CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 25 mei 2023, gemeente Utrecht47.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De heer Bakker (D66) sluit zich aan bij de twee vorige sprekers. Wellicht dat dan de volledige negentig minuten niet nodig zijn. De voorzitter stelt vast dat de commissie instemt met de gewijzigde agenda. 5

10

3. Vaststellen van de ingekomen agenderingen (procedure)

De voorzitter deelt mee dat vanaf nu de RIB-agenda voor de komende vergadering wordt vastgesteld. De eerstvolgende is op 9 mei 2023 met op de agenda de Beantwoording schriftelijke vragen, Aan de slag in Welgelegen en een technische bijeenkomst van MGOR, bestuurlijk overleg leefomgeving. De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om eerst de behandelvoorraad aan de orde stellen. Wellicht dat deze gevolgen heeft voor de RIB-agenda van 9 mei 2023. De voorzitter stemt daarmee in en kondigt aan later terug te komen op de RIB-agenda.

15

3.1 Raadsvoorstel Vaststellen Chw bestemmingsplan Hoogspanningsstation, Oudenrijn

Gelet op de beperkte reikwijdte van het bestemmingsplan en het gegeven dat er geen zienswijzen zijn ingediend, wordt voorgesteld om dit als a-stuk door te geleiden naar de raadsvergadering. De commissie stemt daarmee in.

20

25

30

35

40

45

3.2 Raadsvoorstel Benoeming voorzitter Commissie Welstand en Monumenten

De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat benoemingen van deze commissie aan alle kanten rammelen. Hij stelt voor om dit vooraf aan deze benoeming in de commissie te bespreken. In de nieuwe verordening Omgevingskwaliteit staat dat het college de benoeming verzorgt. In de oude staat dat deze commissie dat doet. Het raadsvoorstel is aangepast. De bevoegdheid voor deze benoeming is geschrapt. De VVD stelt voor om dit te corrigeren zodat de bevoegdheid weer bij de raad komt te liggen. De raad heeft destijds vastgesteld om de Omgevingskwaliteit beleidsarm in te voeren. De heer Te Hoonte kondigt daarvoor een voorstel in te dienen. Sinds 2017 zijn de benoemingen wellicht niet op een correcte manier uitgevoerd. Daarom stelt hij voor om daar minimaal 45 minuten over te spreken. De VVD is van mening dat deze benoeming niet kan plaatsvinden voordat er helderheid is over de procedure. Het voorliggende raadsvoorstel is een bevoegdheid van het college. Zijn de benoemingen in de afgelopen jaren wel rechtmatig geweest? Daar wordt nu - op verzoek van de VVD - onderzoek naar gedaan. De voorzitter begrijpt dat de VVD voorstelt om in het algemeen te spreken over de benoemingen. De heer Dekkers (GroenLinks) steunt het voorstel van de VVD, maar zet vraagtekens bij het voorstel dat het college hierover de raad een voorstel voorlegt.

De voorzitter deelt mee dat dat op 25 mei 2023 onderwerp van gesprek is. De VVD schrijft een aanvullend stuk met uitleg wat de fractie wil bespreken. Zij stelt vast dat de commissie instemt met een bespreektijd van 45 minuten.

3.3 Raadsvoorstel Merwedekanaalzone deelgebied 6 Zeehaenkade e.o. (herstelbesluit)

Gevraagd wordt of de bespreking van het onderwerp als a-stuk op 25 mei 2023 gewenst is.

50

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt om een geheime behandeling (gezien de eerder verzonden geheime brief over dit onderwerp) en een bespreektijd van 35 minuten. De voorzitter stelt vast dat de commissie instemt met dit voorstel. Pagina 3 van 50

De volgorde van de behandeling van de agendapunten komt niet overeen met de eerder verspreide agenda

5

3.7 Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Plan Beurskwartier Er wordt voorgesteld om dit raadsvoorstel in negentig minuten te behandelen in de commissievergadering van 25 mei 2023.

10

De heer Te Hoonte (VVD) vindt de bespreking van slechts negentig minuten voor een dergelijk groot plan onvoldoende. Hij stelt een bespreking van twee uur voor. De voorzitter stelt vast dat de commissie instemt met de bespreking van twee uur.

3.4 Voortgang herijking Utrechts Plan Proces (UPP)

15

De commissie wordt gevraagd om in te stemmen met het geschetste kader het verdere traject tot herijking en om in te stemmen met de agenderen van de toegezegde raadsbrief. De behandeltijd is zestig minuten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet geen onderliggende documenten bij dit agendapunt.

20

25

30

De heer De Kok (Commissiegriffier) verwijst de heer Dijkstra naar de toelichting op het voorstel. Het college heeft eerder een raadsbrief toegezegd met informatie uit de eerder gehouden vier bijeenkomsten. Aan de hand van de raadsbrief moet in een commissiedebat een aantal uitgangspunten worden vastgesteld voor de verdere uitwerking van een nieuw UPP op 15 juni 2023. De heer Dijkstra (EenUtrecht) meldt dat in de RIB van 4 april 2023 is gesproken over een advies met zes voorstellen. Hij stelt voor om daar op 15 juni 2023 ook over te spreken. De voorzitter beaamt dat alle bijeenkomsten over dit onderwerp bij de bespreking op 15 juni 2023 worden betrokken. De heer Bakker (D66) vindt de behandeltijd van zestig minuten te weinig. Hij stelt negentig minuten voor.

35

De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat de behandeltijd afhankelijk is van de kwaliteit van de raadsbrief. De voorzitter stelt vast dat de commissie instemt met een behandeltijd van negentig minuten.

40

45

50

3.5 Technische bijeenkomst Grondexploitaties

De commissie wordt gevraagd haar belangstelling uit te spreken voor deze bijeenkomst op donderdag 8 juni 2023. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt mee dat het een voorstel is van de adviescommissie voor uitleg over grondexploitaties. De voorzitter stelt vast dat daar belangstelling voor is en kondigt aan de bijeenkomst in te plannen op 8 juni 2023 van 17.30 uur tot 19.30 uur.

3.6 Raadsbrief Aanvullende informatie eerdere openstelling tunnel Locomotiefstraat

De voorzitter vervolgt met de Beantwoording schriftelijke vraag: de tunnel aan de Locomotiefstraat gaat nog steeds niet als een trein. Voorgesteld wordt om dat in deze commissie te behandelen. De voorgestelde behandeltijd is dertig minuten. Pagina 4 van 50

De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat het gaat om een ingewikkeld onderwerp en verwacht een debat tussen het college en de raadsfracties. Een halfuur is dan tekort. 5

De voorzitter kondigt daarop aan de behandeltijd in de commissie ROG te verlengen tot 45 minuten.

3.8 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven

10

De heer Dijkstra (Student&Starter) kondigt aan in de raadsvergadering van 11 mei 2023 een of twee moties in te dienen naar aanleiding van de behandeling van Veilingstraat 10, de bouwenvelop. Eén motie gaat in op een nette hoogte van de toren; de andere gaat over de sociaal-maatschappelijke ruimte in de plint met een bescheiden omvang.

15

De heer Te Hoonte (VVD) heeft eerder begrepen dat dit onderwerp na een debat in de commissie en een technische bijeenkomst niet meer in de raad zou worden behandeld, maar het staat de fractie vrij om daar een motie over in te dienen.

20

25

30

De heer Van der Zweth (PvdA) deelt mee dat eerder niemand het initiatief heeft genomen voor een behandeling op 6 april 2023. Met het voorstel gaat Student&Starter voorbij aan eerder gemaakte afspraken over de procedure. De heer Dijkstra (Student&Starter) is het met de eerdere sprekers eens, maar benadrukt dat het gaat om een bijzondere situatie. Hij kon niet aanwezig zijn bij de eerdere behandelingen en vindt zijn inbreng belangrijk. De voorzitter ziet uit naar de agenderingstekst van Student&Starter. Zij herhaalt dat de RIB-agenda voor de komende vergadering moet worden vastgesteld. De eerstvolgende is op 9 mei 2023 met op de agenda de Beantwoording schriftelijke vragen, Aan de Slag in Welgelegen en een technische bijeenkomst van MGOR, bestuurlijk overleg leefomgeving. Zij stelt vast dat de commissie daarmee instemt.

4 Verslagen 35

Ter vaststelling wordt voorgelegd het verslag van de openbare vergadering van 16 maart 2023. Een tekstuele opmerking is al in het verslag verwerkt. Er zijn verder geen opmerkingen. De voorzitter stelt het verslag met deze kleine aanpassing vast.

5 Toezeggingen/moties

40

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt naar de status van de toezegging voor een ecologisch team bij de Rijnse plas in Q1, toezegging 2022-290. Zo zou er een brief komen over de bezetting van het ecologisch team.

45

Wethouder Voortman deelt mee dat het vastgestelde bestemmingsplan ter visie heeft voorgelegen voor beroep. Er zijn vier beroepen op ingesteld. Daar wordt nu aan gewerkt. Het verweer zal eind mei 2023 gereed zijn. Zij zegt toe de commissie later (in Q2) met een brief te informeren over de bezetting van het ecologisch team. De voorzitter stelt vast dat GroenLinks hiermee akkoord gaat.

50

De heer Te Hoonte (VVD) ziet meer toezeggingen met een streefdatum in Q1. Van sommige toezeggingen is niet duidelijk of daar actief aan wordt gewerkt. Wethouder Voortman is het ermee eens dat zij de commissie daarover moet informeren, maar vindt ook dat het college meer realistisch moet plannen (met wellicht een latere streefdatum) .

55

De voorzitter ziet uit naar een opgeschoonde lijst met toezeggingen in de volgende vergadering. Pagina 5 van 50

5

10

De heer Bakker (D66) heeft onderzoek gedaan naar de behandelvoorraad. Daaruit blijkt dat veel toezeggingen voor Q3 en Q4 van 2022 of Q1 van 2023 nog niet afgehandeld zijn. Er komt een nieuwe langetermijnagenda. Wanneer komt die agenda en is die bijgewerkt? Wethouder Voortman zegt toe de geüpdatet langetermijnagenda deze week nog te versturen. De heer Bakker (D66) wil weten wanneer de commissie de startnotitie over de algemene regels voor bestemmingsplannen, voor dakkapellen, mag verwachten. Daar is zowel in de commissie als in de stad veel vraag naar. Wethouder Voortman zegt toe de startnotitie binnen een maand te versturen.

6 Ingekomen stukken

Er zijn geen ingekomen stukken. 15

20

25

30

35

40

7 Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen

Het college stelt voor om het beleid vast te stellen met als doel om de investeringen die de stad gaat doen in voorzieningen voor de hele stad, de bovenwijkse voorzieningen, toe te kunnen rekenen aan de kosten van nieuwbouwprojecten in de stad, mede gezien de ambitie van de stad om veel nieuwe woningen te bouwen. Daarmee groeit ook het aantal inwoners en zijn er veel extra voorzieningen nodig, zoals parken, water, fietsroutes en wegen. Het college wil groeien in balans en stelt voor om het beleid, de nota, vast te stellen en in werking te laten treden op 1 januari 2024. De heer Claasen (GroenLinks) vindt het in essentie een goed voorstel. Het wordt ook tijdig aan de raad voorgelegd. Een voorstel moeten rechtvaardig zijn. De verhouding tussen de 375 euro voor een zelfstandige student en de ruim 10.000 euro voor een vrije sectorwoning is rechtvaardig. Het voorstel is ook transparant en wordt in de reguliere rapportagecyclus meegenomen. Dat voorkomt extra bureaucratie. De heer Te Hoonte (VVD) stelt vast dat GroenLinks een eigen interpretatie geeft aan de beoordeling van deze nota. Daar bestaat echter jurisprudentie over, onder andere over profijt, proportionaliteit, toerekenbaarheid en draagvlak. Die zaken komen slechts summier in de nota aan de orde.

Wat vindt GroenLinks van de invulling van die begrippen? De heer Claasen (GroenLinks) heeft zich ook de vragen gesteld, wat levert het op, is het toerekenbaar en is het aannemelijk dat die kosten op deze manier in rekening worden gebracht? Daarvoor is aan de nota een heldere lijst toegevoegd. Er bestaat een noodzaak, er is sprake van profijt en het college heeft een simpele verklaring voor de toerekenbaarheid. Het voorstel is technisch in orde en GroenLinks vindt het politieke rechtvaardig. De heer Te Hoonte (VVD) wil weten wat de relatie is tussen het bouwen van woningen op Papendorp en rood asfalt in de Nachtegaalstraat. Is dat proportioneel?

45

De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat met het bouwen van nieuwe woningen meer mensen in de stad komen wonen. Daarmee neemt de druk op de infrastructuur toe en moeten dingen in de stad beter en anders worden geregeld. Met rood asfalt faciliteer je de fietsers en ontlast je de rest van de infrastructuur. GroenLinks steunt het voorstel.

50

De heer Bakker (D66) kan zich vinden in het betoog van GroenLinks, maar zet vraagtekens bij het moment van invoering van deze regeling, 1 januari 2024, mede gezien de ontwikkelingen op de markt.

55

De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat de regeling een keer moet ingaan. De regeling is er voor vele jaren. Pagina 6 van 50

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat het nu gaat over mobiliteit en groen. Moet een dergelijke regeling er ook komen voor andere voorzieningen, bijvoorbeeld maatschappelijke voorzieningen? 5

10

15

20

25

30

De heer Claasen (GroenLinks) legt uit dat de wet daar ruimte voor moet bieden. Verder moet goed gekeken worden naar de grootste kosten voor de stad. Die betreffen de infrastructuur. Als je daar op inzet, ben je doelmatig. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) beaamt dat de wet het mogelijk maakt om met het voorliggende voorstel te starten. Hij stelt voor om te onderzoeken of dit uitgebreid kan worden naar bijvoorbeeld maatschappelijke voorzieningen. De heer Claasen (GroenLinks) is het daarmee eens, maar dat mag er niet toe leiden dat dit voorstel nu niet doorgaat. Het betere mag niet de vijand van het goede worden. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat de stad met dit voorstel de markt formeel opzadelt met bovenplanse kosten. Dat zorgt voor druk op de kale grondprijzen. Dat werkt kostprijsverhogend voor ontwikkelingsmaatschappijen met wellicht minder nieuwbouw van huurwoningen tot gevolg. Geplande projecten kunnen dan in gevaar komen. De heer Claasen (GroenLinks) legt uit dat met deze nota de kosten in rekening worden gebracht op de plek waar ze ontstaan. Dat heeft inderdaad gevolgen voor de businesscase. Dan moet vervolgens integraal worden gekeken naar de haalbaarheid. De heer Te Hoonte (VVD) stelt vast dat GroenLinks vindt dat dit voorstel extra inkomsten oplevert.

Waar is dat vertrouwen op gebouwd? De stad krijgt al extra inkomsten door de residuele grondwaarde en de anterieure overeenkomsten. De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat je de kosten met dit voorstel transparant maakt. Met dit voorstel moeten de kosten worden opgenomen in de businesscase. De heer Te Hoonte (VVD) beaamt dat de kosten daarmee transparant worden gemaakt, maar daardoor is er geen ruimte meer om (een deel van) de kosten niet meer in rekening brengen.

35

40

De heer Claasen (GroenLinks) legt uit dat als met deze kosten geen haalbaar plan kan worden gerealiseerd, de politiek een besluit moet nemen. De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat daarmee een situatie kan ontstaan dat het project niet kan worden gerealiseerd. Dat gaat ten koste van de woningbouwopgave van deze stad, waar ook GroenLinks een handtekening onder heeft gezet. De heer Claasen (GroenLinks) legt uit dat met dit voorstel alle kosten transparant zijn en je dus aan allerlei knoppen kunt draaien.

45

50

55

60

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) benadrukt dat er maar weinig knoppen zijn waaraan je binnen de grondexploitatie kunt draaien. Je kunt bijvoorbeeld - slechts - inboeten op de kwaliteit of de grondprijs verlagen. Aan welke knoppen wil GroenLinks draaien? De heer Claasen (GroenLinks) vindt dat er nog meer kloppen zijn waaraan je kunt draaien, zoals het volume, de woningdifferentiatie, duurzaamheidseisen enzovoort. GroenLinks wil geen van de mogelijke knoppen buiten werking stellen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het niet des GroenLinks om te morren aan duurzaamheidseisen. Het aantal knoppen waaraan je kunt draaien blijft beperkt. De heer Claasen (GroenLinks) benadrukt dat het de raad is die aan de knoppen draait. GroenLinks heeft daarbij slechts zijn eigen voorkeur. De heer Te Hoonte (VVD) beaamt dat de stad de mogelijkheid heeft om bovenwijkse voorzieningen in rekening te brengen, maar vindt het moment niet geschikt. Zo is de opbrengst Pagina 7 van 50

5

10

15

20

beperkt, omdat in de nota Grondbeleid juist residueel het uitgangspunt is: bij extra kosten gaat de residuele grondprijs omlaag. Dat is eerder bevestigd in een RIB. Het effect voor de gemeente is nihil. Het ingecalculeerde bedrag aan inkomsten is te rooskleurig. Er moeten ook extra inkomsten komen uit projecten die worden gerealiseerd op gronden waarvan de gemeente geen eigenaar is of in erfpacht heeft uitgegeven. Daarbij is het twijfelachtig welke kosten wel en welke niet aan projecten kunnen worden toegewezen. In de nota Grondbeleid en bovenwijkse voorzieningen staat dat die kosten niet kunnen worden toegerekend. Daar gaat dit voorstel tegenin. In de voorliggende nota worden de begrippen profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid genoemd. Er wordt echter slechts verwezen naar een barcode, waarvan eerder werd vastgesteld dat de bruikbaarheid beperkt is. Ook is bij de genoemde projecten slechts weinig aandacht voor het begrip profijt. Ook zijn sommige genoemde projecten al gerealiseerd. Het draagkrachtbeginsel is alleen vertaald naar woningtypen met per woningtype een tarief voor de hele stad. Dat gaat aan voorbij aan de verschillende opbrengsten op de verschillende locaties. De verschillende woningprijzen in de verschillende buurten zijn niet meegenomen. Wat is daarvan de reden? Het voorstel zal leiden tot extra procesgangen.

Daar is de gemeente de laatste tijd niet zo succesvol zijn. Veel projecten zullen stranden. De VVD blijft van mening dat ontwikkelaars die aan de ontwikkeling in een bepaald gebied verdienen, de kosten moeten dekken. Daar voegt deze nota niets aan toe. De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt dat de VVD voorstander is van een dergelijke nota, maar vindt slechts timing ongelukkig.

25

De heer Te Hoonte (VVD) onderkent het recht van de stad om een dergelijke nota vast te stellen. In het grondprijzenbeleid is opgenomen dat de kosten voor bovenwijkse voorzieningen zoveel mogelijk moeten worden teruggehaald via anterieure overeenkomsten. In het voorliggende voorstel wordt uitgegaan van vaste tarieven. De timing daarvan vindt de VVD vreemd.

30

De heer Van der Zweth (PvdA) wil vooraf duidelijkheid geven aan de markt, zodat de ontwikkelaars weten waar ze aan toe zijn.

35

De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat als dit voorstel wordt opgenomen in een wet of een verordening, de regeling dwingend is. Ambtenaren worden daarmee verplicht om voor deze doelstelling een bedrag op te halen. Dat gaat wellicht ten koste van zaken die niet dwingend zijn opgelegd door de gemeente, zoals groen, sociale woningbouw of kwaliteit.

40

45

50

De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat het voorstel slechts een andere manier is om de kosten te dekken. De VVD is bang voor het dwingende karakter ervan. Maar in het voorstel is ook opgenomen dat er ook andere keuzes kunnen worden gemaakt. De heer Te Hoonte (VVD) is bang dat het gesprek eerder zal gaan over andere onderwerpen dan bovenwijkse voorzieningen, bijvoorbeeld over kwaliteit. Het is op dit moment al complex om projecten rond te krijgen. Bovendien voert het college met dit voorstel contrasterend beleid in. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is blij met het plan. Als investeerders geld verdienen met de bouw van woningen, profiteren ze ook van voorzieningen als bereikbaarheid en groen. Het is goed dat zij daar dan ook aan bijdragen. Daar moet de gemeente duidelijk in zijn. In de wet is al opgenomen dat de gemeente mag draaien aan de knoppen bereikbaarheid en groen, maar wellicht kunnen projectontwikkelaars ook bijdragen aan maatschappelijke voorzieningen. Is de wethouder bereid om daar onderzoek naar te doen?

55

De heer Te Hoonte (VVD) vindt bijvoorbeeld een buurthuis geen bovenwijkse voorziening waar de projectontwikkelaar aan zou moeten bijdragen. Aan welke maatschappelijke voorzieningen denkt de ChristenUnie?

60

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) beaamt dat dergelijke voorzieningen ook beschikbaar zijn voor mensen uit andere delen van de stad. Hij vraagt daarom de wethouder aan welke zaken deze extra inkomsten ten goede komen. Het is belangrijk dat de raad aan het stuur blijft zitten, maar de stad moet ook samen met de ontwikkelaar keuzes maken. Pagina 8 van 50

5

In het overzicht van projecten zijn ook de lopende projecten opgenomen. Kan dit voorstel dan met terugwerkende kracht worden meegenomen? Dit voorstel biedt de marktpartijen duidelijkheid. In deze tijd staan projecten ook onder druk, maar er komt ook een tijd dat ontwikkelaars staan te springen om te investeren en dan is het goed dat er een regeling als deze bestaat. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat marktpartijen de afgelopen jaren gigantische winsten hebben behaald. Daarmee kunnen ze bijdragen aan wat nodig is voor de stad.

10

15

20

25

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) benadrukt dat de ontwikkelingen in de stad plaatsvinden in samenwerking met de marktpartijen. Beide hebben daarbij een verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid van de stad. Met dit voorstel kunnen zij er samen aan werken. De heer Stellinga (CDA) is het eens met deze nota, maar kan zich niet vinden in RSU 2040 en de barcode die daar deel van uitmaakt. Een fonds bovenwijkse voorzieningen is goed voor de groei van de stad en het is goed dat projectontwikkelaars daar een (voorspelbare) bijdrage aan leveren en dit kunnen meenemen in hun businesscase. Het CDA vraagt meer aandacht voor de ppt-criteria (profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid). Die zijn niet voldoende uitgewerkt. De binnenplanse kosten die voor 100% zijn toe te rekenen aan een specifieke gebiedsontwikkeling en de kosten van bovenwijkse kosten schaalniveau niet-casco van de stad (de twee andere kostensoorten) moeten ook meer voorspelbaar worden. De heer Te Hoonte (VVD) wil weten wat het CDA wil toevoegen aan de opmerkingen over proportionaliteit. De heer Stellinga (CDA) wil dat het college specifieker uitlegt wat wel en niet wordt toegerekend. De ppt is niet voldoende uitgewerkt.

30

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt vast dat het CDA blij is met dit voorstel, maar ook dat de fractie de VVD steunt voor een betere uitwerking. Betekent dat dan dat een investering in Leidsche Rijn niet mag worden doorgerekend aan een nieuwbouwontwikkeling in Utrecht Oost?

35

De heer Stellinga (CDA) wil dat dergelijke zaken nader worden uitgewerkt. De nota is op dat gebied niet compleet. Het CDA is blij met deze nota, omdat de kosten voor bovenwijkse voorzieningen meer voorspelbaar worden. Het voorliggende is een goed begin, maar moet verder worden uitgewerkt.

40

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) is bang dat dit voorstel effecten kan hebben voor de woningbouw en kan gaan wringen in de onderhandelingen. Daardoor wordt ingeboet op kwaliteit of duurzaamheidseisen.

45

De heer Stellinga (CDA) beaamt dat er op dit moment sprake is van hoge kosten van onder andere personeel en materialen, maar dat kan in de toekomst veranderen. De duidelijkheid die deze nota verschaft, kan positief zijn voor de projectontwikkelaar. Daarmee worden zijn kosten voor bovenwijkse voorzieningen duidelijk. Dat is belangrijk voor de middellange termijn. De heer Stellinga herhaalt dat de kosten van bovenwijkse kosten schaalniveau niet-casco van de stad (de twee andere kostensoorten) meer voorspelbaar moeten worden.

50

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat als kosten bovenwijks worden benoemd, ze niet meer terug kunnen komen als binneplans op een andere plek. Daarmee verliest de gemeente haar onderhandelingspositie.

55

De heer Stellinga (CDA) weet dat voor projectontwikkelaars voorspelbaarheid een droom is, ook als dat iets duurder is. Op dit moment zijn projecten moeilijk haalbaar, maar de gemeente moet verder kijken dan deze huidige problemen. Dat doet zij met deze nog verder uit te werken nota. De heer Te Hoonte (VVD) deelt mee dat de gemeentelijke bijdrage aan de Merwedelijn wordt opgevoerd als bovenwijks. Dat bedrag kan dus niet elders als binnenplans worden opgevoerd.

Pagina 9 van 50

De heer Stellinga (CDA) kondigt aan daar onderzoek naar te doen en daar later op terug te komen. 5

10

15

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het belangrijk dat met de uitbreidingen van woningen de voorzieningen meegroeien. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid van de stad. Het fonds bovenwijks is een belangrijke stap om dat op een goede manier te doen. Daar betalen alle marktpartijen, ook die de afgelopen jaren hoge winsten hebben gerealiseerd, aan mee. Daar wordt al lang in deze stad over gesproken. De marktpartijen weten dus waar ze aan toe zijn. Het maakt de gemeente ook voorspelbaar. De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat kosten voor infrastructuur en groen al zijn opgenomen in het huidige beleid. De heer Van der Zweth (PvdA) beaamt dat het niet gaat om nieuwe plannen. Het voorstel biedt meer duidelijkheid over de bovenwijkse kosten van een project. De heer Te Hoonte (VVD) legt uit dat sommige investeringen veel woningwaarde opleveren. Op plekken waar het lastig is om de plannen rond te krijgen, moeten anderen meebetalen.

20

25

30

35

40

De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat als er te veel extra kosten zijn, van de regeling afgeweken kan worden. Daar wordt dus - met macro-aftoppen - rekening mee gehouden. De heer Ten Hoonte (VVD) deelt mee dat het macro-aftoppen al is opgenomen in het residuele aspect. Het levert dus niet meer geld op. De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat het in andere tijden een ander financieel plaatje (met meer inkomsten voor de gemeente) kan opleveren. Hij beaamt dat de projectontwikkelaars die kosten eerder ook al maakten, maar nu worden ze expliciet opgenomen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) ziet veel binnenstedelijke ontwikkelingen die neutraal verlopen. Daarbij is geen ruimte om te investeren in bovenwijkse voorzieningen. Dit voorstel zal effect hebben op de binnenstedelijke ontwikkelingen. De heer Van der Zweth (PvdA) beaamt dat het voorstel impact zal hebben, maar benadrukt dat het kosten concreter, zichtbaarder en voorspelbaarder maakt. Het is ook terecht om die kosten bij de ontwikkelaar te leggen, want de mensen in de nieuwe woningen gaan gebruikmaken van de voorzieningen. Als de kosten knelpunten opleveren, moet eerst gekeken worden naar de rendementen en vervolgens naar macro-aftoppen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) legt uit dat bij binnenstedelijke ontwikkelingen geen exploitatieplan wordt opgesteld. Er is geen sprake van verdienend vermogen.

Dat gaat met dit voorstel veranderen om zo de bovenwijkse voorzieningen te kunnen financieren.

45

De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat als het echt niet uitkomt, er andere keuzes moeten worden gemaakt. Dan komt bijvoorbeeld het macro-aftoppen in beeld. Dat geldt voor nieuwbouwprojecten, maar ook voor binnenstedelijke ontwikkelingen, want ook deze nieuwe inwoners gaan gebruik maken van de voorzieningen in de stad.

50

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) is van mening dat veranderingen in de bestaande stad te maken krijgen met hogere stichtingskosten dan nieuwbouw.

55

60

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat er geen verschil is tussen binnenstedelijke en nieuwbouwontwikkelingen en herhaalt dat als het niet lukt, macro-aftoppen in beeld komt. Hij ziet uit naar een reactie van de wethouder. Het voorstel is een verdere belangrijke professionalisering van hoe de gemeente werkt. De tarieven zijn afhankelijk van de verdiencapaciteit met een lager tarief voor sociaal en studenten. De heer Van der Zweth vraagt naar het effect van deze regeling op betaalbare woningen, nu in Utrecht - in tegenstelling tot in Eindhoven – ook woningcorporaties onderdeel zijn van deze regeling. Hij vraagt daarom de wethouder om de regeling in Eindhoven te onderzoeken. De PvdA steunt het voorstel. Pagina 10 van 50

De heer Te Hoonte (VVD) stelt vast dat de PvdA het voorstel steunt zonder dat het grondbeleid (met de residuele benadering) is aangepast. Moet de gemeente daar niet meer werk van maken? 5

10

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat die twee zaken niet afhankelijk zijn van elkaar. Hij beaamt dat hoe eerder het grondbeleid wordt vastgesteld hoe beter. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de corporaties onlangs geconfronteerd zijn met een verhoging van de grondprijzen met vaste tarieven. Daar komt met dit voorstel nog een vast tarief bij. Daarmee heeft het college woningbouw voor de corporaties al twee keer duurder gemaakt. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat daar net nou zijn vraag aan de wethouder over ging. Hij is het dus op dat gebied eens met de VVD.

15

20

25

30

35

De heer Te Hoonte (VVD) wil weten of de PvdA het voorstel niet steunt als de regeling ook geldt voor corporaties. De heer Van der Zweth (PvdA) steunt het voorliggende voorstel, maar zal kritisch kijken naar de reactie van de wethouder op zijn vraag. Het is belangrijk dat het voorstel wordt doorgezet. Daarbij zijn de corporaties een kwetsbaar punt. Daarom heeft de PvdA daar vragen over gesteld. De heer Bakker (D66) merkt op dat eerder is afgesproken de groei van Utrecht samen te laten gaan met kwaliteit. Het voorliggende voorstel is daar een van de logische gevolgen van. In het raadsvoorstel staat een aantal kanttekeningen, onder andere over de timing in de huidige tijd met personeelstekorten en inflatie. De heer Bakker wil dan ook weten wat de consequenties zijn van de invoering van de regeling voor het bouwen in de stad. Wellicht dat de regeling dan ook pas later dan 1 januari 2024 moet ingaan. De heer Te Hoonte (VVD) wil weten aan welke termijn D66 denkt. De heer Bakker (D66) gaat uit van een verdere daling van de inflatie en hoopt dat de bouwproductie op gang komt. Hij wil dan ook weten of de regeling op 1 januari 2024 kan worden ingevoerd. De heer Te Hoonte (VVD) ziet uit naar het effect van de invoering van de regeling op de begroting. De heer Bakker (D66) legt uit dat het niet gaat om nieuwe kosten.

40

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het ook belangrijk dat ontwikkelaars weten waar ze aan toe zijn, ook in deze tijd.

45

De heer Bakker (D66) is het daarmee eens. Transparantie en voorspelbaarheid zijn belangrijk. Ook het Development Network Utrecht zet vraagtekens bij de invoering op 1 januari 2024. Ontwikkelaars hebben in de afgelopen periode weliswaar grote winsten geboekt, maar zij moeten ook worden aangetrokken om in Utrecht te investeren.

50

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt transparantie en voorspelbaarheid ook belangrijk. Als later zaken gaan knellen, als ontwikkelingen dreigen niet door te gaan, kunnen er nieuwe afwegingen worden gemaakt. Het is niet goed om deze generieke regeling voor alle ontwikkelingen uit te stellen.

55

60

De heer Bakker (D66) is het daarmee eens en vraagt de wethouder om een reactie. Hij vraagt verder de wethouder om de regeling bij de vaststelling van het raadsvoorstel na een tijdje (bijvoorbeeld na twee jaar) te evalueren. De heer Te Hoonte (VVD) stelt vast dat de D66 een soort tijdelijkheid aan dit voorstel hangt. Deze nota staat voor drie keer (drie jaar) 10 miljoen euro in de begroting. Een evaluatie kan uitwijzen dat het niets oplevert. Dat moet je dan ook inboeken. Pagina 11 van 50

5

10

15

20

25

De heer Bakker (D66) vindt dat de VVD onterechte conclusies trekt. Het is een goede en logische regeling met slechts enkele zorgen en verzoeken om andere accenten. De steun van de fractie is onvoorwaardelijk en zeker niet tijdelijk, maar het blijft goed om het instrument te evalueren om bijvoorbeeld te zoeken naar verbeteringen. De heer Te Hoonte (VVD) stelt vast dat de regeling in 2024 10 miljoen euro moet opleveren. De coalitiepartijen stellen nu voor om de regeling later in te voeren. Dat heeft gevolgen voor de balans. De heer Bakker (D66) beaamt dat laatste, maar benadrukt dat deze regeling niet nieuw is. Dergelijke afspraken waren eerder opgenomen in anterieure overeenkomsten. Hij vraagt de wethouder dan ook om meer informatie over een mogelijke reactie van de markt op dit voorstel. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) pleit voor transparantie, ook bij de kosten voor bovenwijkse voorzieningen. Eerder was een willekeur koning en werd bijvoorbeeld in het ene project meer geld opgehaald voor deze voorzieningen dan in andere projecten. Stadsbelang Utrecht sluit zich deels aan bij de inbreng van de VVD en het CDA, maar blijft van mening dat dit voorstel kostprijsverhogend werkt; dus ook voor prijzen van woningen en van de huurprijzen. Dat zou ten koste kunnen gaan van bijvoorbeeld de aandacht voor duurzaamheid.

De heer Claasen (GroenLinks) stelt dat de markt de (maximale) prijs bepaalt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) bestrijdt dat de sector de woningen bovenmatig prijst. De grote institutionele beleggers in Utrecht hanteren een huurprijs die ver onder de maximaal mogelijke prijs ligt. Daarmee blijven zij aantrekkelijk voor Utrecht. De heer Claasen (GroenLinks) vraagt de heer Bos naar voorbeelden van lagere huurprijzen dan mogelijk is.

30

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) raadt de heer Claasen aam om te gaan praten met de IVBN, de belangenbehartiger waar de grote institutionele beleggers bij zijn aangesloten. Misschien dat GroenLinks daarmee tot een ander inzicht komt. De huurprijzen zijn de afgelopen jaren slechts beperkt verhoogd.

35

De heer Claasen (GroenLinks) vraagt de heer Bos naar zijn zorgen over het kostenopdrijvend effect van deze nota.

40

45

50

55

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat het niet gaat om de beleggers, maar om de inwoners van Utrecht. Zij zijn niet gebaat bij hogere prijzen voor wonen, omdat de gemeente zo nodig extra verdienvermogen wil creëren. De heer Bos herhaalt dat dit voorstel prijsverhoging in de hand werkt. Daarmee prijst de gemeente zichzelf uit de markt. De markt kan die hogere prijzen niet aan. Dan is Utrecht niet meer interessant voor ontwikkelaars. Ook Stadsbelang Utrecht wil niet inboeten op kwaliteit en duurzaamheid en vraagt daarom aandacht voor het grondprijsbeleid. De heer Stellinga (CDA) stelt vast dat ook Stadsbelang Utrecht blij is met zaken als voorspelbaarheid en transparantie. Staat de fractie in het geheel niet open voor welk kostenverhaal dan ook? De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt om een betaalbare woningmarkt voor de inwoners van Utrecht. Dat is niet mogelijk als de gemeente de opbrengst voor de stad maximaliseert. Utrecht probeert steeds weer voordeel te halen uit de ontwikkelingen in de stad. De minimumprijzen voor huurwoningen zijn in vijf jaar gestegen van 32.000 euro naar wel 65.000 euro. Dat gaat ten koste van de inwoners van Utrecht. De heer Stellinga (CDA) stelt vast dat er met deze nota op het gebied van bovenwijkse voorzieningen sprake is van een omslag. De kosten worden voorspelbaar gemaakt. Is Stadsbelang Utrecht daar geen voorstander van?

Pagina 12 van 50

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt slechts om een responsive grondbeleid dat mee-ademt met de ontwikkelingen in de markt. Door de bodem onder de minimale prijs uit te halen, creëer je dynamiek en maak je projecten mogelijk. 5

10

15

20

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het college met deze regeling extra inkomsten voor de stad genereert. Dat komt ten laste van de ontwikkelaars. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) bestrijdt dat de last bij de ontwikkelaars komt te liggen. Die komt uiteindelijk terecht bij de inwoners van Utrecht. De heer Van den Enk (Student&Starter) ziet dat met deze nota een belangrijke stap wordt gezet in de verdere ontwikkeling van de stad. De nota moet transparantie en efficiëntie opleveren bij de kosten voor bovenwijkse voorzieningen. Wordt voor de berekening van de kosten ook rekening gehouden met de inkomens van huishoudens in dergelijke projecten? De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in de regeling al aparte categorieën zijn opgenomen voor studenten en sociale woningbouw. De heer Van den Enk (Student&Starter) merkt op dat er ook verschillen in inkomsten zijn van studenten. Student&Starter is blij met de lagere tarieven voor onzelfstandige woningen, maar vindt de bedragen van studenten in zelfstandige woningen buiten proporties. De heer Te Hoonte (VVD) bestrijdt dat studenten de tarieven maandelijks moeten betalen.

25

De heer Van den Enk (Student&Starter) antwoordt dat de tarieven wel worden doorberekend aan de studenten. Daar wil de fractie voor waken. De heer Te Hoonte (VVD) wil weten of de doorberekening maandelijks geschiedt.

30

De heer Van den Enk (Student&Starter) kan daar geen antwoord op geven. De ChristenUnie heeft gesproken over maatschappelijke voorzieningen. Student&Starter sluit zich daarbij aan en roept op om daarin samen op te trekken met theaters en musea.

35

De heer Usta (Denk) sluit zich aan bij de bijdrage van Stadsbelang Utrecht. Ook Denk is voor transparantie en voorspelbaarheid, maar deze nota zal zorgen voor extra lasten voor de ontwikkelaars. Daardoor kunnen ze ontmoedigd worden om projecten op te starten. De fractie steunt het voorstel dan ook niet.

40

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat Denk altijd sceptisch is als ontwikkelaars veel verdienen aan dure woningen. Deze regeling zorgt ervoor dat ontwikkelaars minder hoge winsten maken en meebetalen aan voorzieningen in de stad.

45

50

55

De heer Usta (Denk) beaamt dat laatste, maar benadrukt dat er een woningtekort is in de stad. Dat heeft voor Denk de prioriteit. De heer Van der Zweth (PvdA) stelt vast dat Denk geen probleem heeft met dure woningen met hoge rendementen voor ontwikkelaars. De heer Usta (Denk) kondigt aan daar verder over na te denken. Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) steunt het voorstel. Met de groei van de stad komen flora en fauna in de knel. Daardoor stijgen ook de kosten van dierenopvangcentra. Die kosten zijn – helaas - geen onderdeel van de bovenwijkse voorzieningen. De Partij voor de Dieren wil weten welke kosten daar wel onder vallen. Dieren ondervinden negatieve gevolgen van de politieke keuze om de stad te laten groeien. Zo zijn al dassen aangereden bij knooppunt Lunetten en op de Veemarkt. Welke mogelijkheden heeft de wethouder om te voorkomen dat dieren worden platgereden of ontheemd raken? Ook dieren moeten profijt hebben van investeringen in het casco van de stad.

Pagina 13 van 50

Waarop zijn de investeringen in de stedelijke groenstructuur gebaseerd? Hoe is de verdeling tussen groen in de stad, scheggen, stadsparken en onder andere het groene raamwerk tot stand gekomen? De Partij voor de Dieren steunt het voorstel. 5

10

15

20

25

30

De heer Te Hoonte (VVD) deelt mee dat in de bijlagen is opgenomen welke kosten vallen onder de bovenwijkse voorzieningen. Gezien de bijdrage van de Partij voor de Dieren is hij verder verbaasd over de steun van die fractie aan infrastructurele maatregelen. Mevrouw Snippe (Partij legt uit dat de fractie slechts vraagt om bij de aanleg van wegen aandacht hebben voor de dieren. Mevrouw Bode (Volt) steunt het voorstel. Zij ziet uit naar de reactie van de wethouder op de vraag van de VVD over gelijke tarieven onafhankelijk van locatie en de vraag van de PvdA over het betrekken van corporaties bij deze regeling. De voorzitter geeft na een korte schorsing het woord aan het college voor een reactie op de bijdrage van de fracties. Wethouder Voortman benadrukt het belang van de nota voor deze snelgroeiende stad. Om de stad weer leefbaar te houden is meer groen en bijvoorbeeld een duurzaam mobiliteitsnetwerk nodig. Deze nota draagt daaraan bij. Die is bedoeld voor situaties waarbij gemeentelijke investeringen nodig zijn om private vastgoedontwikkelingen mogelijk te maken. De kosten moeten verhaald kunnen worden om de ontwikkelende partijen. Dat moet structureel, transparant en voorspelbaar met vaste tarieven. Dat is een redelijk principe. Dat stellen de fracties dan ook niet ter discussie. Er zijn vragen gesteld over de timing van de invoering van de regeling.

De wethouder benadrukt dat dit voorstel op de korte termijn geen consequenties heeft, omdat voor de woningen die de komende vijf jaar worden gebouwd al anterieure overeenkomsten zijn afgesloten. De regeling geldt dus slechts voor toekomstige woningbouwprojecten waarvoor vanaf 1 januari 2024 overeenkomsten worden afgesloten. Met een latere invoering verdwijnen niet de kosten voor de bovenwijkse voorzieningen. De ontwikkelaars weten nu slechts minder goed waar ze aan toe zijn. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in Groei in Balans in 2024 10 miljoen euro is ingeboekt.

35

40

45

50

55

60

Wethouder Voortman beaamt dat in de beginperiode de opbrengsten niet hoog zullen zijn. De VVD is van mening dat deze nota niet meer geld op zal leveren. De wethouder beaamt dat het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen al wordt toegepast bij grote projecten. Bij kleinere woningbouwprojecten, van bijvoorbeeld enkele tientallen woningen, is dat nog niet het geval. Daarom worden er meer opbrengsten voor de stad verwacht. De VVD is ook van mening dat de opbrengsten beperkt zijn, omdat er gewerkt wordt met residuele grondprijzen. Maar daarmee haalt de fractie twee situaties door elkaar. Het gaat om enerzijds gemeentelijke grondexploitaties; daarop heeft deze nota geen impact. Daarbij wordt de grondprijs afgeleid van wat de afnemers kunnen realiseren met hun vastgoedontwikkeling. Dat is de residuele grondprijzenbepaling. Daarbij is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten voor bovenwijkse voorzieningen. Het voorstel heeft dan ook geen invloed op de grondprijzen. Het kostenverhaal is bedoeld voor private ontwikkelingen. De VVD vindt de voorgestelde extra opbrengsten ook te rooskleurig. De wethouder legt uit dat deze regeling de komen jaren geleidelijk zal leiden tot meer inkomsten voor de gemeente. De regeling is slechts van toepassing op nieuwe projecten vanaf 1 januari 2024.

Ook kunnen de gemeentelijke kosten niet bij alle plannen worden verhaald, bijvoorbeeld als het project meer kost dan het opbrengt. De inkomsten zullen de komende jaren gestaag toenemen, omdat de gemeente de structurele bovenwijkse voorzieningen in rekening zal brengen. Dat is ook op deze manier opgenomen in het raadsvoorstel. De heer Van der Zweth (PvdA) wil weten of de wethouder de voorkeur geeft aan macro-aftopping als zij spreekt over kosten die niet verhaald kunnen worden op projecten die meer kosten dan ze opleveren. Wethouder Voortman bevestigt dat. Pagina 14 van 50

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt inzage in de opbrengsten in de komende perioden.

5

Wethouder Voortman zegt toe daar bij de bespreking van de voorjaarsnota inzage in te geven en er met de raad over te spreken. Het eerder genoemde bedrag van 10 miljoen euro was niet gebaseerd op een gedegen raming. Nu is duidelijk, nu duidelijk is dat er al eerder overeenkomsten zijn afgesloten, dat er de komende periode geen of nauwelijks extra inkomsten kunnen worden gegenereerd.

10

De heer Te Hoonte (VVD) stelt vast dat deze nota niet leidt tot extra inkomsten, terwijl er wel 30 miljoen euro voor is ingeboekt. Dat gegeven is belangrijk voor het vaststellen van deze nota.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Voortman herhaalt dat de inkomsten in de eerste jaren beperkt zijn. Dat is opgenomen in het raadsvoorstel. Daar is ook al over gesproken bij de bespreking van de begroting. Er is gevraagd of deze nota de huidige nota grondbeleid ondergraaft. Dat is niet het geval. In de grondprijzenbrief van 2022 is deze nota al aangekondigd. Als deze nota wordt vastgesteld, verloopt het kostenverhaal via deze nota. Het CDA en VVD vroegen aandacht voor proportionaliteit en profijt. Het gaat daarbij om de verhouding tussen nieuwbouw en bestaande bouw voor de komende tien jaar. Dat is toerekenbaar. De nota geeft invulling aan proportionaliteit en profijt door de verhouding bestaande stad / nieuwe stad. Dat leidt tot een percentage van 19,7%. Daar zijn proportionaliteit en profijt op gebaseerd. Het is de wethouder niet duidelijk welke extra informatie het CDA wil. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de gemeente veel geld kan verdienen in de buitengebieden. Maar deze nota zorgt ervoor dat woningbouw in de bestaande stad duurder wordt. Wethouder Voortman benadrukt dat projecten door deze nota niet in gevaar kunnen komen. Met deze nota wordt het voor ontwikkelaars slechts duidelijker waarom de gemeente kosten voor bovenwijkse voorzieningen in rekening brengt.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat voor binnenstedelijke ontwikkelingen vaak geen exploitatieplan wordt opgesteld, bijvoorbeeld omdat er geen verdienvermogen is of zaken niet kunnen worden verdisconteerd. Dat gebeurt met deze nota straks wel. Leidt dit tot hogere kosten? Wethouder Voortman bestrijdt dat dit leidt tot hogere kosten. De ontwikkelende partijen krijgen met deze nota vooraf een betere inzage in de kosten. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt vast dat binnenstedelijke ontwikkelingen uiteindelijk per definitie minder gaan opleveren dan ontwikkelingen in het buitengebied. Wethouder Voortman bestrijdt dat. De VVD heeft gevraagd wat Papendorp en de Nachtegaalstraat met elkaar te maken hebben. De wethouder legt uit dat alle woningbouwprojecten samen maken dat er behoefte is aan verstedelijking van het stedelijk mobiliteitsnetwerk en het stedelijk groen netwerk. Daar zijn de investeringen op geselecteerd. De Nachtegaalstraat maakt deel uit van het stedelijk mobiliteitsnetwerk en is een van de vele maatregelen die noodzakelijk zijn voor de groei van de stad. De wethouder beaamt dat de opbrengstpotentie per locatie verschillend kan zijn. Een koopwoning van 80 m² kan in de ene buurt kan in de categorie betaalbaar vallen en in de andere buurt in de categorie vrije sector (met een hoger tarief). Daarmee wordt er rekening gehouden met de locatie.

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat dit niet in de tekst van het voorstel is opgenomen. Hij stelt voor om dit aspect op een bredere manier af te wegen. Wethouder Voortman deelt mee dat er onderzoek is gedaan naar gebiedsspecifieke aspecten, maar het gaat niet alleen om het gebied maar ook om het soort woning. Ook binnen een wijk zijn er verschillen. Met het voorliggende voorstel worden de juiste zaken meegenomen. Verschil maken per wijk, maakt de regeling ingewikkelder. Pagina 15 van 50

De heer Te Hoonte (VVD) zet er vraagtekens bij of deze manier van werken juridisch stand houdt. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Wethouder Voortman weet dat ook andere steden dit op deze manier doen. Zij gaat ervan uit dat deze manier van werken stand houdt. De ChristenUnie en Student&Starter hebben gesproken over maatschappelijke voorzieningen. De wet staat echter niet toe om kostenverhaal toe te passen op maatschappelijk vastgoed. Alleen openbaar toegankelijke sportvoorzieningen in de openlucht komen er voor een aanmerking, maar daarbij is bijvoorbeeld ook sprake van hogere beheerskosten. De wethouder zegt toe te onderzoeken of het wenselijk is om toekomstige sportinvesteringen openbaar toegankelijk te maken. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat de stad wel bij meer onderwerpen de grens opzoekt. Is de wethouder bereid om daarover het gesprek aan te gaan, mede gezien de meerwaarde van dit aspect. Wethouder Voortman legt uit dat dit al in de Omgevingswet meegenomen had moeten worden. Dat project is echter al afgerond. Zij verwacht niet dat er ruimte is om dit alsnog op te nemen. De ChristenUnie heeft gevraagd naar de besteding van de opbrengsten. Dat is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Het college zal rapporteren over de inkomsten en voorstellen doen voor besteding ervan in - zoals ook in de nota is beschreven - groenprojecten en duurzame mobiliteit.

Het is alleen mogelijk om de regeling met terugwerkende kracht toe te passen, zoals de ChristenUnie voorstelt, als de anterieure overeenkomst wordt opengebroken door de ontwikkelende partij. Dat gebeurt echter alleen als er financiële problemen zijn. Het CDA heeft gevraagd om ook voorspelbaar te worden op het gebied van binnenplanse kosten en niet-casco. De wethouder wil inderdaad de voorspelbaarheid bij plankosten vergroten. Dat wordt ook meegenomen in de doorontwikkeling van het UPP. De overige kosten moeten altijd per project worden begroot. Dan is het lastig om de kosten voorspelbaar te maken. De wethouder is het eens met de PvdA over de mogelijkheid van macro-aftopping als een project de kosten niet kan dragen. Dan kan ook integraal een afweging worden gemaakt of de randvoorwaarden moeten worden aangepast. Stadsbelang Utrecht is van mening dat binnenstedelijke ontwikkelingen, gezien de lage opbrengsten, niet kunnen meebetalen aan de bovenwijkse kosten. De wethouder is echter van mening dat meer specifieke projectkenmerken van invloed zijn op het resultaat. De PvdA vroeg naar de effecten van dit voorstel voor betaalbaar en sociaal. De invoering van de nota heeft daar slechts beperkt effect op. Op ontwikkelingen op grond van de gemeente is het kostenverhaal niet aan de orde. Bij ontwikkelingen op gronden van corporaties wordt rekening gehouden met de inbrengwaarde.

Daardoor is vaak sprake van macro-aftopping. Daardoor heeft de nota hierop geen effect. Bij ontwikkelingen op gronden van marktpartijen is het totaal van ambities in een project belangrijk of een project uitgevoerd kan worden. Dankzij de duidelijkheid dor deze regeling kunnen ontwikkelende partijen daarop anticiperen. Op dat gebied verwacht de wethouder weinig invloed. De PvdA vroeg om sociaal uit te sluiten. De wethouder wil geen generieke uitzonderingen maken. Dat gebeurt ook niet bij andere kosten. Verder is er ook in dit geval een noodzaak om te investeren in het casco van de stad. Bovendien kunnen veel deze projecten de kosten voor bovenwijkse voorzieningen dragen. Als het noodzakelijk is om een uitzondering gemaakt, zal de wethouder daar naar kijken. De heer Van der Zweth (PvdA) wil weten wat er verandert als sociale woningbouwcorporaties worden uitgesloten van deze regeling. Wethouder Voortman vindt dat als een project de kosten prima kan dragen, er geen noodzaak is om ze uit te sluiten van deze regeling.

55

60

De heer Van der Zweth (PvdA) gaat ervan uit dat bij projecten van woningbouwcorporaties vaak sprake is van macro-aftoppen. Door woningbouwcorporaties uit te sluiten, kunnen woningbouwprojecten laagdrempeliger worden gerealiseerd. Wethouder Voortman merkt op dat daarvoor andere instrumenten kunnen worden ingezet. Het is eerlijker om die kosten in eerste instantie wel in rekening te brengen. Pagina 16 van 50

5

10

15

20

25

30

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt de wethouder naar de impact van deze regeling voor sociale woningbouwprojecten. Hoe vaak is er bij die projecten sprake van macro-aftoppen? Het is wellicht democratischer om daar een generieke regeling voor het treffen. Wethouder Voortman zegt toe de commissie schriftelijk te informeren over de impact van deze regeling voor sociale woningbouwprojecten. Zij benadrukt dat het principe van draagkracht al in de regeling is opgenomen. Daarmee voldoet zij aan ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’, waar de PvdA aan refereert. D66 heeft gevraagd welke gevolgen deze regeling heeft voor de bouwproductie. De wethouder vindt dat de regeling per 1 januari 2024 moet worden ingevoerd, want door uitstel laten toekomstige inkomsten langer op zich wachten. De nota heeft geen effect op de huidige bouwproductie. In het MPR (in Q2) zal de wethouder de raad informeren over plannen om de bouwproductie op gang te houden. Zij steunt het voorstel van D66 om de regeling op termijn te evalueren, na de eerste grote actualisatie vier jaar na de invoering. Een evaluatie na twee jaar is te kort dag, want dan zijn er nog te weinig anterieure overeenkomsten voor ene goede evaluatie gesloten. Stadsbelang Utrecht en Denk willen weten of met deze regeling woningen duurder worden.

De wethouder legt uit dat de prijzen niet afhankelijk zijn van de bouw en ontwikkelkosten, maar van de prijs die consumenten kunnen en willen betalen. Zo zullen woningen ook niet duurder worden als de grond eerst moet worden gesaneerd. Stadsbelang Utrecht pleitte voor een responsief grondbeleid. De discussie over dit beleid staat los van dit voorstel. De nota heeft geen effect op de hoogte van de grondprijzen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat er sprake is van een kostprijsverhogende post die aan ontwikkelaars wordt opgelegd. Zij zullen deze extra kosten doorberekenen aan de klanten, de huurders en de kopers. Hij vraagt de wethouder dan ook om hier meer specifiek op in te gaan. Wethouder Voortman geeft aan dat zij een reactie gegeven op het voorstel van Stadsbelang Utrecht voor een responsief grondbeleid. Het voorliggende voorstel gaat echter over bovenwijkse voorzieningen. Zij herhaalt dat het voorstel niet leidt tot extra kosten. Die kosten werden eerder ook al in rekening gebracht via anterieure overeenkomsten. Die worden nu vooraf inzichtelijk gemaakt.

35

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) benadrukt dat er een bedrag van 30 miljoen euro aan extra opbrengsten wordt ingeboekt. Die extra kosten zullen ontwikkelaars gewoon doorberekenen. Het extra verdienvermogen van de gemeente komt straks gewoon op bordje van de Utrechtse woonconsument.

40

Wethouder Voortman stelt vast dat Stadsbelang Utrecht er geen voorstander van is om het kostenverhaal toe te passen. De investeringen in het casco van de stad zullen dan op een andere manier moeten worden gefinancierd.

45

50

55

60

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) legt uit dat een responsief grondbeleid een verdienmodel voor de gemeente oplevert. De gemeente moet met minder genoegen nemen zodat de woonconsument een betaalbare woning kan huren of kopen. Wethouder Voortman is van mening dat inwoners van deze stad ook gebruik willen maken van groen en van de infrastructuur. De heer Te Hoonte (VVD) vindt ook dat in de begroting wel degelijk wordt gesuggereerd dat er sprake is van extra opbrengsten. Die rekening moet ergens (bij marktpartijen) worden neergelegd. Dat impliceert een kostprijsverhoging. Wethouder Voortman legt uit dat het eerder genoemde bedrag niet was gebaseerd op een degelijke raming. Zij kondigt aan daar bij de bespreking van de voorjaarsnota op terug te komen. Zij legt verder uit dat de kosten van bovenwijkse voorzieningen eerder ook bij grote woningbouwplannen in rekening werden gebracht. Bij kleine plannen gebeurde dat eerder niet. Daarom zal dit voorstel leiden tot meer opbrengsten. Pagina 17 van 50

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt de wethouder om de raad beter te informeren over de consequenties van dit voorstel voor de begroting, voordat de raad hierover een besluit nemen. 5

10

15

20

25

30

Wethouder Voortman herhaalt haar toezegging om dit tijdens bespreking van de voorjaarsnota, dus vooraf aan de bespreking van de begroting in 2023, aan de raad voor te leggen. Student&Starter wilde weten of er ook wordt gekeken naar het inkomen van de beoogde bewoners. De wethouder deelt mee dat wordt gevarieerd naar draagkracht op een manier die aansluit bij het grondbeleid. Voor studentenwoningen geldt bijvoorbeeld dan een lager tarief dan voor sociale huur. Daarmee wordt indirect rekening gehouden met het inkomen van bewoners. Het kostenverhaal voor studentenwoningen is eenmalig - slechts - 375 euro. De Partij voor de Dieren vroeg naar maatregelen om te voorkomen dat dieren worden platgereden. De wethouder zegt toe dit mee te nemen in de uiteindelijke uitwerking van de mobiliteit- en groenstructuren. Zij benadrukt dat investeringen in de stedelijke groenstructuur ook ten goede komen aan de fauna in de stad. Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) vraagt naar concrete maatregelen in de stedelijke mobiliteit en de groenstructuur. Wethouder Voortman deelt mee dat deze zaken in de nota Dierenwelzijn aan de orde komen. Zij zegt toe de fracties hierover vooraf aan de raadsvergadering te informeren. Verder is gevraagd hoe de toerekening van groenstructuur Scheggen tot stand is gekomen. De kosten van de verschillende onderdelen van de groenstructuur zijn afzonderlijk geraamd.

De bijdragen van derden zijn daarvan afgetrokken. De resterende gemeentelijke investeringen zijn opgenomen in de nota. De heer Stellinga (CDA) vraagt om in de evaluatie in te gaan op de ppt-criteria (de tabellen 6a en 6b over de toerekenbare investeringskosten). Wethouder Voortman beaamt dat de verhoudingen kunnen veranderen en zegt daarom toe dit mee te nemen in de evaluatie. De heer Stellinga (CDA) merkt op dat eerder in de begroting van de bovenwijkse voorzieningen een bedrag van 10 miljoen euro is genoemd. Is dat in een reële raming?

35

40

45

Wethouder Voortman herhaalt dat zij de raad tijdens de bespreking van de voorjaarsnota een reële raming zal voorleggen. De heer Te Hoonte (VVD) wil weten op welke termijn de wethouder de fracties nader informeert. Dit in verband met de bespreking van de voorjaarsnota. De heer De Kok (Griffier) deelt mee dat de eerstvolgende raadsvergadering is gepland op 11 en 16 mei 2023. De concept-voorjaarsnota wordt op 16 mei 2023 verstuurd. De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor dat de wethouder de raad eerder informeert. Anders kan de behandeling van dit voorstel pas na 16 mei 2023 plaatsvinden. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat er geen relatie is tussen het vaststellen van deze nota en het debat in de voorjaarsnota.

50

55

60

De heer Te Hoonte (VVD) herhaalt dat er sprake is van opbrengsten naar aanleiding van dit voorstel. Ook staan er straks bedragen in de voorjaarsnota. Verder heeft het voorliggende voorstel positieve en negatieve effecten op de grondexploitatie. Die zijn niet in het voorstel benoemd. Ook is er sprake van opbrengsten later in het project. Hij vraagt om deze bedragen overzichtelijk in een tabel op te nemen. Wethouder Voortman legt uit dat het in de voorliggende nota niet gaat over specifieke opbrengsten. Het gaat om de systematiek van kostenverhaal. Zij snapt de vraag van de heer Te Hoonte, maar vindt ook dat deze nota niet in de eerstvolgende raadsvergadering hoeft te worden vastgesteld. Pagina 18 van 50

De voorzitter stelt vast dat de fracties instemmen met de behandeling van het voorstel in een latere raadsvergadering. 5

De voorzitter stelt vast dat er geen gemiste vragen zijn. Er is wel behoefte aan een tweede termijn. Tweede termijn

10

De heer Stellinga (CDA) gaat in op de vraag van de VVD over de Merwedelijn. Ook voor het CDA behoort deze lijn tot het casco van de stad. De voorzitter stelt vast dat het voorstel niet in de eerstvolgende, maar in een latere raadsvergadering (op 22 juni 2023) wordt behandeld.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

8 Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan International School Utrecht (ISU) Cambridgelaan USP

Het aantal leerlingen is de laatste jaren sterk gegroeid en de verwachting is dat het aantal leerlingen de komende jaren nog verder zal groeien. Met het vaststellen van het bestemmingsplan kan er een nieuw gebouw voor de ISUtrecht komen aan de Cambridgelaan. Daarmee kan de groei van het aantal leerlingen worden opgevangen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Die geven geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het college stelt voor het bestemmingsplan vast te stellen. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota komt het college nog met een voorstel voor verdere financiering van de nieuwbouw van de school. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vindt de verdere ontwikkeling van het USP (Utrechtse Science Parc) positief. Maar de fractie heeft nog enkele punten van kritiek op dit raadsvoorstel. • De kosten zijn hoger dan verwacht. Vorig jaar heeft de gemeente ook al geld bijgelegd. In eerdere afspraken heeft ISU toegezegd de extra kosten te betalen. GroenLinks vindt dat de gemeente aan deze school niet meer moeten bijdragen dan aan andere scholen. • De verkeersdruk rond het USP is met name in de spits erg hoog. Met de komst van ISU zal het aantal verkeersbewegingen nog verder toenemen. In het voorstel staan suggesties om het aantal reisbewegingen van medewerkers en ouders te beperken, bijvoorbeeld om het brengen van kinderen met de auto te ontmoedigen.

GroenLinks vraagt echter om concrete en stevige afspraken met de ISU. • GroenLinks maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid, mede door de toenemende drukte op het USP door onder andere de komst van allerlei organisaties. Op dit moment is de Cambridgelaan niet gericht op voetgangers. De laan wordt ook op sommige tijdstippen gebruikt door (snel rijdend) sluipverkeer. In het voorstel wordt aandacht besteed aan oversteekplaatsen en schoolzones. GroenLinks roept op om daarbij gebruik te maken van het eerdere voorstel van de fractie en van de motie van D66 Ieder kind veilig naar school. • De stedelijke groenstructuren, de overgang van de stad naar groen- en zichtlijnen, komen onder druk te staan door de bouw van de ISU. GroenLinks vindt het daarbij belangrijk om de doorkijk naar de Hollandse waterlinie te behouden. De fractie vraagt de wethouder verder om de ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit en groen te monitoren en de raad daarover te informeren. Daarbij moeten zowel vooraf als achteraf metingen van de flora en fauna worden uitgevoerd. De heer Bakker (D66) merkt op dat er veel in dit gebied gebeurt. Wat wil GroenLinks doorrekenen aan deze nieuwbouw? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) beaamt dat er ook andere gebouwen bij betrokken kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ba72a5eb-180b-452b-9fc6-462061bff2b7