CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 23 november 2023, gemeente Utrecht31.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Als dat niet vermeld wordt dan betekent dat dat bewoners kennelijk geen recht meer hebben op frisse lucht, hetgeen uiteraard ook niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Terrassen mogen straks 5dB meer geluid (= gelijk aan bijna 4x zo groot terras!) gaan maken (d.w.z. 60 dBA etmaalwaarde op omliggende gevels van woningen) zolang het geluidniveau binnen deze omliggende woningen niet hoger wordt dan 35dBA etmaalwaarde. Dat gaat geheel voorbij aan de 84% behoefte van inwoners aan een stille buitenruimte. Bij warm weer willen bewoners immers ook buiten (of met wijd open ramen) kunnen zitten zonder dat ze overstemd worden door het geluid van een luidruchtig terras.

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden niet wettelijke geluidbronnen meegewogen zoals stemgeluid. De Utrechtse geluidkaarten worden opgesteld aan de hand van de wettelijke richtlijnen en brengen naast het wegverkeer ook het railverkeer en grote industriële bedrijvigheid in beeld.

Het is onuitvoerbaar om in elke individueel geval de geluidisolatie van een woning te bepalen. Door de jaren heen is er veel ervaring opgedaan met het beoordelen van de geluidsisolatie van woningen bijvoorbeeld in het kader van de geluidsanering. Het is onze ervaring dat het gros van de woningen wél voldoet aan een basisgeluidsisolatie van 20 dB.

Hetgeen in 5.10 vermeld geeft een motivatie voor het stellen van een beleidsmatige ‘norm’ voor het beoordelen (al dan niet toestaan) van niet wettelijk geregeld geluid buiten voor de gevel in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het is geen norm die daarna een blijvende werking heeft. Bij de motivatie is aangehaakt aan een norm van 35 dB(A) elders in wetgeving. Het stemgeluid van (bijvoorbeeld) een terras wordt door de wetgever nadrukkelijk uitgezonderd van toetsing. Er kan bij overlast niet op worden gehandhaafd. Toch hebben wij hiervoor regels gesteld om éénmalig bij het al dan niet toestaan van een terras dit aspect af te kunnen wegen. Bij voorkeur blijft het stemgeluid afkomstig van een terras onder de 55 dB(A). We houden echter de mogelijkheid open om – bijvoorbeeld op een drukke locatie waar nieuwe woningen beter zijn geïsoleerd – een wat hoger geluidsniveau toe staan.

5.13

5.14

5.15

5.16

5.17

5.18

Dat voor terrassen nu al uitgegaan wordt van een toelaatbare etmaalwaarde van 55 dBA gaat ook al voorbij aan 84% van de behoefte van de panelleden. Voor evenementengeluid wordt verwezen naar de nog op te stellen locatieprofielen. Waarom worden hier geen kaderstellende uitgangspunten opgenomen zoals bijv. de maximale blootstelling voor bezoekers (Gezondheidsraad: 100 dBA) en het maximaal toelaatbaar binnenniveau voor omwonenden (nota Limburg: 50 dBA). Geluidluwe gevels zijn slechts gedefinieerd als gevel die een relatief lagere geluidbelasting dan andere gevels. Er is dus geen standaardstreef- of grenswaarde aan het begrip geluidluwe gevel gekoppeld. Een geluidluwe gevel kan dus even goed een gevel zijn met een geluidbelasting van meer dan bijv. 65 dBA. Zeer onwenselijk o.a.. volgens GGD richtlijn. Onder 2.4.2 staat dat ramen en deuren van cafés ten alle tijden gesloten moeten zijn. Dit is een niet realistische regel gebleken. Beter zou zijn bijv. sluisconstructies voor te schrijven. In de ontwerpnota pag. 41 staat: “Voor bepaalde bedrijven stelt het Bal geen regels meer. Het gaat voornamelijk om bedrijven met milieubelastende activiteiten met een laag risico, bijvoorbeeld horeca, concertpodia, evenementenhallen, sportfaciliteiten, winkels, onderwijsgebouwen, dierenasiels, parkeergarages, et cetera.

De gemeente kan voor deze branches ook regels toevoegen aan het omgevingsplan.” In de ontwerpnota staat niet dat in omgevingsplannen voortaan altijd de grenswaarden op toetspunten uit het oude Activiteitenbesluit (dus ook voor horeca etc.) zullen terugkomen. Het zou voor de burger in ieder geval een stuk meer duidelijkheid verschaffen als deze grenswaarden voor de hele stad in deze nieuwe nota staan opgenomen. Toetspunten zijn geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen. Het zou goed zijn dat in parken (en op andere recreatieplekken waar mensen tot rust proberen te komen) toetspunten ook gelegd worden op bijv. 30 meter afstand van (horeca)bedrijven.

Zie antwoord 5.12.

Zoals in de nota is aangegeven wordt het beleid voor geluid van evenementen separaat behandeld in de Beleidsregel Geluidsnormen bij buitenevenementen. Voor bepaalde locaties worden op maat regels opgenomen in zogeheten locatieprofielen. Dit aspect valt daardoor buiten de scope van deze beleidsnota. Een geluidluwe gevel is wel gedefinieerd. Op pagina 13 staat: Een gevel is luw als deze luw is ten gevolge van alle bronsoorten en voldoet aan de Standaardwaarde. Omdat de wettelijke standaardwaarden uit het BKL lager zijn is een niveau van 65 dB(A) volgens deze definitie niet mogelijk.

We zijn het er mee eens dat de regel zoals deze er nu staat te bondig is geformuleerd. Zie verder de beantwoording bij 7.1. Juist voor bedrijven waarvoor in het Besluit activiteiten leefomgeving geen (geluids)normen worden gesteld, moeten deze conform de instructieregel van het Besluit kwaliteit leefomgeving in het Omgevingsplan worden opgenomen. In de beleidsnota staat dat deze in veel gevallen 5 dB lager zullen zijn dan de oude normen van het Activiteitenbesluit.

Wij houden ons aan het wettelijk kader dat aangeeft welke gevoelige objecten dienen te worden beschermd.

5.19

M.b.t. woonoverlast wordt art 151d uit de Gemeentewet aangehaald. Waarom wordt art. 2.38a van de Utrechtse APV niet genoemd?

5.20

Waarom wordt art. 4.1 van de Utrechtse APV nergens genoemd? Of wordt dit artikel afgeschaft?

5.21

Deze ontwerpnota telt 57 pagina's en de oude Geluidnota minder dan de helft (26). De oude Geluidnota is veel overzichtelijker onder meer doordat diverse streef- en grenswaarden in tabelvorm worden gepresenteerd. Deze ontwerpnota is ook veel vrijblijvender en vager (ondanks zijn dubbele omvang) dan de huidige Geluidnota. De doorsnee burger kan er niks mee. Van een dergelijke nota mag verwacht worden dat er stedelijke kaders in gesteld worden, maar die staan er nauwelijks in. Tenslotte pleiten wij voor een meer pro-actieve aanpak van geluidsoverlast. Vaak wordt door de gemeente de overlast afgemeten aan het aantal klachten dat binnenkomt. (0 klachten = geen overlast) Dat is echter een bijzonder kortzichtige graadmeter. Op de website van gem. Utrecht staat te lezen: “Ook als u geen hinder ervaart, kan lawaai toch uw nachtrust verstoren.” Mensen die geen hinder ervaren klagen ook niet. De gemeente zou moeten erkennen dat inwoners nu eenmaal niet direct geneigd zijn te gaan klagen bij geluidsoverlast. Oorzaak daarvan is overigens ook dat klagen in het algemeen geen enkel direct effect heeft op de geluidsoverlast en/of de verstoorde nachtrust, waardoor mensen het indienen van een klacht zinloos achten en achterwege laten. Om economische redenen gaat het geluidbeleid in deze ontwerpnota in veel gevallen 5dB extra geluid toestaan bovenop het geluid dat al aanwezig is.

Als het beleid in deze ontwerpnota wordt doorgevoerd ontstaat er op veel plaatsen een extra geluiddeken van 5dB. Bij een toename van 5dB gaan inwoners doorgaans niet klagen, dat doen ze pas bij een toename of overschrijding van ca. 10 of 20 dB. Maar als mensen niet klagen wil dat absoluut niet zeggen dat er geen gezondheidseffecten zijn. Gaat Utrecht als “gezonde stad” deze negatieve gezondheidseffecten negeren?

5.22

Het onderwerp woonoverlast en de bijbehorende bevoegdheden van de burgemeester bij overtreding, zoals ook beschreven in Artikel 2.38a van de APV (waarin is geregeld dat de burgemeester kan optreden bij herhaaldelijke woonoverlast), valt buiten het kader van deze beleidsnota. De Algemene plaatselijke verordening (APV) is een zeer grote en diverse verordening. Een gemeente moet per onderdeel bekijken waar de regels thuishoren. Veel regels, zoals voor geluid, kunnen in de APV blijven staan. Er is geen noodzaak dit apart in de beleidsnota aan te halen. Met de komst van de Omgevingswet zijn er veel veranderingen en nieuwe beleidsvrijheden op gebied van geluid bij gekomen. Deze nota werkt dit uit, dit leidt inderdaad tot een uitgebreider document.

Naast het monitoren van en reageren op klachten (klachten worden altijd in behandeling genomen) wordt middels een Actieplan/Uitvoeringsprogramma ook beschreven welke maatregelen er kunnen worden getroffen (ongeacht of er klachten zijn). Het is een misverstand dat we de ambitie hebben om in de hele stad 5 dB extra toe te staan. Sterker, we stellen veelal strengere normen dan de wettelijke waarden, die uiteindelijk moeten leiden tot een stillere stad.

6.1

Beleid moet niet alleen zien op toekomstige ontwikkelingen maar ook juist op de bestaande “(binnen)stad” waarbij het beschermen van geluid in brede(re) zin wenselijk is (o.a. openbare ruimte/horecaoverlast).

6.2

Gezondheidsoverweging c.q. bescherming zou centraal moeten staan in de beleidsvorming én niet de regeltechnische aspecten.

6.3

De nota geeft onvoldoende inzicht in de verplichting om in het omgevingsplan geluidswaarden op te nemen ter vervanging van eerdere landelijke regels (o.a. bedrijven, evenementen, horeca) en de omgang met de horecaverordening.

6.4

Er wordt een visie gemist op welke wijze het beleid gevormd moet worden rekening houdend met relevante juridische ontwikkelingen. Beleid moet niet alleen zien op toekomstige ontwikkelingen maar ook juist op de bestaande (overlast in en van de) openbare ruimte bijvoorbeeld door beter gebruik te maken van de mogelijkheden die de horecaverordening biedt. Ik wil mijn bezorgdheid en bezwaar uiten met betrekking tot de regel waarin staat dat ramen en deuren van cafés te allen tijde gesloten dienen te blijven (artikel 2.4.2). Dit artikel is ongerechtvaardigd en schadelijk voor de algehele ervaring van zowel gasten als ondernemers.

6.5

7.1

Het motto in de inleiding van de beleidsnota is “Wij staan en gaan voor het verbeteren van geluidskwaliteit en voorkomen van trillinghinder. Wij richten ons hiermee op een gezonde en leefbare bestaande en nieuwe stad.” De beleidsnota ziet toe op de bestaande stad. In het komende Actieplan Geluid 2024 (een omgevingsprogramma in de zin van de Omgevingswet) wordt aandacht geschonken aan beheersing en - daar waar mogelijk verbetering van de geluidssituatie in de bestaande stad. Zoals in de beleidsnota is te lezen wordt daarbij ook aandacht geschonken aan geluid in brede zin zoals ook uitgaanslawaai. U heeft gelijk dat gezondheidsoverwegingen mede de basis moeten zijn voor beleidsvorming. Deze overwegingen, zoals opgenomen in de nota ‘Gezondheid voor iedereen’, zijn nadrukkelijk betrokken bij de beleidsvorming. Daarnaast is het vigerende geluidsbeleid een vertrekpunt geweest hetgeen, gecombineerd met de overige beleidsaspecten in de Omgevingsvisie Utrecht en de kaders vanuit Wet- en regelgeving, hebben geleid tot de nu voorliggende beleidsnota. In de beleidsnota zijn ambities, voorwaarden, et cetera geformuleerd die de kaders vormen voor het opstellen van het omgevingsplan en het uitvoeringsprogramma.

Dit laat onverlet dat er verplichtingen zijn, voortvloeiend uit - met name - het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), waar bij de opstelling van het permanente deel van het omgevingsplan rekening mee moet worden gehouden en invulling aan moet worden gegeven. Zie ook antwoord 6.2 voor de wijze waarop de beleidsvorming heeft plaatsgevonden. Zie antwoorden 6.1 en 6.3.

De regel onder 2.4.2. is inderdaad te beknopt geformuleerd en we passen de beleidsnota aan.

Door cafés de mogelijkheid te ontnemen om hun ramen en deuren open te zetten, verstikken we de natuurlijke ambiance en verbinding met de buitenomgeving. Daarnaast zal de verwachting zijn dat door dit besluit er enorme achteruitgang in de omzetten zullen komen. Vele cafés zijn nog aan het opbouwen en kunnen post- corona dergelijke verliezen moeilijk absorberen.

Het was niet onze bedoeling om het openen van ramen en deuren bij horeca te verbieden. We bedoelen dat horecaondernemingen ramen en deuren gesloten moeten houden wanneer binnen (te) hard versterkt muziekgeluid wordt geproduceerd waardoor de geluidsnormen worden overschreden en omwonenden daar geluidsoverlast van hebben. We willen inwoners beschermen tegen geluidsniveaus die schadelijk zijn voor hun gezondheid. Ramen en deuren hoeven dus alleen dicht als binnen hard versterkt muziekgeluid wordt geproduceerd en als de ramen en deuren open blijven staan. Maar met de toevoeging dat dit alleen geldt bij (te) hard versterkt muziekgeluid binnen. In de ontwerp-beleidsnota Geluid en Trillingen was de nuancering dat deze regel bedoeld was wanneer het gaat om het maken van (te) hard versterkt muziekgeluid niet opgenomen. Open ramen en deuren van een horecagelegenheid zijn door de nieuwe regel niet per definitie verboden. Maar omdat er dan mogelijk veel meer geluid naar buiten kan komen, moet het volume van het versterkte geluid binnen wel worden aangepast zodat het binnen de normen blijft.

7.2

Ik zou graag willen pleiten voor maatwerk inzake terrassen op binnenterreinen in de binnenstad.

8.1

Ik wil mijn bezwaar, zorgen en verbazing uiten op de regel waarin staat dat ramen en deuren van cafés te allen tijde gesloten dienen te blijven (artikel 2.4.2). Voor veel horecabedrijven met een klein terras is het een

Bij herhaaldelijke overtredingen is het in de huidige praktijk gebruik om in zo’n geval een maatwerkvoorschrift op te leggen dat de ramen en deuren dicht moeten blijven (uiteraard behoudens het direct doorlaten van personen en goederen). Het doel van de nieuwe maatregel is om dit als zorgplicht algemeen op te leggen. Maar met de expliciete toevoeging dat dit alleen geldt bij (te) hard versterkt muziekgeluid binnen. Binnenterreinen en hofjes zijn vaak oases van rust en moeten worden gekoesterd. Juist op dit soort stille plekken kan geluid extra hinderlijk zijn. Met name in de binnenstad is het ‘op straat’ op veel plekken rumoerig. Daarom worden specifiek in de binnenstad terrassen niet toegestaan in omsloten binnenterreinen en hofjes. Voor locaties buiten de binnenstad zijn we ook terughoudend maar wordt wel maatwerk toegepast. Zie antwoord 7.1.

9.1

10.1

verlengstuk van dat terras omdat met lekker weer nou eenmaal niemand binnen wil zitten. Met een open gevel heb je als horecabedrijf toch nog de kans om ook met heel mooi zomer weer toch nog wat omzet te maken. De regel is ook volledig onwerkbaar. Bij de wat grotere terrassen gaan er op terras dagen bijna non stop medewerkers met dienbladen naar binnen en naar buiten. De realiteit zal dus zijn dat de deuren dan alsnog de hele dag open staan. Het voegt mijns inziens ook niets toe. Naar mijn weten is de regel op dit moment dat als de deur of een gevel open staat je geen muziek mag horen vanaf de straat. In theorie zou er op dit moment dus ook geen overlast moeten kunnen zijn van openstaande deuren of gevels. Ik wil mijn bezorgdheid uiten m.b.t. de regel dat ramen en deuren van cafés altijd gesloten moeten blijven. Ik ben van mening dat dit artikel (2.4.2) onrechtvaardig is, tot onwerkbare situaties zal leiden voor werknemers en ondernemers en schadelijk is voor de beleving van gasten. Met mooi weer en wanneer terrassen geopend zijn, zijn de ramen en deuren van cafés open. De verbinding met de buitenomgeving en de ambiance die dit meebrengt horen erbij. Een café zorgt immers voor verbinding tussen bezoekers (vaak ook omwonenden) en geldt als een huiskamer voor iedereen. In de praktijk zal deze maatregel grote problemen geven.

Onze medewerkers lopen met volle dienbladen naar buiten of hebben hun beide handen vol met servies. Zij kunnen simpelweg niet iedere keer een deur openen, dat is ondoenlijk. Ik ben van mening dat de regel met betrekking tot cafés met open ramen en deuren (artikel 2.4.2) niet werkbaar is en een aantal belangrijke problemen met zich meebrengt. Cafés met open ramen en deuren zijn een essentieel onderdeel van de levendigheid en gezelligheid van een stad. Hoewel het begrijpelijk is dat er maatregelen moeten worden genomen om overlast voor omwonenden te voorkomen, moeten we ervoor zorgen dat deze maatregelen niet ten koste gaan van de levensvatbaarheid van deze bedrijven. Ik roep u op om het artikel in de beleidsnota te

Zie antwoord 7.1.

Zie antwoord 7.1.

11.1

12.1

13.1

14.1

15.1

15.2

heroverwegen en te streven naar een meer pragmatische en haalbare benadering. Dat bij café's ramen en deuren altijd gesloten moeten blijven is desastreus en ik vraag u om dit plan te herzien. Denk bijvoorbeeld aan "vanaf middernacht" of iets anders wat minder ingrijpend is. Reactie op alinea 2.4.2 waarin staat dat ramen en deuren van cafe's ten alle tijde gesloten moeten blijven. De deur moet wel open in de middag in een hittegolf. Het gaat toch om de decibellen? Deze regel valt niet te handhaven. Ik zou u willen vragen om punt 2.4.2, waarin staat dat ramen en deuren bij alle horecagelegenheden ten alle tijde dicht dienen te blijven, te heroverwegen of aan te passen. We hebben geen muziek in de zaak. We hebben nou eenmaal frisse lucht nodig en het constant dichthouden van ramen en deuren levert een verstikkend gevoel op. Het is verder vrijwel onmogelijk midden in de zomer de deur bij iedere uitgifte naar buiten te openen en te sluiten. Het artikel dat ramen en deuren van cafés te allen tijde gesloten dienen te blijven stuit naar onze mening op bezwaren van veiligheid, toegankelijkheid en ook de mogelijke schade die het de ondernemers en gasten van de cafés berokkent. Ook komt de verplichte sluiting van ramen en deuren het open karakter en gastvrijheid van de stad niet ten goede. Wat weer zorgt voor een minder aantrekkelijke stad.

Verzoekt het artikel 2.4.2 uit de beleidsnota te schrappen. Wat de binnenplaatsen betreft zijn wij van mening dat maatwerk hier vereist kan zijn. Uiteraard zijn er hofjes waar de rust en stilte beschermd moet worden. Als algemene regel vinden wij het evenwel te stellig. Er zijn ook hofjes waar gezelligheid en levendigheid juist van grote meerwaarde zijn voor bewoners van de stad. De regel met betrekking tot het sluiten van deuren van horecagelegenheden achten wij in de praktijk in sommige gevallen onhaalbaar en daarom zou de regel als zodanig versoepeld moeten worden. De regel zoals die nu is opgenomen kan leiden tot nodeloze

Zie antwoord 7.1.

Zie antwoord 7.1.

Zie antwoord 7.1.

Zie antwoord 7.1.

Zie antwoord 7.2.

Zie antwoord 7.1.

16.1 17

frustratie tussen ondernemers en bewoners en tot ongastvrije, storende handhaving. Tevens zien wij als oplossingsrichting voor deze kwestie ook mogelijkheden in betere geluidsisolatie van woningen in het centrum. Leg de horeca geen sluiting van deuren en ramen op. Indiener kan zijn zaak wel sluiten wanneer deze maatregelen worden opgelegd. In de nota staat niets over de met laagfrequent geluid gepaard gaande trillingen die veroorzaakt worden door warmtepompen, ventilatoren, transformatoren en andere motoren. Veel van deze trillingen kunnen voorkomen of verminderd worden door dempend materiaal op de goede manier aan te brengen. Maar dan moet daar wel aandacht voor zijn.

Zie antwoord 7.1. Wij zijn het met u eens dat aandacht voor het aspect trillingen in de gebouwde omgeving nodig is. Daarom zijn in paragraaf 4.3 van de beleidsnota kaders opgenomen met betrekking tot trillingen van activiteiten. Wij zien vooralsnog geen noodzaak om meer beleid te formuleren maar houden de ontwikkelingen in de gaten.

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

3571

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

23 november 2023

Agendapunt

3.2

Titel

Raadsvoorstel Beleidsnota omgevingsveiligheid

ID

3772

Behandelend ambtenaar

E.J.L. van der Waard

Telefoon

030 286 4760

E-mail

e.van.der.waard@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Volksgezondheid en milieu

Portefeuillehouder

Wethouder Oosters

Beleidsveld

Milieu en Emissieloos Vervoer

Referendabel

Ja

Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)

Mariska de Vos/Cie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen/06 38628458

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

23 november 2023

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Beleidsnota omgevingsveiligheid Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Milieu en Emissieloos Vervoer Ontwikkelorganisatie Ruimte E.J.L. van der Waard / E. Haarman 10889369 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Beleidsnota omgevingsveiligheid vast te stellen en per 1 januari 2024 in werking te laten treden, waarmee de lokale beleidsvrijheid over omgevingsveiligheid (de beheersing van risico’s voor de omgeving door het werken met gevaarlijke stoffen en het vervoer hiervan) wordt ingevuld, met de volgende aanvullingen ten opzichte van de Nota externe veiligheid uit 2007: a. De standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico voor buisleidingen niet te overschrijden en overschrijding voor overige risicobronnen alleen gemotiveerd toe te staan; b. Bouwkundige voorschriften voor nieuwe gebouwen voor te schrijven rondom transportroutes en bedrijven om bescherming te bieden tegen de effecten van een brand en/of explosie met gevaarlijke stoffen; c. Zeer kwetsbare gebouwen (zoals scholen en zorginstellingen) waar mogelijk te scheiden van risicobronnen; d. Grote groepen personen niet bloot te stellen aan hoge risico’s als gevolg van een incident met een buisleiding, waarbij het groepsrisico als instrument wordt gehanteerd. 2. De Beleidsnota omgevingsveiligheid op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht door toevoeging aan het overzicht ‘Lijst beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/. 3. De Nota Externe veiligheid uit 2007 in te trekken.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting De Beleidsnota omgevingsveiligheid vervangt de Nota Externe veiligheid uit 2007 en gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico’s voor de omgeving als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen en het vervoer hiervan. In de beleidsnota zijn de volgende aanvullingen gedaan ten opzichte van de Nota externe veiligheid uit 2007. a) We staan geen overschrijding van de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico voor buisleidingen toe; overschrijding voor overige risicobronnen staan we alleen gemotiveerd toe. b) We hanteren bouwkundige voorschriften voor nieuwe gebouwen rondom transportroutes en bedrijven, om bescherming te bieden tegen de effecten van een brand of explosie met gevaarlijke stoffen. c) Waar mogelijk scheiden we zeer kwetsbare gebouwen (zoals scholen en zorginstellingen) van risicobronnen. d) We stellen grote groepen personen niet bloot aan hoge risico’s als gevolg van een incident met een buisleiding. Het groepsrisico wordt hierbij als instrument gehanteerd. Er zijn geen zienswijzen ingediend tijdens de inspraaktermijn, daarom is er geen Nota van Antwoord gemaakt. Wel zijn er een aantal ambtelijke wijzingen aangebracht en is de beleidsnota op een aantal punten verduidelijkt. Het betreft hier geen inhoudelijke wijzigingen.

Context Aanleiding In 2007 is het Utrechtse beleid voor externe veiligheid vastgelegd in de Nota Externe veiligheid. Deze nota is aan actualisatie toe, onder andere omdat een aantal onderwerpen ontbreekt. Voorbeelden daarvan zijn het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en het landelijke beleid voor transportroutes. Ook wordt met de komst van de Omgevingswet het externe veiligheidsbeleid vernieuwd. De nu voorliggende Beleidsnota omgevingsveiligheid geeft invulling aan de beleidsvrijheid die de gemeente heeft onder de Omgevingswet. Externe veiligheid wordt in relatie tot de Omgevingswet steeds vaker omgevingsveiligheid genoemd. Daarom spreken we voortaan over omgevingsveiligheid. Wat verandert er onder de Omgevingswet op het gebied van omgevingsveiligheid?: - Voor het in beeld brengen van de externe veiligheidsrisico’s zijn complexe groepsrisicoberekeningen in veel gevallen niet meer nodig. De gevaren worden ruimtelijk vertaald naar gebieden waarbinnen mensen slachtoffer kunnen worden van een incident met gevaarlijke stoffen. Dit zijn de zogeheten aandachtsgebieden voor de gevaren brand, explosie en gifwolk. Binnen deze gebieden dienen maatregelen te worden afgewogen om bescherming te bieden. - Er is extra aandacht voor het beschermen van mensen die zich bij een incident met gevaarlijke stoffen niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen.

Dit wordt mogelijk gemaakt met de Introductie van het begrip ‘zeer kwetsbare gebouwen’. - Naast ruimtelijke maatregelen kunnen ook bouwkundige maatregelen worden afgewogen ter bescherming van de mensen tegen de gevaren van een brand of explosie bij een incident met gevaarlijke stoffen. Dit wordt mogelijk gemaakt met de introductie van een brand- en/of explosievoorschriftengebied. In de gemeente Utrecht zijn er verschillende risico's op het gebied van omgevingsveiligheid. Denk hierbij aan het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor, over de omliggende Rijkswegen en over het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook bij de bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen, zoals op bedrijventerreinen Lage Weide, Overvecht Oudenrijn en een aantal LPG (autogas) tankstations zijn risico´s. Verder kennen nieuwe ontwikkelingen, zoals op gebied van waterstof en energie-opslag, omgevingsveiligheidsaspecten. Utrecht is een compacte stad waar woonbebouwing dicht op elkaar staat. Hierdoor ontstaat regelmatig een spanningsveld met betrekking tot de risico’s van deze risicobronnen en de ontwikkeling van de stad. Bij het werken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en bij transport (weg, water, spoor en buisleiding) van deze stoffen kunnen ongelukken gebeuren. Dit kan leiden tot gevaren voor de mensen die wonen en werken in de omgeving van deze activiteiten.

Deze gevaren voor de omgeving kunnen een brand, explosie of gifwolk zijn. De kans hierop is klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn. De Beleidsnota omgevingsveiligheid gaat over de bescherming van de leefomgeving tegen deze gevaren.

2

Juridische context In de voorliggende Beleidsnota omgevingsveiligheid legt de gemeenteraad het beleidskader voor omgevingsveiligheid vast. De Beleidsnota is een ‘omgevingsvisie’ in de zin van de Omgevingswet. In het kader van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt, stelt de gemeenteraad de Beleidsnota omgevingsveiligheid vast als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. De gemeenteraad is daartoe bevoegd op basis van Artikel 3.1 lid 1 van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Utrecht (en de beleidsnota's/visies die daar deel van uitmaken) staat het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving. Dit beleid geldt voor de hele gemeente. Beslistermijn Het is wenselijk om vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) een besluit te nemen. Dit omdat we daarmee het nieuwe beleid voor nieuwe ontwikkelingen vanaf 1 januari 2024 kunnen toepassen. Beoogd effect Het beoogd effect van de Beleidsnota omgevingsveiligheid is om bij te dragen aan de beheersing van risico’s voor de omgeving als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen en het vervoer hiervan. Daarmee draagt de nota bij aan een veilige stad. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsbrief ‘Ontwerp-Beleidsnota Omgevingsveiligheid: vrijgave voor inspraak’, 6 juni 2023. Nota Externe Veiligheid (raadsbesluit 2007)

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Beleidsnota omgevingsveiligheid vast te stellen en per 1 januari 2024 in werking te laten treden, waarmee de lokale beleidsvrijheid over omgevingsveiligheid (de beheersing van risico’s voor de omgeving door het werken met gevaarlijke stoffen en het vervoer hiervan) wordt ingevuld, met de volgende aanvullingen ten opzichte van de Nota externe veiligheid uit 2007: a. De standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico voor buisleidingen niet te overschrijden en overschrijding voor overige risicobronnen alleen gemotiveerd toe te staan; b. Bouwkundige voorschriften voor nieuwe gebouwen voor te schrijven rondom transportroutes en bedrijven om bescherming te bieden tegen de effecten van een brand en/of explosie met gevaarlijke stoffen; c. Zeer kwetsbare gebouwen (zoals scholen en zorginstellingen) waar mogelijk te scheiden van risicobronnen; d. Grote groepen personen niet bloot te stellen aan hoge risico’s als gevolg van een incident met een buisleiding, waarbij het groepsrisico als instrument wordt gehanteerd.

Argumenten 1.1

Het is relatief eenvoudig om onder de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico voor buisleidingen te blijven Dit doen we omdat een risicoreductie in samenwerking met de exploitant relatief eenvoudig te realiseren is. Het plaatsgebonden risico wordt vooral bepaald door de kans dat deze wordt geraakt tijdens graafwerkzaamheden. Alleen in Rijnenburg is het plaatsgebonden risico hoger dan de richtwaarde. De omgevingsrisico’s van buisleidingen zijn in meeste gevallen lager dan van andere risicobronnen. Voor nieuwe buisleidingen mag het risico niet hoger zijn dan de standaardwaarde.

3

1.2

Met bouwkundige voorschriften voor nieuwe gebouwen rondom transportroutes en bedrijven wordt een relatief eenvoudige en effectieve bescherming geboden tegen de mogelijke effecten van een explosie. Op korte afstand van de snelwegen geldt nu al een (plas)brandaandachtsgebied waarbinnen bouwkundige voorschriften verplicht zijn.

1.3

Het scheiden van zeer kwetsbare gebouwen van risicobronnen is wenselijk omdat personen in deze gebouwen in de meeste gevallen niet in staat zijn om zelfstandig te vluchten bij een incident met gevaarlijke stoffen. De Rijksoverheid wil deze groep mensen extra beschermen. Wanneer een nieuw zeer kwetsbaar gebouw gerealiseerd wordt binnen een aandachtsgebied zijn aanvullende bouwkundige maatregelen altijd verplicht.

1.4

Groepsrisico van buisleidingen heeft grote impact en kan met relatief eenvoudige maatregelen worden verlaagd. Een te hoog groepsrisico rondom buisleidingen komt momenteel in de gemeente Utrecht niet voor. Bij ontwikkelingen in de directe omgeving van een buisleiding kan het groepsrisico toenemen doordat het aantal personen toeneemt. Groepsrisico van buisleidingen kan, indien nodig, met relatief eenvoudige maatregelen worden verlaagd.

1.5

We behouden ruimte voor ontwikkelingen in de stad. Hoewel de uitgangspunten in de beleidsnota randvoorwaarden stellen, is er ook ruimte om belangen af te wegen. Daar waar (onderbouwd) het belang van bouwen zwaarder weegt kan (gemotiveerd) afgeweken worden van het omgevingsveiligheidsbeleid. Dat doen we door per ontwikkeling de belangen af te wegen (onder het huidige beleid gebeurt dat ook al).

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Als afgeweken wordt van dit omgevingsbeleid ten gunste van nieuwbouw of aanpassing van bestemmingsplan kan dit leiden tot beperkte meerkosten. Dit is onder het huidige beleid ook het geval. Voorbeelden daarvan: we kunnen een extra nooduitgang voorschrijven, of extra inzet op risicocommunicatie. Bouwkundige maatregelen kunnen extra kosten met zich meebrengen. Binnen een explosieaandachtsgebied is dit scherfvrij glas, dat is kostbaarder dan regulier glas. Voor wie de kosten zijn is afhankelijk van de maatregel die wordt getroffen. In de meeste gevallen zal deze voor de ontwikkelaar zijn.

Beslispunt 2

De Beleidsnota omgevingsveiligheid op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht door toevoeging aan het overzicht ‘Lijst beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/.

Beslispunt 3

De Nota Externe veiligheid in te trekken.

Financiën Advisering vanuit de Beleidsnota omgevingsveiligheid wordt binnen de huidige capaciteit uitgevoerd van het programma Duurzaamheid, onderdeel gezonde, stille en veilige leefomgeving. (Vanaf 2024 is dit onderdeel van het programma Aantrekkelijke en Groene Leefomgeving.) Bij het uitvoeren van de doelstellingen uit de beleidsnota wordt rekening gehouden met een evenwichtige afweging tussen verschillende functies in stad. Dit kan in bepaalde gevallen leiden tot benodigde keuzes in planvorming die in enkele gevallen mogelijk extra kosten met zich meebrengen voor bedrijven, ontwikkelaars of de gemeente (bij door de gemeente betaalde projecten). Het kan dan 4

bijvoorbeeld gaan om het voorschrijven van een extra nooduitgang, het aanbrengen van scherfvrij glas in explosie aandachtsgebieden of extra inzet op risicocommunicatie. De omvang van deze kosten hangt af van de specifieke situatie en zijn nu daarom nog niet te bepalen en worden gedekt uit de projecten.

Vervolg Na vaststelling door de gemeenteraad van de Beleidsnota omgevingsveiligheid worden planregels voorbereid ter opname in het Omgevingsplan.

Participatie Bij de totstandkoming van de Beleidsnota omgevingsveiligheid zijn verschillende stakeholders geraadpleegd, zoals de Gasunie, ProRail, en Rijkswaterstaat. Er is gekozen voor het participatieniveau raadplegen, omdat het beleid grotendeels voortzetting is van bestaand beleid. We werken als gemeente op het thema omgevingsveiligheid nauw samen met de Veiligheidsregio Utrecht en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. Het doel is om de al bestaande procesafspraken onder de Omgevingswet voort te zetten, en om alle partijen zo vroeg mogelijk te betrekken in de plannen.

Communicatie De beleidsnota wordt bij vaststelling gepubliceerd. Verder actualiseren we de gemeentelijke website met toegankelijke berichtgeving over de nota en de nota is zelf ook terug te vinden op de website.

Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Beleidsnota omgevingsveiligheid Bijlagen informatief -

5

Beleidsnota

Omgevingsveiligheid Utrecht

Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht

pagina 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b448ea87-62d8-453e-a9e9-d233970ec329