CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 4 juni 2024, gemeente Utrecht28.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Landelijk ontbreekt het aan een samenhangende visie, structureel beleid en voldoende middelen voor het voorkomen en tegengaan van dakloosheid van de verschillende doelgroepen en de gevolgen die dit met zich meebrengt voor gemeenten. De onduidelijkheid over hoe het landelijk beleid voor de LVV en de aanpak gericht op EU-arbeidsmigranten er vanaf 2025 gaan uitzien, brengen grote onzekerheden en financiële risico’s met zich mee voor de gemeente Utrecht. Venijnig maatschappelijk vraagstuk Het tegengaan van dakloosheid is daarmee een complex venijnig vraagstuk – een wicked problem – vanwege diverse externe factoren die van invloed zijn, de beperkte invloed van de gemeente op de daadwerkelijke oorzaken van de problemen, de afhankelijkheid van het Rijk, de regio en andere domeinen en de grote onzekerheden en onvoorspelbaarheden. Het is echter belangrijk om het tij te keren: ten opzichte van 2022 verbleven in 2023 fors meer mensen in een voorziening voor maatschappelijke opvang. In 2022 waren dit 2.401 unieke personen, in 2023 betrof dit een aantal van 2.646 unieke personen2. Een toename dus van ruim 10 procent. We richten ons op duurzame oplossingen om dakloosheid te voorkomen en organiseren de opvang als vangnetvoorziening.

Tegelijkertijd liggen er factoren die maken dat dakloze mensen naar Utrecht komen voor een deel buiten onze invloedssfeer en zijn onze sturingsmogelijkheden beperkt. We zijn ons bewust dat we hierdoor niet kunnen voorkomen dat mensen in sommige gevallen op straat slapen. Meer inzicht in de doelgroepen Reguliere dakloze mensen: Wij definiëren dakloze mensen als mensen die slapen in de open lucht, in overdekte openbare ruimten of een auto, of in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie, zonder vaste verblijfplaats. 3 Het gaat om een diverse groep mensen die dakloos raakt. We zien de volgende subgroepen: - Mensen met multi-problematiek op meerdere levensdomeinen, zoals psychische problemen, verslaving, verstandelijke beperkingen, laaggeletterdheid of een combinatie daarvan.

2 Om dubbeltellingen te voorkomen zijn de cijfers van de voorzieningen BOKA, Parana en

Corporatiehotel hierin niet meegenomen. 3 Voor definiëring van de doelgroep dakloze mensen sluit we aan bij de definitie van het CBS omdat deze het beste aansluit bij onze huidige definitie van dakloze mensen zoals opgenomen in de toekomstvisie op de daklozen opvang (2017):

-

Voor een deel zijn dit mensen die zorg nodig hebben, maar waar binnen het zorglandschap (Wmo/WLZ/Zvw) geen passende zorg voor beschikbaar is, of waarbinnen deze mensen niet te handhaven zijn of zorg mijden. Dakloze jongvolwassen mensen tussen de 18 en 27 jaar. Gezinnen die dakloos raken. Hier speelt veelal ook multi-problematiek. Economisch dakloze mensen. Deze groep is de afgelopen jaren in beeld gekomen als ‘nieuwe dakloze mensen’ die relatief zelfredzaam zijn, maar ten gevolge van sociaal-economische problemen zoals (hoge) schulden, een relatiebreuk of het verlies van een baan dakloos raken.

Dakloze EU-(arbeids)migranten: Deze groep komt naar Nederland onder het vrij verkeer van personen binnen de Europese Unie. Deze EU-burgers raken in de meeste gevallen dakloos na baanverlies, omdat ze dan ook hun woonruimte verliezen. Vaak speelt dan een combinatie van problemen. Daarnaast zijn er individuen met een reeds bestaande kwetsbaarheid die naar Nederland komen. Zij vinden niet altijd werk en eindigen op straat. Het is landelijk niet bekend wat de omvang van deze specifieke groep precies is, maar Stichting Barka ziet in Utrecht per kwartaal ruim 200 tot 250 dakloze EU-arbeidsmigranten. Stichting Barka zet met een outreachende aanpak in op maatwerk gericht op perspectief, werk en woonruimte in Nederland dan wel in de landen van herkomst. Voor dakloze EU-(arbeids)migranten ontbreekt het aan integrale aanpak vanuit het Rijk en structureel beleid en middelen. Een deel van de groep EU-arbeidsmigranten heeft ook recht op verschillende (Wmo)voorzieningen. Momenteel loopt een pilot bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin wordt onderzocht voor welk deel van de doelgroep dit geldt, door dit inzichtelijk te maken in een nieuwe tool. De tool geeft meer inzicht in welke rechten deze groep heeft. Dit sluit aan bij de aanpak in Berlijn en Poznan bij de Barka communities, die ook uitgaat van gelijke rechten.

Dakloze ongedocumenteerde mensen (wel- en niet LVV-gerechtigd): Dakloze ongedocumenteerde mensen zijn mensen die geen verblijfsvergunning hebben en dakloos zijn. Er speelt vaak een combinatie van veiligheids-, medische en/of humanitaire vragen. Ongedocumenteerde mensen krijgen ondersteuning en opvang op basis van humanitaire gronden en mensenrechten. Knelpunten ontstaan veelal door zorgmijding en doordat toegang tot nadere specialistische medische hulp vaak ingewikkeld is. Bestaande regelingen via het CAK (Stichting Centraal Administratie Kantoor AWBZ) bieden alleen de meest noodzakelijke medische zorg en vergoeding voor zorgverlenende partijen. Eventuele opvang voor deze groep mensen vindt plaats op basis van humanitaire gronden. Op basis van een specifiek aantal criteria kunnen ongedocumenteerde mensen een beroep doen op de LVV. Hierin wordt opvang en sociaaljuridische begeleiding geboden, evenals toeleiding naar benodigde zorg. De financiering hiervoor is beschikbaar tot eind 2024 en daarna is de financiering onzeker (ook met het oog op de verkiezingsuitslag van november 2023). Op dit moment bieden we binnen de LVV 235 plekken. De oorzaken van dakloosheid, ondersteuningsvragen, voorzieningen, juridische status van deze doelgroepen, rechten en plichten en de wettelijke kaders zijn verschillend voor deze groepen. In de bijlage is dit per doelgroep uitgewerkt.

Opgaven in de opvang voor reguliere dakloze mensen De gemeente Utrecht is centrumgemeente voor de organisatie van maatschappelijke opvang in de U16: met de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang organiseert Utrecht voor 16 gemeenten de opvang voor dakloze mensen op grond van de Wmo. Utrecht heeft de afgelopen jaren op basis van de visie op de daklozenopvang stevig geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van de opvang. Alle locaties bieden 24-uurs opvang en voor een groot deel zijn er eenpersoonskamers. De gemeente Utrecht kent 13 opvanglocaties met in totaal 357 opvangplekken. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen met nadere informatie over de verschillende opvanglocaties.

We zien de volgende ontwikkelingen en knelpunten in de maatschappelijke opvang en de ketensamenwerking: - Sturingsinformatie: het ontbreekt aan inzicht in eenduidige sturingsinformatie over dakloosheid en gebruik van maatschappelijke opvang. Realtime informatie over de beschikbare plekken, bezetting en in-, door- en uitstroom is nodig om te matchen, plaatsen en strakker te sturen. - Huidige opvang onder druk: het aantal MO-plekken is niet voldoende gezien de groei van het aantal dakloze mensen. De huidige vorm en kwaliteit van de opvang staan onder druk. In de Visie op de Toekomst van de Daklozenopvang (2017) is omschreven dat mensen idealiter op een eigen kamer verblijven, omdat mensen in rust sneller herstellen. Ook is de kans op verslechtering van de problematiek in de opvang kleiner bij het gebruik van eenpersoonskamers. Dit bevordert dooren uitstroom. Echter, het in stand houden van eenpersoonkamers staat onder druk. Omdat er onvoldoende woningen zijn om uit te stromen, vertaalt de hogere kwaliteit van eenpersoonskamers zich niet naar snellere doorstroom en leidt dit tot hogere kosten en een lagere capaciteit. Extra nieuwe opvangplekken realiseren is ingewikkeld, omdat we te maken hebben met financiële krapte en een tekort aan fysieke ruimte in de stad.

- Ketensamenwerking: er is instroom van mensen in de MO waarbij een zorgprobleem op de voorgrond staat, bijvoorbeeld mensen die worden geschorst uit Beschermd verblijf (Wmo) of een Wet langdurige zorg (Wlz) voorziening. Op dit moment maken deze mensen gebruik van de MO, maar horen zij op basis van hun indicatie thuis in een zorgvoorziening. Dat is soms binnen een ander wettelijk kader, zoals bij mensen met een Wlz-indicatie. Door afspraken te maken met zorgaanbieders en het zorgkantoor zetten we erop in dat deze mensen op de juiste plek en binnen de voor hen geldende wettelijke kaders geholpen gaan worden. - Langdurig verblijf: een deel van de voorzieningen die onder MO valt, heeft een meer langdurige verblijfsfunctie dan kortdurende crisisopvang. - Langslapers: er is een groep mensen in de opvang voor wie een Wlz voorziening of beschermd wonen beter passend is, maar voor wie de toegang hiertoe gehinderd is door bijv. indicatieproblemen of doordat mensen niet willen meewerken aan indicatiestelling en/of zorg mijden. - Ex-gedetineerde mensen: Voor ex-gedetineerde mensen zijn er niet altijd passende vervolgoplossingen bij het verlaten van de Penitentiaire Inrichting, ondanks de gerichte inzet tijdens detentie om zijn/haar perspectief te verbeteren. Deze personen worden gemeld bij de maatschappelijke opvang, terwijl deze voorziening hier eigenlijk niet voor bedoeld is.

- Prikkels in de opvang. In sommige gevallen blijkt het nu financieel gunstiger te zijn in de opvang dan zelfstandig te wonen. Inzichten uit maatschappelijke kosten-baten analyses Deze opgaven worden ook onderbouwd vanuit maatschappelijke kosten-batenanalyses onderzoek over maatschappelijke opvang. Uit het Cebeon onderzoek (2015) naar de kosten en baten van MO beleid blijkt het volgende: Voorkomen is beter en goedkoper dan genezen: de kosten-batenanalyse maakt zichtbaar dat MO-beleid een beroep op dure voorzieningen helpt voorkomen als er effectief ingezet wordt op preventie. Opvang is beter en goedkoper dan op straat: ook met adequate opvang, regie en nazorg draagt MO-beleid eraan bij dat aanmerkelijk hogere kosten op andere domeinen worden vermeden. Met de kosten-batenanalyse is cijfermatig onderbouwd dat de geleverde inspanningen om feitelijk daklozen een passend onderdak te verschaffen en in traject te leiden per saldo baten opleveren. Effectief beleid vraagt inzet van alle ketenpartijen: de baten vallen ook bij andere verantwoordelijke partijen en vragen om een gezamenlijke en integrale benadering van de doelgroepen van de MO.

Specifieke opgave rondom structurele inrichting KWR Tussen 1 november en 1 april geldt de Koudweerregeling (KWR). Dit houdt in dat alle mensen die dak- of thuisloos zijn ’s nachts worden opgevangen zodra de gevoelstemperatuur onder de 0 °C zakt of bij extreme weersomstandigheden. Dit is om te voorkomen dat zij vanwege het koude weer gezondheidsschade oplopen. Dit betreft een bovenwettelijke taak en er zijn geen landelijke richtlijnen voor. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten biedt een handreiking rondom de Winterkouderegeling die gemeenten kunnen volgen. De G4 stemmen intensief af over de KWR. Ook om trek van de ene stad naar de andere te voorkomen. We zien de afgelopen jaren een sterke toename van het gebruik van de KWR. Opgaven in de opvang en zorg dakloze EU-(arbeids)migranten - Utrecht heeft op basis van de incidentele rijksmiddelen een plan opgesteld gericht op opvang en zorg. Deze groep bieden we opvang bij kwetsbaarheid en via een outreachende aanpak bieden we begeleiding, waarbij we inzetten op terugkeer naar werk of land van herkomst. Er zijn 20 plekken nachtopvang op dit moment en er is een kleinschalige 24-uursopvang (doorgangswoning) voor 5 mensen. De outreachende aanpak is gericht op herstel, begeleiding terug naar werk en huisvesting of land van herkomst. Uit de evaluatie van de winteropvang 2022-2023 blijkt dat de outreachende aanpak van Utrecht goed werkt.

- Er zijn per kwartaal ongeveer 250 dakloze EU-(arbeidsmigranten) in Utrecht. Niet alle dakloze mensen uit deze groep komen op basis van ons beleid in aanmerking voor opvang: circa 40 procent van de groep lukt het om binnen afzienbare tijd weer werk en huisvesting te vinden of gaat zelfstandig terug naar land van herkomst. We vangen enkel zeer kwetsbare EUarbeidsmigranten op die zichzelf niet kunnen redden en niet zelfstandig weer aan het werk kunnen of kunnen terugkeren naar het land van herkomst. Voorwaarde is dat zij actief meewerken aan hun herstel: terugkeer naar werk of naar land van herkomst. - Het huidig aantal opvangplekken is niet voldoende door de autonome groei van het aantal dakloze (EU)-arbeidsmigranten, waarbij we als gemeente niet kunnen sturen op de toestroom van deze groep, ook omdat een integrale, preventieve aanpak van rijkswege ontbreekt. - Stichting Barka zet met een outreachende aanpak in op terugleiding naar werk of het land van herkomst. Zij krijgen binnen korte tijd ongeveer 40 procent terug op de rit. Een ander deel vertrekt uit zichzelf, deels naar land van herkomst, deels naar andere steden.

- Met de toename van het aantal dakloze EU- (arbeids)migranten, het ontbreken van landelijk integraal beleid en de onzekerheid van de financiering na 2024, staat de uitvoering onder druk en is het van belang de werkzame bestanddelen overeind te houden om deze groep zoveel mogelijk perspectief op werk of terugkeer te kunnen blijven bieden. Daarbij moet ook gevolg worden gegeven aan de inzichten uit de rechtentool van het ministerie van VWS. Opgaven in de opvang en zorg dakloze ongedocumenteerde mensen - Sinds 2019 tot eind 2024 loopt de pilot met LVV. Op dit moment bieden we binnen de LVV 235 plekken met een fluctuerende wachtlijst. De rijksmiddelen voor het opvangen en begeleiden van deze groep zijn beschikbaar tot eind 2024. Daarna is de rijksfinanciering onzeker. - Niet alle ongedocumenteerde mensen komen in aanmerking voor de LVV. Als gemeente doen we voor deze groep extra inzet in geval van humanitaire- en veiligheidsproblematiek, zonder dat dit feitelijk onder onze formele taken valt. Hier is geen structurele financiering voor. De subgroep van overlastgevende en/of criminele vreemdelingen Binnen Utrecht zien we ook een specifieke groep van overlastgevende ongedocumenteerde mensen op straat. Een deel van hen keert om allerlei redenen (nog) niet terug naar het land van herkomst wanneer zij geen verblijfsvergunning krijgen en belanden op straat.

De groep zorgt voor stevige overlast in de stad en brengt daarmee kosten op het gebied van veiligheid en zorg met zich mee. Deze groep heeft ook geen recht om opgevangen te worden in de LVV, wat leidt tot frustratie en onveilige situaties bij voorzieningen. Deze mensen hebben meestal geen enkel perspectief in Nederland en ook geen legale middelen om in hun bestaan te voorzien. Zij organiseren zich vaak in

grotere groepen, die overlastgevend en crimineel gedrag vertonen en in Europa rondtrekken. (Medische) hulpverleners zien bij individuen uit deze groep zorgelijke signalen, die kunnen passen bij misbruik, ernstige GGZ problematiek en prostitutie. Ook voor deze groep is er behoefte aan een meer duurzame aanpak waarin we handhaven en perspectief bieden. Dit laatste gebeurt nu met aanpak van Meldpunt Perspectief waarin net zoals bij Barka, hulpverleners met de doelgroep in gesprek gaan om tot een oplossing te komen. In veel gevallen is dat (vrijwillige) terugkeer. Ondanks handhaving lukt het nog niet om deze overlast structureel op te lossen. Het uitgangspunt voor deze groep is overlast en criminaliteit op straat te verminderen en de oplossing is terugkeer naar land van herkomst in de praktijk te realiseren. Het is van belang dat er vanuit het Rijk een samenhangende aanpak komt voor deze groep. Voor de niet LVV-gerechtigden ongedocumenteerde mensen bestaan alleen de universele kaders van de mensenrechten om op terug te vallen voor wat betreft het behoud van een menswaardig bestaan. Voor hen is het veelal zoeken naar onconventionele oplossingen qua toekomstperspectief. Conclusie analyse & betekenis voor deze beleidsnota We zien een autonome groei van dakloosheid. Internationale migratie lijkt toe te nemen, waarbij we als gemeente nauwelijks kunnen sturen.

Als percentage van de wereldbevolking is het aandeel vluchtelingen de laatste 60 jaar gelijk gebleven. Ook hebben we te maken met onzeker landelijk beleid en toenemende schaarste in ruimte, professionals en financiering. Daarbij hebben we te maken met een woonprobleem, waardoor de housing-first aanpak bijna onmogelijk wordt, doordat mensen niet kunnen uitstromen uit de opvang. Door hoge woonlasten kunnen mensen soms niet meer in hun huis blijven wonen. Deze veranderende context vraagt om nieuwe beleidskaders om de opvang beheersbaar te houden en mensen die dat nodig hebben te kunnen blijven ondersteunen. Op de opgave rondom de huisvesting van kwetsbare en bijzondere groepen geven we antwoord in het programma Thuis voor Iedereen. Daarnaast zetten we vanuit onder andere de beleidsnota Bestaanszekerheid en Wmo-nota in op meer preventie. In het bieden van opvang, zetten we in op een samenhangende, doelgroepoverstijgende aanpak die perspectief biedt. Dat is de focus van deze beleidsnota. Nieuwe beleid Utrecht onderdak in vier treden Op basis van de autonome groei van dakloosheid, het tekort aan woonruimte, krapte in budget en ruimte en de wijze waarop de huidige opvang is georganiseerd, kunnen we zonder aanpassingen in de huidige inhoudelijke en financiële kaders niet meer aan de wettelijke taken voldoen die we als centrumgemeente hebben voor maatschappelijke opvang.

Ook kunnen we de humanitaire medische ondergrens niet meer borgen voor EU-(arbeids)migranten en ongedocumenteerde mensen. Voorheen konden er uit onderbesteding in de Wmo voor zeer kwetsbare dakloze mensen uit deze groepen uitzonderingen worden gemaakt waar nodig, maar door de toegenomen druk op de opvang is deze flexibiliteit niet meer mogelijk. De beleidsmaatregelen die we reeds uitvoeren (inzet op voldoende huisvesting, sturen op toegang en optimaliseren opvangketen), bieden op dit moment nog geen oplossingen voor het tekort aan opvangplekken. Het huidige opvangtekort vraagt daarom om scherpere beleidskeuzes van de gemeente. Om hierin te ondersteunen gaan we aan de slag met een – niet lineaire, maar wel samenhangende – aanpak met vier treden gericht op het terugdringen van dakloosheid en het bieden van opvang. Hierbij zijn de eerdere beschreven uitgangspunten leidend. Per trede noemen we de aangescherpte beleidsmaatregelen. In de bijlage is een uitwerking van de beleidslijnen opgenomen. Trede 1: Preventie en inzet op bestaanszekerheid Eerste inzet van de gemeente, regiogemeenten en partners is om dakloosheid te voorkomen binnen de invloedsfeer die de gemeenten en partners hebben. Voor U16 inwoners begint dit met inzet op vroegsignalering, het behouden van eigen woonruimte, financiële bestaanszekerheid en passende ondersteuning.

Hierbij gaat het over inkomensondersteuning, schuldhulpverlening en integrale hulp bij meervoudige problematiek, maar ook om passende (behandel)zorg en outreachend werken.

Utrecht zet samen met haar partners met het nieuwe actieprogramma ‘Samen eropaf” in op passende zorg en ondersteuning voor mensen met een samenloop van problemen en een (potentieel) veiligheidsrisico. In lijn met het nieuwe Wmo beleid zetten we stevig in op preventie door een sterke sociale basis (onder meer door informele zorg, thuis in de wijk, sociale cohesie, taal- en digitale vaardigheden). Met het programma Thuis voor iedereen zet Utrecht in op voldoende huisvesting voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen, waaronder de mensen die uitstromen uit MO/BW maar het is uitdagend voldoende woningen te realiseren. Met betrekking tot financiële bestaanszekerheid geldt voor de gemeente Utrecht dat we met de nieuwe beleidsnota Bestaanszekerheid inzetten op tijdig passende hulp ontvangen bij rondkomen en het oplossen van problematische schulden. Inwoners ervaren het stelsel van (lokale) regelingen als complex. De komende vier jaar zetten we daarom in op het eenvoudiger maken van de regels en processen van onze armoederegelingen. Daarnaast proberen we zoveel mogelijk regelingen automatisch toe te kennen als we inwoners in beeld hebben. We gaan ons de komende jaren specifiek richten op de dienstverlening rond aanvragen van een uitkering en bijzondere bijstand. Dit zijn ook processen waar dak- en thuisloze mensen vaak mee te maken hebben.

Ook hebben we speciale aandacht voor no-show en uitval bij schuldhulpverlening. Tot slot heeft de nota Financiële bestaanszekerheid speciale aandacht voor kwetsbare jongeren. Vooral jongeren tussen de 18 en 21 jaar die uit de jeugdzorg komen hebben een financieel kwetsbare positie, net als dak- en thuisloze jongeren. Een deel van deze jongeren zit ook in de bijstand. Wij willen juist deze jongeren extra aandacht geven als het gaat om bestaanszekerheid. We gaan daarom de systematiek van de jongerentoeslag herzien en vereenvoudigen. Bij ongedocumenteerde dakloze mensen is preventie een andersoortige opgave, omdat dit te maken heeft met de situatie in het land van herkomst en de doorlopen procedure. In trede 1 zetten we voor ongedocumenteerde daklozen in op internationale en nationale lobby Daarnaast zetten we binnen de LVV in op een palet aan effectieve ondersteuning om samen met de andere gemeenten, partners en Rijk te leren van de pilot. Bij EU-arbeidsmigranten zetten we in op de outreachende ondersteuning en begeleiding van Barka, die bijna de helft van de dakloze EU-arbeidsmigranten helpt zonder dat zij opvang nodig hebben. We zetten ook in op landelijke lobby met betrekking tot landelijke afspraken door het Rijk met werkgevers, uitzendbureaus en verhuurders van woonruimte en het pleidooi voor een integrale aanpak.

Dit is onder voorwaarde van het voortzetten van financiering door het Rijk. Voor de specifieke groep overlastgevende en/of criminele vreemdelingen zetten we in op herstel van perspectief en terugkeer vanuit het Meldpunt voor Perspectief, in combinatie met gedwongen aanpak vanuit AVIM, samen met andere rijkspartners en steden. Daarbij werken opvang en Openbare Orde en Veiligheid aan een gericht Actieplan. Ook dit is afhankelijk van rijksfinanciering. Trede 2: Opvang op basis van landelijke kaders Als met inzet in trede 1 niet voorkomen kan worden dat mensen dakloos raken, organiseert de gemeente opvang binnen de eigen 'opvangkolom' (Wmo4, LVV en niet-LVV en EU(arbeids)migranten) op basis van landelijke kaders en landelijke middelen. Deze inzet is gericht op: ▪ Efficiënte organisatie opvang met bewaken ondergrens: duidelijke en aangescherpte toegangscriteria in lijn met de G4 en sturen op landelijke toegankelijkheid, sturen op goedkoopst mogelijke adequate opvangplekken, meer doen met minder geld, passende zorg in de opvang (onder andere sociaal-medische zorg) en creatieve oplossingen zodat meer mensen opgevangen kunnen worden binnen bestaande kaders. Voor de maatschappelijke opvang betekent dit dat we zullen inzetten op meer meerpersoonkamers waar dit mogelijk en passend is.

Voor mensen in de 4De recente tool van VWS geeft inzicht in welk deel van de groep EU-arbeidsmigranten recht heeft op

verschillende (Wmo)-voorzieningen.

▪ ▪

opvang waar een Wlz- of BW-beschikking voor is, letten we erop dat mensen onder de juiste wet geholpen worden. Doorstroom versnellen: sturen op voorwaardenaanpak, trajectbegeleiding, werken aan activering, toeleiden naar werk en inzet op toekomstperspectief. Uitstroom versnellen: woonbehoefte in beeld en samenwerking met Thuis voor Iedereen, sturen op uitstroom naar wonen, werk of land van herkomst, inzet op tussenvormen en informele oplossingen.

Trede 3: Doelgroepoverstijgende opvangoplossingen Als het binnen treden 1 en 2 niet lukt om dakloosheid te voorkomen, passende andere oplossingen in te zetten in plaats van opvang en/of voldoende opvang te organiseren, dan is de inzet gericht op doelgroepoverstijgende maatregelen: ▪ Vrijmaken van flexibele ruimte in het MO stelsel voor de meest kwetsbare mensen die niet onder de Wmo vallen, maar wel opvang nodig hebben op basis van humanitaire en medische gronden. ▪ Voldoende ziekenboegbedden om te zorgen dat er in elk geval geen zieke mensen op straat verblijven. We zetten hierbij meer in op het voorliggend veld en onderzoeken hoe we hierin meer gebruik kunnen maken van zorg, zoals eerstelijnsverblijf (ELV), die vanuit de zorgverzekeringswet gefinancierd en georganiseerd kan worden. ▪ Sociaal medische zorg voor de meest kwetsbare dakloze mensen. Ook hier zetten we allereerst maximaal in op wat voorliggend vanuit de Zorgverzekeringswet (en de twee CAK-regelingen, voor onverzekerde en voor onverzekerbare mensen) gefinancierd en georganiseerd kan worden. ▪ Structurele en efficiënte organisatie, middelen en financiële afspraken met uitvoerende partijen met betrekking tot de Koudweerregeling, in samenwerking met de G4.

Trede 4: Noodmaatregelen voor opvang Wij voorzien dat het met inzet in trede 1, 2 en 3 op basis van huidig beleid niet zal lukken om binnen de bestaande kaders alle dakloze mensen die voldoen aan de toegangscriteria opvang te bieden en te voldoen aan onze wettelijke taken en de humanitaire ondergrens te borgen. Dit vergroot de urgentie om in te zetten op de beleidslijnen. Als met inzet in trede 1, 2 en 3 het niet lukt om aan de wettelijke taken te voldoen voor opvang en de humanitair medische ondergrens te bewaken, zijn er noodmaatregelen nodig om ervoor te zorgen dat we de meest kwetsbare inwoners op kunnen blijven vangen. Noodmaatregelen kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het (tijdelijk) aanpassen van de kwaliteit van opvang en het vrijmaken van extra middelen voor meer opvangplekken. Samenvattend: we zetten in op een sterke sociale basis, toegang, triage en perspectief om de schaarse plekken in te zetten voor de meest kwetsbare groepen en ze snel door en uit te laten stromen. Ons beleid stemmen we af met de G4, ook om bewegingen tussen de steden zoveel mogelijk te voorkomen. Voor de LVV en EU-(arbeids)migranten stemmen we ook breder af dan alleen de G4. Als gemeente sturen we op meer doen met minder budget. In de huidige context betekent dat ook dat versoberen nodig is.

Echter, de autonome groei van dakloosheid houdt aan, het ontbreekt aan voldoende uitstroommogelijkheden vanwege een tekort aan woonruimte. Het zal ook tijd kosten voordat de effecten van de maatregelen die zijn ingezet onder trede 1, 2 en 3 merkbaar worden in de stad. Daarom zet de gemeente Utrecht de komende jaren in op extra noodzakelijke en sobere opvangplekken en de structurele financiering van de KWR. Het besluit hierover neemt de gemeenteraad bij de Voorjaarsnota 2024. Parallel stevige inzet op internationale en nationale lobby gericht op oplossingen van knelpunten in de opvang van ongedocumenteerde mensen, EU-(arbeids)migranten en reguliere dakloze mensen. - We zetten actief in op de lobby richting het rijk voor extra middelen voor opvang en de uitvoering van het Landelijk Actieplan dakloosheid

-

-

We zetten met onze lobby in op een landelijke integrale aanpak arbeidsmigratie met een landelijke integrale aanpak structurele en voldoende financiering. De nadruk ligt hierbij ook op preventie en de uitvoering van het rapport Roemer om tot betere leef- en werkomstandigheden te komen en uitval uit werk/wonen zo veel mogelijk te voorkomen. Voor de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) zetten we met onze lobby in op continuering van de voorziening en landelijke dekking in 8 steden met voldoende structurele financiering. In onze lobby zetten we in op een samenhangende aanpak van het Rijk voor deze groep, die ook een antwoord biedt wanneer mensen niet werken aan vrijwillige terugkeer.

Actieagenda Utrecht Onderdak Als (centrum)gemeente is het van belang om samen met de regio en partners te sturen op de doelen van deze beleidsnota. Samen met partners is het belangrijk meer te investeren in een ontwikkelende werkwijze, waar samen geleerd wordt van wat er wel en niet werkt in de nieuwe aanpak en waar continu verbeteringen worden doorgevoerd. Dit doen we met een Actieagenda om uitvoering te geven aan deze beleidsnota. Hierbij zetten we stevig in op het perspectief van cliënten, belangenbehartigers en cliëntorganisaties en het benutten van hun inzichten voor de verbetering van de uitvoeringspraktijk.

C. Monitoren, sturen en verantwoorden 1. Indicatoren In de monitoring volgen we de doelstelling uit de programmabegroting: Samen met de regio bieden we inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn en/of dakloos zijn, 24-uurs begeleiding in de nabije omgeving van de inwoner. In de Wmo-nota ‘Samen leven, samen zorgen’ is deze doelstelling verder geoperationaliseerd in onderstaande indicatoren. Dit is het startpunt voor de doorontwikkeling van nieuwe indicatoren voor Utrecht Onderdak. Deze indicatoren ontwikkelen we in het verlengde van de doelstellingen zoals opgenomen in deel B. Onder de aanvullende beleidslijnen verbeteren we de monitoring en data op het gebied dakloosheid en opvang, ook om daar beter op te kunnen sturen. Hiervoor ontwikkelen we een integraal dashboard met sturingsinformatie. Tot de nieuwe indicatoren zijn ontwikkeld hanteren we de huidige indicatoren uit de begroting en Wmo-nota.

Doelstelling

Effectindicator

Vervolgmeting 1

Vervolgmeting 2

Begroting ja/nee

Vanuit begroting: Samen met de regio bieden we inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn en/of dakloos zijn, 24-uurs begeleiding in de nabije omgeving van de inwoner. In Wmo-nota: Inwoners in de U16 regio wonen zoveel mogelijk zelfstandig en krijgen aanvullend op wat er in de sociale basis en de basiszorg kan worden geboden, passende ondersteuning in de eigen leefomgeving. Als dit (tijdelijk) niet mogelijk is, heeft de U16-regio passende opvang- en verblijfsvoorzieningen.

Bereik: aantal Zie overzicht Jaarlijks mensen dat met een bijlage 3 geen ondersteuningsvraag streefnorm wordt geholpen.

Jaarlijks geen streefnorm

Nee

Beschikbaarheid: wachttijd tussen verwijzing en opname in verblijf

Verschilt per 91 dagen soort voorziening 30 - 180 dagen (2022)

91 dagen

Nee

Kwaliteit: cliënt en Evaringwijzer Jaarlijks ondersteuner komen samen tot een oplossing. Inwoner kan zich beter redden door de ondersteuning

Jaarlijks

Nee

0-meting

De nadere invulling van de indicatoren is afhankelijk van deze doorontwikkeling. Hierbij bouwen we voort op het huidige systeem, benutten we aanvullende bronnen en sluiten we aan bij landelijke ontwikkelingen in tellingen. Deze doen we binnen een gezamenlijke Actieagenda van gemeente en partners. Dit gebeurt in samenhang met het Regionaal plan van aanpak dakloosheid U16 en de monitoring in die context. Een uitwerking op het gebied van data en monitoringsinformatie volgt daarom in de tweede helft van 2024, met meer concrete effectindicatoren die we gaan volgend in de beleidscyclus. De indicatoren zullen zich in ieder geval richten op scherper zicht op het aantal dakloze mensen, beschikbaarheid en bezetting van opvangplekken en data over instroom, doorstroom en uitstroom van de opvangvoorzieningen. Voor de LVV monitoren we samen met het Rijk en de andere pilotgemeenten.

2.

Risico’s

Risico-omschrijving Het lukt niet om voldoende woningen te creëren, waardoor mensen niet uitstromen uit de opvang. Bovendien raken meer mensen dakloos doordat ze de hoge woonlasten niet meer kunnen betalen.

Toelichting Doordat er nu al onvoldoende huizen beschikbaar zijn, blijven mensen langer in de opvang en dit staat herstel in de weg. We zien al dat meer mensen een beroep doen op de opvang doordat ze niet langer in hun huis kunnen blijven wonen doordat het te duur is geworden.

De doelen uit het Wmo-kader zijn nog niet behaald en het lukt nog onvoldoende de zorg naar voren te organiseren.

De inzet op preventie van dakloosheid wordt hierdoor nog onvoldoende waargemaakt.

De groep vluchtelingen uit Oekraïne en asielzoekers blijft groeien. Deze groepen doen eenzelfde beroep op dezelfde ruimte.

Het is onzeker hoelang de groep Oekraïners blijft. Ook hebben we een extra taakstelling in huisvesting onder de spreidingswet.

Door verblijven op straat verslechtert de situatie van mensen. Dit geldt zowel voor de fysieke als mentale gezondheid. Daarbij worden risico’s op criminaliteit en misbruik groter.

De situatie van mensen op straat gaat achteruit, waardoor werken aan herstel veel moeilijker is en meer zorg vraagt (tegen hogere kosten). De aanwezigheid van mensen met onbehandelde ernstige psychiatrische aandoeningen en/of geen enkel perspectief leidt tot onveiligheid voor de burgers en toename van overlast. We zien dat herstel moeilijker wordt, langer duurt en meer zorg vraagt (tegen hogere kosten). De cliënt in de opvang wordt ‘zwaarder’, dit is belastend voor personeel. Met de huidige geopolitieke ontwikkelingen, arbeidsmigratie en knelpunten in de asielketen kunnen we niet voorkomen dat mensen naar Utrecht komen en een beroep doen op opvang. Echter, Utrecht heeft zowel de

Als mensen langer in de opvang verblijven, wordt het werken aan (sneller) herstel en perspectief bemoeilijkt.

We hebben nauwelijks sturingsmogelijkheden om de groei van het aantal dakloze mensen (met name EU(arbeids)migranten en ongedocumenteerde mensen) te voorkomen. We kunnen niet

Maatregelen Hier wordt breed op ingezet onder wonen, met extra woningen, specifiek Eerst een (t)huis en huisvesting van groepen in een kwetsbare situatie. Daarnaast kijken we in de regio naar regie op volkshuisvesting, zodat partners in de regio sociale huurwoningen toevoegen in het segment juist voor deze doelgroepen. Vanuit onder meer de nieuwe Wmo-nota zetten we in op de beweging naar voren, preventie en bestaanszekerheid om waar mogelijk dakloosheid te voorkomen. We bereiden verschillende scenario’s voor. Om hier zo goed mogelijk op te anticiperen, zetten we actief in op de landelijke lobby en duurzame oplossingen en bereiden we voorzieningen voor. Als gemeente en partners zetten we zo goed mogelijk in op de juiste begeleiding en ondersteuning, outreachend en door toeleiding naar de juiste zorg binnen de mogelijkheden die we hebben. We zetten in op een stevige lobby richting het Rijk en inzet op trede 1, 2, 3 en 4 gezien de huidige context, ook vanuit het perspectief van openbare orde en veiligheid. We zetten zo goed mogelijk in op de juiste begeleiding en ondersteuning.

Alleen opvang bieden binnen de wettelijke kaders en hiervan afwijken op basis van humanitair medische gronden. Duidelijke richtlijnen en communicatie hierover richting partners en de doelgroepen.

voorkomen dat mensen op straat slapen. Er is grote onzekerheid over de tijdelijke financiering van het Rijk voor de LVVvoorzieningen en voor EU(arbeids)migranten

Er is onzekerheid over structurele middelen in het kader van landelijk plan dakloosheid. Het nog ontbreken van afspraken met regiogemeenten.

De kwaliteit van onze voorzieningen en opvangstelsel kan de druk op ons opvangstelsel nog verder verhogen.

Inzet op noodmaatregelen en crisisopvang brengt hogere kosten met zich mee.

Door de toegenomen druk op de opvang neemt het risico toe dat we niet kunnen voldoen aan onze wettelijke taken. De rechtentool kan leiden tot juridische stappen tegen de stad indien we daar geen uitvoering aangeven.

fysieke ruimte als de financiële middelen niet om al deze mensen onderdak te bieden. We vangen 235 mensen op binnen de LVV die anders op straat zouden belanden. We vangen EU-arbeidsmigranten ook op met tijdelijke middelen en herstellen perspectief met de outreachende aanpak. Het is onduidelijk hoeveel middelen centrumgemeenten ontvangen voor de uitvoering van het landelijk actieplan dakloosheid Eerst een thuis. We zien dat er meer samenwerking met de regio nodig is rondom onder meer preventie, lokale inzet bij dakloosheid en voldoende woningen voor MO-doelgroep. Door centrale ligging van Utrecht, onze voorzieningen en ons goede opvangstelsel, in combinatie met het zijn van een mensenrechtenstad en onze reputatie, komen mensen van elders uit het land, Europees en internationaal graag naar Utrecht. Door crisismaatregelen zien we suboptimale oplossingen in het opvangstelsel. Structurele oplossingen kunnen vaak tegen lagere kosten en meer optimaal worden ingericht. Met de recente inzichten over de rechten van EU(arbeids)migranten binnen de Wmo, zien we dat onze wettelijke taken feitelijk hoger liggen, terwijl het budget niet meegroeit. Naast het niet voldoen aan onze wettelijke taken, is het risico dat we door een humanitaire ondergrens zakken wanneer we zeer kwetsbare (zieke) mensen geen opvang kunnen bieden.

We maken afspraken met de G4 over eenduidige aanpak en zetten in op een stevige lobby. We zetten actief in op de landelijke lobby. Daarnaast bereiden we scenario’s voor in het geval dat de rijksfinanciering voor deze opgaven stopt.

We zetten ook hier actief in op lobby. We blijven in gesprek over de (onrealistische) doelen van het Rijk omtrent in 2030 niemand meer in de opvang. Het proces om met de regio tot een regionaal plan dakloosheid te komen is in volle gang. Planning is om in 2024 het plan gereed te hebben en vast te laten stellen in de colleges van de U16 gemeenten. We hanteren duidelijke toegangscriteria, stellen grenzen en sturen hierop. Hiernaast werken we intensief samen met de G4 en andere gemeenten. We bieden alleen opvang buiten de wettelijke kaders op basis van humanitair medische gronden. Samen met de partners werken we aan oplossingsrichtingen, zowel in effectiviteit als in efficiëntie.

Wederom – we zetten in op een stevige lobby richting het rijk over de gevolgen van hanteren van de rechtentool en de middelen die dit vraagt.

3. Financiën De gemeente Utrecht is centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang en krijgt jaarlijks middelen van het rijk op basis van de Decentralisatieuitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO). Voor de opvang van EU-arbeidsmigranten en outreachende aanpak krijgt de gemeente tijdelijke financiering van het rijk. Hetzelfde geldt voor de LVV. Vooralsnog zijn voor beide voorzieningen slechts tot eind 2024 middelen beschikbaar. (Deze middelen zijn toegezegd en worden formeel bij de meicirculaire toegekend.) In de Voorjaarsnota 2024 zal de raad op basis van een integrale afweging een besluit nemen over de extra middelen die nodig zijn voor het borgen van onze wettelijke taken en de humanitaire ondergrens. Wanneer besluitvorming anders plaatsvindt, betekent dit dat we geen extra plekken kunnen bieden en er meer mensen op straat zijn. Hierbij is randvoorwaardelijk dat het Rijk de middelen voor LVV en EU- (arbeids)migranten continueert na 2024.

Financiën (in €1000) Structureel 2027 jaarbedrag

2024

2025

2026

Maatschappelijke opvang

17.004

17.000

17.002

17.090

17.081

Inzet Living lab Eerst een thuis

3.325

1.117

875

875

0

Inzet op regionaal plan van aanpak dakloosheid

8.557

3.600

3.600

3.600

3.600

LVV opvang

5.210

5.210

5.210

5.210

5.210

Opvang, begeleiding, activering EU-(arbeids) migranten

950

950

950

950

950

Extra opvangplekken 2024-2028

3.485

3.705

3.785

3.785

880

KWR

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Totaal benodigd budget (A)

39.531

32.582

32.422

32.510

28.721

Programma Passende ondersteuning en opvang, doelstelling 24-uurs begeleiding1

27.686

20.517

20.277

20.365

19.481

Reguliere begroting maatschappelijke opvang

19.404

19.400

19.402

19.490

19.481

Incidentele middelen Living lab Eerst een thuis

3.325

1.117

875

875

0

Middelen aanpak dakloosheid

4.957

PM

PM

PM

PM

Programma Levendige en gezonde stad, doelstelling Nieuwkomers

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Gemeentelijke middelen LVV

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Rijksmiddelen LVV

PM

PM

PM

PM

Rijksmiddelen aanpak EU(arbeids) migranten

PM

PM

PM

PM

PM

29.486

22.317

22.077

22.165

21.281

Reeds in begroting gedekt

Reeds in begroting gedekt (B)

PM

Bijdragen van derden ©

0

0

0

0

0

Nog niet gedekte kosten (A-B-C) 2

10.045

10.265

10.345

10.345

7.440

1 Dit bedrag is verwerkt in het voorstel voor de Voorjaarsnota 2024.

2 Dit deel van de begroting is ook onderdeel van de begroting die in de beleidsnota Wet

Maatschappelijke Ondersteuning ‘Samen leven, samen zorgen’ Toelichting op de nog niet gedekte kosten: - Middelen aanpak dakloosheid: het Rijk heeft structureel middelen vrijgemaakt (landelijke € 65 miljoen) voor de aanpak van dakloosheid. In 2022 en 2023 zijn de middelen op incidentele basis aan centrumgemeenten toegekend. Bij de meicirculaire 2024 wordt bekend hoe de structurele financieringsvorm en verdeling van de middelen naar centrumgemeenten plaatsvindt. Op basis van de verdeling in 2023 verwachten we structureel circa € 3,6 miljoen te ontvangen. De middelen zijn bedoeld voor de aanpak van dakloosheid in de hele regio Utrecht (U16 gemeenten). - Rijksmiddelen LVV: voor 2024 zijn middelen toegezegd. Deze worden beschikbaar gesteld via een Specifieke uitkering (Spuk). We verwachten dat bij de meicirculaire 2024 bekend wordt gemaakt wat de hoogte van de Spuk voor Utrecht is. Voor 2024 gaan we uit van een bijdrage van € 3,41 miljoen. Of en hoeveel middelen er structureel beschikbaar zijn is nog niet bekend. - Rijksmiddelen EU-(arbeids) migranten: er zijn voor 2024 middelen toegezegd vanuit het Rijk. De definitieve toekenning volgt bij de meicirculaire 2024. Voor 2024 verwachten we € 0,95 miljoen te ontvangen. Of en hoeveel middelen er structureel beschikbaar zijn is nog niet bekend.

- Wanneer in aantal en kwaliteit van de opvang andere keuzes worden gemaakt, worden ook deze bedragen anders.

4. Voortgang en verantwoording Op basis van deze nieuwe beleidsnota en bijbehorende actieagenda werken we aan een integraal dashboard over de indicatoren rondom de opvang, die we duiden in de dialoog met partners en professionals. De stuurgroep Utrecht onderdak die bestaat uit gemeente, partners en belangenbehartigers stuurt op de voortgang. De verantwoording vindt als volgt plaats: - Het college rapporteert jaarlijks naar de raad via een voortgangsbrief. Hierin wordt de voortgang ten aanzien van de beleidskeuzen uit deze beleidsnota en de oplossingsrichtingen uit de Actieagenda beschreven. Dit doen we in een gezamenlijke brief over de verschillende doelgroepen, met gedurende het jaar separate brieven als de actualiteit daar om vraagt. - Het college rapporteert hiernaast aan de raad door aan te sluiten bij de structurele begrotingscyclus. Dit betekent dat we rapporteren op voortgang ten aanzien van de hoofddoelstelling uit de programmabegroting.,. Voor de overige doelstellingen worden indicatoren doorontwikkeld om te volgen in de beleidscyclus. (Hiervoor volgt een nieuw Raadsbesluit). - Met betrekking tot de maatschappelijke opvang informeert Utrecht de regiogemeenten over de uitvoering van de centrumgemeentetaken met betrekking tot de maatschappelijke opvang.

5.

Utrechts Sturingsmodel Hoe krijgt dit vorm binnen de opgave? Welke afspraken zijn gemaakt?

Opgave Gedeelde waarden zijn het startpunt

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Data en informatie brengt de beweging in kaart

Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Zie hoofdstuk B Omschrijving opgave (beleid) In het proces met partners en cliëntorganisaties hebben we gewerkt aan het herijken van de uitgangspunten voor de organisatie van ondersteuning en opvang bij dakloosheid. Op basis van de gesprekken met onze partners en belangenbehartigers, leerpunten van de afgelopen jaren en de inzichten die we hebben opgedaan uit de literatuur en onderzoeken zijn we gekomen tot deze uitgangspunten. Deze gedragen uitgangspunten zijn opgenomen in deel B en nu leidend in beleid en aanpak. Als gemeente zetten we in op scherpere regie, sturing en opdrachtgeverschap. Een specifiek verbetertraject is ingezet op accounthouderschap (in een breder DUS-traject. Als onderdeel van de Actieagenda herijken we governance- en overlegstructuur, met een nieuwe stuurgroep op managementniveau in combinatie een doorbraakoverleg op bestuurlijk niveau. Dit doen we mede op basis van de aanbevelingen van het onderzoek van AEF rondom Druk op de opvang. Samen met de partners werken we momenteel aan beter inzicht- en overzicht: Omvang van dakloosheid bij verschillende doelgroepen Opvangvraag, in-, door- en uitstroom Beschikbaarheid plekken en bezettingsgraad Op basis hiervan werken we aan de (door)ontwikkeling van een integraal dashboard. Dit doen we in een ontwikkelmodel van informatievoorziening op het gebied van dakloosheid, opvang, aanbod en huisvesting.

Inzichten agenderen we in de hernieuwde overlegstructuur tussen gemeente, partners en cliëntorganisaties. Samen met de partners zijn een reeks van verbeteringen ingezet, waaronder korte termijn crisisoplossingen en werken we momenteel aan het doorontwikkelen van oplossingen. Dit doen we in een gezamenlijke actieagenda, met actieopdrachten waarbij partners en/of gemeente trekker zijn en we gezamenlijk de resultaten bespreken. Knelpunten waar we tegenaan lopen worden geagendeerd in de stuurgroep Druk op de opvang. We leren hierbij van de praktijk.

Bijlage 1: uitwerking beleidslijnen onder de treden Beleidslijnen Trede 1: Preventie en inzet op bestaanszekerheid Eerste inzet van de gemeente, regiogemeenten en partners is om dakloosheid te voorkomen binnen de invloedsfeer die de gemeenten en partners hebben. Voor reguliere dakloze mensen: - Voldoende passende woningen in alle gemeenten in de U16 regio voor (dreigend) dakloze mensen. Met het programma Thuis voor iedereen zet Utrecht in op voldoende huisvesting voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen, waaronder de uitstroom MO/BW. We maken afspraken over de beweging naar Eerst een thuis en transformatie naar kleinschalige vormen van onderdak in de gehele regio. De inzet is een stabiele eigen woonplek en waar nodig passende hulp en ondersteuning op de verschillende leefgebieden via Thuis voor Iedereen en het Plan van Aanpak Dakloosheid U16. -

Stevige sociale basis, passende hulp en ondersteuning in de eigen gemeente. Voor U16 inwoners begint dit met inzet op vroegsignalering, het behouden van eigen woonruimte, financiële bestaanszekerheid en passende ondersteuning. Hierbij gaat het over inkomensondersteuning, schuldhulpverlening en integrale hulp bij meervoudige problematiek. In het regionaal actieplan dakloosheid moeten de regionale afspraken landen over wonen, passende hulp en ondersteuning lokaal en de lokale sociale basis. In lijn met het nieuwe Wmo beleid zet Utrecht stevig in op preventie door een sterke sociale basis (onder meer door informele zorg, sociale cohesie, taal- en digitale vaardigheden). In het plan van aanpak van de regio maken we afspraken over preventie en verbeteren we de verbinding met voorliggende voorzieningen en samenwerking eerste- en tweedelijnszorg.

-

Passende hulp bij rondkomen en problematische schulden Met betrekking tot financiële bestaanszekerheid geldt voor de gemeente Utrecht dat we met de nieuwe beleidsnota inzetten op tijdig passende hulp ontvangen bij rondkomen en het oplossen van problematische schulden. Inwoners ervaren het stelsel van (lokale) regelingen als complex. De komende vier jaar zetten we daarom in op het eenvoudiger maken van de regels en processen van onze armoederegelingen. Daarnaast proberen we zoveel mogelijk regelingen automatisch toe te kennen als we inwoners in beeld hebben. We gaan ons de komende jaren specifiek richten op de dienstverlening rond aanvragen van een uitkering en bijzondere bijstand. Dit zijn ook processen waar dak- en thuislozen vaak mee te maken hebben. Ook hebben we speciale aandacht voor no-show en uitval bij schuldhulpverlening. Tot slot heeft de nota Financiële bestaanszekerheid speciale aandacht voor kwetsbare jongeren. We besteden hierbij extra aandacht aan dakloosheid onder jongeren en gezinnen en een goede overgang van 18naar 18+. Vooral jongeren tussen de 18 en 21 jaar die uit de jeugdzorg komen hebben een financieel kwetsbare positie, net als dak- en thuisloze jongeren. Een deel van deze jongeren zit ook in de bijstand. Wij willen juist deze jongeren extra aandacht geven als het gaat om bestaanszekerheid.

We gaan daarom de systematiek van de jongerentoeslag herzien en vereenvoudigen.

-

Passende zorg, ondersteuning, verblijf en bemoeizorg voor mensen met samenloop van complexe problemen (domeinoverstijgend passend zorglandschap).

Utrecht zet samen met haar partners met het nieuwe actieprogramma ‘Samen eropaf” in op passende zorg ondersteuning voor mensen met een samenloop van problemen en een (potentieel) veiligheidsrisico. Hierbij wordt onder andere ingezet op doorontwikkeling van bemoeizorg en het zorglandschap. Van belang dat ook in de regio aandacht is voor deze doelgroep en vanuit Utrecht Onderdak agenderen we knelpunten en oplossingsrichtingen binnen dit programma voor mensen met een samenloop van problemen. We leveren input voor de domeinoverstijgende afspraken, de zorgtafels en de afspraken met zorgverzekeraars gericht op het verbeteren van de continuering van zorg en het voorkomen van terugval. Binnen de actielijn zorglandschap besteden we aandacht aan de doelgroep van ex-gedetineerden. Voor dakloze EU-(arbeids)migranten en ongedocumenteerde mensen: - Palet hulp en ondersteuning ongedocumenteerde mensen en EU-(arbeids)migranten. Bij EU- arbeidsmigranten zetten we in op opvang van de meest kwetsbare mensen en de outreachende ondersteuning en begeleiding van Barka, die meer dan de helft van de dakloze EU-arbeidsmigranten helpt zonder dat zij opvang nodig hebben.

Voor ongedocumenteerde mensen die niet in aanmerking komen voor de LVV zetten we in op kennis en bewustwording in de Utrechtse keten over rechten en plichten van deze doelgroep en een aanpak gericht op terugkeerperspectief naar eigen land of het eerste land van aanmelden. Om voor deze groepen echt in te kunnen zetten op preventie hebben we echter integraal landelijk beleid nodig. Beleidslijnen Trede 2: Opvang op basis van landelijke kaders Als met inzet in trede 1 niet voorkomen kan worden dat mensen dakloos raken, organiseert de gemeente opvang binnen de eigen 'opvangkolom' (Wmo, LVV en niet-LVV en EU(arbeids)migranten) op basis van landelijke kaders en landelijke middelen. Deze inzet is gericht op: -

Helder toegangsproces en toegangscriteria maatschappelijke opvang ▪ Er is één helder toegangsproces tot de opvangvoorzieningen, waar triage en plaatsing plaatsvindt naar de best passende vorm van ondersteuning en opvang. ▪ Duidelijke en aangescherpte toegangscriteria maatschappelijke opvang in lijn met de G4 en sturen op landelijke toegankelijkheid en een eenduidiger toegangsproces, heldere werkprocessen en samenwerkingsafspraken. ▪ Voor remigrerende gezinnen zijn heldere toegangscriteria geformuleerd op basis van de uitgangspunten in deze beleidsnota. ▪ De uitkomst van het evaluatieonderzoek naar de uitvoering van de basiszorg voor dak- en thuisloze mensen (Stadsteam Back Up) en inrichting van de MO-keten is hierin leidend.

-

Toekomstbestendig organiseren functies van de gecombineerde inloopvoorziening We bieden laagdrempelige inloop waar dakloze mensen zich kunnen melden. Mensen krijgen hier eerste ondersteuning en worden doorgeleid naar de juiste hulp. De mogelijkheid hiertoe is verschillend voor de verschillende doelgroepen die bij de inloop komen (zie bijlage). We waarborgen hierbij de veiligheid van de bezoekers en de uitvoerend professionals en omwonenden. Vanwege een groeiend aantal bezoekers en de combinatie van doelgroepen is de inrichting van de inloop niet meer uitvoerbaar binnen de huidige financiële kaders. Met de veranderende doelgroepen is het binnen de huidige kaders niet meer uitvoerbaar dus dit vraagt een aantal keuzen. We werken uit hoe we dit inrichten en besteden dit opnieuw aan. ▪ Er is passende sociaal medische zorg en een aantal ziekenboegbedden voor dakloze mensen waarvoor de reguliere opvang niet geschikt is vanwege medische problemen.

-

Effectieve en efficiënte organisatie opvang ▪ Sturen op effectieve en efficiënte opvang volgens het principe zo kort als kan, zo lang als nodig en zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig.

▪

Uitgaan van passende kwaliteit en noodzakelijke plekken met een inzet op versobering, zodat meer mensen opgevangen kunnen worden binnen bestaande kaders. Voor de maatschappelijke opvang betekent dit dat we zullen inzetten op meer meerpersoonkamers waar dit mogelijk en passend is.

-

Inzet op perspectief, met meer focus op wat een dakloze zelf kan bijdragen ▪ We kijken nog meer naar de mogelijkheden van de dakloze persoon binnen participatie en re-integratie, met onderscheid in het perspectief voor de verschillende doelgroepen. We zetten in de opvang nog meer structureel in op activering, toeleiden naar werk en/of perspectief.

-

Extra inzet op versnellen duurzame doorstroom en uitstroom ▪ Sturen op uitvoering op voorwaardenaanpak en trajectbegeleiding. De voorwaardenaanpak en de trajectbegeleiding vragen om actualisatie en gerichte sturing op cliëntniveau op doorstroom en uitstroom. Iedereen in de opvang heeft een persoonlijk plan van aanpak gericht op perspectief en gebaseerd op een integrale intake. Hierbij wordt ingezet op de motivatie van de cliënt, eigen regie, de benodigde diagnoses (onder andere verstandelijke beperkingen), de gezondheidssituatie, voorkomen van verergering van problematiek, stabilisatie, herstel en participatie. ▪ Voor dakloze EU-(arbeids)migranten zetten we samen met Stichting Barka blijvend in op een outreachende aanpak, om terug te leiden naar werk en onderdak of naar het land van herkomst. ▪ Voortzetten van de huidige succesvolle aanpak voor de LVV gericht op perspectief (verblijf, terugkeer of doormigratie). We blijven hierbij inzetten op voorkomen van een ongedocumenteerd bestaan op straat en verdwijnen in de illegaliteit, met de risico’s van dien. Dit kunnen we alleen doen met de huidige rijksfinanciering voor de LVV.

▪ Voor ongedocumenteerde mensen die niet in aanmerking komen voor de LVV zetten we in op kennis en bewustwording in de Utrechtse keten over rechten en plichten van deze doelgroep en een aanpak gericht op terugkeerperspectief naar eigen land of het eerste land van aanmelden. ▪ Ongedocumenteerde mensen die niet in aanmerking komen voor de LVV vangen we niet op, tenzij op basis van humanitaire gronden. In dat geval is de inzet zo kort mogelijk op te vangen en te werken aan zelfredzaamheid en perspectief (verblijf, terugkeer of doormigratie).

-

Inzet op perspectief voor overlastgevende criminele vreemdelingen Voor overlastgevende en/of criminele vreemdelingen ontwikkelen we een aanpak van zorg en handhaving. Deze aanpak is gericht op het in beeld brengen van de doelgroep en vrijwillige terugkeer. Dit doen we vanuit het meldpunt Perspectief, in combinatie met gedwongen aanpak vanuit AVIM, samen met andere rijkspartners en steden. Daarbij werken opvang en Openbare Orde en Veiligheid aan een gericht Actieplan voor deze groep.

Beleidslijnen Trede 3: Doelgroepoverstijgende opvangoplossingen Als het binnen treden 1 en 2 niet lukt om dakloosheid te voorkomen, passende andere oplossingen in te zetten in plaats van opvang en/of voldoende opvang te organiseren, dan is de inzet gericht op doelgroepoverstijgende maatregelen. Onder deze trede zetten we in op betere opvang groepen in een heel kwetsbare situatie. -

Meer flexibiliteit in het opvangplekken voor dakloze mensen. Vrijmaken van flexibele ruimte in het MO stelsel en breder in het opvangstelsel voor de meest kwetsbare mensen die niet onder de Wmo vallen, maar wel opvang nodig hebben op basis van humanitair medische gronden. We benutten hierbij de werkzame bestanddelen vanuit de

outreachende aanpak voor EU-(arbeids)migranten en wat werkt in de LVV-keten & aanpak NGO’s. We stellen een afwegingskader op met handelingsperspectief en uitwerking van de humanitaire ondergrens voor mensen met een zeer grote kwetsbaarheid. -

Structurele aanpak en financiering opvang tijdens Koudweer (KWR). Structurele en efficiënte organisatie, locatie, middelen en financiële afspraken met uitvoerende partijen met betrekking tot de Koudweerregeling, in samenwerking met de G4.

-

Vervolg geven aan de inzichten uit de rechtentool voor EU-(arbeids)migranten Utrecht heeft deelgenomen aan de pilot rondom de rechtentool van het ministerie van VWS die inzicht geeft aan de vigerende rechten van EU-(arbeids)migranten. We agenderen deze inzichten met VWS en zetten actief in op de lobby rondom de benodigde middelen en integrale aanpak die de implicaties van de rechtentool vragen.

-

Sociaal medische zorg voor de meest kwetsbare dakloze mensen. We zetten maximaal in op wat voorliggend vanuit de Zorgverzekeringswet en de CAKregelingen gefinancierd en georganiseerd kan worden. We verbeteren de sociaal-medische advisering.

-

Op zoek gaan naar initiatieven vanuit nieuwe partners die bijdragen aan het verlichten van de druk op de opvang. We onderzoeken hoe we maatschappelijke partners en het bedrijfsleven beter kunnen betrekken bij het verlichten van de druk op de opvang. We benutten informele (en vaak goedkopere en duurzamere) oplossingen en vergemakkelijken informeel verblijf. We stimuleren bestaande of nieuwe initiatieven vanuit informele zorgpartners en gemeenschappen, zoals kerken, moskeeën en vrijwilligersorganisaties voor alle doelgroepen. We laten ons hierbij inspireren door Europese initiatieven, met wie we ook actieve samenwerking aangaan. Dat biedt ook mogelijkheden voor Europese subsidies.

Aanvullende beleidslijnen In aanvulling op de beleidslijnen zetten we ook in op randvoorwaardelijke verbeteringen en aanvullende beleidslijnen: - Zolang er onvoldoende uitstroommogelijkheden zijn en de autonome toename van dakloosheid zich voordoet, organiseren we voldoende opvangcapaciteit om aan onze wettelijke taken in het kader van de Wmo te voldoen en de humanitair medische ondergrens te borgen. - We verbeteren het beeld, de monitoring en data op het gebied dakloosheid en opvang: we creëren scherper zicht op het aantal dakloze mensen, beschikbaarheid en bezetting van opvangplekken en data over instroom, doorstroom en uitstroom van alle opvangvoorzieningen, ook om daarop te kunnen sturen. Hiervoor ontwikkelen we een integraal dashboard met sturingsinformatie. - Op basis hiervan verbeteren we de sturing en samenwerking. - We versterken de inzet van ervaringskennis en de positie van cliëntorganisaties. - We verbeteren de rol van professionals, praktijkleren en leren van goede praktijken. - We zetten in op de veiligheid van mensen en professionals in de opvang. - We geven een impuls aan publiek-private samenwerking en andere vormen van financiering. Dit doen we ook samen met het Regionaal plan van aanpak dakloosheid U16.

Bijlage 2: Achtergrond doelgroepen In Nederland is, net als in de rest van Europa, het profiel van groepen mensen met woononzekerheid en gebrek aan onderdak de afgelopen jaren sterk veranderd (Feantsa, 2018). Twintig jaar geleden ging het vooral om een zeer kwetsbare groep dakloze mensen, vaak met ernstige lichamelijke, psychische - en verslavingsproblematiek die buiten sliepen en zichtbaar waren in de buitenruimte. Naast deze groep is er nu een groter wordende groep dakloze mensen die geen eigen woonplek heeft of deze dreigt te verliezen. In deze bijlage beschrijven we de hoofddoelgroepen dakloze mensen: - Reguliere dakloze mensen - Dakloze EU (arbeids)migranten - Dakloze ongedocumenteerde mensen (LVV, niet LVV-gerechtigden, veilige landers en remigrerende gezinnen) Per doelgroep beschrijven we de volgende elementen: - Omschrijving doelgroep - Grondoorzaken en factoren dakloosheid - Landelijk beleid - Huidig Utrechts kader en beleid - Cijfers en voorzieningen Reguliere dakloze mensen Omschrijving doelgroep Voor definiëring van de doelgroep daklozen sluit we aan bij de definitie van het CBS omdat deze het beste aansluit bij onze huidige definitie van daklozen zoals opgenomen in de toekomstvisie op de daklozen opvang (2017): daklozen zijn mensen die slapen in de open lucht, in overdekte openbare ruimten of een auto, of in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en

eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie, zonder vaste verblijfplaats. Het gaat om een diverse groep mensen dat dakloos raakt. Als we kijken naar de mensen die we in beeld hebben zien we de volgende subgroepen: Mensen met multi-problematiek Deze groep kampt met problematiek op meerdere levensdomeinen, zoals psychische problemen, verslaving, verstandelijke beperkingen, laaggeletterdheid of een combinatie daarvan. Voor een groot deel zijn dit mensen die zorg nodig hebben. Een groot deel van deze mensen stroomt duurzaam uit. Voor een deel is binnen het zorglandschap geen passende zorg voor beschikbaar (Wmo/WLZ/Zvw) of zijn dit mensen die niet te handhaven zijn of zorg mijden. Voor gezinnen die dakloos raken speelt veelal ook multi-problematiek. Economisch dakloze mensen Deze groep is de afgelopen jaren in beeld gekomen als ‘nieuwe daklozen’ die relatief zelfredzaam zijn, maar ten gevolge van sociaaleconomische problemen zoals (hoge) schulden, een relatiebreuk of het verlies van een baan dakloos raken. Bij deze dakloze mensen is het woonprobleem voorliggend (en vaak enkelvoudige problematiek). Oplossing voor deze doelgroep ligt dat ook bij voldoende huisvesting en het eenvoudiger maken van samen wonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=23a12487-9da0-42b2-bdec-003bbe1c2d03