Agendabundel
Tekst van het document
2.1
Samen werken we aan de ruimtelijke opgaven
De ontwikkeling van de stad doen we voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van Utrecht, nu en in de toekomst. We geven de ontwikkeling van de stad daarom samen met de inwoners, ondernemers en betrokken marktpartijen vorm. Onze partners bij het Rijk, provincie en regio hebben we hard nodig om de ontwikkeling van de stad te kunnen realiseren. Daarom hebben we binnen de samenwerking van U Ned diverse onderzoeken uitgevoerd, in uitwerking van het gezamenlijk ontwikkelperspectief Utrecht Nabij.1 Dit gezamenlijk onderzoek legt de basis voor gezamenlijke investeringsbesluiten, zoals de onlangs gemaakte afspraken in het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) Noord West van 11 november jl.2 In het BO MIRT hebben we afspraken gemaakt over de ontsluiting van nieuwe (grootschalige) woningbouwlocaties. Met deze afspraken zetten we een grote stap om de ontsluiting voor de bouw van 25.500 woningen mogelijk in de periode tot en met 2030 en bieden we perspectief op de bouw van in totaal 60-70.000 woningen op de lange termijn. Om dat mogelijk te maken is het randvoorwaardelijk om de bereikbaarheid te verbeteren. Met name de afspraak over aanvullende dekking voor de (deels) ondergrondse Merwedelijn, vormt een belangrijke mijlpaal in de realisatie van de RSU-ambities.
Deze is, zo constateren Rijk en regio, noodzakelijk voor een toekomst vaste ontsluiting van Groot Merwede en draagt het meest bij aan de woningbouwopgave in dit gebied. We zetten deze samenwerking voort, en zetten in hoofdstuk 4 de vervolgstappen uiteen die we de komende periode zetten om de verstedelijkingsopgave verder te brengen.
2.2
De wereld verandert, en dat heeft invloed op de ontwikkeling van onze stad
De ontwikkeling van de stad wordt niet alleen bepaald door de koers die we uitzetten en de mate waarin we partners hieraan kunnen verbinden en bijdragen, maar juist ook door de omstandigheden in de maatschappij waar we niet altijd direct invloed op kunnen uitoefenen. We zien op dit moment een aantal cruciale ontwikkelingen op ons af komen. Zo zien we de bouw van woningen stagneren door de stijging van bouwkosten en veranderingen in de kapitaalmarkt (inflatie en rente).3 We zijn versneld terecht gekomen in een energiecrisis, en door de overbelasting van het elektriciteitsnet hebben we zorgen over het opstarten van nieuwe ontwikkelingen in de stad. Deze ontwikkelingen spelen in het hier en nu, en hebben directe invloed op de wijze waarop en het tempo waarmee de stad zich ontwikkelt. De RSU2040 is en blijft onze koers, maar het tempo en onze investeringsmogelijkheden worden mede bepaald door deze context waarin we ons bevinden. In hoofdstuk 4 beschrijven we voor welk deel van onze ruimtelijke opgaven we al dekking hebben geregeld, en welke strategieën we inzetten om voor de resterende opgaven dekking te regelen.
1 Via deze link is de opbrengst van de U Ned gebiedsonderzoeken te vinden. 2 In de raadsbrief van 14 november 2022 bent u uitgebreid geïnformeerd over de opbrengst van het BO MIRT 3 In de raadsbrief Woningbouwambities in relatie tot het coalitieakkoord van 14 oktober 2022 is dit nader toegelicht.
3 Het coalitieakkoord geeft richting
7
Bevestiging van de ruimtelijke koers en focus in uitwerking
3.1
De coalitie bevestigt de koers van de RSU2040
De RSU2040 stippelt een strategie uit, als stad in balans groeien om leefbaar, duurzaam en gezond te zijn en blijven voor iedereen die in Utrecht wil wonen, werken, studeren en recreëren. In het coalitieakkoord Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat 2022-2026 zijn drie belangrijke maatschappelijke thema’s uitgelicht, waar we de komende vier jaar extra aandacht aan besteden: de groeiende kansenongelijkheid, woningnood en klimaatcrisis. Deze thema’s brengen extra focus aan in de uitwerking van ons ruimtelijk beleid en ruimtelijke plannen, en passen binnen de vastgestelde koers van de RSU2040. Ook qua volgordelijkheid van verstedelijking houden we vast aan de RSU2040, namelijk: starten met verdichten op binnenstedelijke locaties nabij multimodale mobiliteitsknooppunten, waar de voorzieningen al (grotendeels) aanwezig zijn conform het principe van de 10-minutenstad. Daarna inzetten op nieuwe verstedelijkingsknooppunten waar ov en verstedelijking samenkomen, en pas tot slot buiten de stad. Daarnaast bevat het coalitieakkoord drie afspraken die richtinggevend en aanvullend zijn op de RSU2040: 1 Een keuze in de ontwikkeling van Rijnenburg.
En de toevoeging van twee leidende principes voor ruimtelijke ontwikkeling, aan de twaalf principes uit de RSU: 2 Groei is geen doel op zich: we groeien in balans. 3 We zetten in op kwaliteit en leefbaarheid, voor de bestaande en groeiende stad.
3.2
Keuze in de ontwikkeling van Rijnenburg
Rijnenburg in de RSU2040 In de RSU2040 is vastgesteld om Rijnenburg te ontwikkelen tot energielandschap met ruimte voor sport, groen en recreatie. In de RSU2040 is nog geen besluit genomen om Rijnenburg wel of niet als woningbouwlocatie te ontwikkelen. Wel is een ontwerpstudie uitgevoerd, waarin de kansen voor woningbouw in Rijnenburg zijn onderzocht. De RSU stelt daarbij dat bouw niet voor 2035 start, maar onderzoek, eventueel tijdelijke ontwikkelingen, en een besluit tot bouw kunnen al eerder plaatsvinden. Ontwerpstudie Rijnenburg Op 23-2-2022 is de ontwerpstudie Rijnenburg naar de gemeenteraad verstuurd.4 Het uitgangspunt voor woningbouw in Rijnenburg is dat het een duurzame wijk wordt met een compleet aanbod voorzieningen zoals die ook rondom de andere knooppunten komen, conform de barcode uit de RSU2040. In de ontwerpstudie zijn drie scenario’s opgenomen voor Rijnenburg: Groen Rijnenburg (geen verstedelijking), Klein Rijnenburg (compacte verstedelijking) en Groot Rijnenburg (maximale verstedelijking). De scenario’s geven mogelijkheden en randvoorwaarden voor een duurzame, aantrekkelijke stad waarin gezond en groen stedelijk leven, duurzame mobiliteit, cultuurhistorie en een klimaatbewust ontwerp worden gecombineerd.
Keuze in het coalitieakkoord In het coalitieakkoord heeft de coalitie gekozen voor de ontwikkeling van Rijnenburg als verstedelijkingslocatie, conform het scenario ‘Klein Rijnenburg:
“We kiezen in Rijnenburg voor het ontwikkelen van een combinatie van permanente energieopwekking en woningbouw conform scenario Klein Rijnenburg. (...) We voegen de ontwikkeling van Rijnenburg toe aan de RSU2040, waarbij het uitgangspunt is dat het de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden.”
4 Via deze link is de ontwerpstudie Rijnenburg te vinden.
O PL E G G E R R SU20 4 0
8
3 H E T COA L I T I E A K KO O R D G E E F T R I CH T I N G
Belangrijkste ruimtelijke ingrepen: 1
2
3
4
5
Rijnenburg
Zoekgebied grootschalige opwekking zonne-energie in combinatie met natuur, sport, recreatie en waterberging. 3
Zoekgebied grootschalige opwekking windenergie.
3
Nieuwe doorgaande wandel- en fietsverbindingen naar Nieuwegein, Leidsche Rijn onder/over de A2/A12 en IJsselstein.
1 8
4
Nieuw groen-blauw netwerk aanleggen. Dit verbindt het gebied met de Hollandse IJssel en de Oude Hollandse Waterlinie.
2
7
8
5
Uitbreiding IJsselbos als groene kraag om de polder.
10 6
7
8
Rijnenburg wordt een stedelijke wijk met een eigen centrum. Laagstgelegen delen van de polder zijn geschikt voor waterberging met een recreatieve functie. Zoekgebied voor nieuwe roeibaan met zwemwater.
9
Drijvende zonnepanelen op Nedereindse Plas.
10
HOV lightrail met aansluiting op het ’wiel met spaken’.
11
4 6
Park voor sport en recreatie met regionale functies.
3
4 5 3 8
11
5 9
Uitwerking gebiedskaart Rijnenburg conform compacte verstedelijking (scenario Klein Rijnenburg)
3
O PL E G G E R R SU20 4 0
9
3 H E T COA L I T I E A K KO O R D G E E F T R I CH T I N G
Daarmee zetten we in op de ontwikkeling van Rijnenburg tot een compacte gemengde stedelijke wijk, met onder meer tussen de 22.000 en 25.000 woningen, bijbehorende (groen)voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid, waarbij de mogelijkheid om een bedrijventerrein toe te voegen wordt onderzocht. De wijk wordt bovendien circulair, klimaatneutraal, en natuurinclusief. Naast de keuze voor compacte verstedelijking in Rijnenburg, maakt de coalitie ook de keuze om het energielandschap in het noorden van Rijnenburg permanent te maken. Het coalitieakkoord houdt met deze afspraak vast aan de fasering zoals opgenomen in de RSU. De keuze om Rijnenburg te ontwikkelen tot een compacte stedelijke wijk is een nadere uitwerking van hoofdstuk 6.6 van de RSU2040, en past binnen de opzet zoals vastgesteld door de raad in juli ’21. We starten vooruitlopend op de woningbouwontwikkeling en bedrijvigheid, en de ontwikkeling van het energielandschap i.c.m. het zoekgebied voor natuur, sport, recreatie en waterberging. De kaart op de volgende pagina toont het scenario ‘Klein Rijnenburg’ zoals gepresenteerd in de ontwerpstudie. Deze kaart bevat nadrukkelijk geen nieuwe keuzes in de invulling van het gebied. De precieze invulling van het gebied en de bereikbaarheid wordt momenteel uitgewerkt, volgens het proces waarover u op 21 oktober jl.
bent geïnformeerd.5 De nadere beschrijving van maatregelen conform het gekozen scenario is opgenomen in bijlage 2. 5 Via deze link is de Raadsbrief ínvulling coalitieakkoord gebiedsontwikkeling Rijnenburg en mobiliteitsonderzoek ontsluiting Rijnenburg’ te vinden.
Barcode
Intelligent barcode
Meervoudig ruimtegebruik als strategie om te groeien in balans in een verdichtende stad
3.3
Groei is geen doel op zich: we groeien in balans
Met de RSU2040 zetten we ons als gemeente in voor groei in balans. Hiermee bedoelen we dat de toename van woningen gepaard gaat met de toename van goed en toegankelijk groen, banen, creatieve broedplaatsen en voorzieningen, duurzame mobiliteit (schaalsprong fiets, lopen, ov, auto, hubs, parkeerbeleid, deelmobiliteit en duurzaam goederenvervoer), energie en erfgoed. Het coalitieakkoord maakt dit principe voor ontwikkeling van de stad nog steviger. Groei in balans wordt een randvoorwaarde, en groei is geen doel op zich. Dit creëert ruimte om groei nadrukkelijker afhankelijk te maken van de mate waarin de randvoorwaarden kwantitatief en kwalitatief op orde zijn. Hoe we hierop sturen, zetten we hieronder uiteen. Doorontwikkeling van de barcode De barcode in de RSU2040 is geïntroduceerd als een stedelijk hulpmiddel om te sturen op gebalanceerde groei van de stad, waarbij alle functies zich in gelijke tred ontwikkelen. En hoe dit ingepast kan worden met de beperkte ruimte, bijvoorbeeld door slimme combinaties in ruimtegebruik, de “intelligente barcode”. Momenteel werken we aan de doorontwikkeling van de barcode als ambtelijk hulpmiddel om te analyseren of we groeien in balans. De doorontwikkeling zorgt ervoor dat de barcode niet alleen als kwantitatief hulpmiddel fungeert, maar juist ook helpt bij sturing op de kwaliteit van de stad.
Met kwantitatief bedoelen we het aantal vierkante meters of het aantal voorzieningen dat in een gebied aanwezig is. Met kwalitatief kijken we bijvoorbeeld naar hoe
O PL E G G E R R SU20 4 0
10
3 H E T COA L I T I E A K KO O R D G E E F T R I CH T I N G
een voorziening of een park wordt gebruikt, hoe de plek wordt ervaren door bewoners, en of de voorzieningen voldoende dichtbij zijn – in lijn met de 10-minutenstad. Het is niet de bedoeling om de barcode als blauwdruk toe te passen, zeker niet op wijk- en buurtniveau. Juist het palet aan verschillende gebieden met verschillende functies, identiteiten en dichtheden maakt de stad interessant en sterk. Maar de barcode helpt wel om gebieden en buurten meer in balans te ontwikkelen, door inzichtelijk te maken hoe de gebieden er nu voorstaan, en waar een gebied extra behoefte aan heeft. Bijvoorbeeld door in beeld te brengen waar meer speelplekken nodig zijn in een bepaalde wijk, dat de recreatiewaarde van het groen beter kan, dat een gebied klimaatadaptiever ingericht moet worden of dat werklocaties en voorzieningen beter bereikbaar moeten worden. Deze analyse is input voor het Meerjaren Perspectief Ruimte. Monitor in het Meerjaren Perspectief Ruimte Via het MPR en de Voorjaarsnota worden jaarlijks de afweging gemaakt waar we onze financiële middelen op inzetten.
In het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) monitoren we jaarlijks of we op koers liggen om de ambities uit de RSU2040 te realiseren, en of we als stad op koers liggen om te groeien in balans. In het MPR 2022 is geconstateerd dat extra inspanningen nodig zijn om de ambities uit de RSU2040 te realiseren en om groen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen en energievoorzieningen voldoende te laten meegroeien, zowel kwantitatief als kwalitatief. We ontwikkelen het MPR door zodat deze nog meer dan nu een instrument wordt waarmee de raad haar controlerende rol kan invullen. Deze doorontwikkeling bestaat onder andere uit de doorontwikkeling van de barcode: met behulp van de barcode beschrijft het MPR jaarlijks hoe de stad er als geheel ervoor staat, of we groeien in balans, en waar de grote opgaven liggen om als stad te groeien met kwaliteit (bijv. het vergroten van nabijheid) en in balans. De doorontwikkeling van het MPR zit ook in het verbeteren van de leesbaarheid en toegankelijkheid van het product, zodat het beter gebruikt kan worden als bijsturingsinstrument om groei in balans te borgen.
3.4
We zetten in op kwaliteit en leefbaarheid, voor de bestaande en groeiende stad
We willen de komende periode de condities blijven creëren om gezond te kunnen groeien. Naast groei in balans voegen we daar nog een principe aan toe: kwaliteit en leefbaarheid zijn leidend in de ontwikkeling van de stad. Dit betekent dat we zowel in de bestaande stad als voor nieuwe delen van de stad investeren om een kwaliteitsimpuls te geven. In het coalitieakkoord zijn verschillende afspraken gemaakt om deze kwaliteitsimpuls te realiseren. Deze zetten we hieronder uiteen. Toekomstgesprekken met de stad Onze stad is volop in beweging, en dat zorgt soms ook voor botsende belangen. De stad ontwikkelt niet alleen voor de toekomstige Utrechter, maar juist over de huidige Utrechtse inwoners en ondernemers. Er is behoefte aan een gesprek met de stad over de kwaliteit van de stad. Wat heeft Utrecht nodig om prettig in te kunnen leven? Hoe zorgen we ervoor dat de groei niet ten koste gaat van kwaliteit maar juist daaraan bijdraagt? Hoe zien we de toekomst van Utrecht voor ons? Hoe leven we samen in de stad over 20 of 30 jaar, en wat vraagt dat van de inrichting van de stad? Dit soort vragen staan centraal in de toekomstgesprekken met de stad.
De toekomstgesprekken gaan over de stad als geheel, en zijn een aanvulling op de participatie die op gebieds- en projectniveau wordt georganiseerd.6 Sturen op kwaliteit in stedenbouw Gezien het belang van de kwaliteit van de leefomgeving, efficiënt ruimtegebruik en architectuur, ontwikkelen we een stedenbouwvisie. De concept hoogbouwvisie wordt onderdeel van de stedenbouwvisie. Dit product gaat over de kwaliteit van de stedelijke omgeving, zowel in de bestaande stad als in de groeiende stad. De uitkomsten van de toekomstgesprekken met de stad zijn ook input voor dit product.6 Regie op de openbare ruimte, boven- en ondergronds Naast de gebouwde omgeving werken we ook aan een kwaliteitsslag in de openbare ruimte, zowel in de boven- als de ondergrond. Want zowel bovengronds als ondergronds is ruimte schaars. Dit vraagt om het maken van afwegingen en keuzes en het bij elkaar brengen van partijen en planningen. In de openbare ruimte komen bijvoorbeeld de opgaven voor mobiliteit (fiets, voetganger, ov, auto en hubs), ontmoeten, sport en spel in de wijk, 6 In de raadsbrief ‘Stedelijke sturing op groei in balans’ bent u geïnformeerd over het proces waarmee we deze onderdelen nader uitwerken.
11
3 H E T COA L I T I E A K KO O R D G E E F T R I CH T I N G
groen en klimaatadaptatie samen. In de ondergrond concurreren o.a. elektriciteitsleidingen, gasinfrastructuur, glasvezel en rioolpijpen nu al met elkaar, en kan dit een rem vormen op ambities voor groen, klimaatadaptatie, energie en de brede mobiliteitsopgave. Om deze opgaven in samenhang en met kwaliteit te realiseren maken we vaart met een visie op de ondergrond, i.s.m. met de openbare ruimte. Ongelijk investeren voor gelijke kansen Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan, en (mentale) gezondheid zijn hier allemaal van belang. Dit geldt voor iedere Utrechter, maar het gaat niet voor elke Utrechter en overal in de stad vanzelf goed. Daarom past deze coalitie ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ toe. Dat houdt in dat de middelen die we beschikbaar hebben als gemeente gaan naar de mensen die deze het hardst nodig hebben. We sturen tegen als we zien dat het niet vanzelf goed komt. Voor de realisatie van de RSU2040 betekent dit dat we extra aandacht schenken aan kansengelijkheid bij de uitwerking van de ruimtelijke koers tot thematisch beleid en gebiedsbeleid, en in de uitwerking van concrete plannen. Voor wonen vertaalt zich dit bijvoorbeeld in onze stevige inzet op meer betaalbare woningbouw en extra inspanning op passende woonruimte voor kwetsbare groepen.
Maatschappelijke voorzieningen moeten inclusief zijn en we stimuleren juist in kwetsbare wijken combinaties die kansengelijkheid versterken. Gelijke kansen bieden gaat ook over werk, mobiliteit, energie en een groene, gezonde leefomgeving. Zo bestrijden we ongelijke toegang tot mobiliteit voor mensen met een smalle portemonnee of een beperking. We stellen daarvoor in het voorjaar een actieprogramma vast. We willen het wijk ontsluitend ov op peil houden en zetten in op het bestrijden van energiearmoede. Dit doen we, zodat Utrecht een aangename en inclusieve plek is en blijft, voor iedereen die in Utrecht wil werken, wonen, studeren en op bezoek wil komen.
mobiliteitstransitie
- stimuleren fietsgebruik - 30 km/h zones - OV als volwaardig alternatief - parkeren en P+R - deelmobiliteit
groenprogramma - extra gebruiksgroen - groene routes - biodiversiteit - groene straten
klimaatadaptatie - hittestress - wateroverlast - watertekort
inclusiviteit
energietransitie
- toegankelijkheid - ontmoeting - bereikbaarheid - veiligheid
weinig ruimte voor fiets en voetganger
- elektrische auto - opwekking huishoudens - opslag - aardgasvrij
aanpassen straatmeubilair - ondergronds inzamelen - duurzame verlichting - smart cities - meer zitgelegenheden
weinig ruimte voor groen brede wegen
50
water gas electra
dominantie parkeren
gemengd riool
schaduw op straat
deelmobiliteit en elektrische auto
veel ruimte voor fiets en voetganger
30
zicht op groen, vanuit elke woning
smalle wegen 30 km/u
30
ruimte voor divers groen ruimte voor ontmoeting
water warmtenet nieuwe electra
gescheiden regenwater riool vasthouden
ondergronds inzamelen
Principes toekomstige openbare ruimte (uit: RSU2040)
ruimte voor sport en spel
4 Fasering en investeringsstrategie
12
nieuwe inzichten n.a.v. coalitieakkoord en samenwerking met rijk en regio
In de RSU2040 is in hoofdstuk 7 een globale fasering van de structurerende ingrepen voor wonen, werken, mobiliteit, groen en klimaatadaptatie, energie en voorzieningen opgenomen. De RSU2040 geeft hierbij aan dat de daadwerkelijke fasering mede afhangt van de mate waarin we de voorwaarden, waarvan bereikbaarheid met het wiel met spaken een belangrijk onderdeel is, om met onze partners voor elkaar krijgen. Voor de periode tot 2035 is het beeld vrij scherp. De investeringsopgave is in de afgelopen periode verder uitgewerkt, en via het coalitieakkoord en samenwerking met het rijk is zicht gekomen op dekking van de opgaven. We gaan in dit hoofdstuk in op de investeringsopgave en dekkingsmogelijkheden voor fase 1 t/m 3. Voor de periode na 2035 starten we onderzoeken met Rijk, provincie en regio om de uitwerking en financieringsmogelijkheden in beeld te brengen. Met het besluit om Rijnenburg te ontwikkelen, wordt Rijnenburg aan de fasering toegevoegd. Voor fase 4 en verder beschrijven we in dit hoofdstuk hoe we aan de slag gaan met de nadere uitwerking.
4.1
Eerste fasen RSU2040 op hoofdlijn ongewijzigd
De RSU2040 borduurt voor fase 1 t/m 3 voort op de RSU2030 (vastgesteld in 2016) en vult aan welke condities nodig zijn om te groeien in balans, in de pas met de woon- en werkopgave. De opgaven voor fase 1 t/m 3 lopen grofweg tot 2035 en zijn grotendeels opgenomen in het MPR. In deze eerste fasen zetten we de eerste stappen in de aanleg van o.a. het groene raamwerk, het wiel met spaken (m.n. de Merwedelijn), het versterken van het voetgangers- en fietsnetwerk en de aanleg van mobiliteitshubs, energielandschappen, en we trekken een been bij met maatschappelijke voorzieningen. Deze investeringen dragen bij aan de kwaliteit van de bestaande stad, en zijn randvoorwaardelijk voor de groei van de stad. In fase 1 t/m 3 hebben we de ambitie om ca. 40.000 woningen toe te voegen. De komende periode zijn er juist voor de bestaande stad al grote ingrepen nodig. Er ligt er een opgave van minimaal 20 sportvelden en een nader te
bepalen aantal tennisbanen. Daarbij is de uitbreiding van sportparken Rijnvliet, Maarschalkerweerd Noord en Nieuw Welgelegen cruciaal. Ook met deze uitbreidingen ligt daarna nog een opgave van 9 (maar waarschijnlijk meer) velden. Hiervoor zoeken we nog naar geschikte locaties, onder andere in Rijnenburg. Ook voor de energietransitie, toekomstbestendige werklocaties, groen en klimaatadaptatie, erfgoed en bijv. mobiliteitshubs is veel ruimte nodig en zijn nog niet overal geschikte locaties gevonden en kost het combineren van functies op één locatie vaak meer geld. Als coalitie maken we daarom de keuze om extra te investeren in de kwaliteit van de bestaande stad, als basis voor de ontwikkeling die we als stad doormaken. Door ervoor te zorgen dat de bestaande stad op orde is, leggen we de basis voor gezonde groei. Want de vraag naar woningen is en blijft naar verwachting groot, en we willen deze vraag faciliteren. Zo streven we ernaar om als stad toegankelijk en inclusief te zijn voor iedereen die in Utrecht willen blijven en hier willen komen. De investeringen in het groene raamwerk en het mobiliteitsnetwerk in de bestaande stad zijn randvoorwaardelijk voor een gezonde ontwikkeling van de stad. Hierbij hoort vanzelfsprekend ook voldoende passende werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen, zoals sport- en speelplekken, in aantal en goed verdeeld over de stad.
Zodat we ons als stad ontwikkelen op een manier die bijdraagt aan de kwaliteit van leven van de huidige Utrechters en die van de toekomst. Concluderend, houden we als coalitie dus vast aan de fasering van de RSU2040 en specifiek voor de eerste drie fasen, met de kanttekening dat de veranderende marktomstandigheden invloed kunnen hebben op het tempo waarmee we de opgaven in fase 1 t/m 3 kunnen realiseren. Een minder snelle groei heeft namelijk mogelijk ook invloed op het tempo waarmee de andere barcode-onderdelen mee moeten en kunnen groeien.
O PL E G G E R R SU20 4 0
13
4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E
De kaart op deze pagina geeft de grootschalige structuuringrepen schematisch weer. Voor een volledige beschrijving van fase 1 t/m 3 verwijzen we naar hoofdstuk 4 van de RSU2040. De uitwerking van de opgaven in fase 1 t/m 3 loopt via het thematisch beleid en gebiedsbeleid. Op pagina 14 laten we zien welk deel van de investeringsopgave al op dekking kan rekenen, en welke strategieën we inzetten om dekking voor de restopgave te verzekeren.
Legenda (Nieuwe) stedelijke knooppunten Binnenstedelijke verdichting Nieuwe compacte stadswijk Verdichting bestaand stedelijk weefsel
Legenda
Intensiveren Lage Weide
(Nieuwe) stedelijke knooppunten
Rijksweg
Binnenstedelijke verdichting
Spoorweg
Nieuwe compacte stadswijk
HOV-verbinding - wiel
Verdichting bestaand stedelijk weefsel
HOV-verbinding - spaak
Nieuwe werklocatie
HOV-verbinding - speciale spaak
Intensiveren Lage Weide
Utrecht Centraal
(Nieuwe) stedelijke knooppunten
Rijksweg
Voorstadstation
Binnenstedelijke verdichting
Spoorweg
HOV-halte/station
Nieuwe compacte stadswijk
HOV-verbinding - wiel
Nieuw stadspark/landschapspark
Verdichting bestaand stedelijk weefsel
HOV-verbinding - spaak
Groenblauwe structuurdragers
Nieuwe werklocatie
HOV-verbinding - speciale spaak
Intensiveren Lage Weide
Utrecht Centraal
Energielandschap icm natuur, sport, recreatie en waterberging.
Rijksweg
Voorstadstation
Legenda Legenda
Optelsom ambitie RSU2040 fase 1 t/m 3 (tot 2035) – abstracte weergave, invulling gebieden nader uit te werken
Nieuwe werklocatie
O PL E G G E R R SU20 4 0
4.2
14
4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E
Investeringsopgave eerste fasen
In de RSU2040 is de totale publieke investeringsopgave tot en met 2040 becijferd, zonder uitsplitsing naar fasen. Voor de fasen 1 tot en met 3 is die investeringsopgave hiernaast opgenomen. Voor ongeveer de helft van de investeringsopgave in de eerste drie fasen zijn al budgetten begroot of gereserveerd. Zo is er in het coalitieakkoord met het pakket ‘Groei in Balans’ een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de groene schaalsprong van de stad, mobiliteit, cultuur, sport en andere maatschappelijke voorzieningen. Dit pakket heeft een omvang van ruim 150 miljoen euro. Bovendien zijn in het BO MIRT financiële reserveringen afgesproken voor de ov-schaalsprong met een totale omvang van ruim 1,2 miljard euro. Deze reserveringen zijn toegezegd door het Rijk, de provincie en de gemeenten Utrecht en Nieuwegein. Om de resterende opgave te overbruggen passen we diverse strategieën toe, die per opgave en per project op verschillende manieren kunnen worden gecombineerd.
De voornaamste strategieën zijn (in willekeurige volgorde): • Baathebbers betalen mee (gebruikers en/of ontwikkelende partijen, bijvoorbeeld via kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen) • Inzet van toekomstige extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb (“Groeikader”) • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (denk aan: grondexploitaties, erfpacht) • (Aanvullende) bijdragen van andere overheden • Bijsturing in projecten en/of combineren van investeringen met andere opgaven. Twee noties hierbij zijn: • Binnenstedelijk verdichten heeft veel voordelen, maar het is ook complexer dan bouwen op een uitleglocatie. Bezien vanuit ons eigen vastgoed en maatschappelijke voorzieningen leidt dit tot hogere kosten grotere risico’s, die niet overal verhaald kunnen worden bij de markt. Dit vraagt scherpe keuzes in waar we onze middelen op inzetten. • De maatschappelijke context waarin we ons bevinden heeft invloed op de wijze waarop en het tempo waarmee we de opgaven kunnen realiseren. De voortgang in de realisatie wordt – zowel kwantitatief als kwalitatief – jaarlijks gemonitord in het MPR, om jaarlijkse bijsturing mogelijk te maken.
Publieke investeringsopgave RSU, fasen 1 tot en met 3 (indicatief) en voornaamste strategieën ter overbrugging van deze opgave
O PL E G G E R R SU20 4 0
4.3
15
4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E
Volgorde fase 4 en verder nog te bepalen
De RSU2040 zet voor fase 4, 5 en 6 (zie RSU2040, hoofdstuk 7) in op enkele grote verstedelijkingsknooppunten: het afronden van de Merwedekanaalzone, de A12-zone en Lunetten-Koningsweg/USP. Het coalitieakkoord voegt Rijnenburg aan deze verstedelijkingsknooppunten toe, met het uitgangspunt dat de ontwikkeling van Rijnenburg de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden. Dit kan betekenen dat Rijnenburg mogelijk parallel aan de ontwikkeling van de andere verstedelijkingslocaties kan starten. Ook na fase 4 zijn investeringen nodig in de stedelijke groenstructuren, duurzame mobiliteit en andere onderdelen van de barcode. Als de groei in hetzelfde tempo doorzet, zijn de kosten daarvan vergelijkbaar met de investeringsopgave in fase 1 tot en met 3 of zelfs nog wat hoger. Immers, naar mate de stad dichter bebouwd raakt, wordt het ingewikkelder (en daarmee duurder) om woon- en werklocaties en maatschappelijke voorzieningen stedenbouwkundig goed in te passen. Dergelijke investeringen zijn in veel gevallen randvoorwaardelijk voor gebiedsontwikkeling. Op hoofdlijnen zijn deze condities beschreven in de gebiedsonderzoeken van U Ned en de ontwerpstudie Rijnenburg. Deze condities hebben verdiepend onderzoek en uitwerking nodig.
Verdiepende onderzoeken die we de komende periode opstarten, zijn: Met het Rijk, provincie en regio starten we vervolgonderzoeken om de kansen, randvoorwaarden en financiële opgave van deze verstedelijkingsknooppunten beter in beeld te krijgen: • Een multimodaal MIRT-onderzoek naar de integrale gebiedsontwikkeling van de A12-zone inclusief Rijnenburg. Dit is een vervolg op de gebiedsonderzoeken en uitkomsten van de mobiliteitsstrategie voor dit deel van de stad; • Een onderzoek naar de mogelijkheden voor tijdelijke woningbouw op Rijnenburg; • De uitwerking van het alternatief voor het Tracébesluit A12/A27 Ring Utrecht; • Uitwerking van de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de regiopoorten en het groen-blauwe netwerk. • Met de regio starten we onderzoek naar de ontwikkeling van station Lunetten-Koningsweg i.s.m. de ontwikkeling van het ov-netwerk (de verbinding naar USP, de A12-zone en Rijnenburg en de Binnenstadsas) en de ontsluiting van de geplande grote woningbouwlocaties. De regio legt in
•
dit onderzoek de verbinding met de spoorcorridor-studie Utrecht-ArnhemDuitse grens (A12-corridor). Als stad geven we vervolg aan de gebiedsonderzoeken Overvecht en Lage Weide.
Keuzemogelijkheden in fasering Een bijdrage door de Rijksoverheid is een vereiste voor elk van de grote verstedelijkingsknooppunten. Ook de provincie speelt een essentiële rol, als verantwoordelijke voor het regionaal openbaar vervoerssysteem. Dit betekent dat we als gemeente niet alleen kunnen bepalen waar en wanneer we aan de slag gaan. De drie partners in de grote investeringsbeslissingen (Rijk, provincie en gemeente) zullen samen tot de conclusie moeten komen welke ingrepen het meest wenselijk zijn, vanuit lokaal, provinciaal én nationaal perspectief. Zo bepalen we samen de volgorde waarin we de stad verder ontwikkelen, want niet alles kan tegelijkertijd. Om de keuzes op tijd en met de juiste informatie te kunnen maken, onderzoeken we verder wat nodig is om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken en om te voorkomen dat we ontwikkelingen onmogelijk maken. Deze onderzoeken zijn ook behulpzaam bij planvoorbereiding en lobby, en helpen bij de afweging welke grote investering als eerste, na de aanleg van de Merwedelijn, moet komen. De beslissingen die hierover genomen worden, kunnen hun schaduw ver vooruit werpen. Hieronder een voorbeeld ter illustratie: Neem de omgeving Lunetten-Koningsweg. Als daar in hoge dichtheden woningen worden toegevoegd, maakt dat latere realisatie van een IC-station kansrijker.
Een hoogstedelijk knooppunt rond een IC-station draagt bij aan de toekomstige economische ontwikkeling van USP via aansluiting op IC-station Lunetten-Koningsweg. De onderzoeken die nodig zijn om deze keuzes te maken, zijn of worden momenteel in gang gezet. Deels doen we dit in het Rijk-regio programma U Ned en waar nodig doen we dit in samenspraak met buurgemeenten. De uitkomsten van dit onderzoek leggen we zo nodig op vergelijkbare wijze aan de raad voor. Op basis van deze onderzoeken werken we toe naar besluitvorming met onze partners bij het Rijk en in de regio. Een belangrijke notie is dat deze keuzes niet allemaal nu genomen hoeven te worden. Juist een zorgvuldige uitwerking d.m.v. inhoudelijk onderzoek, gesprek met de stad en monitoring op de voortgang van de realisatie van de ambities uit de RSU2040, en helpt om balans te vinden in de ruimtelijke en financiële haalbaarheid en
O PL E G G E R R SU20 4 0
16
4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E
de politieke wenselijkheid. En bovenal: dit helpt om te borgen dat we de keuzes blijven maken die het meest bijdragen aan een Utrecht dat gezond, toegankelijk en inclusief is voor iedereen die hier wil zijn en blijven. Voor een volledige beschrijving van fase 4 t/m 6 verwijzen we naar hoofdstuk 4 van de RSU2040. De kaart op deze pagina toont de optelsom van fase 1 t/m 6 van de RSU2040 (de totale RSUambitie), waaraan de ontwikkeling van Rijnenburg tot compacte en gemengde stedelijke wijk is toegevoegd.
Legenda (Nieuwe) stedelijke knooppunten Binnenstedelijke verdichting Nieuwe compacte stadswijk Verdichting bestaand stedelijk weefsel
Legenda
Intensiveren Lage Weide
(Nieuwe) stedelijke knooppunten
Rijksweg
Binnenstedelijke verdichting
Spoorweg
Nieuwe compacte stadswijk
HOV-verbinding - wiel
Verdichting bestaand stedelijk weefsel
HOV-verbinding - spaak
Nieuwe werklocatie
HOV-verbinding - speciale spaak
Intensiveren Lage Weide
Utrecht Centraal
(Nieuwe) stedelijke knooppunten
Rijksweg
Voorstadstation
Binnenstedelijke verdichting
Spoorweg
HOV-halte/station
Nieuwe compacte stadswijk
HOV-verbinding - wiel
Nieuw stadspark/landschapspark
Verdichting bestaand stedelijk weefsel
HOV-verbinding - spaak
Groenblauwe structuurdragers
Nieuwe werklocatie
HOV-verbinding - speciale spaak
Intensiveren Lage Weide
Utrecht Centraal
Energielandschap icm natuur, sport, recreatie en waterberging.
Rijksweg
Voorstadstation
Legenda Legenda
Optelsom ambitie RSU2040 fase 1 t/m6 – abstracte weergave, invulling gebieden nader uit te werken
Nieuwe werklocatie
5 Stedelijke sturing
17
We groeien in balans en sturen op kwaliteit in de bestaande en groeiende stad
We willen groeien in balans en sturen op kwaliteit in de bestaande en groeiende stad. De beschikbare ruimte en financiële middelen zijn beperkt. Dat betekent dat afwegingen en keuzes noodzakelijk zijn om de ontwikkeling van de stad in goede banen te leiden. De realisatie van fase 1 t/m 3 is een grote en belangrijke stap voor de bestaande stad en de ontwikkeling van de stad. We realiseren een fors deel van het groene raamwerk en het eerste deel van het wiel met spaken. Deze dragen bij aan de kwaliteit van de bestaande stad en zijn randvoorwaardelijk voor de groei van de stad. De inhoudelijke uitwerking van de opgaven in fase 1 t/m 3 vindt momenteel plaats binnen het thematisch beleid en de gebieden.8 U bent via een Uitvoeringsbrief geïnformeerd over de planning van de uitvoering van het coalitieakkoord, voor zover we die nu weten. Deze uitwerking gaat over het komen tot haalbare en betaalbare plannen. De ruimte in Utrecht is beperkt en dus zetten we in op multifunctioneel ruimtegebruik. Maar ook dan zijn keuzes nodig om al onze ambities in te passen. Waar de ruimtelijke puzzel niet past, is een keuze nodig in wat prioriteit heeft op die plek en voor de stad als geheel. Deze keuzes maken we in omgevingsvisies en in de complexe ruimtelijke projecten (via het Utrechts Plan Proces). Naast de beperkte ruimte, zijn ook onze financiële middelen beperkt.
Daarom zijn ook financiële afwegingen noodzakelijk. Om deze prioritering te kunnen maken, werken we ook instrumenten verder uit om te sturen op groei in balans en ongelijk investeren voor gelijke kansen. Via het MPR brengen we in beeld of we op koers liggen met de geprogrammeerde plannen, en waar bijsturing nodig is binnen de gebieden en thematisch beleid op korte termijn. Het MPR is daarmee het monitorings- en bijsturingsinstrument om handen en voeten te geven aan de sturingsprincipes ‘groei in balans’ en ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Zo blijven we wendbaar op de kortere termijn, en tegelijkertijd koersvast op de langere termijn.
8 Via deze link is de Uitvoeringsbrief ‘coalitieakkoord planning op hoofdlijnen’ te vinden.
De keuzes die we voor uitvoering van de latere fases van de RSU2040 te maken hebben, werken we samen met Rijk, provincie en regio uit. Daarbij gaat het zowel om randvoorwaarden uit om tot kwalitatief goede ontwikkelingen te komen, als om keuzeopties voor inhoud en fasering. De uitwerking van hiervan zal helpen om samen met de andere betrokken overheden te bepalen welke gebiedsontwikkelingen als eerste voor uitvoering in aanmerking komen. Het is niet wenselijk om nu alle keuzes te willen maken. Juist een zorgvuldige uitwerking d.m.v. inhoudelijk onderzoek met onze partners, het gesprek met de stad en monitoring op de voortgang, helpt om te sturen op groei in balans. Zo blijven we adaptief en zo borgen we dat we de uiteindelijke keuzes optimaal bijdragen aan een Utrecht dat gezond, toegankelijk en inclusief is, voor iedereen die hier wil zijn en blijven.
Cycli om ambities uit te werken in beleid en plannen, en monitoring en bijsturen.
Bijlage 1
18
Raadsbesluit Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad RSU 2040
Met deze oplegger worden de richtinggevende afspraken uit het coalitieakkoord toegevoegd aan de volgende beslispunten, die zijn vastgesteld met het Raadsbesluit ‘Vaststelling Utrecht Dichtbij de tien-minutenstad RSU2040’:
k l m n
Beslispunt 2. Vier nieuwe knooppunten aan te wijzen naast het centrum (binnenstad, stationsgebied, Beurskwartier en Merwedekanaalzone): a Noord-Noordwest: Leidsche Rijn Centrum, Lage Weide, Cartesius en Werkspoorkwartier, Zuilen b Overvecht c Utrecht Oost: Utrecht Science Park, Rijnsweerd, Galgenwaard en Lunetten Koningsweg d de A12 zone: Papendorp, Woonboulevard en MWKZ deelgebied 6 e Rijnenburg, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035 en de ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet schaden. Beslispunt 4. De volgende principes vast te stellen voor ruimtelijke ontwikkeling: a Geen dak blijft onbenut b Groen tenzij c Circulair tenzij d Utrecht wereldfietsstad en wandelstad e Langzaam verkeer voor gemotoriseerd verkeer; actief voor passief vervoer f Openbaar vervoer en deelmobiliteit voor individueel gemotoriseerd vervoer g Werken mengen met wonen waar het kan, specifieke werklocaties waar mengen niet kan. h Versterken boven gelijk houden i Meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit j Publieke ruimte openbaar toegankelijk
Bovengrondse energievoorzieningen inpandig, tenzij Gezonde ondergrond als basis voor bovengrondse ontwikkeling De kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad Groei in balans
Bijlage 2 R SU20 4 0
GEBIEDEN
19 1
/ Rijnenburg
Beschrijving maatregelen Klein Rijenenburg R SU20 4 0 6.6 Rijnenburg
GEBIEDEN
1
/ Rijnenburg
Polders Rijnenburg en Reijerscop Waarde Rijnenburg voor Utrecht in 2040 6.6 van Rijnenburg De gemeente ontwikkelt Rijnenburg integraal en in fasen met een combinatie van ruimte voor een permanent energielandschap en woningbouw. In het Polders Rijnenburg en Reijerscop noorden van de polder wordt ingezet op een energielandschap dat samen gaat met van natuur, sport, recreatie en waterberging. Waarde Rijnenburg voor Utrecht in 2040 De wijk wordt met fiets en wandelroutes verbonden met omliggende Rijnenburg wordt De gemeentegoed ontwikkelt Rijnenburg integraal ngebieden. in fasen met een combinatie een stedelijke wijk met een eigen centrum. De wijk wordt gebouwd met hoge van ruimte voor een permanent energielandschap en woningbouw. In het dichtheden ende is circulair, klimaatadaptief, energieneutraal en natuurinclusief. noorden van polder wordt ingezet op een energielandschap dat samen De wijk kanatuur, alleensport, duurzaam worden gebouwd als er gaat met recreatie en waterberging. Deeen wijklightrail-verbinding wordt met fiets en wordt gerealiseerd aansluit op hetomliggende ’wiel met spaken’. Het Rijnenburg is een wijk waar wandelroutes goeddat verbonden met gebieden. wordt alle vanuit Utrechtse barcode aanwezig zodat het eenmet echte eenfuncties stedelijke wijk de met een eigen centrum. De wijkzijn, wordt gebouwd hoge stadswijk van Utrecht wordt.
dichtheden en is circulair, klimaatadaptief, energieneutraal en natuurinclusief. De wijk kan alleen duurzaam worden gebouwd als er een lightrail-verbinding Huidige kwaliteitendat aansluit op het ’wiel met spaken’. Het is een wijk waar wordt gerealiseerd •alleEcologie functies(weidevogels) vanuit de Utrechtse barcode aanwezig zijn, zodat het een echte Openheid, en ruimte •stadswijk van rust Utrecht wordt. • Recreatie (wieler- en skeelerbaan, skipiste, fietsen) Oude bebouwingslinten •Huidige kwaliteiten functie (met name van Reijerscop) •• Agrarische Ecologie (weidevogels) • Openheid, rust en ruimte • Recreatie (wieler- en skeelerbaan, skipiste, fietsen) • Oude bebouwingslinten • Agrarische functie (met name van Reijerscop)
Opgaven voor de Rijnenburg tot 2040 • Ontwikkelen van een stedelijke wijk met een eigen centrum. • Verbinden van de nieuwe wijk Rijnenburg met een ligthrail-verbinding dat aansluit op het ‘wiel met spaken’ en overige (H)OV-verbindingen naar omliggende (Nieuwegein, Opgaven voor gebieden de Rijnenburg tot 2040Leidsche Rijn/De Meern, Montfoort en Ontwikkelen van een stedelijke wijk met een eigen centrum. • IJsselstein). omgeving (Nieuwegein, Leidsche Rijn/De •• Verbinden Verbindenvan vanRijnenburg de nieuwe met wijk de Rijnenburg met een ligthrail-verbinding Meern, Montfoort IJsselstein) door en groen-blauwe verbindingen en naar fietsdat aansluit op heten‘wiel met spaken’ overige (H)OV-verbindingen en wandelroutes. omliggende gebieden (Nieuwegein, Leidsche Rijn/De Meern, Montfoort en • Versterken IJsselstein).aanwezige landschappelijke hoofdstructuren als robuuste basis de toekomst. Zodat bijvoorbeeld bomen (Nieuwegein, die geplant worden hetRijn/De Verbinden van Rijnenburg met de omgeving Leidsche • voor raamwerk vormen voor de toekomst. Meern, Montfoort en IJsselstein) door groen-blauwe verbindingen en fietsraamwerk met gebruiksgroen, water en recreatieve • Landschappelijk en wandelroutes. verbindingen.
Versterken aanwezige landschappelijke hoofdstructuren als robuuste basis • (fiets-wandel) ingepast energielandschap samen metworden natuur, het sport, • Zorgvuldig voor de toekomst. Zodat bijvoorbeeld dat bomen diegaat geplant recreatie envormen waterberging de beoogde woningbouw. raamwerk voor deen toekomst. onder andere regionale sportfuncties. •• Sportlandschap Landschappelijkmet raamwerk met gebruiksgroen, water en recreatieve Natuurbehoud en ontwikkeling (ecologische zones). • (fiets-wandel) verbindingen. • Zorgvuldig ingepast energielandschap dat samen gaat met natuur, sport, Programma recreatie en waterberging en de beoogde woningbouw. • Sportlandschap met onder andere regionale sportfuncties. Realiseren van een stedelijke wijk met een eigen centrum. en ontwikkeling (ecologische zones). Een wijk van onge• Natuurbehoud veer 22.000 - 25.000 woningen met bijbehorende (groen)voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid. Programma Realiseren ingepast energielandschap gaat met Realiserenvan vaneen eenzorgvuldig stedelijke wijk met een eigen centrum.dat Eensamen wijk van ongenatuur, sport,- recreatie en waterberging en de beoogde woningbouw. en veer 22.000 25.000 woningen met bijbehorende (groen)voorzieningen ruimte voor werkgelegenheid. Zoeklocatie voor een roeibaan en andere regionale sportvoorzieningen.
Realiseren van een zorgvuldig ingepast energielandschap dat samen gaat met natuur, sport, recreatie en waterberging en de beoogde woningbouw. Zoeklocatie voor een roeibaan en andere regionale sportvoorzieningen.
Colofon Gemeente Utrecht www.utrecht.nl/rsu2040 Oplegger RSU, december 2022 Bestuurlijk opdrachtgever Eelco Eerenberg Ambtelijk opdrachtgever Margo Meijer Concept en vormgeving Gemeente Utrecht Projectteam Viola Salemans Hilco van der Wal Kasper Benneker Pieter van der Straaten Wessel Wikkerink Joke Brouwer Kilian Lode Sanneke van Wijk Niets uit deze rapportage mag worden overgenomen zonder bronvermelding. Eventuele rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal kunnen contact opnemen met de gemeente Utrecht.
20
1 Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040).docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040) Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Ruimtelijke Ordening Ontwikkelorganisatie Ruimte Viola Salemans 10726067 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De volgende principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad toe te voegen aan de principes zoals vastgesteld onder beslispunt 4 in het Raadsbesluit ‘Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, en daarmee aan de koers van de Omgevingsvisie Utrecht: a. De kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad; b. Groei in balans. 2. Rijnenburg toe te voegen aan de vier verstedelijkingsknooppunten zoals vastgesteld onder beslispunt 2 in het Raadsbesluit Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking, met als voorwaarden:. a. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035; b. De ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en LunettenKoningsweg niet schaden. 3. De oplegger RSU2040 toe te voegen aan de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ ter aanvulling van de ‘Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ als onderdeel van de koers van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de oplegger RSU2040 zijn de richtinggevende afspraken op de RSU2040 samengebracht. Door vaststelling worden deze aan de RSU2040 toegevoegd en vormt deze aanvulling basis voor verdere uitwerking van de RSU2040.
Context Aanleiding De coalitiepartijen hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat de aanvullende en richtinggevende afspraken m.b.t. de RSU2040 samengebracht worden in een oplegger RSU2040, welke aangeboden wordt ter besluitvorming aan de raad in Q4 van 2022. Met dit raadsvoorstel geven we invulling aan deze afspraak. Na besluitvorming wordt de oplegger RSU toegevoegd aan de RSU 2040 en daarmee onderdeel van het ruimtelijk koersdocument van de Omgevingsvisie Utrecht. De keuze die is gemaakt in het coalitieakkoord om Rijnenburg uit te werken conform scenario Klein Rijnenburg tot een compacte stedelijke wijk, geeft richting aan de uitwerking van de RSU2040 en specifiek de wijze waarop Rijnenburg ingevuld kan worden. Ook stelt het coalitieakkoord dat ‘kwaliteit en leefbaarheid’ en ‘groei in balans’ belangrijke ruimtelijke principes zijn in de ontwikkeling van de stad. Deze horen bij de ruimtelijke principes die zijn vastgesteld met het raadsbesluit ter vaststelling van de RSU2040. Om deze aanvullende afspraken op de RSU2040 vast te stellen en daarmee als kaderstellende besluiten toe te voegen aan de Omgevingsvisie Utrecht, ligt de oplegger RSU 2040 ter besluitvorming voor aan de raad. Juridische context De oplegger RSU2040 is een aanvulling op het koersdocument RSU2040 voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht.
De RSU 2040 geeft de koers aan voor de uitwerking van de omgevingsvisies van gebieden in de stad en van de uitwerkingen van de thema’s. De oplegger RSU2040 vult dat aan met richtinggevende afspraken in aanvulling op de RSU2040. Op grond van artikel 108, lid 1 Gemeentewet en artikel 147, lid 2 Gemeentewet is de raad bevoegd de oplegger RSU2040 vast te stellen. Beoogd effect Focus aanbrengen in de uitwerking van de RSU2040 door richtinggevende afspraken uit het coalitieakkoord vast te stellen, en daarmee toe te voegen aan de ruimtelijke koers van Utrecht zoals vastgesteld in de RSU2040. Daarmee bestendigen we de koers van de RSU2040 en leggen we vast op welke wijze we Rijnenburg als permanente energielocatie en als gemengde stedelijke wijk willen ontwikkelen. Ook zorgen we ervoor dat de kwaliteit en leefbaarheid van de stad en groei in balans nog steviger worden meegenomen in de uitwerking van de RSU2040 tot beleid en concrete plannen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Op 15 juli 2021 heeft de raad de visie Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad; de ruimtelijke visie voor Utrecht in 2040 vastgesteld. Dit besluit is op 30 september in werking getreden. • Op 14 oktober 2022 is raadsbrief Stedelijk Sturing op groei in balans verzonden.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De volgende principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad toe te voegen aan de principes zoals vastgesteld onder beslispunt 4 in het Raadsbesluit ‘Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, en daarmee aan de koers van de Omgevingsvisie Utrecht: a. De kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad; b. Groei in balans.
2
Argumenten 1.1
Kwaliteit en leefbaarheid als principe voor ruimtelijke ontwikkeling vaststellen zorgt voor een stevigere focus op de kwaliteit van de bestaande stad, als basis voor de groei van de stad. We willen de grote vraag naar woningen faciliteren, en zetten daarom in op groei van de stad. De RSU beschrijft daarvoor de koers. Maar: de groei van de stad mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de bestaande stad. We zetten juist erop in om de groei van de stad bij te laten dragen aan de kwaliteit van de bestaande stad. Door dit als principe voor ruimtelijke ontwikkeling toe te voegen aan de RSU2040, verankeren we dit als basis voor verdere uitwerking van ruimtelijk beleid en ruimtelijke plannen.
1.2
Groei in balans als principe voor ruimtelijke ontwikkeling vaststellen zorgt ervoor dat we steviger kunnen sturen op de randvoorwaardelijke mobiliteits- en groenstructuren, werkgelegenheid en voorzieningen en energie als de ruimte en middelen schaars zijn. Bij de groei van de stad gaat het niet alleen om de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen. Dat moet gepaard gaat met de groei van groen, duurzame mobiliteit en energie en maatschappelijke voorzieningen. Bij het MPR 2022 constateerden wij dat we de randvoorwaarden voor groeien in balans nog beter op orde moeten en kunnen krijgen. Op basis van de huidige programmering groeien we namelijk nog niet in balans. Extra inspanning is nodig om groen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen en energievoorzieningen voldoende te laten meegroeien met de groei van het aantal woningen in de stad. Het opnemen van groei in balans als principe voor ruimtelijke ontwikkeling helpt ons in het maken van de afwegingen en keuzes die gemaakt moeten worden, omdat de beschikbare ruimte en financiële middelen beperkt zijn.
Kanttekeningen/ Risico’s 1.1
Omdat de ruimte en middelen beperkt zijn, kunnen niet alle opgaven in gelijke mate meegroeien met de groei van de stad We willen groeien in balans en sturen op de kwaliteit in de bestaande en groeiende stad. De beschikbare ruimte en financiële middelen zijn beperkt. Dat betekent dat afwegingen en keuzes noodzakelijk zijn om de ontwikkeling van de stad in goede banen te leiden. Het maken van keuzes kan ertoe leiden dat niet alle opgaven in gelijk mate meegroeien. De stand van zaken wordt jaarlijks gerapporteerd via het Meerjaren Perspectief Ruimte.
Beslispunt 2
Rijnenburg toe te voegen aan de vier verstedelijkingsknooppunten zoals vastgesteld onder beslispunt 2 in het Raadsbesluit Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking, met als voorwaarden:. a. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035; b. De ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12zone en Lunetten-Koningsweg niet schaden.
Argumenten 2.1
Met het toevoegen van Rijnenburg als verstedelijkingslocatie verankeren we de afspraak in het coalitieakkoord 2022 dat Rijnenburg ontwikkeld wordt met energieopwekking en woningbouw, conform scenario Klein Rijnenburg. In de RSU2040 bleef de vraag of Rijnenburg wel of niet als woningbouwlocatie te ontwikkelen onbeantwoord. In het coalitieakkoord 2022 is daar een keuze in
3
gemaakt: we ontwikkelen Rijnenburg als locatie voor energieopwekking en woningbouwlocatie in een compacte gemengde stedelijke wijk, uiteraard in balans met andere onderdelen van de barcode. Door dit vast te stellen maken we dit onderdeel van de ruimtelijke koers van Utrecht, als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Uitgangspunt daarbij is dat het de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden, en de bouw in ieder geval niet voor 2035 zal starten. Kanttekeningen/ Risico’s 2.1
De invulling van Rijnenburg vraagt verdere uitwerking. In deze oplegger worden geen aanvullende keuzes gemaakt voor de invulling en het ontwerp van Rijnenburg t.o.v. de ontwerpstudie voor Rijnenburg die in februari ’22 met de raad is gedeeld. De uitwerking van Rijnenburg loopt via een apart proces, waarover de raad is geïnformeerd in de raadsbrief ‘invulling coalitieakkoord gebiedsontwikkeling Rijnenburg en mobiliteitsonderzoek ontsluiting Rijnenburg’ van 21 oktober ‘22.
Beslispunt 3
De oplegger RSU2040 toe te voegen aan de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ ter aanvulling van de ‘Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ als onderdeel van de koers van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/
Argumenten 3.1
Hiermee blijft de Omgevingsvisie actueel De ‘Omgevingsvisie Utrecht’ bevat het overkoepelende integrale beleid over de fysieke leefomgeving en het stedelijk beleid over diverse beleidsvelden van gemeente Utrecht. De ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 maakt onderdeel uit van de koers van de Omgevingsvisie. De oplegger RSU2040 is daar een aanvulling op.
Financiën Uitvoering van de RSU gaat gepaard met een grote publieke investeringsopgave, ook in de fasen 1 tot en met 3 (de periode tot circa 2035). Voor ongeveer de helft van deze investeringsopgave zijn al budgetten begroot of gereserveerd. Om de resterende opgave te overbruggen passen we diverse strategieën toe, die per opgave en per project op verschillende manieren kunnen worden gecombineerd. De voornaamste strategieën zijn (in willekeurige volgorde): • Baathebbers betalen mee (gebruikers en/of ontwikkelende partijen, bijvoorbeeld via kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen) • Inzet van toekomstige extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb (“Groeikader”) • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (denk aan: grondexploitaties, erfpacht) • (Aanvullende) bijdragen van andere overheden • Bijsturing in projecten en/of combineren van investeringen met andere opgaven.
Vervolg Het college monitort en rapporteert periodiek over de kwaliteit en leefbaarheid en de groei van de stad in balans via het Meerjarenperspectief Ruimte. Het MPR,s het monitoringsinstrument voor ambities uit de RSU2040. Om het MPR hiervoor optimaal te kunnen gebruiken, werken we aan de doorontwikkeling van het MPR2023, onder meer door de leesbaarheid te verbeteren en gebruik te maken van visualisaties. In het MPR2022 heeft de monitoring vorm gekregen in een beschrijving van opgaven per gebied, aansluitend bij de onderdelen van de barcode. In het MPR 2023 scherpen we deze beschrijving verder aan, met meer aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van de stad en groei in balans. Informatie uit de monitoring wordt gebruikt voor eventuele bijsturing in daaropvolgende jaren, zowel voor thematische opgaven als voor investeringen in de verschillende gebieden in de stad. Het college doet hiertoe voorstellen aan de raad. 4
Bijsturingsvoorstellen die relevant zijn voor de financiële kaders voor de programmabegroting worden opgenomen in de Voorjaarsnota. Ook doet het college voorstellen tot besluitvorming over specifieke elementen in het MPR, waar deze de bevoegdheid van de raad betreffen. Een belangrijke notie hierbij is dat de mogelijkheid tot bijsturen mede wordt bepaald door de fase waarin een plan zich bevindt. Een plan in beginfase heeft meer ruimte om in bij te sturen dan een plan waarover reeds afspraken zijn gemaakt met andere partijen, of wanneer een plan in uitvoering is. Dan zijn de kosten voor bijsturen namelijk substantieel hoger en daardoor minder reëel. Daarnaast werkt het college aan verschillende producten ten behoeve van de stedelijke sturing zoals beschreven in de oplegger RSU2040. Het college zal de raad regelmatig informeren en betrekken bij de uitwerking van de stedelijke sturing en de keuzes die hierin te maken zijn. Ondertussen werken we ook, samen met de stad, door aan de toekomstige plannen en projecten om Utrecht klaar te maken voor de toekomst.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. In maart ’22 hebben gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. In juni ’22 hebben de coalitiepartijen haar coalitieakkoord gepresenteerd. De afspraken in dit coalitieakkoord met invloed op de koers van de RSU2040 zijn samengebracht in deze oplegger. Momenteel werken we een aanpak uit om toekomstgesprekken met de stad te organiseren, over de kwaliteit van de stad. We gaan in gesprek met de Utrechtse inwoners en ondernemers, want de ontwikkeling van de stad gaat niet alleen over toekomstige Utrechters, maar juist ook over de huidige inwoners en ondernemers. Deze toekomstgesprekken gaan over de stad als geheel, en zijn een aanvulling op de participatie die op gebieds- en projectniveau wordt georganiseerd.
Communicatie De oplegger RSU2040 zal te vinden zijn op de website van de Omgevingsvisie Utrecht, op de pagina van de RSU2040 zelf. Daarbij voegen we een paragraaf toe hoe deze oplegger tot stand is gekomen en vatten we samen welke besluiten bij deze oplegger genomen zijn.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Oplegger RSU2040 Bijlagen informatief -
5
3.3 Raadsvoorstel Vaststelling Facetbestemmingsplan Gasleiding Reijerscop de Meern Zuid 1 Raadsvoorstel Vaststelling Facetbestemmingsplan Gasleiding Reijerscop.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling Facetbestemmingsplan Gasleiding Reijerscop de Meern Zuid Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Ruimtelijke Ordening Ontwikkelorganisatie Ruimte Jeroen Rodrigo 10676753 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin het voorstel om de twee volgende ambtshalve wijzigingen in het Facetbestemmingsplan gasleiding Reijerscop de Meern Zuid te verwerken: a. Aangepaste ligging nieuwe dubbelbestemming leiding – gas nabij meet- en regelstation Reijerscop; b. Er is een uitbreiding op de bomenparagraaf. 2. Het Facetbestemmingsplan Gasleiding Reijerscop de Meern Zuid, dat is vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPFACGASREIJERSDMZ-VA01 vast te stellen, op basis waarvan de aanleg van een ondergrondse gasleiding voor hoogcalorisch gas mogelijk wordt gemaakt.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Het Facetbestemmingsplan Gasleiding Reijerscop de Meern Zuid heeft als doel het mogelijk maken van een ondergrondse hoogcalorische gasleiding waarmee één bedrijf (Eneco, gevestigd aan de Atoomweg) in de gemeente Utrecht aangesloten wordt op het hoogcalorisch gasnet. Deze verplichte omschakeling volgt uit een besluit van de minister van Economische zaken op 3 december 2018, met als doel het reduceren en uiteindelijk stopzetten van de gaswinning in Groningen. Er zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen twee ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.
Context Aanleiding Op 3 december 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een verplichting tot omschakeling naar hoogcalorisch gas of een duurzaam alternatief aangekondigd voor bedrijven met een verbruik van meer dan 100 miljoen Nm3 laagcalorisch gas. Om één van deze bedrijven, gelegen in de gemeente Utrecht, aan te sluiten op het hoogcalorisch gasnet, moet er een nieuwe gasleiding aangelegd worden op het tracé van Hoornaar tot meet- en regelstation Reijerscop. De omschakeling moet plaatsvinden voor juli 2023. Het tracé van de aan te leggen gasleiding loopt door vijf andere gemeenten, waar gelijktijdig een bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen. De gasleiding wordt uitsluitend aangelegd om Eneco aan te sluiten op het hoogcalorisch gasnet. Juridische context Op grond van artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan vast. In het geval van een facetbestemmingsplan blijven de regels van het onderliggende bestemmingsplan Meet- en regelstation Reijerscop, de Meern Zuid (NL.IMRO.0344.BPMEETREIJDEMEERN-VA01) en Rijnenburg (NL.IMRO.0344.BPRIJNENBURGUTRECH-VA01) gelden en wordt er alleen een dubbelbestemming leiding – gas toegevoegd naast de huidige dubbelbestemming leiding – gas.