CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 24 november 2022, gemeente Utrecht33.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 24 november 2022

1 2 3

Opening Vaststellen van de agenda van 24 november 2022 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Behandelvoorraad 24112022 Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2).docx Agenderingen commissie VBF 24112022PROCEDUREEL.doc

3.1

Digitaal werkbezoek zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers, ervaringen in het buitenland Raadsbrief Zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers.docx.pdf

3.2

Raadsvoorstel Tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU 2020 Raadsvoorstel Tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU.docx Zienswijzebrief Tweede wijziging gemeenschappelijke regeling BghU.docx Besluit GR BghU 2020 - 2e wijziging.pdf Aanbiedingsbrief wijziging GR voor gemeente Utrecht.pdf

3.3

Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelasting 2023 Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelasting 2023.docx Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023.docx

3.4

Raadsvoorstel Tweede en derde begrotingswijziging 2022 Raadsvoorstel Tweede en Derde begrotingswijziging 2022.docx Tweede en derde BGW 2022 raad.pdf

3.5

Raadsvoorstel verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Raadsvoorstel Verordening kwijtscheldingsregeling.docx Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen - DROP.docx Reactie G4 regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.pdf

3.6

Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Overzicht raadsbrieven 29 september tot en met 15 november 2022.docx

4

Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag vergadering 6 oktober 2022 Geheim verslag vergadering 6 oktober 2022* * Na een ambtelijk check is het voorstel om het geheime verslag openbaar te maken. ConceptverslagCommissieVBF2022-10-06.doc

4.1

Verslag Adviescommissie Controle en Financiën 29 september 2022 Ter kennisname. Adviescommissie CF 29-09-2022 (3).pdf

5

Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Lijst toezeggingen-moties-brieven VBF dd16 november 2022(inclusief voortgangsinformatie).pdf

6

Ingekomen stukken Openbare lijst van ingekomen stukken voor commissie VBF 24 november 2022 Nr. 1. Demonstratierecht onder druk - nieuw rapport Amnesty Nr. 2. Amendement A1 CDA en CU Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling VeiligheidsRegio Utrecht, aangenomen Het ingekomen stuk met het afdoeningsvoorstel staat conform de AVG, in iBabs achter een slotje LIS VBF 24-11-2022.docx

7

Missen fatale termijn bezwaarprocedures

Wethouder Streefland, beleidsterrein: Juridische Zaken Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door: Margreet Ramaker (VVD), Jantine Zwinkels (CDA), Gert Dijkstra (EenUtrecht), PvdA, PVV, Volt en CU. De agenderende fracties hebben zich verbaasd over het feit dat het college de bestaande situatie waarbij de gemeente voor 1 miljoen euro het schip in gaat, zo lang heeft laten voortduren. We zijn er niet gerust op dat het college in control is en verwachten een meer proactieve houding en resultaatgerichtheid van het college bij het tijdig afwikkelen van beroep- en bezwaarprocedures. Daarom willen we op basis van onderstaande vragen in gesprek met het college.

Vragen zijn: Welke maatregelen treft het college om het totale bedrag aan dwangsommen met ingang van het jaar 2023 ten minstens op het niveau van het jaar 2018 te laten zijn? Welke maatregelen treft het college voor de lopende beroeps- en bezwaarzaken en de WOB/Woo verzoeken waar mogelijke risico op dwangsommen zijn? Zijn deze in beeld gebracht? Zo ja, kan het college het plan van aanpak met de raad delen? Welke maatregelen neemt het college om het aantal beroep- en bezwaarzaken voor te zijn door bijvoorbeeld toepassing van mediation, duidelijke communicatie? Welke aanpak staat het college voor? Bijlagen: Beantwoording SV 2022 nr 140 over Het verkwanselen van bijna 1 miljoen euro door het missen van fatale termijnen.docx Beantwoording SV 2022 nr. 144 Niet halen van termijnen in bezwaarprocedures (met antwoord) Beantwoording SV 2022 nr 140 over Het verkwanselen van bijna 1 miljoen euro door het missen van fatale termijnen.docx.pdf Beantwoording SV 2022 nr 144 over Het niet halen van termijnen in bezwaarprocedure.docx.pdf 8

Raadsvoorstel Reactie op VRU Ontwerp-regionaal risicoprofiel 2023 en inbreng Beleidsplan 2024-2027 Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en veiligheid Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Eénmaal in de vier jaar stelt het bestuur van de VRU een beleidsplan en het dekkingsplan van de brandweer vast, waarin het beleid is vastgelegd over de taken van de veiligheidsregio. Het huidige beleidsplan beslaat de periode van 2020 tot en met 2023. Op dit moment worden voorbereidingen getroffen om volgend kalenderjaar een nieuw beleidsplan vast te stellen voor de periode 2024 tot en met 2027. Het beleidsplan is (mede) gebaseerd op het voorliggende regionaal risicoprofiel. Per brief van 18 juli 2022 heeft de secretaris van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) het ontwerp Regionaal Risicoprofiel (RRP) 2023 ’Veiligheid in samenspel’ toegezonden. Uw raad is uitgenodigd om, uiterlijk 18 november 2022, een reactie te geven op het ontwerp RRP en om wensen kenbaar te maken ten aanzien van het op te nemen beleid in het nieuwe Beleidsplan 20242027.

Dossier 2919 voorblad Raadsvoorstel Reactie op VRU Ontwerp-regionaal risicoprofiel 2023 en inbreng Beleidsplan 20242027.docx Brief reactie op VRU Ontwerp-regionaal risicoprofiel 2023 en inbreng Beleidsplan 2024-2027.docx Aanbiedingsbrief VRU colleges Ontwerp-regionaal risicoprofiel.pdf Bijlage A - Ontwerp-regionaal risicoprofiel VRU 2023.pdf

9

Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling VRU Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Per brief van 22 augustus 2022 heeft het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) een ontwerp-wijzigingsbesluit voor aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) VRU voor zienswijze aan uw raad aangeboden. Uw raad wordt gevraagd om uiterlijk op 1 december 2022 een zienswijze in te dienen op het ontwerp wijzigingsbesluit. Het ontwerp-wijzigingsbesluit heeft betrekking op twee thema’s: a. Systematiek dagelijks bestuur. b. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dossier 2982 voorblad Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling VRU.docx Zienswijzebrief bij ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling VRU.docx Ingekomen brief VRU voorstel ontwerp- wijzigingsbesluit GR-VRU voor zienswijzen raden.pdf Ontwerp-wijzigingsbesluit GR-VRU na AB.pdf Toelichting 1e fase wijziging GR-VRU.pdf

10

Sekswerk in Utrecht, advies commissie Sorgdrager

Burgemeester, Wethouder Eerenberg. Beleidsterrein: Sekswerk Indicatieve behandeltijd: 120 minuten Geagendeerd door: Hester Assen (PvdA), Mahaar Fatal (Groenlinks), Dirk Jan van Vliet (D66), Annemarijn Oudejans (S&S), Louise de Vries (PvdD), Stevie Nolten (Bij1),Tess Meerding (VVD), Cees Bos (SBU), Ismail El Abassi (Denk), Derk van Bergen (Christenunie), Ruud Maas (Volt), David Bosch (PVV), Bert van Steeg (CDA), Gert Dijkstra (EenUtrecht). Donderdag 22 september is het advies van de commissie Sorgdrager gepresenteerd. Onze fracties willen graag in gesprek met de wethouder over de bevindingen en de wijze waarop fracties deze bevindingen duiden. Zo kan de raad hierover ook met elkaar in debat en aangeven welke elementen voor hen prioriteit hebben zodat dit meegenomen kan worden in de uitwerking van de aanbevelingen. We vragen dat naast wethouder Eerenberg ook burgemeester Dijksma aanwezig is omdat in het advies ook ingegaan wordt op zaken die binnen haar portefeuille vallen. Rapport Sekswerk in Utrecht.pdf Raadsbrief Proces bestuurlijke reactie advies commissie Sorgdrager.docx.pdf Reactie OM en Politie op rapport sekswerk in Utrecht.pdf 11

Participatie én zeggenschap Wethouder: Oosters, Beleidsterrein: Participatie Indicatieve behandeltijd: 150 minuten Geagendeerd door: EenUtrecht, Gert Dijkstra, D66 Utrecht, Berdien van der Wilt, PvdA Utrecht, Rick van der Zweth, Volt Utrecht, Ruud Maas, VVD Utrecht, Tess Meerding, CDA, Bert van Steeg, PVV, David Bosch, Christen Unie, Bina Chirino, GroenLinks, Fred Dekkers Gesprek in 2 delen: (A) eerst over ‘waar staan we’ én (B) vervolgens over ‘wat betekent dat voor onze ambities en inzet op participatie en zeggenschap? (A) Waar staan we en hoe organiseren we dat beter – samen met Utrechters? Vanuit EenUtrecht is er de wens om aan de hand van vier vragen na te gaan hoe we de huidige participatie en zeggenschap in de stad beoordelen en hoe we dat met elkaar mogelijk (nog) beter kunnen organiseren. Daarbij onderscheiden we (i) burgerparticipatie in het domein van de gemeente van (ii) zeggenschap met overheidsparticipatie; nader beschreven in de notitie ‘Op weg naar een Utrechts Sociaal Akkoord’.

De vier vragen zijn: (1) Vinden we dat het veel beter kan en moet met de participatie en zeggenschap in onze stad of gaat het al best goed? (2) Hoe belangrijk is het dat we inzetten op een te vernieuwen participatiecultuur bij de gemeente of is de huidige omgang (cultuur) met participatie en zeggenschap prima? (3) Hebben we behoefte (of niet) aan een gezamenlijke visie ‘van meepraten naar gedeeld eigenaarschap’ – met het onderscheid van burgerparticipatie versus zeggenschap bij burgers? (4) Helpt het ons als we de vernieuwing van participatie en zeggenschap in Utrecht (in opdracht van de gemeenteraad) laten adviseren/bekritiseren door een regiegroep met raadsleden, actieve en gelote burgers; bij voorkeur in een door de gemeenteraad in te stellen ZEGGENSCHAPSRAAD die tevens formeel functioneert als een adviescollege van de gemeenteraad als het gaat over participatie en zeggenschap? (B) Wat betekent dat voor onze ambities en inzet op participatie en zeggenschap? Aanvullend agenderen de fracties van D66 Utrecht, PvdA Utrecht, Volt Utrecht, VVD Utrecht, CDA, PVV, Christen Unie, GroenLinks mee vanuit de wens om een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van participatie en het programma ‘samen stad maken’ te bespreken in de commissie.

De fractie betrekt daarin graag de beantwoording van de vragen over de toekomst wijkplatforms, de ambities als omschreven in het coalitieakkoord (waaronder ook het klimaatberaad) en de meest recente (nog te verwachten) updates o.a. vanuit opvolging motie 95 (Utrechts Burgerberaad) en motie 96 (Geef Utrechters meer invloed). Bespreking dient om meer richting te geven aan de invulling en uitvoering van de in het akkoord geschetste ambities op participatie en zeggenschap in samenhang met het lopende programma Samen Stad Maken. Beantwoording SV 2022 nr 120 over Toekomst wijkplatforms.pdf Raadsbrief Voortgang Samen stad maken.docx.pdf Gemeente en gemeenschap OP WEG NAAR EEN UTRECHTS DEMOCRATISCH AKKOORD 2022.pdf

3 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) 1 Behandelvoorraad 24112022 Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2).docx

#RAAD030#

Behandelvoorraad Vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën ( PROCEDUREEL) Openbare orde en Veiligheid, Handhaving en Vergunningen, prostitutie, Representatie, Bestuurlijke zaken, Internationale zaken, Wijkgericht werken en Participatie, Burgerzaken incl. verkiezingen, Publieksdienstverlening, Organisatie, Financiën en inkoop, Ombudszaken, Klachtafhandeling en Diversiteit (incl. Utrecht zijn we samen)

Burgemeester Dijksma Handhaving Digitaal werkbezoek zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers, ervaringen in het buitenland

Het college stelt voor dit digitale werkbezoek op 13 december 2022 te organiseren. 19:30u. Duur: 60 minuten (RIBavond)

Openbare Orde en Veiligheid Stop de stigmatisering van Al Fitrah 2.0 (DENK, EenUtrecht, PVV, SBU)

RIB 31 mei: 60 min. +

Openbare Orde en Veiligheid Raadsbrieven Vergunningsplicht autobranche bedrijventerrein Nieuw Overvecht (D66, DENK, PvdA)

bijeenkomst +

Cie. 90 min. (VBF 12/5) Cie 60 min. (VBF 12/5)

Wethouder Streefland

Wethouder Oosters

Wethouder Schilderman Financiën Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid op en toestemming voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU Financiën Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelasting 2023 Financiën Derde en tweede begrotingswijziging 2022

Financiën

Cie 30 min

Cie 60 min

Gezien de technische aard en de verwerking van eerdere besluiten is het voorstel dit raadsvoorstel als Apunt door te geleiden naar de raad. Cie 90 min

#RAAD030# Raadsvoorstel Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Wethouder Voortman

Te verwachten Raadsvoorstellen/Raadsbrieven Financiën Raadsvoorstel Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa

Verwacht Q4 2022

Financiën Zienswijze meerjarenbegroting BghU

Verwacht Q2 2023

Financiën Voorstel verbeteren van leesbaarheid en stuurbaarheid begroting

Verwacht Q2 2023

Financiën Actualisatie financiële verordening

Verwacht Q4 2023

Publiekdienstverlening Visie Publieksdienstverlening

Verwacht Q1 2023

Publiekdienstverlening Start implementatie ombudsfunctie

Verwacht Q2 2023

Handhaving en vergunningen Verordening ingevolge de Wet Basisregistratie adressen en Gebouwen

Verwacht Q3 2022

Openbare Orde en Veiligheid Oprichting waarborgfonds Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's

Verwacht Q3 2022

Openbare Orde en Veiligheid Beleidskader cameratoezicht 2023-2026

Verwacht Q4 2022

Openbare Orde en Veiligheid Uitvoeringsagenda Grenzen Stellen, Perspectief Bieden

Verwacht Q4 2022

Openbare Orde en Veiligheid Integrale gebiedsgerichte aanpakken (1) Amsterdamsestraatweg en (2) Kanaal-Damstraat

Verwacht Q4 2022

Openbare Orde en Veiligheid Uitvoeringsplan Straatintimidatie

Verwacht Q4 2022

Openbare Orde en Veiligheid Raadsvoorstel Integraal veiligheidsplan Utrecht 2023-2026

Verwacht Q1 2023

Openbare Orde en Veiligheid

Verwacht Q2 2023

#RAAD030# (Herijking) programmaplan Utrecht Zijn We Samen: aanpak polarisatie en radicalisering. Openbare Orde en Veiligheid Zienswijze voorlopige jaarstukken 2022 en ontwerpbegroting 2024 VRU

Verwacht Q2 2023

Openbare Orde en Veiligheid Partiele herziening APV 2023

Verwacht Q3 2023

Burgerzaken Raadsbrief Onderzoek mogelijk rechtsherstel Sinti en Romagemeenschappen

Verwacht Q4 2023

Sekswerk Bestuurlijke reactie rapportage Sekswerk in Utrecht (Commissie Sorgdrager)

Verwacht Q4 2022

Inclusie Brede inclusieagenda

Verwacht Q2 2023

Participatie Rekenkameronderzoek inwonersparticipatie

Verwacht Q4 2022

Participatie Herijking Programma Samen stad maken (participatie en initiatief)

Verwacht Q1 2023

Participatie Hoe ervaring opdoen met burgerberaden

Verwacht Q1 2023

Personeel en Organisatie Uitvoeringsplan digitale weerbaarheid

Verwacht Q4 2023

Personeel en Organisatie Zienswijze Begroting Het Utrechts Archief 2024

Verwacht Q2 2023

Bestuurlijke zaken Instelling lokale ombudsman

Verwacht Q1 2023

Komende commissievergaderingen commissie VBF 15 december 2022 (één dagdeel) 26 januari 2023 23 februari 2023 30 maart 2023 11 mei 2023 8 juni 2023 Komende RIB-avonden commissie VBF 13 december 2022 17 januari 2023 14 februari 2023 21 maart 2023

#RAAD030# 18 april 2023 30 mei 2023

1 Agenderingen commissie VBF 24112022PROCEDUREEL.doc

Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Vast te stellen op 24 november 2022) Uitnodiging afkomstig vanuit het college

Datum: 10 november 2022 Onderwerp: Digitaal werkbezoek zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers, ervaringen in het buitenland Burgemeester Beleidssterrein: Handhaving Commissiegriffier: Jochim Schueler

Het college organiseert nog dit jaar een digitaal werkbezoek, waarvoor vertegenwoordigers uit Londen en Antwerpen worden uitgenodigd om hun ervaringen over het thema zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers te delen. Met dit online werkbezoek wordt geprobeerd een scherper beeld te krijgen welke elementen belangrijk zijn geweest in de discussie over het (mogelijk) introduceren van religieuze uitingen. Daarbij proberen we in Utrecht zowel te leren van Londen, waar ruimte geboden wordt voor religieuze uitingen als van Antwerpen, waar men afgezien heeft van het invoeren van deze maatregel. Het gaat om een informerende bijeenkomst, waarbij ruimte is om vragen te stellen. Bij (de voorbereidingen van) het digitale werkbezoek worden ook de VNG, andere gemeenten, ministerie J&V en onderwijsinstellingen van boa’s betrokken.

Nood van de Griffie: Het college stelt voor dit digitale werkbezoek op 13 december 2022 te organiseren. 19:30u. Duur: 60 minuten (RIB-avond)

Stukken afkomstig van het college Datum: 18 oktober 2022 Soort stuk: Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid op en toestemming voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU

Dit voorstel bevat zowel een zienswijze over de voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling als een beslispunt over toestemming verlenen aan het college om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling BghU aan te gaan. Beide besluiten zijn voor de BghU nodig om, in juridisch kader te blijven functioneren. De voorgenomen wijziging van de

Voorstel: Agenderen voor de commissie VBF. Gezien de aard van het voorstel (zienswijze en technische aanpassing) wordt een behandeltijd van 30 minuten voorgesteld.

2020 Wethouder Schilderman

gemeenschappelijke regeling betreft een noodzakelijke technische wijziging die past binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Beleidsterrein: Financiën Commissiegriffier: Jochim Schuler Datum: 2 november 2022 Soort stuk: Raadsvoorstel Verordening onroerendezaakbelasting 2023

Jaarlijks wordt de verordening onroerende-zaakbelastingen geactualiseerd. In de tarieven is de besluitvorming van het coalitieakkoord 2022 (verhogen met 18%) en de waardeontwikkeling verwerkt. Met dit voorstel wordt de raad voorgesteld om de tarieven voor 2023 vast te stellen. De nieuwe tarieven gaan in per 1 januari 2023.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF. 2. Tijd: 60 minuten.

De programmabegroting en het meerjarenperspectief worden gebruikelijk drie keer per jaar aangepast. De begrotingswijziging is opgebouwd uit technische wijzigingen en waar nodig de verwerking van eerdere besluiten. Dit jaar is een tweede begrotingswijziging in het derde kwartaal niet gedaan vanwege een beperkte omvang en urgentie van de budgetbesluiten. Dit voorstel is daarmee de tweede en derde wijziging van de programmabegroting 2022 ineen. Dit is tevens de laatste wijziging van de Programmabegroting 2022.

Voorstel: Gezien de technische aard en de verwerking van eerdere besluiten is het voorstel dit raadsvoorstel als A-punt door te geleiden naar de raad.

Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen worden de kwijtscheldingsmogelijkheden maximaal verruimd conform het wettelijk maximum.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF 2. Tijd: 90 minuten

Wethouder: Schilderman Beleidsterrein: Financiën Commissiegriffier: Jochim Schueler Datum: 15 november 2022 Soort stuk: Raadsvoorstel Derde en tweede begrotingswijziging 2022 Wethouder: Schilderman Beleidsterrein: Financiën Commissiegriffier: Jochim Schueler Datum: 17 november 2022 Soort stuk: Raadsvoorstel Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

Op 10 november jl. is motie M2022/299 “kwijtschelden

2

Wethouder: Schilderman Beleidsterrein: Financiën Commissiegriffier: Jochim Schueler

belastingen minima” aangenomen. In deze motie verzoekt de raad het college op om de vermogensgrens voor kwijtschelding gelijk te trekken met de vermogensgrens van de bijstand. Die is hoger dan de wettelijk toegestane grens. Op dit moment worden de implicaties van de motie onderzocht. Die zijn op deze korte termijn nog niet voldoende in beeld. Inzet is de reactie van het college op motie M2022/299 vóór de commissiebehandeling van dit voorstel (beoogd op 15 december 2022) aan de gemeenteraad aan te bieden zodat deze bij de behandeling betrokken kan worden.

3

3.1 Digitaal werkbezoek zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers, ervaringen in het buitenland 1 Raadsbrief Zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers.docx.pdf

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

S.A.C.M. Simons-Gresnigt / S. Manetas

Datum

9 november 2022

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

10556207

E-mail

s.simons@utrecht.nl

Onderwerp

Zichtbaar dragen religieuze uitingen handhavers

Beleidsveld

Handhaving

Bijlage(n)

Geachte leden van de raad, Met deze brief wordt u geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de motie ‘een inclusief uniform bij toezicht en handhaving’, in vervolg op onze brief van 6 juli 2022. Tijdens de begrotingsbehandeling van 7 juli 2022 heeft de burgemeester het belang van het zorgvuldig proces benadrukt. Net zo goed als u een motie heeft aangenomen om het toevoegen van religieuze uitingen toe te staan, heeft de Kamer in diverse moties de minister van Justitie en Veiligheid juist opgeroepen dit onmogelijk te maken. In reactie daarop heeft de minister aangegeven een dringend beroep te doen aan BOA werkgevers om aan te sluiten bij de richtlijn lifestyle neutraliteit, maar dit niet te kunnen afdwingen. De fors uiteenlopende standpunten over dit onderwerp kunnen wij niet negeren. Tegen deze achtergrond hebben wij bekeken welke stappen gezet zouden moeten worden om de voorwaarden te creëren waaronder een succesvolle, duurzame uitvoering van uw motie mogelijk is. Eenduidige uitwerking gemeenten Niet alleen in Utrecht, maar ook in andere gemeenten wordt de discussie gevoerd over het toestaan van het zichtbaar dragen van religieuze uitingen. Zo hebben de gemeenteraden van Amsterdam, Arnhem en Tilburg aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Wij trekken samen op met deze gemeenten.

In een bestuurlijk overleg dat de burgemeesters begin deze maand over dit onderwerp hielden, bleek dat de dilemma’s die wij in onze eerdere brief beschreven in meerdere steden spelen. De discussie hierover raakt aan de fundamenten van onze samenleving: in hoeverre verhoudt het uiten van een individuele levensovertuiging zich tot uniformiteit in het uitoefenen van gezag. Gezien de verschillende opvattingen die hierover bestaan, is het cruciaal te investeren in draagvlak onder ons personeel en breed in de Utrechtse samenleving. Onze toezichthouders en handhavers, of ze nu een religieuze uiting dragen of niet, moeten niet op straat exclusief in het centrum van deze discussie komen te staan. Dat vraagt een zorgvuldig proces en daarmee tijd.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 november 2022 10556207

Aanpassen kledingvoorschriften Op dit ogenblik dragen de medewerkers van VTH het landelijke boa-uniform. Het boa-uniform heeft een aantal vastgelegde kenmerken, die niet zelfstandig door één gemeente gewijzigd kunnen worden. Over toevoegingen aan het model-uniform zoals handschoenen, steekvest en dergelijke is niets vastgelegd. Wij bekijken op dit moment de mogelijkheden om door het aanpassen van de kledingvoorschriften de mogelijkheid te creëren om religieuze uitingen toe te voegen aan het bestaande model-uniform. Concreet betekent dit dat een handhaver of toezichthouder bijvoorbeeld een eigen hoofddoek of keppel mag dragen, op het moment dat zij op straat geüniformeerd hun werk doen. Omwille van veiligheid en herkenbaarheid (bijvoorbeeld de kleur) worden daaraan enkele eisen gesteld. De werkgever houdt daarbij een zorgplicht om de veiligheid van het kleding regelmatig te controleren. Betrekken medewerkers Door gesprekken met toezichthouders en het uitwisselen van ervaringen elders moet duidelijk worden onder welke voorwaarden de meest passende uitvoering van uw motie mogelijk is. Draagvlak en betrokkenheid van de medewerkers is cruciaal. Medewerkers van VTH moeten zich uit kunnen en willen spreken. Bij iedere stap die hierop wordt genomen worden medewerkers geïnformeerd, betrokken en uitgenodigd om actief te participeren.

Ook de ondernemingsraad wordt regelmatig (in)formeel bijgesproken over de ontwikkelingen op dit thema. Vervolg Gesprek tussen boa’s en raadsleden Op 15 november a.s. vindt het door u geïnitieerde gesprek tussen boa’s en raadsleden plaats. Hierin komt ook het thema van de religieuze uitingen aan bod. Om u zoveel mogelijk in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn, wordt hiervoor een al ingepland moment voor een RIB voor de commissie VBF benut. Digitaal werkbezoekervaringen in het buitenland Wij organiseren nog dit jaar een digitaal werkbezoek, waarvoor vertegenwoordigers uit Londen en Antwerpen worden uitgenodigd om hun ervaringen over dit thema te delen. Met dit online werkbezoek proberen we een scherper beeld te krijgen welke elementen belangrijk zijn geweest in de discussie over het (mogelijk) introduceren van religieuze uitingen. Daarbij proberen wij zowel te leren van Londen, waar ruimte geboden wordt voor religieuze uitingen als van Antwerpen, waar men afgezien heeft van het invoeren van deze maatregel. Het gaat om een informerende bijeenkomst, waarbij ruimte is om vragen te stellen. U bent nadrukkelijk uitgenodigd om aanwezig te zijn. Zodra er definitief een datum is gepland, ontvangt u een uitnodiging. Bij (de voorbereidingen van) het digitale werkbezoek worden ook de VNG, andere gemeenten, ministerie J&V en onderwijsinstellingen van boa’s betrokken.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

2/2

3.2 Raadsvoorstel Tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU 2020 1 Raadsvoorstel Tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Zienswijzemogelijkheid op en toestemming voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling BghU 2020 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Oya Akyol 10147949 22 december 2022 Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Bijgevoegde brief vast te stellen als zienswijze op voorgestelde 2e wijziging GR BghU, waarin de raad aangeeft zich te kunnen vinden in de 2e wijziging van de gemeenschappelijke regeling. 2. Aan het college toestemming te verlenen om in te stemmen met 2e wijziging van de GR Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) waarmee technische wijzigingen worden doorgevoerd en de gemeenschappelijke regeling wordt geactualiseerd. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Dit voorstel bevat zowel een zienswijze over de voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling als een beslispunt over toestemming verlenen aan het college om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling BghU aan te gaan. Beide besluiten zijn voor de BghU nodig om, in juridisch kader te blijven functioneren. De voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling betreft een noodzakelijke technische wijziging die past binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Context Aanleiding De BghU is een uitvoeringsorganisatie. Het beleid rondom de belastingen, zoals de verordeningen, tarieven en kwijtschelding berusten bij de deelnemers. De BghU neemt alleen besluiten ten behoeve van de dagelijkse uitvoering van de belastingheffing en -invordering. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanwijzen van belastingambtenaren en het behandelen van bezwaren. De vigerende gemeenschappelijke regeling moet worden herzien. De aanleiding is dat veel zaken in de regeling nog zijn gekoppeld aan de voorgaande samenwerkingsvorm: het openbaar lichaam. Per 2015 is BghU omgezet naar de bedrijfsvoeringsorganisatie. Bij deze 2e wijziging van de GR worden de wijzigingen in wet- en regelgeving, die eveneens het gevolg hebben dat de vigerende gemeenschappelijke regeling zal moeten worden gewijzigd, meegenomen. Het gaat hier om noodzakelijke technische wijzigingen die passen binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Hiermee kan de GR binnen een geactualiseerd juridisch kader blijven functioneren en wordt zo veel mogelijk voorkomen dat de gemeenschappelijke regeling op afzienbare termijn opnieuw moet worden aangepast. Het voorliggend besluit is de tweede wijziging van de gemeenschappelijke regeling 2020. De eerste wijziging betrof de uitbreiding van de bevoegdheid van het bestuur om deelname aan de werkgeversvereniging mogelijk te maken.

Juridische context Gelet op deze wijzigingen heeft een juridische toets plaatsgevonden. De vigerende gemeenschappelijke regeling is extern getoetst door Cooperación, wat heeft geleid tot het wijzigingsvoorstel dat u in bijlage 1 aantreft. Op grond van artikel 61 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen kan het bestuur van de BghU alleen de 2e wijziging van de GR BghU 2020 vaststellen indien het college eerst toestemming van de gemeenteraad krijgt om in te stemmen met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. Op grond van artikel 1 lid 2 WGR kan de raad de toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 juli 2022 gewijzigd. Op grond van het (nieuwe) derde lid van artikel 61 kan de gemeente binnen acht weken na aanbieden van het ontwerp van de regeling een zienswijze indienen. Als de gemeenteraad geen gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid, laat hij dat zo spoedig mogelijk aan het college weten. Met dit raadsvoorstel wordt het ontwerp van de regeling aan de gemeenteraad aangeboden en wordt de raad in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken een zienswijze hierop te geven. De BghU beantwoordt een eventuele zienwijze, waarna de gemeenteraad om toestemming wordt gevraagd om de gemeenschappelijke regeling vast te stellen.

Beoogd effect Door de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling kan het bestuur van de BghU de noodzakelijke technische wijzigingen die passen binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie doorvoeren en beschikt BghU over een geactualiseerd gemeenschappelijke regeling.

2

Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Aanpassing gemeenschappelijke regeling BghU naar aanleiding van de toetreding van Stichtse Vecht - GR BghU 2020 - 1e-wijziging i.v.m. WSGO

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Bijgevoegde brief vast te stellen als zienswijze op voorgestelde 2e wijziging GR BghU, waarin de raad aangeeft zich te kunnen vinden in de 2e wijziging van de GR.

Argumenten 1.1

Het betreft noodzakelijke technische wijzigingen die passen binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie in de gemeenschappelijke regeling. Op grond van artikel 64a, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen dient het ontwerpbesluit tot lidmaatschap van de nieuwe werkgeversvereniging aan de gemeenteraden van de deelnemers en het algemeen bestuur van het waterschap te worden voorgelegd voor een zienswijze. Bij dit voorstel zit het voorstel voor lidmaatschap van de WSGO. Door het vaststellen van de bijgevoegde zienswijzebrief geeft de raad aan hiermee in te stemmen.

Beslispunt 2

Aan het college toestemming te verlenen om in te stemmen met 2e wijziging van de GR Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU), waarmee technische wijzigingen worden doorgevoerd en de gemeenschappelijke regeling wordt geactualiseerd.

Argumenten 2.1

Door deze wijziging worden de noodzakelijke technische wijzigingen die passen binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie doorgevoerd, Hierdoor kan BghU binnen een geactualiseerd juridisch kader blijven functioneren.

Financiën Dit voorstel heeft op zichzelf beschouwd geen financiële gevolgen voor de gemeente Utrecht.

Vervolg Nadat de raad toestemming heeft verleend voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling 2020, wordt het wijzigingsbesluit voor instemming aan het college voorgelegd. Daarna wordt de BghU wordt van uw besluit op de hoogte gesteld. Als alle overige deelnemers in de BghU ook akkoord zijn gegaan zal Utrecht als deelnemer waar de BghU gevestigd is de publicatie via de applicatie DROP publiceren in het digitaal gemeenteblad.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit raadsvoorstel.

Communicatie De nieuwe GR wordt publiceert in het digitaal gemeenteblad op overheid.nl.

3

Niet-Referendabel Dit raadsbesluit is niet referendabel omdat het een besluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder i Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Zienswijze brief tweede wijziging GR BghU Bijlagen informatief - Aanbiedingsbief wijzigen GR voor gemeente Utrecht - Besluit tot 2e wijziging Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU)

4

1 Zienswijzebrief Tweede wijziging gemeenschappelijke regeling BghU.docx

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSIE VOOR BESLUITVORMING Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht M Virsou van Eck Postbus 5150 3502JD UTRECHT

Behandeld door

O. Akyol

Doorkiesnummer E-mail

Datum

volgt

Ons kenmerk

10147949

oya.akyol@utrecht.nl

Onderwerp

Zienswijze 2e GR wijziging BghU 2022

-

Verzonden

Bijlage(n) Uw kenmerk Uw brief van

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Geachte mevrouw Virsou van Eck, U heeft de gemeenteraad van Utrecht gevraagd om zienswijze te geven op de 2e wijziging gemeenschappelijke 2022 van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. In de commissievergadering van 15 december 2022 en in de raadsvergadering van 22 december 2022 hebben wij de 2e wijziging GR besproken. Gelet op het belang van een goede juridische borging van de gemeenschappelijke regeling geven wij met deze brief aan dat wij geen bezwaren zien in de tweede wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Merel van Hall

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

1 Besluit GR BghU 2020 - 2e wijziging.pdf

Besluit tot 2e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling BghU 2020 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist, en het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Gelet op hoofdstuk V van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten vast te stellen de: Tweede wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020 (Stcrt. 2019, nr. 67125), zoals laatstelijk gewijzigd bij de eerste wijziging (Stcrt. 2020, nr. 60767)

ARTIKEL I In de gemeenschappelijke regeling worden de volgende wijzigingen aangebracht: A Artikel 3, eerste lid komt te luiden: Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. B Artikel 4, eerste lid, komt te luiden: Elk van de colleges wijst uit zijn midden een lid aan dat hem in het bestuur vertegenwoordigt. C De artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 11 komen te vervallen. D In artikel 12, eerste lid onder b, worden de woorden “, niet zijnde de voorzitter,” geschrapt. E De artikelen 13 en 14 komen te vervallen. F Artikel 15 komt te luiden: 1. De vergaderingen van het bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het bestuur niet anders heeft bepaald.

1

2. Het reglement van orde voor de vergaderingen van het bestuur kan regels geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur. 3. Het bestuur maakt zijn vergaderstukken en verslagen uit eigen beweging openbaar, tenzij de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan. G De artikelen 16 en 17 komen te vervallen. H In artikel 18 komt de laatste volzin te vervallen. I Artikel 19, eerste en tweede lid, komen te luiden: 1. Het bestuur wijst uit het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, niet zijnde het door dit college aangewezen lid in het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, een voorzitter aan. 2. De voorzitter heeft in de vergaderingen van het bestuur een raadgevende stem en kan zodoende aan de beraadslagingen deelnemen. J In artikel 20 eerste lid wordt het woord ‘benoemd’ vervangen door ‘aangewezen’. K Artikel 32 komt te vervallen. L In artikel 35 komt het derde lid te vervallen. Het vierde tot en met zesde lid worden omgenummerd tot het derde tot en met vijfde lid. M Artikel 37 komt te vervallen. N Artikel 38 komt te vervallen. O In artikel 39 komen het derde en het vierde lid te vervallen. P In artikel 50, vierde lid komen de woorden “en 27” te vervallen.

Q In artikel 52, eerste lid, wordt “het openbaar lichaam” vervangen door “het samenwerkingsverband”. R In artikel 57 komen de woorden “artikel 62 a, tweede lid, van” te vervallen. S Artikel 59 komt te vervallen.

2

ARTIKEL II In de gemeenschappelijke regeling worden de volgende wijzigingen aangebracht: A Met inachtneming van artikel I onder F worden aan artikel 15 een nieuw vierde en vijfde lid toegevoegd, luidende: 4. Besluiten van het bestuur worden niet aan zienswijzen van de vertegenwoordigende organen onderworpen, tenzij de Wet gemeenschappelijke regelingen of deze regeling dat expliciet voorschrijft. 5. Ingezetenen van de gemeenten respectievelijk het waterschap en andere belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de vertegenwoordigende organen betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. B Met inachtneming van artikel I onder L wordt aan artikel 35 een nieuw zesde lid toegevoegd, luidende: 6. Het bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die deze organen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. C In artikel 42 wordt “15 april” vervangen door “30 april”. D 1. In artikel 44, eerste lid, wordt “acht weken” vervangen door “twaalf weken”. 2. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt na het derde lid een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende: 4.

Het bestuur stelt de vertegenwoordigende organen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. E In artikel 45, tweede en vijfde lid, wordt “1 augustus” vervangen door “15 september”. F In artikel 46, vierde lid, wordt “15 april” vervangen door “30 april”. G Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan het vierde lid worden aan het eind twee volzinnen toegevoegd luidende: “Het college zendt zijn besluit tot uittreding, alsmede het toestemmingsbesluit van het vertegenwoordigend orgaan, aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur de besluiten heeft ontvangen.” 2. Het vijfde tot en met het achtste lid komen te vervallen.

3

3. Het nieuwe vijfde lid komt te luiden: “Ter voorbereiding op de besluitvorming van het bestuur, inventariseert het bestuur met inachtneming van het bepaalde in deze regeling de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in een concept-uittredingsplan. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 4. Het nieuwe zesde lid komt te luiden: “De vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer in het bestuur houdt gedurende de periode van het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij de beraadslaging in en besluitvorming door het bestuur rekening met de belangen van het samenwerkingsverband zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig neemt deze vertegenwoordiger geen deel aan de beraadslaging en stemmingen van het bestuur. 5. Het nieuwe zevende lid komt te luiden: “Indien de uittreding een wijziging van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk maakt, stelt het bestuur, ter voorbereiding op zijn besluitvorming, een voorstel op voor wijziging van deze regeling.

Artikel 50 is onverkort van toepassing.” H Na artikel 49 worden vier artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 49a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 49, vierde lid, stelt het bestuur het uittredingsplan vast. De in het uittredingsplan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend. 2. Het uittredingsplan bepaalt met inachtneming van het bepaalde in deze regeling de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer. 3. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding, te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen: de voorlopige uittreedsom. 4. Ten minste acht maanden voorafgaand aan het moment van uittreding, stelt het bestuur het voorlopige uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het tweede lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken boekjaar. 4. Uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het moment van uittreding, stelt het bestuur het definitieve uittredingsplan en de definitieve uittreedsom vast.

Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het tweede lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen aan het samenwerkingsverband te voldoen. 6. De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.

4

7. De leden van het bestuur kunnen het uittredingsplan op de voor hen gebruikelijke wijze voor consultatie toezenden aan hun vertegenwoordigend orgaan. 8. De ondernemingsraad van het samenwerkingsverband wordt in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het uittredingsplan, overeenkomstig de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden. Artikel 49b Onafhankelijke externe deskundige 1. Na ontvangst van de in artikel 49, tweede lid, vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke externe deskundige opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. 2. Ter voorbereiding op de besluitvorming van het bestuur, stelt het bestuur een projectgroep samen die onder leiding van de onafhankelijke externe deskundige het concept-uittredingsplan voorbereid. 3. Het bestuur geeft een onafhankelijke financieel deskundige, niet zijnde de onafhankelijk externe deskundige bedoeld in het eerste lid, opdracht om het door de projectgroep voorbereide conceptuittredingsplan te toetsen, nadat voor de opdracht instemming is verkregen van de uittredende deelnemer. 4. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe financieel deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 5.

Het tarief van de onafhankelijke externe financieel deskundige dient in overeenstemming te zijn met hetgeen voor dit soort werkzaamheden in de desbetreffende adviesbranche gebruikelijk is. Artikel 49c Uittreedsom 1. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van de directe kosten van uittreding (frictiekosten en desintegratiekosten), verminderd met het aandeel van de uittredende deelnemer in het eigen vermogen minus de bestemmingsreserves van het samenwerkingsverband op de datum van uittreding. 2. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting, met dien verstande dat: a. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het samenwerkingsverband die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer, zoals inhuur externe deskundigen, een accountant en een advocaat. b. Onder desintegratiekosten worden verstaan kosten te maken door en de schade voor het samenwerkingsverband die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. c.

Het bepaalde in het tweede lid onder b is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het samenwerkingsverband die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. Voor de periode van vijf jaar is aansluiting gezocht bij de termijn van de begrotingssystematiek.

5

3. Het samenwerkingsverband brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 4. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 5. De waarde van de personeelsformatie die de uittredende deelnemer als gevolg van de uittreding eventueel overneemt van het samenwerkingsverband wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 6. Het samenwerkingsverband is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding. 7. Het samenwerkingsverband en de uittredende deelnemer zijn gehouden om in het kader van de bepaling van de inhoud van het uittredingsplan alle relevante informatie over en weer te verstrekken. Artikel 49d Overige bepalingen rond uittreding 1. De raming en berekening van de kosten voor uittreding wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn tot aan het moment van de daadwerkelijke uittreding. 2.

Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich zullen voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 3. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uittredende deelnemer danwel het Bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: a. De wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; b. De wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 4. Bij de voorbereiding van het concept-uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen betaling van een uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in één keer.

In het definitieve uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in één keer dient te betalen.

6

I Met inachtneming van artikel I onder T wordt na artikel 58 een nieuw artikel 59 ingevoegd, luidende: Artikel 59: Evaluatie 1. Het bestuur evalueert in het jaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen de samenwerking en gaat daarbij in elk geval in op het functioneren van het samenwerkingsverband. 2. De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk in januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezing aangeboden aan de colleges en de vertegenwoordigende organen.

ARTIKEL III 1. Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Artikel II treedt in werking op het moment dat het bij koninklijke boodschap van 1 juli 2020 aanhangig gemaakte voorstel van wet tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (35513) tot wet wordt verheven en in werking treedt. 3. Mocht het wetsvoorstel, bedoeld in het tweede lid, in werking treden voor de in het eerste lid genoemde datum, dan treden betreffende bepalingen in werking op de in het eerste lid genoemde datum.

Aldus besloten en akkoord door: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik, dd

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, dd

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, dd

7

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, dd,

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein, dd,

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, dd

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, dd

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, dd

De secretaris,

De burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, dd

8

De secretaris,

De burgemeester,

Het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, dd

De secretaris,

De dijkgraaf,

9

1 Aanbiedingsbrief wijziging GR voor gemeente Utrecht.pdf

BghU Postbus 5150, 3502 JD Utrecht Telefoon: 088- 0640200 www.bghu.nl

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht

Utrecht, 14 april 2022

Onderwerp 2e wijziging GR BghU 2020 Geacht college, Het bestuur van BghU heeft in zijn vergadering van 30 maart 2022 de tekst van de 2e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling BghU 2022 vastgesteld. Uw college wordt nu gevraagd dit besluit vast te stellen. 2e wijziging GR BghU 2020 De vigerende Gemeenschappelijke regeling dient te worden herzien. De aanleiding is dat veel zaken in de regeling nog zijn gekoppeld aan de voorgaande samenwerkingsvorm: het openbaar lichaam. Per 2015 is BghU omgezet naar de bedrijfsvoeringsorganisatie. Ten opzichte van het openbaar lichaam is de bedrijfsvoeringsorganisatie een nieuwe lichte samenwerkingsvorm in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), waarbij de bestuurlijke aansturing eenvoudiger is. Vanwege het beleidsneutrale karakter, dwingt de bedrijfsvoeringorganisatie ook niet tot een zware bestuurlijke aansturing, zoals dat voor een openbaar lichaam geldt. Bij deze 2e wijziging van de GR worden de (aankomende) wijzigingen in wet- en regelgeving, die eveneens het gevolg hebben dat de vigerende Gemeenschappelijke regeling zal moeten worden gewijzigd, meegenomen. Het gaat hier om noodzakelijke technische wijzigingen die passen binnen het beleidsneutrale karakter van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Hiermee kan de GR, vooruitlopend op de nieuwe wet, binnen een geactualiseerd juridisch kader blijven functioneren en wordt zo veel mogelijk voorkomen dat de Gemeenschappelijke regeling op afzienbare termijn opnieuw moet worden aangepast. De vigerende Gemeenschappelijke regeling is extern getoetst door mr. R.J.M.H. (Rob) de Greef van Cooperación, wat heeft geleid tot het wijzigingsvoorstel dat u in bijlage 1 aantreft. Het voorliggend besluit is de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke regeling 2020. De eerste wijziging betrof de uitbreiding van de bevoegdheid van het bestuur om deelname aan de werkgeversvereniging mogelijk te maken1. Wij vragen uw college om: De 2e wijziging van de GR BghU 2020 vast te stellen. Om dit besluit te kunnen nemen dient op grond van artikel 61, tweede lid Wgr het college eerst toestemming van de gemeenteraad te krijgen om in te stemmen met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. Let op: Na de inwerkingtreding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient de gemeenteraad naast toestemming ook om een zienswijze gevraagd te worden2. Na inwerkingtreding van de wetswijziging krijgen vertegenwoordigende lichamen gelegenheid om vooraf een zienswijze te geven op het gehele ontwerp van een gemeenschappelijke regeling (of de wijziging daarvan).

De wetswijziging treedt op 1 juli 1 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-60767.html 2 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35513-3.html p.10

2022 in werking. Hoewel nog niet wettelijk verplicht, kan er ook vooruitlopend op de wetswijziging van 1 juli aanstaande om een zienswijze gevraagd worden. Zodra hiertoe de besluiten door alle deelnemers zijn genomen zal de gemeente Utrecht zorg dragen voor de publicatie van de 2e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling. Graag ontvangen wij een afschrift van de genomen besluiten.

Hoogachtend, Het bestuur, namens deze, De secretaris,

M. Vrisou van Eck

Bijlagen 1. Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 20202e wijziging;

3.3 Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelasting 2023 1 Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelasting 2023.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Oya Akyol 10548126 Volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 vast te stellen, waarin de tarieven worden aangepast met de verhoging van 18% conform het coalitieakkoord 2022, de inflatie (3,5%) en aan de waardeontwikkeling.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Jaarlijks wordt de verordening onroerende-zaakbelastingen geactualiseerd. In de tarieven is de besluitvorming van het coalitieakkoord 2022 (verhogen met 18%) en de waardeontwikkeling verwerkt. Met dit voorstel wordt de raad voorgesteld om de tarieven voor 2023 vast te stellen. De nieuwe tarieven gaan in per 1 januari 2023.

Context Aanleiding Conform de beleidslijn die is ingezet bij de behandeling van de verordening onroerendezaakbelastingen 2013 (2013/139) berekenen we de tarieven onroerendezaakbelastingen op een later moment in het jaar dan de tarieven van de overige heffingen. Hierdoor kunnen tarieven worden voorgesteld waarin de meest recente gegevens met betrekking tot de verwachte waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen zijn meegenomen. Met ingang van belastingjaar 2015 worden de tarieven tevens bijgesteld voor het verschil tussen de verwachte waardeontwikkeling en de werkelijke waardeontwikkeling van het jaar ervoor. Hiertoe worden de volgende elementen in het tarief verwerkt: - een aanpassing van het tarief Cf. coalitieakkoord 2022 met 18% - een aanpassing van het tarief Cf. inflatie met 3,5% - de verwachte waardeontwikkeling 2022: voor woningen 17,7% en voor niet-woningen 1,3% - de bijstelling waardeontwikkeling 2021: voor woningen -0,4%. Voor niet-woningen is de verwachte waardeontwikkeling 1,1%. Juridische context De raad is op grond van artikel 216 Gemeentewet bevoegd tot het vaststellen van een belastingsverordening. De onroerende-zaakbelastingen worden geheven op grond van de artikelen 220 tot en met 220h Gemeentewet. Het is mogelijk om kwijtschelding van de lokale belastingen aan te vragen ten name van natuurlijke personen voor belastingaanslagen in de privésfeer.

Kwijtschelding is mogelijk als er sprake is van een inkomen onder het bijstandsniveau en onvoldoende eigen vermogen. Als men huiseigenaar is en er sprake is van overwaarde van de woning, dan komt men niet in aanmerking voor kwijtschelding wegens de vermogensnorm. Beoogd effect De verordening onroerende-zaakbelasting vormt de juridische basis voor de belastingaanslagen van het komend jaar. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Nota lokale heffingen en Coalitieakkoord 2022 Investeren in Utrecht - financiën

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 vast te stellen, waarin de tarieven worden aangepast met de verhoging van 18% conform het coalitieakkoord 2022, de inflatie (3,5%) en aan de waardeontwikkeling.

Argumenten 1.1

Hiermee worden de tarieven geactualiseerd Het uitgangspunt voor de tariefberekening is de gewenste opbrengst die voor het betreffende jaar in de begroting staat. Bij de berekening van de opbrengsten OZB is conform het Coalitieakkoord 2022 rekening gehouden met 18% en inflatie 3,5% is een stijging van 21,5%. 2

Bij de berekening van de tarieven wordt tevens rekening gehouden met de waardeontwikkeling. Woningen Bij de berekening van het OZB-tarief voor eigenaren van woningen is tevens rekening gehouden met een waardeontwikkeling in de periode tussen de waardepeildatum van de aanslagen OZB 2022 (1 januari 2021) en die van de aanslagen OZB 2023 (1 januari 2022) van 17,7%. Daarnaast kunnen we tarieven ook bijstellen voor waardeontwikkeling van het vorige jaar, omdat de definitieve waardestijging over dat jaar nu bekend is. Deze bijstelling bedraagt 0,4%. De ingeschatte waardeontwikkeling voor woningen bedroeg 10,5%, de werkelijke waardeontwikkeling is 10,1 %. Het tarief voor eigenaren van woningen komt dan op 0,0790% (2021: 0,0762%). Niet-woningen Bij de berekening van de OZB-tarieven voor eigenaren en gebruikers van nietwoningen is tevens rekening gehouden met een waardeontwikkeling in de periode tussen de waardepeildatum van de aanslagen OZB 2022 (1 januari 2021) en de aanslagen OZB 2023 van 1,3%. Daarnaast kunnen we tarieven ook bijstellen voor waardeontwikkeling van het vorige jaar, omdat de definitieve waardestijging over dat jaar nu bekend is. Deze bijstelling bedraagt 1,1%. De ingeschatte waardeontwikkeling voor niet-woningen bedroeg 0,3%, de werkelijke waardeontwikkeling is 1,4%.

Het tarief voor eigenaren van niet-woningen komt dan op 0,4270% (2021: 0,3599%), dat voor gebruikers van niet woningen op 0,3449% (2021: 0,2907%).

Financiën De uitvoering van de onroerende-zaakbelastingen vindt door de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) plaats. De gemeente betaalt een jaarlijkse vergoeding aan de BghU voor deze dienstverlening. De opbrengsten van de onroerendezaakbelastingen zijn onderdeel van onze algemene middelen. In de paragraaf lokale heffingen gaan wij in op deze heffing en onze voornemens voor 2023.

Vervolg Nadat de raad de verordening heeft vastgesteld wordt deze gepubliceerd op overheid.nl. De nieuwe tarieven worden met ingang van 1 januari 2023 geheven.

Participatie Over dit voorstel heeft geen participatie plaatsgevonden.

Communicatie De nieuwe tarieven worden naast publicatie op overheid.nl gemeld op de website van de Belastingsamenwerking.

Niet-Referendabel Het besluit van de raad op dit voorstel is niet-referendabel. Het betreft een raadsvoorstel over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen (artikel 3 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening op de heffing en invordering onroerende-zaakbelastingen 2023

3

Bijlagen informatief

-

4

1 Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023.docx

Verordening op de heffing en invordering van onroerende-

zaakbelastingen 2023 gemeente Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van met kenmerk 10548126 gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7c87530a-a964-4427-b539-02dd4bf4f483