Agendabundel
Tekst van het document
Zo wordt het voor gemeenten beter mogelijk om rekening te houden met verschillen tussen gebieden en om de beschikbare ruimte op een evenwichtige manier te verdelen. Sommige instructieregels zijn dwingend: daaraan moet worden voldaan. Maar er zijn ook veel regels waar beleidsvrijheid voor geldt (bijvoorbeeld de zogeheten ‘kan’-bepalingen). Een omgevingsvisie geeft de onderbouwing voor de wijze waarop deze regels worden ingevuld. Voor een deel van de regels is voor een overgangstermijn voorzien door middel van een tijdelijke set regels (de ‘Bruidsschat’) totdat er regels in het omgevingsplan zijn opgenomen. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de landelijke regels voor bouwen of slopen. Dit besluit bevat eisen aan de veiligheid van woningen en andere bouwwerken.
Normen voor geluid Ruimtelijke ontwikkelingen De Omgevingswet kent voor ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw of aanleg van wegen) een systeem van standaardwaarden en grenswaarden voor verschillende geluidbronsoorten. De standaardwaarden zijn qua hoogte vergelijkbaar met de advieswaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO 2018) stelt en hier dient in eerste instantie aan te worden voldaan. Volgens de Omgevingswet dient de initiatiefnemer nadrukkelijk de mogelijkheden voor bronmaatregelen te onderzoeken en af te wegen. Het staat een gemeente vrij om gemotiveerd nieuwe ontwikkelingen toe te staan boven de standaardwaarde – tot aan de grenswaarde - als geen maatregelen mogelijk zijn. De volgende tabel geeft een samenvatting van de geldende normen voor het geluid op de gevel. Verder gelden ook normen voor het binnenniveau in de woningen.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
43/61
Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid Omgevingswet (Lden in dB) Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde Nieuwe
Aanleg of
geluidgevoelige
Wijziging bron
gebouwen en locaties Rijks- en provinciale wegen Gemeentewegen
50
60
65
53
70
70
55
65
70
50
55
60
Hoofd- en lokale spoorwegen (niet zijnde onderdeel van een weg) Industrieterreinen
Tabel 1: Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid
De wettelijke regeling biedt gemeenten de mogelijkheid om voor vervangende nieuwbouw 5 dB meer geluid toe te staan. Dat geldt ook wanneer bijvoorbeeld een kantoor wordt omgezet naar woningen (transformatie). De regelgeving biedt de mogelijkheid (het is zeker geen recht) voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige gebouwen boven de wettelijke grenswaarden. Het gaat dan om constructies die conform de wet beschouwd mogen worden als ‘niet-geluidgevoelige gevel’ en waar niet getoetst hoeft te worden. Dat zijn zogeheten dove gevels zonder te openen delen of gevels met een bouwkundige toevoeging waarachter het geluid niet hoger is dan de grenswaarde. Dove gevels geven een beperking van de keuzevrijheid van bewoners om een raam open te zetten en te kunnen spuien. Los hiervan is het mogelijk om vanwege zwaarwegende belangen boven de grenswaarde woningen te laten ontwikkelen. De Omgevingswet geeft aan dat in het belang van het beschermen van de gezondheid een geluidluwe gevel moet worden betrokken bij de afweging om het geluid bij nieuwe woningen boven de standaardwaarde uit te laten komen. Binnen de Omgevingswet is een geluidluwe gevel gedefinieerd als: 'een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid'. Er is geen absolute waarde gegeven voor het maximale geluid op een geluidluwe gevel.
Meestal wordt beleidsmatig gesteld dat het geluid ter plaatse van een geluidluwe gevel kan voldoen aan de standaardwaarden. Deze waarden komen ongeveer overeen met de richtwaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie heeft afgegeven (respectievelijk 53 en 54 dB voor weg- en railverkeerslawaai). Bij overschrijding van een standaardwaarde vindt ook een beoordeling plaats van het gecumuleerde geluid. Dus in situaties waarbij sprake is van geluid van wegverkeer, lokaal spoor (trams), railverkeer
Beleidsnota Geluid en Trillingen
44/61
en/of industrieterreinen. In principe moet ook luchtvaartlawaai hierbij worden betrokken, maar dat geldt alleen vanaf een zekere toetswaarde die in de gemeente Utrecht niet te boven wordt gegaan. Ook moet het geluideffect van wijzigingen worden beoordeeld; bijvoorbeeld wanneer als gevolg van de bouw van een nieuwe woonwijk meer verkeer in de omgeving gaat rijden en/of wanneer een weg wordt aangepast. Het indirecte effect van een plan op de omgeving mag niet meer dan 1,5 dB bedragen. Hetzelfde geldt voor akoestisch relevante fysieke wijzigingen in de omgeving, bijvoorbeeld de sloop van een geluid afschermend gebouw. Wanneer niet kan worden voldaan aan de normen, wordt het geluid door het treffen van maatregelen zoveel mogelijk beperkt. De wet geeft wel de mogelijkheid voor afwijking tot aan de wettelijke grenswaarde. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Er wordt in het Bkl niet voorgeschreven wanneer de toetsing plaatsvindt. Dat kan bij vaststelling van het omgevingsplan zelf maar het is verstandiger om dit door te schuiven naar het moment van aanleg of realisatie omdat dan concreter kan worden getoetst en er geen onnodige maatregelen hoeven te worden onderzocht.
Daarvoor wordt een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit in het leven geroepen. Dit wordt geregeld in het omgevingsplan. Individuele bedrijven Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) schrijft geen landelijk geldende geluidregels voor. Binnen het kader van de Omgevingswet geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aan het lokale bevoegd gezag de instructie om in het omgevingsplan grenswaarden voor geluid en trillingen op te nemen voor bedrijfsmatige activiteiten. Dit kan om meer activiteiten gaan dan alleen de in het Bal gereguleerde, milieubelastende activiteiten. Voor bepaalde bedrijven stelt het Bal geen regels meer. Het gaat voornamelijk om bedrijven met milieubelastende activiteiten met een laag risico, bijvoorbeeld horeca, concertpodia, evenementenhallen, sportfaciliteiten, winkels, onderwijsgebouwen, dierenasiels, parkeergarages, et cetera. De gemeente kan voor deze branches ook regels toevoegen aan het omgevingsplan. Aan de instructieregel van het Bkl wordt in ieder geval voldaan als de daarin opgenomen standaard grenswaarden één op één worden overgenomen. Deze standaard grenswaarden lijken veel op de oude grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Bkl biedt echter de mogelijkheid om – afwijkend van de standaard grenswaarden – gebiedsgericht gedifferentieerde normen voor het geluid van bedrijven (activiteiten) op te stellen.
Zo kan, net als onder het Activiteitenbesluit, een laag achtergrondniveau van het geluid in een rustige woonwijk aanleiding zijn om lagere geluidnormen vast te stellen om daarmee de geluidhinder te beperken. Ook kan cumulatie van geluid van meerdere bedrijven een reden zijn om in het omgevingsplan van de standaardwaarden af te wijken (lagere norm).
Beleidsnota Geluid en Trillingen
45/61
Basisgeluidemissie De oude wetgeving bevatte geen normen voor het geluid van gemeentelijk wegverkeer in de bestaande situatie. Alleen bij nieuwe ontwikkelingen of wijziging van de infrastructuur vond een toets plaats. Dat leidde ertoe dat in Nederland op veel plaatsen sprake is geweest van een onbegrensde autonome groei van het geluid. Alleen in het kader van de vijfjaarlijkse cyclus van de EU-geluidkartering en het daaropvolgende actieplan geluid wordt aandacht gevraagd voor de bestaande geluidsituatie. Dit is echter geheel beleidsvrij en er zijn geen regels of normen die in acht moeten worden genomen. Met de komst van de Omgevingswet is dat veranderd: er is een vorm van naleving geïntroduceerd (naast het blijvend toetsten van plannen met een relevante impact). In het kort komt het erop neer dat bij aanvang van het nieuwe systeem wordt vastgelegd wat de bestaande geluidsituatie is: de basisgeluidemissie. Elke vijf jaar wordt gemonitord hoe deze is gewijzigd. Bij een toename vanaf 1,5 dB (= 40% groei) moet verplicht een afweging worden gemaakt hoe deze toename teniet kan worden gedaan met geluidbeperkende maatregelen. Wanneer het geluid blijvend is gestegen tot boven de grenswaarde van 70 dB moet door de wegenbeheerder verplicht geluidsisolerende maatregelen aan woningen worden onderzocht en indien nodig worden getroffen.
Het aanhouden van een marge ten opzichte van deze waarde bij nieuwe ontwikkelingen kan voorkomen dat in een later stadium maatregelen op kosten van de gemeente moeten worden getroffen. De vijfjaarlijkse cyclus van verslaglegging over de monitoring van de geluidemissie valt samen met het vanuit EU-richtlijn omgevingslawaai verplichte actieplan geluid, waardoor beide verplichtingen worden gecombineerd. Deze nieuwe werkwijze leidt ertoe dat bij ruimtelijke plannen en verkeersprojecten een groter gewicht moet worden toegekend aan een mogelijke toename van het verkeer door de verkeeraantrekkende werking. Voorkomen moet worden dat sluipenderwijs een toename van de geluidemissie ontstaat en maatregelen vervolgens bij de vijfjaarlijkse toetsing problematisch blijken te zijn. Dit nieuwe wetstelsel leidt ook tot een verplichte afweging en toetsing bij de bouw of sloop van objecten (vanwege reflecties of afscherming) en OV-besluiten.
Trillingen Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geeft geen regels voor trillingen. Net als bij geluid schrijft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor dat trillingregels voor bedrijven moeten worden opgenomen in het omgevingsplan en zijn de standaardwaarden vergelijkbaar met die uit het Activiteitenbesluit. De trillingregels voor bouwactiviteiten uit het Bouwbesluit zijn overgezet naar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor trillingen in bestaande woningen langs infrastructuur gelden ook onder de Omgevingswet geen normen. Er kan wel gebruik worden gemaakt van de richtwaarden van de Stichting Bouwresearch (SBR). Door middel van metingen en rekenonderzoek kan in beeld worden gebracht hoe sterk de trillingen langs spoor- en tramlijnen zullen zijn. Ook bij de aanleg van nieuwe tramlijnen wordt een prognose gemaakt van de te verwachten trillingen in woningen.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
46/61
Bijlage 2 Evaluatie & participatie Bij het opstellen van een omgevingsvisie (en daaronder vallende Beleidsnota zoals het nu voorliggende stuk) dient - conform de beleidscyclus (zie onderstaande figuur) - eerst een analyse te worden gemaakt van het bestaande beleid. Dat heeft een tweeledig doel: wat werkte wel, wat kan beter? Daarbij wordt ook gekeken naar de uitslag van geluidberekeningen, hinder-enquêtes en aantallen klachten. Met de Beleidsnota voor geluid en trillingen, onderdeel van de Omgevingsvisie, borduren we niet alleen voort op bestaand beleid, maar willen we ook nieuwe keuzes maken. Door middel van enquêtes is opgehaald welke ideeën er leven onder de bewoners van Utrecht over geluid en trillingen. Zie hiervoor de paragraaf Participatie. Sinds de totstandkoming van het laatste vastgestelde lokale Utrechtse geluidbeleid in 2014 zijn nieuwe beleidsontwikkelingen doorgemaakt; bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid, mobiliteit en stedenbouw. Ook deze zaken beïnvloeden het beleid voor geluid en trillingen. De inhoudelijke analyse van enkele bestaande relevante beleidskaders staat beschreven in bijlage 3.
Figuur 14: Beleidscyclus
Beleidsnota Geluid en Trillingen
47/61
Wat werkte wel; wat kan beter Beleid voor nieuwe ontwikkelingen
Vanaf 2007 heeft de gemeente Utrecht lokaal geluidbeleid voor nieuwe ontwikkelingen, deels op basis van provinciale regels;
De gemeente stelt aanvullende eisen voor geluidbelaste locaties; daardoor worden compenserende maatregelen getroffen (zoals geluidluwe gevel, rustige buitenruimte en gunstige woningindeling);
De regels hebben regelmatig geleid tot aanpassing van plannen; de plannen konden wel altijd doorgang vinden;
Een aandachtspunt is om te letten op de ‘geest van beleid’: een technisch goede oplossing geeft soms niet de gewenste kwaliteit van het resultaat;
Sommige versoepelende regels zijn nauwelijks toegepast of nog relevant.
Verkeer
Utrecht kent door de bundeling van verkeer op een beperkt aantal hoofdwegen een sterke scheiding tussen rustige woonwijken en drukke straten. Dat willen we behouden, en dat brengt met zich mee dat langs deze hoofdinfra meer geluid wordt geaccepteerd;
Voor de aanpak van knelpunten in de bestaande stad geeft het actieplan geluid een waarde van 63 dB als uitgangspunt;
Een uitzondering geldt voor locaties langs de hoofdwegen. Hier wordt hier een drempelwaarde van 68 dB gehanteerd. Deze is gelijk aan de uiterste grenswaarde voor nieuwe situaties.
Bedrijven
Het geluid dat bedrijven mogen veroorzaken werd geregeld via de standaard normen van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit (in het algemeen een etmaalwaarde van 50 dB(A));
Van deze standaardwaarden kon in individuele gevallen (naar beneden én naar boven) worden afgeweken via een maatwerkvoorschrift. Een laag achtergrondniveau in een rustige woonwijk was regelmatig aanleiding om de normen middels een maatwerkvoorschrift met 5 dB aan te scherpen, omdat de hinder van de specifieke bron sterker ervaren wordt in een rustige omgeving;
In de praktijk vond dat meestal plaats naar aanleiding van overlastmeldingen. Na het uitvoeren van geluidsmetingen werd een maatwerkprocedure opgestart door de omgevingsdienst waarna pas maatregelen werden getroffen. Hierdoor duurde het vaak wel een paar maanden voordat de overlast door geluidhinder van bijvoorbeeld klimaatinstallaties of ventilatoren kon worden teruggedrongen.
Uitleggebieden
In de uitleggebieden (Leidsche Rijn en Vleuterweide) hebben we de oorspronkelijk beoogde geluidkwaliteit bij planvorming gedurende de gehele uitwerking gehandhaafd;
Resultaat: een significant lagere score op gemelde geluidhinder (zie de paragraaf Analyse hinder);
Beleidsnota Geluid en Trillingen
48/61
Voor nieuwe grotere ontwikkelingen stellen we daarom een hogere geluidambitie voor dan de wettelijke grenswaarden.
Voortschrijdend inzicht
De uiterste wettelijke grenswaarden bieden geen garantie voor een gezonde leefomgeving; In de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen is daarom de ambitie geformuleerd om strenger te zijn dan de wet;
Een geluidbelasting boven de 63 dB is vanuit gezondheidsperspectief niet wenselijk (de grenswaarde uit de Wet geluidhinder voor binnenstedelijk wegverkeer en spoor is 68 dB).
Trillingen Sinds 2017 wordt bij nieuwe bouwplannen binnen honderd meter van het spoor gekeken naar trillingen van spoorverkeer. Bij bestemmingsplannen of Wabo-vergunningen worden grenswaarden voor trillingen opgelegd waaraan bij de bouwaanvraag wordt getoetst. Dat heeft als gevolg dat voor een bestemmingsplan en bouwaanvraag een trillingsonderzoek moet worden aangeleverd. De meeste bouwprojecten moeten nog worden ontworpen of gebouwd zodat het voor een evaluatie te vroeg is. De ervaring leert dat met de toegepaste beoordelingswijze bouwplannen aan de eisen kunnen voldoen. Meestal leidt dit tot aanpassingen en maatregelen die haalbaar zijn binnen het plan. Bij nieuwbouwplannen langs wegen wordt doorgaans niet naar trillingen van wegverkeer gekeken. De kans op voelbare wegtrillingen is bij nieuwbouw gering. Bij bestaande trillingsgevoelige oudere woningen (op staal gebouwd en met houten vloeren) kunnen wel relevante trillingen voorkomen. Bijvoorbeeld veroorzaakt door bussen en zwaar verkeer of nabij verkeersdrempels. Hierover komen af en toe wel meldingen binnen. Analyse hinder Sinds 2006 wordt aan de inwoners van Utrecht gevraagd naar de mate van ondervonden geluidhinder (enquête onder circa 30.000 inwoners).
In de jaarlijkse Programmabegroting is als indicator opgenomen dat we streven naar een maximum percentage van 22% van de bewoners dat aangeeft vaak overlast te hebben van verkeerslawaai. Zoals uit onderstaande figuur blijkt, raakt dit doel de laatste paar jaar steeds verder uit het zicht.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
49/61
35
30
25
20
15 Utrecht gemiddeld 10
Gemiddeld Leidsche RijnVleuten-De Meern Gemiddeld bestaande stad
5
0 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Figuur 15: percentage van de bewoners dat aangeeft vaak overlast te hebben van verkeerslawaai
In de uitleggebieden Leidsche Rijn en Vleuterweide gold bij de ontwikkeling vanuit wetgeving een norm die voor gemeentelijke wegen 5 dB strenger was dan bij ontwikkelingen in de rest van de bestaande stad. Bovendien zijn deze wijken zo opgezet dat er maar een beperkt aantal drukke stroomwegen zijn gerealiseerd, waardoor grote geluidluwere woonwijken zijn ontstaan. Dit beeld is terug te zien op de geluidkaarten die we elke vijf jaar maken (zie hoofdstuk 3). Deze aanpak heeft geleid tot een aanzienlijk lager hinderpercentage. Inmiddels zien we echter ook in deze wijken de drukte toeneemt en daarmee de ervaren geluidhinder. Voor het geluid van spoorwegen en industrieterreinen zijn geen vergelijkbare enquêteresultaten, maar uit het EU-karteringsonderzoek (zie ook hoofdstuk 3) blijkt dat het percentage gehinderden door deze bronnen steeds 1% of minder bedraagt. In de enquêtes werd niet gevraagd naar ervaren hinder door trillingen; daarom is in het kader van deze Beleidsnota in 2021 nader onderzoek gedaan (zie paragraaf Participatie en inspraak). In de jaren 2011 tot 2022 zijn circa 300 meldingen binnengekomen over trillingsoverlast. Het overgrote deel had betrekking op trillingen door bouw- en sloopactiviteiten. Door inspecteurs worden deze meldingen onderzocht en zo nodig vindt er handhaving van wettelijke regels plaats. Beleidsnota Geluid en Trillingen
50/61
Sanering Conform de Wet geluidhinder kwamen woningen die in 1986 een hogere geluidbelasting hadden dan 60 dB(A) in aanmerking voor door het Rijk gesubsidieerde maatregelen (vaak was dat geluidisolatie). In de afgelopen decennia heeft Utrecht vrijwel alle woningen in de hoogste geluidklasse aangepakt. In 2020 is een subsidieaanvraag gedaan voor alle resterende saneringswoningen in lagere geluidklassen. Deze voorbereidingssubsidie is toegekend zodat de sanering van deze woningen onder de oude wet kan worden afgerond. Vanwege een beperkt rijksbudget is de grenswaarde waarboven het Rijk nu 100% subsidie verleent opgetrokken naar 70 dB. Uit de EU-geluidkartering over het jaar 2016 blijkt dat in Utrecht geen woningen langs gemeentelijke wegen zijn boven deze grenswaarde. De verwachting is dat er geen of nauwelijks verplichte saneringswoningen zullen zijn die vallen onder de Omgevingswet. Voorkomen moet worden dat nieuwe situaties boven de 70 dB ontstaan: dan is de gemeente zélf verplicht verantwoordelijk (ook financieel) voor het aanbrengen van een afdoende geluidisolatie bij deze woningen.
Participatie en inspraak Door middel van een enquête onder 3.500 leden van het bewonerspanel is bij de voorbereiding op deze Beleidsnota Geluid en Trillingen in 2021 aan de bewoners gevraagd wat zij belangrijk vinden met betrekking tot geluid en trillingen. De resultaten zijn terug te vinden op de gemeentelijk website: Resultaten bewonerspanel Utrecht geluid en trillingen | Gemeente Utrecht Samengevat kunnen onderstaande conclusies worden getrokken.
66% van de panelleden heeft wel eens last van geluidhinder door verkeer. 72% heeft wel eens last van andere geluidhinder. Dit geldt voor bijna 1 op de 5 panelleden bij geluid van bedrijven;
De meeste panelleden denken dat geluidoverlast komt door gewoon wegverkeer (46%) of door buren (44%);
Veel panelleden (85%) vinden dat de gemeente en politie beter moet handhaven, bijvoorbeeld op te hard of asociaal rijden;
Ongeveer driekwart vindt dat de gemeente duidelijk moet communiceren bij (tijdelijke) geluidhinder, zodat inwoners zich erop kunnen instellen;
De overgrote meerderheid van de panelleden vindt een stille plek in of rondom het huis belangrijk. Een stille plek in de buurt of in de stad vindt men minder belangrijk;
Een meerderheid (57%) van de panelleden voelt (bijna) nooit trillingen;
Panelleden die wel eens trillingen voelen: 40% heeft hier last van en 15% slaapt er slecht van. De meeste panelleden denken dat deze trillingen komen door zwaar wegverkeer (vrachtwagens, bouwverkeer).
In de reacties op de open vragen komt naar voren dat mensen hinder ondervinden van tijdelijke (relatief kortdurende) situaties met een hoger geluidniveau. Uit gezondheidsonderzoeken blijkt dat, hoewel er zeker sprake is van hinder, het effect op de gezondheid beperkt is. Gezondheidseffecten treden met name op bij langdurig verblijf in een lawaaiige omgeving. Beleidsnota Geluid en Trillingen
51/61
Bijlage 3 Overzicht beleidskaders Met de komst van de Omgevingswet zijn voor het aspect geluid veel zaken wettelijk gewijzigd. Dat heeft ook tot gevolg dat het lokale geluidbeleid in lijn met de Omgevingswet moet worden gebracht, zodat het formeel deel kan uitmaken van de omgevingsvisie. Sinds de totstandkoming van het laatst vastgestelde geluidbeleid (Geluidnota 2014-2018, waarvan de looptijd is verlengd tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet) heeft Utrecht nieuwe beleidsontwikkelingen doorgemaakt; bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid, milieu, mobiliteit en stedenbouw. Het aspect geluid komt bij verschillende organisatieonderdelen binnen de gemeente voor. Naast kernzaken als ruimtelijke ordening en milieu kan worden gedacht aan evenementen, woningsplitsingen, tijdelijk wonen en short-stay, bouwlawaai, ontheffingen voor bedrijven, APV et cetera. In deze bijlage is een overzicht opgenomen van enkele beleidskaders en de relatie die deze hebben met het aspect geluid.
Geluidnota 2014-2018 Het voorgaande geluidbeleid was verwoord in hoofdstuk 4 van de Geluidnota Utrecht 2014-2018. Hieronder worden de belangrijkste beleidsuitgangspunten tegen het licht gehouden en wordt bezien in hoeverre zaken kunnen worden overgenomen of waar een (overweging tot) wijziging op zijn plaats is. Ruimte voor stedelijke ontwikkeling In de basis wordt gesteld dat het noodzakelijk kan zijn om op geluidbelaste locaties te bouwen mits er voldoende compensatie is om toch een goed akoestisch woon- en leefklimaat te bieden. Verder wordt vanuit de integraliteit aangesloten bij andere gemeentelijke beleidskaders. Dat past goed bij de wettelijke opgave om te komen tot een integrale omgevingsvisie voor de stad. Daarom hebben we bekeken welke huidige kaders van toepassing zijn zoals bijvoorbeeld de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen, de Mobiliteitsplan 2040 en de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Realistisch maatregelenonderzoek De Wet geluidhinder stelde dat we altijd moeten onderzoeken hoe en met welke maatregelen voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Alleen als maatregelen stuiten op zwaarwegende bezwaren van technische, financiële, landschappelijke of verkeerskundige aard, kan hiervan worden afgeweken. In de Geluidnota wordt daar al een voorzet voor gegeven en dit is grotendeels ongewijzigd overgenomen in de Beleidsnota Geluid en Trillingen.
Ook al kan er vaak niet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, het is in de praktijk vaak wel mogelijk om met maatregelen te voldoen aan de ambitiewaarde vanuit volksgezondheid.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
52/61
Invullen van ontheffingsprocedure Binnen de systematiek van de Wet geluidhinder moet er in eerste instantie worden voldaan aan een voorkeursgrenswaarde. Van deze waarde kan onder voorwaarden worden afgeweken. Er kan ontheffing (‘hogere waarde’) worden verleend tot aan een maximale ontheffingswaarde. In de systematiek van de Omgevingswet wordt nog wel gesproken van ‘standaardwaarde’ (voorheen voorkeursgrenswaarde) en ‘grenswaarde’ (voorheen maximale ontheffingswaarde), maar is er geen separate procedure aan gekoppeld. In het omgevingsplan moet duidelijk worden gemaakt waar en tot welk niveau er kan worden gebouwd; we volgen daarbij de Beleidsnota. Laatstgenoemde stelt ook de regels waaraan een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan moet worden getoetst. In de Geluidnota Utrecht 2014-2018 volgt de gemeente Utrecht de normering van de Wet geluidhinder. Zo wordt aangesloten bij het wettelijk kader en kan – zo nodig - de volledige ruimte in het normenstelsel worden ingezet. Door aanvullende voorwaarden te stellen, wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gerealiseerd. In de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen is aangegeven dat de maximale waarde die de wet toestaat, als ongezond moet worden bestempeld. Daarom is een ambitiewaarde in het leven geroepen die daar 5 dB onder zit.
Deze waarde (63 dB voor binnenstedelijk wegverkeerslawaai en het geluid van het spoor) is toegepast bij de wat grotere ontwikkellocaties. In de uitleggebieden hanteerden we al deze 5 dB lagere grenswaarde voor het geluid van binnenstedelijk verkeer. Het gevolg hiervan kan zijn dat er meer maatregelen moeten worden getroffen of dat er op grotere afstand van de geluidbron wordt gebouwd. Het kan echter in bepaalde gevallen nodig zijn dat in beperkte mate toch gebruik moet worden gemaakt van de maximale ruimte die de wet toestaat. Soms kan het betekenen dat er, door dichter op de weg te bouwen, méér woningen daarachter in de luwte kunnen worden gerealiseerd. Voorwaarden De Geluidnota stelt voorwaarden aan het verlenen van een ontheffing: geluidluwe gevel (waar wel aan de voorkeurswaarde wordt voldaan), rustige buitenruime en akoestisch gunstige woningindeling. Dat laatste houdt in dat er aan de luwe gevel minimaal 30% van de verblijfsruimte zoals woonkamer of slaapkamers moeten zijn gesitueerd (en niet de keuken of de badkamer). Een geluidluwe gevel is een gevel waar voor elke geluidbron wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De komst van de Omgevingswet levert een aantal belangrijke veranderingen:
Er wordt gerekend per geluidbronsoort in plaats van per bron (dus niet meer het toetsen van een afzonderlijke weg maar van al het wegverkeer bij elkaar);
Onder de Wet geluidhinder hoefden 30 km/uur wegen niet te worden getoetst. Straks tellen die wel mee voor zover de verkeersintensiteit meer is dan duizend motorvoertuigen per etmaal;
Het bovenstaande zorgt ervoor dat het lastiger is om een luwe gevel gerealiseerd te krijgen in situaties die we voorheen wel acceptabel vonden. Maar het is nodig om de eis van een luwe gevel tegen het licht te houden. In de Geluidnota staan enkele uitzonderingsbepalingen. Bijvoorbeeld voor onzelfstandige Beleidsnota Geluid en Trillingen
53/61
woningen en woningen kleiner dan 30 m2. Ook in centrumgebieden is de eis in bepaalde gevallen iets soepeler. De nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen kent eveneens aan de luwe zijde een belangrijke rol toe maar kent verder geen uitzonderingsbepalingen en geldt ook bij 30 km/u wegen (onder de Omgevingswet moeten deze ook worden meegenomen). Dat leidt ertoe dat de uitzonderingsbepalingen zijn herzien. De Geluidnota gaf geen aanwijzingen met betrekking tot de wijze waarop aan een luwe gevel vorm moet worden gegeven. Idealiter is dit een achterzijde van een woning maar bij eenzijdig georiënteerde appartementen is dit niet haalbaar en moet de oplossing worden gevonden in balkonschermen of inpandige loggia’s. Om aan de behoefte te voldoen wordt eenduidig aangegeven welke maatregelen hierbij nog als acceptabel kunnen worden bestempeld. Geluid van bedrijven bij woningen We hanteerden richtwaarden voor het maximaal te produceren geluid dat afhankelijk is van de omgeving: drukke stad, rustige woonwijk of stil buitengebied/stil hofje. Deze richtwaarden speelden een rol bij vergunningverlening of bij het opleggen van een maatwerkvoorschrift aan bedrijven die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vielen. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om gebiedsgerichte normen op te leggen. De richtwaarden worden daarmee grenswaarden.
Hiermee kunnen we in één keer voor alle bedrijven in rustige gebieden een lagere norm opleggen (anders zouden we per bedrijf een maatwerkvoorschrift op moeten leggen, hetgeen stuit op praktische bezwaren). In voorkomende gevallen – bijvoorbeeld wanneer het technisch of financieel onmogelijk is om aan de lagere norm te kunnen voldoen, kan met maatwerk weer de oude, hogere, norm worden terug gebracht. Voor bedrijven die zijn gelegen aan drukke wegen of in centrumgebieden blijft de bestaande hogere norm van kracht (dit kunnen ook lokale winkelcentra zijn; dit sluit aan bij de ambitie van de 10minutenstad met meerdere lokale centra). Bij het bestemmen van woningen en/of bedrijven in elkaars nabijheid hanteerden we altijd de VNGsystematiek van Bedrijven en Milieuzonering. De VNG actualiseert de lijsten met bedrijfscategorieën in deze methodiek echter niet meer. Het alternatief dat de VNG heeft geïntroduceerd heeft veel beperkingen; is eigenlijk alleen goed toepasbaar bij een bedrijventerrein met woningen daaromheen. We zullen daarom zoveel mogelijk vasthouden aan de oude systematiek. Hinder van bedrijfsgebonden verkeer toetsen De in deze paragraaf beschreven systematiek is de afgelopen acht jaar niet toegepast. In het algemeen kan wel worden gesteld dat het toetsen aan een toename van 1,5 dB in lijn is met de Omgevingswet.
Rijgeluid van treinen op een bedrijfsterrein Dit is toegepast bij de recente vergunning van het emplacement en bij nieuwe woningplannen in de omgeving daarvan (onder andere de Cartesiusdriehoek, de Kruisvaartkade en het Lombokplein). De wetgever heeft besloten om het gros van het geluid van een emplacement onder te brengen in het geheel van railverkeerslawaai. Het specifieke beleid voor emplacementen keert om die reden niet terug. De details van de nieuwe werkwijze zijn nog niet helemaal uitgekristalliseerd. In voorkomende gevallen zal ad hoc moeten worden gemotiveerd. Beleidsnota Geluid en Trillingen
54/61
Een goede ruimtelijke ordening – ruime afweging van geluid Zaken die niet wettelijk geregeld zijn worden beoordeeld vanuit het kader van “een goede ruimtelijke ordening”. Vaak is hier vanuit jurisprudentie al richting aan gegeven. Te denken valt aan zaken als stemgeluid afkomstig van terrassen en schoolpleinen, verkeersgeluid van 30 km/u straten, het effect van een plan op de bestaande omgeving. In de Omgevingswet is “een goede ruimtelijke ordening” vervangen door “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (in relatie tot de fysieke leefomgeving) hetgeen een vergelijkbare werking heeft. Maar de wet heeft een aantal van bovenstaande zaken al zelf nader ingevuld. Zo is er geen onderscheid meer tussen 30 km/u wegen met meer dan duizend motorvoertuigen per etmaal en wegen met een ander snelheidsregime. In de Geluidnota 2014-2018 staat “Bij nieuwe plannen wordt steeds bekeken wat de effecten zijn voor de gebieden buiten het plangebied. Hiermee anticiperen we op toekomstige regelgeving voor geluid.” De Omgevingswet geeft aan dat we bijvoorbeeld de effecten van verkeersingrepen in een ruim gebied moeten toetsen. Bijvoorbeeld: een nieuwe woonwijk kan extra verkeer gaan aantrekken. Het effect van extra verkeer op de geluidsituatie moet ook in een groot gebied worden onderzocht, beoordeeld en afgewogen. Eventueel met toepassing van geluidmaatregelen.
In een uiterst geval kan dat leiden tot het verplicht toepassen van extra geluidisolerende maatregelen bij bestaande woningen. In de Geluidnota staat “Bij het ontwerpen van nieuwe scholen zal worden gestreefd naar een optimale ligging van het schoolplein om geluidhinder voor de buurt zo veel mogelijk te voorkomen.” Het Bkl geeft een instructieregel dat er geen normen mogen worden gesteld aan stemgeluid. Met andere woorden: er kan bij overlast niet op worden gehandhaafd. Juist daarom is het - in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties - van belang dat dit aan de voorkant goed is onderzocht en afgewogen. In de praktijk hanteerden we daarbij een richtwaarde van 55 dB(A) die nog goed te motiveren is omdat daarmee aan een acceptabel binnenniveau kan worden voldaan. In sommige gevallen is ook een waarde tot 60 dB(A) gehanteerd maar daarbij is wel gekeken naar zaken als geluidisolatie en het hebben van een geluidluwe gevel. In sommige gevallen is de woningindeling van de bestaande woningen in ogenschouw genomen. Als de slaapkamer aan het speelplein grenst en de woonkamer aan de luwe zijde, dan is dat aanvaardbaar (afgezien van mensen met nachtdienst).
Beleidsnota Geluid en Trillingen
55/61
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) zijn beleidskaders voor de toekomst van Utrecht vastgelegd. We willen de forse groei die de stad gaat meemaken faciliteren, op voorwaarde dat de bewoners gezond en prettig kunnen wonen en leven. Dat ze snel en makkelijk door de stad kunnen reizen en Utrecht in en uit kunnen. En dat ze leuke dingen kunnen doen in hun vrije tijd. Daarvoor zijn in de RSU keuzes gemaakt. Hieronder volgt een aantal passages die betrekking (kunnen) hebben op het aspect geluid. Pg 12 De vertraagde stad; naast dynamische plekken met reuring, zijn ook voldoende plekken nodig waar mensen even in de luwte kunnen zijn. Groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Pg 42 Utrecht heeft dus niet alleen levendige centra en buurtkernen, maar ook voldoende plekken waar mensen even in de luwte kunnen zijn. Groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Pg 109 Ook heeft de gemeente extra aandacht voor veilige routes rondom de school, voor het beperken van geluidhinder en voor de betaalbaarheid van de voorziening. Pg 120 Bij realisatie van windmolens binnen een afstand van twee kilometer tot woonwijken worden regels gesteld om de effecten van geluid en slagschaduw meer te beperken dan wettelijk verplicht.
Pg 123 Geluid en trillingen: Daarom houdt de gemeente bij de bouw van woningen rekening met voldoende afstand tot de straat, realisatie van slaapkamers aan rustige kant van bebouwing en voldoende isolatiemateriaal.
Figuur 16: Verbeelding centrumgebieden RSU Beleidsnota Geluid en Trillingen
56/61
Nota Gezondheid voor iedereen (2019-2024) We gaan als gemeente sterker inzetten op een gezondere leefomgeving, omdat we weten dat daar winst te behalen valt. Want daar doen we het voor: gezondheidswinst voor álle mensen, zodat iedereen gezond kan leven in onze prachtige stad. Relevant voor geluid zijn de volgende passages in de nota: Pg 18 Ook geluid heeft invloed op de gezondheid van mensen. We werken daarom toe naar normen die op gezondheid zijn gebaseerd. We zijn ambitieus. Concreet vertaalt zich dit in een lokale ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Pg 18 Ook beschermen we stille plekken. In dit licht staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten. Pg 18 Naast het geluidsniveau is ook de beleving van geluid relevant. Bij de inrichting van de omgeving kunnen we het ervaren geluid verbeteren (soundscaping). Dit doen we door bijvoorbeeld een logische ordening van drukke en stille functies en door geluidsbronnen uit het zicht te houden. Pg 18 We zorgen dat nieuwe wegen, woningen en kantoren, niet leiden tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen.
Pg 18 We kiezen ervoor om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Pg 18 We dagen de markt uit om in nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 voertuigen per etmaal), waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidsbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon- en verblijfskwaliteit. Pg 18 In nieuwe tenders waarderen we het onderdeel gezonde leefomgeving hoger dan voorheen. Bij particuliere initiatieven sturen we binnen de mogelijkheden actief op een gezonde leefomgeving. Pg 18 Ook zetten we in op andere maatregelen aan de bron die een structureel positief effect zullen hebben op het leefklimaat. Pg 20 We bestemmen geen nieuwbouw van voorzieningen langs drukke wegen voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid (luchtweg- of hart/vaataandoening of suikerziekte) en kinderen van 0-18 jaar). Het gaat in de praktijk om scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
57/61
Pg 20 Bij bouwplannen dienen alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen, etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit te hebben.
Mobiliteitsplan 2040 Ook het Mobiliteitsplan blikt vooruit naar 2040. De stad groeit, maar de beschikbare ruimte blijft hetzelfde. Om de stad gezond en bereikbaar te houden zetten we in op schone manieren van vervoer die relatief weinig ruimte innemen: lopen, fietsen en OV. Het plan is gericht op het verminderen van mobiliteit en kan daarmee ook leiden tot een vermindering van geluidoverlast. Enkele citaten: Pg 51 De openbare ruimte in een gebied dient aantrekkelijk te zijn om te verblijven (groen, rust, ruimte, uitstraling), te spelen en een ommetje te maken. Pg 52 De (toekomstige) capaciteit van het omliggende wegennet is randvoorwaardelijk voor de ontwikkelmogelijkheden en functionele invulling van een locatie. Het gaat om de uurcapaciteit van de afwikkeling, de capaciteit vanuit luchtkwaliteits- en geluidsnormen de benodigde oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Pg 68 Er is dus (evenredig) meer ruimte nodig voor verblijven; dit kan ruimte zijn voor bankjes om rustig te zitten, terrassen, speelruimte, groen en soms ook vrije ruimte om even stil te staan en om je heen te kijken. Pg 160 Perspectief voor geluid en luchtkwaliteit Het mobiliteitsplan leidt in grote lijnen tot een afname van het autoverkeer, vooral in kwetsbare gebieden. Hiermee zal, samen met het verschonen van het wagenpark, de luchtkwaliteit in de stad verbeteren.
Naast minder autoverkeer zal de vormgeving van stedelijke verbindingswegen als stadsboulevard zorgen voor lagere snelheden. Zo zijn grote woongebieden in de stad verzekerd van een goed akoestisch leefklimaat. Waar dat nodig is, gaat de stad door met het aanbrengen van geluidsisolatie aan de gevel. Ook het gebruik van stiller asfalt is een mogelijke maatregel. Wellicht zijn door technische innovatie de komende 20 jaar grotere effecten te behalen.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
58/61
Omgevingsvisie Binnenstad 2040 In deze gebiedsomgevingsvisie wordt veel aandacht besteed aan de balans tussen levendigheid en rust. We lezen in de visie op pagina 105-106 het volgende: Binnenstadsbewoners waarderen de nabijheid van voorzieningen zoals winkels, cultuur en horeca. Iedereen die in het centrum woont, zal zich realiseren dat veel andere functies eveneens in de binnenstad zijn geconcentreerd, die zowel voor bewoners als voor bezoekers betekenis hebben. Daarvan ervaren binnenstadsbewoners de lusten, maar regelmatig ook de lasten. Als nadeel van wonen wordt in delen van de binnenstad nogal eens de geluidoverlast door uitgaanspubliek genoemd. Nachtrust is belangrijk voor de bewoners van het centrum - zoals voor iedereen. Volgens sommigen is de binnenstad iets té levendig en dan vooral op plekken waar wonen, horeca en andere voorzieningen bij elkaar komen. Aan de andere kant voelen ondernemers zich soms juist weer beperkt in hun mogelijkheden. In de binnenstad moet levendigheid in balans blijven met rust, dat maakt de stad leefbaar. Die balans is op elke plek anders en er is geen objectieve maatstaf voor. Waar de Neude een horecaplein is waar ook wordt gewoond, is de Nieuwegracht eerder een woongebied met een enkele horecagelegenheid. Bewoners die bewust kiezen voor wonen bij de Neude, accepteren waarschijnlijk meer reuring.
Maar ook daar geldt dat festivals en horecazaken altijd moeten voldoen aan (wettelijke) geluidnormen. Naast evenementen zijn er elk jaar tientallen demonstraties in de binnenstad. Dit aantal groeit de afgelopen jaren sterk. Demonstreren is een grondwettelijk beschermd recht dat echter ook kan zorgen voor (ervaren) hinder. Voor de gezondheid van bewoners van de binnenstad is het belangrijk dat er ook plekken zijn die (relatief) stil zijn met weinig ongewenst geluid en weinig prikkels, zodat mensen rust kunnen vinden. Daartoe lenen zich bijvoorbeeld binnenhoven. Ook opengestelde kerken bieden de mogelijkheid voor stilte en reflectie. Er zijn ook plekken die druk zijn, maar op sommige tijdstippen wel deze rust kunnen bieden. Bij de gemeente zijn in 2019 de meeste meldingen uit de binnenstad binnengekomen over overlast van afval (45%), daarnaast behoren lawaai, parkeren, en overlast door verslaafden of daklozen tot de meest gemelde onderwerpen [bron: gegevens Slim Melden, Gemeente Utrecht]. Al voor de afronding van deze omgevingsvisie is begonnen met het opstellen van een plan van aanpak overlast voor de hele binnenstad, 'Levendigheid en Rust in de Binnenstad - aanpak voor een centrum in balans’. In dit plan van aanpak wordt een aantal nieuwe, aanvullende maatregelen voorgesteld of onderzocht. Dit betreft o.a.
informatie, advies en mogelijk subsidies voor geluidisolatie van woningen, het verplicht melden van versterkte muziek door de horeca en inzet van horecastewards. Ook wordt ingezet op actief informeren van de buurt bij afgegeven vergunningen voor evenementen. Ook wil de gemeente voor een aantal gebieden nadere afspraken maken met ondernemers, bewoners en andere betrokkenen in gebiedsprofielen. Daarin stellen zij plekken vast met veel levendigheid en dynamiek en veel ruimte om te ondernemen, maar ook rustige plekken met beperkte of geen Beleidsnota Geluid en Trillingen
59/61
mogelijkheden. In het uitvoeringsprogramma van een gebiedsprofiel kunnen afspraken worden opgenomen om overlast te beperken, met uitzondering van grondwettelijk beschermde rechten zoals demonstreren.
Figuur 17: Recreatie in gemeente Utrecht
Beleidsnota Geluid en Trillingen
60/61
Provinciale omgevingsvisie De provinciale visie besteed ook aandacht aan geluid: Pg 30 Wij zetten in op verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van hinder door geluid, geur en licht en geen toename van externe veiligheidsrisico’s. Pg 56 2040: voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven we naar het niet verder toenemen van de geluidhinder; een geluidsbelasting van maximaal 60 dB (voor provinciale wegen) is, gegeven de huidige infrastructuur, acceptabel. Pg 56 2040: wij hebben voldoende stiltegebieden. Pg 57 2030: wij streven er naar dat de gezondheidsrisico’s als gevolg van geluidsbelasting minimaal zijn, waarbij we voor nieuwbouw voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven naar het voldoen aan de WHO-advieswaarden voor geluid. Pg 58 De geluidhinder neemt toe in onze provincie. Het is ons streven vanaf 2030 nieuwbouw voor geluidgevoelige gebouwen vooral nog te laten plaatsvinden op locaties die voldoen aan de WHOadvieswaarden voor geluid. Pg 58 De geluidsbelasting van bestaande woningen onder directe invloed van (spoor)wegen, vliegverkeer en industrie willen we in 2040 teruggebracht hebben tot maximaal 60 dB. Daar zijn aanpassingen of (ingrijpende) maatregelen voor nodig. Pg 58 Ook willen we waar mogelijk bijdragen aan behoud van gebieden waar de geluidsbelasting relatief laag is in de nabijheid van steden.
Pg 58 Ter bescherming van de stiltegebieden nemen we regels in onze Omgevingsverordening op. Hiermee beperken we geluid producerende activiteiten. Hieronder vallen ook windturbines. Pg 60 Binnen 2 jaar na vaststelling Omgevingswet vaststellen van geluidproductieplafonds voor alle provinciale wegen. Pg 60 Instructieregel voor het bouwen van geluidgevoelige gebouwen in de 61 dB contour rond provinciale wegen. Pg 82 Ook streven wij voor 2030 bij woningen en andere geluidgevoelige gebouwen naar het voldoen aan de WHO-advieswaarden voor geluid van windturbines in aanvulling op de wettelijke vereisten.
Beleidsnota Geluid en Trillingen
61/61
Nota van Zienswijzen Ontwerp-beleidsnota Geluid en Trillingen voor de bestaande stad en de nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Utrecht
Nr 1.1
2.1
2.2
2.3
2.4
Zienswijze Ik mis duidelijke regels voor omroepinstallaties bij sportvelden die worden gebruikt om mededelingen en commentaar over hun velden uit te schallen. Het geluid staat over het algemeen onnodig hard en wordt over alle velden uitgeschald ook al is er slechts op 1 veld een activiteit. Graag beperken tot noodzakelijke mededelingen waar geen andere oplossingen dan versterkt geluid voor mogelijk zijn en beperken tot terreinen/velden waar daadwerkelijk toehoorders zijn. Verder een grens aan het aantal dB en aantal keren per jaar stellen. Er wordt gesproken over grenswaarde, reguliere grenswaarde, ambitiewaarde, wettelijke grenswaarde. Het zou goed zijn de verschillende grenswaardes te definiëren en deze consequent toe te passen. Dove gevels worden tot 68 dB toegestaan. Moet dit niet vanaf 68 dB zijn? Kunnen dove gevels niet strategischer ingezet worden en moeten deze daardoor juist geen maximum waarde hebben?
“Bij een wijziging van een bestaande weg kan de wettelijke grenswaarde van 70 dB soms noodzakelijk zijn” Dit uitgangspunt is nu verstopt onder 1.5. Dit is een wezenlijk uitgangspunt dat ook in 1.1 grenswaarden vermeld dient te worden. De ambitie gaat ook in op de bestaande stad. Desondanks merk ik hier weinig aandacht voor. Welke mogelijkheden gaan bijvoorbeeld geboden worden om slaapkamers aan de geluidsluwe zijde te bouwen?
Reactie In het Besluit activiteiten leefomgeving zijn voor versterkt geluid op sportvelden regels opgenomen. Het versterkt geluid is daarbij gebonden aan geluidnormen. Bij klachten kan hierop worden gehandhaafd. Sportclubs kunnen maximaal 9 keer per jaar een ontheffing van de normen krijgen ten behoeve van - bijvoorbeeld - een toernooi.
We verduidelijken deze termen en nemen een algemene toelichting in hoofdstuk 1 van de beleidsnota op.
Bedoeld was daadwerkelijk 'tot'. Dove gevels – waarin geen te openen delen zitten - beperken de keuzevrijheid van bewoners om een raam open te zetten en te kunnen spuien. We wilden deze mogelijkheid daarom zeer terughoudend toepassen. Niet geluidgevoelige gevels (waaronder dove gevels) kunnen aan de andere kant wel een oplossing zijn om op locaties vanaf (dus boven) de (Utrechtse) grenswaarde(n) toch woningen te bouwen en bij te kunnen dragen aan de volkshuisvestelijke opgave. Met compenserende maatregelen ten behoeve van de gezondheidsbescherming is een verruiming van de toepassing inderdaad mogelijk. Hiervoor wordt paragraaf 1.1 van de beleidsnota aangepast (de hoofdregels) en dit wordt in het nog op te stellen Omgevingsprogramma nader gedetailleerd. We verduidelijken dit in de beleidsnota, door explicieter onderscheid te maken tussen grenswaarden voor nieuwe functies en te wijzigen c.q. aan te leggen wegen. De ambitie voor de bestaande stad wordt verder uitgewerkt in het kader van het Actieplan geluid dat in 2024 gemaakt wordt.
Er zijn in de beleidsnota verschillende regels opgenomen (ten aanzien van geluid) die strenger zijn in (bestaand) rustig woongebied om hier de woonkwaliteit te behouden.
2.6
Het is vreemd om het geluid van windmolens maximaal te beperken terwijl hiervan niet vaststaat dat deze direct kunnen leiden tot slaapverstoring
2.7
Geluid van verkeer leidt direct tot slaapverstoring. Het geluid van verkeer kan goed beperkt worden door strategische knips in te stellen, zoals bijvoorbeeld bij de Monicabrug. Of mogelijk een systeem waarbij het geld kost om bepaalde trajecten te rijden. In London is zo’n systeem actief. In de nota staat aangegeven dat bij een wijziging van een weg de daarvoor benodigde verkeersbesluiten moeten worden getoetst aan de normen. Bij de afsluiting van de Kaatstraat is er geen studie naar geluid uitgevoerd die voldoet aan de eisen die de Wet geluidhinder hieraan stelt. Dit is niet conform beleid. Hierdoor is voor ons onduidelijk wat de geluidstoename nu is. Wij merken sinds de afsluiting een onevenredige toename van geluid en verwachten dat de gemeente alsnog een studie uitvoert conform het beleid. Zo hebben wij ook duidelijkheid wat het effect is van de afsluiting.
2.8
De realisatie van geluidsluwe gevels (waaraan bij voorkeur slaapkamers zijn gelegen) kan praktisch gezien alleen worden gereguleerd in nieuwe situaties. Minder gunstige bouwvormen die in het (verre) verleden zijn gerealiseerd zijn praktisch gezien niet aan te passen. Niet het geluid moet maximaal worden beperkt maar wel de overlast. Voor de plannen in Rijnenburg wordt aangesloten bij de WHO-advieswaarde die strenger is dan de voormalige wettelijke grenswaarden maar nog voldoende mogelijkheden geven om windturbines rendabel te exploiteren. Ons streven is dat bewoners zo veel mogelijk gebruik maken van lopen, fiets of OV. Autoverkeer bundelen we het liefst op een beperkt aantal stroomwegen en rondom de stad. Hierbij kunnen knips inderdaad helpen om dit doel te bereiken. Er zijn in Utrecht al diverse locaties met knips. Indirecte effecten van een verkeersbesluit hoeven onder de Wet geluidhinder niet onderzocht of getoetst te worden. Alleen de directe effecten (bij verkeerstoename) zijn gebonden aan wettelijke normen. Dit gaat onder de Omgevingswet veranderen vandaar dat hier aandacht aan is geschonken in de beleidsnota. Het afslagverbod bij de Kaatstraat heeft aldaar geleid tot een afname van verkeer en geluid en voldoet daarmee aan het gestelde in de Wet geluidhinder. De effecten op stedelijk niveau zijn onderzocht in de studie Noordwest.
Hieruit bleek dat dit plan op het overgrote deel van het totale wegennet inderdaad zorgt voor een (gewenste) verkeersreductie en verbetering van de leefbaarheid. Specifiek inzoomend op de Draaiweg en de Talmalaan zien we dat een vergelijk van de autonome situatie en de plansituatie uiteindelijk een toename van 1 dB oplevert op de Draaiweg en geen toename op de Talmalaan. Een dergelijke beperkte geluidsverandering vinden wij, conform ons geluidbeleid en de toekomstige regeling op dit vlak onder de Omgevingswet, aanvaardbaar. Mede omdat er in delen van de
3.1
Spoorgeluid valt buiten het plan.
4.1
De gebiedsontwikkeling van de Archimedeslaan 16 vindt al plaats sinds 2016. Bij de uitwerking wordt uitgegaan van de eisen zoals verwoord in de Geluidnota 2014. Bij niet zelfstandige wooneenheden en zelfstandige woningen <30m2 gelden versoepelde eisen ten aanzien van geluidsluwe gevels. In de ontwerp-beleidsnota Geluid en Trillingen worden dezelfde eisen gesteld als aan reguliere woningen. Hier kan onder voorwaarden (afwegingscriteria) van worden afgeweken. Wij verzoeken om de ontwikkeling van het Archimedeskwartier onder deze afwegingscriteria te laten vallen of de huidige regeling in het beleid op te nemen.
4.2
In de ontwerp-beleidsnota wordt gesproken over het toepassen van ‘bouwkundige constructies’ en ‘gevels met bouwkundige maatregel of toevoeging’. Het is niet duidelijk welke bouwkundige constructie door de gemeente Utrecht geaccepteerd worden. In het kader van rechtszekerheid verwachten wij meer duidelijkheid. Specifiek vragen wij aandacht voor de mogelijkheid om ‘lokale vliesgevels’ toe te passen.
stad ook sprake is van een verbetering. Dit neemt niet weg dat met name langs de Draaiweg er sprake blijft van een hoge geluidsbelasting. Nee, de beleidsnota heeft ook betrekking op het toewijzen van functies aan locaties in relatie tot alle bronsoorten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving dus ook het spoorgeluid (trein, tram). Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de inleiding van hoofdstuk 1. De nota geeft voldoende afwegingsruimte voor plannen als deze en wordt zeker bij ontwikkelingen die al zo lang in de voorbereiding zitten toegepast. Mede naar aanleiding van deze zienswijze wordt een overgangsregel aan de beleidsnota toegevoegd dat bij plannen waarvoor reeds een SPvE of bouwenvelop is vastgesteld gemotiveerd van deze afwijkingsregel voor kleine woningen gebruik gemaakt kan (blijven) worden. Aangezien er voor Archimedeslaan 16 nog geen SPvE is vastgesteld ligt het voor de hand om dit juist expliciet te regelen in het SPvE. Gezien de lange voorbereidingstijd en de rol van kleine woningen als afscherming voor het achterliggende gebied in het plan is het logisch om ook in dit plan coulance (overgangsrecht) toe te passen. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om met toepassing van een bouwkundige constructie een gevel uit te zonderen van toetsing (=’nietgeluidgevoelige gevel’).
De technische detailuitwerking van welke bouwkundige maatregelen in Utrecht wel en niet worden geaccepteerd, wordt opgenomen in het nog uit te werken omgevingsprogramma. Als met een ‘lokale vliesgevel’ wordt gedoeld op slechts een glazen plaat voor een raam, dan kan dat niet als luwe gevel worden geaccepteerd. Bij toepassing van de uitzondering voor kleine woningen zoals geduid onder 4.1 geldt dat op gebouwniveau 50% van de kleine woningen aan de gevel(s) moet zijn gesitueerd waar het geluid maximaal 5 dB boven de standaardwaarde is.
5.1
5.2 5.3
Kennelijk zijn de opstellers niet bekend met de “GGD richtlijn medische milieukunde omgevingsgeluid en gezondheid” die voor diverse geluidbronnen grenswaarden voorschrijft. Uit deze ontwerpnota blijkt in ieder geval ook niet de ambitie dat Utrecht deze waarden wil nastreven. Vraagje: is de GGD betrokken geweest bij het opstellen van deze ontwerpnota?
Geluidwaarden worden vermeld zonder daarbij te vermelden of het een zgn. etmaalwaarde of Lden betreft. Muziekgeluid heeft de laatste 20 jaar steeds meer bastonen gekregen. Om die reden wordt er bij de beoordeling van o.a. horeca en festivalgeluid gebruik gemaakt van dBC ipv dBA omdat dBC een betere indicator zou zijn voor hinderbeleving. In deze ontwerpnota is daar niets over terug te vinden.
Bij de totstandkoming van de nota is de gemeentelijke afdeling Volksgezondheid betrokken geweest. In de nota zijn meerdere aanbevelingen van de GGD overgenomen zoals de eis voor een geluidluwe gevel. De GGD/RIVM beveelt een richtwaarde aan van 50 dB voor het geluid van wegverkeer, railverkeer en bedrijven. Voor het geluid van bedrijven geldt in Utrecht een grenswaarde van 45 dB(A) in rustige woongebeden en 50 dB(A) daarbuiten. Daarmee voldoen we aan de gestelde richtwaarde van de GGD/RIVM. Voor het geluid van weg- en railverkeer begrijpen we het advies over de richtwaarde, vanuit gezondheidskundig oogpunt (dat is ook de taak van het GGD/RIVM) maar in de praktijk is dit vrijwel nergens haalbaar in een stedelijke omgeving, zeker langs drukke wegen. We verduidelijken dit daar waar nodig in de tekst van de definitieve beleidsnota. In de regels voor muziekgeluid bij festivals geldt al sinds lange tijd een normering in dB(C). Zoals in de nota is aangegeven wordt het beleid voor geluid van evenementen separaat behandeld in de Beleidsregel Geluidsnormen bij buitenevenementen én valt dit buiten de scope van de beleidsnota. Voor het geluid van cafés is de normstelling vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing. Die normen op de gevel zijn alleen in dB(A). Wel hebben we de mogelijkheid om andere getalswaarden in het omgevingsplan op te nemen, wat ook zal worden gedaan.
5.4
Diverse malen staat vermeld: “5 dB hoger dan de standaardwaarde”. In de eerste plaats is voor een doorsnee burger volstrekt onduidelijk wat de standaard waarde is. Voor zover wij het wel begrijpen achten we een 5 dB hogere waarden volstrekt onwenselijk. Hieruit blijk in ieder geval ook geen ambitie om zelfs maar de standaard waarde te willen gaan halen.
Maatwerkvoorschriften voor het binnenniveau in horeca zijn in voorkomende situaties nu al in dB(C). Wij gaan hier mee door. In bijlage 1 van de nota wordt het stelsel van de Omgevingswet uitgelegd en staat beschreven wat onder de standaardwaarde wordt verstaan. De standaardwaarde wordt altijd nagestreefd. Wanneer hier niet aan kan worden voldaan en een ontwikkeling (bijvoorbeeld woningbouw) wel nadrukkelijk gewenst is, kan van de standaardwaarde worden afgeweken.
Dan gelden er aanvullende eisen, zoals een luwe gevel voor elke woning, waar aan de standaardwaarde wordt voldaan. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij de aanvullende eis voor het geluid in een buitenruimte, geldt een eis van 5 dB boven die van de standaardwaarde. Het is een beschrijving van een aanvullende eis en niet een versoepeling van 5 dB.
5.5
5.6
5.7
5.8
Bedrijven moeten straks gaan voldoen aan de standaardwaarden. Aangenomen dat het de grenswaarden zijn uit het Activiteitenbesluit dan geldt in de huidige Geluidnota dan voor veruit de meeste gevels (woningen bij niet-drukke wegen) een 5 dB lagere waarde. Of deze zelfde groep inwoners straks in een zgn. rustige woonstraat woont is zeer ongewis. Een duidelijke verslechtering voor de betrokken inwoners. In “rustige woonstraten of woonwijken” wordt het oude beleid wel voortgezet. Wat een rustige woonstraat of wijk is wordt niet gedefinieerd. Wordt dit afhankelijk gesteld van gemeten achtergrond-geluidniveaus? Of wordt van achter het bureau bepaald dat bijv. de gehele binnenstad geen rustige woonwijk meer is. Bescherming van “stille hofjes” met een 10dB lagere norm wordt afgeschaft (muv het niet toestaan van terrassen in binnenterreinen en stille hofjes). Overigens is deze bescherming vaak een wassen neus gebleken omdat niet exact omschreven was wat een stil hofje precies is.
In de ontwerpnota worden alle geluidbronnen apart besproken. De GGD richtlijn stelt dat de gecumuleerde geluidsbelasting moet worden beoordeeld inclusief geluid van brommers, stemgeluid, etc.
Dit is overigens in de beleidsnota gedaan om middels een generieke beschrijving het totale stelsel aan geluidbronnen ineen te kunnen beschrijven in plaats van per bronsoort een tabel met veel waarden op te moeten nemen. In de huidige Geluidnota geldt voor woningen langs rustige wegen een 5 dB lagere ríchtwaarde. Dit kan alleen worden omgezet in grenswaarde bij maatwerkvoorschrift of vergunning. In de nieuwe beleidsnota geven we invulling aan de mogelijkheid van de Omgevingswet om voor al deze woningen generiek een 5 dB lagere grenswaarde vast te stellen. Dit is een duidelijke verbetering voor de betrokken inwoners. Rustige of drukke straten zijn afhankelijk van de hoeveelheid verkeer en dat wordt weer bepaald door de verkeerskundige status van de weg. De indeling rustig – druk wordt bepaald in het nog op te stellen Omgevingsprogramma maar het zal grotendeels hetzelfde zijn als is aangegeven in de oude Geluidnota. In de huidige Geluidnota geldt een 10 dB lagere ríchtwaarde voor stille hofjes. De status kon middels een meting worden bepaald. Er is de afgelopen jaren nauwelijks noodzaak geweest om bedrijven een lagere norm op te leggen omdat deze grensden aan een stil hofje. Standaard geldt straks een 5 dB lagere waarde maar per maatwerkvoorschrift kan nog steeds een verdere verlaging van de norm worden opgelegd.
Er gelden wettelijk veel aparte normen voor verschillende geluidsbronnen. Het is noodzakelijk het gemeentelijke beleid via deze nota daaraan aan te passen. De wet stelt eisen aan het gecumuleerde of opgetelde geluid, bijvoorbeeld bij de bepaling van de geluidsisolatie. Dat is een verbetering ten opzichte van het oude wettelijke kader.
5.9
5.10
5.11
5.12
In hoofdstuk 3 staat dat er volgens de EU richtlijn elke 5 jaar geluidbelastingkaarten m.b.t. het omgevingslawaai gemaakt moeten worden. Volgens art. 3 van de EU richtlijn is omgevingslawaai gedefinieerd als: ongewenst of schadelijk geluid buitenshuis dat door menselijke activiteiten wordt veroorzaakt, inclusief lawaai dat wordt voortgebracht door vervoermiddelen, wegverkeer, spoorwegverkeer, luchtverkeer en locaties van industriële activiteiten. De Utrechtse geluidkaarten brengen echter uitsluitend het berekende geluid in beeld dat het wegverkeer veroorzaakt. Pag. 27: Bij de bepaling welk niveau acceptabel is, kan naar het binnenniveau in de woningen worden gekeken. Als grenswaarde voor het binnenniveau is 35 dB(A) gebruikelijk. De basis-geluidisolatie volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving bedraagt 20 dB. Dit voorschrift geldt sinds de invoering van het Bouwbesluit in 1992 voor nieuw te bouwen woningen Hier wordt er ten onrechte van uitgegaan dat alle woningen ook een geluidsisolatie van 20 dB hebben; daar kan nooit blindelings uitgegaan worden. Dat zal in elk individueel geval nader onderzocht moeten worden. Belangrijk punt bij de bepaling van de gevelisolatie is ook of dat bepaald moet worden met geopende ventilatievoorziening, klepramen of ramen op kier. Dat zou expliciet in de nota vermeld moeten zijn.