Agendabundel
Tekst van het document
samenstelling van de commissie. Mevrouw Bijsterbosch sluit af met de burgemeester veel succes en wijsheid toe te wensen.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de burgemeester. Mevrouw Dijksma (burgemeester) kijkt terug op een zeer inhoudelijk en goed commissiedebat. De hoofdlijnen van de standpunten van de verschillende fracties zijn hier in de raadsvergadering
nadrukkelijk weergegeven en deels vertaald in een aantal moties. De reacties op de moties zullen waarschijnlijk geen verrassingen opleveren.
Het is ontzettend jammer dat de tender niet tot een goed einde is gebracht. Tegelijkertijd was het
wel belangrijk om bijtijds die conclusie te trekken. Er werd gezegd dat de tenders te ingewikkeld zijn en dat er door veel hoepels gesprongen moet worden. Dat laatste is waar, maar dat heeft de raad
destijds bewust afgesproken. Aan de ene kant betreft dit een legaal beroep, maar de branche kent
wel kwetsbaarheden. Daarom moeten de mensen die daarin werken beschermd worden. Daarom kan een toezichthouder namens de gemeente niet tegelijkertijd een financieringsrol op zich nemen.
Wanneer er misstanden ontstaan en je die aan de kaak zou moeten stellen, bijt je jezelf daarmee financieel in je staart. De raad heeft dat destijds om goede redenen zo vastgelegd. Daar is uiteindelijk wel dit hele verhaal op gestrand.
Stadsbelang Utrecht zegt in de moties 407 en 408: stop met deze locatie. De burgemeester heeft in het commissiedebat aangegeven dat ze dat niet op voorhand, terwijl een commissie verschillende
opties wil verkennen, wil doen. Ze sluit niet uit dat de gemeente naar een ander model gaat. Het zou dus ook kunnen dat aan het eind van dit denkwerk en het advies van de commissie de uitkomst is dat het misschien op andere plekken in de stad moet gebeuren. Maar in deze moties wordt op
voorhand gezegd dat op deze plek geen zone meer mag komen. Ook gelet op het feit dat er relatief weinig plekken zomaar te vinden zijn, vindt de burgemeester het echt niet verstandig om dit nu uit te spreken. Om die reden ontraadt de burgemeester beide moties.
De heer El Abassi had ook een aantal moties ingediend. Er ontstond een debat over de vraag of deze moties wel of niet beperkingen zijn bij de zoektocht naar een nieuwe locatie. De burgemeester stelt vast er volgens deze moties feitelijk nergens in de stad meer een plek gevonden kan worden. Op
heel veel plekken in een verdichtende stad zijn maatschappelijke en sociale functies. Die zijn bijna altijd in de buurt. De heer El Abassi zei vervolgens dat de zone dan maar naar een industrieterrein
moest. Dat heeft natuurlijk ook weer gevolgen voor de veiligheid van bijvoorbeeld de mensen die op die plek hun werk moeten doen. Het is belangrijk om een aantal van de noties die hij in de moties
naar voren brengt mee te nemen. Zo moet er gelet worden op maatschappelijke en sociale functies. Er moet naar de locaties gekeken worden en wat die betekenen voor de omgeving en voor de
mensen die het sekswerk doen. Maar de voorschriften die in de motie staan kunnen ook zo uitgelegd worden dat er bijna nergens meer ruimte is. Daarom ontraadt de burgemeester de drie moties. Ze
geeft de raad ter overweging het volgende mee. Als er vanuit de commissie een voorstel komt voor
Raadsvergadering van 25 november 2021
16
een vorm hoe men in Utrecht het sekswerk verder vorm kan geven en niet met een voorstel voor een locatie, is dat het moment om deze discussie in de raad opnieuw te voeren. Wat vindt de raad wel of
niet aanvaardbaar op bepaalde locaties? De burgemeester wil het debat geen onrecht aandoen, maar denkt dat het verstandiger is om het debat dan te voeren in plaats van het op deze manier te doen.
Er kan wel gezegd worden dat het geen beperkingen zijn, maar voor iedereen die de zoektocht doet, zijn het wel degelijk beperkingen. Zo zijn ze ook bedoeld.
De heer El Abassi (DENK) schrikt hiervan. Hij heeft bewust gekozen voor deze benaming, omdat dit juist in het locatieonderzoek van de tippelzone was opgenomen. Als de burgemeester aangeeft dat het daarmee eigenlijk onmogelijk is, dan zou hij willen vragen of de zoektocht naar een tippelzone dan echt een zoektocht was of werd toen aan de voorkant alles al uitgesloten?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat zij overvraagd wordt, omdat zij helemaal niet
betrokken was bij de zoektocht naar een locatie voor een tippelzone. Ze weet wel dat er eerder, ook bij de locatiekeuze voor het Nieuwe Zandpad en de inrichting daarvan, rekening gehouden is met maatschappelijke functies in de omgeving. Men kan vinden dat dat niet afdoende was. De heer El
Abassi heeft het over "de achtertuin", maar er zit nog water tussen. De locatie was zo ingericht dat er vanaf een afstand geen zicht was op, in dit geval, de ramen. Dit punt is in de hele ontwikkeling dus wel degelijk meegenomen. Het debat hierover wordt nu soms kort door de bocht samengevat.
De heer El Abassi (DENK) stelt dat het locatieonderzoek van de tippelzone op internet te vinden is. Er
kan even geschorst worden, zodat de burgemeester even op kan zoeken of het allemaal klopt wat de heer El Abassi zegt. De ambtenaren kunnen dat eventueel toelichten. Het staat er heel duidelijk.
Sterker nog, op internet is geen locatieonderzoek te vinden waarin die maatschappelijke functies niet meegenomen worden. Waarom gebeurt dat hier niet? De heer El Abassi had ook gevraagd of er
überhaupt contact was opgenomen met deze school, maar beperkt de vraag tot waarom dit nu niet in het locatieonderzoek is opgenomen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het commissiedebat nu overgedaan wordt en ze hier niet voor voelt. De onderliggende suggestie is dat de burgemeester niet weet wat daar wel of niet
gebeurd is. Daar gaat het niet om. Ze is het gewoon niet eens met de heer El Abassi. Bij het Zandpad
is wel degelijk rekening gehouden met de omgeving, maar de heer El Abassi vindt het onbevredigend hoe dat gedaan is. De raad heeft destijds ook dit punt willens en wetens gewogen en kwam tot de conclusie dat het op die plek kon.
De heer El Abassi (DENK) vindt "willens en wetens" een containerbegrip waar hij weinig mee kan. Hij is vooral op zoek naar een antwoord op de vraag waarom het hier niet gedaan is. Als het wel
overwogen is, hoort hij graag waarom hiervoor gekozen is. Hij vraagt zich af of de burgemeester wel ziet wat dit doet met de school. Ze zegt dat er nog een stukje water tussen zit. Heeft de
burgemeester überhaupt wel met de school gesproken? Is er contact geweest met de school? Is er bijvoorbeeld een brief teruggestuurd? Of zijn al deze geluiden genegeerd? De school heeft echt
ervaren wat er gebeurt met een prostitutiezone in de buurt. Het is schrijnend wat er in de brandbrief staat.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat nu, bij de beëindiging van een tender, een debat
overgedaan wordt dat een paar jaar geleden in de raad gedaan is. Dat is nu niet de bedoeling. Deze
Raadsvergadering van 25 november 2021
17
tender is gestopt. Een commissie is gevraagd om op een brede manier te kijken naar hoe sekswerk in Utrecht een plek kan krijgen. Dat kan betekenen dat deze locatie opnieuw in beeld komt. Het kan
ook betekenen dat dat niet zo is. Daar is het oordeel van de commissie voor nodig. De burgemeester wil hierop wachten. De heer El Abassi haalt een debat terug dat hij met de voorganger van de burgemeester heeft gevoerd. Dat kan, maar het proces is een stap verder.
De heer El Abassi (DENK) probeert het antwoord van de burgemeester te begrijpen, maar hoe meer
hij doorvraagt, hoe schrijnender hij het antwoord vindt klinken. Hij heeft de vraag inderdaad gesteld aan de voorganger van de burgemeester. Hij heeft hier toen geen antwoord op gekregen. Dat
betekent dat ook de school er geen antwoord op heeft gekregen. Sterker nog, er is nooit contact geweest met de school. Mensen wachten op antwoorden. De heer El Abassi is in de positie om
vragen te stellen en wil graag antwoorden. Hij gunt de burgemeester alle tijd om dit uit te zoeken
tijdens een schorsing, maar hij wil er wel antwoord op. De heer El Abassi doet geen debat over, maar wacht nog steeds op een antwoord op een vraag die hij eerder gesteld heeft.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat de burgemeester wel erg makkelijk de
verantwoordelijkheid om hier op een goede manier mee om te gaan van zich afschuift door te
zeggen dat het een andere burgemeester was en een andere tijd. De fractie van DENK stelt een heel legitieme vraag.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) zal hier aan het einde van haar inbreng op terugkomen.
De heer Van Deún heeft gezegd: laat het lekker aan de markt over. In de komende maanden zal
duidelijk worden wat de experts hierover zeggen. De burgemeester denkt dat de betrokkenheid van de overheid als toezichthouder belangrijk is. De markt zal hier nooit in volle omvang alleen aan de
orde zijn, omdat dit nu eenmaal gaat over een beroepsgroep met mensen die kwetsbaar werk doen. Het is dus nodig dat de kwetsbaarheiden goed in beeld zijn.
De heer Van Deún (PVV) onderschrijft ten dele het antwoord van de burgemeester, maar merkt op dat er in de industrie ook allerlei werknemers in gevaarlijke beroepen werken. Ook hier heeft de gemeente een zorgtaak. Wat is nou het verschil? Dit kan toch gewoon aan de markt overgelaten worden?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit voor een deel ook gebeurt. Er zijn escortbureaus of andere seksinrichtingen die volledig markt zijn. Wanneer je een tender uitzet, is in principe de markt ook aan zet. Er zit ook geen overheidsfinanciering in. In die zin wordt het aan de markt
overgelaten. Dat betekent echter niet dat je er nooit een relatie mee hebt. Met andere bedrijfstakken heeft de gemeente in haar rol van toezichthouder ook wel degelijk een relatie. De burgemeester is het dus minder oneens met de heer Van Deún dan hij misschien denkt.
De heer Van Steeg gaf aan dat ook zijn fractie wil stoppen op de huidige locatie. Hij vroeg hoe er
gekeken wordt naar de samenwerking met de tenderpartij. Eerder had de burgemeester al tegen de raad gezegd dat er wel wat gebeurd is. Er kan niet zomaar doorgeschakeld worden alsof dat niet
gebeurd is. De burgemeester heeft er echter weinig behoefte aan om daar nu veel woorden aan te wijden. Het is vervelend dat het zo gelopen is. De gemeente is hier ook niet blij mee. Uiteindelijk
heeft dat wel geleid tot het stoppen van de tender. De burgemeester komt zo nog te spreken over de opdracht en over de samenstelling van de commissie. Die krijgen nu in alle breedte vorm. De
gemeente schakelt niet door naar weer een nieuwe tender in precies dezelfde manier van werken.
Raadsvergadering van 25 november 2021
18
Iedereen, de heer Bos het meest bloemrijk, heeft vastgesteld dat deze route niet succesvol is geweest.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de burgemeester de opvatting deelt dat je in een normale markt tegen zo’n partner zou zeggen dat je er niet meer mee samenwerkt.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat zij graag haar eigen woorden kiest.
De burgemeester vond de manier waarop de ChristenUnie de werking van de commissie beschreef
wel goed. Je moet alle expertise hebben, ook vanuit de sekswerkers zelf, maar het moet geen Poolse landdag worden, in een enorm grote samenstelling, en er moet ook geen directe
belangenbehartiging zijn. Dat zijn twee belangrijke voorwaarden. Die kennis is nodig. Het belang van politie en OM kunnen ook behartigd worden doordat er iemand in de commissie zit die expert is op
het gebied van mensenhandel en in wie politie en OM ook vertrouwen hebben. Het is ook belangrijk dat er iemand vanuit de sekswerkersbranche naar voren komt die breed vertrouwen geniet bij
verschillende vormen van sekswerkers. De klankbordgroep kan ook een rol spelen in de advisering en de gesprekken met de commissie.
Mevrouw Bijsterbosch vroeg of de burgemeester niet alleen met de opdracht terug naar de raad wil
komen, maar ook met wie zij op het oog heeft voor de commissie. Dit vindt de burgemeester prima. Ze vraagt de raad echter wel om het werkbaar en onafhankelijk te houden. Daarmee is niet gezegd dat die expertise geen plek krijgt. Dit vindt de burgemeester wel van belang. Anders wordt er over de hoofden van mensen heen gepraat, zonder dat er met hen gesproken wordt.
De VVD-fractie heeft de antwoorden op haar vragen gekregen in de reactie op de moties van de heer Bos.
In antwoord op de vragen van mevrouw Schers meldt de burgemeester dat de klankbordgroepen natuurlijk betrokken worden. Wethouder Eerenberg kan vanwege andere werkzaamheden niet aanwezig zijn. De burgemeester stelt dat het buiten kijf staat dat er gelijkwaardigheid in
betrokkenheid moet zijn. De burgemeester weet dat sekswerkers per bijeenkomst een vergoeding krijgen. Als er meer van hen gevraagd wordt, zijn er meer bijeenkomsten en krijgen ze daarmee vanzelf wat mevrouw Schers vraagt. Het lijkt de burgemeester onverstandig om daar nog meer bovenop te doen.
Mevrouw Schers (GroenLinks) heeft begrepen dat de vergoeding is gebaseerd op tien bijeenkomsten. Als het er meer worden, past dit niet in de begroting van Belle Hulpverlening. Is de burgemeester dan bereid om met Belle in gesprek te gaan om te bekijken hoe dat bekostigd wordt?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) vindt dit lastig. Ze zou eerst willen verifiëren of er wel echt een probleem is. Deze verantwoordelijkheid wil zij bij de wethouder willen neerleggen. Ze kan zich
voorstellen dat deze mensen mans genoeg zijn om, als er echt een probleem is, dit aan te kaarten. Een toezegging zonder dekking op voorhand vindt de burgemeester een slag te ver gaan.
De uithuiszetting is aan de orde geweest. Dit is een complexe zaak. Als er alleen sprake is van
illegale prostitutie, is dit voor de gemeente als toezichthouder geen reden om tot uithuiszetting over te willen gaan. Maar dit zijn vaak situaties met multiproblematiek. Dan vind je in diezelfde woning
bijvoorbeeld ook drugs of iets anders. Dan is het echt een andere situatie. Dan grijpt de gemeente namelijk wel in. Als er ook andere vormen van criminaliteit zijn, kan de gemeente niet wegkijken.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of het college, als het die vraag zou inwilligen, dan niet in
Raadsvergadering van 25 november 2021
19
de plek van verhuurders gaat staan. Die hebben regels met betrekking tot het werken in huis. Er is ook weleens een hoger risico op brand of opstalschade. Dat kan niet zomaar.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) bevestigt dit. Bij alle vormen van problematiek of overlast is
proportionaliteit altijd aan de orde. Een besluit tot bijvoorbeeld het sluiten van een woning wordt,
ook door een rechter, beoordeeld in het licht van humaniteit. Dat betekent aan de ene kant dat er, als er sprake is van overlast of criminaliteit, reden is om in te grijpen. De gemeente kijkt niet weg. Aan de andere kant moet een uithuiszetting of het sluiten van een woning breed juridisch
beargumenteerd worden. De gemeente moet balanceren op die smalle basis. Recent heeft de
gemeente hier veel ervaring mee. Vaak geeft de rechter de gemeente gelijk, maar niet altijd. Soms zegt de rechter dat het individuele belang niet voldoende is meegewogen. Hier moet de burgemeester rekening mee houden.
Mevrouw Schers (GroenLinks) vraagt of de burgemeester toegezegd heeft dat ze met
woningcorporaties in gesprek wil gaan om eigenlijk te voorkomen dat er zo’n geëscaleerde situatie ontstaat.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit het geval is. De gemeente gaat sowieso op dit
punt graag het gesprek aan met woningbouwcorporaties, ook in bredere zin. Er zijn situaties waarin de gemeente soms vindt dat mensen op plekken weg moeten, ook voor de veiligheid van de omgeving. Ook dan is het van belang om heel goed samen te werken.
Mevrouw Schers (GroenLinks) hoorde de burgemeester zeggen dat er soms situaties zijn waarin echt om ingrijpen gevraagd wordt. Begrijpt mevrouw Schers goed dat de burgemeester alles in het
redelijke in het werk wil zetten om huisuitzetting te voorkomen? Hierbij gaat het niet om situaties waarin er nog andere redenen zijn om een woning te sluiten.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit altijd de basis is voor de manier waarop hiernaar gekeken wordt. Dat heeft te maken met het feit dat mensen ook rechten hebben. Er is een
belangenweging tussen het recht van een individuele bewoner tegenover datgene wat er met de omgeving speelt. Dat wordt heel precies beoordeeld.
De vragen van Student & Starter en van mevrouw Bijsterbosch had de burgemeester al beantwoord in haar bijdrage.
De burgemeester wil nog terugkomen op twee punten. Allereerst deed de heer Bos een suggestie in een interruptie op mevrouw Schers. Er zou sprake zijn van fraude met gemeentegeld. De
burgemeester herkent dit niet, dus ze gaat er ook niet over speculeren. Het lijkt haar verstandig om, als de heer Bos hier aanwijzingen voor heeft, deze buiten de raadsvergadering over te dragen. In dit soort situaties doet de gemeente altijd onderzoek. De burgemeester kan hier niet op reflecteren, want dit is voor haar geen bekende informatie.
De heer El Abassi sprak over de betrokkenheid van de school. Er is wel degelijk aandacht geweest
voor de omgeving, met name in het beperken van de overlast. Er is afstand tot bebouwing. Die was ook groter dan bij de vorige locatie. Dat was ook een van de criteria. De zone wordt door hek en
beplanting aan het zicht onttrokken. Dit gaat allemaal over een situatie die nu van de baan is. Dat is
belangrijk om te blijven zeggen. De burgemeester belooft dat zij zal laten uitzoeken wat precies het contact is geweest met de school. Hier zal zij schriftelijk op terugkomen.
Raadsvergadering van 25 november 2021
20
De heer El Abassi (DENK) kan al vertellen dat er geen contact is geweest met de school. Hij heeft zelf namelijk wel contact gehad met de school. Er is geen contact geweest vanuit de gemeente. Daarom
baalt hij ook enorm. De burgemeester stelt dat er rekening is gehouden met de omgeving, maar de heer El Abassi had het over het opnemen van criteria in het locatieonderzoek. Het is niet
opgenomen. Uit de brandbrief is ook op te maken dat er ook geen rekening is gehouden met de school, want de zone komt gewoon weer terug op dezelfde locatie. De school krijgt weer met dezelfde ellende te maken.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat dat laatste punt een besluit van een paar jaar geleden is
geweest. Daar is wel degelijk gezegd dat er in de wijze waarop de ontwikkeling plaatsvindt rekening
wordt gehouden met de omgeving. Het standpunt van de heer El Abassi is dat dat onvoldoende is en dat het daar gewoon niet mag. Dat is zijn mening en was het destijds waarschijnlijk ook al.
De heer El Abassi (DENK) wil het omdraaien. Dit is de mening van de burgemeester. Het is een feit dat het niet opgenomen is in een locatieonderzoek waar dat normaal wel gebeurt. Als er rekening wordt gehouden met de omgeving, dus met scholen en woningen, wordt dat meegenomen in een locatieonderzoek. Dat is hier niet gebeurd en de heer El Abassi weet nog steeds niet waarom.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat er wel onderzoek is gedaan en dat er een aantal
criteria zijn gevonden. De zone mocht niet te dicht bij een woongebied komen, maar er zouden ook aanpassingen op de ontwikkelingen van de precieze locatie plaatsvinden. Daarom is de begroeiing
er. Er moest een hek komen, zodat het geen toegankelijke plek zou zijn. Daar had de raad destijds
om gevraagd. Ook in de manier waarop er gebouwd werd, is er wel degelijk rekening gehouden met de omgeving. De heer El Abassi vindt dat dat onvoldoende gedaan is.
De heer El Abassi (DENK) denkt dat hij en de burgemeester er niet uit komen. Hij is duidelijk geweest en houdt het hierbij.
De voorzitter constateert dat de burgemeester klaar was met haar beantwoording en dat ook
wethouder Diepeveen geen behoefte heeft om het woord te voeren. Hij vraagt of er raadsleden zijn die een antwoord gemist hebben.
Mevrouw Assen (PvdA) hoopt in de brief meer te lezen over de commissie en daarin gerustgesteld te worden dat wel alle branches, takken en hulpverlening vertegenwoordigd zijn. Het doel is dat er
geen taboes op tafel liggen en alles een optie is. Dit zou mevrouw Assen explicieter willen horen van de burgemeester.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) zal uitkomen in de buurt van mevrouw Streefland. De
burgemeester bevestigt dat er geen taboes zijn. Ook het sluiten van deze locatie is geen taboe. In de commissie kunnen geen tien of vijftien mensen zitten. De burgemeester vindt dat er iemand namens de sekswerkers in moet zitten, die het vertrouwen heeft van al die verschillende onderdelen. Daar moet de commissie op beoordeeld worden. Het is ook evident dat er vervolgens vanuit die
commissie gesprekken zullen zijn met al die verschillende takken van sport. Voormalig minister
Sorgdrager, minister van Staat, zal dat zelf ook willen. Zij zal in de breedte met de mensen willen spreken. De burgemeester sluit niet uit dat ze met nog veel meer mensen zal spreken, zoals
bewoners en anderen, om goed te kijken naar hoe de toekomst van het sekswerk in de stad eruit zal
Raadsvergadering van 25 november 2021
21
moeten zien. Mevrouw Schers (GroenLinks) had nog gevraagd of individuele ervaringsdeskundige sekswerkers die
als externe experts worden ingevlogen als zodanig worden beloond en er dus niet als vrijwilliger een beroep op ze wordt gedaan.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) wil precies weten wat mevrouw Schers bedoelt. Als de commissie
spreekt met iemand uit de branche, wil mevrouw Schers dat diegene een vergoeding krijgt. Is dit wat mevrouw Schers vraagt?
Mevrouw Schers (GroenLinks) antwoordt dat dit onder andere is wat ze bedoelt. Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit ver gaat. Waarom zou dit voor één iemand wel
gelden en voor alle anderen, bijvoorbeeld bewoners, niet? Van hen wordt ook verwacht dat zij dit om niet doen. Het is ingewikkeld om voor deze groep een uitzondering te maken. De burgemeester vermoedt dat dit niet de gebruikelijke werkwijze van de gemeente is.
De voorzitter geeft raadsleden de gelegenheid tot een tweede termijn. Mevrouw Schers (GroenLinks) dient motie 412 (Financiële waardering voor expertise van
klankbordgroep sekswerkers) in. Hierin wordt het college opgedragen na de presentatie van het
rapport van de expertcommissie-Sorgdrager in overleg te treden met de klankbordgroepen over hun structurele betrokkenheid bij de uitwerking van de aanbevelingen van het rapport om te beoordelen of er een extra inzet gevraagd wordt van de klankbordgroepen en indien de signalen zijn dat die
extra inzet niet mogelijk is zonder extra middelen met Belle Hulpverlening in gesprek te gaan hoe die extra inzet dan wel gerealiseerd kan worden.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit voor een deel het expertisegebied is van
wethouder Eerenberg. Ze weet niet wat zij zou toezeggen wanneer zij deze motie aan het oordeel
van de raad overlaat. Als er echt een probleem is, is de wethouder de eerste om met de branche om de tafel te gaan. De burgemeester kent deze signalen niet. Er is al een vergoeding per keer dat de klankbordgroep bij elkaar komt. Naarmate de groep vaker bij elkaar komt, krijgt men dus meer vergoeding. Dit is een prima regeling. De burgemeester ontraadt de motie.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) begrijpt dat de burgemeester, omdat wethouder Eerenberg er niet is, voor
de zekerheid een negatief advies geeft. Mevrouw Sasbrink zou, wanneer zij hierover moet stemmen,
wel willen weten wat de portefeuillehouder hierover zou adviseren. Kan er in de loop van de dag nog contact zijn met de wethouder hierover?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat mevrouw Sasbrink ervan mag uitgaan dat het college met één mond spreekt. De informatie die de burgemeester meekrijgt is wel degelijk
geverifieerd. Normaal kun je in een debat nog iets doen om nader tot elkaar te komen, maar de
burgemeester ziet hier geen ruimte voor. Er ligt namens het college, inclusief de portefeuillehouder, een negatief stemadvies.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) begrijpt de motie van GroenLinks, maar het lijkt haar
Raadsvergadering van 25 november 2021
22
in alles veel te vroeg. Eerst is er de commissie. Dan komt er een uitkomst met een locatie en hoe het er dan uitziet. Vervolgens wordt er weer bekeken wat dat betekent voor de klankbordgroep. Het is vroeg om hier nu al een besluit over te nemen. Mevrouw Streefland kan het in elk geval nog niet overzien. Kan mevrouw Schers hierop reageren?
Mevrouw Schers (GroenLinks) antwoordt dat de motie ertoe oproept om het te doen zodra het
rapport van de commissie er is. Het is voor het college niet nodig om eerst te wachten op een debat met de raad voor het in gesprek kan gaan met de commissie. Dit kan dus beter aan de voorkant geregeld worden dan op dat moment.
De voorzitter deelt mee dat de besluitvorming over de ingediende moties vanavond zal plaatsvinden in de digitale stemagenda.
De voorzitter schorst hierop de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 15. Raadsbrief Bouwenvelop en vellen van bomen aan de Ivoordreef/Schriftelijke Vragen 2021-197 Ivoordreef.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat het college van plan is om op de Ivoordreef zowel dure
grondgebonden woningen als sociale huurappartementen toe te voegen. Dat lijkt prima, maar dit
gaat ten koste van een flat met sociale woningen, waardoor er meer sociale woningen verdwijnen dat er terugkomen. Bovendien gaat dit ten koste van de hoofdgroenstructuur, waarvan onder meer 142
oude waardevolle bomen en onderbeplanting met ruimte voor biodiversiteit deel uitmaken. Het lijkt de Partij voor de Dieren niet gezond leven als je de groene buffer tussen een drukke weg en een
woonwijk vernielt om daar dure huizen neer te zetten. Als het college zijn plannen doorzet, kan de raad straks bij de behandeling van het bestemmingsplan, naar verwachting in het voorjaar, alleen nog tekenen bij het kruisje, want als alle voorbereidingen zijn getroffen, valt er weinig meer te kiezen.
De wethouder heeft in de brieven over dit onderwerp en in de commissiebehandeling laten
doorschemeren dat het voor het college een zware afweging is tussen enerzijds de bouwplannen en anderzijds de groenstructuur. Maar als dit zo moeilijk is, waarom wordt de raad er dan niet bij
betrokken en wordt niet gewoon gewacht op het bestemmingsplan? Dit bouwplan suddert al vijftien jaar, dus dan kan er ook nog wel een halfjaar gewacht worden op het bestemmingsplan.
Zij dient motie 413 in, "Kappen met kappen tot bestemmingsplan is vastgesteld", waarin het college wordt opgeroepen om aan alle velvergunningen de voorwaarde te verbinden dat die pas gebruikt kunnen worden nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.
Wat de PvdD-fractie betreft worden de plannen aangepast. Daarom vraagt ze om een onderzoek waarin wordt onderzocht wat er mogelijk is om de groenstructuur te sparen, bijvoorbeeld het
schuiven met bouwblokken en een andere indeling. Zij dient hiervoor motie 414 in "Onderzoek bomen sparen door andere bouwblokken".
Raadsvergadering van 25 november 2021
23
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) vraagt hoe de PvdD-fractie aankijkt tegen de mogelijke vertraging van de bouwplannen als gevolg van deze moties.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat vertraging een consequentie kan zijn. Het college spreekt in zijn brieven over een vertraging van 2,5 tot 3,5 jaar. Dat is fors, maar het verlies van 142 bomen en
het vernielen van de groenstructuur is ook fors. En als men weet dat die vertraging zal optreden, kan gezocht worden naar een tijdelijke invulling van de bestaande flat. Als de moties worden
aangenomen, kan de raad over een halfjaar zelf een gedegen afweging maken bij de behandeling van het bestemmingplan.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de PvdD zich erin kan vinden als er minder woningen worden gerealiseerd. Of is het de bedoeling dat het aantal geplande woningen hetzelfde kan blijven door hoger te bouwen?
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat dit nu niet goed beoordeeld kan worden. Daarom wordt in de motie gevraagd om een aantal scenario's. Zij kan zich voorstellen dat er een soort tussenvorm
ontstaat, waarbij een deel van de in de groenstructuur geplande woningen wordt geschrapt en dat
die woningen worden gecompenseerd door een extra bouwlaag op de geplande flats. Mogelijk zou dit kunnen leiden tot iets minder woningen dan er nu gepland zijn.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat men gelet op de wooncrisis graag woningen wil
toevoegen, ook in Overvecht. Het nu voorliggende plan betekent bovendien een versterking van een
aantal andere groenstructuren. Zou dan de afweging niet in het voordeel van de woningbouw moeten uitvallen?
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat ook de PvdD uiteraard oog heeft voor de wooncrisis. Het is niet zo dat de PvdD helemaal niets wil, maar liever geen grondgebonden woningen in de
groenstructuur. Overigens heeft zij de versterking van de groenstructuur elders nog niet gezien in de plannen. Het lijkt haar dat dit niet op een goede manier kan leiden tot een gelijkwaardige compensatie. Het is sowieso nodig dat er elders in Overvecht bomen bij komen, maar die compensatie is in elk geval niet mogelijk in het plangebied zelf.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat die afweging in feite al gemaakt is. Als men nu weer terug moet naar de tekentafel, leidt dat tot vertraging. Daarom zal zijn fractie de moties van de PvdD niet steunen.
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat hij in de plannen onvoldoende terugziet van de eerder
aangenomen moties "Groen voor poen" en "Naar een werkplaats die werkt". Daarnaast wordt ook de raad onvoldoende in positie gebracht om een goed besluit te nemen. Hij roept de wethouder op om nog duidelijker te maken wat de positie van de Werkplaats is bij de bouwplannen. Ook vraagt hij de
wethouder om de compensatie van groen duidelijker te maken bij nieuwe bouwplannen, want op dit punt biedt het voorliggende voorstel niet zo veel vertrouwen voor de toekomst.
Zijn fractie maakt zich zorgen over de ontwikkeling van de boomstructuur bij de Einsteindreef, juist in het licht van de eerder aangenomen moties en de eerdere plannen die er lagen. Juist de bomen
aan de kant van de Einsteindreef kunnen van toegevoegde waarde zijn voor de bebouwing die daar
plaatsvindt. Daarover dient hij motie 415 in, "Bomen Einsteindreef waar mogelijk behouden en raad
Raadsvergadering van 25 november 2021
24
laten besluiten". De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat GroenLinks dit een mooi plan vindt, maar dat ze niet
overtuigd is van de stedenbouwkundige argumenten om de bebouwing dichter bij de Einsteindreef te plaatsen, ten koste van oude, vitale en waardevolle bomen. Ook de sociale veiligheid is voor GroenLinks geen argument om de bomen te kappen of te verplaatsen.
Er wordt gezegd dat er nu geen andere keuzes gemaakt kunnen worden omdat er al zo lang wordt gewerkt aan het plan. Maar in het startdocument uit 2016 leest hij allerlei vragen over de
mogelijkheden om de waardevolle bomen in de groenstrook langs de Einsteindreef te behouden. In
het startdocument Ivoordreef staat dat de groenstrook onderdeel uitmaakt van het groene raamwerk
van Overvecht, dat bewaard moet worden. In de paragraaf over gezondheid wordt geadviseerd om de groenstrook zo veel mogelijk te behouden.
In de bouwenvelop en in brieven wordt wel gesproken over de waarde van de grote oudere bomen
als het gaat om de compensatie. Complimenten daarvoor. Maar hij mist een nadere definitie van de
groenstrook op basis van bomenonderzoek dat ook echt rekening houdt met de waarde van grotere oude bomen. Over de bewoners en het wijkplatform wordt gezegd dat zij positief zijn over de
plannen. Dat klopt, maar zij hebben ook steeds gevraagd hoever de bebouwing in de groenstrook
komt. De Werkplaats heeft daar ook op de laatste informatiebijeenkomst voor de bouwenvelop nog steeds geen duidelijkheid over gegeven.
Volgens GroenLinks is het mogelijk om een rendabel plan met verdichting en de gewenste mix te
maken, waarbij meer waardevolle bomen gespaard worden. Dat brengt wel vertraging met zich mee, en forse financiële risico's. Ook ligt er een mooie compensatieregeling, die rekening houdt met de waarde van de bomen. Kortom, een moeilijke afweging.
GroenLinks vindt het belangrijk dat de verdichting in de stad mogelijk is met behoud en uitbreiding
van groen, en dat verdichting in Overvecht niet ten koste gaat van de robuuste groene structuur. Het is een heel slecht signaal als daar bij het eerste het beste plan hier niet aan wordt vastgehouden.
Daarom dient GroenLinks motie 416 in, "Maak een plan waarbij meer oude bomen in de groenstrook langs de Einsteindreef behouden kunnen blijven".
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) vraagt zich af hoe GroenLinks aankijkt tegen het bestrijden van de wooncrisis, als het project 2,5 tot 3,5 jaar vertraging oploopt?
De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat dit inderdaad een heel groot probleem is. Tegelijkertijd vindt GroenLinks het heel belangrijk dat in Utrecht gewerkt wordt aan verdichting van de stad, met
versterking van groen, en dat men daar consequent in moet zijn. Bij de start van projecten zou dat al het uitgangspunt moeten zijn, maar daar ziet hij in dit plan weinig van terug.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat Bo-Ex gisteren gemaild heeft dat uitstel betekent dat
de haalbaarheid van het plan niet meer gegarandeerd is en dat er ook een grote kans is dat er in een volgende versie van het plan minder betaalbare woningen terugkomen, ook omdat de RVV-
nieuwbouwsubsidie dan niet meer van toepassing is op dit project. Vindt de heer Dekkers het belang van de bomen dermate groot dat dit voor het belang van goedkope woningen gaat?
De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks dit risico zeker ziet. Ze hoopt dat de
verhuurderheffing zo snel mogelijk verdwijnt en dat er alsnog een regeling komt op basis waarvan er een bijdrage aan de financiering van het project kan komen. GroenLinks hecht ook erg aan
Raadsvergadering van 25 november 2021
25
investeren in betaalbare woningen in gemengde buurten. Toch valt in dit geval de afweging uit in het voordeel van de bomen, vooral ook men omdat nu aan het eind van het traject gekomen is zonder dat goed besproken is hoe ver men de groenstrook bebouwt, gelet op de waarde ervan. Die kans heeft de raad niet eerder gehad. Als de raad dat eerder had kunnen bespreken, had men nu misschien niet met een duivels dilemma gezeten.
Hoe zorgt het college ervoor dat bij volgende plannen gewaarborgd wordt dat de verdichting in
Overvecht, maar ook in de rest van de stad, niet ten koste gaat van robuuste groenstructuur? Het
college heeft de raad in staat gesteld om over de conceptenvelop te discussiëren, nog voordat het bestemmingsplan er ligt - daar is zijn fractie blij mee. Maar als er al jaren aan een project wordt
gewerkt, kunnen inzichten in de loop van het project veranderen of moeten er soms politiek heel
gevoelige keuzes gemaakt worden. Is het in dat geval dan niet slim om de raad zo vroeg mogelijk te betrekken bij die discussie, in plaats van daarmee te wachten tot er een compleet uitgewerkt plan ligt? Is het college het daarmee eens?
In de laatste raadsbrief komt het college terug op de toezegging in de commissie over de harde
afspraak dat er geen bomen gekapt worden voor het bouwrijp maken van het terrein voordat het
bestemmingsplan definitief is vastgesteld. GroenLinks ziet ook hier het risico van vertraging, maar toch wil ze hierin niet meegaan. De raad moet volgens hem bij het bestemmingsplan echt nog
kunnen beslissen over het plan en eventuele alternatieven. Daarom dient hij namens GroenLinks en het CDA motie 417 in, "Kappen met Kappen voor bouwrijp maken tot bestemmingsplan is vastgesteld".
De heer Schipper (SP) stelt dat in de zogenaamde amendementswijken - wijken waarin het college en de meerderheid van de raad willen dat het aantal sociale huurwoningen omhoog of juist omlaag
moet - zoals Overvecht, eerder begonnen wordt met de afname van het aantal sociale huurwoningen dan er elders sociale huurwoningen bij komen. Wat de SP betreft zit er in het voorliggende plan nog een tekortkoming: er is sprake van een afname van het aantal sociale huurwoningen, terwijl er wel
70% meer woningen bij gebouwd worden. Je kunt ook werken aan een procentuele afname van het
aantal sociale huurwoningen als je in het nieuwbouwplan het aantal sociale huurwoningen minimaal gelijk houdt of iets laat toenemen. Bo-Ex heeft aangegeven dat het laatste niet mogelijk is. Maar er stroomt nog wel wat water door de Vecht in de periode tussen de bouwenvelop en het in de grond gaan van de eerste spade. De SP wil het college dan ook de opdracht geven om in de verdere
uitwerking en realisatie van de bouwenvelop Ivoordreef te komen tot minimaal het aantal sociale
huurwoningen dat er nu is, te weten 174. Daarover dient hij motie 418 in, "Minimaal behoud aantal
sociale huurwoningen Ivoordreef", mede ondersteund door de fracties van PvdA, PVV en Stadsbelang Utrecht.
De heer El Abassi (DENK) deelt mee dat zijn fractie motie 418 met liefde zal steunen. Het bestaande aantal sociale huurwoningen mag niet omlaaggaan. Wat vindt de heer Schipper van het feit dat de sociale huurwoningen die terugkomen veel kleiner zijn?
De heer Schipper (SP) merkt op dat de woningen niet alleen kleiner zijn, maar qua huur ook tegen de liberalisatiegrens aan zitten. Hij vindt dat er in de hele stad een mix van sociale huurwoningen moet zijn. Niet voor niets heeft hij al een paar keer de motie "Echte sociale huur" ingediend, waarin wordt uitgegaan van een gemiddeld vloeroppervlak van 60 m2.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) merkt op dat ook motie 418 kan leiden tot een vertraging van 2,5
Raadsvergadering van 25 november 2021
26
tot 3 jaar. Hoe wil de SP dat verantwoorden tegenover de mensen die nu op de wachtlijst voor een woning staan?
De heer Schipper (SP) is er nog niet van overtuigd dat zijn motie zal leiden tot vertraging. Er moet
immers nog een bestemmingsplan worden vastgesteld voordat de verdere uitwerking plaatsvindt. Er kan heel goed gewerkt worden via het begrip amendementswijken als men in dit en andere
bouwplannen het aantal sociale huurwoningen minimaal gelijk houdt. Hij zou het toejuichen als ook D66 eens zou vragen waarom het niet opschiet met het verhogen van het aantal sociale huurwoningen in de wijken waar nog weinig sociale huurwoningen zijn.
De heer El Abassi (DENK) stelt dat er straks ongeveer 8.600 m2 aan sociale huur bij komt. Maar bij de vrije sector gaat het om minder huizen met veel meer vloeroppervlak. Gelet op de samenstelling van de huishoudens in Utrecht zou je moeten zeggen dat ook die veel kleiner moeten. Is de heer Schipper het daarmee eens?
De heer Schipper (SP) antwoordt dat de woningmarkt in Nederland volledig op de schop moet en dat men in feite naar volkshuisvesting toe zou moeten. Overigens wijst hij erop - dat stond ook in de
brief van Bo-Ex - dat die kleinere woningen voor een deel onder de eerste aftoppingsgrens zullen worden gerealiseerd. Dat zullen dus goedkopere woningen zijn.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat voor dit plan veel groen zal sneuvelen. Dat blijft pijnlijk, juist in een wijk als Overvecht, waar bewoners het groen zo koesteren.
Het argument van de vertraging vindt hij minder sterk. Haast is geen goede reden voor een
onzorgvuldig proces. Maar als het minder kappen van bomen zal leiden tot minder betaalbare
woningen, dan gaat de PvdA daarin niet mee. Tegen dat licht zal zijn fractie de voorstellen van de PvdD en GroenLinks beoordelen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of de plannen van haar fractie wel op de steun van de PvdA kunnen rekenen als het aantal sociale huurwoningen niet lager wordt en er alleen een lager aantal duurdere woningen gerealiseerd worden.
De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat het antwoord ja is als het aantal vrijesectorkoopwoningen
kleiner zou worden. Het aantal middeldure woningen zou niet verkleind mogen worden, want ook die woningen zijn nodig.
Voor de PvdA is het aantal sociale huurwoningen dat gerealiseerd wordt teleurstellend. Daarom geeft de PvdA volmondig steun aan de motie van de SP om de 174 sociale huurwoningen te laten
terugkomen. Anders is het ook niet uit te leggen aan de mensen die al elf jaar op de wachtlijst voor een betaalbare huurwoning staan.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) merkt op dat er al lange tijd gewerkt wordt aan de plannen voor
de Ivoordreef. Nu liggen er eindelijk plannen. Het spreekt voor zich dat het kappen van bomen haar fractie ontzettend veel pijn doet. D66 ziet graag dat er in de toekomst goed rekening gehouden wordt met het beschermen van de bomen in de stad.
Er is sprake van een ontzettende wooncrisis. Daarom ziet D66 vertraging van twee of drie jaar niet zitten. Dat is niet de manier om de wooncrisis tegen te gaan. Het project voegt diversiteit in het
woningbestand van de wijk toe. Zij gunt het college de wijsheid om door te gaan met de lijn die het
Raadsvergadering van 25 november 2021
27
in de brief geschetst heeft. Zij dankt het college voor het feit dat het ook voorrang geeft aan middenhuur en het realiseren van een tiny forest in de buurt.
De heer Van der Marel (VVD) merkt op dat zijn fractie al lang voorstander is van dit plan. Het blijft interessant dat er toch nog veel partijen zijn die de kwadratuur van de cirkel wensen op te blijven
zoeken. Zij willen verdichten met instandhouding van de groenstructuur, terwijl het duidelijk is dat er ruimschoots wordt gecompenseerd binnen de mogelijkheden die daarvoor zijn.
Hij hoopt dat de wethouder de raad ervan kan overtuigen om dit plan zonder vertraging door te zetten.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat er ruim honderd waardevolle bomen tegen de vlakte gaan.
dat wordt alleen maar gecompenseerd door groene gevels en groene daken, terwijl de bomen heel ergens anders in de wijk komen. Waarop baseert de heer Van der Marel dan dat het verlies aan bomen ruimschoots wordt gecompenseerd?
De heer Van der Marel (VVD) antwoordt dat mevrouw Sasbrink zelf al zegt dat er wél wordt
gecompenseerd. Het is jammer dat de bomen niet op dezelfde plek kunnen terugkomen, maar wat de VVD betreft is overtuigend genoeg aangegeven dat het niet anders kan. Hij is het volledig eens
met de PvdD dat men zuinig moet zijn op het groen in Utrecht, maar hij is van mening dat dit in het plan voldoende is gebeurd.
De heer Diepeveen (wethouder) merkt op dat er na jarenlange planvorming een haalbaar plan ligt, dat gedragen wordt door de buurt. Dit plan is een belangrijke bijdrage aan het bestrijden van de woningcrisis en een impuls voor de wijk Overvecht.
Er is opgemerkt dat het plan eerder besproken had moeten worden in de raad. In feite wordt met het betrekken van de raad een extra stap gezet. De bouwenvelop is een bevoegdheid van het college,
maar gelet op het belang van het plan heeft het college besloten om de raad hierin mee te nemen.
Men kan zich afvragen of het Utrechts Planproces wel adequaat is, maar binnen de bestaande kaders doet het college juist iets extra's, vanwege het belang van het plan en de zware afweging die gemaakt moet worden.
Ook ten aanzien van het groen en de bomencompensatie worden extra stappen gezet, boven de
gemeentelijke kaders. Ook een partij als Bo-Ex zet een extra stap. Met de beoogde compensatie wordt meer gedaan dan het huidige beleid aangeeft, in het licht van de bijzondere plek en de
bijzondere situatie en ook in het licht van de evaluatie van het bomenbeleid. Vooruitlopend op het nieuwe bomenbeleid worden er in het Amazonekwartier en op de Taagdreef meer bomen gecompenseerd - 77 in plaats van 59 - dan nodig is. Daar komen dus 18 bomen extra.
Daarnaast is samen met marktpartijen - Bo-Ex en ERA - afgesproken om een extra inzet te doen ter
versterking van de groenstructuur, enerzijds door het groene lint tussen de Einsteindreef en park De Gagel te versterken, waar ruimte wordt gevonden voor 13 bomen, en anderzijds door de
groenstructuur langs de Einsteindreef te versterken. Daarmee is de € 0,5 miljoen zeker niet op. Er is nog extra budget waarmee de 15 extra bomen - die dus boven op de extra 18 bomen boven komen - en de verdere groenversterking in de komende tijd gerealiseerd kunnen worden.
Volgens het college ligt er dus een in alle opzichten zeer afgewogen plan. Als nu wordt gevraagd om opnieuw terug te gaan naar de tekentafel, dan wil hij dat ernstig ontraden, gelet op de woningcrisis en op de vernieuwing en versterking van de wijk Overvecht.
Raadsvergadering van 25 november 2021
28
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de wethouder enerzijds zegt dat het college iets extra doet
door de bouwenvelop aan de raad voor te leggen, maar anderzijds een klemmend beroep doet op de raad om ermee in te stemmen. Welke ruimte is er nog voor de raad om nog iets in het plan aan te passen?
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat in de afgelopen jaren het aantal woningen in de
sociale huur is opgeplust. Daarvoor heeft het college zich sterk gemaakt. In het startdocument dat hij erfde van zijn voorganger, wethouder Jansen, werd uitgegaan van 100 tot 150 sociale
huurwoningen. Het college is daar bovenuit gegaan. In dit plan komt men bijna aan het aantal sociale huurwoningen dat op de Einsteindreef verdwijnt. Het scheelt nog maar 15 woningen. Daarmee heeft men een enorme stap vooruit kunnen zetten en kan men betaalbare woningen realiseren die
aansluiten bij de in de stad bestaande behoefte. Bo-Ex kan die plannen realiseren mits er op tijd een besluit wordt genomen, anders kan Bo-Ex geen beroep meer doen op de € 2,5 miljoen subsidie op
basis van de Regeling vermindering verhuurderheffing. Dat beperkt dus de ruimte om nu nog dingen te wijzigen en te vertragen. Om die reden ontraadt hij ernstig de moties 414, 415 en 416.
De heer Van Steeg (CDA) deelt de opmerkingen van de wethouder over de wooncrisis. Er zal ook in Overvecht gebouwd moeten worden. Maar juist bij dit plan, dat al zo lang loopt en dat al zo vaak
veranderd is, is er voor de raad en voor de inwoners geen moment geweest om zich daarover uit te
spreken. Daarnaast zijn er in het begin van dit jaar enkele moties breed aangenomen door de raad. Die moties vragen om een invulling.
De heer Diepeveen (wethouder) stelt dat dit de tragiek is van jarenlang plannen maken. In 2005 is
men begonnen met de ruimtelijke visie Overvecht. Daar stond al in dat men zich zou oriënteren op
de bebouwing op de Einsteindreef. De raad heeft daarmee ingestemd. Vanuit dat kader is dit plan tot stand gekomen. In 2009 volgde het gebiedsplan De Gagel. Ook daar heeft de raad mee ingestemd. De voorgangers van de huidige raadsleden hebben het college dus dit pad op geduwd.
De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat dit plan een heel lange voorgeschiedenis heeft. In het
startdocument staat niet dat er dichter op de Einsteindreef gebouwd zou moeten worden. Er staat
wel in dat er meer van de groenstructuur behouden zou moeten worden. Hij geeft een compliment
voor de compensatieregeling, maar de raad heeft niet echt kunnen afwegen of er mogelijkheden zijn om meer bomen te behouden. Op dat punt is volgens hem niet voldaan aan het startdocument.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat er in het startdocument oog was voor de spanning die er zat tussen enerzijds de verdichtingsopgave en anderzijds de brede strook met bomen langs de Einsteindreef. Dat is later ingevuld door te zoeken naar compensatie op andere plekken en
versterking van de groenstructuur op andere plekken, onder andere tussen Carnegiedreef en het
Henri Dunantplein. Daarnaast wilde men de groenstructuur van het groene lint versterken. Dat pad is het college op gegaan. Op die manier is het college omgegaan met het gestelde in het startdocument.
De heer Van Steeg (CDA) heeft de wethouder horen zeggen dat het college hier iets extra's doet,
maar dat hij min of meer in deze positie gedwongen is door zijn voorgangers en dat de raad niets
anders kan doen dan met het plan instemmen. Maar was het niet beter geweest om in dit geval het
bestemmingsplan af te wachten? Wat heeft de wethouder eraan gedaan om dat voor elkaar te krijgen
Raadsvergadering van 25 november 2021
29
en de raad wel in de juiste positie te brengen? De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat het college net voor het zomerreces een uitvoerige
raadsbrief heeft gestuurd met de conceptbouwenvelop. In die brief heeft het college gezegd dat het de bouwenvelop pas zal vaststellen nadat de raad in de gelegenheid is geweest om zich daarover te
buigen. Dat is drie weken geleden gebeurd en dat gebeurt vandaag opnieuw. Dat is de extra stap die gezet is.
In de moties 414, 415 en 416 wordt in feite gevraagd om terug te gaan naar de tekentafel. Gevraagd is wat dit kan opleveren in termen van woningen. Het antwoord op die vraag is dat je niet het beste
van twee werelden kunt hebben. Daarom moet een moeilijke afweging gemaakt worden. Het kappen van een substantieel kleiner aantal bomen leidt zonder meer tot minder woningen, waarbij de kans
levensgroot is dat er juist minder sociale huurwoningen gebouwd zullen worden. Dat heeft te maken met de bijdrage via de Regeling vermindering verhuurderheffing. Die bijdrage wordt in de
waagschaal gesteld als de genoemde moties worden aangenomen. Dat levert jarenlange vertraging
op, terwijl de problemen op het vlak van leefbaarheid en veiligheid voortduren. Daarnaast krijgt men er zeker geen beter plan voor terug als Bo-Ex geen bijdrage krijgt via de Regeling vermindering verhuurderheffing.
In motie 413 wordt gevraagd te wachten met het kappen van bomen totdat het bestemmingsplan is vastgesteld. Ook die motie moet hij ontraden, omdat dit ernstige vertraging met zich zou brengen.
Zo lang de bomen niet gekapt worden, kan het leegstaande gebouw, waarin al een begin is gemaakt met de asbestverwijdering, niet verder gesloopt worden.
In motie 417 wordt gevraagd om het kappen van de bomen ten behoeve van de sloop wel mogelijk te maken, maar met het kappen ten behoeve van het bouwrijp maken van het terrein te wachten tot het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. In zijn brief van 16 november heeft het college al
aangegeven dat dit tot ongeveer een halfjaar vertraging zal leiden. Dan komt men al heel dicht bij de kritische grens voor het verkrijgen van de RVV-subsidie. Dus ook motie 417 moet hij ontraden.
In motie 418 wordt gevraagd om te komen tot minimaal het aantal sociale huurwoningen (174) dat
er nu is. Daar is al het nodige over gezegd in de brief van 16 november en ook in de brief van Bo-Ex van gisteren. Als er 174 sociale huurwoningen moeten worden gerealiseerd, moet er een extra
bouwlaag worden toegevoegd en moet ook de parkeergarage vergroot worden. Dat heeft grote implicaties. Een schuif maken van bijvoorbeeld middenhuur naar sociale huur is niet alleen
onverstandig, maar ook onhaalbaar, omdat dat betekent dat de berekening die men nu net aan rond gekregen heeft, dan in de min gaat. Daarmee wordt het plan weer in de waagschaal gesteld, en daarmee ook de voortgang van de vernieuwing van de wijk, die door de omwonenden als zeer wenselijk wordt ervaren. Om die reden ontraadt hij ook motie 417.
De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De besluitvorming over de ingediende moties zal vanavond plaatsvinden in de digitale stemagenda. De voorzitter schorst daarop de vergadering voor de lunch.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Bijsterbosch.) Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde:
Raadsvergadering van 25 november 2021
30
16. Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Naphegyi van D66 die haar maidenspeech zal geven.
Daarom zullen er geen interrupties plaatsvinden. Vragen kunnen worden gesteld na afloop van de bijdrage.
Mevrouw Naphegyi (D66) begint met een blik op haar verleden. Zij is veertien jaar geleden uit
Roemenië gekomen. Ze heeft kennis van mensenrechten en ervaring in de politiek. Vanwege haar
sociaalliberale waarden kwam ze bij D66 terecht. Elke verandering begint met bewustwording. Ze wil de raad en het college stimuleren om de uitvoering van mensenrechten vorm te geven. Ook onder ambtenaren wil ze een intrinsieke motivatie aanwakkeren om aan de verwezenlijking van de
mensenrechtenstad te werken. Als inwoner van Utrecht moet je elke dag voelen en ervaren dat je een gelijkwaardig lid van de samenleving bent, ongeacht culturele achtergrond, geaardheid, beperking, leeftijd of sociaaleconomische status. Iedereen moet mee kunnen doen. Daarom is ze al jarenlang bezig om in haar werk en haar vrije tijd een veranderingsproces in gang te zetten.
Ze is zelf tegen drempels aangelopen toen ze de afgelopen jaren steeds hulpbehoevender werd.
Uiteindelijk werd een zeldzame auto-immuun ziekte bij haar geconstateerd. Het kwam steeds vaker voor, door fysieke en andere barrières, dat ze niet meer mee kon doen aan de samenleving.
Ze hoort vaak dat het voelbaar maken van mensenrechten een kwestie is van een lange adem. Ze wil de stem zijn van de Utrechtse inwoners die zich door de gemeente minder goed gehoord voelen.
Daarom pakt zij onder andere het onderwerp toegankelijkheid en maatschappelijke ondersteuning op. Ze is blij met de toezeggingen van de wethouder. Maar het is een lange weg van beleid naar
praktijk als het om een inclusieve samenleving gaat. Daar wil ze als raadslid invulling aan geven.
Op verzoek van D66 is in het raadsvoorstel een aantal wijzigingen aangebracht in de verordening
over het eenjarige cliënttevredenheidsonderzoek en het registreren van aantal, aard en oplossing van klachten.
D66 heeft er in november 2019 op gewezen dat bij het terugvorderen van onterecht verstrekte
middelen, zoals geregeld in artikel 6.2, rekening gehouden moet worden met de financiële draagkracht van inwoners met problematische schulden. Ze wil graag een toezegging van de wethouder dat hiermee rekening wordt gehouden.
D66 ondersteunt de motie "Wmo-indicatie onbepaalde tijd" van harte. Ze krijgt signalen van Wmo-
cliënten dat mensen ondanks hun chronische aandoening toch verder onderzoek moeten ondergaan. Ze wil graag een toezegging van de wethouder dat over een bepaalde tijd, bijvoorbeeld drie jaar, een evaluatiemoment wordt ingepland om te kijken of het beleid op de gewenste manier is uitgevoerd. De voorzitter feliciteert mevrouw Naphegyi met haar maidenspeech.
(Applaus.)
De heer Van Corler (GroenLinks) zegt dat GroenLinks bij de commissiebehandeling van de Wmo-
verordening en bij de slotbehandeling van de begroting aandacht heeft gevraagd voor het risico van zorgmijding als gevolg van de maandelijkse eigen bijdrage van € 19 bij Beschermd Thuis. Hij dankt
de wethouder voor de extra informatie en de onderzochte opties. GroenLinks wil het signaal van de
professionals dat de eigen bijdrage tot zorgmijding leidt benadrukken en serieus nemen. Te lezen is
dat de wethouder dat ook doet. Hij vindt het daarom jammer om nu te lezen dat de wethouder op dit moment onvoldoende grond ziet om een aanpassing in te voeren aan de eigenbijdrageregeling voor
de mensen die gebruik maken van Beschermd Thuis. Het past immers bij de beweging naar voren die
Raadsvergadering van 25 november 2021
31
Utrecht wil maken om de drempels voor lichtere vormen van begeleiding weg te nemen om te voorkomen dat er later zwaardere en duurdere zorg nodig is. Als met het schrappen van een eigen bijdrage voor Beschermd Thuis voor 500 mensen de uitval van drie personen voorkomen kan
worden, is dat al kostendekkend. Dit geldt ook voor de 750 inwoners die de wethouder in de brief noemt. De kosten voor de vrijstelling zijn in verhouding beperkt.
Er zijn vele argumenten die GroenLinks kan noemen bij de verschillende genoemde opties in de
brief. GroenLinks vindt het moeilijk uit te leggen waarom de vrijstelling van een eigen bijdrage tot 23 jaar wel mogelijk is op basis van het centraalstellen van de zorginhoudelijke vraag, maar dat het
boven 23 jaar niet mogelijk is. Hij wil vooral oproepen om te doen wat nodig is en te voorkomen dat er maandenlang gesproken gaat worden met de aanbieders zonder dit knelpunt snel op te lossen. Daarom dient de GroenLinks-fractie, mede namens de ChristenUnie en de PvdA, een motie op dit punt in (motie 419, Vrijstelling eigen bijdrage beschermd thuis).
In de commissie heeft GroenLinks ook een vraag gesteld over de indexatie van het informeel tarief
bij het pgb. In de raadsbrief geeft het college aan dat deze indexatie mogelijk is binnen de indexatie van de gemeentelijke budgetten. Dat las als een uitnodiging om hiervoor met een motie te komen. Daarom dient de GroenLinks-fractie een motie op dit punt in (motie 420, Indexering informele tarieven PGB WMO).
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat het goed is dat alsnog het advies van de Wmo-cliëntenraad
met de raad gedeeld is, inclusief de reactie van het college daarop. Daar had zij in de commissie om gevraagd. In het vervolg wil ze altijd dit soort adviezen van cliëntenparticipatie ontvangen, inclusief de reactie van het college daarop. Zo wordt getoond dat participatie serieus genomen wordt. Ze wil graag een toezegging van de wethouder op dit punt.
De PvdA vindt dat iedereen recht heeft op goede zorg en dat een laag inkomen nooit een overweging mag zijn om zorg te mijden. In de commissie is daarom gevraagd om de eigen bijdrage voor indivi-
duele Wmo-voorzieningen voor mensen met een laag inkomen te reduceren of af te schaffen. Om die reden steunt ze de motie van GroenLinks om dit voor een specifieke groep te regelen. Daarnaast heeft de wethouder per brief toegezegd onderzoek te gaan doen naar wat mogelijk is voor deze
specifieke groep. Dat vervalt mogelijk als de motie wordt aangenomen. Voor de PvdA gaat dit niet
ver genoeg. Ze willen graag een toezegging ontvangen dat dit toegezegde onderzoek doorgaat en dat het verbreed wordt naar de doelgroep Utrechters met een inkomen tot 135% van het sociaal minimum. Ze heeft hiervoor een motie achter de hand.
De heer Van Dalen (VVD) vraagt wat de dekking is voor dit voorstel. Weet de PvdA dat hierover in Den Haag ook wordt gesproken? Hij vraagt of dit de juiste plaats is om het hier nu over te hebben. Wellicht kan de wethouder hier straks ook op reflecteren.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) moedigt de VVD aan om de lobbykrachten binnen de eigen partij te
gebruiken om dit mogelijk te maken rond de onderhandelingstafel in Den Haag. Tot die tijd moet men het hier in Utrecht met elkaar zien te rooien. Zij constateert dat er al een onderzoek was
toegezegd. De oproep is nu om dat te verbreden. Het was bijvoorbeeld ook aangekondigd om hier
armoederegelingen bij te betrekken. Als daarnaar gekeken gaat worden, is dit de manier om het voor een grotere doelgroep mogelijk te maken.
Ze heeft nog een laatste punt over de herindicatie van Wmo-voorzieningen. Herindicatie bij
chronische of progressieve aandoeningen leidt bij betrokkenen tot onrust en stress. Om de zoveel
jaar aantonen dat je echt ziek bent en het niet zelf redt, is in meerdere opzichten belastend. Op dit
Raadsvergadering van 25 november 2021
32
moment is er een mogelijkheid in Utrecht om een Wmo-indicatie voor onbepaalde tijd te krijgen.
Maar dit staat niet, zoals in Rotterdam, expliciet in de beleidsregels. Daarnaast geven partijen, zoals de Wmo-cliëntenraad, aan dat er toch herindicaties plaatsvinden bij mensen met chronische of
progressieve aandoeningen. Daarom dient de PvdA-fractie, mede namens de SP, Student & Starter, DENK, VVD, D66 en het CDA, een motie op dit punt in (motie 421).
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wil graag de steun van Stadsbelang Utrecht uitspreken voor deze
motie. Hij heeft nog een vraag over ziekten die een progressief verloop kennen. In die gevallen is het soms wel interessant om een herindicatie te doen. Hoe kijkt de PvdA daarnaar?
De heer Van Deún (PVV) heeft dezelfde vraag. Wordt die mensen nu niet gelijk een stempel opge-
drukt dat ze ongeneeslijk ziek zijn? En dat is niet altijd zo bij progressieve zieken. Dat is wel zo bij chronisch zieken. De IVA kent chronisch zieken. Zij krijgen een volledige arbeidsongeschiktheids-
uitkering, maar de groep progressief zieken juist niet, op een enkele uitzondering na. Hoe kijkt de PvdA hiernaar? Hij vindt het wel een sympathieke motie.