Agendabundel
Tekst van het document
Er zijn verschillende mogelijkheden voor de situering van de velden, wanneer in de uitvoering de situatie hierom zijn andere keuzes mogelijk voor uitloop en het aantal velden. Als nog niet bekend is welke sporten gebruik gaan maken van de toekomstige sporthal, is de meest geschikte afmeting 30 x 48 x 7. Hierin kunnen alle zaalsporten gefaciliteerd worden, met uitzondering van topsport. In elke nieuwe sporthal is een tribune voorzien, behalve wanneer het alleen om een trainingshal gaat
Op het ’combiveld’ kunnen de volgende sporten plaatsvinden: handbal, zaalvoetbal, zaalhockey, floorball en korfbal. Bij het aantal velden is uitgegaan van het beoefenen van de sport en niet van onderwijsgebruik. Bij onderwijsgebruik is wellicht aanpassing van het belijningsplan nodig i.v.m. de breedte van de scheidingswanden.
19
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Vrije hoogte Sport
Vrije hoogte
Eredivisie volleybal
9 meter
Alle overige sporten en lagere niveaus volleybal
7 meter
Afmeting 30 bij 44.2 meter Sport
Afmetingen netto vrije sportvloer
Maximaal Aantal trainingsvelden
Aantal wedstrijdvelden
(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische
(tegelijk te gebruiken)
(tegelijk te gebruiken)
wandbekleding alle zijden) Volleybal
30 x 44,2
3
3
Badminton
-
9*
9*
Basketbal*
-
2
2
Combiveld
-
1
1
Afmetingen netto vrije sportvloer
Maximaal Aantal trainingsvelden
Aantal wedstrijdvelden
(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische
(tegelijk te gebruiken)
(tegelijk te gebruiken)
Afmeting 30 bij 48 meter Sport
wandbekleding alle zijden) Volleybal
30 x 48
4
4
Badminton
-
12*
12*
Basketbal**
-
3
2
Combiveld
-
1
1
*
Dit is echt het maximaal aantal velden met 1 m. uitloop rondom en ook 1m. uitloop tussen de velden. Daarom wordt meestal gekozen voor minder velden.
**
Basketbalveld: 26 bij 14 geschikt voor promotie en eerste divisie (uitloop zijkanten veld minimaal 2 m. voor wedstrijden)
*** Basketbalveld: 28 bij 15 geschikt voor eredivisie (uitloop zijkanten veld 2 m.) 2 velden tegelijk te gebruiken als trainingsveld.
20
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Afmeting 32 bij 48 meter Sport
Afmetingen netto vrije sportvloer
Maximaal Aantal trainingsvelden
Aantal wedstrijdvelden
(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische
(tegelijk te gebruiken)
(tegelijk te gebruiken)
wandbekleding alle zijden) Volleybal
32 x 48
4
4
Badminton
-
12*
12*
Basketbal eredivisie***
-
2
2
Combiveld
-
1
1
Afmetingen netto vrije sportvloer
Maximaal Aantal trainingsvelden
Aantal wedstrijdvelden
(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische
(tegelijk te gebruiken)
(tegelijk te gebruiken)
Afmeting 26 bij 44,2 meter Sport
wandbekleding alle zijden) Volleybal
26 x 44,2
3
2
Badminton
-
7
7
Basketbal****
-
1
centrecourt
Combiveld
-
1
1
*
Dit is echt het maximaal aantal velden met 1 m. uitloop rondom en ook 1m. uitloop tussen de velden. Daarom wordt meestal gekozen voor minder velden.
**
Basketbalveld: 26 bij 14 geschikt voor promotie en eerste divisie (uitloop zijkanten veld minimaal 2 m. voor wedstrijden)
*** Basketbalveld: 28 bij 15 geschikt voor eredivisie (uitloop zijkanten veld 2 m.) 2 velden tegelijk te gebruiken als trainingsveld. **** Alleen centrecourt basketbal 28 bij 15.
21
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Bijlage 2. Beleidsnotitie blaashallen
Inleiding Sinds jaren is er een tekort aan capaciteit voor zaalhockey. De vraag is nog steeds hoog en groeit omdat de hockeyverenigingen groeien. In het netwerk-hockey (samenwerkingsverband tussen Hockeyverenigingen, SportUtrecht en de gemeente) is eerder gesproken over het opvangen van de capaciteit in extra blaashallen. In een memo uit 2018 is het einddoel aangegeven: voor zoveel mogelijk ruimte in blaashallen zorgen omdat zaalhockey maar een korte periode in het jaar halcapaciteit nodig heeft. SV Kampong en MHC Fletiomare hebben een aantal jaar geleden zelf een blaashal gerealiseerd. Inmiddels zijn er nog een aantal hockeyverenigingen die dezelfde wens hebben geuit. Mulier deed in het rapport Ruimte voor zaalsport in Utrecht van februari 2022 de aanbeveling om de mogelijkheden te onderzoeken van tijdelijke voorzieningen (blaashallen) omdat die in een deel van de benodigde extra ruimte voor de zaalsport voorzien en daarmee de druk in de wintermaanden verlagen. Mulier geeft aan dat met het realiseren van blaashallen mogelijk een minder sterke bijstelling van het kengetal volstaat om voldoende binnensportcapaciteit te realiseren: ‘Op basis van de huidige deelname aan sporten, bevolkingsprognoses en scenario’s voor uitbreiding van het aantal leden en/of trainingsuren is een planologisch kengetal voor de weken 6 (winterseizoen) en 16 (regulier seizoen) berekend.
Dit kengetal varieert in de verschillende scenario’s tussen de 11.000 en 14.000 inwoners per sporthal in week 6. Voor week 16 is een
kengetal tussen de 20.000 en 22.500 inwoners per sporthal bepaald. Hierbij is het van belang dat tijdelijke voorzieningen (zoals blaashallen) in week 6 ook als sporthal kunnen worden meegeteld omdat die kunnen voorzien in tijdelijke sportruimte tijdens de piek in de winterperiode. ‘ (Mulier Instituut, 2021) Wanneer we een beperkt aantal blaashallen realiseren, komt dit de kwantiteit en de kwaliteit van geschikte sportaccommodaties voor zaalhockey op korte termijn ten goede. Daarnaast is het bouwen van extra sporthallen, die vervolgens niet optimaal bezet zijn in de periode dat er geen zaalhockey plaatsvindt, niet meer nodig waardoor tijd, geld en schaarse ruimte wordt bespaard. Het realiseren en faciliteren van blaashallen door verenigingen is een rendabele beleidskeuze. Om hieraan gevolg te geven is het van belang om uitgangspunten vast te leggen voor het realiseren van seizoensgebonden (winterperiode) blaashallen door hockeyverenigingen op velden die in eigendom, beheer en exploitatie zijn van de gemeente. Deze notitie beschrijft deze uitgangpunten en in aanvulling daarop de wijze waarop de verenigingen het traject van het plaatsen van een blaashal kunnen inzetten.
Beleid Waarom we het belangrijk vinden om mee te werken aan deze ontwikkelingen: • Efficiënt gebruik accommodaties: de bezetting van sportvelden is optimaler en zaalhockey maakt minder gebruik van de sporthallen die al een hoge bezetting kennen.
22
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
a) Verhogen van de benutting van de sportvelden, ook in de winterperiode b) Verlagen van de -extra- druk op de binnensportcapaciteit • Stimuleren van ondernemerschap door verenigingen. Achtergrondinformatie Wat is een blaashal? Een blaashal is een demontabele overkappingsconstructie over een sportveld. Deze wordt door middel van inblaasventilatoren op overdruk gehouden, zodat deze overeind blijft. In de basis worden deze hallen gebruikt om ook in het winterseizoen comfortabel gebruik te kunnen maken van sportvelden en in het beoefenen van zaalhockey. Zaalhockey is een tak van de hockeysport die op een andere ondergrond (binnensportvloer), kleiner veld en met andere regels wordt gespeeld. In de blaashal is het droog en verwarmd. Welke blaashallen zijn er al?
Uitgangspunten Hoofduitgangspunt Zaalhockey kent een kort seizoen. De periode van de competitie en training is te kort om in sporthallen goed te kunnen accommoderen. Als zaalhockey volledig in permanente sporthallen geaccommodeerd zou worden, zou dat zorgen voor leegstand in een groot deel van het jaar. Wanneer hockeyers de zaal gebruiken kunnen andere zaalsporten er niet terecht. Uitgangspunt van de gemeente en de zaalverdelingscommissie is daarom dat zaalhockey de laagste prioriteit heeft om in te delen. Sporten die het gehele seizoen gebruik maken van de zaal en sporten die een aanzienlijk deel van hun competitieseizoen binnen spelen (o.a. korfbal en handbal) krijgen voorrang. Zaalhockey wordt alleen geaccommodeerd als de huidige binnensportcapaciteit het toelaat (in bijlage 1 is opgenomen welke gemeentelijke binnensportaccommodaties geschikt zijn). Utrecht heeft als beleidsdoelstelling om zoveel mogelijk inwoners te laten sporten. Hockey en zaalhockey zijn onderdeel van het sportaanbod in de stad, daarom willen we (onder voorwaarden) meewerken aan het realiseren en faciliteren van blaashallen door verenigingen.
Utrecht telt 6 zaalhockeyvelden verdeeld over 3 blaashallen: Op Sportpark Maarschalkerweerd bij SV Kampong (hockey) (1 heel hockeyveld, 4 zaalvelden) Op Sportpark Fletiomare Novum bij MHC Fletiomare (hockey) (1 half hockeyveld, 2 zaalvelden) Er zijn 2 zaalvelden in 1 blaashal in ontwikkeling (verwachte opening in november 2023) bij Hockeyclub Rijnvliet.
Op basis van bovenstaande en afspraken met huidige verenigingen over de blaashallen, volgt het uitgangspunt dat de realisatie, het eigendom, beheren en exploiteren van een blaashal bij verenigingen ligt. De gemeente heeft alleen een kader stellende, stimulerende, faciliterende rol tijdens de eerste aanleg en realisatie. Rol gemeente en vereniging De gemeente is eigenaar van de velden en zal op basis van de benoemde uitgangspunten de kaders ten aanzien van het realiseren van blaashallen stellen.
Eigendom, realisatie beheer en exploitatie van de blaashal Verantwoordelijkheden vereniging (mogelijk met ondersteuning vanuit SportUtrecht): • Het eigendom van de blaashal en eventueel benodigde voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag en propaantank/ warmtepomp. • Realisatie/ aanschaf blaashal en eventueel benodigde voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag van de blaashal en propaantank/ warmtepomp. • Voor aanvraag van benodigde vergunningen voorafgaand aan de realisatie voor bijvoorbeeld blaashal en benodigde voorzieningen voor opslag van de blaashal en propaantank/ warmtepomp. • Beheer blaashal en eventueel voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag en propaantank/ warmtepomp. • Gehele exploitatie (dus inclusief alle kosten en ook nutskosten) en eventueel voorzieningen voor opslag en propaantank/ warmtepomp. Dagelijks + groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. • Schades aan of als gevolg van de blaashal, in het bijzonder schades aan het veld waar de blaashal op staat. Verantwoordelijkheden gemeente (Gedeeltelijke) kosten en de uitvoering/opdrachtgever aanlegverankering van de blaashal op de bestaande velden. • (Gedeeltelijke) kosten en de uitvoering/opdrachtgever van aanpassingen van benodigde nutsvoorzieningen in de vorm van eventueel benodigde verzwaring van de elektriciteitsaansluiting.
Indien gewenst kan de gemeente in samenwerking met stichting waarborgfonds sport (SWS) gedeeltelijk garant staan voor de benodigde investering.
23
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Wijze vastleggen eigendom • De verankering en eventueel benodigde voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag van de blaashal en propaantank/ warmtepomp worden vastgelegd in een Huur Afhankelijk Recht van Opstal tussen vereniging en gemeente. • Eigendom ten aanzien van benodigde kabels en leidingen voor nutsvoorzieningen is afhankelijk van de situatie. Duurzaamheid Om de blaashal overeind te houden en te verwarmen is energie nodig. De gemeente stelt hieraan eisen in het kader van duurzaamheid. Blaashallen dienen door middel van elektrisch ventilatoren opgeblazen te worden. Ten aanzien van duurzaamheid gelden de volgende uitgangspunten: • LED-verlichting. • De blaashal mag niet door een aardgas-aansluiting verwarmd te worden. • Verwarming via een warmtepomp of een vergelijkbaar duurzaam alternatief is het uitgangspunt vanuit de gemeente. Als uit de businesscase blijkt dat een warmtepomp op termijn financieel rendabel en haalbaar is, waarbij uit wordt gegaan van een terugverdientijd van 10 jaar, is het acceptabel dat de verenigingen zelf investeren in een warmtepomp. • De gemeente kan (in samenwerking met SWS) garant staan voor de investering als verenigingen moeten lenen om een warmtepomp te financieren. • Wanneer een warmtepomp een langere terugverdientijd heeft dan 10 jaar, is, en als dit vanuit vergunning mogelijk is, gebruik van een propaangastank mogelijk.
Hetzelfde geldt wanneer een warmtepomp technisch niet haalbaar is.
Gebruik velden De velden zijn van de gemeente, voor het gebruik van een veld voor een blaashal hanteren we de volgende uitgangspunten: • Blaashallen voor hockey kunnen alleen gerealiseerd worden op een zandveld. • De gemeente bepaalt de positie van de blaashal en bijbehorende voorzieningen op basis van mogelijkheid voor beheer van de velden. • Tarief voor het veld is altijd het maximale tarief (25 uur) dat geldt voor trainingscapaciteit voor het betreffende veld. • Een vereniging hoeft geen extra tarief te betalen voor het gebruik van het veld in de weekenden. • Als verenigingen gebruik maken van een veld dat in de winterperiode niet in gebruik is, dient het gebruik van het veld geen belemmering te zijn voor de reguliere vereniging die gebruik maakt van het veld in de zomerperiode. • De blaashal moet optimaal worden gebruikt en ter beschikking gesteld aan andere clubs als er ruimte is. Aanvraagproces voor vereniging Wanneer een vereniging een blaashal wil realiseren, is het volgende proces van toepassing:
nutsvoorzieningen moeten hierin terugkomen. De businesscase moet duidelijkheid geven over het omgaan met duurzaamheid en energieverbruik, met circulariteit, met klimaatbeheersing en het voorkomen van condensvorming in de hal. Andere onderdelen van de businesscase: de input vanuit het netwerk hockey en de assetmanager, een duidelijke visualisatie van de locaties van hal en voorzieningen. 4. Vereniging legt businesscase voor aan assetmanager, die deze beoordeelt op haalbaarheid en eventuele vragen bespreekt. 5. Assetmanager legt businesscase voor aan de interne Sportketen van de gemeente en eventueel aan het betreffende gebiedsteam voor input, waarbij een belangrijk punt is om uit te zoeken of een eventueel benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet wel mogelijk is. 6. Indien akkoord op totale plan kan de vereniging een vergunning aanvragen bij het omgevingsloket. 7. De assetmanager zal de harvo-overeenkomst opstellen en andere afspraken tussen gemeente en vereniging vastleggen. De assetmanager neemt het Didam-arrest in ogenschouw. 8. Na het verlenen van de vergunning en het ondertekenen van de harvo-overeenkomst, kan de vereniging de aanleg van de blaashal starten. De gemeente legt de verankering aan en zal in overleg met de vereniging zorgdragen voor een eventueel benodigde aanpassing voor het verzwaren van de nutsvoorziening.
1. Het voornemen om een blaashal te realiseren komt ter sprake in het netwerk hockey, waarbij de reacties mee worden genomen in het gesprek met de assetmanager. 2. Vereniging neemt contact op met assetmanager van Afdeling VGU 3. Vereniging stelt een businesscase op: aanschaf (wijze van financieren), beheer, exploitatie, opslag, wijze van verwarmen met warmtepomp inclusief terugverdientijd, benodigde
24
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Bijlage A Gemeentelijke sporthallen die geschikt zijn voor zaalhockey: Bestaande sporthallen • Galgenwaard 1 • Galgenwaard 2 • Europahal • Hoograven • Cultuurcampus Nieuw op te leveren sporthallen in 2023 • Het Plein • Tijdelijke sporthal Toekomstige sporthallen na 2023 Nog niet bekend of en welke van deze sporthallen geschikt worden gemaakt voor zaalhockey.
25
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Bijlage 3. Zaalverdeling criteria sporthallen Utecht
Zaalverdelingscriteria Sporthallen Utrecht 2024 1. De zaalverdelingscriteria gelden voor alle sporthallen die de gemeente beheert en exploiteert. 2. De Zaalverdelingscommissie (ZVC) mag de uren verdelen binnen de volgende tijdblokken: a. Maandag t/m vrijdag vanaf 16:00 – 23:00 uur (tot 17:00 uur heeft onderwijs voorrang). b. Zaterdag en zondag van 8:30 – 23:00 uur.
De ZVC verdeelt de uren voor de jaarprogrammering. Losse uren worden via het vastgoedloket van de gemeente gereserveerd zonder tussenkomst van de ZVC. 3. Het uitgangspunt bij de verdeling van de doordeweekse uren (met name in de ‘populaire’ hallen) is dat er wordt ingeroosterd terugwerkend vanaf 23.00 uur. Een partij die van 19.30 – 22.30 uur wil trainen wordt dan in eerste instantie ingedeeld op de tijd 20.00 – 23.00 uur. Is er geen belangstelling voor de vroege uren dan zoveel mogelijk aansluitend inboeken. 4. De ZVC hanteert een vaste werkwijze/leidraad zoals is opgenomen in bijlage 1. 5. Voor het gebruiksrecht van de toegewezen uren zijn de algemene gebruiksvoorwaarden maatschappelijk vastgoed van toepassing, te vinden via www.utrecht.nl/verhuur.
6. Per sporthal heeft de gemeente maximaal 3 maal per kalenderjaar de mogelijkheid af te wijken van de zaalverdelingscriteria om onderdak te bieden aan een (sportief) evenement waarbij de sportieve, promotionele of toeristische belangen dusdanig groot zijn dat voorrang gerechtvaardigd is. De gemeente kondigt de afwijking tenminste 1 maand van tevoren aan met een maximale inspanning om deze evenementen op een zondag te plannen. Voor verenigingen die op die momenten in de sporthal zitten moet, een vervangende accommodatie worden gezocht. Het mag geen struikelblok zijn dat niet alle teams in dezelfde hal hun competitie kunnen spelen. Verder zijn op het annuleren van boekingen de algemene voorwaarden maatschappelijk vastgoed van toepassing. Prioritering zaalverdeelcriteria a. Interland/internationale bekerwedstrijden b. Internationaal toernooi/nationaal sportevenement c. Nationale competitie, zowel doordeweeks als weekenden d. Topsporttraining en jeugdselectietraining e. Verenigingsgebruik voor trainingen, bedrijvencompetitie en welzijnswerk (*) waarbij de prioritering wordt toegepast ten gunste van een optimale bezetting: i. Sporten die het hele seizoen gebruik maken van de zaal ii. Sporten die een aanzienlijk deel van hun competitieseizoen binnen spelen. iii. Sporten die een kort zaalseizoen hebben. f.
Recreatieve sportbeoefening Een uitleg/onderbouwing van deze prioritering is opgenomen in bijlage 2 (blz.5).
26
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
* Activiteiten vanuit het welzijnswerk en jongerenwerk worden zoveel mogelijk verwezen naar de gymzalen en sportzalen. Alleen activiteiten die echt in een sporthal moeten, tellen even zwaar als gebruik door een vereniging.
2. De benoeming van leden van de ZVC Sporten die door een of meerdere verenigingen en/of organisaties meer dan 300 uur per jaar gebruik maken van de sporthallen voor trainingen kunnen een vertegenwoordiger voor de ZVC voordragen.
Bijlage 1 Werkwijze/Leidraad Zaalverdelingscommissie (ZVC)
• De sportorganisaties dragen zelf een vertegenwoordiger voor de ZVC voor. Bij voorkeur wordt iemand vanuit de betreffende netwerkbijeenkomst voorgedragen. • De overige sporten, particulieren en evenementen/toernooien worden vertegenwoordigd door de gemeente. • De vertegenwoordigers krijgen een benoeming voor 4 jaar. • De aanwezige leden bepalen voorafgaand aan een overleg wie notuleert. • De commissie zoekt zelf naar een onafhankelijk voorzitter, eventueel met de ondersteuning van SportUtrecht. De voorzitter treedt in beginsel aan voor de duur van 4 jaar. Hij/zij kan met een periode herbenoemd worden met de goedkeuring van de verenigingen.
Algemeen De ZVC is een werkgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de Utrechtse sportwereld die gezamenlijk de speeluren van de sporthallen verdelen volgens vastgestelde criteria. Voor de werkwijze van de ZVC gelden de volgende bepalingen. 1. Samenstelling commissie Elk van onderstaande takken van sport levert 1 vertegenwoordiger aan die kan deelnemen aan de ZVC. Daarnaast maakt een onafhankelijk voorzitter deel uit van de ZVC. • Badminton • Basketbal • Handbal • Korfbal • Volleybal • Zaalvoetbal • Floorball • Overige sporten gezamenlijk een vertegenwoordiger vanuit de gemeente
3. Taken en bevoegdheden van de werkgroep • De werkgroep besluit als enige over de verdeling van de uren in de sporthallen volgens de tijden/voorwaarden die zijn vastgesteld in de verdelingscriteria. • Elke vertegenwoordiger denkt mee vanuit een brede blik over de vraagstukken, breder dan alleen die van de eigen sportvereniging. • De werkgroep adviseert gevraagd en ongevraagd aan de gemeente en/of SportUtrecht over onderwerpen aangaande de verdeling van uren van de sporthallen. • De gemeente en/of SportUtrecht vragen de ZVC om advies over onderwerpen aangaande de verdeling van uren van de sporthallen. • Als de criteria zijn bijgesteld, evalueert de werkgroep na 2 jaar of die werkbaar zijn en of ze gevolgen hebben voor de
sportverenigingen en –organisaties, en rapporteert hierover aan SportUtrecht en de gemeente. • De werkgroep kan besluiten nemen als twee derde van het aantal leden aanwezig is. • De stem van de voorzitter geeft bij gelijk aantal stemmen de doorslag. 4. Taken voorzitter Heeft algemene leiding van de werkgroep; • Vertegenwoordigt de werkgroep naar buiten toe; • Overlegt met officiële instanties; • Is het eerste aanspreekpunt voor de werkgroep-leden; • Stelt in overleg de agenda voor elke vergadering op; • Leidt de overleggen van de werkgroep; • Ziet erop toe dat beslissingen worden genomen in overeenstemming met de zaalverdeelcriteria en andere gemaakte afspraken; • Ziet erop toe dat de werkgroepleden hun taken naar behoren vervullen en spreekt hen hierop aan als dit niet het geval is. 5. Communicatie • De leden van de werkgroep vertegenwoordigen hun sport en zijn verantwoordelijk voor het communiceren van de gemaakte afspraken met hun achterban. • Algemene informatie naar de sportorganisaties en of sportverenigingen bespreekt de voorzitter met SportUtrecht en/of de gemeente Utrecht. • De voorzitter communiceert als enige vertegenwoordiger van de werkgroep met externe partijen. • De up-to-date informatie over de ZVC loopt via de website van SportUtrecht.
27
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
6. Procedure verdeling uren De sportorganisaties leveren de gewenste uren per sporthal in voor het seizoen september t/m juni van elk jaar bij hun vertegenwoordiger in de ZVC. De vertegenwoordiger dient de aanvraag in vóór 15 april bij het vastgoedloket van de gemeente, dat alle wensen in een planning en aangeeft waar de overlappingen zitten. De planning gaat naar de leden van de ZVC. De vertegenwoordigers van de sportorganisaties bespreken het voorstel met hun achterban en brengen in het eerste ZVC-overleg eventueel alternatieven in. • In een eerste overleg wordt het voorstel besproken en in onderling overleg aangepast. De vertegenwoordigers bespreken het aangepaste voorstel met de achterban. Indien nodig komt er een vervolgoverleg. De planning wordt door een meerderheid van stemmen definitief vastgesteld. De vertegenwoordigers van de sportorganisaties leggen aan hun achterban gemotiveerd uit waarom voor de vastgestelde planning gekozen is. • De ZVC vergadert in april/mei om de voorgestelde planning te bespreken, indien nodig meerdere keren. Op verzoek van de voorzitter en/of vertegenwoordigers van de sportorganisaties volgt een vergadering over onderwerpen die de ZVC betreffen. 7.
Geschillencommissie • De ZVC handelt op basis van de beschreven criteria die zijn opgesteld en vastgesteld door de ZVC, SportUtrecht en de gemeente • De ZVC verdeelt via vertegenwoordiging van de zaalsporten en gebruikers op basis van voorstellen, afstemming en uiteindelijk consensus • Gebruikers kunnen bezwaar maken tegen de uitkomsten waarbij getoetst wordt of de ZVC gehandeld heeft volgens de genoemde criteria. • Bezwaren indienen is mogelijk via sport@utrecht.nl
• Een onafhankelijke derde toetst en doet een bindende uitspraak. • De totale procedure voor bezwaar en beroep moet uiterlijk 15 juni doorlopen zijn zodat de uiteindelijke zaalverdeling voor de zomervakantie vastgesteld kan worden. Bijlage 2 Toelichting prioritering zaalverdeling a. (inter)nationale topsportevenementen • Het sportieve niveau van het evenement is gelijk(waardig) aan een WK. EK, NK, (Olympisch) kwalificatietoernooi, wereldbeker wedstrijd, internationale bekerwedstrijd, EJK, WJK, EJOF. • Tijdens het evenement treden nationaal vertegenwoordigende sporters of teams op het hoogste niveau aan. b. (top)sportevenementen, niet vallend onder a • Jaarlijks terugkerend topsporttoernooi, georganiseerd door een in Utrecht gehuisveste vereniging heeft hier prioriteit. Het sportieve niveau van het evenement is gelijk(waardig) aan NK Junioren, kwalificatietoernooi voor WK, EK internationale bekerwedstrijd. • Nationaal topsporttoernooi, internationaal juniorentoernooi (georganiseerd door een in Utrecht gehuisveste vereniging). Tijdens het evenement treden nationaal vertegenwoordigende sporters of teams op het een na hoogste of hoogste (junioren)niveau aan. c. verenigingsgebruik ten behoeve van reguliere competitiewedstrijden • Jaarlijks vast te stellen aan de hand van competitieschema’s.
Wedstrijden voor teams die spelen op het hoogste landelijke niveau hebben voorrang op het gebruik van een sportspecifieke sporthal. • Inclusief jaarlijks terugkerende toernooien breedtesport die voorafgaand aan de verdeling zijn aangevraagd.
d. topsporttrainingen en jeugdselectietrainingen • Onder topsport - binnen dit specifieke onderwerp - verstaan we deelname van een seniorenteam van een Utrechtse zaalsportvereniging aan competitie op het hoogste landelijke niveau. • Wanneer voor deelname aan deze competitie vereisten zijn gesteld door de betreffende bond aan bijvoorbeeld afmetingen, faciliteiten en tribune capaciteit, wordt als eerst bekeken of dit te accommoderen is (eventueel met redelijke aanpassingen) in de al bestaande – door de betreffende vereniging gebruikte - accommodatie. • Wanneer het gebruik van de bestaande accommodatie niet toereikend is dan is topsportcentrum Galgenwaard (sporthal 1) de eerst aangewezen accommodatie om het betreffende team te accommoderen. Het gaat daarbij primair om één wedstrijd en twee trainingen. • De benodigde zaaluren voor het accommoderen van dit team gaan in eerste instantie ten koste van de bestaande uren van een vereniging die uren toegewezen heeft in sportcentrum Galgenwaard, maar dat geen seniorenteam heeft dat op het hoogste landelijke niveau speelt. • Mocht de vereniging nog geen gebruik maken van topsportcentrum Galgenwaard dan zullen de benodigde uren in de eerste volgende ronde van de zaalverdeling met voorrang aan de betreffende vereniging voor het relevante seniorenteam worden toegewezen.
• Als er geen sprake meer is van spelen op het hoogste niveau dan ‘vervallen’ de verkregen uren in Galgenwaard weer aan de reguliere verdeling van de uren via de ZVC.
28
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
e. verenigingsgebruik t.b.v. trainingen, inclusief bedrijventoernooien en activiteiten vanuit organisaties in het welzijnswerk. • Jaarlijks opnieuw vastgesteld op basis van de volgende prioritering ten gunste van een optimale bezetting: a) Sporten die jaar-rond in de zaal sporten als eerste inplannen in de seizoenplanning. Ook ruimte mogelijk maken voor groei (oplossen wachtlijsten). Hieronder vallen ook de particuliereen/of bedrijventeams en organisaties in het welzijnswerk. b) Sporten die een aanzienlijk deel van hun competitieseizoen binnen spelen (half oktober t/m eind maart). c) Sporten die een heel kort zaalseizoen hebben (half november t/m half februari).
h) recreatieve sportbeoefening Recreatieve teams nemen geen deel aan de competitie. Competitieteams krijgen voorrang bij toewijzing van sporthalruimte. i) Ander gebruik Afwijking van het sportief gebruik van een locatie is alleen mogelijk als het bestemmingsplan van de locatie dit ook toelaat.
Bij deze prioritering rekening houden met: a) Het aantal trainingsmomenten per team b) Goede verdeling van populaire en niet-populaire hallen c) Jeugdsportactiviteiten en sport vanuit welzijnswerk prioriteren op de uren tot 19.00 uur d) Het voedingsgebied van de vereniging, vooral voor jeugdteams e) De functionaliteiten/mogelijkheden van een sporthal f) De behoefte aan een sportkantine/verenigingsruimte g) Zo min mogelijk spreiding over verschillende avonden en sporthallen per vereniging om de clubbinding te behouden/ stimuleren
29
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Bijlage 4. Actualisatie horeca binnensport accomodaties 2023
Aanleiding beleidswijziging horeca binnensport Vastgoedexploitatie (VGE) heeft in 2020 onderzoek gedaan naar de horecafunctie bij gemeentelijke binnensportaccommodaties (zie bijlage 4b). Directe aanleiding was de horecafunctie van Nieuw Welgelegen en het verzoek van de wethouder om te onderzoeken op welke manier er in Nieuw Welgelegen (maar ook in andere sporthallen) nog een horecavoorziening mogelijk is. Uitkomst van het onderzoek was dat het voor commerciële uitbaters niet of nauwelijks mogelijk is om sportkantines in sporthallen rendabel te exploiteren. Enerzijds komt dit door de hoge kosten (o.a. huur en personeel), anderzijds door lage omzet (o.a. zichtbaarheid en ligging kantine, beperkt aantal bezoekers). Om deze reden is ervoor gekozen de mogelijkheden tot het exploiteren van een horecavoorziening door sportverenigingen (gebruikers van de sporthallen) uit te werken in deze actualisatie als aanvulling op het onderzoek van VGE uit 2020. Voorgestelde uitgangspunten • De gemeente vindt het van belang dat sportverenigingen de kans krijgen om bij het gebruik van sporthallen ook de sociale functie van sport en bewegen te ontplooien via een ontmoetingsruimte met horecamogelijkheid. • Bij nieuwe sporthallen (en waar relevant binnen bestaande sporthallen) realiseren we een openbare ontmoetingsruimte van ongeveer 100m2 in exploitatie en beheer bij de gemeente.
Wanneer mogelijk is deze openbare ruimte ook voor exclusief gebruik incidenteel te verhuren aan derden (denk aan sportverenigingen, buurtorganisaties) voor vergaderingen en bijeenkomsten.
• Aanvullend en aansluitend op de ontmoetingsruimte realiseren we een te verhuren horecaloket (20 m2) met voorzieningen voor verkoop van eten en drinken door primair een sportvereniging die gebruik maakt van de betreffende sporthal (of samenwerking van meerdere verenigingen). Aanvullend hierop houden we de mogelijkheid open – wanneer zich geen vereniging aandient – om de betreffende voorziening te verhuren aan bv. een sociaal ondernemer of buurtorganisatie. • Desgewenst bieden we geïnteresseerde verenigingen de mogelijkheid om zowel ontmoetingsruimte als horecaloket (sportkantine) te huren en exploiteren. Hierbij stellen we wel als voorwaarde dat de ontmoetingsruimte openbaar toegankelijk is, ook op de momenten dat de ruimte niet door de exploiterende vereniging daadwerkelijk in gebruik is. Zo krijgen bezoekers altijd de gelegenheid om hier tijd door te brengen, bijvoorbeeld ouders van sportende kinderen. • Aanvullend kunnen geïnteresseerde verenigingen bij de start van de realisatie van een nieuwe sporthal aangeven dat zij een grotere ontmoetingsruimte inclusief horecaloket (sportkantine) willen huren en exploiteren (tot een maximum van 250m² mede afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatse, waarbij het dus ook mogelijk is om bijvoorbeeld van de gebruikelijke 120m² naar 180m² te gaan als dit een wens is van de vereniging).
Deze vergroting is dusdanig ingericht dat flexibel gebruik mogelijk is. Uitgangspunt is dat de vereniging een huurovereenkomst voor minimaal vijf of tien jaar afsluit. • Voor het gebruik van het horecaloket (en eventueel optie sportkantine) sluiten we een huurovereenkomst met de sportvereniging(en) waarbij we een huurprijs bepaling ‘algemeen belang’ toepassen en een m2 huurprijs van € 85 m2 hanteren.
30
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
NB. Mocht er voor een bepaalde sporthal geen sportvereniging te vinden zijn die de horecavoorziening wil huren, maar zich wel een commerciële uitbater meldt, dan zijn aparte afspraken noodzakelijk. In deze actualisatie behandelen we de volgende onderwerpen: 1. Beschrijving en aandachtspunten horecavoorziening sporthal 2. Programma van eisen 3. Financiering 1. Horecavoorziening binnensport De gemeente vindt het van belang dat een sporthal ook ontmoetingsmogelijkheden biedt, onder meer voor ouders van sportende kinderen en toeschouwers. We ondersteunen hiermee de sociale functie die sport en bewegen in de stad heeft. Tegelijk komen we tegemoet aan sportverenigingen waarvoor het van belang is een ruimte te hebben die kan dienen als kantine / thuisbasis.
Ontmoetingsruimte De ontmoetingsruimte is een openbaar toegankelijke ruimte in beheer bij VGE van ca. 100 m2 en heeft zitplekken/werkplekken (met gratis WIFI) in verschillende samenstellingen. Er zijn standaard automaten voor een frisdrank en (gezonde) snacks (de ervaring leert dat er geen exploitanten zijn die koffieautomaten willen plaatsen en beheren). Daarnaast is er standaard een tappunt voor drinkwater aanwezig. Aansluitend en aanvullend op de ontmoetingsruimte is een afsluitbaar horecaloket aanwezig. Wanneer mogelijk is deze ruimte te verhuren (op het moment dat deze niet in gebruik is als ontmoetingsruimte) aan derden (denk bijvoorbeeld aan andere sportverenigingen, buurtorganisaties, huiswerkbegeleiding).
Voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen is het onderstaande van toepassing:
Horecaloket Het horecaloket is een afsluitbaar deel (ca. 20 m2) aansluitend op de ontmoetingsruimte van waaruit verenigingen primair eten en drinken kunnen verkopen aan leden en andere bezoekers. Qua inrichting moet gedacht worden aan een verkoopbalie, keuken, koeling, voorraadkast, enz. Het kan gaan om één vereniging die deze ruimte huurt en exploiteert, meerdere verenigingen naast elkaar of meerdere verenigingen in gezamenlijkheid. De inrichting en vorm van het horecaloket zijn maatwerk, waar mogelijk in afstemming met de gebruikers. Verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen en naleven van de benodigde horecavergunning. Wanneer passend binnen bestemming, beheer en vergunningen kunnen functies aan het horecaloket worden toegevoegd, bijvoorbeeld als pakketpunt of speluitleen.
Sportkantine In beginsel krijgen nieuwe sporthallen geen sportkantines meer(zoals nu bv. de sporthallen Hoograven en Lunetten) met een commerciële uitbater. (Wanneer één of meerdere verenigingen bereid zijn een sportkantine zelf te exploiteren, dan is het wel mogelijk om de eerder genoemde ontmoetingsruimte (100 m2 + 20m2) eventueel te vergroten tot een maximum van 250m2 (100 ontmoetingsruimte + 150 uitbreiding inclusief bar, keuken, magazijn en evt. bestuurskamer.
• Bestemming van de betreffende ruimte (ontmoetingsruimte en kiosk) moet de hoofdactiviteit (sport en bewegen) ondersteunen. • Het gaat om sportverenigingen die naast het organiseren van sportactiviteiten horeca exploiteren. Deze zogeheten para-commerciële horeca heeft geen winst als oogmerk). • Een vereniging moet dus een para-commerciële vergunning alcoholwetgeving aanvragen. Aanvullende informatie is te vinden op utrecht.nl
De vergroting is dusdanig ingericht dat eventuele vrijkomende toekomstige ruimte (bijvoorbeeld na afloop van huurcontract met de gebruikende vereniging) opnieuw flexibel bruikbaar is (bijvoorbeeld als ruimte voor yoga, spinning of een verdedigingssport). Het is de bedoeling dat een vereniging deze ruimte in zijn geheel voor een lange termijn periode (minimaal 5 tot 10 jaar) huurt. Er bestaat altijd een beperkt risico dat de extra m2 (vergroting naar 250 m2) voor een bepaalde periode niet gebruikt wordt en dus ook geen huur opbrengt.
31
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
De mogelijkheid van een sportkantine hangt af van de interesse van sportverenigingen en betreft daarmee maatwerk per sporthal. Niet iedere locatie is geschikt en daarnaast mede afhankelijk van bepalingen in het bestemmingsplan. Verenigingen zijn (eventueel met ondersteuning vanuit SportUtrecht) zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen en naleven van de benodigde horecavergunningen. Scenario’s
Aantal vierkante meter
Beheer
Kosten vereniging(en)
Faciliteiten
Gebruik door
Ontmoetingsruimte
100
Gemeente Utrecht
Geen
Drankautomaat
Alle gebruikers van de sporthal
Ontmoetingsruimte met horecaloket
120
100 m2 ontmoetingsruimte gemeente
Huur voor 20 m2 kiosk
Drankautomaat
Ontmoetingsruimte alle gebruikers van
Consumpties nader af te stemmen
de sporthal. Horecaloket alleen door
met verenigingen
vereniging die huurt
20 m2 horecaloket door vereniging Sportkantine
120 + (tot een maximum van 250 m ) 2
100 meter ontmoetingsruimte
Huur voor extra vierkante meters
Bar en keuken waar voedsel bereid
Exclusief gebruik door sportvereniging
gemeente
boven 100 vierkante meter
kan worden, dus ook frituur, tap etc.
die de ontmoetingsruimte in zijn
Vierkante meters boven 100 m2 voor
ontmoeting
geheel huurt
vereniging
32
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
Aandachtspunten bij het bovenstaande Bij het mogelijk verhuren van het horecaloket of sportkantine heeft de gemeente zich te houden aan de uitspraak in het Didam- arrest. Het komt er op neer dat we de mogelijkheid van het huren van het horecaloket en/of sportkantine openbaar moeten aankondigen. Daarbij zijn er overigens wel mogelijkheden om het verhuren te richten op de beoogde gebruikers (sportverenigingen die gebruik maken van de betreffende sporthal). 1. De ontmoetingsruimtes krijgen altijd een horecaloket aangezien sporthallen voor een periode van 40 jaar gebouwd worden. Het kan daardoor in de tijd verschillen of verenigingen hier wel of geen gebruik van maken. Daarbij bestaat - door eventuele wisselingen van verenigingen in de sporthal - het risico dat het loket een periode niet gebruikt wordt, in dat geval blijft het gesloten. Dit weegt echter niet op tegen het later inpassen van een horecaloket en daarbij gaat het om een beperkte oppervlakte (ongeveer 20 m2). 2. Het voorgaande zal in elk geval gelden voor nieuw te bouwen sporthallen. Voor die sporthallen waarvoor het Programma van Eisen al is vastgesteld, kunnen mogelijk afwijkingen gelden.
Voor bestaande sporthallen wordt - op het moment dat de vraag van de horecavoorziening actueel is (bv bij een nieuwe gebruiker of het wegvallen van een bestaande uitbater) - per locatie gekeken wat de situatie is, welke interesse er is vanuit de gebruikers en welke aanpassingen (qua ruimtelijke aanpassing en benodigde dekking voor de investering) nodig en mogelijk zijn. 3. Alleen verenigingen die daadwerkelijk zaaluren afnemen in de betreffende sporthal kunnen huren. Complicerende factor j is dat de verdeling van zaaluren gebeurt via de zaalverdelingscommissie. Die is bereid hier rekening mee te willen houden, maar dat is nog niet formeel vastgelegd.
4. Bij een recente uitvraag onder sportverenigingen gaf een aantal aan dat 100 m2 n.v.o. op wedstrijddagen te krap is. Maar een ruimte ter grootte van een traditionele sportkantine bouwen alleen voor tijdens piekmomenten is niet rendabel. Ook kan het zijn dat er op het beschikbare kavel onvoldoende ruimte is om een grotere ontmoetingsruimte te realiseren. Voor de nieuwe hallen onderzoeken we per locatie of er flexibele uitbreidingsruimte mogelijk is om pieken op te vangen. 2. Programma van Eisen In het programma van eisen voor nieuwe sporthallen staan de volgende eisen voor de ontmoetingsruimte: • Ruimte ligt op hetzelfde niveau als (centrale) toiletgroep, werkkast en eventuele personenlift/ trappen; • Positie ontmoetingsruimte: indien mogelijk en bij voorkeur in het zicht van toegang en beheerderruimte en/of kleedkamers bij voorkeur op de begane grond; • Zicht vanuit de ontmoetingsruimte op de wedstrijdruimte; • Apart toegankelijk en zichtbaar van buitenaf; • Apart van de rest van de sporthal afsluitbaar en te gebruiken met toiletgroep (trappen/lift als de toegang niet op de begane grond is); • Omvang ruimte: minimaal 100 m2 – (waar mogelijk én gewenst) maximaal 250 m2; • Omvang kioskruimte: 20 m2; • Voldoende stopcontacten; • Alarminstallatie; • Wateraansluitpunt en afvoer; • Vloer die geschikt is om tafels, stoelen, krukken op te zetten; • Ruimte om tafels, stoelen, krukken
e.d. op te bergen wanneer vloer voor ander doeleinde (zoals dansles) wordt ingezet;
• Indien gewenst en mogelijk te gebruiken als extra sportruimte met geschikte sportvloer; • Voldoende ruimte buiten de ontmoetingsruimte die flexibel in te zetten is voor piekmomenten. Per sporthal is er met verenigingen overleg over mogelijk aanvullende wensen. 3. Financiering Voor het verhuren van het horecaloket en/of ontmoetingsruimte (sportkantine) hanteren we een huurprijs volgens de ‘bepaling algemeen belang’. De een huurprijs ligt onder de integrale kostprijs en is daarmee passend en redelijk voor hurende verenigingen. Dit in lijn met de Kadernota Maatschappelijk Vastgoed waarbij uitzonderingen zoals in dit geval beargumenteerd mogelijk zijn. Voor het huren komen alleen sportverenigingen (of stichtingen wanneer meerdere sportverenigingen samenwerken) in aanmerking, géén ondernemingen met een winstoogmerk. De exploitatie van het horecaloket is altijd ondersteunend en ondergeschikt aan de hoofdactiviteit van de vereniging: het aanbieden van trainingen en wedstrijden aan leden. (NB. M.b.t. winstoogmerk stellen juristen van de gemeente het volgende: ‘Een winstoogmerk is het behalen van financiële overschotten die worden uitgekeerd aan aandeelhouders of leden.
Van het beogen van winst is geen sprake als exploitatieoverschotten worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de sportdiensten die worden verleend.’ ) Uitgaande van de standaard realisatie van een ontmoetingsruimte en horecaloket beslaan deze voorzieningen 120 m2 binnen de realisatie van een nieuwe sporthal. De integrale kostprijs (afhankelijk
33
Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36
van bouwen in hoog-stedelijk gebied of op een vrij kavel) per m2 ligt (prijspeil april 2023) tussen € 260,- en 300,- per m2 (kapitaal- en exploitatielasten). In lijn met de mate van kostendekkendheid van verhuur van de sporthallen (deze ligt rond 30% van de werkelijke kostprijs) lijkt een verhuurprijs volgens de bepaling algemeen belang verdedigbaar. Deze komt per m2 komt uit rond € 78,- tot 90,- (30% van € 260 en € 300,-). Bij het huren van een horecaloket van 20 m2 door een sportvereniging komt dit uit op een jaarlijks bedrag van ongeveer € 1.560,- (20 m2 á € 78,-) tot 1.800,- (20 m2 á € 90,-). Voorstel hierbij is om één vaste m2 huurprijs te rekenen zodat er tussen verenigingen in de verschillende sporthallen geen verschillen (in lijn met de vaste huurprijs voor een sporthal) in huur ontstaan. Voorstel is om vooralsnog € 85,- per m2 huurprijs aan te houden.
NB. De wijziging van een sporthal met een commerciële uitbater naar een sporthal met een verenigingen als horeca-exploitant kent een verwaarloosbaar effect op de totale begroting. Voorheen werden immers sporthallen gebouwd met een grotere horecavoorziening ( 200-300 m2), daar stond in het verleden een redelijk dekking vanuit verhuur tegenover. De laatste jaren is dit echter sterk teruggelopen. Het huidige voorstel gaat uit van een kleinere voorziening (120 m2) en daarmee een kleinere investering, maar daarbij ook een kleinere dekking. Per saldo is het verschil nihil. Bestaande sporthallen met een huurovereenkomst met uitbater Voor de vier huidige huurovereenkomsten (Galgenwaard, Dreef, Loevenhout en Hoograven geldt een gemiddelde m2 huurprijs van € 97,28 inclusief servicekosten). Deze huurprijs is dus grotendeels in lijn met de nu voorgestelde huurprijs voor verenigingen.
Bij de bouw van de nieuwe hallen en de raming van de stichtingskosten nemen we de kosten voor ontmoetingsruimte en horecaloket mee. Dekking van de totale investering en exploitatielasten gebeurt vanuit de investeringsagenda groei (groeikader)). De bedragen (op basis van voorgaande berekening) per sporthal liggen tussen € 30.000 en € 36.000,- (120 m2 á € 260 tot € 300,-/m2). In het geval van vervangende nieuwbouw onderzoeken we per locatie of extra middelen nodig zijn. De opbrengsten van de verhuur van het horecaloket (20 m2 à € 78 tot 90,-) nemen we als dekking binnen de betreffende begroting (VGU) van de sporthal op.
34
Horeca binnensport accommodaties
Horeca binnensport accommodaties Gemeente Utrecht, onderzoek Vastgoed Exploitatie
35
Horeca binnensport accommodaties
Inhoudsopgave 1. Inleiding
37
7. Ervaring met horecaexploitatie
45
2. Opdracht
38
8. Financiën 8.1 Begroting 8.2 Huidige gegevens oppervlakte en huurprijs 8.3 Kosten omvorming naar ontmoetingsruimte en horecakiosk
47 47 47 48
9. Conclusie
49
10. Advies 10.1 Voorziening voor de sporthal 10.2 Advies voor de nieuwe geplande sporthallen 10.3 Uitgangspunt vanuit de gemeente.
50 50 51 51
11. Vervolgplanning
52
12. Bronnen
53
3. Samenvatting 39 Horecavraag vanuit de sporters concentreert zich op elkaar ontmoeten39 Aanvullende serviceverlening in horeca 39 Topsporthal Galgenwaard 39 4. Uitvoering opdracht
40
5. Huidige situatieschets horeca binnensporthallen 41 5.1 Binnensportaccommodaties in Utrecht 41 Horecavergunning42 Programmering sporthallen 42 5.2 Horecavoorzieningen 42 6. Waarde van horecafunctie voor binnensport 6.1 Gezien vanuit sportvereniging 6.2 Beeld vanuit beleidsveld sport en welzijn 6.3 Zelfbeheer
44 44 44 44
36
Horeca binnensport accommodaties
1. Inleiding
Op 21 oktober 2019 is in de Staf Sport het onderzoek ‘Horeca in MFA Nieuw Welgelegen’ besproken. Aanleiding is de notitie over de exploitatie van de sportkantine door de beheerders van het pand waaruit blijkt dat er een financieel tekort ontstaat doordat de huur- en servicekosten voor deze horecaruimte binnen het Programma Vastgoed. De Utrechtse Vastgoedorganisatie (UVO) heeft in de afgelopen jaren (herhaaldelijk) geconstateerd en ervaren dat voor deze specifieke horecalocatie het zeer moeizaam is om een horecaexploitant te contracteren. In de afgelopen jaren is gebleken dat er geen exploitant gevonden kon worden om deze locatie te draaien. Door de specifieke omstandigheden als ligging, gevraagde openingstijden, omzetverwachting en de gevraagde huurprijs blijkt dat het voor een ondernemer niet mogelijk is om een financieel gezonde exploitatie te draaien. Daarnaast geldt de (mogelijk) beperking van de (additionele) horeca- en exploitatievergunning die behoren bij de horecavoorziening. Op dit moment stellen de beheerders van het pand de horeca open. In overleg met de afdeling UVO en afdeling Vastgoedexploitatie was hiervoor als tijdelijke oplossing gekozen om de sporters in de gelegenheid te stellen gebruik te blijven maken van de ruimte en het horecapunt. Voor het sportseizoen moet een nieuwe afweging worden gemaakt.
Bij het voortzetten van huidige horecaexploitatie voor het seizoen 2020 – 2021 verzoekt de afdeling Vastgoed de kosten voor de openstelling (huur, servicekosten en exploitatiekosten) voor rekening te nemen van beleidsveld Sport. Op dit moment komt dit ten laste van het programma Vastgoed. Als de sportkantine per 1 juni 2020 wordt gesloten kan de beschikbare ruimte/m2
worden aangeboden aan de markt. Bij sluiting van de huidige ruimte en aangeboden beheersvorm kan in de toekomstig geplande herontwikkeling van het pand Nieuw Welgelegen worden gekeken naar een herbestemming van de “oude ruimte” en is het mogelijk om in een aangepaste vorm een ruimte te creëren voor de sporters die voldoet aan de vraag. In de staf is hierom besloten een aanvullend onderzoek te doen waarbij in breder verband wordt gekeken naar de horeca bij de gemeentelijke binnensportaccommodaties. Op basis van de verkregen resultaten worden er richtlijnen opgesteld voor de toekomstige invulling van de horeca bij bestaande en nieuwe binnensportaccommodaties.
37
Horeca binnensport accommodaties
2. Opdracht
De opdracht bestaat uit het voorbereiden van een beleidskader ‘horecavoorziening bij de gemeentelijke binnensportaccommodaties’, waarbij is gekeken naar de horecabehoefte van de sporter/gebruiker, de bijbehorende horecaconcepten en exploitatievormen. Hierbij wordt de huidige situatie van de horeca bij de binnensport in de gemeentelijke accommodaties in beeld gebracht. Daarnaast wordt onderzocht welk toekomstbestendig model voldoet aan de vraag en welke mogelijke varianten denkbaar zijn.
38
Horeca binnensport accommodaties
3. Samenvatting
In de afgelopen decennia blijkt dat het gebruik van de sportkantine door de sporters en bezoekers van de sporthal sterk is teruggelopen t.o.v. eerdere perioden. De huidige sporters maken minder vaak gebruik van de horeca en besteden hier minder geld. Hierdoor is de omzet sterk teruggelopen en de vaste kosten (waaronder huur en personeel) zijn gelijk gebleven of gestegen. Het is voor de huidige horecaondernemer zeer moeizaam of niet mogelijk om een financiële gezonde exploitatie te draaien en daarmee een goede boterham te verdienen. In afgelopen decennia daarom een aantal ondernemers vrijwillig of gedwongen gestopt. Horecavraag vanuit de sporters concentreert zich op elkaar ontmoeten De sportverenigingen geven aan dat zij behoefte hebben aan een ruimte waar verenigingsleden elkaar kunnen ontmoeten. Sporters willen na afloop van de training of wedstrijd nog even napraten, ouders en toeschouwers willen de gelegenheid hebben om in een open en toegankelijke ruimte een kop koffie te drinken en/of de laptop nog even uit te klappen. Vanuit beleid is aangegeven dat een algemeen toegankelijke ontmoetingsruimte van maatschappelijke waarde is voor de totale uitstraling van de accommodatie.
Aanvullende serviceverlening in horeca Het plaatsen van verkoopautomaten in de ontmoetingsruimte kan, gedurende de reguliere openingstijden van de sporthal, een optie zijn om te voorzien in de vraag gedurende de daguren.
De (horeca)vraag vanuit sportverenigingen naar uitgebreider aanbod of alcoholische consumpties kan worden gerealiseerd door het realiseren van een horecakiosk of uitgifteloket. Bij plaatsing van deze kiosk, met bijvoorbeeld verschuifbare panelen én aansluitend aan de ontmoetingsruimte kan in een uitgebreidere horecafunctie worden voorzien en kan de ontmoetingsruimte ‘dubbel’ worden ingezet waarbij zowel verenigingsleden als de overige sporters/ bezoekers welkom zijn. De horecakiosk kan worden opgesteld in een zelfbeheersituatie door één of meerdere verenigingen en daardoor op de gewenste trainingsavonden en competitiedagen worden opengesteld. Topsporthal Galgenwaard De sportkantine in Sporthal Galgenwaard is een uitzondering. Door de A-locatie, de ligging naast het Stadion Galgenwaard, de bezetting en evenementenprogrammering is het hier van meerwaarde een volledige sportkantinefunctie te behouden. Door de programmering en bezetting van de sporthal is een ruime vaste openingsstelling, de vele gebruikers en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op de vraag tijdens evenementen of georganiseerde (competitie)wedstrijden om een professionele uitbating van de sportkantine. De sportkantines die in private handen zijn of via zelfbeheer worden geëxploiteerd vallen buiten dit advies.
39
Horeca binnensport accommodaties
4. Uitvoering opdracht
In het onderzoek is de situatie van de horeca in kaart gebracht bij de binnensportaccommodatie. Hierbij is gekeken naar de eigendomssituaties, de ligging, de bezetting, de verhuurprijzen en huurovereenkomsten. Ook is gekeken onder welk Programma de accommodatie valt. In het tweede gedeelte van het onderzoek zijn de beleidsvelden en overige betrokkenen benaderd. Er zijn interviews gehouden met SportUtrecht, het beleidsveld MO Sport, het beleidsveld MO Welzijn, de bedrijfsleider binnensportaccommodaties, de adviseur vastgoedloket, de projectleider/adviseur binnensport en de beheerder van MFA Nieuw Welgelegen. Daarnaast is gesproken met de huidige exploitanten van de horeca van sporthal De Galgenwaard, De Dreef, Zuilen en Hoograven. Hierbij is ook ingegaan op de ideale situatie: wat heeft een sporthal nodig, waar moet een sportkantine aan voldoen, wat adviseert men voor de invulling van de horeca bij de nog nieuw te bouwen sporthallen? In het laatste deel van het onderzoek is gekeken hoe andere gemeenten omgaan met de horecafunctie bij binnensportaccommodaties. Er is gesproken met de beleidsmedewerker van de gemeente Amsterdam en is er een overleg geweest met het adviesbureau dat de horecasituatie bij de sportaccommodaties in Amsterdam heeft geadviseerd.
In het overleg met de gemeente Rotterdam is door de ambtenaren van Sportbeleid en het Sportbedrijf Rotterdam (die is opgericht op 01-01-2018) de huidige transitie van de sportkantine van de oude vorm waarbij hoofdzakelijk in eigen beheer van de gemeente werd uitgevoerd naar de nieuwe gewenste horecasituatie waarbij de sportverenigingen wordt gevraagd de horecafunctie in eigen beheer uit te voeren.
In het vervolg op dit rapport zal een traject gestart kunnen worden om in overleg met SportUtrecht de bevindingen van het onderzoek met de sportverenigingen te delen en de mogelijk toekomstige inzet van de vereniging na te gaan bij het invullen van de horeca. In dit traject zal dan specifiek worden ingegaan op de eigen behoefte en mogelijkheden die de verenigingen hebben wat betreft het openstellen van een (eigen) horeca uitgiftepunt. Naar verwachting kan de uitwerking per sporthal en voor iedere sportvereniging of samenwerkende sportverenigingen anders zijn.
40
2 1,5
■
horeca door private partij
■
horeca door stichting
■
horeca ondernemer
■
geen horeca
1
vending machine horeca door VVE (Paperclip) horeca door beheer vge (NW) horeca in bruikleen (Zuilen)
3,5
■ Sporthal gemeente
3
■ Sporthal privaat
2,5
■ Sporthal gemeente
2 1,5 1 0,5 Sportzaal Broos…
Sportzaal Voorn
Sportzaal Het Zand
Sportzaal Forum…
Sportzaal De Speler
Sportzaal Maerzaal
Sportzaal Feltia
Sportzaal Hart van Noord
Ouderijn
Herculles
Turnhal
Sporthal Lunetten
Sporthal Europahal
Sporthal Paperclip
Sporthal Weide Wereld
Sporthal Cultuurcampus
Sporthal Loevenhout
Sporthal Hoograven
Sporthal De Dreef
Sporthal Zuilen
Sporthal Nieuw…
Olympos
0 Sporthal Galgenwaard
5. Huidige situatieschets horeca binnensporthallen
■ 5.1 Binnensportaccommodaties in Utrecht Utrecht heeft 12 sporthallen en een turnhal in gemeentelijk eigendom.■ 0,5 Daarnaast zijn er 3 sporthallen in particuliere handen. Sporthal ■ Galgenwaard met 3 hallen en sporthal Nieuw Welgelegen met 2 hallen 0zijn de topsportlocaties binnen Utrecht. Naast de sporthallen ■ heeft Utrecht nog 8 sportzalen en 44 1gymzalen. De afdeling Utrechtse Vastgoed Organisatie is eigenaar van het vastgoed; vanuit de afdeling Vastgoedexploitatie van Stadsbedrijven worden de locaties beheerd en het dagelijkse en periodieke onderhoud uitgevoerd.
Horeca binnensport accommodaties
Figuur 4.1
41
Horeca binnensport accommodaties
Een deel van de sportaccommodaties (43%) is onderdeel van een MFA of is gebouwd bij een onderwijsinstelling. Belangrijk gegeven is dat bij verhuur deze sportkantines vallen onder het programma Vastgoed. In het programma Vastgoed geldt de Kaderbrief Vastgoed, hierbij is vastgesteld dat er bij verhuur van een ruimte een kostprijs dekkende of marktconforme huur moet worden gevraagd. Alleen de sportkantine in MFA Nieuw Welgelegen valt onder de Kaderbrief Vastgoed en kent dus een kostprijs dekkende huur. De overige sporthallen binnen het programma Vastgoed hebben geen horecavoorziening. Dit zijn Sporthal Cultuurcampus, Sportcampus, Weide Wereld.
en partijen die geen aansluiting hebben met de sport is bijvoorbeeld niet toegestaan.
Voor de sportkantines in een sporthal die rechtstreeks valt onder het Programma Sport (57%) geldt een andere huurbepaling. Voor deze sportaccommodaties heeft de gemeenteraad bij invoering van de wet Markt en Overheid in 2012 vastgesteld dat bij verhuur de regel ‘van algemeen belang’ mag worden toegepast, dit betekent dat hier géén kostprijs dekkende huur wordt gevraagd. Hierdoor is in de gevraagde huurprijs mogelijk deze meer af te stemmen op de locatie en omzetverwachting.
De programmering van de sporthal bepaalt het aantal potentiële bezoekers voor de sportkantine. We zien dat de binnensport een kort seizoen kent. Volleybal, zaalvoetbal en badminton maken gedurende het hele seizoen gebruik van de hal, maar voor hand- en korfbal geldt een gemiddelde huurperiode van 4 maanden, voor zaalhockey wordt dit beperkt tot 10 weken. De gemiddelde bezettingsgraad van de sporthallen in 2019 is 54%. In de drukke wintermaanden (november t/m februari), waarin alle sporten binnen gebruik maken van de sporthal, is de bezetting 95%.
Horecavergunning Een horecaruimte die behoort bij een sporthal moet een horecavergunning (deze bepaalt welke alcoholische dranken er geschonken mogen worden) en een exploitatievergunning (deze bepaald de openingstijden, ondergeschiktheid aan hoofdfunctie versus zelfstandige horeca, toelaatbaarheid aantal personen en de mogelijkheid tot het houden van feesten en partijen) aanvragen. In sommige situaties betekent dit dat de horeca alleen geopend kan zijn tijdens en in samenhang met de activiteiten in de sporthal. Dit kan een beperking zijn op de ondernemingsdrang van de huurder. Het geven van feesten
Programmering sporthallen De sporthallen en -zalen worden gedurende de schooltijden gebruikt voor bewegingsonderwijs door de scholen. Gedurende de namiddag, avond en weekenduren worden de zalen verhuurd aan sportverenigingen, sportbonden, kinderopvangorganisaties of overige sportaanbieders. Voor sporthal Lunetten loopt er een pilot zelfbeheer, waarbij de programmering van de sporthal als de exploitatie van de sportkantine in eigen beheer door de vereniging worden uitgevoerd.
5.2 Horecavoorzieningen Bij de 44 gym- en 8 sportzalen is geen horeca/sportkantine aanwezig. Bij twee sportzalen en één dubbele-gymzaal (Duurstedelaan) is een verenigingsruimte beschikbaar. Deze worden via een bruikleen- of verhuurovereenkomst ter beschikking gesteld aan de plaatselijke tafeltennisvereniging. De verenigingen verzorgen op de trainingsavonden of competitieavonden consumpties voor de leden. Opvallend is dat bij een ruimte aan één vereniging een huurprijs wordt gevraagd en de overige 2 verenigingen alleen servicekosten betalen of de ruimte
‘om niet’ in gebruik is gegeven. In de turnhal naast Nieuw Welgelegen is een ‘zelfservice’-koffiebalie beschikbaar waar ouders en toeschouwers tegen geringe betaling een consumptie kunnen kopen. Deze voorziening wordt aangeboden/opengesteld door de turnvereniging. Bij de 15 sporthallen zien we een grote verscheidenheid aan exploitatievormen voor de horeca. • Er zijn in Utrecht 3 sporthallen met horecafunctie in handen van private partijen; Oudenrijn, Olympos en Hercules. • Sporthal Paperclip is een onderdeel van een Vereniging van Eigenaren; de sportkantine wordt door de verenigingen opengesteld. • Bij 3 sporthallen wordt de horeca aan een stichting verhuurd via een verhuurovereenkomst. Bij sporthal Loevenhout en Lunetten is hiervoor een specifieke stichting opgericht voor de exploitatie, bij sporthal De Dreef is de Stichting Afro Promotion de huurder. Deze stichting heeft tot doel het samenbrengen van de Afrikaanse cultuur en het geven van dansles. Daarnaast is de horecaruimte ook opengesteld voor de sporters van de sporthal. • Opvallend is dat bij maar 2 sporthallen de sportkantine is verhuurd aan een horecaondernemer: de sportkantines in de Galgenwaard en Hoograven. Bij de laatstgenoemde ligt naast de openingsstelling voor sporters het accent van de exploitatie – wederom – op het aanbieden van dansles en het geven van salsafeesten.
• Bij 2 gemeentelijke sporthallen is een tijdelijke situatie met betrekking tot de horecavoorziening. In de MFA Nieuw Welgelegen wordt het beheer van de sportkantine verricht door de beheerder van de MFA, in sporthal Zuilen is een gebruikersovereenkomst afgesloten met een horecaondernemer i.v.m. de
42