Agendabundel
Tekst van het document
De hulp, ondersteuning en opvang voor deze doelgroep valt niet onder de maatschappelijke opvangtaak van de centrumgemeente, maar de lokale verantwoordelijkheid van alle gemeenten.
Jongvolwassenen tussen de 18 en 27 jaar; Er is een toename te zien in het aantal dakloze jongvolwassenen. Belangrijkste redenen hiervoor zijn de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg en geen passend vervolgplek hebben en/of de jongeren waarvoor de overgang van de hulp en ondersteuning die zij voor hun 18e ontvingen en na hun 18e nodig hebben niet goed aansluit. Voor jongvolwassenen hebben we specifieke opvangplekken bij de Dijk. Dakloze ex-gedetineerden Voor ex-gedetineerden is er, ondanks de gerichte inzet tijdens detentie om zijn/haar perspectief te verbeteren, niet altijd een passende vervolgoplossing bij het verlaten van de Penitentiaire Inrichting. Deze personen worden gemeld bij de maatschappelijke opvang. Dit is een aandachtspunt voor de actielijn zorglandschap van het actieprogramma Eropaf. Grondoorzaken en factoren dakloosheid In de gids van preventie voor dakloosheid ‘Toekomst met een thuis’ (2022) is een uitgebreide analyse uitgevoerd naar oorzaken en factoren van sociale uitsluiting en dakloosheid. Deze analyse laat de complexiteit zien rondom het ontstaan van dakloosheid en de vele factoren die hier een rol in hebben. Dit biedt een stevig fundament voor beleidskeuzes op het gebied van de aanpak van dakloosheid.
Landelijk beleid De afgelopen jaren stijgt het aantal mensen dat dakloos is in Nederland. Daarom zette de overheid in op het voorkomen en verminderen van dakloosheid o.a. met de twee programma’s in 2020 en 2021: de brede aanpak ‘Een (T)huis, een Toekomst’, en het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren. Het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ‘Herstel begint met een huis’ was een belangrijk uitgangspunt van deze programma’s. De kern van het advies luidde dat een structureel andere aanpak van dakloosheid nodig was: niet de maatschappelijke opvang, maar een plek om te wonen moet aan de basis staan van dakloosheid. Eind 2022 is het landelijk Actieplan dakloosheid ‘Eerst een thuis’ gelanceerd en zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt tussen Rijk, gemeenten en
diverse koepelorganisaties over een stevige beweging naar preventie, Wonen eerst en bestaanszekerheid en de afbouw en ombouw van grootschalige opvangvormen in centrumgemeenten naar kleinschalige opvang in de regio’s. Huidig Utrechts kader en beleid De gemeente Utrecht is centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang en krijgt jaarlijks middelen van het rijk op basis van de Decentralisatieuitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO). De gemeente Utrecht zorgt op basis van de WMO voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang in de U16. Het regionale koersdocument MOBW (2017) en de Toekomstvisie op de daklozenopvang (2017) waren hierbij richtinggevende beleidsnota’s. Cijfers en aantallen Het aantal unieke cliënten in MO-voorzieningen: 2020
2021
2022
2023
Totaal*
2439
2579
2401
2646
Via begeleiding van
2119
2138
1902
1851
Opvang rechthebbend
812
755
758
723
Opvang niet-
343
505
449
888
stadsteam back-up en ketensamenwerking jongvolwassenen
rechthebbend *Voor het totaal aantal unieke cliënten zijn de dubbelingen uit de categorieën ‘via begeleiding’, ‘opvang rechthebbend’ en ‘opvang niet-rechthebbend' ontdubbeld.
Rechthebbende unieke cliënten in algemene voorzieningen MO: Aantal unieke cliënten (rechthebbenden) in de algemene voorzieningen maatschappelijke opvang1 per jaar. 2021
2022
2023
Hele jaar
397
462
477
Laatste kwartaal 2023
173
224
236
Duur van het opvangtraject in MO-voorzieningen: 2021
2022
2023
Minder dan 30 dagen
384 (65,08%)
385 (58,69%)
341 (52,06%)
Tussen 30 en 90 dagen
111 (18,81%)
161 (24,54%)
141 (21,53%)
Tussen 90 en 180 dagen
60 (10,17%)
65 (9,91%)
89 (13,59%)
Minimaal 180 dagen
35 (5,93%)
45 (6,86%)
84 (12,82%)
Mate van terugval in MO: Tijd tussen twee MO-trajecten
2021
2022
Verschil met
2023
voorgaande jaar
Verschil met voorgaande jaar
Minder dan 90 dagen
185
201
141
Tussen 90 en 180 dagen
31
44
38
Tussen de 180 en 730 dagen
75
67
38
Minimaal 730 dagen
45
32
34
1 Biltstraat, Koploperstraat, Noiz, Sleep In
*Overlappende en aangrenzende trajecten (maximaal vijf dagen tussen trajecten) zijn aan elkaar geplakt. Opvangvoorzieningen voor dakloze mensen
Dakloze EU (arbeids)migranten Omschrijving doelgroep Hier gaat het om personen uit andere lidstaten van de Europese Unie (EU) die in Nederland via het vrij verkeer van werknemers of van diensten in de EU vaak ongeschoold of praktijkgericht werk doen. Zij werken vaak in flexibele banen en verdienen het minimumloon of iets daarboven. Arbeidsmigranten in Nederland vormen een diverse groep qua herkomstlanden, inkomen, opleidingsniveau en verblijfsduur. Grondoorzaken en factoren dakloosheid Een deel van de EU-arbeidsmigranten bevindt zich in een kwetsbare positie. Ze werken en wonen vaak onder gebrekkige omstandigheden. Baanverlies betekent in veel gevallen dat men ook huisvesting en andere regelingen kwijtraakt. Met daarbij de vaak gebrekkige kennis van de Engelse of Nederlandse taal en wet- en regelgeving is het risico op dakloosheid en (ernstigere) psychische- en verslavingsproblematiek relatief hoog. Vanuit dakloosheid is het lastiger om deze mensen te begeleiden terug naar werk en huisvesting of naar land van herkomst. Daarbij zien we dat de (mentale en fysieke) gezondheid van deze mensen op straat snel verslechtert.
Onderzoek toont aan dat het voorkomen en terugdringen van dakloosheid bij verschillende groepen EU-burgers een gedifferentieerde aanpak vraagt, met versterking van lokale samenwerking tussen de gemeenten en de migratieketen om terugkeer naar werk in Nederland of naar land van herkomst te realiseren en een bijdrage aan de vermindering van stigmatisering van de totale groep EU-burgers die voor werk naar Nederland migreert en een zinvolle bijdrage levert aan onze economie (IVO, 2022).
Daarbij loont een inzet op meer integrale aanpakken en preventie, met meer bescherming conform EU-regelgeving aan kwetsbare EU-arbeidsmigranten die hun baan verliezen en als gevolg daarvan dakloos raken.
Landelijk beleid Vanuit het landelijke Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers (2022) wordt ingezet om de doelgroep kwetsbare dakloze EU-burgers perspectief te bieden, menselijk leed te verminderen, overlast op straat te verminderen en mensen die niet rechtmatig in Nederland verblijven terug te laten keren naar het land van herkomst. Er is verder geen landelijk beleid noch dekkende middelen voor zorg en opvang van deze groep. De uitvoering van het landelijk plan van aanpak gericht op EU- (arbeids)migranten is vooralsnog gericht op zes pilotgemeenten waaronder Utrecht. Een landelijk dekkend plan en de middelen voor een noodzakelijke integrale aanpak zijn in afwachting van een nieuw kabinet. Hiernaast ontbreekt weten regelgeving gericht op goed verhuurderschap en goed werkgeverschap met bijbehorende sancties en capaciteit om deze sancties na te leven. Ook ontbreekt het aan regionale en lokale afspraken met uitzendbureaus en werkgevers. Zij pakken onvoldoende hun verantwoordelijkheid om hun werknemers naast werk en passend onderdak en nazorg te bieden. De opvang van EU-arbeidsmigranten is geen centrumgemeentetaak. Hierdoor hebben zij geen toegang tot de reguliere opvang en is herstel moeilijker realiseerbaar. Voor deze groep werken we nauw samen met de andere 5 pilotgemeentes, G4, Venlo en Eindhoven waarbij we ons beleid afstemmen.
We zorgen dat we zoveel mogelijk gelijk optrekken, zodat Utrecht niet meer mensen naar de stad toetrekt ten opzichte van de andere steden. We streven naar een landelijke dekking van deze aanpak. Momenteel ontwikkelt het ministerie van VWS in samenwerking met diverse partijen een rechtentool waarmee gemeenten in kaart kunnen brengen welke rechten EU-arbeidsmigranten hebben vanuit Europees recht onder de Wmo. Utrecht doet mee aan de pilot. Binnen de pilot wordt inzichtelijk dat een deel van de EU-arbeidsmigranten meer rechten hebben opgebouwd. Dit is afhankelijk van verschillende factoren zoals hoe lang ze al in Nederland verblijven, hoe lang geleden ze werk hadden, ingeschreven staan bij UWV. Als deze groep op basis van de Wmo voor maatschappelijke opvang in aanmerking komt, heeft dat verregaande gevolgen en zou dat ook om meer rijksfinanciering vragen. Met de komst van de rechtentool in ontwikkeling zal naar verwachting dit landelijk beleid aangepast worden. De gemeente volgt deze ontwikkeling actief en kijkt goed wat dit betekent voor het beleid en uitvoering. Huidig Utrechts kader en beleid Utrecht werkt samen met Stichting Barka in een outreachende aanpak in verschillende talen, gericht op ondersteuning en begeleiden terug naar werk en huisvesting of het land van herkomst. De inloop van Herstart is toegankelijk voor alle dakloze mensen.
Deze dient dan ook als vindplek voor Barka. Utrecht neemt deel aan de pilot Landelijke Aanpak Dakloze EU-arbeidsmigranten en heeft in 2023 € 950.000 ontvangen voor kortdurende opvang. De Utrechtse aanpak is gericht op opvang voor mensen in nood en begeleiding richting werk of terugkeer naar land van herkomst. Sinds eind 2022 hebben we maximaal 20 nachtopvangplekken op de Stadsbrug voor zeer kwetsbare dakloze EUarbeidsmigranten, aangevuld door 5 plekken 24-uursopvang in een doorgangswoning aan de Bantamstraat voor kortdurende begeleiding. Toegang wordt verleend met als voorwaarde dat betrokkene actief mee wil werken aan zijn herstel en er voldoende perspectief is. Beide locaties zijn onvoldoende geschikt noch toegerust op zware problematiek. Daarmee blijft er dus een groep over van 20 tot 30 dakloze EU-arbeidsmigranten die noodgedwongen op straat slapen (tenzij de KWR van kracht is).
Cijfers en aantallen Het is landelijk niet bekend wat de omvang van deze specifieke groep precies is. De afgelopen jaren zien we landelijk een toename van het aantal EU-arbeidsmigranten dat naar Nederland komt om te werken. Sinds de coronatijd is dit aantal nog sneller toegenomen dan de jaren daarvoor. Stichting Barka ziet in Utrecht per kwartaal ruim 200 tot 250 dakloze EU-arbeidsmigranten, waarvan zij er binnen korte tijd ongeveer 40 procent terug op de rit weten te krijgen middels ondersteuning naar werk of het land van herkomst. Een ander deel vertrekt ook uit zichzelf, deels naar land van herkomst, deels naar andere steden. Enkele tientallen blijven op straat (tenzij de KWR van kracht is). Specifieke groep vrouwen Er is een aantal (jonge) kwetsbare EU-vrouwen (10-12 vrouwen) die niet veilig op de Stadsbrug kunnen verblijven en voor wie onvoldoende plek is in de reguliere opvang. Deze vrouwen zoeken nu vaak hun ‘veiligheid’ bij mannen in ruil voor seks. Deze situaties zijn onwenselijk en leiden bovendien tot ongewenste zwangerschappen, terwijl de vrouwen op straat leven, zoals ook gesignaleerd door de coördinator mensenhandel. Dit vraagt onder andere om inzet vanuit de keten Mensenhandel en uitbuiting. In april start de verbouwing van de Stadsbrug waardoor er een aparte vrouwenslaapzaal gecreëerd wordt binnen de bestaande voorziening.
Dakloze ongedocumenteerde mensen (LVV, niet LVV-gerechtigden, veilige landers en remigrerende gezinnen) LVV-gerechtigden Omschrijving doelgroepen Ongedocumenteerde mensen zijn vreemdelingen die geen recht (meer) hebben op Rijksopvang c.q. verblijf, maar om uiteenlopende redenen niet zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst. Voor ongedocumenteerde mensen spelen op individueel niveau vaak trauma, persoonlijke risico’s bij terugkeer, psychische problematiek, geen netwerk, gebrek aan handelingsperspectief, uitzichtloos bestaan en een relatief groot risico om slachtoffer te worden van mensenhandel en om in de criminaliteit te belanden. Zonder opvang komen zij vaak op straat terecht en de straat is niet de oplossing, maar onderdeel van het probleem. De begeleiding en opvang is gericht op perspectief in Nederland via legaliseren verblijf of terugkeer naar land van herkomst, dan wel doormigratie naar een derde land. Als Utrecht mensenrechtenstad zijn daarbij zowel humanitaire dan wel veiligheidsgronden leidend. Het betreft hoofdzakelijk uitgeprocedeerde asielzoekers, die zicht hebben op een duurzaam perspectief: terugkeer naar het land van herkomst, doormigratie naar een derde land of verblijf in Nederland. Onderzoeken wijzen uit dat er naar schatting er 50.000 en 80.000 mensen die ongedocumenteerd in Nederland verblijven.
Ook binnen Utrecht hebben we te maken met deze doelgroep van naar schatting 3000 mensen. Daarin is een uitsplitsing te maken: - Landelijke Vreemdelingenvoorziening: een gedeelte van deze groep (235 personen op jaarbasis) kan opvang en (juridische) begeleiding ontvangen binnen de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV). De LVV biedt deze groep onderdak in combinatie met begeleiding, mits aan de toelatingscriteria is voldaan. Eis is om actief mee te werken aan begeleiding gericht op een bestendige oplossing zijnde verblijf en een hernieuwde verblijfsprocedure, doormigratie of terugkeer naar land van herkomst. De LVV is gestoeld op een nauwe samenwerking tussen begeleidende lokale ngo’s, Rijkspartijen (DT&V, IND en AVIM) en de gemeente als regievoerder en onafhankelijke voorzitter. - Ongedocumenteerde mensen die niet in aanmerking komen voor de LVV: dit betreft ongedocumenteerde mensen die geen beroep kunnen doen voor de LVV i.v.m. afwijzing op basis van de criteria. Dit kunnen ook mensen zijn die niet uit de zogenaamde veilige landen komen: maar wel kampen met opvang, begeleiding en perspectief vraagstukken. Zij belanden veelal op straat met alle gevolgen van dien.
-
-
Overlastgevende (criminele) vreemdelingen: Wij schatten die groep nu tussen 70 en 200 personen in Utrecht, waaronder ook veelal ‘veilige landers’. Ongeveer 35 personen zijn concreet in beeld en wordt vanuit verschillende invalshoeken mee gesproken waaronder het Perspectief meldpunt. Daarnaast kan deze groep in de KWR opduiken, zoals bijvoorbeeld in januari met 100 ongedocumenteerde mensen uit Algerije. Deze groep is fluïde, trekt deels door Nederland en heel Europa, werkt soms zwart, maar zorgen ook voor overlast en bezondigen zich aan criminele feiten. Dit hebben we in Utrecht onder het Bollendak, bij winkelcentrum Overvecht, in Lombok en elders kunnen merken. Remigrerende gezinnen: Daarnaast zijn er gezinnen met Nederlandse nationaliteit die onvoorbereid uit het buitenland terugkeren naar Nederland. Dit is zijn grotendeels mensen met een migratieachtergrond. Gezinnen die geen plek vinden in het eigen netwerk, worden opgevangen.
Grondoorzaken en factoren dakloosheid De groep dakloze ongedocumenteerde mensen zijn veelal dakloos door een veelvoud aan factoren: de doelgroep heeft zeer veel verschillende achtergronden en landen van herkomst, maar wordt gekenmerkt door complexe dossiers vs. stringente nationale wetgeving. Idealiter wordt de doelgroep opgevangen en begeleid om te komen tot een realistisch en duurzaam toekomstperspectief. Concreet betreffen deze perspectieven legalisatie van verblijf in Nederland, terugkeer naar land van herkomst ofwel doormigratie naar een ander land. Hoewel ook ongedocumenteerde mensen recht hebben op de meest universele rechten voor een menswaardig bestaan is de praktijk vrij weerbarstig. Voor deze doelgroep is de toegang tot maatschappelijke voorzieningen en zorg veelal minimaal. Regelingen zoals de CAK-regeling bieden zorgverleners -en daarmee de doelgroep – minimale toegang tot basis medische zorg, maar stuiten in de praktijk vaak op uitdagingen (bijvoorbeeld mijden van zorg, evenals de (on)gebruiksvriendelijkheid van de CAK regeling wat o.a. lange uitbetalingstermijnen veroorzaakt, maar ook drempels opwerpt doordat er niet gehele financiële dekking bestaat voor behandeling of middelen voor mensen ).
Toegang tot werk of studie (met uitzondering van kinderen tot 18 jaar) is gegeven hun ongedocumenteerde status zeer moeilijk en bemoeilijkt daarmee ook perspectief en zingeving (Voor ongedocumenteerde mensen spelen op individueel niveau vaak trauma, persoonlijke risico’s bij terugkeer, psychische problematiek, geen netwerk, gebrek aan handelingsperspectief, uitzichtloos bestaan en een relatief groot risico om slachtoffer te worden van mensenhandel, in de criminaliteit te belanden ofwel op straat. Landelijk beleid Voor ongedocumenteerde vreemdelingen, is het overheidsbeleid rond opvang niet zozeer gekoppeld aan het tegengaan van dakloosheid maar aan hun ontbreken van verblijfsstatus status in het algemeen. Jaarlijks worden zo’n 5000 uitgeprocedeerde asielzoekers door het Rijk vanuit asielzoekerscentra op straat gezet, ofwel Met Onbekende bestemming (MOB) vertrokken. Ongedocumenteerde mensen hebben geen recht op gewone daklozenopvang of andere voorzieningen. Een deel van de ongedocumenteerde mensen in Nederland kan gebruik maken van tijdelijke (nood)opvang door gemeenten in de vorm van bed-bad-brood of de LVV-voorziening. De verstopte asielopvang keten is van grote impact, in combinatie bezuinigingen binnen de Rijksuitvoeringsinstanties, evenals het ontbreken van afspraken over terugkeer en uitzetting naar het land van herkomst.
Toegang tot medische basis- maar met name specialistische zorg loopt vast omdat er veelal geen uitzonderingsmogelijkheden zijn ofwel middelen zijn. Sinds 2019 tot eind 2024 loopt de pilot met Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV). De pilot LVV betekent dat er intensiever met de Rijksdiensten wordt samengewerkt om in een Lokaal Samenwerking Overleg (LSO) individuele dossiers met elkaar te bespreken. Zo werken gemeenten, rijkspartijen en NGO’s samen om bestendige oplossingen te vinden voor migranten zonder recht op verblijf of rijksopvang. De gemeenten en NGO’s verzorgen opvang en begeleiding en DT&V, IND en AVIM zetten hun expertise in om onderzoek te doen en te helpen oplossingen te identificeren. Deze oplossingen kunnen terugkeer, doormigratie of verblijf zijn. Ondanks een pleidooi voor het uitbreiden
van de LVV naar een landelijk dekkend LVV-netwerk waarbij de onderzoeksfase onderdak biedt en in de opvangfase altijd gericht is op terugkeer (zoals ook gesteld in het vorige regeerakkoord) is de toekomst van de LVV na de verkiezingen van 2023 onzeker. De lopende convenanten zijn verlengd tot en met eind 2024. De financiering van de LVV wordt doorgetrokken tot eind 2024 en is passend. Aanvullende stappen kunnen alleen gezet worden als daarover overeenstemming is en als ze binnen het mandaat van het demissionaire kabinet vallen. In het overbruggingsjaar 2024 implementeren partijen een gezamenlijk afgesproken inhoudelijke ontwikkelrichting. Deze ontwikkelrichting bestaat uit de invoering van een zogeheten tweefasen model, waarbij de LVV gesplitst wordt in een onderzoeksfase en een opvangfase gericht op terugkeer of doormigratie. Daarnaast zet de ontwikkelrichting steviger in op terugkeer. Voor de implementatie is een voorlopig stappenplan vastgesteld, waarmee wordt gestart in januari 2024. Uitgangspunt is dat de implementatie in juli 2024 klaar is. De plannen en voortgang worden gemonitord in een Bestuurlijk Overleg. In aanloop naar besluitvorming door een nieuw kabinet, blijven we in gesprek over enkele onderwerpen waarover in de onderhandelingen nog geen overeenstemming is bereikt. Het is aan een volgend kabinet hierover besluiten te nemen.
Ook voor deze groep werken we nauw samen met de G4, ook hier om de aantrekkende werking te voorkomen. Huidig Utrechts kader en beleid Utrecht doet mee aan de landelijke LVV-pilot. De LVV-pilots biedt opvang en juridische begeleiding aan, waarbij wordt ingezet op het onderzoeken van de drie opties: rechtmatig verblijf, terugkeer naar het land van herkomst of doormigratie naar een land waar verblijf mogelijk is. We zijn in afwachting van verder landelijke keuzen ten aanzien van deze doelgroepen en zetten samen met de G4 in op een stevige lobby. Cijfers en aantallen Op dit moment bieden we binnen de LVV 235 plekken. Er is sprake van een fluctuerende wachtlijst van gemiddeld 5 á 10 personen. Hiervan doet de meerderheid een tweede of volgende asielaanvraag (HASA). De maatwerk ondersteuning leidt in meer dan 90 procent van de toelatingsprocedures alsnog tot een verblijfsvergunning of een vervolgprocedure. Periodiek wordt de LVV-monitor gepubliceerd. We zien een uitstroom van 386, waarvan 242 cumulatief zijn uitgestroomd op basis van een HASA (peildatum oktober 2023). Voor de overige 5 procent wordt er met meer succes ingezet op terugkeer. Slechts een heel klein percentage vertrekt met onbekende bestemming.
Meer achtergrond over ongedocumenteerde mensen die niet in aanmerking komen voor de LVV Het kan voorkomen dat een persoon – op basis van de LVV criteria- niet in aanmerking komt voor de LVV in Utrecht. Deze mensen kampen vaak wel met een (urgent) huisvestingsvraagstuk gecombineerd met medische/humanitaire problematiek. Ook bij hen is vaak een gebrek aan enig duurzaam toekomstperspectief. Het is lastig grip te krijgen op deze groep: aantallen fluctueren, men is veelal ‘onzichtbaar’. Deze specifieke groep valt momenteel tussen wal en schip, en moeten vaak overleven op straat. Toegang tot de meest basale vormen van medische zorg is veelal geregeld (middels de CAK-regeling) , maar stuit in de praktijk op uitdagingen zoals bijv. zorgmijding an sich, huisvestingsvraagstukken ter stabilisatie gedurende een medische behandeling ofwel onvoldoende kennis en kunde in de gehele zorgketen over de doelgroep. In combinatie met veelal een problematische verblijfstatus zijn oplossingen voor deze mensen vaak complex. in Als gemeente worden we geconfronteerd met dergelijke casuïstiek. In het geval van urgente medische/humanitaire en/of in combinatie met een veiligheidsvraagstuk wordt per casus ingeschat welke benodigde zorg we vanuit de gemeente kunnen bieden voor een dergelijk persoon.
Meer achtergrond over remigranten gezinnen Een specifieke uitdaging komt voort uit het feit dat zelfredzame remigranten zich melden en aanspraak willen maken op een woning. Remigranten hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijfsrecht en kunnen daarmee een beroep doen op voorzieningen in het kader van de Wmo en jeugdwet. Een deel van deze gezinnen bereidt echter de terugkeer naar Nederland onvoldoende voor en heeft bij terugkomst geen huisvesting. Als er minderjarige kinderen zijn betrokken heeft de overheid hier een verantwoordelijkheid vanuit jeugdbescherming en kinderrechten. Afgelopen maanden is er een stijging in het aantal zelfredzame remigranten dakloze gezinnen. Er is op dit moment echter een woningtekort, waardoor de remigranten niet eenvoudig een woning kunnen krijgen als zij hun terugkeer uit het buitenland niet goed hebben voorbereid. Omdat we niet willen dat gezinnen op straat staan, gaan we bij schrijnende situaties op maat op zoek naar tijdelijke opvangplekken. Voor deze gezinnen hebben we een kleine opvang aan de Catharijnesteeg. Deze opvang is zit al lange tijd vol. We vangen deze gezinnen alleen op als er geen netwerk is waarop ze kunnen terugvallen. Omdat de opvang vol zit, is het moeilijk om afwegingen maken welke gezinnen wel of geen toegang krijgen tot deze opvang.
Meer achtergrond over overlastgevende criminele vreemdelingen Binnen Utrecht zien we ook (uitgeprocedeerde) asielzoekers op straat uit zogenoemde ‘veilige landen’, waarbij sprake kan zijn van veel overlast. De grootste groep komt uit Marokko en Algerije. Ondanks handhaving lukt het nog niet om deze overlast structureel op te lossen. Nederland heeft een lijst opgesteld met veilige landen van herkomst, waarmee de IND kan bepalen of een asielverzoek kansrijk is. Omdat het overgrote deel van de asielzoekers uit deze landen geen gevaar loopt, worden deze asielverzoeken sneller beoordeeld. Gemiddeld zo’n 2 procent van hen krijgt uiteindelijk toch een asielvergunning (Eurostat). In 2023 kwam ongeveer 4% van de asielverzoeken van een asielzoeker uit een veilig land van herkomst (cijfers IND). Omdat deze asielverzoeken met voorrang worden behandeld en in bijna alle gevallen worden afgewezen, moeten asielzoekers uit veilige landen veel sneller de opvang verlaten. Een deel keert echter niet terug en belandt op straat, wat consequenties heeft voor hun gezondheid en ook ten aanzien van overlast. Het uitgangspunt voor deze groep is overlast en criminaliteit op straat verminderen en de oplossing is terugkeer naar land van herkomst in de praktijk te realiseren.
De inzet is zorg en begeleiding vanuit het meldpunt Perspectief in combinatie met gedwongen aanpak vanuit AVIM, andere rijkspartners en andere steden waar deze problematiek speelt. Wat betreft overlastgevende vreemdelingen binnen Utrecht is gekeken naar een representatieve set van 30 casestudies. Hieruit blijkt de diversiteit binnen deze groep. Het betreft zowel mensen die al lang in Nederland zijn en een ingetrokken verblijfsvergunning hebben, als mensen die nog maar kort in Nederland zijn. Voorbeelden laten een grote variatie zien – in complexe somatische problematiek, complexe psychiatrische problematiek en mensen die geen van beide hebben. Deze casuïstiek illustreert dat de beoogde uitkomsten van interventies in begeleidingstrajecten voor deze groep niet altijd leiden tot terugkeer naar hun land van herkomst, wat vaak resulteert in aanzienlijke directe maatschappelijke kosten.
Bijlage 3: Toelichting voorzieningen Gecombineerde inloopvoorziening Voor alle dakloze mensen is er een laagdrempelige inloop die fungeert als vindplaats voor verschillende hulpverleningsinstanties en waar iedereen die dakloos is, ongeacht zijn of haar achtergrond, mag binnenlopen. De inloop is op dezelfde locatie als de instroombedden MO voor reguliere dakloze mensen. Het is de bedoeling dat in de inloop rechthebbende bezoekers integrale hulp krijgen gericht op herstel en activering. Ongedocumenteerde en EU-migrantenbezoekers worden in de inloop gekoppeld aan instanties die hen verder kunnen helpen. Dit is ook een grote succesfactor om met de doelgroep in gesprek te gaan en oplossingen te realiseren. Daarmee is de inloop een zeer belangrijke vindplek voor hen. Knelpunten die spelen bij de uitvoering van de inloopfunctie: Er is een grotere toeloop van mensen in de inloop dan waar in de organisatie en financiering op was gerekend. In de inloop komen ook mensen die geen recht hebben op opvang. Voor hen fungeert de inloop feitelijk als dagopvang in plaats van inloop en na sluitingstijd heeft een deel van hen recht op nachtopvang, anderen moeten de straat op. We zien dat het extra aandacht vraagt om de verschillende doelgroepen binnen dezelfde inloop te ontvangen.
De onderlinge verhoudingen zijn niet altijd goed en het perspectief en de mogelijkheden die zij hebben zijn verschillend. Dit in goede banen leiden vraagt meer inzet van personeel en leidt steeds vaker tot agressie en onveilige situaties, zowel voor de doelgroep als voor medewerkers. Omwonenden geven aan dat zij te maken hebben met toenemende overlast. Winterkoude regeling – in Utrecht Koudweerregeling (KWR) genoemd Tussen 1 november en 1 april geldt de KWR. Dit houdt in dat alle mensen die dak- of thuisloos zijn (rechthebbende én niet-rechthebbende) ’s nachts worden opgevangen zodra de gevoelstemperatuur onder de 0 graden zakt om gezondheidsschade te voorkomen. Dit is om te voorkomen dat zij vanwege het koude weer gezondheidsschade oplopen. Langdurige blootstelling aan lage temperaturen in combinatie met wind, sneeuw of ijzel kan letsel door kou veroorzaken, voor onderkoeling zorgen en gezondheidsbedreigend zijn. Utrecht geeft invulling aan de KWR samen met de G4. De G4 organiseren nachtopvang bij extremere weersomstandigheden (gevoelstemperatuur onder 0, code oranje of storm met een naam). Het is een bovenwettelijke taak, dat betekent dat de taak niet wordt genoemd in de wet en dat er geen (aanvullende) financiering vanuit het rijk voor is. Gemeenten voeren dit beleid uit om humanitaire en veiligheidsredenen.
Rondom de organisatie van de KWR spelen de volgende knelpunten: - De laatste jaren zien we (ook landelijk) een forse toename in het beroep op de KWR van nieuwe doelgroepen. Hiernaast zien we dat ook mensen zonder binding met Utrecht naar Utrecht afreizen om gebruik te maken van deze voorziening. We hebben het aantal plekken uitgebreid van 100 naar 121 bedden en een flexibele schil van hotelbedden. Vergeleken met vorige winter ligt het gemiddelde gastenaantal in 2023-2024 32% hoger en de plekken lopen sneller vol. Het gastenaantal loopt op naarmate de KWR-periode langer duurt en met het vaker afroepen van de KWR. - Omdat de KWR alleen incidenteel wordt ingezet gedurende 5 maanden, is het lastig hiervoor passende locaties te vinden. De locatie moet direct beschikbaar zijn en kan daardoor niet andere functies herbergen op momenten dat er geen KWR-opvang is. Daarmee is dit een relatief dure en moeilijk in te regelen voorziening. - Binnen de KWR zien we dat het extra aandacht vraagt als er verschillende doelgroepen op dezelfde locatie worden opgevangen. De onderlinge verhoudingen zijn niet altijd goed, wat leidt tot incidenten op de opvanglocaties. Dit vraagt meer inzet van personeel en beveiliging. - De afgelopen jaren is de KWR grotendeels incidenteel gefinancierd uit de ruimte die de Wmo bood. Met de bezuinigingsopgave en de groei van het aantal daklozen dat gebruik maakt van de
regeling, is die ruimte er niet meer en ontbreek het aan structurele middelen om de kosten van de KWR op te vangen. (Voorheen) winteropvang Naast de KWR hebben we in 2022 en 2023 winteropvang georganiseerd voor de meest kwetsbare mensen die geen recht hebben op andere (24-uurs) opvang. Deze mensen kregen toen gedurende de gehele winter, van 1 november tot 1 april, toegang tot opvang. We hebben toen op de Stadsbrug vooral EU-arbeidsmigranten opgevangen, op de Zeehaenkade vooral ongedocumenteerde mensen. Nu zijn de 20 plekken winteropvang op de Stadsbrug omgezet in een doorlopende nachtopvang voor dakloze EU-(arbeids)migranten. Sinds deze winter hebben we ook geen aparte winteropvang voor ongedocumenteerde mensen meer op de Zeehaenkade, omdat er op dat moment voldoende ruimte was binnen de landelijke vreemdelingenvoorziening. Medische zorg Bij de inloopvoorziening is drie keer per week een medisch spreekuur waar verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten van de afdeling Volksgezondheid van Gemeente Utrecht sociaalmedische zorg leveren. Ze werken hierbij samen met huisartsenpraktijk ‘Mariahoek aan de Singel’. Ook zijn er in het pand vier bedden voor dakloze mensen die ziek zijn, maar niet zo ziek dat zij in het ziekenhuis worden opgenomen. Deze voorziening wordt de ziekenboeg genoemd.
Knelpunten die spelen: De ziekenboeg heeft geen opschalingsmogelijkheden als er meer dan vier mensen een plaats nodig hebben. Een flexibele opschaalmogelijkheid, waarbij gebruik wordt gemaakt van de reguliere instroombedden in de gecombineerde inloopvoorziening, zou een goede oplossing zijn, maar dit betekent in de huidige druk op de opvang dat de plek niet ingezet kan worden voor iemand anders. We hebben te maken met een beperkt aantal mensen die niet ziek genoeg zijn voor het ziekenhuis, maar wel te ziek om op straat te verblijven en ook te ziek voor een plek op de Stadsbrug (afgelopen jaar ongeveer 3 tot 5 mensen gemiddeld). Het landelijke kader voor medische zorg voor mensen zonder verblijfstatus en onverzekerden is nu niet sluitend. Ziekenzorg valt in principe onder de Zorgverzekeringswet. Echter, niet alle daklozen zijn verzekerd of hebben huisartsenzorg. Binnen het zorgstelsel bestaan opties voor zorgverleners om zorg voor onverzekerden en ongedocumenteerden vergoed te krijgen. In de praktijk blijkt dat deze regeling niet altijd bekend is of dat zorgverleners fikse drempels ervaren bij de aanvraag. Medisch professionals moeten nu in hun werk moeilijke afwegingen maken over wie ze zorg kunnen verlenen en ervaren dat hun medische eed tot het verlenen van zorg onder druk staat.
Bijlage 4: Greep uit de bronnen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Midden- en Oost-Europese werknemers in kwetsbare posities, handvaten voor preventie en terugdringen van dakloosheid en verslaving, IVO (2022) Rapport ‘Geen tweederangsburgers’, Aanjaagteam bescherming EU-arbeidsmigranten (2020) Jaarrapportage EU-arbeidsmigranten, Rijksoverheid (2022) Wegwijzer zorg en welzijn EU-arbeidsmigranten, VNG (2023) De staat van migratie, Ministerie van Justitie en Veiligheid (2022) Databank onderzoeken rondom EU-arbeidsmigranten en -migratie, Universiteit Tilburg KIS over Europese EU-arbeidsmigranten en Staalkaart EU-arbeidsmigranten, KIS (2022) Het PON & Telos over arbeidsmigratie LVV Monitor, Ministerie van Justitie en Veiligheid (augustus 2023)
Reactie belangenbehartiging op beleidsnota Utrecht Onderdak Beste Raad, Als onafhankelijke belangenbehartigers voor dak- en thuisloze mensen in Utrecht maken wij ons grote zorgen over het toenemende aantal mensen dat te maken heeft met dakloosheid in een tijd waarin de gemeente voor een grote bezuinigingsopdracht staat. Via deze brief willen wij u informeren over onze visie op de huidige beleidsnota Utrecht Onderdak. Om te beginnen willen wij benadrukken dat er momenteel geen goed zicht is op de grootte van het probleem. Tot op heden baseren we ons enkel op schattingen en cijfers uit de maatschappelijke opvang. Echter, het overgrote deel van de dakloosheid in Utrecht blijft onzichtbaar. We zien een toenemend aantal mensen dat grijs woont (bijvoorbeeld op een bank) in Utrecht en de regio om ons heen, die nu (nog) niet aankloppen voor hulp. Als belangenbehartigers pleiten wij daarom in eerste instantie voor het goed in beeld brengen van dakloosheid en de diversiteit van dit probleem. Pas wanneer het probleem inzichtelijk is, kunnen we daadwerkelijk en efficiënt gaan nadenken over passende oplossingen en preventiemaatregelen. Wij zijn daarom voorstander van de Ethos-light telling, aangezien dit momenteel de meest inclusieve tool is om dakloosheid daadwerkelijk zo goed mogelijk in beeld te brengen.
De beleidsnota spreekt meermaals over de wettelijke opgave en de humanitaire ondergrens. Deze ondergrens wordt echter nergens expliciet gemaakt, zelfs de toegankelijkheid van de koudweerregeling lijkt onder druk te komen staan door de groeiende instroom van mensen die zich genoodzaakt voelen hiervan gebruik te maken. Doelgroepoverstijgend werken op basis van kwetsbaarheid klinkt passend voor een mensenrechtenstad, echter tot op heden zien wij dat de 20 bedden die eerst enkel voor kwetsbare EU-burgers waren (waarvan er 250 in Utrecht zijn) nu voor de helft flexibel zijn en ook gebruikt worden als overloop bedden voor ‘rechthebbende’ dakloze mensen. Deze zogenaamd ‘rechthebbende’ mensen horen eigenlijk een plek te krijgen in de reguliere opvang in plaats van op de Stadsbrug, waar de kwaliteit van de opvang significant lager is. Een tekort aan reguliere plekken, mag geen reden zijn om minder bedden voor kwetsbare EU-burgers vrij te maken, waar de behoefte vooralsnog hoger is dan het aanbod. Daarbij is de toegang tot de doorlopende winteropvangbedden (voor dakloze EU-burgers) in de praktijk niet enkel op kwetsbaarheid gericht, maar in onze ervaring voornamelijk ook op uitstroomperspectief. Kwetsbaarheid en de humanitaire ondergrens zijn mooie uitgangspunten, maar wanneer die niet expliciet gemaakt worden kan dit ook leiden tot een misleidend verschil tussen theorie en praktijk.
We zijn blij om te lezen dat er aandacht is voor preventie, uiteindelijk is voorkomen beter dan genezen. Echter, preventie betekent ook mensen helpen voordat zij verder afzakken. Strengere toelatingseisen, de voorwaarden aanpak en als uitgangspunt inzetten op wat mensen zelf kunnen binnen hun eigen netwerk zijn daarom het tegenovergestelde van preventie maatregelen. Ook herkennen wij het beeld van ‘perverse prikkels’ niet en geloven wij niet dat activering daadwerkelijk zal helpen richting betere uitstroom. De opvang is, ondanks alle kwalitatieve verbeteringen, geen prettige plek om te verblijven. Het kost veel energie om constant tussen allerlei verschillende onbekende mensen te leven. Ook bevinden mensen in de opvang zich in een zeer kwetsbare positie, herstel begint pas wanneer mensen weer een eigen plek hebben. Pas dan kan worden uitgegaan van een nieuw perspectief voor de toekomst. Activering en een intensievere voorwaarden aanpak
Reactie belangenbehartiging op beleidsnota Utrecht Onderdak kosten geld en zullen om de bovenstaande redenen volgens ons geen gewenst resultaat opleveren. Op de lange termijn zal de kwantiteit van opvangplekken verhogen door de kwaliteit te verlagen (zoals meer meerpersoonskamers), meer kosten opleveren aangezien herstel langer zal duren. We begrijpen de huidige noodzaak voor dergelijke maatregelen, echter, het is belangrijk om bij het inzetten van deze maatregelen ook direct een plan te maken voor de verdere toekomst. Hoe gaan we de transitie van opvang naar wonen vormgeven, op welk punt gaan we daadwerkelijk opvangplekken omzetten naar huisvesting? Om te voorkomen dat we de komende jaren pleisters blijven plakken, zal er een concreet transitieplan moeten komen wat de groei van dit probleem en de kernoorzaken ervan als basis neemt. Als het gaat over de bezuinigingsopgave voor de komende jaren, dan is dit de enige manier, zoals de kosten-batenanalyse van Cebeon (2022) laat zien. Uiteindelijk is eigen regie en betekenisvolle participatie van de mensen over wie het gaat de enige manier om tot oplossingen te komen die daadwerkelijk effectief zullen zijn. Mensen weten zelf wat ze nodig hebben, geef ze de regie om daar eigen keuzes in te maken.
We spreken van eigen verantwoordelijkheid wanneer mensen aankloppen voor hulp, maar wanneer er sprake is van hulp wordt alle eigen verantwoordelijkheid afgenomen. We danken u bij voorbaat voor het ter overweging nemen van onze punten, Stichting Goud, RechtOp, Villa Vrede, De Achterkant
Raadsvoorstel Beleidsnota Grondbeleid Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Vervolg
4 juni 2024 Cees Bos 20.30 – 21.30 uur Digitaal Bespreken raadsvoorstel Regulier Linda Voortman De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie: Ruimtelijke Ordening en Grondzaken op 5 september. Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook 1 Deelnemer, Stichting Basmah Academy (actieve wijkbewoner) 3 Deelnemers, SEBU 1 Deelnemer
Links naar Deelnemers
Programma 1. 2. 3. -
30 min: toelichting gemeente Ambtelijke toelichting: verschil t.o.v. huidig beleid en grootste dilemma's Prof.: toelichting onderzoeksrapport Vragen 20 min: Reactie experts: Deloitte, RVO Stadkwadraat over aansluiting bij rijksbeleid Accountant Vragen 10 min: Uitloop Bewonersgroepen Andere vragen
1
Motivatie Agendeerders Rick van der Zweth (PvdA), Maarten Koning (D66), Gertjan te Hoonte (VVD), Hessel Stellinga (CDA) en Linda Bode (Volt) Motivatie Graag willen de fracties van PvdA, D66, VVD, CDA en Volt de nieuwe nota grondbeleid agenderen voor een raadsinformatiebijeenkomst. Het doel van de bijeenkomst is om nader geïnformeerd te worden op het nieuwe grondbeleid. We vragen een ambtelijke toelichting op het verschil van het nieuwe t.o.v. het huidige beleid en welke dilemma’s er voor lagen. Daarnaast vragen we prof. Van der Krabben om een toelichting te geven op zijn onderzoeksrapport. We vragen vervolgens één of meerdere experts om hier weer op te reageren met de vraag wat zij ervan vinden en of zij dingen missen of anders zouden doen. Bewonersgroepen of betrokken bewoners zijn ook nadrukkelijk uitgenodigd.
Bijdrage Naam en (evt). organisatie
2
Raadsinformatiebijeenkomst Grondbeleid
4 juni 2024 Strategisch Gebiedseconoom Gemeente Utrecht Hoogleraar Planologie Radboud Universiteit
Opbouw presentatie grondbeleid Inhoudsopgave • Wat is gemeentelijk grondbeleid? • Welke vormen grondbeleid: Faciliterend vs. Actief • De Utrechtse context met RSU 2040, Barcode en Groei in Balans • Grondbeleid Instrumentarium • Verschillen t.o.v. huidige nota Grondbeleid • Lobbyagenda: uitbreiding instrumentarium • Advies over Grondbeleid (E. van der Krabben)
Wat is Grondbeleid Definitie VNG Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Er bestaan verschillende vormen van grondbeleid. Bij actief grondbeleid verwerft de gemeente de gronden zelf. Bij passief grondbeleid laat de gemeente de grondverwerving en -uitgifte over aan private partijen. Een tussenvorm van grondbeleid is het publiek-privaat samenwerkingsmodel (PPS). De verschillende vormen van grondbeleid verschillen qua sturingsmogelijkheden en risico’s voor de gemeente.
Grondbeleid - Basisingrediënten • Karakter grondbeleid • Beleid dat dienstbaar is aan realisatie van (ruimtelijk) beleid • Bepaalt zelf geen doelen en is geen doel op zich • Ruimtelijke doelen • Wonen • Werken • Duurzaamheid • Sport en recreatie • Gereedschapskist met instrumenten • Met name juridisch en financieel • Beleid inrichten ten behoeve van gestructureerde inzet van die instrumenten • Inzet daarvan op basis van initiële insteek • Actief • Faciliterend • Situationeel
Grondbeleid - Basisingrediënten
De Utrechtse context • Ambities • Invulling Ruimtelijke & Thematische ambities Andere inzet grondbeleid instrumentarium • RSU 2040 & De Utrechtse Barcode • +60.000 woningen (in het goede & juiste segment) • +116 ha bedrijventerrein (70.000 banen) • Energietransitie • Duurzaamheidsdoelen • Maatschappelijke voorzieningen • Etc.
• Kortom: We steken in op de Brede Opgavebenadering met Groei in Balans!
Ruimtelijke opgave RSU 2040
Thematisch opgave “De Utrechtse barcode”
Grondbeleid - Instrumentarium Instrumenten Actief Grondbeleid (o.a.):
• Insteek minnelijke verwerving • Strategisch (nog geen planologisch kader/visie aanwezig) • Anticiperend (RSU 2040, omgevingsplan/gebiedsvisie vastgesteld) • Planmatig (verwervingen vanuit grondexploitatie) • Het Voorkeursrecht OW (Wro: Wet voorkeursrecht gemeente, Wvg) • Onteigening • Gronduitgifte via Erfpacht
Grondbeleid – Juridische context Enkele vaste kaders • Staatssteun • Aanbestedingswet • Wro, afdeling 6.4 Ow, hoofdstuk 13 • BBV en notitie commissie BBV november 2023 • Vennootschapsbelasting • Didam-arrest • Wet open overheid (Woo)
Beleidsnota Grondbeleid – Wat is nieuw?
Waarom een koerswijziging? • Afgewogen Actief Grondbeleid staat voor een duurzame verandering waarin we vaker dan voorheen voor een actieve vorm kiezen met daarbij oog voor risico’s. • De beleidsnota luidt ook een nieuwe werkwijze in voor het proactief opzoek gaan naar kansen voor Strategische en Anticiperende verwervingen.
Beleidsnota Grondbeleid: Wat is nieuw? • We verschuiven de focus van een faciliterend grondbeleid naar een afgewogen actief grondbeleid. • De vorm van onze actieve rol in projecten maken we door middel van een afwegingskader. • In de nieuwe nota grondbeleid wordt de mogelijkheid om een extra reservering ter afdekking van toekomstige grondexploitaties met een negatief saldo voorgesteld. • We gaan meer aandacht geven aan de uitvoeringsparagraaf van ruimtelijke visies, waar grondbeleid een onderdeel van vormt. • Uitgifte van gronden gaat straks weer volledig in erfpacht. • Uitgangspunten van de grondprijzenbrief hevelen wij over naar de nota grondbeleid.
Lobbyagenda • Waarom inzetten op uitbreiding instrumentaria • Eigen inzichten en ervaringen • Rapport: “Inzet instrumenten grondbeleid en uitvoerbaarheid van gebiedsontwikkelingen” september 2023, prof. dr. E. van der Krabben • Kamerbrief “Modernisering van het Grondbeleid”, 19 juni 2023, demissionair minister VRO Hugo de Jonge • Hoofdlijnenakkoord “Hoop, Lef en Trots” 2024-2028
Lobbyagenda • Planbatenheffing • Inbrengwaarde • Bouwplicht • Garantstellingen • Verlengen termijn Voorkeursrecht
Advies over grondbeleid Prof. Erwin van der Krabben
Input voor raadsinformatiebijeenkomst grondbeleid Utrecht, 4 juni 2024
Planbatenheffing
Wat levert het op? Op korte termijn niet veel, maar op middellange termijn wél Aannames:
• 100.000 woningen per jaar, twee derde betaalbaar • Waarvan 50.000 uitleg (met planbaten); 50.000 bestaand stedelijk gebied (geen planbaten) • Uitleglocatie: 25 woningen per ha.; jaarlijks 2.000 ha: 20 miljoen m2 ruwe grond • Waardesprong: van € 8 (agrarisch) naar € 100 (herontwikkelingswaarde ruwe grond) Opbrengst:
• Waardesprong totaal, op basis van stijging grondwaarde € 92: € 1,8 miljard • Planbatenheffing (60% waardestijging): ruim € 1 miljard per jaar • Potentieel: € 20.000 per nieuwbouwwoning op uitleglocaties
Inbrengwaarde: quick win lijkt mogelijk • Vaststellen inbrengwaarde: comparatief of residueel • Wat is het probleem: praktijk vaak comparatief, gevolg hoge inbrengwaarde, daardoor lager kostenverhaal mogelijk • Oplossing: wijziging artikel 8.17 Omgevingsbesluit Beoordeling: quick win lijkt mogelijk, draagvlak marktpartijen; maar niet genoemd in hoofdlijnenakkoord
Bouwplicht • Eerder onderzoek: ligt juridisch erg moeilijk • Alternatief (en opgenomen in Hoofdlijnenakkoord): belasting op onbebouwde grond met woonbestemming Beoordeling: ik zie praktische bezwaren; wanneer is zo’n belasting gewenst; wanneer niet?
Garantstellingen Rijk • Wordt in Nederland al lang over gesproken, maar zit nog geen schot in • Ervaringen uit het verleden: rol DLG in landelijk gebied • Ervaringen internationaal: rol Homes England in UK Beoordeling: onderbouw lobby met business cases; hoe groot is het probleem!?
Verlenging termijn voorkeursrecht • Wat is het probleem: na vaststelling WVG binnen 3 jr. vaststelling Omgevingsplan • Leidt tot strategisch gedrag eigenaren: afwachten, want na afloop WVG volledige schadeloosstelling • Oplossing: verleng termijn tot 10 jaar, dan voorkom je strategisch gedrag • Haalbaarheid: ???
stadkwadraat
REFLECTIE OP NOTA GRONDBELEID UTRECHT O.B.V. RECENT RIJKSBELEID
MODERNISERING GRONDBELEID
Kamerbrief 19 juni 2023
4 juni 2024
stadkwadraat
pagina 2
MODERNISERING GRONDBELEID Aanleiding q Financieel niet haalbare gebiedsontwikkeling q Woningbouw “stagneert” q Meer geld naar gebiedsontwikkeling (WBI /Infra) q Discussie over verwervingskosten q Sterke relatie tussen gebiedsontwikkeling en
nieuwe business cases (o.a. energietransitie / deelmobiliteit) q Meer risico’s en meer cyclisch denken? q Kamervragen
stadkwadraat
pagina 3
MODERNISERING GRONDBELEID Inhoud - brief Min VRO 19 juni 2023 q Regie op RO betekent ook optimaal gebruik
maken van grondbeleid q Brief richt zich op gebiedsontwikkeling / woningbouwontwikkeling q Uitgebreide probleemanalyse q Aanpak in drie sporen q Uitvoeringsagenda
MOTIE GRINWIS/BOULAKJAR Van wie is de (grond)waarde? Wat kan u met grond morgen doen voor de woningmarkt?
stadkwadraat
pagina 4
PROBLEEMANALYSE MODERNISERING GRONDBELEID GO te duur en te traag
q Betere inzet grondinstrumentarium
- Gebrek aan kennis, capaciteit, - minder grond en minder geld, - afhankelijkheid van anderen (grondbezitters) groter q Werking van de markt - Grond uniek en schaars, fluctuatie waarde - GO neemt veel tijd in beslag, - zelfrealisatie beperkt concurrentie q Hoge verwervingskosten - Grond wordt vroeg ingekocht - verwachtingen - onvoldoende rekening houdend met kosten/ programma-eisen q Waardestijging grond niet naar GO - Fundamenteel vraagstuk - kostenverhaal beperkt, ook baathebbers zonder plannen, - waardestijging ook vaak na GO
stadkwadraat
pagina 5
stadkwadraat
pagina 6
I. GROND SNELLER BESCHIKBAAR EN VERSNELLEN GO Tempo Grond en grondinstrumenten beter koppelen aan ruimtelijke visie q Bundelen kennis en capaciteit q Experts grondzaken toevoegen aan Expertteam Woningbouw
Voorkeursrecht q Voorkeursrecht meer en eerder inzetten
q Financiele arrangementen voor het (gezamenlijk met mede-overheden) verwerven van gron
woningbouw
Onteigening q Onteigening eerder starten en parallel schakelen met onderhandelen en planvorming q Belemmeringen in BBV dan wel via financiele arrangementen wegnemen
Overig q Verlengen termijn waarvoor corporaties grondposities mogen innemen q Actievere houding Rijk o.a. RVB (inv. coalitie), ontwikkelbedrijf)
stadkwadraat
pagina 7
II. GROND GOEDKOPER EN PUBLIEKE KOSTEN BETER DEKKEN GO te duur en te traag Kostenverhaal q Duidelijkheid bieden over kosten, programma en opbrengsten q Verkenning vaste, vooraf vastgestelde bijdragen (ook voor planvorming uit) q Modelnota’s Grondbeleid en Bovenwijkse Voorzieningen
Taxaties q
Nieuwe afspraken over taxatie (risico’s, voorziene kosten etc.)
Verwerving & Inbrengwaarde: waardering/grondslag voor kostenverhaal q Verkenning inbrengwaarde meer o.b.v. grondwaarde bij bestaand gebruik
stadkwadraat
pagina 8
III. WAARDESTIJGING GROND BETER BENUTTEN VOOR PUBLIEKE DOELEN GO te duur Belastinginterventies
q Onderzoek met andere ministeries: Min. Van Financiën start onderzoek naar grondbelasting
Baatbelasting q Verkenning naar verbetering zo mogelijk vereenvoudiging
Fundamenteel
q Verkenning heffing ter voorkoming speculatieve grondhandel: Onderzoek naar planbatenhef
stadkwadraat
pagina 9
UITVOERINGSAGENDA Sporen parallel aan elkaar q Praktische maatregelen snel invoeren, handleidingen maken, meer fundamentele
discussie starten q Interdepartementale afstemming q Onderzoeken starten naar effectiviteit grondbeleid q Research naar meer fundamentele vraagstukken
Uitvoering met stakeholders q Met gemeenten, stakeholders en belanghebbenden aan tafel voor praktische
uitvoerbare model/handleidingen q Advies en wetenschap voor meer fundamenteel onderzoek, maar ook effectiviteit huidig beleid (bijv. kostenverhaal)
Debat met Tweede Kamer q Discussie gestart, diverse debatten, motie Planbatenheffing en Hoofdlijnenakkoord
stadkwadraat
pagina 10
ACTUALITEIT Kennisontwikkeling en uitwisseling q Platform 31 / VVG / BZK div. bijeenkomsten en acties
Kostenverhaal (techniek) q Onderzoek naar definitie inbrengwaarde in kostenverhaal q Taxatierichtlijn G.O. in de maak
Fundamentele vraagstukken (waardeverdeling) q Verbetering/vereenvoudiging baatbelasting q Onderzoek naar grondbelasting en planbatenheffing in
afrondende fase q Regeerakkoord op hoofdlijnen noemt planbatenheffing
stadkwadraat
06/06/2024
pagina 11
Dank u Zijn er nog vragen?
04 06 2024
Reflectie Nota Grondbeleid Utrecht 2024 Van Aan Maarten Konings tbv Raadsinformatiebijeenkomst Datum 4 juni 2024 1. Voorstander actief grondbeleid, alternatieven voor erfpacht, geen voorstander planbatenheffing 2. Actief grondbeleid – gemeentelijk trauma over afboekingen in financiële crisis. In periode 2008-2014 3,7 mrd verlies/afboekingen bij gemeenten, maar over totale periode 2005-2020 per saldo + 4,5 mrd. (dus verliezen meer dan goed gemaakt.) Op zich geen reden voor actief grondbeleid, maar ook geen reden het te laten. Mits goed risicomanagement, geen structurele afdrachten naar Algemene Dienst (in Utrecht wél het geval..), reserves en beheersing plankosten. Reserveringen voor anticiperende en strategische verwervingen (2x3 mln.) erg beperkt. 3. Erfpacht; middel om grondwaardestijging aan gemeenschap te houden. Maar; ook bij uitgifte in vol eigendom kunnen dergelijke kwalitatieve verplichtingen met kettingbeding worden overeengekomen (op grote schaal in Rotterdam). Bv toestemming gemeente nodig bij overdracht/verhuring/splitsing (BIBOB), maar ook onderhoudsplicht, inrichting, duurzaamheid (bouw- en gebruiksbepalingen). Ontheffing van gemeente nodig bij wijziging volume en functie (los van publiekrechtelijke kostenverhaal) met ontheffingsvergoeding gelijk aan waardevermeerdering. Op te nemen in uitgiftevoorwaarden en Algemene Voorwaarden. 4.
Planbatenheffing ; bewerkelijk, pas over tien jaar (mogelijk) effectief, vertraging. Kern is taxeren naar beginwaarde en eindwaarde om meerwaarde vast te stellen; welke eindwaarde, per wanneer (taxatie mag niet naar toekomstdatum). Altijd discutabel, veel juridische procedures. Lastiger dan baatafroming bij erfpacht want hier gaat het over grondwaarde van een gebied (ipv vastgoedobject), afhankelijk van programma, tempo, rente, bouwkostenontwikkeling, winstmarge, AK en risico. Interfereert met kostenverhaal. Wanneer reken je af (bij bestemmingswijziging zit grondwaardevermeerdering nog vast in de grond), realisatie kan pas vele jaren later). Met overgangsperiode op zijn best voor nieuwe aankopen vanaf bijv. 2026, daarna duurt planontwikkeling meestal nog zo’n zeven jaar. Ontwikkelaars en bouwers zullen eerst bestaande grondvoorraden te gelde willen maken. Dus als instrument al gaat werken pas ver na 2034, met veel plankosten en juridische procedures. Zie rapport Deloitte 2019 naar Tweede Kamer. 5. Bouwkosten en plankosten beheersen. Uit rapport VdKrabben blijkt in vergelijking busines cases 2017-2023 vooral het grote verschil in uitkomst door fors gestegen bouwkosten. Dus richten op beperking daarvan; snellere planprocedures, vermindering plankosten, processen gelijk schakelen, bezwaarprocedures inkorten.
Daarnaast goedkoper bouwen (modules, massa, geen bovenwettelijke eisen, herhaling). En tot slot verminderen aanbestedingskosten, nu net zo hoog als winst in nederlandse bouwsector! Faalkosten reduceren door herhaling projecten en langdurige partnerschappen, anders, simpeler en ‘goedkoper’ aanbesteden, zeker in schaarse markt -
-
-
-
Beste Raad, beste college, Graag maken wij van de mogelijkheid gebruik een schriftelijke bijdrage te leveren aan de raadsinformatiebijeenkomst Raadsvoorstel Beleidsnota Grondbeleid, 4 juni. Dat doen wij namens de Stichting Erfpachters Belang Utrecht (SEBU). Bij onze stichting zijn meer dan 400 erfpachters aangesloten. De reden voor deze bijdrage is drieërlei: 1. In de beleidsnota grondbeleid 2024 wordt herinvoering van erfpacht voorgesteld en wordt de mogelijkheid om eeuwigdurende erfpacht om te zetten naar eigendom afgeschaft. 2. Toekomstige erfpacht in de gemeente Utrecht 3. Wij willen aandacht vragen voor de positie en problemen van 1.200 erfpachters met de voorwaarden van 1974 en 1983. Zij krijgen na afloop van het eerste tijdvak van 50 jaar nieuwe voorwaarden die onbetaalbaar dreigen te worden waardoor erfpachters niet in hun woning kunnen blijven wonen. Ad1. Herinvoering van erfpacht met slechts één overgangsjaar. Herinvoering van de algemene voorwaarden AV 1989 en het afschaffen binnen één jaar van de mogelijkheid om de grond in eigendom te krijgen heeft niet alleen impact op erfpachters die al hebben afgekocht, maar ook op erfpachters die dat in de toekomst nog zouden willen doen. Ad2. Toekomstige erfpacht in de gemeente Utrecht Voor erfpachters is er geen rechtsbescherming, er is geen consumentenbescherming.
Er is geen instantie die hier zorg voor draagt, bijvoorbeeld noch de AFM noch de ACM houdt toezicht op erfpacht. Er zijn geen algemene regels voor de bepaling van de grondwaarde of de vaststelling van erfpacht contracten. Gemeenten maken met hun bestuursrechtelijke bevoegdheid eenzijdig contracten op waar erfpachters aan gebonden zijn zonder een keuze te hebben. De enige keuze die zij hebben is om niet in de gemeente Utrecht een woning te kopen. De voorgestelde regeling om bij splitsing de meerwaarde toe te laten komen aan de gemeente, betekent dat de gemeente dezelfde grond meerdere malen in rekening brengt. Hierdoor zal het splitsen duurder worden en daarmee moeilijker om de woningvoorraad duurzaam te vergroten. Is de gemeente zich hiervan bewust en acht zij dit wenselijk? Hoe kijkt de gemeente er tegenaan om opnieuw over te gaan op erfpacht terwijl rechtsbescherming niet is geregeld en erfpachters onbeschermd zijn? Ad3. Problemen van erfpachters met voorwaarden die onbetaalbaar dreigen te worden De positie van 1.200 erfpachters in Utrecht die nog onder verouderde contracten vallen maakt pijnlijk duidelijk dat erfpachters geen enkele bescherming hebben tegen verhogingen van zowel canon als afkoopsommen. Er ligt een concept voorstel van de gemeente voor de vaststelling van de nieuwe canon na 50 jaar.
Deze is zo hoog dat erfpachters niet langer in hun huizen kunnen wonen als de nieuwe voorwaarden ingaan (m.i.v. 2027) en zij hun huizen met verlies moeten verkopen. SEBU is hierover met de gemeente in gesprek. De gesprekken verlopen in goede sfeer en de gemeente heeft aangegeven binnen de kaders te bezien hoe de nieuwe voorwaarden meer richting de erfpachters kunnen worden gebogen, Maar ook is duidelijk dat dit geen wezenlijke veranderingen zullen zijn en dat deze de problemen van de erfpachters niet op gaan lossen. Wij constateren dat de erfpachters in de gemeente Utrecht niet door de gemeente actief zijn benaderd voor deze raadsinformatiebijeenkomst. Ook SEBU is dat niet, wij hoorden dat toevalligerwijs. Er zijn daarom geen tot nauwelijks erfpachters aanwezig. Wij zijn er zeker van dat veel erfpachters graag met de raad en het bestuur in gesprek gaan over nieuwe erfpacht beleid. Zij zijn immers ervaringsdeskundigen. Daarnaast hebben zij een belang vanwege de afschaffing van de mogelijkheid om eeuwigdurende erfpacht om te zetten naar eigendom. Wij willen de raad vragen om nog een keer een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren met het onderwerp erfpacht en hier dan actief de huidige erfpachters voor uit te nodigen. Dan kan naast het nieuwe grondbeleid ook de huidige situatie van de erfpachters worden besproken.
Met als doel te komen tot een oplossing voor de problemen van de bestaande erfpachters. Erfpacht- en grondbeleid wordt door de gemeente geïnitieerd vanuit Grondzaken. Voor de erfpachters is Wonen heel belangrijk. Voor hen gaat het immers om hun woonsituatie en hun woonrechten. Wij hopen op een vervolg!
Met vriendelijke groet, namens SEBU als bijlage is toegevoegd een brief van SEBU aan het college van B&W van 28 december 2023
Aan: College van B&W Utrecht Datum: 28-12-2023 Onderwerp: verzoek om gesprek over erfpacht-situatie
Geacht college, Wij, de Stichting Erfpacht Belangen Utrecht, vragen om een gesprek met u over een dringende situatie op het gebied van de erfpachtsituatie van 1.200 inwoners. De Stichting Erfpacht Belangen Utrecht behartigt de belangen van erfpachters van door de gemeente Utrecht aan die erfpachters in erfpacht uitgegeven gronden onder voortdurende erfpacht.
Waar gaat het om In Utrecht zijn nog 1.200 particuliere erfpachters van woningen die vallen onder voortdurende erfpachtcontracten. Dat wil zeggen, dat zij de erfpacht niet hebben afgekocht en altijd canon blijven betalen. Voor 200 van hen lopen de huidige canonprijzen in 2027 en volgende jaren af en worden deze herzien. Voor 1.000 van hen is dit het geval tussen 2034 en 2040. Allen vallen onder erfpachtcontracten van vóór 1989. Waarom deze datum van belang is leggen wij hierna uit. In 1989 is het erfpachtbeleid van de gemeente Utrecht herzien. De gemeente vond het niet meer in de tijdgeest passen dat bij erfpacht de waardestijging van de woning aan de gemeente ten goede zou komen. Daarom werd in 1989 eeuwigdurende erfpacht ingevoerd. Daarbij betaalde de (aanstaande) eigenaar de grondwaarde en was daarmee voor altijd van enige verdere canonbetaling af - alsof hij eigenaar was. In 2015 is de gemeente helemaal afgestapt van erfpacht en wordt grond alleen nog in eigendom uitgegeven. De erfpachters met eeuwigdurende erfpacht konden op verzoek hun erfpacht om laten zetten in eigendom. Over de erfpachters van vóór 1989, met voortdurende contracten, werd destijds (1989) door de afdeling grondzaken aanbevolen dat zij door middel van een renteconversie ook eeuwigdurend erfpacht zouden kunnen verkrijgen. Daartoe heeft de gemeente echter niet besloten.
In de loop der jaren zijn aan de erfpachters van vóór 1989 mogelijkheden geboden om hun erfpachtrechten af te kopen en op die manier de erfpacht om te zetten naar eeuwigdurend afgekochte contracten. De voorwaarden daarbij waren echter voor de erfpachters zo ongunstig dat maar een handvol erfpachters van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. In 2017 heeft de gemeente een nieuwe conversieregeling aangeboden aan de erfpachters van vóór 1989 (2.700 bewoners). Daarvan hebben ongeveer 1.200 erfpachters gebruik gemaakt. Die 1.200 zijn bestaande erfpachters of latere aankopers van erfpachtwoningen. Deze hebben ofwel de erfpacht afgekocht, ofwel de canon vastgeklikt. De regeling werkte per situatie en wijk geheel verschillend uit. Zo werd de wijk Rijnsweerd, met vooral jaarlijkse canonbetalers, onevenredig belast door de conversieregeling. De conversieregeling is namelijk gebaseerd op de WOZ-waarde en deze is in de wijk Rijnsweerd in de loop der jaren relatief veel harder gestegen ten opzichte van de initiële grondwaarde dan in andere wijken. Toch hebben ook in Rijnsweerd erfpachters afgekocht of vastgeklikt – waarbij dit laatste vaak leidde tot een 2x zo hoge canon. U mag dan ook niet verbaasd zijn dat de beslissingen tot afkoop of vastklikken werden ingegeven door angst voor wat de gemeente zou gaan doen in de toekomst en niet omdat de conversieregeling als gunstig werd ervaren.