Agendabundel
Tekst van het document
Deze ontwikkelingen lichten we hieronder verder toe. Opschalingskorting en herstel korting gemeentefonds Vanaf 2026 is het gemeentefonds met de opschalingskorting verlaagd, ondanks dat het bijbehorende Rijksbeleid is verlaten. In ons coalitieakkoord is er daarom vanuit gegaan dat deze korting wordt teruggedraaid en extra middelen aan het gemeentefonds worden toegevoegd. Het gemeentefonds is door het kabinet vanaf 2026 gekort (4 miljard euro), zonder bijbehorende beleidskeuzes, dit wordt ook wel het ravijn genoemd. Bij de Meicirculaire 2023 is (vanaf 2027) 1 miljard euro toegekend aan gemeenten en resteert nog een korting van 3 miljard euro. De opschalingskorting
32
maakt voor 675 miljoen euro onderdeel uit van deze korting. In het coalitieakkoord is ervan uitgegaan dat deze korting wordt teruggedraaid en extra middelen aan het gemeentefonds worden toegevoegd. We handhaven deze inschatting (14,6 miljoen euro voor de gemeente Utrecht), mede omdat het demissionaire kabinet deze toevoeging aan het gemeentefonds heeft opgenomen in zijn Voorjaarsnota 2024. Er is nog steeds veel onzekerheid over een mogelijk verdergaand herstel van de gehele korting (of ravijn) op het gemeentefonds. Compensatie van deze korting is afhankelijk van een nieuw kabinet, dat bovendien staat voor een flinke bezuinigingsopgave, die ook gemeenten kan raken. In het laatste advies van de Studiegroep Begrotingsruimte wordt aangegeven dat het nieuwe kabinet vanaf 2028 een begrotingsopgave van 17 miljard euro heeft. Er is nog geen zicht op de wijze waarop het nieuwe kabinet deze opgave invult met bezuinigingen of lastenverzwaringen en of hier ook inhoudelijke beleidskeuzes worden gemaakt. Daarom nemen we geen verder risico en houden we in deze voorjaarsnota geen rekening met een verder herstel van de korting op het gemeentefonds. Herverdeling gemeentefonds In 2022 is de verdeling van het gemeentefonds over gemeenten gewijzigd. Het financiële effect per gemeente is toen gemaximeerd.
Inmiddels is al 13,5 miljoen euro aan nadelig herverdeeleffect voor Utrecht verwerkt (structureel). Eveneens in 2022 zijn aanvullende onderzoeken gestart naar onder andere grootstedelijke kosten. Als de oorspronkelijke herverdeling wordt voortgezet dan betekent dit voor Utrecht een extra nadeel van 3 miljoen euro vanaf 2027. De resultaten van de onderzoeken moeten in samenhang worden bezien met het mogelijk voortzetten van de herverdeling, voordat een inschatting kan worden gemaakt van het effect voor Utrecht. Dit blijft een risico. Aanvullende indexatie voor Wmo In de nieuwe groeisystematiek van het gemeentefonds (op basis van de ontwikkeling van het BBP) wordt onvoldoende rekening gehouden met het effect van de vergrijzing en prijsontwikkeling voor Wmo. De kosten stijgen harder dan het BBP. Daarom stelt het demissionaire kabinet in zijn Voorjaarsnota 2024 voor vanaf 2026 extra middelen beschikbaar te stellen om gemeenten reëel voor deze effecten te compenseren (oplopend van 75 miljoen euro in 2026 naar 225 miljoen euro 300 miljoen euro in 2029). Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid om de Wmo te bekostigen vanuit een apart fonds, zodat de risico’s niet alleen bij gemeenten liggen. We nemen een risico-inschatting op vanaf 2029 voor een deel van deze extra compensatie (2,5 miljoen euro).
Hiermee laten we ruimte om de kostenstijging door vergrijzing in onze begroting te bepalen. Incidentele korting gemeentefonds 2025 Het demissionaire kabinet heeft naast extra middelen voor gemeenten (zie hierboven) ook een incidentele korting op het gemeentefonds opgenomen in zijn voorjaarsnota voor het jaar 2025. Deze korting bedraagt 675 miljoen euro. Voor deze korting nemen we een risico-inschatting op van 14,9 miljoen euro. Het definitieve bedrag zal in de komende mei- of septembercirculaire bekend worden.
4.1.2 Inzet eigen vermogen Om structurele bezuinigingen te realiseren is een ingroeiperiode noodzakelijk voor de jaren 2024 en 2025. Dit kan door het vrijspelen van incidentele middelen. Daarbij is gekeken naar het eigen vermogen en de mogelijkheden om middelen uit bestemmingsreserves vrij te laten vallen. De reserves zijn beoordeeld op basis van de onderliggende onderbouwing van het doel en de voor dat doel benodigde middelen. Daarnaast is gekeken naar mogelijkheden voor het aanpassen van het huidige financieel beleid om reserves vrij te spelen. Dit geeft tevens invulling aan de wens van de raad voor nader onderzoek van de reserves.
33
Activareserve De activareserve dient enerzijds ter dekking van de kapitaallasten van afgeronde investeringen (203 miljoen euro). Anderzijds wordt in deze reserve gespaard voor toekomstige investeringen (63 miljoen euro). Het bedrag voor de afgeronde investeringen kan vrijvallen als de begroting structureel wordt verhoogd voor de kapitaallasten. Hiermee komt een omvangrijk bedrag van het eigen vermogen (incidenteel) beschikbaar ter dekking van de begrotingstekorten in 2024 en 2025. Belangrijk voordeel is daarnaast dat daarmee structureel budget wordt begroot voor de vervanging van de betreffende investeringen. Dit leidt tot een gezond financieel beleid waarmee toekomstige tekorten worden voorkomen. We stellen daarom voor 203 miljoen euro te onttrekken aan de activareserve en dit bedrag voor 149,3 miljoen euro in te zetten ter dekking van het tekort in 2024 en 2025. Het restant van 53,8 miljoen euro wordt toegevoegd aan de algemene reserve en enkele bestemmingsreserves. De toename van de algemene reserve leidt bij de Programmabegroting 2025 mogelijk tot een toename van de weerstandsratio boven de gehanteerde norm. Gelet op de grote onzekerheid ten aanzien van de inkomsten van het Rijk en de onzekerheid met betrekking tot de realisatie van bezuinigingen en hervormingen verwachten wij echter ook een toename van risico’s en daarmee van de benodigde weerstandscapaciteit.
Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 is er meer zicht op de bijdrage van het Rijk (o.a. de uitkomsten meicirculaire). Op dat moment wordt de weerstandsparagraaf en de daarin opgenomen weerstandsratio geactualiseerd. Dat is tevens het moment om te overwegen of de financiële kengetallen het toelaten om een bedrag van 5,5 miljoen euro toe te voegen aan de reserve Grondexploitaties, als reservering voor toekomstige negatieve grondexploitaties, in lijn met de nog vast te stellen beleidsnota Grondbeleid. Dit bedrag maakt deel uit van het Jaarrekeningresultaat 2023 en is afkomstig uit in 2023 ontvangen incidentele afkoopsommen, meerwaardeafdrachten op gewijzigde erfpachtovereenkomsten en de incidentele uitgifte van gemeentelijke eigendommen. Van de toevoeging aan de algemene reserve/bestemmingsreserves zetten we apart: •
•
• • •
5 miljoen euro in de nieuw te vormen reserve Personeelskosten bezuinigingen, voor frictiekosten die naar verwachting ontstaan door de concrete bezuinigingsmaatregelen en de hervormingsbezuinigingen; 2,5 miljoen euro in de nieuw te vormen reserve Implementatie en uitvoering hervormingsbezuinigingen. Om de hervormingen mogelijk te maken zullen we moeten investeren aan de voorkant. Dit gaat om kosten voor het programmateam, inhuur van specifieke expertise (zoals benchmarking en onderzoeken) en eventueel implementatiekosten van de maatregelen. 11,5 miljoen euro in de reserve Vervanging zwembaden (zie paragraaf 4.2 Haalbaarheid investeringen tegen het licht: reëel ramen). 5 miljoen euro in de nieuw te vormen reserve Tarieven sportaccommodaties, om fricties bij de structurele verhoging van de tarieven op te kunnen vangen. 1,2 miljoen euro in de nieuw te vormen reserve Werken naar werk, omdat op dit budget wordt bezuinigd. Met de regio is juist besproken om tot een impuls te komen. Deze overbrugging geeft ruimte om marktpartijen meer te laten bijdragen.
34
Bestemmingsreserves Daarnaast zijn alle overige bestemmingsreserves groter dan 500.000 euro doorgelicht aan de hand van de onderliggende onderbouwingen van de actualiteit van de bestemming en de omvang van het bedrag. De analyse van de reserve grondexploitatie is uitgevoerd bij de onderbouwing daarvan voor de Jaarstukken 2023. Uit de doorlichting van de bestemmingsreserves komt naar voren dat er een mogelijkheid is om meer middelen vrij te spelen. Het gaat om een bedrag van maximaal 35,8 miljoen euro aan risicoreserves (16,9 miljoen euro), egalisatiereserves (10,2 miljoen euro) en overige bestemmingsreserves (8,7 miljoen). Dit kan echter niet zonder meer binnen de kaders van het huidige beleid, zoals de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota Reserves. Er zijn ook nadelen aan verbonden, bijvoorbeeld afnemende risicobuffers in combinatie met de risico-inschatting voor de verwachte Rijksinkomsten (paragraaf 4.1.1). Het bedrag is niet nodig voor de tijdelijke oplossing van het begrotingstekort in 2024 en 2025 en ook niet zonder meer inzetbaar vanwege de vereisten met betrekking tot de solvabiliteit van de gemeente. Om deze redenen doen we geen voorstel om deze middelen op dit moment vrij te laten vallen.
4.1.3 Financieel-technische maatregelen Start afschrijving per 1 januari vanaf 2024 De huidige werkwijze is dat gestart wordt met afschrijven op het moment van ingebruikname. Voor nieuwe investeringen wordt voorgesteld om af te schrijven vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt. Dit levert een incidenteel voordeel op in de desbetreffende jaren. Bijkomend voordeel is een administratieve lastenvermindering. Indexatie volgt gemeentefonds De inkomsten uit het gemeentefonds worden via een eigen systematiek verhoogd voor de inflatie. Deze heeft geen relatie met de wijze waarop wij de andere onderdelen van de begroting indexeren. Voor de indexatie van onze begrote kosten maken we gebruik van een gedifferentieerde systematiek, waarbij de verschillende soorten kosten specifieke indexcijfers kennen. We stellen voor, voor de indexering van de materiële kostenbudgetten, de indexcijfers van het Rijk te volgen. Dit levert nu een besparing op, maar betekent dat als de kosten zich bij de gemeente anders ontwikkelen dan bij het Rijk, het verschil binnen de organisatie moet worden opgevangen. Voor de personele budgetten blijft de CAO voor gemeenten leidend.
4.2 Haalbaarheid investeringen tegen het licht: reëel ramen In deze paragraaf wordt reëel ramen toegespitst op de investeringsbegroting (kapitaallastenkredieten). Planningsoptimisme is daarnaast ook van toepassing op projectbudgetten en specifieke uitkeringen, bijvoorbeeld doordat het Rijk geld voor meerdere jaren in één jaar beschikbaar stelt. Er is sprake van planningsoptimisme in de investeringsbegroting als ervan uit wordt gegaan dat investeringen eerder gerealiseerd kunnen worden dan in werkelijkheid het geval is. Dit leidt jaarlijks tot onderbesteding op kapitaallasten en investeringsbandbreedtes. De exacte omvang daarvan is niet zonder meer vast te stellen. Het betreft complexe materie, aangezien programma’s een eigen systematiek en dynamiek kennen. Het gewenste inzicht op overall niveau vraagt om tijd en capaciteit (zoals ook benoemd in de raadsbrief Reactie managementletter 2023). Voor de lange termijn streven wij naar grip op investeringen: reëel begroten van investeringen en kapitaallasten via een normerende aanpak, met centrale regie op programmering en financiële spelregels, zoals een gemeentebreed investeringsplafond.
35
Uit analyse van onderbesteding van kapitaallasten blijkt, dat kredieten al in een vroegtijdig stadium worden aangevraagd, wanneer er nog geen zicht is op een realistische planning. Deels door complexiteit van projecten (waaronder projecten werk met werk maken), maar ook doordat de nadruk ligt op sturing per project en niet op het niveau van een programma of de totale investeringsbegroting. Veel programma’s houden in meer of mindere mate rekening met planningsoptimisme, maar er bestaat geen gemeentebrede consistente lijn. In de praktijk wordt daarnaast onderbesteding van kapitaallasten benut voor andere doeleinden. Zo worden personeelskosten voor investeringen in maatschappelijk vastgoed gedekt uit kapitaallastenbudget. Bij de uitwerking voor de lange termijn maken wij ook de inzet van de onderbesteding van de kapitaallasten voor andere doeleinden inzichtelijk en doen wij voorstellen om deze kosten begrotingstechnisch juist te ramen. Daarnaast blijven we planningsoptimisme jaarlijks monitoren en betrekken bij de integrale afweging voorjaarsnota. In de tabel hieronder brengen wij op basis van de huidige investeringsbegroting in beeld waar meer kapitaallasten zijn geraamd, dan zullen worden uitgegeven.
Dit leidt tot besparingsmogelijkheden in de programma’s Kansrijk opgroeien en Levendige en gezonde stad, na aftrek van de personeelskosten die uit de investeringsbegroting worden gedekt. Een aanvullende besparingsmogelijkheid zien wij in de indexering van de kapitaallasten. Op dit moment wordt het volledige kapitaallastenbudget geïndexeerd (afschrijvingen, rente en stelpost kapitaallasten). Het doel van indexering van budgetten is dat voor toekomstige (vervangings-) investeringen budget op het actuele prijspeil beschikbaar is. Deze benadering is vrij grof, waardoor het jaarlijks indexeren onbedoeld tot te hoge budgetten leidt. Zo is er geen reden om indexering toe te passen op het rentedeel van het kapitaallastenbudget. In het kader van planningsoptimisme en grip op investeringen, zullen ook de huidige grondslagen voor de kapitaallastenbudgetten tegen het licht worden gehouden. Vooruitlopend op mogelijke herziening van de grondslagen voor de kapitaallasten-budgetten, stellen wij voor om voor 2025 geen indexering toe te passen. Dit levert een structureel voordeel op van circa 850.000 euro. Bedragen x € 1.000 Programma
2024
2025
2026
2027
2028
Kansrijk opgroeien: onderwijshuisvesting
2.099
3.453
3.547
2.468
-778
-1.225
-1.225
-1.225
-1.225
-1.225
Levendige en gezonde stad: vastgoed
7.147
6.249
5.990
5.260
4.410
Personeelskosten vastgoed
-2.025
-2.025
-2.025
-2.025
-2.025
Levendige en gezonde stad: sport
1.877
1.623
3.494
2.254
1.886
Personeelskosten sport
-450
-450
-450
-450
-450
0
850
850
850
850
850
7.423
8.475
10.181
7.132
2.668
850
Personeelskosten onderwijshuisvesting
Niet indexeren Totaal reëel ramen
Structureel
Tot nu toe werd de onderbesteding van de kapitaallasten voor sportaccommodaties jaarlijks toegevoegd aan de reserve vervanging zwembaden, voor de op termijn noodzakelijke vervanging van de zwembaden Den Hommel en De Kwakel. Ter compensatie stellen wij voor een bedrag van 11,5 miljoen euro toe te voegen aan deze reserve (paragraaf 4.1.2). Op deze manier begroten wij de kapitaallasten zuiver en transparant. Naast de in de tabel genoemde programma’s zijn ook de programma’s Ontwikkelen en wonen voor iedereen, Duurzame bereikbaarheid en Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed in de analyse betrokken. Daar zien wij geen mogelijkheid om door reëel ramen tot een besparing te komen, omdat in deze programma’s al rekening wordt gehouden met planningsoptimisme (Bereikbaarheid 20%,
36
Ruimtelijke ontwikkelingsprojecten 25%). Daarnaast is ook in het bezuinigingsvoorstel MPR rekening gehouden met aanvullende vrijval als gevolg van planningsoptimisme. De investering op rioolvervanging loopt achter op de planning. Dit is terug te zien in de stijgende voorziening GRP investeringen. Voor 2025 en verder gaat het om een bedrag van 3,3 miljoen euro. Dit bedrag is niet te besparen, omdat de rioolheffing maximaal 100% kostendekkend mag zijn. Wij stellen voor de verwachte onderbesteding kapitaallasten bij rioolvervanging in te zetten door de (stijging van de) rioolrechten met dit bedrag te verlagen.
4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.1 Inleiding, proces De nieuwe financiële situatie dwingt ons tot het maken van stevige en pijnlijke keuzes. Als we onze mooie stad willen blijven ontwikkelen, is ingrijpen namelijk onvermijdelijk. Naast bovengenoemde meer financiële maatregelen moeten we daarom ook op een groot aantal inhoudelijke terreinen bezuinigen. We maken voor het grootste deel van de maatregelen gebruik van een onafhankelijke, objectieve, ambtelijke analyse om opties in beeld te brengen, waar en hoe er in de begroting bedragen bespaard kunnen worden. Deze ambtelijke inventarisatie telt op tot een structureel effect van 75 miljoen euro in 2026 en volgt uit een toezegging die we deden tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota 2023. Dit bedrag was hoger dan het destijds voorziene tekort aan maatregelen, om de gemeenteraad ruimte te geven voor afweging van de te nemen maatregelen. Deze inventarisatie zou bij de voorjaarsnota met een advies van het college gepresenteerd worden. Op uw vraag hebben wij u deze ambtelijke inventarisatie al op 17 april gestuurd, zonder bestuurlijk advies. Onderdeel van deze inventarisatie is de overhead, de bedrijfsvoering van onze organisatie.
Deze inventarisatie levert 3 à 4 miljoen euro aan structureel besparingspotentieel op, waaronder de afbouw van de extra inzet op Inclusie en Diversiteit (met ingang van 2027) en Uthiek (met ingang van 2024). De bezuinigingen op de overhead zetten wij in als dekking van de overheadknelpunten (ca. 6 miljoen euro). De overige dekking wordt gezocht binnen de besparingsideeën op de overhead die nader uitgewerkt worden bij de hervormingsbezuinigingen (zie hoofdstuk 4.5) en door nadere prioritering binnen de overhead. Ons voorstel treft u hieronder. Wij laten per begrotingsprogramma zien welke maatregelen we nemen en tot welk bezuinigingsbedrag dat leidt. Per maatregel geven we een korte toelichting, waarin we ook de negatieve effecten of risico's van de besparingen benoemen. Niettemin achten wij de voorgestelde bezuinigingen acceptabel in hun impact op de stad. Bij een aantal maatregelen kiezen we ervoor om ze later in te laten gaan dan technisch mogelijk is, om zo de gevolgen te verzachten. In de ambtelijke inventarisatie treft u over de meeste maatregelen meer informatie. De bezuinigingen op ruimtelijke investeringen presenteren we in een separate paragraaf (4.3.3). Zoals aangegeven in hoofdstuk 2.1 is het belangrijk om de concrete maatregelen binnen het sociaal domein uit te voeren in samenhang met de hervormingen die reeds zijn ingezet binnen het sociaal domein.
Deze worden daarom in samenhang gemonitord en uitgevoerd. Nota bene: ten opzichte van de ambtelijke inventarisatie van 17 april zijn de bedragen vanaf 2025 geïndexeerd (zie paragraaf 2.2).
37
x € 1.000 Programma
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
0
0
2.176
2.690
2.690
2.690
1.000
1.268
1.679
1.679
1.813
1.813
Klimaatvriendelijke stad
0
1.601
1.701
1.701
1.701
1.701
Duurzame bereikbaarheid
545
873
1.386
1.386
1.386
1.386
Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed
702
939
1.709
1.914
2.120
2.120
0
205
1.438
1.438
1.438
1.438
Betrouwbare overheid Ontwikkelen en wonen voor iedereen
Veilige stad Passende ondersteuning en opvang Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Kansrijk opgroeien Levendige en gezonde stad Subtotaal begrotingsprogramma’s
0
1.398
3.247
3.607
3.607
3.607
380
2.239
3.517
3.158
3.189
3.189
0
257
514
1.232
1.232
1.232
100
1.332
2.352
5.317
5.317
5.317
2.727
10.112
19.719
24.122
24.492
24.492
Bezuinigingen op ruimtelijke investeringen
110
225
4.528
8.270
9.123
7.325
Ontwikkeling dekkingsbronnen voor ruimtelijke investeringen
500
0
0
0
0
321
3.337
10.337
24.247
32.392
33.615
32.138
Eindtotaal
4.3.2 Maatregelen per programma Programma Betrouwbare overheid x €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
Stoppen met subsidie Stichting Utrecht4Globalgoals
0
0
66
66
66
66
Verlagen initiatievenfonds
0
0
770
770
770
770
0
0
149
149
149
149
0
0
719
719
719
719
Fysieke locaties wijkbureaus - focus aanbrengen of differentiëren over de stad
0
0
103
103
103
103
Geen reserve aanhouden voor ongeplande verkiezingen
0
0
257
257
257
257
Versoberen dienstverleningskanalen
0
0
113
113
113
113
Verlagen investeringsbudget dienstverlening
0
0
0
514
514
514
Verlagen budget Samen stad maken en terugdraaien intensivering coalitieakkoord Versoberen op de intensivering samen voor Overvecht (coalitieakkoord)
2028 Structureel
Stoppen met bijdrage Stichting Utrecht4GlobalGoals Deze stichting organiseert evenementen, heeft een faciliterende rol om de Global Goals te stimuleren en geeft informatie over de Global Goals in Utrecht. Er is afgelopen jaren al bezuinigd op de internationale inzet van de Gemeente Utrecht en ook op de samenwerking met deze stichting. We stellen voor binnen de internationale uitvoeringsstrategie prioriteit te geven aan andere activiteiten. Daarom stellen we voor de bijdrage aan de stichting te stoppen per 2026. Verlagen initiatievenfonds Het initiatievenfonds is een fonds voor grote en kleine initiatieven in Utrecht. Iedereen (inwoners en organisaties) met een goed idee kan laagdrempelig geld aanvragen uit het initiatievenfonds. We stellen voor het budget met 25% te verlagen. Deze bezuiniging betekent ook, dat er minder inkomsten vanuit de aanvragen komen bij Stadsbedrijven en Wijken. Deze maatregel gaat in per 2026.
38
Verlagen van het budget ‘Samen stad maken’ en terugdraaien intensivering coalitieakkoord Het programma Samen stad maken heeft tot doel gemeentebreed nieuwe vormen van samenwerking met Utrechters en organisaties te versterken in de stad. We stellen voor de structurele intensivering uit het coalitieakkoord voor Samen stad maken terug te draaien en het structurele budget met 25% te verlagen. Deze maatregel gaat in per 2026. Versoberen op de intensivering Samen voor Overvecht (coalitieakkoord) De wijkaanpak Samen voor Overvecht is een programma-overstijgende aanpak. Het budget is verdeeld over de volgende ambities en doelstellingen: 1. 2. 3. 4. 5.
Plezierig wonen in een meer gemengde wijk Perspectief voor de jeugd versterken Veilige Buurten Meedoen en Ondernemen Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat
We stellen voor de intensivering uit het coalitieakkoord op de wijkaanpak Samen voor Overvecht terug te draaien met 25%. Initiatieven die geslaagd zijn, verduurzamen we vanuit andere middelen, zoals de Beroepentuin en de Werkwinkel. Deze maatregel gaat in per 2026. Fysieke locaties wijkbureaus - focus aanbrengen of differentiëren over de stad In de stad zijn tien wijkbureaus gevestigd. De wijkbureaus hebben grofweg twee functies: als eerste zijn de wijkbureaus een werk- en ontmoetingsplek voor professionals en als tweede zijn zij het informatie- en adviespunt voor bewoners (wijkservicepunt). We stellen voor focus aan te brengen op de wijkbureaus en te differentiëren over de stad. Dit biedt kansen om dienstverlening meer integraal aan te bieden, voor effectievere dienstverlening en betere vindbaarheid voor bewoners. Het bedrag dat we nu voorstellen is een eerste stap; het gaat ook om een hervormingsopgave voor de langere termijn. Ook wordt gekeken naar het herijken van locaties. De balies van Vleuten-de Meern zijn tot 2028 nodig in verband met de paspoortenpiek (dit gaat om 8 balies). In het traject hervormingsbezuinigingen wordt nader beoordeeld of deze locatie vervolgens kan sluiten. Deze maatregel gaat in per 2026. Geen reserve aanhouden voor ongeplande verkiezingen Voor ongeplande verkiezingen wordt 1 miljoen euro per 4 jaar als risicoreserve begroot.
We gebruiken de reserve verkiezingen alleen nog als egalisatiereserve en niet meer als risicoreserve voor een ongeplande verkiezing. Dit is een technische maatregel zonder maatschappelijk effect, die geen effect heeft op de kosten van een verkiezing. Hierdoor kan een bedrag van ongeveer 1 miljoen euro per 4 jaar anders worden ingezet (of jaarlijks 257.000 euro). Als dekking van het risico op een ongeplande verkiezing is het budget in de reserve niet toereikend en daardoor geen volledige beheersmaatregel. Daarom stellen we voor het risico op een ongeplande verkiezing te verplaatsen naar de algemene risicoparagraaf en risicoreserve. Deze maatregel gaat in per 2026. Versoberen dienstverleningskanalen De gemeente Utrecht gebruikt in het contact met inwoners en ondernemers verschillende kanalen voor producten en diensten en voor vragen. Veel van deze kanalen zijn noodzakelijk om aan de basisdienstverlening te voldoen. We stellen voor een aantal dienstverleningskanalen af te schalen. We stellen voor te stoppen met videobellen per 2026. Dit is nu een alternatief voor de balie en wordt ingezet bij VTH en WenI. Ook stellen we voor te stoppen met de Utrecht Nieuwsbrief en te volstaan met de website, de
39
wijkberichten en de post. Verlagen Investeringsbudgetten dienstverlening Eind 2022 is de Visie op dienstverlening vastgesteld. Voor deze visie is in het coalitieakkoord een bedrag van 1,1 miljoen euro per 2027 beschikbaar gesteld. We stellen voor de intensivering van het coalitieakkoord terug te draaien en de ambitie van de visie op dienstverlening te verlagen door het investeringsbudget te verminderen. We houden hiermee wel onze dienstverlening op peil. Programma Ontwikkelen en wonen voor iedereen x €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Meerwaardeafdrachten na Stop de verkoop Stoppen met aanmoedigen wooncoöperaties
1.000
1.027
1.027
1.027
1.027
1.027
0
0
0
0
134
134
Halveren inzet Verhuisadviseur senioren incl. promotie
0
29
29
29
29
29
Lagere subsidie huurdersparticipatie/ doelgroepen incl. accres
0
22
22
22
22
22
Verminderen knelpuntenvoorziening
0
191
191
191
191
191
Risicogestuurd toezicht
0
0
411
411
411
411
Meerwaardeafdrachten na Stop de verkoop De maatregel Stop de verkoop uit het coalitieakkoord zorgt dat de gemeente ook geen opbrengsten meer krijgt uit de meerwaardeafdrachten van woningcorporaties. Deze opbrengsten waren begroot op 6 miljoen euro per jaar, waarvan tweederde deel werd gestort in de voorziening meerwaarde prestatieafspraken woningcorporaties. Deze opbrengsten zijn niet meer begroot. Er blijft een kleinere stroom van 1 miljoen euro aan meerwaardeafdrachten bestaan uit de verkoop van zogenoemde exoten in het bezit van woningcorporaties. Stoppen met aanmoedigen van wooncoöperaties We stellen voor te stoppen met het aanmoedigen van wooncoöperaties met financiële middelen. Dit betreft deels incidenteel geld, maar samen met het koopstartfonds zijn het relatief minder efficiënte middelen binnen het beleidsveld wonen. Hierdoor zou ook geminderd kunnen worden op de personele inzet. Deze maatregel gaat in per 2028. Halveren inzet Verhuisadviseur senioren inclusief promotie We stellen voor de inzet van de verhuisadviseur voor senioren te halveren, inclusief de promotie hiervan. Deze maatregel gaat in per 2025. Lagere subsidie huurdersparticipatie/ doelgroepen inclusief accres De subsidie huurderparticipatie is bedoeld om de positie en participatie van huurders te versterken, wat we belangrijk vinden. Daarom stellen we voor met een deel van de subsidie te stoppen.
Deze maatregel gaat in per 2025. Verminderen knelpuntenvoorziening We stellen voor de knelpuntenvoorziening in verband met loon- en prijsstijging van incidentele ruimtelijke ontwikkelingsprojecten te verminderen. Dit betekent een lagere voorziening voor tekorten (door loon- en prijsstijgingen) op incidentele projecten, die kan leiden tot versobering van projecten. Deze maatregel gaat in per 2025.
40
Risicogestuurd toezicht We stellen voor om meer dan nu in te zetten op risico-gestuurd toezicht bij het bouw- en woningtoezicht, waarbij we uitgaan van de omvang van de negatieve impact van bepaalde overtredingen. Ofwel, welke risico’s ontstaan er wanneer we niet bestuursrechtelijk zouden optreden? Vervolgens maken we een keuze om de beperkte capaciteit daarin te zetten waar dit het hardste nodig is. Deze maatregel gaat in per 2026. Programma Klimaatvriendelijke stad x €1.000 Maatregel Taakstelling energietransitie: mix maatregelen
2024 0
2025 1.601
2026 1.701
2027 1.701
2028 Structureel 1.701 1.701
Taakstelling energietransitie: mix maatregelen Voor de energietransitie werken we aan een systeemverandering, waarin verschillende activiteiten ten positieve of ten negatieve op elkaar inwerken. Het is goed mogelijk dat maatregelen die nu nog niet bekend of mogelijk zijn beter werken dan de huidige opties. Bovendien is hier geen sprake van structurele programmalijnen maar van een jaarlijkse programmering. Daarom stellen we een taakstelling voor, waarbij we wel een duidelijke richting meegeven om stapeling van effecten te voorkomen. Deze maatregel gaat in per 2025. Duurzame bereikbaarheid x €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Temporiseren mobiliteitsbeleid
545
719
719
719
719
719
Besparen op parkeerbeleid
0
154
154
154
154
154
Bezuinigen op nieuwe bemenste inpandige fietsenstallingen
0
0
514
514
514
514
Temporiseren mobiliteitsbeleid We stellen voor het opstellen, actualiseren en uitwerken van mobiliteitsbeleid, zoals de spooragenda, ovnetwerkperspectief, het wiel met spaken en ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties te temporiseren. We zorgen dat de basis op orde is en besparen op de uitvoeringskosten. Deze maatregel gaat in per 2024. Besparen op parkeerbeleid We gaan door met ons beleid om parkeerplekken op te heffen en blijven mensen met lage inkomens compenseren voor parkeerkosten. Binnen het begrotingsprogramma stellen we wel een besparing op het beleid voor en boeken we een substantiële structurele bezuiniging in, met ingang van 2025. Bezuinigen op nieuwe bemenste inpandige fietsenstallingen Vanaf 2026 vallen er exploitatiemiddelen vrij die bestemd zijn voor het exploiteren van nieuwe openbare fietsenstallingen. Het levert een besparing op als we deze middelen niet meer inzetten voor het realiseren van nieuwe inpandige fietsenstallingen. We stellen voor gericht te bezuinigen, bijvoorbeeld op twee specifieke plekken.
41
Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed x €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Stoppen subsidie dierenweides
0
0
51
51
51
51
Stoppen met bomen voor bewoners
0
103
103
103
103
103
Minder inzet op het moeten voldoen aan EU grenswaarden
0
0
0
205
205
205
Minder beleids- en onderzoekscapaciteit Gezond Leefklimaat.
172
292
292
292
292
292
Concessie vergoeding laadpalen niet fixeren en/of verhogen
0
0
0
0
205
205
Geen structurele middelen beschikbaar houden voor Bodem
500
514
514
514
514
514
Minder beleid opstellen voor lood en bodembiodiversiteit
30
31
31
31
31
31
Stroomlijnen initiatieven vergroening buitenruimte
0
0
719
719
719
719
voor luchtkwaliteit.
Stoppen subsidie dierenweides We stellen voor de subsidie voor dierenweides stop te zetten. Deze maatregel gaat in per 2026. Stoppen met bomen voor bewoners We stellen voor te stoppen met het weggeven van fruitbomen aan particulieren. Deze maatregel gaat in per 2025. Minder inzet op het moeten voldoen aan EU grenswaarden voor luchtkwaliteit We stellen voor minder ambtelijke uren in te zetten om te voldoen aan EU-grenswaarden voor luchtkwaliteit. Denk hierbij aan activiteiten als houtstookcampagne, afspraken met bedrijven over emissieloos vervoer en emissieloos bouwen. Deze maatregel gaat in per 2027. Minder beleids- en onderzoekscapaciteit Gezond Leefklimaat We stellen voor binnen de opgave in te zetten op minder beleids- en onderzoekscapaciteit en onderzoeksgeld. Tevens bouwen we onze lobby af. We beperken ons tot dat wat wettelijk verplicht is. Deze maatregel gaat getrapt in vanaf 2024. Concessie vergoeding laadpalen niet fixeren en/of verhogen Periodiek wordt een concessie verleend aan een marktpartij om de elektrische laadpalen in de openbare ruimte te exploiteren. De concessievergoeding is gefixeerd op 4 cent/kwH en wordt op dit moment rechtstreeks ingezet om het maatregelenpakket luchtkwaliteit te bekostigen.
Om te komen tot gemiddeld 1 miljoen extra inkomsten per jaar over de periode 2028-2034 stellen we voor dat in alle nieuwe contracten die vanaf 2028 op de markt komen de concessievergoeding wordt verhoogd van 4 naar 6 cent/kWh. De laadprijs gaat dan omhoog van circa 40 cent/kWh naar 42 cent. Geen structurele middelen beschikbaar houden voor Bodem We stellen voor de beschikbare middelen voor Bodem structureel te verlagen, naast de specifieke uitkeringen. Deze maatregel gaat in per 2024. Minder beleid opstellen voor lood en bodembiodiversiteit We stellen voor minder beleid op te stellen voor lood en bodembiodiversiteit waardoor er minder inzet nodig is op ambtelijke uren. Deze maatregel gaat in per 2024. Stroomlijnen initiatieven vergroening buitenruimte We stellen voor initiatieven voor vergroening van de buitenruimte of het beheer daarvan te stroomlijnen. Naast de gemeente zijn diverse andere partijen en inwoners in de stad bezig met deze onderwerpen en sommigen van hen ontvangen hiervoor subsidies die we heroverwegen. Deze maatregel gaat in per 2026. 42
Programma Veilige Stad x €1.000 Maatregel Bezuinigen op materiële budget ten behoeve van aanpak voorkomen van ontwrichtende effecten van ondermijnende criminaliteit Verschuiving in verdeling nachtdiensten BOA’s
2024 0
2025 0
2026 514
2027 514
2028 Structureel 514 514
0
0
257
257
257
257
Verlagen materieel budget Wijkveiligheid
0
205
205
205
205
205
Halveren inzet THOR op bewonersmeldingen (gemeentelijk overlast auto GOA)
0
0
462
462
462
462
Bezuinigen op materiële budget ten behoeve van aanpak voorkomen van ontwrichtende effecten van ondermijnende criminaliteit We stellen voor het aantal activiteiten voor aanpakken/interventies/acties die bekostigd worden uit materiële budgetten uit de coalitiemiddelen en de aanpak Grenzen Stellen Perspectief Bieden (GSPB) te verminderen. Voor deze specifieke doelgroepen bieden we dan minder activiteiten aan op het gebied van weerbaarheid en preventie, werk, sport en opleiding en onderzoek. Deze maatregel gaat in per 2026. Verschuiving in verdeling nachtdiensten BOA’s De BOA’s van toezicht en handhaving openbare ruimte (THOR) worden nu vier nachten per week van 23.00 tot 07.30 uur ingezet in een bestuurlijk afgestemd gebied. Deze inzet is gericht op veelvoorkomende overtredingen en overlast. In de nachtelijke uren is de kans op openbare ordeverstoringen groot. We stellen voor de inzet van de BOA's te verschuiven naar dat deel van de nacht waar de meeste verstoringen plaatsvinden. Deze maatregel gaat in per 2026. Verlagen materieel budget wijkveiligheid We stellen voor het beschikbare materiële budget ten behoeve van de aanpak van (on)veiligheid in de wijken te verlagen. De afgelopen jaren blijkt dat het budget niet volledig werd benut. Deze maatregel gaat in per 2025.
Halveren inzet THOR op bewonersmeldingen (GOA) De eenheid gemeentelijke overlastaanpak (GOA) handelt meldingen van inwoners en ondernemers af. Handhavers gaan op basis van de melding naar de locatie en voeren een controle uit. Zij treden afhankelijk van de situatie handhavend op. We stellen voor om deze inzet te halveren meer data-gericht te gaan werken. Deze maatregel gaat in per 2026. Programma Passende ondersteuning en opvang €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Verlenging overeenkomsten aanvullende zorg 2025
0
258
516
516
516
516
Beperken keuzevrijheid dagbestedingsvoorziening
0
10
10
10
10
10
Domeinoverstijgende Samenwerking
0
0
51
51
51
51
Herinrichting Sociale Prestatie en Dagondersteuning
0
0
616
616
616
616
Beperken middelen tegen geweld in Afhankelijkheidsrelaties
0
0
0
51
51
51
Taakstelling Beschermd wonen
0
822
1.643
1.951
1.951
1.951
Stoppen subsidie opvang en begeleiding terugkerende gezinnen
0
0
103
103
103
103
Stoppen FIOM subsidie
0
308
308
308
308
308
43
Verlenging overeenkomsten aanvullende zorg 2025 Bij de verlenging van de overeenkomsten aanvullende zorg in 2025 kijken we naar tarieven per zorgvorm, inclusief mogelijkheden van digitalisering en collectief werken om kosten te drukken. En naar minder intensieve begeleidingsvormen voor langdurige zorg en waakvlamfuncties. We verlagen de contractwaarde van de huidige aanbieders bij de volgende verlengingsoptie door afspraken te maken over inzet van goedkopere zorgvormen. Beperken keuzevrijheid dagbestedingsvoorziening We kunnen vervoerskosten drukken door de keuzevrijheid van dagbestedingsvoorziening te beperken. De inwoner heeft dan alleen keuze uit nabije voorzieningen dagondersteuning. Door inwoners te verplichten gebruik te maken van een dagbestedingsvoorziening bij hen in de buurt, hoeven we minder geld uit te geven aan vervoerskosten naar een locatie van keuze verder weg. Zolang het adequate ondersteuning is, wordt voor de goedkoopste (in dit geval de dichtstbijzijnde) voorziening gekozen. Deze maatregel gaat in per 2025. Domeinoverstijgende samenwerking We stellen voor preventieve activiteiten in het sociaal domein te laten bekostigen door het zorgkantoor: in plaats van nieuwe projecten opzetten, aansturen op het overnemen van bestaande inzet.
Door het verschuiven van de bekostiging van specifieke activiteiten vanuit de Zorgverzekeringswet en/of Wet Langdurige Zorg worden de kosten voor de gemeente lager. Deze maatregel gaat in per 2026. Herinrichting sociale prestatie en dagondersteuning We stellen voor de subsidieregeling sociale prestatie en dagondersteuning opnieuw in te richten, door te kijken waar aanbod overlapt met andere regelingen. Ook bekijken we onder andere of we cofinanciering bij aanvragen subsidie sociale prestatie en dagondersteuning kunnen verplichten. We verlagen de huidige subsidies en verplichten subsidieaanvragers om een deel van hun kosten te dekken uit andere inkomstenbronnen. Of we stoppen subsidies waar er sprake is van overlap met het aanbod van andere subsidieregelingen. Deze maatregel gaat in per 2026. Beperken middelen tegen geweld in afhankelijkheidsrelaties We stellen voor de aanvullende zorg Wmo met betrekking tot Geweld in Afhankelijkheidsrelaties te beperken tot sec opvang en begeleiding. In overleg met de opvanginstelling wordt er bepaald welke preventieve taken anders ingevuld kunnen worden, zodat besparingen worden gerealiseerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de plegeraanpak en/of Maatje achter de voordeur. We beëindigen de aanpalende ondersteuning vanaf 2027.
Taakstelling Beschermd wonen We stellen voor een taakstelling op Beschermd wonen op te leggen en de uitgaven op Beschermd wonen te verlagen, passend bij de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis (visie Dannenberg). Beschermd wonen is een doorstroomvoorziening van Maatschappelijke Opvang, Forensische Zorg, de GGZ en Individuele Begeleiding. Dit betekent mogelijk dat contracten opengebroken moeten worden. Deze maatregel gaat in per 2025. Stoppen subsidie opvang en begeleiding terugkerende gezinnen We stellen voor de subsidie en ingekochte dienstverlening aan de zelfredzame gezinnen te verminderen, onder meer door strenger te toetsen op toegang tot opvang en te sturen op uitstroom in begeleiding van onvoorbereid terugkerende gezinnen. Deze maatregel gaat in per 2026. Stoppen FIOM subsidie FIOM is het expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap. We stellen voor te stoppen met de subsidie. Het stoppen met de subsidie leidt niet tot extra zorgvraag, maar mogelijk wel tot een 44
verschuiving van de zorgvraag naar bijvoorbeeld het buurtteam of aanvullende zorg. Deze maatregel gaat in per 2025.
Programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid x €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Versoberen Actieagenda Economie
0
308
411
411
411
411
Verkleinen werkbudget Economie (coalitieakkoord)
0
51
51
51
51
51
Stoppen subsidie werk naar werk
0
411
411
411
411
411
Verminderen evenementenfonds
0
154
154
154
154
154
Verminderen bijdrage Utrecht Marketing (optelling voorstellen van Cultuur, MCN en Economie)
0
0
822
822
822
822
Bijdrage ROM en EBU verlagen
0
0
21
51
82
82
Bijdrage aan International Welcome Centre Utrecht Region verminderen
0
0
26
26
26
26
300
308
308
0
0
0
Bijdrage UW verlagen
0
0
308
308
308
308
Versoberen bijzondere bijstand
0
924
924
924
924
924
Schrappen 1000-banenplan
80
82
82
0
0
0
Invulling basisbanen via ontwikkelbanen UW
Versoberen uitvoering Actieagenda Economie We stellen voor de uitvoering van de Actieagenda Economie te versoberen. We zorgen dat de basis op orde is. Deze maatregel gaat in per 2025. Verkleinen werkbudget economie (coalitieakkoord) We stellen voor het opgavebrede werkbudget te verkleinen. Uit dit werkbudget worden onder meer ad hoc-werkzaamheden en incidentele activiteiten betaald, bijvoorbeeld het standplaatsendossier. Hiervoor is dan minder ruimte, maar de basis is nog steeds op orde. Deze maatregel gaat in per 2025. Stoppen subsidie werk naar werk We stellen voor de subsidieregeling werk naar werk te stoppen. Dit betekent dat de gemeente niet meer bijdraagt aan de (om)scholingsaanpak. Omdat er voor de komende jaren al afspraken zijn gemaakt met regiogemeenten, stellen wij voor een reserve te vormen van 1,2 miljoen euro (paragraaf 4.1.2), waaruit wij een verantwoorde afbouw van deze regelingen kunnen bekostigen. Daarna kunnen marktpartijen instappen. Verminderen evenementenfonds Het Evenementenfonds is er voor organisaties die een evenement organiseren rond het thema gezondheid. We stellen voor de subsidieregeling te verminderen. Deze maatregel gaat in per 2025. Verminderen bijdrage Utrecht Marketing Vanuit de gemeente gaat 3,3 miljoen euro naar Utrecht Marketing. Hieronder ligt een meerjarige opdracht die nog loopt t/m 2025.
We stellen voor de bijdrage aan Utrecht Marketing te verkleinen vanaf 2026 door het stoppen van de subsidie voor cultuurparticipatie (culturele zondagen en cultureel Uitfeest) à 0,7 miljoen euro. Daarnaast verminderen we de inzet op de positionering van Utrecht als duurzame bestemming voor toerisme met 0,1 miljoen euro.
45
Bijdrage ROM en EBU verlagen We stellen voor de totale bijdrage ROM en EBU te verminderen met 10% gedurende de jaren 2026, 2027 en 2028. Voorstel is om vooral te bezuinigen op de bijdrage ROM, omdat de bijdrage EBU slechts om een fractie van het totaal gaat. Bijdrage aan International Welcome Centre Utrecht Region (IWCUR) verminderen We stellen voor de bijdrage aan het IWCUR vanaf 2026 te verminderen. De basis van IWCUR is een doorlopend convenant tussen alle aangesloten partners (Amersfoort, UU, Provincie). Invulling basisbanen via ontwikkelbanen UW We vullen de basisbanen uit het coalitieakkoord in met ontwikkelbanen bij UW. Deze banen zijn tijdelijk. Als het niet lukt om door te stromen naar een reguliere baan biedt UW een vaste baan aan. De tijdelijke ontwikkelbanen en vaste banen bij UW dekken we met bestaande instrumenten zoals loonkostensubsidie. Eventueel noodzakelijke gemeentelijke bijdragen voor de vaste banen brengen we onder binnen het bestaande financiële kader voor UW. Het budget uit het coalitieakkoord is tijdelijk, de bezuiniging is dus niet structureel. Bijdrage Utrechts Werkbedrijf (UW) verlagen UW ontvangt van ons een aanvullende subsidie van 1,8 miljoen euro, omdat de rijksbijdrage voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) ontoereikend is. Doordat de Wsw als gevolg van uitstroom steeds kleiner wordt, kan deze bijdrage omlaag.
We stellen voor deze subsidie vanaf 2026 te verlagen naar 1,5 miljoen euro. In het Ondernemingsplan UW 2023-2026 is deze verlaging reeds opgenomen. Het idee is wel dat de aanvullende subsidie geleidelijk (deels) wordt omgebouwd naar een gemeentelijke bijdrage voor Participatiewetbanen die in feite in de plaats van de Wsw komen. Versoberen bijzondere bijstand We stellen voor de bijzondere bijstand te versoberen. Dit kan bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) door de kosten van woninginrichting om te zetten van gift naar lening. Momenteel verstrekken we als gemeente het volledige bedrag voor woninginrichting als gift. De bijdrage in de woninginrichting is een grote post binnen de bijzondere bijstand. De wet biedt de mogelijkheid om dit te veranderen in een lening. Alternatief is een verlaging van de bijdrage, of andere maatregelen binnen de bijzondere bijstand, zoals strengere draagkrachtregels. We houden er rekening mee in deze besparing dat er een voorziening moet zijn voor oninbaarheid. Deze bezuiniging raakt een aantal kwetsbare doelgroepen die eerder een lening aan zullen gaan, zoals voormalig dak- en thuislozen, statushouders en mensen uit de vrouwenopvang. Deze maatregel gaat in per 2025. Schrappen 1000-banenplan In deze krappe arbeidsmarkt verwachten we niet dat het 1000-banenplan aan de verwachtingen kan voldoen. Daarom stellen we voor dit plan te schrappen.
Het budget uit het coalitieakkoord is tijdelijk, de bezuiniging is dus niet structureel. Programma Kansrijk opgroeien x €1.000 Maatregel Stoppen onderwijsimpulsregeling Stoppen met specifieke jeugdprojecten
46
2024 0
2025 257
2026 514
2027 770
2028 Structureel 770 770
0
0
0
462
462
462
Onderwijs impuls regeling stoppen We stellen voor met de Onderwijs Impuls Regeling te stoppen. Hierdoor kunnen we de bijbehorende middelen schrappen. Het stoppen met de regeling leidt tot een kostenbesparing, maar daarmee stopt de investering van de gemeente in de kwaliteit van het onderwijs en de samenwerking tussen scholen hiervoor, met als risico dat innovatie en kennisdeling binnen het onderwijs minder wordt. Dat kan doorwerken in de mate waarin Utrechtse leerlingen hun talenten kunnen ontwikkelen. Deze maatregel gaat in per 2025. Stoppen met specifieke jeugdprojecten We stellen voor te stoppen met specifieke jeugdprojecten. Dit betekent minder inzet om jongeren te ondersteunen op thema's zoals: eigen seksualiteit begrenzen, misbruik, keuzevrijheid, ongewenste zwangerschap, traumaverwerking, ongewenst kinderloos of miskraam. Verder ondersteunen we dan ook niet langer jonge gezinnen met specifieke opvoedvragen. Tot en met 2026 laten we onze investering doorlopen.
Programma Levendige en gezonde stad x €1.000 Maatregel
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 118
0 0 0 0 257 118
103 257 123 257 257 118
103 257 123 257 257 118
103 257 123 257 257 118
0 100 0
0 103 0
0 103 514
1.027 0 514
1.027 0 514
1.027 0 514
0 0
226 103
226 103
226 103
226 103
226 103
0 0 0
421 0 185
421 250 185
421 250 185
421 250 185
421 250 185
0 0 0 0
0 177 0 0
0 177 0 0
113 177 110 1.078
113 177 110 1.078
113 177 110 1.078
Verminderen ambitie plan Einstein Verminderen inclusieaanpak Stoppen exploitatiesubsidies Diedom, Ladyfit, Skatebaan Stopzetten extra inzet PrEP en SOA Korten op subsidie verslavingspreventie Personele inzet op internationaal vanuit Volksgezondheid (deels) stopzetten Stoppen inzet schoollunches Stoppen inzet op (vecht)scheidingen Subsidiebureau kostendekkend toerekenen aan regelingen/programma's Dekking kapitaallasten Machinerie vrij laten vallen Kunst in de openbare ruimte prioriteren en selectie van projecten stopzetten Stoppen met basissubsidie voor de amateurkunst Minder inzet op jongerencultuurhuis Vleuten of de Meern Minder inzet op culturele voorbereiding Regio+-voorziening Staken inzet op wijkcultuurhuis- hallencomplex Groenewoud Verlagen budget projecten en knelpunten Cultuur Stoppen met programma nachtsector Verhogen tarieven sportaccommodaties
Verminderen ambitie plan Einstein We stellen voor het programma rondom samenwonen, samen werken, samen leven op Utrechtse asielzoekerscentra in omvang terug te brengen. Door de programmainzet te beperken op personeel en activiteiten kunnen de bijbehorende begrote middelen worden geschrapt. Tot en met 2026 laten we onze investering doorlopen. Verminderen inclusieaanpak We verminderen onze inzet op inclusie. De kosten voor activiteiten nemen af en we schrappen de bijbehorende begrote middelen. Tot en met 2026 laten we onze investering doorlopen.
47
Stoppen exploitatiesubsidies Diedom, Ladyfit, Skatebaan We stellen voor te stoppen met de subsidies aan Diedom, Ladyfit en Skatebaan. Deze maatregel gaat in per 2027. Stopzetten extra inzet PrEP en SOA We stellen voor na deze coalitieperiode te stoppen met de extra inzet PrEP en SOA. Het betreft een Utrechtse plus uit de coalitiemiddelen. Door onderlinge uitwisseling van PrEP-plaatsen was het mogelijk om in de regio Utrecht aan 20 personen tijdelijk extra PrEP-zorg te bieden om hen zo te beschermen tegen hiv. Met de coalitiemiddelen kunnen deze 20 personen (voor wie na 2022 een structurele oplossing gevonden moest worden) in zorg blijven én worden aanvullend 105 plaatsen gecreëerd. Daarmee wordt de wachtlijst teruggebracht. Tot en met 2026 laten we onze investering doorlopen. Korten op subsidie verslavingspreventie We stellen voor om het subsidiebedrag Verslavingspreventie te verlagen. Dit doen we door minder inzet op voorlichting en educatie over alcohol en drugs. Het argument is dat voorlichting en educatie ook landelijk veel aandacht krijgen. We proberen de voorlichting en ondersteuning voor jongeren en studenten zoveel mogelijk te ontzien, al zal dat niet helemaal mogelijk zijn. Samen met Jellinek gaan we het gesprek aan op welke manier het pakket aan maatregelen kleiner kan, terwijl het toch zo effectief mogelijk blijft.
Het betreft een preventieve maatregel en dat betekent dat het stoppen van deze inzet mogelijk tot hogere kosten elders of later leidt, te denken valt aan (aanvullende) zorgkosten. Deze maatregel gaat in per 2026. Personele inzet op internationaal vanuit Volksgezondheid (deels) stopzetten We stellen voor de personele inzet op dit gebied (deels) stop te zetten. Door te stoppen met de inzet komt de formatie te vervallen. Utrecht is internationaal zichtbaar als stad van Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. Dit doen we door ambtelijk en/of bestuurlijk aanwezig te zijn bij bijeenkomsten van internationale netwerken en werkgroepen. De kern is het Healthy Cities Network van de World Health Organisation (WHO). Daarnaast gaat het ook om Europese projecten. Deze maatregel gaat in per 2025. Stoppen inzet schoollunches We stellen voor na deze coalitieperiode te stoppen met de subsidie vanuit het programma Gezond Gewicht op School (lunch, bewegen, voedseleducatie en ouderbetrokkenheid). Ook stoppen we met de subsidie en de personele inzet ten aanzien van Gezond Gewicht. Het betreft een Utrechtse plus uit coalitiemiddelen die we na 2026 beëindigen. Stoppen inzet op (vecht)scheidingen In het coalitieakkoord is 100.000 euro beschikbaar gesteld om aan de voorkant te voorkomen dat ouders gaan scheiden en om bij te dragen aan het veilig kunnen opgroeien van kinderen in onze stad.
Er is nog geen concrete invulling gegeven aan de besteding van deze middelen. De aanpak daarvoor is nog in ontwikkeling en met deze bezuiniging stoppen we hier voortijdig mee. Wij ondersteunen kinderen van gescheiden ouders overigens op dit moment al via een programma (Dappere Dino's en Stoere Schildpadden). Subsidiebureau kostendekkend toerekenen aan regelingen/programma's We dekken 7 fte van het subsidiebureau uit budgetten voor (project)subsidies. Door de personeelskosten ten laste te brengen van projectbudgetten kan de begroting van het subsidiebureau in omvang worden verlaagd. Deze maatregel gaat in per 2026.
48
Dekking kapitaallasten Machinerie vrij laten vallen Voor de dekking van kapitaallasten voor de Machinerie is ruimte beschikbaar binnen het programma cultuur. Deze ruimte kan vrijvallen omdat deze ontwikkeling niet doorgaat. Deze maatregel gaat in per 2025. Kunst in de openbare ruimte prioriteren en selectie van projecten stopzetten Bij (ver)bouw van openbare gebouwen wordt 1,5% van de bouwsom gebruikt voor realisatie van een kunstproject. We stellen voor een aantal van deze projecten te schrappen waarmee de reservering uit de bouwsom vrijvalt. Deze maatregel gaat in per 2025. Stoppen met basissubsidie voor de amateurkunst Deze regeling heeft tot doel om actieve participatie aan amateurkunst door inwoners te stimuleren. De subsidie van maximaal 3.000 euro per jaar komt ten goede aan koren en andere muziekgezelschappen, zoals van studenten. Deze maatregel gaat in per 2025. Minder inzet op Jongerencultuurhuis Vleuten of De Meern We stellen voor om de ontwikkeling van één jongerenvoorziening in Vleuten of De Meern te staken. De locatie in Leidsche Rijn is buiten beschouwing gelaten omdat hiervoor reeds is voorzien in het Programma van Eisen van de culturele voorziening op het Berlijnplein. Een locatie ergens tussen deze twee stadsdelen is op dit moment niet beschikbaar. Wel zijn er al opties in beeld in zowel Vleuten als De Meern.
Voorstel is om later in het proces een keuze te maken op basis van de kansrijkheid van de locaties. Deze maatregel gaat in per 2026. Minder inzet op culturele voorbereiding Regio+-voorziening In de besluitvorming over invulling van de voorziening in het Jaarbeurspleingebouw is in september 2022 besloten om deze coalitieperiode geen verdere invulling te geven aan de ontwikkeling van een culturele regio+-voorziening. Er wordt nu gekeken naar een regio+-voorziening in Overvecht Centrum. De besluitvorming over de wenselijkheid en haalbaarheid van deze voorziening is voor de volgende coalitie. Daarom kan de voorbereiding op een lager pitje en is dit budget niet in deze omvang nodig. Deze maatregel gaat in per 2025. Staken inzet op Wijkcultuurhuis-hallencomplex Groenewoud Doordat onder dit budget nog geen concrete plannen voor ontwikkeling van een wijkvoorziening liggen, is ons voorstel om de ontwikkeling van deze voorziening voor nu te staken. Deze maatregel gaat in per 2027. Verlagen budget projecten en knelpunten Cultuur We stellen voor om het budget voor projecten en knelpunten cultuur te verlagen. Deze maatregel gaat in per 2025. Stoppen met programma nachtsector In 2023 is er een nachtvisie opgeleverd als uitvloeisel van en met middelen uit het coalitieakkoord. We stellen voor de financiële ondersteuning van de doelen uit de visie tot 2027 te handhaven.
De inhoud van de visie blijft staan, die behelst meer dan de inzet van deze specifieke middelen. Verhogen tarieven sportaccommodaties Indien voor de buitensport, binnensport en de zwembaden een eenmalige tariefsverhoging van 10% wordt doorgevoerd, levert dit geschat een structurele verhoging aan de inkomstenkant op van afgerond 1 miljoen euro per jaar. Om deze structurele bezuinigen te kunnen realiseren, wordt een reserve van 5 miljoen euro gevormd, zie hoofdstuk 4.1.2. Met de reserve kunnen we een ingroeipad voor de verhoging van de tarieven realiseren. We laten de bezuiniging niet eerder ingaan dan 2027. 49
4.3.3 Bezuinigingen op investeringen De gemeentebrede bezuinigingsopgave maakt dat we de investeringen in het ruimtelijk domein kritisch tegen het licht moeten houden. Gezien de opgaven waarvoor wij staan, achten we het verantwoord dat de ruimtelijke investeringen structureel 7,325 miljoen euro per jaar bijdragen aan bezuinigingen. Vanuit dekkingsbronnen voor ruimtelijke investeringen (parkeerinkomsten) wordt daarbovenop structureel 0,321 miljoen euro bijgedragen aan het gemeentebrede financiële beeld. Bezuinigingsbijdrage ruimtelijke investeringen Bij de bezuinigingsopgave van deze voorjaarsnota blijven we de doelstellingen uit de RSU 2040 en het coalitieakkoord centraal stellen. Met name de doelstellingen Groei in Balans en de kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad. Op basis van deze inhoudelijke weging hebben we een evenwichtig bezuinigingspakket kunnen samenstellen dat structureel 7,325 miljoen euro per jaar bespaart.
Dit pakket houdt in dat we minder budget beschikbaar stellen voor jaarlijks terugkerende investeringen (zoals bij groen, waar we elk jaar circa 1 miljoen euro minder kunnen besteden aan vergroening van de stad), en dat we minder eenmalige investeringen kunnen doen waarvan kapitaallasten structureel op de begroting zouden drukken (zoals bij maatschappelijke voorzieningen, waar we nu afzien van een beperkt aantal grotere investeringen zoals aanleg van sportvelden en een sporthal). In theorie kan (veel) meer worden bezuinigd, ambtelijk zijn opties geïnventariseerd tot wel 20 miljoen euro per jaar, maar dit past volgens ons niet bij een verantwoorde ontwikkeling van de stad. Het bezuinigingspakket omvat de volgende maatregelen (zie ook onderstaande tabel): • Mobiliteit: een verlaging van het investeringsbudget met 3 miljoen euro per jaar vanaf 2026 in te vullen zonder bezuinigingen op schaalsprong ov of op andere randvoorwaardelijke investeringen voor woningbouw. • Gezond leefklimaat: verlaging van het investeringsbudget voor groen (50 duizend euro in 2024, 200 duizend euro in 2025, 1,050 miljoen euro vanaf 2026). • Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte: minder toevoeging van speelplekken (circa 15% budgetverlaging, 0,3 miljoen euro per jaar).
• Sport: per saldo 0,152 miljoen euro budgetverlaging per jaar wat onder meer betekent dat vooralsnog geen investeringen mogelijk zijn in Maarschalkerweerd-Noord (sportvelden), en dat we afzien van bouw van een sporthal in Vleuten. Aanleg van een extra zwembad Maximapark wordt uitgesteld (oplevering verschuift naar 2028/2029). • Cultuur: 0,4 miljoen euro bezuiniging op wijkcultuurhuizen en 0,2 miljoen euro op uitbouw muzikale oefenstudio’s. • Project Lombokplein: wij stellen voor het project Lombokplein te splitsen in een grondexploitatie Lombokplein en een investeringskrediet voor Graadt van Roggenweg. Deze splitsing maakt herbestemming mogelijk van een deel van het structureel beschikbare budget (2,2 miljoen euro per jaar). Het Meerjarenperspectief Ruimte 2024 (MPR) beschrijft in meer detail op welke manier deze bezuinigingen in de investeringsprogrammering worden verwerkt.
50
Tabel: Bezuinigingen op ruimtelijke investeringen, per opgave Bezuinigingen per opgave
2024
2025
2026
2027
2028
Structureel
Mobiliteit
0
0
3.000
3.000
3.000
3.000
Gezond leefklimaat (Groen)
50
200
1.050
1.050
1.050
1.050
Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte
0
0
150
300
300
300
Sport
263
-191
386
-398
1.950
152
Cultuur
0
25
328
570
623
623
Vrijval in budget Lombokplein
0
0
0
3.350
2.200
2.200
Subtotaal bezuinigingen
313
134
4.914
7.872
9.123
7.325
Verrekening met reserve Groei in balans
-203
191
-386
398
0
0
Bijdrage aan financieel beeld
110
225
4.528
8.270
9.123
7.325
Ontwikkeling van budget voor ruimtelijke investeringen Om ruimtelijke investeringen te kunnen betalen zetten we drie verschillende dekkingsbronnen in: • Investeringsdeel van het groeikader • Meeropbrengsten uit parkeerinkomsten (parkeerexploitatie) • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling. Uit deze laatste bron verwachten we nu geen extra inkomsten. Mogelijk kunnen we bij de Programmabegroting alsnog 5,5 miljoen euro inkomsten uit 2023 inzetten (zie ook paragraaf 4.1.2). Hieronder gaan we in op de andere dekkingsbronnen. Investeringsdeel van het groeikader In de berekening van het groeikader is behoedzaamheidscorrectie toegepast, zoals is toegelicht in paragraaf 2.3. In vergelijking met het MPR2023 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van structureel 2,56 miljoen euro. De aansluiting tussen dit bedrag en de bedragen die zijn opgenomen in hoofdstuk 2.3 laten wij zien in het MPR 2024. Hier worden de volgende twee knelpunten ingepast: -
Voor het opvangen van knelpunten bij natuur- en milieueducatie is zowel in 2025 als in 2026 115.000 euro nodig; Het activiteitencentrum Merwede (Wij 3.0) is nu gevestigd in deelgebied 5 van de Merwedekanaalzone. In de herontwikkeling krijgen zij een nieuwe locatie. De kapitaallasten (en daarmee de huisvestingslasten voor Wij 3.0) zijn te hoog om binnen de bestaande programma’s van dekking te voorzien. Het knelpunt is 115.000 euro en doet zich voor vanaf de oplevering van de voorziening in 2027 of 2028.
Bij de Voorjaarsnota 2026 beoordelen wij de stand van zaken met betrekking tot deze knelpunten opnieuw.
51
Jaarlijkse bijstelling raming parkeerinkomsten Bij de parkeerinkomsten wijst de nieuwe raming van dit jaar uit dat vanaf 2024 structureel meer parkeerinkomsten worden verwacht dan was opgenomen in de raming van een jaar geleden (MPR2023). Dat verschil bedraagt structureel 3,426 miljoen euro. Na verrekening met knelpunten (met name noodzakelijke vervanging fietsdepot, 0,430 miljoen euro per jaar vanaf 2025) resteert van de meevaller structureel 2,996 miljoen euro. De meevaller komt met name doordat er meer is geparkeerd. Bijdrage aan gemeentebrede financieel beeld Van hogere parkeerinkomsten wordt in 2024 0,5 miljoen euro bijgedragen aan de gemeentelijke bezuinigingsopgave. In totaal bedraagt de structurele bijdrage vanuit dekkingsbronnen voor ruimtelijke investeringen aan het gemeentebrede financiële beeld uiteindelijk 0,321 duizend euro per jaar. Herijking groeikader Richting Voorjaarsnota 2025 werken we aan een toekomstbestendige systematiek voor het groeikader, zoals is gemeld in paragraaf 2.3. Dit brengt een risico met zich mee voor het investeringsbudget. Met het oog daarop verrekenen we in deze voorjaarsnota incidentele overschotten en tekorten in de dekkingsbronnen voor ruimtelijke investeringen in de periode 2024-2028 met de reserve Groei in balans. In 2024 voegen we 3,0 miljoen euro toe, in 2025, 3,5 miljoen euro en in 2027 0,7 miljoen euro.