Agendabundel
Tekst van het document
d. De omvang van hervormingsbezuinigingen vast te stellen op een bedrag van 20 miljoen euro in 2026, 23 miljoen euro in 2027, 24 miljoen euro in 2028 en structureel vanaf 2029 25 miljoen euro volgens de leidende principes: • Kritisch kijken naar de gemeente zelf en de gemeentelijke organisatie. • Bij het efficiënter en slimmer organiseren ook kijken naar de samenwerking met partners in stad en regio 2
• • •
Onderzoeken of het overlaten van werkzaamheden aan onze inwoners en ondernemers leidt tot een bezuiniging, naast dat zij daarmee meer verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen leven en omgeving. Minder beleid ontwikkelen, zodat in onze uitvoering de basis op orde kan worden gebracht en gehouden. Kijken naar de ‘Utrechtse plus’ ten opzichte van andere gemeenten: terug naar de basis van taken en dienstverleningsniveau.
en voor de besluitvorming aan te sluiten bij de producten van de begrotingscyclus, volgens de volgende stappen: • Voorjaarsnota 2024 (juli 2024): besluiten over de leidende principes en het proces • Begroting 2025 (november 2024): besluiten over de kansrijke hervormingsthema’s met indicatieve bedragen per thema • Maart-april 2025: raadsbrief met voortgang • Voorjaarsnota 2025 (juni 2025): besluiten over de hervormingsvoorstellen met bezuinigingsbedrag en wijze van uitvoering e. Opbrengstenverhogingen vast te stellen (zoals toegelicht in paragraaf 4.5), bestaande uit • Meer kostendekkend maken van leges, verhoging van de opbrengsten met 0,293 miljoen euro in 2025, 0,566 miljoen euro in 2026 en 1,110 miljoen euro structureel vanaf 2027; • Verhoging van de OZB met 12%, structurele verhoging van de opbrengsten vanaf 2025 met 18 miljoen euro; • Toeristenbelasting van 7% naar 10% van de overnachtingsprijs, structurele verhoging van de opbrengsten vanaf 2026 met 2,25 miljoen euro; • Opbrengsten gemeentelijke parkeergarages, structurele verhoging van de opbrengsten vanaf 2025 met 1,250 miljoen euro. f.
In te stemmen met een kasschuif van de resultaten van de jaren 2024 tot en met 2028, zoals opgenomen in het financiële beeld in paragraaf 4.1, via de Algemene dekkingsreserve om het saldo van de begroting vanaf 2024 in evenwicht te laten zijn.
3. De mutaties uit de Eerste Bestuursrapportage 2024 vast te stellen en te verwerken in de programmabegroting, bestaande uit: a. Budget neutrale bijstellingen: i. De budget neutrale bijstellingsvoorstellen zoals opgenomen in paragraaf 7.1- 7.6 ii. De wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten, zoals toegelicht in hoofdstuk 7.7 b. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 c. Het instellen/wijzigen van nieuwe reserves: i. Reserve Gebruikersinvestering Culturele voorziening Leidsche Rijn: Aanpassing looptijd van 01.01.2026 naar 01.01.2028, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 3 ii. Reserve Inburgering om de kosten voor de vertraagde instroom de aankomende jaren op te kunnen vangen en inburgeraars te begeleiden overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 3. d. Het GEHEIM Addendum Eerste Bestuursrapportage 2024 4. De ‘Eerste technische wijziging 2024’ vast te stellen, waarmee technische mutaties en de administratieve verwerking van besluiten van de gemeenteraad worden opgenomen in de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming. 5. Hiermee de Voorjaarsnota 2024 en Eerste Bestuursrapportage 2024 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2024 en verder.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
3
de secretaris,
de burgemeester,
Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage ‘A Investeringsprojecten Ontwikkelen en wonen voor iedereen’ en bijlage ‘B Investeringsprojecten Parkeergarages” en het Addendum Eerste Bestuursrapportage 2024 op grond van artikel 87 van de Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 sub b en i van de Wet open overheid totdat aanbestedingen zijn uitgevoerd, de onderhandelingen zijn afgerond en de projecten zijn afgerond. De bijlagen bevatten financiële informatie voor de gemeentelijke inzet en de strategie per project. Deze informatie kunnen marktpartijen gebruiken bij aanbestedingen en onderhandelingen met de gemeente. Het is van belang dat marktpartijen geen inzage krijgen in onze financiële mogelijkheden, de inzet per project en strategische doelen die de gemeente daarmee wil bereiken.
4
Samenvatting De financiële positie van de gemeente Utrecht is het afgelopen jaar verslechterd. Vooral als gevolg van tegenvallende inkomsten van het Rijk is het tekort op de gemeentelijke begroting fors toegenomen. In deze voorjaarsnota worden keuzes voorgesteld om dit tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Utrecht te versterken. Deze strategie bestaat uit onderstaande onderdelen, waarbij zowel gekozen wordt binnen als tussen de onderdelen: • Financieel strategisch beleid • Haalbaarheid investeringsbegroting tegen het licht: reëel ramen • Concrete bezuinigingsvoorstellen • Aanvullende opdracht bezuinigingsrichtingen langere termijn: aanvullende hervormingsbezuinigingen
Context Aanleiding Onderdeel van de Utrechtse begrotingscyclus zijn de voorjaarsnota en de bestuursrapportages. In de voorjaarsnota wordt meerjarig vooruitgekeken en worden de ontwikkelingen geschetst, indien nodig wordt beleid aangepast of geïntensiveerd en wordt het financiële beeld geactualiseerd. De voorstellen in de Voorjaarsnota 2024 zijn de basis voor het opstellen van de Programmabegroting 2025. Tegelijk met de Voorjaarsnota 2024 wordt u ook de Eerste Bestuursrapportage 2024 over de eerste drie maanden van dit begrotingsjaar voorgelegd. In deze bestuursrapportage rapporteert het college over de uitvoering voor het jaar 2024 van de programma’s en investeringsprojecten, over grote ontwikkelingen die de uitvoering mogelijk beïnvloeden, en worden voorstellen gedaan om de begroting budgetneutraal bij te stellen. Juridische context De gemeenteraad heeft het budgetrecht, dit wil zeggen de bevoegdheid om financiële middelen toe te wijzen aan de verschillende gemeentelijke taken en ervoor te zorgen er geen financieel tekort is. Dit is opgenomen in artikel 189 en verder van de Gemeentewet. Conform de Financiële Verordening van de gemeente Utrecht biedt het college aan de raad in het lopende jaar twee bestuursrapportages aan en ieder jaar vóór 1 juni een voorjaarsnota die de basis vormt voor de programmabegroting van het volgende jaar (jaar t+1).
Het instellen van reserves en het toevoegen en onttrekken van bedragen aan de reserves is een raadsbevoegdheid, dit overeenkomstig de nota Reserves. Beslistermijn Conform artikel 2 Beleidscyclus lid 2 van de Financiële Verordening stelt de Voorjaarsnota 2024 en Eerste Bestuursrapportage 2024 uiterlijk op 14 juli 2024 vast, net als de jaarstukken en het MPR. Beoogd effect De Voorjaarsnota 2024 geeft inzicht in de actuele financiële ontwikkelingen, zowel beleidsmatig als financieel, op basis waarvan de integrale afweging kan plaatsvinden van middelen en beleidsmaatregelen. De voorjaarsnota biedt een basis voor een reële en sluitende Programmabegroting 2025. Met het vaststellen van de mutaties uit de Eerste Bestuursrapportage 2024 wordt de Programmabegroting 2024 aangepast aan de actuele ontwikkeling en worden de uitgaven van het college voor deze ontwikkelingen rechtmatig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Programmabegroting 2023; 10 november 2022
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het geactualiseerde financiële vertrekpunt ten opzichte van de Programmabegroting 2024 vast te stellen met in totaliteit een startsaldo van 96,888 miljoen euro (nadeel) 5
in 2024, van 61,253 miljoen euro (nadeel) in 2025, van 97,921 miljoen (nadeel) in 2026, van 96,726 miljoen euro (nadeel) in 2027, van 94,207 miljoen euro (nadeel) in 2028 en vanaf 2029 93,404 miljoen euro (nadeel) structureel, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 bestaande uit: a. De autonome ontwikkelingen met een bedrag van 79,308 miljoen euro (nadeel) in 2024, van 47,034 miljoen euro (nadeel) in 2025, van 46,386 miljoen euro (nadeel) in 2026, van 43,226 miljoen euro (nadeel) in 2027, van 45,984 miljoen euro (nadeel) in 2028 en vanaf 2029 47,441 miljoen euro (nadeel) structureel, zoals toegelicht in paragraaf 2.1 en 2.2. b. Het bestemmen van de inkomsten voor groei van de stad voor de uitgaven van deze groei met een bedrag van 9,151 miljoen euro in 2025, 6,621 miljoen euro in 2026, 8,911 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 12,336 miljoen structureel, zoals toegelicht in paragraaf 2.3. c. De knelpunten met een bedrag van 14,725 miljoen euro (nadeel) in 2024, 10,799 miljoen euro (nadeel) in 2025, 13,619 miljoen euro (nadeel) in 2026, 13,912 miljoen euro (nadeel) in 2027, 10,200 miljoen euro (nadeel) in 2028 en vanaf 2029 7,940 miljoen euro structureel (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 2.4. d.
Bijsturingen met een bedrag van 2,855 miljoen euro (nadeel) in 2024, 3,420 miljoen euro (nadeel) in 2025, 2,319 miljoen euro (nadeel) in 2026 en vanaf 2027 structureel 2,152 miljoen euro (nadeel) zoals toegelicht in paragraaf 2.4. Argumenten
1.a
Er zijn onvermijdelijke ontwikkelingen binnen en buiten Utrecht die het financieel beeld van de gemeente beïnvloeden Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2024 hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die het financiële beeld beïnvloeden. Deze zijn onvermijdelijk, zoals actualisatie van de inkomsten van het Rijk, inkomsten voor groei van de stad, stijgende prijzen, rente en knelpunten. Op basis van deze ontwikkelingen wordt de beschikbare financiële ruimte bepaald, het financiële vertrekpunt van deze voorjaarsnota.
1.b.
De groei van de stad vraagt om noodzakelijke investeringen De groei van de stad betekent niet alleen een uitbreiding van het aantal woningen en infrastructuur, het vraagt om uitbreiding van het voorzieningenniveau van scholen tot zorg, beheer van de nieuwe gebieden en toename van gebruik van diensten van de gemeente. Dit vraagt om investeringen in de nieuwe gebieden en bestaande stad en ook het verhogen van de uitvoeringsbudgetten voor de gemeentelijke taken. Door de groei ontvangen wij extra inkomsten uit het gemeentefonds door de groei van het aantal inwoners en extra OZB in verband met de toename van het aantal woningen. Door deze inkomsten te reserveren voor de groei van de stad, kunnen wij onze ambitie voor gezond stedelijk leven realiseren. In voorgaande jaren gingen we ervan uit dat inkomsten uit het gemeentefonds evenredig zouden toenemen met het aantal inwoners. De huidige ramingen gaan ervan uit dat de inkomsten uit het gemeentefonds voor minder meegroeien met het aantal inwoners. Bij deze Voorjaarsnota 2024 is daarom bij de berekening van het groeikader een pas op de plaats gemaakt en een behoedzaamheidscorrectie toegepast (een lager bedrag voor de toename algemene uitkering), vooruitlopend op een meer toekomstbestendige groeisystematiek bij de Voorjaarsnota 2025.
1.c
De knelpunten zijn onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar De gemeentelijke begroting staat voortdurend onder spanning door ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen, zoals de consequenties van wettelijke verplichtingen. Als de kostenstijging niet langer kunnen worden uitgesteld en ook niet kunnen worden opgevangen binnen de programma’s of door bijsturen van beleid dan moeten ze worden geaccepteerd en moet de begroting hiermee worden aangepast. Zo blijft de begroting reëel sluitend. Knelpunten voldoen aan drie criteria:
6
ze zijn onvermijdbaar (de activiteit is een wettelijke taak of verplichting), onuitstelbaar (de activiteit moet starten in 2024/2025) en onoplosbaar (niet binnen bestaande doelstelling- of programmabudgetten op te vangen).
1.d
Een aantal bijsturingen is noodzakelijk Dit zijn bijsturingen die niet volledig onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar zijn, maar een dusdanige urgentie hebben dat deze wel opgevolgd dienen te worden.
1.e
Het meerjarenbeeld voldoet aan de uitgangspunten van het financiële beleid Een meerjarenbegroting moet voldoen aan financiële randvoorwaarden. Ook onze toezichthouder, de provincie Utrecht, ziet daarop toe. Van belang zijn een begroting met een structureel evenwicht en een weerstandsvermogen dat toereikend is om risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen en ook de financiële indicatoren, zoals de schuldquote, zijn geactualiseerd in de Jaarstukken 2023 en zijn op niveau. Met de besluiten uit deze voorjaarsnota komen we tot een begroting met een structureel evenwicht, daarmee voldoen wij aan de twee genoemde randvoorwaarden.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Bij het opstellen van de voorjaarsnota is uitgegaan van het voorlopige resultaat van de Jaarstukken 2023 en Bestedings- en dekkingsvoorstellen. De controle van de accountant is nog niet afgerond en kunnen nog tot correcties leiden, waardoor het uiteindelijke rekeningresultaat kan wijzigen. De bestedings- en dekkingsvoorstellen worden gelijktijdig met de Jaarstukken 2023 ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Bij afwijkende besluitvorming wijzigt ook het beschikbare bedrag uit het jaar 2023 voor integrale afweging.
Beslispunt 2
In te stemmen met de financiële strategie met maatregelen om in deze voorjaarsnota te komen tot een sluitend financieel beeld bestaande uit: a. Financieel-technisch beleid van 96,259 miljoen euro in 2024, van 23,399 miljoen euro in 2025, van 10,518 miljoen euro voor 2026, 13,327 miljoen euro in 2027, van 10,357 miljoen euro in 2028 oplopend naar 12,806 miljoen euro structureel, zoals toegelicht in paragraaf 4.1, bestaande uit: i. Risico-inschatting Rijksinkomsten vanaf 2025 naar 17,100 miljoen euro structureel, zoals toegelicht in paragraaf 4.1.1; ii. Mutaties reserves, zoals toegelicht in paragraaf 2.4 en 4.1.2: Onttrekking aan de Vaste activareserve van 203,037 miljoen euro in 2024 • Dotatie aan de Algemene dekkingsreserve van 149,274 miljoen euro in 2024 • Dotatie aan de Algemene reserve van 28,563 miljoen euro in 2024 • Instellen van en dotatie aan reserve Personeelskosten bezuinigingen van 5 miljoen euro in 2024 • Instellen van en dotatie aan reserve Implementatie en uitvoering hervormingen van 2,5 miljoen euro in 2024 • Dotatie aan de Reserve Vervanging zwembaden van 11,5 miljoen euro in 2024 • Instellen van en dotatie aan Reserve Tarieven sportaccommodaties 5 miljoen euro in 2024 • Instellen en dotatie aan reserve Werken naar werk 1,2 miljoen euro in 2024 • Onttrekking aan de Algemene dekkingsreserve van 105,936 miljoen euro in 2024 en van 43,338 miljoen euro in 2025
7
iii.
iv.
• Onttrekking aan de reserve Werk en Inkomen van 0,796 miljoen euro in 2024, zoals toegelicht in paragraaf 2.4 • De reserve Betaalbaar wonen en woningbouwprojecten (gedeeltelijk) te bestemmen voor de aankoop van vastgoed en de compensatie van de productie van sociale huurwoningen, zoals toegelicht in paragraaf 2.4 knelpunten en bijsturingen Structurele (kapitaal)lasten verhogen, samenhangend met onttrekking aan de Vaste activareserve voor een bedrag van: • 11,977 miljoen euro in 2024, • 10,755 miljoen euro in 2025, • 10,592 miljoen euro in 2026, • 10,403 miljoen euro in 2027, • 10,074 miljoen euro in 2028 en • Vanaf 2029 structureel 10 miljoen euro. Aanpassing van begrotingsgrondslagen; • Met ingang van 2024 nieuwe investeringen af te schrijven per 1 januari, in plaats van het moment van ingebruikname van de bezitting en de nota WAAVA in overeenstemming met dit besluit aan te passen. Dit betekent een verlaging van de kapitaallasten met 2,3 miljoen euro in 2024, met 0,01 miljoen euro in 2025, met 0,5 miljoen euro in 2026, met 0,25 miljoen euro in 2027 en met 0,125 miljoen euro in 2028; • Ten behoeve van de indexering van de materiële kostenbudgetten in het vervolg vanaf 2025 de indexcijfers van het Rijk te volgen. Dit betekent een structurele verlaging vanaf 2025 met 5,706 miljoen euro.
b. Investeringen en kapitaallasten reëel te begroten door verlaging van de kapitaallasten van 7,423 miljoen euro in 2024, van 8,475 miljoen euro in 2025, van 10,181 miljoen euro in 2026, van 7,132 miljoen euro in 2027, van 2,668 miljoen euro in 2028 en vanaf 2029 structureel 0,85 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.2. c.
Concrete bezuinigingsmaatregelen vast te stellen, ter verbetering van het financieel saldo van 3,337 miljoen euro in 2024, van 10,337 miljoen euro in 2025, van 24,247 miljoen euro in 2026, van 32,392 miljoen euro in 2027, van 33,615 miljoen euro in 2028 en vanaf 2029 structureel 32,138 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.1 en 4.3.3. i. In verband met bezuinigingen op investeringen in 2024 0,203 miljoen euro te doteren aan de reserve Groei in balans, in 2025 0,191 miljoen euro te onttrekken, in 2026 0,386 miljoen euro te doteren en in 2027 0,398 miljoen euro te onttrekken. ii. In verband met mee- en tegenvallers op parkeerinkomsten en het investeringsdeel van het groeikader: • In 2024, 2025 en 2026 achtereenvolgens 3,023 miljoen euro, 3,509 miljoen euro en 0,710 miljoen euro toe te voegen aan de reserve Groei in balans; • In 2027 en 2028 achtereenvolgens 2,989 miljoen euro en 2,668 miljoen euro te onttrekken aan de reserve Groei in balans; • Het saldo van deze toevoegingen en onttrekkingen in de reserve Groei in balans (1,586 miljoen euro) beschikbaar te houden om deze te kunnen inzetten bij de invoering van een nieuwe robuuste berekeningssystematiek voor het groeikader vanaf de Voorjaarsnota 2025.
8
d. De omvang van hervormingsbezuinigingen vast te stellen op een bedrag van 20 miljoen euro in 2026, 23 miljoen euro in 2027, 24 miljoen euro in 2028 en structureel vanaf 2029 25 miljoen euro volgens de leidende principes: • Kritisch kijken naar de gemeente zelf en de gemeentelijke organisatie. • Bij het efficiënter en slimmer organiseren ook kijken naar de samenwerking met partners in stad en regio • Onderzoeken of het overlaten van werkzaamheden aan onze inwoners en ondernemers leidt tot een bezuiniging, naast dat zij daarmee meer verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen leven en omgeving. • Minder beleid ontwikkelen, zodat in onze uitvoering de basis op orde kan worden gebracht en gehouden. • Kijken naar de ‘Utrechtse plus’ ten opzichte van andere gemeenten: terug naar de basis van taken en dienstverleningsniveau. en voor de besluitvorming aan te sluiten bij de producten van de begrotingscyclus, volgens de volgende stappen: • Voorjaarsnota 2024 (juli 2024): besluiten over de leidende principes en het proces • Begroting 2025 (november 2024): besluiten over de kansrijke hervormingsthema’s met indicatieve bedragen per thema • Maart-april 2025: raadsbrief met voortgang • Voorjaarsnota 2025 (juni 2025): besluiten over de hervormingsvoorstellen met bezuinigingsbedrag en wijze van uitvoering e.
Opbrengstenverhogingen vast te stellen (zoals toegelicht in paragraaf 4.5), bestaande uit • Meer kostendekkend maken van leges, verhoging van de opbrengsten met 0,293 miljoen euro in 2025, 0,566 miljoen euro in 2026 en 1,110 miljoen euro structureel vanaf 2027; • Verhoging van de OZB met 12%, structurele verhoging van de opbrengsten vanaf 2025 met 18 miljoen euro; • Toeristenbelasting van 7% naar 10% van de overnachtingsprijs, structurele verhoging van de opbrengsten vanaf 2026 met 2,25 miljoen euro; ii. Opbrengsten gemeentelijke parkeergarages, structurele verhoging van de opbrengsten vanaf 2025 met 1,250 miljoen euro. f.
In te stemmen met een kasschuif van de resultaten van de jaren 2024 tot en met 2028, zoals opgenomen in het financiële beeld in paragraaf 4.1, via de Algemene dekkingsreserve om het saldo van de begroting vanaf 2024 in evenwicht te laten zijn.
Argumenten 2.a
Financieel-technisch beleid lost met name het incidentele tekort (in 2024 en 2025) op. Financieel-technische oplossingen zijn aanpassingen in de manier waarop we begroten. Aanpassingen brengen ook nadelen en/of risico's met zich mee. 1. Risico-inschatting voor de verwachte Rijksinkomsten: De ontwikkelingen rondom de Rijksbegroting zijn nog onzeker en het effect op het gemeentefonds is nu nog onbekend. We hebben ons gebaseerd op de voorjaarsnota van het Rijk en verwachten meer zekerheid bij de meicirculaire, waarvan de publicatie wordt verwacht eind mei/begin juni 2024. Het effect van de meicirculaire wordt meegenomen bij het opstellen van de Programmabegroting 2025.
9
2. Inzet eigen vermogen: Om bezuinigingen te realiseren is een ingroeiperiode noodzakelijk voor de jaren 2024 en 2025. Dit kan door het vrijspelen van incidentele middelen. Daarbij is gekeken naar het eigen vermogen. Daarbij wordt een systeemwijziging voorgesteld voor de Vaste activareserve. Het bedrag voor de afgeronde investeringen kan vrijvallen, als de begroting structureel wordt verhoogd voor de kapitaallasten. Hiermee komt een omvangrijk bedrag van het eigen vermogen beschikbaar (incidenteel) ter dekking van de begrotingstekorten in 2024 en 2025. In totaliteit betekent dit een onttrekking van 203 miljoen euro aan de activareserve Dit bedrag wordt voor 149,3 miljoen euro ingezet ter dekking van het tekort in 2024 en 2025 en het restant van 53,8 miljoen euro vanwege de solvabiliteit toegevoegd aan de algemene reserve en/of bestemmingsreserves. We zetten een aantal bedragen apart in (nieuw te vormen) reserves voor: • Personeelskosten bezuinigingen voor frictiekosten die naar verwachting ontstaan door de concrete bezuinigingen en de hervormingen; • Implementatie en uitvoering hervormingen omdat we om de hervormingen mogelijk te maken zullen moeten investeren aan de voorkant. Dit gaat om kosten voor het programmateam, inhuur van specifieke expertise (zoals benchmarking en onderzoeken) en eventueel implementatiekosten van de maatregelen.
• Vervanging zwembaden om kapitaallasten voor sportaccommodaties vrij te kunnen laten vallen in het licht van reëel ramen. • Tarieven sportaccommodaties om fricties bij de structurele verhoging van de tarieven op te kunnen vangen. • Werken naar werk voor overbrugging om marktpartijen meer te laten bijdragen en impuls in afspraak met regio. 3. Aanpassing grondslagen: Wijzigen van het startmoment van afschrijving naar 1 januari voor alle af te ronden investeringen en maximeren van de indexatie van de materiele budgetten in de gemeentebegroting op de compensatie van het Rijk via het gemeentefonds. 2.b
Door van investeringen en kapitaallasten reëel te ramen, sluit de begroting beter aan bij de werkelijk verwachte uitgaven Er is sprake van planningsoptimisme in de investeringsbegroting als ervan uit wordt gegaan dat investeringen eerder gerealiseerd kunnen worden dan in werkelijkheid het geval is. Dit leidt jaarlijks tot onderbesteding op kapitaallasten en investeringsbandbreedtes. De exacte omvang daarvan is niet zonder meer vast te stellen. Op basis van de huidige investeringsbegroting is in beeld waar meer kapitaallasten zijn geraamd, dan zullen worden uitgegeven. Dit leidt tot besparingsmogelijkheden. Daarnaast wordt voorgesteld om de kapitaallastenbudgetten voor 2025 niet te indexeren. In het kader van planningsoptimisme en grip op investeringen, zullen ook de huidige grondslagen voor de kapitaallastenbudgetten tegen het licht worden gehouden.
2.c.1
Concrete bezuinigingsmaatregelen zijn noodzakelijk en een realistische oplossingsrichting De nieuwe financiële situatie dwingt tot het maken van stevige en pijnlijke keuzes. Om onze mooie stad te blijven ontwikkelen, is ingrijpen onvermijdelijk. Naast bovengenoemde meer financiële maatregelen zijn ook op een groot aantal inhoudelijke terreinen bezuinigen nodig. Dit grijpt ook in op het coalitieakkoord. Voor het grootste deel van de maatregelen is gebruik gemaakt van een onafhankelijke, objectieve, ambtelijke analyse om opties in beeld te brengen, waardevrij geformuleerd, waar en hoe er in de begroting bedragen omgebogen kunnen worden. Per begrotingsprogramma is in beeld gebracht welke maatregelen worden voorgesteld en tot welk bezuinigingsbedrag dat leidt.
2.c.2
Bezuinigen op investeringen zijn noodzakelijk en een realistische oplossingsrichting
10
a. De gemeentebrede bezuinigingsopgave maakt dat de ruimtelijke investeringen kritisch tegen het licht zijn gehouden. Gezien de opgaven waarvoor wij staan is het verantwoord dat ruimtelijke investeringen structureel 7,646 biljoen euro per jaar bijdragen aan bezuinigingen. Bij deze bezuinigingen blijven de doelstellingen uit de RSU2040 en het coalitieakkoord centraal staan. Daarbij gaat het met name om de doelstellingen “groeien in balans” en “ongelijk investeren voor gelijke kansen”. b. Sinds vaststelling van de RSU2040 betrekken we mee- en tegenvallers op parkeerinkomsten bij de ruimtelijke investeringen. Voor de parkeerinkomsten vanaf 2024 is een nieuwe raming opgesteld. Dit gebeurt jaarlijks, waarbij ieder jaar nieuwe actuele realisatiecijfers worden gebruikt om de raming verder te verbeteren. De nieuwe raming wijst uit dat vanaf 2024 structureel meer inkomsten worden verwacht dan was opgenomen in de raming van een jaar geleden (MPR2023). Er is sprake van een structureel voordeel. Na verrekening met knelpunten (noodzakelijke vervanging fietsdepot) en na verrekening met incidentele tekorten uit MPR2023 bedraagt de verwachte omvang van het voordeel op parkeerinkomsten 3,0 miljoen euro structureel, doordat er meer wordt geparkeerd dan verwacht. Hiermee kan de negatieve bijstelling van het investeringsdeel van het groeikader worden gecompenseerd. c.
De ontwikkeling van het groeikader is dit jaar behoedzamer geraamd. In voorgaande jaren gingen we ervan uit dat inkomsten uit het gemeentefonds evenredig zouden toenemen met het aantal inwoners. De huidige ramingen gaan ervan uit dat de inkomsten uit het gemeentefonds voor minder meegroeien met het aantal inwoners. In combinatie met de nieuwste gemeentelijke bevolkingsprognose leidt dit tot neerwaartse bijstelling van het investeringsdeel van het groeikader. d. De nieuwe berekeningssystematiek voor het groeikader kan ertoe leiden dat in de volgende Voorjaarsnota tijdelijk tekorten optreden in vergelijking met de ramingen voor het investeringsdeel van het groeikader die in deze Voorjaarsnota 2024 zijn verwerkt. Met stortingen in de egalisatiereserve Groei in balans kunnen we straks dergelijke tekorten opvangen. 2.d.1
Extra besparingen zijn nodig om een sluitende begroting vanaf 2026 te kunnen realiseren. Er resteert een structureel tekort vanaf 2026, na inzet van bovenstaande maatregelen. Hervormingsbezuinigingen zijn onderdeel van de ingezette financiële strategie.
2.d.2
Door nu de omvang en principes vast te stellen, is een zorgvuldig proces mogelijk Er is meer tijd nodig om de zoekrichtingen uit te werken naar realistische hervormingsmogelijkheden voor besluitvorming bij de programmabegroting september 2024. De focus voor de hervormingsbezuinigingen ligt op de manier waarop gemeentelijk beleid en activiteiten anders kunnen worden uitgevoerd. Oplevering van realistische hervormingsopties vraagt tijd vanwege de impact op de organisatie, onze omgeving, uitvoerbaarheid en benodigde aanpassing van werkwijzen, veranderende samenwerking met partners.
2.e
Opbrengstenverhoging leidt tot een structureel sluitend financieel beeld Met alleen bezuinigingen is het financiële beeld niet sluitend te krijgen. De OZB wordt substantieel verhoogd. Daarnaast verhogen we ook de kostendekkendheid van leges, toeristenbelasting en parkeren in de gemeentelijke parkeergarages. Daarbij aangetekend dat als het Rijk voor de Programmabegroting 2025 besluit tot een reële vergoeding voor de taken van gemeenten de verhoging van de OZB als eerste wordt bekeken op de mogelijkheid om dat niet of minder te doen. 11
OZB was
OZB wordt bij toename 12%*
Toename OZB per maand
Toename OZB per jaar
Woningwaarde/WOZ
2024
2025
2025
2025
€ 450.000
€ 380
€ 425
€4
€ 46
€ 800.000
€ 675
€ 756
€7
€ 81
Wat betekent het voor de bewoner?
*Exclusief indexatie 2.f
Met een kasschuif komen we tot een sluitend financieel beeld Een vereiste van onze toezichthouder, de provincie Utrecht, is een structureel sluiten financieel beeld. Met deze kasschuif worden voordelen uit het ene jaar ingezet om het tekort van een ander jaar mee te dekken. Na deze kasschuif zijn alle begrotingsjaren vanaf 2024 in evenwicht. Daarmee voldoen wij aan de vereiste van de toezichthouder. Deze kasschuif wordt via de Algemene dekkingsreserve uitgevoerd.
Kanttekeningen/Risico’s 2.a
Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen voor maatregelen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen Het vertrekpunt van de Voorjaarsnota 2024 laat een structureel tekort zien. Daarmee is er noodzaak om keuzes te maken over het bijstellen van beleid om tot een sluitend financieel beeld te komen. In deze voorjaarsnota worden hiertoe voorstellen gedaan. De beoogde maatregelen uit de financiële strategie (financieeltechnisch beleid, reëel begroten van investeringen en kapitaallasten, concrete bezuinigingsmaatregelen, hervormingen en opbrengstenverhoging) moeten tijdig en geheel gerealiseerd worden om het begrotingstekort op te lossen. Het later of niet geheel realiseren van de financieel begrote bedragen leidt direct tot een tekort en noodzaak voor aanvullende maatregelen. Het weerstandsvermogen is op het gewenste niveau en kan dit risico incidenteel afdekken.
2.c1
Maatregelen kunnen pijnlijk zijn voor inwoners, bedrijven en instellingen De bezuinigingen raken ieder begrotingsprogramma en (de uitvoering van) ieder beleidsterrein. Omdat de opgave zo groot is, hebben we niet volgens één of twee vaste criteria kunnen selecteren. In de selectie van de maatregelen hebben we maatregelen ontzien die kunnen leiden tot hogere kosten elders of op langere termijn of maatregelen die ingrijpen op onze basisdienstverlening.
2.c2
De bezuinigingsopgave heeft impact op het tempo waarmee de ambities uit de RSU en het coalitieakkoord worden gerealiseerd De toevoeging van nieuwe voorzieningen, de vergroening van de stad en de omslag naar duurzame vormen van mobiliteit zal meer tijd vergen. In sommige gevallen hebben bezuinigingen ook direct impact op het ambitieniveau, bijvoorbeeld wanneer vanwege budgettaire krapte wordt afgezien van de bouw van een sporthal bij een school voor voortgezet onderwijs en daar wordt volstaan met (goedkopere) gymzalen. Pas na afschrijving van de gymzalen doet zich dan een nieuwe kans voor om een sporthal te realiseren.
2.d1
Het effect van de hervormingsbezuinigingen op de stad is nog niet duidelijk Hervormingen zullen effect hebben op de organisatie en op de stad. Dit vraagt om een zorgvuldig proces en betrekken van externe kennis.
2.d2
Mogelijk gaan kosten van hervormingen voor de baat De hervormingen moeten per 2026 een structurele bezuiniging bieden, waarvoor mogelijk investering vooraf geleverd moet worden. Door tijd te nemen voor het 12
vinden van de mogelijkheden tot hervormen verwachten we kosten en baten in beeld te kunnen hebben. 2.e
De woonlasten in Utrecht zijn relatief gezien hoog In vergelijking met andere gemeenten zijn de woonlasten (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing) in de gemeente Utrecht relatief hoog. In de Programmabegroting 2024 komt de belastingdruk uit op 117,5% van het landelijk gemiddelde. Door de lastenverzwaringen worden de woonlasten in 2025 verder verhoogd. Daarbij aangetekend dat als het Rijk voor de Programmabegroting 2025 besluit tot een reële vergoeding voor de taken van gemeenten de verhoging van de OZB als eerste wordt bekeken op de mogelijkheid om dat niet of minder te doen.
Beslispunt 3
De mutaties uit de Eerste Bestuursrapportage 2024 vast te stellen en te verwerken in de programmabegroting, bestaande uit: a. Budgetneutrale bijstellingen: i. De budgetneutrale bijstellingsvoorstellen zoals opgenomen in paragraaf 7.1- 7.6 ii. De wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten, zoals toegelicht in hoofdstuk 7.7 b. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 c. Het instellen/wijzigen van nieuwe reserves: i. Reserve Gebruikersinvestering Culturele voorziening Leidsche Rijn: Aanpassing looptijd van 01.01.2026 naar 01.01.2028, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 3 ii. Reserve Inburgering om de kosten voor de vertraagde instroom de aankomende jaren op te kunnen vangen en inburgeraars te begeleiden overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 3. d. Het GEHEIM Addendum Eerste Bestuursrapportage 2024
Argumenten 3.1a.
Door de bijstellingsvoorstellen en corresponderende posten te verwerken in de Programmabegroting 2024 wordt deze geactualiseerd. Met het aanpassen van de begroting aan de actuele verwachtingen voorkomen we ongewenste afwijkingen bij de Jaarstukken 2024. De bijstellingsvoorstellen zijn budgetneutraal. Tegenover de corresponderende posten staan verkregen bedragen van het Rijk voor specifieke onderwerpen. Dekking voor de bijstellingsvoorstellen van investeringsprojecten vindt plaats binnen de programmabudgetten.
3.2
De in het addendum voorgestelde aanpassing is randvoorwaardelijk voor realisatie van het project zoals genoemd in deze bijlage. Nadere toelichting vormt onderdeel van het GEHEIM Addendum Eerste Bestuursrapportage 2024.
Beslispunt 4
Argumenten 4.1
De ‘Eerste technische wijziging 2024’ vast te stellen, waarmee technische mutaties en de administratieve verwerking van besluiten van de gemeenteraad worden opgenomen in de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming. Met dit besluit wordt de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming geactualiseerd De begrotingswijziging is opgebouwd uit technische mutaties zonder beleidsgevolgen (techniek) en waar nodig de administratieve verwerking van eerdere besluiten.
Beslispunt
13
5
Hiermee de Voorjaarsnota 2024 en Eerste Bestuursrapportage 2024 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2024 en verder.
Argumenten 5.1
Het vaststellen van de Voorjaarsnota 2024 en de Eerste Bestuursrapportage 2024 is een raadsbevoegdheid op basis van de Financiële verordening.
5.2
De Voorjaarsnota 2024 is de basis voor de Programmabegroting 2025. In de zomer van 2024 wordt de Programmabegroting 2025 opgesteld die in het najaar van 2024 aan de raad wordt voorgelegd. Om de bestuurlijke wensen uit te kunnen werken in de begroting is vaststelling van de uitgangspunten, zoals opgenomen in de voorjaarsnota en eerste bestuursrapportage, nodig.
5.3
In het kader van begrotingsrechtmatigheid is het conform de BBV verplicht om van afwijkingen die tijdig bekend en gemeld te verwerken in de begroting Overschrijdingen die tijdig bekend zijn maar niet worden verwerkt in een begrotingswijziging zijn onrechtmatig. Door het vaststellen van deze bestuursrapportage worden de verwachte afwijkingen onderdeel van de begroting. Daarmee zijn deze uitgaven van het college rechtmatig
5.4
Directe verwerking in de begroting is de gebruikelijke werkwijze De Adviescommissie controle en financiën heeft geadviseerd raadsbesluiten waar nodig direct te vertalen in de begroting en deze niet meer in een aparte begrotingswijziging door de raad te laten bekrachtigen. Vanaf 2022 voeren wij dit advies uit voor de producten van de begrotingscyclus.
Financiën De Programmabegroting 2024 laat vanaf 2026 een verwacht tekort zien van ruim 35 miljoen euro. In februari is de raad met een raadsbrief geïnformeerd over een aanvullend tekort op inkomsten vanuit het gemeentefonds van 40 miljoen euro. Daarbovenop komen nog ontwikkelingen zoals loon-, prijs-, en renteontwikkelingen en compensatie daarvoor via het gemeentefonds maar ook andere onvermijdelijke ontwikkelingen die om bijsturing vragen. Het financiële vertrekpunt van de Voorjaarsnota 2024 vraagt om inhoudelijke keuzes om het structureel tekort op te lossen. De uitgewerkte financiële strategie om het tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Utrecht te versterken bestaat uit onderstaande onderdelen: 1. Financieel-technisch beleid 2. Haalbaarheid investeringsbegroting tegen het licht: reëel ramen 3. Concrete bezuinigingsvoorstellen 4. Aanvullende opdracht bezuinigingsrichtingen langere termijn: aanvullende hervormingsbezuinigingen 5. Opbrengstenverhogingen 6. Kasschuif Bedragen x € 1.000 Programmabegroting 2024 Autonome ontwikkelingen
2024 0
2025
2026
2027
2028 Structureel
0 -35.596 -37.436 -35.870
-35.870
-79.308 -47.034 -46.386 -43.226 -45.984
-47.441
Groeikader - baten
0
9.151
6.621
8.911
12.336
12.336
Groeikader - lasten
0
-9.151
-6.621
-8.911 -12.336
-12.336
Knelpunten (onvermijdelijke kosten)
-14.725 -10.799 -13.619 -13.912 -10.200
-7.940
Bijsturingen vanuit knelpunten
-2.855
-2.152
-2.152
Startsaldo Voorjaarsnota 2024
-96.888 -61.253 -97.921 -96.726 -94.207
-93.404
1. Financieel-technisch beleid
96.259
12.806
-3.420
23.399
-2.319
10.518
-2.152
13.327
10.357
14
2. Reëel ramen
7.423
8.475
10.181
7.132
2.668
850
3. Concrete bezuinigingsmaatregelen
3.337
10.337
24.247
32.392
33.615
32.138
4. Aanvullende hervormingen
0
0
20.000
23.000
24.000
25.000
5. Opbrengstenverhoging
0
19.043
22.066
22.610
22.610
22.610
6. Kasschuif
-10.131
0
10.909
-1.735
957
0
Financiële strategie
96.888
61.253
97.921
96.726
94.207
93.404
0
0
0
0
0
0
Eindsaldo Voorjaarsnota 2024
Vervolg Na de Eerste Bestuursrapportage 2024 volgt in het najaar de Tweede Bestuursrapportage 2024 en komend voorjaar de Jaarstukken 2024. De jaarstukken zijn het laatste verantwoordingsmoment over de Programmabegroting 2024. Na de Voorjaarsnota 2024 volgt in het najaar de Programmabegroting 2025. Vervolgens volgen in 2025 in het voorjaar de Eerste Bestuursrapportage 2025, in het najaar de Tweede Bestuursrapportage 2025 en in voorjaar van 2026 de jaarstukken 2025.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. De voorjaarsnota is een richtinggevend document. Participatie is (mogelijk) relevant op het moment dat er uitwerking plaatsvindt van de gemaakte keuzes. De Eerste Bestuursrapportage betreft een aanpassing van de Programmabegroting 2024 op basis van onvermijdelijke ontwikkelingen. Hieruit volgen geen beleidsrelevante keuzes waarvoor participatie nodig is.
Communicatie Communicatie verloopt via verschillende lijnen. We publiceren een bewonerssamenvatting van de Voorjaarsnota in DUIC. De tekst van die bewonerssamenvatting publiceren we ook als webpagina op Utrecht.nl, met daarbij hyperlinks naar aanvullende informatie en documenten. Via de socialmediakanalen verspreiden we de highlights van de Voorjaarsnota en linken die naar de informatie op Utrecht.nl. De lokale media nodigen we uit bij de presentatie van de Voorjaarsnota en we plaatsen een nieuwsbericht (persbericht) op Utrecht.nl. We informeren inwoners en partners in de stad die te maken krijgen met de (bezuinigings)maatregelen uit de Voorjaarsnota.
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 1:2 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Voorjaarsnota 2024 en Eerste Bestuursrapportage 2024 - Eerste technische wijziging 2024 raad - GEHEIM Addendum Eerste Bestuursrapportage 2024 Bijlagen informatief - Subsidiestaat 2024 - Subsidiestaat 2025 - GEHEIM A investeringsprojecten Ontwikkelen en wonen voor iedereen - GEHEIM B Investeringsprojecten parkeergarages
15
Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Inhoudsopgave Voorwoord
5
Deel 1 | Voorjaarsnota 2024
6
1. Blijven kiezen voor de toekomst
7
1.1 Lastige tijden vragen om lastige keuzes
7
1.2 Inhoudelijke keuzes voor structureel tekort
8
1.3 Uitdagingen op meerdere fronten
10
2. Financieel vertrekpunt en toelichting
12
2.1 Inleiding
12
2.2 Toelichting op het startsaldo
13
2.3 Groeikader
16
2.4 Knelpunten
17
3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen
25
3.1 Hervormingen sociaal domein
25
3.2 Wonen en opvang
27
3.3 Investeringen in de groei van de stad
28
3.4 Netcongestie
30
4. Financiële strategie
31
4.1 Financieel-technisch beleid
31
4.1.1 Risico-inschatting voor de verwachte Rijksinkomsten
32
4.1.2 Inzet eigen vermogen
33
4.1.3 Financieel-technische maatregelen
35
4.2 Haalbaarheid investeringen tegen het licht: reëel ramen
35
4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen
37
4.3.1 Inleiding, proces
37
4.3.2 Maatregelen per programma
38
4.3.3 Bezuinigingen op investeringen
50
4.4 Hervormingsbezuinigingen
52
4.5 Opbrengstenverhoging
55
2
Deel 2 | Eerste Bestuursrapportage 2024
58
5. Inleiding
59
6. Majeure ontwikkelingen en bijstellingen
61
6.1 Majeure ontwikkelingen
61
6.1.1 Betrouwbare Overheid
61
6.1.2 Ontwikkelen en wonen voor iedereen
61
6.1.3 Klimaatvriendelijke stad
61
6.1.4 Duurzame bereikbaarheid
61
6.1.5 Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed
61
6.1.6 Veilige stad
61
6.1.7 Passende ondersteuning en opvang
61
6.1.8 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid
61
6.1.9 Kansrijk opgroeien
61
6.1.10 Levendige en gezonde stad
61
6.1.11 Algemene Middelen en Overhead
62
6.2 Majeure bijstellingen
62
7. Budgettair neutrale bijstellingen
63
7.1 Onttrekkingen en stortingen in (bestemmings)reserves
63
7.2 Verhogen baten en lasten
63
7.3 Verlagen baten en lasten
65
7.4 Verschuiven gelden binnen een programma
65
7.5 Verschuiven gelden naar ander programma
66
7.6 Overhevelen via algemene dekkingsreserve
66
7.7 Bijstellingen investeringskredieten
66
7.7.1 Ontwikkelen en wonen voor iedereen
67
7.7.2 Duurzame bereikbaarheid
67
7.7.3 Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed
70
7.7.4 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid
72
7.7.5 Kansrijk opgroeien
72
7.7.6 Levendige en gezonde stad
73
8. Voortgang uitvoering coalitieakkoord
75
8.1 Mijlpalen in Q3 en Q4 2023
75
8.2 Wijzigingen in de planning
77
3
9. Corresponderende posten
80
Bijlagen Bijlage 1 | Planning uitvoering coalitieakkoord
85
Bijlage 2 | Budgetneutrale bijstellingen
88
Bijlage 3 | Instellen reserves
99
Bijlage 4 | Geheime bijlagen
103
4
Voorwoord Raadsvoorstel nummer: 12308782 Utrecht, 16 mei 2024 Voor u ligt de Voorjaarsnota 2024 van de gemeente Utrecht, inclusief de Eerste Bestuursrapportage 2024. De voorjaarsnota maken we jaarlijks als voorbereiding op de Programmabegroting 2025. Met de voorjaarsnota actualiseren we het financiële beeld en leggen we waar nodig nieuwe keuzes voor.
De secretaris, Michiel J. Ruis
De burgemeester Sharon A.M. Dijksma
5
Deel 1 | Voorjaarsnota 2024
6
1. Blijven kiezen voor de toekomst 1.1 Lastige tijden vragen om lastige keuzes Utrecht is één van de snelst groeiende steden van Nederland. Een stad waar iedereen welkom is om te wonen, werken, studeren en om te genieten van alles wat Utrecht te bieden heeft. Utrecht is een levendige stad, die zich blijft ontwikkelen. Voortdurend zijn we samen met de gemeenteraad, inwoners en onze partners in de stad bezig om Utrecht nog mooier en beter te maken. Waar we echter niet van weg kunnen en willen lopen, is dat we met elkaar voor een aantal grote uitdagingen staan. De financiële situatie van de gemeente Utrecht is het afgelopen jaar flink verslechterd. Vooral als gevolg van tegenvallende inkomsten van het Rijk is het tekort op de gemeentelijke begroting fors toegenomen. Hierdoor staan we voor een omvangrijke financiële uitdaging. Ook wij moeten nu voor het eerst in jaren forse bezuinigingsmaatregelen nemen in de voorjaarsnota, waar veel gemeenten al eerder moesten bezuinigingen. Daarbij hebben we te maken met een aantal andere grote opgaven, zoals de gevolgen van netcongestie. Het stroomnet kan de toenemende vraag door groei en verduurzaming niet aan. Als we niets doen, dreigt de stad op slot te gaan. We blijven geconfronteerd met een stijgende zorgvraag en zien een toenemende druk op het zorglandschap voor verblijf en opvang en op de gehele woningmarkt.
Krapte op de arbeidsmarkt zorgt vooral bij onze partners in de stad voor grote uitdagingen. Het college wil daarom het huishoudboekje op orde brengen en tegelijkertijd investeringen blijven doen op de plekken waar dit het hardste nodig is. Bij de soms pijnlijke keuzes die we hiervoor hebben gemaakt, is een aantal principes leidend:
We houden de basis op orde Iedere Utrechter moet kunnen rekenen op een veilige, leefbare stad met een benaderbare gemeente. We blijven onze wettelijke taken uitvoeren. Maar we zetten de tering naar de nering: we kijken naar wat we kunnen laten en hoe we dingen met minder geld kunnen doen. Hoe we kunnen voorkomen, in plaats van genezen. Waar het kan, zullen we versoberen, zodat we met minder geld toch blijven doen wat nodig is. Concreet betekent dit dat we de keuzes die we maken onze basistaken, die zo belangrijk zijn voor de inwoners van de stad, zoveel mogelijk ontzien. We zetten onze reserves in om de eerstkomende jaren het tekort te overbruggen en nemen vervolgens structurele bezuinigingsmaatregelen. In deze voorjaarsnota lossen we bovendien een aantal knelpunten op, om de basis en de dienstverlening op orde te houden.
Wonen, kansengelijkheid en klimaat blijven onze speerpunten De woningnood, kansenongelijkheid en klimaatcrisis vormen een grote bedreiging voor de toekomst van onze stad. We blijven ongelijk investeren in gelijke kansen en we ontzien kinderen en kwetsbaren zoveel mogelijk.
7
Concreet betekent dit dat ook in deze voorjaarsnota de ambities uit het coalitieakkoord overeind blijven. We houden koers, maar temporiseren sommige ambities en we bezuinigingen niet eerder dan noodzakelijk. We hebben kritisch gekeken wat het meest bijdraagt aan de ambities van de gemeente.
We blijven investeren in onze stad We blijven noodzakelijke investeringen in onze stad doen, want juist als het economisch tegenzit, moet je tegensturen, anders worden kwetsbare mensen het kind van de rekening. Maar we doen dit realistisch, want als je minder te besteden hebt, kun je ook niet al je plannen op dezelfde manier uitvoeren. We streven daarom niet altijd meer naar een tien en nemen soms genoegen met minder. Concreet betekent dit dat we ook in deze voorjaarsnota vasthouden aan onze ambitie om te groeien in balans. Daarbij maken we soberder keuzes voor onze investeringen in bijvoorbeeld groen of speelvoorzieningen.
1.2 Inhoudelijke keuzes voor structureel tekort De Programmabegroting 2024 liet vanaf 2026 een tekort zien van ruim 35 miljoen euro. In februari hebben we in de raadsbrief Groter tekort op inkomsten vanuit het Rijk aan uw raad verteld dat het financiële tekort groter is dan tot dan toe werd verwacht. Door autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen, zoals loon-, prijs-, en renteontwikkelingen, compensatie via het gemeentefonds, het moeten voldoen aan Europese richtlijnen voor informatiebeveiliging en de bijstelling van budget om ons vastgoed te kunnen onderhouden, is het totaal op te lossen structurele tekort 93,4 miljoen euro.
Financieel beeld Voorjaarsnota 2024 Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Programmabegroting 2024
0
0
-35.596
-37.436
-35.870
-35.870
Autonome ontwikkelingen
-79.308
-47.034
-46.386
-43.226
-45.984
-47.441
0
9.151
6.621
8.911
12.336
12.336
Groeikader – baten Groeikader – lasten
0
-9.151
-6.621
-8.911
-12.336
-12.336
Knelpunten
-14.725
-10.799
-13.619
-13.912
-10.200
-7.940
Bijsturingen
-2.855
-3.420
-2.319
-2.152
-2.152
-2.152
Startsaldo Voorjaarsnota 2024
-96.888
-61.253
-97.921
-96.726
-94.207
-93.404
1. Financieel-technisch beleid
96.259
23.399
10.518
13.327
10.357
12.806
2. Reëel ramen
7.423
8.475
10.181
7.132
2.668
850
3. Concrete bezuinigingsmaatregelen
3.337
10.337
24.247
32.392
33.615
32.138
4. Hervormingsbezuinigingen
0
0
20.000
23.000
24.000
25.000
5. Opbrengstenverhoging
0
19.043
22.066
22.610
22.610
22.610
6. Kasschuif
-10.131
0
10.909
-1.735
957
0
Financiële strategie
96.888
61.253
97.921
96.726
94.207
93.404
0
0
0
0
0
0
Eindsaldo Voorjaarsnota 2024
8
Financiële strategie Dit is de eerste voorjaarsnota sinds jaren waarin we stevig moeten bezuinigen. De actuele financiële situatie maakt echter niet dat optimisme heeft plaatsgemaakt voor pessimisme. We maken inhoudelijk keuzes om het structurele tekort op te lossen; we maken geen zaken stuk. De eerdergenoemde principes blijven we steeds hanteren, maar het is onvermijdelijk dat keuzes pijnlijk uitwerken en ook ambities van de gemeente zullen raken. We hebben een financiële strategie uitgewerkt om het tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Utrecht te versterken. Deze strategie is in hoofdlijnen toegelicht in de eerdergenoemde raadsbrief en bestaat uit onderstaande onderdelen, waarbij ook binnen de onderdelen keuzes worden gevraagd: • • • •
Financieel-technisch beleid; Haalbaarheid investeringsbegroting tegen het licht: reëel ramen; Concrete bezuinigingsvoorstellen; Aanvullende hervormingsbezuinigingen.
Financieel-technisch beleid Met het financieel strategisch beleid maken we een inschatting van de inkomsten van het Rijk en kijken we naar de mogelijkheden voor de inzet van het eigen vermogen (reserves) om met name het tekort op de korte termijn (2024 en 2025) op te lossen. Voor de inzet van het eigen vermogen laten we de activareserve gedeeltelijk vrijvallen voor investeringen die zijn gerealiseerd. Tegenover deze vrijval staat dan de toevoeging van een structureel budget voor de kapitaallasten van de bijbehorende investeringen. Daarnaast maken we financieel-technische keuzes, bijvoorbeeld in de manier van indexeren. Reëel ramen Er is de afgelopen jaren sprake van onderbesteding, door planningsoptimisme, waarbij ervan uit wordt gegaan dat investeringen eerder gerealiseerd kunnen worden dan in werkelijkheid het geval is. In deze voorjaarsnota laten we zien waar meer kapitaallasten zijn geraamd dan zullen worden uitgegeven. Door investeringen reëel te ramen ontstaat een incidenteel voordeel. Dit is een eerste stap op weg naar een haalbare investeringsbegroting. Voorstellen tot bewust uitstellen of schrappen van investeringen vallen onder de concrete bezuinigingsmaatregelen. Concrete bezuinigingsvoorstellen In april heeft u de ambtelijke rapportage ontvangen van de inventarisatie die is gemaakt om bezuinigingsopties en de consequenties daarvan in beeld te brengen.
Deze zijn waardenvrij geformuleerd en de wenselijkheid kwam daarin niet tot uitdrukking. Voor het Meerjarenprogramma Ruimte (MPR) is een aparte inventarisatie gemaakt, omdat dit gaat om investeringen. Het schrappen of uitstellen van de investeringsprojecten leidt tot een structurele bezuiniging, waarmee ook de ambities uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) worden geraakt. Om het huishoudboekje op orde te brengen, zijn deze structurele bezuinigingen nodig. In deze voorjaarsnota staat welke concrete besparingen wij voorstellen. Dit gaat om besparingen op uitgaven en op investeringen. We realiseren ons dat deze keuzes inwoners en partners in de stad zullen raken, en ook onze eigen organisatie. We willen het financiële tekort daarom niet opvangen met alleen concrete bezuinigingsmaatregelen. Dit zou een te zware wissel trekken op de stad en met name op de meest kwetsbare inwoners.
9
Hervormingsbezuinigingen Daarom zijn extra structurele bezuinigingen nodig vanaf 2026. Dat willen we doen met hervormingsbezuinigingen. Hervormen is veranderen met als doel structureel verbeteren. Met deze hervormingen kijken we vanzelfsprekend kritisch naar de gemeente en de gemeentelijke organisatie. De ambitie is om efficiënter te werken en simpeler te organiseren. Dit zal effect hebben op de omvang van de organisatie. Door deze hervormingen goed door te voeren, besparen we kosten. Tegelijk willen we met de hervormingen een deel van de oplossing bieden voor problemen zoals het tekort aan mensen bij ons én bij onze partners. In deze voorjaarsnota geven we een eerste aanzet voor deze hervormingsbezuinigingen. Opbrengstenverhoging Als gevolg van de grote kortingen vanuit het Rijk zien we ons ook genoodzaakt om een aantal lastenverzwaringen door te voeren. Het valt ons niet licht dat wij van velen een bijdrage vragen om de grote uitdagingen van Utrecht het hoofd te bieden. Daarom geldt voor onze bezoekers straks een hogere toeristenbelasting. Ook verhogen we de parkeertarieven van onze eigen parkeergarages en zullen we leges meer kostendekkend maken. Op deze manier ontzien we wel de meest kwetsbare mensen. We zien ons helaas ook genoodzaakt om de onroerendezaakbelasting (OZB) te verhogen.
Daarbij tekenen we aan dat als het Rijk voor de Programmabegroting 2025 besluit tot een reële vergoeding voor de taken van gemeenten we deze maatregel als eerste zullen schrappen of verminderen.
Extra middelen Rijk De inkomsten uit het gemeentefonds blijven onzeker, maar er is sprake van beweging. Het demissionaire kabinet heeft in zijn voorjaarsnota voorgesteld om extra middelen beschikbaar te stellen. Met deze extra middelen worden twee weeffouten uit het gemeentefonds gecorrigeerd: zo komt de opschalingskorting vanaf 2026 definitief te vervallen. Daarnaast worden de stijgende kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) reëel gecompenseerd. Extra inkomsten van het Rijk hebben wij eerder, ook op verzoek van de raad, als risico-inschatting opgenomen. Voor de opschalingskorting kunnen we nu een voordeel van 15 miljoen euro inboeken, naast een voordeel voor de Wmo. Tegenover de extra middelen staat een eenmalige korting in 2025. Van structureel passende inkomsten voor de uitvoering van onze taken is nog helemaal geen sprake. De enorme korting van het Rijk op het gemeentefonds (2,3 miljard euro) blijft bestaan.
1.3 Uitdagingen op meerdere fronten Naast de grote financiële uitdaging zien we ons als gemeente gesteld voor een aantal andere problemen die ons dwingen om keuzes te maken.
Gevolgen van netcongestie We staan in Nederland voor belangrijke uitdagingen zoals de energietransitie en woningbouw. Hiervoor is een goed functionerende energie-infrastructuur nodig. De afgelopen jaren is er een groeiend tekort op het elektriciteitsnetwerk ontstaan: vraag en aanbod van elektriciteit zijn hoger dan de beschikbare netcapaciteit. Het elektriciteitsnet is op veel plekken overbelast. Ook Utrecht ondervindt de problemen van een vol stroomnet. Als gevolg dreigt stilstand op twee fronten: stedelijke ontwikkelingen en de verduurzaming van de stad. Netcongestie heeft grote impact op vrijwel alle grotere gebiedsontwikkelingen in de stad Utrecht en daarmee op het merendeel van de geplande woningbouw in de komende jaren.
10
Het streven is om een verslechtering van de congestiesituatie en verdere vertraging van de gemeentelijke ambities zoveel mogelijk te voorkomen. We zetten in op tijdelijke oplossingen voor woningbouw en de bouw en renovatie van maatschappelijke voorzieningen en scholen. Als lid van de regionale Energy Board werken we samen met de provincie, regiogemeenten, netbeheerders en het Rijk aan een noodplan.
Wonen en opvang Er is een groot tekort aan woonruimte voor alle woningzoekenden. Regulier woningzoekenden hebben te maken met lange wachttijden voor een sociale huurwoning. Kwetsbare groepen, zoals jongeren die verblijven in jeugdzorginstellingen, nieuwkomers met een verblijfsvergunning en mensen uit de maatschappelijke opvang zijn eveneens aangewezen op deze sociale huurwoningen. Het tekort aan huisvesting voor deze kwetsbare doelgroepen leidt daarmee tot druk op het totale zorglandschap voor verblijf en opvang. Er is een direct verband tussen de realisatie van woningen en de druk op de opvang. We zetten daarom onder meer in op realisatie van zoveel mogelijk woningen in het sociale segment.
Krapte op de arbeidsmarkt We hebben extra aandacht voor de krapte op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat deze krapte de komende jaren aan zal houden. Het gevolg is meer schaarste van vooral senior- en specialistische functies in onze organisatie en bij onze partners in de stad. Dit heeft effect op de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening én de uitvoering van opgaven voor de stad. De gemeente heeft vooral te maken met een hoge uitstroom van jongere mensen. Dat is iets dat onze aandacht vraagt. In het sociaal domein zien we nu al een groot tekort aan arbeidskrachten, bijvoorbeeld bij de thuiszorg en de acute opvang GGZ. Daarom is het noodzakelijk andere en innovatieve manieren van het aanbieden van zorg te onderzoeken.
Hervormingen sociaal domein Na de decentralisaties in 2015 is het de gemeente Utrecht met een samenhangende aanpak binnen het sociaal domein gelukt om als een van de weinigen in Nederland het sociaal domein binnen de kaders van de begroting uit te voeren. Inmiddels zien we een sterk stijgende vraag naar zorg op basis van de Jeugdwet en de Wmo en daarbij een sterke stijging van de kosten. Daarom hebben we in de Voorjaarsnota 2023 hervormingen in het sociale domein aangekondigd als een belangrijke eerste stap naar een duurzaam houdbaar sociaal domein. Onze aanpak is inhoudelijk gedreven en leidt niet tot afbraak van het sociaal domein. Hiermee maken we ons ook in deze tijd van toenemende schaarste hard voor kansengelijkheid en zorgen we ervoor dat de middelen die we beschikbaar hebben, gaan naar de mensen die dit het hardst nodig hebben. In deze voorjaarsnota worden de contouren van deze hervormingen geschetst.
Tot slot De grote uitdagingen waar we ons voor gesteld zien, brengen dilemma’s met zich mee. In de RSU 2040 zijn bijvoorbeeld grote ambities geformuleerd over de groei van de stad. We willen groeien in balans en zorgen dat Utrecht zoveel mogelijk een stad voor iedereen is. Een groene en gezonde stad, die in al haar ontwikkelingen oog heeft voor het karakter van de stad. Die ambities blijven bestaan, maar we zullen de komende jaren investeringen anders, later of minder moeten doen. Wat we echter niet gaan doen, is stilstaan en een hek bouwen om de stad. Stilstand is achteruitgang. Ook in deze lastige financiële tijd blijft dit college investeren in de toekomst.
11
2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk is het vertrekpunt van deze voorjaarsnota met een structureel tekort van 93 miljoen euro al kort geschetst. Onderstaande tabel geeft nogmaals het financiële vertrekpunt weer. In de volgende paragrafen geven we een specificatie en toelichting op het startsaldo van deze voorjaarsnota, zoals de autonome ontwikkelingen, het groeikader en de knelpunten. In hoofdstuk 4 lichten we vervolgens onze oplossingsrichtingen toe, waarmee we voor 2024 en 2025 een sluitend saldo realiseren en voor de periode daarna een structureel sluitende begroting.
Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Programmabegroting 2024
0
0
-35.596
-37.436
-35.870
-35.870
Autonome ontwikkelingen
-79.308
-47.034
-46.386
-43.226
-45.984
-47.441
Groeikader - baten
0
9.151
6.621
8.911
12.336
12.336
Groeikader - lasten
0
-9.151
-6.621
-8.911
-12.336
-12.336
Knelpunten
-14.725
-10.799
-13.619
-13.912
-10.200
-7.940
Bijsturingen
-2.855
-3.420
-2.319
-2.152
-2.152
-2.152
Startsaldo Voorjaarsnota 2024
-96.888
-61.253
-97.921
-96.726
-94.207
-93.404
12
2.2 Toelichting op het startsaldo Onderstaande tabel geeft het financiële vertrekpunt van deze voorjaarsnota meer gedetailleerd weer. Het vertrekpunt is de Programmabegroting 2024. Daarna volgen de autonome ontwikkelingen, het groeikader (neutraal), de knelpunten en de bijsturingen. Deze onderdelen worden onder de tabel verder toegelicht. Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Programmabegroting 2024 - Eindsaldo
0
0
-20.568
-22.408
-20.842
-20.842
Risico-inschatting inkomsten Rijk
0
0
-15.028
-15.028
-15.028
-15.028
Subtotaal Programmabegroting 2024
0
0
-35.596
-37.436
-35.870
-35.870
Correctie gemeentefonds
-30.000
-56.000
-39.000
-40.000
-40.000
-40.000
Resultaat 2023
-21.742
0
0
0
0
0
Besteding & Dekkingsvoorstellen
-21.064
0
0
0
0
0
Indexeringen
-4.289
-34.181
-34.181
-34.181
-34.181
-34.228
-192
45.167
28.815
32.975
30.217
30.217
Rente
-6.300
-7.300
-7.300
-7.300
-7.300
-7.300
Dividend
250
250
250
250
250
250
Nota Beheer openbare ruimte
0
0
0
0
0
-950
Uitvoeringsprogramma Werken aan de werf
0
0
0
0
0
-460
Voordeel Toeristenbelasting
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Voordeel OZB
2.900
2.900
2.900
2.900
2.900
2.900
Gemeentefonds (circulaires en prijscompensatie)
Precario terrassen
130
130
130
130
130
130
0
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
-79.308
-47.034
-46.386
-43.226
-45.984
-47.441
Groeikader - baten
0
9.151
6.621
8.911
12.336
12.336
Groeikader - lasten
0
-9.151
-6.621
-8.911
-12.336
-12.336
Knelpunten
-14.725
-10.799
-13.619
-13.912
-10.200
-7.940
Bijsturingen
-2.855
-3.420
-2.319
-2.152
-2.152
-2.152
Startsaldo Voorjaarsnota 2024
-96.888
-61.253
-97.921
-96.726
-94.207
-93.404
Verpakkingsafvalheffing Subtotaal autonome ontwikkelingen
Eindsaldo Programmabegroting 2024 en risico-inschatting inkomsten Rijk Het eindsaldo van de vastgestelde Programmabegroting 2024 laat vanaf 2026 een tekort zien van ruim 20 miljoen euro. Daarnaast is bij de Programmabegroting 2024 op basis van een risico-inschatting rekening gehouden met het continueren van de opschalingskorting van circa 15 miljoen euro vanaf 2026 gelet op de bezuinigingsopgave van het Rijk.