CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 4 juli 2024, gemeente Utrecht41.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Correctie gemeentefonds In februari is de raad met een raadsbrief geïnformeerd over een groter tekort op inkomsten vanuit het Rijk. Het gaat structureel om 40 miljoen euro.

Resultaat 2023 Bij de Voorjaarsnota 2024 wordt zoals gebruikelijk het resultaat van de Tweede Bestuursrapportage 2023 en de Jaarstukken 2023 meegenomen. Het nadelige resultaat van de Tweede Bestuursrapportage 2023 van 5,167 miljoen euro is ten laste gebracht van de algemene dekkingsreserve. Nu wordt de

13

algemene dekkingsreserve weer voor dit bedrag aangevuld. Ook de afwikkeling van de corresponderende posten uit de september- en decembercirculaire 2023 van 0,844 miljoen euro, zoals toegelicht in de Eerste Bestuursrapportage 2024, is in deze regel opgenomen. Ten slotte is het rekeningresultaat over 2023 van 17,4 miljoen euro nadelig verwerkt. Daarbij is rekening gehouden met de resultaatbestemming (bestedings- en dekkingsvoorstellen), met een extra nadelig effect van 21,1 miljoen euro.

Indexeringen De begroting vraagt aanpassing als gevolg van loon- en prijsstijgingen. Deze regel is als volgt opgebouwd. Voor de loonkosten is uitgegaan van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) 2024, die eind 2023 is vastgesteld met een looptijd tot en met maart 2025. Voor de laatste 9 maanden van het jaar 2025 is een verhoging opgenomen die is gebaseerd op de laatst bekende cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Vanwege de extreme prijsstijgingen in de afgelopen jaren en verwachtingen voor de komende jaren hebben we de indexering van materiële kosten niet zoals gebruikelijk gebaseerd op de ontwikkeling van de afgelopen drie jaren, maar op de laatste CPB-cijfers. Voor de bouwindex en index Grond-, weg- en waterwerken is wel de gebruikelijke systematiek gehanteerd, waarbij het jaar 2022 buiten beschouwing is gelaten vanwege de extreme prijsstijgingen in dat jaar. Subsidiebudgetten indexeren we met een aandeel voor loon- en materiële index. Zoals we aangaven in de Programmabegroting 2024 is de subsidie-index voor 2024 niet verlaagd als gevolg van de herberekening van de loonkosten, omdat de subsidiebudgetten bij de Voorjaarsnota 2023 zijn gecommuniceerd naar onze partners en zij hierop hun begroting 2024 hadden gebaseerd. De verlaging over 2024 wordt nu zoals aangekondigd verwerkt in de subsidie-index.

Onderdeel van de financiële strategie (paragraaf 4.1.3) is een alternatieve methode van indexering. Deze is in de financiële uitgangssituatie niet verwerkt.

Gemeentefonds: circulaires en prijscompensatie Het financiële effect van de september- en decembercirculaire 2023 is meegenomen in het financiële beeld. Ook is de verwachte prijscompensatie vanaf 2025 in het gemeentefonds ingeschat op basis van de CPB-raming van augustus/september. Vanaf 2026 verandert de wijze van prijscompensatie in het gemeentefonds. Het gemeentefonds volgt dan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP), in plaats van kostenontwikkeling voor de overheid. De opgenomen bedragen fluctueren voor de verschillende jaren: • • •

In 2024 zijn er minder gemeentefondsinkomsten dan in 2025 en verder; In de BBP-volumegroei (septembercirculaire 2023) is vanaf 2027 50% gereserveerd voor looncompensatie; Vanaf 2026 zorgt de stelpost jeugd, die is aangepast conform de richtlijn van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), voor een nadeel (7,5 miljoen euro); we hadden rekening gehouden met meer middelen vanuit het Rijk.

De actuele ontwikkelingen uit de voorjaarsnota van het Rijk zijn meegenomen bij de risico-inschattingen (paragraaf 4.1.1). Deze worden in de komende circulaires financieel vertaald voor het effect voor de afzonderlijke gemeenten.

14

Rente en dividend Rente De afgelopen periode zijn de marktrentes voor het aangaan van geldleningen opgelopen, zowel voor kortlopende als voor langlopende financiering. Dat heeft een effect op onze toekomstige (her)financiering en werkt geleidelijk door in de rente die wij als gemeente betalen. Het budget voor de werkelijk te betalen rente wordt daarom structureel verhoogd met 7,3 miljoen euro. In de Voorjaarsnota 2023 kondigden we aan dat de interne rekenrente (momenteel 1,5%) naar verwachting moest worden verhoogd zodat het verschil tussen de werkelijk te betalen rente en de doorberekende rente aan activa/bezittingen (het renteresultaat) van de gemeente binnen de toegestane marges blijft. De conclusie van de actuele renteberekeningen is dat de interne rekenrente in lijn met ons financieringsstatuut (met terugwerkende kracht) vanaf 2024 verhoogd moet worden naar 2,0% om het renteresultaat binnen de marges te houden. Dit betekent dat de interne doorbelasting van rente toeneemt en dat voor de dekking van de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) van toekomstige investeringen met een hoger rentepercentage rekening moet worden gehouden. Dividend Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Op basis van positieve verwachtingen rond onze deelneming in de BNG kunnen de dividendinkomsten met 0,25 miljoen euro worden verhoogd.

Dividendinkomsten warmte, water en energie Bij de Voorjaarsnota 2023 zijn structurele middelen toegekend voor het bekostigen van de rentelasten op verwachte investeringen in warmtenetten, netwerkbedrijf Stedin en waterleidingbedrijf Vitens en een ontwikkelbedrijf. De dekking hiervan zou komen vanuit de verwachte dividendinkomsten, waarbij dit de eerste jaren betrekking had op het beoogd aandeelhouderschap in Stedin. Omdat is gebleken dat investeren in Stedin voor de gemeente op dit moment financieel onaantrekkelijk is, worden er op korte termijn geen dividendinkomsten verwacht. De structurele baten en lasten van deze investeringen worden daarom budgetneutraal uit de meerjarenbegroting gehaald.

Nota Beheer openbare ruimte en het Uitvoeringsprogramma Werk aan de werf In het vastgestelde beleid voor beheer openbare ruimte en Werk aan de werf gaan we uit van een jaarlijkse stijging van lasten (1,41 miljoen euro, waarvan 0,95 miljoen euro voor beheer openbare ruimte en 0,46 miljoen euro aan kapitaallasten voor Werk aan de werf). Deze stijgende lijn is meegenomen in het financiële beeld door een verhoging van het structurele budget.

Toeristenbelasting, OZB en Precario In het belastingjaar 2023 is er een voordeel behaald op toeristenbelasting. In 2023 zijn er 25% meer overnachtingen geweest ten opzichte van 2022, ook zagen we een groei in het aantal buitenlandse gasten. De verwachting is dat het aantal overnachtingen op dit niveau blijft. Daarbij is de gemiddelde kamerprijs toegenomen. Beide effecten zorgen voor een verhoging van de opbrengsten toeristenbelasting. Het voordeel op de OZB wordt met name veroorzaakt door een hogere toename van de niet-woningen (kantoren, winkels etc.) dan de prognose die is gebruikt voor het begroten van de OZB-inkomsten. Door toename van het aantal terrassen kunnen de begrote inkomsten voor dit onderdeel verhoogd worden, in lijn met het gerealiseerde voordeel op de precariobelasting op terrassen in de jaarrekening.

15

Verpakkingsheffing Per 1 januari 2023 geldt wetgeving, die uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) ten aanzien van onder andere zwerfafval regelt. De producenten betalen mee aan het inzamelen van het afval en het opruimen van zwerfafval en betalen daarvoor een vergoeding aan gemeenten. Er wordt momenteel onderhandeld, waarbij de definitieve omvang van die uitkering nog onderwerp van gesprek is. De verwachting is dat dit tenminste een miljoen euro oplevert voor Utrecht.

2.3 Groeikader Groei van de stad Uitgangspunt van ons groeikader is dat we inkomsten door toename van het aantal inwoners en woningen bestemmen voor het opvangen van de gevolgen van de groei van de stad. De verwachte baten door toename van de algemene uitkering en OZB-inkomsten als gevolg van de verwachte groei op basis van de Utrechtse bevolkingsprognose worden jaarlijks bij de voorjaarsnota beschikbaar gesteld voor lasten die samenhangen met deze groei van de stad. De lasten van het referentiekader worden alleen voor het komende jaar (t+1) structureel verwerkt. Voor de investeringsagenda wordt, vanaf het coalitieakkoord, de verwachte groei voor alle komende jaren (t+4) verwerkt om investeringen vooruit te kunnen plannen. De bedragen fluctueren in jaren doordat voor de investeringsagenda de oplopende gemeentefondsraming en het oplopend investeringsbudget (t+4) de oude begrote bedragen worden vervangen door de nieuwe begrote bedragen op basis van de actuele bevolkingsprognose en uitgangspunten.

Algemene uitkering Voor de toename van de algemene uitkering als gevolg van de groei van de stad wordt de verwachte bevolkingsgroei tot het komende jaar vermenigvuldigd met het gemiddelde bedrag aan algemene uitkering per inwoner. De correctie voor het gemeentefonds geeft aanleiding om deze berekening te herijken. Het uitgangspunt voor de toename van de algemene uitkering door groei van het aantal inwoners is de afgelopen jaren te positief geweest, mede omdat de berekening ervan uitgaat dat een nieuwe inwoner het gemiddelde aan algemene uitkering van een bestaande inwoner met zich meebrengt. Omdat Nederland als geheel groeit en de totale gemeentefondsuitkering niet evenredig meegroeit met de toename van de bevolking, zou met de relatieve groei gerekend moeten worden. De huidige systematiek is niet toekomstbestendig. Bij deze Voorjaarsnota 2024 maken we daarom bij de berekening van het groeikader een pas op de plaats en passen we een behoedzaamheidscorrectie toe (een lager bedrag voor de toename algemene uitkering), vooruitlopend op een meer toekomstbestendige groeisystematiek, die we bij de Voorjaarsnota 2025 willen voorleggen. Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Groeikader Gemeentefonds

0

8.572

6.042

8.332

11.757

11.757

Groeikader OZB

0

579

579

579

579

579

Subtotaal baten groeikader

0

9.151

6.621

8.911

12.336

12.336

Referentiekader Voorjaarsnota 2024

0

-7.985

-7.985

-7.985

-7.985

-7.985

Correctie Investeringsagenda Voorjaarsnota 2024

0

-1.166

1.364

-926

-926

-926

Investeringsagenda Voorjaarsnota 2024 toevoegjaar 2028

0

0

0

0

-3.425

-3.425

Subtotaal lasten groeikader

0

-9.151

-6.621

-8.911

-12.336

-12.336

Totaal groeikader

0

0

0

0

0

0

16

Referentiekader Groei De toenemende kosten voor uitvoering van wettelijke taken als gevolg van de groei (en krimp) van de stad dekken we uit het referentiekader groei. De gemeente heeft immers geen keuze om een product te leveren en dus groeien de kosten noodzakelijkerwijs als het aantal inwoners toeneemt. De kosten van het referentiekader worden bepaald door het gemiddelde budget (norm) per inwoner (of bepaalde groep inwoners) van de verschillende producten (wettelijke taken) te vermenigvuldigen met de verwachte toename van het aantal inwoners (of bepaalde groep). Bij de Voorjaarsnota 2024 zijn de normbedragen opnieuw berekend aan de hand van actuele cijfers en inzichten. Een aantal normbedragen is hierdoor aangepast. Voor de begrotingsprogramma’s betekent dit onderstaande verhoging van budgetten. Tabel: Verdeling referentiekader groei Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Aantrekkelijke groene leefomgeving en erfgoed

0

3.676

3.676

3.676

3.676

3.676

Betrouwbare overheid

0

335

335

335

335

335

Duurzame bereikbaarheid

0

13

13

13

13

13

Kansrijk opgroeien

0

1.598

1.598

1.598

1.598

1.598

Levendige en gezonde stad

0

630

630

630

630

630

Ontwikkelen en wonen voor iedereen

0

213

213

213

213

213

Passende ondersteuning en opvang

0

811

811

811

811

811

Veilige stad

0

64

64

64

64

64

Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid

0

646

646

646

646

646

Totaal

0

7.985

7.985

7.985

7.985

7.985

Investeringsagenda Groei De inzet van de middelen voor de investeringsagenda Groei worden toegelicht in het Meerjarenprogramma Ruimte (MPR). Bij het raadsbesluit over de RSU 2040 is bepaald dat het meerjarenbeeld van het investeringsdeel van het groeikader wordt betrokken bij afwegingen over de jaarlijkse investeringsopgave. Om dat mogelijk te maken is een raming opgenomen van toekomstige tranches voor de jaren 2027 t/m 2029 van het investeringsdeel van het groeikader. Deze toekomstige tranches betrekken we bij de investeringsbeslissingen.

2.4 Knelpunten Op een aantal financiële ontwikkelingen hebben wij geen invloed. Deze onvermijdelijke kosten noemen we knelpunten. Dit zijn ontwikkelingen die voldoen aan drie criteria: • Onvermijdbaar: de activiteit is een wettelijke taak of verplichting; • Onoplosbaar: binnen doelstelling of programma; • Onuitstelbaar: de activiteit moet starten in 2024/2025. We hebben 23 knelpunten opgenomen, voor een totaalbedrag van 14,7 miljoen euro in 2024 aflopend naar 7,9 miljoen euro structureel.

17

Tabel knelpunten Nr.

Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

1

Continuïteit Zaakgericht Werken

-3.000

0

0

0

0

0

2

Formatie-uitbreiding Burgerzaken

3

Magazijn de Zon

4

Hogere bezoldiging raad en B&W

5 6

-402

-402

-402

-402

-402

-402

-1.175

-1.175

-1.175

-1.175

-1.175

-1.175

0

-400

-400

-400

-400

-400

Bijdrage aan GR GGDrU

-300

-300

-300

-300

-300

-300

-440

-965

-965

-965

-965

-965

-434

0

0

0

0

0

8

Informatiebeveiliging JGZ-zorg aan Nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA kinderen Overdracht van VTH-taken aan de Regionale Uitvoeringsdienst

-1.285

-613

-613

-613

-613

-613

9

Productiviteitsnorm nieuwe CAO

-2.000

PM

PM

PM

PM

PM

10

Woo/AVG

-121

-483

-483

-483

-483

-483

11

Opvang aanpak koudweerregeling

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

12

Opvang bijsturen

-2.685

-2.685

-2.685

-2.685

0

0

13

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

14

Opvang dekking voor knelpunten Opvang groei dakloze EU arbeidsmigranten en ongedocumenteerden

-800

-800

-800

-800

-800

0

15

Opvang tussenvormen statushouders

0

-220

-300

-300

-80

0

16

Onderhoud vastgoed

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

17

Handhavingsdossier

-654

-654

-654

-654

-654

0

18

Herwaardering salarissen BOA's VTH

0

-534

-1.068

-1.068

-1.068

-1.068

19

Netcongestie onderwijshuisvesting

-35

-173

-429

-722

-865

-139

20

-202

-202

-202

-202

-202

-202

21

Toegenomen beheerkosten spetterbadjes Zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting

-592

-592

-1.542

-1.542

-592

-592

22

Stadsbaantunnel: vervangingsinvestering

0

0

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

23

Tekort UW*

7

Totaal

0

0

0

0

0

0

-14.725

-10.799

-13.619

-13.912

-10.200

-7.940

*Dit punt kan budgetneutraal worden verwerkt door inzet van een reserve.

Daarnaast stellen we voor structureel 2,2 miljoen euro te bestemmen voor bijsturingen, die niet voldoen aan de drie criteria, maar die wij als noodzakelijk beoordelen. Tabel bijsturingen Nr.

Bedragen in euro's

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

24

Bijdrage VNG

-136

-136

-136

-136

-136

-136

25

Burgerberaad

-900

0

0

0

0

0

26

Grip op informatie decentraal

-241

-966

-966

-966

-966

-966

27

Versterking financiële functie

-1.410

-1.300

-1.050

-1.050

-1.050

-1.050

28

Wonen programmateam

0

-684

0

0

0

0

29

Wonen aankoop vastgoed*

0

0

0

0

0

0

30

Wonen compensatie niveau productie sociale huurwoningen*

0

0

0

0

0

0

31

Schaarse rechten Markten en Havens

-168

-335

-168

0

0

0

-2.855

-3.420

-2.319

-2.152

-2.152

-2.152

Totaal

*Deze punten kunnen budgetneutraal worden verwerkt, door een reservemutatie (aankoop vastgoed) en door beleidsmaatregelen (compensatie productie sociale huurwoningen).

18

Toelichting knelpunten 1. Continuïteit zaakgericht werken Het huidige zaaksysteem wordt met ingang van 1 januari 2024 niet meer onderhouden door de leverancier. Een uitval van het zaaksysteem betekent dat het merendeel van de dienstverlening aan onze inwoners stilvalt. Daarom blijft het huidige zaaksysteem actief tot 1 januari 2025, waarna wordt overgegaan op een vervangend systeem, totdat we de beweging kunnen maken naar een nieuwe informatievoorziening (Common Ground). De raad is hierover geïnformeerd via een raadsbrief 4 december 2023. De extra kosten bedragen 3 miljoen euro in 2024. 2. Formatie-uitbreiding Burgerzaken Door de wetswijziging van 1 januari 2022 zijn gemeenten verplicht om inwoners een briefadres te geven als zij dit niet zelf kunnen regelen. Sindsdien is het aantal aanvragen voor een briefadres gestegen en daarmee ook het aantal periodieke controles of inwoners nog terecht ingeschreven staan op een briefadres, met hogere kosten van 0,402 miljoen euro tot gevolg. 3. Magazijn de Zon In de begroting van de gemeente staat het pand Magazijn De Zon met een positief resultaat van circa 1,6 miljoen euro. Dit bedrag is gebaseerd op de oude situatie waarin het pand geen kapitaallasten kende en werd verhuurd aan de bibliotheek en boekhandel Broese. Dit bedrag is niet meer haalbaar, vanwege het vertrek van de huurders en de keuze om het pand te behouden en te verbouwen.

In het coalitieakkoord is daarom een structureel bedrag van 0,325 miljoen euro opgenomen. Op basis van de actuele business case resteert een knelpunt van 1,175 miljoen euro. 4. Hogere bezoldiging raad en B&W Volgens het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hebben gemeenteraadsleden, burgemeester en wethouders recht op een hogere vergoeding als het aantal inwoners van de stad groeit tot boven de 375.000. Dat is in 2025 het geval. 5. Bijdrage aan gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht (GR GGDrU) De gemeente Utrecht heeft een deel van haar taken belegd bij de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht. Ondanks de stevige zienswijze van de raad is de begroting door de 26 deelnemende gemeenten (inclusief Utrecht) vastgesteld. Hiermee is de uit de vastgestelde begroting volgende bijdrage door Utrecht verplicht en onvermijdelijk. Dit betekent een structureel hogere bijdrage van 0,3 miljoen euro vanaf 2024. 6. Informatiebeveiliging Met ingang van 17 oktober 2024 is de Europese NIS2-richtlijn (de 2e versie van de Network and Information Security Directive) van kracht. Deze richtlijn stuurt op risico’s die netwerk- en informatiesystemen bedreigen, zoals cyberbeveiligingsrisico’s.

Deze Europese richtlijn wordt landelijk vertaald in de volgende versie van de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen (WBNI) en leidt voor gemeentelijke overheden tot aanscherping in de uitvoering van onder andere landelijke wet- en regelgeving, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming). Dit zorgt structureel voor extra kosten van 0,965 miljoen euro. 7. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan Nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA-kinderen Voor 2024 verwachten we een forse groei van nieuwkomers op de Ithaka-school (school voor voortgezet onderwijs voor nieuwkomers tussen 12 en 18 jaar). De verwachte instroom groeit van ca. 325 naar ca. 1.040 leerlingen. Daarom is extra capaciteit nodig van de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De groei van deze groep is niet begroot. Daarnaast geldt er een soort regiofunctie voor deze groep kinderen: de JGZ is verplicht ook de kinderen op deze scholen die niet in Utrecht wonen te zien. 57% van de kinderen op 19

de Ithaka-school woont niet in Utrecht. Vanaf 2025 willen wij de kosten voor deze kinderen in rekening brengen bij de gemeente waar zij woonachtig zijn. 8. Overdracht van VTH-taken aan de Regionale Uitvoeringsdienst De gemeente is verplicht (Omgevingswet) om bepaalde vergunning-, toezicht en handhavingstaken (VTH) te laten uitvoeren door de omgevingsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). In juni 2023 hebben wij besloten de overdracht van deze taken uit te stellen tot 1 januari 2025, om daarmee de overdracht beter te kunnen voorbereiden. De RUD is vanwege onder meer een hoger uurtarief, meer uren per product en hogere overheadkosten structureel 0,613 miljoen euro duurder dan de gemeente. De consequentie van niet overdragen is dat we (langer) niet voldoen aan de wet. De toezichthouder (provincie) kan daarop besluiten bepaalde handhavingstaken niet meer door de gemeente te laten uitvoeren. Overdragen zonder meerkosten betekent dat er grote risico’s ontstaan op de leefomgeving vanwege een gebrek aan toezicht. 9. Productiviteitsnorm nieuwe CAO De vastgestelde CAO bevat meer verlof, waardoor een lager aantal productieve uren beschikbaar is. Dit raakt met name uitvoerende organisatieonderdelen, die beperkte prioriteringsmogelijkheden hebben voor de inzet van personeel.

Het (structurele) effect wordt binnen de organisatie geïnventariseerd en is naar verwachting uitgewerkt voor de Voorjaarsnota 2025. Vooralsnog wordt een incidentele stelpost (eerste indicatie) opgenomen van 2 miljoen euro. 10. Wet open overheid (Woo)/Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures vanwege de Woo en de AVG is enorm gestegen. De behandeling hiervan is een wettelijke taak die uitgevoerd moet worden binnen wettelijke termijnen. De hogere kosten bedragen structureel 0,483 miljoen euro. 11. Opvang aanpak koudweerregeling De koudweerregelingperiode is van november tot april en de opvang wordt alleen geopend wanneer de temperaturen onder het vriespunt komen. Het beroep op de koudweerregeling is afgelopen jaren fors toegenomen. Op basis van de opvangbehoefte en bijbehorende kosten is het benodigde bedrag van 1 miljoen euro voor de koudweerregeling bepaald. 12. Bijsturen opvang Als gevolg van het tekort aan woningen is er een stijging in de behoefte aan opvangplekken voor rechthebbende dakloze mensen en statushouders. De kosten van deze extra plekken (2,685 miljoen euro) kunnen niet worden gedekt binnen de huidige begroting. Dit knelpunt correspondeert met een aantal van 50 extra plekken, het minimale aantal dat nodig is om de mensen die nu een plek nodig hebben te kunnen opvangen.

Er is bij dit bedrag dus nog geen rekening gehouden met een eventuele groei van de opvangbehoefte. Voor het bedrag per opvangplek is rekening gehouden met de realisatie van meerpersoonskamers (2-4 per kamer). Slaapzalen zijn voor deze doelgroep niet mogelijk, omdat dit leidt tot veiligheidsproblemen. 13. Opvang dekking voor knelpunten Vanuit de jaarrekening 2023 is geanalyseerd dat er structureel ruimte van 2,4 miljoen euro is in de begroting van het programma Passende ondersteuning en opvang, die ingezet kan worden voor het totaal van de knelpunten rond de opvang (genoemde punten 11, 12, 14 en 15). 14. Opvang groei dakloze EU-arbeidsmigranten en ongedocumenteerden Er is sprake van autonome groei van dakloze EU- (arbeids-)migranten en ongedocumenteerde mensen, geen gebruik maken van de landelijke vreemdelingenvoorzieningen (LVV). Om de dakloosheidsproblemen van deze groepen zoveel mogelijk te beperken zetten we stevig in op een helder 20

en strak toegangsproces, aanscherpen van de triage en werken aan perspectief voor de mensen in de opvang. We vangen mensen op om humanitaire en medische redenen en waarborgen de humanitaire ondergrens. In de bepaling van de 0,8 miljoen euro voor dit knelpunt is gerekend met het minimale aantal opvangplekken dat nu al nodig is om de mensen die dat nodig hebben op te kunnen vangen. Voor deze doelgroepen is voor de opvang uitgegaan van opvang op slaapzalen, de minimale kwaliteitsvariant. 15. Opvang tussenvormen statushouders Voor statushouders die aan Utrecht zijn toegewezen worden om hier te wonen, waarvoor nog geen reguliere woonplek beschikbaar is, moeten woon/opvangplekken gecreëerd worden. De kosten worden zoveel mogelijk gedekt met rijksmiddelen. Voor de uitvoering is echter een budget van 0,220 miljoen euro nodig voor personele kosten. 16. Onderhoud vastgoed Als gevolg van gestegen inkoopkosten, wettelijke eisen en het door de raad vastgestelde ambitieniveau is het budget voor onderhoud van het gemeentelijke vastgoed ontoereikend. De omvang van de onderhoudsvoorziening in relatie tot het meerjarenonderhoudsplan wordt door de accountant beoordeeld en bedraagt 2 miljoen euro. 17. Handhavingsdossier De gemeenteraad is de afgelopen jaren diverse malen geïnformeerd over het ‘Handhavingsdossier Binnenstad’.

Het dossier brengt een reeks aan juridische procedures, verzoeken Wet Open Overheid en hiermee samenhangende claims van omwonenden met zich mee. Het dossier leidt tot onevenredig hoge kosten, waarvan 0,654 miljoen euro niet binnen de normale begroting kan worden opgevangen. 18. Herwaardering salarissen Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) Vorig jaar is het traject van herwaardering van de functies ingezet en incidenteel bekostigd. De meerkosten van 1,068 miljoen euro zijn structureel. 19. Netcongestie onderwijshuisvesting Netcongestie bemoeilijkt de tijdige realisatie van onderwijshuisvesting en de maatschappelijke voorzieningen die daarmee verbonden zijn (zoals kindcentra en zorgaanbieders in geval van speciaal onderwijs). Op basis van het verduurzamingsbeleid leveren wij renovaties van schoolgebouwen gasloos op. Vanuit de wettelijke taak die de gemeente heeft voor onderwijshuisvesting hebben wij gezocht naar mogelijkheden om de netcongestieproblematiek het hoofd te bieden. Wij hebben ervoor gekozen bij renovatieprojecten voorlopig aan het gas te blijven. Daarmee worden de kosten voor de lease van de accu’s voor deze projecten voorkomen. Om voorbereid te zijn op aardgasvrij worden aanvullende installaties (hybride warmtepompen) geplaatst, die onderdeel uitmaken van de projectkosten en meelopen in de activering van het project.

De structurele kosten daarvan bedrag 0,139 miljoen euro vanaf 2029. Voor nieuwbouw leasen we accu’s. 20. Toegenomen beheerkosten spetterbadjes Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten openbare badplaatsen, waaronder spetterbadjes, intensiever beheerd en geïnspecteerd worden. Deze activiteit is een wettelijke verplichting en daarom onvermijdelijk. Deze kosten van 0,202 miljoen euro betreffen zowel interne capaciteit als samenwerking met de markt. 21. Zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting Het huidige strategisch plan Onderwijshuisvesting (Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting 20162025) loopt tot en met 2025. Er wordt daarom een nieuw Integraal Huisvestingsplan Scholen (IHP) opgesteld, conform wet- en regelgeving. Het plan bevat beleidsmatige uitgangspunten en een

21

programmering voor de jaren 2026-2041. Dit plan moeten we opstellen en uitvoeren, om te voldoen aan de wettelijke zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting. Het IHP richt zich op de realisatie en renovatie van schoolgebouwen, monumentale schoolpanden, gymzalen, benodigde tijdelijke huisvesting voor schoolgebouwen die worden gerenoveerd en een doorloop van projecten uit het huidige MPOHV. Het gaat om ongeveer 100 objecten. Bij de uitvoering van projecten zien we uitdagingen die breder zijn dan alleen onderwijshuisvesting, zoals netcongestie, beperkte binnenstedelijke ruimte, stedenbouwkundige eisen en stijgende bouwkosten. Oorzaken zijn de marktontwikkelingen, hoge inflatie, veranderende kwaliteitseisen, bouwen in hoge dichtheden en gemeentelijke ambities ten aanzien van stedelijk bouwen. Dit maakt dat het normbedrag weer in lijn moet worden gebracht om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen. De meerkosten bedragen structureel 0,592 miljoen euro en incidenteel 1 miljoen euro in 2026 en 2027. 22. Stadsbaantunnel: vervangingsinvestering De toenemende leeftijd van de tunnelveiligheidsvoorzieningen (vTTI) is de aanleiding om tot vervanging van installaties over te gaan. De geraamde kosten hiervan bedragen 1 miljoen euro. Omdat de initiële investering niet ten laste van de gemeente is gedaan, zijn er geen vrijvallende kapitaallasten.

De vervanging van installaties zal onderdeel worden van een volgende contracttermijn met een opdrachtnemer voor instandhouding, ingaande in 2026, waarvoor de aanbesteding start in aankomende zomer 2024. 23. Tekort sociaal ontwikkelbedrijf UW UW verwacht in 2024 een tekort te realiseren. Vanuit de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening is een aanvullende subsidie nodig. Binnen het beschikbare budget is hiervoor onvoldoende ruimte. Het voorstel is om de reserve Werk en Inkomen in te zetten voor de nog benodigde ruimte.

Toelichting bijsturingen Deze onderwerpen voldoen niet aan de drie criteria voor knelpunten, maar zijn in onze ogen noodzakelijk om de basis op orde te houden. 24. Bijdrage VNG De jaarlijkse bijdrage aan de VNG stijgt met 0,136 miljoen euro, vanwege een contributieverhoging van 6,1% en een stijging van het fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) met 10% voor nieuwe diensten en 5,1% voor indexatie. 25. Burgerberaad Bij de Voorjaarsnota 2023 is besloten de uitkomst van het burgerberaad tot een maximumbedrag van 1,3 miljoen euro te betrekken bij de afwegingen voor de voorjaarsnota. Van dit bedrag was 0,9 miljoen euro nog niet gedekt. De uitkomst van het beraad over oud en nieuw-viering vraagt om dit maximale uitvoeringsbudget voor redelijke uitvoering van adviezen (conform amendement 33). 26. Grip op informatie decentraal Grip op informatie verwijst naar het vermogen om effectief controle, beheer en grip uit te oefenen over de beschikbare informatie. Het houdt in dat een persoon, organisatie of systeem in staat is om relevante gegevens te verzamelen, te begrijpen, te organiseren, te beveiligen en toe te passen op een manier die de gestelde doelen ondersteunt. De afgelopen periode is formatie voor informatiebeheer niet meegegroeid met de (aanvullende) eisen die hieraan gesteld worden in o.a. de AVG en Archiefwet.

Extra geld (0,966 miljoen euro) is nodig om de maatregelen die zijn afgesproken naar aanleiding van het Doxis-rapport van 2022 te borgen, in het programma Informatie op Orde, en voor structureel beheer om

22

de informatie blijvend te beheren na afronding van het programma. Zonder deze middelen lopen wij grote risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer. 27. Versterking financiële functie Dit betreft de uitvoering van het Verbeterplan Financiële processen binnen het organisatieonderdeel Financien, Inkoop en Juridische zaken en het in samenhang daarmee optimaliseren van financiële processen binnen organisatieonderdeel Ruimte. De structurele kosten daarvan bedrag 1,050 miljoen euro. Het verbeterplan FIJ is in de Raadsbrief over het groter tekort op inkomsten vanuit het Rijk toegezegd en behelst de doorlichting van de gemeentebrede financiële functie en de aanpak van de versterking daarvan. Daarbij is bijzondere aandacht voor versterken van de grip op de inkomende en de uitgaande geldstromen. We nemen robuuste interne maatregelen en gaan de specialistische kennis, de checks en balances en de toepassing van het 3-lijnen model (controle in de organisatie, door control en door audit) versterken. We werken aan intensivering van de begeleiding, ondersteuning en opleiding van huidige medewerkers en het opstellen van procesbeschrijvingen en werkinstructies 28. Wonen programmateam Dit gaat zowel om inzet van mensen als materieel om meer woningen te realiseren (0,884 miljoen euro in 2025).

Onderdelen van de aanpak zijn het beter benutten bestaande voorraad (verhuispremie, onderzoek doorstroming etc.), extra inzet van Het Vierde Huis (toegenomen inzet als gevolg van meer toedeling woningen aan doelgroepen), aankoop vastgoed, bijdrage van de regio inzetten, verwerven subsidies versnellen permanente woningbouw en aanjagen tijdelijk wonen. 29. Wonen aankoop vastgoed Via aankoop van vastgoed (kantoren en/of woningen) kan extra woonruimte in het sociaal segment worden gerealiseerd voor zowel regulier woningzoekenden als personen in kwetsbare situaties. Voor de aankoop, verbouw en beheer moeten mogelijk initiële kosten worden gemaakt. Vooralsnog is de doelstelling om in 2025 100 woonplekken te realiseren en in 2026 200 woonplekken. Dit kan via aankoop gehele woningen en/of transformatie van kantoren. We stellen voor om hiervoor financiële ruimte te bestemmen in de reserve betaalbaar wonen (zie raadvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2024). 30. Wonen compensatie niveau productie sociale huurwoningen Om de productie van de permanente sociale huurwoningen conform planning door te laten gaan hebben de woningcorporaties financiële compensatie van 800.000 euro per jaar gevraagd voor de coalitiemaatregel Stop de Verkoop (verkoop van sociale huurwoningen, circa 100 woningen per jaar).

We realiseren deze compensatie met beleidsmatige maatregelen, zoals de lijn van “eisen in de ijskast”, projecten van de corporaties voordragen voor rijks en provinciale subsidies en subsidiebijdragen aan flexwoningen. Deze beleidsmaatregelen vertegenwoordigen een waarde vergelijkbaar met de gevraagde financiële compensatie. Het overleg met de corporaties over deze beleidsmaatregelen is in een afrondende fase. 31. Schaarse rechten Markten en Havens We voldoen momenteel niet aan de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot de schaarse rechten. De huidige Marktverordening en vergunningen voor waterexploitanten gaan uit van vergunningen voor onbepaalde tijd. Vanuit de Europese Dienstenrichtlijn moeten deze vergunningen worden aangepast. Het systeem van toewijzing van deze vergunningen voor bepaalde tijd moet worden ontwikkeld en aangepast. Veel zaken zijn nog onduidelijk zoals de vergunningsduur, een overgangstermijn en de branchering. Hiertoe is nu extra onderzoek nodig. Het niet aanpassen kan leiden tot juridische procedures. De kosten hiervan worden geraamd op 0,168 miljoen euro in 2024, 0,335 miljoen euro in 2025 en 0,168 miljoen euro in 2026. 23

Niet ingepaste onderwerpen Sinds de vaststelling van de voorjaarsnota in juli 2023 is een aantal beleidsnota’s en andere voorstellen door de raad vastgesteld of een motie aangenomen, waarin aan de raad is toegezegd om nadere benodigde middelen mee te nemen bij de integrale afweging in de voorjaarsnota. Gelet op de financiële ontwikkelingen zijn alleen de noodzakelijke knelpunten en bijsturingen ingepast. De volgende wensen vanuit de raad zijn niet meegenomen in het financieel beeld: •

• •

•

Vergroenen schoolpleinen (motie 248): de motie 23/M248 "Ook ongelijk investeren bij vergroening schoolplein", d.d. 6 juli 2023, draagt op om ongelijk te investeren in het vergroenen van pleinen. Verkiezingsborden (motie 35): dit betreft de ongedekte aangenomen motie waarin de raad vraagt om vanaf 2024 standaard bij iedere verkiezing verkiezingsborden te plaatsen. Sanitaire voorzieningen niet commerciële terrassen (raadsbrief 6 juni 2023): er is op dit moment géén budget voor de realisatie en het beheer/schoonmaak van nieuwe toiletten. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van nieuwe voorzieningen. Daarnaast zijn de kosten voor het dagelijks onderhoud van de toiletvoorzieningen de afgelopen tijd snel gestegen. Plekken voor jongeren (motie 143): naast een visie op jongerenplekken ook daadwerkelijk jongerenplekken te realiseren.

24

3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen Bij de start van deze coalitie omschreven we de groeiende ongelijkheid in onze stad, de grote woningnood en de klimaatcrisis als de belangrijkste onderwerpen waar we mee aan de slag moesten. En dat hebben we in het afgelopen jaar ook op verschillende manieren gedaan. Dat heeft onder meer geresulteerd in een aantal richtinggevende stukken voor uw raad. In het Uitvoeringsprogramma Ongelijk investeren voor gelijke kansen (15 december 2023) laten we zien hoe we dit principe toepassen op alle beleidsterreinen. Een principe dat de keuzes van onze investeringen beïnvloedt en richting geeft aan beleid en uitvoering. De Startnotitie Klimaatvisie (vastgesteld 9 december 2023) bevat een aantal uitgangspunten om onze ambitie vast te stellen en richting te geven aan de gezamenlijke klimaatinspanning die we kunnen, willen en moeten leveren. En in de brief Aanpak opstellen beleidsnota Wonen (28 november 2023) schetsen we onze aanpak om te komen tot een nieuwe beleidsnota, die beter past bij onze wens om meer regie te hebben op de volkshuisvesting. Inmiddels is er veel veranderd sinds het coalitieakkoord verscheen. Grote delen van beleid en uitvoering lopen gewoon door. Maar er zijn ook ontwikkelingen in de maatschappij die we niet konden voorzien en waar we nu echt (extra) maatregelen op moeten nemen.

In dit hoofdstuk gaan we in op die ontwikkelingen en de bijsturing die daarop nodig of gevraagd is.

3.1 Hervormingen sociaal domein In de Voorjaarsnota 2023 beschreven we al de toenemende druk op het sociaal domein als gevolg van afnemende financiële middelen, arbeidsmarktkrapte in de zorg en gebrek aan zowel ruimte voor passende voorzieningen als woningen voor aandachtsgroepen. Destijds werd een structureel tekort van 21 miljoen euro vanaf 2026 voorzien, waarvan 16,1 miljoen euro als taakstelling werd gekoppeld aan hervormingen in het sociaal domein. In deze voorjaarsnota gaan we kort in op de stand van zaken. In de raadsbrief die wij parallel aan deze voorjaarsnota met u delen gaan wij dieper in op de voortgang van de hervormingen. Naast de hervormingen sociaal domein werken ook de concrete bezuinigingsmaatregelen (zoals toegelicht in hoofdstuk 4.3) door in het sociaal domein. Maatregelen die raken aan de hervormingen sociaal domein worden in samenhang daarmee opgepakt en gevolgd. Door de inzet van de maatregelen en hervormingen wordt de taakstelling 2024 van de hervormingen sociaal domein naar verwachting gerealiseerd. Zoals ook aangegeven in de raadsbrief taakstelling 2024 hervormingen sociaal domein (26 maart 2024) is de werkelijke opbrengst van de maatregelen voor jeugd nog onzeker, waarschijnlijk wordt die pas vanaf het vierde kwartaal 2024 zichtbaar. Deze maatregelen tellen op tot 5,9 miljoen euro en werken ook door in de jaren na 2024.

Gezien de onzekerheden in 2024, is in onderstaande tabel de taakstelling 2024 als uitgangspunt voor de opbrengst van de maatregelen in 2024 genomen. We blijven verder werken conform de drie lijnen uit de Voorjaarsnota 2023 waarbij de inzet is dat de resterende taakstelling per 2027 gerealiseerd kan worden (zie hieronder). We liggen op koers, op dit moment is er geen noodzaak tot bijsturen op de hervormingen sociaal domein.

25

Maatregelen 2024

2024

2025

2026

2027

Structureel

5.670

5.931

5.931

5.931

5.931

2.299

8.833

10.131

10.131

8.230

14.764

16.062

16.062

Hervormingen vanaf 2025 Totaal taakstelling

5.670

De aanpak komt in 2025 en de jaren daarna tot concretisering in de samenwerking met onze partners en in de bijstelling van beleid. Bijvoorbeeld in de vorm van aanscherping van contracten en addenda op beleidsnota’s op het terrein van de Wmo en Jeugdhulp. Hieronder benoemen we per lijn kort in welke richting we werken: 1.

2.

3.

Samen aan de slag – in lijn met de uitgangspunten heeft de raad sinds de Voorjaarsnota 2023 een aantal beleidsnota’s vastgesteld en er zullen er nog een aantal volgen. Bij het opstellen hiervan worden inwoners betrokken. Vanuit het uitgangspunt balans in partnerschap en rekenschap is geïnvesteerd in sturing door onder andere versterking van het accounthouderschap. Ook wordt meer gestuurd op de beweging naar voren: hulp of ondersteuning wordt zoveel mogelijk door het eigen netwerk van inwoners of in de sociale basis geboden. Waar nodig is er hulp vanuit de generalistische basiszorg of aanvullende zorg/ondersteuning. Inhoudelijke aanpak – in lijn met de uitgangspunten zetten we in op bijvoorbeeld innovatie van zorg/ondersteuning (onder andere groepsgericht aanbod en inzet van ‘blended care’) zodat die beschikbaar blijft voor mensen die dat het hardst nodig hebben. Daarnaast zetten we in op aanpak van grondoorzaken (het belang van bijvoorbeeld financiële bestaanszekerheid of een passende woning) waardoor zorg/ondersteuning vanuit Wmo/Jeugd minder als overbruggingszorg of symptoombestrijding wordt ingezet. Ook zetten we in op simpeler organiseren van zorg en ondersteuning. Financiële uitgangspunten – de financiële strategie is dat het grootste deel van de besparing op aanvullende zorg plaatsvindt en dat het budget voor de basiszorg en sociale basis gelijk blijft of licht daalt.

Eventuele substantiële verschuivingen van cliëntaantallen van aanvullende zorg naar basiszorg dan wel van basiszorg naar sociale basis kunnen aanleiding zijn om budget te verschuiven.

Inwoners gaan de impact van de hervormingen voelen. Zo gaan zij merken dat zorg en/of ondersteuning anders is dan zij gewend waren (bijvoorbeeld groepsgericht in plaats van individueel) en dat als gevolg van ongelijk investeren zorg en/of ondersteuning minder wordt. Inzet is dat we – in lijn met het amendement “Utrechtse basis is een absoluut minimum bij bezuinigingen” - de Utrechtse basis waarborgen. Mocht dit onder druk komen te staan dan zullen we u hierover informeren en eventuele keuzes aan u voorleggen. Hoewel we stevig inzetten op hervormingen is de exacte omvang van de opbrengsten voor 2025 en verder nog lastig in te schatten. Bovendien hangt de realisatie van de taakstelling in de gewenste richting in belangrijke mate af van het wegnemen van belemmeringen in aangrenzende domeinen, zoals het medische domein, het ruimtelijke domein (huisvesting), onderwijs, participatie en inkomen. Tegelijkertijd zien wij dat er zowel financieel als inhoudelijk nieuwe uitdagingen opdoemen die doorwerken in het sociaal domein. Naast de extra bezuinigingen die gemeentebreed nodig zijn, blijken bijvoorbeeld de aannames onder de decentralisaties van 2015 wankel.

Zo loopt de transformatie naar een participatiesamenleving tegen grenzen aan, zijn er niet voldoende woningen om de beweging naar ambulantisering/zo lang mogelijk thuis wonen te faciliteren en leidt het dichtbij organiseren van zorg op korte termijn niet tot minder vraag (SCP-rapport Sociaal domein op koers).

26

Het is in Utrecht gelukt om met een consistente preventieve aanpak invulling te geven aan de Jeugdwet en Wmo met een budget dat substantieel lager is dan waar op basis van de verdeelsleutel gemeentefonds vanuit kan worden gegaan. De insteek van de hervormingen is dat zij niet afbreken wat afgelopen jaren is opgebouwd. We zien nu dat de rek uit de Wmo en Jeugdwet begint te raken, onder andere doordat kosten de afgelopen jaren stegen. Het risico bestaat dat als de gemeente onvoldoende investeert in preventieve en voorliggende voorzieningen in de Wmo en de Jeugdwet, de kosten voor aanvullende en individueel toegewezen (jeugd)zorg stijgen. Als gevolg van de wettelijke zorgplicht en jurisprudentie kan het beroep op dit type zorg niet worden genegeerd. In deze context is het zoeken naar de ruimte die we hebben. Over de voortgang van de hervormingen (inhoudelijk en financieel) rapporteren wij jaarlijks in de vorm van een raadsbrief die in Q4 wordt gedeeld. Dit is voor het eerst gedaan in Q4 2023 (raadsbrief stand van zaken hervormingen) en zal ook gebeuren in 2024 en 2025. Daarnaast wordt de reguliere begrotingscyclus benut om de raad op de hoogte te stellen en zo nodig bijsturingsmogelijkheden voor te leggen.

Na vaststelling van de voorjaarsnota zal de monitoring van de hervormingen sociaal domein worden gecombineerd met de overige bezuinigingsmaatregelen die u met deze voorjaarsnota vaststelt.

3.2 Wonen en opvang Er is een groot woningtekort in Utrecht en de druk op de woningmarkt zal de komende jaren hoog blijven. Regulier woningzoekenden kennen lange wacht- en/of zoektijden voor een sociale huurwoning. Kwetsbare groepen, zoals jongeren die verblijven in jeugdzorginstellingen, nieuwkomers met een verblijfsvergunning en mensen uit de maatschappelijke opvang zijn eveneens aangewezen op deze sociale huurwoningen. Daarnaast wordt er een steeds groter wordend beroep gedaan op huisvesting voor inwoners met een langdurige zorgvraag (zoals ouderen die langer thuis wonen en de extramuralisering van de Wlz). Het tekort aan huisvesting voor al deze kwetsbare doelgroepen leidt tot druk op het totale zorglandschap voor verblijf en opvang. Dit brengt diverse acute problemen met zich mee en leidt tot hogere maatschappelijke kosten, omdat we duurdere zorg langer inzetten dan nodig is, omdat mensen niet kunnen uitstromen, passende zorg wordt uitgesteld, omdat mensen niet kunnen instromen en veiligheidsproblemen ontstaan, omdat mensen op straat leven en slapen. De urgentie op dit vraagstuk wordt landelijk, en met name in de grote gemeenten, ervaren. Landelijk zien we tekorten in het aanbod van woonruimte in het sociaal segment (met name door stagnatie in de woningbouwproductie) en tegelijkertijd een stijgende vraag naar woningen voor kwetsbare doelgroepen.

De verwachting is dat het tekort aan woonplekken voor zowel regulier woningzoekenden als kwetsbare doelgroepen de komende jaren blijft bestaan in Nederland. Als gevolg daarvan zal de druk op de opvang toenemen: minder beschikbare woonruimte betekent een stijgende vraag naar maatschappelijke opvang. Mede daardoor stijgt het aantal dakloze mensen dat geen eigen vaste woon-of verblijfsplek heeft, in heel Nederland. Het profiel van groepen mensen met woononzekerheid en gebrek aan onderdak is de afgelopen jaren sterk veranderd. Twintig jaar geleden ging het vooral om een zeer kwetsbare groep dakloze mensen, vaak met ernstige lichamelijke, psychische en verslavings- problematiek die buiten sliepen en zichtbaar waren in publieke ruimte. Naast deze groep zijn er nu groter wordende groepen dakloze mensen die geen eigen woonplek hebben of deze dreigen te verliezen. Het gaat dan om economisch daklozen (met alleen een woonvraag), arbeidsmigranten, ongedocumenteerden, remigrantengezinnen en jongvolwassenen.

27

Ontbreken van betaalbare huisvesting en financiële bestaanszekerheid zijn de belangrijkste oorzaken van dakloosheid. Het tekort aan betaalbare woonruimte voor kwetsbare groepen zorgt voor druk op de totale opvangketen, omdat de plekken die worden ingenomen door rechthebbenden en statushouders niet kunnen worden ingezet voor de opvang van andere doelgroepen. Hiernaast hebben we te maken met een aantal autonome ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben die zorgen voor meer dakloze EU-arbeidsmigranten en ongedocumenteerden in onze stad zoals migratiestromen, landelijk beleid en geopolitieke ontwikkelingen. Deze autonome groei zorgt ook de laatste jaren voor een toenemende opvangbehoefte en hierdoor groter beroep op de koudweerregeling (KWR).

Bijsturing Wonen Bijsturing van beleid of uitvoering voor wonen is op onderdelen mogelijk. Afhankelijk van de ambitie kan in meerdere of mindere mate in de huisvestingsbehoefte van zowel de regulier woningzoekenden als de kwetsbare doelgroepen worden voorzien. Het tekort op huisvesting (en daarmee voorkomen van opvang) wordt aangepakt middels vijf treden: • • • • •

Permanente woningbouw Samenwerking in de regio Optimaliseren van de bestaande voorraad Inzet van eigen vastgoed en/of aankopen van vastgoed Tijdelijke woningbouw

Deze vijf treden worden in samenhang aangestuurd door een programmateam. Via dit programma proberen we een balans te vinden tussen de vraag naar en aanbod van sociale huurwoningen.

Bijsturing opvang Het tekort aan woningen werkt zoals eerder toegelicht door naar de maatschappelijke opvang. In deze voorjaarsnota maken we middelen vrij voor vier urgente knelpunten bij opvang. Deze worden deels gedekt door ruimte in programma Passende ondersteuning en opvang. Het betreft de stijgende opvangbehoefte voor reguliere dakloze mensen door een tekort aan woningen, de autonome groei van het aantal dakloze EU-arbeidsmigranten en ongedocumenteerden, een structurele aanpak van de KWR (zie ook onze raadsbrief van 14 februari) en opvang voor statushouders waar nog geen reguliere woonplek voor is gevonden. De financiële uitwerking en toelichting vindt u in hoofdstuk 2.4.

3.3 Investeringen in de groei van de stad De basis voor het ruimtelijke investeringsprogramma is de RSU 2040. Deze laat zien hoe we verschillende ambities voor ontwikkeling van de stad met elkaar combineren. Als middel hiervoor gebruiken we de Utrechtse barcode. De barcode toont dat een groeiende stad niet alleen behoefte heeft aan meer woningen, maar ook aan extra werkplekken, groen, maatschappelijke voorzieningen, energieinfrastructuur et cetera. Met ons investeringsprogramma streven we ernaar dat het voorzieningenniveau meegroeit met het aantal inwoners van de stad, met extra aandacht voor wijken waar meer kansengelijkheid wenselijk is. De ambities uit de RSU 2040 zijn hoog en de middelen om deze te bereiken zijn beperkt. De mate waarin ontwikkelingen in de stad op koers liggen met de RSU 2040, zowel tempo, kwantitatieve als de kwalitatieve ontwikkeling, deint mee met de economische ontwikkeling van het land en de landen om ons heen. De (on)mogelijkheden die wij als stad hebben om koers te houden zijn onlosmakelijk verbonden met macro-economische en financiële ontwikkelingen. Sinds de oorlog in Oekraïne zien we bijvoorbeeld wereldwijd kostenstijgingen en onzekerheid in financiële markten. Dit heeft effect gehad op rentestanden en inflatieontwikkelingen. Hierdoor stellen veel investeerders hun investeringsbeslissingen uit.

28

We zien dat het aantal opleveringen van nieuwe woningen in 2024 van naar verwachting 2.230 woningen nog ver van onze ambitie ligt. Tegelijkertijd zien we het aantal verleende omgevingsvergunningen toenemen. Vanaf 2025 verwachten we onze ambitie om 3.000 woningen per jaar te bouwen weer te kunnen realiseren, mits de impact van netcongestie geen roet in het eten gooit. De problematiek op het elektriciteitsnet kan behoorlijk impact gaan hebben op het tempo van de woningbouw en ook op andere onderwerpen zoals het vestigen van bedrijven in Utrecht, verduurzaming van bestaand vastgoed maar ook op de ambities en de doelstellingen op de energietransitie. De enorme druk op de woningmarkt, de vraag naar betaalbare en sociale woningen in combinatie met de opgave van de zoektocht om vluchtelingen en asielzoekers te huisvesten, leggen een extra druk om de ruimtelijke inpassing, bekostiging en keuzes die ten koste gaan van andere– óók dringende – dossiers. Het knelt. Met dit gegeven en de benoemde ambities in de RSU 2040, moeten we op dit moment constateren dat het realiseren van deze ambities verder weg komt te liggen. Bovengenoemde effecten zetten in ieder geval het tempo van het realiseren van de ambities en doelstellingen van de RSU 2040 behoorlijk onder druk. De RSU 2040 is opgesteld in de context van gunstige marktomstandigheden. Toen was het al complex om alle ambities te realiseren.

Het vastgestelde beleid willen we graag een plek geven in de plannen, maar we dienen ook rekening te houden met de belangen en wensen van anderen, zoals bedrijven, marktpartijen, corporaties en niet te vergeten inwoners. Dit legt spanning op het snel realiseren van de ontwikkelingen binnen de hiervoor beschikbare budgetten. Dit wil niet zeggen dat er geen oplossingen zijn om toch zo veel mogelijk tempo te blijven maken. In 2023 zijn we gestart met het nemen van maatregelen om ontwikkelingen te blijven stimuleren en daarbij rekening te houden met de 'groei in balans' doelstellingen. Dit uitte zich in bijvoorbeeld regie te nemen op onderwerpen als grondposities (met toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten), blijven investeren in sociale huisvestingsvraagstukken/tijdelijke huisvesting, optimaal gebruikmaken van de rijkssubsidies om woningbouwprojecten toch te laten starten, maar ook door onze Utrechtse aanpak van specifieke, projectgerichte maatregelen, gericht op betaalbaar wonen, waarin we soms concessies doen op eerder vastgesteld beleid om projecten vlot te trekken. Meebewegen wanneer tegenwind wordt ervaren is hierbij van belang. Als projecten door externe omstandigheden onder druk staan, ligt het meer voor de hand om per project maatwerk toe te passen, dan wanneer de omstandigheden voor woningbouw gunstig zijn.

De gemeentebrede bezuinigingsopgave maakt dat we de investeringen in het ruimtelijk domein kritisch tegen het licht moeten houden. De bezuinigingsopgave heeft impact op kwaliteit en tempo waarmee we ambities uit de RSU 2040 en het coalitieakkoord realiseren. Daarin zien we geen aanleiding om de visie voor de lange termijn inhoudelijk bij te stellen, bijvoorbeeld door minder in te zetten op woningbouw of door thematische doelstellingen aan te passen. Wel zullen de toevoeging van nieuwe voorzieningen, de vergroening van de stad en de omslag naar duurzame vormen van mobiliteit meer tijd vergen en we zullen vaker genoegen moeten nemen met minder hoge kwaliteit. We maken geen keuze tussen woningbouw of voorzieningen; het gaat om de balans. We vinden het verantwoord structureel 7,3 miljoen euro per jaar te bezuinigen op ruimtelijke investeringen. In paragraaf 4.3.3 beschrijven we op hoofdlijnen de samenstelling van dit bezuinigingspakket. Deze bezuiniging betekent dat tot en met 2040 115 miljoen euro minder beschikbaar is voor ruimtelijke investeringen. Dat heeft gevolgen in de stad: minder verhoging kwaliteit van de openbare ruimte dan wenselijk, minder toevoeging van groen in en om de stad in verhouding tot de toevoeging van woningen en minder investeren in bereikbaarheid (voetganger, fiets, ov).

Ook de investeringen in maatschappelijke voorzieningen blijven achter bij het ambitieniveau uit de RSU 2040, met name voor sport. De investeringsruimte die beschikbaar blijft, willen we gericht inzetten waar dat het hardste nodig is. Hierbij 29

geven we voorrang aan plekken in de stad waar kansenongelijkheid zich concentreert. Vooral daar willen we achterstanden inlopen, bijvoorbeeld met maatregelen tegen hittestress en met toevoeging van speelplekken in de openbare ruimte. In het Meerjarenperspectief Ruimte 2024 geven we een overzicht van de ruimtelijke investeringen, gekoppeld aan monitoringsinformatie voor thematische opgaven en gebieden in de stad. Specifiek voor mobiliteit geldt dat we in de meerjarenraming budget beschikbaar houden voor de schaalsprong ov. Op basis van de onderzoeksresultaten van de MIRT-verkenning ov en wonen zullen we in 2024 en 2025 met de projectpartners (Rijk, provincie, gemeente Nieuwegein) voorkeursalternatieven onderzoeken voor de eerste stap van de schaalsprong ov. Daarbij hanteren we de eerder met de partijen en de raad gemaakte afspraken over de verkenning. Mocht het blijken dat daarbij inhoudelijk of financieel aanpassing of aanvulling van de bestaande afspraken nodig is, dan betrekken we de raad daarbij.

3.4 Netcongestie We werken aan een klimaatvriendelijker Utrecht. Maar het stroomnet kan de toenemende vraag door groei en verduurzaming niet aan. De regio Utrecht zit nu in congestiefase 1. Nieuwe aanvragen voor grootverbruikaansluitingen komen op een wachtlijst, waarschijnlijk tot 2029. Op dit moment is het niet mogelijk om stroom te krijgen voor bijvoorbeeld de vestiging van een supermarkt, de uitbreiding van een distributiecentrum, de bouw van een school of een laadplein. De huidige mate van netcongestie heeft grote impact op geplande nieuwe woningen in de stad, op geplande nieuwe bedrijfsoppervlakte en ook op gemeentelijke vastgoedprojecten, zie ook de raadsbrief van 18 december 2023 en knelpunt 19 in hoofdstuk 2.4. De betreffende bouwprojecten kunnen de komende jaren alleen doorgaan als hun belasting van het stroomnet wordt beperkt met aanvullende maatregelen. Dit zal niet in alle gevallen mogelijk zijn. Waar wel mogelijk, zijn deze maatregelen kostenverhogend. Als de mate van congestie toeneemt, zal de impact op de bouwprojecten stijgen en het potentieel voor oplossingen afnemen. Dat is inmiddels het geval. De kans is aanzienlijk dat Utrecht naar congestiefase 2 gaat. Dan komen ook aanvragen voor nieuwe kleinverbruikaansluitingen op een wachtlijst.

Dit zou betekenen dat de bouw van een huis, de verzwaring van een huisaansluiting voor een warmtepomp en het plaatsen van een laadpaal niet meer mogelijk zijn. De stad gaat op slot, met negatieve gevolgen voor de economie, het woon- en leefklimaat, welzijn en welvaart. De provincie Utrecht heeft een Energy Board ingesteld om de aanpak van netcongestie te coördineren. Hierin zitten naast de provincie netbeheerders Tennet en Stedin, de kerngemeenten Amersfoort en Utrecht, vertegenwoordigers van de RES-regio’s en van het rijk. Gezamenlijk stellen zij onder leiding van het rijk een noodplan op om verdere verergering van de netcongestie in het FGU-gebied (Flevoland, Gelderland en Utrecht) te voorkomen. Het maatregelenpakket omvat onder meer congestiemanagement voor bedrijven, technische maatregelen op het netwerk, netbewust laden, netbewuste woningbouw, net-efficiënte installaties voor bestaande bouw (o.a. warmtepompen) en decentrale regelbare opwek, bijvoorbeeld gasgeneratoren. Als gemeente kunnen we daarnaast verschillende dingen doen om de druk op het stroomnet te beperken.

Voorbeelden zijn het stopzetten van de inkoopactie voor warmtepompen, tijdelijk fossiele oplossingen kiezen door ons eigen vastgoed aardgasvrijready te renoveren maar de laatste stap naar aardgasvrij uit te stellen en het advies aan bewoners om een hybride warmtepomp te kiezen in plaats van een volledig elektrische.

30

4. Financiële strategie Het financiële vertrekpunt van de voorjaarsnota vraagt om inhoudelijke keuzes om het structureel tekort op te lossen. De financiële strategie die we hebben uitgewerkt om het tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Utrecht te versterken, bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4.

Financieel-technisch beleid Haalbaarheid investeringsbegroting tegen het licht: reëel ramen Concrete bezuinigingsvoorstellen Aanvullende opdracht bezuinigingsrichtingen langere termijn: aanvullende hervormingsbezuinigingen 5. Opbrengstenverhogingen 6. Kasschuif

Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Startsaldo Voorjaarsnota 2024

-96.888

-61.253

-97.921

-96.726

-94.207

-93.404

1. Financieel-technisch beleid

96.259

23.399

10.518

13.327

10.357

12.806

2. Reëel ramen

7.423

8.475

10.181

7.132

2.668

850

3. Concrete bezuinigingsmaatregelen

3.337

10.337

24.247

32.392

33.615

32.138

0

0

20.000

23.000

24.000

25.000

4. Hervormingsbezuinigingen 5. Opbrengstenverhoging

0

19.043

22.066

22.610

22.610

22.610

6. Kasschuif

-10.131

0

10.909

-1.735

957

0

Financiële strategie

96.888

61.253

97.921

96.726

94.207

93.404

0

0

0

0

0

0

Eindsaldo Voorjaarsnota 2024

De kasschuif verrekent overschotten en tekorten in de afzonderlijke jaren en werkt neutraal over de jaren. Daarom lichten wij de kasschuif hieronder niet verder toe.

4.1 Financieel-technisch beleid In het financieel-technische beleid maken we enerzijds inschattingen voor de inkomsten vanuit het Rijk en anderzijds kijken we naar financieel technische mogelijkheden, zoals inzet van het eigen vermogen (reserves), om met name het tekort voor de korte termijn (2024 en 2025) op te lossen. Daarnaast stellen wij enkele financieel-technische maatregelen voor. Onderstaande tabel geeft een specificatie van de verschillende onderdelen.

31

Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

0

-14.900

14.904

17.774

14.600

17.100

Vrijval vaste activareserve

203.037

0

0

0

0

0

Dotatie Algemene dekkingsreserve

-149.274

0

0

0

0

0

Dotatie Algemene reserve

-28.563

0

0

0

0

0

Dotatie reserve Personeelskosten bezuinigingen

-5.000

0

0

0

0

0

Dotatie reserve Implementatie en uitvoering hervormingen

-2.500

0

0

0

0

0

Dotatie reserve Vervanging zwembaden

-11.500

0

0

0

0

0

Dotatie reserve Tarieven sportaccommodaties

-5.000

0

0

0

0

0

Dotatie reserve Werken naar werk

-1.200

0

0

0

0

0

Structurele (kapitaal) lasten

-11.977

-10.755

-10.592

-10.403

-10.074

-10.000

Onttrekking Algemene dekkingsreserve

105.936

43.338

0

0

0

0

2.300

10

500

250

125

0

0

5.706

5.706

5.706

5.706

5.706

96.259

23.399

10.518

13.327

10.357

12.806

Risico-inschattingen Rijksinkomsten Inzet eigen vermogen

Financieel-technische maatregelen Start afschrijving per 1 januari Indexering maximeren op prijscompensatie gemeenfonds Totaal financieel-technisch beleid

4.1.1 Risico-inschatting voor de verwachte Rijksinkomsten Actuele onzekerheden en ontwikkelingen gemeentefonds De inkomsten uit het gemeentefonds blijven onzeker, de meest omvangrijke onzekerheid is het herstel van de korting op het gemeentefonds vanaf 2026. Maar er is ook sprake van beweging. Het demissionaire kabinet heeft in zijn voorjaarsnota voorgesteld extra middelen beschikbaar te stellen om omissies te corrigeren. Zo komt de opschalingskorting vanaf 2026 definitief te vervallen en wordt de groei van de Wmo-kosten reëel gecompenseerd. Daar staat een eenmalige korting in 2025 tegenover. Dit voorstel moet nog worden vastgesteld door de Tweede kamer en blijft daarom onzeker. Naar verwachting geeft de Meicirculaire 2024 duidelijkheid. Met deze extra middelen worden twee weeffouten in het gemeentefonds gecorrigeerd. Maar van passende inkomsten voor de uitvoering van onze taken is nog geen sprake. Zo blijft de korting vanaf 2026 grotendeels staan (2,3 miljard euro) en willen we reële compensatie voor nieuwe taken als de Omgevingswet en voldoende middelen voor de vervanging van oude infrastructuur. De compensatie hiervan hebben we via de VNG meegegeven aan de onderhandelaars van een nieuw kabinet. Een kabinet dat daarnaast ook moet bezuinigen. Naast deze onzekerheid worden er ook onderzoeken naar de verdeling van het gemeentefonds uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=9cff2e3f-bec6-4477-a7db-efdf21985dc8