CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 24 november 2022, gemeente Utrecht33.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

dat met terugwerkende kracht naar 1 januari 2022 alsnog kwijtschelding verleend wordt op grond van de nieuwe vermogensnorm, dan ontstaat er een ongelijkheid richting een groep mensen die achteraf gezien wel recht op kwijtschelding zouden hebben gehad. Deze ongelijkheid is niet gewenst maar niet uit te sluiten. - Overigens geldt ook dat wanneer een belastingaanslag inmiddels voldaan is waarbij achteraf blijkt dat men vanuit de gewijzigde regelgeving toch recht op kwijtschelding gehad zou hebben dit wettelijk niet meer verleend kan worden wanneer de gelden reeds meer dan drie maanden geleden zijn ontvangen. - In de begrotingen 2022 is geen rekening gehouden met de extra te verlenen kwijtschelding. De misgelopen opbrengsten vanuit de extra te verlenen kwijtschelding blijven ongedekt. Door de landelijke vereniging lokale belastingen (LVLB) is een notitie gedeeld over de nieuwe regelgeving, de gevolgen daarvan en de te nemen acties. Deze notitie sluit goed aan bij het besluit om niet met terugwerkende kracht In werking laten treden van de verruimde wettelijke vermogensnorm. In een mede door het college van B&W Utrecht ondertekende brief van 25 januari 2022 van de G4 over dit onderwerp is ook gesteld dat invoering met terugwerkend kracht niet uitvoerbaar is. 1.3

Door de netto-kosten kinderopvang mee te nemen in de berekening van de nettobesteedbaar inkomen worden de minima zoveel mogelijk gesteund conform de ambitie uit het Coalitieakkoord. Bij de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken wordt bij het bepalen van het nettobesteedbaar inkomen rekening gehouden met de netto kosten van kinderopvang (na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag) Gemeenten kunnen bij het verlenen van kwijtschelding aan huishoudens rekening houden met de netto kosten van kinderopvang, dat zijn de kosten van kinderopvang die overblijven nadat de kinderopvangtoeslag daarop in mindering is gebracht. Deze kosten worden dan bij de kwijtscheldingsberekening als uitgave aangemerkt waardoor de netto-besteedbare inkomen afneemt. Inwoners die betaald werk verrichten en gebruik maken van kinderopvang komen hierdoor eerder in aanmerking voor kwijtschelding. De maatregel is in 2012 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geïnitieerd. Hierdoor worden alleenstaande ouders met jonge kinderen gestimuleerd om aan de arbeidsmarkt deel te nemen. Concreet: De voor rekening van belastingschuldige blijvende (reële) kosten worden bij de berekening van de netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding als bijzondere uitgaven aangemerkt per 1 januari 2023.

1.4

Hiermee wordt de verordening kwijtscheldingregeling technisch bijgesteld conform de VNG-modelverordening. - De titel van de verordening is aangepast conform de Utrechtse standaard. - Er is een tekstuele wijzigingen doorgevoerd aan de hand van de bepaling in de modelverordening zonder dat een inhoudelijke wijziging wordt beoogd: * artikel 6 aanscherping van het toepassingsbereik Kwijtschelding aan ondernemers

Beslispunt 2

De opbrengstderving die gepaard gaat met de verruiming van de vermogensnorm voor het jaar 2023 te onttrekken uit de reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst”.

Argumenten 5

2.1

De reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst” is gevormd om tariefschommelingen op te vangen. Door het verruimen van het vermogensgrens schatten wij in dat maximaal 237 ondernemers en mensen met een vermogen recht zullen hebben op kwijtschelding. Degene die in de geautomatiseerde toetsing zitten worden meegenomen in de toetsing. Inwoners die niet eerder een kwijtscheldingsverzoek hebben aangevraagd en dus ook niet in de geautomatiseerde toetsing zitten zullen een aanvraag moeten indienen om hun rechten te verwezenlijken. Indien alle geschatte 237 nieuwe gerechtigden op kwijtschelding daadwerkelijk overgaan tot het aanvragen van kwijtschelding zal de extra opbrengstderving maximaal € 71.000,- bedragen voor de afvalstoffenheffing en maximaal € 1.000, - voor de hondenbelasting. De rioolheffing wordt in rekening gebracht bij de eigenaren, o.b.v. vermogen is er geen kwijtschelding begroot voor deze groep. Normaliter worden de lagere belastingopbrengsten doorberekend in de tarieven van de afvalstoffenheffing, wat leidt tot een tariefstijging. De regeling verruimen vermogensnorm is echter na de tariefstelling van de afvalstoffenheffing bekend gemaakt waardoor wij dit niet in het tarief hebben meegenomen. Wij stellen u voor de derving voor 2023 ten laste te brengen van de reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst”.

Deze egalisatiereserve is gevormd om al te grote schommelingen in de tarieven voor de afvalstoffenheffing op te vangen. Het definitieve effect van de verruiming vermogensnorm zal bij de Tweede bestuursrapportage 2023 inzichtelijk zijn en zal middels een begrotingswijziging bij de Tweede bestuursrapportage 2023 aan u ter autorisatie worden voorgelegd. De structurele dekking voor de jaren vanaf 2024 willen vindt plaats door een tariefsaanpassing.

Financiën Er dient onderscheid gemaakt te worden in de financiële gevolgen voor gemeente Utrecht en de financiële gevolgen vanuit een andere uitvoeringslast voor de BghU. In het geval van de gemeente Utrecht zal sprake zijn van gederfde belastinginkomsten doordat er meer kwijtschelding wordt verleend vanwege de verruimde vermogensnorm. Dit laat zich oplossen door de gederfde belastinginkomsten te onttrekken vanuit de reserve afvalstoffenheffing. Voor wat betreft de uitvoeringslasten BghU zal maximale harmonisatie bijdragen aan een efficiënte uitvoering van de belastingtaak waardoor er geen extra middelen vanuit de gemeente Utrecht ingezet hoeven te worden.

Vervolg Na besluitvorming dient kennisgeving en publicatie plaats te vinden van het intrekken van Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen en heffingen 2013 en het van kracht worden van de Verordening kwijtschelding per 1 januari 2023. De BghU, die belast is met de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken, ontvangt het afschrift van de verordening.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit raadsvoorstel.

Communicatie De nieuwe Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2023 wordt gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad op www.overheid.nl.

6

Niet-Referendabel Dit raadsbesluit is niet referendabel omdat het een besluit betreft over deze verordening (artikel 3 lid 2 onder g Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Bijlagen informatief - Reactie G4 regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden

7

1 Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen - DROP.docx

Verordening kwijtschelding

gemeentelijke belastingen en heffingen gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; -

-

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022;

gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van Invorderingswet 1990, de

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden;

gezien het advies van de commissie Volksgezondheid, Bestuur en Financiën van <DATUM>;

Overwegende dat het gewenst is regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen;

Besluit de volgende verordening vast te stellen:

Artikel 1 Toepassing Kwijtschelding kan worden verleend voor aanslagen genoemd in artikel 2 ten name van natuurlijke personen voor belastingaanslagen in de privésfeer.

Artikel 2 Belastingsoorten Kwijtschelding kan alleen worden verleend voor aanslagen: a. onroerende-zaakbelastingen; b. afvalstoffenheffing; c. rioolheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a van de Verordening Rioolheffing gemeente Utrecht; d. hondenbelasting voor ten hoogste twee honden per houder.

Artikel 3 Berekeningswijze kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding genoemd in artikel 2 wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100%. 2. Onverminderd het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto ouderdomspensioen gehanteerd.

Artikel 4 Netto kosten kinderopvang

Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang.

Artikel 5 Extra toegestane financiële middelen In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met: a. het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a, van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot, b. 75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en c. 90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijke persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Artikel 7 Intrekking De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Utrecht 2013 (Gemeenteblad van Utrecht 2012, nr 91), laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 13 december 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op kwijtscheldingsverzoeken die voor die datum zijn ingediend.

Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen gemeente Utrecht. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <DATUM>. De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma De griffier,

Merel van Hall

1 Reactie G4 regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.pdf

Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Datum Behandeld door Kopie aan Onderwerp

25 januari 2022 Gijs Moonen, g.moonen@amsterdam.nl Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen Reactie op consultatie Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden

Geachte mevrouw Bruins Slot, Graag reageert de gemeente Amsterdam hierbij op de consultatie Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden. Het college waardeert de mogelijkheid die hiertoe wordt geboden. Amsterdam pleit al enkele jaren voor de verruiming van de beleidsruimte voor het bepalen van de vermogensnormen bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, zodat huishoudens met een laag inkomen kunnen sparen voor tegenvallers en daarmee schulden kunnen voorkomen. Nu is het zo dat bijstandsgerechtigden door de Participatiewet worden gestimuleerd om te sparen voor voorzieningen, terwijl dit spaargeld in de Invorderingswet als vermogen wordt gezien en kwijtschelding in de weg staat. De verhoging van de vermogensnorm bij kwijtschelding kan dit meer met elkaar in lijn brengen. Het vorige kabinet heeft de afgelopen jaren geen gehoor gegeven aan ons pleidooi, met als belangrijkste argument dat dit de armoedeval zou vergroten. Amsterdam herkent zich niet in het veronderstelde verband tussen de verhoging van de vermogensnorm en de prikkel om aan het werk te gaan. Als iemand gaat werken is immers niet het vermogen, maar het inkomen de reden voor het wegvallen van het recht op kwijtschelding.

In juni 20211 heeft toenmalig minister van BZK Ollongren toegezegd dat gemeenten en waterschappen voor de groep volledig arbeidsongeschikten en AOW-ers per 1 januari 2022 de mogelijkheid zouden krijgen de vermogensnorm met maximaal € 2.000,- te verhogen (conform de 1

Zie Kamerbrief d.d. 21 juni 2021 betreft de motie Peters en Bruins en de moties Krol over vermogensnorm bij kwijtschelding van lokale belastingen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 25 januari 2022 Pagina 2 van 3

tweede motie Krol). De besluitvorming over de uitvoering van de motie Peters en Bruins, die het kabinet verzoekt de vermogensnorm in algemene zin (en dus niet voor specifieke groepen) te verhogen, werd door minister Ollongren overgelaten aan een nieuw kabinet. Met de voorgestelde regeling wordt de toezegging van minister Ollongren concreet uitgewerkt. Daarmee lijkt het pleidooi voor de verruiming van de beleidsruimte tot op zekere hoogte ook te worden verwerkelijkt. Echter, de voorgestelde regeling en meer in het bijzonder de beperking tot specifieke doelgroepen zijn in de praktijk onuitvoerbaar: Geautomatiseerde kwijtschelding op basis van de verhoogde norm is niet (meer) haalbaar voor genoemde doelgroepen voor het belastingjaar 2022. Dit is het gevolg van het feit dat de regeling pas recent beschikbaar is gesteld, waardoor lange tijd onduidelijkheid bestond over hoe deze exact vorm zou worden gegeven. De bestanden voor geautomatiseerde kwijtschelding over 2022 zijn inmiddels al bij het Inlichtingenbureau2 (ILB) aangeleverd en de belastingverordeningen en begrotingen zijn al vastgesteld. De verruimde vermogensnorm als zodanig en de uitvoering daarvan brengen bovendien kosten met zich mee, die in 2022 ongedekt zijn.

Daarnaast kost het vormgeven van de hogere vermogensnorm voor de genoemde doelgroepen door het ILB tijd, zeker wanneer (zoals nu het geval lijkt) de verhoogde norm niet uniform, maar als een maximum wordt vormgegeven en gemeenten verschillende normen gaan hanteren. Tot slot vereisen de nieuwe regels een bestuurlijk traject (raadsbesluit) omdat een ‘kan’-bepaling met een maximum bedrag een politieke keuze vergt. Het creëren van de wettelijke mogelijkheid om de regeling reeds in belastingjaar 2022 toe te passen wekt aldus valse verwachtingen bij de burger en de gemeenteraad, omdat de verruimde mogelijkheid voor genoemde doelgroepen in de praktijk niet uitvoerbaar is in 2022. Voor de groep duurzaam arbeidsongeschikten is geautomatiseerde kwijtschelding überhaupt niet mogelijk. Het ILB heeft namelijk aangegeven dat een juridische grondslag om de UWV bestanden te raadplegen ontbreekt en dat er geen andere bron beschikbaar is om na te gaan of iemand duurzaam arbeidsongeschikt is. De in de toelichting op de regeling gesuggereerde wijzen van identificatie van duurzaam arbeidsongeschikten bieden geen oplossing voor dit vraagstuk, omdat ze niet verenigbaar zijn met het proces van geautomatiseerde kwijtschelding en bovendien ook niet uitputtend zijn.

Het uitgangspunt in de toelichting, waarbij burgers zelf een beroep moeten doen op de regeling en zelf stukken moeten aanleveren, brengt een extra last voor burgers met zich mee en doet een beroep op de zelfredzaamheid. Dit heeft tot ongewenst gevolg dat veel burgers die op grond van de verhoogde norm in aanmerking komen voor kwijtschelding dit niet zullen krijgen toegekend, omdat ze niet van het bestaan van de regeling weten en/of de benodigde stukken niet kunnen of zullen aanleveren. Daarnaast zal ook een groot deel van de mensen in de Participatiewet die feitelijk duurzaam arbeidsongeschikt zijn (en zichzelf ook als zodanig beschouwen), in deze regeling buiten de boot vallen omdat zij - gelet op de definitie van duurzame arbeidsongeschiktheid in de regeling (geschoeid op de leest van het UWV) -, niet aan de formele criteria voldoen. Hiermee wordt de reikwijdte van de regeling ingeperkt tot een kleinere groep dan wenselijk is. Ook zal het aantal bezwaar- en beroepschriften toenemen. De regeling

2 Het ILB verzorgt de geautomatiseerde toetsing van kwijtscheldingsverzoeken voor een groot aantal gemeenten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 25 januari 2022 Pagina 3 van 3

stelt de uitvoering daarmee voor een complexe en schier onmogelijke opgave die een forse extra capaciteit met de daaraan verbonden kosten vergt. De onuitvoerbaarheid van de regeling kan worden weggenomen door de vermogensnorm voor alle burgers te verhogen, conform de eerder geuite wens van de gemeente Amsterdam en de motie Peters en Bruins. Het besluit hierover is destijds overgelaten aan een nieuw kabinet. De gemeente Amsterdam stelt daarom voor dat het recent aangetreden kabinet Rutte IV eerst een besluit neemt over de verhoging van de vermogensnorm voor alle burgers, in plaats van nu de vermogensnorm te verhogen voor 2 specifieke doelgroepen met de genoemde uitvoeringsproblematiek als gevolg. Deze brede invulling van de verruiming van de vermogensnorm lijkt ook beter aan te sluiten bij het uitgangspunt in het regeerakkoord van Rutte IV om mensen meer ruimte te geven om een reserve aan te houden. Mocht hiertoe onverhoopt niet worden besloten, dan is het noodzakelijk dat de nieuwe regeling wordt uitgesteld tot het belastingjaar 2023 en dat een wettelijke grondslag wordt gecreëerd op basis waarvan duurzaam arbeidsongeschikten kunnen worden geïdentificeerd zodat ook voor deze groep geautomatiseerde kwijtschelding mogelijk wordt gemaakt.

Hoogachtend,

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Femke Halsema burgemeester

Peter Teesink gemeentesecretaris

Deze brief wordt mede verstuurd namens: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

3.6 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven 1 Overzicht raadsbrieven 29 september tot en met 15 november 2022.docx

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 24 november 2022 Ingekomen raadsbrieven 29 september tot en met 15 november 2022 Nr.

Beleidsveld

Datum

Onderwerp

09-11-2022

Handhaving

Raadsbrief Zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers

04-11-2022

Internationale Zaken

Raadsbrief Resultaten Road2COP27

en Regionale samenwerking 28-10-2022

Bestuurlijke zaken

Raadsbrief Voordracht kandidaat-voorzitterschap VNG

14-10-2022

Openbare Orde en

Raadsbrief Stand van Zaken aanpak overlast en geweld

Veiligheid

Stationsplein (bollendak)

Openbare Orde en

Raadsbrief Actieplan Straatintimidatie

12-10-2022

Veiligheid 11-10-2022

Openbare Orde en

Raadsbrief Communicatie over demonstraties

Veiligheid 05-10-2022

Internationale Zaken

Raadsbrief Utrecht Road2COP27

en Regionale samenwerking 04-10-2022

Openbare Orde en

Raadsbrief Flexibel cameratoezicht oktober 2022

Veiligheid 04-11-2022 18-10-2022

Personeel en

Raadsbrief Bestuurlijke reactie op Jaarverslag Functionaris

Organisatie

gegevensbescherming 2021

Personeel en

Raadsbrief Update ziekteverzuim en inhuur

Organisatie 18-10-2022

Personeel en Organisatie

Raadsbrief Digitale Stad

Aandachtspunt

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 24 november 2022 Ingekomen raadsbrieven 29 september tot en met 15 november 2022 Nr.

Beleidsveld

Datum

Onderwerp

18-10-2022

Personeel en

Raadsbrief Voortgang transitie naar meer plantaardige

Organisatie

voeding

Personeel en

Raadsbrief Jaarverslag Gegevensbescherming 2021

12-10-2022

Organisatie 07-10-2022

Personeel en

Raadsbrief Beveiligingsmedewerkers gemeente Utrecht

Organisatie 29-09-2022 08-11-2022

Personeel en

Raadsbrief Correspondentie externe onderzoekers

Organisatie

Onderzoek institutioneel racisme

Financiën

Raadsbrief Compensatie Prijsstijgingen voor maatschappelijke organisaties

08-11-2022

Financiën

Raadsbrief Septembercirculaire 2022

07-11-2022

Financiën

Raadsbrief Aanvulling Beantwoording diverse toezeggingen uit de commissies programmabegroting

04-11-2022

Financiën

Raadsbrief Beantwoording diverse toezeggingen uit de commissies programmabegroting

11-10-2022

Financiën

Raadsbrief Infomeren huurders over WOZ-waarde en kwijtschelding

11-10-2022

Financiën

Raadsbrief Impact gericht subsidiëren

07-10-2022

Financiën

Raadsbrief Schriftelijke vragen Programmabegroting 2023 en Tweede Bestuursrapportage 2022

29-09-2022

Participatie

Voortgang Samen stad maken

Aandachtspunt

4 Verslagen 1 ConceptverslagCommissieVBF2022-10-06.doc

Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens & Samenleving Postadres Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030 - 286 10 69 Fax 030 - 286 15 18 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSLAG OPENBARE VERGADERING COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN D.D. 6 OKTOBER 2022 [Typ hier]

Datum verslag Locatie Verslag door Vaststelling verslag

10

20

30

40

11 oktober 2022 Stadhuis, de raadszaal Geertjan Benus (Notutekst) november 2022

Aanwezigen: Ochtendvergadering De voorzitter, de heer H. Bakker, en van het college de burgemeester mevrouw S. Dijksma, en voorts de leden: mevrouw M. Fattal (GroenLinks), de heer M. Koning (D66), mevrouw B. Chirino (ChristenUnie), de heer D. van Bergen (ChristenUnie), de heer B. van Steeg (CDA), de heer G.J. te Hoonte (VVD), mevrouw M. Al-Saqaff (VVD), mevrouw I Raaijmakers (PvdA), mevrouw H. Assen (PvdA), de heer M. van Heuven (Partij voor de Dieren), mevrouw L. de Vries (Partij voor de Dieren), de heer R. Maas (VOLT), mevrouw S. Nolten (Bij1) de heer G. Dijkstra (Een Utrecht), de heer S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), mevrouw A. Oudejans (Student & Starter), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer I. Simşek (DENK), de heer M. Sungur (DENK), mevrouw S. Nolten (Bij1), de heer D. Bosch (PVV), en van de griffie de commissiegriffiers de heer J. Schueler en mevrouw F. Bouts en de commissiesecretaris. Middagvergadering De voorzitter, de heer H. Bakker, en van het college de burgemeester mevrouw S. Dijksma, en voorts de leden: mevrouw M. Fattal (GroenLinks), de heer M. Koning (D66), de heer D. van Bergen (ChristenUnie), de heer B. van Steeg (CDA), de heer G.J. te Hoonte (VVD), mevrouw M. Al-Saqaff (VVD), mevrouw T. Meerding (VVD), mevrouw I Raaijmakers (PvdA), mevrouw H. Assen (PvdA), de heer M. van Heuven (Partij voor de Dieren), mevrouw L.

de Vries (Partij voor de Dieren), de heer R. Maas (VOLT), mevrouw S. Nolten (Bij1) de heer G. Dijkstra (Een Utrecht), de heer S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), mevrouw A. Oudejans (Student & Starter), de heer V. Stevens (Student & Starter), mevrouw Kendir (Student & Starter), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer I Simşek (DENK), de heer M. Sungur (DENK), mevrouw S. Nolten (Bij1), de heer D. Bosch (PVV), en van de griffie de commissiegriffiers de heer J. Schueler, mevrouw F. Bouts en de commissiesecretaris. Avondvergadering De voorzitter, de heer R. Peters, en van het college de wethouder mevrouw R. Streefland en voorts de leden mevrouw M. Fattal (GroenLinks), mevrouw M. Deldjou Fard (GroenLinks), mevrouw B. van der Wilt (D66), de heer D. van Bergen, de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw I Raaijmakers (PvdA), mevrouw E. Kendir (Student & Starter), de heer M. van Heuven (Partij voor de Dieren), de heer G. Dijkstra Pagina 1 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

(EenUtrecht), de heer M. Sungur (DENK), en van de griffie de commissiegriffier de heer J. Schueler en de commissiesecretaris. Verslag openbare vergadering commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

50

60

Aanwezigen: ............................................................................................................- 1 1. Opening en mededelingen...................................................................................- 2 1a. Heropening ........................................................................................................- 3 1b. Heropening ........................................................................................................- 3 2. Vaststellen van de agenda van 6 oktober .........................................................- 3 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen.........................................................- 3 3.1 Raadsvoorstel vaststelling besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022 .........................................................................................................................- 3 3.2 Raadsvoorstel reactie op VRU Ontwerp regionaal risicoprofiel 2023 en inbreng beleidsplan 2024 – 2027..........................................................................................- 3 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven ..........- 3 4. Vaststellen verslagen ........................................................................................- 3 5.

Toezeggingen/moties ........................................................................................- 4 6. Ingekomen stukken ...........................................................................................- 4 7. Raadsvoorstel vaststelling besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022 .........................................................................................................................- 4 8. Raadsbrief aard en omvang en aanpak van mensenhandel ...........................- 31 9. Raadsbrief evaluatie cameratoezicht ..............................................................- 41 10. Beantwoording SV 2022, nr. 90 over openbaar maken van persoonsgegevens bij zienswijzen na toestemming betrokkene 30-06-2022............................................- 50 Ochtendvergadering 6 oktober 2022

70

1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. Hij licht toe dat de punten t/m 6 procedureel zijn. Daarna gaat de commissie de inhoud in. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) roept de partijen op aanwezig te zijn bij de bespreking van punt 11 om afspraken te kunnen maken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zal niet aanwezig zijn bij de bespreking van punt 11. Mededelingen vanuit de commissie De voorzitter deelt mee dat raadslid Meerding van de VVD hybride zal deelnemen aan deze vergadering bij de agendapunten 8 en 9.

80

90

De heer Bosch (PVV) heeft de raadsbrief Mensenhandel mede geagendeerd (punt 8 op de agenda). Hij zal daarbij niet aanwezig kunnen zijn om organisatorische redenen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zal vanmiddag op één agendapunt verstek moeten laten gaan en kondigt aan in de middag de vergadering op enig moment te zullen moeten verlaten. Mededelingen vanuit het college Burgemeester Dijksma deelt mee namens de wethouder Financiën dat er dit jaar geen tweede begrotingswijziging wordt aangeboden rond deze tijd. Dat zal plaatsvinden aan het einde van het jaar. Dat is het moment waarop doorgaans de raad een derde begrotingswijziging verwacht. Pagina 2 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) verneemt desgevraagd dat de burgemeester de achtergrond van deze mededeling nagaat. Zij zal de raad via de griffier via de mail hierover inhoudelijk informeren.

100

Middagvergadering 6 oktober 2022 1a. Heropening De voorzitter, de heer Bakker, opent de vergadering omstreeks 14.00 uur, en heet alle aanwezigen welkom. Mevrouw Meerding zal de vergadering over de punten 8 en 9 hybride bijwonen. Mededelingen college Geen. Avondvergadering 6 oktober 2022 1b. Heropening De voorzitter, de heer Peters, heropent de vergadering. Op de agenda staan nog ter afhandeling de punten 10 en 11. Punt 11 zal mogelijk in een besloten vergadering worden behandeld.

110

2. Vaststellen van de agenda van 6 oktober De voorzitter constateert dat de commissie de agenda conform vaststelt. Hij licht toe dat het agendapunt 8 een doorgeschoven onderwerp is. De spreektijden van de desbetreffende vergadering zullen gehanteerd worden.

120

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen De voorzitter leidt de bespreking in met de wensen kenbaar te maken. 3.1 Missen fatale termijn bezwaarprocedures Geagendeerd door VVD, CDA en EenUtrecht voor één uur bespreking. De volgende agendeerders melden zich ter vergadering: PvdA, PVV, VOLT, ChristenUnie. 3.2 Raadsvoorstel reactie op VRU Ontwerp regionaal risicoprofiel 2023 en inbreng beleidsplan 2024 – 2027 Het voorstel is één uur bespreking. De commissie gaat daarmee akkoord.

130

3.3 Sekswerk, het advies van de commissie Sorgdrager De agendeerders zijn: PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter, Partij voor de Dieren, Bij1, VVD, Stadsbelang Utrecht, DENK, ChristenUnie, VOLT, PVV, CDA. EenUtrecht sluit zich daarbij aan. Dit staat op de commissieagenda voor een bespreking gedurende 2:00 uur. 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven. De voorzitter deelt mee dat in dit kader geen onderwerpen zijn binnengekomen. 4. Vaststellen verslagen 2022-09-08 Concept verslag openbare vergadering commissie Veiligheid Bestuur en Financiën Conform vastgesteld.

140 Pagina 3 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

5. Toezeggingen/moties Momenteel werkt het college op verzoek van de raad aan een actualisatie en aan een beter overzicht van deze lijst. De voorzitter verneemt dat de commissie bij de voorliggende lijst geen opmerkingen heeft.

150

160

6. Ingekomen stukken (afdoeningsvoorstellen) onder het werkterrein van de commissie De voorzitter deelt mee dat de raad een afschrift van het antwoord heeft ontvangen op het volgende: nr. 1 e-Mail van 10 juli 2022 inzake Stichting Drugsbeleid-Burgerberaad drugs 10-722 nr. 2 e-Mail van 10 juni 2022 deelname Utrecht aan ESG De voorzitter deelt mee dat deze afdoeningsvoorstellen standaard op de agenda worden gezet. De heer Te Hoonte (VVD) verneemt desgevraagd van de voorzitter dat deze emails in de overgangsperiode alvast beantwoord zijn. In het vervolg zullen de antwoorden eerst dan worden gegeven nadat de commissie hiervan heeft kennisgenomen. Hij verneemt desgevraagd dat de briefschrijvers een ontvangstbevestiging terugkrijgen met de mededeling dat het op de agenda wordt gezet van de eerstvolgende commissievergadering en dat het onderwerp in behandeling wordt genomen. 7. Raadsvoorstel vaststelling besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2022

170

Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid De Algemene plaatselijk verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. De beslispunten betreffen inhoudelijke en redactionele wijzigingen. Inhoudelijk worden twee artikelen gewijzigd: de kennisgevingtermijn van manifestaties gaat van 24 naar 48 uur waarbij rekening wordt gehouden met de maandag (punt 1b); Aan het experimentartikel wordt artikel 2:44 toegevoegd om het mogelijk te maken op termijn te komen tot een lokaal vuurwerkverbod (punt 1i). Het artikel rondom registratieplicht voor raamsekswerkers wordt geschrapt in verband met de uitspaak van de Raad van State (punt 1g).

De voorzitter leidt de bespreking in aan de hand van de annotatie bij de agenda (zie hierboven). De bespreking vindt plaats in twee termijnen.

180

190

De commissie De heer Bosch (PVV) zal aan punt 1i geen steun geven. Hij benadrukt dat de problemen rond de jaarwisseling geen vuurwerkproblemen zijn maar gedragsproblemen. Hij heeft geen vertrouwen in de werking van een (lokaal) vuurwerkverbod. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) merkt op dat driekwart van de inwoners in Utrecht een vuurwerkverbod steunt al dan niet met aanvullende alternatieven. De heer Bosch (PVV) verneemt in het interruptie debat dat de heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zijn informatie stoelt op een belevingsonderzoek. Hij vindt het op grond van die gegevens logisch een vuurwerkverbod in te voeren. De heer Bosch (PVV) merkt op dat het alleen gaat om de laatste 6:00 uur in het oude jaar. De rest is al verboden. Hij vindt dat de mensen zich goed moeten realiseren waar het eigenlijk om gaat. Hij vindt in het onderzoek een valse tegenstelling zitten. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) merkt op dat het onderzoeksinstituut I&O gerenommeerd is. Hij schetst de problemen die in de laatste 6:00 uur van het Pagina 4 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

200

210

220

230

oude jaar ontstaan door vuurwerk. Hij vindt dat de PVV de meerderheid gijzelt met een minderheid. Hij vraagt de reactie van de heer Bosch daarop. De heer Bosch (PVV) benadrukt dat het hem om de vrijheid gaat om vuurwerk af te steken. Hij bestrijdt dat mensen gewond raken van legaal vuurwerk; mensen raken gewond van illegaal vuurwerk. Hij bevestigt richting de heer Simşek (DENK) dat mensen ook gewond kunnen raken van legaal vuurwerk. Als vuurwerk op een juiste manier wordt afgestoken, gebeuren er geen ongelukken mee. Zijn aandacht is vooral gericht op illegaal vuurwerk. De heer Koning (D66) merkt op dat het onderzoek goed is uitgevoerd. Hij benadrukt ook richting de Partij voor de Dieren dat het vuurwerk al illegaal is door landelijke wetgeving. Hij vraagt of de heer Bosch dat met hem eens is. De heer Bosch (PVV) is het eens met dit laatste deel van zijn betoog. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Bosch het met hem deelt dat een initiatiefvoorstel is besproken vanuit een aantal fracties om tot een vuurwerkverbod te komen en dat dat geëindigd is met de conclusie nu eerst een normale jaarwisseling af te wachten voordat een lokaal vuurwerkverbod zou worden ingesteld. Hij vindt dat het voorliggende erg vooruitloopt op die normale jaarwisseling. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat dit correct is.

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Bosch het met hem deelt dat een APV verandering gebaseerd moet zijn op aangenomen beleid van de raad, en niet een voorsprong moet nemen op iets waarover de raad nog wacht op een evaluatie. De heer Bosch (PVV) vindt dat een goede samenvatting van wat hij poogt te zeggen. Hij vervolgt met op te merken dat zijn fractie het verbod laakt op serpetines (1j in het raadsvoorstel). Hij vraagt of de burgemeester kan aangeven hoe vaak een boete is uitgeschreven voor het strooien van confetti. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) brengt voor het voetlicht dat het verbod ertoe heeft geleid dat op de gaypride-boten nagenoeg geen confetti is gebruikt. Hij vraagt of de heer Bosch ziet dat een dergelijk verbod ook kan werken. De heer Bosch (PVV) antwoordt bevestigend; de raad heeft dit opgenomen in de APV. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) bevestigt dat het voorliggende een verwerking is van het besluit van de raad. De heer Bosch (PVV) vraagt de burgemeester hoe de kleine verboden te handhaven zijn. Hij vindt dat een APV niet is voor de boodschap, of voor bewustwording. Hij vraagt of de burgemeester het daarmee eens is. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vindt het demonstratierecht een groot goed. Zijn fractie is van mening dat de gemeente zich moet beperken tot haar kerntaken.

Hij vindt een kerntaak van de gemeente de bescherming van de grondrechten van de inwoners. Om die reden is hij er verbaasd over dat in het raadsvoorstel de kennisgevingtermijn van demonstraties van 24 uur naar 48 uur gaat. Hij vindt dat het demonstratierecht zoveel mogelijk gefaciliteerd moet worden. Demonstraties kunnen belangrijke zaken op de politieke agenda zetten. Klimaat-activisten, ontevreden boeren, studenten over studieleningen, black lives matter. Hij vindt dit belangrijke zaken die het verdienen om gehoord te worden.

Pagina 5 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

240

250

260

270

280

De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de heer Gaillard de bijgevoegde evaluatie heeft gelezen. Hij heeft niet het gevoel dat het demonstratierecht wordt ingeperkt. Hij vraagt waarop de heer Gaillard zich baseert. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) stelt dat wanneer één demonstratie niet doorgaat vanwege deze verlenging, hij dat al één teveel vindt. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat terecht. Wanneer hij het goed heeft begrepen dan helpt deze verlenging voor de overheid om een demonstratie goed voor te bereiden. Bovendien zijn Ad hoc demonstraties nog steeds mogelijk. Hij vraagt of de heer Gaillard dat ook gezien heeft. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) antwoordt bevestigend. Hij zal daar later in zijn betoog op terugkomen. Hij vindt een aantal zaken zo zwaar wegen dat hij van mening is dat de raad dit niet moet doen. Hij vervolgt zijn betoog in zijn termijn. Hij merkt op dat grondrechten en democratie in Utrecht de laatste jaren steeds vaker in het gedrang komen. Hij noemt het verbod op reclame voor fossiele brandstoffen. Hij noemt de restricties op huis-aan-huisbladen. Op het gebied van democratie loopt het al jaren niet altijd even soepel met de inspraak. Er zijn geen mogelijkheden voor referenda met een echte impact.

Hij verwacht dat de burgemeester en de heer Van Steeg zullen verwijzen naar het evaluatierapport en zullen wijzen op de positieve aspecten die in het pilot naar voren zijn gekomen. Hij verwacht dat ze zullen zeggen dat ze de langere termijn demonstraties alleen maar faciliteren. Hij vindt dat de hoofdvraag in de evaluatie moet zijn: heeft de aanpassing geleid tot minder bereidheid demonstraties te houden? Is ook maar één demonstratie niet doorgegaan of bestaat de mogelijkheid in de toekomst? Hij vraagt zich af welk signaal de gemeente geeft met de verandering van de kennisgevingtermijn 24 naar 48 uur. Hij vraagt de reactie van de burgemeester op deze vraag: hoe ziet hij dit? De heer Koning (D66) merkt op dat D66 nog niet zeker is van de kwaliteit van dit voorstel. Hij staat open voor argumenten. Hij vindt het betoog van de heer Gaillard eenzijdig gericht. Hij hoort niet het argument dat het belangrijk is de burgemeester in staat te stellen demonstraties op een veilige en ordentelijke manier te laten organiseren. De gemeente heeft als taak de veiligheid voor de stad en voor de inwoners te waarborgen. Hij vraagt of de heer Gaillard dat erkent. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) antwoordt bevestigend. Hij vindt vooral de veiligheid van groot belang. Hij vindt de wijze van omgang hiermee deels een politieke keuze.

Ook op een andere manier is na te gaan hoe de veiligheid te garanderen, door bijvoorbeeld meer inzet is op de handhavingscapaciteit. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. Hij merkt op dat Amsterdam wel 24 uur aanhoudt. Waarom kan dat dan niet in Utrecht? Hij is ervan overtuigd dat het gaat om politieke wil en politieke prioriteiten. Zijn prioriteit ligt op het handhaven van de 24 uurs termijn. Mevrouw Assen (PvdA) brengt de inbreng van de heer Gaillard op twee momenten met elkaar in verband: meer capaciteit en politieke wil. Zij vindt dat zijn uitspraak over de capaciteit zijn uitspraak over de politieke wil uitsluit. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vindt de capaciteit ook deels een politieke keuze. Mevrouw Assen (PvdA) benadrukt haar standpunt: handhaving en politiecapaciteit zijn nodig bij onder meer demonstraties.

Pagina 6 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) is het daarover eens. Over handhaving gaat de gemeente; hij vindt wel dat dat anders moet. Hiermee rondt hij zijn bijdrage af. 290

300

310

320

330

Mevrouw Nolten (Bij1) merkt op dat demonstreren geen gunst is maar een recht. Hiermee haalt zij een uitspraak aan van de directeur van Amnesty International Nederland. Juist in tijden van maatschappelijke onrust is het van groot belang dat iedereen ruim baan krijgt voor vreedzame demonstraties. Zij vindt ook dat demonstraties te vaak gezien worden als een veiligheidsrisico in plaats van een mensenrecht dat zo goed mogelijk moet worden gefaciliteerd. Bovendien moeten wat haar betreft demonstranten de vrijheid krijgen om in te spelen op de actualiteit. Het systeem zou daarbij nooit leidend moeten zijn, maar volgend. Bij1 is daarom tegen het aanpassen van de kennisgevingtermijn van 24 naar 48 uur. Dat er meer demonstraties bijkomen, vindt zij geen valide argument voor de verdubbeling van de termijn. Vaak worden demonstraties al 48 uur van tevoren gemeld. Het gaat om slechts enkele percentages verschil. Mevrouw Assen (PvdA) legt de vraag voor of dit argument ook te gebruiken is als reden om juist vóór de 48 uur te zijn. Wanneer dit al vaak voorkomt is het kennelijk geen probleem in de praktijk. Mevrouw Nolten (Bij1) begrijpt die redenering. Respondenten hebben in het pilot gezegd soms te moeten kunnen inspelen op de actualiteiten. 24 uur van tevoren geeft ruimte om dat te doen. Die kennisgevingtermijn mag geen reden zijn om een demonstratie niet te houden.

Bij1 zegt die ruimte wel te geven; 88% neemt die 48 uur al. Mevrouw Assen (PvdA) vindt in de geschetste situatie ruimte om coulance te betrachten bij de 24 uurs termijn. Mevrouw Nolten (Bij1) denkt dat coulance een oplossing is. De heer Koning (D66) vindt dat juist geen goed idee. Zijn partij is van mening dat de gemeente non discriminatoir moet zijn als het gaat om de onderwerpen die wel of niet in aanmerking komen voor de ruimte voor een demonstratie. Hij vindt dat aanvragers te allen tijde gelijk behandeld moeten worden. Mevrouw Nolten (Bij1) spreekt niet over een tegenstelling. Zij is daarover verbaasd. De heer Koning (D66) noemt de coulance in dit verband. Hij vraagt welke demonstraties voorrang moeten krijgen in het door laten gaan. Mevrouw Nolten (Bij1) vindt dat die coulance er altijd moet zijn. Het demonstratierecht staat voorop. De heer Koning (D66) is het daarover eens. De heer Te Hoonte (VVD) vindt alleen de omvang het waard om te onderscheiden welke wel en welke niet. Op onderwerp zou geen onderscheid gemaakt mogen worden. Hij vraagt of Bij1 daarover ook zo denkt. Mevrouw Nolten (Bij1) stelt zich voor dat dit ook raakt aan de inbreng van mevrouw Assen. Zij dankt de heer Te Hoonte voor de opheldering.

Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn met in te gaan op het argument in de stukken over de organisatorische ondersteuning van politie en gemeente die een stille tocht of een mars door de stad nodig hebben. Dat is niet een onderdeel van elke demonstratie. In Amsterdam is de kennisgevingtermijn 24 uur tenzij er sprake is van een stille tocht of Mars. Dan dient de demonstratie eerder aangemeld te worden. Zij vraagt daarom de burgemeester of in Utrecht onderzoek gedaan is naar het Amsterdams model, en zo nee of het college bereid is daar onderzoek naar te doen.

Pagina 7 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

340

350

360

370

380

De gemeente zegt dat het uitblijven van een kennisgeving geen reden is om een demonstratie te verbieden of te ontbinden. Er wordt dan gesproken over een spontane demonstratie. Zij gaat in op de voorwaarden die dan gelden. Zij vindt de voorwaarden beperkend en intimiderend van aard. De politie mag wat haar betreft geen legitimatie vorderen van vreedzame demonstranten. Dat kan mensen ontmoedigen om aan de volgende demonstraties mee te doen. Ook dat wordt door Amnesty onderschreven. Zij vraagt of de burgemeester het met haar fractie eens is dat deze aanpak het demonstratierecht inperkt en ontmoedigt. Zij vraagt of de burgemeester wil toezeggen daarmee te stoppen. En wanneer ze dat niet wil of ze dat wil uitleggen. Wat doet de politie en de gemeente met de persoonsgegevens van de vreedzame demonstranten die om een ID worden gevraagd? Zij vraagt of Utrecht het manifest Demonstratierecht heeft ondertekend van Amnesty International. Zo niet vraagt zij de toezegging dat de gemeente dat gaat doen. Mevrouw Fattal (GroenLinks) maakt zich zorgen om de verlenging van de kennisgevingtermijn naar 48 uur. Zij hoort een aantal zaken die niet juist zijn: ook met de verlenging van de kennisgevingtermijn kunnen demonstraties kort van te voren gemeld worden. In die zin is het geen beperking van het demonstratierecht; het demonstratierecht is een grondrecht.

Zij ziet dat de burgemeester en de gemeente hun best doen om dat grondrecht te beschermen. Zij maakt zich zorgen over het afkoelingseffect. Zij refereert aan een desbetreffende uitspraak van de Nationale ombudsman in 2018. Demonstranten in spe ervaren een angst omeen demonstratie aan te melden en zelfs om te demonstreren. Dat houdt niet in dat dit een beperking is van het grondrecht. Dit is wel het bijeffect. Dat is in meerdere onderzoeken aangetoond. Zij vindt dat de overheid demonstraties zoveel mogelijk moet faciliteren. Daarbij moeten ook de onbedoelde effecten van het beleid worden meegenomen. Mevrouw Assen (PvdA) kan hier voor een groot deel in meegaan. Zij heeft die frustratie ook weleens als het gaat om stakingen. Mogelijk zit dit dieper geworteld in de Nederlandse cultuur. Mevrouw Fattal (GroenLinks) bevestigt die veronderstelling. Zij stelt dat alle voorschriften aan demonstraties effect hebben op mensen. De beleidsmakers moeten wat haar betreft daar goed naar kijken. Amnesty International kwam zojuist al langs via mevrouw Nolten. Zij heeft gesproken met het College van de Rechten van de Mens en met heel veel organisaties die in Utrecht demonstreren. Ook zij maken zich zorgen over de verwarring die bij veel mensen bestaat over hun rechten. Het besef dat de overheid de burgers niet mag inperken in hun recht, is vaak niet aanwezig.

De heer Bosch (PVV) deelt dat de bereidheid tot demonstreren laag is. Hij ziet de oorzaak in het zoeken naar consensus en in het polderen. Hij vraagt of mevrouw Fattal dat met hem deelt. Mevrouw Fattal (GroenLinks) bevestigt dat er veel factoren zijn waardoor Nederland een minder actieve protestcultuur kent. Dat was niet altijd zo. In de jaren 80 van de vorige eeuw had Nederland een actieve protestcultuur. En momenteel komt de protestcultuur weer in de buurt van de spirit van de jaren 80. De heer Dijkstra (EenUtrecht) noemt de boeren die de protestcultuur in Nederland wereldwijd op de kaart hebben gezet. EenUtrecht is het volkomen eens met de inbreng van mevrouw Fattal. Hij vraagt of het wellicht beter is dergelijke termijnen niet te benoemen en demonstranten die een demonstratie willen melden louter te Pagina 8 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

390

400

410

420

430

vragen of ze die zo vroeg mogelijk willen melden omdat dat plezierig is voor de gemeente voor de begeleiding van demonstratie. Hij is er voorstander elke termijn los te laten. Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het daarmee niet eens. Dat zegt ook de WOM niet en ook de Grondwet niet. De gemeente heeft de ruimte. Zij moet die wat haar betreft ook pakken. De termijn voor tijdige aanmelding is voor de demonstranten ook plezierig. De demonstranten worden begeleid door politie, looproutes zijn af te stemmen, verkeersregelaars zijn in te schakelen, et cetera. Zij is voorstander van zo min mogelijk kennisgevingtermijn. Zij vindt het ook van belang de demonstranten uit te leggen wat hun rechten zijn, bijvoorbeeld dat de demonstratie nog steeds mogelijk is, ondanks dat ze niet zouden voldoen aan de voorwaarden. Bovendien kan de gemeente meedenken met de demonstranten hoe zij gebruik kunnen maken van hun rechten. Van dat de gemeente dit al doet zijn veel mensen zich niet bewust. De heer Van Steeg (CDA) vraagt zich af waar mevrouw Fattal naar toe wil. De gemeente stelt de 48 uur voor juist om zoveel mogelijk te faciliteren. Wil zij terug naar 24 uur of wil zij de communicatie verbeteren? Daarin lijkt meer te zitten wanneer hij haar goed begrijpt.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) wil graag de kennisgevingtermijn op 24 uur houden en ook hoe de communicatie te verbeteren is naar de organisatoren van demonstraties. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat dit onverlet de vrijheid van demonstratie is. Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het daarover eens. De vraagstelling van de evaluatie was of de aanpassing van de kennisgevingtermijn bijgedragen heeft aan een ordelijker en veiliger verloop van demonstraties in Utrecht. Die conclusie trekt de evaluatie. Dat is haar punt niet. Zij focust zich op het effect op de demonstranten die een demonstratie willen organiseren. In meerdere onderzoeken blijkt dan een afkoelingseffect te bestaan. Dat is geen onderdeel van deze evaluatie. Daarover maakt zij zich zorgen. De heer Van Steeg (CDA) verneemt desgevraagd van mevrouw Fattal (GroenLinks) dat aan de ene kant zij zich aansluit bij de inbreng van haar collega van Bij1: het merendeel van de demonstraties wordt al tijdig aangemeld. Er is een groep demonstraties die niet tijdig wordt gemeld; daarover maakt de gemeente zich zorgen. Het grondrecht zou moeten prevaleren in de afweging van belangen. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn met in te gaan op het verminderde aantal demonstraties per jaar; dat aantal is momenteel lager dan vóór de pandemie.

Zij vraagt zich af of het voorstel van de verlenging van de termijn echt nodig is en vraagt de burgemeester het voorstel nog even een jaar te laten rusten om te zien hoe de demonstratiecultuur in Utrecht zich herstelt na een aantal heftige coronajaren om dan volgend jaar te evalueren. Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd naar het antwoord van de burgemeester. Tegelijkertijd spreekt mevrouw Fattal over het herstel van de demonstratie-cultuur. Zij roept ertoe op daarop ook op andere manieren in te zetten. Zij gelooft er niet in dat dit alles valt of staat met de kennisgevingtermijn. Daarvoor is meer nodig. Mevrouw Fattal (GroenLinks) begrijpt de woorden van mevrouw Assen. Zij vindt het moeilijk om een groot gevolg te geven aan dit soort kleine wijzigingen. Feit is voor haar dat al deze kleine dingen bij elkaar een groot effect hebben. Zij vindt dat elke wijziging die aangebracht wordt in dat grote licht bekeken moet worden. Zij waakt voor de fundamentele wetgeving rondom het demonstratierecht.

Pagina 9 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

440

450

460

470

De heer Koning (D66) kan de woorden van mevrouw Fattal goed volgen met uitzondering van het aantal demonstraties; zij gaf aan dat het aantal lager is. De cijfers van de bestuursadviseur van de burgemeester laten een ander beeld zien; die laten zien dat sinds 2020 toen de piek al lag bij 445 demonstraties per jaar, bijna drie keer zoveel is vergeleken met het aantal twee jaar eerder. In 2021 liep het aantal terug naar 200. Nu staat het aantal op 262. Kennelijk is er in de stad een grote behoefte om te demonstreren. Hij vraagt of mevrouw Fattal het ermee eens is in dat licht de aanmeldingstermijn van 24 uur te handhaven. Mevrouw Fattal (GroenLinks) kan zich een ambtelijke piketdienst voorstellen gezien het aantal gemelde demonstraties, ook in het weekend. De heer Te Hoonte (VVD) begrijpt de tijd die de gemeente nodig heeft voor de goede voorbereiding, tegelijkertijd is die 24 uurstermijn ook voor zijn fractie heel belangrijk. Hij oppert de mogelijkheid de 24 uurstermijn aan te houden en de organisatoren van demonstraties op te roepen om de 48 uurstermijn aan te houden. Hij vraagt hoe mevrouw Fattal daar naar kijkt. Mevrouw Fattal (GroenLinks) bevestigt daarin ook zoekende te zijn. Wat haar betreft houdt het bestuur het op 24 uur. Wanneer dat niet haalbaar is vraagt zij het college de verlenging tot 48 uur nog een jaar uit te stellen.

Wanneer dat niet mogelijk is, pleit zij ervoor in de verlenging naar 48 uur de organisatoren in spe van demonstraties op de website van de gemeente duidelijk te vertellen wat hun rechten zijn. En dat het afkoelingseffect zoveel mogelijk getemperd wordt. Mevrouw Nolten (Bij1) dankt mevrouw Fattal voor haar bijval bij het betoog van haar fractie. Zij sluit zich aan bij haar extra verduidelijking. Zij deed de suggestie alleen een tocht of een mars eerder aan te geven. Zij vraagt of mevrouw Fattal daar heil in ziet. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt bevestigend. Zij pleit voor maatwerk. Zij vraagt de burgemeester hierop te reflecteren. Zij vraagt wat de 48 uur betekenen voor demonstraties die zich niet tijdig melden. Wat kan niet tijdig melden voor effect hebben op verplaatsing of beëindiging? Daarnaast vraagt zij zich af wat de gemeente nu al doet om mensen die een demonstratie aanmelden op de hoogte te brengen van hun rechten. Haar fractie is teleurgesteld over het niet instellen van een vuurwerkverbod komende jaarwisseling. Zij voorziet het enorme effect op de stad en op de hulpverleners. Er is veel draagvlak onder de inwoners voor een lokaal vuurwerkverbod. Zij vraagt haar collega raadsleden zich uit te spreken over een lokaal vuurwerkverbod. Het is juist dat veel vormen van vuurwerk landelijk verboden zijn. Een lokaal vuurwerkverbod gaat om meer dan dat.

Zij pleit voor een cultuuromslag. De heer Bosch (PVV) vraagt of mevrouw Fattal het eens is met de PVV dat er in de periode van corona helemaal geen vuurwerk was en nog steeds dezelfde aantallen mensen in het ziekenhuis lagen, nog steeds veel overlast was, de politie de handen vol had. Hij vraagt of mevrouw Fattal het met hem eens is dat een vuurwerkverbod geen onderdeel is van de jaarlijkse onrust, de onlusten en het vandalisme. Mevrouw Fattal (GroenLinks) kan zich in een groot deel van de woorden van de heer Bosch vinden. Dat sluit ook aan bij wat zij probeert te zeggen: het gaat om een cultuuromslag. Het invoeren van een lokaal vuurwerkverbod kan er wel voor zorgen dat op termijn mensen er minder aan gewend zijn dat er zomaar vuurwerk afgestoken kan worden en dat naar zij hoopt die trend neerwaarts is.

Pagina 10 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

480

490

500

510

520

De heer Bosch (PVV) vraagt wat mevrouw Fattal denkt over hoe goed een lokaalverbod gaat werken wanneer de consument het nog kan kopen in omliggende steden en kan afsteken in de eigen gemeente. Mevrouw Fattal (GroenLinks) betreurt het dat er geen landelijk vuurwerkverbod is ingesteld. De vraag is dan wat Utrecht kan doen om de Utrechters en de zorg- en hulpverleners te beschermen. De heer Maas (VOLT) vraagt hoe mevrouw Fattal in Utrecht een cultuuromslag wil vormgeven. Mevrouw Fattal (GroenLinks) licht toe dat het gaat om gewenning aan het in de lucht schieten van troep rond Oud & Nieuw. Die cultuur wil zij veranderen. Dat is niet van de ene op de andere dag te realiseren. Met een verbod is gezamenlijk te leren dat een jaarwisseling ook anders is te vieren. Zij noemt in dit verband muziekshows, georganiseerde kleinschalige vuurwerkshows zonder groot effect op gezondheid en milieu. Mevrouw Assen (PvdA) kan ver meegaan in het betoog van mevrouw Fattal. Zij vraagt wat de boodschap is naar de mensen die die overlast niet ervaren; los van de impact op natuur, gezondheid, mensen, dieren. Mevrouw Fattal (GroenLinks) begrijpt dat goed; een grote groep Utrechters steekt graag vuurwerk af en ziet dat niet als overlast. De taak van de volksvertegenwoordigers is de verschillende belangen tegen elkaar af te wegen.

De raad heeft meer zaken verboden, zoals geluidsoverlast van festivals, op terrassen, van feesten in de binnenstad. Sommige mensen genieten daarvan en anderen hebben daar last van de raad zal die belangen tegen elkaar moeten afwegen. De heer Te Hoonte (VVD) wil graag de reactie van mevrouw Fattal op zijn inbreng over de normale jaarwisseling zoals ingebracht bij het initiatiefvoorstel. Op die normale jaarwisseling lijkt nu vooruitgelopen te worden. Is dit het juiste moment om ditzelfde voorstel in te brengen? Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat zij vindt dat dit het juiste moment is, juist omdat stappen zijn gezet tot een vorm van vuurwerkverbod in de afgelopen jaren, zowel landelijk als in Utrecht. Dit is het moment om landelijk en in Utrecht het gesprek te voeren over de wenselijkheid van vuurwerk rondom de jaarwisselingen. Zij is blij met de aanpassing via het experiment-artikel. Zij vindt dat het stadsbestuur daar in ieder geval iets mee moet doen. De heer Koning (D66) merkt op dat een totaalverbod niet mogelijk is voor de verkoop. Hij merkt op dat dit op gespannen voet staat met de handhaving. Hij noemt in dit verband de vuurwerkvrije zones en de handhaving daarvan. Hij noemt de handhaving van de knallen van illegaal vuurwerk in de parken. Hij vraagt mevrouw Fattal hoe zij de handhaving voor zich ziet van een lokaalverbod bovenop wat landelijk al verboden is.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) begrijpt de vraag en deelt de zorg. Er is een gebrek aan capaciteit als het gaat om handhaving, ook bij de politie. Zij beschrijft de gevolgen van de onrustige viering van Oud & Nieuw nu. Zij bevestigt dat het lastig te handhaven is. De heer Koning (D66) begrijpt dat de partijen het eens zijn over de druk op de handhaving. Hij schetst de situatie die is ontstaan door de verboden en legt de vraag voor of mevrouw Fattal het eens is met hem dat de inzet vooral gericht moet zijn op de aanpak van het gevaarlijke vuurwerk. Hij pleit ervoor mensen gebruik te laten maken van het niet-gevaarlijke vuurwerk.

Pagina 11 van 51

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 6 oktober 2022

530

540

550

560

570

Mevrouw Fattal (GroenLinks) waakt voor valse tegenstellingen: de burgemeester kan bepalen waarop extra inzet gepleegd moet worden. Zij blijft daar altijd verantwoordelijk voor. Zij denkt dat ook deze vormen van vuurwerk die de heer Koning beschreef als ongevaarlijk, gevaarlijk kunnen zijn voor mensen en zeker ook effect hebben op het milieu. Om die reden pleit zij voor een totaalverbod. De heer Koning (D66) vraagt in hoeverre het hier dan gaat om symboolpolitiek. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt ontkennend. Zij houdt vast aan haar streven tot een cultuuromslag te komen. Zij pleit voor het zetten van de toon als het gaat om de viering van de jaarwisseling. Het afsteken van dingen die gevaarlijk kunnen zijn wil zij minder normaal maken. Zij vindt dat geen symboolpolitiek. De heer Bosch (PVV) vraagt hoe mevrouw Fattal legaal en illegaal wil scheiden in de handhaving. Mevrouw Fattal (GroenLinks) schetst andere projecten rond handhaving en aangetoond effect daarvan, inclusief de leeftijdsgrens voor alcohol. De heer Bosch (PVV) verwacht dat door verboden extra illegaal vuurwerk in de handel terecht zou komen, waardoor jongeren in contact komen met onveilig vuurwerk. Nu is er nog invloed op hoe veilig het vuurwerk is dat ze afsteken. Mevrouw Fattal (GroenLinks) begrijpt de woorden en de zorgen van de heer Bosch. Haar partij is niet echt een voorstander van verbieden.

Zij vindt dat die zorg meegenomen moet worden in het uitwerken van het lokaal vuurwerkverbod en het evalueren van een lokaal vuurwerkverbod. Punt van orde De voorzitter vraagt de raadsleden na te gaan in hoeverre zij kunnen clusteren en aansluiten bij wat andere partijen al hebben ingebracht. Voortzetting van het debat De heer Van Steeg (CDA) legt de vraag voor aan mevrouw Fattal hoe de traditie viering jaarwisseling op een andere manier vorm te geven is. Hij denkt bijvoorbeeld aan een vuurwerkshow in wijken, gezamenlijk met bewoners. Zou het goed zijn vooral in die richting te denken en minder in de richting van het vuurwerkverbod? Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het eens met de heer Van Steeg. Zij denkt daarbij ook aan het gesprek met de bewoners over hoe zij de jaarwisseling willen inrichten om het draagvlak voor handhaving te vergroten. De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe het is gesteld met de uitvoering van de eerdere brief die de burgemeester aan de raad heeft gestuurd. Punt van orde De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de partiële herziening van de APV bedoeld is om het beleid dat de raad heeft vastgesteld vast te leggen in de APV. Dan gaat het om een uitvoering van wat al is vastgesteld; dat levert weinig discussie op. Blijkbaar zijn in deze commissie allerlei andere verzoeken met de idee dat dit niet de uitwerking is van wat is vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7c87530a-a964-4427-b539-02dd4bf4f483