden, vraagt mevrouw Dekker, om ervoor te zorgen dat zij niet de dupe worden? Wij hebben in Utrecht in een vroeg stadium geconstateerd dat door beslagleggers een te lage beslagvrije voet werd doorgegeven.
Ondanks dat wij als gemeente wettelijk verplicht zijn ons te houden aan de door de beslaglegger gemaakte berekening, hebben we de verantwoordelijkheid genomen om de deurwaarder niet meer dan 5% te betalen. Alle nieuwe beslagleggingen worden hierop gecontroleerd en bij de mensen waar te veel beslag is gelegd door de deurwaarders, zullen wij dit handmatig herstellen voor de volgende betaling van de uitkering. Door de VNG en de beroepsgroep van deurwaarders zijn hierover instructies gemaakt en ook afspraken over het terugstorten van te veel ingehouden inkomen. De deurwaarders kunnen dat alleen doen als de gelden nog op een derdengeldrekening staat. Als de deurwaarder de gelden al heeft doorbetaald aan zijn opdrachtgever, proberen we tot andere oplossingen te komen, bijvoorbeeld een extra verlaging van het beslag in de komende maanden. De volgend vraag is of we onze zaken zo op orde hebben dat een soortgelijk probleem zich in de toekomst niet meer kan voordoen. Een soortgelijk probleem kan zich in principe niet meer voordoen, omdat de problemen nu bekend zijn en er ook een duidelijke instructie ligt bij zowel gemeenten als deurwaarders. Het antwoord op de laatste vraag. Het niet goed toepassen van de beslagvrije voet door een deurwaarder heeft niets te maken met het wel of niet terugvorderen van bijstand door de gemeente.
Zoals hiervoor aangegeven, wordt bij alle nieuwe beslagleggingen gecontroleerd of er niet meer dan 5% van de bijstandsnorm wordt afgedragen. Als dit wel het geval is, wordt dit handmatig gecorrigeerd. Daarnaast is de VNG met het Ministerie van Sociale Zaken bezig om het systeem van beslag bij bijstandsuitkeringen verder te vereenvoudigen. Als de gemeente zelf een vordering heeft op een cliënt, wordt altijd maximaal 5% in acht genomen. Dat heet dan geen beslag, maar een verrekening.
5
Vragenuur van 1 april 2021 De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Dank voor de antwoorden van de wethouder. Vanochtend hebben we gesproken over die laatste vraag. Wij kennen een voorbeeld waar er meer is gevorderd bij die persoon dan die 5%. Welke controlemechanismes, bijvoorbeeld het vier-ogenprincipe, heeft de gemeente om dat zo veel mogelijk te voorkomen? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik wil graag kijken naar de individuele casus waar de heer Van der Zweth het over heeft om het probleem zelf op te lossen. Maar ik wil ook kijken hoe het heeft kunnen ontstaan. De waarborg die we hebben, is dat we goed kijken en maximaal 5% van de bijstandsnorm in acht nemen. Dat doen we. Iets anders kan ik er niet van maken. Mevrouw KLEINRENSINK (GroenLinks): Voorzitter! Fijn om te horen dat het op deze manier zal worden hersteld. Ik vroeg me af of deze twintig mensen nog gebeld worden om te horen of ze verder in de problemen zijn gekomen, omdat er te veel is teruggevorderd. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen daardoor verder in financiële problemen zijn gekomen. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het gaat gelukkig om een klein aantal mensen. Ik zeg toe dat we die check gaan doen. Ik verwacht het niet, maar je weet het nooit en we moeten het gewoon zeker weten. Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! Dank.
Ik begrijp dat er door de gemeente geen fouten zijn gemaakt. Maar in het artikel staat dat de gemeenten dit hadden kunnen zien, als ze goed hadden gekeken. Hoe zorgen we ervoor dat soortgelijke fouten niet nogmaals worden gemaakt als iemand anders deze fout maakt? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het is door de oplettendheid van gemeenten naar voren gekomen dat er bij het gebruik van de rekentool een te lage beslagvrije voet is berekend. Daarom hebben we hiertegen geprotesteerd en daarom is het gelukkig maar in een heel beperkt aantal gevallen toch niet goed gegaan. Ik heb de vraag beantwoord hoe we dit bij volgende situaties zullen voorkomen. De problemen zijn nu bekend en er ligt een duidelijke instructie bij zowel gemeenten als deurwaarders. 5. Vragen van de heer Virginia (GroenLinks), mevrouw Schilderman (D66), mevrouw Sasbrink (PvdD) en mevrouw Zwinkels (CDA) inzake "Moestuinen Rijndijk". De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Op de Rijndijk in Maarschalkerweerd liggen al zo’n 40 jaar moestuinen. Deze worden met veel liefde en plezier onderhouden door bewoners van Utrecht met een heel diverse achtergrond. Er zijn geen geschreven regels en de gebruikers vormen geen vereniging. Het is zo gegroeid en gegaan in de afgelopen 40 jaar en jaarlijks wordt door de gebruikers van de moestuinen een klein bedrag aan huur afgedragen aan de grondeigenaar.
Het is voor deze mensen een toevluchtsoord om de zorgen van de dag achter zich te laten en om elkaar, zeker in coronatijd, te spreken. Onlangs hebben de gebruikers van de grondeigenaar te horen gekregen dat ze allemaal per 1 januari 2022 moeten stoppen en dat de moestuinen zullen verdwijnen. Dit leidt bij de fracties van GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren en CDA tot de volgende vragen: 1. Is de wethouder op de hoogte van het gebruik van de moestuinen en de aangekondigde beëindiging? Zo ja, wat is de reden van deze beëindiging en welke rol heeft de gemeente hierin? In het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd staat beschreven dat er in het gebied plek is voor stadslandbouw: "Stadslandbouw is in Maarschalkerweerd de doorontwikkeling van één van de oudste grondgebruiken in het gebied. Als geen andere functie heeft het een verbindende rol. Het verbindt de stad met het landschap." 2. Is de wethouder het met onze fracties eens dat de moestuinen op de Rijndijk al 40 jaar een prachtige invulling zijn van stadslandbouw en daarom passen in de visie van het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd? Zo nee, waarom niet? 3. Wat is volgens het geldende bestemmingsplan de functie van het gebied en welke activiteiten zijn daarbinnen mogelijk? Er schijnt contact geweest te zijn met de gemeente over vermeende overlast bij het gebruik van de moestuinen.
Het zou gaan over verrommeling van het gebied.
6
Vragenuur van 1 april 2021 4. 5.
Is de wethouder bekend met deze overlastmelding? Zo ja, waar ging de melding over en wat is er met de melding gedaan? Is de wethouder bereid om met de grondeigenaar in gesprek te gaan en te onderzoeken of het voortbestaan van de moestuinen, passend bij de visie op het gebied, mogelijk is? Zo nee, waarom niet?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! We zijn ambtelijk recent door een huurder van een moestuin op de hoogte gesteld van de opzegging door de eigenaar. Daarna hebben we contact gezocht met de eigenaar. Hij geeft aan dat er sprake is van overlast, het terrein verrommelt, en hij daarover zeer vaak met zijn huurders in gesprek is geweest, maar dat dit niet tot verbetering heeft geleid. Hij heeft daarom de huur opgezegd, nadat hij vaker met de huurders in gesprek is geweest. De gemeente heeft hierin geen rol, in ieder geval niet in de zin dat zij hierop kan sturen, omdat dit privaat eigendom is. In het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd wordt stadslandbouw inderdaad genoemd als een passende invulling van dit gebied. De kavel ligt in het zogenaamde Lunettenpark. Volgens het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd is hier in algemene zin ruimte voor groen, natuur, recreatie, ongeorganiseerde sport en bewegen. De bestemming is recreatie en volkstuin. Hieronder wordt verstaan: volkstuinen, recreatieve voorzieningen ten behoeve van dagrecreatie, water, waterbeheer en waterberging en bij de bestemming behorende verkeer- parkeer- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en nutsvoorzieningen. Bij de gemeente is melding gemaakt van onder andere de verbranding van grofvuil, plastic en andere zaken en er is melding gedaan van illegale bebouwingen in het gebied.
De inspecteur van VTH heeft geconstateerd dat de aanwezige bebouwing zou passen als er een vergunning voor aangevraagd zou zijn et cetera. Maar het is aan de eigenaar om die vergunning aan te vragen en er is geen vergunning afgegeven. We zijn in gesprek met de eigenaar, maar vooralsnog stelt de eigenaar zich op het standpunt dat hij de huur heeft opgezegd, omdat gesprekken in het verleden over het wijzigen van gedrag niet hebben geleid tot verbeteringen. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik vroeg me af of de wethouder iets weet van mogelijke plannen van de grondeigenaar met dat gebied en of de gemeenteraad daar nog over komt te spreken in enge zin. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Met de eigenaar zijn gesprekken gevoerd over het gebied. Hij is zeer enthousiast over de visie Maarschalkerweerd en wil er graag aan meewerken. Zaken als stadslandbouw en dergelijke ziet hij absoluut zitten. Er is nog geen precieze nieuwe invulling voor dit gebied, maar daarover zullen we met hem in gesprek zijn.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Kan de wethouder als hij in gesprek is over de toekomstige invulling die moet passen binnen de bestemming recreatie en volkstuinen, bij de eigenaar nagaan of de huidige huurders, die een jarenlange band hebben met dit gebied, een tweede kans kunnen krijgen vanwege hun binding met het gebied, om hun moestuinactiviteiten voort te zetten, als de invulling stadslandbouw wordt? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Vanzelfsprekend zijn we in gesprek. Ik wijs erop dat de verhuurder niet zomaar de huur heeft opgezegd, maar dat daar aanleiding voor was. We kunnen de vraag nog een keer stellen, maar het beeld dat er niets aan de hand was, is niet aan de orde. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Dit is natuurlijk na 40 jaar heel zuur – sommige mensen hebben echt al 40 jaar een moestuin. Mijn vraag is: is er werkelijk niet in overleg met de grondeigenaar te komen tot een plan van aanpak waarbij de gemeente wellicht, of de grondeigenaar zelf, stappen onderneemt om die overlast te verminderen, omdat dat deel van de gebruikers dat geen overlast veroorzaakt de moestuinen kan blijven beheren? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dit is een herhaling van de vraag die eerder is gesteld. De grond is privaateigendom, dus wij hebben als gemeente geen positie. Er zijn ook geen
7
Vragenuur van 1 april 2021 huurcontracten. Mensen betalen een klein bedrag om gebruik te maken van deze grond. Ik begrijp dat de eigenaar daar lang in is meegegaan. Ik wil niet te diep op de casuïstiek ingaan, maar hij heeft de gebruikers van zijn grond aangespoord hun gedrag aan te passen, omdat er een aantal dingen plaatsvond waarmee hij het niet eens was en die niet de bedoeling zijn, zoals vuur maken, plastic stoken en dat soort dingen. Dat mag gewoon niet. Hij heeft ze in een gesprek gevraagd hun gedrag aan te passen en dat hebben ze niet gedaan. Daarom heeft hij gemeend de huur te moeten opzeggen. Ik kan nog een keer vragen wie wel en wie niet, en die vraag zullen we nog een keer stellen, maar het is niet zo dat er niets aan de hand was. U schetst een beeld alsof het allemaal pais en vree was, maar dat was het niet. Daarom is wat de gemeente kan doen zeer beperkt. 6. Vragen van de heer Vonk (GroenLinks) en de heer Van der Zweth (PvdA) inzake "maaltijdvoorziening voor iedereen". De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Vanaf 1 april stopt naast de nachtopvang ook de maaltijdvoorziening van niet-rechthebbenden en ongedocumenteerden. In onze vragen over Solidarity Kitchen hebben de fracties van GroenLinks en PvdA al eens aandacht gevraagd voor duurzame maaltijdvoorziening voor deze groep. Nu dreigt dit weer mis te gaan.
Gelukkig heeft het Rode Kruis in samenwerking met partners een initiatief klaarstaan om toch maaltijden uit te delen vanuit hun bus per 1 of anders 8 april. Het enige wat ontbreekt, is een vergunning en dat duurt normaliter vier weken, kregen zij te horen. Onze fracties hebben daarover de volgende vragen: 1. Kan het college toezeggen het Rode Kruis en zijn partners zo snel mogelijk een vergunning te verlenen om het mogelijk te maken maaltijden uit te delen vanuit de bus aan een groep die dit hard nodig heeft? 2. Kan het college toezeggen in gesprek te gaan met het Rode Kruis om, naast de vergunning voor de tijdelijke coronasituatie vanuit de bus, ook zorg te dragen voor een duurzame oplossing? In de brief over Solidarity Kitchen stond dat er geen acuut probleem was, "omdat die mogelijkheden hebben om aan maaltijden te komen via de reguliere voorzieningen voor maaltijdvoorzieningen." Dit vervalt nu waardoor er toch een probleem ontstaat. 3. Hoe beoordeelt het college de huidige situatie t.o.v. de intenties uitgesproken in de brief van 15 december 2020? Wat mogen wij hierop verwachten van het college? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank aan de fracties voor hun vragen en dank voor hun alertheid om als waakvroeg voor deze doelgroep in de stad op te treden. Het antwoord op vraag 1.
Wij streven ernaar, zoals ook in de brief verwoord, om niemand qua maaltijdvoorziening tussen wal en schip te laten vallen. Daarom zijn we op dit moment met het Rode Kruis en verschillende partners in de stad in gesprek om op korte termijn een tijdelijk noodplan te realiseren voor de duur van de corona-lockdown. In eerste instantie hebben wij hierbij de periode in ons hoofd van 1 mei tot 1 augustus 2021. Dat is net een iets ander periode dan in de vragen genoemd. In het noodplan zit ook een vergunning voor de bus en de locatie die geregeld moet worden. Dat kost even tijd, omdat die afweging goed gemaakt moet worden. We doen ons uiterste best om dit te regelen. We zullen uw raad in ieder geval binnen enkele weken informeren over hoe dit noodplan precies georganiseerd is en of de start inderdaad kan plaatsvinden. Het antwoord op vraag 2. We hebben structurele afspraken met de Tussenvoorziening over maaltijdvoorzieningen, ook voor de groep ongedocumenteerden. In verband met de coronamaatregelen zijn we nu op zoek naar een alternatief, maar zodra die coronamaatregelen wegvallen, zal de Tussenvoorziening weer vormgeven aan de maaltijdvoorziening voor de beide doelgroepen, namelijk de groep voor de maatschappelijke opvang en de groep ongedocumenteerden.
Daarnaast is de Tussenvoorziening ook bezig met het ontwikkelen van maaltijdvoorzieningen in de wijk en is kleinschalig gestart in de wijk Overvecht met een voorziening. Mede afhankelijk van de maatregelen verwachten wij dat men uiteindelijk weer op zestig maaltijden komt. We hebben ook voor de structurele situatie ongeveer in gedachte hoe die voorziening zou moeten functioneren. Het antwoord op vraag 3. In de brief waar de vragenstellers aan refereren, hebben we uitgesproken dat mensen in een kwetsbare positie in principe gedurende de lockdown aan een maaltijdvoorziening moeten kunnen komen. Daarmee hebben we volgens mij vooralsnog aan de intentie voldaan. Zoals ik hiervoor schetste, hebben we een tijdelijke oplossing voor de ongedocumenteerden in het vat zitten. Voor de EU-arbeidsmigranten zijn we ook nog aan het
8
Vragenuur van 1 april 2021 verkennen hoe we zorg kunnen dragen tijdens de zorgvuldige afbouw. In dat opzicht blijven we werken volgens de principes zoals ze in de brief zijn geschetst. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De wethouder zegt enkele weken en 1 mei, maar het probleem speelt nu. Wat kan hij betekenen voor bijvoorbeeld de komende week? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dat is een goede vraag. Wij hebben een periode in gedachte die 1 mei begint. De vragenstellers noemen tussen 1 april en 8 april voor de start. Daar zit een aantal weken tussen. Ik ga er als een haas achteraan. Waar het vandaan komt dat er over verschillende tijdstippen voor de start wordt gedacht, kan ik niet helemaal plaatsen. Ik zie dit als een luid en duidelijk signaal dat daarin blijkbaar een verschil is ontstaan. We gaan proberen het gat te dichten, want er lijken me een paar weken te veel tussen te zitten. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Dank voor de beantwoording van de wethouder. Ik sluit me aan bij de heer Van der Zweth: alles wat sneller kan, zou mooi meegenomen zijn, juist vanwege de urgentie. Daarover hebben we de wethouder gehoord. 7. Vragen van mevrouw Van Ophem (Student & Starter) en de heer Koning (D66) inzake "Samen scoren: EK Schermen".
Mevrouw VAN OPHEM (Student & Starter): Voorzitter! Aankomende zomer is het zo ver, dan doet Nederland, na 7 jaar, mee aan het EK voetbal. De fracties van Student & Starter en D66 zien kansen om de aankomende tijd op een veilige manier gezelligheid naar Utrecht te brengen, door het gebruik van grote schermen. Daarbij hebben we de volgende vragen: 1. Is het college het met de fracties van Student & Starter en D66 eens dat het aankomende EK een gewenste stip op de horizon is om de Utrechter weer perspectief te geven op een leuk vooruitzicht en een minder bezorgde zomer, met veilige maatregelen? 2. Is het college het met de fracties van Student & Starter en D66 eens dat er met de huidige vaccinatiestrategie meer mogelijk zou kunnen zijn in de maanden juni/juli, waardoor de Utrechter onder andere naar het EK op schermen zou kunnen kijken? 3. Is het college bereid om naar de mogelijkheden te kijken om het EK te laten leven in Utrecht, daarbij onder andere te kijken naar schermen en hierover met (horeca)ondernemers in de stad in gesprek te gaan? Schermen zouden bijvoorbeeld in parken, zoals het Wilhelminapark of Griftpark, kunnen staan. Door cirkels te tekenen, kunnen mensen op veilige afstand van elkaar genieten van een ouderwets potje voetbal. 4. Ziet het college dit als optie? 5.
In hoeverre kan een bijdrage uit bijvoorbeeld het Initiatievenfonds bijdragen aan het realiseren van het EK kijken in parken? 6. In hoeverre kan het college aansluiting zoeken bij een private partij, bijvoorbeeld door het verlenen van vergunningen, om grote schermen en/of cirkels in parken te realiseren? En kunnen deze vergunningen bijtijds worden verleend? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik zal een aantal vragen in een klap beantwoorden. Ik zou niets liever willen dan mevrouw Van Ophem meteen deze toezegging te doen. Dat zou betekenen dat ik er vertrouwen in heb dat het helemaal goed komt met de vaccinatiestrategie en we alles aan coronamaatregelen die er nu zijn weer los kunnen laten. Helaas weten we dat nog niet zeker. De gemeente Utrecht staat sowieso open voor het bieden van perspectief. Dat hebt u de afgelopen dagen kunnen zien met onze fieldlab cafés en alle andere evenementen, en met het testen van het testen waar we aan meedoen. Ik denk dus dat we dezelfde bedoeling hebben, namelijk ervoor zorgen dat we de samenleving zo goed als mogelijk weer heropenen. Ik zeg er eerlijk bij dat we op dit moment ervaring hebben met cirkels in de parken. We tekenen die ook zelf, maar niet iedereen houdt zich eraan. Dat hebben we helaas de afgelopen avonden gezien. Het hangt dus echt heel sterk af van de omstandigheden waarin de epidemie zich bevindt.
9
Vragenuur van 1 april 2021 Mocht dit georganiseerd kunnen worden, dan zijn bijdrage uit het initiatievenfonds en alle dingen die u vraagt zeker onderwerp van gesprek. Maar ik zeg uw fractie en de fractie van D66: vraag me dit over twee maanden nog een keer. Dan hebben we echt een beter zicht op hoe de zomer eruit gaat zien. Vooralsnog is de prioriteit om veel in de buitenruimte mogelijk te maken, om het een en ander vooral voor de scholen te doen, het hoger onderwijs en de terrassen die op enig moment weer open moeten. Stap voor stap gaan we verder. Maar ik kan geen toezeggingen doen over een zomer waarvan ik nu nog niet weet hoe die eruit gaat zien. Ik hoop dat u mij dit wilt vergeven. Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Ik schrik een beetje dat de burgemeester zo welwillend is om alles wat deze vragenstellers willen, toe te zeggen. Natuurlijk als het weer kan, gaan we ervoor.
Maar is het niet verstandiger om dit soort activiteiten ergens anders te organiseren, zoals op het Brusselplein, Jaarbeursplein en Janskerkhof, en die kwetsbare parken te ontzien? Kan de burgemeester toezeggen dat als er straks meer kan, dat niet in de parken te doen waar het toch al zo druk is, maar juist te kijken naar meer versteende omgevingen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Misschien moet ik beginnen met zeggen dat ik net iets te charmant was in mijn poging om juist geen toezegging te doen. Ik heb geprobeerd geen toezeggingen te doen, omdat ik net als mevrouw Sasbrink niet weet hoe deze zomer zich gaat ontwikkelen. Ik vind overigens wel dat ze een goede suggestie doet om in de toekomst – ooit gaan we dit weer meemaken – ook naar de versteende omgeving te kijken, als het mogelijk is om dingen te doen, hopelijk zo snel als kan. Ik begrijp dat heel goed. Ik kan me zomaar voorstellen dat de vragende fracties dat met mevrouw Sasbrink eens zullen zijn. Volgens mij ging het hen er niet om, per se iets in de parken te doen, maar meer gemeenschappelijk naar een moment te zoeken waarop we weer wat vrolijkheid kunnen organiseren in de stad. Zo heb ik het verstaan. Dat kan natuurlijk ook heel goed op andere plekken. Mevrouw VAN OPHEM (Student & Starter): Een duidelijke beantwoording. We komen zeker weer terug bij de burgemeester.
De suggestie van de PvdD-fractie vind ik goed. Die nemen we de volgende keer met de vragen mee, dus bedankt daarvoor. De enige opmerking die ik nog wil maken, is dat we tegen die tijd zitten met de vergunningverlening over twee maanden. Ik hoop dat de vergunningen op korte termijn geregeld kunnen worden. Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! We zullen er natuurlijk ons best voor moeten doen om te zorgen dat de vergunningen op tijd worden verleend, als dit aan de orde is. Nogmaals, dat kan ik niet beloven. Ik weet niet hoe de zomer zich ontwikkelt. De komende weken zijn echt heel spannend en we bereiden ons nog steeds voor op een scenario waarin de ziekenhuis- en icopnames enorm toenemen. Vergist u zich niet. Het is op dit moment echt alle hens aan dek. 8. Vragen van de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) en de heer Te Hoonte (VVD) inzake "Recht op de waarheid over de ruzie aan de RES-tafel". De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Ik zit in twee vergaderingen, eentje van de commissie Controle Financiën en deze over de mondelinge vragen. Gezien de tijd sla ik met uw permissie de inleiding bij mijn vragen over. De fracties van Stadsbelang Utrecht en de VVD Utrecht hebben de volgende vragen: 1. Klopt de weergave van het artikel van RTV Utrecht? Zo nee, wat is dan de ontstane situatie volgens het college? 2.
Klopt het dat de verhoudingen tussen de actoren op scherp staan, zo ja tussen welke actoren? 3. Is er sprake van een impasse? Zo ja, wat gaat het Utrechts college doen om die impasse te doorbreken? Zo nee, wat gaat het college eraan doen om actoren te overtuigen dat er geen sprake is van een impasse? 4. Waarom spreekt de externe bemiddelaar, Wouter de Jonge, zijn twijfels uit of de zaak nog wel vlot te trekken is? 5. Waarom is ervoor gekozen in de raadsbrief te verhullen waarvan sprake is? 6. Wat gebeurt er als er geen consensus wordt bereikt tussen partijen over de zoekgebieden of de oplossingen mochten er zoeklocaties uitvallen?
10
Vragenuur van 1 april 2021 Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Gezien de tijd zal ik proberen de beantwoording vlot te doen. Ik recapituleer even hoe het proces is gegaan. We hebben in de regio een concept-RES vastgesteld, zowel in de Utrechtse raad als in praktisch alle andere raden, om op 1,8 TWh uit te komen, toen nog op basis van potentieelstudies. Het is niet voor niets dat we via een concept-RES naar een definitieve RES gaan. Dat vullen we sindsdien verder in, waardoor het concreter wordt. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp, zonnevelden en windmolens, is het een lastig verdeelvraagstuk en een lastig thema in de regionale ruimtelijke plannen. Daarvoor hebben we extra tijd nodig gehad, zoals is gebleken. Dat heeft het college uw raad laten weten. Ondertussen is de inzet van Utrecht helder, dat heb ik uw raad ook laten weten. Daarover ben ik ook in de regio helder en transparant. Het is de vraag hoe we op een goede manier kunnen onderbouwen dat we die 1,8 TWh willen halen en op een goede manier verdelen. Daar komen we niet zomaar uit, is gebleken. Dit stond ook in de brief en herken ik in de woorden van Wouter de Jonge in het artikel. Zijn quotes lijken mij een goede beschrijving van de situatie, even los van de kwalificatie die de journalist eraan geeft. Volgens mij zijn we prima met elkaar in overleg.
Afgelopen vrijdagochtend hebben we nog een goed overleg gehad over hoe we het met elkaar willen doen. Dus het overleg verloopt in een goede sfeer, ook in kleinere onderlinge gesprekken, bilateraal en in kleine groepjes. Maar het blijft een gevoelig thema en dat zal iedereen herkennen. Het is altijd ingewikkeld om plekken te vinden voor windenergie. Daar gaat het hier om en dat is voor niemand van de actoren in deze groep makkelijk. Ik kan niet zeggen dat er een impasse is. We hebben extra tijd nodig. Dit stond ook in de brief, maar we doen wel wat we ons met elkaar hebben voorgenomen. Zo hebben we afgelopen vrijdag niet meer, maar ook niet minder gedaan dan de bedoeling was. Ik herken dit overigens ook niet in de woorden van Wouter de Jonge in dat artikel. Ik herken dus ook niet het frame dat Wouter de Jonge zou zeggen dat er een impasse is. Volgens mij is wat hij zegt de constatering van een feit, want hij zegt dat hij nog niet zo ver is. Dat is zo, anders waren we er al uit geweest en had uw raad een andere brief gehad. Ik zie dit als de beschrijving van de huidige situatie. We zijn nog met elkaar in overleg en zoeken hoe we die 1,8 TWh goed kunnen onderbouwen. De vragenstellers suggereren dat de raadsbrief verhullend is. Dat is volgens mij niet zo. Er staat letterlijk dat we nog zoeken naar consensus en een goede onderbouwing. Daar gaat het precies om.
Ik heb de raad snel willen informeren, omdat ik wist dat de griffie bezig was met de planning. Door de brief snel te sturen, wist de raad snel dat we de bakens gingen verzetten. De laatste vraag is een als/dan-vraag. Die is altijd moeilijk te beantwoorden, want we kunnen niet in een glazen bol kijken. Vooralsnog ga ik ervan uit dat we er met elkaar uitkomen en daarvoor een formule zullen vinden. Daar wordt hard op ingezet en hard voor gewerkt. In alle gevallen is het zo dat het voor Utrecht glashelder is wat onze inzet is. Hoe het verder in de regio gaat? Wij zullen daaraan met elkaar werken, wat mij betreft. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Ik hoor de wethouder praten over consensus en onderbouwing. Ik heb het idee dat in het hele traject door verschillende raadsleden in verschillende sessies met RES en regionaal is aangegeven dat er vragen zijn bij de onderbouwing en ze zich afvragen of er consensus is onder de raadsleden. Is mevrouw Van Hooijdonk van mening dat dit signaal te weinig is opgevangen in het hele traject en heeft zij daar iets mee gedaan? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! We doen dit met zestien gemeenten, drie of vier waterschappen en één provincie. Die kennen allemaal hun eigen parlementariërs. Opgeteld zijn dat er een paar honderd. Al die parlementariërs zullen geen consensus met elkaar hebben.
Maar ik ga ervan uit dat de heer Te Hoonte dat ook niet verwacht. Volgens mij is er een aantal goede onderzoeken gedaan en komt het er nu op aan dat wat we opschrijven, klopt – daar worden de laatste checks op gedaan – en we elkaar bestuurlijk kunnen vinden op een onderbouwing en vulling van het bod, zoals we dat in concept hebben neergelegd. Dat moeten we bestuurlijk kunnen dragen en we moeten natuurlijk ook allemaal het gevoel hebben dat we onze eigen parlementen daarvoor kunnen winnen. Immers, elke bestuurder heeft een parlement achter zich. Ik denk niet dat die signalen onvoldoende zijn, maar dat altijd al helder was dat de besluitvorming over elke concrete locatie in een raad plaatsvindt. Dat is een ingewikkelde dans. Wouter de Jonge zegt daar ook iets over in dat interview. Dat is een waarheid als een koe.
11
Vragenuur van 1 april 2021 De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! De beantwoording gaat een beetje over de vragen heen. Er wordt door wethouder Marchal geconstateerd dat er sprake is van een impasse. Dit is dus niet een constatering van de heer De Jonge. Ik vraag we af welke gemeenten voor de invulling van de zoekgebieden en de oplossingen, mochten er zoeklocaties uitvallen, consensus hebben over die ambitie van 1,8 TWh en bij welke gemeenten het nog moeilijk ligt. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Als je met zijn zestienen consensus zoekt – want dat is hoe het werkt, de gemeenten, provincie en waterschappen die zich allemaal achter zo'n bod moeten scharen – kun je niet zeggen dat het bij de ene helft is gelukt en bij de andere helft nog niet. Het moet met elkaar lukken. Dat is het hele idee van consensus. Nogmaals, volgens mij is die brief die we hebben gestuurd helder over het feit dat we nog niet zo ver waren op dat moment. Die brief is van een maand geleden. Afgelopen vrijdag waren we ook nog niet zo ver. Dat was overigens ook niet de planning, want het was gewoon een tussenstand. We hopen dat we daar de komende tijd wel komen. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Dat is geen antwoord, maar ik had ook niet anders verwacht. 9.
Vragen van de heer Van Dalen (VVD), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA), de heer Van Deún (PVV) en de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake "ruimte voor extra terrassen ook voor horecaondernemers zonder voldoende terrasruimte". De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! We zijn heel blij met het fieldlab-experiment in Utrecht, met de winnaars Hofman, De Beurs, Ubica, VinVin en 't Oude Pierement. Gefeliciteerd en heel veel succes. Ik hoop dat we heel snel weer terug kunnen naar een normale situatie, waarin we in de horeca kunnen zitten en dus ook op het terras. En daar zit nu net het knelpunt. Op het moment dat de terrassen weer open mogen, heeft een aantal kroegen en restaurants in straten als Mariastraat en Zadelstraat geen ruimte. Ze kunnen hun terras niet vergroten. Als ze op een plein wat meer ruimte zouden krijgen, bijvoorbeeld voor het Conservatorium op de Mariaplaats, scheelt dat. Je kunt ook denken aan het Vredenburg, de Breedstraat, Janskerkhof enzovoorts. Vandaar de volgende vragen: 1. Is het college het met de genoemde partijen eens dat er ook voor deze horecagelegenheden extra ruimte voor extra satellietterrassen nodig is? Zo nee, waarom niet? 2. Zijn er aanvragen gedaan door horecaondernemers (alleen of gezamenlijk) om extra satellietterrassen toe te staan (zoals op de Mariaplaats voor het Conservatorium)? Zo ja, waar? 3.
Is het college bereid om deze extra terrassen toe te staan om horecagelegenheden te helpen financieel te overleven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waar? 4. Aan welke voorwaarden moeten de aanvragers voldoen om extra satellietterrassen te kunnen krijgen? 5. Welke aanvullende maatregelen ziet het college om deze horecaondernemers te helpen om te overleven door ruimte te bieden? 6. Hoe gaat het college het aanvraagproces bij de gemeente voor een extra (satelliet)terras vereenvoudigen en versnellen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Misschien goed om te melden dat er inmiddels 170 aanvragen zijn binnengekomen voor uitbreiding van tijdelijke terrassen. Daarvan zijn er inmiddels honderd gehonoreerd en veertig ontheffingen voor de Wabo afgegeven. Dus de afdeling Vergunning, Toezicht en Handhaving zit niet stil. We zijn het met de vragenstellers eens zolang er extra ruimte nodig is binnen de bestaande coronamaatregelen, maar er moet ook rekening worden gehouden met bewoners, bezoekers en andere ondernemers. Zie hiervoor de raadsbrief die we op 16 februari jl. hebben gestuurd, waarin een en ander wordt toegelicht. We hebben één aanvraag voor een satellietterras binnengekregen. Dat betreft de Mariaplaats waaraan in de vragen wordt gerefereerd.
Overigens bestond vorig jaar ook een mogelijkheid om een satellietterras aan te vragen, maar daarvan is toen geen gebruik gemaakt in Utrecht. We streven ernaar zo veel mogelijk mee te werken, onder voorwaarde dat dit past binnen het beoordelingskader en het ruimtelijk kader waarover uw raad op 16 februari jl. is geïnformeerd. We
12
Vragenuur van 1 april 2021 werken er graag aan mee, maar wel met een aantal randvoorwaarden in het achterhoofd. De aanvraag voor het satellietterras op de Mariaplaats is op dit moment in behandeling, maar die zal waarschijnlijk moeilijk passen binnen de gestelde kaders. De heer Van Dalen vraagt naar de voorwaarden. Die staan beschreven in de brief die we 16 februari jl. naar uw raad hebben gestuurd. Het bieden van extra ruimte is keer op keer maatwerk en wordt daarom per initiatief beoordeeld. En er zijn ook andere functies die om ruimte vragen, bijvoorbeeld voor het Conservatorium, mogelijk een fietsenstalling, maar ook voor evenementen vanuit het Conservatorium. Gevraagd wordt of het nog sneller kan, maar ik denk dat we behoorlijk snel zijn en dat de aanvraag voor een extra terras eenvoudig, snel en soepel verloopt. We krijgen 'as we speak' nog aanvragen binnen; die worden in behandeling genomen. Horecaondernemers die bijvoorbeeld vorig jaar een uitgebreid terras hebben gehad, hoeven alleen maar aan te geven hoe ze dat nu weer willen. In principe is dat voldoende voor indiening. Vooropgesteld, op dit moment kunnen de horecaondernemers nog geen gebruik van de vergunning maken. We hadden allemaal gehoopt 1april te kunnen starten. Maar helaas is dit, gezien de omstandigheden, niet mogelijk.
Eventuele nieuwe vergunningen op nieuwe plekken die nog niet eerder waren vergund dan wel gedoogd, moeten natuurlijk ook door hulpdiensten beoordeeld worden, want die moeten doorgang kunnen blijven vinden. Kort gezegd, uw raad kan erop vertrouwen dat wij al het mogelijke in het werk stellen om mee te werken, zij het dat er ook andere zaken zijn waarmee we rekening moeten houden. Ik noemde net al het aantal dat al verleend is. Het is goed te benadrukken dat de mensen bij Vergunning, Toezicht en Handhaving heel hard werken. De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Hij verwijst verschillende keren naar de voorwaarden voor satellietterrassen. Zou het niet goed zijn in het kader van verwachtingsmanagement te vermelden dat in die voorwaarden ook de afstand tussen het café en het satellietterras een punt is, en bij alle genoemde locaties niet altijd een oplossing kan worden gevonden, omdat ze buiten die kaders vallen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dit staat in de brief. Het idee van satellietterrassen is dat ze zich juist op een plek bevinden waar dichtbij geen horecagelegenheid is. Er zijn ook andere randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om een plek geschikt te maken.
We denken daarbij eerder aan plekken buiten de binnenstad die hiervoor geschikt zijn dan plekken binnen de binnenstad, omdat de ruimte daar heel schaars is. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! De heer Dekkers triggert me. Ik kan me juist voorstellen dat er een aantal aanvragen binnenkomt voor een satellietterras dat niet in het zicht is van het restaurant of café, maar zich een stukje verderop bevindt, bijvoorbeeld voor de restaurants aan de Drieharingenstraat met een terras ergens op het Vredenburg. Is het mogelijk daar een satellietterras te krijgen? Daar gaan deze vragen over. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Laat ik vooropstellen dat een satellietterras zonder permanent toezicht vanuit het personeel volgens ons sowieso heel onverstandig is. Je zult altijd een uitgiftepunt moeten hebben, waarvandaan het personeel toezicht kan houden. Het Vredenburg wordt meerdere keren in de week gebruikt voor andere functies, ik noem bijvoorbeeld de markt. Om daar dan een terras op te zetten, lijkt ons niet direct in de reden liggen. Maar er is nog geen aanvraag ingediend om dat te doen. Als zo'n aanvraag wordt ingediend, gaan we altijd kijken wat mogelijk is. De VOORZITTER: Beste mensen! Dit was het vragenuur voor vandaag. Allemaal bedankt voor het kijken, uw aanwezigheid en de vragen. Graag tot volgende week. Hierna sluit de voorzitter, te 19.36 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
13
Vragenuur van 1 april 2021
{{Signer2}}
14
8.1 Raadsbrief Propositie Nationaal Groeifonds 1 Dossier 1805 voorblad.pdf
Gemeenteraad Dossiernummer
1805
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
22 april 2021
Agendapunt
8.1
Omschrijving
Raadsbrief Propositie Nationaal Groeifonds
ID
1859
Behandelend ambtenaar
A.F. de Vries
Telefoon E-mail
Aldert.de.vries@utrecht.nl
Datum collegebesluit
9 april 2021
Geocodering Thema
Verkeer, vervoer en waterstaat
Portefeuillehouder
Wethouder Van Hooijdonk
Beleidsveld
Mobiliteit
Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Gijs Corten/Mobiliteit/gijs.corten@utrecht.nl
Geagendeerd
Vergaderdatum
Gemeenteraad
22 april 2021
Voorgesteld besluit
1 Raadsbrief Propositie Nationaal Groeifonds.pdf
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
A.F. de Vries
Datum
9 april 2021
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
210409MT
Aldert.de.vries@utrecht.nl
Onderwerp
Propositie Nationaal Groeifonds
Bijlage(n)
2
Beleidsveld
Ruimtelijke ontwikkeling, Mobiliteit
Geachte leden van de raad, Vandaag heeft het kabinet besloten over de toewijzing van de eerste tranche van het Nationaal Groeifonds (kamerbrief). Zoals we u op 14 januari jl. berichtten is de Utrechtse propositie “OV en verstedelijking in de Metropoolregio Utrecht” door het kabinet als één van de kansrijke voorstellen aan de beoordelingsadviescommissie aangeboden. Het kabinet volgt het advies van de commissie om vanuit de eerste tranche nog geen financiële middelen te reserveren voor de Utrechtse propositie. De beoordelingscommissie is positief over de samenhang in het plan tussen bereikbaarheid en het bouwen van nieuwe woningen en de komst van extra arbeidsplaatsen. Tegelijkertijd constateert de commissie dat plannen als deze te omvangrijk zijn om volledig door het groeifonds te worden bekostigd. Woningbouw wordt als een regionale opgave neergezet, en is niet meegewogen in de toewijzing van de fondsmiddelen. Dit is een thema dat de formerende partijen ter harte zullen moeten nemen bij grote investeringsbesluiten van een nieuw kabinet. De twee grootste stedelijke agglomeraties in het land, de MRA en de MRDH, krijgen wel een reservering toegekend, met name omdat deze nadrukkelijk het nationaal belang in het mobiliteitssysteem dienen.