Agendabundel
Tekst van het document
gezien het advies van de commissie Volksgezondheid, Bestuur en Financiën van 24 november 2022;
besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 gemeente Utrecht
Artikel 1 Belastingplicht
1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:
a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
2. Bij de gebruikersbelasting wordt:
a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is
bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven.
b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter
beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
3. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 2 Voorwerp van de belasting
1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.
2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op
grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van
die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 3 Maatstaf van heffing
1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.
2. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen
1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;
c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;
e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;
g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van i.
zodanige werken die dienen als woning;
werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan j.
te merken;
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter
verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende l.
zaken die dienen als woning;
begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
2. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de
waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5 Belastingtarieven
1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
a. de gebruikersbelasting: 0,3449% b. de eigenarenbelasting:
i. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0790%
ii. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,4270%
Artikel 6 Wijze van heffing
De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de
aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2. In afwijking van het eerste lid moeten de aanslagen, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste
termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 8 Nadere regels met betrekking tot heffing en invordering
Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen.
Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel
1. De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022' vastgesteld bij raadsbesluit van 23 december 2021 (Gemeenteblad van Utrecht 2021, nr. 477862), wordt
ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van
ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
4. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening onroerendezaakbelastingen 2023 gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van <DATUM>. De griffier,
Merel van Hall
De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma
3.4 Raadsvoorstel Tweede en derde begrotingswijziging 2022 1 Raadsvoorstel Tweede en Derde begrotingswijziging 2022.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Derde en tweede begrotingswijziging 2022 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Jan van Veen In overleg met griffie Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De derde en tweede begrotingswijziging 2022 vast te stellen, waarmee technische mutaties en de administratieve verwerking van besluiten van de gemeenteraad worden opgenomen in de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting De programmabegroting en het meerjarenperspectief worden gebruikelijk drie keer per jaar aangepast. De begrotingswijziging is opgebouwd uit technische wijzigingen en waar nodig de verwerking van eerdere besluiten. Dit jaar is een tweede begrotingswijziging in het derde kwartaal niet gedaan vanwege een beperkte omvang en urgentie van de budgetbesluiten. Dit voorstel is daarmee de tweede en derde wijziging van de programmabegroting 2022 ineen. Dit is tevens de laatste wijziging van de Programmabegroting 2022.
Context Aanleiding Als gevolg van recente besluitvorming van de raad zijn technische mutaties nodig in de Programmabegroting 2022. Deze mutaties vinden driemaal per jaar plaats. De ambitie is dit sneller te verwerken. In enkele stappen wordt toegewerkt naar aanpassing van de besluitvorming over begrotingswijzigingen. De eerste stap is dat we met ingang van de P&C-cyclus van 2021 besluiten in P&C-documenten direct de begrotingstechnisch verwerken. Die komen dus niet meer terug in de technische wijzigingen. Ook de afzonderlijke raadsbesluiten zijn meteen na het besluit door de raad direct verwerkt. Voor de technische begrotingswijzigingen resteren dan nog puur technische punten. Juridische context De gemeenteraad beschikt over het budgetrecht op grond van de Gemeentewet, als onderdeel van haar Kaderstellende rol. Het budgetrecht houdt in dat het college alleen uitgaven kan doen en verplichtingen kan aangaan na toestemming of autorisatie van de raad. Met de vaststelling van de programmabegroting en begrotingswijzigingen geeft de raad het college deze toestemming. Bevoegdheid raad Het budgetrecht van de raad heeft betrekking op de programma's, mutaties op reserves, kredieten (investeringen) en bestedingen ten laste van voorzieningen (bijv. beheersplannen groot onderhoud).
De bevoegdheid tot het verschuiven van budgetten tussen programma's, mutaties aan reserves, kredieten (investeringen) en bestedingen ten laste van voorzieningen is daarom voorbehouden aan de raad. Bevoegdheid college Door het vaststellen van de begroting geeft de raad het college mandaat om het beleid uit te voeren binnen het gestelde financiële kader. Mutaties binnen het programma (tussen producten) en waarbij geen mutatie in baten, lasten of reserves optreedt worden vastgesteld door het college. De overige mutaties worden aan de raad voorgelegd Beoogd effect Een actuele begroting 2022. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Vaststelling Programmabegroting 2022 (raadsbesluit 11 november 2021) en de aanpassing door de besluitvorming over de eerste begrotingswijziging. In de adviescommissie Controle en Financiën van 14 mei 2020 is het voorstel “Technische begrotingswijziging leesbaarder” besproken en geaccordeerd. De bijlage ‘Derde plus tweede BGW 2022 raad’ is op basis van dit voorstel gemaakt.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
In te stemmen met de derde en tweede begrotingswijziging 2022, waarmee technische mutaties en de administratieve verwerking van besluiten van de gemeenteraad worden opgenomen in de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming.
2
Argumenten 1.1
Met dit besluit wordt de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming geactualiseerd. De begrotingswijziging is opgebouwd uit technische mutaties zonder beleidsgevolgen (techniek). De wijzigingen zijn opgenomen in de bijlage ‘Derde plus tweede BGW 2022 raad’.
Financiën Dit voorstel betreft de verwerking van de financiële consequenties van technische mutaties en eerdere besluiten. De technische wijzigingen zijn budgettair neutraal.
Vervolg De derde begrotingswijziging is de laatste technische wijzigingen van het begrotingsjaar 2022. Dit jaar wordt afgerond met de Jaarstukken 2022.
Participatie Er heeft geen participatie plaats gevonden. Dit betreft een technische aanpassing van de programmabegroting 2022 op basis van eerder genomen besluiten. Participatie is (mogelijk) relevant op het moment dat de beleidskeuzes worden voorbereid.
Communicatie Niet van toepassing. Dit betreft een technische aanpassing van de begroting 2022 op basis van eerder genomen besluiten. Bij het voorleggen van de keuzes, bij de voorjaarsrapportage en programmabegroting, wordt hierover gecommuniceerd.
Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing, omdat het een raadsbesluit betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Bijlage: ‘Derde plus tweede BGW 2022 raad’. Bijlagen informatief
-
3
1 Tweede en derde BGW 2022 raad.pdf
Tweede en derde begrotingswijziging 2022 raad De begrotingswijziging bestaat uit technische aanpassingen van de begroting, verwerking van raadsbesluiten en verwerking van besluiten over de cyclusproducten. Een aanpassing is budgettair neutraal. Het kan drie tot zes maanden duren voordat van een raadsbesluit de administratieve verwerking in een begrotingswijziging terugkomt. We wijzigen de begroting drie keer per jaar om - de raad inzicht te geven in de verwerking van de financiële gevolgen van besluitvorming, - de begroting actueel te houden, onder andere als basis voor het maken van prognoses, en - te kunnen voldoen aan de eisen rond de rechtmatigheid van de begroting. In dit document zijn de mutaties van de tweede begrotingswijziging en die van de derde begrotingswijziging opgenomen. Achtergrond In de adviescommissie Controle en Financiën van 14 mei 2020 is het voorstel ‘Technische begrotingswijziging leesbaarder’ besproken.
De commissie heeft de daarin gedane voorstellen overgenomen: a) Te onderzoeken wat nodig is om mutaties in de begroting meteen bij raadsvoorstel voor te leggen en -bij akkoord op het voorstel- in de begroting te verwerken; b) Mutaties die kostentoerekeningen betreffen niet meer in de technische begrotingswijziging op te nemen; c) Mutaties voor te leggen op het niveau van het budgetrecht; daarbij lasten- of batenmutaties binnen een programma in een regel samen te voegen in plaats van uitsplitsing per prestatiedoelstelling; d) In het algemeen de kwaliteit van de tekstuele toelichting te vergroten en mutaties kleiner dan 50.000 euro niet separaat op te nemen/toe te lichten, en deze regel ook te laten gelden voor storting in en onttrekking aan reserves of voorzieningen. De voorstellen zijn, met uitzondering van a), conform het verzoek van de commissie uitgevoerd. In het kader van het voorstel onder a) zijn, vooruitlopend op nadere uitwerking ervan, mutaties waarover al een raads-/collegebesluit is genomen niet nogmaals in het document opgenomen. Het betreft zes mutaties bij de tweede begrotingswijziging en zes mutaties bij de derde begrotingswijziging. In paragraaf 1.2, onder tabel 3 zijn de mutaties in het kort benoemd.
In het vervolg van dit document worden in paragraaf 1.1 de mutaties in de begroting per programma gepresenteerd uitgesplitst naar de mutaties van de tweede begrotingswijziging en de mutaties van de derde begrotingswijziging. In paragraaf 1.2 zijn tabellen met cijfers opgenomen. Daarin zijn onder meer de mutaties in de meerjarenraming in één totaaltabel weergegeven.
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 1 van 24
1.1 Techniek algemeen In het vervolg van deze paragraaf staan de afzonderlijke mutaties van de tweede begrotingswijziging en die van de derde begrotingswijziging 2022. De mutaties zijn gerangschikt naar programma volgens de Programmabegroting 2022. Per programma is een tabel opgenomen met de mutaties voor de jaren 2022 tot en met 2025, waarin een uitsplitsing in lasten, baten, onttrekkingen aan en stortingen in de reserves. Onder iedere tabel worden de daarin genoemde mutaties kort toegelicht, en worden de bijbehorende regels met de verschuiving van begrotingsbedragen getoond. Per regel wordt het bedrag vermeld met erbij aangegeven het programma en of het lasten dan wel baten betreft. Ook staat er vermeld of de verschuiving incidenteel of structureel is en voor welk jaar of welke jaren deze geldt. Indien de regel een verhoging van de lasten of baten betreft begint deze regel met ‘Stijging’. En indien de regel een verlaging van de lasten of baten betreft begint deze met ‘Daling’. Hetzelfde geldt voor onttrekkingen aan en stortingen in de reserves. De mutaties behorende bij de tweede begrotingswijziging zijn voorzien van een letter (A, B en zo verder). De mutaties bij de derde begrotingswijziging zijn genummerd (1, 2 en zo verder).
1.1.1 Bewoners en Bestuur a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Bewoners en Bestuur
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
Mutatie A
55
55
55
55
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-3
-3
-3
-3
Totaal
53
Mutatie A
0
0
0
53
0
0
0
53
0
0
0
53
baten onttrekking storting
0
0
0
Overdracht bedrag voor kapitaallasten naar Publiekdienstverlening
De mutatie betreft de structurele overdracht van het begrote bedrag aan kapitaallasten voor het Klantverwijssysteem. Het bedrag wordt overgezet van het programma Overhead naar het programma Bewoners en Bestuur - onderdeel Publieksdienstverlening - van waaruit de investering wordt gedaan. Daling
Overhead
Lasten
Structureel vanaf
2022
-55.400
Stijging
Bewoners en Bestuur
Lasten
Structureel vanaf
2022
55.400
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 2 van 24
b) Geen mutaties bij de derde begrotingswijziging
1.1.2 Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen lasten en Erfgoed Mutatie B
2023
baten onttrekking storting
125
125
Mutatie C
lasten
2024
baten onttrekking storting
234
234
-65
lasten
2025
baten onttrekking storting
109
lasten
109
-65
baten onttrekking storting
109
109
-65
-65
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
125
0
125
-65
234
Mutatie B
Onttrekking reserve 'Europese subsidies'
0
234
-65
109
0
109
-65
109
0
109
-65
De bijdrage van de gemeente Utrecht aan het programma 'Kansen voor West II' en 'Kansen voor West III' wordt gedekt uit de reserve 'Europese subsidies'. In deze gaat het om een extra programmabijdrage 'Kansen voor West II' voor 'React-EU 2021-2023'. Hiervoor komt er 249.598 euro ten laste van de reserve 'Europese subsidies', waarvan de helft in 2022 en de andere helft in 2023. Daarnaast ook de bijdrage voor 'Kansen voor West III' van 437.736 euro, verdeeld over 4 bedragen van 109.434 euro die vallen in 2023, 2024, 2025 en 2026. In totaal komt er 687.334 euro ten laste van de reserve. Zie voor een nadere toelichting op het programma de bijlage 'Externe subsidieprogramma's' in de jaarstukken. Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Onttrekking reserve
Incidenteel
2022
124.799
Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Lasten
Incidenteel
2022
124.799
Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Onttrekking reserve
Incidenteel
2023
234.233
Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Lasten
Incidenteel
2023
234.233
Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Onttrekking reserve
Incidenteel
2024, 2025 en 2026
109.434
Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Lasten
Incidenteel
2024, 2025 en 2026
109.434
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 3 van 24
Mutatie C
Overdracht sanitaire voorzieningen naar programma Utrechts Vastgoed
De sanitaire voorzieningen Janskerkhof, Lepelenburg, Julianapark en Griftpark zijn eind 2021 overgegaan van het programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed naar het programma Utrechts Vastgoed. Met deze mutatie in de begroting zetten wij het benodigde budget voor de kapitaallasten en de uitvoering van het beheer over. Daling
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Storting reserve
Structureel vanaf
2022
-65.000
Stijging
Utrechts Vastgoed
Lasten
Structureel vanaf
2022
65.000
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022
2023
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
lasten
baten onttrekking storting
Mutatie 1
2.084
2.084
Mutatie 2
lasten
2024
baten onttrekking storting
87
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
Mutatie 1
2.084
2.084
0
0
87
0
0
0
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
87
87
40
40
127
0
0
0
baten onttrekking storting
127
0
0
0
Regiodeal vitale wijken; besteding 2022
Op 24 juni 2020 hebben wij de raad in een brief (kenmerk 7686999/202000615) geïnformeerd over de toegekende rijksbijdrage uit de 'Regiodeal vitale wijken'. De rijksbijdrage is uitgekeerd in de jaren 2020 en 2021. De besteding van de rijksbijdrage vindt plaats in de jaren 2020 tot en met 2024. Met deze mutatie verwerken wij de geraamde besteding van 2,084 miljoen euro voor het jaar 2022. De besteding richt zich op vijf thema’s: gezondheid, veiligheid, werk & inkomen, onderwijs en wonen. Stijging Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Baten Incidenteel 2022 2.084.161 Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Lasten
Incidenteel
2022
2.084.161
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 4 van 24
Mutatie 2
Verbeteren interne controle rechtmatigheid
Bij de Voorjaarsnota 2022 zijn middelen toegekend voor 'Basis op orde bedrijfsvoering: onderdeel wet- en regelgeving'. Voor het verbeteren van de interne controle op rechtmatigheid wordt een bedrag van 0,173 miljoen euro uitgetrokken voor het aantrekken van een medewerker bij organisatie onderdeel Ruimte en bij Bedrijfsvoering Strategie Netwerk (BSN). Met deze mutatie in de begroting wordt de bijdrage vanuit Ruimte in het programma Overhead verrekend. Daling Overhead Lasten Structureel vanaf 2023 -86.500 Stijging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Lasten
Structureel vanaf
2023
86.500
1.1.3 Bereikbaarheid a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Bereikbaarheid
lasten
2023
baten onttrekking storting
Mutatie D
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
baten onttrekking storting
75
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal Mutatie D
0
0
0
75
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Middelen vanuit amendement Toegankelijkheid ingezet binnen Bereikbaarheid
De middelen voor het amendement Toegankelijkheid zijn opgenomen in het programma Openbare Ruimte en Groen. Hieruit zijn enkele werkzaamheden voor het realiseren van bankjes in de stad bekostigd. In de volgende fase wordt de snelfietsroute Utrecht-Amersfoort aangelegd, waardoor de resterende middelen vanuit het programma voor het Groenstructuurplan naar het product 'Fiets' binnen het programma Bereikbaarheid worden overgeheveld. In het 'Meerjaren Perspectief Ruimte 2022' is deze overheveling geprogrammeerd in het onderdeel 'Meerjaren Groenprogramma'. Daling
Openbare Ruimte en Groen
Lasten
Incidenteel
2022
-75.000
Stijging
Bereikbaarheid
Storting reserve
Incidenteel
2022
75.000
b) Geen mutaties bij de derde begrotingswijziging
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 5 van 24
1.1.4 Openbare Ruimte en Groen a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Openbare Ruimte en Groen Mutatie D
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
baten onttrekking storting
-75
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
-75
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mutatie D - zie programma Bereikbaarheid.
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022
2023
2024
2025
Openbare Ruimte en Groen
lasten baten onttrekking storting
lasten baten onttrekking storting
lasten baten onttrekking storting
lasten baten onttrekking storting
Mutatie 3
-165
-220
-220
-220
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-20
-60
-60
-60
Totaal
-185
0
0
0
-280
0
0
0
-280
0
0
0
-280
0
0
0
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 6 van 24
Mutatie 3
Verdeling coalitieakkoordmiddelen uitvoeringscapaciteit Groene Schaalsprong
Bij het coalitieakkoord 2022-2026 zijn er extra middelen toegekend aan de uitvoeringscapaciteit voor de Groene Schaalsprong. De middelen zijn opgenomen in het programma Openbare Ruimte en Groen (product Groenstructuurplan). Met deze mutatie wordt een bedrag van 20% van de middelen overgeheveld naar het programma Overhead. Deze overheveling wordt gedaan voor het dekken van de kosten voor het aansturen van de uitvoering en de beleidsuitwerking zoals in de programmabegroting is opgenomen. Daling Openbare Ruimte en Groen Lasten Incidenteel 2022 -165.000 Stijging
Overhead
Lasten
Incidenteel
2022
165.000
Daling
Openbare Ruimte en Groen
Lasten
Structureel vanaf
2023
-220.000
Stijging
Overhead
Lasten
Structureel vanaf
2023
220.000
1.1.5 Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen
lasten
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-25
Totaal
-25
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
-25 0
0
0
-25
lasten
2025
baten onttrekking storting
-25 0
0
0
-25
lasten
baten onttrekking storting
-25 0
0
0
-25
0
0
0
b) Geen mutaties bij de derde begrotingswijziging
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 7 van 24
1.1.6 Onderwijs a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Onderwijs
lasten
Mutatie E
-338
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
-338
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
-338
baten onttrekking storting
-338
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
-338
0
0
0
-338
0
0
0
-338
0
Mutatie E
Verwerken Overboekingsstaat 2021 - complexen van Utrechts Vastgoed naar Onderwijs
0
0
-338
0
0
0
Jaarlijks worden intern gemeentelijke opstallen en terreinen overgeboekt van en naar de diverse gemeentelijke organisatieonderdelen. Op 21 december 2021 heeft het college de 'Overboekingsstaat 2021' vastgesteld. Door middel van deze mutatie wordt dit in de begroting verwerkt. Daling
Utrechts Vastgoed
Baten
Structureel vanaf
2022
-11.000
Daling
Onderwijs
Lasten
Structureel vanaf
2022
-338.343
Stijging
Utrechts Vastgoed
Lasten
Structureel vanaf
2022
327.343
b) Geen mutaties bij de derde begrotingswijziging
1.1.7 Ondersteuning op Maat a) Geen mutaties bij de tweede begrotingswijziging
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 8 van 24
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Ondersteuning op Maat
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
Mutatie 4
-2.600
-2.800
-2.800
Mutatie 5
123
123
123
Mutatie 6
-97
-97
-97
Mutaties < 0,05 miljoen euro
56
56
56
Totaal
Mutatie 4
0
0
0
0 -2.519
0
0
0 -2.719
0
0
baten onttrekking storting
0 -2.719
0
0
0
Uitvoeringskracht Maatschappelijke Ontwikkeling
In het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoeringskracht bij het organisatie onderdeel Maatschappelijke Ontwikkeling. Met deze mutatie in de begroting worden de middelen naar het programma Overhead overgeheveld. Dit is technisch nodig om ze te kunnen inzetten voor het versterken van de uitvoeringskracht. Daling Ondersteuning op Maat Lasten Incidenteel 2023 -2.600.000 Stijging
Overhead
Lasten
Incidenteel
2023
2.600.000
Daling
Ondersteuning op Maat
Lasten
Structureel vanaf
2024
-2.800.000
Stijging
Overhead
Lasten
Structureel vanaf
2024
2.800.000
Mutatie 5
Budgetoverheveling voor Vrijwillige inzet voor elkaar
Odensehuis Andante is een inloop voor mensen met beginnende dementie en hun naasten. Vier dagen in de week zijn er activiteiten, met professionele begeleiding en met ondersteuning van vrijwilligers. In 2022 ontvangen zij voor deze activiteiten totaal 117.330 euro subsidie vanuit 'Vrijwillige inzet voor elkaar'. Vanaf 2023 doet Odensehuis Andante een subsidieaanvraag bij 'Sociale prestatie en dagondersteuning', omdat de aard van hun activiteiten beter onder deze subsidieregeling valt en zij zo meer aansluiting kunnen vinden op het voor hen relevante netwerk van organisaties in de dagondersteuning. Deze mutatie zet het benodigde budget (0,123 miljoen euro jaarlijks) op het juiste product in het programma Ondersteuning op Maat. Daling Samenleven en Sport Lasten Incidenteel 2023-2027 -122.530 Stijging
Ondersteuning op Maat
Lasten
Incidenteel
2023-2027
122.530
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 9 van 24
Mutatie 6
Groeimiddelen ‘Veerkracht’ en ‘Jeugd en veiligheid’
De groeimiddelen voor 'Veerkracht' en 'Jeugd en veiligheid' voor de jaren 2023 en verder zijn binnen Maatschappelijke Ontwikkeling op een stelpost geplaatst van het programma Samenleven en Sport. Deze middelen zijn toegekend aan de producten 'Jongerenwerk' binnen het programma Samenleven en Sport en aan 'Specialistische zorg voor jeugd' binnen het programma Ondersteuning op Maat. Vanuit het groeikader blijkt dat specifiek voor jeugd er vanaf 2023 minder middelen beschikbaar zijn dan op basis van de prognose verwacht. Met deze mutatie corrigeren we de begroting voor de genoemde groeimiddelen. Daling Ondersteuning op Maat Lasten Structureel vanaf 2023 -97.480 Stijging
Samenleven en Sport
Lasten
Structureel vanaf
2023
97.480
1.1.8 Veiligheid a) Geen mutaties bij de tweede begrotingswijziging b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Veiligheid Mutatie 7
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
baten onttrekking storting
-100
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
Mutatie 7
-100
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhevelen budget ventilatie brandweerkazernes
Met deze mutatie hevelen wij het eerder toegekende incidentele budget voor 2022 van 0,100 miljoen euro voor de aanpak van de ventilatie van brandweerkazernes over van het programma Veiligheid naar Utrechts Vastgoed. De overheveling betreft aanpassingen aan klimaatinstallaties om deze te laten voldoen aan het bouwbesluit 2012, de richtlijnen van het RIVM en de Arbowet. Daling Veiligheid Lasten Incidenteel 2022 -100.000 Stijging
Utrechts Vastgoed
Lasten
Incidenteel
2022
100.000
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 10 van 24
1.1.9 Cultuur a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Cultuur
lasten
Mutatie F
60
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-21
Totaal
39
Mutatie F
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
baten onttrekking storting
60 -21 60
0
0
-21
-21 0
0
0
-21
-21 0
0
0
-21
0
0
0
Vrijval voorziening Muziekcentrum Vredenburg
In 2013 is het Muziekcentrum Vredenburg (MCV) verzelfstandigd. Hierbij zijn een aantal oud-medewerkers van de gemeente Utrecht in de WW terecht gekomen. Deze kosten kwamen ten laste van de gemeente Utrecht en werden gedekt vanuit de voorziening ‘Afvloeiingskosten MCV’. In 2021 is de laatste verplichting afgewikkeld in dit kader. Het saldo van 0,06 miljoen euro dat resteert in de voorziening MCV kan daarmee vrijvallen ten gunste van de algemene middelen waarna de voorziening wordt afgesloten. Stijging
Cultuur
Baten
Incidenteel
2022
59.638
Stijging
Cultuur
Lasten
Incidenteel
2022
59.638
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Cultuur Mutatie 8
lasten
2023
baten onttrekking storting
-18
lasten
2024
baten onttrekking storting
-54
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
-18
0
0
0
-54
0
0
0
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
-54
-54
-40
-40
-94
0
0
0
-94
baten onttrekking storting
0
0
0
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 11 van 24
Mutatie 8
Verbouwing boerderij Hofstede ter Weide
Dit betreft een overheveling van het budget van de culturele voorziening Leidsche Rijn naar de begroting van VGU ter dekking van de onrendabele top op de verbouwing van Boerderij Hofstede ter Weide. Boerderij Hofstede ter Weide wordt sinds 2010 geëxploiteerd door De Vrijstaat (kunstwerkplaats voor jong Utrecht) en is gevestigd op de cultuur-as Berlijnplein. De gemeenteraad is destijds in de raadsbrief Ontwikkelkader Berlijnplein van 24 juni 2019 (6280947/20190618) op de hoogte gebracht van het voornemen om de boerderij te renoveren en om de onrendabele top van de renovatie te bekostigen vanuit het budget van de Berlijnpleinontwikkeling. Als naaste buren geven de Vrijstaat en de Berlijnpleinpartners samen vorm aan de culturele programmering op de cultuur-as. Dankzij de renovatie van de boerderij heeft De Vrijstaat die faciliteiten nu duurzaam en bestendig tot haar beschikking. Daling Cultuur Lasten Incidenteel 2022 -18.048 Stijging
Utrechts Vastgoed
Lasten
Incidenteel
2022
18.048
Daling
Cultuur
Lasten
Structureel vanaf
2023
-54.144
Stijging
Utrechts Vastgoed
Lasten
Structureel vanaf
2023
54.144
1.1.10 Samenleven en Sport a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Samenleven en Sport
lasten
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-10
Totaal
-10
2023
baten onttrekking storting 1 0
1
lasten
baten onttrekking storting
-10 0
-10
2024
1 0
1
lasten
baten onttrekking storting
-10 0
-10
2025
1 0
1
lasten
baten onttrekking storting
-10 0
-10
1 0
1
0
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 12 van 24
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Samenleven en Sport
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
Mutatie 5
-123
-123
-123
Mutatie 6
97
97
97
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-56
-56
-56
Totaal
0
0
0
0
-81
0
0
0
-81
0
0
0
baten onttrekking storting
-81
0
0
0
Mutatie 5 - zie programma Ondersteuning op Maat. Mutatie 6 - zie programma Ondersteuning op Maat.
1.1.11 Utrechts Vastgoed a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Utrechts Vastgoed
lasten
Mutatie C
65
Mutatie E
327
Mutatie G
130
Mutaties < 0,05 miljoen euro
-17
Totaal
505
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
65 -11
327 130
130
-30
1
-17
-41
132
505
0
lasten
2025
baten onttrekking storting
65 -11
327 130
130
-30
1
-17
-41
132
505
0
lasten
baten onttrekking storting
65 -11
327
-11
130
130
-30
1
-17
-30
1
-41
132
505
-41
132
0
130
0
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 13 van 24
Mutatie C – zie programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed. Mutatie E – zie programma Onderwijs. Mutatie G
Aanpassing pandenbegroting bij verlaging van de omslagrente
Per 1 januari 2022 is de omslagrente verlaagd van 2% naar 1,5%. Door middel van deze mutatie in de begroting wordt de bijbehorende wijziging van de kapitaallasten (afschrijving en rente) per portefeuille in de pandenbegroting verwerkt. Ook de onttrekking uit de vaste activa reserve wijzigt hierin mee. Stijging
Utrechts Vastgoed
Onttrekking reserve
Structureel vanaf
2022
130.391
Stijging
Utrechts Vastgoed
Lasten
Structureel vanaf
2022
130.391
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Utrechts Vastgoed
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
baten onttrekking storting
Mutatie 7
100
Mutatie 8
18
Mutatie 9
-286
-286
-286
-286
-286
-286
-286
-286
Mutatie 10
-278
-278
-278
-278
-278
-278
-278
-278
Mutaties < 0,05 miljoen euro
119
75
44
119
75
44
119
75
44
119
75
44
Totaal
-327
-489
44
-391
-489
44
-391
-489
44
-391
-489
44
54
0
54
0
54
0
0
Mutatie 7 - zie programma Veiligheid. Mutatie 8 - zie programma Cultuur.
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 14 van 24
Mutatie 9
Externe naar interne huur Laan van Puntenburg
Het gebouw aan de Laan van Puntenburg 2-2A wordt deels extern verhuurd. De contracten met twee externe huurders zijn geëindigd. Een deel van de beschikbaar gekomen ruimte wordt benut voor de uitbreiding van het primair onderwijs op deze locatie. Dit leidt tot een verschuiving van externe huuropbrengsten naar interne huuropbrengsten. Met deze mutatie in de begroting verwerken wij de verschuiving vanaf 2022 in de pandenbegroting. Daling Utrechts Vastgoed Lasten Structureel vanaf 2022 -285.810 Daling
Mutatie 10
Utrechts Vastgoed
Baten
Structureel vanaf
2022
-285.810
Verschuiving huuropbrengsten Grebbeberglaan 11
Het gebouw aan de Grebbeberglaan 11 (Nieuw Welgelegen) werd volledig extern verhuurd. Een contract met een externe partij is beëindigd, waarna een deel van het gebouw een onderwijsbestemming heeft gekregen. Als gevolg hiervan vindt een verschuiving plaats van externe naar interne huurinkomsten. Met deze mutatie in de begroting verwerken wij de verschuiving vanaf 2022 in de pandenbegroting. Daling Utrechts Vastgoed Lasten Structureel vanaf 2022 -278.000 Daling
Mutatie 11
Utrechts Vastgoed
Baten
Structureel vanaf
2022
-278.000
Storting onderhoudsvoorziening
Doenja houdt dit jaar op te bestaan. De in totaal vier opstallen zijn sinds 30 juni 2022 in eigendom en beheer bij VGU. Vanuit het programma Samenleven en Sport is een bijdrage ontvangen voor uit te voeren onderhoud. Door middel van deze mutatie in de begroting wordt dit in de voorziening gestort. NB: In de voorgaande tabel met de cijfers is deze mutatie niet opgenomen vanwege saldo 0 op de lasten waarin opgenomen is de storting in de onderhoudsvoorziening. Daling Utrechts Vastgoed Lasten Incidenteel 2022 -163.000 Stijging
Utrechts Vastgoed
Storting voorziening
Incidenteel
2022
163.000
1.1.12 Algemene Middelen a) Geen mutaties bij de tweede begrotingswijziging
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 15 van 24
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Algemene Middelen Mutatie 12
lasten
2023
baten onttrekking storting
1.635
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
baten onttrekking storting
1.635
Mutatie 13
518
518
518
518
518
518
518
518
518
518
518
518
Mutaties < 0,05 miljoen euro Totaal
Mutatie 12
1.635
0
1.635
0
0
0
0
0
0
0
Onttrekking reserve Budgetstructuur Leidsche Rijn
Jaarlijks worden de, door de organisatieonderdelen opgegeven, frictiekosten Leidsche Rijn in de begroting gedekt uit de daarvoor bestemde reserve Budgetstructuur Leidsche Rijn. Deze frictiekosten zijn bijvoorbeeld de kosten van tijdelijke onderwijsvoorzieningen of de beheerkosten openbare ruimte, die nog niet volledig gedekt worden door structureel budget op basis van de bevolkingsaantallen in Leidsche Rijn. In 2022 bedragen de frictiekosten ruim 1,6 miljoen euro. Met deze mutatie wordt de dekking ervan uit de reserve geregeld. Stijging Algemene Middelen Onttrekking reserve Incidenteel 2022 1.635.321 Stijging
Mutatie 13
Algemene Middelen
Lasten
Incidenteel
2022
1.635.321
Uitkering Gemeentefonds 2023 en verder
Bij de Voorjaarsnota 2019 (bladzijde 13) is bij de verwerking van de corresponderende posten een bedrag van 0,518 miljoen euro vanaf jaarschijf 2023 per vergissing op het product Gemeentefondsuitkering in de lasten verwerkt. Dit had in de baten moeten zijn. Met deze mutatie wordt het bedrag alsnog in de baten verwerkt. Stijging Algemene middelen Baten Structureel vanaf 2023 518.000 Stijging
Algemene middelen
Lasten
Structureel vanaf
2023
518.000
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 16 van 24
1.1.13 Overhead a) Mutaties bij de tweede begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Overhead
lasten
Mutatie A
-55
Mutaties < 0,05 miljoen euro
18
-31
Totaal
-37
-31
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
-55
0
0
2025
baten onttrekking storting
lasten
-55
18
-31
-37
-31
0
0
baten onttrekking storting
-55
18
-31
-37
-31
0
0
18
-31
-37
-31
0
0
Mutatie A - zie programma Bewoners en Bestuur.
b) Mutaties bij de derde begrotingswijziging Bedragen in 1.000 euro 2022 Overhead
lasten
2023
baten onttrekking storting
lasten
2024
baten onttrekking storting
lasten
2025
baten onttrekking storting
lasten
Mutatie 4
2.600
2.800
2.800
Mutatie 2
-87
-87
-87
Mutatie 3
165
220
220
220
Mutaties < 0,05 miljoen euro
20
60
60
60
Totaal
185
0
0
0
2.794
0
0
0
2.994
0
0
0
2.994
baten onttrekking storting
0
0
0
Mutatie 4 - zie programma Ondersteuning op Maat. Mutatie 2 - zie programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed. Mutatie 3 - zie programma Openbare Ruimte en Groen. Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 17 van 24
1.2 Begrotingscijfers in tabellen In het vervolg van deze paragraaf zijn de volgende tabellen opgenomen: Tabel 1 met de mutaties techniek algemeen van de tweede en de derde begrotingswijziging. Tabel 2 met de mutaties techniek algemeen meerjarenraming 2023 – 2025. Tabel 3 met de actuele begroting 2022 waarin de nominale begroting plus de mutaties per wijzigingsronde. In tabel 1 worden de mutaties uit paragraaf 1.1 bij de tweede en de derde begrotingswijziging getoond per programma voor het jaar 2022. In tabel 2 worden de mutaties uit paragraaf 1.1 totaal over de tweede en de derde begrotingswijziging getoond- per programma voor de jaren 2023-2025. In tabel 3 zijn naast de mutaties techniek algemeen in de bedragen ook opgenomen de mutaties die horen bij de tweede begrotingswijziging: de ‘Voorjaarsnota 2022’, de bestedings- en dekkingsvoorstellen bij de ‘Voorjaarsnota 2022’, de budgettair neutrale bijsturingsvoorstellen bij de ‘Eerste Bestuursrapportage 2022’, de loon- en prijscompensatie, het restant van het referentiekader Leidsche Rijn en de budgetoverheveling voor uitvoering van regelingen CBW (Centraal Bureau WO/WIA). En in de bedragen zijn opgenomen de mutaties die horen bij de derde begrotingswijziging: de budgettair neutrale bijsturingsvoorstellen bij de ‘Tweede Bestuursrapportage 2022’.
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 18 van 24
Tabel 1. Mutaties techniek algemeen Bedragen in 1.000 euro Tweede begrotingswijziging
Derde begrotingswijziging
Totaal tweede en derde begrotingswijziging
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
0
2.084
2.084
Cultuur
60
0
60
Utrechts Vastgoed
-41
-489
-530
Overhead
-31
0
-31
-13
1.595
1.582
Bewoners en Bestuur
53
0
53
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
125
2.084
2.209
Openbare Ruimte en Groen
-75
-185
-260
Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen
-25
0
-25
Onderwijs
-338
0
-338
Veiligheid
0
-100
-100
Cultuur
39
-18
21
Samenleven en Sport
-10
0
-10
Utrechts Vastgoed
505
-327
178
Algemene Middelen
0
1.635
1.635
-37
185
148
Totaal lasten
235
3.274
3.509
Saldo van baten en lasten
248
-1.679
-1.927
125
0
125
1
0
1
Utrechts Vastgoed
132
44
176
Algemene Middelen
0
1.635
1.635
258
1.679
1.937
Totaal baten
Overhead
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Samenleven en Sport
Totaal onttrekking reserves
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 19 van 24
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
-65
0
-65
Bereikbaarheid
75
0
75
10
0
10
0
0
0
Totaal storting reserves Saldo na mutaties reserves
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 20 van 24
Tabel 2. Mutaties techniek algemeen meerjarenraming 2023 – 2025 Mutaties 2023
Bedragen in 1.000 euro Mutaties 2024 Mutaties 2025
Utrechts Vastgoed
-530
-530
-530
Algemene Middelen
518
518
518
Overhead
-31
-31
-31
-43
-43
-43
Bewoners en Bestuur
53
53
53
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
321
236
236
Openbare Ruimte en Groen
-280
-280
-280
Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen
-25
-25
-25
Totaal baten
Onderwijs
-338
-338
-338
-2.519
-2.719
-2.719
Cultuur
-75
-115
-115
Samenleven en Sport
-91
-91
-91
Utrechts Vastgoed
114
114
114
Algemene Middelen
518
518
518 2.956
Ondersteuning op Maat
Overhead
2.756
2.956
Totaal lasten
433
308
308
Saldo van baten en lasten
-476
-351
-351
234
109
109
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Samenleven en Sport
1
1
1
175
175
175
411
286
286
-65
-65
-65
Totaal storting reserves
-65
-65
-65
Saldo na mutaties reserves
0
0
0
Utrechts Vastgoed Totaal onttrekking reserves Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 21 van 24
Tabel 3. Actuele begroting 2022 Bedragen in 1.000 euro Nominale Derde Eerste Tweede Derde begroting 2022 begrotingswijziging begrotingswijziging begrotingswijziging begrotingswijziging 2021 2022 2022 1) 2022 2)
Actuele begroting 2022
Bewoners en Bestuur
44.696
-59
0
5.537
1.994
52.168
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
84.011
-1.364
-313
80.258
-33.179
129.414
Duurzaamheid
16.163
2.425
0
3.609
-2.247
19.949
Bereikbaarheid
74.471
172
406
-7.261
-2.934
64.854
Openbare Ruimte en Groen
178.750
64
-39
11.701
-1.113
189.364
Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen
19.471
-123
0
3.825
-1.387
21.786
Werk en Inkomen
244.633
5.588
2.125
31.383
-11.559
272.170
Onderwijs
104.941
1.431
756
3.718
1.425
112.271
Ondersteuning op Maat
290.133
28.894
6.039
24.146
-10.911
338.301
Volksgezondheid
27.638
290
787
882
1.017
30.614
Veiligheid
58.305
169
-157
1.739
1.340
61.396
Cultuur
56.845
258
0
5.483
-1.068
61.518
Samenleven en Sport
90.427
-6.017
2.430
2.432
-2.124
87.147
Utrechts Vastgoed
20.496
-646
-1.868
7.160
6.613
31.755
Algemene Middelen
17.901
0
0
-10.150
-4.601
3.151
Overhead
177.154
3.380
2.759
10.718
12.398
206.408
Vennootschapsbelasting
250
0
0
0
0
250
1.506.286
34.462
12.924
175.179
-46.335
1.682.517
Bewoners en Bestuur
6.402
-366
0
250
1.064
7.350
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
93.187
91
787
71.955
-32.889
133.130
Duurzaamheid
1.833
447
0
2.049
-180
4.149
Bereikbaarheid
63.846
0
30
-550
-2.571
60.755
Openbare Ruimte en Groen
113.737
-14
1.186
3.912
752
119.573
264
0
0
0
0
264
Werk en Inkomen
152.016
0
0
1.496
-5.001
148.510
Onderwijs
18.582
0
50
0
-220
18.412
Ondersteuning op Maat
6.122
145
0
0
0
6.268
Totaal lasten
Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 22 van 24
Volksgezondheid
2.250
-132
105
720
159
3.101
Veiligheid
1.828
0
-1
0
1.454
3.282
Cultuur Samenleven en Sport
0
0
0
60
0
60
16.685
-77
34
0
433
17.075
Utrechts Vastgoed
28.658
-162
-1.334
-41
-1.864
25.256
Algemene Middelen
970.813
10.584
26.309
83.710
4.797
1.096.213
Overhead
4.468
0
15
-31
-1.329
3.122
Totaal baten
1.480.690
10.516
27.180
163.529
-35.397
1.646.519
Saldo van lasten en baten
-25.596
-23.947
14.257
-11.650
10.939
-35.998
0
0
0
0
61
61 11.519
Bewoners en Bestuur Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
-9.097
500
0
-3.109
-187
Duurzaamheid
-141
0
0
0
0
141
Bereikbaarheid
-15.246
0
0
-5.315
100
20.661
Openbare Ruimte en Groen
0
0
0
0
1.894
1.894
Onderwijs
0
0
0
0
1.600
1.600
Cultuur
0
-103
0
0
1.350
1.453
Samenleven en Sport
0
0
0
0
2.300
2.300
Utrechts Vastgoed
-4.965
0
0
0
720
5.685
Algemene Middelen
-14.917
0
-14.039
-61.719
45.231
135.906
Totaal Storting reserves
-44.367
397
-14.039
-70.143
53.069
181.221
Bewoners en Bestuur
0
0
0
-1.338
0
1.338
-9.940
0
0
-12.566
-2.245
20.260
Duurzaamheid
-135
-575
0
-235
-250
695
Bereikbaarheid
-21.611
0
0
5.289
175
16.497
Openbare Ruimte en Groen
-3
0
0
-4.342
641
4.986
Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen
0
0
0
-250
0
250
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Werk en Inkomen Onderwijs Ondersteuning op Maat Volksgezondheid Veiligheid Cultuur Samenleven en Sport
-503
0
0
-5.799
0
6.302
-3.506
0
89
-509
4.018
7.944
0
0
0
-3.347
0
3.347
-117
0
0
0
1
118
0
0
0
-246
0
246
-132
0
0
-5.243
0
5.375
-2.412
-135
121
-650
0
3.076
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 23 van 24
Utrechts Vastgoed
-2.273
366
7
-415
3.403
5.717
Algemene Middelen
-29.153
-23.206
0
-51.228
30.946
134.533
Overhead
-179
0
0
-914
5.442
6.535
Totaal onttrekking reserves
-69.963
-23.550
218
-81.793
42.131
217.219
Saldo na mutaties reserves
0
0
0
0
0
0
1) In de cijfers zijn opgenomen de mutaties waarover al een raads-/collegebesluit is genomen: Herstel mutatie begroting afvalstoffenheffing tarief 2022 – raadsbesluit 110 d.d. 11 november 2021. Koppeling meeropbrengsten grondexploitatie Leidsche Rijn aan het investeringspakket conform paragraaf 2.5 van de Voorjaarsnota 2021. Opzegging niet verplichte varia verzekeringen conform motie 254/2019. Aanvulling weerstandsvermogen bij mei circulaire 2021. Uitwerking na vaststellen van de nota Beheer Openbare Ruimte – raadsbesluit 24 d.d. 18 februari 2021 (in twee mutaties). 2) In de cijfers zijn opgenomen de mutaties waarover al een raads-/collegebesluit is genomen: Aanpassing interne rekenrente van 2% naar 1,5% - raadsbesluit d.d. 8 juli 2021 bij raadsvoorstel 65. Verdeling stijging energielasten – Voorjaarsnota 2021, zaaknummer 9954726. Verwerking beslispunten 36 en 37 bestedings- en dekkingsvoorstellen 2021 – MBO uitvoeringsplan en MRP3 stages en leerplekken. Verwerking onttrekking vaste activa reserve Trumanlaan 70 – beslispunt 81 resultaat bestemming 2020. Budget 'Versterken uitvoeringskracht VGU' naar afdelingskostenplaats – coalitieakkoord in het kader van ‘Groei in Balans’. Bijdrage 'U in de wijk' 2022 incidenteel, onttrekking uit Initiatievenfonds – collegebesluit d.d. 15 juni 2021, kenmerk 8900438.
Tweede en derde begrotingswijziging raad - blad 24 van 24
3.5 Raadsvoorstel verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 1 Raadsvoorstel Verordening kwijtscheldingsregeling.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Oya Akyol 10564814 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vast te stellen, ter vervanging van de Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen en heffingen 2013, met als belangrijkste wijzigingen: a. Introduceren van de verruimde wettelijke vermogensnorm met maximaal € 2.000, - die per 1 januari 2023 zal ingaan, en dus niet met terugwerkende kracht; b. De netto-uitgaven van de te betalen kosten van kinderopvang worden als uitgaven aangemerkt bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen; c. Aanpassen van de titel en aanscherping van het toepassingsbereik van de verordening aan de hand van de bepaling in de modelverordening VNG. 2. De opbrengstderving die gepaard gaat met de verruiming van de vermogensnorm voor het jaar 2023 te onttrekken uit de reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst”.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen worden de kwijtscheldingsmogelijkheden maximaal verruimd conform het wettelijk maximum.
Context Aanleiding Op 17 september 2022 is de landelijke Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking getreden. Hierin staan regels over de wijze waarop gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. De Regeling kwijtschelding belasting medeoverheden vervangt de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen. Artikel 255 van de Gemeentewet geeft ruimte om een aantal beleidskeuzes te maken, die ertoe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Met het eigen gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan worden afgeweken van de regeling op basis van de Rijkswet zoals de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Zo kunnen gemeenten zelf bepalen om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren. De gemeenteraad beslist over het al dan niet toepassen van de beleidskeuzes. Vanwege de komst van Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden is de kwijtscheldingregeling van gemeente Utrecht herzien. In het coalitieakkoord is opgenomen “dat we de vermogensgrens willen ophogen om zodoende meer mensen ontheffing van lokale belastingen te geven, dit is daarmee wettelijk mogelijk.
Beslistermijn en motie Om in 2023 een verruiming bij kwijtschelding te kunnen hanteren is het nodig dat de gemeenteraad in 2022 een nieuwe Verordening Kwijtschelding vaststelt die per 1 januari 2023 in werking treedt. Op 10 november jl. is motie M2022/299 “kwijtschelden belastingen minima” aangenomen. In deze motie verzoekt de raad het college op om de vermogensgrens voor kwijtschelding gelijk te trekken met de vermogensgrens van de bijstand. Die is hoger dan de wettelijk toegestane grens. Op dit moment worden de implicaties van de motie onderzocht. Die zijn op deze korte termijn nog niet voldoende in beeld. Om er voor te zorgen dat in ieder geval de maximale wettelijke verruiming in 2023 toegepast kan worden wordt in dit voorstel voorgesteld de vermogensgrens te verruimen met de verruimde wettelijke vermogensnorm van maximaal € 2.000,- en de netto kosten kinderopvang mee te nemen in de berekening voor kwijtschelding. Inzet is de reactie van het college op motie M2022/299 vóór de commissiebehandeling van dit voorstel (beoogd op 15 december 2022) aan de gemeenteraad aan te bieden zodat deze bij de behandeling betrokken kan worden. Streven is eenduidige besluitvorming van alle deelnemers van BghU De gemeente stelt het kwijtscheldingsbeleid vast en BghU doet de uitvoering.
De deelnemers van de BghU hebben zich geconformeerd aan het uitgangspunt om bij beleidskeuzes zoveel mogelijk rekening te houden met de wens om de uitvoeringstaak voor alle deelnemers zoveel mogelijk te harmoniseren om efficiëntie te behalen. Om de inwoner goede, betrouwbare dienstverlening te blijven bieden en ten behoeve van de deelnemers efficiënt te werken heeft het bestuur van de BghU op 19 november 2021 besloten om uit te gaan van een eenduidige uitvoering in het kwijtscheldingsbeleid betreffende verruiming vermogensnorm. Op 5 oktober 2022 heeft het bestuur tevens uitgesproken te streven naar eenduidige besluitvorming bij alle deelnemers. Die ambitie laat zich als volgt toelichten; •
Eenduidigheid in de besluitvorming bij de deelnemers is noodzakelijk om, los van financiële en uitvoeringsconsequenties in de uitvoeringspraktijk bij BghU, de communicatie naar inwoners helder en uitlegbaar te houden.
•
Het is moeilijk uit te leggen aan een inwoner wanneer binnen eenzelfde organisatie (BghU), verschillende vermogensnormen worden gehanteerd voor de afzonderlijke deelnemers. In de praktijk zou bij de gecombineerde aanslagoplegging een toewijzing voor de gemeente in een afwijzing voor het waterschap kunnen resulteren. Dat zal negatief uitstralen op BghU en daarmee op de gemeente Utrecht. 2
•
Voor de inwoner zal de regeling als één overheidsregeling gezien worden. Eenduidigheid in de uitvoering en het inzetten op maximale verruiming is ook daarom zeer wenselijk. Verschillen in het hanteren van een lagere vermogensnorm zou kunnen voelen als ongelijke behandeling.
•
Efficiënte uitvoering. Het hanteren van verschillende vermogensnormen maakt de geautomatiseerde toetsing bij het Inlichtingenbureau (IB) risicovoller in de uitvoering bij BghU omdat veel handmatig noodzakelijke handelingen nodig zijn, met meerkosten tot gevolg. Daarnaast zou het hanteren van verschillende vermogensnormen in de praktijk ertoe leiden dat er twee aanslagen verzonden dienen te worden. Iets dat verwarring kan creëren en zich bovendien software technisch moeilijk (niet) laat inregelen in een geautomatiseerd proces.
Ten behoeve van het uniformeren van de regelgeving bij de deelnemers van BghU wordt voorgesteld de vigerende Kwijtscheldingsregeling in te trekken en een nieuwe Kwijtscheldingsregeling vast te stellen. Dit beleidskader wordt uniform voorgesteld voor de deelnemers van de BghU bestaande uit gemeente Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Zeist en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Juridische context Op grond van artikel 226, derde lid, Gemeentewet is de raad bevoegd om de voorliggende verordening vast te stellen. De Verordening kwijtschelding is een uitwerking van onder andere artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden. De raad legt via de Verordening de kaders vast voor verdere invulling en uitvoering door het college van burgemeester en wethouders. In verband met ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk is het opnieuw vaststellen van de verordening met bovenstaande wijzigingen gewenst. Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding wordt een juridische basis voor de kwijtschelding van de opgelegde gemeentelijke belastingen opgenomen in de verordeningen.
Beoogd effect Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen kunnen de Utrechtse minima maximaal gebruik maken van de kwijtscheldingsregeling, op een uniforme manier in de BghU-regio. Tevens wordt met de vaststellen van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen een juridische basis en beleid vastgelegd voor de kwijtschelding van de opgelegde gemeentelijke belastingen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - De kwijtscheldingsregeling is laatst gewijzigd in 2013. - M2022/299 Kwijtschelden belastingen minima
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vast te stellen, ter vervanging van de Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen en heffingen 2013, met als belangrijkste wijzigingen: a. Introduceren van de verruimde wettelijke vermogensnorm van maximaal € 2.000, die per 1 januari 2023 zal ingaan, en dus niet met terugwerkende kracht; b. De netto-uitgaven van de te betalen kosten van kinderopvang worden als uitgaven aangemerkt bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen; c. Aanpassen van de titel en aanscherping van het toepassingsbereik van de verordening aan de hand van de bepaling in de modelverordening VNG.
Argumenten
3
1.1.
Met het maximaal verhogen van de vermogensnorm worden de minima zoveel mogelijk gesteund conform de ambitie uit het Coalitieakkoord. * artikel 5 Extra toegestane financiële middelen onder lid a is de verwijzing gemaakt naar de nieuwe landelijke regelgeving waarin het maximumbedrag € 2.000 is opgenomen. De nieuwe landelijke regelgeving voor het verruimen van de vermogensnorm is geformuleerd als een ‘kan’ bepaling. Dat betekent dat de afzonderlijke gemeenteraden verschillend van elkaar kunnen beslissen over de hoogte van de vermogensnorm. Tevens kan een keuze gemaakt worden over de ingangsdatum van de aangepaste regelgeving. De regelgeving kan met ingang van 1 januari 2023 van kracht worden maar terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 is wettelijk mogelijk. De beslissingsbevoegdheid ligt bij de gemeenteraad. De verhoging bedraagt maximaal € 2.000 boven op de reguliere vermogensnorm. Als de gemeente ervoor kiest de vermogensnorm te verhogen, dan heeft iedere belastingschuldige recht op een verhoging van de vermogensnorm. De verhoging van de vermogensnorm is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige, deze zijn als volgt: a. De vermogensnorm wordt verhoogd met het maximale normbedrag van € 2000,00 bij gehuwden/samenwonenden. b. De vermogensnorm wordt verhoogd met het maximale normbedrag van € 1800,00 bij alleenstaande ouders. c.
De vermogensnorm wordt verhoogd met het maximale normbedrag van € 1500,00 bij alleenstaanden Vermogensnorm verhogen met het maximale normbedrag: - De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwijtschelding van lokale belastingen. Het kwijtscheldingsbeleid wordt als instrument gebruikt om onder andere minima zoveel mogelijk te ontzien. Wij willen als gemeente onze inwoners de maximaal toegestane ruimte bieden zodat huishoudens met een laag inkomen kunnen sparen voor tegenvallers en daarmee schulden kunnen voorkomen zonder dat dit de kwijtschelding in de weg staat. We willen de vermogensnorm verruimen met de maximaal wettelijke mogelijkheid van € 2.000, -.
1.2
Inwerkingtreding van de verruimde wettelijke vermogensnorm met terugwerkende kracht is om verschillende redenen onwenselijk, dan wel praktisch en/of juridisch niet uitvoerbaar We kiezen om de volgende redenen voor 1 januari 2023 als ingangsdatum van verruiming van de vermogensnorm: - De werkzaamheden in verband met de beoordeling van de kwijtscheldingsverzoeken 2022 hebben voor het overgrote deel reeds plaatsgevonden door BghU. Het overgrote deel van de inwoners heeft reeds uitsluitsel gekregen over hun kwijtscheldingsverzoek 2022. Terugwerkende kracht naar 1 januari 2022 betekent dat een deel van het uitgevoerde werk herhaald moet worden voor de inwoners die in de eerste beoordeling net buiten de boot zijn gevallen. Het opnieuw uitvoeren van het werk brengt kosten met zich mee. Bovendien moeten er aanpassingen gedaan worden in de software hetgeen niet uitvoerbaar is. Waar het op neerkomt is dat de voordelen niet meer opwegen tegen de lasten voor de gemeente. - De gedachte dat iedereen met terugwerkende kracht alsnog verlenen van kwijtschelding, die conform de nieuwe regelgeving een toewijzing i.p.v. een afwijzing op het kwijtscheldingsverzoek zou ontvangen, alsnog tegemoetgekomen wordt is niet juist.
Immers er zullen mensen zijn die op grond van de in 2022 bekende en op het moment van de aanvraag geldende regelgeving vanuit het niet voldoen aan die norm, geen kwijtscheldingsverzoek hebben ingediend. Wanneer mensen telefonisch contact gezocht hebben zal hen aangegeven zijn dat vanwege het te veel aan vermogen het waarschijnlijk is dat ze een afwijzing zouden gaan ontvangen. Deze mensen zijn niet in beeld bij BghU en deze mensen zijn ook niet vindbaar voor BghU. Op het moment 4