CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 27 februari 2024, gemeente Utrecht26.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En er moet worden aangetoond dat omliggende bedrijven met vergunde hindercontouren niet geschaad worden in hun bedrijfsvoering en voorziene uitbreidingen. Locatie valt om verschillende redenen af.

24 - Locatieonderzoek VO Overvecht

13. Pahud de Mortangesdreef

Valt af Deze locatie is voor het belangrijkste deel niet in eigendom van de gemeente. Hier is recent een tijdelijke een locatie voor de opvang van asielzoekers gerealiseerd. Op termijn wenst de eigenaar de locatie te transformeren naar woningbouw. Dit maakt de financiële haalbaarheid onmogelijk. Er is onderzocht of een gemengde programma van school/ sporthal met woningbouw mogelijk is, maar de ligging dicht langs de NRU maakt deze locatie voor zo veel volume ongeschikt.

25 - Locatieonderzoek VO Overvecht

14. Ramsesdreef

Valt af Deze locatie ligt verscholen in Overvecht en is om die reden niet ideaal voor een VO-school. De locatie is gemeentelijk eigendom. De locatie ligt binnen de 50m van de N230 en er zal gebouwd moeten worden in de groenstructuur. Om verschillende redenen is deze locatie niet haalbaar. Eventueel is deze locatie geschikt voor enkel een sporthal. Maar er is geen locatie voor een school beschikbaar in Overvecht.

26 - Locatieonderzoek VO Overvecht

15. Santa Cruzdreef

Valt af: Dit is een gemeentelijke locatie. Voor de Santa Cruzdreef zijn verschillende varianten onderzocht. Een variant van school met sporthal of gymzalen is een te grote massa voor dit kleine gebied en wordt dus vanwege de ruimtelijke kwaliteit afgewezen. Ook alleen een school is een te groot volume op deze plek. De locatie van Auris moet vernieuwd worden. Deze school voor speciaal onderwijs past beter in dit deel van Overvecht dat zich kenmerkt door kleinschaligheid en een rustige woonbuurt. Dit type onderwijs past beter dan een VO-school van 1.000 leerlingen.

27 - Locatieonderzoek VO Overvecht

16. Winterboeidreef

Valt af Op deze locatie staan verschillende gebouwen die gebruikt worden als tijdelijke huisvesting voor scholen. In één van deze gebouwen zit een nieuwe school die hier is opgestart. Dit is een nieuwe school die in het totaal 5 jaar de tijd heeft gekregen om zich te bewijzen. De locatie is te klein voor een VO school. Daarnaast zou er gebouwd moeten worden in de groenstructuur en is deze locatie wat spreiding van VO scholen betreft ongunstig.

28 - Locatieonderzoek VO Overvecht

17. Schooneggendreef

Valt af Er zijn voor deze locatie twee varianten opgesteld. Variant 1 is afgevallen vanwege de beperkte ruimtelijke inpasbaarheid en de luchtkwaliteit vanwege de ligging binnen 50 meter van de N230. Voor een tweede variant is gekeken of er ruimte gemaakt kan worden richting de naastgelegen MBO locatie. Dat blijkt niet mogelijk. Deze locatie valt dus om verschillende redenen af

29 - Locatieonderzoek VO Overvecht

18a. Overvecht Centrum: Zamenhofdreef, hoek Einsteindreef Valt af

70

Momenteel wordt er in een open planproces gewerkt aan een masterplan voor Overvecht Centrum. In voorliggend locatieonderzoek zijn twee locaties onderzocht. In beide locaties is uitgegaan van een stedelijke invulling met wonen, sport en onderwijs. De locaties zijn deels eigendom van corporaties (erfpacht) en deels eigendom van de gemeente. Deze locaties zijn niet op korte termijn beschikbaar. In het masterplan in wording is geen rekening gehouden met specifiek een school, wel met maatschappelijke m2. De tijdshorizon van het masterplan is echter veel langer dan voorzien voor de realisatie van een VO-school.

Ook de financiële haalbaarheid moet nog goed onderzocht worden. Om verschillende redenen valt deze locatie af.

30 - Locatieonderzoek VO Overvecht

18b. Overvecht Centrum: Zamenhofdreef, hoek Marnedreef

Valt af Momenteel wordt er in een open planproces gewerkt aan een masterplan voor Overvecht Centrum. In voorliggend locatieonderzoek zijn twee locaties onderzocht. In beide locaties is uitgegaan van een stedelijke invulling met wonen, sport en onderwijs. De locaties zijn deels eigendom van corporaties (erfpacht) en deels eigendom van de gemeente. Deze locaties zijn niet op korte termijn beschikbaar. In het masterplan in wording is geen rekening gehouden met specifiek een school, wel met maatschappelijke m2. De tijdshorizon van het masterplan is echter veel langer dan voorzien voor de realisatie van een VO-school.

Ook de financiële haalbaarheid moet nog goed onderzocht worden. Om verschillende redenen valt deze locatie af.

31 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Extra locaties Piramidedreef

Valt af: De locatie is te klein voor een school met schoolplein. Voor een sporthal zou het kunnen, maar er is geen andere geschikte locatie voor de school. Bovendien vindt er een haalbaarheidsonderzoek plaats naar wonen op deze locatie met Werkplaats Overvecht.

32 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Mississippidreef, Schaatsbaan

Valt af Grond is uitgegeven in erfpacht en in gebruik als parkeervoorziening. Vechtsebanen heeft zelf ook plannen voor ontwikkeling. Vanwege de risicocontour van de ammoniak koelinstallatie zijn de locaties dichtbij de Vechtsebanen vanuit juridisch planologisch oogpunt dit moment op niet mogelijk. Een school is alleen mogelijk als de ijsbaan verduurzaamd wordt. Dit zal niet op de gewenste korte termijn gebeuren. En extra budget om dit te versnellen is er niet. 70

33 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Stroyenborchdreef

Valt af: Dit is een gemeentelijk eigendom. De locatie is te klein voor een school. Eventueel zou de locatie geschikt kunnen zijn voor alleen een sporthal, maar op dit moment is de locatie niet beschikbaar.

34 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Amazonedreef (gezondheidscentrum)

Valt af: Er zijn twee varianten onderzocht. Variant 1 waarbij de sporthal en het bestaande gezondheidscentrum zijn ingepast. En een variant waarbij de school en de sporthal op de locatie zijn ingepast. Dit zijn echter geen haalbare varianten. Het gezondheidscentrum is recent vernieuwd en een goed lopende voorziening. De gemeente is geen eigenaar van de locatie.

35 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Orinocodreef

Valt af: te groot volume op deze plek naast Fort aan de Klop. Deze gemeentelijke locatie is niet beschikbaar. Er zit een school voor speciaal onderwijs.

36 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Falklanddreef – Carnegiedreef

Valt af: hier staat een 10-hoog flat die nog gerenoveerd moet worden. De wonngcorporatie wenste hier niet te slopen. In de verschillende varianten is een school (1), school met woningbouw (2) en school met woningbouw en sporthal (3) onderzocht. Financieel zijn alle varianten niet haalbaar en de locatie is niet beschikbaar.

37 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Paranadreef – Carnegiedreef

Valt af: Op deze locatie bevindt zich een woonwagenkamp. Verplaatsen in niet haalbaar en wenselijk.

38 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Rio Negrodreef – Carnegiedreef

Valt af: Voor deze locatie zijn verschillende varianten onderzocht, net als voor de Falklanddreef. Er moet echter een 10-hoogflat voor gesloopt worden. De woningcorporatie wil dit niet en gaat de flat renoveren.

39 - Locatieonderzoek VO Overvecht

Scharlakendreef

Valt af: de locatie is gemeentelijk eigendom, maar te klein voor een school. Hier is ander maatschappelijk vastgoed voorzien. De locatie kan alleen geschikt gemaakt worden als de 10 hoog flat gesloopt zou worden. Naast dat een beide programma’s (school + woningbouw) op de locatie niet inpasbaar zijn, wil de woningcorporatie ook niet slopen. De flat wordt gerenoveerd.

Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00

Beantwoording technische vragen PvdA voorbereiding RIB VO-school Overvecht •

Hoeveel woningen worden er gesloopt in de plannen die nu worden voorgesteld en hoeveel komen ervoor terug? o In het onderzoek worden 289 woningen meegenomen. Deze woningen zijn allemaal in eigendom van woningcorporatie Bo-Ex. Alle woningen zijn in dezelfde periode gebouwd en zijn in dezelfde staat van onderhoud. Als het intentiedocument (Idoc) wordt vastgesteld en een stedenbouwkundig programma van eisen (SPvE) wordt opgesteld, worden meerdere varianten uitgewerkt. In de minimale variant is er sprake van ongeveer 100 woningen (dan worden de woningen aan de Oranjerivierdreef en de woningen in het eerste blok aan de Zambesidreef gesloopt). Deze variant vraagt om extra investeringen om het financiële plaatje rond te krijgen omdat er minder woningen worden teruggebouwd. In de maximale variant worden alle 289 woningen gesloopt. o Het aantal terug te bouwen woningen is afhankelijk van de gekozen variant. Uit een eerste stedenbouwkundige studie komt dat in de maximale variant ongeveer 600 woningen kunnen worden teruggebouwd. In de minimale variant kunnen vooralsnog geen woningen worden teruggebouwd. Dit zou minder sociale woningen betekenen en heeft daarmee op dit moment niet de voorkeur. Er wordt nog onderzocht of er woningen op het schoolgebouw kunnen worden gerealiseerd.

•

Mogen mensen die nu sociaal huren, maar daar eigenlijk geen recht meer op hebben door een hoger inkomen, bij het verhuizen vanwege de sloop (of renovatie) gewoon terugkomen? o Zodra de corporatie en de gemeente een sloopbesluit hebben genomen, krijgen de huidige bewoners stadsurgentie toegewezen. Met deze urgentie kan volgens artikel 3, lid 3 van de regionale huisvestingsveordening worden afgeweken van artikel 3, lid 1. Huisvestingsverordening gemeente Utrecht | Lokale wet- en regelgeving

(overheid.nl) o

•

Dat betekent dat voor iemand met urgentie niet geldt dat deze moet voldoen aan de voorwaarden voor verlening van een huisvestingsvergunning (zoals inkomen) en daarmee een mogelijkheid heeft om terug te keren.

Wat zijn de afspraken dat mensen terugkrijgen qua omvang van hun woning? Als bijv. iemand alleen woont met drie slaapkamers en een tuin, wat gebeurt er dan met de woonruimteverdeling? o Er zijn hierover nog geen concrete afspraken gemaakt. In het Sociaal Plan is hier straks meer aandacht voor. Bo-Ex gaat dat plan samen met de bewonerscommissie opstellen. Hierbij is ‘passend toewijzen’ het uitgangspunt. Dat betekent dat op basis van inkomen en gezinssituatie wordt bekeken welke woningen het beste passen. Het kan gebeuren dat een huishouden in de nieuwe situatie in een kleinere woning terecht komt. o Om inzicht te krijgen in de woonwensen van de huidige bewoners, wordt door Bo-Ex een woonwensenonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek worden alle huishoudens persoonlijk gevraagd wat wensen zijn ten aanzien van tuin, balkon, slaapkamers, buurt, enz. Bo-Ex start binnenkort met dit onderzoek. o Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om de huidige bewoners aan de ZONOR-dreven door te laten verhuizen naar de nieuwbouw aan de Ivoordreef. Op die manier beperken we de verhuisbewegingen (slechts 1x) en kunnen mensen in de buurt blijven wonen. Dit scheelt ook weer een intensief renovatieproject (ongeveer 7 weken in een wisselwoning) voor de bewoners.

•

Op de locatie ZONOR-dreven is er al heel veel ruimte tussen de bebouwing in. Daar staan o.a. oude schoolgebouwen, een sporthal en wat gras met zitplekken. o Kan variant 21 uit het locatieonderzoek wel als het gras (Noord Noord Oost op het kaartje) bij die locatie wordt betrokken? • De groenstrook aan de noordoost zijde van variant 21 is niet meegenomen als onderdeel van de locatie, omdat dit een waardevol groengebied is vanwege de grote bomen die hier staan. Het meenemen van dit gebied als onderdeel van de locatie kan ervoor zorgen dat het ruimtelijk iets beter inpasbaar wordt, maar de situering tussen woningen en de verhouding van het volume van school en sporthal in relatie tot de bestaande woningen blijft problematisch. Er is een groter risico op overlast voor de omliggende woningen en geeft geen meerwaarde voor de omgeving. o Als de huidige omlijning daar wordt aangehouden maar de school zonder sporthal wordt gerealiseerd, past dit daar dan wel? • Ook dit is lastig ruimtelijk in te passen vanwege de groter omvang van de school en de ligging tussen bestaande woningen. o In het midden van het gebied Oranjerivierdreef tot aan de Nataldreef staan twee gebouwen binnen de bebouwing en verder niet. Zou de school en sporthal passen als dat hele binnen gebied benut kan worden? Hoe valt dat uit t.o.v.

het huidige plan? • Dat is niet onderzocht, maar lijkt wat betreft inpasbaarheid en ligging en vindbaarheid ook geen verbetering ten opzichte van de voorkeurslocatie. In deze variant zouden circa 70 woningen worden gesloopt (ongeveer 30 minder dan de minimale variant zoals beantwoord bij vraag 1). Het schoolgebouw is dan omringd door woningen en ligt in het groengebied dat bij de woningen hoort. o Van welke hoogte voor de bebouwing wordt uitgegaan in deze variant en de antwoorden hierboven? Welke keuzes zijn daarin te maken? • Uitgangspunt voor de studie is een hoogte van 4 verdiepingen, ca 16 meter. Een verhoging van het schoolgebouw tot 5 verdiepingen en een combinatie van school en woningen in 1 gebouw is ook mogelijk. Dit kan later verder worden bestudeerd.

•

Wat zijn de plannen op de locatie Bantoedreef waar een (leegstaande) lagere school en een (leegstaand) kinderdagverblijf zit? Dit is de locatie waar nu tijdelijk Oekraïners zitten t/m juli. o Locatie Bantoedreef heet eigenlijk Piramidedreef. Deze locatie wordt op dit moment gebruikt als opvang voor Oekraïense vluchtelingen en daarna voor tijdelijk wonen. De locatie is te klein voor een school met schoolplein. Een sporthal zou wel passen. Daarnaast wordt voor deze locatie een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd in samenwerking met de Werkplaats Overvecht (zie ook pagina 31 van het locatieonderzoek dat als bijlage bij de Raadsbrief is bijgevoegd).

•

In het locatieonderzoek staat bij locatie 14 Ramsesdreef dat deze locatie niet ideaal is een voor VO-school. Dit gebouw is echter al een school. Waarom is deze locatie dan afgevallen t.o.v. de situatie nu? Hoeveel kinderen kunnen er in het huidige gebouw en welke ruimte is daaromheen? o Op dit moment is een deel van het Kromme Rijn College daar tijdelijk gevestigd. Dat mag omdat deze locatie wel tijdelijke huisvesting toestaat. In verband met de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) mag permanente huisvesting niet. Omdat misschien de snelheid op de NRU naar 80 km/u wordt verhoogd, blijft deze locatie onwenselijk (ook al worden wegen en autoverkeer schoner).

Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024 – 2030 Ruimte voor de Utrechtse zaalsport

utrecht.nl/ sport

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Inhoudsopgave A. Inleiding 3 Levendige en gezonde stad 3 Groeiende stad 3 Volop gebruik van de beschikbare (sport)ruimte in Utrecht 3 Uitvoeringsprogramma binnensport en nieuwe nota sport 2024 3 Sportinfrastructuur als basis van een goed sportklimaat 4 Reactie college van B&W op onderzoek 4 Leeswijzer5 B. Binnensport in sporthallen in Utrecht 6 Nadruk op sporthallen 6 Multifunctioneel gebruik 6 Nieuw kengetal binnen te hanteren bandbreedte 7 Monitoring kengetal 7 1. Nieuw kengetal binnensport Utrecht 7 2. Prognoses sporthallen (en blaashallen) in relatie tot bevolkingsprognose9 3. Inzetten van tijdelijke voorzieningen 9 4. Het aantal uur sport dat we met sporthallen willen faciliteren 10 5. De ruimte die gemeente Utrecht binnen sporthallen biedt voor topsport en talentontwikkeling 10 6. Het inzetten van sportcentrum Galgenwaard als topsportvoorziening11 7. Het creëren van een vaste thuisbasis voor Utrechtse verenigingen11 8. Het realiseren van sporthallen i.p.v. gymzalen bij de ontwikkeling van voortgezet onderwijslocaties (VO) 12 9. Overige aanbevelingen 13

C. Indicatoren D. Risico’s E. Financiën F. Voortgang en verantwoording

14 15 16 17

6. Procedure verdeling uren  7. Geschillencommissie  Bijlage 2 Toelichting prioritering zaalverdeling  Bij deze prioritering rekening houden met:

28 28 28 29

Bijlagen18

Bijlage 4. Actualisatie horeca binnensport accomodaties 2023 Aanleiding beleidswijziging horeca binnensport 1. Horecavoorziening binnensport 2. Programma van Eisen 3. Financiering

30 30 31 33 33

Bijlage 1. Standaard­afmetingen van de sportvloer in sporthallen19 Afmetingen sportvloer  19 Bijlage 2. Beleidsnotitie blaashallen 22 Inleiding22 Beleid22 Achtergrondinformatie23 Uitgangspunten23 Bijlage A Gemeentelijke sporthallen die geschikt zijn voor zaalhockey: 25 Bijlage 3. Zaalverdeling criteria sporthallen Utecht Zaalverdelingscriteria Sporthallen Utrecht 2024  Prioritering zaalverdeelcriteria Bijlage 1 Werkwijze/Leidraad Zaalverdelingscommissie (ZVC)  1. Samenstelling commissie  2. De benoeming van leden van de ZVC  3. Taken en bevoegdheden van de werkgroep  4. Taken voorzitter 5. Communicatie

26 26 26 27 27 27 27 27 27

2

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

A. Inleiding

Levendige en gezonde stad Binnen het programma Levendige en gezonde stad hanteert de gemeente Utrecht de doelstelling: Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen. Sporten en bewegen is goed voor het dagelijks leven. Naast ontspanning, beweging en (mentale) gezondheid zorgt sport ook voor talentontwikkeling en het ontmoeten van nieuwe mensen. In Utrecht vinden we het daarom belangrijk dat sporten en bewegen voor iedereen binnen handbereik is. We zorgen hierbij voor een prettige sportomgeving, maar ook voor goede faciliteiten om te sporten en bewegen, zowel buiten als binnen. Dit doen we samen met vele partners en vrijwilligers in de stad. Groeiende stad Utrecht groeit de komende jaren door tot 400.000 inwoners in 2030 en ruim 450.000 inwoners in 2040. Die groei grijpen we aan om te zorgen voor een gezonde en prettige leefomgeving voor iedereen. Zo hebben we afgesproken dat inwoners dicht bij huis (binnen 10 minuten) een sportaccommodatie moeten kunnen vinden en zien we graag een beweegvriendelijke openbare ruimte die uitnodigt om te sporten en te bewegen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) kiezen we ervoor deze groei te faciliteren door binnenstedelijke verdichting (het toevoegen van woonruimte binnen de bestaande stad). Dat maakt het niet altijd eenvoudig om voldoende ruimte te vinden voor sport.

Daarom onderzoeken we de mogelijkheden voor multifunctionele accommodaties en stimuleren we dubbelgebruik van sportfaciliteiten. In het Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen is uitgewerkt hoe we voldoende ruimte maken voor maatschappelijke voorzieningen. Specifiek voor

sport maken we een inschatting van de benodigde capaciteit op basis van een tweejaarlijkse raming door het Mulier-instituut. Volop gebruik van de beschikbare (sport)ruimte in Utrecht Het sporten en bewegen in de openbare ruimte vormt een goede aanvulling op het beschikbare aanbod en gebruik van de ruimte in de stad. Dit vervangt echter niet het georganiseerd sporten in sporthallen en op sportparken. Bovendien zien we juist ook op de sportaccommodaties een toename in anders georganiseerd sportaanbod naast de verenigingssport. We zien uit de meest recente cijfers (2020) dat 64% van de Utrechters (18+) en 85% van de kinderen wekelijks sport. Ook zien we dat Utrechters vaker sporten en bewegen dan inwoners van andere grote steden. Dit gunstige beeld zien we terug bij de zaalsportverenigingen. De deelname aan basketbal, volleybal, zaalhockey en zaalvoetbal in Utrecht is hoog ten opzichte van de 32 grootste gemeenten in Nederland. Deze hoge sportdeelname vertaalt zich in een zeer hoge bezettingsgraad van 90% tot 100% van onze sporthallen in de wintermaanden. Om het gunstige beeld van Utrecht als een sportieve stad vast te houden is het van belang dat er voldoende sportcapaciteit in onze stad beschikbaar blijft. En daar wordt hard aan gewerkt. De komende jaren worden maar liefst zeven nieuwe sporthallen gerealiseerd.

Daarnaast hebben we recent meegewerkt aan de blaashal voor HC Rijnvliet die de hockeyers voor het winterseizoen 2023/2024 in gebruik nemen. Uitvoeringsprogramma binnensport en nieuwe nota sport 2024 Dit uitvoeringsprogramma geeft aan hoe we voldoende ruimte blijven bieden aan binnensport in Utrecht. Tot op heden hanteert de gemeente het planologisch kengetal binnensport van 1 sporthal per

3

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

17.500 inwoners – dat is vastgesteld in de Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030 – als belangrijkste richtlijn voor het realiseren van binnensportruimte in sporthallen. In dit uitvoeringsprogramma geven we binnen de huidige kaders aan hoe we de Utrechtse vraag naar binnensport richting 2030 gaan accommoderen. Daarnaast vraagt de aanpassing van het kengetal binnensport een beleidswijziging door de gemeenteraad op de Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030. Aanvullend volgt in 2024 een nieuwe brede beleidsnota Sport. Hierin werken we voor de komende jaren het beleid op het stimuleren en accommoderen van sport en bewegen in Utrecht uit. In deze nota komen ook de onderwerpen buiten-/veldsport en sporten en bewegen in de openbare ruimte aan de orde. Met het uitvoeringsprogramma binnensport en het voorstel voor aanpassing van het kengetal lopen we hierop vooruit. Sportinfrastructuur als basis van een goed sportklimaat In de Sportnota (2017 – 2023) stelt de gemeente Utrecht te streven naar een optimale sportinfrastructuur als basis van een goed sportklimaat. Het grootste deel van het gemeentelijke sportbudget (90%) besteden we aan goede en toegankelijke sportaccommodaties. Het aantal accommodaties moet meegroeien met de toename van de bevolking.

In de aanvullende Sportagenda van juni 2021 scherpten we deze ambitie aan in het licht van de groei van de stad: Het is dan ook onze ambitie om iedereen die wil sporten in Utrecht te kunnen blijven faciliteren door ruimte te maken voor voldoende sportaccommodaties. Daar waar het nodig is werken we aan de uitbreiding van capaciteit door extra faciliteiten te realiseren. We leggen beter vast

welke uitgangspunten we daarbij hanteren. Deze uitgangspunten maken inzichtelijk aan welke eisen nieuwe accommodaties moeten voldoen en helpen om de keuzes die we maken goed te kunnen uitleggen en onderbouwen. Aanleiding voor onderzoek naar kengetal binnensport Naar aanleiding van de capaciteitsraming sportaccommodaties in 2019 gaven de Utrechtse binnensportverenigingen aan het kengetal niet meer passend te vinden bij de vraag naar binnensportaccommodaties die zij ervaren. Op basis hiervan heeft de gemeente het Mulier Instituut gevraagd om te onderzoeken of het kengetal binnensport – zoals in Utrecht gehanteerd – recht doet aan de Utrechtse situatie. Het betreffende onderzoek (Ruimte voor zaalsport in Utrecht) is uitgevoerd in 2022 en constateert dat het aanbod van en de behoefte aan sporthallen steeds verder uit de pas zal lopen. Dat komt door: • het relatief grote aantal zaalsporters in Utrecht t.o.v. het landelijke gemiddelde • de (groei)ambities van (top)sportverenigingen • de grote huidige en verwachte knelpunten in vooral het winterseizoen • het verschil tussen gewenste en feitelijke trainingsduur • en de verwachte verdere bevolkingsgroei in Utrecht

Het Mulier Instituut concludeert dat • het huidige kengetal niet meer passend is • een bijstelling van het kengetal richting het midden tussen 1:10.000 en 1:17.500 verdedigbaar is • het kengetal onderdeel moet zijn van een langetermijnvisie voor de zaalsport Het recente Mulier-onderzoek heeft aangetoond dat Utrecht met het hanteren van het huidige kengetal binnensport (1 sporthal per 17.500 inwoners) de eerdergenoemde doelstelling niet haalt. In het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’ is het tekort aan binnensport­ accommodatie onderkend en stelt het college zich de komende periode als doel om ‘een been bij te trekken’ op het realiseren van extra binnensportvoorzieningen. Dat gebeurt met de zeven extra sporthallen (waarvan één tijdelijke sporthal voor tien jaar op sportpark Loevenhout) die tussen 2023 en 2030 geprogrammeerd staan. Daarmee maken we richting 2030 de stap naar een kengetal van 1:15.000. Reactie college van B&W op onderzoek In een reactie op het onderzoek heeft het college van B&W in het voorjaar van 2022 toegezegd de conclusies en aanbevelingen te zullen uitwerken in een brede langetermijnvisie voor de binnensport waarvan een aangepast kengetal onderdeel is. Dit uitvoerings­ programma is daarvan het resultaat en vormt een aanscherping op de basis van het binnensportbeleid (en dus geen vervanging) van de eerdergenoemde Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030.

4

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Leeswijzer Dit uitvoeringsprogramma begint met het toelichten van het vraagstuk sporthallen binnen het bredere vraagstuk van binnensport. Dit spitsen we toe op wat de gemeente accommodeert in sporthallen. Het inhoudelijke deel van het uitvoeringsprogramma start met de onderbouwing van het nieuwe kengetal binnensport waarvoor we een beleidswijziging aan de gemeenteraad voorstellen. Vervolgens beschrijven we de uitgangspunten voor: • Inzetten van tijdelijke voorzieningen • Het aantal uur sportbeoefening dat we met sporthallen willen faciliteren • De ruimte die de gemeente binnen de sporthal biedt voor topsport en talentontwikkeling • Het inzetten van sportcentrum Galgenwaard als topsportvoorziening • Het creëren van een vaste thuisbasis voor Utrechtse verenigingen • De realisatie van sporthallen i.p.v. gymzalen bij de ontwikkeling van voortgezet onderwijslocaties en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties Tot slot beschrijven we kort de aanbevelingen uit het Mulieronderzoek die op dit moment al onderdeel zijn van bestaand beleid of uitvoering daarvan. Het gaat hierbij om: • Inzet van sport/gymzalen om druk op sporthallen te verlichten • Welke huurtarieven zijn gewenst • De plaats van studentensport en het sportcentrum Olympos binnen dit vraagstuk

5

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

B. Binnensport in sporthallen in Utrecht

Nadruk op sporthallen In dit uitvoeringsprogramma sport beschrijven we de aanpassingen van het binnensportbeleid die nodig zijn om de behoefte aan zaalsport in onze groeiende stad te kunnen accommoderen zoals ook het Mulier-onderzoek ons adviseerde. Deze visie heeft voor het overgrote deel betrekking op de behoefte aan en capaciteit van sporthallen in de stad. Naast sporthallen kennen we in Utrecht ook gymzalen en sportzalen. Het beleid hierop is beschreven in Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030. Dit uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport is hierop een aanvulling m.b.t. sporthallen. In het vervolg van dit uitvoeringsprogramma stippen we gymzalen en sportzalen wel aan omdat – vooral voor sportzalen waar veel van de belangrijkste zaalsporten beoefend worden – deze voorzieningen bij een optimaal gebruik bijdragen aan het realiseren van zo veel mogelijk binnensportcapaciteit.

Multifunctioneel gebruik Sporthallen, sportzalen en gymzalen zijn multisportvoorzieningen. We kunnen er verschillende sporten in accommoderen, zoals basketbal, zaalvoetbal, volleybal, badminton, gymnastiek en handbal. Daarnaast zetten we onze sporthallen in voor het accommoderen van bewegingsonderwijs van voornamelijk het voortgezet onderwijs. Het uitgangspunt bij de bouw van een sporthal is dan ook altijd multifunctioneel en optimaal gebruik gedurende de dag, avonden en in de weekenden. Hierbij gaan we uit van een aantal standaard­ afmetingen en hoogte van de sportvloer (zie bijlage 1). De afwegingen hierbij hangen samen met het verwachte gebruik. Daarnaast zijn er sporten die binnen (indoor) beoefend worden, maar die niet (of minder goed) te huisvesten zijn in de genoemde gemeentelijke binnensportaccommodatie. Dit gaat bijvoorbeeld om sporten als judo (bij intensief gebruik), skaten en circusactiviteiten. We erkennen dat we ook voor deze sporten huisvestingsbeleid te ontwikkelen hebben. We maken dit vraagstuk onderdeel van de nieuwe beleidsnota Sport die we in 2024 gaan opstellen. Mochten er voorafgaand aan deze beleidsnota vragen komen, zullen wij tussentijds met de betreffende partij in gesprek gaan om te bezien of en zo ja waar tijdelijke oplossingen mogelijk zijn in afwachting van het aparte beleidsvoorstel.

Kengetal onderdeel van breder beleidsvraagstuk Het kengetal binnensport is een planningsinstrument om te waarborgen dat we als stad voldoende sporthallen realiseren om onze inwoners te kunnen laten sporten en bewegen. Het kengetal is echter een één dimensionale doelstelling terwijl het vraagstuk binnensport in sporthallen meerdere factoren kent. De verschillende factoren die

6

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

bijdragen aan voldoende, goed gewaardeerde en efficiënt gebruikte sporthallen in Utrecht beschrijven we per onderdeel in dit hoofdstuk.

in relatie tot de beschikbare capaciteit om een compleet beeld te krijgen van vraag en capaciteit.

Nieuw kengetal binnen te hanteren bandbreedte Op basis van de bredere visie op binnensport – die we in dit uitvoeringsprogramma verder uitwerken – passen we het kengetal binnensport aan naar 1 sporthal per 15.000 inwoners. Hierbij zien we het kengetal als een richtpunt en stellen we onszelf ten doel dat het aantal sporthallen per inwoners zich te allen tijde bevindt tussen de bandbreedte 1:14.000 en 1:16.000. De periode na 2030 valt buiten de scope van dit uitvoeringsprogramma, periodieke monitoring van vraag naar en aanbod van binnensportaccommodatie moet voor die periode inzicht geven in het beleid en bijbehorend kengetal.

1. Nieuw kengetal binnensport Utrecht Mulier concludeert dat het kengetal van 1 sporthal per 17.500 inwoners niet meer passend is en dat een nieuw kengetal zich zou moeten bevinden rond het midden tussen 1:10.000 en 1:17.500. In het rapport geeft Mulier daarbij de volgende onderbouwing:

Monitoring kengetal Het kengetal binnensport draagt bij aan de doelstelling Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen binnen het programma Levendige en gezonde stad. Deze doelstelling houdt concreet in dat het aantal voorzieningen (in dit geval het aantal sporthallen in Utrecht) meegroeit met het aantal inwoners. Voor deze doelstelling monitoren we jaarlijks de tevredenheid over het aanbod van sportvoorzieningen in de stad onder onze gebruikers. We meten de bezettingsgraad van gemeentelijke sportaccommodaties. We streven in Utrecht naar een zo hoog mogelijke bezetting zodat we optimaal en efficiënt gebruik maken van onze accommodaties. Meer specifiek monitoren we periodiek binnen de capaciteitsraming sport of we voldoen aan het kengetal. Naast het daadwerkelijke toetsen of we voldoen aan het kengetal (het aantal sporthallen per inwoners), monitoren we – binnen het tweejaarlijkse Mulier-onderzoek – de ontwikkeling van vraag naar binnensport (ledenontwikkelingen zaalsporten en anders georganiseerd aanbod)

‘Op basis van de huidige deelname aan sporten, bevolkings­ prognoses en scenario’s voor uitbreiding van het aantal leden en/of trainingsuren is een planologisch kengetal voor de weken 6 (maand februari, winterseizoen) en 16 (maand april, regulier seizoen) berekend. Dit kengetal varieert in de verschillende scenario’s tussen de 11.000 en 14.000 inwoners per sporthal in week 6. Voor week 16 is een kengetal tussen de 20.000 en 22.500 inwoners per sporthal bepaald. Hierbij is het van belang dat tijdelijke voorzieningen (zoals blaashallen) in week 6 ook als sporthal kunnen worden meegeteld, omdat die kunnen voorzien in tijdelijke sportruimte tijdens de piek in de winterperiode.’ (Mulier instituut, Ruimte voor zaalsport in Utrecht, 2022). Op basis hiervan stellen we de gemeenteraad voor het kengetal voor Utrecht tot 2030 aan te passen naar 1 sporthal per 15.000 inwoners (voor het totaal van het aantal inwoners van de stad m.i.v. 2024) met de volgende onderbouwing: • We volgen het advies om voor de piekmaanden in het winterseizoen (week 6) blaashallen mee te tellen. Met het aanpassen van het kengetal naar 1 sporthal per 15.000 inwoners en het inzetten van blaashallen realiseren we richting 2030 – zowel in het winterseizoen

(week 6) als het reguliere seizoen (week 16) – te allen tijde de benodigde capaciteit. We voeren actief beleid (hierna omschreven: inzet tijdelijke voorzieningen) om in de toekomst extra blaashallen te accommoderen om zaalhockey te faciliteren en eventueel ook andere zaalsporten met een kort winterseizoen, zoals korfbal en mogelijk ook frisbee. • Met de extra zeven sporthallen (waarvan één tijdelijke sporthal voor tien jaar op sportpark Loevenhout) die tussen 2023 en 2030 geprogrammeerd staan, maken we al direct een stap om de huidige extra vraag naar zaalruimte op te vangen. We komen hiermee richting 2030 al uit op een kengetal van 1:15.000. De zeven extra sporthallen betreffen: 1. Tijdelijke sporthal Loevenhout 2. Het Plein 3. Bontekoelaan 4. Cartesiusdriehoek 5. Merwedekanaalzone 6. Vleuten 7. Overvecht De zeven extra sporthallen zetten we ook in om de vervanging van de sporthallen Hoograven en Lunetten op te vangen. Deze beide hallen worden gesloopt en herbouwd. Ten tijde van de vervanging (na elkaar) zullen we de reguliere gebruikers opvangen in andere sporthallen. De blaashallen vangen een extra piek in de winter op omdat onder andere dan de hockey naar binnen gaat. Voor de totale programmering is een blaashal niet één op één inwisselbaar met een permanente sporthal.

Voor overige reguliere binnensporten blijft de uitbreiding met permanente hallen nodig als gevolg van de groei van de stad.

7

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

In Utrecht hebben we de volgende blaashallen: • Sportpark Maarschalkerweerd bij SV Kampong (1 heel hockeyveld, 4 zaalvelden) • Sportpark Fletiomare Novum bij MHC Fletiomare (1 half hockeyveld, 2 zaalvelden) • Sportpark Rijnvliet bij Hockeyclub Rijnvliet (1half hockeyveld, 2 zaalvelden) • In lijn met de twee jaarlijkse reguliere capaciteitsramingen sport monitoren we – op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen van ledenaantallen en de behoefte aan en capaciteit van zaalruimte – om te toetsen of we binnen de bandbreedte (1:14.000 tot 1:16.000) blijven.

• Ook voor deze periode (2030 tot 2040) houden we de mogelijkheid open om extra blaashallen te faciliteren, voor nu (in de onderstaande doorrekening) wordt er rekening gehouden (naast de hal die voor 2023 al voorzien is bij HC Rijnvliet) met 1 extra blaashal (twee zaalhockeyvelden en dus de oppervlakte van twee reguliere sportvloeren die in sporthal liggen). • In lijn met het advies van Mulier is het uitgangspunt dat de noodzaak om extra sporthallen te realiseren in de periode 2030 – 2040, gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van extra voortgezet onderwijslocaties (en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties) die voor die periode voorzien zijn. In het Integraal Huisvestingsplan 2026 – 2041 zal het exact aantal extra VO-locaties voor die periode opgenomen worden.

Voor de aanvullende behoefte aan de sporthalruimte na 2030, die samenhangt met de groei van de stad en de ontwikkeling van deelname aan zaalsporten, zien we in elk geval de volgende mogelijkheden om extra sporthalruimte te realiseren: • Op basis van de huidige bevolkingsprognose groeit de stad richting 2040 naar ruim 470.989 inwoners (zie tabel 1). Bij het voormalige kengetal van 1:17.500 zou dit in 2040 afgerond 27 (26,9) sport­ hallen betekenen. Met de huidige programmering van extra hallen zouden dat er in 2040 26 zijn, wat betekent dat er één sporthal extra gerealiseerd had moeten worden om aan dat kengetal te voldoen. De tweejaarlijkse monitoring van vraag naar en aanbod van binnensportcapaciteit na 2030 moet inzicht geven in het aantal extra sporthallen dat in die periode wenselijk is. Daarbij hoort dan een gemeentebrede afweging of de benodigde financiële dekking voor deze sporthallen beschikbaar is.

8

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

2. Prognoses sporthallen (en blaashallen) in relatie tot bevolkingsprognose Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk dat we in 2030 voor zaalsport in Utrecht 27 sporthallen beschikbaar hebben (20 huidige hallen, 1 tijdelijke sporthal en zes extra te realiseren sporthallen). Daarmee voldoen we al aan het scenario van het nieuw voorgestelde kengetal 1:15.000. Dit kengetal stelt dat er in 2030 op basis van de huidige bevolkingsprognose 27,3 sporthallen nodig zijn. Wanneer we voor deze periode (tot 2030) ook het huidige aantal blaashallen – in lijn met aanbevelingen van Mulier – meerekenen hebben we 35 sporthallen beschikbaar. De huidige 20 sporthallen zijn niet allemaal gemeentelijke sporthallen, er zijn ook particuliere sporthallen zoals sportcentrum Olympos, Oudenrijn en Hercules (vijf sporthallen in totaal). Eigenaren hebben zelf zeggenschap over het voortzetten van hun voorziening. We overleggen constant om tijdig maatregelen te kunnen nemen mocht een voorziening (dreigen te) sluiten.

Doorrekening nieuw kengetal Jaartal Aantal inwoners op basis van bevolkingsprognose (2022)

2023

2030

2035

2040

361.742

409.542

449.156

470.989

1 sporthal per 17:500 inwoners

17.500

20,7

23,4

25,7

26,9

1 sporthal per 15:000 inwoners

15:000

24,1

27,3

29,9

31,4

1 sporthal per 13.750 inwoners

13.750

26,3

29,8

32,7

34,3

2023

2030

2035

2040

Huidige hallen (2023)

22

22

22

22

Tijdelijke sporthal Loevenhoutsedijk (2023 t/m 2033)

1

1

0

0

Extra te realiseren hallen in de periode 2024 – 2030

4

4

4

4

2023

2030

2035

2040

Ontwikkeling aantal reguliere sporthallen 2023 – 2040

27

27

30

31

Huidige zaalhockeyvelden in blaashallen

8

8

8

8

Huidig (2023) aantal beschikbare hallen: Jaartal

Extra te realiseren hallen in periode 2030 – 2040 o.b.v. kengetal 1:15.000 Jaartal

3. Inzetten van tijdelijke voorzieningen De Utrechtse sporthallen kennen een hoge bezetting met vooral in de wintermaanden niet of nauwelijks nog vrije uren in de (doordeweekse) avonden. De reden hiervoor is dat een aantal sporten met zowel een buiten – als een binnenseizoen (denk aan hockey, korfbal en in mindere mate handbal) in de wintermaanden gebruik willen maken van de sporthallen voor hun trainingen en wedstrijden.

Kengetal

Optioneel te realiseren zaalhockeyvelden in blaashallen (2030 – 3040) Ontwikkeling sporthallen incl. blaashallen 2023 – 2040

-

-

-

2

35

35

40

41

Tabel 1. Scenario’s kengetal afgezet tegen bevolkingsprognose en huidige geprogrammeerde sporthallen

Om deze sporten te accommoderen en daarnaast ruimte te blijven bieden aan sporten die het gehele seizoen binnen worden beoefend (denk aan basketbal, volleybal, badminton en zaalvoetbal) kiezen we ervoor om tijdelijke voorzieningen in te zetten. De meest gebruikelijke voorziening is de blaashal voor zaalhockey zoals we die in Utrecht al op meerdere plekken kennen (o.a. Fletiomare en Kampong).

9

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Aangezien deze blaashallen direct bijdragen aan het vergroten van de capaciteit voor binnensport gaan we ons actief inzetten voor het faciliteren van deze extra voorzieningen. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Ontwikkeling, eigendom, beheer en exploitatie van blaashallen zijn de verantwoordelijkheid van de verenigingen. De gemeente heeft een faciliterende, stimulerende en kader stellende rol tijdens de aanleg en realisatie. • De gemeente zal bijdragen in de kosten en uitvoering en daarnaast/ opdrachtgever zijn voor aanleg, verankering en aanpassing van de benodigde nutsvoorzieningen. Indien wenselijk kan de gemeente in samenwerking met stichting waarborgfonds sport (SWS) garant staan voor de benodigde investering. • De blaashal dient zo duurzaam mogelijk verwarmd te worden, uitgangspunt is gebruik van een warmtepomp of een vergelijkbaar duurzaam alternatief. Voorwaarde is dat uit de businesscase blijkt dat dit financieel rendabel en haalbaar is, met als uitgangspunt een terugverdientijd van 10 jaar. • De blaashal moet optimaal gebruikt worden en – als er ruimte is – beschikbaar zijn voor andere clubs. • Realisering van blaashallen kan alleen (vanwege de benodigde verankering) op een kunstgras zandveld. • Tarief voor het gebruik van het veld is altijd het maximale tarief (25 uur) dat ook geldt voor trainingscapaciteit.

Een vereniging hoeft geen extra huurtarief te betalen voor het gebruik van het veld in de weekenden. • De nadere uitwerking op de gemeentelijke inzet voor het faciliteren van blaashallen is als bijlage 2 toegevoegd. Vanzelfsprekend houden we de mogelijkheid open om te verkennen of we in de nabije toekomst op andere manieren tijdelijke en flexibele binnensportruimte kunnen toevoegen. Hierbij valt te denken aan

bijvoorbeeld leegstaande bedrijfspanden of andere tijdelijk niet gebruikte ruimte in de stad.

Prestatiesport: sportbeoefening op hoogste (of één-na-hoogste) landelijke niveau

4. H  et aantal uur sport dat we met sporthallen willen faciliteren We kiezen ervoor om (naar voorbeeld van de trainingsnorm veldsport) een richtinggevende trainingsnorm vast te stellen voor het beoefenen van binnensport. Het gaat dan om het aantal sportmomenten per week en de duur ervan. Deze richtlijn gebruiken we als uitgangspunt om te kunnen monitoren of sportverenigingen en gebruikers gebruik kunnen maken van de binnensportaccommodaties, overeenkomstig het niveau waarop we de binnensport willen faciliteren om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten en bewegen.

Richtlijn: 4 tot 6 sportmomenten per week van 1 tot 2 uur per moment

Recreatiesport: sportbeoefening op recreatief niveau. Dit kan wel of niet in georganiseerd competitieverband: Richtlijn: 1 of 2 sportmomenten per week van 1 tot 2 uur per moment afhankelijk van het betreffende niveau Wedstrijdsport: sportbeoefening op selectie- en competitieniveau in competitieverband: Richtlijn: 3 tot 4 sportmomenten per week van 1 tot 2 uur per moment

5. De ruimte die gemeente Utrecht binnen sporthallen biedt voor topsport en talentontwikkeling In Utrecht realiseren we sportaccommodaties vooral om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten en bewegen, zodat ze hun talent kunnen ontdekken en ontplooien. Daarbij vinden we het ook van belang dat de Utrechters die hun sport op het hoogste niveau bedrijven, de juiste mogelijkheden krijgen om hun potentieel volledig te ontwikkelen. We onderschrijven de waarde van topprestaties van Utrechtse sporters en teams die hiermee andere Utrechters inspireren. Hierbij beseffen we dat trainen en sporten op het hoogste niveau extra uren accommodatiegebruik betekent. Vanuit onze ambitie om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten kiezen we ervoor om deze extra uren voor talentontwikkeling/topsportbeoefening te accommoderen op die momenten en plekken waar daar nog ruimte voor is en het niet ten koste te gaat van gebruik door breedtesport. Waar mogelijk kijken we met verenigingen die topsport beoefenen of en welke aanpassingen aan bestaande accommodaties nodig en redelijk zijn (b.v. vanuit eisen vanuit sportbonden) om deelname aan competities te blijven faciliteren.

In 2021 hebben we het ‘centrecourt’ volleybal en de verlichting voor Volleybal Vereniging Utrecht in sportcentrum Galgenwaard aangepast en is een pilot gestart met Handbal Vereniging Leidsche Rijn voor het spelen met hars (voor extra grip) op de bal voor het seizoen 2023/2024.

10

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

6. Het inzetten van sportcentrum Galgenwaard als topsportvoorziening We kennen in Utrecht twee sportcentra met sporthallen die faciliteiten hebben voor topsportbeoefening: sportcentrum Galgenwaard en Nieuw Welgelegen. Naast de sportspecifieke voorzieningen beschikt Galgenwaard over een horecavoorziening, betaald parkeervoorzieningen en voldoende tribunecapaciteit. Het sportcentrum Galgenwaard (primair hal 1) bestempelen we om die redenen als eerst aangewezen locatie voor het faciliteren van verenigingen en hun teams die op het hoogste landelijke niveau spelen en daarmee moeten voldoen aan aanvullende accommodatie-eisen. Vanwege de ruimte die deze teams (eventueel) nodig hebben in het sportcentrum hanteren we per seizoen 2024/2025 de volgende criteria (toegepast door de zaalverdelingscommissie, zie bijlage 3): • Onder topsport – binnen dit specifieke onderwerp – verstaan we deelname van een seniorenteam van een Utrechtse zaalsport­ vereniging aan competitie op het hoogste landelijke niveau. • Wanneer voor deelname aan deze competitie vereisten zijn aan bijvoorbeeld afmetingen, faciliteiten en tribunecapaciteit wordt als eerst bekeken of dit te accommoderen is (eventueel met redelijke aanpassingen) in de al bestaande – door de betreffende vereniging gebruikte – accommodatie.

• Wanneer het gebruik van de bestaande accommodatie niet toereikend is dan is het topsportcentrum Galgenwaard de eerst aangewezen accommodatie om het betreffende team te accommoderen. Het gaat daarbij primair om één wedstrijd en twee trainingen van het betreffende team. • De benodigde zaaluren voor het accommoderen van dit team gaan in eerste instantie ten koste van de bestaande uren van een vereniging die uren toegewezen heeft in het sportcentrum maar

dat geen seniorenteam heeft dat op het hoogste landelijke niveau speelt. • Mocht de vereniging nog geen gebruik maken van het topsport­ centrum, dan zullen de benodigde uren in de eerstvolgende jaarlijkse ronde van de zaalverdeling met voorrang aan de betreffende vereniging voor het relevante seniorenteam worden toegewezen. We realiseren ons dat door de toepassing van de hier genoemde criteria door de zaalverdelingscommissie (ZVC) een direct gevolg is dat verenigingen die gebruik maken van sportcentrum Galgenwaard te maken krijgen met een verschuiving van uren naar een andere sporthal in de stad. Voor het doorvoeren van deze verschuiving wordt in overleg met de betreffende vereniging gekeken naar een zo passend mogelijk alternatief, waarbij de continuïteit van deze vereniging een voorwaarde is. Als er geen sprake meer is van spelen op het hoogste niveau dan ‘vervallen’ de verkregen uren in Galgenwaard en is de reguliere verdeling van de uren via de ZVC van toepassing. 7. H  et creëren van een vaste thuisbasis voor Utrechtse verenigingen De gemeente vindt het van belang dat sportverenigingen de kans krijgen om bij het gebruik van sporthallen ook de sociale functie van sport en bewegen te ontplooien via een ontmoetingsruimte met horecamogelijkheid. Deze ruimte geeft verenigingen de mogelijkheid om van een sporthal hun thuishonk te maken.

Het vergroot daarmee het verenigingsgevoel en w de binding tussen leden en met de directe omgeving (andere gebruikers, omwonenden) van de sporthal. Om deze ruimte en ontwikkeling te faciliteren hanteren we de volgende uitgangspunten:

• Bij nieuwe sporthallen (en waar relevant binnen bestaande sport­hallen) realiseren we een openbare ontmoetingsruimte van ongeveer 100m2 in exploitatie en beheer bij de gemeente. Deze openbare ruimte is in beginsel voor exclusief gebruik incidenteel te verhuren aan derden (denk aan sportverenigingen, buurtorganisaties) voor vergaderingen en bijeenkomsten. • Aanvullend en aansluitend op de ontmoetingsruimte realiseren we een te verhuren horecaloket (20 m2) met voorzieningen voor verkoop van eten en drinken door de sportvereniging (of een samenwerkingsverband van meerdere sportverenigingen). • Desgewenst bieden we geïnteresseerde verenigingen de mogelijkheid om zowel de ontmoetingsruimte als het horecaloket (spor­tkantine) te huren en exploiteren. Hierbij stellen we wel als voorwaarde dat de ontmoetingsruimte openbaar toegankelijk is, ook op de momenten dat de ruimte niet door de exploiterende vereniging in gebruik is. Daarmee krijgen bezoekers (bijvoorbeeld ouders van sportende kinderen) altijd de gelegenheid om te verblijven.

• Geïnteresseerde verenigingen kunnen bij de start van de realisatie van een nieuwe sporthal aangeven dat zij een grotere ontmoetingsruimte inclusief horecaloket (sportkantine) willen huren en exploiteren (tot een maximum van 250m², mede afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatse, waarbij het dus ook mogelijk is om bijvoorbeeld van de gebruikelijke 120m² naar 180m² te gaan als dit een wens is van de vereniging). Deze vergroting is dusdanig ingericht dat toekomstige ruimte flexibel ingezet kan worden. Uitgangspunt is dat de hurende vereniging een huurovereenkomst voor minimaal vijf jaar afsluit. • Voor het gebruik van het horecaloket (en eventueel optie sportkantine) sluiten we een huurovereenkomst met de betreffende sportvereniging(en) waarbij we een huurprijs bepaling ‘algemeen

11

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

belang’ toepassen en een m2 huurprijs van € 85,- (prijspeil 2023) m2 hanteren. De verdere uitwerking van onze inzet op horeca/ ontmoetingsruimten bij sporthallen is als bijlage 4a en 4b toegevoegd bij dit uitvoeringsprogramma. Hier gaan we ook in op het zelfbeheer van de ontmoetingsruimte. Los van dit uitvoeringsprogramma werken we aan een nieuwe handreiking zelfbeheer. 8. Het realiseren van sporthallen i.p.v. gymzalen bij de ontwikkeling van voortgezet onderwijslocaties (VO) Wanneer we na 2024 in Utrecht een locatie voor VO (en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties) realiseren, gaat de gemeente er in beginsel vanuit dat de accommodatie voor bewegingsonderwijs een sporthal is. Een dergelijke sporthal is ter grootte van minimaal drie gymzalen, die gescheiden kan worden door beweegbare wanden.

Het combineren van een VO-school (en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties) met een sporthal geeft het voordeel van een hoge bezettingsgraad, waardoor de schaarse ruimte in de stad optimaal benut wordt. De exploitatie is ook rendabeler aangezien overdag het onderwijs en ’s avonds de verenigingen gebruik maken van de sporthal. Wanneer een sporthal bij een VO-school komt, kunnen we de middelen vanuit het Rijk (wet Voortgezet Onderwijs) voor de realisatie van de gymlokalen inzetten voor de totaal benodigde investering. Door sporthallen te combineren met VO-scholen zijn we door de lagere investering – wanneer nodig – in staat om met dezelfde middelen meer sporthalruimte te realiseren en is er sprake van efficiënter gebruik van sportaccommodaties.

Het uitgangspunt is dat gemeente eigenaar wordt van de sporthallen en verantwoordelijk is voor het beheer en exploitatie. Over het gebruik door onderwijs maken we afspraken met het betreffende school­ bestuur. Onderwijs heeft – ook wettelijk gezien – het eerste recht op gebruik tijdens de schooluren.

12

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

9. Overige aanbevelingen Naast de aanbevelingen die hierboven staan en waar we het beleid op hebben aangescherpt heeft Mulier een aantal punten genoemd waaraan we eerder al uitvoering hebben gegeven. Voor de volledigheid sommen we ze hier op: Aanbeveling

Beleid

Inzetten van sport/gymzalen om druk op sporthallen

Onze inzet is om alle sporthallen, sportzalen en gymzalen optimaal te bezetten en daarmee specifieke

te verlichten.

sporten in de meest passende accommodatie te plaatsen. Met het realiseren van extra zaalruimte door de nieuwe sporthallen ontstaat de mogelijkheid om tussen gebruikers te gaan schuiven en ruilen. Het vastgoedloket van de gemeente heeft het overzicht van gebruik en beschikbaarheid en zal komende jaren toewerken – in overleg met gebruikers en zaalverdelingscommissie – naar een optimale en passende bezetting van alle zaalruimte. Daarbij zet het vastgoedloket zich met SportUtrecht in om waar mogelijk sportaanbieders (via het delen van sporthallen en -zalen) gezamenlijk gebruik te laten maken van onze sporthallen en sportzalen. Het actuele aanbod en de beschikbaarheid van alle gemeentelijke sporthallen, gym- en sportzalen is hier te vinden.

Welke huurtarieven zijn gewenst?

De gemeenteraad stelt jaarlijks de huurtarieven voor de gemeentelijke sportaccommodaties vast en indexeert die. Door verschil in gebruik en benodigde trainings/wedstrijduren is het helaas onontkoombaar dat accommodatiekosten per sport verschillen en doorwerken in contributie. Het tarief dat sportverenigingen betalen voor het gebruik van een sporthal bedraagt gemiddeld ongeveer 30% van de werkelijke kosten van de betreffende accommodatie. We zien nu geen aanleiding om dit te herzien.

De plaats van studentensport en sportcentrum

De gemeente realiseert sportaccommodaties voor alle inwoners, dus ook voor studenten. Daarnaast

Olympos binnen dit vraagstuk.

volgen we de mogelijke herontwikkeling door de Universiteit Utrecht van het sportcentrum Olympos. Vooralsnog lijken daar op termijn opnieuw minimaal drie sporthallen terug te komen. Momenteel werken we met Olympos, Hogeschool Utrecht en Universiteit Utrecht aan een convenant over onze inzet om studenten nu en in de toekomst voldoende mogelijkheden voor sport en bewegen te bieden.

13

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

C. Indicatoren doelstelling

effect-indicator

0-meting

vervolg­meting 1

vervolg­meting 2

evaluatie

Gelijk aan de groei van de stad heeft

Jaarlijks meten we de tevredenheid over

2024

2026

2028

Effectmeting wordt tweejaarlijks via begroting (inwoners enquête)

Utrecht voldoende, goede en toegankelijke

het aanbod van sportvoorzieningen in de

sportvoorzieningen

stad onder onze gebruikers

Gelijk aan de groei van de stad heeft

Jaarlijks meten we de bezettingsgraad van

Utrecht voldoende, goede en toegankelijke

onze binnensportaccommodaties

gevolgd

2024

2025

2026

Betrekken bij tweejaarlijkse capaciteitsraming Sport om te bepalen hoe bezettingsgraad zich verhoudt tot behoefte en capaciteit

sportvoorzieningen Gelijk aan de groei van de stad heeft

Kengetal binnensport: Utrecht heeft per

Utrecht voldoende, goede en toegankelijke

15.000 inwoners 1 sporthal beschikbaar

2026

2028

2030

Via de tweejaarlijkse capaciteitsraming Sport (Mulier) volgen we het al dan niet halen van de streefwaarde.

sportvoorzieningen

14

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

D. Risico’s Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

Door het eventueel teruglopen van populariteit van binnensporten,

Ondanks dat dit niet in de verwachting ligt, blijft sportdeelname trendgevoelig.

Om de trend in sportdeelname en benodigde capaciteit te volgen, laten we

bestaat de kans dat er een overschot aan sporthallen gereali-

Sporthallen realiseren we voor 40 jaar zonder dat we voor die periode zekerheid

een tweejaarlijkse jaarlijkse capaciteitsraming uitvoeren. Zo kunnen we tijdig

seerd wordt, met als gevolg dalende bezetting en oplopende

hebben het gebruik. Er bestaat altijd een risico dat bepaalde binnensporten

bijsturen in de planning en programmering van sporthallen.

exploitatielasten.

afnemen in populariteit. Aanvullend zijn er wellicht andere factoren (bv. stijging huurtarieven) die kunnen leiden tot een lagere behoefte.

Door het eventueel toenemen van de populariteit van binnensporten

In lijn met het bovengenoemde risico bestaat ook de kans dat binnensporten

Ook voor dit risico geldt dat de tweejaarlijkse capaciteitsraming leidend is.

bestaat de kans dat er meer sporthallen nodig zijn dan nu voorzien,

toenemen in populariteit er meer sporthallen nodig zijn dan het kengetal van

Mocht daarin duidelijk worden dat de beschikbare capaciteit onvoldoende

met als gevolg dat de bestaande capaciteit overbezet raakt en

1:15.000 voorziet.

is dan kunnen tijdig maatregelen genoemde worden zoals het inzetten van

inwoners geen toegang hebben tot de (binnen)sport van hun voorkeur.

extra tijdelijke voorziening en/of aanpassing van het beleid (kengetal).

Door het oplopen van bouw- en exploitatiekosten en/of achterblijvende

De middelen voor de realisatie van de sporthallen worden toegekend uit de

Wanneer dit zich voordoet is het uitstellen van de genoemde hal met één of

dekking binnen het groeikader, bestaat de kans dat voor geprogram-

investeringsagenda groei (groeikader). Wanneer de groei van het aantal inwoners

twee jaar een optie.

meerde hallen de dekking ontbreekt, met als gevolg dat er op het

(en daarmee de dekking van het groeikader) achterblijft kan het zijn dat de

moment van de beoogde start van de realisatie geen dekking is.

dekking voor een sporthal nog niet beschikbaar is op moment van start bouw.

In 2023 zijn er vijf sporthallen in particulier eigendom. Eigenaren

Het grootste aantal sporthallen in de stad is in eigendom en exploitatie van de

We staan in constant overleg met de betreffende eigenaren om tijdig

hebben zelf zeggenschap over het voortzetten van hun voorziening.

gemeente. Aanvullend is er een aantal particuliere hallen die momenteel zeer

maat­regelen te kunnen nemen mocht een voorziening (dreigen) te sluiten.

nodig zijn om de behoefte te accommoderen. Eigenaren maken echter hun eigen afwegingen over het voortzetten en eventueel herbouwen na afschrijving. Inpassen van sporthallen in de bestaande stad.

Sporthallen zijn voorzieningen die een aanzienlijk ruimtebeslag kennen in de stad.

Vroegtijdig starten met locatie onderzoeken voor nieuwe sporthallen.

Deze fysieke ruimte en bijvoorbeeld ruimte op het stroomnetwerk moeten wel

De ontwikkeling van een sporthal in combinatie met een voortgezet

beschikbaar blijven om sporthallen te kunnen blijven realiseren.

onderwijsschool zorgt voor prioriteit bij het aansluiten op het stroomnetwerk.

15

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

E. Financiën

De kosten (exploitatie- en kapitaallasten) voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma binnensport en de benodigde investeringen voor het realiseren van het beoogde kengetal m.b.t. sporthallen dekken we binnen het programma Sport. De middelen voor extra sporthallen in de stad wegen we mee binnen de ruimte ‘investeringsagenda groei’. Binnen het programma Sport vragen we in het jaar voordat de realisatie van een sporthal start middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ aan bij de voorjaarsnota.

Zoals eerder gesteld vraagt het combineren van sporthal met een VO-school een aanzienlijke lagere investering dan een losstaande hal. Ook de bezetting is in dat geval hoger en dat maakt een gunstiger exploitatie mogelijk. In de periode 2030 tot 2040 kijken we dus – in afstemming met het Integraal Huisvestingsplan 2026 – 2041 – in eerste instantie naar de extra VO-school locaties die voorzien zijn om daar de realisatie van sporthallen aan te verbinden.

Zoals eerder gesteld halen we met de realisatie van de zeven extra sporthallen en extra blaashallen het aangepaste kengetal van 1:15.000 richting 2030. De middelen voor deze hallen staan opgenomen in het groeikader. Voor de extra sporthallen die mogelijk in de periode na 2030 nodig zijn, is op dit moment nog geen dekking gevonden en wordt een afweging gemaakt binnen de ruimte binnen het groeikader. Binnen het programma Sport prioriteren we in het jaar voordat de realisatie van deze extra sporthallen start (T-1) middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ bij de voorjaarsnota. Hierbij geven we aan dat op basis van financiële middelen van de gemeente op dat moment een afweging gemaakt moet worden of we alle ambities op het gebied van sport (sporthallen en de aanleg van nieuwe sportvelden) kunnen uitvoeren. Op basis van het prijspeil 2023 ligt de benodigde investering voor een sporthal gezien de stedenbouwkundige eisen in een verdichtende stad rond de € 18 miljoen incl. BTW

16

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

F. Voortgang en verantwoording

Het college rapporteert tweejaarlijks over de voortgang van het uitvoeringsprogramma binnensport. Deze voortgangsrapportage zal onderdeel zijn van de capaciteitsraming Sport waarover het college de raad tweejaarlijks informeert. Het college informeert daarin de raad eveneens over eventueel benodigde maatregelen om binnen de bandbreedte van het kengetal binnensport te blijven.

17

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Bijlagen

Bijlage 1. Standaard­afmetingen van de sportvloer in sporthallen Bijlage 2. Beleidsnotitie blaashallen Bijlage 3. Zaalverdeling criteria sporthallen Utecht Bijlage 4. Actualisatie horeca binnensport accomodaties 2023

18

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Bijlage 1. Standaard­ afmetingen van de sportvloer in sporthallen

Het uitgangspunt is de bouw van multifunctionele sporthallen. Ander uitgangspunt is om geen sporthallen te bouwen voor internationale wedstrijden en het Nederlands Kampioenschap badminton . Om deze reden is een nieuwe sporthal maximaal 9 meter hoog. Zoals aangegeven eerder aangegeven wijzen we sportcentrum Galgenwaard aan als topsportvoorziening.

In de tabel op pagina 21 is ook een kleinere sporthal variant aangegeven (26 bij 44,2), maar die heeft niet de voorkeur omdat deze minder multifunctioneel inzetbaar is. Hij is wel meegenomen voor het geval er op een beschikbaar kavel geen mogelijkheden zijn om een grotere sporthal te plaatsen en deze afmeting acceptabel is gezien het beoogde gebruik.

Afmetingen sportvloer In onderstaand overzicht is het maximaal aantal velden dat tegelijkertijd gebruikt kan worden per sport aangegeven in een bepaalde maat sporthal. Hierbij is onderscheid gemaakt in trainingsvelden en wedstrijdvelden. De verschillen hangen samen met de obstakelvrije uitloop die benodigd is bij wedstrijden en die niet benodigd is bij trainingen (doordat er bijvoorbeeld geen jurytafels etc. hoeven te staan). De centrecourts, die gebruikt worden op het hoogste niveau, zijn niet meegerekend omdat deze in het midden van de zaal gesitueerd zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f305441e-d077-4a8b-a6db-23267a65edec