CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 21 maart 2024, gemeente Utrecht33.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

CDA vroeg naar de BADO-aanpassingen en het effect op het boekjaar 2024. De aanpassing van de controletolerantie gaat in per 2025 en heeft impact op de omvang van de uitvoering controlewerkzaamheden vanaf het boekjaar 2025 en de detailcontroles daarin. CDA vroeg naar het periodiek analyseren van balansrekeningen. Het verbeterprogramma 'versterking financiële functie' gaat ook over het kijken naar het tussentijds afsluiten van administratie waar het analyseren en toetsen en waarderen van balansrekeningen onderdeel van is.

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Van der Wilt (D66) had een analysevraag gesteld. De wethouder gaf aan dat men al doende leert. Er moet dan wel ruimte zijn om een nota terug te nemen of aan te scherpen. Erkent het college dat dit soms vraagt om enige leerruimte? Wethouder Schilderman erkent dat en wijst erop dat die leerruimte uitgebreid is gebruikt in het afgelopen halfjaar. Volgens wethouder Streefland zijn veel van de wijze woorden van de accountant zeer herkenbaar. In de toekomst is niet alleen een financieel probleem, maar ook hoe capaciteit wordt ingezet. Daarbij moeten allen leren te kiezen en prioriteren en zich realiseren dat niet alles meer Pagina 10 van 37

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

kan. Als men het ene wil, kan iets anders niet. Het college moet goed inzichtelijk maken en aan de raad voorleggen wat wel of niet kan. Dat geeft inzicht in hoe kan worden gestuurd. GroenLinks vroeg in hoeverre digitalisering helpend kan zijn bij uitvoeringskracht. Digitalisering kan de uitvoeringskracht verhogen. Datagedreven werken of IT-solutions kunnen daarbij helpen. In eerste instantie zijn daar vaak meer mensen voor nodig en is daar meer geld voor nodig om het te kunnen aanschaffen, implementeren en beheren. Digitalisering is zeker een oplossing om de informatie en de basis op orde te krijgen, maar men mag zich er niet rijk mee rekenen. CDA verwees naar omgaan met risicomanagement, bewustwording en open cultuur. In het verleden moest ook worden bezuinigd en is een andere organisatievisie ontstaan, namelijk verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie beleggen, de professional aan zet zowel voor externen als voor de gemeentelijke organisatie, een ander organisatiestructuurmodel, ontschotten enzovoort. In tijden van veel verloop, meer opgaven en een onduidelijkere financiering voor de toekomst vanuit het rijk is het niet meer passend. Nu wordt weer gegaan richting centralisering, harmonisering, zelfde afspraken en centralisering van belangrijke afdelingen (Finance, Inkoop, Control, IT). Dat proces wordt onderzocht. De nieuwe gemeentesecretaris heeft dit scherp.

Er zijn meer kaders, harmonisatie en afspraken nodig om ook in de toekomst het werk goed te kunnen blijven doen. Dat is niet morgen al klaar. Aanspreken, afspreken, reflecteren en escaleren horen bij die 'zachte cultuur'. In de toekomst zijn meer 'blauwe mensen' nodig. Dat vraagt het harmoniseren, structureren en ordenen. De heer Maas (Volt) vraagt hoe de wethouder denkt over de informatievoorziening en de sturing van het decentrale/centrale niveau. Volgens wethouder Streefland is dit een organisatievraag en feitelijk een interne vraag. Zij is bestuurlijk verantwoordelijk, maar gaat niet over de tekening van de structuurwijziging. Het gaat erom hoe meer helderheid wordt gegeven in kaders en/of opdrachtverlening. Dat is in een organisatie met een meer centrale sturing eenvoudiger. Dat proces wordt nu onderzocht bij Finance en Inkoop. Hoe kan worden gezorgd dat de medewerkers van de afdelingen, dichtbij de inhoud, ook weten wat de centrale afspraken daarover zijn? De raad ontvangt in maart een brief naar aanleiding van capaciteitsmanagement. Het is goed daarin ook iets op te nemen over het toekomstperspectief om beter te kunnen sturen. De heer Maas (Volt) stelt dat de raad zoekt naar hoe hij sturing op dit proces kan houden. Het klinkt wat mager als dit een sidenote in de brief is. Wethouder Streefland zal het de aandacht geven die het verdient.

De gemeentesecretaris is er sinds 1 november 2023 en is aan zet om keuzes voor de toekomst te maken. Mevrouw Zwinkels (CDA) wijst erop dat in de managementletter wordt gesproken over een 'open en meer positieve cultuur'. Dat suggereert dat meer aan de hand is. Deelt de wethouder die observatie? Hoe ernstig is dat? Wat wordt daar concreet aan gedaan? Wethouder Streefland deelt deze observatie ten dele. In de organisatie zijn enorm gedreven professionals die elkaar kunnen aanspreken. Het is niet zo dat er nergens sprake is van een open cultuur. Door de onduidelijke structuur loopt men soms lang ergens mee en probeert men het zelf op te lossen, zonder dat men weet waar men zich moet melden. Het kan helpen als scherper is waar men waarvoor moet zijn en wie men om hulp kan vragen. Bij heldere structuren en lijnen kan beter worden gestuurd. Dat moet worden verbeterd. Zoals al aangegeven, ontvangt de raad in maart een brief over de uitvoeringskracht. Op dat gebied wordt al van alles ondernomen. Er wordt gebruik gemaakt van data om gemeentebrede inzichten te genereren en te signaleren waarop moet worden geanticipeerd. Er wordt gewerkt aan een jaarlijks geactualiseerd strategische personeelsplanningen per organisatieonderdeel om te weten wat eraan komt. Hopelijk worden daarmee de goede mensen behouden en is niet te veel inhuur nodig behalve voor bijvoorbeeld 'piek, ziek en uniek'.

Mevrouw Leever (PvdA) constateert dat veel vacatures niet worden ingevuld, zeker op bepaalde gebieden zoals Ruimte en bij Onderwijs past het gehele ambtelijke apparaat op de bank van wethouder Eerenberg. Kan wellicht worden geschoven in de vacatures? Kan wethouder Streefland daarop terugkomen in de brief?

Pagina 11 van 37

5

Volgens wethouder Streefland gaat dat over mogelijkheden, talentontwikkeling en doorstromen. Daarbij zijn vragen aan de orde als: Waar zitten in de toekomst gaten waarvoor mensen nodig zijn? Kunnen intern mensen daarvoor worden opgeleid? Er zullen altijd expertisegebieden zijn waar schuiven met capaciteit een mismatch zou zijn. Het wordt zeker geprobeerd, maar er is altijd schaarse capaciteit nodig uit de markt. De voorzitter constateert dat geen toezeggingen zijn gedaan.

10

15

Mevrouw Zwinkels is het daar niet mee eens en ziet het antwoord van de wethouder van Financiën dat de periodieke reviews worden meegenomen in de doorlichting, als een toezegging. De voorzitter laat dat in het verslag opnemen als een toezegging. Hij concludeert dat de agenderende fracties hun doel hebben bereikt en dat geen behandeling in de raad noodzakelijk is. Schorsing voor een wisseling van griffiers en woordvoerders.

9. Initiatiefvoorstel 'Open uitnodiging Gemeenschapsraad' 20

25

30

35

40

45

De voorzitter licht toe dat EenUtrecht voorstelt om het instellen van gemeenschapsraden mogelijk te maken, ten einde actief burgerschap en eigenaarschap van Utrechters voor hun wijk/buurt te versterken. Dit initiatiefvoorstel biedt daartoe een kader, met o.a. een uitwerking van de bevoegdheden van de gemeenschapsraden, ondersteuning door de gemeente en andere randvoorwaarden. Dit voorstel is geagendeerd voor 45 minuten en wordt behandeld in twee termijnen. Eerste termijn De heer Dijkstra (EenUtrecht) meldt dat de kern van het initiatiefvoorstel een democratischer en inclusiever Utrecht is. Na het afschaffen van de wijkraden in 2018 willen initiatiefnemers Utrechters op een inspirerende en open manier uitnodigen zich te verbinden en hun eigen buurt of wijk te vertegenwoordigen. Hoe meer draagvlak ze weten te organiseren, hoe meer invloed ze kunnen krijgen en des te meer kunnen ze gebruik maken van de zes beschreven buurtrechten. Dat betekent dat de raad wordt gestimuleerd om de zes buurtrechten verder te ontwikkelen en in te vullen. Het werkt open en inspirerend naar twee kanten. EenUtrecht had niet verwacht dat het college dit voorstel direct zou omarmen, maar is enigszins teleurgesteld door de brief die hier en daar suggestief en negatief is en de werkelijkheid van het initiatiefvoorstel niet geheel correct weergeeft.

Het college geeft in zijn reactie onterecht aan dat dit een nieuw instrument is naast het bestaande. Het college stelt voor bestaande wijkplatforms door te ontwikkelen open en initiatiefnemers stellen ook voor om door te ontwikkelen op een open en inspirerende manier en dat te verbreden. Het is geen nieuw instrument of een instrument naast het bestaande, maar het gaat om het breder en uitnodigender doorontwikkelen met meer rechten. Ten onrechte zegt het college in de brief dat initiatiefnemers zouden stellen met hun voorstel de Utrechters in de gemeenschapsraad voor te trekken op andere bewoners. Dat is suggestief en jammer dat het er zo instaat. Met de voormalige wijkraden kon het voorkomen dat men zich afvroeg of het een representatieve groep van bewoners uit de buurt was. In het initiatiefvoorstel staat dat een gemeenschapsraad die kan aantonen in staat te zijn geweest draagvlak te organiseren en creëren in de eigen raad, meer invloed krijgt in de gemeente. Geprobeerd is te komen tot inclusieve gemeenschapsraden die succesvoller zijn dan die in het collegevoorstel.

50

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt aan welke eisen dat draagvlak moet voldoen, want dat is cruciaal.

55

De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat moet worden aangetoond dat de gemeenschapsraad de buurt of wijk in de breedte vertegenwoordigt. Dat kan op veel manieren en is in het voorstel bewust niet ingeperkt en nauw omschreven. De definitie van draagvlak kan worden opgezocht. Er zijn mooie voorbeelden van hoe draagvlak kan worden gecreëerd. Initiatiefnemers willen dat zo veel mogelijk laten aan de gemeenschapsraden zelf.

Pagina 12 van 37

Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt de wens om dat open te laten, maar vraagt of het niet juist een risico is als dat niet wordt ingevuld. De groep die er zit, bepaalt dan wat dat draagvlak betekent. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Dijkstra (EenUtrecht) is bereid dat beter en iets nauwer te omschrijven en met een strekt ter vervanging te komen. Hij ging ervan uit dat de definitie van draagvlak duidelijk was, namelijk dat een grote groep representatief en met voldoende diepte moet kunnen worden vertegenwoordigd. In de reactie van het college staat dat dit veel geld (€ 800.000,00) gaat kosten, maar het is kostenneutraal. Als dit succesvol is en andere buurten richten gemeenschapsraden op, dan hebben deze recht op enige ondersteuning. Dat kost geld. Maar dat is juist wat wordt beoogd. Meer lokale democratie is niet gratis. Ook als de wethouder succesvol is met de doorontwikkeling doen dezelfde kosten zich voor. Het bedrag dat het college becijfert, is het bedrag dat moet worden betaald als succesvolle lokale democratie loskomt. De heer Van Bergen (ChristenUnie) wijst erop dat er veel verborgen kosten zijn omdat iets moet worden doorontwikkeld. Dat kost tijd en geld. Hoe reflecteert de heer Dijkstra daarop? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het college voorstelt een ambtenaar vrij te maken voor de doorontwikkeling van wijkplatforms. Diezelfde ambtenaar kan ook dit ter hand nemen. Het gaat om hetzelfde bedrag maar een iets andere kleur, inzet en bedoeling dan het college voorstelt.

De heer Van Bergen (ChristenUnie) concludeert dat dan wel degelijk een keuze moet worden gemaakt waaraan de capaciteit wordt besteed. De heer Dijkstra (EenUtrecht) onderschrijft dat. De raad moet kiezen tussen het collegevoorstel om wijkplatforms door te ontwikkelen of aan de slag te gaan met open gemeenschapsraden. De heer Van Bergen (ChristenUnie) stelt dat als die keuze moet worden gemaakt, niet kan worden gesteld dat het kostenneutraal is. Dit kost wel degelijk geld dat ergens anders vandaan moet worden gehaald. De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat het collegevoorstel ook een x-bedrag kost. Het initiatiefvoorstel kost in het begin hetzelfde, maar heeft de potentie succesvoller te zijn. Op de langere termijn kost het iets meer dan het collegevoorstel door te investeren in de ondersteuning van de lokale democratie. Dat is gewenst en moet worden beoogd. Een deel van de wijkplatforms is kritisch op het initiatiefvoorstel, want bij een aantal wijkplatforms kan het betekenen dat buurten zich niet vertegenwoordigd voelen en zichzelf gaan organiseren waardoor een extra initiatief ontstaat. Het college geeft in de brief op de zes buurtrechten soms kritisch, soms deels negatief commentaar, maar er kan positief naar alle zes de buurtrechten worden gekeken. Het is spijtig dat het negatief wordt benaderd.

De zes buurtrechten zijn geformuleerd en daar moet inhoud aan worden gegeven en worden gezorgd dat de gemeenschapsraden er gebruik van kunnen maken. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt de heer Dijkstra in hoeverre de zes buurtrechten er nog niet zijn of nog niet worden uitgewerkt in bijvoorbeeld 'Samen stad maken'. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat de raad bijvoorbeeld heeft besloten de wijkplatforms een adviesrecht te gunnen. Het is geen goed idee als dat alleen is bedoeld voor de wijkplatforms. Men moet openstaan voor allerlei groepen die zich organiseren op hun manier. Ook die erkende gemeenschapsraden moeten adviesrecht hebben. Het visierecht is echter niet vastgelegd, maar een toevoeging. Over het lokale budgetrecht, het wijkrecht, heeft de raad zich vaak over uitgesproken, maar het komt niet van de grond. Hopelijk inspireert het initiatiefvoorstel om dat beter van de grond te krijgen. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst op de mooie discussies die zijn gevoerd over participatie en wat in 'Samen stad maken' moet landen. Deze landt binnenkort op de mat. Er komen nog veel zaken naar de raad. Hoe kijkt de heer Dijkstra naar de timing van dat vraagstuk en het initiatiefvoorstel?

Pagina 13 van 37

5

10

Volgens de heer Dijkstra (EenUtrecht) zijn diverse elementen nodig om tot goede participatie en lokale democratie. Dit is er één van. Op andere vlakken zullen ook voorstellen komen. Hoe kan een buurt zich goed verbinden? Hoe kan een buurt of een wijk zich vertegenwoordigen en voor zichzelf opkomen? Dit is een goede manier om dat te doen. Dit is een adequate verbeterde versie van de wijkraden van destijds. Dat is absoluut beter dan het subtiel doorontwikkelen van bestaande wijkplatforms. Die ambitie gaat niet ver genoeg. De lat moet hoger liggen. Hij beveelt de uitgereikte infographic aan waarin het initiatiefvoorstel is samengevat. De voorzitter schorst de vergadering voor de lunch. Na de lunch krijgen de andere fracties ruimte voor hun inbreng. Schorsing voor de lunch.

Lijst van toezeggingen 15

20

Raadsbrief reactie op Managementletter 2023 (wethouder Schilderman) - De doorlichting van de financiële functie en wat daaruit gaat volgen, moet onderwerp van gesprek zijn. De rol van de Adviescommissie past daar goed in. Op een aantal zaken is de sturing te decentraal en past dat gecentraliseerd mogelijk beter bij de organisatie. Het moet strakker en steviger. De opgave is te kijken hoe dat op een goede manier wordt georganiseerd zonder dat het goede gesprek wordt losgelaten. De verwachting is dat die doorlichting in het tweede kwartaal is gedaan, maar in de Adviescommissie wordt eerder gesproken over het betrekken van partijen in deze opgave.

25

30

35

40

45

50

55

Pagina 14 van 37

Verslag openbare middagvergadering commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5

10

15

Datum Locatie Verslag door

15 februari 2024 Stadhuishal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter Linda Bode, burgemeester Sharon Dijksma, wethouder Eva Oosters, de leden Derk van Bergen (ChristenUnie), David Bosch (UtrechtNu!), Job van den Broek (CDA), Rens Brouwer (CDA), Fred Dekkers (GroenLinks), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Mahaar Fattal (GroenLinks), Rien van den Hoek (UtrechtNu!), Romi Leever (PvdA), Maarten Koning (D66), Ruud Maas (Volt), Tess Meerding (VVD), Victor Paalman (Horizon), Iskander Şimşek (DENK), Titus Stam (PvdA), Berdien van der Wilt (D66), de commissiegriffier Jelmer Lok

Afwezigen Inhoud 20

9 Initiatiefvoorstel “Open uitnodiging Gemeenschapsraad” ............................................................15 10 Initiatiefvoorstel Bedelverbod .....................................................................................................24

9 Initiatiefvoorstel “Open uitnodiging Gemeenschapsraad” De voorzitter heropent de vergadering. Zij geeft het woord aan de fractie van D66. 25

30

35

Mevrouw Van der Wilt (D66) feliciteert de heer Dijkstra met zijn eerste initiatiefvoorstel in deze raad. Zij wil een drietal punten aanstippen. Allereerst is D66 positief over het idee om instrumenten meer te bundelen en zichtbaar te maken in de wijk. Dat is een mooie aanbeveling die ook kan worden overgenomen als punten op de i van de nieuwe visie Samen stad maken. Het is naar het college toe echt een aanmoediging om dit serieus te nemen. Door allerlei versnipperde inspraak en participatiemogelijkheden ontbreekt regie en zicht op het geheel. D66 deelt met EenUtrecht de wens om participatie een steviger positie te geven om alle stemmen van Utrecht gehoord te laten worden. Daarom pleiten zij voor representatief burgerberaad en het aan de slag gaan met wijk- en buurtbudget, maar ook het kritisch blijven kijken naar wie in deze stad vertegenwoordigd en vooral ondervertegenwoordigd zijn in participatie. De belangrijkste vraag van D66 bij dit initiatiefvoorstel is van wie volgens EenUtrecht ‘de gemeenschap’ is. In het voorstel is een aantal stevige rechten te lezen, die volgens EenUtrecht moeten worden gegeven aan groepen actieve inwoners die de wijk of buurt vertegenwoordigen. D66 deelt de wens om inwoners meer aan zet te laten komen absoluut, maar bij een recht hoort ook een verantwoordelijkheid.

Daar raakt het opnieuw een wezenlijk punt, namelijk dat van representativiteit en diversiteit. Als dit niet Pagina 15 van 37

5

10

15

20

25

30

35

40

45

aan elkaar wordt gekoppeld ontstaat het risico, zeker in dit voorstel, dat één groep inwoners alles op het gebied van financiën, visie en initiatief kan bepalen voor de hele wijk, zonder dat zij spreken namens de wijk. Daarmee leest dit stuk, hoe sympathiek ook, ook als een participatiemonopoly voor de happy few die de tijd, energie en denkkracht hebben om hierin te participeren. Aan EenUtrecht wordt gevraagd of zij deze zorgen delen met D66, en waarom ervoor is gekozen om in dit voorstel geen richtinggevende uitspraak te doen over de representativiteit van deze groep inwoners. Het draagvlak is belangrijk, maar zonder iets te zeggen over diversiteit en representativiteit klinkt dat te abstract. Speelt hier mee dat in de participatie vooral is gesproken met actieve bewoners en niet met inwoners met een afstand tot de gemeente en participatie? Aan EenUtrecht wordt daarop een reflectie gevraagd. In de genoemde rechten staat ook het adviesrecht benoemd. Aan EenUtrecht wordt gevraagd of dit betekent dat de wijkplatforms worden vervangen door gemeenschapsraden, en dus helemaal wegvallen. D66 vraagt hoe de wijkplatforms daarin staan en hoe dat raakt aan de eerder gevoerde debatten om juist de wijkplatforms door te ontwikkelen en meer adviesrecht te geven. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de ChristenUnie.

De heer Van Bergen (CU) spreekt dank en waardering uit aan de fractie van EenUtrecht. In het voorliggende initiatiefvoorstel is duidelijk veel tijd, moeite en liefde gestoken. Dat waardeert de CU, net als de niet-aflatende zoektocht van EenUtrecht naar manieren om inwoners te horen. Het voorliggende initiatiefvoorstel heeft zeker zijn merites. De CU ziet een voorstel dat echt poogt om maatwerk te leveren en om inwoners middels gemeenschapsraden in hun kracht te zetten. Op dit moment is de CU echter van mening dat dit niet het pad is dat moet worden bewandeld. Allereerst vindt de CU dat de financiële implicaties onvoldoende zijn uitgewerkt. De potentiële kosten zijn op dit moment niet op te brengen, en het college geeft in haar reflectie aan dat veel verborgen kosten niet zijn meegenomen. Ten tweede is er al een aantal initiatieven in de stad actief, zoals het burgerberaad en Samen stad maken. De CU zet tijd en beperkte middelen liever in om dergelijke instrumenten te versterken, dan te starten met nieuwe instrumenten naast de al bestaande. Tot slot sluit de CU zich aan bij het punt van representativiteit van D66. Resumerend bedankt de CU EenUtrecht voor de genomen moeite. Zij kijken ernaar uit om in de toekomst samen met hen te onderzoeken hoe lokale democratie tot zijn recht kan komen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van het CDA.

De heer Brouwer (CDA) geeft veel complimenten en waardering aan EenUtrecht voor het voorliggende voorstel. Ook het CDA staat positief tegenover de gedachte om initiatief zoveel mogelijk bij de bewoners te leggen. Hoe meer mensen in Utrecht betrokken zijn, hoe beter. Het CDA sluit zich aan bij de vragen van D66 over representativiteit. Verder vraagt het CDA naar het uitdaagrecht en het Bewonersbod. Dit wordt niet genoemd in het initiatiefvoorstel, is EenUtrecht hiermee bekend? Het CDA ziet hiermee veel overeenkomsten. Een citaat uit het initiatiefvoorstel luidt “Het initiatiefvoorstel beoogt Utrechters actief en open uit te nodigen om met een eigen voorstel te komen tot een Gemeenschapsraad voor hun wijk/buurt.”. Een citaat uit het uitdaagrecht luidt “Bij het uitdaagrecht Bewonersbod maakt de gemeente afspraken met organisaties om bepaalde gemeentelijke taken uit te voeren. Dit betekent dat bij een Bewonersbod inwoners en ondernemers in een wijk een gedeelte van deze taak over kunnen nemen.” Het CDA ziet veel overeenkomsten tussen het initiatiefvoorstel en het principe van het uitdaagrecht. Het CDA vraagt of het uitdaagrecht niet beter verbeterd kan worden, aangezien dat op dit moment niet optimaal functioneert en niet volledig wordt benut, in plaats van het toevoegen van nieuwe structuren en onduidelijke bevoegdheden.

Wat voegt het initiatief toe aan het al bestaande uitdaagrecht en de wijkplatforms? Aan zowel EenUtrecht als het college wordt een reflectie hierop gevraagd. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt.

50

55

De heer Maas (Volt) vindt het een bijzonder sympathiek voorstel. Het uitdagen van de Utrechters om zich te organiseren en verantwoording te geven voor de vraagstukken in hun buurt wordt door Volt toegejuicht. Het versterken van de lokale democratie is iets waar Volt voor staat. Het in hun kracht zetten van Utrechters is zo belangrijk dat Volt daar wel wat voor over heeft. Het gaat kwaliteit in besluitvoering en wellicht in beleid opleveren. Op de lange termijn mag dat best wat geld kosten. Volt ziet dat het college veel bezwaren heeft en vindt dat er al veel wordt gedaan. Volt vindt echter dat dit voorstel toevoegt dat Utrechters meer echte zeggenschap en eigenaarschap krijgen. Dat is een belangrijk verschil met de huidige aanpak binnen Samen stad Pagina 16 van 37

maken. Wat Volt betreft wordt dit voorstel ingevoerd en gemonitord op de genoemde risico’s als draagvlak en representativiteit, en zo nodig bijgesteld. Aan de wethouder wordt een reflectie hierop gevraagd met een verzoek om te bezien wat wel zou kunnen in plaats van wat niet mogelijk is. 5

De heer Van Bergen (CU) vraagt hoe Volt reflecteert op de financiële kanttekening die werd geplaatst door het college bij dit voorstel. De heer Maas (Volt) antwoordt dat het nu eenmaal geld kost om Utrechters in hun kracht te zetten. Het gaat ook wat opleveren. Volt is niet zo bang dat dit enorm veel geld gaat kosten. Dat kan ook worden gemonitord.

10

De heer Van Bergen (CU) zegt dat niet goed in kaart is gebracht wat dit gaat kosten. Dat lijkt de CU financieel onverantwoord. De heer Maas (Volt) antwoordt dat dat inderdaad een vraagstuk blijft. Er is ook niet uitgerekend wat het gaat opleveren. Het moet goed worden gemonitord.

15

De heer Van Bergen (CU) concludeert dat Volt het gezond financieel beleid vindt om te accepteren dat er kosten worden gemaakt waarvan niet bekend is hoe hoog ze zullen zijn, omdat er in de toekomst misschien ook baten zullen zijn. De heer Maas (Volt) zegt dat de kosten de eerste paar jaren beperkt of budgetneutraal zullen zijn. Er moeten misschien regels worden afgesproken over hoeveel het mag kosten en hoe de uitgaven worden gemonitord.

20

25

Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat Volt en D66 beiden willen dat het beter moet. Daar hebben zij vorig jaar uitgebreid over gedebatteerd richting Samen stad maken. Zij vraagt of het klopt dat Volt dat niet wil afwachten en het voorstel van EenUtrecht wil aannemen, of dat zij én én willen. De heer Maas (Volt) heeft daar nog geen concreet idee bij. Wellicht dat het in elkaar past, het antwoord van de wethouder daarover wacht Volt af. Het voorstel voegt iets elementairs toe, waar Volt heel enthousiast over is. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat sommige punten elkaar tegenspreken. Het wijkplatform heeft bijvoorbeeld meer adviesrecht, terwijl het voorstel van EenUtrecht aangeeft dat dat naar de Gemeenschapsraden verplaatst moet worden. Wat zou het volgens Volt moeten zijn? De heer Maas (Volt) laat deze vraag graag beantwoorden door EenUtrecht.

30

35

De heer Brouwer (CDA) vraagt hoe Volt reflecteert op bestaande initiatieven, zoals Samen stad maken, uitdaagrecht, Bewonersbod en het burgerberaad. Het CDA is ook van mening dat dat niet optimaal functioneert. Zij vragen of het niet beter is om dat te verbeteren in plaats van iets nieuws te maken. De heer Maas (Volt) gelooft niet dat het wiel hier opnieuw wordt uitgevonden. Er worden maatregelen genoemd die iets toevoegen aan het al bestaande beleid, dus het zeker niet vervangen. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat dit voorstel echt wel wat capaciteit vraagt en een financieel kader heeft. Volt zegt niet bang te zijn dat het geld kost. Hoe rijmt Volt dat met het vorige debat dat er is gevoerd?

40

De heer Maas (Volt) antwoordt dat waar het vorige debat vooral ging over de mate van toezicht, gaat dit debat vooral over waar het geld aan moet worden uitgegeven. Dit voorstel is belangrijk voor het vertrouwen van Utrechters in de politiek en zet Utrechters in hun kracht. Op termijn gaat het wellicht wel geld kosten, maar het gaat ook dingen opleveren. Dat vindt Volt zo belangrijk dat dat best geld mag kosten.

45

Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat niet goed in kaart is gebracht hoeveel geld dit gaat kosten. Ook de benodigde capaciteit is niet duidelijk. Maakt Volt zich daarover geen zorgen? Pagina 17 van 37

5

De heer Maas (Volt) antwoordt dat er natuurlijk zorg is over de benodigde capaciteit. Er kan niets worden uitgevoerd als er geen ambtelijke capaciteit is om te monitoren en te begeleiden waar nodig. Aan de andere kant gaat het ook wat opleveren als Utrechters in hun kracht worden gezet, en zelf verantwoordelijkheid en eigenaarschap nemen voor de dingen in hun buurt. Er is nog veel onbekend, en dat wordt pas bekend als het in gang wordt gezet en ermee wordt geëxperimenteerd. Daar moet geen angst voor zijn. Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of Volt eerst een uitwerking van de capaciteit wil in bijvoorbeeld een strekt-ter-vervanging voordat zij kunnen voorstemmen. De heer Maas (Volt) antwoordt dat dat niet goed begrepen is.

10

15

20

25

30

35

40

45

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks. De heer Dekkers (GroenLinks) geeft grote complimenten voor EenUtrecht voor het uitwerken van dit concrete voorstel. GroenLinks deelt de wens van EenUtrecht om de kracht, het eigenaarschap en de zeggenschap van mensen en organisaties in Utrechtse buurten en wijken te versterken. In alle verscheidenheid omzien naar elkaar, samenredzaamheid, samen zorgen en ambities van de buurt of wijk bespreken, samen initiatieven nemen, meepraten of zelf beslissingen nemen over beleid en uitvoering die de eigen buurt of wijk aangaan. Een vaste organisatie van mensen die in de buurt of wijk wonen of werken, die probeert zoveel mogelijk mensen te betrekken, die een stem geeft aan de buurt of wijk en een gesprekspartner voor de gemeente is draagt bij aan de kracht van de buurt of wijk. GroenLinks is net als EenUtrecht niet echt tevreden met de buurt- of wijkvertegenwoordiging in Utrecht op dit moment. Met EenUtrecht deelt GroenLinks de opvatting dat de buurrechten belangrijk zijn voor de bereidheid van Utrechters om zich in te zetten voor hun buurt. Een buurtorganisatie die moeite doet om draagvlak, inclusie en onderling gesprek te organiseren heeft meer zeggenkracht. Er is één groot verschil tussen GroenLinks en EenUtrecht. GroenLinks vindt dat het probleem niet zo zeer zit in het beleid, maar vooral in de uitvoering daarvan.

Dat moet beter. GroenLinks is best ongeduldig op dat punt, zij willen snel over de herijking van Samen stad maken praten en daar consequenties aan verbinden. EenUtrecht doet consequent pogingen om dat beleid te herformuleren. Het beleid moet worden geformuleerd in de termen van EenUtrecht, maar die termen sluiten lang niet altijd aan bij de praktijk in Utrecht en laten vaak weinig ruimte voor verschillende invullingen van begrippen. GroenLinks bouwt liever voort op de in Utrecht ontwikkelde termen zoals wijkplatforms en Bewonersbod en de Utrechtse praktijk. GroenLinks pleit samen met andere fracties al langer voor stevige inzet op buurtbudgetten, budgetmonitoring en buurtagenda’s. De heer Maas (Volt) zegt dat hij blij is te merken dat in deze raad het woord ‘burgers’ is vervangen door ‘Utrechters’. Hij vraagt of GroenLinks het met Volt eens is dat dit voorstel iets toevoegt dat er nog niet is in het beleid van Samen stad maken. De heer Dekkers (GroenLinks) is van mening dat het niet veel toevoegt. Ook de buurtrechten zijn er al. GroenLinks is niet tevreden over de praktijk waarin het wordt gedaan. Bijvoorbeeld voor wat betreft de buurtbudgetten is er vaak aangegeven dat dat niet alleen over het Initiatievenfonds moet gaan. GroenLinks is ongeduldig en eager om er een versnelling op te zetten.

GroenLinks ziet niet dat de termen en begrippen die EenUtrecht gebruikt beter zijn dan de begrippen die Utrecht ontwikkeld heeft. Er wordt weinig flexibiliteit gevoeld om meer aan te sluiten op de Utrechtse praktijk. De heer Maas (Volt) zegt dat GroenLinks en Volt het op een heleboel punten eens zijn over het beleid zoals dat nu gaat. Volt is echter van mening dat het voorstel echt iets toevoegt aan wat er al is. Aan GroenLinks wordt gevraagd of zij zien dat het niet om de taal gaat, maar wat het voorstel toevoegt. De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij weinig toevoegingen ziet, alleen in een aantal nieuwe termen waarvan niet duidelijk is hoe deze moeten worden geïnterpreteerd. Hij is het eens met Volt dat het echt beter moet.

50

De heer Maas (Volt) is het niet met GroenLinks eens. Hij vraagt EenUtrecht om later die toevoegen te benoemen. Pagina 18 van 37

5

10

15

De heer Dekkers (GroenLinks) vervolgt zijn betoog. GroenLinks vindt de term ‘lokaal’ bijvoorbeeld niet echt past bij Utrecht. Het geeft de problematiek van buurtvertegenwoordiging niet goed aan. EenUtrecht schets één vorm van buurtbudgetten, maar gaat weinig in op de haken en ogen waar in de praktijk tegenaan wordt gelopen. Volgens GroenLinks zijn er meer vormen om buurtagenda’s en buurtbudgetten te ontwikkelen. GroenLinks is niet enthousiast over de regie van een wijkplatform of Gemeenschapsraad over het Initiatievenfonds. Het college heeft het steeds over exclusieve rechten. Dat is echt een onrecht. Volgens GroenLinks pleit EenUtrecht niet voor een exclusief recht. Dat kan ook naar andere groepen in een wijk of buurt gaan. Dat is met het toekennen van het regierecht over het Initiatievenfonds anders want dat kan niet aan meerdere clubs worden toebedeeld. Aan het college wordt gevraagd om het punt over exclusieve rechten terug te nemen, want zo is het niet bedoeld. Met de besteding van het Initiatievenfonds wordt wel een exclusief recht gemaakt, waarmee de rechten van andere Utrechters in die buurt onnodig worden beperkt. GroenLinks onderschrijft de analyse en het doel van het initiatiefvoorstel voor een groot deel, alleen kiezen zij echt voor andere woorden en een andere strategie, die meer aansluit bij de al bestaande middelen.

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de Partij voor de Dieren.

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw De Vries (PvdD) dankt EenUtrecht en ieder die heeft meegewerkt aan het voorstel. De PvdD deelt de wens om lokale democratie een impuls te geven en het vertrouwen tussen inwoner en overheid te versterken. De PvdD is er echter niet van overtuigd dat dit initiatiefvoorstel de manier is. Zij hebben bedenkingen, met name op het gebied van financiën. Die zijn namelijk niet helemaal duidelijk. Ook de manier van totstandkoming van de voorgestelde Gemeenschapsraden en de afspiegeling van de wijken daarbinnen is niet duidelijk. De PvdD sluit zich aan bij de vragen van D66 daarover. Aan EenUtrecht wordt gevraagd hoe dit voorstel een democratisch proces kan borgen. Hoe komen de Gemeenschapsraden tot stand, hoe wordt dit op een democratische manier vormgegeven? De PvdD sluit aan op de eerder gestelde vragen over representativiteit en inclusie. Niet iedereen die zou willen participeren voelt zich aangetrokken tot het idee van een Gemeenschapsraad. Aan EenUtrecht wordt een reflectie hierop gevraagd. Verder heeft de PvdD twijfels over het budgetrecht. Dat is wat onduidelijk uitgewerkt. Klopt het dat het aan het budget voor groenbeheer raakt? Daar is PvdD namelijk wat voorzichtig mee. Aan het college en de initiatiefnemer wordt verder gevraagd hoe de ideeën in dit voorstel aansluiten bij de lijn van het college.

Welke onderdelen uit dit initiatiefvoorstel passen daarin? De indiener geeft aan dat dit geen nieuw voorstel is maar voortbouwt op plannen van het college. De PvdD is van mening dat dit voorstel wel een stap verder gaat dan dat. Dit lijkt te botsen met het idee dat dit voorstel weinig aanpassingen en weinig budget zou vragen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de VVD. Mevrouw Meerding (VVD) complimenteert EenUtrecht met het voorstel. De Gemeenschapsraden die worden voorgesteld doen de VVD denken aan de oude wijkraden en wijkplatforms. In het voorliggende voorstel gaan de toegekende bevoegdheden wel een stap verder. De VVD vindt eveneens dat de participatie en inspraak van bewoners beter geregeld moet worden, en dat de huidige wijkplatforms onvoldoende ontwikkeld zijn. In sommige wijken zijn er nog steeds geen wijkplatforms. Die kritiek is eerder raadsbreed met de wethouder besproken waarbij zij de opdracht heeft gekregen om de wijkplatforms door te ontwikkelen en meer invloed te geven. Het voorliggende voorstel doorkruist dit een beetje. De timing vindt de VVD dan ook niet optimaal en niet logisch. Wat de VVD betreft moet het huidige instrument van wijkplatforms verder doorontwikkeld worden, in plaats van een nieuw instrument te introduceren.

Daarvoor kan een aantal elementen uit het voorliggende voorstel gebruikt worden, bijvoorbeeld het adviesrecht en het geven van meer vrijheid bij het bepalen van de vorm van het instrument, zoals een platform, raad of coöperatie. Dat vindt de VVD goede elementen. Er zijn ook onderdelen waar de VVD het niet mee eens is. Voor wat betreft de representativiteit geeft de VVD aan dat nu in het voorstel staat dat iedereen een Gemeenschapsraad kan oprichten, op buurtniveau, sub-wijkniveau of wijkniveau. Dat vindt de VVD wat rommelig. Hoe representatief is het als drie straten een Gemeenschapsraad gaan vormen? Dit wordt door EenUtrecht ook nog eens gekoppeld aan vergaande bevoegdheden, zoals het budgetrecht. Bij het weggeven van zo’n belangrijke bevoegdheid moeten aan de voorkant meer kaders worden meegeven over de representativiteit van zo’n Gemeenschapsraad. De VVD ziet het voorstel als een aanmoediging om te bekijken welke punten het college hieruit kan meenemen in het verder ontwikkelen van de huidige wijkplatforms. Pagina 19 van 37

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Horizon.

5

De heer Paalman (Horizon) complimenteert EenUtrecht eveneens. Horizon is het grotendeels eens met de VVD en D66. De representativiteit moet echt worden gewaarborgd. D66 heeft het over de happy few, en Horizon wil ook inzoomen op de angry few. Het kan gebeuren dat een paar straten gaan samenwerken om zich met officiële bevoegdheden en officiële middelen uit te spreken tegen de hele gemeenteraad. Daar ziet Horizon potentiële problemen opkomen. Aan EenUtrecht wordt een reflectie daarop gevraagd. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdA.

10

15

20

Mevrouw Leever (PvdA) complimenteert de initiatiefnemer met het concrete voorstel. Dat is soms nog wel een aandachtspunt van het college zelf. Het is goed om te zien dat niet alleen buurtbewoners in de Gemeenschapsraad kunnen plaatsnemen, maar ook mensen die veel in de wijk zijn. Het gaat hier om participatie, en diversiteit is bij participatie van groot belang. Zonder diversiteit en representativiteit is het geen participatie. Wat dat betreft sluit de PvdA zich aan bij D66. Het voorstel spreekt ook over een exclusief recht voor de Gemeenschapsraden. Dit draagt wat de PvdA betreft niet bij aan de diversiteit. Als iemand geen aansluiting vindt bij de raad, dan vallen ze daarbuiten. Er ontstaat het risico van pensionado-raden of Quote-500-participatie. Het afschaffen van de wijkraden in 2018 kwam ook door een gebrek aan diversiteit en representativiteit. Het voorstel is hiervoor wat de PvdA betreft geen oplossing. Zij sluiten zich daarom aan bij de vragen van D66 over het draagvlak. Afsluitend geeft zij nogmaals complimenten voor de inzet, want het is goed dat participatie onder de aandacht komt. De voorzitter constateert dat alle fracties aan bod zijn geweest. In overleg met de wethouder schorst zij de vergadering voor een paar minuten. - Schorsing –

25

30

35

40

De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Oosters dankt EenUtrecht voor het initiatiefvoorstel dat voorligt. Zij zal eerst ingaan op de punten die door EenUtrecht zijn genoemd. Vervolgens zal zij ingaan op de vragen van de verschillende fracties. Als eerste gaat zij in op de vraag of dit een nieuw instrument is of een doorontwikkeling. Volgens de wethouder is het voorstel van de Gemeenschapsraden echt iets anders dan de wijkplatforms. Daar heeft de reactie van het college zich op gericht: het is zonde van de energie die nu al zit in het doorontwikkelen van de wijkplatforms. Inmiddels is in de binnenstad en in Leidsche Rijn een wijkplatform in oprichting. Er worden dus goede stappen gezet. De tweede reflectie gaat in op het exclusieve recht. EenUtrecht zet in op een exclusief orgaan. Wat exclusief is zijn veel van de rechten van de Gemeenschapsraden. Het college vindt dat veel meer bewoners de rechten moeten hebben die EenUtrecht beschrijft. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat er niet bij staat dat andere groepen in de wijk geen advies mogen uitbrengen of budgetmonitoring mogen doen. Het regierecht voor het Initiatievenfonds kan niet anders dan exclusief zijn, maar bij al die andere rechten heeft GroenLinks nooit iets exclusiefs gezien.

45

Wethouder Oosters zegt dat EenUtrecht dat inderdaad niet expliciet benoemt. Ondertussen worden de rechten wel toegekend aan de Gemeenschapsraden en worden zij door het college erkend als apart orgaan. Het kan zijn dat EenUtrecht niet heeft bedoeld dat al de rechten van de Gemeenschapsraden exclusief moeten zijn, maar dan ziet de wethouder niet wat dit instrument een onderscheidend instrument maakt in vergelijking met de richting die al is gekozen met Samen stad maken. Over het budgetrecht zegt de wethouder dat het budget maar één keer kan worden uitgegeven. Als dat budget wordt toegekend aan een Gemeenschapsraad, dan betekent dat echt een exclusief recht, ondanks dat dit niet exclusief is gemaakt in dit voorstel.

50

De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat deze discussie ook is gevoerd rondom de wijkplatforms. Het is vervelend dat er weer een discussie ontstaat over of het adviesrecht een exclusief recht is. Pagina 20 van 37

Een vast orgaan verdient zo’n recht maar neemt geen rechten weg bij anderen. Het college wordt verzocht om geen misbruik te maken van de term ‘exclusief’.

5

10

15

20

25

30

35

Wethouder Oosters zegt dat ze het daarover oneens kunnen zijn. Tegelijk is het zo dat een Gemeenschapsraad echt moet worden ingestemd door het college, als orgaan met deze rechten. Dat zegt wat over de positie van de Gemeenschapsraden ten opzichte van andere participatievormen. Er moet wel invloed zijn om participatie te hebben. Dat is een van de drijfveren die in dit voorstel naar voren komen. Zij gaat verder met de derde reflectie, over de kosten van de gemeenschapsraden. Een representatieve groep Utrechters bij elkaar krijgen die op een goede manier, structureel ondersteund moeten worden kost echt veel geld. De wethouder verwijst naar de financiële paragraaf van het burgerberaad. Zij wil aan de raad meegeven dat dat niet te lichtvaardig opgevat moet worden. Over de wijkplatforms zegt de wethouder dat deze dit niet allemaal een goed idee vinden. Daarbij gaat het vooral om het feit dat er weer een nieuwe transitie moet worden doorgegaan. Op dit moment worden de wijkplatforms juist doorontwikkeld waarbij wordt gekeken hoe zij vleugels kunnen krijgen. Als er weer een nieuwe vorm wordt gekozen, met nieuwe eisen die daaraan worden gesteld, dan zal dat tegenwerken in het proces dat doorlopen wordt om de wijk- en buurtparticipatie beter te organiseren. Het vijfde punt gaat over de negatieve framing van de rechten die door EenUtrecht aan de Gemeenschapsraden worden toegekend.

Het college heeft zo goed mogelijk uitgelegd wat hun bezwaar is en waarom zij hier negatief op adviseren. De overtuiging waar dit initiatiefvoorstel op is gebaseerd wordt gedeeld. Het college leest het voorstel als een aanmoediging aan Utrechters om zich te verenigen, om hun stem te laten horen en initiatief te nemen om zich in te zetten voor hun buurt of wijk. Daar staat het college achter, en zij willen daar samen met EenUtrecht aan werken. Het college heeft een vergelijkbare ambitie, maar verschilt in de opvatting over de manier waarop deze ambities het beste kunnen worden verwezenlijkt. Tenslotte gaat de wethouder in op de punten in het initiatiefvoorstel waar het college zich wel in kan vinden. Als de rechten die in het voorstel zijn beschreven niet exclusief zijn, dan wil het college bekijken hoe zij deze zo veel mogelijk bij bewonersgroepen kunnen laten landen, bijvoorbeeld als een adviesrecht niet exclusief is. Het college komt ook met een voorstel over hoe het buurtbudget kan worden ingevoerd. Zij zien het echt niet als iets dat alleen binnen het initiatiefvoorstel kan gebeuren, het is aanvullend. Het heeft nog wat extra onderzoek nodig hoe de buurtbudgetten op een goede manier kunnen worden gebruikt voor grotere delen van de gemeente. Daarom stelt het college voor om dit op een goede manier uit te werken en daarop voor het eind van het jaar terug te komen.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waarom dit pas aan het eind van dit jaar bekend wordt gemaakt.

40

Wethouder Oosters antwoordt dat er best veel uitdagingen zijn bij de buurtbudgetten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het identificeren van de geldstromen die specifiek naar een wijk of buurt lopen en het verschuiven van het mandaat daarover. Om dit op een goede manier uit te werken is die tijd nodig. Mevrouw Van der Wilt (D66) verzoekt het college om hierbij de pragmatische houding van EenUtrecht mee te nemen. Wethouder Oosters neemt dit ter harte.

45

50

De heer Dekkers (GroenLinks) maakt een punt van orde. Hij memoreert dat er al eerder toezeggingen zijn gedaan op dit punt en verzoekt de griffie om dit na te zoeken. Wethouder Oosters gaat verder met de beantwoording van de vragen. Het zorgen voor meer eigenaarschap voor Utrechters, los van de vorm van een vereniging, is ook een essentieel onderdeel van de herijking van Samen stad maken. Met deze aanmoediging is het college het dan ook volop eens. Zij zijn het ook eens over het punt dat wijkplatforms verder ontwikkeld moeten worden en een niet-exclusief adviesrecht moeten krijgen. Dat zal worden verankerd in het nieuwe beleid van Samen stad maken. Ook de elementen dat de naam en de vorm van zo’n orgaan vrij mogen zijn deelt het college. Tenslotte beantwoordt de wethouder de CDA-vraag over het uitdaagrecht. Dat is opgenomen in Pagina 21 van 37

5

de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze wet ligt nu ter besluitvorming bij de Eerste Kamer. Als deze wet wordt aangenomen wil het college, in het kader van Samen stad maken, kijken hoe dit verder kan worden verbeterd. Het college ziet het uitdaagrecht wel als iets anders dan wat EenUtrecht voorstelt. Het gaat bij het uitdaagrecht over het overnemen van een taak van de gemeente, terwijl het initiatiefvoorstel uitgaat van invloed op het werk van de gemeente. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of dit niet al in de gemeente aanwezig is, via een burgerbod.

10

Wethouder Oosters antwoordt dat er inderdaad een Bewonersbod is, maar omdat het zo expliciet ging over het uitdaagrecht ging zij uit van een link met de Wet versterking participatie op decentraal niveau. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat in Utrecht de term ‘bewonersbod’ wordt gebruikt. De voorzitter geeft het woord aan de initiatiefnemer, EenUtrecht.

15

20

25

De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat het voorstel één onderdeel van participatie in de lokale democratie is. Dat is in drie brokken te onderscheiden: burgerparticipatie, zoals het burgerberaad, petitie of referendum. Later deze periode zal EenUtrecht daarvoor een initiatiefvoorstel indienen. De tweede brok is dat wat bewoners zelf willen en kunnen doen. Daarbij verwijst de heer Dijkstra naar de gemeente Peel en Maas. Er zijn heel veel zaken die burgers zelf kunnen organiseren, zoals huishoudelijke hulp, werk en integratie, welzijn, het beheer van buurtruimtes. In plattelandsgemeentes gebeurt dit al veel meer dan in grote steden. Ook daarvoor komt EenUtrecht nog met een initiatiefvoorstel. De derde brok wordt vandaag behandeld: buurten en wijken hebben baat bij een vertegenwoordigend lichaam dat opkomt voor de belangen van de buurtbewoners. Alle drie hebben ze raakvlakken. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat EenUtrecht het heeft over een wijk die zichzelf een duidelijke identiteit aanmeet. Zij vraagt wanneer er volgens EenUtrecht dan gesproken kan worden van een wijk.

30

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat inwoners dat zelf aangeven: “ik woon op Kanaleneiland” of “ik woon op Overvecht”. Dat zijn de plekken waarvan men zegt dat ze er wonen en zich thuis voelen. Men zal niet gauw zeggen “ik woon in Utrecht-Zuid”. Er zal dus niet snel een Gemeenschapsraad voor heel Utrecht-Zuid ontstaan. Het zal organisch ontstaan.

35

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt niet zozeer naar de schaalgrootte. Neem als voorbeeld Overvecht. Er zijn mensen die nog maar net in Overvecht wonen, mensen die er al heel lang wonen, mensen met een migratieachtergrond, mensen die dat niet hebben. Zij voelen zich op een heel verschillende manier vertegenwoordigd in de wijk. Er is toch niet één stem of één geluid die de wijk vertegenwoordigt?

40

45

50

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt geeft aan dat dat precies de worsteling weergeeft: hoe krijg je een buurt- of wijkvertegenwoordiging die het gekleurde en diverse geluid van de hele buurt of wijk vertegenwoordigt. Hij gaat verder met zijn tweede punt. De wijkraden werkten niet goed genoeg. Daar kwam terecht kritiek op van de wijkraden zelf. Die wijkraden hadden wel rechten maar zij waren niet echt representatief voor hun eigen buurt of wijk. Er wordt nu al zes jaar geploeterd met wijkplatforms. EenUtrecht heeft weinig fiducie in de moedige pogingen van het college om dat door te ontwikkelen. Er moet echt iets anders gebeuren om te zorgen voor representatieve en diverse wijk- en buurtvertegenwoordiging. Daar zit precies de plus van het voorliggende voorstel. Mensen met een kwetsbare achtergrond of een kleine beurs participeren pas als ze het gevoel hebben invloed te hebben. EenUtrecht wil al die mensen aan boord hebben die nu nog niet actief zijn in de wijkplatforms, met een andere kleur, een kleine beurs enzovoort. In het voorstel staat dat om te komen tot Gemeenschapsraden die divers en representatief zijn, de sleutelpersonen uit de wijk zelf nodig zijn. De mensen die actief worden in een Gemeenschapsraad weten dat ze er heel veel rechten voor terug krijgen, maar ook dat ze dan wel moeten laten zien dat ze representatief zijn en draagvlak hebben.

Hoe meer draagvlak je kunnen laten zien, hoe meer invloed ze zullen hebben. Dat zal ervoor zorgen dat dit succesvoller zal zijn dan de goedbedoelde inzet van de wethouder. Pagina 22 van 37

De heer Van Bergen (CU) haakt aan op het aantonen van de representativiteit door de initiatiefnemers zelf. Hoe wil EenUtrecht dat borgen? Zal dat niet juist heel veel discussie in de gemeenteraad opleveren over de vraag of het wel representatief genoeg is? 5

10

15

20

25

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij dit uit het voorstel heeft geschrapt om het bondig te houden. Hij geeft aan dat het niet de bedoeling is dat de gemeenteraad zich hierover buigt. Er zijn veel mensen die zich graag willen inzetten voor hun wijk of buurt, maar alleen als zij het gevoel hebben dat het ook iets oplevert. De heer Van Bergen (CU) vraagt of er niet een deur wordt opengezet om iedere vorm van participatie hier te diskwalificeren als het helemaal wordt vrijgelaten. Hoe kan worden geborgd dat een initiatief dat de raad bereikt echt wel representatief is? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij graag organisch innoveert, en niet met allerlei beleidsnota’s en kaders. Hij noemt het voorbeeld van wijkplatform Noord-Oost, dat drie jaar geleden een enquête heeft gehouden waarop een grote respons was. Daarmee kwamen zij tot een representatief oordeel over de onderwerpen die in de enquête stonden. Zo zijn er meer voorbeelden van hoe groepen in buurten en wijken dat organiseren. De gemeenteraad zal al doende leren van hetgeen op hen af zal komen. De Gemeenschapsraden zullen bovendien van elkaar leren. In de afgelopen zes jaar is dat weinig gebeurd. Dat heeft alles te maken met het feit dat er geen recht in het vooruitzicht is gesteld. Hij gaat verder met het beantwoorden van de vraag of het initiatief nieuw is.

Het is volgens EenUtrecht een veel ambitieuzer doorontwikkeling dan wat het college voorstelt. Bij het eerste ontwerp, een jaar geleden, dachten de wijkplatforms dat zij afgeschaft zouden worden. Dat is niet het idee, het geeft hen juist de ruimte om gebruik te maken van meer rechten. Al die groepen die nu niets doen gaan wel in actie komen, want zij krijgen hiermee een perspectief. Van de zes rechten die zijn benoemd zijn er drie operationeel en drie halfdood. Het werkt allemaal net niet goed. Met die rechten wordt perspectief geboden. Bewonersorganisaties krijgen hiermee zelf het recht om taken te doen. Waar het budget nu bij de overheid ligt, of door de overheid bij commerciële partijen wordt belegd, dat wordt dan bij de gemeenschap gelegd. Het is niet zo dat de Gemeenschapsraden uitvoerende clubs zijn. Dat zijn juist de wijkplatforms en de buurtraden. De voorzitter vraagt of er onbeantwoorde vragen zijn.

30

35

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt naar de borging van representativiteit. Verder vraagt zij of er met groepen is gesproken die nu juist niet de weg weten te vinden naar participatie. De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij op Kanaleneiland heeft gesproken met inwoners die aangeven dat als zij de garantie hebben dat ze echt iets te vertellen hebben, dan gaan zij proberen om op hun manier tot een gedragen buurt- of wijkvertegenwoordiging te komen. Men zal zich meer uitgedaagd voelen om een Gemeenschapsraad te komen die zelf investeert in het ophalen van alle meningen en kleuren in de eigen buurt. EenUtrecht heeft daar vertrouwen in.

40

Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat het onderdeel van het gunnen helder is. EenUtrecht geeft aan dat de inwoners ‘op hun manier’ tot een buurvertegenwoordiging zullen komen. Mevrouw Van der Wilt verwijst naar de vragen van de VVD: hoe voorkom je dat er voor iedere drie straten een Gemeenschapsraad komt? Op dit moment zitten er bijvoorbeeld helemaal geen jongeren in de gemeenschapsraden. Zij vraagt aan EenUtrecht hoe zij gaan borgen dat het een democratisch proces is, dat eerlijk is naar de wijk.

45

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat als wordt geconstateerd dat de gemeenteraad een advies krijgt van een Gemeenschapsraad dat niet representatief geacht wordt, dan zal een advies van zo’n groep niet zwaar tellen. Dat is voor hen een aansporing om ervoor te zorgen dat ze draagvlak kunnen laten zien.

50

Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat het niet zo werkt. De raad krijgt heel veel adviezen. Daarbij gebeurt het vaak dat als het advies komt van een groep inwoners die iets niet wil, de groep die het wel nodig heeft daar niet bij betrokken is, zoals woningbouw. Het is belangrijk om tevoren duidelijk te zijn over wat er wordt verwacht anders komt er veel discussie achteraf over.

Pagina 23 van 37

5

10

15

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat er een strekt-ter-vervanging komt over hoe de Gemeenschapsraden kunnen laten zien dat er wel draagvlak is. Het probleem dat D66 schetst is er inderdaad, maar dat is er nu ook. Met dit voorstel wil EenUtrecht de stad met een andere toon aansporen en inspireren om het zelf te gaan doen. Die prikkel ontbreekt nu. Hij gaat verder met de gemiste vragen en kaart het CU-punt over de verborgen kosten aan. Als de route van de wethouder en die van EenUtrecht naast elkaar worden gezet zal duidelijk worden dat de verborgen kosten gelijk zijn. De ambtenaar die het moet ondersteunen en aanjagen zal in beide gevallen aanwezig zijn. Het grootste verschil is dat als het voorstel succesvol is en het op veel plekken tot Gemeenschapsraden komt, het inderdaad meer geld gaat kosten. Ze hebben namelijk allemaal recht op ondersteuning met een bepaald bedrag per woning. Op de CDA-vraag over het ontbreken van het Bewonersbod antwoordt EenUtrecht dat dat gaat over het punt dat bewoners kunnen vinden dat een aantal overheidstaken eigenlijk door de gemeenschap zelf zou moeten worden uitgevoerd. De Gemeenschapsraad heeft de rol om dat te signaleren. EenUtrecht zal op een later moment met een ander initiatiefvoorstel terugkomen op een verbeterde organisatie daarvan. De voorzitter vraagt of er gemiste vragen zijn. Die zijn er niet.

Zij vraagt of er fracties zijn die behoefte hebben aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Zij vraagt hoe het voorstel kan worden doorgeleid naar de raad.

20

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij het graag wil agenderen voor de raad in maart. EenUtrecht zal minimaal een week tevoren komen met een korte strekt-ter-vervanging. De voorzitter schorst de vergadering. - Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering.

10 Initiatiefvoorstel Bedelverbod 25

30

De voorzitter geeft aan dat hier 90 minuten voor zijn gereserveerd. Het onderwerp wordt besproken zodat de commissie met elkaar in debat kan gaan over het feit dat er in Utrecht de afgelopen jaren steeds meer overlast wordt ervaren door bedelaars, onder andere door georganiseerde bendes. Dit voorstel is bedoeld om optreden tegen overlastgevende bedelaars en georganiseerde bendes mogelijk te maken door voor de zomerperiode 2024 een verbod op bedelen in te stellen in de gehele stad. Dit behelst een wijziging van de APV. De voorgestelde wijziging wordt gezien als pilot. Na afloop wordt voorgesteld de ervaringen vast te leggen en te evalueren. Het onderwerp wordt in twee termijnen besproken. Na de inbreng in de eerste termijn zal eerst het college, en daarna de initiatiefnemer de gelegenheid krijgen om te reageren. In de tweede termijn geldt dezelfde volgorde.

35

De voorzitter geeft het woord aan de initiatiefnemer, UtrechtNu!.

40

45

50

De heer Bosch (UtrechtNu!) zegt dat het voorstel zowel gevoelig als noodzakelijk is. Het gaat over het instellen van een tijdelijk bedelverbod. Het is niet lichtvaardig tot stand gekomen. Het is het resultaat van een zorgvuldige overweging en de erkenning van een probleem waarvan men overlast ondervindt. Hierover zijn de afgelopen jaren veel signalen ontvangen van verschillende bewoners en ondernemers. Zoals uit krantenartikelen blijkt speelt het al jaren in deze stad. Het doel van het tijdelijke verbod is niet om bedelen in zijn geheel uit te bannen. Dat zou overigens wel wenselijk zijn, want niemand zou in principe moeten bedelen. Het is bedoeld om de overlast van overlastgevende bedelaars en georganiseerde bendes aan te pakken. Met dit verbod krijgen handhavers en politieambtenaren effectieve middelen in handen om op te treden tegen de situaties die onze inwoners, bezoekers en ondernemers als hinderlijk ervaren. Daarnaast biedt dit verbod een kans om de problematiek rondom de uitbuiting van georganiseerde bendes te verminderen en in kaart te brengen. Het is een stap richting het beschermen van de meest kwetsbaren die mogelijk tegen hun wil worden uitgebuit. Met dit voorstel van een pilot wordt ernaar gestreefd om van deze stad tijdens de zomerperiode van 2024 een velliger en aangenamer plek te maken voor ieder die hier woont, werkt, op bezoek komt of onderneemt.

Het is van essentieel belang dat de effecten van dit verbod worden geëvalueerd zodat een gefundeerde Pagina 24 van 37

discussie kan worden gevoerd over de toekomst van dergelijke maatregelen in de stad. Tot slot bedankt UtrechtNu! de ambtelijke ondersteuning, die erg heeft geholpen bij de totstandkoming van dit initiatiefvoorstel. Ook de weledelgestrenge S. Nagtegaal wordt bedankt voor het werk dat hij in dit initiatiefvoorstel heeft gestopt. 5

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdD.

10

De heer Van Heuven (PvdD) bedankt UtrechtNu! voor het initiatiefvoorstel. Hij heeft drie forse punten van kritiek. De overlast zoals UtrechtNu! die omschrijft geeft geen voldoende redenen om elke vorm van bedelen te verbieden. Als er bijvoorbeeld agressie plaatsvindt kan het sowieso al bestreden worden. De overlast die is beschreven vindt de PvdD subjectief. Het is bovendien niet onderbouwd met onderzoek. Mevrouw Meerding (VVD) hoort de PvdD zeggen dat het niet onderbouwd is. Er is ooit een rapportage van Undercover Nederland geweest, die hier onderzoek naar heeft gedaan, specifiek in Utrecht. Is de PvdD daarmee bekend?

15

20

25

De heer Van Heuven (PvdD) is niet bekend met dat onderzoek. Het staat ook niet in dit initiatiefvoorstel. De PvdD zou niet elke vorm van bedelen willen verbieden op basis van dit initiatiefvoorstel. Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat inderdaad niet bij dit voorstel zit. Het was een televisierapportage, waarin werd aangetoond dat in Utrecht commercieel gebedeld wordt. OostEuropese bedelaars hier worden massaal met een bus naartoe gebracht, nemen vervolgens hun plekje in en worden aan het eind van de dag weer teruggebracht met diezelfde bus. Is dat een vorm van bedelen die de PvdD wil tegengaan of willen zij dat toelaten? De heer Van Heuven (PvdD) vindt dat niet elke vorm van bedelen op basis van dit voorstel moet worden verboden. Hij vraagt wat onder ‘massaal’ wordt verstaan en of het echt een Utrechts probleem is. Zodra hier genoeg geld is opgehaald gaan dit soort groepen ergens anders heen. Op basis van zo’n beeld wil hij niet elke vorm van bedelen verbieden. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) zegt dat de groepen naar een andere stad gaan als er een verbod is. Er zijn niet overal onderzoeken voor nodig. Kan de PvdD zich er niet in vinden als zij zelf zeggen dat ze overal naar toe gaan? De verboden zorgen dat er minder gebedeld wordt. De bedelaars gaan dan naar een andere stad, en het is dan aan die steden om dat op te lossen.

30

35

40

45

50

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat door het verbod ook de individuele bedelaar wordt getroffen, en dat is niet goed. Zeker niet omdat niet echt duidelijk is wat het probleem is. We nemen allemaal soms individuele groepen waar in de stad. Die zijn soms hier en dan weer daar. De heer Van Heuven trekt een parallel met vuurwerk. Daarvan is precies bekend hoeveel overlast er ervaren wordt op verschillende punten: zoveel dieren, zoveel milieuoverlast, zoveel schade. In dit voorstel is geen enkele vorm van onderbouwing op die manier te vinden. Hij gaat verder met zijn bijdrage door aan te geven dat dit bedelverbod elke bedelaar in de stad treft. Niet alleen de georganiseerde groepen maar ook de individuele bedelaar. De PvdD heeft mededogen met mensen die moeten bedelen, verbieden is voor hen dan ook niet akkoord. Zolang mensen geld blijven geven aan die georganiseerde groepen, deze ook zullen blijven komen. Dan moet niet de individuele bedelaar worden weggejaagd, maar dan moet het op een andere manier worden aangepakt. Niet een verbod voor iedereen. Mensen geven geld, dus daar zit het probleem. De heer Şimşek (DENK) zegt dat de PvdD de verantwoordelijkheid lijkt af te schuiven op het publiek dat geld geeft aan bedelaars, vaak vanuit goede bedoelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=68cfbf94-42eb-46a1-8852-86cb17625ab9